YT-82555 - Verfspuit Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-82555 Yato in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over YT-82555 Yato
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-82555 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-82555 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT-82555 Yato
- compressorbehuizing
2.verfpistool - luchtslang
- schakelaar
- verftank
- trekker
- luchtsproeier
- sproeimondstuk
- luchtfi Iter
GR
Tweede klasse elektrische veiligheid
Draag een veiligheidsbril
Gebruik de ademhalingsbescherming
Draag gehoorbescherming
Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid. Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.
De verfspuitset is een combinatie van een verfpistool en een compressor die lucht onder druk comprimeert om te kunnen spuiten. Deze oplossing maakt het pistool lichter en gemakkelijker te bedienen tijdens het gebruik. De ruime verftank in combinatie met een hoog rendement zorgen voor een soepele werking. De juiste, betrouwbare en veilige werking van het apparaat is afhankelijk van de juiste exploitatie, daarom:
Lees voorafgaand aan het gebruik van het apparaat de volledige handleiding en bewaar deze goed.
De leverancier is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften en aanbevelingen in deze handleiding.
UITRUSTING
De verpakking moet bevatten: compressorbehuizing, slang die het pistool met de compressor verbindt, spuitpistool, verftank en viscositeitsmeter.
De opgegeven geluidsemissiewaarde is gemeten volgens een standaardtestmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven geluidsemissiewaarde kan worden gebruikt bij de initiele beoordeling van de blootstelling.
De aangegeven totale trillingswaarde is gemeten met behulp van de standaard testmethode en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven totale trillingswaarde kan worden gebruikt bij de eerste beoordeling van de blootstelling.
Let op! De trillingsemissie tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt.
Let op! Er moeten veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden gespecificeerd, die gebaseerd zijn op een beoordeling van de blootstelling onder reële gebruiksomstandigheden (met inbegrip van alle onderdelen van de bedrijfscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap wordt uitgeschakeld of stationair draait en de activeringstijd).
ALGEMENE WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID VAN HET ELEKTRISCHE GEREEDSCHAP
Waarschuwing! Lees aandachtig alle waarschuwingen betreffende de veiligheid, illustraties en specificaties die met dit elektrisch toestel / machine werden meegeleverd. Niet-naleving ervan kan tot elektrocutie, brand of ernstige letsels leiden.
Bewaar zorgvuldig alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.
Het begrip „elektrotoestel / machine gebruikt in de waarschuwingen verwijst naar alle toestellen / machines elektrisch aangedreven, zowel draad als draadloze toestellen.
Veiligheid op de werkplek
De werkplek dient goed belicht en proper te zijn. Wanorde en een slechte belichting kunnen ongevallen veroorzaken.
Het is verboden om met elektrotoestellen / machines in een omgeving van vergrote ontploffingsgevaar met brandbare
NL
vloeistoffen, gassen of dampen te werken. Elektrotoestellen / machines generen vonken en kunnen stof of dampen ontsteken. Laat kinderen en omstanders op de werkplaats niet toe. Concentratieverlies kan tot verlies van controle leiden.
Elektrische veiligheid
De stekker van de voedingskabel moet in de netwerkdoos passen. Het is verboden om de stekker op een om het even welke wijze de modifiëren. Het is verboden om stekkeradapters met geaarde elektrotoestellen / machines te gebruiken. Een niet-gemodifi eerste stekker verkleint het risico op elektrocutie.
Vermijd contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingstoestellen of koelkasten. Aarding van het lichaam vergroot het risico op elektrocutie. Stel elektrotoestellen / machines niet bloot aan atmosferische neerslag of vocht. Water en vocht die binnen het elektrotoestel / machine raakt, vergroot het risico op elektrocutie.
Overbelast de voedingskabel niet. Gebruik de voedingskabel niet om de stekker van de voedingskabel te dragen, te trekken of de stekker uit de netwerkdoos te ontkoppelen. Vermijd contact van de voedingskabel met warmte, oliën, scherpe randen of bewegende delen. Beschadiging of verstrengeling van de voedingskabel vergroot het risico op elektrocutie. In geval van uitvoering van de werkzaamheden buiten de gesloten ruimte dienen verlengsnoeren bestemd voor werking buiten gesloten ruimtes te worden gebruikt. Gebruik van een verlengsnoer die aangepast is voor buitenwerking verkleint het risico op elektrocutie.
In geval wanneer het gebruik van het elektrotoestel / machine in een vochtig milieu niet kan worden vermeden, dient een aardlekschakelaar (RCD) te worden gebruikt als bescherming tegen de voedingsspanning. Gebruik van RCD verkleint het risico op elektrocutie.
Persoonlijke veiligheid
Blijf alert, wees bewust wat er wordt verricht en gebruik gezond verstand tijdens de werking met een elektrotoestel / machine. Gebruik het elektrotoestel / machine niet bij vermoeidheid of onder invloed van drugs of geneesmiddelen.
Zelfs een moment van onoplettendheid kan tot ernstige persoonlijke letsels leiden.
Gebruik persoonslijke beschermingsmidddelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Gebruik van persoonlijke beschemringsmiddelen zoals antistofmaskers, anti-slip veiligheidsschoenen, helmen en oorbeschermers verkleint het risico op ernstige letsels.
Zorg ervoor dat het toestel niet toevallig wordt ingeschakeld. Controleer of de elektrische schakelaar in positie „uitgeschakeld” staat alvorens de voeding en/of de accu aan te sluiten of het elektrotoestel / machine op te heffen of te verplaatsen. Verplaatsen van het elektrotoestel / machine met de vinger op de schakelaar of het aansluiten van het elektrotoestel / machine wanneer de schakelaar zich in positie „ingeschakeld” bevindt, kan tot ernstige letsels leiden.
Alvorens het elektrotoestel / machine uit te schakelen, verwijder alle sleutels en andere instrumenten die gebruikt werden voor de afstelling. Een achtergelaten sleutel op roterende onderdelen van het elektrotoestel / machine kan ernstige letsels veroorzaken. Reik niet en hel niet te ver over. Neem een stabiele houding gedurende de uitvoering van de werkzaamheden aan. Dit zal een betere controle over het elektrotoestel / machine mogelijk maken tijdens onverwachte situaties.
Draag gepaste kledij. Gebruik geen losse kledij en draag geen juwelen. Houd het haar en de kledij ver van bewegende onderdelen van het elektrotoestel / machine. Losse kledij, juwelen of lang haar kunnen worden vastgegrepen door de bewegende onderdelen.
Indien de toestellen aangepast zijn tot het aansluiten van stofafzuiging-of ophoping, controleer of ze correct aangesloten en gebruikt werden. Gebruik van stofafzuiging verkleint het risico op stofgerelateerde gevaren.
Zorg ervoor dat de verworven ervaring van veelvuldig gebruik van het elektrotoestel / machine er niet toe zal leiden dat de veiligheidsvoorschriften roekeloos worden genegeerd. Roekeloze handelingen kunnen in een fractie van een seconde ernstige letsels veroorzaken.
Gebruik en zorg voor het elektrotoestel / machine
Overbelast elektrotoestel / machine niet. Gebruik het elektrotoestel / machine bestemd voor de gekozen toepassing.
Een geschikt elektrotoestel / machine zal een betere en veilige werking garanderen indien het gebruikt voor de ontwikkelde belasting wordt.
Gebruik het elektrotoestel / machine niet indien de elektrische schakelaar het in- en uitschakelen niet mogelijk maakt. Het elektrotoestel / machine dat niet controleerbaar is met behulp van de netwerkschakelaar is gevaarlijk en dient door de technische dienst te worden hersteld. Ontkoppel de stekker van de voedingskabel van de netwerkdoos en/of demonteer de accu, indien hij van het elektrotoestel / machine kan worden ontkoppeld alvorens het elektrotoestel / machine af te stellen, accessiores te vervangen of op te slagen. Zulke voorzorgsmaatregelen zullen ervoor zorgen dat een toevallige inschakeling van het elektrotoestel / machine wordt vermeden.
Bewaar het toestel op een plaats die ontoegankelijk voor kinderen is. Laat personen die niet vertrouwd zijn met de instructie het elektrotoestel / machine niet gebruiken. Elektrotoestellen / machines kunnen in handen van ongeschoolde gebruikers gevaarlijk zijn.
Onderhoud het elektrotoestel / machine en zijn accessoires. Controleer het elektrotoestel / machine op het gebied van slechte aanpassingen of het klem zitten van bewegende onderdelen, beschadiging van onderdelen en om het even welke andere omstandgiheden die de werking van het elektrotoestel / machine kunnen beïnvloeden. Schade dient te worden hersteld alvorens het elektrotoestel / machine te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het elektrotoestel / machine.
Snijdende werktuigen dienen proper en scherp te zijn. Snijdende werktuigen met scherpe randen die goed onderhouden zijn
NL
zullen zich minder beklemmen en kunnen tijdens de werking beter worden gecontroleerd.
Gebruik elektrotoestellen / machines, accessoires en aanvullende werktuigen ed. overeenkomstig met deze instructie en houd rekening met hun soort en de arbeidsomstandigheden. Gebruik van toestellen bestemd voor andere werkzaamheden dan hun bestemming kan een gevaarlijke situatie veroorzaken.
Houd het handvat en de oppervlakken bestemd om te worden gegrepen altijd droog, proper en vrij van olie en vet. Gladde handvaten en oppervlakken laten geen veilig gebruik toe en houden het elektrotoestel / machine niet onder controle in gevaarlijke situaties.
Herstellingen
Laat het elektrotoestel / machine herstellen enkel bij de bevoegde technische diensten die originele reserveonderdelen gebruiken. Dit zal de gepaste veiligheid van het elektrotoestel garanderen.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Neem bij het gebruik van de machine altijd de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing en alsook de andere veiligheidsin-structies in acht.
Het gebruik van spuitpistolen door kinderen of personen die niet zijn opgeleid voor het gebruik van spuitpistolen is niet toegestaan.
Richt het apparaat nooit op mensen of dieren.
Spuitpistolen mogen niet worden gebruikt voor brandbare materialen.
Spuitpistolen niet reinigen met ontvlambare oplosmiddelen.
Vermijd risico's die worden veroorzaakt door sproeimateriaal en controleer de markering op de verpakking of de door de fabrikant verstrekte informatie over sproeimateriaal, met inbegrip van de eisen voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Spuit geen materialen die een onbekend gevaar kunnen opleveren.
Let op! Een hogedrukstraal kan ernstige huidbeschadiging veroorzaken. Laat nooit een deel van het lichaam in contact komen met de straal.
Beschermende kleding biedt onvoldoende bescherming tegen letsels onder vorm van injecties.
In geval van injectie van een hoge drukstroom onder de huid, onmiddellijk een arts raadplegen. De arts moet worden geïnformeerd over het soort stof dat werd ingespoten.
Niet eten, drinken of roken in de werkomgeving.
Draag altijd een adembeschermingsmasker ter bescherming tegen het inademen van schadelijke dampen.
Zorg voor voldoende ventilatie, zodat er geen ophoping van brandbare dampen in de lucht van de werkruimte ontstaat.
Passende maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat gevaren worden veroorzaakt door de stof die wordt gesproeid. Volg de instructies op de verpakking of de instructies van de fabrikant voor de te verstuiven stof.
Spuit geen stoff en die verboden zijn in deze handleiding.
Spuit geen materialen van onbekende samenstelling.
Gebruik het apparaat niet zonder de gemonteerde sproeikap.
Gebruik het apparaat nooit als er veiligheidsvoorzieningen of afschermingen beschadigd zijn.
Gebruik alleen originele reserveonderdelen, voer alle reparaties uit in een geautoriseerde reparatiewerkplaats.
Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u problemen oplost, onderhoud uitvoert of wanneer u het apparaat niet gebruikt.
Controleer altijd of de bestaande voedingsspanning overeenkomt met de op het typeplaatje van de machine aangegeven spanning.
VOORBEREIDING OP HET WERK
LET OP! Accessoires mogen alleen worden geïnstalleerd als de stroomtoevoer wordt onderbroken. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact!
Bepaling van de viscositeit van het coatingmateriaal
Het product is uitgerust met een viscometer (trechter), waarmee kan worden bepaald of de viscositeit (dichtheid) van de verf geschikt is voor het pistool.
Meng het te spuiten coatingmateriaal grondig. Het doel van het mengen is om een ongelijke verdeling van de dichtheid van het coatingmateriaal te voorkomen.
Dompel de viscositeitsmeter onder tot hij zich onder het oppervlak van de vloeistof bevindt.
Hef de viscositeitsmeter boven het vloeistofoppervlak en meet de tijd die nodig is om de viscositeitsmeter te legen.
Afhankelijk van het type vloeistof moet de viscositeitsmeter binnen 18 s ± 2 s worden geleegd. Dit is de optimale doorlooptijd voor het werken met het mondstuk met de grootste diameter.
De dichtheid van het coatingmateriaal kan worden verminderd door gebruik te maken van de verdunner die in de documentatie bij het coatingmateriaal is gespecifi ceerd.
De viscositeit moet ook worden aangepast aan de diameter van het gebruikte mondstuk. Voor mondstukken met een kleinere diameter kan een materiaal met een lagere viscositeit nodig zijn - een kortere doorlooptijd door de viscositeitsmeter.
NL
Montage van de verfspuitset
Bevestig de kop met het mondstuk en de verftank op de aandrijvingsbehuizing. Druk op de vergrendelknop en schuif de kop in de behuizing (II). Laat de vergrendelknop los, deze moet automatisch terugkeren naar de beginpositie. Controleer of de installatie correct is. Een correct bevestigde kop kan alleen worden verwijderd door de vergrendelingsknop ingedrukt te houden.
Sluit het pistool aan op de compressorbehuizing met een slang. Duw het afgeschuinde uiteinde van de kegel van de slang in de luchtinlaataansluiting aan de achterkant van de pistoolbehuizing (III). Bevestig het uiteinde met de bajonetsluiting aan de luchtuitlaat van het compressorhuis. Plaats het slanguiteinde over de luchtuitlaat en draai het zo dat de inbuspennen in de gaten van het slanguiteinde zitten (IV).
De behuizing van de compressor maakt het mogelijk om de slang op te rollen tijdens het transport en de opslag van de verspuitset. Voordat met de werkzaamheden wordt begonnen, moet de slang volledig zijn afgewikkeld.
Vullen en monteren van de verftank
Schroef de verftank los. Druk de aanzuigbuis stevig in het montagegat (V). Het uiteinde van de zuigpijp is gebogen om de verftank nauwkeuriger te kunnen legen wanneer het pistool onder een hoek wordt gehouden, bijvoorbeeld bij het schilderen van vloeren of plafonds. Wanneer u de zuigbuis draait, richt u het gebogen uiteinde van de buis in de tegenovergestelde richting van de verwachte kanteling van het pistool. Vul de verftank met verf van geschikte viscositeit. De bovenste capaciteitsmarkering van de verftank niet overschrijden. Schroef de verftank voorzichtig vast aan het pistool, draai de tank vast om de verbinding af te dichten.
HET GEBRUIK VAN HET PISTOOL
Het pistool is niet geschikt voor het spuiten van de volgende verven:
Verven met een hoge dichtheid – doorlooptijd door de viscositeitsmeter boven 100 s.
Verven met schuurmiddelen zoals rode loodoxide.
Grofkorrelige verven.
Bijtende en alkalische verven.
Alle activiteiten met betrekking tot sproeiregulatie moeten worden uitgevoerd met de stroom uitgeschakeld. Trek hiervoor de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
Spuitafstelling (VI)
Met de sproeikop van het pistool kunt u het spuitoppervlak en de breedte van het spuitmateriaal aanpassen. Het sproeipatroon kan worden aangepast door het draaien van de luchtsproeiers. Verticaal geplaatste luchtsproeiers zorgen voor een horizontaal spuitvlak, terwijl horizontaal geplaatste sproeiers zorgen voor een verticaal spuitvlak van het coatingmateriaal. Het instellen van de sproeiers in een hoek van 45 graden zal resulteren in een puntverstuivingsvlak van het coatingmateriaal.
Plaats de instelelementen niet op een andere plaats dan in de handleiding beschreven.
LET OP! Druk niet op de trekker van het spuitpistool tijdens het afstellen van de luchtsproeiers.
Sproeihoeveelheidsinstelling voor het coatingmateriaal (VII)
Achter de trigger/schakelaar bevindt zich een bedieningsknop die de beweging van de trekker beperkt. Hoe dieper de trekker wordt ingedrukt, hoe meer spuitmateriaal er uit de spuitmond van het spuitpistool komt. Door de knop met de klok mee te draaien neemt de hoeveelheid coatingmateriaal toe, tegen de klok in neemt de hoeveelheid af. De trekker is voorzien van een merkteken om de aanpassing te vergemakkelijken.
Inschakelen en uitschakelen
Monteer het apparaat volgens de instructies.
Vul de tank met het coatingmateriaal volgens de hierboven beschreven procedure.
Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de netspanning.
Zorg ervoor dat de schakelaar van het apparaat in de "uit"-positie ("0") staat:
Zorg ervoor dat de trekker van het pistool niet wordt ingedrukt.
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
Zet het apparaat aan met de schakelaar, zet het in de "aan"-positie ("I") Richt het pistool op een veilige plaats en druk op de trekker knop. Pas de hoeveelheid spuitmateriaal aan, indien nodig, volgens de afstellingsprocedure.
Het spuiten stopt wanneer de druk op de trekkertong van het pistool wordt opgeheven
Het apparaat wordt uitgeschakeld nadat de schakelaar in de "uit"-positie ("0") is gezet.
Schilderen
Het wordt aanbevolen om eerst wat coatingmateriaal op een testoppervlak te spuiten. Dit voorkomt schade aan het werkgebied. Zorg ervoor dat alle niet te verven oppervlakken goed afgedekt zijn. Zorg ervoor dat het te bedekken oppervlak schoon, droog, ontvet en stofvrij is.
NL
Houd het apparaat rechtop, zodat de sproeieruitlaat zich op ongeveer 20 cm van het te besproeien oppervlak bevindt.
Beweeg het spuitpistool zijwaarts of op en neer zodat het altijd op een constante afstand van het te spuiten oppervlak staat (VIII). Begin met het verplaatsen van het pistool en haal dan pas de trekker over. Laat de druk op de trekker los voordat de beweging van het pistool wordt voltooid (IX). Het verplaatsen van het spuitpistool met een constante beweging, het veranderen van het tempo of het stoppen van het spuitpistool tijdens het spuiten zal resulteren in een ongelijke verdeling van het coatingmateriaal.
Voorkom dat het pistool zowel horizontaal als verticaal (X) wordt gekanteld. Dit resulteert in een ongelijke verdeling van het coatingmateriaal.
Breng meerdere dunne lagen coatingmateriaal aan in plaats van één dikke laag. Voordat u de volgende laag aanbrengt, laat u de vorige licht drogen, volg de instructies die bij het spuitmiddel zijn geleverd.
REINIGING EN ONDERHOUD
Waarschuwing! Niet gebruiken voor het reinigen en onderhouden van brandbare materialen.
Onmiddellijk na het spuiten van het coatingmateriaal de verftank losdraaien en de binnen- en buitenkant van de aanzuigleiding reinigen met behulp van een voor het coatingmateriaal ontworpen verdunner. Vul vervolgens de tank met de voor het coating-materiaal bestemde verdunner en begin met het spuiten op het testoppervlak. Stop met sproeien wanneer schone verdunner uit de sproeier komt.
Stop met sproeien, schakel de machine uit, trek de stekker uit het stopcontact en haal de slang uit het pistool en de compressorbehuizing. Demonteer vervolgens de tank, maak de rest van de verdunner leeg en droog deze. Demonteer het mondstuk en de aandrijving en controleer de toestand van de afdichtingen. Ze kunnen gesmeerd worden met een dun laagje siliconenvet of technische vaseline. Schroef de bevestigingsmoer van de spuitmond los en reinig alle componenten (XI) grondig met een zachte doek en verdunner voor het coatingmateriaal. Demonteer de aanzuigleiding en controleer of er eventueel nog coatingmateriaal is achtergebleven, maak indien nodig schoon met een zachte borstel met kunststof haren. Controleer de toestand van de tankafdichting. Er bevindt zich een inlaatluchtfilter in de compressorbehuizing. Druk licht op de vergrendeling (XII) en verwijder het filterdeksel. Verwijder het sponsfilter onder het deksel van de behuizing en reinig het vervolgens. Reinig het filter met een stroom perslucht van maximaal 0,3 MPa. Als het filter na het reinigen nog steeds vuil is, vervang het dan door een nieuw filter. Na het reinigen van het filter, monteert u het filter en het achterste gedeelte van de behuizing op zijn plaats. Gebruik het spuitpistool niet zonder filter, omdat dit het spuitpistool kan beschadigen.
Door het spuitpistool schoon te laten, droogt het coatingmateriaal in het product uit. Dit kan leiden tot onomkeerbare schade aan het toestel.
Reinig de buitenste delen van het product met een zachte, vochtige doek en veeg ze vervolgens droog.
Let op! Het is verboden om het spuitpistool te reinigen door er een straal op te richten of het onder te dompelen in water, verdunner of andere vloeistof. Het is verboden om scherpe voorwerpen en/of schurende reinigingsmiddelen te gebruiken om de pistolen te reinigen.
Transport en opslag
De verfspuitset heeft een ruimte in de behuizing voor het plaatsen van een opgerolde slang en een pistool. De slang moet zo worden opgerold dat de dwarsdoorsnede niet wordt vervormd. Plaats het pistool met de tank op de plaats die in de behuizing is voorbereid (XIII). Het apparaat heeft een uitschuifbare handgreep voor gemakkelijk transport. De lengte van de handgreep kan worden gewijzigd door de knop in de handgreep (XIV) ingedrukt te houden. Tijdens het gebruik moet het handvat in de laagste stand worden geplaatst, zodat het de werking van het pistool niet verstoort.
Houd het product buiten het bereik van omstanders. De opslagruimte moet beschermen tegen neerslag en direct zonlicht. Zorg voor goede ventilatie in de opslagruimte. Bewaar het product in de werkpositie met de slang losgekoppeld van het pistool en de compressor.