YT-82765 - Verfspuit Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-82765 Yato in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over YT-82765 Yato
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-82765 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-82765 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT-82765 Yato
- aandrijvingsbehuizing
- sproeierset
- verftank
- trekker/schakelaar
- luchtsproeier
- sproeimondstuk
- oplaadindicator
- acculadingsindicator
- acculader
- accu
- accuvergrendeling
PL DE RU UA LT LV CZ SK HU RO ES FR IT NL GR

Gebruik beschermende handschoenen
Draag een veiligheidsbril
Draag gehoorbescherming
Gebruik de ademhalingsbescherming
Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid. Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.
Een elektrisch verfpistool is een klasse II geïsoleerd elektrisch apparaat dat wordt gebruikt om een oppervlak te bedekken met een coatingmateriaal of vernis. Dankzij de ingebouwde compressor heeft het pistool geen externe persluchttoevoer nodig. De ruime verftank in combinatie met een hoog rendement zorgen voor een soepele werking. De juiste, betrouwbare en veilige werking van het apparaat is afhankelijk van de juiste exploitatie, daarom:
Lees voorafgaand aan het gebruik van het apparaat de volledige handleiding en bewaar deze goed.
De leverancier is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften en aanbevelingen in deze handleiding.
UITRUSTING
De verpakking moet bevatten: spuitpistool, verftank, viscositeitsmeter.
LET OP!! Lees al deze instructies. Het niet naleven van de instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand of persoonlijk letsel. De term „elektrisch gereedschap“ dat wordt gebruikt in de instructies verwijst naar alle apparaten die worden aangedreven door elektrische stroom zowel bedraad als draadloos.
NALEVEN VAN ONDERSTAANDE INSTRUCTIES
Werkplaats
Houd de werkplek goed verlicht en schoon. Een rommelige werkplek en slechte verlichting kunnen leiden tot ongelukken.
Men dient het gereedschap niet te gebruiken in een omgeving met verhoogd risico op ontploffing die brandbare vloeistoffen, gassen of dampen bevatten. Van elektrisch gereedschap kunnen vonken afkomen die brand kunnen veroorzaken indien deze vonken in aanraking komen met brandbare gassen of dampen.
Geen kinderen of omstanders toelaten tot de werkplaats. Concentratieverlies kan leiden tot controleverlies over het apparaat.
Elektrische veiligheid
De stekker van de elektrische kabel dient te passen in het stopcontact. Men dient de stekker niet aan te passen. Het is verboden gebruik te maken van adapters om op die wijze de stekker geschikt te maken voor het stopcontact. Een niet aangepaste stekker die past op het stopcontact vermindert het risico op elektrische schokken.
NL
Vermijd contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingen en koelers. Aarding van het lichaam verhoogt het risico op een elektrische schok.
Het elektrisch gereedschap niet blootstellen aan contact met regen of vocht. Water en vocht dat in het elektrische apparaat terecht komt vergroot de kans op een elektrische schok.
De stroomkabel niet overbelasten. Gebruik de stroomkabel niet om het apparaat te dragen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Vermijd contact van de stroomkabel met hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Een beschadigde stroomkabel verhoogt het risico op een elektrische schok.
In geval van werkzaamheden in de open lucht dient men gebruik te maken van verlengsnoeren die bestemd zijn voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een correcte verlengsnoer vermindert het risico op elektrische schokken.
Indien het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdbaar is dient men ter bescherming tegen voedingsspanning gebruik te maken van een aardlekschakelaar(RCD). De toepassing van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
Persoonlijke bescherming
Start de werkzaamheden indien men in een goede lichamelijke en geestelijke conditie verkeerd. Besteed aandacht aan hetgeen dat men doet. Verricht geen werkzaamheden indien men moe is of onder invloed van medicijnen of alcohol. Een moment van onoplettendheid kan leiden tot ernstige verwondingen.
Maak gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmaskers, veiligheidsschoenen, helmen en gehoorbeschermers verminderen het risico op ernstig lichamelijk letsel.
Voorkom het onbedoeld inschakelen van gereedschap. Controleer of de elektrische schakelaar zich in de positie "uit" bevindt voordat het gereedschap wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Het vasthouden van het apparaat met de vinger op de schakelaar of het aansluiten van het elektrische apparaat op het moment dat de schakelaar op "aan" staat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Voordat men het elektrische gereedschap inschakelt dient men eventuele sleutels en andere gereedschappen die zijn gebruikt voor het instellen te verwijderen. Een sleutel die is achtergelaten op de roterende onderdelen van het gereedschap kunnen leiden tot ernstige verwondingen.
Blijf in evenwicht. Blijf de gehele tijd in de juiste houding. Dit maakt het makkelijker het elektrische apparaat onder controle te houden in geval van onverwachte situaties tijdens het gebruik.
Maak gebruik van beschermende kleding. Draag geen loszittende kleding en sieraden. Houd het haar, kleding en werkhandschoenen uit de buurt van bewegende delen van het elektrische gereedschap. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen in aanraking komen met de bewegende delen van het gereedschap. Maak gebruik van stofafscheiders of stofbakken indien van toepassing. Zorg ervoor dat dit correct wordt vastgemaakt. De toepassing van een stofafzuiging vermindert het risico op ernstige verwondingen.
Gebruik van het elektrische apparaat
Het elektrische apparaat niet belasten. Maak gebruik van gereedschap dat nodig is voor de desbetreffende werkzaamheden.
Correct gereedschap dat bestemd is voor de desbetreffende werkzaamheden zorg voor efficiëntere en veiligere werkzaamheden.
Maak geen gebruik van het elektrische gereedschap indien de schakelaar niet werkt. Gereedschap dat niet kan worden gecontroleerd door middel van de schakelaar is gevaarlijk en dient te worden gerepareerd.
Trek de stekker uit het stopcontact voordat men het apparaat gaat afstellen, toebehoren gaat vervangen of voordat men het gereedschap wilt opslaan. Dit voorkomt het onbedoeld inschakelen van het elektrische gereedschap.
Bewaar het gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat ongeschoolde personen geen gebruik maken van het gereedschap. Het elektrisch gereedschap kan gevaarlijk zijn in de handen van ongeschoolde personen.
Zorg voor het juiste onderhoud van het gereedschap. Controleer het gereedschap op fouten of loszittende onderdelen.
Controleer de onderdelen op beschadigingen. In geval van eventuele gebreken dient men dit te repareren voordat men gebruik gaat maken van het elektrische apparaat. Veel ongelukken worden veroorzaakt door onjuist onderhouden gereedschap. Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschappen zijn makkelijker te controleren tijdens de werkzaamheden.
Gebruik elektrisch gereedschap en accessoires in overeenstemming met deze instructies. Gebruik gereedschappen voor het beoogde doel, rekening houdend met het type en de arbeidsomstandigheden. Het gebruik van gereedschappen voor andere werkzaamheden dan de bestemming daarvan kan de kans op gevaarlijke situaties te verhogen.
Reparatie
Repareer het gereedschap alleen op de daarvoor gerechtigde plaatsen en maak alleen gebruik van originele onderdelen.
Dit garandeert een goede veiligheid van het elektrisch gereedschap.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Neem bij het gebruik van de machine altijd de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing en alsook de andere veiligheidsin-structies in acht.
NL
Het gebruik van spuitpistolen door kinderen of personen die niet zijn opgeleid voor het gebruik van spuitpistolen is niet toegestaan.
Richt het apparaat nooit op mensen of dieren.
Spuitpistolen mogen niet worden gebruikt voor brandbare materialen.
Spuitpistolen niet reinigen met ontvlambare oplosmiddelen.
Vermijd risico's die worden veroorzaakt door sproeimateriaal en controleer de markering op de verpakking of de door de fabrikant verstrekte informatie over sproeimateriaal, met inbegrip van de eisen voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Spuit geen materialen die een onbekend gevaar kunnen opleveren.
Let op! Een hogedrukstraal kan ernstige huidbeschadiging veroorzaken. Laat nooit een deel van het lichaam in contact komen met de straal. Beschermende kleding biedt onvoldoende bescherming tegen letsels onder vorm van injecties.
In geval van injectie van een hoge drukstroom onder de huid, onmiddellijk een arts raadplegen. De arts moet worden geïnformeerd over het soort stof dat werd ingespoten.
Niet eten, drinken of roken in de werkomgeving.
Draag altijd een adembeschermingsmasker ter bescherming tegen het inademen van schadelijke dampen.
Zorg voor voldoende ventilatie, zodat er geen ophoping van brandbare dampen in de lucht van de werkruimte ontstaat.
Passende maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat gevaren worden veroorzaakt door de stof die wordt gesproeid. Volg de instructies op de verpakking of de instructies van de fabrikant voor de te verstuiven stof.
Spuit geen stoff en die verboden zijn in deze handleiding.
Spuit geen materialen van onbekende samenstelling.
Gebruik het apparaat niet zonder de gemonteerde sproeikap.
Gebruik het apparaat nooit als er veiligheidsvoorzieningen of afschermingen beschadigd zijn.
Gebruik alleen originele reserveonderdelen, voer alle reparaties uit in een geautoriseerde reparatiewerkplaats.
Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u problemen oplost, onderhoud uitvoert of wanneer u het apparaat niet gebruikt.
Controleer altijd of de bestaande voedingsspanning overeenkomt met de op het typeplaatje van de machine aangegeven spanning.
VOORBEREIDING OP HET WERK
LET OP! Accessoires mogen alleen worden geïnstalleerd als de stroomtoevoer wordt onderbroken. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
Bepaling van de viscositeit van het coatingmateriaal
Het product is uitgerust met een viscometer (trechter), waarmee kan worden bepaald of de viscositeit (dichtheid) van de verf geschikt is voor het pistool.
Meng het te spuiten coatingmateriaal grondig. Het doel van het mengen is om een ongelijke verdeling van de dichtheid van het coatingmateriaal te voorkomen.
Dompel de viscositeitsmeter onder tot hij zich onder het oppervlak van de vloeistof bevindt.
Hef de viscositeitsmeter boven het vloeistofoppervlak en meet de tijd die nodig is om de viscositeitsmeter te legen.
Afhankelijk van het type vloeistof moet de viscositeitsmeter binnen 18 s ± 2 s worden geleegd.
De dichtheid van het coatingmateriaal kan worden verminderd door gebruik te maken van de verdunner die in de documentatie bij het coatingmateriaal is gespecifi ceerd.
Pistoolassemblage (II)
Bevestig de kop met het mondstuk en de verftank op de aandrijvingsbehuizing. Zorg ervoor dat de vergrendelknop op het open hangslotsymbool is ingesteld. Druk de kop tot aan de opening in de aandrijvingsbehuizing, druk vervolgens de knop in en draai hem zodanig dat hij naar het hangslotsymbool wijst. Controleer of de installatie correct is. Een correct gemonteerde kop kan niet worden verwijderd, behalve door de vergrendelknop te verstellen om een open hangslotsymbool aan te geven.
Vullen en monteren van de verftank
Schroef de verftank los. Druk de aanzuigbuis stevig in het montagegat. Het uiteinde van de zuigpijp is gebogen om de verftank nauwkeuriger te kunnen legen wanneer het pistool onder een hoek wordt gehouden, bijvoorbeeld bij het schilderen van vloeren of plafonds. Richt bij het verdraaien van de aanzuigleiding het gebogen uiteinde van de buis in de tegenovergestelde richting van de verwachte helling van het pistool (III). Vul de verftank met verf van geschikte viscositeit. De bovenste capaciteitsmarkering van de verftank niet overschrijden. Schroef de verftank voorzichtig vast aan het pistool, draai de tank vast om de verbinding af te dichten.
Veiligheidsinstructies betreff ende het laden van de accu
Opgelet! Vooraleer te beginnen met laden, controleer of het corpus van de voeding, het netsnoer en de stekker geen barsten of beschadigingen vertonen. Het is verboden om een defecte od beschadigde laadstation of voeding te gebruiken. Om accu te laden, mogen enkel de meegeleverde laadstation en voeding worden gebruikt. Gebruik van een andere voeding kan brand of beschadiging veroorzaken. Het laden mag enkel plaatsvinden in een gesloten, droge ruimte waarvan de toegang tot beveiligd is tegen onbevoegden, vooral kinderen. Het is verboden om de lader en de voeding te gebruiken zonder toezicht van een volwassene! Indien het nodig is om de ruimte, waarin het opladen plaatsvindt, te verlaten, dan dient de stekker van de stroom te worden
NL
ontkoppeld. In geval er rook of een verdachte geur enz. uit de lader vrijkomt, dan dient de stekker uit het stopcontact onmiddellijk te worden uitgetrokken!
De boorschroevendraaier wordt met een lege accu meegeleverd, daarom alvorens met het werk te beginnen, dient ze te worden opgeladen met behulp van de meegeleverde lader en voeding volgens de hieronder vermelde procedure. Accu's van het type Li-ion (lithium – ion) vertonen geen zogenaamde „geheugeneffect” wat toelaat om ze op het even welk moment op te laden. Het is echter raadzaam om de accu volledig te ontladen tijdens de normale werking en vervolgens haar volledig op te laden. Indien zulke gebruikswijze van de accu niet altijd mogelijk is wegens de aard van de te verrichten werkzaamheden, dient de accu op deze wijze ten minste 1 keer per enkele of tientallen cycli te worden gebruikt. In geen geval mogen de accu's te worden ontladen waarbij elektroden met elkaar worden verbonden, omdat dit onomkeerbare schade zal veroorzaken! Het is ook verboden de oplaadstatus van de accu te controleren door elektroden te verbinden of vonkontsteking te checken.
Opslag van accu
Om de levensduur van de accu te verlengen, dient ze op een plaats met geschikte omstandigheden te worden opgeslagen. De accu heeft een levensduur van ongeveer 500 „laden – ontladen"-cycli. De accu dient in een temperatuur van 0 tot 30 graden Celsius bij een relatieve luchtvochtigheid van 50% te worden bewaard. Om de accu gedurende een lange periode op te slagen, dient ze te worden opgeladen tot ongeveer 70 % van haar capaciteit. In geval van opslag gedurende een langere periode, dient de accu ten minste 1 keer per jaar te worden opgeladen. Het is raadzaam om de accu buitensporig niet te ontladen, omdat dat haar levenduur verkort en onomkeerbare schade kan veroorzaken.
Tijdens de opslag zal de accu zich geleidelijk ontladen wegens lekkage. Het ontladingsproces is afhankelijk van de opslagtemperatuur, hoe hoger de temperatuur hoe sneller de accu zich zal ontladen. In geval van slechte accuopslag kan dit leiden tot lekkage van elektrolyt. In geval van elektrolytlekkage dient het lek met behulp van een neutraliserend middel te worden beveiligd. In geval dat de elektrolyt in contact met de ogen komt, dienen ze uitvoerig met water te worden gespoeld en vervolgens geconsulteerd te worden met de arts. Het is verboden het toestel met een beschadigde accu te gebruiken.
Wanneer de accu verbruikt is, dient deze naar een containerpark voor afvalverwerking te worden gebracht.
Lithium-ionenaccu's worden volgens de wetgeving als gevaarlijke metarialen beschouwd. De gebruiker van het toestel mag het toestel met de accu alsook enkel de accu's zelf over land transporteren. Dan hoeven de bijkomende voorwaarden niet te worden vervuld. In geval het transport wordt uitgevoerd via derden (bvb. zending via koerier) dan dient de wetgeving betreffende het vervoer van gevaarlijke materialen te worden opgevolgd. Alvorens de zending wordt uitgevoerd dient in deze kwestie contact te worden opgenomen met een daarvoor opgeleide persoon.
Het is verboden om beschadigde accu's te vervoeren. Vóór het transport dienen de gedemonteerde accu's uit het toestel te worden verwijderd en de blootliggende contacten te worden beveiligd, bvb. beveiligen door middel van isolatietape. De accu's dienen op zulke wijze in de verpakking te worden beveiligd zodat ze zich niet verplaatsen tijdens het transport. De nationale wetgeving betreffende het vervoer van gevaarlijke materialen dient ook te worden nageleefd.
Opladen van de accu
Opgelet! Alvorens met laden te beginnen, dient de voeding van de laadstation van de netwerkstroom te worden ontkoppeld. Trek hiervoor de stekker van de voeding uit het stopcontact. Bovendien dienen de accu en zijn klemmen te worden gekuist van vuil en stof met behulp van een zachte, droge vod.
De accu heeft een ingebouwde laadindicator. Door het indrukken van de knop worden de diodes (II) belicht, hoe meer diodes belicht zijn, hoe meer de accu is opgeladen. Indien de diodes na het indrukken van de knop niet belicht zijn, dan geeft dit aan dat de accu leeg is.
Ontkoppel de accu van het toestel.
Plaats de accu in de lader (XIV).
Sluit de lader aan het stopcontact van de stroomvoorziening aan.
Een rode diode, dat het laden aangeeft, begint te branden.
Nadat de accu is opgeladen zal de rode diode uitgaan en een groene diode die aangeeft dat de accu is opgeladen, zal branden.
Trek de stekker van de voeding uit het stopcontact van de stroomvoorziening.
Neem de accu uit het laadstation terwijl de knop van de accuvergrendeling wordt ingedrukt.
Opgelet! Indien na het aansluiten van de lader in het stopcontact van de stroomvoorziening de groene diode brandt, wil dit zeggen dat de accu volledig is opgeladen. In dit geval zal de lader met het laadproces niet beginnen.
HET GEBRUIK VAN HET PISTOOL
Het pistool is niet geschikt voor het spuiten van de volgende verven:
Verven met een hoge dichtheid/viscositeit.
Verven met schuurmiddelen zoals rode loodoxide.
Grofkorrelige verven.
Bijtende en alkalische verven.
NL
Alle activiteiten met betrekking tot sproeiregulatie moeten worden uitgevoerd met de stroom uitgeschakeld. Trek hiervoor de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
Aanpassing van het sproeien
Met de sproeikop van het pistool kunt u het spuitoppervlak en de breedte van het spuitmateriaal aanpassen. Het sproeipatroon kan worden aangepast door het draaien van de luchtsproeiers. Verticaal geplaatste sproeikoppen produceren een horizontaal sproeipatroon, terwijl horizontale sproeikoppen een verticaal sproeipatroon (IV) produceren. De breedte van de straal wordt ingesteld met een aparte hendel in een van de twee standen (V), geïllustreerd door het symbool van een smalle of brede straal met coatingmateriaal. Plaats de instelelementen niet op een andere plaats dan in de handleiding beschreven.
LET OP! Druk niet op de trekker van het spuitpistool tijdens het afstellen van de luchtsproeiers.
Sproeihoeveelheidsinstelling voor het coatingmateriaal (VI)
Achter de trigger/schakelaar bevindt zich een bedieningsknop die de beweging van de trekker beperkt. Hoe dieper de trekker wordt ingedrukt, hoe meer spuitmateriaal er uit de spuitmond van het spuitpistool komt. Door de knop met de klok mee te draaien neemt de hoeveelheid coatingmateriaal toe, tegen de klok in neemt de hoeveelheid af. De trekker is voorzien van een merkteken om de aanpassing te vergemakkelijken.
Inschakelen en uitschakelen
Vul de tank met het coatingmateriaal volgens de hierboven beschreven procedure.
Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de netspanning.
Zorg ervoor dat de trekker van het pistool niet wordt ingedrukt.
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
Zet het apparaat aan met de schakelaar, richt het pistool op een veilige plaats en druk op de trekker. Pas de hoeveelheid spuitmateriaal aan, indien nodig, volgens de afstellingsprocedure.
Het pistool wordt uitgeschakeld door de trekker niet meer in te drukken.
Schilderen
Het wordt aanbevolen om eerst wat coatingmateriaal op een testoppervlak te spuiten. Dit voorkomt schade aan het werkgebied. Zorg ervoor dat alle niet te verven oppervlakken goed afgedekt zijn. Zorg ervoor dat het te bedekken oppervlak schoon, droog, ontvet en stofvrij is.
Houd het apparaat rechtop, zodat de sproeieruitlaat zich op ongeveer 20 cm van het te besproeien oppervlak bevindt.
Beweeg het spuitpistool zijwaarts of op en neer zodat het altijd op een constante afstand van het te spuiten oppervlak staat (VII). Begin met het verplaatsen van het pistool en haal dan pas de trekker over. Laat de druk op de trekker los voordat de beweging van het pistool wordt voltooid (VIII). Het verplaatsen van het spuitpistool met een constante beweging, het veranderen van het tempo of het stoppen van het spuitpistool tijdens het spuiten zal resulteren in een ongelijke verdeling van het coatingmateriaal.
Vermijd het horizontaal en verticaal kantelen van het pistool (IX). Dit resulteert in een ongelijke verdeling van het coatingmateriaal.
Breng meerdere dunne lagen coatingmateriaal aan in plaats van één dikke laag. Voordat u de volgende laag aanbrengt, laat u de vorige licht drogen, volg de instructies die bij het spuitmiddel zijn geleverd.
REINIGING EN ONDERHOUD
Waarschuwing! Niet gebruiken voor het reinigen en onderhouden van brandbare materialen.
Onmiddellijk na het spuiten van het coatingmateriaal de verftank losdraaien en de binnen- en buitenkant van de aanzuigleiding reinigen met behulp van een voor het coatingmateriaal ontworpen verdunner. Vul vervolgens de tank met de voor het coatingmateriaal bestemde verdunner en begin met het spuiten op het testoppervlak. Stop met sproeien wanneer schone verdunner uit de sproeier komt.
Stop het sproeien, haal de stekker uit het stopcontact, verwijder vervolgens de tank, maak de rest van de verdunner leeg en droog deze. Demonteer het mondstuk en de aandrijving en controleer de toestand van de afdichtingen (X). Ze kunnen gesmeerd worden met een dun laagje siliconenvet of technische vaseline. Schroef de bevestigingsmoer van de spuitmond los en reinig alle componenten (XI) grondig met een zachte doek en verdunner voor het coatingmateriaal. Demonteer de aanzuigleiding en controleer of er eventueel nog coatingmateriaal is achtergebleven, maak indien nodig schoon met een zachte borstel met kunststof haren. Controleer de toestand van de tankafdichting en het luchtmembraan. Verwijder het diafragma (XII) en reinig het met een in de voor het coatingmateriaal bestemde verdunner gedrenkte doek. Dompel het membraan niet onder in verdunner, omdat het beschadigd kan raken.
Draai de schroef los waarmee de achterkant van de behuizing is bevestigd en verwijder deze en het sponsfilter eronder (XIII). Reinig het filter met een stroom perslucht van maximaal 0,3 MPa. Als het filter na het reinigen nog steeds vuil is, vervang het dan door een nieuw filter. Na het reinigen van het filter, monteert u het filter en het achterste gedeelte van de behuizing op zijn plaats. Gebruik het spuitpistool niet zonder filter, omdat dit het spuitpistool kan beschadigen.
Door het spuitpistool schoon te laten, droogt het coatingmateriaal in het product uit. Dit kan leiden tot onomkeerbare schade aan het toestel.
Reinig de buitenste delen van het product met een zachte, vochtige doek en veeg ze vervolgens droog.
Let op! Het is verboden om het spuitpistool te reinigen door er een straal op te richten of het onder te dompelen in water, verdunner of andere vloeistof. Het is verboden om scherpe voorwerpen en/of schurende reinigingsmiddelen te gebruiken om de pistolen te reinigen.