TKS 2000 - Zaag Herkules - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TKS 2000 Herkules in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TKS 2000 Herkules
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TKS 2000 - Herkules en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TKS 2000 van het merk Herkules.
GEBRUIKSAANWIJZING TKS 2000 Herkules
Verklaring van de symbolen op het toestel
![]() | Waarschuwing! Mogelijk voor niet-naleving levensgevaar, risico van letsel of schade aan de machine! |
![]() | Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
![]() | Draag een veiligheidsbril! |
![]() | Draag een gehoorbeschermer!! |
![]() | Draag een stofmasker! |
![]() | Veiligheidshandschoenen dragen! |
![]() | Let op! Lichamelijk gevaar! Niet in het draaiende zaagblad grijpen! |
![]() | Beschermingsklasse II |
Inhoudsopgave: Pagina:
- Inleiding....86
- Beschrijving van het apparaat (afb. 1-4)....86
- Uitpakken 86
- Reglementair gebruik....87
- Belangrijke aanwijzingen....87
- Technische gegevens 93
- Vóór ingebruikneming 93
- Montage en bediening....93
- Bediening 94
- Bedrijf 95
- Transport 96
- Onderhoud 96
- Opbergen 97
- Elektrische aansluiting 97
- Afvalverwijdering en recyclage 98
- Verhelpen van storingen 98
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Advies:
Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
- onjuist gebruik,
- niet-naleving van de gebruiksinstructies,
- reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
- installatie en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
- ongepast gebruik,
- falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specificaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften.
Aanbevelingen:
Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat.
Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat.
De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kan besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiksaanwijzing moet u absoluut de voor de werking van de machine geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken.
Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.
Naast de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moeten voor de werking van identieke apparaten de algemeen erkende technische regels in acht genomen worden.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, die door het niet in acht nemen van deze handleiding en de veiligheidsaanwijzingen ontstaan.
2. Beschrijving van het apparaat (afb. 1-4)
- Zaagtafel
- Tafelinleg
- Zaagblad
- Zaagbladbescherming
- Afzuigslang
- Splijtwig
- Dwarsaanslag
- Tafelverbreding
- Duwhout
- Onderstel
- Aan-, uitschakelaar (groene toets „I“, rode toets „O“)
11a. Overbelastingsschakelaar - Handwiel
- Houdergreep
- Geleidingsrail
- Parallelaanslag
- Poten
16a. Rubberen voetjes
16b. Steunchassis - Middenbalk, lang
- Middenbal, kort
- Zeskantschroef
- Zeskantmoer
21a. Schoor, kort
21b. Schoor lang
21c. Dwarsbalk
22a. Zaagbladsleutel 10/21 mm
22b. Zaagbladsleutel 10/13 mm
3. Uitpakken
- Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
- Controleer of de leveringsomvang compleet is.
- Controleer het toestel en de accessoires op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode.
LET OP!
Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!
- Poten 4x (16)
- Middenbalk, lang 2x (17)
• Middenbalk kort 2x (18) - Schoor, lang 2x (21a)
- Schoor, kort 2x (21b)
- Dwarsbalk 4x (21c)
• Steunchassis 2x (16b)
• Tafelverbreding 2x (8)
• Rubberen voetjes 4x (16a) - Parallelaanslag (15)
- Afzuigslang (4)
- Dwarsaanslag (7)
- Afzuigslang (5)
- Duwhout (9)
• Zaagbladsleutel, 10/21 mm (22a)
• Zaagbladsleutel, 10/13 mm (22b)
• Zeskantschroef 32x (19) - Zeskantmoer 24x (20)
- Splijtwig (6)
4. Reglementairgebruik
De tafelcirkelzaag dient om alle soorten hout in de lengte en breedte (enkel met dwarsaanslag) overeenkomstig de grootte van de machine te snijden. Rond hout van welke soort dan ook mag niet worden gesneden.
Het toestel mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor het bedoeld is.
Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.
Alleen de voor de machine gepaste zaagbladen (HM of CV zaagbladen) mogen worden gebruikt.
Het gebruik van HSS zaagbladen en doorslijpschijven van welke soort dan ook is verboden. Het naleven van de veiligheidsvoorschriften alsmede van de montage-instructies en aanwijzingen aangaande de werking vermeld in deze handleiding maakt even-eens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van de arbeidsgeneeskunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen.
⚠ Let op!
Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding/veiligheidsinstructies zorgvuldig door.
Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit gereedschap aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding/veiligheidsinstructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan nietnaleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.
Veranderingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks het doelmatig gebruik kunnen bepaalde restrisicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten gevolge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende risico's voordoen:
- Raken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
• Grijpen in het draaiende zaagblad (snijwonden). - Terugstoot van werkstukken en werkstukdelen.
- Zaagbladbreuken.
- Wegspringen van defecte hardmetalen stukken van het zaagblad.
- Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbeschermer.
- Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat schadelijk is voor de gezondheid.
⚠ Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.
Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
5. Belangrijke aanwijzingen
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch apparaat zijn meegeleverd.
Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
1) Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevin- den. Door elektrisch gereedschap ontstane von- ken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. On-gewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht.
Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het snoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scherperanden of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
4) Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5) Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.
Veiligheidsvoorschriften voor tafelcirkelzagen
Veiligheidsafdekkingsgerelateerde veiligheidsvoorschriften
a) Laat de veiligheidsafdekkingen gemonteerd. Veiligheidsafdekkingen moeten functionerend en juist gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet juist functionerende veiligheidsafdekkingen moeten worden gerepareerd of worden vervangen.
b) Gebruik voor eindsnedes altijd de zaagblad-veiligheidsafdekking en de splijtwig. Voor eindsnedes waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, reduceert de veiligheidsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen het risico op letsel.
c) Plaats na het voltooien van de werkprocessen (bijv. vouwen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan), waarbij het verwijderen van de veiligheidsafdekking en/of splijtwig noodzakelijk is, direct het veiligheidssysteem terug.
De veiligheidsafdekking reduceert het risico op letsel.
d) Controleer voor het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad niet de veiligheidsafdekking, de splijtwig of het werkstuk raakt.
Onvoorziene aanraking van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in deze gebruikshandleiding. Onjuiste afstanden, positie en uitlijning kunnen de reden er voor zijn dat de splijtwig een terugslag niet vermijdt.
f) Opdat de splijtwig kan functioneren, moet deze op het werkstuk inwerken. Bij snedes in werkstukken die te kort zijn, om de splijtwig te laten functioneren, is de splijtwig niet actief. Onder deze voorwaarden kan een terugslag niet door de splijtwig worden voorkomen.
g) Gebruik het zaagblad dat bij de splijtwig past.
Om ervoor te zorgen dat de splijtwig goed werkt,
moet de diameter van het zaagblad dunner zijn
dan bij de splijtwig passen, moet het basisblad
van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en
moet de bandbreedte dikker zijn dan de dikte van
de splijtwig.
Veiligheidsvoorschriften voor het zagen
a) △ GEVAAR: Kom met uw vingers en handen nooit in de buurt van het zaagblad of in het zaagbereik.
Een moment van onachtzaamheid of bij wegslippen kan uw hand in het zaagblad schieten wat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Geleid het werkstuk alleen tegen de draairichting van de het zaagblad of snijwerktuig in.
Aanvoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de ta-fel kan er toe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad wordt getrokken.
c) Gebruik bij langssneden nooit de verstekaanslag om het werkstuk aan te voeren, en gebruik bij dwarssnedes met de verstekaanslag nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Het gelijktijdig aanvoeren van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag verhoogt de risico dat het zaagblad komt vast te zitten en er een terugslag ontstaat.
d) Voer bij langssneden de aanvoerkracht op het werkstuk altijd uit tussen aanslagrail en zaagblad. Gebruik een schuifstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad minder is dan 150 mm en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm.
Dergelijke hulpmiddelen zorgen er voor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.
e) Gebruik uitsluitend de meegeleverde schuifstok van de fabrikant of een die overeenkomstig de instructies is vervaardigd.
De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad.
f) Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde schuifstok.
Een beschadigde schuifstok kan breken en er toe leiden dat uw hand in het zaagblad terecht komt.
g) Werk niet "zonder handbescherming". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. "Zonder handbescherming" betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaanslag of de verstekaanslag met de handen wordt ondersteund of geleid.
Het zagen zonder handbescherming leidt tot on- juiste uitlijning, vastklemmen en terugslag.
h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan tot onvoorzien aanraken van het draaiende zaagblad leiden.
i) Ondersteun lange en/of brede werkstukken achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zodat deze horizontaal blijven.
Lange en/of brede werkstukken kunnen aan de rand van de zaagtafel kantelen; dit leidt tot minder controle, vastklemmen van het zaagblad en terugslag.
j) Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Verbuig of verdraai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastklemt, schakelt u het elektrisch gereedschap direct uit, trekt u de netstekker los en verhelpt u de oorzaak voor het vastklemmen.
Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan leiden tot terugslag of het blokkeren van de motor.
k) Verwijder niet het afgezaagde materiaal terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich vastzetten tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de veiligheidsafdekking vast komen te zitten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen, voordat u het materiaal verwijdert.
I) Gebruik voor langssneden aan de werkstukken die dunner zijn dan 2 mm, een extra parallelaanslag die contact heeft met het tafeloppervlak. Dunnere werkstukken kunnen vastlopen achter de parallelaanslag wat tot terugslag kan leiden.
Terugslag - Oorzaken en overeenkomstige veiligheidsvoorschriften
Een terugslag is een plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een hakend, vastklemmend zaagblad of een door het zaagblad schuin uitgevoerde zaagsnede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vast object wordt vastgeklemd.
In de meeste gevallen wordt bij een terugslag het werkstuk door het achterste gedeelte van het zaagblad vastgegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de tafelcirkelzaag. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven.
a) Sta nooit direct in lijn met het zaagblad. Verblijf altijd aan de zijde van het zaagblad waar de aanslagrail zich bevindt.
Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen worden geslingerd die voor en op lijn met het zaagblad staan.
b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk aan te trekken of te steunen.
Hierdoor kan het zaagblad onvoorzien worden aangeraakt of kan een terugslag ontstaan waardoor uw vingers in het zaagblad kunnen worden getrokken.
c) Houd en druk het werkstuk, dat wordt afgezaagd, nooit tegen het draaiende zaagblad.
Door het werkstuk, dat wordt afgezaagd, tegen het zaagblad te drukken, wordt deze vastgeklemd en ontstaat er een terugslag.
d) Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaagblad.
Een niet uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en genereert zo een terugslag.
e) Gebruik bij afgedekte zaagsnedes (bijv. vouwen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan) een drukkam om het werkstuk tegen de tafel en de aanslagrail te geleiden.
Met een drukkam kunt u het werkstuk bij terugslag beter onder controle houden.
f) Weeg met name voorzichtig bij het zagen in verborgen bereiken van samengevoegde werkstukken.
Het invallende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.
g) Ondersteun grote platen om het risico op een terugslag door een ingeklemd zaagblad te verminderen.
Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar deze uitsteken ten opzichte van het tafelblad.
h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van werkstukken die verdraaid, los zitten of vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken waarmee ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid.
Een vervormd, losgeraakt of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot onjuiste uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, zal vastklemmen en een terugslag veroorzaken.
i) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter el- kaar gestapelde werkstukken.
Het zaagblad kan een of meer onderdelen vastgrijpen en een terugslag veroorzaken.
j) Als u een zaag, die in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaaggleuf dusdanig dat de zaagtanden niet in het werkstuk vastzitten.
Als het zaagblad vastklemt, kan deze het werkstuk optillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart.
k) Zorg dat de zaagbladen schoon blijven, scherp en voldoende geschrankt is. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met scheuren of afgebroken tanden.
Scherpe en juist geschrankte zaagbladen minimaliseren het vastklemmen, blokkeren of terug-slag.
Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van de tafelcirkelzagen
a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel deze los van de stroomvoorziening voordat u het tafelinzetstuk verwijderd, het zaagblad vervang, instellingen aan de splijtwig of de afdekking van het zaagblad aanbrengt en als de machine zonder toezicht is.
Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen.
b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga pas weg als deze volledig tot stilstand is gekomen.
Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een ongecontroleerd gevaar.
c) Stel de tafelcirkelzaag op een locatie op die waterpas is en goed wordt geventileerd en waar u veilig kunt staan en het evenwicht kunt bewaren. De opstellingslocatie moet voldoende ruimte bieden om de maat van uw werkstukken goed te kunnen hanteren.
Rommel en slecht verlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
d) Verwijder regelmatig het zaagsel en zaagmeel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging.
Opgehoopt zaagmeel is brandbaar en kan uit zichzelf gaan ontbranden.
e) Borg de tafelcirkelzaag.
Een tafelcirkelzaag die niet volgens de voorschriften is geborgd, kan gaan bewegen of kantelen.
f) Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de tafelcirkelzaag voordat u deze inschakelt.
Afleiding of mogelijk vastklemmen kan gevaarlijk zijn.
g) Gebruik altijd zaagbladen van het juiste formaat en met passende opnameboring (bijv. ruitvormig of rond).
Zaagbladen, die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen niet rond en leiden tot verlies van de controle.
h) Gebruik nooit beschadigd of onjuist montage- materiaal voor het zaagblad, zoals bijv. flen- sen, onderlegringen, schroeven of moeren.
Het montagemateriaal van dit zaagblad is speciaal voor de zaag gemaakt, voor optimaal vermogen en bedrijfsveiligheid.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag niet als opstapkrukje. r kan ernstig letsel ontstaan als het elektrisch gereedschap kantelt of als u onvoorzien met het zaagblad in aanraking komt.
j) Controleer of het zaagblad in de juiste draai- richting is gemonteerd. Gebruik geen slijp- schijf of staalborstel met de tafelcirkelzaag.
Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires kan tot ernstig letsel leiden.
Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen
1 Gebruik alleen gereedschap als u weet hoe u ermee om moet gaan.
2 Houd rekening met het maximale toerental. Het maximale toerental dat op het gereedschap staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.
3 Let op de draairichting van de motor en het zaagblad.
4 Gebruik geen gereedschap dat barsten vertoont. Gooi het gereedschap weg als het barsten vertoont. Het is niet toegestaan om het te repareren.
5 De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan.
6 Gebruik geen losse pasringen of -bussen om de boring van cirkelzaagbladen te verkleinen.
7 Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de borging van het gereedschap dezelfde diameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
8 Controleer of de bevestigde pasringen parallel aan elkaar lopen.
9 Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstukken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpakking en of in speciale houders. Draag beschermende handschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.
10 Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of de veiligheidsvoorzieningen correct zijn aangebracht.
11 Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzetstuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is.
12 Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.
13. Gebruik het juiste zaagblad voor het te bewerken materiaal.
14. Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die op de zaag staat aangegeven.
15. Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of hoger toerental dan op het elektrisch gereedschap gemarkeerd zijn.
16. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen, die, indien deze voor het zagen van hout of gelijksoortige materialen zijn bedoeld, overeenkomen met EN 847-1.
17. Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals bijv.:
– Gehoorbescherming;
- Veiligheidshandschoenen bij het hanteren van zaagbladen.
-
Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen die voldoen aan EN 847-1. Waarschuwing! Let er bij het wisselen van het zaagblad op, dat de zaagbreedte niet geringer en de dikte van het stamblad niet groter is dan de dikte van de splijtwig!
-
Voorkom bij het zagen van hout en kunststoffen een oververhitting van de zaagtanden. Reduceer de aanvoersnelheid om te voorkomen dat het kunststof smelt.
Restrisico's
De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico's.
- De restrisico's kunnen tot een minimum worden beperkt wanneer aan de „Veiligheidsmaatregelen“ en het „Gebruik volgens bestemming“ wordt voldaan en de gebruiksaanwijzing in zijn geheel wordt opgevolgd.
- Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen, wat leidt tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
- Gebruik altijd klemmen wanneer u kunststof moet zagen: de te zagen delen moeten altijd met klemmen worden vastgezet.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
- Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw afkortzaag.
- Houd uw handen buiten de werkruimte, wanneer de machine in bedrijf is.
Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de startknop los en trekt u de stekker uit het stopcontact.
| Vermogen S1 1800W | |
| Bedrijfsmodus S6 25% 2000W | |
| Nullasttoerental | 5000 min ^-1 |
| Hardmetaalzaagblad | 250 x 30 x 2,8 mm |
| Aantal tanden | 24 |
| Dikte splijtwig | 2 mm |
| Tafelafmetingen | 563 x 583 x 28mm |
| Snijhoogte max. 90° | 85 mm |
| Snijhoogte max. 45° | 65 mm |
| Hoogteverstelling | 0 - 85 mm |
| Zwenkbereik | 0 - 45° |
| Afzuigaansluiting | 35 mm |
| Gewicht ca. | 19 kg |
* Bedrijfsmodus S6 25%: Continubedrijf met in-termitterende belasting (speelduur 10 min). Rond de motor niet-ontvankelijk moet worden verhit de motor 25% van de speeltijd worden bediend met een nominaal vermogen en moet dan 75% van de speeltijd blijven draaien zonder belasting.
Geluid en vibratie
Het geluid van deze zaag is bepaald conform EN 62841.
| Geluidsdrukniveau L_pA | 94,0 dB(A) |
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogen L_WA | 107,0 dB(A) |
| Onzekerheid K_WA | 3 dB |
Draag een gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 62841.
7. Vóór ingebruikneming
- De machine moet worden opgesteld zodat ze veilig staat, d.w.z. ze moet op een werkbank, op een onderframe worden vastgeschroefd. Gebruik hiertoe de boorgaten, die zich aan de binnenzijde van de framepoten bevinden.
- Vóór ingebruikneming dienen alle afdekkingen en veiligheidsinrichtingen naar behoren te zijn gemonteerd.
- Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
-
Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen letten zoals b.v. nagels of schroeven etc.
-
Voordat u de AAN-/UIT-schakelaar bedient moet het zaagblad correct gemonteerd zijn. Beweeglijke delen moeten gemakkelijk bewegen.
- Vóór het aansluiten controleren of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenstemmen met de gegevens van het stroomnet.
- Sluit de machine enkel aan op een naar behoren geïnstalleerd veiligheidsstopcontact dat beveiligd is door een zekering van minstens 16A.
8. Montage en bediening
Let op! Trek vóór alle onderhouds-, afstelen montagewerkzaamheden telkens de netstekker uit het stopcontact.
Plaats alle onderdelen op een vlakke ondergrond geleverd. Gelieve groep gelijke delen.
Opmerking: Als verbindingen met een schroef (Risso / of zeshoekige), hex moeren en ringen worden ondersteund, de wasmachine moet worden onder de moer geïnstalleerd.
Breng de bouten elk van buitenaf een, beveiligde ver- bindingen met noten binnen.
Opmerking: Draai de moeren en bouten bij de montage alleen in de mate dat ze niet naar beneden kunnen vallen.
Als u al vóór de definitieve montage op / draai de moeren en bouten, kan de eindmontage niet worden uitgevoerd.
8.1 Tafelverbreding monteren (afb. 5)
- De zaag omdraaien en met de tafel naar onderen op de vloer plaatsen.
- De tafelverbreding (8) vlak uitlijnen met de zaagtafel (1).
- Bevestig losjes de tafelverbreding (8) van de zaagtafel (1) doormiddel van de zeskantige bouten (19) en zeskantmoeren (20). Herhaal dit proces aan de andere kant.
- Schroef de steunschoren (21a, 21b) met de zes-kantige bouten (19), veerring (20a), ringen (20b) aan de tafelverbredingen (8).
- Draai aansluitend alle schroeven vast.
8.2 Montage onderstel (afb. 6 - 7.1)
- Schroef de vier steunpoten (16) samen met de steunschoren (21a, 21b) en de zeskantige bouten (19) aan de zaag (fig. 6). Maak, om dit te doen, gebruik van de bijgeleverde zaagbladsleutel (21a). (afb. 6).
-
Bevestig nu de rubberen voetjes (16a) aan de po- ten (16) (fig. 6.1.).
-
Schroef nu de lange middelste balk (17) en de korte middelste balk (18) met de zeskantschroeven (19) en de zeskantmoeren (20) aan de poten (16). Let erop dat stangen van dezelfde lengte tegenover elkaar liggen. De lange dwarsstangen (17 - gemarkeerd met „B“) moeten evenwijdig aan de bedieningszijde van de zaag worden gemonteerd. (afb. 7).
-
Bevestig losjes aan de gaten in de achterste poten de steunschoren (16b), elk met 2 zeskantige bouten (19) en zeskantmoeren (20). (fig. 7.1) Let op!
De beide steunchassisdelen dienen aan de achterzijde van de machine bevestigd te worden!
- Schroef aansluitend alle schroeven en moeren van het onderstel vast.
8.3 Splijtwig instellen / monteren (afb. 8 - 10) ⚠️ Let op! Haal de stekker uit de contact- doos! De instelling van de splijtwig (6) moet voorafgaand aan de ingebruikname worden gecontroleerd.
-
Het zaagblad (3) op maximale zaagdiepte instellen, in de 0°-stand plaatsen en vastzetten.
-
De schroef (23) van de tafelinleg (22) met een kruisschroevendraaier losdraaien en de tafelinleg (2) er uitnemen (afb. 8).
-
De afstand tussen het zaagblad (3) en de splijtwig (6) mag max. 5 mm bedragen. (afb. 9)
-
Draai de bevestigingsbouten (24) aan en trek de wig (6) eruit tot dat de juiste afstand ingesteld is (afb.10)
-
De bevestigingsschroef (24) weer vastdraaien en de tafelinleg (2) monteren.
8.4 Zaagbladbescherming monteren / demonteren (afb. 11 - 12)
-
De zaagbladbescherming (4) samen met schroef (25) van bovenaf op de splijtwig (6) plaatsen, zo- dat de schroef vast in de ovale opening van de splijtwig (6) is geplaatst.
-
De schroef (25) niet te vast aandraaien; de zaagbladbescherming (6) moet vrij kunnen bewegen.
-
De afzuigslang (5) op de afzuigadapter (26) en de afzuigsteunen van de zaagblagbladbescherming (4) steken. Een passende spanenafzuigslang aansluiten op de afzuigadapter (26).
-
De demontage geschiedt in omgekeerde volgorde. Let op!
Voorafgaand aan het zagen moet de zaagbladbescherming (4) op het te zagen materiaal worden neergelaten.
8.5 Tafelinleg vervangen (afb. 8)
-
Bij slijtage of beschadiging moet de tafelinleg (2) worden vervangen, omdat anders een vergroot gevaar op letsel bestaat.
-
De schroef (23) met een kruisschroevendraaier verwijderen.
-
De versleten tafelinleg (2) er uitnemen.
-
De montage van de nieuwe tafelinleg gebeurd in omgekeerde volgorde.
8.6 Montage/vervanging van het zaagblad (afb. 13)
-
Let op! Trek de netstekker uit de contactdoos en draag beschermende handschoenen.
-
De zaagbladbescherming (4) demonteren (zie 8.4)
-
De tafelinleg (2) verwijderen (zie 8.5)
-
De moeren losdraaien, door een zaagbladsleutel (22a) op de moer te plaatsen en met de andere zaagbladsleutel (22b) op de motoras tegenhouden (zie afb. 22).
-
Let op! Draai de moeren in de draairichting van het zaagblad.
-
De buitenste flens er afhalen en het oude zaagblad van de binnenste flens trekken.
-
De zaagbladflens vóór de montage van het nieuwe zaagblad zorgvuldig met een staalborstel schoonmaken.
-
Het nieuwe zaagblad in omgekeerde volgorde weer plaatsen en vastdraaien.
Let op! Let op de looprichting, de schuine sneden van de tanden moet in de looprichting, oftewel naar voren zijn gericht.
-
De tafelinleg (2) evenals de zaagbladbescherming (4) opnieuw monteren en instellen (zie 8.4 en 8.5)
-
Voordat u weer met de zaag gaat werken, moet de werking van de veiligheidsvoorzieningen worden gecontroleerd.
-
Controleer de zaagbladbescherming (4) na de montage op de correcte werking. Til de zaagbladbescherming op en laat deze los. De zaagbladbescherming moet zelfstandig terugkeren naar de uitgangspositie.
9. Bediening
9.1 AAN/UIT-schakelaar (afb. 14)
- De zaag kan worden aangezet door de groene toets "I" (11) in te drukken. Wacht met het zagen tot het zaagblad zijn maximumtoerental heeft bereikt.
- De zaag wordt terug afgezet door de rode toets "0" (11) in te drukken.
9.2 Snijdiepte (afb. 14)
Het zaagblad (3) kan op de gewenste snijdiepte worden afgesteld door het handwiel (12) te draaien.
- Tegen de wijzers van de klok in: kleine zaagdiepte.
- Met de wijzers van de klok mee; grotere zaagdiepte
Controleer de instelling op basis van een steekproof cut.
9.3 Hoekafstelling (afb. 14)
Met zag de tafel verstekzagen kan worden gemaakt om de stop bar aan de linkerkant van 0° -45°.
⚠ Controleer voor elk gesneden dat er tussen de aanslagrail (27), transversale gauge (7) en het zaagblad (3) geen botsing is mogelijk.
- Vastzetgreep (13) losdraaien
- Door indrukken en draaien van het handwiel (12) de gewenste hoekgraad van de schaalverdeling instellen.
- Vastzetgreep (13) in de gewenste hoekpositie vergrendelen.
9.4 Werken met de parallelaanslag
9.4.1 Instellen van de aanslaghoogte (afb. 15 - 16)
- De aanslagrail (27) van de parallelaanslag (15) heeft twee in hoogte verschillende geleidingsvlakken.
- Afhankelijk van de dikte van de te zagen materialen moet de aanslagrail (27) volgens afb. 16 voor dik materiaal (met een dikte van meer dan 25 mm van het werkstuk) en volgens afb. 15 voor dunner materiaal (met een dikte van minder dan 25 mm van het werkstuk) worden gebruikt.
9.4.2 Aanslagrail draaien (afb. 15 - 16)
- Draai de vleugelmoeren (28) eerst iets losser om de aanslagrail (27) te kunnen draaien.
- Nu kan de aanslagrail (27) van de geleidingsrail (29) worden getrokken en met de betreffende geleiding weer hier overheen worden geschoven.
- Draai de vleugelmoeren (28) weer aan.
- De aanslagrail (27) kan naar wens links of rechts van de geleidingsrail (29) worden aangebracht. Monteer hiervoor alleen de schroeven van de andere kant van de geleidingsrail (29).
9.4.3 Instellen van de zaagbreedte (afb. 17)
- Bij de in de lengte zagen van houten delen moet de parallelaanslag (15) worden gebruikt.
- De parallelaanslag (15) dient op de rechter zijde van het zaagblad (3) te worden gemonteerd.
- Plaats de parallelaanslag (15) van boven op de geleidingsrail voor de parallelaanslag (14).
-
Op de geleidingsrail voor parallelaanslag (14) zijn twee schaalverdelingen aangebracht, die de afstand tussen de parallelaanslag (15) en het zaagblad (3) aangeven.
-
Kies afhankelijk hiervan, of de aanslagrail (27) voor de bewerking van dik of dun materiaal is gedraaid, de passende schaalverdeling; hoge aanslagrail (dik materiaal): lage aanslagrail (dun materiaal):
- Parallelaanslag (15) op de gewenste maat op het kijkglas instellen en met de klemhendel voor parallelaanslag (30) vastzetten.
- Let bij het installeren of afstellen van de parallelaanslag op, dat de parallelaanslag parallel aan het zaagblad is uitgelijnd.
9.5 Dwarsaanslag (afb. 18)
- De dwarsaanslag (13) in een groef (31a/31b)) van de zaagtafel schuiven.
- De klemschroef (32) losser draaien.
- De dwarsaanslag (7) draaien, tot de gewenste hoekgraad is ingesteld. De pijl op de dwarsaanslag geeft de ingestelde hoek aan. (0°-60°)
- Draai de klemschroef (32) weer vast.
- De aanslagrail (34) kan op de dwarsaanslag (7) worden verschoven. Draai hiervoor de moeren (33) losser en schuif de aanslagrail (34) in de gewenste positie. Draai de moeren (34) weer aan.
Let op!
- Schuif de aanslagrail (34) niet te veer in de richting van het zaagblad.
- De afstand tussen de aanslagrail (34) en het zaagblad (3) dient ca. 2 cm te bedragen.
10. Bedrijf
Werkinstructies
Na elke nieuwe afstelling is het aan te raden een proefsnede uit te voeren om de afgestelde afmetingen te controleren. Na het aanzetten van de zaag wachten tot het zaagblad zijn maximumtoerental heeft bereikt voordat u de snede uitvoert.
Lange werkstukken aan het einde van het snijden beveiligen tegen neerkantelen! (b.v. afrolstandaard etc.) Let op bij het insnijden!
Gebruik het toestel alleen met afzuiging.
Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.
Geschiktheid van de zaagbladen:
- 24 tanden: zachte materialen, hoge spaanafname, grof snijbeeld
- 48 tanden: harde materialen, geringere spaanafname, fijner snijbeeld
10.1 Uitvoeren van langssneden (afb. 19)
Hierbij wordt een werkstuk in lengterichting doorsne- den. Eén kant van het werkstuk wordt tegen de parallelaanslag (15) geduwd terwijl de vlakke zijde op de zaagtafel (1) ligt. De zaagbladafdekking (4) moet altijd op het werkstuk worden neergelaten. De werkstand tijdens het zagen in lengterichting mag nooit in één lijn met het verloop van de snede zijn.
- Parallelaanslag (15) afstellen naargelang van de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 9.4).
- Zaag aanzetten.
- Handen met gesloten vingers plat op het werkstuk leggen en het werkstuk langs de parallelaanslag (15) het zaagblad (3) in schuiven.
- Met de linker of rechter hand (naargelang de positie van de parallelaanslag) zijdelings geleiden, maar enkel tot de voorkant van de zaagbladafdekking (4).
- Werkstuk steeds tot het einde van het splijtwig (6) doorschuiven.
- De snijafval blijft op de zaagtafel (1) liggen tot het zaagblad (3) opnieuw tot stilstand is gekomen.
- Lange werkstukken aan het einde van het snijden beveiligen tegen neerkantelen! (b.v. afrolstandaard etc.)
10.1.1 Snijden van smallere werkstukken (afb. 20)
Langssneden van werkstukken met een breedte van minder dan 120 mm moeten zeker met gebruikmaking van een schuifstok (9) worden uitgevoerd. Schuifstok is niet bij de levering begrepen. Versleten of beschadigde schuifstok onmiddellijk vervangen.
- Stel de parallelaanslag overeenkomstig de beoogde werkstuk breedte. (zie 9.4)
- Gebruik het werkstuk met beide handen verschuiven, in het gebied van het zaagblad se een schuifstok (9) en stuwkracht hulp.
- Werkstuk altijd door te stoten tot het einde van de splijtwig.
⚠ Let op! Bij korte werkstukken moet de schuifstok worden gebruikt.
10.1.2 Uitvoeren van schuine sneden (afb. 21)
Schuine sneden worden principieel uitgevoerd mits gebruikmaking van de parallelaanslag (15).
- Zaagblad op de gewenste hoekmaat afstellen. (zie 9.3)
- Parallelaanslag (15) afstellen naargelang de breedte en de hoogte van het werkstuk (zie 9.4).
- Snede conform de werkstukbreedte uitvoeren (zie 10.1)
10.2 Uitvoeren van dwarssneden (afb. 22)
- Dwarsaanslag (7) in één van de beide groeven (31a/b) van de zaagtafel schuiven en op de gewenste hoekmaat afstellen (zie 9.5).
Indien het zaagblad (3) bovendien schuin wordt gesteld, moet die groef (31a) worden gebruikt die voorkomt dat uw hand en de dwarsaanslag met de zaagbladafdekking in contact komen.
- Indien aanslagrail gebruiken.
- Werkstuk hard tegen de dwarsaanslag (7) drukken.
- Zaag aanzetten.
- Dwarsaanslag (7) en werkstuk naar het zaagblad toe schuiven teneinde de snede uit te voeren.
Let op!
Hou altijd het geleide werkstuk vast, nooit het vrije werkstuk dat afgesneden wordt.
- Dwarsaanslag (7) altijd blijven vooruitschuiven tot het werkstuk helemaal is doorgesneden.
- Zaag weer uitzetten. Zaagafval pas verwijderen als het zaagblad stilstaat.
10.3 Snijden van spaanderplaten
Om het uitbreken van de snijkanten bij het snijden van spaanderplaten te voorkomen moet het zaagblad (3) niet hoger dan 5 mm boven werkstukdikte worden afgesteld (zie ook punt 9.2).
11. Transport
- Schakel het elektrische gereedschap voordat alle vervoersdiensten en de stekker uit het stopcontact.
- Breng de machine ten minste twee mensen, niet de tafel extensies niet aan.
- Bescherm de machine tegen schokken, stoten en sterke trillingen, bv tijdens het transport in voertui-gen.
- Zorg ervoor dat het toestel niet kan verschuiven, sjor het toestel goed vast.
- Gebruik bescherminrichtingen nooit voor de hantering of het transport.
12. Onderhoud
⚠ Onderhoud! Telkens voor het instellen, het uitvoeren van onderhoud of reparaties de stekker uit het stopcontact trekken!
12.1 Algemene onderhoudswerkzaamheden
- Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- Het is aan te bevelen het toestel onmiddellijk na elk gebruik schoon te maken.
-
Maak het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep schoon. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofdelen van het toestel kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnen in het toestel terecht kan komen.
-
Olie om de levensduur van het apparaat te verlengen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën.
- Reinig de stofafzuigsystemen door met perslucht uit te blazen.
12.2 Koolborstels
- Bij bovenmatige vonkvorming laat u de koolborstels door een erkende elektricien nazien. Let op! De koolborstels mogen enkel door een erkende elektricien worden vervangen.
12.3 Overbelastingsschakelaar
De motor van dit apparaat is met een overbelastingsschakelaar (11a) tegen overbelasting beschermd. Bij overschrijding van de nominale stroom schakelt de overbelastingsschakelaar (11a) het apparaat uit. Ga in dit geval als volgt te werk:
- Het apparaat meerdere minuten laten afkoelen.
- De overbelastingsschakelaar (11a) indrukken.
- Het apparaat door het indrukken van de groene knop "I" inschakelen.
Service-informatie
U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*:koolborstels, tafelinzetstuk, schijfstok, zaagblad
* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.
13. Opbergen
Bewaar het toestel en de accessoires op een donke-re, droge en vorstvrije plaats die voor kinderen on-toegankelijk is. De optimale opbergtemperatuur ligt tussen 5° C en 30° C.
Bewaar het elektrische materieel in de originele verpakking.
Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te beschermen.
Zaagbladen en sleutels die niet in gebruik zijn, kunnen worden opgeborgen zoals in afb.23.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.
14. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften.
De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
- Het product beantwoordt aan de eisen van EN 61000-3-11 en is onderworpen aan speciale aansluitvoorwaarden. Dat will zeggen dat het gebruik op willekeurige vrij te kiezen aansluitpunten niet toegestaan is.
- Het toestel kan bij ongunstige netomstandigheden leiden tot tijdelijke spanningsschommelingen.
- Het product is uitsluitend voorzien om op aansluitpunten te werken die a) een maximaal toegestane netimpedantie „Z“ (Zmax. = 0,346 Ω) niet overschrijden of b) die een permanente stroombelastbaarheid van het net van minstens 100 A per fase hebben.
- U dient er zich als gebruiker van te vergewissen, indien nodig in overleg met uw energievoorzieningmaatschappij, dat uw aansluitpunt waarop u uw product wilt gebruiken, één van de beide genoemde eisen a) of b) vervult.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster-of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
- Sneden omdat over de aansluitkabel is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Gebruik dergelijke beschadigde elektrische aansluit-leidingen niet, door de beschadigde isolatie zijn deze levensgevaarlijk.
Controleer elektrische aansluitleidingen regelmatig op schade. Zorg ervoor dat bij de controle de aansluitleiding niet op het elektriciteitsnet is aangesloten.
Elektrische aansluitleidingen moeten aan de geldende VDE- en DIN-bepalingen voldoen. Gebruik enkel aansluitleidingen met aanduiding H05VV-F.
De type-omschrijving moet verplicht op de aansluit-leiding vermeld zijn.
Aansluittype Y
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230 V\~ bedragen.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een diameter van 1,5 mm ^2 hebben.
De elektrische uitrusting mag enkel door een elektricien aangesloten en gerepareerd worden.
Vermeld bij vragen de volgende gegevens:
- stroomtype van de motor
- gegevens op het typeplaatje van de machine
- gegevens op het typeplaatje van de motor
15. Afvalverwijdering en recyclage

Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en kan dus opnieuw gebruikt worden of kan terugkeren in de kringloop van grondstoffen.

Het apparaat en de accessoires ervan be-uit verschillende soorten materiaal, zoals me- h kunststoffen. Verwijder defecte componenten speciaal afval. Informeer hiernaar bij uw speci- ik of bij de gemeente!
Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid!

Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt worden afge- geven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude apparatuur kan door mogelijke ge- vaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve effecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inza- melpunten voor verbruikte apparatuur kunt u opvra- gen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur of uw afvalverwerkingsstation.
16. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Zaagblad lost na het stoppen van de motor | Moer te licht aangetrokken Draai de bevestigingsmoer naar rechts | |
| Motor start niet | Netzekering uitgevallen | Netzekering controleren |
| Verlengkabel defect | Vervang de verlengkabel | |
| Leidingen naar de motor of schakelaar in de juiste volgorde | Door de elektricien laten controleren | |
| Motor of schakelaar defect | Door de elektricien laten controleren | |
| Motor niet uit te voeren, de zekering reageert | Dwarsdoorsnede van de verlengkabel is niet voldoende | zie Elektrische aansluiting |
| Overbelasting veroorzaakt door botte mes | Zaagblad vervangen | |
| Brandplekken op de zaagsnede | bot zaagblad | Scherp het zaagblad, vervang |
| verkeerde zaagblad | Vervang het zaagblad | |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-
teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.
Garantía ES
Zichtbare gebreken moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper elk recht op aanspraak voor dergelijke gebreken. Bij een juiste behandeling van onze machines en gedurende de wettelijke garantietermijn vanaf de aflevering bieden wij garantie door elk machineonderdeel, dat tijdens deze periode door materiaal- of productiefouten
onbruikbaar zou worden, gratis te vervangen. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, bieden wij enkel garantie in de mate die de toeleveranciers ons bieden. De kosten voor de plaatsing van de nieuwe onderdelen draagt de koper. Aanspraken voor wijzigingen, waardevermindering en overige schadeloosstelling zijn uitgesloten.







