PEKS 1600 C3 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PEKS 1600 C3 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PEKS 1600 C3 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PEKS 1600 C3 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PEKS 1600 C3 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PEKS 1600 C3 PARKSIDE
Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Voor gebruik zorgvuldig lezen en veilig opbergen voor toekomstig gebruik.

Motosega elettrica
Vouw voor het lezen de pagina met de afbeeldingen uit en maak u vervolgens vertrouwd met alle functies van het product.
ES
NL / BE Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften Pagina 80
1 Verklaring van de symbolen op het product.... 81
2 Inleiding.... 83
3 Productbeschrijving (afb. 1-4).... 83
4 Leveringsomvang.... 83
5 Beoogd gebruik.... 83
6 Veiligheidsvoorschriften 84
7 Technische gegevens 89
8 Uitpakken 89
9 Voor de ingebruikname 90
10 Bediening.... 92
11 Werkinstructies 94
12 Reiniging en onderhoud.... 98
13 Opslag en transport 100
14 Elektrische aansluiting 101
15 Reparatie & bestellen van reserveonderdelen 101
16 Afvalverwerking en hergebruik.... 102
17 Verhelpen van storingen 102
18 EU-conformiteitsverklaring 103
19 Garantiebewijs 104
20 Explosietekening 287
1 Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
LET OP
Lees deze gebruikshandleiding voorafgaand aan het eerste gebruik grondig door en volg altijd de veiligheidsvoorschriften!
Het wordt aanbevolen dat u een professionele veiligheidscursus "Deelnamecertificaat kettingzaagcursus" met een nationale trainingsnorm over het gebruik en onderhoud van kettingzagen en een EHBO-cursus volgt. Als u de kettingzaag gedurende langere tijd niet gebruikt en om te oefenen, dient u voor aanvang altijd een aantal eenvoudige zaagsnedes in veilig ondersteund hout te maken om weer vertrouwd te raken met de kettingzaag.
Bewaar de gebruikshandleiding zorgvuldig!
Aanwijzing:
Houd er rekening mee dat bepaalde nationale voorschriften, zoals bijv. werkveiligheid, milieu, het gebruik van de machine kunnen beperken.
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruik-name de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | ![]() | Kettingrem losmaken. |
![]() | Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedienings-aanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden. | ![]() | Wisselstroommotor. |
![]() | Draag een veiligheidshelm met ge-laatbescherming, resp. een veilig-heidsbril en gehoorbescherming. | ![]() | Zaagkettingsnelheid. |
![]() | Draag veiligheidshandschoenen! Kettingzwi te. | ||
![]() | Stevig schoeisel dragen! Aantal aandrijfs | ![]() | |
![]() | Het is belangrijk om beschermende kleding te dragen voor handen, onderarmen, benen en voeten. | ![]() | Kettingsteek. |
![]() | Stel het product niet bloot aan regen. Het product mag alleen in dro-ge omgevingscondities worden ge-stationeerd, opgeslagen en ge-bruikt. | ![]() | Groefbreedte. |
![]() ![]() | Alleen voor tweehandige bediening. Stroomve [100] uik.Waarschuwing! Gevaar voor terug-slag (kickback).Pas op voor terugslag van het pro-duct en vermijd contact met het uit-einde van het zaagblad. | ![]() | Gewicht kg. |
![]() | Positie voor kettingrem. Inhoud van de olie ![]() | ||
![]() | Looprichting van de zaagketting. | ![]() | Voer onderhouds-, ombouw-, in-stel- en reinigingswerkzaamheden alleen uit als het product is uitge-schakeld en de voedingsstekker is verwijderd! |
![]() | Vulopening voor kettingzaagolie. | ![]() | Trek de voedingsstekker direct uit het stopcontact als het snoer is be-schadigd of doorgesneden! |
![]() | Kettingspannen verhogen/verlagen. | ![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensni-veau van het product. |
![]() | Kettingolievulpeil-indicatie. | ![]() | Beschermingsklasse II (dubbel ge-isoleerd). |
![]() | Kettingrem activeren. | ![]() | Het product voldoet aan de gelden-de EU-bepalingen. |
2 Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
- Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113.
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
3 Productbeschrijving (afb. 1-4)
- voedingsstekker
- Achterste greep
- Inschakelblokkering
- olietankdop
- Kettingwielafdekking
5a. Kettingvanginrichting - Kettingspanwiel
- Kettingzwaard (geleideblad)
7a. Afbuigster - Zaagketting
- trekontlasting
-
Achterste handbescherming
-
Aan/uit-schakelaar
- Olietank
- Oliepeilindicator
- Voorste greep
- Klauwaanslag
- Kettingrem/voorste handbescherming
- Deksel van het geleideblad
- Kettingwiel
- Tapbout
- Geleidepen
- Oliedoorvoer
4 Leveringsomvang
Pos. Aantal Aanduiding
-
1 x Kettingzwaard (geleideblad)
-
1 x Zaagketting
-
1 x Deksel van het geleideblad
1 x Elektrische kettingzaag
1 x Gebruikshandleiding
5 Beoogd gebruik
De benzine kettingzaag is alleen ontworpen voor het zagen van hout. Het product is niet bedoeld voor andere toepassingen (bijv. snijden van metselwerk, kunststof of voedsel).
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Het product mag uitsluitend met de originele onderde- len en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding

GEVAAR
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.

WAARSCHUWING
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

VOORZICHTIG
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OP
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
6 Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).

WAARSCHUWING
Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd.
Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
1) Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met ge-aarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw li-chaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kle-
ding of sieraden. Houd haren en kleding uit de
buurt van bewegende delen. Loszittende kleding,
sieraden of lange haren kunnen worden vastgegre-
pen door bewegende delen.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
4) Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap
a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorg-vuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, inzetstuk, inzetstukken enz. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5) Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.
Veiligheidsinstructies voor kettingzagen
Algemene veiligheidsvoorschriften voor kettingzagen
a) Houd u bij een draaiende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets raakt. Tijdens werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment onoplettendheid er toe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden vastgegrepen.
b) Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand op de achterste greep en uw linkerhand op de voorste handgreep. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkpositie verhoogt het risico op letsel en mag nooit worden toegepast.
c) Houd de kettingzaag alleen aan de geïsoleerde handgrepen vast, omdat de zaagketting of de eigen netkabel in aanraking kan komen met verborgen stroomleidingen. Als de zaagketting in contact komt met een onder spanning staande kabel, kunnen de metalen onderdelen van het apparaat onder spanning komen te staan en elektrische schokken veroorzaken.
d) Draag oogbescherming. Overige beschermende uitrusting voor gehoor, hoofd, handen, benen en voeten wordt geadviseerd. De juiste beschermende kleding vermindert het gevaar voor letsel door rondvliegende spaanders en onvoorzien contact met de zaagketting.
e) Werk met de kettingzaag niet in een boom, een ladder of op een dak of een onstabiele standplaats. Bij gebruik op een dergelijke wijze bestaat ernstig gevaar voor letsel.
f) Neem altijd een stevige stabiele stand in en gebruik de kettingzaag uitsluitend als u op een stevige, veilige en vlakke grond staat. Een gladde of een onstabiele ondergrond kan leiden tot evenwichtsverlies of verlies van de controle over de kettingzaag.
g) Let er tijdens het zagen op dat een onder spanning staande tak, zal terugveren. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker raken en/of de controle over de kettingzaag laten verliezen.
h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken en op u slaan of u uit evenwicht brengen.
i) Draag de kettingzaag aan de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagketting van het lichaam afgekeerd. Bij het transport of de opslag van de kettingzaag altijd de beschermende afdekking eroverheen trekken. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag beperkt de waarschijnlijkheid op een onvoorzien aanraken met de draaiende zaagketting.
j) Neem de aanwijzingen inzake het smeren, de kettingspanning en het verwisselen van geleidebladen in acht. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of meer kans op terugslag opleveren.
k) Alleen hout zagen. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, kunststof, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor andere toepassingen dan het beoogde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
1) Probeer geen boom te kappen, voordat u duidelijk begrip hebt van risico's en de preventie hiervan. De gebruiker of andere personen kunnen door een vallende boom ernstig letsel oplopen.
Oorzaken en vermijding van terugslag
Terugslag kan optreden als het uiteinde van het geleideblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de snede wordt vastgeklemd door ombuigend hout.
In sommige gevallen kan contact van het uiteinde van het zaagblad een onverwachte naar achteren gerichte reactie veroorzaken waarbij het geleideblad in de richting van de gebruiker omhoog wordt geslagen.
Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenkant van het geleideblad kan het zaagblad snel terugstoten in de richting van de gebruiker.
Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u verschillende maatregelen treffen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de kettingzaag. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven:
a) Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij de duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Als de juiste maatregelen worden genomen, kan de gebruiker de terugslagkrachten onder controle houden. Laat de kettingzaag nooit los.
b) Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het zaagblad en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties.
c) Gebruik ter vervanging altijd geleidebladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Onjuiste vervangende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagketting en/of terugslag tot gevolg hebben.
d) Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Een te lage dieptebegrenzer verhoogt de kans op terugslag.
Overige veiligheidsvoorschriften
- Neem alle aanwijzingen, als u de kettingzaag van materiaalresten ontdoet, deze opbergt of onderhoudswerkzaamheden hieraan wil uitvoeren. Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld en of de voedingsstekker is verwijderd. Een onverwacht gebruik van de kettingzaag bij het verwijderen van materiaalresten of tijdens de onderhoudswerkzaamheden kan tot ernstige verwondingen leiden.
- Wanneer het netsnoer van dit product beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, diens service-dienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
- Gebruik een aardlekschakelaar met een afschakelstroom van 30 mA of minder.
- Leg de aansluitleiding zo dat deze tijdens het zagen niet door takken of gelijksoortig wordt gegrepen.
- Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hiervoor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld (H07RN-F).
- Volg de onderhouds-, inspectie- en service-instructies in deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig op. Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en onderdelen moeten op de juiste manier gerepareerd of vervangen worden door ons Servicecentrum, tenzij anders vermeld in de gebruiksaanwijzing.
- Ga altijd boven de boomstam staan als u op hellingen zaagt. Om tijdens het "doorzagen" volledige controle te behouden, moet tegen het einde van de zaagsnede de aanpersdruk worden gereduceerd, zonder de stevige greep aan de handgrepen van het product losser te maken. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het snijden tot het product gestopt is voordat u het product daar weghaalt.
Het product altijd uitschakelen en de voedingsstekker eruit trekken, voordat men van boom naar boom wisselt.
- Vuil, stenen, losse schors, spijkers, nietjes en draad moeten van de boom verwijderd worden.
- Gebruik het product niet zonder smering en let erop om deze altijd op tijd bij te vullen, voordat de tank leeg is.
- Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen smeermiddelen.
- Het wordt aanbevolen dat een beginnende gebruiker op zijn minst oefent met het zagen van boomstammen op een werkbok of metalen werkbok.
- Gebruik geen accessoires die niet door de fabrikant zijn aanbevolen. Dit kan leiden tot een elektrische schok of brand.
- Het gebruik van het product bij onweer is verboden - Bliksemgevaar!
De zaagketting kan in een erkende werkplaats opnieuw worden geslepen. Probeer de zaagketting niet zelf te slijpen als u niet over geschikt gereedschap en de no-dige ervaring beschikt.
Veiligheidsvoorzieningen (afb. 1)
- Achterste greep (2) met handbescherming (10)
- Beschermt de hand tegen takken en twijgen en in het geval dat de zaagketting eraf springt.
• Inschakelblokkering (3)
- Om het product in te schakelen, moet de inschakelblokkering ontgrendeld zijn. De inschakelblokkering voorkomt het onvoorzien starten van het product.
- Kettingvanginrichting (5a)
- Vermindert het gevaar op letsel als de zaagketting scheurt of eraf spring.
• Zaagketting (8) met lage terugslag
- Helpt u om terugslag te ondervangen met speciaal ontwikkelde veiligheidsvoorzieningen.
- Aan/uit-schakelaar (11) met onmiddellijke kettingstop
- Het product schakelt onmiddellijk uit wanneer u de aan/uit-schakelaar loslaat.
- Klauwaanslag (15)
- Verhoogt de stabiliteit bij verticale snedes en maakt zagen gemakkelijker.
Aanwijzing:
De zaagketting loopt niet als de kettingrem is geactiveerd.
- Kettingrem / voorste handbescherming (16)
- Veiligheidsvoorziening die de zaagketting onmiddellijk stopt in geval van terugslag.
- De hendel kan ook handmatig worden bediend.
- Beschermt de linkerhand van de bestuurder als deze van de voorste handgreep afglijdt.
- elektromotor
– Is vanwege veiligheidsredenen dubbel geïsoleerd.
6.1 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)!
– Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming of veiligheidsbril en gehoorbescherming.
– Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaagbeschermingslaag.
– Draag antislip veiligheidsschoenen.
– Draag veiligheidshandschoenen.
- Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
- Het product mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis.
- Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
- Draag altijd stevig schoeisel en een lange broek wanneer u het product gebruikt. Gebruik het product niet als u op blote voeten of met open sandalen loopt. Vermijd het dragen van loszittende kleding of kleding met hangende koordjes of dassen.
- Draag bij alle soorten werkzaamheden in het bos een veiligheidshelm. Deze geeft bescherming tegen vallende takken. Controleer de veiligheidshelm regelmatig op beschadigingen. De helm dient uiterlijk na 5 jaar te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen.
- De gelaatbescherming en/of de veiligheidsbril biedt bescherming tegen zaagsel en houtsplinters. Om oogletsel te voorkomen, dient bij het werken met het product altijd een gelaatbescherming of veiligheidsbril te worden gedragen.
- Draag gehoorbescherming.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Draag een stofmasker bij het zagen van droog hout. Er kan zaagstof vrijkomen.
- Als in de boom wordt gewerkt, kan de gebruiker vallen. De gebruiker kan ernstig gewond raken of worden gedood. Draag een valbeveiliging.
6.2 Veiligheid van de omgeving
- Nationale en/of plaatselijke voorschriften kunnen een tijdslimiet stellen aan het gebruik van luidruchtige, door een motor aangedreven product. Vraag uw lokale overheid hiernaar.
- Werk alleen bij daglicht.
- Werk ook niet bij ongunstige weersomstandigheden, zoals bijv. regen of wind. Hierbij bestaat een verhoogd risico op ongelukken!
- Een rommelige werkomgeving kan ongevallen met zich meebrengen.
- Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het product. Bij afbuiging kunt u de controle over het product verliezen.
- Bedien het product nooit als er mensen, vooral kinderen, of dieren in de buurt zijn.
- Werk niet in de buurt van draadafrasteringen of in gebieden met losse oude draad.
Restrisico's
Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften" alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
- Gebruik het product zoals in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw product.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is.
- Beschadiging van het gehoor, als de voorgeschreven gehoorbescherming niet wordt gedragen.
- Schade aan de longen als de voorgeschreven ademhalingsbescherming niet wordt gedragen.
- Gevaar voor letsel door wegslingerend gereedschap bij ondeskundige bediening of ondeskundige geleiding.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Voorkom dat u het product onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de aan/uit-schakelaar niet worden ingedrukt.
- Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de aan/uit-schakelaar los en trekt u de voedingsstekker uit het stopcontact.

WAARSCHUWING
Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.

WAARSCHUWING
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
| Wisselstroommotor 220-240V AC /50/60 Hz | |
| Vermogen S1* 1600 W | |
| Beschermingsklasse II | |
| Beschermingsgraad IPX0 | |
| Kettingsnelheid 15 m/s | |
| Geleideblad 14" | |
| Kettingzwaardlengte 415 mm | |
| Snijlengte 340 mm | |
| Kettingsteek 3/8" | |
| Kettingwiel aantal tanden 52 tanden | |
| Type zaagketting 3/8LP-52 | |
| Type geleideblad | AP14-52-507P |
| Tank/kettingzaagolie | 0,35 l |
| Gewicht (met kettingzwaard en zaagketting) | ca. 4,8 kg |
| Gewicht (zonder kettingzwaard, zaagketting en kabel) | ca. 4,2 kg |
Technische wijzigingen voorbehouden!
\*Bedrijfsmodus S1 (continubedrijf)
Het product kan continu met het aangegeven vermogen worden gebruikt.
Geluid en trilling

WAARSCHUWING
Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving.
Geluidswaarden
| Geluidsdrukniveau L_pA | 95,3 dB |
| Meetonnauwkeurigheid K_pA | 3 dB |
| Gemeten geluidsvermogensniveau L_wA | 103,3 dB |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau L_wA | 106 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 3 dB |
Trillingseigenschappen
| Vibratie ah | |
| Voorste greep | 3,26 m/s2 |
| Achterste greep | 3,51 m/s2 |
| Meetonnauwkeurigheid K | 1,5 m/s2 |
De aangegeven totale trillingswaarde en de aangegeven geluidsemissiewaarde zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
De aangegeven geluidsemissiewaarden en de aangegeven totale trillingswaarde kunnen ook worden gebruikt als voorlopige indicatie van de belasting.

WAARSCHUWING
De geluidsemissies en de trillingsemissie-waarde kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrische apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
8 Uitpakken

WAARSCHUWING
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed!
Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
-
Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
-
Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
9 Voor de ingebruikname

WAARSCHUWING
Trek altijd de voedingsstekker eruit voordat u instellingen aan het product uitvoert.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Steek de voedingsstekker pas in het stopcontact als het product klaar is voor gebruik.

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Als een onvolledig gemonteerd product wordt gebruikt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik het product pas nadat het volledig ge- monteerd is.
- Voor elk gebruik een visuele inspectie uitvoeren om te controleren of het product compleet is en geen beschadigde of versleten onderdelen bevat. Veiligheids- en veiligheidsinrichtingen moeten in-tact zijn.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij het hanteren van de zaagketting of het zwaard!
– Draag snijbestendige handschoenen.
Aanwijzingen:
- Een nieuwe zaagketting rekt op en moet vaker worden opgespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig na elke snede en stel deze zo nodig bij.
- Gebruik alleen zaagkettingen en zaagbladen die voor dit product ontworpen zijn.

VOORZICHTIG
Een verkeerd gemonteerde zaagketting leidt tot ongecontroleerd zaaggedrag van het product!
Let bij het monteren van de zaagketting op de voorgeschreven looprichting!
- Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
Het is verplicht om het product voor elk gebruik of na het laten vallen zorgvuldig te controleren op eventuele schade. Als er schade wordt gevonden, moet deze onmiddellijk door u of een erkend servicecentrum worden gerepareerd.
De volgende punten moeten in acht worden genomen om ervoor te zorgen dat het product perfect functioneert en een lange levensduur heeft:
- Correcte plaatsing van het geleideblad.
• Installatie/looprichting, evenals perfecte (scherpe) zaagketting. - Spanning van de zaagketting (meerdere keren controleren en opnieuw afstellen met een nieuwe ketting).
- Werking van de kettingsmering.
- Werking van de kettingrem.
- Werking van de koppeling (geen beweging van de ketting bij stationair draaien).
- Perfecte staat en volledigheid van de veiligheids- voorzieningen en de snij-inrichting.
- Stevige bevestiging van de schroefverbindingen.
- Soepel lopen van alle bewegende delen.
9.1 Monteer het kettingzwaard (7) en de zaagketting (8) (afb. 2)
- Draai het kettingspanwiel (6) tegen de klok in om de kettingwielafdekking (5) te verwijderen.
- Leg de zaagketting (8) in een lus zodat de snijkanten rechtsom uitgelijnd zijn. Volg de symbolen (pijlen) op de zaagketting (8) of boven de geleidepen (20) om de zaagketting (8) uit te lijnen.
- Steek de zaagketting (8) in de groef van het kettingzwaard (7). Houd voor de montage het zwaard (7) omhoog ge-zwenkt in een hoek van ongeveer 45 graden om het gemakkelijker te maken de zaagketting (8) op het kettingwiel (18) te kunnen geleiden. De zaagketting (8) wordt via de afbuigster (7a) geleid.
-
Plaats het kettingzwaard (7) op de geleidebout (20) en op de tapbout (19). De geleidebout (20) en de tapbout (19) moeten in het sleufgat op het kettingzwaard (7) geplaatst worden.
-
Leid de zaagketting (8) rond het kettingwiel (18) en controleer de uitlijning van de zaagketting (8).
- Plaats het kettingwielafdekking (5) weer terug. Let erop dat de kettingwielafdekking (5) in de groef op de behuizing zit.
- Draai het kettingspanwiel (6) met de hand rechtsom.
- Controleer nogmaals de zitting van de zaagketting (8) en span de zaagketting (8).
Aanwijzing:
Houd er rekening mee dat het product na gebruik opnieuw zal oliën en dat er olie kan lekken als het product zijwaarts of ondersteboven wordt bewaard. Dit is een normaal proces, veroorzaakt door de noodzakelijke ventilatieopening aan de bovenrand van de tank, en is geen reden tot reclamatie. Aangezien dit product tijdens de productie met olie wordt gecontroleerd en getest, kan er ondanks het legen een klein restje in de tank achterblijven, dat tijdens het transport van de behuizing gemakkelijk met olie besmeurd kan raken. Maak de behuizing schoon met een doek.
Voordat u de zaagketting verwisselt, moet de groef van het geleideblad van vuil worden ontdaan, omdat de zaagketting uit het zaagblad kan springen als er vuilaf-zetting aanwezig is. De afzettingen kunnen ook de ket- tingzaagolie opzuigen. Het gevolg zou zijn dat de ket- tingzaagolie de onderkant van de rail niet of slechts in geringe mate bereikt en smering wordt verhinderd.
9.2 Zaagketting (8) spannen (afb. 3)

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door wegspringende zaagketting!
Een onvoldoende gespannen zaagketting kan tijdens het gebruik losraken en letsel veroorzaken.
- Controleer regelmatig de spanning van de zaagketting.
- De zaagkettingspanning is te laag als de aan-drijfschakels uit de groef aan de onderkant van het geleideblad komen.
-
Versterk de zaagketting goed als de zaagkettingspanning te laag is.
-
Controleer of de kettingrem (16) gelost is (zie 10.1.2).
- Stel de kettingspanning met het kettingspanwiel (6) in.
- Rechtsom - verhoogt de kettingspanning
- Linksom - vermindert de kettingspanning
- Draai de zaagketting (8) met de hand om te controleren of deze goed loopt. Het moet vrij in het kettingzwaard (7) glijden.
De zaagketting (8) mag niet doorhangen, maar moet in het midden van het kettingzwaard 1-2 millimeter van het kettingzwaard (7) getrokken kunnen worden.
De kettingspanning en kettingsmering hebben een aanzienlijke invloed op de levensduur van de zaagketting.
De zaagketting is correct gespannen als deze niet doorhangt aan de onderzijde van het kettingzwaard en helemaal rond kan worden getrokken met de gehandschoende hand. Wanneer u met 9 N (ca. 1 kg) trekkracht aan de zaagketting trekt, mogen de zaagketting en het kettingzwaard niet meer dan 2 mm uit elkaar liggen.
Aanwijzing:
- De spanning van een nieuwe ketting moet na enkele minuten werken worden gecontroleerd en bijgesteld.
- Het spannen van de zaagketting moet gebeuren op een schone plaats, vrij van zaagsel en dergelijke.
- Het correct spannen van de zaagketting is voor de veiligheid van de gebruiker en vermindert of voorkomt slijtage en schade aan de ketting.
- Wij raden de gebruiker aan om de kettingspanning te controleren voordat hij voor de eerste keer aan het werk gaat.
LET OP
Tijdens het werken met de zaag warmt de zaagketting op en wordt daardoor iets langer. Dit "opnieuw verlengen" is vooral te verwachten bij nieuwe zaagkettingen.
9.3 Kettingolie bijvullen (afb. 4)

GEVAAR
Schakel het product altijd uit en laat de motor afkoelen voordat u olie bijvult. Er bestaat brandgevaar als er olie overloopt.

WAARSCHUWING
Zwaard en zaagketting mogen niet zonder olie zijn. Als u de benzine kettingzaag met weinig olie gebruikt, neemt het zaagvermogen en de levensduur van de zaagketting af, omdat de zaagketting sneller stomp wordt. Te weinig olie is te herkennen aan de rookontwikkeling of de verkleuring van het zwaard.
LET OP
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vullen/aftappen.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
De zaagketting wordt automatisch gesmeerd tijdens het gebruik van het product. Om de zaagketting goed te smeren, moet er altijd voldoende kettingzaagolie in de olietank zijn. Controleer regelmatig de resterende hoeveelheid olie in het oliereservoir.
Aanwijzing:
- Het deksel is voorzien van een verliesbeveiliging.
- Vul bij voorkeur biologisch afbreekbare kettingzaagolie* in de kettingzaag.
-
Voordat u het product inschakelt, moet u ervoor zorgen dat de olietankdop op zijn plaats zit en gesloten is.
-
Open de olietank (12). Schroef hiervoor de olietankdop (4) linksom los.
-
Gebruik een trechter* om te voorkomen dat er olie weglekt.
-
Vul de kettingzaagolie* voorzichtig bij tot de bovenste markering van de oliepeilindicator (13) is bereikt. Inhoud olietank: max. 350 ml.
-
Draai de olietankdop (4) rechtsom dicht om de olietank (12) af te sluiten.
-
Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek* conform de lokale voorschriften.
-
Om de smering van de zaagketting te controleren, houdt u het product met de zaagketting boven een vel papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het papier kunt u zien of de kettingsmering werkt.
* = niet altijd meegeleverd!
10 Bediening
De elektrische kettingzaag beschikt over een elektromotor als aandrijving. De draaiende zaagketting wordt geleid door een kettingzwaard (geleideblad).
Het product is uitgerust met een snelstop-kettingrem. Een automatisch oliesysteem zorgt voor een continue kettingsmering. Ter bescherming van de gebruiker is de elektrische kettingzaag voorzien van verschillende veiligheidsinrichtingen.
De werking van de bedieningsonderdelen vindt u in de volgende beschrijvingen.
LET OP
Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren!
LET OP
Let op dat de omgevingstemperatuur, tijdens de werkzaamheden niet hoger is dan 50 °C en niet lager is dan -20 °C.

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Als het product vastzit, probeer het product er dan niet met geweld uit te trekken.
- Zet de motor af.
- Gebruik een hefboomarm of wig om het product vrij te krijgen.
10.1 Kettingrem (16) (afb. 1, 5)

WAARSCHUWING
De kettingrem moet elke ingebruikname worden gecontroleerd.
De kettingrem remt de zaagketting bij terugslag on- middellijk af.

WAARSCHUWING
Als de kettingrem niet correct werkt, mag u de kettingzaag niet gebruiken.
Er bestaat een risico op letsel door de slepende zaagketting.
Neem contact op met de klantenservice.

WAARSCHUWING
Productbeschadiging!
Als het motortoerental te lang wordt opgevoerd terwijl de kettingrem is geblokkeerd, raken de motor en de zaagkettingaandrijving beschadigd.
Als de zaagketting desondanks beweegt, moet u contact opnemen met de klantenservice.
Aanwijzing:
De zaagketting loopt niet als de kettingrem is geactiveerd.
10.1.1 De kettingrem/voorstehandbescherming activeren (16)
- Kantel de kettingrem/voorste handbescherming (16) in de richting van het kettingzwaard (7).
10.1.2 Draai de kettingrem/voorstehandbescherming (16) los
- Trek de kettingrem/voorste handbescherming (16) naar de voorste greep (14) toe. De kettingrem/voorste handbescherming (16) klikt hoorbaar vast,
10.1.3 De kettingrem/voorstehandbescherming controleren (16)
- Maak de kettingrem/voorste handbescherming (16) los, zoals beschreven in 10.1.2.
- Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen.
- Schakel de kettingzaag in zoals beschreven onder 10.2.
- Kantel de kettingrem/voorste handbescherming (16) in de richting van het kettingzwaard (7). De zaagketting (8) moet onmiddellijk stoppen!
Aanwijzing:
Als de zaagketting nog steeds beweegt, mag u het product niet gebruiken. Er bestaat een risico op letsel door de slepende zaagketting. Neem contact op met de klantenservice.
10.2 Het product in-/uitschakelen en bedienen (afb. 1)

WAARSCHUWING
Risico op letsel door terugslag!
- Gebruik het product nooit met één hand!
Inschakelen
- Controleer of er kettingzaagolie* in de olietank (12) zit.
- Vorm aan het einde van het verlengsnoer* een lus en hang deze in de trekontlasting (9) op de achterste greep (2).
- Steek de voedingsstekker in een correct gezekerd stopcontact.
- Trek de afdekking van het geleideblad (17) van het zwaard (7).
- Maak de kettingrem (16) los. De kettingrem (16) klikt hoorbaar vast.
- Houd het product met uw linkerhand vast aan de voorste greep (14) en met uw rechterhand aan de achterste greep (2). Duim en vingers moeten de grepen (2/14) stevig omsluiten.
- Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen.
- Schuif de inschakelblokkering (3) op de achterste greep (2) naar voren en houd deze in deze positie.
- Voor het inschakelen van het product, drukt u de aan/uit-schakelaar (11) in.
- Maak de inschakelvergrendeling (3) los.
Aanwijzing:
Het is niet nodig om de inschakelblokkering na het starten van het product ingedrukt te houden. De inschakelblokkering moet een onvoorzien starten van het product verhinderen.
Een continue schakeling is niet mogelijk.
Uitschakelen
- Voor het uitschakelen, laat u de aan/uit-schakelaar (11) los.
- Activeer de kettingrem (16).
- Plaats na de werkzaamheden met het product de meegeleverde afdekking van het geleideblad (17).
- Trek de voedingsstekker uit het stopcontact als het product niet in gebruik is.
- Verwijder het verlengsnoer* uit de trekontlasting (9).
* = niet altijd meegeleverd!
10.3 Overbelastingsbeveiliging
Bij overbelasting van het product schakelt het vanzelf uit. Na een afkoeltijd (variërend in tijd) kan het product weer worden ingeschakeld.
10.4 Zaagkettingsmering controleren (afb. 4)
Aanwijzing:
Controleer voor het begin van de werkzaamheden het oliepeil en de werking van de kettingsmering.
- Om de smering van de zaagketting te controleren, houdt u het product met de zaagketting boven een vel papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het papier kunt u zien of de kettingsmering werkt.
Aanwijzing:
Als er geen oliespoor te zien is, reinig dan eventueel de oliedoorvoer en laat de benzine kettingzaag door onze klantenservice repareren.
- Reinig de oliedoorvoer (21) om het storingsvrij, automatisch smeren van de zaagketting (8) tijdens het gebruik te garanderen. Gebruik een kwast* of een doek* om resten uit de oliedoorvoer (21) te vegen.
* = niet altijd meegeleverd!
11 Werkinstructies

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Dit hoofdstuk behandelt de basistechniek voor het gebruik van het product.
De hier verstrekte informatie vervangt niet de jaren-lange opleiding en ervaring van een vakman.
Vermijd werkzaamheden waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent!
Onzorgvuldig gebruik van het product kan ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben!

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Het zagen en kappen van bomen en alle daarmee verbonden werkzaamheden mogen alleen door speciaal hiervoor opgeleide en getrainde personen worden uitgevoerd.

WAARSCHUWING
Wij raden onervaren gebruikers vanwege veiligheidsredenen af om boomstammen te vellen met een zwaardlengte die kleiner is dan de diameter van de stam.
Aanwijzingen:
Let er voor het inschakelen op dat het product geen voorwerpen aanraakt.
Neem de betreffende nationale voorschriften voor kapwerkzaamheden in acht en win informatie in bij de bevoegde instantie.
- Let op dat de vallende takken en bomen niemand kunnen raken.
- In de werkomgeving mogen zich alleen de voor het kappen benodigde personen ophouden.
- Houd de werkomgeving rondom de stam vrij en opgeruimd, zodat iedereen die er werkt veilig kan staan.
- Houd vluchtwegen vrij en opgeruimd om de werkomgeving snel te kunnen verlaten.
- Voer geen kapwerkzaamheden uit bij harde wind, slecht weer of slecht zicht.
- Houd steeds een afstand tot de dichtstbijzijnde werkplek van ten minste 2 1/2 boomlengte aan.
- Schakel de motor uit als de zaag in aanraking komt met vreemde objecten. Controleer de zaag en repareer deze zo nodig.
- Beveilig de zaagketting tegen vuil en zand. Zelfs bij een geringe hoeveelheid vuil kan de zaagketting snel bot worden, waardoor het gevaar voor terugslag toeneemt.
- Begin met het zagen van kleinere boomstammen om te oefenen en om gevoel voor het product te krijgen voordat u de lastige taken gaat uitvoeren.
- Druk de behuizing van de kettingzaag tegen de boomstam, als u met zagen begint.
- Laat de zaag het werk doen. Oefen slechts lichte druk naar beneden uit.
- Om te voorkomen dat u de controle over het product verliest als de zaagketting uit het hout komt, mag u aan het einde van de zaagsnede geen druk op de zaag uitoefenen.
- Snijd geen hout dat op de grond ligt en probeer geen wortels door te snijden die uit de grond steken.
- Voorkom een onnatuurlijke lichamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
- U hebt betere controle als u met de onderkant van het zwaard zaagt (met trekketting).
- De zaagketting mag tijdens en na het zagen de grond of een ander voorwerp niet raken.
- Neem ook de voorzorgsmaatregelen tegen terugslag in acht (zie veiligheidsinstructies).
11.1 Juiste houding

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
- Nooit op onstabiele oppervlakken werken!
- Nooit boven schouderhoogte werken!
- Nooit staand op ladders werken!
– Werk niet te ver vooruit!
- Gebruik het product alleen bij gunstige weers- en terreinomstandigheden!
- Sta met beide voeten stevig op de grond.
– Wacht op obstakels in het werkgebied.
– Houd het product tijdens het werken altijd met beide handen vast!
11.2 Zo zaagt u op de juiste wijze!
- Oefen gelijkmatige druk uit op het product, maar gebruik geen overmatige kracht.
- Plaats indien mogelijk het product met de klauwaanslag op de te zagen tak.
- Werk nooit zonder klauwaanslag. Het product kan de operator naar voren trekken.
- Gebruik de klauwaanslag voor het zagen van boomstammen of dikke takken.
- Het gebruik van de klauwaanslag verhoogt de arbeidsveiligheid, vermindert de persoonlijke belasting tijdens het werk en vermindert ook de trillingen.
- Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Controleer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het product opnieuw start en ermee gaat werken. Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht.
11.3 Zaagtechnieken
11.3.1 Trekkend zagen
Bij deze techniek met de onderkant van het kettingzwaard van boven naar beneden gezaagd.
De zaagketting schuift het product naar voren, weg van de gebruiker. Hier vormt de voorkant van het product een steun die de krachten absorbeert die op de boomstam ontstaan tijdens het zagen. Bij het trekken van de zaag heeft de gebruiker veel meer controle over het product en kan hij terugslag beter vermijden.
11.3.2 Duwend zagen

GEVAAR
Levensgevaarlijke letsels!
Als het kettingzwaard kantelt, kan het product met grote kracht naar de gebruiker worden geslingerd. Als de gebruiker de kracht van de naar achteren duwende zaagketting niet compenseert met zijn lichaamskracht, bestaat het risico dat alleen het uiteinde van het kettingzwaard nog in contact is met het hout, met terugslag als gevolg.
Bij deze techniek wordt met de bovenkant van het geleideblad van onder naar boven gezaagd.
De zaagketting duwt het product naar achteren in de richting van de gebruiker.
11.3.3 Afkorten
Afkorten is het zagen van gekapte boomstammen in kleine stukken. Indien mogelijk moet de stam worden onderbouwd en ondersteund door takken, balken of wiggen.
- Neem altijd een stevige stabiele stand in en gebruik de kettingzaag uitsluitend als u op een stevige, veilige en vlakke grond staat. Een gladde of een onstabiele ondergrond kan leiden tot evenwichtsverlies of verlies van de controle over de kettingzaag.
- Ga altijd boven de tak staan als u op hellingen zaagt. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het zagen tot de zaagketting tot stilstand is gekomen voordat u het product verwijdert.
- Schakel de motor van het product altijd uit voordat u van werkstation naar werkstation gaat.
11.3.3.1 Stam ligt op de grond (afb. 6)
- De zaagketting mag tijdens en na het zagen de grond of een ander voorwerp niet raken.
- Zaag vanaf de bovenkant helemaal door de stam heen.
- Als de mogelijkheid bestaat om de stam te draaien, zaag deze tot 2/3 door.
Dan draait u de stam om en zaagt u de rest van de stam van bovenaf door.
11.3.3.2 De stam wordt aan één uiteinde ondersteund (afb. 7)
- Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter van onder naar boven door (met de bovenkant van het kettingzwaard) om splinteren te voorkomen.
- Zaag vervolgens van boven naar beneden (met de onderkant van het kettingzwaard) in de richting van de eerste zaagsnede om vastlopen te voorkomen.
11.3.3.3 De stam wordt aan beide uiteinden ondersteund (afb. 8)
- Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden door (met de onderkant van het kettingzwaard).
- Zaag vervolgens van onder naar boven (met de bovenkant van het kettingzwaard) totdat de zaagsneden samenkomen.
11.3.3.4 Zagen op een werkbok (afb. 9)
- Houd het product stevig met beide handen vast en leid het product voor het lichaam terwijl u zaagt.
- Geef het product bij het zagen van het hout rechts van het lichaam door. Houd uw linkerarm zo recht mogelijk Kijk uit voor de vallende stam.
- Plaats uzelf zodanig dat de afgehakte stam geen gevaar oplevert.
- Let op uw voeten. De afgezaagde stam kan verwondingen veroorzaken als hij valt.
- Zorg ervoor dat uw lichaam in evenwicht is en dat u een stabiele stand hebt.
Er gebeuren veel ongelukken tijdens het snoeien.
- Houd het product stevig met beide handen vast en leid het product voor het lichaam terwijl u zaagt.
- Buig tijdens de werkzaamheden nooit te ver naar voren.
- Zaag nooit takken af als u op de boomstam staat.
- Houd het terugslaggebied in de gaten wanneer takken onder spanning staan.
Snoeien is de term voor het verwijderen van takken en twijgen van een boom.
- Verwijder ondersteunende takken pas nadat u ze op lengte hebt afgekort.
- Takken onder spanning moeten van onder naar boven worden gezaagd om te voorkomen dat het product vastloopt.
- Gebruik bij het afzagen van dikkere takken dezelfde techniek als bij het op lengte afkorten.
- Werk links van de stam en zo dicht mogelijk bij het product. Indien mogelijk rust het gewicht van het product op de stam.
- Verander de locatie om takken voorbij de stam te zagen.
- Vertakte takken worden afzonderlijk op lengte afgekort.
- Laat bij het snoeien de grotere neerwaartse takken die de boom ondersteunen eerst zitten. Snoei kleinere takken met één snede.
- Verwijder naar beneden hangende takken door de snede boven de tak te maken.
- Snoei nooit hoger dan schouderhoogte.
11.3.5 Vellen van een boom (afb. 11, 12)

GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Het zagen en kappen van bomen en alle daarmee verbonden werkzaamheden mogen alleen door speciaal hiervoor opgeleide en getrainde personen worden uitgevoerd.

GEVAAR
Er is veel ervaring nodig om bomen te kappen. Kap alleen bomen als u het product veilig kunt hanteren. Gebruik het product nooit als u zich onveilig voelt.

GEVAAR
Levensgevaarlijke letsels!
- Zaag de stam nooit helemaal door!
- Bij het kappen alleen aan de zijkant van de te kappen boom gaan staan!

GEVAAR
Zaag een boom niet om als er een sterke of veranderlijke wind staat, als er gevaar is voor schade aan eigendommen of als de boom elektriciteitskabels zou kunnen raken.

GEVAAR
Bij het vellen van bomen moet erop worden gelet dat andere personen niet aan gevaar worden blootgesteld, geen voedingsleidingen geraakt worden en er geen materiële schade wordt veroorzaakt. Als een boom met een voedingsleiding in contact komt, moet het nutsbedrijf direct op de hoogte worden gebracht.
- Zorg ervoor dat er zich geen mensen of dieren in de buurt van het werkgebied bevinden. De veiligheidsafstand tussen de te kappen boom en de dichtstbijzijnde werkplek moet 2 1/2 boomlengte zijn.
- Let op de kaprichting: De gebruiker moet zich veilig in de buurt van de gekapte boom kunnen bewegen om de boom gemakkelijk te kunnen omzagen en snoeien. Voorkomen moet worden dat de vallende boom in een andere boom verstrikt raakt. Let op de natuurlijke valrichting, die afhangt van de helling en kromming van de boom, de windrichting en het aantal takken.
- Kleine bomen met een diameter van 15-18 cm kunnen meestal met één zaagsnede worden afgezaagd.
- Ga altijd boven de tak staan als u op hellingen zaagt. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het zagen tot de zaagketting tot stilstand is gekomen voordat u het product verwijdert.
- Ga altijd boven de boomstam staan als u op hellingen zaagt. Om tijdens het "doorzagen" volledige controle te behouden, moet tegen het einde van de zaagsnede de aanpersdruk worden gereduceerd, zonder de stevige greep aan de handgrepen van het product losser te maken. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het snijden tot het product gestopt is voordat u het product daar weghaalt.
Het product altijd uitschakelen en de voedingsstekker eruit trekken, voordat men van boom naar boom wisselt.
- Bij bomen met een grotere diameter moeten inkepingen en een velsnede worden gemaakt.
- Zorg ervoor dat de zaagketting niet vast komt te zitten in de zaagsnede. De tak mag niet breken of versplinteren.
- Vuil, stenen, losse schors, spijkers, nietjes en draad moeten van de boom verwijderd worden.

WAARSCHUWING
Klap direct na het beëindigen van het zaagproces de gehoorbescherming omhoog, zodat u tonen en waarschuwingssignalen kunt horen.
Snoeien:
- Verwijder naar beneden hangende takken door de snede boven de tak te maken. Snoei nooit hoger dan schouderhoogte.
Vluchtbereik:
- Verwijder de ondergroei rond de boom zodat u zich gemakkelijk kunt terugtrekken. Het vluchtbereik moet ongeveer 45° achter de geplande kaprichting liggen.
Valkerf zagen:
- Plaats een valkerf in de richting waarin u wilt dat de boom valt.
- Begin met de onderste, horizontale snede.
- De zaagdiepte moet ongeveer 1/3 van de stamdiameter bedragen.
Daardoor wordt het inklemmen van de zaagketting of het geleideblad bij het aanbrengen van de tweede velsnede voorkomen.
- Maak nu een schuine zaagsnede met een zaaghoek van ongeveer 45° van boven, die precies aansluit op de onderste zaagsnede.

GEVAAR
Ga nooit voor een boom staan die is ingekerfd.
Velsnede:
- Maak de velsnede vanaf de andere kant van de stam terwijl u links van de stam staat en met trek-kende zaagketting zaagt.
- De velsnede moet horizontaal minstens 5 cm boven de horizontale inkeping lopen.
- Het moet diep genoeg zijn zodat de afstand tot de kerflijn van de inkeping minstens 1/10 van de stam-diameter bedraagt.
- Het deel van de stam dat niet is doorgezaagd, wordt de baard (scharnierpunt) genoemd. De baard voorkomt dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag de baard niet door.
- Als de velsnede de baard nadert, moet de boom beginnen te vallen.
- Als het duidelijk wordt dat de boom niet in de gewenste richting valt of naar achteren leunt en de zaagketting vastzit, moet u de velsnede onderbreken en houten, kunststof of aluminium wiggen gebruiken om de snede te openen en de boom naar de gewenste vallijn te bewegen.
- Als de diameter van de stam groter is dan de lengte van het kettingzwaard, maak dan twee sneden.
- Zodra de velsnede is gemaakt, valt de boom vanzelf of met behulp van de velwig of het breekijzer.

GEVAAR
Zodra de boom begint te vallen, trekt u het product uit de zaagsnede, stopt u de motor, legt u het product neer en verlaat u de werkplek via het terugtrekpad.
Kijk uit voor vallende takken en struikel niet.
11.3.6 Een vastzittende kettingzaag losmaken
Als de kettingzaag tijdens het zagen vastloopt, gaat u als volgt te werk:
- Schakel de kettingzaag uit en zet hem vast aan de binnenkant van de stam (d.w.z. in de richting van de boomstam) of maak hem vast aan een apart gereedschapstouw.
- Trek de kettingzaag uit de inkeping terwijl u de tak zo ver mogelijk optilt.
- Gebruik zo nodig een handzaag of een tweede kettingzaag om de vastzittende kettingzaag los te maken door ten minste 30 cm van de vastzittende kettingzaag af te zagen.
Ongeacht of een handzaag of een kettingzaag wordt gebruikt om een vastzittende kettingzaag te bevrijden, moeten de zaagsneden om de kettingzaag te bevrijden altijd aan de buitenkant (in de richting van de uiteinden van de takken) worden gemaakt, zodat de kettingzaag niet met de afgezaagde delen wordt meegenomen en de situatie nog ingewikkelder maakt.
11.4 Na gebruik
- Schakel het product voor het neerleggen altijd uit en wacht tot het product tot stilstand is gekomen.
- Zet de afdekking van het geleideblad op het kettingzwaard.
• Activeer de kettingrem. - Laat het product afkoelen.
- Trek de voedingsstekker uit het stopcontact als het product niet in gebruik is.
12 Reiniging en onderhoud

WAARSCHUWING
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Er bestaat gevaar voor ongevallen! Voer onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd uit bij een uitgeschakelde motor en los-gemaakte voedingsstekker. Er bestaat gevaar voor verwonding! Laat het product altijd afkoelen voordat onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Elementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor letsel en brandwonden!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken.
- Schakel de motor uit voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Laat de motor afkoelen.
- Trek de voedingsstekker uit het stopcontact!

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij het hanteren van de zaagketting of het zwaard!
– Draag snijbestendige handschoenen.
12.1 Reiniging
- Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Gebruik een kwast* of handvegertje* om de zaagketting schoon te maken en geen vloeistoffen.
- Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
- Reinig de grepen indien nodig met een doekje*, bevochtigd met een.
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en blaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
-
Ventilatieopeningen moeten altijd vrij zijn.
-
Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het product kan komen.
- Reinig de groef van het kettingzwaard met behulp van een kwast of met perslucht.
- Reinig het kettingwiel.
* = niet altijd meegeleverd!
12.2 Onderhoud
Aanwijzing:
Onderhoud het product zorgvuldig. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het product wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische product eerst repareren.
Aanwijzing:
Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
12.2.1 Kettingwiel (18) controlleren (afb. 2)
- Draai het kettingspanwiel (6) linksom om de kettingspanning los te maken en verwijder de ketting-wielafdekking (5).
- Verwijder het kettingzwaard (7) en de zaagketting (8).
- Controleer de inloopmarkeringen op het kettingwiel (18) met een testmeter*.
- Als de inloopmarkeringen dieper zijn dan a=0,5 mm, gebruik het product dan niet en raadpleeg een gespecialiseerde dealer. Het kettingwiel (18) moet vervangen worden.
- Monteer het zwaard (7) en de zaagketting (8) zoals beschreven onder 9.1.
* = niet altijd meegeleverd!
12.2.2 Controleer het kettingzwaard (7) (afb. 1)
- Draai het kettingspanwiel (6) linksom om de kettingspanning los te maken en verwijder de ketting-wielafdekking (5).
- Verwijder het kettingzwaard (7) en de zaagketting (8).
- Meet de groefdiepte van het kettingzwaard (7) met de peilstok van een vijlmeter*.
-
Het kettingzwaard (7) moet vervangen worden als een van de volgende punten van toepassing is:
-
Het kettingzwaard is beschadigd.
- De gemeten groefdiepte is kleiner dan de minimale groefdiepte van het kettingzwaard (4 mm).
-
De groef van het kettingzwaard is versmald of gespreid.
-
Monteer het zwaard (7) en de zaagketting (8) zoals beschreven onder 9.1.
* = niet altijd meegeleverd!
12.2.3 Verwissel het kettingzwaard (7) (afb. 2)
- Draai het kettingspanwiel (6) linksom om de kettingspanning los te maken en verwijder de ketting-wielafdekking (5).
- Verwijder het kettingzwaard (7) en de zaagketting (8).
Houd voor de demontage het kettingzwaard (7) omhoog gezwenkt in een hoek van ongeveer 45 graden om het gemakkelijker te maken de zaagketting (8) van de groef van het kettingzwaard (7) te kunnen verwijderen.
- Vervang het zwaard (7) en monteer het zwaard (7) en de zaagketting (8) zoals beschreven onder 9.1.
12.2.4 Zaagketting (8) vervangen en invoeren (afb. 2)

GEVAAR
Ernstig letsel mogelijk door scheuren of springen van de zaagketting!
- Monteer nooit een nieuwe zaagketting op een versleten kettingrondsel of op een beschadigd of versleten geleideblad. De zaagketting kan eraf springen of breken.
- Gebruik alleen zaagkettingen en zaagbladen die voor dit product ontworpen zijn.
-
Voordat u de zaagketting verwisselt, moet u de groef van het kettingzwaard reinigen, omdat de zaagketting uit het zaagblad kan springen als er vuil aanwezig is. De afzettingen kunnen ook de kettingzaagolie opzuigen. Het gevolg zou zijn dat de kettingzaagolie de onderkant van de rail niet of slechts in geringe mate bereikt en smering wordt verminderd.
-
Draai het kettingspanwiel (6) linksom om de kettingspanning los te maken en verwijder de ketting-wielafdekking (5).
- Verwijder het kettingzwaard (7) en de zaagketting (8).
- Leg de zaagketting (8) in een lus zodat de snijkanten rechtsom uitgelijnd zijn. Volg de symbolen (pijlen) op de zaagketting (8) of boven de geleidepen (20) om de zaagketting (8) uit te lijnen.
- Steek de zaagketting (8) in de groef van het kettingzwaard (7).
- Plaats het kettingzwaard (7) op de geleidebout (20) en op de tapbout (19). De geleidebout (20) en de tapbout (19) moeten in het sleufgat op het kettingzwaard (7) geplaatst worden.
-
Leid de zaagketting (8) rond het kettingwiel (18) en controleer de uitlijning van de zaagketting (8).
-
Plaats het kettingwielafdekking (5) weer terug. Let erop dat de kettingwielafdekking (5) in de groef op de behuizing zit.
- Draai het kettingspanwiel (6) met de hand rechtsom.
- Controleer nogmaals de zitting van de zaagketting (8) en span de zaagketting (8).
Aanwijzing:
Bij een nieuwe zaagketting neemt de spankracht na enige tijd af. Daarom moet u de zaagketting na de eerste 5 zaagsneden, of uiterlijk na 10 minuten zagen, naspannen.
12.2.5 Zaagketting (8) slijpen

WAARSCHUWING
Verhoogd risico op ongelukken door een onjuist geslepen zaagketting!
Afwijkingen van de afmetingen van de snijkantgeometrie tijdens het slijpen verhogen het risico op terugslag van het product.
- Laat de zaagketting door een vakman slijpen.
De zaagketting kan in een erkende werkplaats opnieuw worden geslepen. Probeer de zaagketting niet zelf te slijpen als u niet over geschikt gereedschap en de no-dige ervaring beschikt.

VOORZICHTIG
Voor het slijpen van de ketting is speciaal gereedschap nodig om ervoor te zorgen dat de snijgereedschappen onder de juiste hoek en tot de juiste diepte worden geslepen.
Na het slijpen moeten alle snijschakels dezelfde breedte en lengte hebben.
Aanwijzingen:
Een scherpe zaagketting zorgt voor optimale zaag-prestaties. Het vreet moeiteloos door het hout heen en laat grote, lange houtspaanders achter.
Een zaagketting is bot als u het zaaggereedschap door het hout moet duwen en de houtspaanders erg klein zijn. Met een zeer botte zaagketting worden er helemaal geen spaanders geproduceerd, alleen houtstof.
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Voor het slijpen moet de zaagketting (8) strak gespannen zijn om correct slijpen mogelijk te maken.
- Voor het slijpen is een rondvijl* met 4,0 mm diameter vereist.

VOORZICHTIG
Andere diameters beschadigen de zaagketting en kunnen tot gevaar bij de werkzaamheden leiden!
- Slijp alleen van binnen naar buiten. Leid de vijl* van de binnenzijde van de zaagtand naar buiten. Til de vijl* op als deze zich terugtrekken.
- Slijp eerst de tanden aan de ene zijde. Draai dan de zaagketting (8) om en slijp de tanden aan de andere zijde.
-
De zaagketting (8) is versleten en moet door een nieuwe zaagketting (8) worden vervangen indien nog slechts ca. 4 mm van de zaagtanden over is.
-
Na het slijpen moeten alle snijschakels even lang en breed zijn.
- Na de derde keer slijpen moet de slijpdiepte (dieptebrenzing) worden gecontroleerd en de hoogte met behulp van een vlakvijl* worden nagevijld. De dieptebegrenzing moet ca. 0,65 mm ten opzichte van de zaagtand terug worden gezet. Rond na het terugzetten van de dieptebegrenzing iets naar voren af.
* = niet altijd meegeleverd!
12.2.5.1 Instructies voor het slijpen van de ketting
| Type zaagketting | Vijldiameter Bovenste hoek Onderste hoek Bovenste | kantel-hoek (55°) | Standaard diepte-meter | ||||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | |||
| Inspan-rotatie-hoek | Inspan-kantel-hoek | Zijwaartse hoek | |||||
![]() | ![]() | ![]() | |||||
| 21PBX ca. 4,8 mm 30° 10° 85° | 0,64 mm | ||||||
![]() | ![]() | ||||||
| Diepteaanslag Vijl | |||||||
13 Opslag en transport
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats.
De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C.
Bewaar het product in de originele verpakking.
Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
13.1 Voorbereiden voor de opslag
- Breng de kettingbescherming aan.
- Maak het product helemaal leeg.
- Reinig en controleer het product op schade.
13.2 Transport
- Het product mag alleen vervoerd worden aan de daarvoor bestemde handgreep.
14 Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Aanwijzing:
- Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en valt onder de speciale aansluitvoorwaarden. Dit betekent dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is.
- Het product kan tijdelijke spanningsschommelingen veroorzaken bij ongunstige condities van het elektriciteitsnet.
- Het product is uitsluitend bestemd voor gebruik op aansluitpunten, diea) een maximale toelaatbare netimpedantie "Z" (Zmax. = 0,415 Ω) niet overschrijden, ofb) een belastbaarheid voor onafgebroken stroom van het net van minstens 100 A per fase hebben.
- Als gebruiker moet u, zo nodig in overleg met uw energiebedrijf, ervoor zorgen dat het aansluitpunt dat u voor het product wilt gebruiken aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet.
14.1 Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
14.2 Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid,
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer,
- Snijplekken omdat over de snoer is gereden,
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken,
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met dezelfde aanduiding H05VV-F.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Veiligheidsvoorschriften voor het vervangen van beschadigde of defecte netsnoeren
Aansluittype Y
Als het netsnoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden gedaan om veiligheidsrisico's te voorkomen.
14.3 Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230 V – 240 V\~ zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
15 Reparatie & bestellen van reserveonderdelen
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
LET OP
Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Neem contact op met een servicecentrum of een erkende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
15.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
Reserveonderdelen/accessoires
| olietankdop 3910207003 |
15.2 Toegestane zaagblad en zaagketting sets
| Geleidebladen: | |
| Kettingzwaard Kangxin AP14-52-507P 3 | 910207001 |
| Zaagkettingen: | |
| Zaagketting Kangxin 3/8LP-52 3910207 | 002 |
16 Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver-wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
-
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
-
Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
-
LIDL biedt u direct in de winkels en op de markten retourmogelijkheden aan. Terugzending en verwijdering zijn voor u gratis.
-
Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge-installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
17 Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Het product kan niet worden gestart. | Voedingsstekker niet aangesloten. | Voedingsstekker op een stopcontact aansluiten. |
| Er is geen netspanning.Huiszekering wordt geactiveerd. | Stopcontacten, netsnoer, leiding en voedingsstekker controleren en zo nodig door een elektricien laten repareren.Huiszekering controleren. | |
| Kettingrem is geactiveerd. | Kettingrem controleren, evt. kettingrem losmaken. | |
| De aan/uit-schakelaar is defect. | Neem contact op met onze klantenservice. | |
| Koolborstels versleten. | ||
| Motor is defect. | ||
| Zaagketting draait niet. | Kettingrem geblokkeerd. | Kettingrem controleren, evt. kettingrem losmaken. |
| Slechte snijprestaties. Zaagketting | verkeerd gemonteerd. Monteer de | zaagketting op de juiste manier. |
| Zaagketting is bot. Laat de zaagketting door een vakman slijpen of vervang de zaagketting. | ||
| Kettingspanning onvoldoende. Controleer de zaagketting. Span de zaagketting indien nodig. | ||
| Product loopt zwaar/zaagketting springt eraf. | Kettingspanning onvoldoende. Controleer de zaagketting. Span de zaagketting indien nodig. | |
| Zaagketting wordt heet, rookontwikkeling tijdens het zagen, verkleuring van het zaagblad. | Te weinig kettingzaagolie. Controleer het automatische oliën. Vul indien nodig kettingzaagolie bij. | |
| Ongewone trilling Kettingzwaard | zit los. Kettingzwaard op goede bevestiging contro-leren. | |
18 EU-conformiteitsverklaring
Vertaling van de originele conformiteitsverklaring
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen.
Merk: Parkside
Art.-aanduiding: ELEKTRISCHE KETTINGZAAG - PEKS 1600 C3
Art.nr. 3910207974, 3910207976 – 3910207980, 39102079915, 39102079959
IAN-nr. 459177_2401
Serienr. 01001 - 50810
EU-richtlijnen:
2006/42/EG, 2014/30/EU, 2000/14/EG & 2005/88/EG, 2011/65/EU*, (EU) 2015/863
* Het hierboven beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.
Toegepaste normen:
EN 62841-1:2015/A11:2022; EN 62841-4-1:2020;
EN IEC 55014-1:2021; EN IEC 55014-2:2021;
EN IEC 61000-3-2:2019/A1:2021;
EN IEC 61000-3-11:2019; EN IEC 63000:2018
2006/42/EG - Bijlage IV
Vermelde instantie: TÜV SÜD Product Service GmbH
Ridlerstraße 65
80339 Munich
Germany
Nummer: 0123
Certificaatnummer: M6A 011284 0455
2000/14/EG\_2005/88/EG - Bijlage: V
Gegarandeerd geluidsvermogensniveau (LWA): 106 dB
Gemeten geluidsvermogensniveau (L _WA ): 103,3 dB
Documentatie gevolmachtigde:
Tobias Ihle
Günzburger Str. 69
D-89335 Ichenhausen
onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriele bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhoudsen veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.
Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.
Afhandeling van een garantieclaim
Volg de onderstaande instructies om ervoor te zorgen dat uw claim snel wordt afgehandeld:
- Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 459177_2401bij de hand als bewijs van aankoop.
- Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje op het product, een gravure op het product, de titelpagina van uw handleiding (linksonder) of op de sticker op de achterkant of onderkant van het product.
- Neem bij functiestoringen of andere defecten eerst telefonisch of per e-mail contact op met de hieronder genoemde serviceafdeling.
- U kunt dan een als defect geregistreerd product, met bijvoeging van het aankoopbewijs (kassabon) en met vermelding van wat het defect is en wanneer het defect is opgetreden, gratis opsturen naar het aan u opgegeven serviceadres.
- U kunt deze en vele andere handleidingen bekijken en downloaden op parkside-diy.com. Met deze QR-code komt u direct op parkside-diy.com. Selecteer uw land en gebruik het zoekvenster om de gebruikshandleiding te zoeken. Als u het artikelnummer (IAN) 459177_2401 invoert, gaat u naar de gebruikshandleiding voor uw artikel.
Vestiging: Duitsland Vestiging: Duitsland








te.





























