PCS26O - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PCS26O SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PCS26O SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PCS26O - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PCS26O van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING PCS26O SCHEPPACH
Inhoudsopgave: Pagina:
- Verklaring van de symbolen op het apparaat.... 95
- Opmerking van de gebruiker 96
- Inleiding 97
- Beschrijving van het apparaat....97
- Leveringsomvang 97
- Beoogd gebruik 97
- Veiligheidsvoorschriften 98
- Technische gegevens.... 103
- Voor ingebruikname 103
- Ingebruikname.... 105
- Toepassing 107
- Transport 110
- Reiniging en onderhoud 110
- Opslag 113
- Afvalverwerking en hergebruik.... 114
- Verhelpen van storingen 114
- Conformiteitsverklaring 365
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
![]() | Alle waarschuwingen moeten worden gelezen, begrepen en in acht worden genomen. | ![]() | Lees de volledige gebruikshandleiding voordat u het apparaat gaat gebruiken. |
![]() | Waarschuwing! Risico op terugslag (kickback). Pas op voor een terugslag van de kettingzaag en voorkom contact met het uiteinde van het zaagblad. | ![]() | Het apparaat mag niet bij regen of in vochtige omgevingen worden gebruikt. |
![]() | Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. | ![]() | Veiligheidshelm dragen. |
![]() | Draag altijd veiligheids- en anti-trillingshandschoenen als u het apparaat gebruikt. | ![]() | Draag altijd snijbestendige veiligheidsschoenen met een antislipzool als u het apparaat gebruikt. |
![]() | Het is belangrijk beschermende kleding te dragen voor voeten, benen, handen en onderarmen. | ![]() | Bedien de kettingzaag altijd met beide handen tegelijk.Werk niet met maar één hand aan de kettingzaag. |
![]() | Let op! Gebruik van de kettingzaag in combinatie met boomklimtechnieken. Voordat u met de werkzaamheden begint, moet u zich vertrouwd maken met alle werkinstructies! | ![]() | Open vuur in de werkomgeving is verboden! |
![]() | Vulopening voor brandstof.Olie- en brandstofmengsel 1:40 | ![]() | Let op! Warme onderdelen. |
![]() | Olietankdop voor kettingzaagolie | ![]() | Instelling van de kettingrem: Witte pijl: kettingrem inactief Zwarte pijl: kettingrem actief |
![]() | Koudstarthendel (choke) | ![]() | Kettingrem ontgrendelen |
![]() | Kettingrem activeren | ![]() | Montagerichting van de zaagketting |
![]() | Instelling kettingsmering | ![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het apparaat. |
| CE | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. | |
| GEVAAR | Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. | |
| WAARSCHUWING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. | |
| VOORZICHTIG | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. | |
| AANWIJZING | Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. | |
2. Opmerking van de gebruiker
WAARSCHUWING:
Lees deze gebruikshandleiding voorafgaand aan het eerste gebruik grondig door en volg altijd de veiligheidsvoorschriften! Deze boomonderhoudszaag mag alleen worden gebruikt door "mensen die ervaren zijn met boomonderhoudszagen en die aanvullend getraind zijn in boomklimtechnieken resp. het werken in werkkooien of hoogwerkbakken"!
Bovendien raden wij aan om een professionele veiligheidscursus over het gebruik, onderhoud van de kettingzaag evenals een EHBO-cursus bij te wonen. Als u de kettingzaag gedurende langere tijd niet gebruikt en om te oefenen, dient u voor aanvang altijd een aantal eenvoudige zaagsnedes in veilig ondersteund hout te maken om weer vertrouwd te raken met de kettingzaag.
De kettingzaag mag uitsluitend door personen worden gebruikt die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Een uitzondering hierop vormt het gebruik door jongeren, mits dit gebruik plaatsvindt in het kader van een beroeps-opleiding met betrekking tot het verkrijgen van vaardigheden onder toezicht van de opleider.
Bewaar de gebruikshandleiding zorgvuldig!
Aanwijzing:
Houd er rekening mee dat bepaalde nationale voorschriften, zoals bijv. werkveiligheid, milieu, het gebruik van de machine kunnen beperken.

WAARSCHUWING - Deze kettingzaag mag uitsluitend door opgeleide boomverzorgers worden gebruikt. Het gebruik zonder correcte opleiding kan tot ernstig letsel leiden. Zie bedieningshandleiding!
Deze boomonderhoudszaag is speciaal ontworpen voor boomverzorging en boomchirurgie. Alle werkzaamheden met deze boomonderhoudszaag mogen alleen worden uitgevoerd door geschoolde mensen die ervaring zijn met boomonderhoudszagen!
3. Inleiding
FABRIKANT:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
AANWIJZING:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- veronachtzaming van de gebruikshandleiding,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- inbouw en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen,
- Dat niet conform de voorschriften is.
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht, bij het apparaat. De gebruikshandleiding moet door elke operator voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van producten van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
4. Beschrijving van het apparaat
- Zaagketting
- Geleideblad
- Voorste handbescherming
- Brandstofpomp "Primer"
- gashendel
- Achterste handgreep
- Gashendelblokkering
- starterkoord
- Luchtfilterdeksel
- Sluiting voor luchtfilterdeksel
- Dop kettingolietank
- Voorste handgreep
- Dop brandstoftank
- Koudstarthendel (choke)
- Aan/uit-schakelaar
- Bevestigingsmoeren
- Kettingwielafdekking
- Geluiddemper
- Ophanginrichting
- Deksel van het geleideblad
- Mengvat
- Kettingspanschroef
- Klauwaanslag
- Kettingvanger
- Kettingspanpen
- Kettingwiel
- geleidingsgroef
- Bevestigingsbout
- Tandwiel
- Smeergat
- Olieregelschroef
- Luchtfilter
- Bougie
- Bougiestekker
-
Zuigkop
-
Bougiesleutel / sleufschroevendraaier
5. Leveringsomvang
- Boomonderhoudszaag
- Zaagketting
- Geleideblad
• Deksel van het geleideblad
• Bougiesleutel / sleufschroevendraaier - Mengvat
6. Beoogd gebruik
Dit apparaat is een bijzonder lichte en handige boomonderhoudszaag met een bovenhandgreep. De boomonderhoudszaag is speciaal ontwikkeld voor boomchirurgie en boomverzorging. Deze boomonderhoudszagen mogen daarom alleen worden gebruikt door "mensen die ervaren zijn met boomonderhoudszagen en die aanvullend getraind zijn in boomklimtechnieken resp. het werken in werkkooien of hoogwerkbakken".
Voor incidenteel gebruik in dun hout, verzorging van fruitbomen, snoeien en afkorten.
De voorbereiding van brandhout mag alleen worden uitgevoerd zolang de houtdiameter niet groter is dan de snijlengte (20 cm).
Daarboven adviseren wij een conventionele kettingzaag met een grote greepafstand resp. zaaglengte.
Wie mogen het apparaat niet gebruiken:
Personen die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding, kinderen, jongeren onder de 16 jaar en personen die onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen, of moe of ziek zijn.
Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het zagen van hout. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van niet-beoogd gebruik of onjuist gebruik.
Het apparaat mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen die het apparaat bedienen of onderhouden, moeten ermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd.
Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het apparaat worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
GEVAAR
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- inbouw en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen,
- verwijderen of veranderen van de veiligheidscomponenten.
6.1 Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- Dit apparaat is niet geschikt voor kapwerkzaamheden.
- Gebruik het geleideblad niet als hefboom om boomstammen of dergelijke te bewegen.
- Het zagen van hout met een diameter van meer dan 20 cm is niet toegestaan.
7. Veiligheidsvoorschriften
7.1 Algemene aanwijzingen
⚠ WAARSCHUWING
Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga met gezond verstand te werk bij werkzaamheden met het apparaat. Gebruik het apparaat niet als u ziek of moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
Voorkom verkeerd gebruik en pas de machine uitsluitend toe voor werk genoemd onder "Beoogd gebruik". De gebruikshandleiding bevat belangrijke informatie over hoe u veilig en vakkundig met de kettingzaag kunt werken en hoe u gevaren kunt voorkomen.
Als er toch een verstopping optreedt tussen het snoei-materiaal en de zaagketting, dient u de machine on-middelijk uit te schakelen. Wacht tot de zaagketting tot stilstand is gekomen. Verwijder de bougiestekker en trek snijbestendige handschoenen aan om de ver-stopping te verwijderen. Als het geleideblad (zaag-blad) moet worden verwijderd, volg dan de aanwijzingen zoals beschreven in het hoofdstuk "Montage". Na het verwijderen van de verstopping en het opnieuw monteren, moet een testrun worden gemaakt.
Indien tijdens dit proces trillingen of mechanische geluiden worden waargenomen, stop dan met de werkzaamheden en neem contact op met een erkend servicecentrum. Mocht dit gevaar zich vaker voordoen, dan adviseren wij een nieuwe instructie.
■ Lees voor de ingebruikname de gebruikshandleiding van uw apparaat en neem hierbij met name de veiligheidsvoorschriften in acht.
■ De op het apparaat aangebrachte waarschuwingsen instructiebordjes geven belangrijke aanwijzingen voor een veilig gebruik.
■ Naast de aanwijzingen in de gebruikshandleiding moeten de algemene veiligheids- en ongevallen-preventievoorschriften van de wetgever in acht worden genomen.
■ Verpakkingsfolies uit de buurt van kinderen houden. Er bestaat verstikkingsgevaar!
■ Bij onvakkundig gebruik kunnen onvoldoende ge-informeerde gebruikers zichzelf en anderen in gevaar brengen. De gebruiker is verantwoordelijk voor derden.
■ Controleer de werking van de gashendel voordat u met de werkzaamheden begint. Deze moet na het loslaten automatisch in de stationaire stand terugkeren.
■ Werk niet langer dan 10 minuten achter elkaar. Wij adviseren, om tussen de bewerkingen steeds een pauze van 10 tot 20 minuten te nemen.
■ Leen het apparaat alleen uit aan gebruikers die ervaring hebben met het apparaat. Overhandig daarbij de gebruikshandleiding.
■ Bepaald zaagwerk vraagt om een speciale training en vaardigheden. Raadpleeg een specialist als u twijfelt of vragen heeft.
■ Beginnende gebruikers moeten zich de eigenschappen en het gebruik van het apparaat laten uitleggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motorzaagcursus.
■ Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, moet het zo worden bewaard dat niemand in gevaar wordt gebracht. Zorg dat onbevoegden er niet bij kunnen.
■ De gebruiker is verantwoordelijk voor alle ongevallen en gevaren waarbij andere personen of hun eigendommen betrokken zijn.
■ Kinderen, jongeren en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens mogen de kettingzaag niet gebruiken. Er kan een uitzondering worden gemaakt voor jongeren vanaf 16 jaar in het kader van een opleiding en onder toe-zicht van een beroepsbeoefenaar.
■ De elektrische ontsteking van het apparaat genereert een laag elektromagnetisch veld. Als u een pacemaker of een soortgelijk implantaat draagt, raadpleeg dan uw arts voordat u het apparaat gebruikt om gezondheidsrisico's te voorkomen.
■ Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan materiële schade aan het apparaat en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
7.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
GEVAAR
Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), zoals oogbescherming (vizier of bril), hoofd-, hand-, been- en voetbescherming die geschikt is voor het klimmen in bomen!
- Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming, resp. een veiligheidsbril en gehoorbescherming.
- Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaagbeschermingslaag.
- Draag antislip veiligheidsschoenen.
- Draag veiligheidshandschoenen.
■ Voorkom het dragen van wijde kleding, deze kan verstrikt raken.
■ Draag geen sjaal, halsdoek of das en ook geen sie-raden!
■ Maak bij lang haar gebruik van een haarnetje!
■ Draag bij alle soorten werkzaamheden in het bos een veiligheidshelm. Deze geeft bescherming tegen vallende takken. Controleer de veiligheidshelm regelmatig op beschadigingen. De helm dient uiterlijk na 5 jaar te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen.
■ De gelaatbescherming en/of de veiligheidsbril biedt bescherming tegen zaagsel en houtsplinters. Om oogletsel te voorkomen, dient bij het werken met het apparaat altijd een gelaatbescherming of veiligheidsbril te worden gedragen.
■ Draag altijd gehoorbescherming. Het door het apparaat voortgebrachte geluid kan gehoorschade veroorzaken.
■ Draag stevige veiligheidshandschoenen van robuust materiaal, zoals leer.
■ Draag een stofmasker bij het zagen van droog hout. Er kan zaagstof vrijkomen.
■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de gebruiker vallen. De gebruiker kan ernstig gewond raken of worden gedood. Valbeveiliging dragen.
7.3 Opslag en transport
■ Schakel de kettingzaag vóór elk transport uit, ook bij korte afstanden. Activeer de kettingrem en plaats de kettingbeschermer.
■ Gebruik de kettingbeschermer steeds tijdens transport en opslag.
■ Beveilig de machine tegen omvallen tijdens transport (ook in voertuigen) om brandstofverlies, schade of letsel te voorkomen.
■ Draag het apparaat alleen aan de voorste handgreep. Het geleideblad wijst daarbij naar achteren, weg van uw lichaam.
■ Houd de hete geluiddemper uit de buurt van uw lichaam. Er bestaat gevaar voor brandwonden!
■ Reinig en onderhoud de kettingzaag voordat u hem in de opslag weglegt.
■ In de opslag moet het apparaat op een veilige en droge plaats kunnen liggen. Beveilig het ook tegen onrechtmatige toegang.
7.4 Veiligheid van de omgeving
■ Nationale en/of plaatselijke voorschriften kunnen een tijdslimiet stellen aan het gebruik van luidruchtige, door een motor aangedreven apparatuur. Vraag uw lokale overheid hiernaar.
■ Het apparaat mag niet in binnenruimten of andere slecht geventileerde ruimten worden gebruikt. Er bestaat gevaar voor verstikking door de giftige uitlaatgassen/smeeroliedampen.
■ Voer werkzaamheden alleen uit bij daglicht.
■ Werk ook niet bij ongunstige weersomstandigheden, zoals bijv. regen of wind. Dat geeft een verhoogd risico op ongelukken.
■ Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd.
■ Houd kinderen, andere personen en dieren voor en tijdens het werk op afstand. Als u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
■ Controleer vóór het begin van de werkzaamheden of zich geen personen, dieren of voorwerpen in de gevarenzone bevinden.
■ Werk niet in de buurt van draadafrasteringen of in gebieden met losse oude draad.
■ Houd een brandblusser gereed wanneer u werkt in een licht ontvlambare omgeving, zoals droog gras, enz. Er bestaat brandgevaar!
7.5 Brandstof bijvullen
■ Benzine is zeer licht ontvlambaar. Houd bij het tan- ken afstand van open vuur en rook niet tegelijk. Er bestaat brandgevaar!
■ Let erop dat u geen benzine morst. Benzine of kettingzaagolie mag niet in de grond terecht komen. Zorg voor een geschikte onderlegger.
■ Tank uitsluitend op een voldoende geventileerde plaats. Benzinedampen kunnen gemakkelijk ontvlammen of exploderen.
■ Schakel de motor uit voordat u gaat tanken en laat het apparaat afkoelen. Als er benzine is gemorst, dient u de betreffende plekken direct te reinigen. Laat ook geen brandstof op uw kleding komen. Wissel deze anders direct.
■ Voorkom ook huid- en oogcontact met benzine of smeerstoffen (olie).
■ Adem benzinedampen/smeeroliedampen niet in.
■ Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er benzine uitloopt. Er bestaat gevaar door verbranding.
■ Open het tankdeksel voorzichtig, zodat eventuele overdruk langzaam kan ontsnappen en er geen benzine uitspat.
7.6 Voor de ingebruikname
⚠ WAARSCHUWING
Voer inspecties altijd voor het in bedrijf stellen uit en alleen als de motor uitgeschakeld is.
Controleer altijd of het apparaat veilig kan worden gebruikt voordat u ermee gaat werken of wanneer het op de grond is gevallen.
Controleer of alle bewegende delen goed werken.
Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden gereedschap. Laat beschadigde onderdelen repareren door een bevoegde specialist.
Gebruik de kettingzaag en de accessoires alleen overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden.
Het gebruik van gemotoriseerd gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
■ Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren functioneert (voorste handbescherming, zie afb. 2).
■ Controleer of het geleideblad goed gemonteerd is.
■ Controleer of de zaagketting goed gespannen is. Neem de aanwijzingen inzake het smeren, de kettingspanning en het vervangen van accessoires in acht. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of meer kans op terugslag opleveren.
■ Houd snijgereedschap scherp en schoon. Slijp regelmatig bij en vervang versleten onderdelen op tijd. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
■ Controleer de gashendel en de gashendelblokking op soepele werking. De gashendel moet naar de uitgangspositie terugveren.
■ Controleer of er voldoende brandstof en kettingsmeerolie in de tank zitten.
■ Let erop dat de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vuil zijn.
■ Werk nooit helemaal alleen. In geval van nood moet er iemand in de buurt zijn.
■ Gebruik de kettingzaag alleen als u op veilige, stabiele en vlakke grond staat. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Een gladde of een onstabiele ondergrond (bijv. op een ladder) kan leiden tot evenwichtsverlies of verlies van de controle over de kettingzaag. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Hierdoor kunt u de kettingzaag in onverwachte situaties beter controleren.
■ Werk niet op een boom met de kettingzaag. Bij gebruik op een boom bestaat gevaar voor letsel.
■ Zaag nooit boven schouderhoogte.
■ Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand op de achterste greep en uw linkerhand op de voorste handgreep. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkpositie verhoogt het risico op letsel en mag niet worden gebruikt.
■ Houd u bij een draaiende kettingzaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de kettingzaag of de zaagketting niets raakt. Tijdens werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment onoplettendheid er toe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden vastgegrepen.
■ Schakel de kettingzaag direct uit bij merkbare veranderingen in het gedrag van het apparaat.
■ Als de kettingzaag stenen, spijkers of andere harde voorwerpen heeft geraakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en zowel de zaagketting als het geleideblad op beschadigingen controleren.
■ Laat de kettingzaag niet vallen, stoot hem niet te- gen obstakels en gebruik het geleideblad nooit als hefboom.
■ Zaag alleen in hout met de kettingzaag.
■ Let er tijdens het zagen op dat een onder spanning staande tak, zal terugveren. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker raken en/of de controle over de kettingzaag laten verliezen.
■ Wees met name voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken en op u slaan of u uit evenwicht brengen.
7.7 Trillingen
⚠ WAARSCHUWING
Voorkom de risico's van trillingen, bijvoorbeeld het risico van wittevingerziekte (doorbloedingsstoornissen) door frequente werkpauzes in te lassen waarbij u bijvoorbeeld uw handen tegen elkaar wrijft.
■ Draag altijd veiligheidshandschoenen en let op warme handen.
■ Zorg er altijd voor dat de ketting scherp is.
■ Las regelmatig pauzes in.
7.8 Voorzorgsmaatregelen tegen terugslag
⚠ WAARSCHUWING
Let bij het werken op de terugslag van het apparaat. Er bestaat gevaar voor letsel. U voorkomt terugslag door voorzichtig en met de juiste zaagtechniek te werk te gaan.
■ In sommige gevallen kan contact met het uiteinde van het zaagblad een onverwachte, naar achteren gerichte reactie veroorzaken, waarbij het geleideblad in de richting van de gebruiker omhoog wordt geslagen.
■ Terugslag kan optreden als het uiteinde van het geleideblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de snede wordt vastgeklemd door ombuigend hout.
■ Als de zaagketting aan de bovenrand van het geleideblad is vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel onverwacht terugslaan in de richting van de gebruiker.
■ Als de zaagketting aan de onderkant van het geleideblad vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel ongecontroleerd uit de werkrichting en het hout in worden getrokken.
■ Wees uiterst voorzichtig wanneer u de ketting van de kettingzaag gebruikt om verder te zagen in een zaagsnede die al is begonnen.
■ Zaag geen takken of stukken hout die tijdens het zagen van positie kunnen veranderen of waarbij de zaagsnede zich tijdens het zagen sluit.
- Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Tref als gebruiker van de kettingzaag diverse maatregelen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven:
■ Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij de duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Als de juiste maatregelen worden getroffen, kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
■ Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het zaagblad en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties.
■ Gebruik ter vervanging altijd geleidebladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Onjuiste vervangende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagketting en/of terugslag tot gevolg hebben.
■ Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de kans op terugslag.
■ Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad. Er bestaat gevaar voor terugslag. (afb. 7)
■ Controleer of er zich geen spijkers of metalen delen in het zaag- of snoeigebied bevinden. Let goed op voor met name spijkers of ijzeren delen rondom het zaag- of snoeigebied. Wees ook voorzichtig bij het zagen van hardhout waarbij de ketting vast kan komen te zitten. Hierdoor kan er terugslag optreden.
■ Begin op vol vermogen te zagen en houd de kettingzaag altijd op maximum snelheid tijdens het zagen.
■ Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de grond liggen, waar u over kunt struikelen.
7.9 Werkomstandigheden en -techniek
■ Werk alleen bij goed zicht en goede lichtomstandigheden. Let in het bijzonder op bij gladheid, nat-tigheid, ijs en sneeuw (risico op uitglijden). Bij vers geschild hout (schors) is er een verhoogd risico op uitglijden.
■ Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels in het werkgebied, struikelgevaar. Zorg er steeds voor dat u stevig staat.
■ Zaag nooit boven schouderhoogte.
■ Zaag nooit staand op ladders.
■ Klim nooit met de kettingzaag in een boom en voer hier geen werkzaamheden uit als er geen geschikte beveiligingssystemen zijn voor mens en machine. Wij raden aan om altijd aan vanaf een werkplatform te werken.
■ Werk niet te ver voorovergebogen.
■ Geleid de kettingzaag zodanig dat geen enkel lichaamsdeel zich in het verlengde van het draaibereik van de zaagketting bevindt.
■ Zaag alleen hout met de kettingzaag.
■ Raak de grond niet als de zaagketting loopt.
■ Maak het gebied van de zaagsnede vrij van vreemde voorwerpen, zoals zand, stenen, spijkers, enz. Vreemde voorwerpen beschadigen de zaag en kunnen gevaarlijke terugslag (kickback) veroorza-ken of worden weggeslingerd.
■ Gebruik bij het zagen van gezaagd hout een veilige ondersteuning (indien mogelijk een werkbok). Het hout mag niet met de voet of door een andere persoon worden vastgehouden.
■ Rondhout moet worden vastgezet zodat het niet kan verdraaien.
■ Werk nooit zonder klauwaanslag, de kettingzaag kan de bediener naar voren trekken. Gebruik de klauwaanslag om boomstammen of dikke takken door te zagen. Het gebruik van de klauwaanslag verhoogt de werkveiligheid, vermindert de persoonlijke belasting bij het werken en vermindert trillingen.
■ Voor het vellen of afkorten moet de boomklauw (de klauwaanslag) op het te zagen hout worden geplaatst. Ook voor het doorzagen van dikke takken wordt aanbevolen om de boomklauw te gebruiken.
■ Plaats bij het afkorten altijd eerst de boomklauw en zaag dan pas in het hout terwijl de zaagketting loopt. De zaag wordt daarbij met de achterste greep omhooggetrokken en met de beugelgreep geleid. De boomklauw fungeert als draaipunt. De positie wordt aangepast met lichte druk op de beugelgreep. Trek de kettingzaag daarbij iets terug. Breng de boomklauw dieper aan en trek de achterste greep weer omhoog.
■ Wees voorzichtig bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnen afgezaagde stukken hout worden meegesleurd (gevaar voor letsel).
■ De kettingzaag kan bij het zagen met de bovenzijde van het blad naar de gebruiker worden gestoten wanneer de zaagketting vastklemt. Daarom moet indien mogelijk met de onderzijde van het blad worden gezaagd, omdat de kettingzaag dan van het lichaam af naar het hout wordt getrokken.
■ Hout waar spanning op staat moet altijd eerst worden ingezaagd aan de zijde waar drukkrachten op staan. Daarna kan pas de eindsnede worden gemaakt aan de zijde waar trekkrachten op staan. Zo wordt voorkomen dat het zaagblad vastklemt.
■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de kettingzaag vallen. Mensen kunnen ernstig gewond raken en er kan materiële schade ontstaan. Kettingzaag boven de ophanginrichting borgen.
■ Voordat de zaagketting in de verwerkingszone wordt geplaatst, kan deze zijwaarts wegslippen of kan de kettingzaag gaan stuiteren.
⚠ LET OP
Verhoogde terugslagrisico!
Om tijdens het "doorzagen" volledige controle te behouden, reduceert u tegen het einde van de zaagsnede de aanpersdruk, zonder de stevige greep aan de handgrepen van de kettingzaag losser te maken. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het voltooien van de zaagsnede tot de zaagketting tot stilstand is gekomen voordat u de kettingzaag verwijdert. Zet de motor van de kettingzaag altijd uit, voordat u van boom naar boom gaat.
⚠ WAARSCHUWING
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Het witte vinger syndroom is een vaatziekte waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Zorg voor zo min mogelijke trillingen van de machine door regelmatig onderhoud en stevig bevestigde delen op het apparaat.
7.10 Restrisico's
GEVAAR
GEVAAR VOOR LETSEL!
Aanraking met de zaagketting kan leiden tot dodelijk snijletsel.
Nooit met de handen in een draaiende zaagketting grijpen.
GEVAAR VOOR TERUGSLAG!
Terugslag kan leiden tot dodelijk snijletsel.
GEVAAR VOOR BRANDWONDEN!
De ketting en het geleideblad worden warm tijdens het gebruik.
Het apparaat is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de veiligheidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
Machine zonder zaagblad
Lengte x breedte x hoogte .....270 x 230 x 240 mm
Gewicht zonder brandstof,
zonder zaagblad en zaagkettingset ......ca.3,5 kg
Gewicht zonder tankvulling,
met zaagblad en zaagkettingset ......ca.3,8 kg
Tank voor kettingsmeerolie 0,16 l
Brandstoftank inhoud 0,23 l
Olie- en brandstofmengsel....1:40
Zaaglengte ....20 cm
Zaagbladlengte ....30 cm
met kettingzaagolie ....ja
Aantal tanden aandrijfkettingwiel....6
Tandverdeling aandrijfkettingwiel.... 3/8"
Zaagbladtype 100SDEA041
Kettingsnelheid max....21 m/s
Motor ....1 cilinder, 2 takt luchtgekoeld
Cilinderinhoud 25,4 cm ^3
Max. motorvermogen volgens ISO 7293 ..... 0,7 kW
Stationair toerental n_0 .....3300 ± 300 min ^-1
Maximum toerental met
zaagblad en zaagkettingset ....11000 min ^1
CO ^2 -uitstoot....1503 g/kWh
Bougie ....L8RTC
Geluid
Gemeten geluidsdrukniveau L _nA ......99,2 dB
Onzekerheid K_pA 3 dB
Gewaarborgd
Geluidsvermogensniveau L_WA .....113 dB
Gemeten geluidsvermogensniveau L_WA ..... 108,7 dB
Onzekerheid K_WA 3 dB
Informatie over geluidsemissie in overeenstemming met de wet op de productveiligheid (ProdSG) en de EG-machinerichtlijn: Het geluidsdrukniveau op de werkplek kan meer dan 80 dB zijn.
In dit geval zijn geluidbeschermingsmaatregelen voor de gebruiker vereist (bijvoorbeeld het dragen van geschikte en aangewezen gehoorbescherming en het nemen van regelmatige pauzes).
Trilling
Trilling, voorste handgreep....8,98 m/s²
Trilling, achterste handgreep....8,03 m/s²
Onzekerheid....1,5 m/s²
⚠ WAARSCHUWING
Voorkom de risico's van trillingen, bijvoorbeeld het risico van wittevingerziekte (doorbloedingsstoornissen) door frequente werkpauzes in te lassen waarbij u bijvoorbeeld uw handen tegen elkaar wrijft.
⚠ WAARSCHUWING
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van de machine kan verschillen van de waarde die in de gebruikshandleiding of door de fabrikant wordt vermeld. Dit kan worden veroorzaakt door de volgende beïnvloedende factoren, waarmee voor en tijdens het gebruik rekening moet worden gehouden:
- Wordt de machine correct gebruikt
- Is het type snijden van het materiaal of de manier waarop het verwerkt wordt correct?
- Is de machine in goede staat?
- Scherpteconditie van het snijgereedschap of juiste snijgereedschap.
- Zijn de handgrepen of optionele trillingsgrepen gemonteerd en zijn ze stevig aan de behuizing van de machine bevestigd?
9. Voor ingebruikname
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Verwijder de beknopte handleiding van het starterkoord (8).
LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9.1 Montage van het geleideblad (2) en de zaagketting (1) (afb. 2 - 5)
LET OP
Voer de montage altijd uit bij uitgeschakelde motor.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (1) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
Gebruik alleen goedgekeurde combinaties van zaagketting (1) en geleideblad (2) (zie hoofdstuk "Goedgekeurde zaagblad en zaagkettingset").
aanwijzing
Een nieuwe zaagketting (1) rekt op en moet vaker worden opgespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig en stel deze zo nodig bij.
Al naar gelang de slijtage kan het geleideblad (2) worden gekeerd.
- Leg de kettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond neer.
- Trek de voorste handbescherming (3) tot aan de aanslag naar achteren om de kettingrem te ont-grendelen. (afb. 2)
- Verwijder de bevestigingsmoer (16) met de bougiesleutel (20).
- Verwijder de beschermkap van het kettingwiel (17).
- Draai de kettingspanschroef (23) linksom (tegen de klok in) totdat de kettingspanpen (26) zich tegen de rechteraanslag bevindt (zie afb. 3). Gebruik hiervoor de sleufschroevendraaier (20).
- Schuif de sleufopening van het geleideblad (2) over de uitstekende bevestigingsbout (29).
- Leg de zaagketting (1) over de vertanding van het kettingwiel (27). Voer de zaagketting (1) nauwkeurig in het geleideblad (2). In het uiteinde van het geleideblad (2) bevindt zich een tandwiel (30). Zorg dat de tanden van de zaagketting (1) hier in vallen. (afb. 6 en 18)
- Trek enigszins aan het geleideblad (2), om de zaagketting (1) licht voor te spannen.
- Plaats het kettingwielafdekking (17) weer terug. Let erop dat de binnenliggende kettingspanpen (26) in het passende boorgat van het geleideblad (2) zit. Verstel evt. de kettingspanschroef (23) met de sleufschroevendraaier (20).
- Schroef de bevestigingsmoer (16) er met de hand weer op. Draai ze echter nog niet helemaal vast. De bevestigingsmoer (16) wordt pas vastgedraaid nadat de zaagketting (1) is gespannen.
9.2 Zaagketting (1) spannen en controleren
⚠ WAARSCHUWING
Doe veiligheidshandschoenen aan! Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
Controleer de kettingspanning regelmatig voor elk gebruik.
Voer inspecties altijd voor het in bedrijf stellen uit en alleen als de motor uitgeschakeld is.
- Voor het spannen moet u de bevestigingsmoer (16) iets losdraaien met de bougiesleutel (20).
- Draai de kettingspanschroef (23) met de sleufschroevendraaier (20) rechtsom voor een hogere spanning.
- Draai de bevestigingsmoer (16) stevig vast met de bougiesleutel (20).
- De zaagketting (1) moet ook aan de onderkant van het blad goed aansluiten. Controleer of de zaagketting (1) (bij ontgrendelde kettingrem, trek de voorste handbescherming (3) naar achter) met de hand over het geleideblad (2) kan worden getrokken.
AANWIJZING
Een nieuwe zaagketting (1) rekt op en moet vaker worden opgespannen.
9.3 Brandstof mengen
Der motor moet met een brandstofmengsel van benzine en motorolie worden gebruikt.
⚠ WAARSCHUWING
Voorkom direct contact van brandstof met de huid en adem geen brandstofdamp in.
Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije benzine (min. RON 95) en speciale 2-taktmotorolie (JASO FD/ISO - L - EGD). Meng het brandstofmengsel volgens de brandstofmengtabel.
Doe de juiste hoeveelheid benzine en 2-takt-olie in de meegeleverde mengfles (22) (zie "Brandstofmengtabel"). Schud de mengfles (22) vervolgens goed door.
9.3.1 Brandstofmengtabel
Mengmethode: 40 delen benzine op 1 deel olie Benzine ....2-takt olie
0,5 liter....12,5 ml
9.4 Brandstof bijvullen (afb. 8)
⚠ WAARSCHUWING
Vul de brandstof alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Er bestaat brandgevaar!
- Reinig altijd het gebied rondom de dop van de brandstoftank (13) voor het bijvullen, zodat er geen viezigheid in de tank terecht kan komen. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizende doek.
- Leg het apparaat op zijn kant, zo dat de dop van de brandstoftank (13) naar boven wijst.
- Draai de tankdop (13) linksom en maak hem open. De tankdop (13) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoftank en kan zo niet vallen.
- Vul de brandstoftank met het brandstofmengsel. Mors geen brandstof en maak de brandstoftank niet helemaal tot aan de rand vol.
- Veeg gemorste brandstof direct op.
- Draai de tankdop (13) rechtsom om de tank af te sluiten.
AANWIJZING
Controleer elke keer na het bijvullen van brandstof ook de kettingzaagolie.
9.5 Brandstof aftappen
Leeg de brandstoftank alleen in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof in de grond loopt (om het milieu te beschermen). Gebruik een geschikte ondergrond.
- Houd een opvangbak onder de brandstoftank.
- Schroef de tankdop (13) van de brandstoftank los en verwijder deze.
- Tap het benzine-/oliemengsel volledig af.
- Schroef de tankdop (13) er weer handvast op.
9.6 Kettingzaagolie bijvullen (afb. 8)
⚠ WAARSCHUWING
Vul de kettingzaagolie alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Er bestaat brandgevaar! Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting (1) wordt de zaagblad en zaagkettingset in korte tijd onherstelbaar beschadigd. Controleer voor het werk altijd de kettingsmering.
AANWIJZING
Gebruik uitsluitend kettingzaagolie. Liefst een biologisch afbreekbare soort. Gebruik geen afgewerkte olie, motorolie enz.
Controleer ook tijdens het werken of de kettingsmering goed werkt.
-
Reinig altijd het gebied rondom de dop van de kettingolietank (11) voor het bijvullen, zodat er geen viezigheid in de kettingolietank terecht kan komen. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizen-de doek.
-
Leg het apparaat zo op zijn kant, dat de dop van de kettingolietank (11) naar boven wijst.
- Draai de kettingolietankdop (11) linksom en maak hem open. De dop van de kettingolietank (11) is via een verlieszekering verbonden met de kettingolietank en kan daardoor niet vallen.
- Vul de biologische kettingzaagolie in de ketting-golietank. Mors geen kettingzaagolie tijdens het bijvullen en maak de kettingolietank niet helemaal tot aan de rand vol.
- Veeg gemorste kettingzaagolie direct op.
- Draai de dop van de kettingolietank (11) rechtsom, dus met de klok mee, om de tank af te sluiten.
10. Ingebruikname
⚠️ VOORZICHTIG
Neem de wettelijke voorschriften inzake geluidsbescherming in acht.
⚠ Let op!
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!
Werkinstructies
Maakt u zich voor het gebruik vertrouwd met de omgang met de kettingzaag.
Het is verplicht om de kettingzaag voor elk gebruik of na het laten vallen zorgvuldig te controleren op eventuele schade. Als er schade wordt gevonden, moet deze onmiddellijk door u of een erkend servicecentrum worden gerepareerd. Controleer de volgende punten voordat u de kettingzaag gebruikt:
- Correcte plaatsing van het geleideblad
- Installatie/looprichting, evenals perfecte (scherpe) zaagketting
- Spanning van de zaagketting (meerdere keren controleren en opnieuw afstellen met een nieuwe ketting)
- Werking van de kettingsmering
- Werking van de kettingrem
- Werking van de koppeling (geen beweging van de ketting bij stationair draaien)
• Dichtheid van brandstofsysteem - perfecte staat en volledigheid van de veiligheids- voorzieningen en de snij-inrichting
- stevige bevestiging van alle schroefverbindingen
- Soepel lopen van alle bewegende delen
AANWIJZING
De kettingzaag heeft geen startgasblokkering.
10.1 Starten van de motor
LET OP
Ga ten minste 3 meter weg van de plaats waar getankt wordt, voordat u de motor start (afb. 9).
Trek het starterkoord (8) er altijd recht uit. Houd de greep van het starterkoord (8) vast tot de starterkoord (8) weer opwikkelt. Laat het starterkoord (8) nooit te-rugschieten.
Laat de gashendel (5) onmiddellijk na het starten van de motor los. Zorg ervoor dat het motortoerental weer stationair is voordat u de kettingrem loslaat (duw de voorste handbescherming (3) naar achteren).
Trek de koude starchendel (choke) (14) alleen uit voor het starten.
10.1.1 Starten bij koude motor
⚠ WAARSCHUWING
Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (voorste handbescherming (3) naar voren drukken).
LET OP
Laat nooit het starterkoord (8) terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
- Verwijder de beschermkap van het geleideblad (21).
- Plaats de kettingzaag op een stabiele en vlakke ondergrond. De zaagketting (1) mag hierbij de grond niet raken.
- Druk de voorste handbescherming (3) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (1) werd door de kettingrem geblokkeerd.
- Druk 6x op de brandstofpomp "Primer" (4). (afb. 1)
- Schakel de aan/uit-schakelaar (15) op "ON". (afb. 1)
- Trek de koudstarthendel (choke) (14) aan. (afb. 10)
- Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (12) vast en trek het starterkoord (8) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
- Trek nu het starterkoord (8) snel aan tot de motor start. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze. Zo lang de koudstarthendel (choke) (14) is uitgetrokken, start de motor slechts kort en gaat daarna weer uit.
- Zodra de motor is uitgegaan, drukt u de gashendelblokkering (7) en de gashendel (5) gelijktijdig in. De koudstarthendel (choke) (14) springt automatisch in de bedrijfsstand "warme start". (afb. 10)
- Trek nu opnieuw snel aan het starterkoord (8) tot de motor start.
Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u hoofdstuk "Verhelpen van storingen" te raadplegen.
AANWIJZING
Bij hoge buitentemperaturen kan het zijn dat ook bij een koude motor zonder starchendel (choke) (14) moet worden gestart!
- Ontgrendel de kettingrem door de voorste handbescherming (3) naar achteren te trekken. (afb. 2)
- VOORZICHTIG! De kettingrem is nu gelost. Als de gashendel (5) samen met de gashendelblokkering (7) wordt bediend, start de zaagketting (1).
10.1.2 Starten bij warme motor
(Het apparaat stond minder dan 15–20 minuten stil.)
⚠ WAARSCHUWING
Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (voorste handbescherming (3) naar voren drukken).
- Druk de voorste handbescherming (3) naar voren tot deze vastklikt. De zaagketting (1) werd door de kettingrem geblokkeerd.
- Schakel de aan/uit-schakelaar (15) op "ON".
- De koudstarthendel (choke) (14) moet voor het starten van de warme motor niet worden aangetrokken.
- Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (12) vast en trek het starterkoord (8) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
- Trek nu hard en snel aan het starterkoord (8). Het apparaat moet na 1-2 keer trekken starten. Als het apparaat na 6 keer aantrekken nog altijd niet start, herhaalt u de werkwijze onder "Starten bij koude motor".
10.2 Motor uitzetten
10.2.1 Nood-uit stappen
Mocht het nodig zijn om het apparaat direct te stoppen, zet u hiervoor de aan/uit-schakelaar (15) op "OFF". (afb. 1)
10.2.2 Normaal uitschakelen
- Laat de gashendel (5) los. De motor loopt nu stationair.
- Zet vervolgens de aan/uit-schakelaar (15) op "OFF". (afb. 1)
10.3 Bedrijf bij stationair draaien
LET OP
Als de motor stationair loopt, moet de zaagketting (1) stilstaan.
AANWIJZING
Als de zaagketting (1) bij stationair toerental zich beweegt of als de motor bij het wegnemen van gas uit zichzelf uitgaat, moet een instelling aan de carburateur worden aangebracht (zie hoofdstuk "Onderhoud van de carburateur").
- Til de kettingzaag op.
- Houd met de linkerhand de voorste handgreep (12) vast.
- Houd met de rechterhand de achterste handgreep (6) vast. Hierbij liggen de handpallen op de gashendelblokkering (7) en met uw wijsvinger bedient u de gashendel (5).
- Na hernieuwde bediening van de gashendel (5) loopt de motor bij stationair toerental.
- Laat de motor kort warmlopen.
10.4 Kettingsmering controleren en instellen
LET OP
- Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting (1) wordt de zaagblad en zaagkettingset in korte tijd onherstelbaar beschadigd.
- Controleer voor het werk altijd de kettingsmering.
Aanwijzing
Gebruik uitsluitend kettingzaagolie, bij voorkeur biologisch afbreekbaar. Gebruik geen afgewerkte olie, motorolie enz.
Houd de kettingzaag terwijl hij loopt, bij gemiddelde snelheid, boven een afgezaagde boomstronk of een geschikte ondergrond. Als de smering voldoende is, vormt zich een lichte oliefilm op de boomstronk of op de ondergrond.
- Indien nodig kan de kettingsmering worden verhoogd of verlaagd door middel van de olieregelschroef (32) (afb. 11).
- Gebruik de meegeleverde sleufschroevendraaier (20) hiervoor als volgt:
- Druk eerst en draai dan de olieregelschroef (32) rechtsom voor minder kettingsmering.
- Druk eerst en draai dan de olieregelschroef (32) linksom voor meer kettingsmering.
10.5 Kettingrem controleren
⚠ WAARSCHUWING
De kettingrem moet elke ingebruikname worden gecontroleerd.
De kettingrem remt de zaagketting (1) bij terugslag onmiddellijk af.
- Let erop dat de voorste handbescherming (3) schoon is en gemakkelijk beweegt.
-
Start de kettingzaag zoals beschreven onder 10.1, en breng de zaagketting (1) op volle snelheid (vol gas).
-
Bedien de voorste handbescherming (3) terwijl de zaagketting (1) loopt. De kettingrem moet de zaagketting (1) bij maximale snelheid afremmen en blokkeren.
⚠ WAARSCHUWING
Als het motortoerental te lang wordt opgevoerd terwijl de kettingrem is geblokkeerd, raken de motor en de kettingaandrijving beschadigd.
Als de zaagketting (1) desondanks beweegt, moet u contact opnemen met de klantenservice.
11. Toepassing
11.1 Snoeien
- Pas er altijd voor op dat takken kunnen terugspringen.
- Sta niet op de stam bij het verwijderen van takken.
- Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad. (afb. 7)
- Zaag nooit meerdere takken tegelijk.
- Ondersteun de kettingzaag bij het verwijderen van takken zoveel mogelijk met de klauwaanslag (24).
- Denk eraan dat de kettingzaag aan het einde van de zaagsnede onder zijn eigen gewicht kan doorzwaaien. De zaag ondervindt geen steun meer in de snede. Houd de zaag goed vast en zorg voor tegendruk.
- Zorg ervoor dat u zelf stevig, stabiel en veilig staat bij het snoeien en verwijderen van takken.
11.1.1 Snoeien in deelstukken
Kort lange of dikke takken in voordat u de laatste eindsnede maakt. De zaagketting (1) kan anders gemakkelijk vastgeklemd raken.
11.1.2 Onder spanning staand hout bewerken
Het is zeer belangrijk dat de juiste volgorde wordt aangehouden bij het bewerken van hout dat onder spanning staat. Anders kan de zaagketting (1) vastklemmen of kan er een terugslag optreden.
Hout waar spanning op staat moet altijd eerst worden ingezaagd aan de zijde waar drukkrachten op staan. Daarna kan pas de eindsnede worden gemaakt aan de zijde waar trekkrachten op staan. (afb. 24)
Zo wordt voorkomen dat de zaagketting (1) vastklemt.
LET OP
Materièle schade!
Liggend hout mag de grond aan de onderkant van de zaagsnede niet raken, anders kan de zaagketting (1) beschadigd raken.
Terugstoot
- Als de zaagketting (1) aan de bovenrand van het geleideblad (2) is vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel onverwacht terugslaan in de richting van de gebruiker.
Naar binnen trekken
- Als de zaagketting (1) aan de onderkant van het geleideblad (2) vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel ongecontroleerd uit de werkrichting en het hout in worden getrokken.
Veilig werken
- Houd het apparaat in goede staat om verwondingen te voorkomen.
- Controleer het apparaat als het is gevallen op significante schade of defecten.
- Gebruik het apparaat niet als u op een ladder staat of op een bewegende ondergrond.
- Laat u niet tot een spontane, ondoordachte snede verleiden. Daarmee kunt u zichzelf en anderen in gevaar brengen.
- Wissel regelmatig van werkpositie. Door de trillingen kan langdurig gebruik van het apparaat leiden tot problemen met de bloedsomloop in de handen. U kunt de gebruiksduur echter door geschikte handschoenen of regelmatige pauzes verlengen. Denk er ook aan dat een persoonlijke aanleg tot slechte doorbloeding; lage buitentemperaturen of grote grijpkrachten bij het werken de gebruiksduur verkorten.
11.2 Houten stam is naar beneden gebogen
- Zaag eerst onlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdiameter) aan de zijde waar drukkrachten op staan.
- Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdiameter) aan de trekzijde.
11.3 Houten stam is naar boven gebogen
- Zaag eerst onlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdiameter) aan de zijde waar drukkrachten op staan.
- Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdiameter) aan de trekzijde.
11.4 Boomverzorgingszaag gebruiken voor snoeien van bomen in combinatie met boomklimtechnieken
Deze bijlage bevat passende werkmethoden om het gevaar voor verwondingen door het gebruik van kettingzagen voor de boomverzorging te beperken wanneer op hoogte wordt gewerkt met een touch en een draagriem. Hoewel het kan dienen als richtlijn en opleidingsdocumentatie, mag het niet worden beschouwd als vervanging voor een formele opleiding. De in deze bijlage gegeven richtlijnen dienen slechts als voorbeeld van een goede praktijk.
Er kunnen nationale of andere voorschriften gelden die strenger zijn.
De gebruiker van een kettingzaag voor boomverzorging die op hoogte werkt met een touw en draagriem, mag nooit alleen werken. Een grondwerker, opgeleid in de juiste noodprocedures, moet aanwezig zijn om te helpen.
De gebruiker moet worden opgeleid in algemene veilige klim- en werkpositioneringstechnieken en moet worden uitgerust met een draagriem, touw, stroppen, karabijnhaken en andere apparatuur voor het verkrijgen van veilige en correcte werkpositions voor zowel zichzelf als de zaag.
Nationale wetten en voorschriften moeten altijd strikt worden nageleefd.
Deze bijlage heeft geen betrekking op technieken om de door de kettingzaag afgezaagde takken onder controle te houden, en evenmin op de reeds behandelde punten inzake veilig gebruik.
11.4.1 Algemene eisen
De gebruiker van een kettingzaag voor boomverzorging die op hoogte werkt met een touw en draagriem, mag nooit alleen werken. Een grondwerker, opgeleid in de juiste noodprocedures, moet aanwezig zijn om te helpen.
De gebruiker moet worden opgeleid in algemene veilige klim- en werkpositioneringstechnieken en moet worden uitgerust met een draagriem, touw, stroppen, karabijnhaken en andere apparatuur voor het verkrijgen van veilige en correcte werkpositions voor zowel zichzelf als de zaag.
11.4.2 Voorbereiding voor het gebruik van de boomonderhoudszaag
De kettingzaag moet door de grondwerker worden gecontroleerd, van brandstof worden voorzien, worden gestart en worden opgewarmd, en vervolgens worden uitgeschakeld voordat hij naar de gebruiker in de boom wordt gehesen.
De kettingzaag moet worden voorzien van een geschikte strop, zodat hij aan de draagriem van de gebruiker kan worden bevestigd (afb. 13):
- Maak de strop vast aan de ophanginrichting (19) die zich aan de achterkant van de zaag bevindt (afb. 12).
- Er moeten geschikte karabijnhaken worden aangebracht om de zaag indirect (d.w.z. via de strop) en direct (d.w.z. aan de ophanginrichting (19) van de kettingzaag) aan de draagriem van de gebruiker te kunnen bevestigen.
- Zorg ervoor dat de kettingzaag goed vastzit wanneer hij naar de gebruiker wordt getrokken (afb. 14).
- Zorg ervoor dat de kettingzaag aan de draagriem is bevestigd voordat u hem losmaakt van de hijs-kabel.
De mogelijkheid om de kettingzaag rechtstreeks aan de draagriem te bevestigen, vermindert het risico op beschadiging van de apparatuur bij het verplaatsen ervan in de boom. De kettingzaag moet altijd worden uitgeschakeld als hij rechtstreeks aan de draagriem is bevestigd.
De kettingzaag mag alleen worden bevestigd aan de aanbevolen ophangmiddelen aan de draagriem. Deze kunnen in het midden (voor of achter) of aan de zijkanten zijn. Bevestig de kettingzaag waar mogelijk in het midden achteraan de draagriem om hem uit de buurt van klimtouwen te houden en het gewicht centraal onder de ruggengraat van de gebruiker te ondersteunen.
Als de kettingzaag van de ene naar de andere ophanginrichting wordt verplaatst, moet de gebruiker garanderen dat de kettingzaag in de nieuwe positie wordt vastgezet voordat hij van de vorige ophanginrichting wordt losgemaakt.
11.5 Gebruik van de kettingzaag in de boom
Uit een analyse van ongevallen met deze kettingzagen tijdens boomverzorgingswerkzaamheden blijkt dat de belangrijkste oorzaak het onjuiste gebruik van de kettingzaag met één hand is. Bij de meeste ongevallen nemen de gebruikers geen veilige werkpositie aan waarbij zij de kettingzaag bij beide handgrepen kunnen vasthouden, wat resulteert in een verhoogd gevaar voor verwondingen door het volgende:
- Ontbrekende stevige greep bij de terugslag van de kettingzaag.
- Gebrek aan controle over de kettingzaag, waardoor deze gemakkelijker in contact kan komen met klimtouwen en met het lichaam van de gebruiker (vooral de linkerhand en -arm).
- Verlies van controle door een onveilige werkpositie en daardoor contact met de kettingzaag (onverwachte bewegingen tijdens het werken met de kettingzaag).
11.6 Veilige werkpositie voor tweehandig gebruik
Om de kettingzaag met beide handen vast te kunnen houden, moet de gebruiker altijd proberen een veilige werkpositie aan te nemen en de zaag als volgt geleiden:
- op heuphoogte bij het zagen van horizontale stukken.
- ter hoogte van de maag bij het zagen van verticale stukken.
Als de gebruiker dicht bij de verticaal lopende stam werkt met geringe zijdelingse krachten op de werkpositie, kan een stevige voetgreep voldoende zijn voor een veilige werkpositie. Zodra de gebruiker zich echter van de stam verwijdert, moet hij aanvullende maatregelen nemen om de toenemende zijwaartse krachten te verminderen of tegen te gaan, bijv. door het hoofdtouw om te leiden via een extra ophanginrichting of door gebruik te maken van een verstelbare strop die van het harnas naar een extra ophanginrichting leidt (afb. 15 en 16).
11.6.1 De boomonderhoudszaag in de boom starten
Bij het starten van de kettingzaag in de boom, moet de gebruiker:
- de kettingrem voor het starten bedienen (duw de voorste handbescherming (3) naar voren).
- de kettingzaag bij het starten links of rechts van het lichaam houden:
- De kettingzaag aan de linkerzijde vasthouden met de linkerhand op de voorste handgreep en de kettingzaag van het lichaam wegduwen terwijl het starterkoord in de rechterhand wordt gehouden. - De kettingzaag aan de rechterzijde vasthouden met de rechterhand op een van de beide handgrepen en de kettingzaag van het lichaam wegduwen terwijl het starterkoord in de linkerhand wordt gehouden.
De kettingrem moet altijd in werking worden gesteld voordat u de draaiende kettingzaag aan het draagtouw zakken.
Alvorens lastige zaagwerkzaamheden uit te voeren, moet de gebruiker er altijd voor zorgen dat de kettingzaag over voldoende brandstof beschikt.
11.6.2 Gebruik van de kettingzaag met één hand
Gebruikers mogen kettingzagen voor boomverzorging niet met één hand gebruiken in onstabiele werkposites of in plaats van een handzaag voor het afzagen van takuiteinden met een kleine diameter.
Kettingzagen voor boomverzorging mogen alleen met één hand worden gebruikt wanneer
a. het voor de gebruikers niet mogelijk is een werk-positie te verkrijgen die gebruik met twee handen mogelijk maakt.
b. het noodzakelijk is de werkpositie met één hand te borgen.
c. de kettingzaag wordt gebruikt in een volledig uitgeschoven stand, loodrecht op en uit het verlengde van het lichaam van de gebruiker.
Gebruikers mogen nooit:
- met het terugslaggebied aan het uiteinde van het geleideblad (2) van de kettingzaag zagen.
- zich vasthouden aan de tak waar ze aan zagen.
• proberen, vallende delen te vangen.
11.6.3 Een vastzittende kettingzaag losmaken
Als de kettingzaag tijdens het zagen bekneld raakt, moet de gebruiker:
- Schakel de kettingzaag uit en bevestig hem stevig aan de binnenkant van de boom (d.w.z. in de richting van de boomstam) of aan een aparte gereedschapslijn.
- Trek de kettingzaag uit de inkeping terwijl u de tak zo ver optilt als nodig is,
- Gebruik zo nodig een handzaag of een tweede kettingzaag om de vastzittende kettingzaag los te maken door ten minste 30 cm van de vastzittende kettingzaag af te zagen.
Ongeacht of een handzaag of een kettingzaag wordt gebruikt om een vastzittende kettingzaag te bevrijden, moeten de zaagsneden om de kettingzaag te bevrijden altijd aan de buitenkant (in de richting van de uiteinden van de takken) worden gemaakt, zodat de kettingzaag niet met de afgezaagde delen wordt meegenomen en de situatie nog ingewikkelder maakt.
12. Transport
- Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad (21) voor transport.
- Schakel de kettingzaag vóór elk transport uit, ook bij korte afstanden. Beveilig de machine tegen omvallen tijdens transport (ook in voertuigen) om brandstofverlies, schade of letsel te voorkomen.
- Activeer de kettingrem (voorste handbescherming (3) naar voren duwen).
- Draag het apparaat alleen aan de voorste hand-greep (12). Het geleideblad (2) wijst daarbij naar achteren, weg van uw lichaam.
- Houd de hete geluiddemper (18) uit de buurt van uw lichaam. Er bestaat gevaar voor brandwonden! (afb. 23)
13. Reiniging en onderhoud
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Schakel het apparaat voor reinigingswerkzaamheden altijd uit en trek de bougiestekker (35) eruit. (zie hoofdstuk 13.4 Onderhoud van de bougie (34)).
aanwijzing
Na elk gebruik moet het apparaat grondig worden gereinigd.
Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden alleen uit, zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven. Overige werkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door deskundig vakpersoneel.
Onderhoudswerkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd (zie het hoofdstuk "Onderhoudsintervallen").
13.1 Reinigen van de motoreenheid
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor brandwonden!
Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.
- Houd de veiligheidsvoorzieningen, ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk. Blaas deze delen met perslucht onder lage druk uit.
- Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
13.2 Reinigen van het luchtfilter (33) (afb. 17)
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur.
Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtfilter (33) moet regelmatig worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.
Bij erg stoffige lucht moet het luchtfilter (33) vaker worden gecontroleerd.
- Maak de sluiting van het luchtfilterdeksel (10) los door deze linksom te draaien.
- Verwijder het luchtfilterdeksel (9).
- Haal het luchtfilter (33) eruit.
- Reinig het luchtfilter (33) door het uit te kloppen of uit te blazen (met perslucht).
De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
LET OP
Luchtfilters (33) nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen reinigen.
13.3 Reinigen van de kettingaandrijving (afb. 18)
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (1) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
Aanwijzing
Reinig de aandrijving van de ketting na elk gebruik.
- Leg de kettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond neer.
- Trek de voorste handbescherming (3) tot aan de aanslag naar achteren om de kettingrem te ont-grendelen. (afb. 2)
- Draai de kettingspanschroef (23) met de sleufschroevendraaier (20) linksom om de spanning te verlagen.
- Verwijder de bevestigingsmoer (16) met de bougiesleutel (20).
- Verwijder de beschermkap van het kettingwiel (17).
- Maak de zaagketting (1) voorzichtig los van het geleideblad (2) en van het kettingwiel (27).
- Verwijder het geleideblad (2). Reinig het met een kwast.
- Reinig nu grondig rondom de kettingaandrijving en de beschermkap van het kettingwiel (17) met behulp van een kwast of door middel van uitblazen (met perslucht).
De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
13.4 Onderhoud bougies (34) (afb. 19 / 20)
- Demonteer het luchtfilter (33) zoals beschreven onder 13.2 "Reiniging van het luchtfilter (33)".
- Trek de bougiestekker (35) los door deze naar links en rechts te draaien en er gelijktijdig aan te trekken. De bougiestekker (35) uitsluitend aan de stekker vasthouden en trekken. Trek nooit aan de kabel!
- Maak de bougie (34) met de meegeleverde bougiesleutel (20) los.
- De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
Elektrodenafstand = 0,6 mm - 0,7 mm (afstand tussen de elektroden, waar de vonk overspringt). Controleer de bougie (34) voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel.
Daarna de bougie (34) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
13.5 Onderhoud van de kettingsmering
- Zie het hoofdstuk "Kettingsmering controleren en afstellen".
13.6 Onderhoud van de carburateur instellingen
- Als de zaagketting (1) bij stationair draaien beweegt of als de motor bij het wegnemen van gas vanzelf uitgaat, moet de carburateur opnieuw worden afgesteld.
Aanwijzing
Laat de instellingen van de carburateur (bijv. het stationair toerental) uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel wijzigen, om schade aan de motor te voorkomen.
13.7 Onderhoud geleideblad (2) (afb. 21)
- Verwijder eventueel opgetreden bramen in de rand van het geleideblad met behulp van een metaalvijl.
- Reinig de groef van het geleideblad (2) met behulp van een kwast of met perslucht (afb. 21). Vervang het geleideblad (2) zodra de geleidingsgroef (28) versleten is.
- Keer het geleideblad (2) na elk gebruik om, zodat het gelijkmatig slijt.
- Controleer het tandwiel (30) aan het uiteinde van het geleideblad (2) op soepele werking. Smeer het evt. in met een lagerolie. Laat wat lagerolie in de smeeropening (31) druppelen. (afb. 21)
13.8 Kettingrem controleren
Zie hoofdstuk 10.5 "Kettingrem controleren"
⚠ WAARSCHUWING
GEVAAR VOOR TERUGSLAG!
Een niet-functionerende kettingrem verhoogt het risico van terugslag.
Controleer de kettingrem regelmatig.
Een functionerende kettingrem is essentieel voor uw veiligheid.
13.9 Zaagketting (1) spannen en controleren
Zie hoofdstuk 9.2 "Zaagketting (1) spannen en controleren".
13.10 Zaagketting (1) slijpen en onderhouden
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (1) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden!
Aanwijzing
Een goed verzorgde en geslepen zaagketting (1) vermindert de lichamelijke belasting, slijtage en zorgt voor een goed zaagresultaat.
Reinig, verzorg en slijp de zaagketting (1) regelmatig. Controleer de zaagketting (1) regelmatig op scheuren en beschadigde klinknagels.
Er kan een slijpbok in het slijpbokgat worden bevestigd voor stevige grip tijdens het slijpen.
Gebruik uitsluitend speciale rondvijlen voor zaagkettingen met een ∅ van 4,8 mm (3/16") voor de meegeleverde zaagketting (1).
In een slijppakket vindt u gedetailleerde informatie over het slijpen.
Als alternatief kunt u ook een elektrisch kettingslijpapparaat gebruiken. Volg ook dan de aanwijzingen van de fabrikant op.
Als u twijfelt over het resultaat van het werk, moet de zaagketting (1) worden vervangen.
Laat het slijpen van de zaagketting (1) eventueel uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats.
- Benodigde accessoires (niet bij de levering inbegrepen):
- Zaagketting ronde vijl ∅ 4,8 mm (3/16")
- Platte vijl
-
Dieptebegrenzingsmeter
-
Vijl alleen in voorwaartse richting om materiaal te verwijderen.
- Vijl met een slijphoek van ca. 25° bij een stijging van 10° ten opzichte van het geleideblad (2).
- Controleer de afstand van de dieptebegrenzing met een dieptemeter.
- De juiste afstand van de dieptebegrenzer moet 0,6 mm (0,024") bedragen.
13.11 Onderhoudsintervallen
Voor een lange levensduur en om schade te voorkomen en de volledige werking van de veiligheidsvoorzieningen te waarborgen, moeten regelmatig onderstaande onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. Garantieclaims worden alleen erkend als deze werkzaamheden regelmatig en correct zijn uitgevoerd. Als ze niet worden nageleefd, bestaat er risico op ongevallen!
Gebruikers van kettingzagen mogen alleen onderhouds- en verzorgingswerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruikshandleiding staan beschreven.
Verdergaande werkzaamheden mogen uitsluitend door een gespecialiseerde werkplaats worden uitgevoerd.
| Algemeen Complete boomonderhoudszaag Uitwendig reinigen en op beschadigingen controlerenIn geval van schade vakkundig laten repareren | ||
| Voor elke ingebruikname | Zaagketting Op beschadigingen en scherpte controlerenKettingspanning controleren | |
| Geleideblad Op beschadigingen controleren | ||
| Kettingsmering Controle van de werking | ||
| Kettingrem Controle van de werking | ||
| Aan/uit schakelaar, gashendelblokkering, gashendel | Controle van de werking | |
| Tankdop voor brandstof en kettingolie Op lekkages controleren | ||
| Dagelijks Luchtfilter Reinigen | ||
| Wekelijks | Ventilatorhuis | Reinigen, om een probleemloze koelluchttoevoer te garanderen |
| Bougie | Controleren en zo nodig vervangen | |
| Geluiddemper | Op verstopping controleren | |
| Kettingvanger | Op beschadigingen controleren, zo nodig vervangen | |
| Bouten en moeren | Toestand en stevige bevestiging controleren | |
| Ieder kwartaal | ZuigkopBrandstof-, kettingolietank | VervangenReinigen |
| Opslag | Complete boomonderhoudszaag Uitwendig reinigen en op beschadigingen controlerenIn geval van schade vakkundig laten repareren | |
| Zaagketting en zaagblad | Demonteren, reinigen en licht inoliënGeleidingsgroef van het geleideblad reinigen | |
| Brandstof-, kettingolietank | Leegmaken en reinigen | |
| Carburateur Leegdraaien | ||
13.12 Belangrijke aanwijzing bij reparatie
Als het apparaat voor reparatie geretourneerd wordt, moet het apparaat vanwege veiligheidsredenen vrij van olie en benzine geretourneerd worden aan het servicestation.
13.13 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Zaagketting, geleideblad, kettingzaagolie, motorolie, bougie, luchtfilter, brandstofffilter, kettingoliefilter
* niet persé meegeleverd!
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
Goedgekeurde zaagblad en de zaagkettingset
Zaagketting
Kangxin 3/8LP-40 7910100739
Oregon 91P040X....3910102032
Geleideblad
Kangxin AP10-40-509P....7910100740
Oregon 100SDEA041 7910100744
14. Opslag
De bougiesleutel / schroevendraaier met platte kop (20) kan om te bewaren aan de zijkant van de beschermkap van het geleideblad (21) worden geplaatst.
Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad (21) voor opslag van de zaag.
Reinig en onderhoud het apparaat altijd voordat u het in de opslag weglegt, zie hiervoor het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud".
Leeg de olie- of brandstoftank volledig.
WAARSCHUWING
Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
- Start de motor en laat hem net zo lang lopen totdat de resterende benzine is verbruikt.
Sla het apparaat en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30 °C.
Bewaar en gebruik de kettingzaag niet bij temperatu- ren onder 0 °C!
Berg de kettingzaag nooit langer op dan 30 dagen zonder de volgende stappen te doorlopen.
Neem de reinigings- en onderhoudsinstructies voor het opslaan van het apparaat in acht!
14.1 De kettingzaag opbergen
Als u een kettingzaag langer dan 30 dagen opbergt, moet u hem daarop voorbereiden. Anders zal de in de carburateur aanwezige, resterende brandstof verdund worden en kan een rubberachtig bezinksel achterblijven. Hierdoor wordt het starten moeilijker en zullen er kostbare reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
- Verwijder langzaam de dop van de brandstoftank (13) om eventuele druk in de tank te laten ontsnappen. Leeg de tank voorzichtig.
- Start de motor en laat deze draaien tot de kettingzaag stopt om het brandstof uit de carburateur te verwijderen.
- Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
- Verwijder de bougie (34).
- Doe 1 theelepel schoon 2-takt-olie in de verbrandingsruimte. Trek nu meerdere keren langzaam aan het starterkoord (8) om de interne componenten te voorzien van een laagje olie. Plaats de bougie (34) weer terug.
Berg de kettingzaag op een droge locatie op, uit de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. een oven, gasgestookte heetwaterboiler, gasdroger enz. en buiten het bereik van kinderen.
Monteer altijd de beschermkap van het geleideblad (21) als de zaagketting (1) en het geleideblad (2) niet gedemonteerd zijn
14.2 De kettingzaag opnieuw in gebruik nemen
- Verwijder de bougie (34).
- Trek vervolgens snel aan het starterkoord (8) om overtollige olie uit de verbrandingsruimte te verwijderen.
- Reinig de bougie (34) en let op de juiste elektrodenafstand op de bougie (34); of plaats een nieuwe bougie (34) met de juiste elektrodeafstand.
- Bereid de kettingzaag voor gebruik voor.
- Vul de tank met het juiste olie- en brandstofmengsel (1:40).
14.3 Brandstofopslag
Brandstoffen kunnen slechts beperkt worden opgeslagen. Brandstof en brandstofmengsels verouderen door verdunning met name onder invloed van hoge temperaturen. Te lang opgeslagen brandstof en brandstofmengsels kunnen hierdoor startproblemen en schade aan de motor veroorzaken. Koop zo veel brandstof als dat u gedurende enkele maanden nodig hebt. Bij hogere temperaturen moet de gemengde brandstof binnen 6-8 weken worden verbruikt.
Brandstof alleen in toegestane reservoirs drogen, koel en veilig opslaan!
WAARSCHUWING
Huid- en oogcontact vermijden!
Minerale olieproducten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij herhaald en langdurig contact droogt de huid uit. Dit kan verschillende huidaandoeningen tot gevolg hebben. Bovendien zijn er allergische reacties bekend. Oogcontact met olie veroorzaakt irritaties. In geval van contact met de ogen moet u direct het desbetreffende oog met schoon water spoelen. Bij aanhouden-de irritatie direct een arts raadplegen!
15. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van versleten appa- ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
16. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De motor start niet, of start maar slaat niet aan. | Verkeerde startprocedure. Neem de | aanwijzingen in deze handleiding in acht. |
| Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. | |
| Vervuilde bougie. Reinig de bougie, | stel deze af of vervang deze. | |
| Verstopt brandstofffilter. Vervang het | brandstofffilter. | |
| De motor start, maar draait niet met vol vermogen. | Vuil luchtfilter. | Verwijder het filter, reinig het en plaats het weer terug. |
| Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. | |
| Motor sputtert. | Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. |
| Geen vermogen bij belasting. | Verkeerd afgestelde bougie. | Reinig de bougie, stel deze af of vervang deze. |
| De motor draait onregelmatig. | Verkeerd ingesteld carburateurmengsel. | Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. |
| Overmatige rookontwikkeling. | Onjuist brandstofmengsel. | Gebruik het juiste brandstofmengsel (verhouding 1:40). |
| Geen vermogen bij belasting. | Ketting stomp of ketting los. | Ketting slijpen of nieuwe ketting plaatsen. Ketting spannen. |
| De motor sterft af. | Benzinetank leeg of brandstofffilter in tank onjuist geplaatst. | Benzinetank vullen. Benzinetank volledig vullen of het brandstofffilter anders in de benzinetank plaatsen. |
| Onvoldoende kettingsmering (het zaagblad en de ketting worden heet). | Kettingolietank leeg. | Vul de kettingolietank. |
| Oliekanalen verstopt. | Maak de olieboring in het zaagblad schoon. Maak de groef van het zwaard schoon. |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-
teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.





















