Unico Next-F - Airconditioning OLIMPIA SPLENDID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Unico Next-F OLIMPIA SPLENDID in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Unico Next-F OLIMPIA SPLENDID
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Unico Next-F - OLIMPIA SPLENDID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Unico Next-F van het merk OLIMPIA SPLENDID.
GEBRUIKSAANWIJZING Unico Next-F OLIMPIA SPLENDID
GEBRUKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN NL
OΔHΓΕΣ XPHΞHΞ KAI ΣYNTHPHEΣ EL
INSTRUKCJA OBSŁUGI I KONSERWACJI PL
INSTRUCTIONS DE FOLOSIRE Şİ INTREŞINERE RO
INSTRUKTIONER FÜR ANVÄNDNING OCH UNDERHÄLL SV
KEZELESI ES KARBANTARTASI UTMUTATO HU
NÁVOD K POUŽITÍ A UDRŽBěcS

2.4.1 -Gaten in de muur boren 19
2.4.2 - Aanleggen van de condensafvoerlijn 21
2.4.3 - Montage van de luchtkanalen en de uitwendige roosters 22
2.4.4 -Gaten voor de machine voorbereiden 25
2.4.5 - Plaatsing van het apparaat op de bevestigingsbeugel 25
2.5 - ELEKTRISCHE AANSLUITING 27
2.6 - CONFIGURATIONS VIA HET CONTROLPEANEL 28
2.6.1 - Configuratie van de elektronica voor installmentie laag op de muur of hoog op de muur...29
2.6.2 - Configuratie Energy boost/System enable 29
2.6.3 - Configuratie Input setting 30
2.6.4-Configuratie meeteenheid van de temperatuur 30
2.6.5 - Configuratie warmtepomp / alleen koud / alleen warm 30
3- GEBRUIK 31
3.1 - WAARSCHUWINGEN 31
3.2-BESCHRIJVING VAN HET SIGNALERINGSPANEEL 31
3.3 - GEBRUK VAN DE AFSTANDSBEDIENING 33
3.3.1 - De batterijenplaatsen (afb. 31) 34
3.3.2 - Vervanging van de batterijen 34
3.3.3 - Positie van de afstandsbediening 35
3.4-BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDSBEDIENING 35
3.4.1 - Beschrijving van de toetsen van de afstandsbediening (afb. 33) 35
3.5-BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIONS VAN DE KLIMAATREGELAAR 36
3.5.1 - Algemene inschakeling en beheer van de werkig 36
3.5.2 - In-/uitschakeling van het apparatus 36
3.5.3 - Werking "Koeling" 36
3.5.4 - Werking enkel "Ontvochtiging" 36
3.5.5 - Werking enkel "Ventilatie" 37
3.5.6 - Werking enkel "Welzijn" (automatisch) 37
3.5.7 - Werking "Verwarming" 37
3.5.8 - Regeling van de richting van de luchtstroom 37
3.5.9 - Regeling van de ventilatorsnelheid 38
3.5.10 - Reset van alle functies van de afstandsbediening 38
3.5.11 - Beheer van het apparaat als de afstandsbediening nicht beschikkaar is. 38
3.6 - ADVIES VOOR ENERGIEBESPARING 38
4 - FUNCTIONS EN ACCESSOIRES 39
4.1-MODBUSRTU RS485 39
4.1.1 - Verbinding MODBUS RTU RS485 39
5 - REINIGING EN ONDERHOUD 39
5.1 - REINIGING 40
5.1.1 - Reiniging van het apparatus en de afstandsbediening 40
5.1.2 - Reiniging van het luchtfilter 40
5.2-ONDERHOUD 41
5.2.1 - Periodiek onderhoud 41
5.2.2 - Afvoer van condenswater in geval van nood 41
5.3 - DIAGNOSE, ALARMEN EN PROBLEMEN 42
5.3.1 - Storingsdiagnose 42
5.3.2 - Functionele aspecten die nicht als storingen moeten worden beschouwd 42
5.3.3 - Alarmen panel 43
5.3.4 - Storingen en oplossingen 44
TEKNISKA DATA
| GRENSVOORWAARDE VOOR DE WERKING | BINNENTEMPERTAUUR | BUITENTEMPERTAUUR |
| Maximale bedrijftemperaturen tijdens koeling | DB 35°C - WB 24°C DB | 43°C - WB 32°C |
| Minimale bedrijftemperaturen tijdens koeling | DB 18°C DB -10°C | |
| Maximale bedrijftemperaturen tijdens verwarming | DB 27°C DB 24°C | WB 18°C |
| Minimale bedrijftemperaturen tijdens verwarming | --- DB -15°C |

JDERING
Het symbol op het product of de verpakking geeft aan dat het Niet bij het normale huisvul mag worden gestopt, maarণ een erkend inzamelbedrijf voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur要去 worden gebracht. Door het product op passende wijze te verwijderen helpt u möglichke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid als gevolg van een ongeschikte verwijdering van het product vermijden. Informeer bij de gemeente, deplaatselijke afvalverwijderingsdienst of de winkkel waar het product aangeschait isaarmeer informatie over de recycling van dit product.Dit voorschrift isuitsluitend geldig binnen EU-lidstaten.
NL-2
0 - ALGEMENE INFORMATIE
Wij wensen u eerst en vooral te bedanken odomat u de voorkeur hebt gegeven aan een door ons geproduerd apparaat.
Dit is een voorbehonden document, volgens de wetsbepalingen, met een verbod op verveelvoudiging of overdracht aan derden zonder uitdukkelijke toestemming van de fabrikant. fabrikant.
Het apparaat kan worden bijgewerkt enaarom andere details vertonen dan aangeduid, zonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding.
0.1 - SYMBOLEN
De pictogrammen die in dit hoofdstuk beschreiben worden, worden gebruikt om snel en eensluidend de informatatie te verstrekken die nodig is om de machine veilig te können gebruiken.
0.2 - PICTOGRAMMEN
Service

Geeft situaties aan waarin de interne SERVICE要去 worden gewaarschuwd:
Paragraphen die van dit symbool voorzien zijn, bevatten zeer belangrijke informatatie en voorschriften die voornamelijk deeiligheid betreffen.
De veronachtzaming ervan kan resulteren in:
-GeVaren voor de gezondheid van de operators
- verval van de contractuele garantie
- weigering van aansprakelijkheid door de fabrikant.
Opgeven hand
Geeft handelingen aan die om geen enkele reden mogen worden verricht.

GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING
eert aan het betrokken personeel dat de beschreiben handeling elektrocutiegevaar kan veroorzaken indien de veiligheidsnormen nicht in acht worden genomen.

ALGEMEEN GEVAAR
Jeert aan het betrokken personeel dat de beschreiben handeling risico's inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen Niet in acht worden genomen.

GEVAAR
aleert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en worden blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand.

GEVAAR HOGE TEMPERATURE
Ieert aan het betrokken personneel, dat de beschreiben handeling risico's inhoudt voor brandwonden door contact met zeer hete componenten, indien de veiligheidsnormen Niet in acht worden genomen.

NIET AFDEKKEN
aleert aan het betrokken personeel dat het verboden is om het apparaat af te dekken om oververhitting te voorkomen.

OPGELET
aleert dat dit document aandachtig moet worden gelezen alvorens het apparaat te installereren en/of te gebruiken.
- Geeft aan dat dit document aandachtig moet worden gelezen voordat onderhouds- en/of reinigingswerkzaamheden worden verricht.

OPGELET
aleert dat er extra informatatie in de meegeleverde handleidingen kan aanwezig+zijn.
-
Duidt aan dat er informatie in de gebruiksaanwijzing of installmenthandleiding beschikbaar is.
-
Duidt aan dat er informatie in de gebruiksaanwijzing of installmenthandleiding beschikbaar is.

OPGELET
Duidt aan dat het serviceperoneel met het apparaat要去 omgaan, in overeenstemming met de installmentiehandleiding.
0.3 - ALGEMEEN ADVIES
ALSEKTRISCHEAPPARATUURWORDTGEBRUIKT,MOETEN DE BASISVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN STEEDS WORDEN GEVOLGD OM HET RISICO OP BRAND,ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN ONGEVALLEN TE BEPERKEN,INCLUSIEF HET VOLGENDE:
- Dit is een voorbehouden document, volgens de wetsbepalingen, met een verbod op verveelvoudiging of overdracht aan derden zonderuitdrukkelijke toestemming van OLIMPIA SPLENDID. De machines können worden bijgewerkt enaarom andere details vertonen dan aangeduid,+zonder gevolgen voor de teksten in deze handleiding.
- Lees deze handleiding aandachtig door alvorens een handeling (in - stallatie, gebruik, onderhoud) te verrachten en leef de aanwijzingen van de verschillende hoofdstukken aandachtig na.
- Al het personneel, betrokken bij het transport en de installmentie van de machine,要去 op de hoogte worden gesteld van de onderhavige instructies.
- DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING.
- De fabrikant behoudt zich hetrecht voor om de modellen op elk gewenst moment te wijzigen, waar bij de essentièle eigenschappen die in deze handleiding beschreibenন gezhen beholden blijven.
- De installmentie en het onderhoud van apparatuur voor de klimaatregeling, zoals dit apparaat,+kunnen gevaarlijk blijken teijken,ondat koudemiddel onder druk en elektrische onderdelen onder spanning in deze apparaten aanwezig়n. De installmentie, de eerste inschakeling en deaaropvolgende onderhoudsfasen mogenuitsluitend door erkend enbekwaam personeel worden verricht.
- De garantie vvert in het geval van installations die verricht worden zonder dat de waarschuwingen van deze handleiding in acht worden genomen en gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten.
- Het normale onderhoud aan de filters en de algemene uitwendige reiniging konnen ook door de gebruiker worden verricht, aangezien ze geen bevaren vormen of ingewikkeld zich.
- Tijdens de montage, en bij)ieder enderhoudsingreep, is het nodig de voorzorgsmaatregelen in acht te nemen die vermeld worden in\ deze handleiding en die op de etiketten in of op de apparaten staan
NL-5

en要去en ook alle voorzorgsmaatregelen getroffen worden die door het gezonde verstand ingegeven worden en opgelegd worden door de Veiligheidsvoorschriften die van kracht zich in het land van installmentie.
- Draag algijd veiligheidshandschoenen en een veiligheidsbril bij werkzaamheden aan de koudemiddelzijde van de apparaten.
- De klimaatregelaars mogen nicht worden geinstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig়, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of opplaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren.
- Gebruik uitsluitend originele onderdelen van OLIMPIA SPLENDID voor de verranging van componenten.
- BELANGRIJK!
eder risico op elektrocutie te voorkomen,要去 de stekker
uit het stopcontact worden verwijderd alvorens ongeacht welke
onderhoudsingreep aan de apparaten te verrichten. - Blikseminslag, naburige auto's en mobiele telefoons können storden verroorzaken. Het apparaat enkele seconden van de stroom afsluiten en verrolgenswoord starten.
- Op regenachtige davon is het raadzaam om de elektrische voeding te af te sluiten om schade door blikseminslag te voorkomen.
- Als het apparaat een langearend Niet wordt gebruikt of niemand de geklimatiseerde kamer gebruikt, is het raadzaam de elektrische stroomtoevoer af te sluiten om ongevalten te vermijden.
- Gebruik geen vloeibare of corrosieve reinigingsmiddelen om het apparaat te reinigen, verstuif geen water of andere vloeistoffen op het apparaat waar ze de onderdelen in pvc hunnen beschadigen of zichs elektrische schokken hunnen veroorzaken.
- Het apparaat en de afstandsbediening nicht nat make. Sluitingen of brand zou können optreden.

- Bij storingen in de werkking (bv: abnormale geluiden, een slechte geur, rook, een abnormale temperatuurtoename, elektrische dispersie, enz.) de elektrische stroomtoevoer onmiddelijk afluiten.
Neem contact op met uwplaatselijke verkoper.
-
De klimaatregelaar nicht langdurig latent werken bij een hoge lucht-vochtigkeit of als deuren en/of ramen open staan. Het vocht kan gaan condenseren en de meubels bevochtigen of beschadigen.
-
De voedingsstekker tijdens de werkung nicht aansluiten of loskoppelen. Brand- of elektrocutiegevaar.
NL-6

- Het (werkende) product nicht met vochtige handen aanraken. d- of elektrocutiegevaar.

- Het verwarmingstoestel of andere apparatuur buiten bereik van de voedingskabel houden. Brand- of elektrocutiegevaar.

- Zorg ervoor dat het water Niet in de elektrische delen dringt. Dit zou brand, storingen of elektrische schokken können teweegbrengen.

- Open het rooster voor luchtingang Nietijdens de werkking van het apparaat. Kans op letsel, schokken of beschadiging van het product.

- Blokveer de luchtinlaat of -uitlaat nicht; het kan het product beschadigen.

-
Tijdens de werkking van het apparaat geen vingers of andere voorwerpen aanbrengen in de luchtin- ofluchtuittrede. De aanwezigheid van scherpe bewegende delen kan leiden tot verwondingen.
-
Het water dat door het apparaat uitgestoten worden nicht drinken. Dit is Niet hygienisch en kan ernstige gezondheidsproblemen ver -oorzaken.

-
Bij gaslekken van andere apparaten de omgeving goed verluchten alvorens de airco in te schakelen.
-
De apparatuur nicht demonteren of aanpassen.
- De ruimte goed ventileren als het apparaat worden gebruikt in combinatie met een kachel. enz.
- Het apparaat Niet gebruiken voor andere doeleinden dan degene waarvoor het is ontworpen.
- De Personen die op een koelcircuit werken of ingrijpen,要去en in het bezit zich van de gespaste certificatie, afgegeven door een bevoegde instantie, die hun bevoegtheid vaststelt om koelmiddelen veilig te behandelen volgens een door brancheverenigingen erkende beoordelingsspecificatie.
- Het gas R290 Niet in de atmoseer uitstoten. R290 is een aardgas met een aardopwarmingspotentieel (GWP) = 3.

- Het apparaat dat in de handleiding beschreiben worden, stemt overeen met de volgende Europese verordeningen
ECODESIGN 2009/125/EG, 206/2012/EU
- ENERGY LABELLING 2012/30/EU, 626/2011/EU
en de eventuele waaropvolgende wijzigingen.
- Sluit de unit nicht aan op de elektriciteit zolang de installmentie nicht voltooid is.
NL-7

0.4 - OPMERKINGEN OVER AARDGAS

- Deze klimaatregelaar bevat aardgas.
dpleeg het typeplaatje op het apparaat voor specifieke informatie over het type en de hoeveelheid gas.
- De installment, assistentie, het onderhoud en de reparatie van het apparaat要去en worden uitgevoerd door een erkend technicus.
- De demontage en recyclage van het apparaat要去en worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel.
- Als er een lekzoeker op het systeme is geinstalleerd,要去 u minstens om de 12 maanden op lekkage controleren.
- Als worden gecontrolerd of geenlekken aanwezig়, is het raadzaam om een gedetailleerd register van alle inspections bij te houden.
- Controller de zone rondon de apparatuur, voordat werkzaamheden aan het apparaat worden verricht, om na te gaan dat er geen brand- en/of verbrandingsgevaar heersen.
Tref de volgende maatregelen voor de reparatie van het koelsystem, voordat werkzaamheden aan het systeme worden verricht.

DIT PRODUCT MAG UITSLUITEND WORDEN GEBRUIKT VOLGENDESPECIFICATIES, AANGEDUIDINDEZEHANDLEIDING. ALS HET OPEEN ANDERE WIJZE WORDT GEBRUIKT DAN AANGEDUID KAN DIT LEIDEN TOT ZWARE ONGEVALLEN. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING.

- Baken de zone rondon de werkruimte af en vermijd werkzaamheden in enge ruimten. Zorg voor veilige werkomstandigheden door het ontvlambare materiaal te controleren.

- Het onderhoudspersoneel en iedereen die in de omringende zone werkzaamheden verricht,要去 ingelicht zich over de te verrachten werkzaamheden.

- Vóör enijdens de werkzaamheden MOET de zone gecontroleerd worden met een specifieke koudemiddeldetector, zodat de monteur een möglichk gevaarlijke atmosefer kan herkennen. Controller of de lekdetector geschikt is voor het gebruik in combinatie met ont-
NL-8
vlambare koudemiddelen, geen vonden veroorzaakt en afgedacht of intrinsiek veilig is.
- De kalibratie van elektronische lekdetectoren kan vereist+zijn. Kalibreer ze, indien nodig, in en zone waar geen koudemiddel in aanwezig is.
- Controller of de detector geen potentièle ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. De detector要去 ingesteldijken op een LFL-percentage van het koudemiddel en要去 voor het gebruikte koudemiddel�zijn gekalibreerd. Het geschikte gaspercentage (maximaal 25% )要去 bevestigd worden.
5a. De lekdetectievloeistoffen können voor het merendeel van de koude middelen worden gezruikt. Het gebruik van reinigingsmiddelen die chloor bevatten MOET worden vermeden. Gevaar voor corrosie van de koperen leidingen. - Elimineeer open vuur als u vermoedt dat er spreke is van een lekkage. Als u een lekkage vaststelt waarvoor gesoldeerd moet worden, dient alle koudemiddel uit het systeme te worden afgetapt of moet het in een deel van het systeme buiten bereik van de lekkage worden geisoleerd (met afluiers). Spoel het systeme verwolgens voor en na het solderen met zuurstofvrije stikstof (OFN).

- HOUD een CO_2 - of poederblusser binnen handbereik als werkzaamheden aan het warme apparaat要去en worden verricht.

- Gebruik GEEN enkele ontstekingsbron voor werkzaamheden waar bij de leidingen要去en worden blootgelegd die ontvlambaar koudemiddel bevatten of hebben bevat.
Brand- of explosiegevaar!
- Alle ontstekingsbronnen (ook een brandende sigaret)要去en buiten bereik worden gehonden van deplaats waar alle werkzaamheden worden verricht waar bij ontvlambaar koudemiddel in de omringende ruimte kan vrijkomen.
-
Controller of de ruimte voldoende geventileerd is, voordat werk zaamheden in het system worden verricht. Er要去 een continue ventilatie worden gewaarborgd.
-
Gebruik GEEN middelen om het ontdoolingsproces te versnellen, of voor de reiniging, met uitzondering van de door de producent aanbevolen middelen.
-
Controller altijd voór elke handeling of:
-
de condensors leeg�.
Deze handeling moet veilig worden verricht om möglichke vonk -
NL-9
vorming te vermijden;
- geen enkele elektrische component onder spanning staat en er geen blootliggende kabelsং het vullen, aftappen of spoelen van het systeme;
-
de aarding nicht onderbroken is.
-
De elektrische voedingen van het apparaat, waar de werkzaamheden aan worden verricht, moeten+zijn losgekoppeld. Breng een permanente lekdetector aan op het meest kritieke punt als het apparaat absolut elektrisch gevoed要去 worden.


- Controller of de pakkingen en afdichtende materialen nicht+zijn aangetast. Mogelijk ontwikkeling van een ontvlambare atmosefer.
- Pas geen enkele permanente capacitieve of inductieve lading op het circuittoe, zonderte hebben gecontroleerd of hierdoor de toelaatbare spanning en stroom van het gebruikte apparaat worden overschreten. Het testapparaat要去 correcte nominale waarden hebben.
15a. De enige componenten waar bij ontvlambare atmosefer werkzaamheden aan mogen worden verricht, zijn intrinsiek veilig. De tester要去 zodenigঃ发展格局 de omstandigheden juistঃ. De componenten mogen UIITSLUITEND door onderdelen van de fabrikant worden verrangen. Gevaar voor lekkend koudemiddel, explosiegevaar. -
Controller regelmatig of de kabels nicht blootgesteld worden aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of aan ieder ander nadelig effect van de omgeving.
-
Verricht de onderstaande standard procedures bij reparatiewerkzaamheden of andersoortige werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit:
-
verwijder het koudemiddel;
- spool het circuit met inert gas;
evacuer; -
spoel het circuit opnieuw met inert gas;
open het circuit door de snijbranden of lassen. -
Het koudemiddel moet in specifieke gasflessen worden opgeslagen. Het systeme moet "gereinigd" worden met OFN om de unit veilig te make. Het kan zich dat deze procedure meertere malen要去 worden herhaald. Gebruik GEEN perslucht of zuurstof voor deze handeling.
18a. Zorg ervoor dat bij het bijvullen van het system GEEN verschillende koudemiddelen worden gemengd. De buizen of leidingen MOETEN zo kort möglich worden gehonden om de hoeveelheid koudemiddel erin tot een minimum te beperken.
- De gasflessen moeten in de verticaal worden gehonden. Gebruik
uitsluitend gasflessen die voor het opvangen van koudemiddelen geschiktহ. De gasflessen要去en voorzienহn van een terugstroom klep en uitschakelkleppen die in goede staat verkeren. Bovendien要去 een set gekalibreerde weegschalen aanwezigহn.

-
De leidingen要去en beschikken over afkoppelsystemen en mogen GEENlekken vertonen. Controller, voordat het aftapapparaat gezruikt worden, of het apparaat goed onderhonden is en de eventueel aanverwante elektrische componenten zijn afgedacht, om te vermijden dat eventueel vrijkomend koudemiddel vlam kan vatten.
-
Controller of het koelsysteme geaard is, voordat het systeme met koudemiddel worden gezuld. Breng een label op het systeme aan als het is gezuld. Let bijzonder goed om te vermijden dat het koelsystem overbelast worden.
-
Onderwerp het systeme aan een druktest met OFN, voordat het wordt gemvuld, en aan een dichtingstest nadat het is gemvuld voor dat het in werkung worden gesteld. Onderwerp het systeme aan een extra dichtingstest, voordat deplaats worden verlaten.
22a. Tap het koudemiddel veilig af. Draag het koudemiddel overaar gasflessen die voor het opvangen hiervan geschikt+zijn.Zorg voor voldoende gasflessen, zodat de volledige hoeveelheid kan worden opgevangen. Alle gasflessen zichoor voor dit type koudemiddel van een label voorzien (speciale gasflessen voor het terugwinnen van koudemiddel). De gasflessen要去en voorzien zijn van een terugstroomklep en een afsluiter die in goede staat verkeren.Lege gasflessen要去en worden afgevoerd en, indien maybeijk, voor de terugwinning worden gekoeld.
22b. De technicus要去 alle benodigde hulpmiddelen, die in goede staat verkeren, beschikken over een reeds aanwijzingen en voor de terugwinning van koudemiddelen (ook ontvlambaar) geschikt zichn, binnen handbereik hebben. Bovendien要去 een reeks gebalanceerde weegschalen, die in goede staat verkeren, aanwezig zichn. Controller of de leidingen in goede staat verkeren en voorzien zichn van lekvrije koppelingen.
22c. Controller voór het gebruik of de machine voor het terugwinnen in goede staat verkeert, goed is onderhonden en alle elektrische componenten ervan+zijn geisoleerd, zodat eventueel vrijkomend koudemiddel ze Niet kan binnendringen. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant.
- Het opgevangen koudemiddel moet in de geschikte gasfles aan de leverancier worden afgegeben, met ondertekening van het afvaloverdrachtsbewijs. Koudemiddelen moot NIET worden gemengd in het aftapapparaat of de gasflessen.
- Als de compressors, of de compressoroliën verwijderd要去en worden, controlleren dan of ze geleegd zich toteen aanvaardbaariveau om erzeker van teijken dat het ontvlambare koudemiddel Niet in het smeermiddel hinterblijft. Verricht deze procedure voordat de compressoraar de leverancier worden teruggezonden. Gebruik de elektrische verwarming uitsluitend op hetuis van de compressor, om dit proces te versnellen.
- De unit nicht doorboren of verbranden.
- Elektrische componenten die verwangen worden MOETEN geschickt zich voor en overeenstemmen met de specificaties van het apparaat. Elk onderhoud MOET worden verricht in overeenstemming met de aanwijzingen van deze handleiding. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant.
-
Verricht de volgende controles:
-
De markeringen op de unit+zijn algtd leesbaar en goed zichtaar. Herstel ze als dit Niet het geval is;
-
De leidingen of componenten die het koudemiddel bevatten, MOETEN geinstalleerd worden op een plaat waar ze door geen enkele substantie hunnen corroderen, tenzij de componenten zich vervaardigd van materialen die intrinsiek corrosiebestendig�n of op passende wijze gegen dit risico�n beschermd.
-
Al het koudemiddel moet veilig worden teruggewonnen. Neem waar bij tevens een monster van de olie en het koudemiddel als een analyse nodig is, voordat het teruggewonnen koudemiddel worden hergebruikt.
Scheid de elektrische voeding van het systeme af, voordat met de procedure aangevangen worden, en controller of:
- de hulpmiddelen voor de mechanische verplaatsing van de met koudemiddel gezulde gasflessen beschikbaar�;
- alle personlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct gebruikt worden;
- het terugwinningsproces algijd door een competent persoon ge-controlled wordt;
- de hulpmiddelen en gasflessen voor de terugwinning aan de normen voldoen.
Tap het systeem af. Zorg voor een collector, als dit nicht möglich is, zodat al het koudemiddel kan worden verwijderd.
Controller of gasfles op de weegschaal is aangebracht en start
NL-12
de machine voor het terugwinnen volgens de aanwijzingen, voordat met het terugwinnen worden aangevangen.
- De gasflessen NIET overmatig vullen (de vloeistof mag nicht meer dan 80% van het volume overschrijden). De maximale werkdruk van de gasfles mag NIET worden overschreden, ook nichtijdelijk. Controller of de hulpmiddelen en de gasflessen zijn verwijderd, als het proces is afgerond zoals eerder is beschreiben. Controller of alle afluiiters gesloten zich, voordat het apparaat ingeschakeld worden.
- Het teruggewonnen koudemiddel mag Niet in een ander koelsystem worden aangebracht, tenzij het is gezuiverd en gecontroleerd.
- Controller aan het einde van de installmentie of er geen koudemiddel lekt (koudemiddel dat aan open vuur blootgesteld worden, produceert een giftig gas).
- DE MACHINE BEVAT R290 IN EEN HOEVEELHEID VAN 145g. Aan gezien dit lager is dan m1=152g, zoals gedefiniearch door de norm IEC 60335-2-40:2022, heeft de unit geen installmentbeperkingen die verband honden met de installmentzone.
0.5 - EIGENLIJK GEBRUK
- De klimaatregelaar mag uitsluitend gebruikt worden voor het produceren van warme of koude lucht (aar keuze) met als enig doel de temperatuur in de omgeving aangenaam te make.
- Een oneigenlijk gezebruik van de (externe en interne) apparatuur met eventuele schade die berokkend worden aan mensen, voorwerpen of dieren, ontheft OLIMPIA SPLENDID van iedere vorm van aansprakelijkheid.
0.6 - RISICOZONES
-
De klimaatregelaars mogen nicht worden geinstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig়, in zeervochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of opplaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren, in de buurt van een bron van zout water of zwavelhoudend water.
-
Gebruik GEEN gassen, benzine of andere ontvlambare vloeistoffen in de buurt van de airconditioner.
- De airco heeft geen ventilator om frisse lucht in het lokaal te brengen. Verlucht door de deuren en vensters te openen.
- Installer altijd een automatische schakelaar en leg een specifiek voedingscircuit aan.


De units die het airconditioningsystem samenstellen worden apart verpakt in karton. Elke afzonderlijke eenheid kan handmatig door twee personeelsleden worden getransporteerd of ze konnen op een heftruck worden geladen. Stapel maximaal drie verpakkingen als het gaat om een binnenunit of plaats elke verpakking afzonderlijk als het gaat om een buitenunit.
Zorg ervoor dat u alles binnen handbereik heeft, voordat u met de montage aanvangt.
A. Apparaat
T1. Afstandsbediening
C. Handleidingen + garantie
D. Isolatiestrip (2)
E. Schroeven en pluggen
F. Luchtin- en luchtuittrederoosters met kettingen eninstallaesetjes (2)
G. Interne flens (2)
H. Blad voor leidingen in de muur (2)
L. Bevestigingsbeugel aan de muur (2)
M. Boormal van papier (*)
N. Condensafvoerleiding

(*) De Boormal van papier staat op de verpakking van het apparaat.

De batterijen (T3) voor de afstandsbediening, 2 in eenal - type AAA van 1,5 V,着眼 componenten die nodig着眼 maar geen deeluitmaken van de levering.
1.2 - OPSLAG
Slade verpakkingen op in een gesloten ruimte waar ze tegen weersinvloeden worden beschermd. Breng matten of een pallet aanCUSSEN de verpakkingen en de vloer.

DEVERPAKKING NIETOMDRAAIEN OF HORIZONTAL PLAATSEN.
1.3 - ONTVANGST EN UITPAKKEN
De verpakking besteht uit geschikt materiaal. Het product worden verpakt door ervaren personneel.
De apparatuur worden compleel en in perfecte staat geleverd. Om darüber de kwaliteit van het transportbedrijf te controleren,要去 u het volgende doeen:
a. Bij ontvangst van de colli, controlleren op de verpakking is beschadigd. Als dit zo is de goederen onder voorbehoud aanvaarden en Foto's make van de schijnbare schade.
b. Uitpakken en op de paklijst controlleren of alle componenten aanwezig zich.
c. Controlleren of de onderdelen Niet werden beschadigdijdens het transport; anders binnen 3 dagen na ontvangst de schade aan het transportbedrijf meedelen d.m.v. aangetekende brief met ontvangstbewijs en Foto's toevoegen.
d. Let goed op tijdens het uitpakken en de installmentie van de apparatuur. Scherpe delen+kunnen verwondingen veroorzaken.Let op voor scherpe de hoeken van de structuur en de vinnen van de condensor en verdamper.

Informatie over transportschade worden na de levering nicht meer onderzocht.
Voor geschillen is de bevoegde rechtbank het Hof van BRESCIA.

Bewaar de verpakking minstensijdens de garantieperiode om ze te kuren gebruiken om het product waar het servicecentrum te zenden als een reparatie is vereist.
Het verpakkingsmaterialial verwijden volgens de geldende normen inzake afvalverwijdering.
1.4 - BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN VAN HET APPARAAT (afb.A)
- Luchtuittredeflap
- Paneel voor de weergave van de functies en alarmen
- Luchtintrederooster
- Luchtfilter
- Toegangsdeurjecondensafvoer
5a. Condensafvoer - Sierbehuzing apparatus
- Voedingskabel
- Elektrisch paneel

2 - INSTALLATIE
2.1 - INSTALLATIEMODUS
Volg nauwgezet de aanwijzingen van de handleiding voor een correcte installment en optimale prestaties.

Het Niet in ache nemen van de aangeduide normen, waardoor een slechte werking van de apparatuur kan optreden, ontheft het bedrijf OLIMPIA SPLENDID van elke vorm van garantie en van eventuele schade,veroorzaakt aan Personen, dieren of zaken.

Het is belangrijk dat de elektrische installmentie aan de normen en de gegevens van het technische blad voldoet en geaard is.
2.2 - AFMETEN EN EIGENSCHAPPEN VAN DE INSTALLATIERUIMTE VAN DE KLIMAATREGELAAR
- Bereken de thermische belasting in de zomer (en winter in het geval van een model met warmtepomp) van de ruimte, alvorens de klimaatregelaar te installereren.
- Hoenauwkeuriger deze berekening is, des te better het apparaat za Werken.
- Raadpleeg de toepasselijke normen voor deze berekeningen.
NL-16
-
Voor bijzonder belangrijke toepassingen adviseren we u om u door gespecialiserde technici te lien bijstaan.
-
Probeer groterere thermische belastingen zo veel möglich te beperken aan de hand van de volgende maatregelen. Breng gordijnen of externe zonwering (luiken, veranda's, reflecterende folie, enz.) aan op große ruiten waar de zon op staat. De ruimte waar de klimaatregeling in geinstalleerd is, moet zo veel möglich gesloten blijven.
-
Maak geen gebruik van halogeenlampen of andere elektrische apparatuur die viel energia verbruiken (ovens, stoomstrijkijzers, kookplaten, enz.).
2.3 - KEUZE VAN DE POSITIE VAN DE UNIT
Om een beter rendement te bereiken en storingen of gevaarlijke situatuies te vermijden,要去 de installmentie van de interne apparatuur voldoen aan de volgende eisen:
a. Plaats de apparatuur Niet bloot aan warmte of damp (afb. 3).
b. Zorg ervoor dat rechts en links van het apparaat minstens 60~mm en boven het apparaat minstens 80~mm vrijhehonden wordt (afb. 2).
c. Bij de installmentie laag aan de muur要去 tussen de onderkant van de unit en de vloer een ruimte van minstens 100mm vrijgehonden worden. Bij de installmentie hoog aan de muur要去 een ruimte van minstens 80~mm vrijgehonden worden (afb. 2).
d. De wand waarop de binnenunit zal worden gemonteerd, moet stabel, stevig en geschikt zich om het gewicht te dragen.
e. Rondom de unit moet voldoende ruimte vrijgehouden worden zodate onderhoud kan worden verricht.

NL-17
f. De vrijecirculatie van lucht aan de luchtintrede bovenaan en de luchtuittrede aan de voorkant mag Niet verhinderd worden (door bijv. gordijnen, planten of meubels). Hierdoor zou turbulentie konnen ontstaan die de correcte werkinq van het apparaat verhinder (afb. 3).
g. Sproei geen water of andere vloeistoffen op het apparaat (afb. 3).
h. Plaats het apparaat Niet zodanig dat de luchtstroom direct op mensen in denabijheid worden gericht (afb. 3).
i. De uittredelouvres nooit geforceerd openen (afb. 3).
I. Geen flessen, blikjes, kleding, planten of andere voorwerpen op het luchtintrederoosterplaatsen (afb. 3).
m. De klimaatregelaar Niet direct boven een huishoudelijk apparaat (tv, radio, koelkast enz.) of boven een warmtebron installeren (afb. 3).

NL-18

Controller, als de installmentiek bepaald is, of op de punten waar gaten geboord moeten worden geen structuren of installaties (balken, kolommen, waterleidingen, elektrische kabels, enz.) aanwezig zich die de installmentiek zonden können verhinderen.
Controller tevens of de vrije circulatie van de lucht door de aan te leggen gaten Niet verhinderd worden (door planten en loof, houtwerk, luiken, roosters met een te fijnne maas, enz.).
2.4 - MONTAGE VAN DE UNIT

De toegestane maximale lenghte van de leidingen is 1 m. De leidingen要去en glad+zijn en mogen geen bochten vertonen.
Gebruik de geleverde roosters of roosters met identieke eigenschappen.
2.4.1 -Gaten in de muur boren
Voor de werkung van de unit要去en twee gaten worden geboard in de muur, zoals op de boormal is aangegeven. de gaten hunnen een diameter hebben van zowel 162 mm als 202mm
- De unit UNICO NEXT-F kan geinstalleerd worden inplaats van een unit UNICO SKY, UNICO STAR, UNICO SMART of UNICO INVERTER zonder dat de reeds bestaande gaten要去en worden aangepast, met uitzondering van hetkleine gat voor de condensafvoer. Verwijder in dit geval het isolatiemateriaal dat eventueel in het gat voor de luchtuittrede aanwezig is om de prestaties Niet te benadelen. Bovendien要去en十几年e waten worden geboard voor de bevestigingsbeugels.
- De gaten moeten in de muur worden geboard met een specifiek gereedschap dat de werkzaamheden vereenvoudigt en schade of overmatige last voor de klant vermijdt.
De Beste instrumenten die voor het boren van grote gaten in muren gebruikteken worden, zich speciale boormachines (zogenaamde Kernboormachines) met een hoog torsiekoppel en een rotatiesnelheid die maar aanleiding van het te boren gat kan worden aangepast.
- Om te vermijden dat veel stof en vuil in de omgeving verspreid worden,:kennen de Kernboormachines worden verbonden met afzuugin Installations die voornamelijk bestaan uit een stofzuiger die verbonden要去 worden met een accessoire (bijvoorbeeld zuignap) zodate in de buurt van het te boren punt kan worden aangebracht.
Boor de gaten als volgt:
-
Plaats de geleverde boormal (M) op de muur met inachtneming van de minimumafstanden tot het plafond, devloer en dezemuren die op de boormal aangegeven zich. De boormal kan met plankband (Y) in de juiste positie worden gehonden (afb. 4).
-
Geef met eenkleine boor of priem nauwkeurig het midden van de te boren gaten aan, voordat u de gaten zult boren (afb.4).
-
Boor de twee gaten voor deluchtinen luchtuittrede met een fernboor met een diameter van 202 mm of (162 mm).

Boor de gaten met een lichte inclatie maar beneden om te vermijden dat water afkomstiguit de kanalen maar binnen kan stromen (afb.5).



Het merendeel van het verwijdderde materiaal worden maar buiten gestoten. Zorg er THATOM voor dat het Niet op mensen of voorwerpen eronder kan vallen. Wees bijzonder voorzichtig en verminder de druk op de kernboor aan het einde van het gat, om zo veel möglich te vermiiden dat het stucwerk aan de buitenkant beschadigd raakt.
- Boor de eerder gemarkeerde gaten voor de pluggen van de bevestigingsbeugels (afb. 6).

NL-20
Bestudeer aandachtig de eigenschappen en consistentie van de muur voor de eventuele keuze van pluggen die voor bijzondere omstandigheden geschikt zich.

De fabrikant acht zich nicht aansprakelijk voor een eventuele ontoreikende beoordeling van de structurele consistentie van de verankering door de installmenteur. We adviseren waarom om bijzonder goed op te letten aangezien deze handeling, als deze verkeerd uitgevoerd worden, ernstig persoonlijk letsel en materiaèle schade kan veroorzaken.
- Voor alle apparaten要去 condensafvoer voorzien zijn die in de wand verzonken is (zie paragraaf 2.4.2). Er要去 een gat voor de passage gemaatkt worden in de positie die aangegeven worden op de boormal, om de drainage van de condens möglich te makeen.
2.4.2 - Aanleggen van de condensafvoerlijk
- Het is nodig om de condensafvoerleiding (N) op de klimaatregelaar aan te sluiten, deze要去 vastgekoppeld worden in de waarvoor bestemde opening (X) op de achterkant van de unit. Verwijder de dop (B) alvorens de afvoerslang aan te sluiten (afb. 7).

- De afvoer vindt dankzij de zwaartekracht plaats. Daarom要去 de afvoerleiding op elk punteen minimale helling van 3% vertonen.
De te gebruiken leiding kan star of flexibel zich en moet een minimale diameter van 16 mm hebben.
- Als de leiding maar een riool voert,要去en sifon worden geinstalleerd voordat de leiding de afvoer bereikt. De sifon要去 minstens 300~mm onder de opening van het apparaat� aangebracht (afb.8).

De condensafvoer is verplicht bzwat de unit Niet uitgerust met een interne pomp voor de verwijdering van de condens.
- Als de afvoerleiding voert maar eenrecipient (vat, enz.)要去 vermeden worden dat dezerecipient hermetisch wordt gesloten en met name dat de afvoerleiding in het water blijft (zie afb.9).
- Het gat voor de passage van de condensleiding maar buiten要去 algijd een helling vertonen (zie afb.10).
De exacte positie van de opening van de leiding ten opzichte van de machine is op de boormal bepaald.

Zorg er in dit geval voor dat het afgevoerde water geen persoonlijk letsel of materiele schade kan veroorzaken.
In de winter kan dit water buiten bevriezen.



Let goed op en zorg ervoor dat de rubberen leiding nicht bekneld raakt wanner de condensafvoer worden aangesloten.

Controleer of de condensafvoerleiding gegen vorst beschermd wordt om de afvoer te waarborgen als de unit in de winter moet werken bij een temperatuur lager dan of gelijk aan 0^ .
Installer de optionele verwarmingskit voor een langdurige werkinq in de winter bij temperaturen lager dan -5^ .
2.4.3 - Montage van de luchtkanalen en de uitwendige roosters
- Breng de plasticfolie (H) die met de klimaatregelaar geleverd is aan als de gaten zichen geboord (met de Kernboormachine) (afb. 11).
De folie (H) is geschikt voor gaten met een diameter van 202 mm. In het geval van gaten met een diameter van 162 mm要去 van de lange zichde een strook van 130 mm worden geknipt (afb. 11).

De folie moet 65~mm korter zichn dan de lenghte van de muur.
NL-22


- Rol de folie (H) op en breng deze in het gat aan. Let waar bij goed op de seallijn (deze要去 alsijd maar bovenং发展格局) (afb.11).
De buis (H) kan met een normal stanleymes worden afgesneden (afbeeldingen 11 - 12).

Plaats de roosters als volgt:
a. Breng de afdichting (D) aan op de buitenste rand van de flenzen op de muur (G) zoals in afbeelding 13 is getoond.
b. Zet de twee flenzen vast door 2 pluggen meteendiameter van 6mmaan te bren gen in de twee horizontal geplaatste bevestigingsgaten (afbeeldingen 14 -15-16).




NL-23
c. Breng hetkleine oogje, met de lange poot, van de veer aan op de pen van de dop (op de beiden componenten) (afb.17).
d. Breng de tweed doppen (metveer) vanuit de voorkant van het buiteste rooster aan op de twee zittingen ervan, trek ze helemaal aan (afb.18) en bevestig de twee kettingen aan het groe oogje van de veer.
e. Pak de twee hettingen, bevestigd aan het rooster, met een hand beet;
f. Vouw de buitenste roosters dubbel door het vouwgedeelte met de vrije hand beet te pakken en de vingers in de louvres aan te brengen (afb.19).
g. Steek de arm in de leiding tot het buitenste rooster volledig maar buiten steegt.
h. Vouw het rooster open en zorg ervoor dat de vingers in de louvres blijven.
i. Draai het rooster tot de louvres horizontal toen geplaatst en waar beneden zich gericht.
1. Span de veer door aan te ketting te trekken en haal de ring van de ketting aan de pen van de interne doorvoerflens voor de leidingen (afb. 20).
m. Verwijder de overtollige schakels van de ketting met een tang.

Gebruik uitsluitend de geleverde roosters (F) of roosters met identieke eigenschappen.




2.4.4 - Gaten voor de machine voorbereiden
De afdekking aan de achterkant hoeft nicht verwijderd te worden als leidingen met een diameter van 162 mm worden gezruikt.
Ga als volgt te werk in het geval van gaten 202 mm:
a. Breek de stippellijn van de achterste afdekking met een tang (afb. 21-A).
b. Laat de te verwijderen afdekking met de hand waar voren of achteren draaientot het resterende deel van de stippellijn is gebrozen (afb. 21-B).
c. Snij het eventuele overtollige isolatiematerialiaal dat in het gat achtergebleven is met een stanleymes af (afb. 21-B).

2.4.5 - Plaatsing van het apparaat op de bevestigingsbeugel
Bevestig de steunbeugels (L) in de erder geboorde gaten (zie afb. 6) aan de muur met de geleverde schroeven en pluggen (E) (afb. 22a).
Als u gecontroleerd heeft of de bevestigingsbeugels correct aan de muur zich bevestigd, alle voorbereidingengoorde elektrische aansluiting en de condensafvoer verricht zich (indien nodig), kan de klimaatregelaar worden opgehangen.

NL-25
Ga als volgt te werk:
a. Breng tape (A) aan als referentie voor de bevestigingspunten van de unit (afb. 22b).
De tape kan verwijderd worden als de unit aan de muur hangt.
b. Tilde klimaatregelaar op door hem aan de zijkanten onderaan beet te pakken en aan de beugels (L) te haken (afb. 23). Kantel de onderzijde van het apparaatietnsaaruomhet vasthaken te vereenvoudigen.



Verricht de handelingen voor de elektrische aansluiting en de bevestiging van de condensafvoer na het apparaat met een houten bloc of soortgelijk voorwerp van de muur te hebben verwijderd (zie afb. 24).
- Controller aan het einde van de werkzaamheden zorgvuldig of awhile hetachterpaneel van het apparaat geen sploten zichn achtergebleven (de isolerende affdichting moet goed aan de muur hechten). Dit geldt met name in de zone van de luchtin- en luchtuittredekanalen.

NL-26
2.5 - ELEKTRISCHE AANSLUITING
Het apparatus is voorzien van een voedingskabel met stekker (aansluiting type Y).
Als in de buurt van het apparaat een stopcontact aanwezig is, volstaat het om de stekker in het stopcontact te steken.


Alvorens de klimaatregelaar aan te sluiten, contrôleert u of: spanning- en freiuentiewaarden overeenstemmen met de gegevens op de typeplaat van het apparaat.
- De voedingslijn is voorzien van een doeltreffende aardaanslui-ting, geschikt voor de maximale absorptie van de klimaatregelaar (kabels met een minimale doorsnede van 1,5mm2).
- Het apparaat uitsluitend worden gevoed aan de hand van een stopcontact dat voor de geleverde stekker geschikt is.

Laat de voedingskabel eventueel uitsluitend verrangen door een erkend servicecentrum of bekwaam personneel.

Op het voedingsnet van het apparaat要去 een geschikte meerpolige scheidingssschakelaar worden voorzien, in overeenstemming met de nationale installmentenormen.
Controleer ook of de elektrische voeding is voorzien van een doeltreffende aardaansluiting en geschikte beveiliging gegen overbelasting en/of kortsluiting (het worden aanbevolen om een vertraagdezekering type 16 AT of andere elementen met soortgelijke functies te gebruiken).
Het is möglich de elektrische aansluiting tot stand te brengen door middel van in de muur verzonken kabel zoals in de positie die op de installmentaiem aangegeven worden (aanbevolen aansluiting voor installaties van de apparatuur op het hoge deel van de muur).
Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen要去 de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld voordat elektrische aansluitingen en ongeacht welke onderhoudsingreep op de apparaten uitgevoerd worden.
Handel als volgt om de voedingskabel te verrangen:
a. Draai de flap (1) en verwijder de drie schroeven (1b) (afb. 25a). Til het luchtintrederooster (3) op en verwijder de twee schroeven (3a) (afb. 25b).
b. Verwijder de siderbehuiizing (6).
c. Schroef de kabelwartel (J1) en de blokeerschroeven van de kabels van het klemmenbord (J2) los (afb. 26).
d. Verwijder de kabel en breng de neue kabel aan door hetzelfde traject te volgen.
e. Zet de drie polen van de kabel vast in het klemmenbord (J2) en draai de schroeven vast.
f. Zet de kabel vast met de klem (J1).
g. Monteer opniew de sierbehuzing (6) van het apparaat.
Bovenstaande handeling moet uitgevoerd worden door gespecialiseerd personeel dat in het bezit is van de door de wet voorgeschreven bekwaamheden.


2.6 - CONFIGURATIONS VIA HET CONTROLPEANIEL
Handel als volgt om de configuraties te wijzigen:
a. Steek de stekker in het stopcontact om de klimaatregelaar van voeding te voorzien en controllerer verrolgens of hij in de stand-bymodus staat.
b. Houd de toets MODE circa 10 seconden ingedrukt tot het display de parameter weergreeft.
c. Druk op de toetsen + of - om de parameterwaarde te selecteren die ingesteld要去 worden (van P0 tot P4).
d. Houd de toets MODE circa 2 seconden ingedrukt tot de parameter knippert.
e. Druk op de toetsen + of - om de gewenste waarde te selecteren.
f. Druk op MODE om de gewenste waarde te bevestigen.
g. Druk op de toets Stand-by of wacht circa 20 seconden om de configuratieprocedure van de parameters te verlaten.
2.6.1 - Configuratie van de elektronica voor installmentie laag op de muur of hoog op de muur
De unit kan zowel in het onderste gedeelte (naast de vloer) als in het bovenste gedeelte (naast het plafond) van de muur geinstalleerd worden.
Om de luchtverdeling en het omgevingscomfort te optimaliseren, kan de richting van de luchtstroom worden veranderd door de positie van de luchtuitlaatklep te wijzigen.
De configuratie hoog op de muur resulteertijdens het verwarmen in een automatische correctie van de omgevingstemperatuur van 3^ .
Om correct te kennen werken moet elke wijziging in de configuratie van de luchtuittredeflap overeenstemmen met de aanverwante wijziging in de elektronische configuratie.
In de configuratie van de installmentie laag op de muur of hoog op de muur toont het display
Voer de eerder beschreiben proceduresuit om de gewenste configuratie in te stellen en kies:tussen de parameter (voor plafondinstallatie) of (voor vloerinstallatie).
2.6.2 - Configuratie Energy boost/ System enable
De ingang gesitueerd op klem (Y2) van de hoofdkaart (Y1) kan gezbruikt worden om de functies ENERGY BOOST of SYSTEM ENABLE van de klimaatregelaar te activeren (afb. 27).

In de configuratie van het contact Energy boost of System enable toont het display. De parameter kan een waarde:tussen -5 en +5 hebben.
Met waarde PI = 0 werkdt de ingang als SYSTEM ENABLE.
Wanneer het contact open gaat, worden de klimaatregelaar op de stand-bymodus geforceerd.
Wanner het contact sluit, herstelt de airconditioner de vorige werkstatus.
Met waarde PI 0 werkdt de ingang als ENERGY BOOST.
Waarden < 0 verlagen de Tset in cooling waardoor het vermogen van de machine toeneemt (voorbeeld: als Tset = 24^ en Energy boost = -3^ dan werkdt de machine alsof Tset 21^ is)
NL - 29
Waarden >0 verhogen de Tset in heating waardoor het vermogen van de machine afneemt (voorbeeld: als Tset = 24^ en Energy boost = 3^ dan werkt de machine alsof Tset 27^ is)
Handel als volgt om het apparaat te configureren voor de activering van een van de twee functies:
a. Draai de schroeven (3a) en (1b) los en verwijder de sierbehuiizing (6) van het apparatusat (afb. 25).
b. Draai de zes bevestigingschroeven (X1) los.
c. Verwiider het deksel van het elektrisch paneel (3a) (afb. 28).
d. Neem van de schroefklem (Y2) de bijgeleverde jumper (Y3) weg (afb. 29).
e. Sluit opnieuw het deksel van het elektrisch paneel (3a) met de zes schroeven (X1).
f. Hermonteer de voorste afdekking van de machine.
De ingang moet aangestuurd worden door een spanningsloos contact, zonder potenial.
Gebruik geen kabels die langer�n dan 10 meter.


2.6.3 - Configuratie Input setting
In de configuratie van geopend of gesloten contact toont het display .
Voer de eerder beschreiben proceduresuit om de gewenste configuratie in te stellen en kies:tussen de parameter (gesloten contact) of (geopend contact).
2.6.4 - Configuratie meeteenheid van de temperatuur
In de configuratie van de meeteenheid van de temperatuur toont het display .
Voer de eerder beschreiben proceduresuit om de gewenste configuratie in te stellen en kies:tussen de parameter (metrisch stelsel) of (imperiaal stelsel).
2.6.5 - Configuratie warmtepomp / alleen koud / alleen warm
In de configuratie van de werkwijze van de unit toont het display.
Om de machine in te stellen op een wijze dat hij zowel in koeling als in verwarming werk, selecteer configuratie "HP" (heat pump).
Om de machine in te stellen op een wijze dat hij alleen in koeling werkt, selecteer configuratie "CO" (cooling only).
Om de machine in te stellen op een wijze dat hij alleen in verwarming werkt, selecteer configuratie "HO" (heating only).
3 - GEBRUK
Laat de elektrische aansluiting van het apparaat verrachten door gespecialiseerd personeel dat aan de door de wet voorgeschrevebekwaamheden voldoet. De installmentie-instructies zijn opgenomen in de specifieke paragraaf van deze handleiding.

De normale luchtstroom door de in- en externe roosters mag door geen enkel voorwerp of obstakel (meubels, gordijnen, planten, loof, luiken, enz.) worden verhinderd.

-
Plaats niets op de omkasting van de klimaatregelaar en ga er Niet op zitten om ernstige schade aan de uitwendige onderdelen te vermijden.
-
Probeer de luchtuittredeflap Niet met de hand te lien bewegen. Gebruik hiervoor altijd de afstandsbediening.
- Schakel het apparaat onmiddelijk uit en koppel het van de elektrische voeding los als het water lekt. Neemervoigens contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
- Tijdens het verwarmen zal de klimaatregelaar regelmatig het ijs verwijderen dat op de uitwendige warmtewisselaar ontstaat. In dit geval blijft de machine werken, maar stuart ze geen warmelucht de ruimte in.
Deze fase kan 3 tot 10 minuten duren.
- Maak het luchtfilter regelmatig schoon zoals in de specifieke paragraaf (5.1.2) is beschreiben.

Het apparaat mag nicht geinstalleerd worden in ruimtes waar explosieve gassen ontstaan of een luchtvochtigheid of temperaturen die de maxi-male limieten beschreiben in de installmentiehandleiding overschrijden.
3.2 - BESCHRIJVING VAN HET SIGNALERINGSSPANEEL
Op het deel rechtsboven van het apparaat zijn knappen en leds aanwezig waarvan de functies hierna beschreiben worden.
Knoppen
Druk erst op een van de toetsen om het paneel in te schakelen alvorens de volgende handelingenuit te voeren.
+Toenamegewenstetemperatuur(maxi- maal instelbare waarde 30^ / 86F)
-Afname gewenste temperatuur.

(minimaal instelbare waarde in verwarmingsmodus 16^ / 61F , in koelmodus 18^ / 64F ).
Activering/deactivering (Stand-by) van de klimaatregelaar en selectie ventilatiesnelheid.
- Korte aanraking om de minimale, medium, maximale of automatische ventilationsnelheid te selecteren.
- Lange aanraking voor activering/deactivering (Stand-by).
MODE Selectie werkmodus en instelling parameters
- Korte aanraking (langer dan 2 seconden) om de werkmodus ventilatie, koeling, verwarming te selecteren
-
Lange aanraking om de parameterinstelling in te schakelen indien op Stand-by
-
en - Minstens 5 seconden geleijktijdig indrukken om de toetsenbordvergrendeling in/uit te schakelen
en MODE Gelijktijdig en langdurig indrukken (minstens 5 seconden) om de signalering van vuil filter te resetten
Overige
IR Infrarood ontvanger
B Geluidssignaalinrichting
| WERKVOORWAARDEN | DISPLAY (wit) | LED1 mode (lood/blauw) | LED5 timer (wit) |
| Stand-by | OFF | OFF | OFF |
| Koelmodus | 18÷30°C/64÷86F | BLAUW | X |
| Verwarmingsmodus | 16÷30°C/61÷86F | ROOD | X |
| Ontvochtigingsmodus | BLAUW | X | |
| Ventilatiemodus | OFF | X | |
| Automatische modus | X | X | |
| Parameter configuratie muur hoog of muur laag | OFF OFF | ||
| Plafondinstallatie | OFF OFF | ||
| Vloerinstallatie | OFF OFF | ||
| Input setting | OFF OFF | ||
| Opening contact Energy Boost/ System Enable | OFF OFF | ||
| Sluiting contact Energy Boost/ System Enable | OFF OFF | ||
| Input setting | OFF OFF | ||
| Vuil filter | X | X | |
| ON (*) = Verbonden | |||
3.3 - GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIE- NING
Deafstandsbediening die bij de klimaatregelaar geleverd is, is een instrument dat u in staat stelt de apparatuur op een zo comfortabel möglichke manier te gebruiken. Dit instrument要去 zorgvuldig worden gehanteerd:
- Maak het Niet nat (reinig het Niet met water en stel het Niet aan weersinvloeden bloot).
- Laat het Niet op de grond vallen of hard stoten.
Stel het nicht bloot aan direct zonlicht.


-
De afstandsbediening werkt met infrarood.
-
Zorg erijdens het gebruik voor dat:tussen de afstandsbediening en de klimaatregelaar geen obstakels aanwezig zich.
- Als in de ruimte andere apparaten met een afstandsbediening gebruikt worden (tv, stereo-installations, enz.) kan het verzonden signal gestoord worden of verloren gaan.
- Elektronische en fluorescentielampen kuren de verzending tussen de afstandsbediening en de klimaatregelaar storen.
Haal de batterijen uit de afstandsbediening als deutsche langeijd nicht zal worden gebruikt.
NL-33
- Het display van het apparaat schakeltuit als de afstandsbediening een aantal seconden Niet gebruikt worden. Druk op een willekeurige toets om het display wee in te schakelen.
3.3.1 - De batterijenplaatsen (afb. 31)
Om de batterijen correcte teplaatsen:
a. Verwijder het klepje van het batterijvak.
b. Breng de batterijen in het specifieke vak aan volgens de aangegeven polariteit.

Houd u nauwgezet aan de pola- riteit die op de bodem van het batterijvak is aangegeven.
c. Sluit het klepje goed af.
3.3.2 - Vervanging van de batterijen
Vervang de batterijen als het display van de afstandsbediening Niet langer helder is of de instellingen van de klimaatregelaar Niet langer met de afstandsbediening hunnen worden gewijzigd.


Gebruik algijdijke batterijen en verrang ze allebei. Als oude batterijen worden gebruikt of batterijen van een ander type kan dit een slechte werkig van de afstandbediening veroorzaken.
Voor de afstandsbediening zijn twee droge alkalinebatterijen vereist van 1,5V (AAA.LR03/) (afb. 31). Na het verwangen van de batterijen, de klok met de afstandsbediening regelen.

Uitgeputte batterijen要去en worden verwijderd en worden ingeleverd bij erkende afvalinzamelbedrijven ofin overeenstemming met deplaatselijke voorschriften worden afgevoerd.
- Als u de afstandsbediening enkele weken of meer nicht gebruikt, de batterijen verwijderen. Batterijlekken können de afstandsbediening beschadigen.
- De gemiddelde levensduur van de batterijen, bij een normal gebruik, is ongeveer zes maanden. Vervang de batterijen als u de "biep" voor de ontvangst van het commando Niet meer hoort of als de indicator voor de overdracht op de afstandsbediening Niet aangaat.

De batterijen nicht laden of demonteren. De batterijen nicht in het vuur werpen. Ze können branden of ontploffen.

Als de vloeistof van de batterijen op de huid of kleding terechtkomt, zorgvuldig wassen met zuiver water. De afstandsbediening Niet gebruiken met batterijen die reeds lekten. De chemische producten aanwezig in de batterijen konnen brandwonden of andere risico's voor de gezondheid met zich meebrengen.
NL-34
3.3.3 - Positie van de afstandsbediening
- Houd de afstandsbediening in een positie waarin het signaal de ontvanger van het apparaat kan bereiken (maximumafstand circa 8 meter - met volle batterijen) (afb. 32). Door de aanwezigheid van obstakels (meubels, gordijnen, wenden enz.)CUSSEN de afstandsbediening en het apparaat wordt het bereik van de afstandsbediening verminderd.

3.4 - BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening fungeert als een interface tussen de gebruiker en de klimaatregelaar. Daarom is het heel belangrijk dat elke functie, het gebruik van de bedieningen en de weergegeven symbolenbekend is.
3.4.1 - Beschrijving van de toetsen van de afstandsbediening (afb. 33)
B1 Activering/deactivering (stand-by) van de unit
B2 Verhoging ventilatorsnelheid
B3 Verlaging ventilatorsnelheid
B4 Selectie werkwijze -koeling > verwarming > ventilatie ontvochtiging > automatisch
B5 Activering/deactivering inschakeling display op machine
B6 Verhoging gewenste temperatuur
B7 Verlaging gewenste temperatuur
B8 Activering/deactivering van het oscilleren van de luchtuittredeflap
-- Selectie gewenste meeteenheid temperatuur ^ C /°F door de toetsen B6-B7 tegelijkkertijd in te drukken

NL-35
3.5 - BESCHRIJVING VAN DEFUNCTIES VAN DE KLIMAATREGELAAR
3.5.1 - Algemene inschakeling en beheer van de werkinq
- De afstandsbediening kan gebruikt worden om de installment te beheren.
Richt de voorkant van de afstandsbediening maar het paneel van het apparaat om commando'saar de klimaatregelaar te sturen. Het apparaatা een geluidssignaal horen om te bevestigen dat het commando is ontvangen. - De commando's kunnen worden verzonden vanaf een maximumafstand van ongeveer 8 meter (met volle batterijen).
3.5.2 - In-/uitschakeling van het apparaat
- Activeer/deactivateer (stand-by) de klimaatregelaar met een druk op de knop B1 op de afstandsbediening.
Het besturingsystem van de unit is voorzien van een geheugen, zodat de instellenen Niet verloren gaan wanner het apparaat wordenuitgeschakeld.

Als het apparaat langeijd Niet gebruikt za worden, moet het met de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld door de hoofdschakelaar of worden afgekoppeld door de stekker uit het stopcontact te halen.
3.5.3 - Werking "Koeling"
- Door deze werkwijze in te stellen, ontvochtigt en koelt het apparaat de omgeving.
- Druk om deze modus te activeren meerere keren op toets B4 op de afstandsbediening tot LED1 blauw brandt en het display de ingestelde temperatuur weergeeft.
- In denen werkwijze können de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid worden ingesteld.
- Drie minuten (maximaleijd) na de activering van de werkwijze gaat de compressor van start en begint het apparaat koude lucht af te gehen.
3.5.4 - Werking enkel "Ontvochtiging"
- Door deze werkwijze in te stellen, ontvochtigt het apparaat de omgeving. De activering van deze functie is bijzonder nuttig in het voor- en naseizoen, d.w.z. op (bijvoorbeeld regenachtige)ragen met een aangename temperatuur, maar met een dergelijk hoge luchtvochtigheid dat een bepaald ongemak ervaren worden.
- In deze werkwijze worden de instelling van de omgevingstemperatuur en de instelling van de ventilatorsnelheid, die.altijd minimum is, genedeerd.
- Ledere aanduiding van de temperatuur en van de ventilatorsnelheid verdwijnt vervolgens van het display van de afstandsbediening en van het bedieningspaneel.
- Druk om deze modus te activeren meerere keren op toets B4 op de afstandsbediening tot LED 1 blauw brandt.
- In denen werkwijze is het normal dat het apparaat onderbroken werkt.
3.5.5 - Werking enkel "Ventilatie"
- In deze werkwijze voert het apparaat geen enkele ingreep uit op de temperatuur of de vochtigheid van de lucht in de ruimte.
- Druk om deze modus te activeren meertere keren op toets B4 op de afstandsbediening tot het display een van de drie instelbare snugheeft (HI, ME, LO).
- In denen werkwijze worden de temperatuur van de installmentie en de ventilatorsnelheid automatisch geregeld (met uitzondering van de werkung "ontvochtiging") maar aanleiding van de temperatuur in de ruimte en de ingestelde gewenste temperatuur.
- Druk om deze modus te activeren meertere keren op toets B4 op de afstandsbediening tot het display het symbool " " weergeeft.
3.5.7 - Werking "Verwarming"
- Door deze werkwijze in te stellen, verwarmt het apparaat de omgeving.
Deze functie is uitsluitend beschikbaar voor modellen met warmtepomp (HP). - Druk om deze modus te activeren meertere keren op toets B4 op de afstandsbediening tot LED 1 rood brandt en het display de ingestelde temperatuur weergeeft.
- In deze werkwijze können de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid worden ingesteld. Drie minutes (maximaleijd) na de activering van de werkwijze gaat de compressor van start en begint het apparaat warmte af te gehen.

Het apparaat zal de warmtewisselaar regelmatig ontdooien. Gedurende deze fase stuurt de klimaatregelaar geen warme lucht de ruimte in, ook al blijven de inwendige onderdelen ingeschakeld, met uitzondering van de ventilator van de omgevingslucht. Bij een lage buitentemperatuur kan een vertraging optreten bij de overschakeling van de minimumsnelheid maar de medium- of maximumsnelheid wonneer het signaal met de afstandsbediening worden gezonden. Soortgelijke vertragingen konnen optreten bij de activering van het Oscilleren van de beweegbare flap. Na de uitschakeling van de unit blijft de interne ventilator nog een aantal seconden werken. Vervolgens worden de ventilator uitgeschakeld en worden de beiden flappen gesloten.
3.5.8 - Regeling van de richting van de luchtstroom
- Activeer/deactiveer het continu schommelen van de beweegbare luchtuittredeflap (1) met een druk op de toets B8 van de afstandsbediening.
NL-37

- Als het continu schommelen geactiveerd is, kan de flap geblokkeerd worden zodate de Lichtstroom in de gewenste verticale richting worden gestuurd door nogmaals op de toets B8 te drukken.

Probeer de positie van de beweegbare flap nooit met de hand te forceren.
3.5.9 - Regeling van de ventilatorsnelheid
- De contrôle van de snelheid van de ventilator vindtplaats met de toetsen B2 (toename) - B3 (afname).
- Hoe hoger de ingestelde snugelid, hoe hoger het rendement van de machine, maar hoe lager de geruisloosheid ervan.
- De microprocessor in de machine regelt automatisch de snelheid wanneer de snelheid Automatisch is ingesteld. Hoe groter het verschil in de gemeten omgevingstemperatuur en de ingestelde temperatuur, hoe langer de hove snelheid ingeschakeld blijft.
- De snugelid wird automatisch verlaagd naarmate de omgevingstemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt.
- In de werkwijze ontvochtiging kan de snelheid nicht geregeld worden aangezien het apparaat uitsluitend op de lage snelheid kan werken.
3.5.10 - Reset van alle functies van de afstandsbediening
Door de batterijen te verrangen of door deze ook enkele ogenblikken te verwijderen, worden alle instellingen van de afstandsbediening gereset. Door dit te doe den worden alle tijdinstellenen van de timer, die in de afstandsbediening opgeslagen zijn, geannuleerd en herstelt de afstandsbediening alle fabrieksinstelleningen.
3.5.11 -Beheer van het apparaat als de afstandsbediening Niet beschikbaar is Mocht de afstandsbediening zoek raken, de batterijen leeg raken of mocht de afstandsbediening slecht werken, dan kan men de klimaatregelaar lately werken met de toetsen op de machine.
3.6 - ADVIES VOOR ENERGIEBESPARING
Vervolgens enkele tips om het verbruik te beperken:
- Houd de filters.altijdproper (ziehoofdstuk onderhoudenreiniging).
Houd de deuren en de vensters van de kamers gesloten waar de airco werkt. - Vermijd dat zonlicht de kamer binnendringt (wij adviseren het gebruik van gordijnen, blinden of rolluiken).
- De banen van de luchtstroming van de unit Niet verstoppen (inlaat en uitlaat); hierdoor verminder het rendement, het apparaat werkst Niet correct en onherroepelijke storingen hunnen optreden.
4 - FUNCTIONS EN ACCESSOIRES
4.1 - MODBUS RTU RS485
De communicatiepoort stelt de airconditioner in staat de volgende functies ten uitvoer te brengen:
Commando's naar de airconditioner sturen, precies zoals de afstandsbediening dat doet.
- Een andere temperatuur maar de airconditioner sturen, die afgelezen is van een muurthermostaat.
- De werkstatus van de airconditioner lezen en die configureren.
- Het gedrag van de machine debuggen.
- De ventilator en alle belastingen van de machine handmatig bedieren.


Als alternatif voor het gebruik van de connector is het möglichk rechtstreeks de zwarte (signaal A) en groen (signaal B) kabel te gebruiken.
4.1.1 - Verbinding MODBUS RTU RS485
Handel als volgt om het apparaat met de MODBUS RTU RS485 te verbinden:
a. Verwijder de sierbehuzing (6) van het apparaat.
b. Verbind de MODBUS-kabel (6a) met de connector (6b).
c. Verbind de MODBUS-kabel (6a) met de USB-kabel.
d. Verbind de USB-kabel met een PC.
e. Monteer opnieuw de sierbehuzing (6) van het apparaat.

5 - REINIGING EN ONDERHOUD

Alvorens onderhoud of reinigungen uit te voeren, steeds controlleren of de installment met de afstandsbediening werkuitgeschakeld en of de stekker uit het contact werk getrokken (of de algemene scheidingsschakelaar opwaarts op "0" OFF werk gezet).

NL-39

De metalen delen van de unit Niet aanraken wanner de luchtfilters worden verwijderd. Ze zijn zeer scherp. Risico op snijwonden.
5.1 - REINIGING
5.1.1 - Reiniging van het apparaat en de afstandsbediening
Gebruik een droge doek om het apparaat en de afstandsbediening te reinigen (afb. 38). Als het apparaat zeer vuil is kunt u voor de reiniging een met koud water bevochtigde doek gebruiken. Zuig de ruimte+tussen het intrederooster en de luchtintrede schoon (afb. 38).


Gebruik geen antistatische of chemisch behandelde doek om het apparaat te reinigen. Gebruik geen benzine, oplosmiddelen, polijstpasta of soortgelijke middelen. Deze producten können de pvc oppervlakken verrormen of breuken veroorzaken.
5.1.2 - Reiniging van het luchtfilter
Reinig het luchtfilter regelmatig om een doeltreffende filtering van de interne lucht en een goede werkung van uw klimaatregelaar te waarborgen.
Het luchtfilter is aan de bovenkant van het apparaat aangebracht.
a. Scheid het apparaat af van de elektrische voeding.
b. Schakel de unituit en wacht tot de intredeflap sluit.
c. Til het luchtintrederooster (3) met de hand op (afb. 39).
d. Til de voorkant van het filter (F) op en trek hetplets maar u toe (afb. 39).
e. Was het filter en LAST het perfect drogen.
f. Hermonteer het filter (F) door de achterste strook in het rooster aan te brengen (afb. 40).
g. Sluit het luchtintrederooster (3) met de hand.


Om de signalering vuil filter te wissen, druk dan nadat de klimaatregelaar op de netspanning aangesloten is minstens 5 seconden gelijktijdig op de toetsen Stand-by en MODE die op het bedieningspaneel aanwezig zijn (Afb.30). Op deze wijze worden de signalering van vuil filter gewist en worden de betreffende telling gereset.
NL-40
5.2 - ONDERHOUD
Als de apparatuur langeijd Niet gebruikt zal worden, handel dan als volgt:
a. Stop de klimaatregelaar en scheid de voeding af.
b. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening.

Probeer nooit om de apparatuur selbstandig te repareren.
5.2.1 - Periodiek onderhoud
De klimaatregelaar is op dusdanige wijze ontwikkeld dat het normale onderhoud tot een minimum is beperkt.
Het normale onderhoud.bestaat uitsluitend uit de volgende reinigingswerkzaamheden:
- Het omgevingsluchtfilter elke 2 weken reinigen of wassen of elke keer dat de rode led gaat branden (de gebruiker kan deze handeling verrachten zoals is beschreiben in de gebruikershandleiding).
- Het reinigen van de condensorbatterij en het condensopvangsystem.
Deze handelingen要去 periodiek door bekwaam technisch personeel worden verricht met een regelmaat die afhangt van de installmentieplek en de gebruiksin-tensiteit.
Afhankelijk van de hoeveelheid vuil kan een droge reiniging (door te blazen met een compressorbatterij en een bakje en de louvres te reinigen met een zachte borstel, zonder ze te verrormen) volstaan of is een grondigere reiniging met gebruik van specifieke reinigingsmiddelen vereist.
5.2.2 - Afvoer van condenswater in geval van nood
De klimaatregelaar stoot en geeft alarmcode 20 weeR op het display van het voorpaneel van de machine als het systeem voor de verwerking van condenswater storingvertoont.
Voer het water af volgens de hierna beschreiben eenvoudige handelingen wanner u op de tussenkomst van het servicecentrum wacht en het apparaatijdelijk wilt lately werken.

Controller, voordat u de handelingen verricht, of de installment met de afstandsbediening isuitgeschakeld en of de stekkeruit het stopcontact is verwijderd (of devoorgeschakelde hoofdafscheider op "0" OFF is geplaatst).

NL-41

Open het deurtje (5) op de onderkant van de unit.
a. Verwijder de dop (6a) na een voldoende große houder (inhoud van minstens vrij liter) te hebben aangebracht waar het water in kan worden opgevangen (afb. 43).
b. Het servicecentrum zar het afvoerkanaal sluiten als het defect is verholpen.


5.3 - DIAGNOSE, ALARMEN EN PROBLEMEN
5.3.1 - Storingsdiagnose
Het is heel belangrijk dat de gebruiker problemen of storingen kan herkennen die van de normale werking van het apparaat afwijken.
De meest voorkomende storingen kan de gebruiker zich eenvoudig oplossen (zie de paragraaf 5.3.4: Storingen en oplossingen).

Voor alle andere signaleringen (zie de paragraaf: 5.3.3)要去 algond contact worden opgenomen met de technische assistentie

Elke vorm van garantie vervalt bij elke poging tot reparatie die door onbevoegd personeel worden verricht.
5.3.2 - Functionele aspecten die nicht als storingen要去en worden beschouwd
Tijdens de normale werkking kan het volgende voorallen:
a. De compressor start nicht voordat een bepaaldeijd (ongeveer drie minuten na de vorige stop) is verstreten.
- In de werkingslogica van het apparaat is een vertraging tussen de stop van de compressor en een waaropvolgende inschakeling voorzien, zodat de compressor gegen herhaaldelijkke activeringen worden beschermd.
b. Bij apparaten met warmtepomp kan het zich dat de warme luchtijdens de verwarming pas een,aantal minuten na de inschakeling van de compressor afgegeben worden.
- Tijdens de eerste minuten werkung zou immers te koude lucht de ruimte ingeblazen{kunnen worden (die de aanwezigemeensen zou{kunnen hinderen)).. met het apparaat nog Niet op vol vermogen werkt als de ventilator samen met de compressor ingeschakeld worden.
NL-42
5.3.3 - Alarmen paneel
Neem contact op met een servicecentrum van Olimpia als een van de alarmen langer dan drie minuten weergegeven worden.
| Foutcode op het display | Beschrijving alarm |
| 1 | Temperatuursonde buitenlucht defect |
| 2 | Temperatuursonde externe batterij defect |
| 3 | Temperatuursonde aanvoer defect |
| 4 | Beveiliging hoge temperatuur vermogenskaart |
| 5 | Communicatieprobleem interne en externe logicakaarten |
| 6 | De compressor heeft een afwijkende start (verlies van fase, omgekeerde rotatie) |
| 7 | Verlies rotatiesnelheid compressor |
| 8 | Defect vermogenskaart |
| 9 | Stroomstoring |
| 10 | Temperatuur externe batterij te hoog (in heating) |
| 11 | Afwijkende zero-crossing interne ventilatormotor |
| 12 | Defect EEprom externe logica |
| 13 | Beveiliging aanvoertemperatuur te hoog |
| 14 | Temperatuursonde binnenomgeving defect |
| 15 | Interne batterijsensor defect |
| 16 | Beveiliging temperatuur interne batterij te laag (in cooling) |
| 17 | Beveiliging temperatuur interne batterij te hoog (in heating) |
| 18 | Fout anomalie feedback externe ventilatormotor |
| 19 | Fout anomalie feedback interne ventilatormotor |
| 20 | Alarm waterpeil |
| 21 | Defect EEprom interne logica |
| 22 | Stroom compressor Niet geschikt |
| 24 | Buitenomgevingstemperatuur te hoog om in heating te werken |
| 25 | Buitenomgevingstemperatuur te laag om in cooling te werken |
| 26 | Defect communicatie:tussen interne logicikaart en driver |
| 27 | Te hoge spanning bus kaart driver |
| 28 | Te lage spanning bus kaart driver |
| 30 | Beveiliging stroom maar compressor |
| 31 | Beveiliging wisselspanning te hoog of te laag externe kaart |
| 32 | Beveiliging wisselstroom externe kaart |
| 33 | Beveiliging gelijkspanning bus te hoog of te laag |
| 34 | Defect communicatie kaart driver en display |
NL-43
5.3.4 -Storingen en oplossingen
| Slechte werking Oorzaak Mogelijk oplossing | ||
| Het apparaat start nicht Stro | omonderbreking Wacht tot | de stroom is hersteld. |
| De unit is van de stroom ontkoppeld. | Controler of de stekker in het stopcontact zit. | |
| Dezekering is onderbroken of de magnetothermische schakelaar is geactiveerd. | Dezekering verrangen of de magnetothermische schakelaar herstellen. | |
| De batterijen van de afstandsbediening kannen uitgeput+zijn. | De batterijen verrangen. | |
| Het eer ingesteld met de timer kan verkeerd+zijn. | Wachten of de instelling van de timer annuleren. | |
| Het apparaat koelt/verwarmt nicht voldoende | Verkeerde temperatuurinstelling. | Stel dejuiste temperatuurin. Raadpleeg voor de procedu-re het hoofdstuk "Gebruik van de afstandsbediening". |
| De luchtfilter is vuil. Het luchtfilter reinigen. | ||
| De deuren en vensters+zijn open. | De deuren en vensters sluiten. | |
| Deluchtinaat-of uitlaatopeningen van de binnenunit of buitenunit+zijn geblokkeerd. | Verwijder de verstopping en start opnieuw het apparaat. | |
| De beveiliging van 3 minu-ten van de compressor is geactiveerd. | Wachten. | |
| Het apparaat is ingesteld in de koelmodus of de verwar-mingsmodus. | Controler de geactiveerde modus op het display van de afstandsbediening. | |
| Het apparaat werkt maar het paneel (2) is nog steeds UIT. | Het display is ingesteld op uitgeschakeld. | Activeer het display opnieuw met de afstandsbediening. |
| Het apparaat werkt maar de knuppen van het pa-neel (2) werken Niet. | De toetsnbordvergrendeling is actief. | Schakel de toetsnbord-vergrendeling UIT vanaf het signaleringspaneel. |
| Als de storing Niet is opgelost, contact opnemen met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Gedetailleerde informatatie verstrekken over de storing en het model van de apparatuur. | ||
0- TENIKE ΠΑHPOΦΟPIΕΣ 3
0.1-∑YMBO/OGIA 3
0.2 - EIKONOPAMMATA ΣYNTAΞHΣ 3
0.3-ΓENIKE Σ IPOEIAOIOIHΣEIZ 5
0.4 - ΣHMEIΩSEI ΣI A TA ΦYΣIKA AEPIA 8
0.5 - PPOBAENOMENH XPHSH 13
0.6-NEPIOXES KINyNOY 13
1-NEPIIgPAH EYsKEYH
1.1-KATAOFOE3APTHMATONIPOYNAPEXONTAI 14
1.2-AIOOHKEYS H 15
1.3 - IAPAABH KAI ANOYKEYAIA 15
1.4 - INPIIPAH EAPTHMATQN YZKEYH (EIK.A) 16
2-EKATAEHAH 16
2.1 - TPOINO EIGATAAHAH
2.2 -IAZATAEIE KAI XAPAKTHPIETIKA TOY MATIOY ERKATAZAHE
2.3-ENIIOH TOIOOeIAOMNAdA
2.4-TOIOOETHENMONA△A.. 19
2.4.1 - Tpuneta roixou 19
2.4.2 - Uvdoon tnc ypaunc attoptpavyio n ouuTuKvWpaoc 21
2.4.3 - Eykataoan twv diaobpouw aepa kai tsg EeWTepkns ypiias.. 22
2.4.4 - 25
2.4.5-TorOeTnON ts ouokeuG otB aon otnpiEgns 25
2.5 - HAEKTPIKH YNDESH 27
2.6 - PYOMISEI MEGTOY INAKA EAEXOY 28
2.6.1 - Puroian twv nEkpovikw yia eykataaon xanla n yna oToV toio.. 29
2.6.2 - Puroion Energy boost/System enable 29
2.6.3 - Puroion Input setting 30
2.6.4 - Póthmuion μováδων θερμokpασίας 30
2.6.5 - Diapopwn avTiaC eptntac / mvo yu/ mvo tepavon 30
3- XPHSEH 31
3.1 - IPOEIIOIOIHSEI
3.2-NEPIIPAΦHTKONOAAIPOEI△ONIOHEΩN 31
a3.3 - XPHSEH THALEXIEPIETHPIOY 33