DCMPS520 - Zaag DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCMPS520 DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCMPS520 DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCMPS520 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCMPS520 van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCMPS520 DEWALT
Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 101
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.
Technische Gegevens
| DCMPS520 | |||
| Spanning V | DC | 18 | |
| Type 1 | |||
| Accutype Li-lon | |||
| Lengte zwaard cm 20 | |||
| Maximale kettingsnelheid (onbelast) m/s 8,6 | |||
| Maximale lengte zaagsnede cm 15 | |||
| Olie-inhoud ml 55 | |||
| Gewicht (zonder accu) kg 2,1 | |||
| Geluidswaarden en trillingswaarden (triax-vectorsom) volgens EN62841-4-1: | |||
| L_PA (emissie geluidsdrukniveau onbelast) | dB(A) | 84 | |
| L_WA (geluidsvermogensniveau onbelast) | dB(A) | 92 | |
| K (onzekerheid voor het gegeven geluidsniveau) | dB | 3,0 | |
| Trillingsemissiewaarde a_h = | m/s2 | 4,7 | |
| Onzekerheid K = | m/s2 | 1,5 | |
Het trillings- en/of geluidsemissieniveau dat in dit gegevensblad wordt gegeven, is gemeten overeenkomstig een gestandaardiseerde test opgegeven in EN62841 voor het vergelijken van het ene gereedschap met het andere. Er kan een eerste beoordeling van blootstelling mee worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING: Het opgegeven trillings- en/ of geluidsemissieniveau geldt voor de belangrijkste toepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen of met andere accessoires wordt gebruikt, of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie- en/of geluidsemissie verschillen. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale werkperiode.
Bij een schatting van het blootstellingsniveau aan vibratieen/of geluid moet ook rekening worden gehouden met de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld, of aanstaat maar niet werkelijk wordt ingezet bij werkzaamheden. Dit kan het blootstellingsniveau gedurende de totale werkperiode aanzienlijk verlagen.
Stel vast of er nog aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn ter bescherming van de gebruiker tegen de effecten van trilling en/of geluid, zoals: goed onderhoud van gereedschap en de accessoires, de handen warm houden (relevant voor trilling), organisatie van werkpatronen.
EG-conformiteitsverklaring
Machinerichtlijn

Takkenzaag
DCMPS520
DEWALT verklaart dat de producten die zijn beschreven onder
Technische gegevens voldoen aan:
2006/42/EC, EN62841-1:2015+A11:2022, VDE-PB-0023:2022-08.
EC Type-onderzoek door
Merianstraße 28, 63069 Offenbach, Duitsland
Nummer aangemelde instantie: 0366
ID-nummer: 40056737
2000/14/EC, Bijlage V
L_WA (gemeten geluidsvermogenniveau) 96 dB(A)
L_WA (gegarandeerd geluidsvermogen) 99 dB(A)
Deze producten voldoen ook aan Richtlijn 2014/30/EU en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met op via volgende adres of kijk op de achterkant van de handleiding. De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.

text_image
M. RergelMarkus Rompel
65510, Idstein, Duitsland
10.05.2023

WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen.
Definities: Veiligheidsrichtlijnen
De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.
GFYAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie de, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.
WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevaarlijke staatie die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.
VORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, indien niet vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.
| Accu's Laders/Laadtijden (Minuten)*** | |||||||||||||
| Cat # V | DC | Ah Gewicht (kg) | DCB104 DCB107 | DCB112/DCB1102 | DCB113 | DCB115/DCB1104 | DCB116 DCB117 DCB118 DCB132 DCB119 | ||||||
| DCB546 | 18/54 | 6,0/2,0 | 1,08 | 60 | 270 | 170 | 140 | 90 | 80 | 40 | 60 | 90 | X |
| DCB547 | 18/54 | 9,0/3,0 | 1,46 | 75* | 420 | 270 | 220 | 135* | 110* | 60 | 75* | 135* | X |
| DCB548 | 18/54 | 12,0/4,0 | 1,46 | 120 | 540 | 350 | 300 | 180 | 150 | 80 | 120 | 180 | X |
| DCB181 | 18 | 1,5 | 0,35 | 22 | 70 | 45 | 35 | 22 | 22 | 22 | 22 | 22 | 45 |
| DCB182 | 18 | 4,0 | 0,61 | 60/40** | 185 | 120 | 100 | 60 | 60/45** | 60/40** | 60/40** | 60 | 120 |
| DCB183 | 18 | 2,0 | 0,40 | 30 | 90 | 60 | 50 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 60 |
| DCB184/B | 18 | 5,0 | 0,62 | 75/50** | 240 | 150 | 120 | 75 | 75/60** | 75/50** | 75/50** | 75 | 150 |
| DCB187 | 18 | 3,0 | 0,54 | 45 | 140 | 90 | 70 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 90 |
| DCB189 | 18 | 4,0 | 0,54 | 60 | 185 | 120 | 100 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 120 |
| DCBP034/G | 18 | 1,7 | 0,32 | 27 | 82 | 50 | 40 | 27 | 27 | 27 | 27 | 27 | 50 |
*Datumcode 201811475B of later
**Datumcode 201536 of later
***Deze matrix is uitsluitend bestemd als richtlijn, de tijden zijn afhankelijk van de temperaturen en de accustatus.
OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.

p risico van een elektrische schok.

p brandgevaar.
ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

RSCHUWING: Lees alle
varingheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN INSTRUCTIES ALS
TOEKOMSTIG REFERENTIEMATERIAAL
De term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu.
1) Veiligheid Werkplaats
a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht.
Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische Veiligheid
a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok.
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
3) Persoonlijke Veiligheid
a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient.
Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de 'off' (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen.
h) Denk niet dat u, doordat u het gereedschap veel hebt gebruikt, het allemaal wel weet en dat u de veiligheidsbeginselen kunt negeren. Een onvoorzichtige actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
4) Gebruik en Verzorging van Elektrisch Gereedschap
a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Leder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu, als deze kan worden losgenomen, uit het elektrisch gereedschap en voer daarna pas
aanpassingen uit, wissel daarna pas accessoires of berg daarna pas het gereedschap op. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen.
Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud elektrische gereedschappen. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.
f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, droog, schoon en vrij van olie en vet. Door gladde handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, kan veilig werken en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk worden.
5) Gebruik en Verzorging van Gereedschap op Accu
a) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu.
b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu's. Gebruik van andere accu's kan leiden tot letsel en brandgevaar.
c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u per ongeluk hier toch mee in contact komt, spoelt u met water. Als de vloeistof in contact
met de ogen komt, dient u daarnaast medische hulp in te roepen. Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Werk niet met een accu of met gereedschap dat beschadigd is of waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gemodificeerde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of een risico van letsel.
f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan open vuur of uitzonderlijk hoge temperatuur. Brand of een temperatuur boven de 130 °C kunnen de accu doen exploderen.
g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt opgegeven. Door op onjuiste wijze opladen of opladen bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigd raken en het risico van brand toenemen.
6) Service
a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeer.
b) Probeer nooit beschadigde accu's te repareren. De reparaties aan accu's mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door geautoriseerde servicecentra.
Veiligheidswaarschuwingen voor snoeischaren
a) Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting terwijl de snoeischaar in werking is. Controleer voordat u de snoeischaar start of de zaagketting niets raakt. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van snoeischaren kan ertoe leiden dat kledingstukken of lichaamsdelen in de kettingzaag verstrikt raken.
b) Houd de snoeischaar altijd vast met uw rechterhand op de achterste handgreep en uw linkerhand op de voorste handgreep. De snoeischaar vasthouden met de handen omgekeerd, verhoogt het risico op persoonlijk letsel en mag nooit gedaan worden.
c) Houd de snoeischaar alleen vast bij de geïsoleerde greepoppervlakken, omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen.
Wanneer een draad 'onder spanning' met een kettingzaag wordt geraakt, kunnen niet afgeschermde metalen onderdelen van het gereedschap 'onder spanning' komen te staan en kunt u een elektrische schok krijgen.
d) Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Ook het dragen van beschermende uitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen. Voldoende beschermende kleding zal persoonlijk letsel door rondvliegende snippers of ongewild contact met de zaagketting verminderen.
e) Gebruik de snoeischaar niet in een boom, op een ladder, vanaf een dak of een andere niet stabiele ondersteuning. Een snoeischaar op deze manier gebruiken, kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
f) Zorg er altijd voor dat u stevig staat en gebruik de snoeischaar alleen wanneer u op een stabiel, veilig en horizontaal oppervlak staat. Gladde of niet stabiele oppervlakken kunnen leiden tot het verliezen van het evenwicht of de controle over de snoeischaar.
g) Wees erop bedacht dat takken die worden belast, kunnen terugveren wanneer u deze worden doorgezaagd. Zodra de spanning in de houtvezels vrijkomt, kunt u door de tak worden geraakt en/of kunt u de controle over de snoeischaar verliezen.
h) Ga zeer voorzichtig te werk bij het zagen van struikgewas of jong hout. Het dunne materiaal kan in de zaagketting vast komen te zitten en naar u toe zwiepen of u uw evenwicht doen verliezen.
i) Draag de snoeischaar in uitgeschakelde toestand en van uw lichaam weg gericht. Plaats de kap altijd over het zwaard wanneer u de snoeischaar vervoert of opbergt. Een correct gebruik van de snoeischaar verkleint de kans op een ongewild contact met de bewegende zaagketting.
j) Volg de instructies voor het smeren, het aanspannen van de ketting en het vervangen van het zwaard en de ketting. Een niet juist aangespannen of gesmeerde ketting kan leiden tot het breken van de ketting van de snoeischaar.
k) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige, met olie besmeurde handgrepen zijn glad, waardoor u de controle over het gereedschap kunt verliezen.
1) Zaag uitsluitend hout. Gebruik de snoeischaar niet voor doeleinden waarvoor deze niet bestemd is. Bijvoorbeeld: gebruik de snoeischaar niet voor het zagen van metaal, kunststof, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Gebruik voor andere doeleinden dan waarvoor de snoeischaar bestemd is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
m) Houd het gereedschap stevig vast, met duimen en vingers rond de handgrepen van de snoeischaar, met beide handen op de snoeischaar. De controle over de snoeischaar behouden, zal het risico op het verliezen van de controle verminderen. Laat de snoeischaar niet los.
n) Reik niet buiten uw macht en zaag niet boven schouderhoogte. Dit zorgt voor betere controle over de snoeischaar in onverwachte situaties.
o) Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen vervangonderdelen. Onjuiste vervangzwaarden en -kettingen kunnen kettingbreuk en het risico op terugslag verhogen.
p) Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de snoeischaar. De hoogte van
de dieptemaat verkleinen kan het risico op terugslag vergroten.
q) Deze snoeischaar is niet bedoeld voor het vellen van bomen. De snoeischaar gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor deze is bedoeld, kan ernstige verwondingen van de gebruiker of omstaanders veroorzaken.
r) Volg alle instructies tijdens het vrijmaken van geblokkeerd materiaal, het opbergen of onderhoud/reparatie van de takkenzaag. Verzeker dat de schakelaar op uit staat en de accu verwijderd.
Oorzaken van terugslag en hoe de gebruiker deze kan voorkomen:
Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zwaard op een voorwerp stoot of het hout terugveert en de zaagketting in de zaagsnede klem komt te zitten.
Als de punt een voorwerp raakt, kan het zwaard plotseling omhoog en naar achter en in uw richting slaan.
Wanneer de zaagketting aan de bovenzijde van het zwaard klem komt te zitten, kan het zwaard snel achterwaarts in de richting van de gebruiken worden geduwd.
Elk van deze reacties kan u de controle over de kettingzaag doen verliezen en ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Vertrouw niet uitsluitend op de ingebouwde veiligheidsvoorzieningen van de zaag. Als gebruiker van een snoeischaar, kunt u ook zelf het nodige doen om ongevallen of het oplopen van letsels tijdens zaagwerkzaamheden te voorkomen.
Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van het gereedschap. Met geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder worden beschreven, kan terugslag worden voorkomen:
a) Blijf het gereedschap in een stevige greep houden, met uw duimen en vingers rond de handgrepen van de snoeischaar, met beide handen op de zaag en in een houding waarin u met uw lichaam en arm weerstand kunt bieden aan de krachten van een terugslag. Met geschikte voorzorgsmaatregelen kunt u de terugslagkrachten onder controle houden. Laat de snoeischaar niet los.
b) Reik niet buiten uw macht en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onbedoeld contact met de punt en zorgt ervoor dat u de snoeischaar in onverwachte situaties beter onder controle kunt houden.
c) Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen vervangonderdelen voor het zwaard en de ketting. Onjuiste vervangende zwaarden en kettingen kunnen kettingbreuk en/of terugslag veroorzaken.
d) Volg voor de zaagketting de slijp- en onderhoudsinstructies van de fabrikant. Verkleining van de dieptemaat kan tot meer terugslag leiden.
Neem de volgende maatregelen om terugslag zoveel mogelijk te beperken:
- Houd de zaag in een stevige greep. Houd de snoeischaar stevig met beide handen vast als de motor draait. Houd
de snoeischaar stevig vast, met uw duimen en vingers rond de handgrepen. De snoeischaar zal zichzelf naar voor trekken wanneer u zaagt met de onderste rand van het zwaard en zichzelf naar achter duwen wanneer u zaagt met de bovenste rand van het zwaard.
- Reik niet buiten uw macht.
- Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan.
- Laat niet de neus van het zwaard in contact komen met een houtblok, een tak, de grond of een ander obstakel.
- Zaag niet boven schouderhoogte.
- Gebruik voorzieningen zoals een ketting met geringe terugslag en zwaarden met verminderde terugslag, zodat er minder risico van terugslag is.
- Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen vervangzwaarden en -kettingen of gelijkwaardige producten.
- Laat de bewegende zaagketting nooit in aanraking komen met een voorwerp op de punt van het zwaard.
- Houd de werkplek vrij van obstakels, zoals andere bomen, takken, stenen, schuttingen, boomstronken, enz. Ruim alle obstakels uit de weg, die de ketting van de zaag kan raken wanneer u bezig bent een blok of tak door te zagen.
- Houd de ketting van de zaag scherp en goed op spanning. Een losse of botte ketting kan de kans op terugslag doen toenemen. Controleer de spanning met regelmatige tussenpozen, zet daarvoor de motor stil en trek de stekker uit het stopcontact, doe het nooit terwijl de motor loopt.
- Zaag uitsluitend met de ketting draaiend op volle snelheid. Als de ketting op een lagere snelheid beweegt, is de kans dat terugslag optreedt groter.
- Zaag slechts één houtblok tegelijk.
- Ga zeer voorzichtig te werk wanneer u verder gaat zagen in een eerder gemaakte zaagsnede. Zet de geribbelde stootranden 21 op het hout en ga pas zagen wanneer de zaagketting op volle snelheid is gekomen.
- Probeer niet invalzaagsneden uit te voeren of gaten te zagen.
- Wees erop bedacht dat houtblokken kunnen verschuiven en dat zich andere krachten kunnen voordoen die de zaagsnede dichtknijpen of het zaagwerk op een andere wijze belemmeren.
Veiligheidsvoorzieningen tegen terugslag
WAARSCHUWING: De volgende voorzieningen op de Zoag helpen het gevaar van terugslag te beperken; maar dergelijke voorzieningen zullen deze gevaarlijke reactie van het gereedschap niet volledig voorkomen. Vertrouw als gebruiker van een snoeischaar niet uitsluitend op veiligheidsvoorzieningen. U moet alle veiligheidsmaatregelen, instructies en aanwijzingen voor het onderhoud in deze handleiding opvolgen, zodat terugslag en andere krachten die kunnen leiden tot ernstige letsel, zoveel mogelijk kunnen worden vermeden.
- Zwaard voor verminderde terugslag, ontworpen met een kleine radiale punt die de omvang van de gevarenzone voor terugslag verkleint. Een zwaard voor minder terugslag is één van de voorzieningen die heeft bewezen dat het aantal en de
ernst van de gevallen van terugslag aanzienlijk doet afnemen, na het testen overeenkomstig veiligheidsvereisten voor elektrische snoeischaren.
- Ketting voor geringe terugslag, ontworpen met een dieptemeter rondom en een beschermkapbevestiging die de kracht van de terugslag afwendt en de zaag geleidelijk in het hout laat dringen. Een ketting voor geringe terugslag is een ketting die voldoet aan de vereisten voor minder terugslag van ANSI B175.1–2012.
- Gebruik de snoeischaar niet in een boom of op een ladder of een ander niet stabiel oppervlak.
- Houd het gereedschap vast aan geïsoleerde oppervlakken wanneer u een handeling uitvoert waarbij het gereedschap in contact kan komen met verborgen bedrading. Contact met een draad waar spanning op staat, zet de blootgestelde metalen onderdelen van het gereedschap onder spanning en maakt dat de gebruiker een schok krijgt.
- Probeer geen verrichtingen uit te voeren waarmee u geen ervaring heeft of die uw capaciteiten te boven gaan. Lees alle instructies in deze handleiding nauwgezet door zodat u ze volledig begrijpt.
- Controleer voordat u de snoeischaar start dat de zaagketting niets raakt.
- Gebruik een snoeischaar niet met één hand! Werken met één hand kan ernstig letsel van de gebruiker, helpers of omstanders tot gevolg hebben. Een snoeischaar is uitsluitend bedoeld om met beide handen te gebruiken.
- Houd de handgrepen altijd droog, schoon en vrij van olie en vet.
- Laat geen stof, vuil of zaagsel zich ophopen op de motor of aan de buitenzijde van luchtopeningen.
- Schakel de snoeischaar uit voordat u deze neerlegt.
- Gebruik de kettingzaag niet voor wijnranken en/of ander klein struikgewas.
- Ga uiterst voorzichtig te werk in struikgewas of jong hout, omdat dun materiaal in de zaagketting vast kan komen te zitten en naar u toe zwiepen of u uit evenwicht brengen.
Namen van de snoeischaar bijbehorende termen
- Zagen - Het proces van het in stukken zagen van een gevelde boom of een houtblok.
- Motorrem (indien voorzien) - Een voorziening voor het tot stilstand brengen van de kettingzaag wanneer de aan/uit-schakelaar wordt losgelaten.
- Snoeischaar met elektrische kop - Een snoeischaar zonder zaagketting en zwaard.
- Aandrijfwiel of kettingwiel - Het getande gedeelte dat de zaagketting aandrijft.
• Vellen - Het proces van het omzagen van een boom. - Zaagsnede tegenkant - De eindzaagsnede die wordt gemaakt aan de tegenovergestelde zijde van de inkeping.
- Voorste handgreep - De ondersteunende handgreep aan of bij de voorkant van de snoeischaar.
- Kap voorste handgreep - Een structurele afscherming tussen de voorste handgreep van een snoeischaar en het zwaard, gewoonlijk dicht bij de handpositie op de voorste handgreep.
- Zwaard - Een stevige structuur met rails die de zaagketting ondersteunt en leidt.
- Schede van het zwaard - Afscherming die over het zwaard wordt geplaatst die aanraking met de tanden voorkomt wanneer de zaag niet wordt gebruikt.
- Terugslag - De achterwaartse of opwaartse beweging, of beide, van het zwaard, die optreedt wanneer de zaagketting bij de neus van het bovenste gedeelte van het zwaard in contact komt met een voorwerp, zoals een houtblok of tak, of wanneer het hout buigt en de zaagketting vast komt te zitten in de zaagsnede.
- Terugslag, beknelling - De snelle terugslag van de zaag die zich kan voordoen wanneer het hout buigt en de bewegende zaagketting langs de bovenzijde van het zwaard in de zaagsnede vast komt te zitten.
- Terugslag, roterend - De snelle opwaartse en achterwaartse beweging van de zaag die zich kan voordoen wanneer de bewegende zaagketting bij het bovenste gedeelte van de punt van het zwaard in contact komt met een voorwerp, zoals een houtblok of tak.
- Snoeien - Het verwijderen van takken van een gevelde boom.
- Ketting voor geringe terugslag - Een ketting die voldoet aan de prestatievereisten voor terugslag van ANSI B175.1–2012 (indien getest op een representatief monster van snoeischaren).
- Normale zaagpositie - De posities die worden aangenomen bij het klein zagen of vellen van een boom.
- Inkeping - Een zaagsnede voor het maken van een inkeping in de stam, die de richting bepaalt waarin de boom valt.
- Achterste handgreep - De ondersteunende handgreep die zich aan of bij de achterzijde van de kettingzaag bevindt.
- Zwaard voor verminderde terugslag - Een zwaard dat heeft bewezen aanzienlijk minder terugslag te geven.
- Vervangende zaagketting - Een ketting die voldoet aan de vereisten voor minder terugslag van ANSI B175.1–2012 bij testen met bepaalde snoeischaren. Mogelijk wordt niet voldaan aan de prestatievereisten van de ANSI bij gebruik op andere zagen.
- Zaagketting - Een ronde ketting met zaagtanden die het hout zagen en die wordt aangedreven door de motor en ondersteund door het zwaard.
- Geribbelde stootrand - Met behulp van de ribbels wordt bij het vellen of afzagen de zaag gedraaid en kan de zaag tijdens het zagen op z'n plaats worden gehouden.
- Schakelaar - Een uitrusting die indien bedient een elektrische voedingskring naar de motor van de snoeischaar wordt geactiveerd of onderbroken.
- Schakelverbinding - Het mechanisme dat beweging overbrengt van een aan/uit-schakelaar naar de schakelaar.
- Blokkering schakelaar - Een beweegbare vergrendeling die ervoor zorgt dat de schakelaar pas wordt bediend wanneer de blokkering is opgeheven.
Overige risico's
Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het implementeren van veiligheidsvoorzieningen kunnen sommige overige risico's niet worden vermeden. Dit zijn:
• Gehoorbeschadiging.
- Risico op persoonlijk letsel door deeltjes die worden weggeslingerd.
- Risico van brandwonden omdat accessoires tijdens het gebruik heet worden.
- Risico van persoonlijk letsel als gevolg van langdurig gebruik.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
DEWALT laders hoeven niet te worden afgesteld en zijn zo ontworpen dat zij zeer gemakkelijk in het gebruik zijn.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd of het voltage van de accu overeenkomt met het voltage op het typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage van uw oplader overeenkomt met dat van uw stroomvoorziening.

Uw DEWALT oplader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN60335; daarom is geen aarding nodig.
Als het netsnoer is beschadigd, mag het alleen worden vervangen door DEWALT of door een geautoriseerd servicebedrijf.
Een verlengsnoer gebruiken
U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer van uw oplader (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1 mm ^2 ; de maximale lengte is 30 m.
Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders
BEWaaR DEZE InsTRUcTIEs: Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en voor de bediening van geschikte batterijladers (raadpleeg Technische gegevens).
- Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accu gebruikt.
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat gavloeloeistof in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden tot een elektrische schok.
WAARSCHUWING: Wij adviseren een aardlekschakelaar in de en reststroomwaarde van 30mA of minder te gebruiken.
VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk hafvico van letsel, laad alleen oplaadbare accu's op van het merk DEWALT. Andere typen accu's zouden uit
elkaar kunnen springen en persoonlijk letsel en schade kunnen veroorzaken.
VOORZICHTIG: Houd toezicht op kinderen zodat zij niet met apparaat kunnen spelen.
OPMERKING: Onder bepaalde omstandigheden, wanneer de stekker van de lader in het stopcontact zit, kunnen de niet-afgedekte laadcontacten binnenin de lader door materiaal of een voorwerp worden kortgesloten. Bepaalde materialen die geleidend zijn, zoals, maar niet uitsluitend, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalachtige deeltjes, kunnen beter bij de holtes van de lader worden weggehouden. Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer er geen accu in de lader zit. Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat reinigen.
- Probeer NIET de accu op te laden met andere laders dan die in deze handleiding worden beschreven. De lader en de accu zijn speciaal voor elkaar ontworpen.
- Deze laders zijn niet bedoeld voor een andere toepassing dan het opladen van oplaadbare accu's van DEWALT. Andere toepassingen kunnen leiden tot het gevaar van brand, elektrische schok of elektrocutie.
- Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
- U kunt beter niet aan het snoer trekken wanneer u de stekker van de lader uit het stopcontact trekt. Er is dan minder risico op beschadiging van het snoer en van de stekker.
- Het is belangrijk dat u het snoer zo plaatst dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en het snoer niet op een andere manier kan beschadigen of onder spanning kan komen te staan.
- Gebruik alleen een verlengsnoer als het er werkelijk niet anders kan. Gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan het risico van brand, elektrische schok of elektrocutie tot gevolg hebben.
- Plaats niet iets boven op een lader en plaats de lader niet op een zacht oppervlak omdat hierdoor de ventilatiesleuven kunnen worden geblokkeerd en de lader binnenin veel te heet wordt. Plaats de lader niet in de buurt van een warmtebron. De lader wordt geventileerd door sleuven boven en onder in de behuizing.
- Gebruik de lader niet met een beschadigd snoer of een beschadigde stekker—laat deze onmiddellijk vervangen.
- Gebruik de lader niet als er hard op is geslagen, als de lader is gevallen of op een andere manier beschadigd is. Breng de lader naar een erkend servicecentrum.
- Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader naar een erkend servicecentrum wanneer service of reparatie nodig is. Onjuiste montage kan leiden tot het risico van een elektrische schok, elektrocutie of brand.
- Als het netsnoer is beschadigd, moet het onmiddellijk worden vervangen door de fabrikant, een servicemonteur van de fabrikant of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat risico is uitgesloten.
- Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat schoonmaken. Er is dan minder risico
van een elektrische schok. Het risico is niet minder wanneer u de accu verwijderd.
• Probeer NOOIT 2 laders op elkaar aan te sluiten.
- De lader is ontworpen voor de 230V stroomvoorziening van een woning. Probeer de lader niet te gebruiken op een andere spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader.
Een accu opladen (Afb. [Fig.] B)
OPMERKING: U kunt maximale prestaties en levensduur van lithium-ion-accu's garanderen door de accu's volledig op te laden voor u deze voor het eerst in gebruik neemt.
- Steek de stekker van de lader in een geschikt stopcontact voor u de accu plaatst.
- Plaats de accu 16, in de lader, en let er daarbij op dat de accu geheel in de lader komt te zitten. Het rode lampje (opladen) knippert herhaaldelijk en dat duidt erop dat de laadprocedure is gestart.
- Het knipperende lampje Stage 1 laden geeft aan dat de accu voor het grootste deel is opgeladen. Het knipperende lampje Stage 2 laden geeft de rest van het laadproces aan, tot de accu volledig is opgeladen.
- Wanneer het lampje blijf branden, wijst dat erop dat de accu geheel is opgeladen. De accu is volledig opgeladen wanneer zowel het lampje Stage 1 laden als het lampje Stage 2 laden blijven branden, u kunt de accu nu gebruiken of in de acculader laten zitten.
OPMERKING: Er zijn laders waarbij u de accu pas uit kunt nemen wanneer u de accu-ontgrendelknop 17 indrukt.
Raadpleeg onderstaande indicatoren voor de laadstatus van de accu.
Indicators
| Stage 1 laden | ||
| Stage 2 laden | ||
| Geheel opgeladen | ||
| Vertraging Hete/Koude Accu* |
* Het rode lampje blijft knipperen, maar er brandt ook een geel indicatielampje wanneer de functie actief is. Wanneer de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt, gaat het gele lampje uit en hervat de lader de laadprocedure.
De geschikte lader(s) laden niet een kapotte accu op. Wanneer er niet een lampje op de lader gaat branden, betekent dat dat de batterij niet goed is.
OPMERKING: Dit kan ook betekenen dat er iets mis is met de lader.
Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de lader en de accu dan testen door een geautoriseerd servicecentrum.
Vertraging Hete/Koude Accu
Wanneer de lader waarneemt dat een accu te warm of te koud is, wordt onmiddellijk een Vertraging Hete/Koude Accu gestart en wordt het laden uitgesteld tot de accu een geschikte
temperatuur heeft bereikt. De lader schakelt dan automatisch over op de accu-laadstand. Deze functie waarborgt een maximale levensduur van de accu.
Een koude accu zal minder snel worden opgeladen dan een warme accu. De accu zal minder snel opladen gedurende de gehele laadcyclus en zal niet op maximumsnelheid gaan opladen, ook niet als de accu warmer wordt.
De lader DCB118 is voorzien van een interne ventilator voor het koelen van de accu. De ventilator gaat automatisch draaien wanneer de accu moet worden gekoeld. Gebruik de lader nooit als de ventilator niet goed werkt of als de ventilatiesleuven zijn geblokkeerd. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de lader kunnen komen.
XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een Elektronisch Beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat de accu niet te veel wordt geladen, niet te heet wordt of te veel wordt ontladen. Het product zal automatisch uitgeschakeld worden, als het elektronisch beschermingssysteem actief wordt. Als dit gebeurt, zet u de Lithium-ion-accu op de lader, totdat deze volledig geladen is.
Montage aan de wand
Deze laders kunnen aan de wand worden gemonteerd of rechtop op een tafel of werkoppervlak staan. Plaats bij wandmontage de accu dichtbij een stopcontact en uit de buurt van een hoek of andere obstakels die de doorstroming van lucht kunnen verhinderen. Gebruik de achterzijde van de lader als sjabloon voor de plaatsing van de montageschroeven aan de wand. Monteer de lader stevig met gipsplaatschroeven (afzonderlijk aan te schaffen), van tenminste 25,4 mm lang waarvan de schroefkop een diameter heeft van of 7 – 9 mm, in hout geschroefd tot op een optimale diepte, waarbij ongeveer 5,5 mm van de schroef uitsteekt. Houd de sleuven aan de achterzijde van de lader tegenover de uitstekende schroeven en steek montagesleuven volledig op de schroeven.
Instructies voor het reinigen van de lader
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Meth, voordat u met de reiniging begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. U kunt stof en vet van de buitenzijde van de lader verwijderen met een doek of een zachte, niet-metalen borstel. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
Accu
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu's
Als u vervangende accu's bestelt, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt.
De accu is niet volledig opgeladen als deze uit de verpakking komt. Voordat u de accu en oplader gebruikt, dient u de onderstaande veiligheidsinstructies te lezen. Volg vervolgens de oplaadprocedures zoals die zijn uitgelegd.
LEES ALLE INSTRUCTIES
- Laad de accu niet op en gebruik deze niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of verwijdert uit de lader kan het stof of de damp door een vonk vlamvatten.
- Gebruik nooit geweld bij het plaatsen van de accu in de lader. Wijzig de accu op geen enkele manier als deze niet past in een lader die niet geschikt is, omdat de accu kan openbarsten waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.
• Laad de accu's alleen op in DEWALT-laders. - Spat NIET met water en dompel de accu niet onder in water of andere vloeistoffen.
- Berg het gereedschap en de accu niet op plaatsen op waar de temperatuur kan dalen tot onder 4 °C (39,2 °F) (zoals in een schuur buiten of een metalen gebouw in de winter), of kan oplopen tot tot 40 °C (104 °F) of hoger (zoals in een schuur buiten of een metalen gebouw in de zomer).
- Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze ernstig beschadigd is of volledig verbruikt. De accu kan in vuur exploderen. Als lithium ion accu's worden verbrand, komen giftige dampen en materialen vrij.
- Als de inhoud van de accu in contact met de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met water en een milde zeep. Als accuvloeistof in de ogen komt spoelt u 15 minuten met water in het geopende oog, of totdat de irritatie stopt. Als medische hulp nodig is dient u te vermelden dat de accuelektrolyt is samengesteld uit een mengsel van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten.
- De inhoud van geopende accucellen kan irritatie aan de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen aanhouden medische hulp.
WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. Aede Hoeistof kan ontvlambaar zijn als deze aan een vonk of vlam wordt blootgesteld.
WAARSCHUWING: Probeer nooit om welke reden dan de accu te openen. Als de behuizing van de accu is gescheurd of beschadigd, zet de accu dan niet in de lader. Klem een accu niet vast, laat een accu niet vallen, beschadig een accu niet. Gebruik een accu of lader waar hard op is geslagen, die is gevallen, waar overheen is gereden of die op welke manier dan ook is beschadigd (dat wil zeggen, doorboord met een spijker, geraakt met een hamer, vertrapt) niet. Een elektrische schok of elektrocutie kan het gevolg zijn. Breng beschadigde accu's terug naar het servicecentrum zodat ze kunnen worden gerecycled.
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Berg de accu met op en vervoer de accu niet op een manier dat metalen voorwerpen in contact kunnen komen met de aansluitpunten van de accu. Bijvoorbeeld, steek de accu niet in een schortzak, broekzakken, gereedschapskisten, gereedschapsdozen, laden, enz., waar een losse spijkers, schroeven, sleutels, enz. liggen.
VORZICHTIG: Plaats het gereedschap wanneer het miet en gebruik is, op z'n zijkant op een stabiel oppervlak waar het niet kan vallen of omvallen. Sommige gereedschappen met grote accu's kunnen rechtop staan op de accu maar kunnen gemakkelijk worden omgegooid.
Transport
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Tijdens het transport kunnen accu's mogelijk vlam vatten als de aansluitingen van de accu onbedoeld in aanraking komen met geleidende materialen. Controleer dat tijdens het transport de aansluitingen van de accu afgeschermd zijn en goed geïsoleerd van materialen die ermee in contact kunnen komen en kortsluiting kunnen veroorzaken.
OPMERKING: Lithium-ion batterijen mogen niet in gecontroleerde bagage worden gestopt.
DEWALT accu's voldoen aan alle van toepassing zijn verzendvoorschriften zoals deze zijn bepaald door de bedrijfstak en door wettelijke normen, zoals Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen van de UN; Voorschriften voor Gevaarlijke Goederen van de International Air Transport Association (IATA), Voorschriften Internationale Maritieme Gevaarlijke Goederen (IMDG) en de Europese Overeenkomst Betreffende het Internationale Vervoer van Gevaarlijke Goederen over de Weg (ADR). Lithium-ion cellen en accu's zijn getest in overeenstemming met Hoofdstuk 38,3 van de Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen Handleiding van Testen en Criteria.
In de meeste gevallen zal bij de verzending van een DEWALT-accu deze naar verwachting worden geclassificeerd als volledig gereguleerd Klasse 9 Gevaarlijk materiaal. Over het algemeen zullen alleen verzendingen die een lithium-ion-accu bevatten met een energie-classificatie hoger dan 100 Wattuur (Wh), moeten worden verzonden als volledig gereguleerd Klasse 9. Bij alle lithium-ion-accu's wordt de Wattuur-classificatie op de accu vermeld. Verder adviseert DEWALT in verband met complicaties met de voorschriften, lithium-ion-accu's niet als luchtvracht alleen te verzenden, ongeacht de Wattuur-classificatie. Zendingen van gereedschap met accu's (combo-sets) kunnen naar verwachting per luchtvracht worden verzonden, als de Wattuur-classificatie van de accu niet hoger is dan 100 Wh.
Ongeacht of een verzending wordt geacht een vrijstelling te hebben of volledig voorgeschreven, is voor de verantwoordelijkheid van de verzender de meest recente voorschriften voor verpakking, labeling/markering en vereisten ten aanzien van documentatie.
De informatie die in dit hoofdstuk van de handleiding wordt verstrekt, wordt verstrekt in goed vertrouwen en wordt geacht nauwkeurig te zijn op het moment dat het document werd opgesteld. Er wordt echter geen garantie gegeven, impliciet of expliciet. Het is voor de verantwoordelijkheid van de koper ervoor te zorgen dat zijn activiteiten in overeenstemming zijn met de geldende voorschriften.
De FLEXVOLT™-accu vervoeren
De DEWALT FLEXVOLT®-accu heeft twee standen: Gebruiks- en Transport-.
Stand: Wanneer de FLEXVOLT™-accu op zichzelf staat of in een DEWALT 18V-product zit, werkt de accu als een 18V-accu. Wanneer de FLEXVOLT™-accu in een 54V- of een 108V-product (twee 54V-accu's) zit, werkt de accu als een 54V-accu.
Transport-stand: Wanneer de kap op de FLEXVOLT™-accu is bevestigd, staat de accu in de transport-stand. Houd de kap op de accu bij verzending.
In de Transport-stand zijn reeksen van cellen binnen in de accu elektrisch van elkaar geïsoleerd, waardoor 3 accu's ontstaan met een lagere Wattuur-classificatie (Wh), vergeleken bij 1 accu met een hogere Wh-classificatie. Door dit grotere aantal van 3 accu's met een lagere Wattuur- classificatie kan de accu vrijgesteld zijn van bepaalde voorschriften voor verzending die worden opgelegd aan accu's met een hogere Wattuur-capaciteit.

Voorbeeld, de transport Wh waarde kan 3 x 36 Wh aangeven, dit betekend 3 batterijen van elk 36 Wh. De Wh waarde tijdens Voorbeeld van markering met etiket gebruik en transport

gebruik kan 108 Wh aangeven (1 batterij).
Aanbevelingen voor opslag
- De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu's op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn.
- Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u deze voor optimale resultaten het beste volledig opgeladen opslaan op een koele, droge plaats buiten de lader.
OPMERKING: Accu's kunnen beter niet volledig ontladen worden opgeslagen. De accu moet voor gebruik weer worden opgeladen.
Labels op de oplader en accu
Behalve de pictogrammen die in deze handleiding worden gebruikt, kunnen de volgende pictogrammen op de labels op de lader en op de accu staan:

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.



Zie Technische gegevens voor de oplaadtijd.

Niet doorboren met geleidende voorwerpen.

Laad geen beschadigde accu's op.

Niet blootstellen aan water.
Zorg dat defecte snoeren onmiddellijk worden vervangen.

Uitsluitend opladen tussen 4 °C en 40 °C.

Alleen voor gebruik binnenshuis.

Bied de accu als chemisch afval aan en houd rekening met het milieu.

Laad DEWALT-accu's alleen op met de aangewezen DEWALT-laders. Wanneer u andere accu's dan de aangewezen DEWALT-accu's oplaadt met een DEWALT-lader dan kunnen deze barsten of kan dit leiden tot andere gevaarlijke situaties.

Gooi de accu niet in het vuur.

GEBRUIK (zonder transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 108 Wh aan (1 batterij van 108 Wh).

TRANSPORT (met ingebouwde transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 3 x 36 Wh aan (3 batterijen van 36 Wh).
Accutype
Het volgende gereedschap werkt met een 18-volt accu: DCMPS520.
Deze accu's kunnen worden gebruikt: DCB181, DCB182, DCB183, DCB184, DCB184B, DCB187, DCB189, DCB546, DCB547, DCB548, DCBP034, DCBP034G. Raadpleeg Technische gegevens voor meer informatie.
Inhoud van de verpakking
De DCMPS520 verpakking bevat:
1Takkenzaag
1Zwaard
1 20 cm zaagketting
1 Beschermkapzwaard
1 Steeksleutel
1 Li-ionaccu (modellen C1, D1, E1, G1, H1, L1, M1, P1, Q1, S1, T1, U1, X1, Y1, Z1)
2 Li-ionaccu's (modellen C2, D2, E2, G2, H2, L2, M2, P2, Q2, S2, T2, U2, X2, Y2, Z2)
3 Li-ionaccu's (modellen C3, D3, E3, G3, H3, L3, M3, P3, Q3, S3, T3, U3, X3, Y3, Z3)
1Instructiehandleiding
OPMERKING: Er worden geen accu's, laders en gereedschapskoffers geleverd bij B- modellen. Bij de NT-modellen worden geen accu's en laders geleverd. Bij de B-modellen worden Bluetooth®-accu's geleverd.
OPMERKING: Het merkteken met het woord Bluetooth® en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth®, SIG, Inc. en ieder gebruik van dergelijke merktekens door DEWALT onder licentie. Overige handelsmerken en merknamen zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
- Controleer het gereedschap, de onderdelen of accessoires op eventuele beschadiging tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Markeringen op het gereedschap
De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld:

Lees de gebruikshandleiding vóór gebruik.

Draag oog-, gehoor- en hoofdbescherming.

Draag handschoenen.

Draag het juiste veiligheidsschoeisel.

Stel het gereedschap niet bloot aan regen of een hoge luchtvochtigheid en laat het niet buiten liggen wanneer het regent.

Contact van de tip van het zwaard met een voorwerp moet worden vermeden.

Draairichting van de zaagketting.

Gebruik altijd twee handen tijdens het werken met de takkenzaag.

Schakel het gereedschap uit. Neem, voordat u onderhoud aan het gereedschap uitvoert, de accu uit het gereedschap.


Richtlijn 2000/14/EC Gegarandeerd geluidsvermogen.
Positie datumcode (Afb. A)
De productiedatumcode 24 bestaat uit een 4-cijferig jaar gevolgd door een 2-cijferige week en wordt uitgebreid met een 2-cijferige fabriekscode.
Beschrijving (Afb. A)
WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel ervan nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
1 Aan/uit-schakelaar
2 Ontgrendelhendel
3 Beschermkap voor de handen vooraan
4 Zwaard
5 Zaagketting
6 Afscherming stangtip
7 Kettingbeschermer
8 Borgmoer stang
9 Schroef voor de kettingspanning
10 Oliepeilindicator
11 Oliedop
12 Beschermkap voor het zwaard
13 Steeksleutel
14 Achterste handgreep
15 Voorste handgreep
16 Accu
17 Accu-ontgrendelknop
Bedoeld gebruik
De DCMPS520takkenzaag is ontwikkeld voor het zagen van takken of houtblokken met een diameter tot 15 cm. De takkenzaag is niet bedoeld voor gebruik in een boom, op een ladder, op een niet stabiele ondersteuning en moet altijd met twee handen bediend worden.
NIET gebruiken onder natte omstandigheden, tijdens sterke wind/stormen of in aanwezigheid van brandbare vloeistoffen of gassen.
NIET gebruiken in donkere of mistige omstandigheden. Dit gereedschap moet gebruikt worden bij voldoende licht. Deze snoeischaren zijn professioneel elektrisch gereedschap
LAAT KINDEREN NIET met het gereedschap in contact komen.
- Jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid.
- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, zintuiglijke of psychische mogelijkheden hebben; wanneer sprake is van gebrek aan ervaring, kennis of vaardigheden. Kinderen mogen nooit alleen gelaten worden met dit product.
MONTAGE EN AANPASSINGEN
WAARSCHUWING: Beperk het gevaar van ernstig poonlijk letsel, schakel het gereedschap uit en koppel accu voor u een aanpassing uitvoert of hulpstukken of accessoires plaatst of verwijdert.
Wanneer het gereedschap per ongeluk wordt gestart, kan dat leiden tot letsel.
WAARSCHUWING: Gebruik alleen de accusets en laders WALT.
De accu in het gereedschap plaatsen en de accu uit het gereedschap nemen (Afb. B)
OPMERKING: Controleer dat de accu 16 geheel is opgeladen.
De accu in de handgreep van het gereedschap plaatsen
- Houd de accu tegenover de rails in de handgreep van het gereedschap (Afb. B).
- Schuif de accu in de handgreep tot deze stevig vastzit en let er vooral op dat u de accu hoort vastklikken.
De accu uit het gereedschap nemen
-
Druk op de vrijgaveknop van de accu 17 en trek de accu stevig uit de handgreep van het gereedschap.
-
Zet de accu in de lader zoals wordt beschreven in het hoofdstuk over de lader van deze handleiding.
Accu's met vermogenmeter (Afb. B)
Er zijn accu's van de merken DEWALT met een vermogenmeter en deze bestaat uit drie groene LED-lampjes die een aanduiding geven van de resterende lading van de accu.
U kunt de vermogenmeter activeren door de knop 20 van de vermogenmeter ingedrukt te houden. Een combinatie van de drie groene LED-lampjes gaat branden en dat geeft een aanduiding van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. Wanneer de lading in de accu onder het bruikbare niveau ligt, gaat de vermogenmeter niet branden en moet de accu worden opgeladen.
OPMERkInG: De accumeter geeft slechts een indicatie van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. De indicator geeft geen aanwijzingen over de functionaliteit van het gereedschap en is onderhevig aan schommelingen afhankelijk van productcomponenten, temperatuur en de toepassing door de eindgebruiker.
Het zwaard en de zaagketting plaatsen
(Afb. A, C-G)
ORGELET: Scherpe ketting. Draag altijd vangeidshandschoenen bij het hanteren van de zaagketting. De zaagketting is scherp en u kunt zich ook snijden wanneer deze niet in gebruik is.
WAARSCHUWING: Scherpe bewegende ketting. Vom dat de kettingzaag per ongeluk wordt ingeschakeld, haal vooral de accu uit het gereedschap voordat u de volgende werkzaamheden uitvoert. Als u dat niet doet, kan dat tot ernstig letsel leiden.
Als de zaagketting 5 en het zwaard 4 apart in de verpakking zitten, moet de ketting op het zwaard worden bevestigd, en beide moeten op de behuizing van het gereedschap worden bevestigd.
- Plaats de zaag op een vlak en stevig oppervlak.
- Draag de borgmoer van de stang 8 linksom met de bijgeleverde steeksleutel 13.
- Verwijder de kettingkast 7 en de borgmoer van de stang 8.
- Draag veiligheidshandschoenen, pak de zaagketting 5 vast en wikkel deze rond het zwaard 4 en controleer dat de tanden in de juiste richting wijzen (Afb. G).
- Verzeker dat de zaagketting juist in de sleuf zit, rond het volledige zwaard.
- Plaats de zaagketting rond het kettingwiel 22. Houd de sleuf op het zwaard tegenover de pen voor het spannen van de ketting 19 en de bout 18, waarmee het zwaard op de grondplaat van het gereedschap vastzit, zoals wordt getoond in Afb. D.
- Houd, wanneer alles op z'n plaats zit, het zwaard stil en vervang de kettingkast 7. Installeer eerst de achterkant van het deksel van het tandwiel, draai het omlaag en verzeker dat het gat van de bout op de kap is uitgelijnd met de bout 18 op de hoofdbehuizing.
- Plaats de borgmoer van de stang 8 en draai deze naar rechts met de bijgeleverde steeksleutel 13 tot volledig vast,
draai daarna de bouten één volledig omwenteling, zodat de zaagketting goed kan worden gespannen.
-
Draai de schroef voor het spannen van de ketting 9 naar rechts om de spanning te verhogen, zoals wordt weergegeven op Afb. D. Zorg ervoor dat de zaagketting 5 goed vlak rond het zwaard 4 ligt. Draai de borgmoer van de stang 8 tot deze vastzit.
-
Volg de instructies in het gedeelte Spanning van de ketting afstellen.
De spanning van de ketting afstellen (Afb. A, C–F)
WAARSCHUWING: Een onjuiste spanning van de zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagketting van het zwaard loop, met ernstige letsels of een fataal ongeval als gevolg.
OPMERkInG: De spanning van de zaagketting moet regelmatig worden afgesteld, te weten: voorafgaand aan elk gebruik.
- Controleer, met de zaag in rust op een vlak en stevig oppervlak, de spanning van de zaagketting 5. De spanning is goed wanneer de zaagketting terugschiet wanneer u met middelvinger en duim een lichte druk uitoefent en de ketting ca. 1/8" (3 mm) van het zwaard 4 wegtrekt, zoals wordt weergegeven op Afb. E. De zaagketting mag aan de onderzijde van het zwaard niet 'doorzakken', zoals wordt weergegeven op Afb. F.
- Zet, om de spanning van de zaagketting af te stellen, de borgmoer van het zwaard 8 los.
- Draai de schroef voor het aanspannen van de ketting 9 aan de voorkant van de behuizing met het platte schroevendraaiereinde van de sleutel 13.
- Controleer de spanning van de zaagketting en stel deze af als dat nodig is.
- Stel de zaagketting niet te strak af. Dit leidt tot overmatige slijtage en beperkt de levensduur van het zwaard en de zaagketting.
- Draai, zodra de spanning van de zaagketting juist is, de borgmoer van de stang 8 tot volledig vast. Zet de borgmoer van de stang 8 vast met een aanhaalmoment tot 6 ft-lbs (8 Nm).
- Een nieuwe ketting rekt wat uit in de eerste uren dat u hem gebruikt. Het is belangrijk om de spanning regelmatig te controleren (na het loskoppelen van de accu verwijder de accu) tijdens de eerste twee uur van gebruik.
De zaagketting vervangen (Afb. A, C–G)
WAARSCHUWING: Scherpe bewegende ketting. Voelkom dat de kettingzaag per ongeluk wordt ingeschakeld, haal vooral de accu uit het gereedschap voordat u de volgende werkzaamheden uitvoert. Als u dat niet doet, kan dat tot ernstig letsel leiden.
OPGELET: Scherpe ketting. Draag altijd van gneidshandschoenen bij het hanteren van de zaagketting. De zaagketting is scherp en u kunt zich ook snijden wanneer deze niet in gebruik is.
OPGELET: De kettingsnelheid van dit product is 8,6 m/s. Gebruik alleen kettingen geschikt voor een snelheid hoger dan 8,6 m/s.
- Plaats de zaag op een vlak en stevig oppervlak.
- Verwijder de kettingkast 7, zoals wordt beschreven in het deel Het zwaard en de zaagketting installeren.
- Draai om de zaagketting 5 te verwijderen, de schroef voor de kettingspanning 9 op de voorkant van de behuizing met het platte schroevendraaiereinde van de steeksleutel. Draai de schroef naar links zodat het zwaard 4 terugwijkt, de spanning op de ketting afneemt en de ketting kan worden verwijderd.
- Trek beschermende handschoenen aan, pak de zaagketting vast en licht de versleten zaagketting uit de groef in het zwaard.
- Verzeker dat het zwaard is geplaatst met de afscherming van de stangtip 6 geplaatst zoals weergegeven op Afb. E.
- Plaats de nieuwe ketting in de sleuf op het zwaard en zorg ervoor dat de zaagtanden in de juiste richting wijzen door de pijl en de tekening van de zaagketting op de kettingkast 7 uit te lijnen, zoals weergegeven op Afb. G.
- Volg de instructies bij Het zwaard en de zaagketting plaatsen.
Reserveonderdelen voor de ketting en het zwaard zijn verkrijgbaar bij het geautoriseerde servicecentrum bij u in de buurt.
De DCMPS520 vereist vervanging door een 8" (203 mm) ketting DT20693. Vervanging door een 8" (203 mm) stang DT20694.
Zaagketting en zwaard smeren (Afb. A)
Systeem voor automatische smering
Deze snoeischaar is uitgerust met een automatisch smearsysteem dat de kettingzaag en het zwaard continu gesmeerd houdt.
- De oliepeilindicator 10 geeft het oliepeil in de snoeischaar aan. Als het oliepeil tot op minder dan een vierde is gedaald, haal dan de accu uit de snoeischaar en vul olie van het juiste type bij.
- Laat de olietank altijd leeglopen wanneer u klaar bent met zagen.
- Maak de olietank altijd leeg voordat u dit gereedschap opbergt.
OPMERKING: Gebruik deze snoeischaar niet zonder olie.
OPMERKING: Gebruik voor het zwaard en de zaagketting altijd biologisch afbreekbare olie van hoge kwaliteit zodat de ketting en het zwaard goed worden gesmeerd. Tijdens het snoeien van bomen, is plantaardige olie voor het zwaard en de zaagketting aanbevolen, omdat minerale oliën levende bomen kunnen schaden. Gebruik nooit vuile, gebruikte of verontreinigde olie. Dit kan het gereedschap beschadigen.
Het oliereservoir vullen
-
De oliedop 11 naar links losdraaien en verwijderen. Vul het reservoir met de aanbevolen olie voor zwaard en ketting, tot het oliepeil de bovenzijde van de aanwijzer 10 van het oliepeil heeft bereikt.
-
Plaats de oliedop weer en draai de dop naar rechts vast.
- Schakel de snoeischaar zo nu en dan uit en controleer de oliepeilindicator, zodat u zeker weet dat het zwaard en de ketting goed worden gesmeerd.
Beschermkap voor het zwaard en opbergen van de steeksleutel (Afb. A, H–J)
De beschermkap voor het zwaard 12 heeft twee functies, het bedekken van het zwaard 4 als het gereedschap niet in gebruik is en het opbergen van de steeksleutel 13.
Beschermkap voor het zwaard
- Til om de beschermkap voor het zwaard 12 te openen, de grendel 25 omhoog en trek de twee helften uit elkaar.
- Plaats de beschermkap voor het zwaard 12 op het zwaard 4 zoals weergegeven op Afb. A, H–J. Verzeker dat de borgpen 29 op de beschermkap voor het zwaard 12 is uitgelijnd met het borggat 30 op het zwaard 4.
- Sluit om de beschermkap voor het zwaard 12 te sluiten, de twee helften en verzeker dat de grendel 25 is bevestigd aan de inkeping 26.
Steeksleutel
- Open de beschermkap voor het zwaard 12 om toegang te krijgen tot de steeksleutel 13.
- Verwijder de steeksleutel 13 door het einde van de sleutel omhoog en weg van de beschermkap voor het zwaard te tillen.
- Berg de steeksleutel na gebruik op in de beschermkap voor het zwaard. Plaats eerst het einde van een platte schroevendraaier in de borgsleuf 27 en druk daarna het uiteinde van de steeksleutel omlaag tot de borgklemmen 28 de steeksleutel 13 stevig op zijn plaats bevestigen.
Afscherming stangtip (Afb. A)
WAARSCHUWING: Gebruik de snoeischaar nooit zoster de beschermkap van de tip van het zwaard goed op het zwaard bevestigd, om draaiende terugslag te voorkomen.
De afscherming van de stangtip 6 vermindert de kans dat de zaagketting 5 aan het einde van het zwaard 4 voorwerpen raakt, wat ertoe zou kunnen leiden dat de stang en de zaagketting voorwerpen raakt met terugslag van de stang en zaagketting in de richting van de gebruiker als gevolg. Naast het verminderen van de kans op terugslag, zal de afscherming van de stangtip 6 de kans dat de ketting de grond raakt verminderen.
De snoeischaar vervoeren (Afb. A, I)
- Schakel het gereedschap altijd uit, verwijder de accu en bedek het zwaard 4 met de beschermkap voor het zwaard 12 tijdens het vervoeren van de snoeischaar.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de veiligheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Juiste handpositie (Afb. A, K)
WAARSCHUWING: Beperk het risico op ernstig persoonlijk letsel, plaats ALTIJD uw handen in de juiste positie, zoals afgebeeld.
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig persoonlijk letsel, houd het gereedschap ALTIJD stevig vast, zodat u bent voorbereid op een plotselinge terugslag.
De juiste positie van de handen vereist dat de linkerhand op de voorste handgreep 15, onder de beschermkap van de voorste handgreep 3, wordt geplaatst en de rechterhand op de achterste handgreep 14.
OPMERKING: Houd de kettingzaag NIET vast aan de afscherming van de voorste handgreep 3.
De snoeischaar gebruiken (Afb. A)
WAARSCHUWING: Lees alle instructies en zorg e is dat u deze begrijpt. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.
- Wees op uw hoede voor terugslag, omdat deze ernstig letsel mogelijk met dodelijke afloop tot gevolg kan hebben. Voorkom het risico van terugslag, zie de belangrijke veiligheidsinstructies Oorzaken van terugslag en hoe de gebruiker deze kan voorkomen.
- Reik niet buiten uw macht. Zaag niet boven borsthoogte. Zorg ervoor dat u stevig staat. Zet uw voeten uit elkaar. Verdeel uw gewicht gelijkmatig over beide voeten.
- Pak de voorste handgreep 15 stevig met uw linkerhand vast en de achterste handgreep 14 met uw rechterhand, zodat uw lichaam zich links van het zwaard bevindt.
WAARSCHUWING: Houd de snoeischaar niet vast de beschermkap voor de voorste handgreep. Houd de elleboog van uw linkerarm stevig gestrekt zodat uw linkerarm recht is en terugslag kan tegenhouden.
WAARSCHUWING: Gebruik nooit een greep met gêviste handen (linkerhand op de achterste handgreep en rechterhand op de voorste handgreep).
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er nooit een deel van uhaam zich in een rechte lijn met het zwaard bevindt, wanneer u met de snoeischaar werkt.
- Gebruik een snoeischaar terwijl u in een boom of in een ongemakkelijke positie zit of op een ladder of een niet stabiel oppervlak staat. U kunt dan de controle over de snoeischaar verliezen, met ernstig letsel tot gevolg.
- Houd de snoeischaar op volle snelheid zolang u aan het zagen bent.
- Laat de ketting het zaagwerk doen. Oefen alleen lichte druk uit. Zet geen druk op de snoeischaar op het einde van een zaagsnede.
WARSCHUWING: Laat, als de snoeischaar niet in gebruik is, de kettingrem (indien uitgerust) bekrachtigd, de eenheid uitgeschakeld ende accu verwijderd.
WAARSCHUWING: Gebruik de snoeischaar nooit zonder de beschermkap van de tip van het zwaard goed op het zwaard bevestigd, om draaiende terugslag te voorkomen.
AAN/UIT-SCHAKELAAR (Afb. A)
WAARSCHUWING: Probeer nooit een schakelaar in de-stand ON te vergrendelen.
Zorg er altijd voor dat u stevig staat en pak de snoeischaar stevig met beide handen vast, met de duim in de vingers rond beide handgrepen.
- Druk om de eenheid in te schakelen op de ontgrendelhendel 2, weergegeven op Afb. A en activeer de aan/uit-schakelaar 1. Wanneer het gereedschap eenmaal werkt, kunt u de hendel voor de vergrendeling in de Uit-stand loslaten.
- Om het apparaat draaiende te houden, moet u de aan/uit-schakelaar 1 ingedrukt houden.
- Laat de aan/uit-schakelaar 1 los om het apparaat uit te schakelen.
OPMERKING: Als te veel kracht wordt gezet tijdens het maken van een zaagsnede, zal de snoeischaar zichzelf uitschakelen. Om de snoeischaar opnieuw te starten, moet u de vergrendelhendel 2 en de aan/uit-schakelaar 1 loslaten voordat de snoeischaar opnieuw zal starten. Voer uw zaagsnede nu uit met minder kracht. Laat de snoeischaar op zijn eigen snelheid werken.
Algemene zaagtechnieken
Takken afzagen
Het verwijderen van takken van een omgevallen boom. Wanneer u takken afzaagt, laat u grotere takken onderaan zitten zodat de boom van de grond wordt gehouden. Verwijder de kleine takken in één zaagbeweging. Takken die onder spanning staan, moeten van onderaf naar boven worden gezaagd om te voorkomen dat de snoeischaar vast komt te zitten, zoals onderstaand weergegeven. Snoei takken vanaf de tegenovergestelde zijde en houd de stam tussen u en de snoeischaar. Maak nooit zaagsneden met de snoeischaar tussen uw benen en klem de af te zagen tak niet tussen uw benen.

Stammen in stukken zagen
WAARSCHUWING: Aanbevolen wordt dat personen die de snoeischaar voor het eerst gebruiken, een zaagbok gebruiken.
Een gevelde boom of een houtblok in stukken zagen. De manier van zagen is afhankelijk van de ondersteuning van het blok. Maak zo mogelijk gebruik van een zaagbok, zoals onderstaand weergegeven.

- Begin een zaagsnede altijd pas wanneer de snoeischaar op volle snelheid draait.
- Plaats de geribbelde stootrand 21 van de snoeischaar achter de plaats van de eerste zaagsnede, zoals hieronder weergegeven.
- Schakel de snoeischaar in en draai vervolgens de zaagketting en het zwaard omlaag in de boom, gebruik de geribbelde stootrand punt daarbij als scharnierpunt.
- Zet, als de snoeischaar een hoek van 45° bereikt, de snoeischaar opnieuw recht en herhaal deze stappen tot u de boom volledig hebt doorgezaagd.
- Wanneer de boom over de volle lengte wordt ondersteund, maak de zaagsnede dan van boven af, maar zaag niet in de grond, omdat uw snoeischaar dan snel bot wordt.

text_image
ZAAGSNEDE VAN BOVEN (INKEPING BOVEN) VOORKOM HET ZAGEN IN DE GROND 21- Wanneer de boom aan één zijde wordt ondersteund, zaag dan eerst tot op 1/3 van de doorsnede van onderen af (inkeping onder). Maak de zaagsnede vervolgens af door van boven af naar de eerste zaagsnede te zagen, zoals onderstaand weergegeven.

text_image
(2/3 DIAMETER) NAAR DE 1e ZAAGSNEDE (TER VOORKOMING VAN AFKNELLEN) 1st INKEPING ONDER (1/3 DIAMETER) VOORKOM SPLINTERVORMING- Bij ondersteuning aan beide uiteinden. Zaag eerst tot op 1/3 vanaf de bovenzijde. Maak vervolgens de zaagsnede af door de boom van boven af voor 2/3 door te zagen naar de eerste zaagsnede toe, zoals onderstaand weergegeven.

text_image
1st INKEPING BOVEN (1/3 DIAMETER) TER VOORKOMING VAN SPLINTERVORMING 2e INKEPING ONDER (2/3 DIAMETER) NAAR DE 1e ZAAGSNEDE (TER VOORKOMING VAN AFKNELLEN)- Wanneer u op een helling staat, ga dan altijd boven het houtblok staan. Wanneer u de boom doorzaagt moet u, om volledige controle te houden, de druk op het einde van de zaagsnede verminderen, zonder dat u de grip op de handgrepen van de snoeischaar laat afnemen. Laat de ketting de grond niet raken. Wacht, na het voltooien van de zaagsnede, tot de snoeischaar tot stilstand is gekomen voordat u de snoeischaar verplaatst. Laat de motor altijd tot stilstand komen tussen twee zaagsneden.
ONDERHOUD
Uw gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig onlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht.
Smering
Raadpleeg Automatisch smeersysteem in het deel Zaagketting en zwaard smeren.
Reiniging
WAARSCHUWING: Elektrische schok en mechanisch gevaar. Koppel het elektrisch apparaat los van de voeding vóór het reinigen.
WAARSCHUWING: Houd het elektrisch apparaat en de ventilatiesleuven altijd schoon, om een veilige en efficiënte werking te verzekeren.
WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of de bijtende chemicaliën voor het reinigen van niet-metalen onderdelen van het gereedschap. Deze chemicaliën kunnen de materialen die in deze onderdelen gebruikt zijn, aantasten. Gebruik een doek, alleen nat gemaakt met water en zachte zeep. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
De ventilatiesleuven kunnen gereinigd worden met een droge, zachte niet metalen borstel en/of een geschikte stofzuiger. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Draag een goedgekeurde veiligheidsbril en een goedgekeurd stofmasker.
Zaagketting en zwaard
Verwijder na een paar uur gebruik altijd de kap van het kettingwiel, het zwaard en de ketting en maak alles schoon met borstel met zachte haren. Controleer dat de smeeropening op het zwaard vrij van vuil is.
Tandwiel - en kettingmontagedeksel (Afb. A, C–G)
OPGELET: Scherpe ketting. Draag altijd van geidshandschoenen bij het hanteren van de zaagketting. De zaagketting is scherp en u kunt zich ook snijden wanneer deze niet in gebruik is.
WAARSCHUWING: Scherpe bewegende ketting. Let per ongeluk inschakelen van de kettingzaag te voorkomen, dient gecontroleerd te worden of het gereedschap is gescheiden van de stroomvoorziening voordat enige volgende werkzaamheden worden uitgevoerd. Als u dat niet doet, kan dat tot ernstig letsel leiden.
- Plaats de zaag op een vlak en stevig oppervlak.
- Verwijder de kap van het kettingkast 7, zoals wordt beschreven in het hoofdstuk Het zwaard en de zaagketting plaatsen.
- Draag veiligheidshandschoenen, gebruik een schone borstel met zachte haren om zaag, stokken, ranken of ander vuil weg te vegen dat zich mogelijk binnenin de kettingkast 7 en rond de zaagketting 5 of het tandwiel 22 verzameld heeft.
- Draai aan de schroef van de kettingspanning 9 met behulp van de platte kant van de schroevendraaier van de sleutel 13. Draai de schroef naar links zodat het zwaard 4 terugwijkt, de spanning op de ketting afneemt en de ketting kan worden verwijderd.
-
Draag veiligheidshandschoenen, neem de zaagketting en het zwaard vast en til deze weg van het gereedschap.
-
Draag veiligheidshandschoenen, gebruik een schone borstel met zachte haren om zaag ranken of ander vuil weg te vegen dat zich mogelijk op het zwaard 4 en rond de zaagketting 5 verzameld heeft.
- Installeer de ketting, het zwaard en de kettingkast 7 zoals wordt beschreven in de delen Het zwaard en de zaagketting installeren, De zaagketting vervangen en pas de kettingspanning aan voor gebruik, zoals beschreven in het deel De kettingspanning aanpassen.
Als optie verkrijgbare accessoires
WAARSCHUWING: Omdat accessoires die niet worden dangeboden door DEWALT niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Beperk het risico van letsel, gebruik uitsluitend door DEWALT Door aanbevolen accessoires moeten worden gebruikt met dit product.
Vraag uw dealer nadere informatie over de juiste accessoires.
Slijpen van de zaagketting (Afb. L–N)
OPGELET: Scherpe ketting. Draag altijd veringheidshandschoenen bij het hanteren van de ketting. De ketting is scherp en kan u ook verwonden wanneer het gereedschap is uitgeschakeld.
WAARSCHUWING: Scherpe bewegende ketting. Voorhom dat de kettingzaag per ongeluk wordt ingeschakeld, haal vooral de accu uit het gereedschap voordat u de volgende werkzaamheden uitvoert. Als u dat niet doet, kan dat tot ernstig letsel leiden.
WAARSCHUWING: Vijl niet over kettingtakels, dit zal het stop terugslag verhogen. Vervang de ketting als deze meer dan vier keer geslepen is.
ledere keer als de ketting wordt geslepen, gaat een deel van de lage terugslageigenschappen verloren en moet u extra voorzichtig zijn.
Het wordt aanbevolen om de zaagketting niet meer dan vier keer te slijpen.
OPMERkInG: De zaagtanden worden onmiddellijk bot als ze tijdens het zagen de grond of een spijker raken.
Voor optimale prestaties van uw snoeischaar is het belangrijk dat u de tanden van de zaagketting scherp houdt. Volg deze nuttige tips voor het op de juiste manier slijpen van de ketting:
- U bereikt de beste resultaten door de ketting te slijpen met een vijl van 11/64" (4,5 mm) en een houder of een vijlgeleider. U zorgt er dan voor dat u altijd de juiste slijphoek aanhoudt.
- Plaats de vijlhouder op de bovenplaat en de dieptemeter van het slijptoestel.
- Behoud de juiste hoek van 30° aan voor het vijlen voor de bovenplaat 23 op uw vijlgeleider parallel met uw ketting (vijl op 60° van de ketting gezien van de zijkant), zoals weergegeven op Afb. L.
- Slijp de tanden eerst aan één zijde van de ketting. Vijl vanaf de binnenzijde van iedere tand naar de buitenzijde. Draai uw zaag om en herhaal de handelingen (2, 3, 4) voor de tanden aan de andere kant van de ketting.
OPMERkInG: Gebruik een platte vijl voor het vijlen van de bovenkant van de beitel (gedeelte van de kettingkoppeling voor de tand) zodat deze zich ongeveer 0,025" (0,635 mm) onder de punt van de tanden bevindt, zoals weergegeven op Afb. M.
- Houd alle snijlengtes gelijk zoals weergegeven op Afb. N.
- Als er een beschadiging zit op het chromen oppervlak van de boven- of zijplaten, vijl dan tot een dergelijke beschadiging weg is.
ORGELET: Na het vijlen is de tand scherp, ga dan extra vichtig te werk.
Bescherming van het milieu

Gescheiden afvalinzameling. Producten en accu's die zijn voorzien van dit symbool mogen niet bij het normale huishoudafval worden weggegooid.
Producten en accu's bevatten materialen die kunnen
worden herwonnen en gerecycled waardoor de vraag naar grondstoffen afneemt. Recycle elektrische producten en accu's volgens de ter plaatse geldende voorschriften. Nadere informatie is beschikbaar op www.2helpU.com.
Oplaadbare accu
Deze accu met lange levensduur moet worden opgeladen wanneer de accu niet voldoende vermogen levert voor werkzaamheden die eerder zonder veel moeite werden gedaan. Ruim de accu aan het einde van zijn technische levensduur op en houd daarbij rekening met het milieu:
- Maak de accu geheel leeg en haal de accu vervolgens uit het gereedschap.
- Li-lon-cellen kunnen worden gerecycled. Breng ze terug bij uw leverancier of naar het milieupark bij u in de buurt. De ingezamelde accu's zullen worden gerecycled of op juiste wijze tot afval worden verwerkt.