59513 - Airconditioning Goobay - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 59513 Goobay in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 59513 Goobay
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 59513 - Goobay en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 59513 van het merk Goobay.
GEBRUIKSAANWIJZING 59513 Goobay
Plaatselijke airconditioner 9000 BTU/2600 Watt
1 Veiligheidsvoorschriften 102
2 Beschrijving en werking 105
2.1 Product 105
2.2 Leveringsomvang 105
2.3 Bedieningselementen en onderdelen 105
2.4 Technische gegevens....106
3 Gebruik conform de voorschriften....107
4 Uitpakken van het apparaat....107
5 Transport....107
6 Montage....108
7 Opzetten en installeren....109
7.1 Selecteer installatieplaats.... 109
7.2 Uitlaatluchtslang leggen 109
7.3 Gebruik vensterinzet.... 109
7.4 Gebruik raambekleding 110
8 Ingebruikneming 111
9 Functietoetsen en statusindicatoren 111
10 Afstandsbediening 112
10.1 Activeren van de afstandsbediening....112
10.2 Verklaring van de toetsen....113
10.3 De batterij vervangen 113
11 Operatie 113
11.1 Bedrijfsmodi....113
11.2 In- en uitschakelen van de airconditioner....114
11.3 Kies bedrijfsmodus....114
11.4 Temperatuur instellen....114
11.5 Ventilatorsnelheid instellen....114
11.6 Timerfunctie instellen....114
11.7 Het kinderslot activeren en deactiveren 114
12 Onderhoud en verzorging....115
12.1 Visuele controle van de binnenkant van het toestel op vuil....115
12.2 Reinig luchtfilter....115
12.3 Leeg het condensaatreservoir....116
13 Opslag 116
14 Storingen en defecten....117
14.1 Veiligheidsapparaat....117
14.2 Problemen oplossen....117
14.3 Foutcodes....118
15 Aanwijzingen voor afvalverwijdering....119
15.1 Product....119
15.2 Batterijen 119
15.3 Verpakkingen....119
16 EU-conformiteitsverklaring.... 119
17 Gebruikte symbolen....120
1 Veiligheidsvoorschriften
Informatie betreffende de gebruiksaanwijzing
Deze vormt een onderdeel van het product en bevat belangrijke aanwijzingen voor het correcte gebruik.
- Lees de gebruiksaanwijzing voor gebruik volledig en zorgvuldig door.
De gebruiksaanwijzing moet beschikbaar zijn in geval van onduidelijkheden en het doorgeven van het product.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing.
Waarschuwingsniveaus
De volgende signaalwoorden worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om gevaren bij het gebruik van de airconditioner aan te geven. Neem alle waarschuwingen in acht en volg ze op om risico's te vermijden!
GEVAAR! Waarschuwing voor gevaren die direct tot overlijden of ernstig letsel leiden, als de veiligheidsinstructies niet in acht worden genomen.
WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaren die tot overlijden of ernstig letsel kunnen leiden, als de veiligheidsinstructies niet in acht worden genomen.
VOORZICHTIG! Waarschuwing voor gevaren die tot letsel kunnen leiden, als de veiligheidsinstructies niet in acht worden genomen.
ATTENTIE! Waarschuwing voor gevaren die tot materiële schade kunnen leiden als de instructies worden genegeerd.
Aanwijzingen betreffende het brandbare koelmiddel propaan

De airconditioner bevat propaan (R290) als koelmiddel.
Propaan is een kleurloos, reukloos gas met een lage broeikaswerking, dat voldoet aan de Europese milieuvoorschriften voor koelmiddelen. Bij ondeskundige behandeling of onvoorziene gebeurtenissen kunnen ongelukken gebeuren of kan schade ontstaan, waarbij gas uit het koelapparaat ontsnapt.
Het risico van een incident met ernstige gevolgen is bij koelapparaten van deze grootte
zeer klein.
Propaan is zeer ontvlambaar in combinatie met lucht en kan explosief verbranden.
- Gebruik en bewaar de airconditioner alleen in ruimten met een oppervlakte van ten minste 10 m ^2 , om het risico op een ontvlambare gasconcentratie te vermijden.
Als het koelcircuit lekt, kan het ontsnappende propaan ontbranden.
- Als er gas uit de airconditioner stroomt, moet u onmiddellijk de brandweer bellen!
Trek in dat geval de netstekker niet uit het stopcontact en schakel geen andere elektrische appa- raten in of uit.
- Vermijd beschadigingen aan het koelcircuit en onderdelen daarvan.
Het gas staat onder druk en kan ontploffen bij verhitting.
- Installeer en gebruik het apparaat uitsluitend in overeenstemming met de nationale voorschriften.
- Neem de nationale voorschriften voor de omgang met gas in acht.
- Gebruik geen middelen om het proces van ontdooien te versnellen.
- Gebruik nooit meer koelmiddel dan de hoeveelheid die is vermeld in de technische gegevens (hoofdstuk 2.4).
Brandende propaan kan niet geblust worden met water.
- Blus brandend propaan met een brandblusser met alcoholbestendig schuim, kooldioxide (CO _2 ) of bluspoeder.
Propaan is kleurloos, reukloos en zwaarder dan lucht. Lekkend gas is moeilijk op te sporen.
Propaan is licht giftig. Bij hoge propaanconcentraties is vergiftiging door inademing mogelijk.
- Blijf uit de buurt van ontsnappend propaangas.
• Ga onmiddellijk naar de frisse lucht als u propaan heeft ingeademd.
Als propaan uittreedt uit de airconditioner, onttrekt het veel warmte aan de omgeving. Brandwonden aan de huid zijn mogelijk.
- Als u in contact bent gekomen met propaan, spoel de betroffen delen van de huid dan af met veel koud tot lauw water.
- Raadpleeg onmiddellijk een arts als u misselijk wordt of brandwonden oploopt door propaan.

text_image
NLGevaar voor een elektrische schok
Wanneer het product in contact komt met water, kan dit een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het product niet met natte handen.
- Gebruik het product niet in de onmiddellijke nabijheid van water, zoals badkuipen, wastafels of zwembaden.
- Stel het product niet bloot aan een directe waterstraal.
Regendruppels die op het product terechtkomen, kunnen leiden tot een elektrische schok.
- Plaats het product niet bij een open raam.
Spanningsloosheid alleen bij een uitgetrokken stekker.
- In geval van nood, na gebruik en bij onweer, de netstekker direct bij de stekkerbehuizing uit het stopcontact trekken.
Trek de stekker niet uit het stopcontact als er propaan uit de airconditioner stroomt.
- De behuizing niet openen.
- Breng geen wijzigingen aan producten of accessoires aan.
- Aansluitingen en schakelcircuits niet kortsluiten.
- Steek geen voorwerpen of vingers in de ventilatiesleuven of de aansluitingen!
Gebruik het apparaat niet met een defect netkabel!
- Controleer regelmatig of de kabel van het apparaat nog intact is.
- Gebruik het apparaat alleen met afgewikkeld netkabel.
- Gebruik het product niet als de kabel is beschadigd.
- Trek het product altijd aan de stekker, niet aan het snoer.
- De netkabel niet knikken of uitrekken.
- Gebruik het product alleen met geaarde stopcontacten.
- Vergelijk de technische gegevens van het product, het stroomnet en de randapparatuur. Ze moeten identiek zijn.
Een defect apparaat mag niet in bedrijf worden gesteld, maar moet onmiddellijk van het net worden losgekoppeld en tegen onbedoeld verder gebruik worden beveiligd.
- Gebruik product, productonderdelen en accessoires alleen in perfecte staat.
- Bij vragen, defecten, mechanische beschadigingen, storingen of andere problemen die niet door de bijgevoegde documentatie kunnen worden verholpen, neemt u contact op met uw dealer of fabrikant.
- Repareer defecte producten niet zelf, maar neem contact op met de dealer of de fabrikant.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact, voordat u het beschermrooster verwijdert.
Vergiftigingsgevaar
- Drink het condensaat niet.
Struikelgevaar
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel zo wordt gelegd dat deze niemand hindert of beschadigt.
Bedrijfs- en opslagomstandigheden
- Laat het NOOIT onbeheerd achter tijdens bedrijf.
- Niet afgedekt gebruiken.
• Houd alle ventilatiesleuven vrij. - Zorg ervoor dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn.
- Zorg ervoor dat de aanzuigzijde vrij is van vuil.
- Gebruik het product niet in stoffige omgevingen of bij gebrekkige ventilatie.
- Gebruik het product niet in een omgeving met explosieve en/of brandbare gassen.
- Gebruik het product niet in een explosieve omgeving.
- Plaats en gebruik het product niet in de buurt van open vuur, kookapparatuur of producten die hitte genereren, zoals verwarmingen en ovens.
- Houd het apparaat op minstens 1 meter afstand van televisies of radio's om elektromagnetische storingen te voorkomen.
- Plaats het product op een stabiele, vlakke, droge en stofvrije ondergrond, zodat het tijdens het gebruik niet kan omvallen en het oppervlak niet door trillingen kan worden beschadigd.
- Plaats het toestel op een vlakke ondergrond met een helling van minder dan 5°.
- Zorg ervoor dat het product stevig staat.
Zet het apparaat niet op het netkabel om te voorkomen dat het omvalt tijdens het gebruik.
- Extreme belastingen, zoals warmte en koude, natheid en directe zonnestraling, microgolven alsmede trillingen en mechanische druk vermijden.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact als u het niet gebruikt, om het te
reinigen of in geval van een storing.
- Bewaar het product op een koele en droge plaats.
• Ga niet op het apparaat zitten. - Plaats geen voorwerpen op het product.
- Neem bij het opstellen van het apparaat de minimale afstanden tot muren en voorwerpen in acht.
- Leeg altijd het condensreservoir, voordat u het apparaat transporteert.
- Laaf de airconditioner na elk transport minstens 12 uur staan, zodat het koelmiddel zich in de compressor kan verzamelen.
Doelgroepinformatie
Servicewerkzaamheden zoals onderhoud, verzorging en het verhelpen van storingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd volgens de instructies van de fabrikant.
- Neem de informatie in hoofdstuk 12 „Onderhoud en verzorging“ in acht.
- Neem de informatie in hoofdstuk 14 „Storingen en defecten“ in acht.
Het gehele koelmiddelcircuit is een onderhoudsvrij, hermetisch gesloten systeem en mag alleen worden gerepareerd door bedrijven die zijn gespecialiseerd in klimaatbeheersingstechniek.
Onderhoudswerkzaamheden waarvoor de behuizing moet worden geopend, mogen alleen worden uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven voor klimaattechniek.
Het apparaat mag alleen worden gerepareerd of onderhouden door erkende vakmensen.
ledereen die aan een koelcircuit werkt, moet in het bezit zijn van een trainings- of opleidingscertificaat van een geaccrediteerde instantie.
Niet geschikt voor kinderen en personen met lichamelijke en/of geestelijke beperkingen.
- Beveilig het product tegen onbedoeld gebruik.
- Beveilig de verpakking, kleine onderdelen en isolatiemateri aan tegen onbedoeld gebruik.
Gevaren in samenhang met de batterij
De afstandsbediening is uitgerust met een lithium knoopcel. Deze kan worden vervangen.
- Houd batterijen uit de buurt van kinderen.
Het inslikken hiervan kan ernstige inwendige brandwonden veroorzaken en tot de dood leiden. Als u vermoedt dat de batterij werd ingeslikt of op een andere manier in het lichaam terecht is gekomen, moet u onmiddellijk een arts bezoeken.
- Gebruik geen batterijen als deze gedeukt, lek of anderszins beschadigd zijn.
- Verwijder lekkende, vervormde of gecorrodeerde cellen uit het product en gooi ze weg met geschikte beschermingsmiddelen.
Vermijd het contact met huid, ogen en slijmvliezen, wanneer een batterij is uitgelopen.
Spoel evt. de betreffende plekken met water en raadpleeg onmiddellijk een arts.
- Vervorm, verbrand of demonteer batterijen niet en doorboor ze nooit met een scherp voorwerp.
Extreme hitte kan leiden tot explosie en/of lekkage van bijtende vloeistof. Mechanische beschadiging kan leiden tot het ontsnappen van gasvormige stoffen, die zeer irriterend, ontvlambaar of giftig kunnen zijn.
- Sluit batterijen niet kort en dompel ze niet onder in vloeistoffen.
Er bestaat gevaar voor explosie, brand, hitte, rook en/of gasontwikkeling.
- Als de batterij per ongeluk in water valt, verwijder deze dan onmiddellijk. Leg de batterij in een veilige, open ruimte en blijf uit de buurt tot de batterij volledig droog is. Gebruik de gedroogde batterij niet opnieuw, maar voer deze af zoals aangegeven in hoofdstuk 15.2.
2 Beschrijving en werking
2.1 Product
Het product is een éénkanaals-airconditioner (plaatselijke airconditioner) die wordt gebruikt voor het koelen, circuleren en ontvochtigen van ruimtelucht. De airconditioner is mobiel en kan gemakkelijk worden vervoerd en gebruikt in verschillende kamers.
De airconditioner kan worden bediend via een bedieningspaneel of een afstandsbediening en heeft een timerfunctie.
2.2 Leveringsomvang
-Plaatselijke airconditioner
(9000 BTU/2600 Watt)
-Uitlaatluchtslang
-Slangadapter
-Vensterinzet
-Adapter voor vensterinzet
-Bevestigingsschroef
-Bevestigingsmoer
-Sluitring
-Raambekleding
-Klittenband
-Afstandsbediening
-1x Lithium knoopcel (CR2025)
-Gebruiksaanwijzing
2.3 Bedieningselementen en onderdelen

1 Luchtuitlaat met klep
2 Signaalontvanger
3 Wielen
4 Bedieningspaneel
5 Transportgreep
6 Netkabel met oproller
7 Luchtinlaat met luchtfilter
8 Bovenste uitlat voor condensaat met afdichtstop
9 Luchtuitlaat voor uitlaatlucht
10 Onderste uitlat voor condensaat met afdichtstop
11 Afstandsbediening
12 Batterijvak
13 Raambekleding
14 Klittenband
15 Slangadapter
16 Uitlaatluchtslang
17 Adapter voor vensterinzet
18 Vensterinzet
19 Bevestigingsmoer
20 Sluitring
21 Bevestigingsschroef
| Airconditioner 59513 | |
| Airconditioner | |
| Modellnummer FDP26-1080R5 | |
| Nominaal koelvermogen 2,6 kW / 900 BTU | |
| Nominale spanning / frequentie 220-240 V ∼ / 50 Hz | |
| Koeling ingangsvermogen 950 W / 4,3 A | |
| Druk uitlaatzijde 2,5 MPa | |
| Druk aanzuigzijde 1,2 MPa | |
| Geluidsdrukniveau L_PA | 54 dB(A) |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 65 dB(A) |
| Beschermingsklasse | |
| Beschermingsgraad IPX0 | |
| Zekering 250 V | ∼, 3,15 A, T of F |
| Nominaal vermogen voor koeling ( P_rated voor koeling) | 2,6 kW |
| Nominaal opgenomen vermogen voor koeling ( P_EER ) | 1,0 kW |
| Nominale energie-efficiëntieverhouding ( EER_rated ) | 2,8 |
| Elektriciteitsverbruik in de stand-by-stand ( P_SB ) | 0,4 W |
| Elektriciteitsverbruik van éénkanaals-airconditioners voor koeling ( Q_SD ) | 1,0 kWh/h |
| Aardopwarmingsvermogen (GWP) 3 kg CO _2 eq. | |
| Energie-efficiëntieklasse A | |
| Ontvochtigingscapaciteit 1,1 l/h | |
| Stroom luchtvolume | 350 m3/h |
| Toepassingsgebied / grootte van de ruimte | 10 - 20 m2 |
| Kabellengte (incl. stekker) | 1,8 m |
| Afmetingen | 41,6 x 33 x 67,1 cm |
| Gewicht | 24 kg |
| Bedrijfstemperatuur | 15 °C ~ 43 °C |
| Max. vochtigheid ruimte | 80 % |
| Min. afstand tot muren en objecten | 60 cm |
| Koelmiddel | |
| Type | Propaan (R290) |
| Vulhoeveelheid | 185 g |
| Uitlaatluchtslang | |
| Afmetingen (∅ x Lengte) | 15,5 x 31,5 ~ 200 cm |
| Gewicht | Kleur | 520 g | wit |
| Vensterinzet | |
| Afmetingen | Lengte: 62 - 115 cmBreedte: 11 cmHoogte: 2 cm |
| Gewicht | Kleur | 507 g | grijs |

text_image
NL| Raambekleding | |
| Afmetingen 400 x 38,5 cm | |
| Gewicht | Kleur 155 g | wit | |
| Klittenband | |
| Breedte | Lengte 2,6 cm | 8 m | |
| Gewicht | Kleur 90 g | wit | |
| Afstandsbediening | |
| Type Infrarood | |
| Ingangsspanning 3,0 V | --- |
| Afmetingen | Gewicht 40 x 86 x 7 | 11 g | |
| Bereik 5 m | |
| Batterij | |
| Type Lithium knoopcel (CR) | 2025) |
| Nominale spanning, Capaciteit 3,0 V | ---, 150 mAh |
| Gewicht 3 g | |
3 Gebruik conform de voorschriften

Dit product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en het daarvoor bedoelde doeleinde. Dit product is niet bestemd voor commercieel gebruik. Een ander gebruik dan beschreven in het hoofdstuk „Beschrijving en functie“ of in de „Veiligheidsinstructies“ is niet toegestaan. Dit
product mag alleen worden gebruikt in droge binnenruimten. Het niet in acht nemen en niet opvolgen van deze instructies en veiligheidsvoorschriften kan leiden tot ernstige ongevallen, lichamelijk letsel en materiële schade.
IPX0: Dit product is niet beschermd tegen water.
4 Uitpakken van het apparaat
ATTENTIE! Materiële schade!
- Wees voorzichtig bij het uitpakken, zodat de airconditioner en het koelcircuit niet worden beschadigd!
-
Open de doos.
-
Verwijder de accessoires en de airconditioner en zet ze voorzichtig neer.
-
Controleer of de leveringsomvang compleet en onbeschadigd is.
-
Wikkel het netkabel volledig af en controleer of het niet beschadigd is.
Neem contact op met de dealer of de fabrikant als u schade of ontbrekende accessoires opmerkt.
- Vergelijk de technische gegevens van het product, de voeding en de randapparatuur. Deze moeten identiek zijn.
5 Transport
ATTENTIE! Materiële schade!
De airconditioner kan beschadigd raken als hij op onjuiste wijze wordt vervoerd.
• Kantel de airconditioner niet meer dan 35°.
- Rol de airconditioner alleen op een vlakke ondergrond.
- Bewaar de originele verpakking voor transport.
- Plaats de airconditioner met bijzondere voorzichtigheid om de behuizing niet te beschadigen.
De airconditioner heeft wielen (3) en kan over kleine afstanden worden gerold als de ondergrond vlak is. Op oneffen oppervlakken, trappen of over lange afstanden moet de airconditioner door ten minste 2 personen worden gedragen.
Merk op dat er bijkomende transportvoorschriften kunnen zijn voor units met ontvlambaar koelmiddel.
Voor elk transport
- Schakel de airconditioner uit en trek het netkabel bij de stekker uit het stopcontact.
• Leeg het condensaatreservoir.
Tijdens het transport
- Pak de airconditioner alleen aan de transportgrepen (5) vast.
- Trek anti-slip, stevige handschoenen aan.
- Trek niet aan het netkabel om de airconditioner te verplaatsen.
- Bij vervoer met een voertuig: plaats de airconditioner zodanig dat hij niet kan wegglijden of omvallen.
Na elk transport
- Plaats de airconditioner rechtop.
- Laat de airconditioner minstens 12 uur staan alvorens hem in werking te stellen, zodat het koel-middel zich in de compressor kan verzamelen. Anders kan de compressor beschadigd raken!
6 Montage
Als u de airconditioner wilt gebruiken in de werkingsmodi koelen, ontvochtigen en automatisch, moet de uitlaatluchtslang (16) worden gemonteerd zodat de uitlaatlucht uit de kamer kan worden afgevoerd. In de bedrijfsmodus ventilatie wordt geen uitlaatlucht geproduceerd.
Ga als volgt te werk om de uitlaatluchtslang op de airconditioner aan te sluiten:
| 1. Trek de uitlaatluchtslang (16) aan beide uiteinden uit elkaar.Let er vooral op dat de lamellen aan het begin en het einde van de uitlaatluchtslang volledig zijn uitgeklapt. | |
![]() | 2. Bevestig de slangadapter (15) aan een uiteinde van de uitlaat-luchtslang. Om dit te doen, draait u de slangadapter ongeveer 3 tot 4 keer tegen de klok in op de uitlaatluchtslang.De verbinding moet zo luchtdicht mogelijk zijn. |
![]() | 3. Bevestig de adapter voor het vensterinzet (17) aan het andere uiteinde van de uitlaatluchtslang. Om dit te doen, draait u de adapter voor het vensterinzet voor de ruit ongeveer 3 tot 4 keer tegen de wijzers van de klok in op de uitlaatluchtslang.De verbinding moet zo luchtdicht mogelijk zijn. |
![]() | 4. Bevestig de slangadapter aan de luchtuitlaat voor uitlaatlucht (9) door de slangadapter van bovenaf in het frame te duwen.De airconditioner is nu gemonteerd. |
7 Opzetten en installeren
7.1 Selecteer installatieplaats
GEVAAR!
Brandgevaar!
De airconditioner bevat propaan (R290) als koelmiddel. Propaan is zeer ontvlambaar in combinatie met lucht en kan explosief verbranden.
- Gebruik en bewaar de airconditioner alleen in ruimten met een oppervlakte van ten minste 10 m ^2 , om het risico op een ontvlambare gasconcentratie te vermijden.
- Laat de airconditioner niet werken in ruimten waar zich ontstekingsbronnen bevinden (b.v. open vuur, elektrische kachels, ingeschakelde gastoestellen).
De plaats voor de installatie van de airconditioner moet zorgvuldig worden gekozen. Denk aan de volgende aspecten:

- De ruimte waarin de airconditioner wordt geïnstalleerd en gebruikt, mag niet groter zijn dan 20 m².
- Er kan water uit de airconditioner druppelen (bijv. als een afvoer voor condensaat niet goed is afgesloten).
- Aan alle zijden moet een minimumafstand van 60 cm tot muren en voorwerpen in acht worden genomen.
- Plaats de airconditioner ten minste 1 m uit de buurt van televisies of radio's om elektromagnetische storingen te voorkomen.
- Gebruik het toestel niet met een verlengsnoer of over een adapter.
- Sluit het netkabel met de netstekker rechtstreeks aan op een geaard stopcontact.
- Als u de airconditioner gebruikt in de werkingsmodi koelen, ontvochtigen of automatisch, moet het mogelijk zijn de uitlaatluchtslang zo te leiden dat de uitlaatlucht naar buiten kan stromen.
Neem ook de informatie in hoofdstuk 1 „Veiligheidsvoorschriften“ in acht!
7.2 Uitlaatluchtslang leggen
De uitlaatluchtslang (16) wordt gebruikt om de afvalwarmte en het vocht naar buiten af te voeren. Er zijn verschillende manieren om de uitlaatluchtslang te installeren.
Hij kan bijvoorbeeld in een deur of raam worden geklemd. Het uiteinde van de uitlaatluchtslang moet dan worden vastgezet, zodat deze niet kan wegglijden.
Als u de luchtafvoerslang door een raam leidt, moet u voor een efficiënte werking het meegeleverde vensterinzet (18) of het raambekleding (13) plaatsen (zie Hoofdstuk 7.3 of 7.4).
De slang moet zo recht mogelijk of met een helling worden gelegd. Er mogen geen knikken in de uitlaatluchtslang zitten. Knikken verhinderen dat de uitlaatlucht goed wordt afgevoerd. Uitgestoten lucht en condensaat kunnen zich ophopen en tot storingen leiden.
De uitlaatluchtslang moet zo kort mogelijk zijn. Hoe korter de uitlaatluchtslang, hoe lager het energieverbruik.
De meegeleverde uitlaatluchtslang is op het toestel afgestemd. Vervang of verleng deze niet met andere slangen.

7.3 Gebruik vensterinzet
Het vensterinzet (18) is bestemd voor gebruik met schuiframen. Het inzetraam sluit open ruimtes af en houdt warme lucht en regen buiten.
Vensterinzet monteren
Het vensterinzet (18) bestaat uit twee delen die tegen elkaar schuiven. Het ene deel heeft een opening voor de afvoerlucht (linkerdeel) en het andere deel heeft een geleidingsgroef in het midden (rechterdeel). Hierdoor kunt u de breedte vrij instellen. De gewenste breedte wordt vervolgens vastgezet met de bevestigingsmoer (19), sluitring (20) en bevestigingsschroef (21).
- Schuif de twee delen van het vensterinzet uit elkaar.
- Schuif de sluitring op de bevestigingsschroef.
- Steek de bevestigingsschroef met sluitring door het gat in het linkerdeel van het vensterinzet. De bevestigingsschroef en het vensterinzet moeten beide horizontaal in één lijn liggen.
- Schuif de twee delen van het vensterinzet op elkaar. Schuif de bevestigingsschroef met sluitring in de geleidingsgroef in het rechterdeel van het vensterinzet.
- Stel de gewenste breedte in.
- Schroef de bevestigingsmoer op de bevestigingsschroef. Het vensterinzet is nu in elkaar gezet en ziet er ongeveer zo uit:

Het vensterinzet (18) kan zowel bij verticaal als horizontaal sluiten-de ramen worden gebruikt.
- Open het raam.
- Plaats het vensterinzet in het raamkozijn.
- Pas indien nodig de breedte van het vensterinzet een tweede keer aan.
VOORZICHTIG! Gevaar voor beknelling!
Vingers en ledematen kunnen verbrijzeld worden.
- Houd geen vingers of ledematen tussen het raam, het kozijn of het vensterinzet.
-
Schuif het raam dicht, zodat het vensterinzet tussen het raam en het kozijn geklemd zit. Het vensterinzet is nu geïnstalleerd. Er moet zo weinig mogelijk vrije ruimte zijn aan de zijkanten van het vensterinzet.
-
Klem het uiteinde van de uitlaatluchtslang met de adapter voor vensterinzet (17) in het vensterinzet. De afvoerlucht van de airconditioner wordt nu naar buiten afgevoerd en de warme lucht wordt buiten gehouden.

7.4 Gebruik raambekleding
De raambekleding (13) is bestemd voor gebruik met openslaande ramen. Het sluit open ruimtes af en houdt warme lucht en regen buiten. De raambekleding kan universeel worden gebruikt voor vleugelramen met een omtrek van maximaal 400 cm.
Het klittenband (14) is nodig om de raambekleding te installeren.
Raambedekking installeren
- Open het raam.
- Leg het klittenband langs het raamkozijn en langs het geopende raam.
Het klittenband is zelfklevend en kan naar behoefte op maat worden geknipt. - Bevestig de raambekleding aan het raamkozijn en aan het open raam met behulp van het klittenband.
De rechte zijde van de raambekleding (A) is bevestigd aan het raamkozijn.
De gebogen zijde van de raambekleding (B) is bevestigd aan het open raam. - Verplaats de ritssluiting naar de plaats waar de uitlaat-luchtslang moet komen.
De raambekleding is nu geplaatst.

text_image
A B A BSteek de uitlaatluchtslang door de raambekleding

- Leid de uitlaatluchtslang (16) door de opening in de raambekleding.
- Zet de uitlaatluchtslang vast door de twee ritsen te sluiten. U kunt bovendien kabelbinders gebruiken om de bevestiging te verstevigen (niet bij de levering inbegrepen). De afvoerlucht van de airconditioner wordt nu naar buiten afgevoerd en de warme lucht wordt buiten gehouden.
8 Ingebruikneming
ATTENTIE! Materiële schade!
Er zit koelmiddel in de airconditioner. Wanneer de airconditioner wordt verplaatst, wordt het koelmiddel verspreid. Als de airconditioner in deze toestand wordt ingeschakeld, kan dit leiden tot schade of verlies van koelvermogen.
- Laat de airconditioner minstens 12 uur staan alvorens hem in werking te stellen, zodat het koelmiddel zich in de compressor kan verzamelen.
-
Verplaats de airconditioner niet tijdens de werking.
-
Steek de stekker van het netkabel (6) in een vrij en gemakkelijk bereikbaar stopcontact. Zorg ervoor dat de kabel zo wordt gelegd dat hij niemand hindert en niet wordt beschadigd. Er klinkt een signaaltoon.
- Open de klep van de luchtuitlaat (1).
- Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten vrij zijn.
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bv. gordijnen) door de luchtinlaten kunnen worden aangezogen of de luchtstroom kunnen belemmeren.
- Zorg ervoor dat het luchtfilter (7) correct geplaatst is en vrij van verontreinigingen. De airconditioner kan nu worden aangezet en gebruikt.
9 Functietoetsen en statusindicatoren
De functietoetsen en statusindicatoren bevinden zich op het bedieningspaneel (4) van de airconditioner. In de volgende illustratie en tabel worden de functietoetsen en statusindicatoren toegelicht.

| Letter Benaming Beschrijving | ||
| a | Statusindicator SLEEP | De status indicator licht groen op wanneer de SLEEP modus actief is. |
| b | Statusindicator TIMER | De statusindicator knippert geel tijdens het instellen van een timer. De statusindicator licht geel op wanneer een timer actief is. |
| c Statusdisplay | Het statusdisplay toont de temperatuur, de timerduur en de fout-codes. | |
| d | Statusindicator voor sterke ventilator | De statusindicator licht geel op wanneer de sterke ventilator actief is. |
| e | Statusindicator voor lichte ventilator | De statusindicator licht groen wanneer de lichte ventilator actief is. |
| f | Statusindicator Ventilatie | De statusindicator licht geel op wanneer de bedrijfsmodus ventilatie actief is (zie hoofdstuk 11.1). |
| g | Statusindicator Ontvochtigen | De statusindicator licht groen op wanneer de bedrijfsmodus ontvochtiging actief is (zie hoofdstuk 11.1). |
| h | Statusindicator Koelen | De statusindicator licht groen op wanneer de bedrijfsmodus koelen actief is (zie hoofdstuk 11.1). |
| i | Statusindicator Automatisch | De statusindicator licht groen op wanneer de bedrijfsmodus automatisch actief is (zie hoofdstuk 11.1). |
| j | Statusindicator AAN/UIT | De statusindicator licht rood op wanneer de airconditioner is ingeschakeld. |
| k Toets | AAN/UIT | Druk op de toets om de airconditioner aan of uit te zetten (zie hoofdstuk 11.2). |
| l | Statusindicator LOCK | De statusindicator licht groen op wanneer het kinderslot actief is. |
| m Toets | SLEEP | Druk op de toets om de SLEEP modus in of uit te schakelen. De SLEEP-modus kan alleen worden geactiveerd in de modus koelen.In de SLEEP-stand wordt de lichtventilator automatisch ingesteld. De ingestelde kamertemperatuur wordt na een uur met 1 °C verhoogd, na 2 uur met 2 °C en de airconditioner schakelt zichzelf na 6 uur uit. |
| n Toets | TIMER | Druk op de toets om de timerfunctie in te stellen (zie hoofdstuk 11.6). |
| o Toets | DOWN | Druk op de toets om de geselecteerde waarde (temperatuur, timer) te verlagen. |
| p Toets | UP | Druk op de toets om de geselecteerde waarde (temperatuur, timer) te verhogen. |
| q Toets | SPEED | Druk op de toets om het ventilatieniveau in te stellen (zie hoofdstuk 11.5). |
| r Toets | MODE | Druk op de toets om de bedrijfsmodus in te stellen (zie hoofdstuk 11.3). |
| s Toets | LOCK | Druk de toets ongeveer 5 seconden in om het kinderslot in of uit te schakelen (zie hoofdstuk 11.7). |
10 Afstandsbediening
10.1 Activeren van de afstandsbediening
- Trek de contactbeveiliging uit het batterijvak (12). De afstandsbediening is nu geactiveerd.
10.2 Verklaring van de toetsen
U kunt de airconditioner ook via de afstandsbediening bedienen. De knoppen op de afstandsbediening worden hieronder uitgelegd.
![]() | Symbol | Benaming Beschrijving | |
| Toets AAN/UIT | Druk op de toets om de airconditioner aan of uit te zetten. | ||
| Toets UP | Druk op de toets om de geselecteerde waarde (temperatuur, timer) te verhogen. | ||
| Toets DOWN | Druk op de toets om de geselecteerde waarde (temperatuur, timer) te verlagen. | ||
| Toets TIMER Druk op de toets om de timerfunctie in te stellen. | |||
| Toets MODE Druk op de toets om de bedrijfsmodus in te stellen. | |||
| Toets SPEED | Druk op de toets om het ventilatieniveau in te stellen. | ||
| Toets SLEEP | Druk op de toets om de SLEEP modus in of uit te schakelen. | ||
10.3 De batterij vervangen
Vervang, indien nodig, de lege batterij door een nieuwe van hetzelfde type (Zie hoofdstuk 2.4).
- Open het batterijvak (12) door het kleine hendeltje opzij te schuiven en vervolgens het batterijvak naar buiten te trekken.
- Verwijder de lege batterij.
- Plaats de nieuwe batterij in het batterijvak met de pluspool naar boven.
- Sluit het batterijvak weer.
- Gooi de lege batterij op de juiste manier weg.
Zie ook hoofdstuk 15.2.
11 Operatie
11.1 Bedrijfsmodi
De airconditioner kan in vier bedrijfsmodi worden gebruikt. De bedrijfsmodi ventilatie, ontvochtiging, koeling en automatisch zijn beschikbaar.
De airconditioner heeft een intern geheugen. De instellingen voor temperatuur en ventilatorsnelheid in de bedrijfsmodi blijven behouden wanneer u de airconditioner uit- en weer inschakelt.
Ventilatie
In de bedrijfsmodi ventilatie wordt de lucht in de kamer gecirculeerd. U kunt de ventilatorsnelheid instellen. Er vindt geen koeling of ontvochtiging plaats. In deze bedrijfsmodus wordt de kamertemperatuur niet beïnvloed.
Ontvochtigen
In de bedrijfsmodi ontvochtigen wordt de relatieve vochtigheid verlaagd. De airconditioner doorloopt automatisch verschillende cycli. In deze bedrijfsmodus mag de lucht niet uit de kamer kunnen ontsnappen (b.v. door een open raam).
Het zachte ventilatorniveau is actief en kan niet worden gewijzigd. In deze bedrijfsmodus wordt de kamertemperatuur niet beïnvloed.
Koelen
In de bedrijfsmodi koelen wordt warmte onttrokken aan de kamerlucht en wordt de gekoelde lucht teruggevoerd in de kamer. Een deel van de lucht, de onttrokken warmte en eventueel condensaat worden via de luchtafvoerslang naar buiten afgevoerd. In deze bedrijfsmodus moet lucht uit een aangrenzende ruimte kunnen instromen, bijvoorbeeld door een deurgat.
De ventilatorsnelheid en de gewenste kamertemperatuur kunnen worden ingesteld. Bovendien kan de SLEEP-modus worden geactiveerd.
Automatisch
In de modus automatisch schakelt de airconditioner automatisch tussen de modi ventilatie en koeling om de temperatuur van 24 °C te handhaven.
Bij een kamertemperatuur ≥ 24 °C schakelt de airconditioner over op de bedrijfsmodi koelen.
Bij een kamertemperatuur < 24 °C schakelt de airconditioner over op de bedrijfsmodi ventilatie.
11.2 In- en uitschakelen van de airconditioner
- Druk op de toets AAN/UIT (k) om de airconditioner in te schakelen.
Het statusdisplay (c) geeft de kamertemperatuur aan en de airconditioner staat in de automatische modus.
- Druk nogmaals op de toets AAN/UIT (k) om de airconditioner uit te schakelen.
11.3 Kies bedrijfsmodus
- Druk op de toets MODE (r) om de bedrijfsmodus te wijzigen.
De bedrijfsmodi worden in deze volgorde doorlopen:

flowchart
graph LR
A["Start"] --> B["△"] --> C["★"] --> D["◆"] --> E["≈"]
E --> F["End"]
11.4 Temperatuur instellen
De temperatuur (ingestelde temperatuur) kan worden ingesteld in een bereik van 15 °C tot 31 °C in stappen van 1 °C. De airconditioner heeft geen verwarmingsfunctie. Als de ingestelde temperatuur hoger is dan de kamertemperatuur, werkt de airconditioner niet.
De temperatuur kan alleen worden ingesteld in de koelmodus.
- Druk op de toets UP (p) om de waarde met 1 °C te verhogen.
- Druk op de toets DOWN (o) om de waarde met 1 °C te verlagen.
De ingestelde temperatuur knippert in de statusdisplay (c).
Na 5 seconden geeft het statusdisplay weer de huidige kamertemperatuur weer.
11.5 Ventilatorsnelheid instellen
Er zijn twee ventilatorsnelheden beschikbaar: lichte ventilator en sterke ventilator.
- Druk op de toets SPEED om de ventilatorsnelheid te wijzigen.
De ventilatorsnelheden worden in die volgorde doorlopen:

flowchart
graph LR
A --> B
B --> C
C --> D
D --> E
11.6 Timerfunctie instellen
De airconditioner heeft een timerfunctie. De timerfunctie kan worden ingesteld op intervallen van één uur tot 24 uur.
- Druk op de toets TIMER (n) om de timerfunctie te activeren. De waarde van de timer knippert in de statusdisplay (c). De TIMER status indicator knippert geel.
- Druk op de toets UP (p) om de waarde met 1 uur te verhogen.
- Druk op de toets DOWN (o) om de waarde met 1 uur te verlagen.
- Wanneer u de gewenste tijdsduur voor de timer hebt ingesteld, wacht u ongeveer 5 seconden. De statusdisplay schakelt over naar de huidige ruimtetemperatuur en de ingestelde timer is actief. Het indicator TIMER licht geel op.
- Druk nogmaals op de toets TIMER (n) om de timerfunctie uit te schakelen.
11.7 Het kinderslot activeren en deactiveren
De airconditioner heeft een kinderslot. Wanneer het kinderslot actief is, is de functie van alle toetsen op het bedieningspaneel en de afstandsbediening geblokkeerd.
- Druk ongeveer 5 seconden op de toets LOCK (s) om het kinderslot te activeren.
Er klinkt een signaaltoon. De LOCK status indicator (I) licht groen op. - Druk nogmaals ongeveer 5 seconden op de toets LOCK (s) om het kinderslot uit te schakelen.
12 Onderhoud en verzorging
GEVAAR! Gevaar voor een elektrische schok!
- Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt.
- Gebruik het product niet met natte handen.
- Zorg ervoor dat er geen water of vocht in het toestel komt!
- Plaats nooit een nat of vochtig luchtfilter in de airconditioner!
- Stel het product niet bloot aan een directe waterstraal.
ATTENTIE! Materiële schade!
- Zorg ervoor dat er geen water in contact komt met elektrische componenten!
- Gebruik alleen een droge en zachte doek om te reinigen.
- Bij sterke vervuiling kan het reinigingsdoekje licht met water worden bevochtigd.
- Gebruik geen reinigingsmiddel en chemische producten.
- Wees voorzichtig bij het schoonmaken om krassen te voorkomen.
Onderhoudsintervallen
| Onderhoudstaak | voor elke opstart | indien nodig | ten minste elke 2 weken | ten minste jaarlijks |
| Controleer de luchtinlaten en -uitlaten op vuil en reinig ze indien nodig | x | x | ||
| Reinig de behuizing x x | ||||
| Visuele controle van de bin- nenkant van het toestel op vuil | x | x | ||
| Reinig luchtfilter x x | ||||
| Controleer de airconditioner op schade | x | |||
| Leeg het condensaatreservoir x |
12.1 Visuele controle van de binnenkant van het toestel op vuil
Kijk in alle openingen van de airconditioner. Gebruik zo nodig een zaklamp om uw zicht te verbeteren. U kunt ook het luchtfilter (7) verwijderen om de binnenkant van het toestel beter te kunnen zien. Als u een dikke laag stof ziet, laat de airconditioner dan professioneel reinigen door een gespecialiseerd bedrijf voor koeling en airconditioning.
12.2 Reinig luchtfilter
Het luchtfilter (7) moet regelmatig worden gereinigd. Anders kunnen storingen of verminderde prestaties van het toestel optreden. Hoe vaak het luchtfilter moet worden gereinigd, hangt af van de omgevingsomstandigheden. Als de airconditioner regelmatig wordt gebruikt, moet het luchtfilter ongeveer om de 2 weken of na ongeveer 100 bedrijfsuren worden gereinigd. In bijzonder stoffige omgevingen moet het luchtfilter vaker worden gereinigd.
Volg deze stappen om het luchtfilter te reinigen:
- Schakel de airconditioner uit en trek de stekker van het netkabel uit het stopcontact aan de stekker.
- Pak de hendel aan de rechterkant van het luchtfilter vast.
- Trek het luchtfilter naar u toe tot het loskomt.
- Maak het luchtfilter schoon met een droge, zachte doek of zuig het voorzichtig op met een stofzuiger.
4.1 Als het luchtfilter erg vuil is, kunt u het ook schoonmaken met lauw water en een zacht schoonmaakmiddel.
4.2 Laat het luchtfilter volledig drogen.
Plaats nooit een vochtig of nat luchtfilter in de airconditioner!
- Controleer of het luchtfilter niet versleten of beschadigd is.
- Plaats het luchtfilter.
Misschien moet u iets harder drukken tot u hem hoort vastklikken.

12.3 Leeg het condensaatreservoir
WAARSCHUWING! Vergiftigingsgevaar!
Het condensaat is niet van drinkwaterkwaliteit en kan vergiftiging veroorzaken als het wordt geconsumeerd.
- Drink het condensaat niet op!
ATTENTIE! Materiële schade!
Water dat uit de airconditioner stroomt, kan vloeren en meubels beschadigen.
- Leeg het condensaatreservoir op een geschikte plaats (bv. boven een afvoer).
- Zorg ervoor dat de uitlaten voor condensaat goed gesloten zijn.
Condensaat wordt geproduceerd in de bedrijfsmodi koelen en ontvochtigen. Een groot deel van het condensaat wordt via de afvoerlucht naar buiten afgevoerd. Het resterende condensaat verzamelt zich in een reservoir binnenin de unit. Als de foutcode „E4“ op de statusdisplay (c) verschijnt, moet het condensaatreservoir worden geleegd.
Ga als volgt te werk om het condensaatreservoir te legen:
- Schakel de airconditioner uit en neem het netkabel bij de stekker uit het stopcontact.
- Vervoer de airconditioner naar een geschikte plaats en neem een opvangbak mee.
De opvangbak moet ca. 1,1 liter kunnen bevatten. - Houd de opvangbak onder de bovenste uitlaat van het condensaat (8).
- Open de bovenste uitlaat van het condensaat en laat het condensaat in de opvangbak lopen.
- Sluit de bovenste condensafvoer met de afdichtstop.
- Leeg de opvangbak.
- Houd de opvangbak onder de onderste uitlaat van het condensaat (10).
7.1 Als alternatief kunt u de airconditioner boven een vloerafvoer plaatsen. - Open de onderste uitlaat van het condensaat en laat het condensaat weglopen in de opvangbak of in een vloerafvoer.
- Sluit de onderste condensaatuitlaat met de afdichtstop.
Het condensaatreservoir is nu geleegd. De foutcode in de statusdisplay wordt niet meer getoond.
13 Opslag
GEVAAR!
Brandgevaar!
De airconditioner bevat propaan (R290) als koelmiddel. Propaan is zeer ontvlambaar in combinatie met lucht en kan explosief verbranden.
- Gebruik en bewaar de airconditioner alleen in ruimten met een oppervlakte van ten minste 10 m ^2 , om het risico op een ontvlambare gasconcentratie te vermijden.
- Laat de airconditioner niet werken in ruimten waar zich ontstekingsbronnen bevinden (bv. open vuur, elektrische kachels, ingeschakelde gastoestellen).
VOORZICHTIG! Irritatie van de luchtwegen!
Vocht in de airconditioner kan leiden tot aanslag en schimmel.
- Als u de airconditioner de komende zeven dagen niet zult gebruiken, berg hem dan op volgens de onderstaande instructies.
Voer de volgende stappen uit voordat u de airconditioner opbergt:
- Leeg het condensaatreservoir (zie hoofdstuk 12.4).
- Reinig het luchtfilter (zie hoofdstuk 12.3).
- Laat de airconditioner 5 tot 6 uur in de ventilatiestand staan in een droge ruimte om de binnenkant van de airconditioner te laten drogen.
- Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening.
- Sla de airconditioner op een geschikte plaats op. Neem in het bijzonder de aanwijzingen in de paragraaf „Bedrijfs- en opslagomstandigheden“ in hoofdstuk 1 in acht.
14 Storingen en defecten
14.1 Veiligheidsapparaat
De airconditioner is uitgerust met een veiligheidsvoorziening om de compressor te beschermen. Bij veelvuldig in- en uitschakelen of plotselinge onderbreking van de netvoeding kunnen vertragingen van maximaal 3 minuten optreden. Deze functie is opzettelijk en vormt geen storing.
De beveiliging wordt ook actief als de airconditioner wordt gebruikt buiten de toegestane bedrijfstemperatuur (zie hoofdstuk 2.4).
14.2 Problemen oplossen
Hieronder worden enkele fouten opgesomd die u zelf kunt elimineren. Als u de fout in de volgende tabel niet kunt vinden of als de voorgestelde oplossingen niet werken, neem dan contact op met de dealer of fabrikant of met een erkend gespecialiseerd bedrijf voor koel- en klimaattechniek.

| Fout Oorzaak Oplossing | ||
| De airconditioner kan niet worden ingeschakeld. | De beveiliging is in werking getreden. | → Wacht 3 minuten en probeer dan de air-conditioner opnieuw in te schakelen. |
| De netstekker zit niet in het stopcontact. | → Steek de netstekker in een stopcontact. | |
| De batterijen van de afstandsbediening zijn leeg. | → Plaats nieuwe batterijen in de afstandsbediening. | |
| De ingebouwde zekering is doorgebrand. | → Neem contact op met de dealer of fabrikant of met een erkende vakman. | |
| De airconditioner werkt maar korte tijd. | De ingestelde temperatuur is hoger dan of gelijk aan de kamertemperatuur. | → Stel een lagere temperatuur in. |
| De luchtuitlaat is geblokkeerd. | → Verwijder de verstopping van de luchtuitlaat. | |
| De airconditioner werkt in de modus koelen, maar de kamertemperatuur daalt niet. | Warme lucht van buiten komt binnen door een open deur of raam. | → Sluit de deur of het raam. Als de luchtafvoerslang door de deur of het raam wordt geleid, moet deze open blijven. |
| Een ander apparaat in de kamer produceert afvalwarmte. | → Schakel het apparaat dat warmte produceert uit. | |
| Het luchtfilter is vuil. → Maak | het luchtfilter schoon. | |
| De luchtinlaat of -uitlaat is geblokkeerd. | → Verwijder de verstopping. | |
| De ingestelde temperatuur is hoger dan de kamertemperatuur. | → Stel een lagere temperatuur in. | |
| De airconditioner begint te bevriezen en gaat in ontdooistand. | → Wacht op het ontdooi proces. Daarna kunt u de airconditioner zoals gewoonlijk blijven gebruiken. | |
| De uitlaatluchtslang is niet correct geleid of is geblokkeerd. | → Volg de instructies in hoofdstuk 7.2. | |
| De kamer is groter dan 20 m2. | → Gebruik de airconditioner in kamers met een maximale grootte van 20 m2. | |
| Er druppelt water uit de airconditioner. | De airconditioner is verplaatst zonder het condensreservoir te legen. | → Leeg het condensreservoir voordat u de airconditioner verplaatst. |
| De airconditioner is op een ongelijk oppervlak geplaatst. | → Verplaats de airconditioner naar een meer geschikte plaats (zie hfdst. 7.1). | |
| De bovenste of onderste condensaatuitlaat is niet goed gesloten. | → Sluit de uitgang met de afsluitstop. | |
| De airconditioner schakelt plotseling uit of werkt niet meer. | De ingestelde timer is verstreken. | → Zet de airconditioner weer aan. |
| De ingestelde temperatuur is bereikt. | → Stel een lagere temperatuur in of wao op de volgende koelcyclus. | |
| Het condensaatreservoir is vol en de foutcode "E4" verschijnt in de statusweergave. | → Leeg het condensaatreservoir (zie hoofdstuk 12.4). | |
| De airconditioner maakt ongewone geluiden of trilt sterk. | De airconditioner is op een on-geschikte plaats geïnstalleerd. | → Verplaats de airconditioner naar een meer geschikte plaats (zie hfdst. 7.1). |
| De airconditioner maakt borrelende geluiden. | Er stroomt koelmiddel door het koelcircuit. | → Dit duidt niet op een storing, maar is e normaal werkingsgeluid. |
| De airconditioner heeft een onaangename geur. | Er hebben zich afzettingen of schimmels gevormd in de air-conditioner. | → Laat de airconditioner professioneel nigen door een erkend gespecialiseerd bedrijf voor koeling en airconditioning. |

text_image
NL14.3 Foutcodes
De volgende foutcodes kunnen in de statusdisplay (c) verschijnen:
| Foutcode Oorzaak Oplossing | ||
| E4 Het condensaatreservoir is vol. | → Leeg het condensaatreservoir (zie hoofdstuk 12.4).Als deze foutcode zeer vaak voorkomt, neem dan contact op met de dealer of fabrikant of met een erkend bedrijf dat gespecialiseerd is in koeling en airconditioning. | |
| E2 | De sensor voor het bepalen van de kamertemperatuur is gestoord of defect. | → Neem contact op met de dealer of fabrikant of met een erkend bedrijf dat gespecialiseerd is in koel- en klimaattechniek. |
| E3 | De sensor voor de bewaking van de verdamper is gestoord of defect. | |
| E5 | De sensor voor de bewaking van de compressor is gestoord of defect. | |
15 Aanwijzingen voor afvalverwijdering
15.1 Product

Elektrische en elektronische apparaten mogen volgens de Europese AEEA-richtlijn niet met het huisvuil worden weggegooid. De onderdelen daarvan moeten gescheiden bij de recycling of de afvalverwijdering worden ingeleverd, omdat giftige en gevaarlijke onderdelen bij onvakkundige afvalverwijdering de gezondheid en het milieu duurzaam schade kunnen berokkenen.
U bent als consument volgens de Duitse Wet op de elektronica (ElektroG) verplicht om elektrische en elektronische apparaten aan het einde van hun levensduur kosteloos terug te geven aan de fabrikant, de winkel of aan de daarvoor voorziene, openbare inzamelpunten. Bijzonderheden daarover regelt het betreffende nationale recht. Het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing en/of de verpakking verwijst naar deze bepalingen. Met dit type scheiding van stoffen, recycling en afvalverwijdering van oude apparaten levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van ons milieu.
AEEA nr.: 82898622

15.2 Batterijen

Batterijen en accu's mogen niet samen met het huishoudelijk afval worden weggegooid. De componenten moeten afzonderlijk worden gerecycled of afgevoerd, omdat giftige en gevaarlijke componenten het milieu blijvend kunnen beschadigen, als ze niet op de juiste wijze worden afgevoerd. Als consument bent u verplicht deze aan het einde van hun levensduur kosteloos
terug te geven aan de fabrikant, het verkooppunt of de speciale openbare inzamelpunten. Nadere bijzonderheden zijn bepaald in het nationale recht. Het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing en/of de verpakking verwijst naar deze bepalingen. Door zo gebruikte batterijen en accu's te scheiden, te recyclen en af te voeren, levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van ons milieu. D-34000-1998-0099
15.3 Verpakkingen

Verpakkingen kunnen kosteloos worden afgevoerd via de betreffende inzameling – papier bij het oud papier, plastic in de gele zak en glas in de glasbak. DE4535302615620
16 EU-conformiteitsverklaring

Met het CE-teken verklaart Goobay®, een geregistreerd handelsmerk van Wentronic GmbH, dat het product aan de fundamentele vereisten en richtlijnen van de Europese bepalingen voldoet.
17 Gebruikte symbolen
Op het toestel en in de gebruiksaanwijzing worden de volgende veiligheidstekens en -symbolen gebruikt.
| Waarschuwing brandgevaarlijke stoffen ISO 7010 - W021 | ![]() | ||
| Om aan te geven dat de gebruiksaanwijzing in acht moet worden genomen bij het bedienen van het apparaat | ISO 7000 - 1641 | ![]() | |
| Om aan te geven dat de gebruiksaanwijzing of de kaart moet worden gelezen alvorens verder te gaan met de bediening | ISO 7000 - 0790 | ![]() | |
| Om aan te geven dat de technische handleiding moet worden geraadpleegd | ISO 7000 - 1659 | ![]() | |
| Het "GS" keuringssymbool staat voor "Geteste veiligheid". Gebruiksklare producten en arbeidsmiddelen die zijn voorzien van het GS-keurmerk voldoen aan de eisen van de Duitse wet op de productveiligheid (ProdSG). | - | ![]() | |
| Wisselstroom IEC 60417- 5032 | ![]() | ||
| Gelijkstroom IEC 60417- 5031 | ![]() | ||
| Recycling ISO 7001 - PI PF 066 | ![]() | ||
| Veiligheidsaarde (Beschermingsklasse I) IEC 60417- 5019 | ![]() |
BRUGERVEJLEDNING
Indholdsfortegnelse
(0,14 € / minuut van Duitse vaste lijn)












