CEN 151/2 - Lasapparaat EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CEN 151/2 EINHELL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CEN 151/2 - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CEN 151/2 van het merk EINHELL.
GEBRUIKSAANWIJZING CEN 151/2 EINHELL
3. Instelknop voor lasstroom
4. Aan-uitschakelaar
5. Controlelampje voor oververhitting
Lastoestel Lasplaatsuitrusting
3. Belangrijke instructies
Lees de handleiding aandachtig door en neem de hierin gegeven instructies in acht. Maakt u zich aan de hand van deze handleiding vertrouwd met het toestel en met het correct gebruik ervan. Schenk bijzondere aandacht aan de veiligheidsinstructies. Veiligheidsinstructies Absoluut in acht te nemen OPGELET Gebruik het toestel alleen voor zijn beoogd doel, zoals dit in deze handleiding wordt beschreven: handmatig booglassen met mantelelektroden. Een onvakkundig gebruik van deze installatie kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en voorwerpen. De gebruiker van de installatie is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en voor die van andere personen. Lees daarom in elk geval deze handleiding en volg de instructies erin op. Reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door ge- kwalificeerde personen. Alleen de tot de leveringsomvang behorende laskabels mogen worden gebruikt (Ø 10 mm
rubberen laskabel). Zorg voor een gepast onderhoud van het toestel. Het toestel mag tijdens de werking niet ingesloten of direct tegen de muur staan, zodat altijd voldoende lucht door de ventilatiesleuven kan worden opgenomen. Vergewis u ervan dat het toestel niet op het net is aangesloten (zie 4.). Ver- mijd elke treklast op het elektrisch snoer. Trek de stekker van het toestel uit voor u het op een andere plaats opstelt. Let op de toestand van de laskabels, de elektro- detang en de aardingsklem; slijtage aan de isolatie en aan de stroomvoerende onderdelen kan tot een gevaarlijke situatie leiden en de kwaliteit van het laswerk verminderen. Booglassen produceert vonken, gesmolten metalen deeltjes en rook. Wees dus uiterst voor- zichtig en verwijder alle brandbare substanties en/of materialen uit de werkplaats. Vergewis u ervan dat er voldoende luchttoevoer aanwezig is. Las nooit op flessen, vaten of buizen die brand- bare vloeistoffen of gassen bevat hebben. Vermijd elk direct contact met de lasstroomkring; de null- astspanning die tussen de elektrodetang en de aardingsklem optreedt, kan gevaarlijk zijn. Bewaar of gebruik het toestel nooit in een vochtige of natte omgeving of in de regen. Bescherm uw ogen met daartoe bestemde veilig- heidsglazen (DIN graad 9-10), die u op de bijgele-- verde laskap bevestigt. Draag handschoenen en droge beschermende kleding die vrij is van olie en vet, om de huid niet bloot te stellen aan de ultra- violette straling van de lichtboog. Let op! De lichtstraling van de lichtboog kan de ogen be- schadigen en verbrandingen op de huid teweeg- brengen. Booglassen produceert vonken en druppels ge- smolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief lang erg heet. Bij het booglassen komen dampen vrij die schadelijk kunnen zijn. Elke elektrische schok kan dodelijk zijn. Nader de lichtboog niet direct binnen een cirkel van 15 m. Bescherm uzelf (en omstaande personen) tegen de eventuele gevaarlijke effecten van de lichtboog. Waarschuwing: afhankelijk van de netaansluitings- situatie van het lastoestel kunnen binnen het elektrisch net eventueel andere verbruikers gestoord worden. Opgelet! Bij overbelaste leidingnetten en stroomkringen kunnen tijdens het lassen andere verbruikers storingen ondervinden. In geval van twijfel moet het elektriciteitsbedrijf worden geraadpleegd. Gevarenbronnen bij booglassen Bij het booglassen bestaan heel wat gevarenbronnen. Daarom is het voor de lasser zeer belangrijk onderstaande regels op te volgen, om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen en
1. Laat werkzaamheden aan de netspanningszijde,
bijv. aan kabels, stekkers, stopcontacten enz. alleen door een vakman uitvoeren. Dat geldt in het bijzonder voor het aanmaken van tussen- kabels.
2. Bij ongevallen de lasstroombron onmiddellijk van
het net loskoppelen.
3. Indien er elektrische contactspanningen
optreden, het toestel onmiddellijk uitschakelen en door een vakman laten controleren.
4. Aan de lasstroomzijde altijd voor goede
elektrische contacten zorgen.
5. Tijdens het lassen altijd aan beide handen
isolerende handschoenen dragen. Deze be- schermen tegen elektrische schokken (nullast- spanning van de lasstroomkring), tegen schadelijke straling (hitte en uv-straling) en tegen gloeiend metaal en slakkenspatten.
6. Draag stevige, isolerende schoenen die ook in
natte omstandigheden isoleren. Lage schoenen zijn niet geschikt, omdat neervallende gloeiende metaaldruppels brandwonden kunnen veroorzaken.
7. Trek geschikte kleding aan, geen synthetische
8. Niet met onbeschermde ogen in de lichtboog
kijken; alleen een lasbril met voorgeschreven veiligheidsglas volgens DIN dragen. De lichtboog geeft behalve licht- en warmtestralen, die ver- blinding resp. verbranding veroorzaken, ook uv- stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaakt bij onvoldoende bescherming een uiterst pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later wordt gevoeld. Bovendien heeft de uv- straling op onbeschermde lichaamsdelen schadelijke zonnebrandeffecten tot gevolg.
9. Ook personen of helpers die zich in de buurt van
de lichtboog bevinden, moeten op de gevaren worden gewezen en met de nodige bescherm- middelen worden uitgerust; indien noodzakelijk, beschermende wanden inbouwen.
10. Bij het lassen moet, vooral in kleine ruimtes, voor
voldoende toevoer van verse lucht worden ge- zorgd, daar rook en schadelijke gassen ontstaan.
11. Aan vaten waarin gassen, brandstoffen, minerale
oliën of dergelijke worden bewaard, mogen – ook als ze al lange tijd leeg zijn – geen laswerkzaam- heden worden uitgevoerd, daar mogelijke resten voor explosiegevaar zorgen.
12. In vuur en ruimtes met explosiegevaar gelden
bijzondere voorschriften.
13. Lasverbindingen die aan grote belastingen zijn
blootgesteld en absoluut aan veiligheidsvereisten moeten voldoen, mogen uitsluitend door speciaal opgeleide en gediplomeerde lassers worden uitgevoerd. Voorbeelden: drukketels, looprails, trekhaken enz.
Men dient er beslist aan te denken dat de aard- geleider in elektrische installaties of toestellen bij nalatigheid door de lasstroom kan worden ver- nield, bijv. als de aardingsklem op de kast van het lastoestel wordt gelegd wanneer dit met de aardgeleider van de elektrische installatie is ver- bonden. De laswerkzaamheden worden uitge- voerd aan een machine met een aardgeleider- aansluiting. Het is dus mogelijk aan de machine te lassen zonder de aardingsklem hierop te hebben bevestigd. In dit geval stroomt de las- stroom van de aardingsklem via de aardgeleider naar de machine. De hoge lasstroom kan ertoe leiden dat de aardgeleider doorsmelt.
15. De beveiliging van de leidingen naar de stop-
contacten moet aan de voorschriften voldoen (VDE 0100). Er mogen dus conform deze voor- schriften alleen zekeringen of automatische zekeringen worden gebruikt die aan de leidings- diameter zijn aangepast (voor geaarde stopcon- tacten max. 16A-zekeringen of 16A-contactver- brekers). Een te sterke zekering kan een brand in de leidingen resp. het gebouw tot gevolg hebben. Het apparaat is niet geschikt voor bedrijfsmatig gebruik. Enge en vochtige ruimtes Bij werkzaamheden in enge, vochtige of hete ruimtes moet gebruik worden gemaakt van isoler- ende onderlagen en tussenlagen, kaphand- schoenen van leer of een ander slecht geleidend materiaal, om het lichaam te isoleren ten opzichte van vloeren, muren, geleidende apparaaton- derdelen en dergelijke. Bij gebruik van kleine lastransformatoren voor het lassen onder hoog elektrisch risico, zoals bijv. in enge ruimtes met elektrisch geleidende wanden (ketels, pijpen enz.), in natte ruimtes (met vocht doortrekken van de werkkleding), in hete ruimtes (doorzweten van de werkkleding), mag de uitgangsspanning van het lastoestel in nullastbedrijf niet hoger zijn dan 42 volt (rms-waarde). Het toestel kan dus omwille van de hogere uitgangsspanning in dit geval niet worden gebruikt. Beschermende kleding
1. Tijdens het werk moet de lasser over het
volledige lichaam tegen straling en verbranding beschermd zijn door middel van kleding en gezichtsbescherming.
Anleitung CEN 151 Euromaster 15.12.2003 8:47 Uhr Seite 122. Aan beide handen moeten kaphandschoenen van een geschikte stof (leer) worden gedragen. Deze moeten zich in een onberispelijke toestand bevinden.
3. Om de kleding tegen rondvliegende vonken en
verbranding te beschermen, moeten geschikte schorten worden gedragen. Als de aard van de werkzaamheden, bijv.bovenhands lassen, dat vereist, moet een beschermingspak en eventueel ook een veiligheidshelm worden gedragen. Bescherming tegen straling en verbranding
1. Op de werkplaats door een uithangbord “Voor-
zichtig, niet in de vlammen kijken!” waarschuwen tegen het gevaar voor de ogen. De werkplaats moet zo goed mogelijk worden afgeschermd, zo- dat de personen die zich in de buurt bevinden voldoende beschermd zijn. Onbevoegde per- sonen moeten uit de buurt van de laswerk- zaamheden worden gehouden.
2. In de onmiddellijke buurt van vaste werkplaatsen
mogen de muren niet lichtgekleurd of glanzend zijn. Vensters moeten ten minste tot ooghoogte tegen het doorlaten en weerkaatsen van stralen beschermd zijn, bijv. door een geschikte verflaag.
SYMBOLEN EN TECHNISCHE
GEGEVENS EN 50 060 Europese norm voor lastoestellen voor handmatig booglassen met beperkte inschakelduur. Eenfasetransformator 50 Hz Netfrequentie
max Maximale ingangsstroom Zekering met nominale waarde in ampère
Aantal laselektroden dat kan worden afgesmolten a) van koude toestand tot reageren van de temperatuursensor (nc) en b) binnen het eerste uur van de koude toestand (nc
Aantal laselektroden dat kan worden afgesmolten a) in hete toestand tussen in- en uitschakelen van de temperatuursensor (nh)
b) tijdens een uur in hete toestand vanaf het opnieuw inschakelen (nh
Symbool voor dalende karakteristiek Symbool voor handmatig booglassen met omhulde staafelektroden 1-fasenetaansluiting IP 21 Beschermingsgraad H Isolatieklasse Het toestel is ontstoord conform de EG-richtlijn 89/336/EEG. Netaansluiting: 230 V 50 Hz Lasstroom (A) cos Ê = 0,73: 45-100 Elektroden (Ø mm): 2 (n
:2) Nullastspanning (V): 48 Opgenomen vermogen: 4 kVA bij 80 A cos Ê = 0,73 Zekering (A): 16
5. Lasvoorbereidingen
De aardingsklem (2) wordt direct op het te lassen stuk of op de ondergrond waarop het te lassen stuk is geplaatst, bevestigd. Opgelet! Zorg ervoor dat een direct contact met het te lassen stuk bestaat. Mijd dus gelakte oppervlakken en/of isolatiematerialen. De elektrodehouderkabel heeft aan het uiteinde een speciale klem die dient om de elektrode vast te klemmen. De laskap moet tijdens het lassen altijd worden gebruikt. Deze beschermt de ogen tegen de van de lichtboog uitgaande lichtstraling en laat toch toe de blik op het te lassen stuk te vestigen.
Anleitung CEN 151 Euromaster 15.12.2003 8:47 Uhr Seite 136. Lassen Nadat u alle aansluitingen voor de stroomtoevoer en voor de lasstroomkring tot stand hebt gebracht, kunt u als volgt te werk gaan: Steek het niet omhulde uiteinde van de elektrode in de elektrodehouder (1) en verbind de aardingsklem (2) met het te lassen stuk. Let erop dat hierbij een goed elektrisch contact bestaat. Schakel het toestel in via de schakelaar (4) en stel de lasstroom in met behulp van de knop (3), al naargelang de elektrode die men wil gebruiken. Houd de laskap voor het gezicht en wrijf de staafelektrode zo over het te lassen stuk, dat u een beweging zoals bij het aanstrijken van een lucifer uitvoert. Dit is de beste methode om de lichtboog te ontsteken. Test eerst op een proefstuk of u de juiste elektrode en stroomsterkte hebt geselecteerd. Elektrode Ø (mm) Lasstroom (A) 2 40 - 80 A 2,5 60 - 100 A Opgelet! Tik niet met de elektrode tegen het werkstuk; dit zou schade kunnen veroorzaken en de ontsteking van de lichtboog bemoeilijken. Zodra de lichtboog ontstoken is, probeert u een afstand tot het werkstuk aan te houden die overeenstemt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet zo constant mogelijk blijven terwijl u last. De hoek van de elektrode moet in werkrichting ongeveer 20/30 grande bedragen. Opgelet! Gebruik altijd een tang om gebruikte elektroden te verwijderen of om pas gelaste stukken te bewegen. Denk er a.u.b. aan dat de elektrodehouder (1) na het lassen altijd geïsoleerd moet worden weggelegd. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Wordt een lasbewerking aan een onderbroken lasnaad voortgezet, dan moet eerst de slak aan het beginpunt worden verwijderd.
7. Bescherming tegen oververhitting
Het lastoestel is uitgerust met een oververhittingsveiligheid, die de lastransformator tegen oververhitting beschermt. Mocht de oververhittingsveiligheid reageren, dan gaat het controlelampje (5) aan uw toestel branden. Laat het lastoestel een tijdje afkoelen.
Stof en vuil moeten regelmatig van de machine worden verwijderd. De reiniging gebeurt het beste met een fijne borstel of een doek.
9. Bestellen van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden meegedeeld: type van het toestel, artikelnummer van het toestel, identificatienummer van het toestel, onderdeelnummer van het benodigde reserve- onderdeel (overnemen uit de onderdelenlijst a.u.b.)
Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeeltelijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van ISC GmbH.
Notice-Facile