AMTRON Premium E 22 C2 - Batterijlader Mennekes - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AMTRON Premium E 22 C2 Mennekes in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over AMTRON Premium E 22 C2 Mennekes
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AMTRON Premium E 22 C2 - Mennekes en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AMTRON Premium E 22 C2 van het merk Mennekes.
GEBRUIKSAANWIJZING AMTRON Premium E 22 C2 Mennekes
1.3 Gebruikte symbolen....3
2. Voor uw veiligheid....3
2.1 Doelgroepen....3
2.2 Gebruik volgens de voorschriften....3
2.3 Oneigenlijk gebruik....4
2.4 Fundamentele veiligheidsinstructies....4
2.4.1 Apparaat niet openen....4
2.4.2 Correcte toestand 4
2.4.3 Toezichtplicht in acht nemen....4
2.4.4 Omgevingsomstandigheden aanhouden....5
2.4.5 Laadkabel zoals voorgeschreven gebruiken......5
2.4.6 Orde houden....5
3. Productbeschrijving...... 5
3.2 Typeplaatje....6
3.3 Opbouw van het apparaat....6
3.4 Optionele uitrusting....7
3.11 Bedrijfsmodi....10
3.12 LED-infoveld 11
4. Inbedrijfstelling 12
4.1 Apparaat inschakelen 12
4.2 MENNEKES Charge APP met het apparaat verbinden....12
5. Bediening....13
5.1 Functiebeschrijving van de bedrijfsmodi .... 13
5.1.1 "APP-besturing" 13
5.1.2 "Tijdbesturing" 14
5.1.3 "Netbesturing" 15
5.1.4 "Energy Manager"......16
5.1.5 “SCU”....18
5.2 Lokale RFID-kaarten beheer....19
5.3 Voertuig laden.... 20
5.5 Multifunctietoetsen 22
5.5.1 Laadproces beeindigen, storingen bevestigen.....22
5.5.2 Aardlekschakelaar en installatieautomaat opnieuw inschakelen....22
5.5.3 Aardlekschakelaar controleren 23
5.6 Stoptoets 23
6. Reparatie....24
6.1 Onderhoud....24
6.2 Reiniging....25
7. Storing oplossen 25
7.1 Probleemoplossing met MENNEKES Charge APP....25
7.2 Foutoplossing zonder de MENNEKES Charge APP....27
-
Opslag 28
-
Verwijdering......28
-
Accessoires....28
-
Verklarende woordenlijst......28
1. Over dit document
De AMTRON ^® , hierna “apparaat” genoemd, is verkrijgbaar in verschillende varianten. De variant van uw apparaat wordt op het typeplaatje aangegeven. Dit document verwijst naar de volgende varianten van het apparaat:
■ AMTRON Xtra
■ AMTRON Xtra E
■ AMTRON Xtra R
■ AMTRON Premium
■ AMTRON Premium E
■ AMTRON Premium R
■ AMTRON Premium W
Deze handleiding is bedoeld voor de exploitant (elektrotechnische leek) en bevat aanwijzingen voor veilig gebruik. Raadpleeg de installatiehandleiding voor installatie-instructies. De installatiehandleiding is uitsluitend voor elektromonteurs bestemd.
Neem alle aanvullende documentatie voor het gebruik van het apparaat in acht. Bewaar alle documenten goed op om ze te kunnen raadplegen en geef deze aan de volgende exploitant door.
De Duitse versie van deze handleiding is de originele handleiding. Bij handleidingen in andere talen gaat het om vertalingen van deze originele handleiding.
MENNEKES behoudt zich het recht voor de in deze handleiding beschreven software te wijzigen. De in deze handleiding beschreven functies zijn gebaseerd op de AMTRON ^® - software 1.10.
Copyright © 2019 MENNEKES Elektrotechnik GmbH & Co. KG
1.1 Service
Wendt u zich tot MENNEKES of uw verantwoordelijke servicepartner bij vragen over het apparaat. Op onze homepage onder "Partner zoeken" vindt u verdere contactpersonen in uw land.
Gebruik voor een direct contact tot MENNEKES het formulier onder "Contact" op https://www.chargeupyourday.com/

Houd de volgende informatie gereed voor een snelle verwerking:
■ Typeaanduiding / serienummer (zie typeplaatje op het apparaat)
Via www.amtron.info vindt u altijd actuele informatie, software-updates, wijzigingsprotocollen en veel gestelde vragen m.b.t. AMTRON. Houd het serienummer bij de hand.
Meer informatie over het thema elektromobiliteit vindt u onze homepage onder "FAQ's". https://www.chargeupyourday.com/faqs/

1.2 Waarschuwingen
Waarschuwing voor persoonlijk letsel

Deze waarschuwing geeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan, dat tot de dood of zware verwondingen leidt.

Deze waarschuwing geeft een gevaarlijke situatie aan, die tot de dood of zware verwondingen kan leiden.

Deze waarschuwing geeft een gevaarlijke situatie aan, die tot lichte verwondingen kan leiden.
Waarschuwing voor materiële schade

Deze waarschuwing geeft een gevaarlijke situatie aan, die tot materiële schade kan leiden.
1.3 Gebruikte symbolen

Het symbool geeft handelingen aan die alleen door een elektromonteur uitgevoerd mogen worden.

Het symbool geeft een belangrijke aanwijzing aan.

Het symbool kenmerkt een aanvullende, nuttige informatie.
▶ Het symbool geeft een oproep tot actie aan.
■ Het symbool geeft een opsomming aan.
→ Het symbool verwijst naar een andere plaats in deze handleiding.
Het symbool verwijst naar een ander document.
Met symbool geeft een resultaat aan.

2. Voor uw veiligheid
2.1 Doelgroepen
Exploitant
Als exploitant bent u verantwoordelijk voor het apparaat. U hebt de verantwoordelijkheid voor een gebruik overeenkomstig de voorschriften en het veilige gebruik van het apparaat. Dit omvat ook de instructies aan personen die het apparaat gebruiken.
Als exploitant zonder elektrotechnische vakopleiding mag u alleen werkzaamheden uitvoeren waarvoor geen elektromonteur nodig is.
Elektromonteur

Als elektromonteur beschikt u over een erken-de elektrotechnische opleiding. Op basis van deze vakkennis bent u geautoriseerd de in deze handleiding gevraagde elektrotechnische werkzaamheden uit te voeren.
Eisen die worden gesteld aan een elektromonteur:
■ Kennis van de algemene en specifieke veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften.
■ Kennis van de elektrotechnische voorschriften.
■ Kennis van de landelijke voorschriften.
■ vermogen om risico's te herkennen en potentiële geva-
ren te voorkomen.
2.2 Gebruik volgens de voorschriften
AMTRON ^ is een laadstation voor gebruik in de particuliere en semi-publieke gebieden, bijv. particuliere eigendommen, bedrijfsparkeerplaatsen of bedrijventerreinen met beperkte toegang.
Het apparaat dient uitsluitend voor het laden van elektrische voertuigen.
■ Lading volgens modus 3 conform IEC 61851-1.
■ Contactmateriaal conform IEC 62196.
Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor de vaste montage ter plaatse en kan in zowel binnen als buiten worden gebruikt.
Alleen bij de varianten Premium: het apparaat kan worden gebruikt als enkel laadpunt of in combinatie met meerdere apparaten met een back-end systeem. De netwerkvorming van meerdere apparaten gebeurt via een MENNEKES ACU.
Een ACU is in de MENNEKES eMobility-Gateway en in een Smart-laadzuil geïnstalleerd.
Alleen bij de varianten Xtra: het apparaat kan als afzonderlijk laadpunt worden gebruikt.
In sommige landen zijn er wettelijke voorschriften die een aanvullende bescherming eisen tegen een elektrische schok. Een mogelijke aanvullende veiligheidsmaatregel kan het gebruik van een sluitdeksel zijn.
Het apparaat mag alleen met inachtneming van alle internationale en nationale voorschriften worden gebruikt. De volgende internationale voorschriften of de desbetreffende nationale omzetting hiervan moeten o.a. in acht worden genomen:
IEC 61851-1
IEC 62196-1
IEC 60364-7-722
Lees en volg deze instructies en alle aanvullende documentatie voor het gebruik van het apparaat.
2.3 Oneigenlijk gebruik
Het gebruik van het apparaat is alleen veilig bij gebruik volgens de voorschriften. Elk ander gebruik alsmede wijzigingen aan het apparaat zijn in strijd met de voorschriften en daarom niet toegestaan.
De exploitant is verantwoordelijk voor het reglementair gebruik en het veilige gebruik.
MENNEKES Elektrotechnik GmbH & Co. KG kan niet aan-sprakelijk worden gesteld voor de gevolgen door verkeerd gebruik.
2.4 Fundamentele veiligheidsinstructies
2.4.1 Apparaat niet openen
Het apparaat bevat elektrische componenten die onder hoge spanning staan. Bij ondeskundig gebruik, vooral in combinatie met vocht, bij een geopende behuizing raken personen ernstig gewond door een elektrische schok.
▶ Nooit het apparaat openen.
Uitsluitend een elektromonteur mag het apparaat openen.
▶ Voer alleen werkzaamheden uit die in deze handleiding beschreven zijn en betrekking hebben op de bediening.
2.4.2 Correcte toestand
Beschadigd apparaat
Vertoont het apparaat schade of gebreken, bijv. een defecte behuizing of ontbrekende onderdelen dan kunnen personen ernstig letsel oplopen door een elektrische schok.
▶ Voorkom botsingen en verkeerde behandeling.
- Gebruik het apparaat niet in geval van schade / defecten.
▶ Markeer beschadigde apparatuur zodat deze niet door anderen wordt gebruikt.
▶ Laat eventuele schade onmiddellijk door een elektromonteur verhelpen.
Ondeskundig onderhoud
Ondeskundig onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het apparaat in gevaar brengen en ongelukken veroorza- ken. Daardoor kunnen personen zwaar letsel oplopen of overlijden.
▶ Let op het onderhoudsschema.
Belast een elektromonteur met regelmatig onderhoud (halfjaarlijks of jaarlijks).
2.4.3 Toezichtplicht in acht nemen
Personen, met name kinderen, en dieren die de mogelijke gevaren niet of slechts in beperkte mate kunnen inschatten, vormen een gevaar voor zichzelf en anderen.
▶ Houd uit de buurt van het apparaat en de laadkabel.
3. Productbeschrijving
2.4.4 Omgevingsomstandigheden aanhouden
Indien niet aan de toegestane omgevingsvoorwaarden wordt voldaan, wordt de functionaliteit en gebruiksveiligheid van het apparaat beïnvloed. Dit kan ongelukken veroorzaken en personen ernstig verwonden. Houd u aan de volgende omgevingsvoorwaarden:
▶ Vermijd directe zoninstraling. Laat eventueel een beschermend dak monteren.
- Omgevingstemperatuur van -25 tot +40 °C aanhouden.
▶ Voorkom het binnendringen van water.
▶ Vermijd sterke temperatuurschommelingen.
▶ Let op voldoende ventilatie van het apparaat en voorkom cumulatie van warmte.
▶ Apparaat uit de buurt van warmtebronnen houden.
2.4.5 Laadkabel zoals voorgeschreven gebruiken
Gevaren zoals elektrische schokken, kortsluiting of brand kunnen het gevolg zijn van verkeerd gebruik van de oplaadkabel.
▶ Raak de contactpennen niet aan.
▶ Gebruik geen adapterstekkers of verlengkabels.
▶ Vermijd knikken, scherpe randen, belastingen en stoten.
▶ Vermijd ophoping / knoopvorming van de laadkabel.
▶ Rol de laadkabel bij het laden volledig af.
▶ Laadkabel alleen direct aan de stekker uit de laadcontactdoos trekken.
Houd kleine dieren op afstand van de laadkabel. Gebruik de beschermklep.
▶ Plaats de laadkabel niet onder spanning.
2.4.6 Orde houden
Een rondslingerende laadkabel is een struikelblok.
Onderdelen op het apparaat kunnen vallen.
▶ Minimaliseer struikelgevaar.
Berg de laadkabel zoals voorgeschreven op of gebruik de kabelophanging wanneer het laadproces beëindigd is.
Leg geen voorwerpen op het apparaat.
De apparaten onderscheiden zich op basis van klant- of landspecifieke gegevens. Afhankelijk van de uitvoering kunnen er optische afwijkingen voorkomen bij de afbeeldingen in deze handleiding.
3.1 Leveringsomvang

- Apparaat
- RFID-kaarten (2x master, 3x gebruiker) ^1
- binnenzeskantsleutel
- Zak met bevestigingsmateriaal (schroeven, pluggen, afsluitdoppen)
- Gebruiksaanwijzing
- Installatiehandleiding
- Installatiegegevensblad
- Boorsjabloon
^1) Optioneel
Bij verlies van het installatiegegevensblad is toegang tot bepaalde functies en de configuratie niet meer mogelijk.
▶ Installatiegegevensblad goed bewaren.
▶ Bij verlies contact opnemen met de support van MENNEKES.
→ „1.1 Service“
Het apparaat kan met of zonder MENNEKES Charge APP gebruikt worden. De MENNEKES Charge APP is niet in de leveringsomvang begrepen. Het is echter gratis beschikbaar in de App Store en de Google Play Store.

MENNEKES adviseert het apparaat met de MENNEKES Charge APP te bedienen.
3.2 Typeplaatje
Het typeplaatje bevat alle belangrijke apparaatgegevens.
Het afgebeelde typeplaatje is een monster.
Let op het typeplaatje op uw apparaat. Het typeplaatje bevindt zich op het onderste deel van de behuizing.

Afb.: 2. Typeplaatje (monster)
- Fabrikant
- Type
- Artikel / Serienummer
- Nominale stroom
- Nominale spanning
- Frequentie
- Norm
- Barcode
- Poolnummer
- Beschermingsklasse
- Toepassing
3.3 Opbouw van het apparaat
De behuizing van het apparaat bestaat uit drie delen: het onderste gedeelte van de behuizing, het bovenste gedeelte van de behuizing en het frontpaneel. De uitvoering van het frontpaneel hangt af van de variant van het apparaat.
Vooraanzicht

Afb.: 3. Frontaanzicht (voorbeeld)
- Multifunctietoets ^1
- LED-infoveld
- Bevestigingsschroeven voor bovenste gedeelte behui- zing
- Bovenste gedeelte behuizing
- Energiemeter met kijkvenster
- Frontpaneel
- RFID-kaartlezer ^1
- Laadcontactdoos, type 2 met klapdeksel ^1
- Voorgeponste uitsparing voor toevoerleiding / kabelka- naal
^1) Optioneel
3.4 Optionele uitrusting
| RFID-kaartlezer Beveiliging Bedieningselement | |||
| Premium E(EU-variant) | RFID-kaartlezer - Stoptoets | ||
| Xtra E(EU-variant) | -- Stoptoets | ||
| Premium R(EU-variant) | RFID-kaartlezer | Bescherming van personen(aardlekschakelaar) | Multifunctietoetsen |
| Xtra R(EU-variant) | - | Bescherming van personen(aardlekschakelaar) | Multifunctietoetsen |
| Premium W(EU-variant) | RFID-kaartlezer | Personen- en leidingbeveiliging (aardlekscha-kelaar en installatieautomaat) met arbeidsstroo-mactiveringsschakelaar | Multifunctietoetsen |
| Premium(Variant voor Duitsland) | RFID-kaartlezer | Personen- en leidingbeveiliging(aardlekschakelaar en installatieautomaat) | Multifunctietoetsen |
| Xtra(Variant voor Duitsland) | - | Personen- en leidingbeveiliging(aardlekschakelaar en installatieautomaat) | Multifunctietoetsen |
NL
Vast aangesloten laadkabel met laadkoppeling type 1
Deze varianten beschikken over een permanent aangesloten laadkabel. Hiermee kunt u elektrische auto's laden die met de stekker van het type 1 zijn uitgerust. U hoeft geen aparte laadkabel te gebruiken.

Vast aangesloten laadkabel met laadkoppeling type 2
Deze varianten beschikken over een permanent aangesloten laadkabel. Hiermee kunt u elektrische auto's laden die met de stekker van het type 2 zijn uitgerust. U hoeft geen aparte laadkabel te gebruiken.

Laadcontactdoos type 2 voor gebruik van afzonderlijke laadkabel
Deze varianten beschikken over een laadcontactdoos, type 2 voor gebruik van aparte laadkabels. Hiermee kunt u alle elektrische auto's laden, die met stekkers van het type 2 of type 1 zijn uitgerust.

Laadcontactdoos type 2 met sluitdeksel voor het gebruik van afzonderlijke laadkabels
Deze uitvoeringen beschikken over een laadcontactdoos type 2 met sluitdeksel voor het gebruik van afzonderlijke laadkabels. De sluitdeksel biedt extra bescherming tegen een elektrische schok en is in sommige landen wettelijk voorgeschreven.
→ "2.2 Gebruik volgens de voorschriften"
Hiermee kunt u alle elektrische auto's laden, die met stekkers van het type 2 of type 1 zijn uitgerust.
Alle laadkabels van MENNEKES vindt u op onze homepage onder "Laadkabels". https://www.chargeupyourday.com/

3.6 Kabelophanging
Het apparaat is zo vormgegeven dat de laadkabel direct aan de behuizing kan worden opgehangen.

Bij apparaten zonder autorisatie wordt het laden beëindigd door licht de stoptoets in te drukken.

Bij apparaten zonder autorisatie (autostart) wordt het laadproces beeindigd door de multifunctionele schakelaar licht in te drukken. Bovendien kunt u zowel de aardlekschakelaar als de installatieautomaat bij een storing van buitenaf weer inschakelen.

Afb.: 6. Multifunctietoetsen
3.9 RFID-kaart
Er kunnen maximaal 98 gebruikers via een individuele RFID-kaart toegang tot een of meerdere apparaten krijgen. Het inlezen van de laadkaart vindt direct op het apparaat plaats.
De gebruikersdatabase (whitelist) kan als volgt worden beheerd:
■ lokaal op het apparaat
■ via de Charge APP
■ centraal in de eMobility-Gateway (bij een netwerk)
■ in een backend-systeem

Afb.: 7. RFID-kaart
3.10 Energiemeter
Uw energieverbruik kunt u te allen tijde direct op uw apparaat aflezen. In combinatie met de MENNEKES Charge APP kunt u de verbruikswaarden comfortabel via smartphone of tablet digitaal uitlezen en bovendien voor uw energiestatistiek gebruiken.

Afb.: 8. Energiemeter
3.11 Bedrijfsmodi
Het apparaat beschikt over vijf bedrijfsmodi die, afhankelijk van de configuratie, ook tijdens het bedrijf gewijzigd kunnen worden. De keuze van de bedrijfsmodus vindt via de MENNEKES Charge APP plaats.

De beschikbaarheid van de afzonderlijke bedrijfsmodi en functies hangt af van de uitrusting en de configuratie van het apparaat.
Bedrijfsmodus "APP-besturing"

In deze bedrijfsmodus vindt de besturing van het laadproces plaats via de MENNEKES Charge APP.
Bedrijfsmodus "Netwerkbesturing"

In deze bedrijfsmodus vindt de besturing van het laadproces plaats via een extern contact (bijv. dat van een toonfrequentontvanger). Bovendien kan net als bij de bedrijfsmodus "Tijdsbesturing" de beschikbare laadstroom worden aangepast aan de verschillende hoofd- / secundaire elektriciteitstarieven.
Bedrijfsmodus "Tijdbesturing"

In deze bedrijfsmodus vindt de besturing van het laadproces plaats via de geïntegreerde tariefschakelklok. Hierdoor kan de beschikbare laadstroom worden aangepast aan de verschillende hoofd- / secundaire elektriciteitstarieven. Tijdens de goedkopere secundaire tarieven kan bijvoorbeeld met een hoger laadvermogen geladen worden dan bij de duurdere hoofdtarieven. De geldende tijden van de stroomaanbieder voor de tarieven worden via de MENNEKES Charge APP ingevoerd en het apparaat stuurt de laadstroom vervolgens volgens de ingevoerde tijd aan. De actualisering van de tariefschakelklok en de omschakeling van zomer / wintertijd vindt automatisch plaats wanneer er verbinding gemaakt wordt met de MENNEKES Charge APP.
Bedrijfsmodus "Energy Manager"

In deze bedrijfsmodus vindt de besturing van het laadproces plaats via een energiemanager. Afhankelijk van de geïnstalleerde energiemanager zijn diverse functies mogelijk.
Bedrijfsmodus "SCU"
In deze bedrijfsmodus geschiedt de besturing van alle laadprocessen van de in het netwerk geïntegreerde apparaten via een bovengeschikt backend-systeem (bijv. chargecloud).

Het bedienen van het apparaat met de MENNEKES Charge APP is in de bedrijfsmodus "SCU" niet mogelijk.
→ "5.1 Functiebeschrijving van de bedrijfsmodi"
3.12 LED-infoveld
Het LED-infoveld geeft de bedrijfstoestand van het apparaat weer. Operationele status, laadproces, wachttijd en storing worden door vier symbolen in de kleuren blauw, groen, wit en rood weergegeven. In de MENNEKES Charge APP worden deze symbolen voor de weergave van de bedrijfstoestand gebruikt.
| LED-infoeld Charge APP Beschrijving | ||
Brandt permanent blauw Bedrijfsklaar![]() | Het apparaat is bedrijfsklaar Er is geen voertuig aangesloten op het apparaat. | |
Pulseert groen Gereed voor laden: voertuig pauzeert![]() | Er is aan alle voorwaarden voor het laden van een elektrisch voertuig vol- daan. Een laadproces vindt momenteel niet plaats. Het laadproces pauzeert op basis van een terugmelding van het voertuig of wordt door het voertuig beëindigd. | |
Brandt permanent groen Gereed voor laden![]() | Er is aan alle voorwaarden voor het laden van een elektrisch voertuig vol- daan. Het laadproces pauzeert door een ontbrekend vrijschakelsignaal of een laadstroomconfiguratie van 0 A. | |
Brandt permanent groen ![]() | Brandt groen Laadcyclus actief | Er is aan alle voorwaarden voor het laden van een elektrisch voertuig vol- daan. Het laadproces is bezig. |
Knippert groen Brandt groen Waarschuwing te hoge temperatuur![]() | Het laadproces is bezig. Het apparaat verlaagt de laadstroom om oververhit- ting en uitschakeling te vermijden. | |
Knippert blauw Brandt wit Actie vereist![]() | Een verbinding met het voertuig wordt verwacht of is tot stand gebracht of de laadcyclus pauzeert wegens de instructie door de MENNEKES Charge APP. Een volghandeling, zoals het erin steken of verwijderen van de laadka- bel, starten van de lading met een RFID-kaart of de MENNEKES Charge APP is vereist. | |
brandt of ![]() ![]() | Brandt perma- nent rood | StoringEr is een storing opgetreden, die verhindert dat het voertuig geladen wordt.→ “7. Storing oplossen” |
Brandt wit Gegevensverwerking![]() | Het apparaat verwerkt gegevens. | |

Het kleurenschema (groen / blauw) voor "Bedrijfsklaar / laden" hangt af van de instelling tijdens de inbedrijfstelling.
4. Inbedrijfstelling
4.1 Apparaat inschakelen
VAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schokken door een beschadigd apparaat
Bij gebruik van een beschadigd apparaat bestaat het gevaar op een elektrische schok.
- Gebruik het apparaat niet wanneer deze schade vertoont.
▶ Markeer het beschadigde apparaat, zodat deze niet door andere personen gebruikt wordt.
▶ Laat de schade onmiddellijk door een gekwalificeerde elektromonteur verhelpen.
▶ Laat het apparaat evt. door een gekwalificeerde elektromonteur buiten gebruik nemen.
▶ Schakel de stroomvoorziening in.
De LED "Bedrijfsklaar" op het LED-infoveld brandt.
4.2 MENNEKES Charge APP met het apparaat verbinden

Het bedienen van het apparaat met de MENNEKES Charge APP is in de bedrijfsmodus "SCU" niet mogelijk.
Het bedienen van het apparaat gebeurt met een mobiel eindapparaat (smartphone, tablet) via de MENNEKES Charge APP. Uw mobiele eindapparaat kan het apparaat aansturen en u alle informatie tonen over de lopende oplading. Bovendien kunt u het lopende proces te allen tijde op afstand starten of stoppen.
Voorwaarden:
Om het apparaat met de MENNEKES Charge APP te bedienen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
■ Uw mobiele eindapparaat heeft het besturingssysteem IOS of Android.
■ Installatie van de MENNEKES Charge APP op een mobiel eindapparaat. De MENNEKES Charge APP is gratis verkrijgbaar in de Apple App Store en in de Google Play Store.
■ Het apparaat is ingeschakeld en bedrijfsklaar.
■ Er is een netwerkverbinding tussen het mobiele eindapparaat en het apparaat.
Voor sommige taken is de invoer van een PIN-code noodzakelijk. Deze treft u aan op het installatiegegevensblad.

Als u tien keer een onjuiste PIN-code invoert, wordt de invoer van de PIN-code vijf minuten lang geblokkeerd.
▶ Open de MENNEKES Charge APP
- Tik op "Wallbox zoeken" om de beschikbare apparaten in uw netwerk te zoeken.
Kies het gewenste apparaat aan de hand van het serie-nummer (zie typeplaatje).
▶ Voer PIN1 (APP PIN) van het apparaat in en wijzig de naam, indien nodig.
▶ Bevestig de invoer met "Opslaan".
Als er meer apparaten moeten worden aangesloten, voer dan de hierboven beschreven stappen opnieuw uit.
Handmatige verbinding
In zeldzame gevallen wordt het apparaat niet automatisch gevonden. U heeft dan de mogelijkheid om het apparaat handmatig aan te sluiten.
▶ Tik op "Handmatig instellen"
▶ Voer het IP-adres en de bijbehorende PIN1 (APP PIN) van het apparaat in en wijzig de voorgestelde naam zoals gewenst.
Het IP-adres is afhankelijk van de configuratie die tijdens de inbedrijfstelling wordt uitgevoerd.
Neem indien nodig contact op met uw verantwoordelijke servicepartner.
■ IP-adres als access point (het mobiele eindapparaat is met het WLAN van het apparaat verbonden): 172.31.0.1
■ IP-adres bij directe verbinding (het apparaat is met een LAN-kabel met de router verbonden. Het mobiele eindapparaat bevindt zich in hetzelfde netwerk): 192.168.0.100
■ IP-adres bij integratie in uw thuisnetwerk: Uit te lezen in de gebruikersinterface van uw router.
▶ Bevestig de invoer met "Opslaan".
5. Bediening
De bediening van het apparaat is afhankelijk van de gekozen bedrijfsmodus.
5.1 Functiebeschrijving van de bedrijfsmodi
5.1.1 "APP-besturing"
| Bedrijfsmodus APP-besturing | |
| Start van het laadproces | Zonder RFID-kaartlezer:■ Automatisch na aansluiting van het voertuig.■ Handmatig via de MENNEKES Charge APP. |
| Met RFID-kaartlezer:■ Verificatie met een geldige RFID-kaart.■ Handmatig via de MENNEKES Charge APP door selectie van een geldige RFID-kaart. | |
| Besturing van het laadproces | Via de MENNEKES Charge APP:■ Laadstroom wijzigen voor het actuele laadproces.■ Laadproces onderbreken (pauze)■ Laadproces voortzetten■ Laadproces beëindigen. |
| Via de multifunctietoets:■ Laadproces beëindigen.De stopfunctie via de multifunctietoets moet bij de inbedrijfstelling worden geactiveerd. | |
| Met RFID-kaartlezer:■ Laadproces beëindigen met dezelfde kaart waarmee het laadproces werd gestart. | |
| In de bedrijfsmodus “APP-besturing” zijn alle andere bedrijfsmodi buiten werking gesteld. Er is dan bijv. geen controle over de laadprestaties in de loop der tijd, het netwerk of een energiemanager. | |
| Instellen van de bedrijfsmodus | ► Instellingen in de MENNEKES Charge APP aanbrengen |
| De bedrijfsmodus wisselen | Met de MENNEKES Charge APP onder “Wallbox configureren” kan naar alle tijdens de inbedrijfstelling geconfigureerde bedrijfsmodi overgeschakeld worden. De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor de lopende en alle volgende laadprocessen. |
| Gedrag na stroomuitval | Het gedrag bij stroomuitval wordt geconfigureerd bij de inbedrijfstelling.■ Het laadproces wordt afgebroken (standaardinstelling bij laden met autorisatie).■ Het laadproces wordt afgebroken (standaardinstelling bij laden met autorisatie). |
NL
5.1.2 "Tijdbesturing"
| Bedrijfsmodus Tijdbesturing | |
| Start van het laadproces | Zonder RFID-kaartlezer:■ Automatisch na aansluiting van het voertuig. |
| Met RFID-kaartlezer:■ Verificatie met een geldige RFID-kaart.■ Handmatig via de MENNEKES Charge APP door selectie van een geldige RFID-kaart. | |
| Besturing van het laadproces | Via de interne tijdschakelklok:■ Aanpassen van de laadstroom afhankelijk van de actieve tijdsperiode (hoofd-/ hulpstroomtarief) |
| Via de MENNEKES Charge APP:■ Laadproces beëindigen. | |
| Via de multifunctietoets:■ Laadproces beëindigen.De stopfunctie via de multifunctietoets moet bij de inbedrijfstelling worden geactiveerd. | |
| Met RFID-kaartlezer:■ Laadproces beëindigen met dezelfde kaart waarmee het laadproces werd gestart. | |
| In de bedrijfsmodus “Tijdsbesturing” zijn de functies van de bedrijfsmodi“Netwerkbesturing” en “Energy Manager” buiten werking gesteld. Er vindt dan bijv. geen besturing plaats van het laadvermogen via het netwerk of een energiemanager. | |
| Instellen van de bedrijfsmodus | ► Instellingen in de MENNEKES Charge APP aanbrengen |
| De bedrijfsmodus wisselen | Via de MENNEKES Charge APP tijdens een laadproces:■ wijziging naar de bedrijfsmodus “APP-besturing”.De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor het lopende laadproces. Het volgende laadproces wordt uitgevoerd in de bedrijfsmodus, die onder “Wallbox configureren” is geselecteerd. |
| Via de MENNEKES Charge APP onder “Wallbox configureren”:■ Wisseling naar alle bedrijfsmodi, die bij de inbedrijfstelling werden geconfigureerd.De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor de lopende en alle volgende laadprocessen. | |
| Gedrag na stroomuitval | Het gedrag bij stroomuitval wordt geconfigureerd bij de inbedrijfstelling.■ Het laadproces wordt afgebroken (standaardinstelling met RFID-kaartlezer).■ Het laadproces wordt voortgezet (standaardinstelling zonder RFID-kaartlezer). |
5.1.3 "Netbesturing"
| Bedrijfsmodus netwerkbesturing | |
| Start van het laadproces | Zonder RFID-kaartlezer:■ Automatisch na aansluiting van het voertuig. |
| Met RFID-kaartlezer:■ Verificatie met een geldige RFID-kaart.■ Handmatig via de MENNEKES Charge APP door selectie van een geldige RFID-kaart. | |
| Besturing van het laadproces | Via het extern tariefomschakelsignaal:■ Aanpassen van de laadstroom afhankelijk van de actieve tijdsperiode (hoofd-/ hulpstroomtarief). |
| Via de MENNEKES Charge APP:■ Laadproces beëindigen. | |
| Via de multifunctietoets:■ Laadproces beëindigen.De stopfunctie via de multifunctietoets moet bij de inbedrijfstelling worden geactiveerd. | |
| Met RFID-kaartlezer:■ Laadproces beëindigen met dezelfde kaart waarmee het laadproces werd gestart. | |
| In de bedrijfsmodus “Netwerkbesturing” zijn de functies van de bedrijfsmodi“Tijdsbesturing”en “Energy Manager” buiten werking gesteld. Er is dan bijv. geen besturing van de laadprestaties op tijd of door een energiemanager. | |
| Instellen van de bedrijfsmodus | Voor gebruik van de bedrijfsmodus “Netwerkbesturing” is het noodzakelijk een extern tariefomscha-kelingssignaal bijv. door een toonfrequentieontvanger in de huishouding te installeren.► Indien nodig door een elektromonteur laten installeren. |
| De bedrijfsmodus wisselen | Via de MENNEKES Charge APP tijdens een laadproces:■ Wijziging naar de bedrijfsmodus “APP-besturing”.De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor het lopende laadproces. Het volgende laadproces wordt uitgevoerd in de bedrijfsmodus, die onder “Wallbox configureren” is geselecteerd. |
| Via de MENNEKES Charge APP onder “Wallbox configureren”:■ Wisseling naar alle bedrijfsmodi, die bij de inbedrijfstelling werden geconfigureerd.De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor de lopende en alle volgende laadprocessen. | |
| Gedrag na stroomuitval | Het gedrag bij stroomuitval wordt geconfigureerd bij de inbedrijfstelling.■ Het laadproces wordt afgebroken (standaardinstelling met RFID-kaartlezer).■ Het laadproces wordt voortgezet (standaardinstelling zonder RFID-kaartlezer). |
5.1.4 "Energy Manager"
| Bedrijfsmodus Energy Manager | |
| Start van het laadproces | Zonder RFID-kaartlezer:■ Automatisch na aansluiting van het voertuig. |
| Met RFID-kaartlezer:■ Verificatie met een geldige RFID-kaart.■ Handmatig via de MENNEKES Charge APP door selectie van een geldige RFID-kaart. | |
| Besturing van het laadproces | Over de energiemanager:■ De energiemanager legt de laadstroom overeenkomstig de in de MENNEKES Charge APP ingestelde parameters vast. |
| Via de MENNEKES Charge APP:■ Laadproces beëindigen.■ Resterende hoeveelheid laadenergie wijzigen.■ Resterende laadtijd wijzigen.■ Verdeling van de zonne-energie wijzigen (overtollige lading activeren / deactiveren). | |
| Via de multifunctietoets:■ Laadproces beëindigen.De stopfunctie via de multifunctietoets moet bij de inbedrijfstelling worden geactiveerd. | |
| Met RFID-kaartlezer:■ Laadproces beëindigen met dezelfde kaart waarmee het laadproces werd gestart. | |
| [3276] In de bedrijfsmodus “Energy Manager” zijn de functies van de bedrijfsmodi “Tijdsbesturing” en “Netwerkbesturing” buiten werking gesteld. Er vindt dan bijv. geen besturing plaats van het laadvermogen via tijd of het netwerk. | |
| Instellen van de bedrijfsmodus | Voor gebruik van de bedrijfsmodus “Energy Manager” is het noodzakelijk de betreffende apparaten (bijv. een zonnepaneel) in de huishouding te installeren en de energiemanager te implementeren.► Indien nodig door een elektromonteur laten installeren. |
| De bedrijfsmodus wisselen | Via de MENNEKES Charge APP tijdens een laadproces:■ Wijziging naar de bedrijfsmodus “APP-besturing”.De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor het lopende laadproces. Het volgende laadproces wordt uitgevoerd in de bedrijfsmodus, die onder “Wallbox configureren” is geselecteerd. |
| Via de MENNEKES Charge APP onder “Wallbox configureren”:■ Wisseling naar alle bedrijfsmodi, die bij de inbedrijfstelling werden geconfigureerd.De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor de lopende en alle volgende laadprocessen. | |
| Gedrag na stroomuitval | Het gedrag bij stroomuitval wordt geconfigureerd bij de inbedrijfstelling.■ Het laadproces wordt afgebroken (standaardinstelling met RFID-kaartlezer).■ Het laadproces wordt voortgezet (standaardinstelling zonder RFID-kaartlezer). |
De bedrijfsmodus "Energy Manager" is alleen beschikbaar als deze bij de inbedrijfstelling geactiveerd werd.
Wordt de bedrijfsmodus "Energy Manager" gekozen dan moeten de volgende instellingen via de MENNEKES Charge APP worden uitgevoerd. Deze worden doorgegeven aan de energiemanager.
▶ Raadpleeg, indien nodig, een elektromonteur.
Parameter "Accucapaciteit"
Toets hier de maximale capaciteit van de accu van uw elektrische voertuig in.

Wordt de parameter "Accucapaciteit" op 0 kWh ingesteld, dan kan er niet worden geladen in de bedrijfsmodus "Energy Manager".
Parameter "Energiebehoefte"
Toets hier de minimale hoeveelheid energie voor een laadproces in.

Wordt de parameter "Enegriecapaciteit" op 0 kWh ingesteld, dan kan er niet worden geladen in de bedrijfsmodus "Energy Manager".
Parameter"Maximale laadduur"
Toets hier de maximale tijd in waarbinnen de hoeveelheid energie die in de parameter "Energiebehoefte" ingetoetst is, in het voertuig geladen moet worden.
Parameter"Excess-laden"
Activeer de optie "Excess-laden" als u uitsluitend overtolige energie voor de lading van uw elektrische voertuig wilt gebruiken.
Met de parameters "Maximale laadduur" en
"Energiebehoefte" wordt dan geen rekening meer gehouden.
De parameter "Accucapaciteit" wordt optioneel overgebracht.

Voor het laden is conform IEC 61851-1 een mini-male laadstroom van 6A vereist.
Als de overtollige energie en de daaruit resulterende stroom per fase onder deze 6A daalt, kan het voertuig niet langer worden opgeladen.

Bij verbindingsproblemen met de energiemanager wordt de laadstroom tot 6 A beperkt en wordt het laadproces voortgezet.
5.1.5 "SCU"
| Bedrijfsmodus SCU | |
| Start van het laadproces | Met RFID-kaartlezer:■ Verificatie met een geldige RFID-kaart. |
| Via de ACU (remote). | |
| Besturing van het laadproces | Via het bovenliggende backendsysteem:■ De besturing vindt volledig plaats via het bovenliggende backendsysteem. |
| Via de multifunctietoets:■ Laadproces beëindigenDe stopfunctie via de multifunctietoets moet bij de inbedrijfstelling worden geactiveerd. | |
| Met RFID-kaartlezer:■ Laadproces beëindigen met dezelfde kaart waarmee het laadproces werd gestart. | |
| i In de bedrijfsmodus “SCU” zijn de functies van alle andere bedrijfsmodi buiten werking gesteld. Het gebruik van de MENNEKES Charge APP is niet mogelijk. | |
| Instellen van de bedrijfsmodus | Voor gebruik van de bedrijfsmodus “SCU” is het noodzakelijk meer apparaten en een ACU in het net-werk te integreren alsmede een bovengeschikt backend-systeem te installeren. Het is mogelijk, het apparaat voor permanent gebruik in de bedrijfsmodus „SCU“ in te richten (alleen bij AMTRON® - software 1.10 en hoger).► Indien nodig door een elektromonteur laten installeren. |
| De bedrijfsmodus wisselen | Via de service-interface van een elektromonteur:■ Wisseling naar alle bedrijfsmodi, die bij de inbedrijfstelling werden geconfigureerd.De wijziging van de bedrijfsmodus geldt daarbij voor de lopende en alle volgende laadprocessen. |
| Gedrag na stroomuitval | Het gedrag bij stroomuitval wordt geconfigureerd bij de inbedrijfstelling.■ Het laadproces wordt afgebroken (standaardinstelling met en zonder RFID-kaartlezer).■ Het laadproces wordt voortgezet. |
5.2 Lokale RFID-kaarten beheer
Voor de RFID-autorisatie is de voorafgaande eenmalige registratie van de RFID-kaart van de gebruiker op het apparaat vereist. Het apparaat kan in een interne database (whitelist) tot maximaal 100 RFID-kaarten
(2 X master, 98 x gebruiker) beheren.
De RFID-kaart kan op twee manieren worden beheerd:
■ zonder MENNEKES Charge APP:
De exploitant van het apparaat is door zijn master-RFID-kaart bevoegd nieuwe RFID-kaarten aan de interne database toe te voegen.
■ met MENNEKES Charge APP:
In combinatie met de Charge APP van Mennekes kan de lokale whitelist voor de RFID-autorisatie comfortabel worden gebruikt. Bovendien kunnen aan de RFID-kaarten namen worden toegewezen, kunnen RFID-kaarten worden verwijderd en kan de whitelist naar andere apparaten worden overgebracht.
i
Met de master-RFID-kaarten kunnen geen laadprocessen geautoriseerd worden.
i
Het apparaat vereist noodzakelijkerwijs twee als master geprogrammeerde RFID-kaarten.
Mocht een als master geprogrammeerde kaart via de service-interface of de MENNEKES
Charge APP worden gewist, dan wordt automatisch de volgende onbekende RFID-kaart die voor de RFID-lezer gehouden wordt, als master geprogrammeerd.
Een nieuwe RFID-kaart toevoegen:
Houd de RFID-masterkaart voor de RFID-kaartlezer om de leermodus te activeren.
Houd de te programmeren RFID-kaart binnen 30 seconden voor de RFID-kaartlezer.
Houd indien nodig nog een andere te programmeren RFID-kaart voor de RFID-kaartlezer.
Houd de RFID-masterkaart voor de RFID-kaartlezer om de leermodus te beëindigen.
RFID-kaart(en) is/zijn aan de whitelist toegevoegd.
i
Knippert, bij het programmeren van een RFID-kaart, het symbool continu, dan is de white-list vol en kunnen geen RFID-kaarten meer worden toegevoegd.
Met MENNEKES Charge APP
▶ Navigeren naar "RFID beheren".
Een lijst met alle RFID-kaarten verschijnt.
Een nieuwe RFID-kaart toevoegen:
Klik op "+" voor het toevoegen van nieuwe RFID-kaarten.
▶ Voer de gewenste naam en nummer van de RFID- kaarten in.
Is het nummer van de RFID-kaart niet bekend dan kan deze via een kaartlezer worden uitgelezen.
Een RFID-kaart wissen:
Klik op het pictogram "Instellingen".
▶ Onder "Geselecteerde items wissen" worden afzonderlijke RFID-kaarten gewist.
Whitelist naar andere apparaten overdragen:
Klik op het pictogram "Instellingen".
▶ Onder "Alle items kopieren" wordt de whitelist gekopieerd.
- Navigeer naar hetzelfde menu van het doel-apparaat en klik op "kopiëren" om de whitelist in te voegen.
Als alternatief kan de whitelist ook worden gekopieerd via "Items lokaal opslaan" en in hetzelfde menu van het doel-apparaat onder "Lokale items invoegen" worden ingevoegd.
i
Hiervoor is tevens een netwerkverbinding naar het doel-apparaat vereist.
NL
5.3 Voertuig laden
MAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door niet-toegestane hulpmiddelen
Bij gebruik van adapterstekkers, verlengstukken of extra oplaadkabels in combinatie met het apparaat bestaat gevaar voor elektrische schokken of kabelbrand.
- Gebruik alleen de voor het voertuig en apparaat beoogde oplaadkabel.
- Gebruik voor het laden in geen geval adapterstekkers, verlengstukken of extra laadkabels.
Het gebruik van het apparaat is afhankelijk van de configuratie met of zonder voorafgaande autorisatie mogelijk.
5.3.1 Autoriseren
Laden zonder autorisering
Als het apparaat tijdens de inbedrijfstelling zodanig is geconfigureerd dat geen autorisatie nodig is, dan start hetlaadproces na het aansluiten van de laadkabel met het voertuig automatisch.

In de bedrijfsmodus "SCU" is het laden zonder autorisatie niet mogelijk
Autorisering met een RFID-kaart
▶ Houd de RFID-kaart voor Het RFID-symbol op het frontpaneel.
Na een succesvolle autorisatie is het apparaat klaar om geladen te worden en kan door het insteken van de laadkabel in het apparaat gestart worden.

Als het laden binnen de vrijgavetijd van ca. 60 seconden niet wordt gestart, wordt de autorisatie gereset en wijzigt het laadsysteem naar de status "bedrijfsklaar". De autorisering moet opnieuw plaatsvinden.
Autorisatie via de MENNEKES Charge APP
U kunt ook autoriseren door een RFID-kaart uit de white-list te selecteren. Hiervoor heeft u de PIN2 (whitelist PIN) nodig.
Het apparaat gedraagt zich dan alsof u zich direct op het apparaat geautoriseerd heeft met een geldige RFID-kaart.
5.3.2 Laadproces starten

Afb.: 9. Laadkabel aansluiten
▶ Rol de laadkabel volledig af.
▶ Sluit de laadkabel aan op uw voertuig.
▶ Eventueel autoriseren.
▶ Verbind de laadkabel evt. met het apparaat.
Bij de uitvoering laadcontactdoos type 2 met sluitdeksel:
▶ stekker precies in de laadcontactdoos type 2 van het apparaat steken. De grijze ring geeft door zijn contour de uitlijning van de stekker weer.
▶ Laadstekker 60° linksom draaien om de sluitdeksel te openen.
▶ Na het openen van de sluitdeksel laadstekker volledig in de laadcontactdoos steken.
De volgende stappen worden automatisch uitgevoerd:
■ Herkenning van de stroombelastbaarheid van de laad-kabel. Ongeschikte laadkabels worden geweigerd.
■ De voorwaarden voor een voorgeschreven lading worden gecontroleerd.
■ Communicatie met het voertuig via de belastingsstroombegrenzing en de aardaansluiting.
De Laadstekker wordt automatisch vergrendeld en het laadproces begint.
5.3.3 Laadproces beëindigen

OP
Beschadiging van de laadkabel
Trekspanning op de laadkabel kan leiden tot kabelbreuken en andere schade.
▶ Trek de laadkabel alleen aan de stekker uit de laadcontactdoos.
Beëindig het laadproces gecontroleerd (bijv. door de MENNEKES Charge APP, de multifunctionele schakelaar resp. stop-toets of aan het voertuig)
▶ Trek de laadkabel aan de stekker uit de laadcontact-doos.
▶ Plaats de beschermkap.
▶ Hang of berg de laadkabel op zonder knikken.

Drukt u bij een laadkoppeling type 1 voor het los-koppelen op de ontgrendelknop.
De laadkabel kan niet worden verwijderd
Als de stekker van de lader bijv. na een stroomstoring niet kan worden verwijderd, dan kan de stekker van de lader niet worden ontgrendeld in het apparaat. De laadstekker moet handmatig ontgrendeld worden.
Laat een noodontgrendeling van de laadstekker door een elektromonteur uitvoeren.
Installatiehandleiding AMTRON Xtra (E/R), Premium (E/R/W): "8.3 Noodontgrendeling laadstekker"
5.4 Bediening met MENNEKES Charge APP

In de bedrijfsmodus "SCU" is geen bediening via de MENNEKES Charge APP mogelijk.
De MENNEKES Charge APP geeft u alle informatie over de status van uw apparaat direct op uw smartphone of tablet.
NL

Afb.: 10. MENNEKES Charge APP (voorbeeld)
De MENNEKES Charge APP biedt bijvoorbeeld de volgende functies:
■ Laadproces starten, pauzeren en beëindigen
■ Apparaat configureren
■ Wijziging van de laadmodus
■ Beheren van de RFID-kaarten
■ Overzicht van uw elektrisch voertuig
■ Weergaven van de laadprocessen
■ Weergaven van storingen
Een functiebeschrijving van de MENNEKES Charge APP vindt u op YouTube onder "MENNEKES Charge APP" in het Duits, Engels en
Nederlands evenals onder QR-code hiernaast.

Als u vragen heeft over de MENNEKES Charge APP, neem dan contact op met MENNEKES of met uw verantwoordelijke servicepartner.
5.5 Multifunctietoetsen
Alleen beschikbaar voor de uitrustingsvarianten Xtra R, Xtra, Premium R, Premium W en Premium.
5.5.1 Laadproces beëindigen, storingen bevestigen

Afb.: 12. Laadproces beeindigen, storingen bevestigen
Beëindigen van een lopend laadproces (alleen bij apparaten zonder autorisatie) en bevestigen van storingen.
Druk de multifunctionele schakelaar in (ca. 10 mm). Het laadproces wordt beëindigd en de Laadstekker in het apparaat wordt ontgrendeld.
5.5.2 Aardlekschakelaar en installatieautomaat opnieuw inschakelen

Afb.: 13. Opnieuw inschakelen
De aardlekschakelaar en van de installatieautomaat in het apparaat kunnen via de multifunctionele schakelaar van buitenaf handmatig weer ingeschakeld worden, zonder de behuizing te openen.
Druk de multifunctionele schakelaar in tot de eindpositie (> 15mm). De aardlekschakelaar en de zekeringautomaat zijn nu weer ingeschakeld.
5.5.3 Aardlekschakelaar controleren




Afb.: 14. Aardlekschakelaar controleren
De aardlekschakelaar kan met de multifunctionele drukknop zonder het openen van de behuizing op de juiste werking worden getest.
▶ Steek de platte schroevendraaier met een lemmetbreedte van 8-10 mm in de sleuf van de multifunctionele schakelaar.
▶ Draai de multifunctionele schakelaar 90° linksom.
Druk de multifunctionele schakelaar voor ca. twee seconden in (> 5mm).
Functioneert de aardlekschakelaar:
De aardlekschakelaar wordt geactiveerd!
Het storingsdisplay op het LED-infoveld knippert rood.
▶ Schakel de aardlekschakelaar weer in.
→ "5.5.2 Aardlekschakelaar en installatieautomaat opnieuw inschakelen"
5.6 Stoptoets
Ileen bij de uitrustingsvarianten Premium E en Xtra E beschikbaar.
Laadproces beëindigen, storingen bevestigen

Afb.: 15. Laadproces beeindigen, storingen bevestigen
Beëindigen van een lopend laadproces (alleen bij apparaten zonder autorisatie) en bevestigen van storingen.
▶ Druk de stop-toets in (ca. 10 mm).
Het laadproces wordt beeindigd en de Laadstekker in het apparaat wordt ontgrendeld.
6. Reparatie
6.1 Onderhoud
VAAR
Gevaar voor elektrische schokken door een beschadigd apparaat
Bij gebruik van een beschadigd apparaat bestaat het gevaar op een elektrische schok.
- Gebruik het apparaat niet wanneer deze schade vertoont.
▶ Markeer het beschadigde apparaat, zodat deze niet door andere personen gebruikt wordt.
▶ Laat de schade onmiddellijk door een gekwalificeerde elektromonteur verhelpen.
▶ Laat het apparaat evt. door een gekwalificeerde elektromonteur buiten gebruik nemen.
Regelmatige controle- en onderhoudswerkzaamheden bevorderen een storingsvrije en veilige werking van het apparaat en dragen bij aan een langere levensduur.
Op die manier kunnen eventuele storingsbronnen vroegtijdig worden herkend en gevaren voorkomen worden.
Als er schade aan het apparaat wordt vastgesteld, moet deze onmiddellijk door een gekwalificeerde elektromonteur worden verholpen. Een beschadigd apparaat mag niet gebruikt worden, omdat het risico op elektrische schokken of materiële schade kan toenemen.
Voorbeelden van schade:
■ Defecte behuizing / frontpaneel (bijv. sterke vervormingen, scheuren, breuken)
■ Defecte of ontbrekende onderdelen (bijv. beveiligings-inrichtingen, klapdeksel contactdoos, multifunctionele schakelaar)
■ Onleesbare of ontbrekende aanwijzingsborden
Aanbevolen onderhoudsintervallen
Controle-intervallen van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen in overeenstemming met het DGUV-voorschrift 3.
| Component Onderhoudswerk Verantwoordelijke | ||
| Dagelijks / bij elke lading | ||
| Apparaat Visuele inspectie op defecten | Gebruiker / exploitant | |
| Controle van de operationele gereedheid | Exploitant | |
| Halfjaarlijks | ||
| Aardlek-beveiligings-voorziening | Functiecontrole Exploitant / elektromonteur | |
| Laadkabel Herhaling van de metingen en inspec-ties conform VDE 0701/702 | Elektromonteur | |
| Jaarlijks | ||
| Apparaat Herhaling van de metingen en inspec-ties conform VDE 0105-100 | Elektromonteur | |

Uitvoering van het halfjaarlijkse en jaarlijkse onderhoud alleen door een elektromonteur.
▶ Documenteer het onderhoud voldoende.
Vraag eventueel een onderhoudsprotocol bij de support van MENNEKES aan.
→ "1.1 Service"

Een onderhoudsovereenkomst met een verantwoordelijke servicepartner garandeert een regelmatig controle.
7. Storing oplossen
6.2 Reiniging
VAAR
Levensgevaar door elektrische schok.
Het apparaat bevat elektrische componenten die onder hoge spanning staan. Bij ondeskundig gebruik, vooral in combinatie met vocht, bij een geopende behuizing raken personen ernstig gewond door een elektrische schok.
▶ Reinig het apparaat uitsluitend van buiten.
Houd het apparaat en de veiligheidsvoorzieningen gesloten.
A T OP
Materiële schade door een verkeerde reiniging
Onjuiste reiniging kan schade aan de behuizing of onderdelen veroorzaken.
▶ Voorkom stromend water en zorg ervoor dat geen water bij spanningvoerende delen kan komen.
- Gebruikt u geen hogedruk reinigingsapparaten.
- Gebruik alleen hulpmiddelen (bijv. bezems, reinigingsmiddelen), die voor kunstof oppervlakken geschikt zijn.
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of chemicaliën.
Het apparaat kan, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en vervuiling, droog of vochtig worden gereinigd. De reiniging wordt uitsluitend van buitenaf uitgevoerd.
Procedure:
▶ Verwijder eerst grof stof en vuil met een handborstel met zachte borstelharen.
▶ Veeg het apparaat grondig schoon met een schoon reinigingsdoekje geschikt voor kunststof oppervlakken, zonodig bevochtigd met water.
▶ Reinig de laadkabel alleen in losgekoppelde toestand!
ndien er een fout optreedt, brandt of knippert de LED "Storing" op het LED-infoveld en de MENNEKES Charge APP geeft een foutmelding weer. Het apparaat kan niet gebruikt worden, zolang de storing niet verholpen en evt. bevestigd is.
7.1 Probleemoplossing met MENNEKES Charge APP
Neem voor de foutoplossing de volgende volgorde in acht:
- Open de MENNEKES Charge APP en lees de foutcode af.
- Haal het apparaat drie minuten van de voeding en start het opnieuw op.
- Controleer de volgende aspecten:
■ Er is een spanningsvoorziening en een netwerkverbinding.
■ De juiste laadkabel is correct ingestoken.
- Storing verhelpen door middel van foutcodes.

Wordt de foutcode in deze bedrijfshandleiding niet vermeld of kon de fout niet worden verholpen, neem dan contact op met uw verantwoordelijke servicepartner.
- Bevestig indien nodig de storing met de multifunctionele drukknop of stopknop of verwijder het apparaat drie minuten van de voeding en start opnieuw op.
→ "5.5 Multifunctietoetsen"
→ "5.6 Stoptoets"
Aanroepen van de foutcodes in de MENNEKES Charge APP
▶ Selecteer het menu "Wallbox configureren".
▶ Selecteer het menu "Wallbox informatie".
Onder "Actuele foutcode" bevindt zich de foutcode.
| Foutcode Betekenis | Activeringsschakelaar (voorbeelden) | Oplossing | |
| 00 Geen fout | |||
| 10 Installatiefout | De aardlekschakelaar of installatieautomaat is | ► Schakel aardlekschakelaar en installatieautomaat weer in.→ “5.5.2 Aardlekschakelaar en installatieautomaat opnieuw inschakelen” | |
| 13 Overtemperatuur | Interne temperatuursensor geactiveerd (bij > 60°C) | ► Het apparaat laten afkoelen.► Storing bevestigen. | |
| 15 | Apparaattijd ongel-dig | Ongeldige of geen sys-teemtijd | ► Verbind met MENNEKES Charge APP. |
| 16 | Verbindingsfout energiemanager | Geen verbinding met de energiemanager | ► Netwerk- en energiemanager-instellingen in de ser-vice-interface controleren.► Controleer de LAN- / WLAN-verbinding. |
| 30 | Starten apparaat mislukt | Het apparaat start niet of bevindt zich na de start in foutieve toestand | ► Haal het apparaat drie minuten van de voeding en start het opnieuw op.► Storing bevestigen. |
| 31 Interne test mislukt Apparaat start niet | ► Haal het apparaat drie minuten van de voeding en start het opnieuw op.► Storing bevestigen. | ||
| 50 | Laadkabel verkeerd ingestoken | Laden niet mogelijk | ► Laadkabel uittrekken en weer insteken. |
| 51 | Verkeerde laadka-bel | Laden niet mogelijk | ► Controleer de laadkabel en vervang deze eventueel. |
| 52 | Communicatie met het voertuig gestoord | Laden niet mogelijk | ► Haal het apparaat drie minuten van de voeding en start het opnieuw op.► Wanneer LED-infoeld permanent brandt:Storing bevestigen.► Controleer de laadkabel en vervang deze eventueel. |
| 102 (alleen bij bedrijfsmodus “SCU”) | Onderhoud | Onderhoud van de ACU wordt uitgevoerd | Als het onderhoud is voltooid, is de storing ook verhol-pen. |
| 255 Onbekende fout | |||
7.2 Foutoplossing zonder de MENNEKES Charge APP
Neem voor de foutoplossing de volgende volgorde in acht:
- Lees de knippercode op het LED-infoveld af.
- Haal het apparaat drie minuten van de voeding en start het opnieuw op.
- Controleer de volgende aspecten:
■ Er is een spanningsvoorziening en een netwerkverbinding.
■ De juiste laadkabel is correct ingestoken.
- Storing verhelpen door middel van knippercodes.
NL

Kon de fout niet worden verholpen, neem dan contact op met uw verantwoordelijke servicepartner.
- Bevestig indien nodig de storing met de multifunctionele drukknop of stopknop of verwijder het apparaat drie minuten van de voeding en start opnieuw op.
→ "5.5 Multifunctietoetsen"
→ "5.6 Stoptoets"
Knippercodes
Voor de foutendiagnose worden op het LED-infoeld van het apparaat de volgende knippercodes weergegeven.
| LED-infoeld Betekenis Oplossing | ||
Brandt rood![]() | Er is een apparaatfout opgetreden.Mogelijke oorzaken:■ Overtemperatuur■ Starten apparaat mislukt■ Interne test mislukt■ Onderhoud■ Laadkabel defect | ▸ Het apparaat laten afkoelen.▸ Haal het apparaat drie minuten van de voeding en start het opnieuw op.▸ Controleer de laadkabel en vervang deze eventueel.▸ Storing bevestigen. |
knippert langzaam rood (twee keer per sec.) | Er is een bedieningsfout opgetreden.Mogelijke oorzaken:■ Verkeerde laadkabel■ Laadkabel verkeerd geplaatst■ Laadkabel defect■ Installatiefout | ▸ Laadkabel uittrekken en weer insteken.▸ Controleer de laadkabel en vervang deze eventueel.▸ Schakel aardlekschakelaar en installatieautoma weer in.→ “5.5.2 Aardlekschakelaar en installatieautomaa opnieuw inschakelen” |
knippert snel rood(acht keer per sec.)![]() | Er is een verbindingsfout opgetreden.Mogelijke oorzaken:■ Verbindingsfout energiemanager■ Apparaattijd ongeldig | ▸ Controleer de LAN- / WLAN-verbinding. |
8. Opslag
Een juiste opslag kan de bedrijfszekerheid van het apparaat positief beïnvloeden en in stand houden. Hiervoor moet rekening worden gehouden met een aantal fundamentele zaken.
▶ Apparaat voor de opslag reinigen.
▶ Wikkel de laadkabel zonder knikken op.
- Apparaat in de originele verpakking of met geschikte verpakkingsmaterialen schoon en droog opslaan.
▶ Neem de toegestane opslagcondities in acht.
| Toegestane opslagcondities | |
| Opslagtemperatuur -25 °C... + | 40 °C |
| Gemiddelde temperatuur in 24 uur | < 35 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 95 % (niet-condenserend) |
9. Verwijdering
Het apparaat en de verpakking moeten aan het einde van de gebruiksduur overeenkomstig de voorschriften worden afgevoerd. Voor de verwijdering en de bescherming van het milieu moeten de landelijke wettelijke voorschriften van het gebruiksland in acht worden genomen.
Apparaten en accu's mogen niet worden weggegooid bij het afval.
▶ Voer het verpakkingsmateriaal af naar daarvoor aangewezen containers.
▶ Voer oude apparaten en accu's af via uw dealer.
10. Accessoires
Toebehoren zoals beschermende daken of laadkabels vindt u op onze homepage onder "Toebehoren".
11. Verklarende woordenlijst
| Begrip Toelichtende informatie | |
| Aardlek-schakelaar | Aardlekschakelaar |
| ACU Accounting | Control UnitEenheid voor communicatie met de SCU's / HCC 3's van de laadstations en voor aansluiting op backend-systemen.Een ACU is in de MENNEKES eMobility-Gateway en in een Smart-laadzuil geïnstalleerd. |
| Backend-systeem | Infrastructuur voor de aansturing van de laadstations en het beheer van de persoonsgerelateerde toegangsgegevens. |
| eMobility-Gateway | MENNEKES eMobility-Gateway voor intelligente netwerkvorming van laadsystemen en voor koppeling met backend-systemen. |
| HCC 3 Eenheid voor de besturing van het laadproces en de communicatie met het voertuig (bij mode-3-oplading) | |
| Installatie-automaat | Leidingveiligheidsschakelaar |
| Modus 3(IEC 61851) | Laadmodus voor voertuigen met communicatie-interface op laadcontactdozen type 2. |
| RFID Autorisatiemogelijkheid via RFID-kaart op de apparaten. | |
| SCU Socket Control Unit | Eenheid voor het aansturen van het afzonderlijke laadpunt en voor de communicatie met het voertuig. |
| Type 2(IEC 62196-2) | Een- en briefasig laadcontactmateriaal met identieke contactbezetting voor laadvermögens van 3,7 tot 44 kW AC. |
| Whitelist Interne | database voor beheer van gebruikersgegevens (bijv. RFID-kaarten). |










(twee keer per sec.)