Vonroc LM504DC - Grasmaaier

LM504DC - Grasmaaier Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LM504DC Vonroc in PDF-formaat.

📄 164 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Vonroc LM504DC - page 30

Gebruikersvragen over LM504DC Vonroc

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LM504DC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LM504DC van het merk Vonroc.

GEBRUIKSAANWIJZING LM504DC Vonroc

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

Lees de bijgesloten veiligheidswaarschu- wingen, de aanvullende veiligheidswaar- schuwingen en de instructies. Het niet opvolgen van de veiligheidswaarschuwingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschu- wingen en instructies als naslagwerk voor later. De volgende symbolen worden gebruikt in de ge- bruikershandleiding of op het product: Lees de gebruikershandleiding. Gevaar voor persoonlijk letsel. Gevaar voor elektrische schokken. Draag gehoorbescherming. Draag oogbescherming Voorzichtig: Raak de roterende bladen niet aan. Scherp blad/Scherpe bladen. Wees ubewust van het feit dat deze bladen vingers of tenen kunnen afhakken. Houd omstanders, vooral kinderen en huisdieren, op een afstand van meer dan 10 m. De gazonmaaier mag niet worden gebruikt wanneer niet de gehele grasopvangbak of de beschermkap is geplaatst. Gebruik de gazonmaaier niet in de regen en laat de machine niet buiten staan wanneer het regent. Schakel de veiligheidssleutel (AAN/ UIT-schakelaar) uit voordat het product wordt ingesteld, gereinigd en voordat het product gedurende enige tijd onbeheerd wordt achtergelaten. Gebruik uitsluitend accu’sdie op eenzelfde niveau zijn geladen. Nooit volledig geladen en half geladen accu’stezamen gebruiken. De twee accu’smoeten altijd tegelijkertijd worden geladen. De gebruiksduur van het apparaat is afhankelijk van de accu met de laagste lading. De beide accu’smoeten te30

allen tijde voorafgaand aan het gebruik worden geladen. Sluit het accucomparti- ment voordat het apparaat gebruikt gaat worden. Wacht tot alle componenten van de machine volledig tot stilstand zijn gekomen voordat uze aanraakt. De bladen blijven nog even draaien nadat de machine is uitgeschakeld, een ronddraaiend blad kan letsel veroorzaken. Zorg ervoor dat omstanders geen letsel oplopen als gevolg van vreemde objecten die worden weggeslingerd. Waarschuwing: Houd een veilige afstand aan tot het product wanneer deze in werking is. De omgeving waar de machine wordt gebruikt, zorgvuldig controleren op de aanwezigheid van wilde dieren en huisdieren. Wilde dieren en huisdieren kunnen letsel oplopen als de machine in werking is. Controleer het werkgebied nauwgezet op de aanwezigheid van stenen, takken, draden/kabels, botten en vreemde objecten. Als de machine wordt gebruikt, dient gecontroleerd te worden of geen wilde dieren, huisdieren of kleine boom- stronken in het dichte gras zijn verborgen. De acculader uitsluitend binnenshuis gebruiken. Voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Werp het product niet weg in ongeschikte containers. Het gegarandeerde geluidsvermogensni- veau LWA = 96 dB(A)

ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR SCHRIFTEN

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. Bewaar deze instructies. De term “elektrisch gereedschap” in onder staande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteits kabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur).

a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werkomgevingen leiden tot ongelukken

Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een omgeving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereedschappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer uelektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer uwordt afgeleid, kunt ude controle over het gereedschap verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcontact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstekkers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koel kasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c) Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnendringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten de kans op een elektrische schok. e) Wanneer uelektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner. f) Gebruik een aardlekbeveiliging (RCD) als niet teNL

voorkomen is dat een powertool moet worden gebruikt in een vochtige omgeving. Gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.

3) Persoonlijke veiligheid

a) Blijf altijd alert, kijk goed wat udoet en gebruik uw gezonde verstand wanneer ueen elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrische gereedschappen wanneer umoe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereed schappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. b) Gebruik persoonlijke beschermings middelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast gebruik van veiligheids voor zieningen, zoals een stof masker, speciale werkschoenen met antislipzolen, een veiligheidshelm en gehoor bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT positie staat, voordat ude stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereedschap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat uhem inschakelt. Instel en andere sleutels aan een ronddraaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden.

Zorg dat unooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt uhet elektrisch gereedschap in on verwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat ugeschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshan gende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen.

Wanneer er voorzieningen zijn voor de aansluiting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt. h) Denk niet dat doordat ugereedschap vaak gebruikt, uwel weet hoe het allemaal werkt en dat ude veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbezonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.

Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert ude taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid gebeurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT schakelaar niet werkt. Ieder elektrisch gereedschap dat niet kan worden in en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.

Trek de stekker uit het stopcontact voordat uwijzigingen aanbrengt aan elektrische gereedschappen, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Wanneer uzich aan deze preventieve veiligheidsmaatregelen houdt, beperkt uhet risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart.

Berg elektrisch gereedschap dat niet in ge bruik is op buiten bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeoefende gebruikers. e) Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap. f) Zorg dat snij en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden. g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, accessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereedschap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch32

gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.

5) Gebruik en onderhoud accugereedschap

a) Laad alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaalde accu geschikt is, kan brand veroorzaken wanneer deze met een andere accu wordt gebruikt.

Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de speciaal hiervoor bedoelde accu’s. Gebruik van andere accu’skan kans op letsel en brand geven.

Wanneer de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen twee polen kunnen maken. Kortsluiting tussen de accupolen kan brandwonden of brand veroorzaken. d) Wanneer de accu niet juist wordt gebruikt, kan er vloeistof uit lopen; raak dit niet aan. Wanneer dit per ongeluk wel gebeurt, spoel dan met water. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet ueen arts raadplegen. De vloeistof uit de accu kan irritaties of brandwonden veroorzaken.

Gebruiken niet een accu of gereedschap dat beschadigd is of gemodificeerd. Beschadigde of gemodificeerde accu’skunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat brand, explosie of een risico van letsel met zich meebrengt. f) Stel een accu over het gereedschap niet bloot aan open vuur of een uitzonderlijk hoge temperatuur. Blootstelling aan vuur of een temperatuur hoger dan 130 °C, kan een explosie veroorzaken. NB De temperatuur van “130 °C” kan worden vervangen door de temperatuur van “265 °F”. g) Houd uaan alle instructies voor het laden en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt aangeduid. Op een onjuiste wijze laden of laden bij temperaturen buiten het aangeduide bereik kan de accu beschadigen en het risico van brand doen toenemen.

a) Laat uw gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus die alleen gebruikmaakt van identieke vervangingsonderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de powertool intact blijft. b) Voer nooit servicewerkzaamheden uit aan beschadigde accu’s. Alleen de fabrikant of geautoriseerde service-providers mogen ser- vicewerkzaamheden aan accu’suitvoeren. ADDITIONELE VELIGHEIDSINSTRUCTIES

VOOR GAZONMAAIERS MET ACCU

  • Nooit kinderen of mensen die deze instructies niet kennen, dit product laten gebruiken. Ter plaatse geldende voorschriften kunnen een beperking van de leeftijd van de gebruiker inhouden. Als het product niet wordt gebruikt, dient het buiten bereik van kinderen opgeborgen te worden.
  • Laat nooit kinderen of mensen met een fysieke, sensorische of mentale beperking of mensen met een gebrek aan ervaring en/of kennis en/of mensen die deze instructies niet kennen, dit pro- duct gebruiken. Ter plaatse geldende voorschrif- ten kunnen een beperking van de leeftijd van de gebruiker inhouden.
  • Kinderen moeten onder toezicht staan zodat zij beslist niet met het product kunnen spelen.
  • Werk nooit met dit product als mensen, vooral kinderen of huisdieren, bij uin de buurt zijn.
  • De gebruiker is aansprakelijk voor ongelukken en gevaarlijke situaties die van invloed zijn op andere mensen of hun bezittingen.
  • Draag geen open rubberen schoenen of sanda- len als dit product wordt gebruikt. Draag altijd stevige schoenen en een lange broek. Nooit met blote voeten met dit product werken.
  • Het gebied waar de machine gebruikt gaat worden nauwkeurig controleren en verwijder alle stenen, takken, draden/kabels, botten en enige andere vreemde objecten.
  • Voer altijd een visuele inspectie uit voordat uhet product gebruikt, om te zien of de bladen, de bouten van de bladen en het snijmechanisme niet versleten of beschadigd zijn. Vervang ver- sleten of beschadigde bladen en bouten in sets, zodat het gereedschap in balans blijft.
  • Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.

Werk niet met het product onder slechte weersom- standigheden, vooral niet wanneer onweer dreigt.NL

  • Indien mogelijk, de machine niet gebruiken als het gras nat is.
  • Udient achter de machine te lopen, niet te rennen.
  • Werk nooit met de machine wanneer be- schermkappen niet goed functioneren, of zonder veiligheidsvoorzieningen, bijvoorbeeld zonder dat omleiders en/of de grasopvangbak op de juiste plaats zijn aangebracht.
  • Voor uw eigen comfort adviseren wij ugehoorbe- scherming te gebruiken.
  • Werk nooit met het product wanneer umoe bent of uzich niet lekker voelt of wanneer uonder invloed bent van alcohol of drugs, of van medica- tie.
  • Het gebruik van het product op oevers kan ge- vaarlijk zijn: − Werk niet op zeer steile hellingen. − Controleer te allen tijde of ueen stevige stand hebt als uhet product op hellingen of in nat gras gebruikt. − Werk altijd in de lengterichting van helling, nooit omhoog en omlaag. − Wees uiterst voorzichtig als uop hellingen van richting gaat veranderen.
  • Pas uiterste alertheid toe als unaar achteren stapt of de machine naar utoe trekt.
  • Nooit maaien terwijl ude machine naar utoe trekt.
  • Wacht totdat de bladen stilstaan als de machine moet worden gekanteld voor een verplaatsing, wanneer uoppervlakken oversteekt die geen gras zijn en wanneer ude machine van en naar het terrein vervoert, waar ude machine gaat gebruiken.
  • De machine niet kantelen als de motor wordt aangezet of ingeschakeld.
  • De motor volgens de instructies aanzetten, waar- bij uw voeten zo ver mogelijk uit de buurt van de roterende onderdelen moeten zijn.
  • Uw handen en/of voeten niet in de buurt van of onder de roterende onderdelen plaatsen of houden.
  • Houd altijd afstand tot het uitwerpgebied wan- neer umet de machine werkt.
  • De machine nooit oppakken of dragen als de motor draait.
  • Als de machine wordt opgeborgen, moet ucon- troleren of alle 4 de wielen van het tuingereed- schap op de grond/vloer staan.
  • Het tuingereedschap alleen via de draaghand- greep dragen. De draaghandgreep zorgvuldig gebruiken.
  • De machine niet aanpassen. Niet toegestane aanpassingen kunnen de veiligheid van uw machine in gevaar brengen, hetgeen tot meer geluid en trillingen kan leiden en een slechte prestatie.
  • Verwijder de veiligheidssleutel (AAN/UIT-schake- laar): – Als ude machine onbeheerd achterlaat. – Voordat ubegint met het verhelpen van een verstopping. – Voordat ude machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan verricht. – Nadat ueen vreemd voorwerp hebt geraakt. Controleer de machine op beschadigingen en vervang de bladen als dit noodzakelijk is. – Als de machine abnormaal begint te trillen (onmiddellijk een inspectie uitvoeren).

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE ACCU

a) Open de accu niet. Er bestaat gevaar voor kort- sluiting. b) Bescherm de accu tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar. c) Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de lucht wegen irriteren. d) Gebruik de accu alleen in combinatie met uw Vonroc product. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke over belasting beschermd.

Door scherpe voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Het kan tot een interne kortsluiting leiden en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE LADER

Bedoeld gebruik Laad uitsluitend herlaadbare accupacks van het type CD801AA en CD803AA. Andere typen ac- cu’skunnen exploderen, wat lichamelijk letsel en schade kan veroorzaken. a) Het apparaat dient niet te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale functies of per- sonen zonder enige ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd.34

b) Laat kinderen onder toezicht niet met het apparaat spelen. c) Laad niet-herlaadbare accu’sniet opnieuw op! d) Plaats de accu’stijdens het opladen in een goed geventileerde ruimte! Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of met een gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of geinstrueerd zijn betreffende het veilig gebruik van het apparaat en zich bewust zijn van de ermee verbonden risico’s. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitge- voerd. Elektrische veiligheid Controleer altijd of de spanning van de stroomtoevoer overeenkomt met de spanning op het typeplaatje.

Gebruik de machine niet indien het netsnoer of de netstekker zijn beschadigd.

Gebruik uitsluitend verlengkabels die geschikt zijn voor het vermogen van de machine met een minimale dikte van 1.5 mm

. Indien ueen verlengkabelhaspel gebruikt, rol dan altijd de kabel volledig uit.

2. TECHNISCHE INFORMATIE

Bedoeld gebruik Dit product is ontworpen voor het maaien van gazons in woonomgevingen. De gazonmaaier is be- doeld voor prive tuinen thuis. Met de gazonmaaier mogen geen struiken, heggen of heesters te knip- pen, het inkorten van vegetatie, begroeide daken of gras dat groeit op terrassen, voor het schoonmaken (stofzuigen) van vuil en afval van trottoirs, of voor het hakselen van snoeiafval van bomen of heggen. Bovendien mag de gazonmaaier niet worden gebruikt als motorisch aangedreven cultivator van het uitvlakken van hogere delen, zoals molshopen. De apparatuur mag alleen worden gebruikt voor het voorgeschreven doel. Alle andere toepassingen worden geacht te zijn verkeerd gebruik van de gazonmaaier. TECHNISCHE SPECIFICATIES Deze gebruikshandleiding is opgesteld voor verschillende sets / artikelnummers. Controleer het bijbehorende artikelnummer in de onderstaande specificaties voor de juiste samenstelling en inhoud van uw set. Model Nr. Batterijen meegeleverd Acculader meegeleverd LM504DC

ACCULADER Model Nr. CD802AA Acculader ingang 220-240V, 50Hz 0.4A Acculader uitgangsvermogen 21V 2.5A Oplaadtijd 2Ah accu 60 minuten Oplaadtijd 4Ah accu 120 minuten Aanbevolen accu’s CD801AA, CD803AA Gewicht 0.36 kg Model Nr. CD820AA Acculader ingang 220-240V, 50-60Hz, 200W Acculader uitgangsvermogen 21V 2.3A, <3.8A Oplaadtijd 2Ah accu 45 minuten Oplaadtijd 4Ah accu 85 minuten Aanbevolen accu’s CD801AA, CD803AA Gewicht 0.81 kg Gebruik uitsluitend de volgende accu’svan het VONROC VPOWER 20V accu-platform. Gebruik van andere accu’skan leiden tot ernstig letsel of tot beschadiging van het gereedschap. CD801AA 20V, 2Ah Lithium-Ion CD803AA 20V, 4Ah Lithium-Ion De volgende lader kan worden gebruikt voor het opladen van deze accu’s. CD802AA Snellader CD820AA Dubbele snellader 20V De accu’svan het VONROC VPOWER 20V accu-platform kunnen worden gewisseld tussen alle gereedschappen van het VONROC VPOWER 20V accu-platform. Trillingsniveau Het trillingsemissieniveau, dat in deze gebruiks- aanwijzing wordt vermeld, is gemeten in over- eenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN60335; deze mag worden gebruikt om twee machines met elkaar te vergelijken en als voorlopige beoordeling van de blootstelling aan trilling bij gebruik van de machine voor de vermelde toepassingen:

  • gebruik van de machine voor andere toepas

singen, of met andere of slecht onderhouden accessoires, kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen;

  • wanneer de machine is uitgeschakeld of wan- neer deze loopt maar geen werk verricht, kan dit het blootstellingsniveau aanzienlijk reduceren. Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trilling door de machine en de accessoires te onderhouden, uw handen warm te houden en uw werkwijze te organiseren. BESCHRIJVING De nummers in de tekst verwijzen naar de illustra- ties op pagina 2-6.

1. Bovenste handgreep

2. Schakelaar Aan / Uit

15A. Instelknop handgreep 15B. Bout voor knop

16. Draaghandgreep grasopvangbak

17. Hendel voor hoogteinstelling

18. Uitlaat voor gras

21. Veiligheidssleutel (AAN/UIT-schakelaar)

Neem altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de accu uit het gereedschap. De accu moet zijn opgeladen voordat deze voor het eerst wordt gebruikt. Waarschuwing: Gebruik uitsluitend accu’sdie op eenzelfde niveau zijn geladen. Nooit volledig geladen en half geladen accu’stezamen gebruiken. De twee accu’smoeten altijd tegelijkertijd worden geladen. De gebruiksduur van het apparaat is afhankelijk van de accu met de laagste lading. De beide accu’smoeten te allen tijde voorafgaand aan het gebruik worden geladen. De accu in de machine plaatsen (Afb. A, J) Zorg ervoor dat het oppervlak van de accu schoon en droog is voordat udeze op de acculader of de machine aansluit. Sluit het accucompartiment voordat het apparaat gebruikt gaat worden.

1. Open de klep van het accucompartiment (19).

2. Plaats de accu (23) in het accucompartiment

(20), zoals wordt getoond in Afb. J.

3. Duw de accu verder naar voren totdat deze op

4. Herhaal dit voor het uitnemen van de andere

5. Sluit de klep (19) van het accucompartiment.

De accu van de machine verwijderen (Afb. A, J)

1. Open de klep van het accucompartiment (19).

2. Haal de accu (23) uit het accucompartiment

(20), zoals wordt getoond in Afb. J.

3. Herhaal dit voor het uitnemen van de andere

accu (23). De laadstatus van de accu controleren (Afb. K)

  • Druk kort op de knop (24) op de accu om de laadstatus van de accu te controleren.
  • Op de accu bevinden zich 3 lampjes die het laad- niveau aangeven. Hoe meer lampjes branden, des te meer is de accu opgeladen.
  • Wanneer de lampjes niet branden, wil dit zeggen dat de accu leeg is en onmiddellijk moet worden opgeladen. De accu laden met de acculader CD802AA (Afb. K)

1. Haal de accu (23) uit de machine.

2. Draai de accu (23) ondersteboven en schuif

deze op de acculader (26), zoals is weergege- ven in Afb. E.

3. Duw op de accu tot deze volledig in de sleuf zit.

4. Steek de stekker van de acculader in een

stopcontact en wacht even. De Led-lampjes op de acculader (27) gaan branden en tonen de status van de lader. De acculader heeft 2 led-controlelampjes (27) dat de status van het laadproces aangeeft: Status rode LED Status groene LED Status van acculader Uit Uit Geen stroom Uit Aan Standby mode: - Geen accu ge

plaatst, of - Opladen van de accu is beeindigd, de accu is volledig opgeladen Aan Uit Bezig met opladen van accu

  • Het kan tot 60 minuten duren voordat de 2Ah accu volledig is opgeladen.
  • Het kan tot 120 minuten duren voordat de 4Ah accu volledig is opgeladen. Verwijder, als de accu volledig is opgeladen, de stekker van de acculader uit het stopcontact en haal de accu uit de acculader. Wanneer deze machine gedurende een langere tijd niet wordt gebruikt, is het raadzaam de accu te bewaren in opgeladen toestand. De accu opladen met de dubbele lader CD820AA (Afb. L)

1. Haal de accu (26) uit de machine.

2. Draai de accu (26) ondersteboven en schuif deze

op de acculader (30), zoals is weergegeven in Afb. L.

3. Duw op de accu tot deze volledig in de sleuf zit.

4. Steek de stekker van de acculader in een stop-

contact en wacht even. De Led-lampjes op deNL

acculader (31, 32, 33) gaan branden en tonen de status van de lader. De acculader heeft 6 led-controlelampjes (31, 32,

33) dat de status van het laadproces aangeeft:

Onder- werp Voorwaarden Led-kleur Rood Amber Groen Stand-by Stroomvoorziening ingeschakeld Aan Aan Aan Aan het laden Het laden is begonnen (10-19V DC±0.5V DC) Knip

peren Uit Uit Halverwege het laden (19-20V DC±0.5V DC) Aan Knip

peren Uit Het laden is gereed (20-21V DC±0.5V DC) Aan Aan Knip

peren Volledig geladen Druppellading ≤300±150mA Aan Aan Aan Stoppen met het laden Hoge tem

peratuur Bescherming van de accu tegen hoge temperaturen Aan Aan Aan

  • Het kan tot 45 minuten duren voordat de 2Ah accu volledig is opgeladen.
  • Het kan tot 85 minuten duren voordat de 4Ah accu volledig is opgeladen. Verwijder, als de accu volledig is opgeladen, de stekker van de acculader uit het stopcontact en haal de accu uit de acculader. Wanneer deze machine gedurende een langere tijd niet wordt gebruikt, is het raadzaam de accu te bewaren in opgeladen toestand. De onderste handgreep monteren (Afb. A, B)

1. Steek de onderste handgreep (14) in het

daarvoor bestemde gat in de gazonmaaier, zoals wordt getoond in Afb. B. Let erop dat de onderste handgreep (14) uitkomt tegenover het gat in de behuizing van de gazonmaaier.

2. Steek de schroef in het gat en draai de schroef

naar rechts vast, zoals wordt getoond in Afb. B.

3. Herhaal deze stappen voor de andere onderste

onderste handgreep (14), met de meegeleverde bouten (15B) en handgreepknoppen (15A), zoals wordt getoond in afbeelding C. Let erop dat de veiligheidsschakelaar (3) aan de rechterzijde moet zitten wanneer uachter de gazonmaaier staat.

2. Zet de kabel met de kabelhouders (6) vast op de

handgreep, zoals wordt getoond in afbeelding D. NB: Wanneer de handgreepknoppen (15A) zijn losgedraaid, kunt ude bovenste handgreep (1) omlaag klappen en de gazonmaaier opbergen. Let erop dat de elektriciteitskabel niet bekneld raakt. Het monteren van de grasopvangbak (Afd. A, E, F, G, H) De gazonmaaier mag niet worden gebruikt wanneer niet de gehele grasopvangbak of de beschermkap is geplaatst. Ukunt de gazonmaaier met en zonder de gras- opvangbak gebruiken. Bedenk wel dat wanneer umaait zonder de grasopvangbak, de deksel (11) van de grasopvangbak omlaag moet staan. Werk niet met de maaimachine terwijl de deksel van de uitwerpopening omhoog staat.

1. Voeg de twee helften van de grasopvangmand

(10) samen, zoals wordt getoond in afbeelding E.

2. Monteer de kap (12) van de grasopvangbak op

de grasopvangmand (10), die in elkaar is gezet, zoals wordt getoond in afbeelding F.

3. Monteer de draaghandgreep (16) van de gras-

opvangbak op de grasopvangmand (12), zoals wordt getoond in afbeelding G.

4. Afbeelding H toont de op een juiste manier

gemonteerde grasopvangbak.

5. Licht de deksel (11) van de grasopvangbak op

en bevestig de grasopvangbak, die in elkaar is gezet, op de gazonmaaier. Controleer dat de inkepingen in de grasopvangbak goed tegenover de houders op de behuizing van de gazonmaaier uitkomen. NB: de grasopvangbak is voorzien van een grasni- veau-indicator (13), die laat zien hoeveel gemaaid gras er in de bak zit. Zolang de grasopvangbak niet vol is, blijft de indicator geopend. Wanneer de grasopvangbak vol is, sluit de indicator zich. Umoet38

dan onmiddellijk stoppen met grasmaaien en de grasopvangbak leegmaken. De indicator is slechts een ruwe indicatie en de functionaliteit ervan hangt af van de toestand in de grasopvangbak. Het maaiblad vervangen (Afb. A, M) Verwijder de accu voordat uwerkzaamheden aan het elektrisch gereedschap gaat uitvoeren. Draag beschermende handschoenen wanneer uhet maaiblad vervangt. Gevaar voor persoonlijk letsel wanneer uhet maaiblad aanraakt. Gebruik alleen bladen die door de fabrikant worden aanbevolen.

1. De grasopvangbak verwijderen.

2. Draai de maaimachine op z’n kant.

3. Houd het maaiblad stevig vast, terwijl ude

beschermende handschoenen draagt.

4. Draai vervolgens de bevestigingsschroef van

het maaiblad naar links los, zoals wordt getoond in Afb. P.

5. Het maaiblad vervangen of slijpen.

6. Plaats het maaiblad en volg daarbij de hier-

boven beschreven procedure in omgekeerde volgorde (gaten in het maaiblad moeten op de pennen van de as worden gezet).

7. Ukunt het slijpen en vervangen van het maai-

blad het beste overlaten aan een gekwalificeerd iemand. Er kunnen het beste alleen originele onderdelen worden gebruikt. Alle defecten moeten worden gerepareerd door een door de fabrikant geautoriseerde servicewerkplaats.

Voer altijd een visuele inspectie uit voordat uhet gereedschap gebruikt, om te zien of de snijbladen, de bouten van de snijbladen en het zwaard niet versleten of beschadigd zijn. Neem de accu uit het tuingereedschap. Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten in sets, zodat het gereedschap in balans blijft. Vervang versleten of bescha- digde snijbladen en bouten in sets, zodat het gereedschap in balans blijft. Als de machine abnormaal begint te trillen (voor onmiddellijk een inspectie uit): − voor een inspectie uit op beschadigingen, − vervang of repareer eventuele beschadig- de onderdelen, − voer een inspectie uit op losse onderde- len en zet ze vast. Schakel de machine onmiddellijk uit in de volgende gevallen: − wanneer ude machine onbeheerd ach- terlaat, − voor uw blokkeringen verhelpt of de uitstort vrijmaakt, − voordat ude machine controleert, schoonmaakt of er werkzaamheden aan verricht, − nadat ueen vreemd voorwerp hebt geraakt. Inspecteer de machine op beschadiging en voer reparaties uit voor ude machine weer start en bedient. Ga voorzichtig te werk bij het afstellen van de machine zodat uvoorkomt dat uw vingers bekneld raken tussen de bewegen- de maaibladen en de vaste onderdelen van de machine. De maaihoogte instellen (Afb. A, I) Schakel de machine uit, wacht tot de bladen volledig stilstaan en neem de accu uit. Risico persoonlijk letsel. Afhankelijk van de maaihoogte die uw voorkeur heeft kunt ude hoogte van de wielen in een van de vijf standen instellen. Stel de maaihoogte in op basis van wat voor uw gazon noodzakelijk is. De maaihoogte is afhankelijk van het soort gazon en de daadwerkelijke hoogte van het gras. Als hoog gras wordt gemaaid, begin dan met de maximale maaihoogte en gebruik een lagere maaihoogte als uvoor de tweede keer het gazon maait. Voor de eerste maaibeurt in het seizoen kunt uhet beste een hogere maaihooge selecteren.

1. Trek de hendel voor de hoogteinstelling (17) uit

(weg van de behuizing van de machine) zoals wordt getoond in afbeelding I.

2. Terwijl de hendel voor de hoogteinstelling (17)

in de uitgetrokken stand wordt gehouden, duwt udeze naar voren of naar achteren om de gewenste maaihoogte in te stellen.NL

3. Laat de hendel (17) los en controleer of deze op

de juiste manier in de sleuf werd vergrendeld. NB: Er zijn 5 maaihoogtes beschikbaar: 30 mm, 40 mm, 50 mm, 60 mm, 70 mm. De machine in-/uitschakelen (Afb. A, N) Voorafgaand aan het starten van de machine, moet de machine op een vlak oppervlak, zonder hoog gras, worden geplaatst. Maak de onderkant van de machine schoon, voordat de machine wordt ingeschakeld. Houd uw voeten uit de buurt van de bladen. Het product niet kantelen als de motor wordt gestart.

1. Controleer of de veiligheidssleutel (21) in de

daarvoor bestemde locatie, onder de klep van het accucompartiment (19) is ingestoken.

2. Ukunt de machine starten door op de vei-

ligheidsknop (3) te drukken en deze knop ingedrukt te houden en op de AAN/UIT-schake- laar (2) te drukken. Ukunt, terwijl ude AAN/UIT schakelaar (2) vasthoudt, de veiligheidsknop (3) loslaten.

3. Ukunt de machine stoppen door de AAN/

UIT-schakelaar (2) los te laten, wacht vervol- gens tot het maaiblad tot stilstand is gekomen. De maaier bedienen (Afb. A, O) Zorg er te allen tijde voor dat een veilige afstand (aangegeven door de lengte van de lange handgrepen) tussen de gebruiker en de behuizing van de gazonmaaier wordt aangehouden. Zorg voor extra alerheid bij het maaien en het veranderen van de richting op hellingen en stijgende of dalende oppervlakken. Zorg dat een solide stand behouden blijft en draag stevige, slipvrije schoenen en een lange broek. Maai altijd langs de helling en niet omhoog en omlaag. Omwille van de veiligheid mag de gazonmaaier niet worden gebruikt voor het maaien van hellingen met een stijgingspercentage van meer dan 15°. Wees extra alert bij het naar achteren lopen en het trekken van de gazonmaaier. Struikelgevaar! Vóór gebruik

  • Controleer of het gazon geen stenen, takken, draden/kabels of andere vreemde objecten bevat die het product of componenten daarvan kunnen beschadigen.
  • Geen nat gazon maaien, omdat nat gras de neiging heeft om aan de onderkant van de behui- zing van de gazonmaaier vast te blijven kleven, zodat het op de juiste manier afvoeren van gemaaid gras wordt voorkomen en omdat dan het risico bestaat dat ukunt uitglijden en vallen.
  • Voor een gezond gazon, mag unooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras maaien. In de herfst moeten gazons alleen wor- den gemaaid als het gras nog groeit.
  • Duw het product geleidelijk voorwaarts, voer hierbij geen kracht uit.
  • Maai het gazon in iets overlappende rijen. Het meest effectieve is een gemaaid gazon waar geen enkele plek is overgeslagen, zoals getoond in afbeelding O.
  • Maak een cirkel rondom bloemperken. Als een bloemperk in het midden van het gazon aanwe- zig is, kunt utwee cirkels rondom het bloemperk maaien.
  • Wees extra alert bij het veranderen van de rich- ting.
  • Maai altijd langs de helling (niet omhoog en omlaag). Ukunt voorkomen dat de gazonmaaier omlaag gaat glijden, door een positie aan te houden die schuin omhoog gaat.
  • Stel de maaihoogte in op basis van de hoogte van het gras. Maai een aantal keren, om te voor- komen dat in een enkele keer te veel gras wordt gemaaid.
  • Maak de grasopvangbak regelmatig schoon. NB: De gebruikstijd van de oplaadbare accu’sen als gevolg daarvan het aantal vierkante meters dat met een enkele lading van de acu;skan worden gemaaid, is in hoge mate afhankelijk van de status van het gras (zoals dichtheid, vocht, hoogte, maai- hoogte, enz.) en de maaisnelheid (loopsnelheid). Om het aantal te maaien vierkante meters aan uw behoeften aan te passen, wordt geadviseerd om vaker te maaien, met een hogere maaihoogte en op een daarvoor geschikte snelheid. Het regelmatig40

aan- en uitschakelen van de gazonmaaier tijdens het maaien zal ook het aantal vierkante meters beperken dat ukunt maaien. Als de gebruikstjjd met de oplaadbare accu’s(het aantal vierkante meter) ondanks bovenstaande maatregelen nog steeds niet afdoende is, kunt uhet probleem oplossen door oplaadbare accu smet een grote vermogen (Ah) te gebruiken. Na gebruik

1. Na gebruik,dient het product uitgeschakeld te

worden en dient de veiligheidssleutel (21) ont- koppeld te worden.

2. Verwijder de accu’s(23).

3. Controleer en reinig het product en berg het op

zoals beschreven in het hoofdstuk ‘Onderhoud’.

Schakel de machine uit, wacht tot de bladen volledig stilstaan en neem de accu uit. Risico persoonlijk letsel. Schoonmaken De maaimachine is zo ontworpen dat zij met een minimum aan onderhoud lange tijd dienst kan doen. Voortdurend gebruik naar tevredenheid is afhanke- lijk van de juiste verzorging van de maaimachine en regelmatige reiniging.

  • Houd de maaimachine schoon en droog.
  • Verwijder regelmatig met een botte schraper gras en vuil van de maaimachine.
  • Maak de maaimachine schoon met slechts een milde zeepoplossing en een vochtige doek. Laat nooit vloeistoffen in het gereedschap doordrin- gen en dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in vloeistof. Gebruik nooit een schoonmaakmiddel op basis van een oplos- middel of een schuurmiddel. Stop het mes(sen) als de machine gekanteld moet worden voor vervoer bij het oversteken van andere oppervlakken dan gras, en bij het transporteren van de machine van en naar het te gebruiken gebied. Start de machine niet terwijl uvoor de afvoer opening. Opslag Berg de machine pas op wanneer deze is afgekoeld. Vervang voor uw veiligheid versleten of beschadigde onderdelen. Gebruik alleen oorspronkelijke vervan- gende onderdelen en accessoires.

1. Voorafgaand aan het opbergen, dient het

product uitgeschakeld te worden, de veilig- heidssleutel (21) ontkoppeld te worden en de accu’s(23) uitgenomen te worden.

2. Reinig het product zoals bovenstaand

3. Het product en de bijbehorende accessoires op

een donkere, droge, vorstvrije, goed geventileerde plaats opbergen. De ideale op- slagtemperatuur is tussen 10 °C en 30 °C.

4. Het product altijd op een voor kinderen ontoe-

gankelijke locatie opbergen.

5. Wij adviseren het gebruik van de oorspronkelij-

ke verpakking voor de opslag, of het afdekken van het product met een daarvoor geschikte doek of in een daarvoor geschikte kast om het tegen stof te beschermen. Transport

1. Voorafgaand aan het transport, dient het

product uitgeschakeld te worden, de veilig- heidssleutel (21) ontkoppeld te worden en de accu’s(23) uitgenomen te worden.

2. Vervoer het product te allen tijde via de draag-

handgreep voor het transport (7).

3. Bescherm het product tegen krachtige schok-

ken en intense trillingen, die tijdens het trans- port in voertuigen kunnen optreden.

4. Bevestig het product, zodat het niet kan weg-

glijden of omvallen en tegen schade en letsel. MILIEU Defecte en/of afgedankte elektrische of elektronische gereedschappen dienen ter verwerking te worden aangeboden aan een daarvoor verantwoordelijke instantie. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet weg bij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012/19/ EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaal recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt.FR

GARANTIE VONROC producten zijn ontworpen volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en gegarandeerd vrij van defecten, zowel materieel als fabrieksfou- ten, tijdens de wettelijk vastgestelde garantiepe- riode vanaf de eerste aankoopdatum. Mocht het product tijdens deze periode gebreken vertonen veroorzaakt door defecte materialen en/of fabrieks- fouten, neem dan rechtstreeks contact op met VONROC. De volgende situaties vallen niet onder de garantie:

  • Er zijn reparaties of aanpassingen aan de machine uitgevoerd, of er is een poging daartoe ondernomen, door een niet-geautoriseerd ser- vicecentrum.
  • De machine is misbruikt, verkeerd gebruikt of slecht onderhouden.
  • Er zijn niet-originele reserveonderdelen gebruikt. Dit vormt de enige garantie opgesteld door het be- drijf zowel expliciet als impliciet. Er bestaan geen andere garanties expliciet of impliciet welke verder gaan dan deze garantie, inclusief impliciete ga- ranties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor bepaalde doeleinden. In geen enkel geval kan VON- ROC aansprakelijk worden gesteld voor incidentele schade of gevolgschade. Reparaties van dealers zijn gelimiteerd tot de reparatie of vervanging van defecte producten of onderdelen. Het product en de gebruikershandleiding zijn onderhevig aan wijzigingen. Specificaties kunnen zonder opgaaf van redenen worden gewijzigd.
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Vonroc

Model : LM504DC

Categorie : Grasmaaier