PRP 1100 A1 - Trilplaat PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PRP 1100 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PRP 1100 A1 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Trilplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRP 1100 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRP 1100 A1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PRP 1100 A1 PARKSIDE
TRILPLAAT Bedienings- en veiligheidsinstructies Vertaling van de originele handleiding
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften!
Draag een veiligheidsbril!
Draag gehoorbescherming!
Draag werkhandschoenen.
Draag veiligheidsschoenen.
Het is verboden om beschermingsinrichtingen en veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen.
Grijp niet in de draaiende onderdelen. Als u verstrikt raakt in de draaiende snaar kunt u verwondingen aan uw hand oplopen. Plaats altijd de riembescherming.
Een open vlam of roken in de nabijheid van het apparaat is streng verbo- den!
Heet oppervlak! Aanraking kan brandwonden veroorzaken. Voer uitsluitend instandhoudings-, onderhouds- en reinigingswerkzaamhe- den uit wanneer de motor is afgekoeld.
Houd derden uit de buurt van de werkomgeving.53NL/BE
Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het apparaat alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten.
Belangrijk: Schakel eerst de motor uit voordat de brandstof wordt bijgevuld. Vul niet bij als de motor stationair draait.
Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit en trek de bougiestekker uit de bougie.
Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het apparaat
Controle van het oliepeil
Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.
In deze gebruiksaanwijzing hebben wij plaatsen, die van toepassing zijn op uw veiligheid, van dit teken voorzien. Gevaar!
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige ver- wondingen tot gevolgd heeft.54 NL/BE WAARSCHUWING!
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondin- gen kan leiden. VOORZICHTIG!
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondin- gen kan leiden. AANWIJZING
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.55NL/BE
FABRIKANT: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen GEACHTE KLANT, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. AANWIJZING: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Dat niet conform de voorschriften is. Let op: Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepas- singsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het ap- paraat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks- handleiding moet u absoluut de voor de werking van het ap- paraat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimum- leeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheids- voorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handlei- ding of de veiligheidsvoorschriften.
3. Beschrijving van het apparaat
1. Opvouwbare geleidebeugel met handgreep
1a. Schroef geleidebeugel
4a. vleugelmoer 4b. Vleugelmoer (binnen) 4c. luchtfilterelement
13. Schroeven grondplaat
14. Oliepeilstok voor motorolie
17. Houder voor onderstel
22. Olieaftapplug voor excentrische olie
23. Aan/uit-schakelaar
- Rubbermat met bevestigingsstrip
- Gebruikshandleiding56 NL/BE
De trilplaat brengt krachten over op losse aarde of andere ma- terialen. Het kan worden gebruikt voor algemene wegenbouw- werkzaamheden, landschapsarchitectuur en de bouw van ge- bouwen. De trilplaat verhoogt de draagkracht, vermindert de waterdoorlaatbaarheid, voorkomt bodemafzetting, vermindert zwelling of inkrimping van de bodem. Het is bijzonder geschikt voor de verdichting van in elkaar grijpende straatstenen en greppels, en voor landschapsarchitectuur en onderhoudswerk- zaamheden. m Let op! De trilplaat is niet ontworpen voor gebruik op hechtende op- pervlakken, zoals klei of harde oppervlakken zoals beton. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel wor- den gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de monta- gehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voor- koming van ongevallen strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoorschrif- ten moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aan- sprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aange- bracht en de hieruit voortvloeiende schade. De machine mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. De vei- ligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wan- neer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industri- ele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
6. Veiligheidsvoorschriften
- Leer uw machine kennen.
- Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door en zorg er- voor dat u de inhoud en alle etiketten die op de machine zijn aangebracht, begrijpt.
- Maak uzelf vertrouwd met het toepassingsgebied, de be- perkingen van de machine en eventuele speciale bronnen van gevaar.
- Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsele- menten en hun functie.
- Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine kunt stoppen en de bedieningselementen snel kunt uitschakelen.
- Probeer de machine niet te gebruiken zonder de exacte be- dienings- en onderhoudsvereisten van de motor te kennen en hoe ongelukken met persoonlijk letsel en/of materiële schade kunnen worden voorkomen.
- Houd andere personen, met name kinderen uit de buurt van het werkbereik. Werkomgeving
- Start of gebruik de machine nooit in een gesloten ruimte. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk omdat ze het reukloze en dodelijke gas koolmonoxide bevatten. Gebruik de machine uitsluitend in goed geventileerde buitenruimtes.
- Gebruik de machine nooit bij slecht zicht of slechte verlich- ting. Persoonlijke veiligheid
- Gebruik de machine niet als u drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt die uw vermogen om de machine correct te bedienen, beïnvloeden.
- Draag passende kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen.
- Draag geen losse kleding, korte broeken of sieraden van welke aard dan ook; draag lang haar in een knot of staart zodat het niet langer is dan schouderlengte. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende de- len. Losse kleding, sieraden of lang haar kan vast komen te zitten in bewegende delen. Controleer uw machine voor het starten.
- Laat de veiligheidsafdekkingen op hun plaats en werkend.
- Zorg ervoor dat alle moeren, bouten etc. goed vastzitten.
- Gebruik de machine nooit als deze moet worden gerepa- reerd of in slechte mechanische staat verkeert. Vervang beschadigde, ontbrekende of defecte onderdelen vóór ge- bruik.
- Controleer de machine op brandstoflekkage.
- Houd ze functioneel. Gebruik de machine niet als de motor niet met de bijbehorende schakelaar kan worden in- en uit- geschakeld.
- Een op benzine aangedreven machine die niet via de mo- torschakelaar kan worden bediend, is gevaarlijk en moet worden vervangen.
- Voordat u de machine start, dient u er een gewoonte van te maken om eerst te controleren of de schroevendraaier en de moersleutel niet in de buurt van de machine zijn. Een schroevendraaier of sleutel die nog op een draaiend machi- neonderdeel zit, kan persoonlijk letsel veroorzaken.
- Wees alert, let op uw handelingen en gebruik uw gezond verstand bij het werken met de machine. Overdrijf niet.
- Gebruik de machine niet als u op blote voeten loopt of als u sandalen of soortgelijke lichte schoenen draagt. Draag werkschoenen die uw voeten beschermen en uw stabiliteit op gladde oppervlakken verbeteren.
- Zorg te allen tijde voor een goede stabiliteit en evenwicht. Hierdoor kunt u de machine beter controleren in onverwach- te situaties.
- Vermijd een onbedoelde start. Zorg ervoor dat de motor- schakelaar is uitgeschakeld voordat u de machine vervoert of onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoert. Transport- of onderhoudswerkzaamheden aan de machine kunnen leiden tot ongelukken als de schakelaar is ingescha- keld.57NL/BE Veiligheid bij de omgang met benzine
- Benzine is zeer ontvlambaar en de gassen ervan kunnen ex- ploderen als ze ontsteken.
- Neem veiligheidsmaatregelen bij de omgang met benzine om het risico op ernstige verwonding te verminderen.
- Gebruik een geschikte benzine jerrycan bij het vullen of af- tappen van de tank.
- Voer deze werkzaamheden uit in schone, goed geventileer- de buitenruimtes.
- Niet roken. Laat geen vonken, vuur of andere vuurhaarden in de buurt komen bij het tanken van benzine of bij het ge- bruik van de machine.
- Vul de tank nooit binnenshuis. Houd geaarde, elektrisch ge- leidende objecten, zoals gereedschappen, uit de buurt van vrijstaande elektrische onderdelen en leidingen om vonken of vlambogen te voorkomen. Hierdoor kunnen benzinegas- sen gaan ontsteken.
- Zet de motor altijd stil en laat hem afkoelen voordat u de benzinetank vult. Verwijder de tankdop en vul de tank nooit als de motor draait of als de motor heet is.
- Gebruik de machine niet als u op de hoogte bent van lekken in het benzinesysteem. Maak de tankdop langzaam los om eventuele druk in de tank te ontlasten. Vul de tank nooit te vol (de benzine mag nooit boven het aangegeven maximale vulpeil komen). Sluit de benzinetank goed af met de tankdop en veeg gemorste brandstof op.
- Gebruik de machine nooit als de tankdop niet goed is vast- geschroefd. Vermijd ontstekingsbronnen in de buurt van ge- morste benzine. Als er benzine wordt gemorst, moet u niet proberen de machine te starten. Verwijder de machine uit het gedeelte waar gemorst is en voorkom vorming van ont- stekingsbronnen totdat de benzinegassen zijn verdampt.
- Bewaar benzine in speciaal voor dit doel gemaakte jerry- cans.
- Bewaar brandstof in een koele, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en vlammen of andere ontstekings- bronnen. Bewaar benzine of de machine met een volle tank nooit in een gebouw waar benzinedampen blootstaan aan vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals boi- lers, kachels, wasdrogers en dergelijke. kunnen komen.
- Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een geslo- ten ruimte opslaat. Gebruik en onderhoud van de machine
- Til of draag de machine nooit als de motor draait.
- Gebruik geen geweld met de machine.
- Gebruik de juiste machine voor uw toepassing. De juiste machine zal het werk waarvoor hij is ontworpen beter en veiliger uitvoeren.
- Verander de instelling van de toerentalregelaar van de mo- tor niet en laat de motor niet oververhitten. De toerenrege- laar regelt het maximale toerental van de motor met maxi- male veiligheid.
- Laat de motor niet op hoge snelheid draaien als u niet ver- dicht.
- Houd handen of voeten uit de buurt van draaiende delen.
- Vermijd contact met hete benzine, olie, uitlaatgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de uitlaatdemper niet aan. Deze onderdelen worden bijzonder warm tijdens het gebruik. Ze zijn nog steeds warm, zelfs korte tijd nadat de machine is uitgeschakeld.
- Laat de motor afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamhe- den of instellingen gaat uitvoeren.
- Als de machine ongewone geluiden of trillingen gaat ma- ken, schakelt u de motor direct uit, koppelt u de bougiekabel los en zoekt u naar de oorzaak. Ongebruikelijke geluiden of trillingen zijn meestal een teken van storing.
- Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde hulpstukken en accessoires. Bij het niet in acht nemen, kan dit leiden tot letsel.
- Voer onderhoud aan de machine uit. Controleer ze op on- juiste uitlijning of verstopping van bewegende delen, schade aan onderdelen en andere omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de werking van de machine. Laat de machine eerst repareren voordat u de machine verder gebruikt als u schade ontdekt. Veel ongevallen zijn het gevolg van slecht onderhouden apparatuur.
- Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van gras, blade- ren, overmatige smering of koolstofafzetting om het risico op brand te verminderen.
- Maak de machine nooit vochtig of nat met water of een an- dere vloeistof.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van kleine on- derdelen.
- Reinig de machine na elk gebruik.
- Neem de geldende richtlijnen voor afvalverwijdering voor benzine, olie etc. in acht om het milieu te beschermen.
- Houd de uitgeschakelde machine buiten het bereik van kin- deren en sta niet toe dat personen, die niet vertrouwd zijn met de machine of deze handleiding hebben gelezen, de machine gebruiken. De machine is gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers. Service
- Schakel voor reinigings-, reparatie-, inspectie- of afstelwerk- zaamheden de motor uit en zorg ervoor dat alle bewegende delen stilstaan.
- Zorg er altijd voor dat de motorschakelaar in de stand „OFF“ staat. Maak de bougiekabel los en houd deze uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat deze per ongeluk start.
- Laat uw machine onderhouden door gekwalificeerd perso- neel. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Hier- mee wordt gewaarborgd dat de machine veilig blijft. Aanvullende veiligheidsvoorschriften
- Houd handen, vingers en voeten uit de buurt van de grond- plaat om letsel te voorkomen.
- Houd de handgreep van de trilplaat met beide handen ste- vig vast. Als beide handen de handgreep vasthouden en uw voeten van de verdichterplaat af zijn, kunnen uw handen, vingers en voeten niet door de verdichterplaat worden ver- wond.
- Blijf altijd achter de machine als u deze gebruikt; loop of sta nooit voor de machine als de motor draait.
- Plaats nooit gereedschap of andere voorwerpen onder de trilplaat. Als de machine tegen een vreemd voorwerp aan- loopt, stop dan de motor, trek de bougiekabel los en contro- leer de machine op schade; repareer de schade voordat u de machine opnieuw opstart en gebruikt.
- Overbelast de machine niet door te diep of te snel te ver- dichten.58 NL/BE
- Gebruik de machine niet met hoge snelheden op harde of gladde oppervlakken.
- Wees met name voorzichtig bij het gebruik van de machine op of bij het oversteken van grindbedden, paden of wegen.
- Kijk uit voor verborgen gevaren of verkeer. Vervoer geen mensen.
- Verlaat nooit de werkplek en laat de trilplaat nooit onbe- heerd achter als de motor draait.
- Stop de machine altijd als het werk wordt onderbroken of als u van de ene plaats naar de andere loopt.
- Blijf uit de buurt van greppelranden en vermijd handelingen die de trilplaat kunnen doen omvallen. Ga voorzichtig in een rechte lijn naar voren en terug om te voorkomen dat de tril- plaat op de operator valt.
- Plaats de machine altijd op een stevige en vlakke onder- grond en schakel het apparaat uit.
- Beperk de werktijden aan de machine en neem regelmatig pauzes om de trilbelasting te verminderen en uw hand te laten rusten. Verminder de snelheid en de kracht waarmee u herhalende bewegingen uitvoert. Restrisico‘s De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tij- dens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico‘s bestaan.
- Restrisico‘s kunnen worden geminimaliseerd als de veilig- heidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
- Voorkom het onvoorzien opstarten van de machine.
- Gebruik gereedschap dat in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de ma- chine in bedrijf is.
......................................................................10,8 m/s² Onzekerheid K ..............................................................1,5 m/s² De aangegeven geluidswaarden zijn volgens een genormeer- de testmethode gemeten en kunnen gebruikt worden om ver- schillende gereedschappen met elkaar te vergelijken. Bovendien zijn deze waarden geschikt om belastingen voor de gebruiker, die door geluid ontstaan, te voren in te kunnen schatten. Waarschuwing! Afhankelijk van de manier waarop u het gereedschap gebruikt, kunnen de daadwerkelijke waarden van de aangegeven waarden afwijken. Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te beschermen. Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het gereedschap onbelast draait of uitgescha- keld is. Passende maatregelen omvatten onder andere het regelmatig onderhouden en verzorgen van het gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport- schade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderde- len uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. m GEVAAR Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkings- gevaar!59NL/BE
Voor het monteren van de trilplaat heeft u het volgende nodig:
- Steeksleutel SW16 (niet bij de levering inbegrepen)
- Platte schroevendraaier (niet bij de levering inbegrepen)
1. Klap de geleidebeugel met handgreep (1) uit.
2. Schuif de geleidebeugel met handgreep (1) tussen de be-
vestigingsnokken en zet deze vast met 2 zeskantbouten M10 x 70 (1a), 2 ringen 10 mm en 2 stopmoeren.
3. Bevestig de gashendel (2) aan de bovenste handgreep
(1) met een sleufschroef M5 x 25 (2a) en een ring. U kunt de kabel spannen met de Bowden-kabelschroef op de gashendel (2).
9.2 Onderstel monteren (afb. 5)
1. Bevestig het voorgemonteerde onderstel (12) aan de be-
vestigingsogen met 2 zeskantbouten M10 x 30, 2 ringen van 10 mm en 2 stopmoeren (12a). Draai alle schroeven handvast aan.
2. Klap nu het complete onderstel (12) in werkpositie en
haak het met de uitsparingen in de houder voor het on- derstel (17). Let op: Het onderstel (12) voor het verdichten altijd opklap- pen en inhaken! Zorg ervoor dat het scharnier van het onder- stel vrij kan bewegen, zodat het kan worden opgeklapt.
9.3 Rubbermat monteren (afb. 6)
Bij gebruik van de trilplaat op straatstenen moet de rubbermat (20) worden aangebracht om afbrokkelen en krassen van het steenoppervlak te voorkomen. Let op! Gebruik de rubbermat alleen voor het trillen in beton- blokken, betonplaten en dergelijke. Verwijder de rubbermat bij het trillen met grind, split en der- gelijke.
1. Om de rubbermat (20) te monteren, plaatst u de machine
met de trilplaat op de rubberen mat. Lijn de rubbermat zo uit dat de boorgaten overeenkomen met de schroefpunten op het apparaat.
2. Bevestig de rubbermat (20) met de bevestigingsstrip (21)
aan de voorkant met 3 zeskantschroeven M10 x 20 mm elk, 3 veerringen A10 mm (21a).
3. Draai alle schroeven goed vast.
10. Voor de ingebruikname
m LET OP! Het apparaat moet voor de ingebruikname volle- dig zijn gemonteerd! m WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaat- gassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. - Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht. AANWIJZING! Productbeschadiging Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie- olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden. - Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd. AANWIJZING! Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloei- stof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden. - Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergron- den. - Gebruik een vulpijp of trechter. - Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften. - Verwijder olie conform de lokale voorschriften. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden. - Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte. Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflek- ken.
- Controleer het motoroliepeil.
- Controleer het brandstofpeil – de tank moet minstens half- vol zijn.
- Controleer de conditie van het luchtfilter.
- Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
10.1 Motorolie bijvullen (afb. 13)
m Let op! De trilplaat wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40 (afhankelijk van de bedrijfstemperatuur)). Controleer regelmatig voor elk gebruik het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
1. Plaats de trilplaat op een vlakke, rechte ondergrond.
2. Schroef de oliepeilstok (14) los.
3. Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter
(niet bij de levering inbegrepen). Let op de max. vulhoe- veelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
4. Veeg de oliepeilstok (14) met een schone, pluisvrije doek
5. Voer de oliepeilstok (14) weer in en controleer het oliepeil
zonder de peilstok weer vast te schroeven.
6. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de
oliepeilstok staan.60 NL/BE
7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoe-
veelheid olie toe (max. 600 ml).
8. Schroef de oliepeilstok (14) vervolgens weer vast.
10.2 Benzine bijvullen (afb. 15)
m Let op! De trilplaat wordt geleverd zonder benzine. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bijvullen. Gebruik hiertoe Super E5/E10 benzine.
1. Maak de omgeving van het vulgedeelte schoon. Veront-
reinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
2. Open voorzichtig de tankdop (5) zodat eventuele over-
druk kan ontsnappen.
3. Vul de tank met behulp van een trechter (niet bij de leve-
ring inbegrepen) met benzine (Super E5/E10). Let op de max. vulcapaciteit van 3,6 liter. Vul voorzichtig de ben- zine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
4. Sluit de tankdop (5) opnieuw. Controleer of het tankdek-
sel goed is afgesloten.
5. Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
6. Controleer de tank en de brandstofleidingen op lekkage.
7. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof
hebt bijgevuld voordat u de motor start.
- Gebruik geen reeds gebruikte en verontreinigde benzine. Laat geen vuil en water in de benzinetank komen.
Aan/uit-schakelaar (23) De aan/uit-schakelaar (23) activeert en deactiveert het ont- stekingssysteem. De aan/uit-schakelaar (23) moet in de stand ON staan om de motor te laten draaien. De motor stopt wanneer de aan/uit-schakelaar (23) in de OFF- stand wordt gezet. Gashendel (2) De snelheid van de machine wordt geregeld met de gashendel (2). Als de hendel in de getoonde richting wordt bewogen, loopt de motor sneller of langzamer. Snel / werkpositie = Traag / stationair = Chokehendel (16) (afb. 10)
- Warme motor / choke dicht:
- Koude motor / choke open: Aanwijzing: De gesloten stand van de chokehendel verrijkt het brandstofmengsel voor het starten van een koude motor. De geopende stand zorgt voor het juiste brandstofmengsel voor een normale werking na het starten en voor het opnieuw starten van een warme motor. Benzinekraan (15) (afb. 10)
1. Controleer het motorolie- en benzinepeil. Zie hoofdstuk
2. Vouw het onderstel (12) vóór het verdichten altijd op en
haak het in de houder voor het onderstel (17)! Zorg er- voor dat het scharnier van het onderstel vrij kan bewe- gen, zodat het kan worden opgeklapt.
3. Zet de chokehendel (16) op dicht (open wanneer de mo-
tor warm is). Aanwijzing: Zodra de chokehendel (16) wordt geopend, begint de trilplaat te trillen bij half gas.
6. Zet de aan/uit-schakelaar (23) op ON.
7. Trek snel aan het starterkoord (8) en laat deze weer laat
deze langzaam oprollen.
8. Zodra de motor loopt, sluit u langzaam de chokehendel
(16). En zo zet u deze in de bedrijfsstand.
9. Zet de gashendel (2) in de werkpositie.
10. Trilplaat begint te werken.
Wanneer u de machine gebruikt, gebruik dan de geleidebeu- gel met handgreep (1) om de machine te besturen. Laat de motor bij vol gas draaien, gebruik hiertoe de gashen- del (2). Daarbij gaat de plaat uit zichzelf met normale snelheid vooruit. Duw de trilplaat iets naar voren bij het werken op hel- lingen. Bij het werken op hellingen moet de snelheid worden verminderd door de trilplaat tegen te houden. m LET OP! Gebruik de trilplaat niet op beton of extreem harde, droge, verdichte oppervlakken. De trilplaat heeft dan de neiging te springen en trilt niet. Dit kan zowel de trilplaat als de motor beschadigen. Het aantal herhalingen dat nodig is om het gewenste verdich- tingsresultaat te bereiken, is afhankelijk van het type en de vochtigheid van de ondergrond. De maximale verdichting is bereikt wanneer je een zeer sterke terugslag opmerkt. Een bepaalde hoeveelheid vocht in de grond is noodzakelijk. Overmatig vocht kan er echter voor zorgen dat kleine onderde- len aan elkaar blijven kleven waardoor een goede verdichting wordt voorkomen. Laat de grond een beetje drogen als deze extreem nat is. Een zeer droge grond doet veel stof opwaaien bij het werken met de trilplaat. Toevoeging van vocht kan de verdichting ver- beteren en het onderhoud van het luchtfilter verminderen.61NL/BE Verdichting met rubbermat Bij gebruik van de trilplaat op straatstenen moet de rubbermat (20) worden aangebracht om afbrokkelen en schuren van het steenoppervlak te voorkomen (zie 9.3). Met een rubbermat on- der de trilplaat voorkomt u beschadiging van platen en natuur- steen bij het trillen. Verwijder de rubbermat bij het verdichten van losse, korrelige grond en bij herstelwerkzaamheden aan het wegdek. Bij het intrillen met de zwarte rubbermat kan verkleuring van het materiaaloppervlak optreden. Verdichting zonder rubbermat Als de trilplaat zonder rubbermat wordt gebruikt, schroeft u de schroeven (21a) in de bevestigingsstrip (21) en de bodem- plaat (20) om beschadiging aan de boorgaten te voorkomen. Opmerkingen bij het verdichten Bij het verdichten van grond op hellingen (heuvels, taluds) moe- ten de volgende opmerkingen in acht worden genomen:
- Benader hellingen uitsluitend vanaf onderen (een helling die eenvoudig kan worden overwonnen, kan ook zonder risico naar onderen toe worden verdicht).
- De operator mag nooit in de neerwaartse richting gaan staan.
- LET OP: Een maximale stijging van 20° mag niet worden overschreden. Als deze helling wordt overschreden, kan het motorsmeersysteem uitvallen (spatsmering en daarmee het uitvallen van belangrijke motoronderdelen).
11.3 Stoppen van de motor
Noodstop Om de motor in een noodsituatie te stoppen, zet u de motor- schakelaar (23) in de stand OFF. Uitschakelen onder normale omstandigheden:
1. Zet de gashendel (2) terug in de stationaire stand om de
trilplaat te laten stoppen.
2. Laat de motor een minuut of twee afkoelen voordat u hem
3. Zet de aan/uit-schakelaar (23) in de stand „OFF“.
m LET OP! Breng de chokehendel (16) niet in de stand „dicht“, om de motor te stoppen. Dit kan leiden tot een onjuiste ontsteking of motorschade.
11.4 Stationair toerental
Het verlagen van het motortoerental bij stationair toerental verlengt de bedrijfstijd van de motor, bespaart brandstof en verlaagt het geluidsniveau van de trilplaat.
1. Zet de gashendel (2) in de stand „stationair“, om de be-
lasting van de motor te verminderen wanneer deze niet wordt verdicht.
12. Transport (afb. 20)
m WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan lei- den tot letsel. - Schakel na het laden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie. - Het product kan door zijn eigen gewicht ernstige verwon- dingen door beknelling veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen. m De machine kan vallen en schade of letsel veroorzaken als deze niet conform de voorschriften wordt opgetild. Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden. Beveilig de machine op het transportvoertuig tegen rollen, weg- glijden of omvallen en sjor de trilplaat extra vast. Het onderstel vereenvoudigt het gebruik. Trek daartoe het on- derstel uit de houder (17). Duw de geleidebeugel met beide handen naar voren. Hier- door komt de machine iets omhoog. Klap nu het onderstel onder de trilplaat. Ga bij het neerzetten van de machine in omgekeerde volgorde te werk. LET OP: Gebruik het onderstel alleen op een vlakke en stevige ondergrond en voor korte afstanden.
13. Reiniging en onderhoud
m WAARSCHUWING! Gevaar voor verwondingen en brandwonden! Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwon- dingen veroorzaken. Bovendien kunnen er temperaturen van 80° C worden bereikt. - Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamhe- den de motor uit. - Laat de motor afkoelen. - Trek de bougiekabel van de bougie. m WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ern- stige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. - Adem benzine-/smeeroliedampen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Als water de behuizing binnendringt, kan motorschade het ge- volg zijn. Bovendien kan de staal van een hogedrukreiniger delen van het product beschadigen. - Reinig het product met een doek, een handveger, etc. - Dompel het product niet in water of andere vloeistoffen en spuit deze niet af met de hogedrukreiniger.62 NL/BE Onderhoudsschema na 10 bedrijf- suren na 25 bedrijf- suren elke 50 bedrijf- suren elke
13.1 Reinigingswerkzaamheden:
m WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan lei- den tot letsel. - Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamhe- den de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie. Het onderhoud van uw trilplaat zorgt voor een lange levens- duur van de machine en haar onderdelen.
- Controleer de algemene toestand van de trilplaat op losse bouten, onjuiste uitlijning of blokkering van bewegende delen, gebroken of gebarsten onderdelen en andere om- standigheden die de werking van de machine kunnen be- invloeden.
- Gebruik een hoogwaardige lichte machineolie om de be- wegende delen te smeren.
- Maak de onderkant van de trilplaat schoon zodra er deel- tjes van de verdichte grond vast komen te zitten. De machi- ne werkt niet goed als de onderkant niet glad en schoon is.
- Bevestig de bougiekabel weer na de reinigings- en onder- houdswerkzaamheden.
13.2 Controle en vervanging van de V-snaren
Verwijder de riemafdekking (19) om toegang te krijgen tot de V-snaar (19b). Gebruik de trilplaat nooit zonder de riemafdek- king (19). Als de riemafdekking (19) niet is aangebracht, kan uw hand tussen de V-snaar en de koppeling bekneld raken, waardoor u ernstig letsel kunt oplopen.
13.2.1 Spanning van de V-snaren (afb. 7, 8, 9)
De V-snaar (19b) moet in goede staat zijn om een optimale krachtoverbrenging van de motor naar de excenter-as te garan- deren. Controleer de toestand van de V-snaren (19b).
1. Zet de motor uit en laat hem afkoelen.
2. Verwijder de riemafdekking (19) om toegang te krijgen
tot de V-snaar (19b). Draai daartoe de 2 schroeven van de riemafdekking (19a) los met steeksleutel SW13.
3. Controleer nu de riemspanning (duimdruk). Als de V-snaar
(19b) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk), moet u deze opnieuw spannen.
4. Draai daartoe de vier motorbevestigingsschroeven (19e)
op de motor iets los en duw de motor naar voren in de richting van het excentrische huis (9).
5. Draai nu de beide borgmoeren (19d) los.
6. Span de V-snaar (19b) aan met de beide riemspanschroe-
ven (19c) als de V-snaar (19b) meer dan 10-15 mm mee- geeft (duimdruk). Draai daartoe de riemspanschroeven (19c) rechtsom. Zorg ervoor dat de motor/poelie in een rechte hoek blijft.
7. Draai na het spannen de vier motorbevestigingsbouten
(19e) en de borgmoeren (19d) weer vast.
8. Plaats de riemafdekking (19) terug en draai de 2 schroe-
ven van de riemafdekking (19a) vast met steeksleutel SW13.
13.2.2 Vervangen van de V-snaren (afb. 7, 8, 9)
Als de V-snaar (19b) gescheurd, versleten of glad is, moet deze worden vervangen.
1. Zet de motor uit en laat hem afkoelen.
2. Verwijder de riemafdekking (19) om toegang te krijgen
tot de V-snaar (19b). Draai daartoe de 2 schroeven van de riemafdekking (19a) los met steeksleutel SW13.
3. Draai vervolgens de vier motorbevestigingsschroeven
(19e) op de motor iets los.
4. Om de voorspanning van de riem los te maken, opent
u de borgmoeren (19d) en draait u de beide riemspan- schroeven (19c) linksom.
5. Duw de motor in de richting van het excentrische huis (9).
6. Trek de versleten V-snaar (19b) van de poelies en monteer
op de juiste wijze twee nieuwe V-snaren.
7. Span de V-snaar (19b) aan met de beide riemspanschroe-
ven (19c) als de V-snaar (19b) meer dan 10-15 mm mee- geeft (duimdruk). Draai daartoe de riemspanschroeven (19c) rechtsom. Zorg ervoor dat de motor/poelie in een rechte hoek blijft.
8. Draai na het spannen de vier motorbevestigingsbouten
(19e) en de borgmoeren (19d) weer vast.
9. Plaats de riemafdekking (19) terug en draai de 2 schroe-
ven van de riemafdekking (19a) vast met steeksleutel SW13. m LET OP! Let op dat uw vingers niet beklemd raken tussen de riem en de rol bij het verwijderen of monteren van de V-snaar (19b). AANWIJZING! Productbeschadiging Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie- olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden. - Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd. AANWIJZING! Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloei- stof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden. - Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergron- den. - Gebruik een vulpijp of trechter. - Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften. - Verwijder olie conform de lokale voorschriften.63NL/BE
13.3 Verversen van de motorolie (afb. 12, 13)
Na 25 werkuren moet de 1e werkuren worden uitgevoerd. Daarna na 100 bedrijfsuren. Aanbevolen motorolie SAE 10W-30 of SAE 10W-40 (afhanke- lijk van de bedrijfstemperatuur). Ga als volgt te werk om de motorolie af te tappen:
1. Verwijder de flexibele slang (18) met een steeksleutel
SW17 (niet bij de levering inbegrepen) en laat de mo- torolie in een geschikt bak weglopen. Zorg ervoor dat de geplaatste afdichtring in de flexibele slang (18) niet verloren gaat.
2. Wanneer de motorolie volledig is afgetapt, maakt u de
flexibele slang (18) weer vast aan het apparaat.
3. Schroef de motoroliepeilstok (14) los. Vul de olie bij met
behulp van een trechter (niet bij de levering inbegrepen).
4. Controleer het oliepeil met de motoroliepeilstok voor mo-
torolie (14). Voer de oliepeilstok (14) weer in en contro- leer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven.
5. Schroef de motoroliepeilstok voor motorolie (14) weer
6. Trek 5x langzaam aan het starterkoord (8) zodat de olie
verdeeld wordt (zonder ontsteking).
13.4 Tap de benzine af met een benzine-afzuig-
pomp (afb. 14, 15) Bij opslag voor langere tijd of bij vervanging van de excentri- sche olie moet de benzine worden afgetapt.
1. Sluit de benzinekraan (15).
2. Houd een opvangreservoir onder de slang van de afzuig-
pomp voor benzine (niet bij de levering inbegrepen).
3. Schroef de tankdop (5) los en verwijder deze.
4. Verwijder het brandstoffilterelement (5a).
5. Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de
benzinetank en tap de benzine met behulp van de afzuig- pomp voor benzine volledig af.
6. Plaats het brandstoffilterelement (5a) terug.
7. Schroef de tankdop (5) er weer op.
8. Om ervoor te zorgen dat er geen benzine in de carbura-
teur achterblijft, moet de resterende benzine uit de carbu- rateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschikt vat (niet bij de levering inbegrepen) onder de carburateur en open de carburateurschroef (15a).
13.5 Verversen van de excentrische olie
(afb. 16, 17) Door het gewicht, adviseren wij u deze werkzaamheden met twee personen uit te voeren! Wij adviseren de excentrische olie na 300 bedrijfsuren te verversen. Voer het verversen van de excentrische olie uitsluitend uit als de excenter is afgekoeld. Aanbevolen tandwielolie met een lage viscositeit SAE 10W-
1. Tap de benzine af, zoals beschreven in 13.4.
2. Tap de motorolie af, zoals beschreven in 13.3.
3. Verwijder de olieaftapplug (22) aan de bovenkant van
het excenterhuis en kantel de trilplaat naar voren.
4. Giet de olie af in een kuip.
5. Zet de trilplaat terug in zijn oorspronkelijke positie.
6. Vul het excenterhuis (9) met behulp van een trechter (niet
bij de levering inbegrepen) met tandwielolie met een lage viscositeit (10W40). Let op de max. vulhoeveelheid van 80-100 ml.
7. Schroef de olieaftapschroef (22) weer terug vast.
m LET OP! Vul de tank niet te vol! Te veel olie in de excenter kan de pres- taties verminderen en de excenter oververhitten. Nok Een excentrisch gewicht op de excentrische as in het excen- trische huis wordt bij hoge snelheden aangedreven door een koppeling en een riemaandrijfsysteem. Deze hoge draaisnelheden van de as veroorzaken de snelle op- en neerwaartse bewegingen van de machine en de voor- waartse beweging.
13.6 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 18)
m GEVAAR! Brand- en explosiegevaar! Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en even- tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood. - Reinig het luchtfilter. uitsluitend door uitkloppen. - Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplos- middelen. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement kan tot motorschade leiden. - Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draai- en. Een vervuild luchtfilterelement (4c) vermindert het motorvermo- gen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer naar de carbu- rateur. Regelmatige controle is dus essentieel. Het luchtfilter moet elke 50 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.
1. Schroef de vleugelmoer (4a) los en verwijder het luchtfil-
2. Controleer het luchtfilterdeksel (4) op gaten of scheuren.
Vervang elk beschadigd element.
3. Schroef de binnenste vleugelmoer (4b) los en verwijder
het filterelement (4c).
4. Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met
een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt. Plaats het luchtfilterdeksel (4) voor de duur van de filterreiniging weer terug op het filterhuis.
5. Verwijder het filterelement (4c). Controleer het op bescha-
diging en vervang het indien nodig.
6. Klop het filterelement (4c) uit op een hard oppervlak om
het vuil te verwijderen. Borstel het vuil nooit af, want daar- mee wordt het in de vezels gedrukt.
7. Reinig, indien nodig, het filterelement (4c) extra in warm
water en een milde zeepoplossing. Spoel het grondig af met helder water en laat het goed drogen.64 NL/BE
8. Plaats het schone filterelement (4c) terug en schroef de
binnenste vleugelmoer (4b) vast.
9. Plaats het luchtfilterdeksel (4) en zet het vast met de vleu-
gelmoer (4a). m LET OP: Laat de motor nooit draaien zonder of met een beschadigd luchtfilterelement (4c). Hierdoor kan er vuil in de motor terechtkomen, wat schade aan de motor kan veroorza- ken. De garantie van de fabrikant vervalt hierdoor.
13.7 Bougie reinigen/vervangen (afb. 19)
m LET OP: Vervang de bougie alleen als de motor koud is! Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koper- draadborstel. Vervang, indien nodig, de bougie daarna elke 50 bedrijfsuren.
1. Maak de bougiekabel los en verwijder het eventuele vuil
in de buurt van de bougie.
2. Draai de bougie (24) er met de meegeleverde bougie-
3. Controleer de isolator. Vervang de bougie bij beschadi-
gingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
4. Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
5. Controleer de elektrodenafstand en stel deze af met een
voelermaat. Om de motor efficiënt te laten draaien, moet de bougie de juiste elektrodenafstand (0,7 - 0,8 mm) heb- ben.
6. Schroef de bougie (24) er met de hand weer in en draai
deze ongeveer 1/4 slag vast met de bijgeleverde bou- giesleutel.
7. Plaats de bougiekabel op de bougie (24).
m LET OP! Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor bescha- digen. En een te strak vastgedraaide bougie kan de schroef- draad in de cilinderkop beschadigen. Vermeld in geval van vragen de volgende gege- vens:
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor Belangrijke aanwijzing bij reparatie: Houd er bij retourlevering van het apparaat voor reparatie re- kening mee dat het apparaat om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
13.8 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Artikelnummer van het apparaat Reserveonderdelen/accessoires Rubbermat - Artikelnr.: 3904601413 Benzine afzuigpomp - Artikelnr.: 7907600001 Service-informatie Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtdelen*: Bougie, olie, snaar, rubbermat, luchtfilter
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
m GEVAAR! Brand- en explosiegevaar! Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ont- stekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood. - Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot mo- torschade leiden. - Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
14.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:
Als de trilplaat langer dan 30 dagen niet gebruikt zal worden, volg dan de onderstaande stappen om deze klaar te maken voor opslag.
1. Maak de benzinetank volledig leeg (zie hoofdstuk 13.4).
Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE bevat zal bin- nen 30 dagen schraal worden. Schrale benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan daardoor de carburateur ver- stoppen en de brandstoftoevoer beperken.
2. Laat de olie uit de motor lopen, terwijl deze nog warm is.
Vul met nieuwe olie. (Zie hoofdstuk 13.3.)
3. Gebruik schone doeken om de trilplaat schoon te maken.
m Gebruik geen agressieve reinigingsmidde- len of reinigingsmiddelen op oliebasis bij het reinigen van de plastic onderdelen. Chemische stoffen kunnen kunststoffen beschadigen.
4. Bewaar de trilplaat rechtop in een schoon en droog ge-
bouw met goede ventilatie. Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het apparaat in de originele verpakking. Dek het apparaat af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat.
15. Afvalverwerking en hergebruik
Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en kan dus op- nieuw gebruikt worden of kan terugkeren in de kringloop van grondstoffen. Het apparaat en de accessoires ervan bestaan uit verschillen- de soorten materiaal, zoals metaal en kunststoffen. Verwijder defecte componenten als speciaal afval. Informeer hiernaar bij uw speciaalzaak of bij de gemeente!65NL/BE De verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen die u bij lokale recyclingcentra kunt inleveren. Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
16. Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hier- mee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Motor start niet Bougiekabel niet aangesloten Sluit de bougiekabel goed aan op de bougie. Geen benzine of schrale benzine Vul schone, nieuwe benzine bij. Gashendel niet in de juiste startpositie Zet de gashendel in de startpositie. Geblokkeerde benzineleiding Reinig de benzineleiding. Veroliede bougie Reinig de bougie, stel de afstand in of vervang deze. Te weinig olie Controleer het motoroliepeil en vul indien nodig olie bij. Overvulling van de motor Wacht een paar minuten tot de herstart. Motor loopt onregelmatig Bougiekabel los Sluit de bougiekabel aan en bevestig deze. Het apparaat draait in CHOKE Zet de chokehendel in de stand OFF. Geblokkeerde benzineleiding of schrale brandstof Reinig de benzineleiding. Vul de tank met schone, nieuwe benzine. Water of vuil in het benzinesysteem Tap de benzine uit de tank. Vul met nieuwe benzine. Verontreinigde luchtfilter Reinig of vervang het luchtfilter. Motor oververhit Verontreinigde luchtfilter Reinig het luchtfilter. Beperkte luchtstroom Reinig de motor van de trilplaat. De motor stopt niet wanneer de gashendel in de stopstand staat, of het motortoerental neemt niet goed toe wanneer de gashendel wordt bewogen. Afzettingen in de gashendelverbindingen. Verwijder vuil en aanslag. Kabel beschadigd Contact opnemen met de leverancier. De trilplaat is moeilijk te besturen tijdens de werking (machine springt of beweegt abrupt naar voren). Te hoog motortoerental op harde onder- grond. Stel een lagere snelheid in met de gashendel. Schokdemper te los of beschadigd Contact opnemen met de leverancier. Geen enkele trilfunctie resp. de trilplaat bereikt niet de maximale snelheid Beschadiging van de excenter of de trilplaat Contact opnemen met de leverancier. Aandrijfriem te los en slipt door Aandrijfriem aanpassen of vervangen. Olieverlies bij de motor of de excenter Versleten afdichtingen Contact opnemen met de leverancier. Lekkage in de behuizing66 NL/BE
Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefo- nisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of on- oordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebeho- ren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantie- claims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstuk- ken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
SimpelGids