DUA300Z - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DUA300Z MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUA300Z - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUA300Z van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DUA300Z MAKITA
Accustoksnoeizaag GEBRUIKSAANWIJZING 68
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. *1: Gewicht, met de grootste accu en een lege olietank, en zonder zaagblad, zaagketting, schouderdraagstel en hulpstuk, volgens EN ISO11680-1. *2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
- Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01 / PDC1200 / PDC1500
- Dehierbovenvermeldebekabeldevoedingsbron(nen)is/zijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont.
- Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Combinatie van zaagketting, zaagblad en kettingwiel Type zaagketting 90PX / M41 Aantal kettingschakels 40 46 Zaagblad Lengte zaagblad 25 cm 30 cm Zaaglengte 240 mm 296 mm Steek 3/8″ Maat 1,1 mm Type Tandwielzaagblad Kettingwiel Aantal tanden 6 Steek 3/8″69 NEDERLANDS Type zaagketting 91PX / M43 Aantal kettingschakels 40 46 Zaagblad Lengte zaagblad 25 cm 30 cm Zaaglengte 240 mm 296 mm Steek 3/8″ Maat 1,3 mm Type Tandwielzaagblad Kettingwiel Aantal tanden 6 Steek 3/8″ WAARSCHUWING:Gebruikdejuistecombinatievanzaagbladenzaagketting.Anderslooptudekansop lichamelijkletsel. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Stel niet bloot aan vocht. Leesdegebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidshelm, veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag veiligheidshandschoenen. Draag stevige schoenen met antislipzolen. Veiligheidsschoenen met stalen neuzen worden aanbevolen. Let goed op elektriciteitskabels: gevaar van elektrische schok. Houd minstens 15 meter afstand. Maximaal toegestane zaaglengte Draairichting van de ketting Kettingolietank Hete delen - brandgevaar voor vingers en handen. Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten,accu‘senbatterijennegatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijenenoudeaccu‘senbatterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrischeapparaten,accu‘senbatterijen gescheiden te worden opgeslagen en te wordeningeleverdbijeenapartinzame- lingspuntvoorhuishoudelijkafvaldatde milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conformEU-richtlijninzakegeluidsemissie buitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het snoeien van kleine en grote takken. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens ISO22868(ISO11680-1): Geluidsdrukniveau (L
): 103 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.70 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trillingen Linkerhandgreep (voorhandgreep) Rechterhandgreep (achterhandgreep) Toepasselijke normah (m/s ) Onzekerheid K (m/s ) ah (m/s ) Onzekerheid K (m/s
2,5 of minder 1,5 2,5 of minder 1,5 ISO22867(ISO11680-1) OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestmethodeenkan/kunnen wordengebruiktomditgereedschaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de prak- tijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (reke- ning houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accustoksnoeizaag Algemene voorzorgsmaatregelen
1. Lees alvorens het gereedschap te starten deze
gebruiksaanwijzing om u bekend te maken met de juiste manier van omgaan met het gereedschap.
2. Leen het gereedschap niet uit aan een persoon
met onvoldoende ervaring met of kennis van het omgaan met gereedschap.
3. Wanneer u het gereedschap uitleent, geeft u
altijd deze gebruiksaanwijzing erbij.
4. Sta niet toe dat kinderen of jonge mensen
onder de 18 jaar het gereedschap gebruiken. Houd hen uit de buurt van het gereedschap.
5. Hanteer het gereedschap met de71 NEDERLANDS
hoogstmogelijke zorg en aandacht.
6. Gebruik het gereedschap nooit na het gebruik
van alcohol of drugs, of wanneer u zich moe of ziek voelt.
7. Probeer nooit het gereedschap te wijzigen.
8. Gebruik het gereedschap niet bij slechte
weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans omdoordebliksemgetroenteworden.
9. Het gebruik van het gereedschap kan landelijk
gereglementeerd zijn. Houd u aan de regelge- ving zoals die in uw land geldt voor het hante- ren van het gereedschap. Persoonlijke-beschermingsmiddelen
1. Draag een veiligheidshelm, een veiligheids-
bril en veiligheidshandschoenen om uzelf te beschermen tegen rondvliegend afval en val- lende voorwerpen.
2. Draag gehoorbescherming, zoals oorkappen,
om gehoorschade te voorkomen.
3. Draag geschikte kleding en schoenen waar-
mee veilig kan worden gewerkt, zoals een werkoverall en stevige schoenen met antis- lipzolen. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Loshangende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.
4. Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer
u de zaagketting hanteert of de kettingspan- ning instelt.Dezaagkettingkaninkesnijwonden veroorzaken in blote handen. Veiligheid op de werkplek
1. Houd het gereedschap ten minste 15 meter
uit de buurt van hoogspanningsleidingen en communicatiekabels (inclusief de boomtakken die ze aanraken). Als u een hoogspanningslei- ding nadert of aanraakt met het gereedschap, kan dat leiden tot de dood of ernstig letsel. Kijk of er hoogspanningsleidingen of schrikdraada- frasteringen in de buurt van het werkgebied zijn voordat u met de werkzaamheden begint.
2. Bedien het gereedschap alleen bij goed zicht
en daglicht. Bedien het gereedschap niet in het donker of in mist.
3. Tijdens het gebruik mag u nooit op een
instabiele of gladde ondergrond of op een steile helling staan. Let in de winter op ijs en sneeuw, en zorg er altijd voor dat u stevig staat.
4. Houd tijdens het gebruik omstanders en die-
ren ten minste 15 meter uit de buurt van het gereedschap. Zet het gereedschap uit zodra iemand dichterbij komt.
5. Als u met twee of meer mensen werkt, houdt
u ten minste 15 meter of meer afstand tussen elkaar, en zorg dat een leidinggevende aanwe- zig is.
6. Onderzoek het werkgebied op draadafrasterin-
gen, muren en andere massieve voorwerpen voordat u met de werkzaamheden begint.Zij kunnen de zaagketting beschadigen. Voorbereidingen
1. Alvorens het gereedschap te monteren of af
te stellen, schakelt u het gereedschap uit en verwijdert u de accu.
2. Trek altijd veiligheidshandschoenen aan
voordat u de zaagketting hanteert of de ket- tingspanning instelt.
3. Voordat u het gereedschap start, inspecteert
u het gereedschap op beschadigingen, losse bouten/moeren en verkeerde montage. Als de zaagketting bot is, slijpt u hem. Als de zaag- ketting verbogen of beschadigd is, vervangt u hem. Controleer of alle bedieningshendels en -schakelaars gemakkelijk kunnen worden bediend. Maak de handgrepen schoon en droog.
4. Probeer nooit het gereedschap te starten als
het gereedschap beschadigd of niet volle- dig gemonteerd is. Anders kan ernstig letsel ontstaan.
5. Stel het schouderdraagstel af op de lichaams-
grootte van de gebruiker.
6. Stel de kettingspanning correct in. Vul zo
nodig kettingolie bij. Het gereedschap starten
1. Draag de persoonlijke-beschermingsmiddelen
voordat u het gereedschap start.
2. Voordat u het gereedschap start, verzekert u
zich ervan dat zich geen personen of dieren binnen het werkgebied bevinden.
3. Wanneer u een accu aanbrengt, houdt u de
zaagketting en het zaagblad uit de buurt van uw lichaam en andere voorwerpen, inclusief de grond.Dezaagkettingkangaanbewegenbij het starten en kan ernstig letsel of schade aan de zaagketting en/of eigendommen veroorzaken.
4. Plaats het gereedschap op een stevige onder-
grond. Zorg ervoor dat u een goede balans hebt en dat u stevig staat. Bediening
1. In geval van nood zet u het gereedschap
2. Als u tijdens het gebruik een ongebruikelijke
situatie opmerkt (bijvoorbeeld geluid of trillin- gen), schakelt u het gereedschap uit. Gebruik het gereedschap niet meer totdat de oorzaak is opgespoord en verholpen.
3. De zaagketting blijft gedurende een korte tijd
doordraaien nadat het gereedschap is uitge- schakeld. Raak de zaagketting niet onmiddel- lijk aan.
4. Gebruik tijdens het werk het schouderdraag-
stel. Houd het gereedschap stevig tegen uw rechterzij.
5. Houd de voorhandgreep met uw linkerhand
vast, en houd de achterhandgreep met uw rechterhand vast, ongeacht of u links- of rechtshandig bent. Vouw uw vingers en dui- men om de handgrepen.
6. Houd het gereedschap alleen vast aan de
geïsoleerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-ge- isoleerde metalen delen van snoeischaar met verlengd bereik onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.72 NEDERLANDS
7. Probeer nooit het apparaat met één hand te
bedienen. Als u de controle over het gereed- schap verliest, kan dat leiden tot ernstig of fataal letsel. Om de kans op letsel te verklei- nen, houdt u uw handen en voeten uit de buurt van de zaagketting.
8. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een stevige
stand en goede lichaamsbalans. Kijk uit voor verborgen obstakels, zoals boomstronken, boomwortels en greppels, om te voorkomen dat u valt. Ruim afgevallen takken en andere voorwerpen op.
9. Werk nooit op een ladder of in een boom om te
voorkomen dat u de controle over het gereed- schap verliest.
10. Nadat hard tegen het gereedschap is gestoten
of het is gevallen, controleert u de staat ervan voordat u de werkzaamheden hervat. Als enige beschadiging zichtbaar is of als u twijfelt, vraagt u een erkend Makita-servicecentrum om inspectie en reparatie.
11. Raak de kop van het gereedschap niet aan.
Dekopvanhetgereedschapwordtheettijdens gebruik.
12. Neem een pauze om te voorkomen dat u door
vermoeidheid de controle over het gereed- schap verliest.Wijadviserenuiederuur10tot20 minuten te rusten.
13. Wanneer u het apparaat achterlaat, al is het
maar even, schakelt u altijd het gereedschap uit en verwijdert u de accu. Het draaiende en onbeheerd gereedschap kan door onbevoegden worden gebruikt en tot een ernstig ongeval leiden.
14. Hef tijdens het gebruik van het gereedschap
uw rechterhand niet boven schouderhoogte.
15. Stoot tijdens het gebruik de zaagketting nooit
tegen harde obstakels, zoals stenen of spij- kers. Wees met name voorzichtig wanneer u takken langs een muur, draadafrastering en dergelijke, afzaagt.
16. Als takken verstrikt raken in het gereedschap,
schakelt u altijd het gereedschap uit en ver- wijdert u de accu. Anders kan door onbedoeld starten ernstig letsel ontstaan.
17. Als de zaagketting verstopt raakt, schakelt u
altijd het gereedschap uit en verwijdert u de accu voordat u schoonmaakt.
18. Door het toerental van het gereedschap te ver-
hogen terwijl de zaagketting verstopt zit, wordt de belasting hoger en wordt het gereedschap beschadigd.
19. Zorg ervoor dat u een vluchtroute hebt, weg
van de vallende tak, voordat u de tak afzaagt. Ruim eerst alle obstakels op, zoals grote en kleine takken, uit het werkgebied. Verplaats alle gereedschappen en voorwerpen op de vluchtroute naar een veilige plaats.
20. Alvorens kleine en grote takken af te zagen,
controleert u de valrichting ervan, rekening houdend met de toestand van de kleine en grote takken, naastgelegen bomen, de wind- richting, enz. Let goed op de valrichting en het terug omhoog springen van de tak nadat deze op de grond is gevallen.
21. Houd het gereedschap nooit vast onder een
hoek groter dan 60°. Anders kunnen vallende voorwerpen de gebruiker raken en ernstig let- sel veroorzaken. Ga nooit onder de tak staan die wordt afgezaagd.
22. Let goed op geknakte of gebogen takken.Zij
kunnenterugspringentijdenshetzagenenonver- wacht letsel veroorzaken.
23. Voordat u de beoogde tak doorzaagt, verwij-
dert u de takjes en bladeren eromheen. Als u dat niet doet, kunnen deze in de zaagketting klem komen te zitten.
24. Om te voorkomen dat de zaagketting vastloopt
in de zaagsnede, mag u de hendel niet loslaten voordat u het gereedschap uit de zaagsnede hebt getrokken.
25. Als de zaagketting in de zaagsnede is vast-
gelopen, schakelt u onmiddellijk het gereed- schap uit, beweegt u voorzichtig de tak om de zaagsnede te openen en bevrijdt u het gereed- schap eruit.
26. Voorkom terugslag (roterende reactiekracht in
de richting van de gebruiker). Om terugslag te voorkomen, mag u nooit de punt van het zaag- blad gebruiken om een zaagsnede te begin- nen. Let altijd goed op de positie van de punt van het zaagblad.
27. Controleer de kettingspanning vaak. Alvorens
de kettingspanning te controleren of in te stellen, schakelt u het gereedschap uit en verwijdert u de accu. Als de ketting te los staat, spant u hem. Trillingen
1. Blootstelling aan buitensporige trillingen
beschadigt de bloedvaten of het zenuwstelsel van de gebruiker en veroorzaakt de volgende symptomen in de vingers, handen of polsen: "Slapen" (gevoelloosheid), tintelen, pijn, ste- kend gevoel of verandering van huidskleur of de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts. Om de kans op "witte-vingerziekte" te ver- kleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed. Houd u aan de plaatselijke regelgeving en volg uw dokters advies op voor wat betreft de gebruiksduur. Vervoeren
1. Alvorens het gereedschap te vervoeren, zet u
het gereedschap uit en verwijdert u de accu. Plaats altijd de zaagbladschede over het zaagblad wanneer u het gereedschap gaat vervoeren.
2. Wanneer u het gereedschap vervoert, draagt
u het horizontaal door de handgreep vast te pakken. Onderhoud
1. Laat uw gereedschap onderhouden door ons
erkende servicecentrum met gebruikmaking van uitsluitend originele vervangingsonderde- len. Een verkeerde reparatie of slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verkorten en de kans op ongelukken vergroten.
2. Alvorens enige onderhouds-, reparatie- of73 NEDERLANDS
reinigingswerkzaamheden uit te voeren aan het gereedschap, schakelt u het gereedschap altijd uit en verwijdert u de accu. Wacht totdat het gereedschap is afgekoeld.
3. Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer
u de zaagketting hanteert.
4. Draai na ieder gebruik alle schroeven,
bouten en moeren vast, uitgezonderd de stelschroeven.
5. Houd de zaagketting scherp. Als de zaagket-
ting bot is geworden en hij slecht zaagt, vraagt u een erkend Makita-servicecentrum om hem te slijpen of te vervangen door een nieuwe.
6. Probeer geen onderhouds- of reparatiewerk-
zaamheden uit te voeren die niet in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Vraag een erkend Makita-servicecentrum om derge- lijke werkzaamheden uit te voeren.
7. Gebruik altijd uitsluitend originele vervan-
gingsonderdelen en accessoires van Makita. Als u onderdelen of accessoires van derden gebruikt, kan het gereedschap defect raken, eigendommen worden beschadigd en/of ernstig letsel worden veroorzaakt. Opbergen
1. Alvorens het gereedschap op te bergen, voert
u alle reinigings- en onderhoudswerkzaam- heden uit. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad. Verwijder de accu. Tap de kettingolie af nadat het gereedschap is afgekoeld.
2. Berg het gereedschap op een droge en hoge
of afgesloten plaats op, buiten het bereik van kinderen.
3. Laat het gereedschap nooit ergens tegenaan
leunen, zoals tegen een muur. Als u dit doet, kan het plotseling vallen en letsel veroorzaken. Elektrische veiligheid en accu
1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan
exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijkespecialeverwerkingsvereisten.
2. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt
is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen enhuid.Hetkangiftigzijnbijinslikken.
3. Laad de accu niet op in de regen of op een
4. Laad de accu niet buitenshuis op.
5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-
tacten van de lader, niet met natte handen aan.
6. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik het
gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen en stel het niet bloot aan regen. Als water bin- nendringt in het gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkestoenteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden74 NEDERLANDS afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereed-
schap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspan- ningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-
tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
►Fig.1 1 Bedrijfslampje 2 Functie-indicator 3 Hoofdschakelaar 4 Bevestigingsoog 5 Uit-vergrendelknop 6 Accu 7 Trekkerschakelaar 8 Achterhandgreep 9 Zaagketting 10 Zaagblad 11 Olietankdop 12 Bevestigingsmoer 13 Stelschroef voor de zaagketting 14 Zaagbladschede 15 Voorhandgreep
FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel75 NEDERLANDS zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. ►Fig.2: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.3: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levens- duur van het gereedschap en de accu te verlengen. Hetgereedschapkantijdenshetgebruikautomatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt hetgereedschapautomatischenknipperthetbedrijfs- lampjegroen.Indatgevalschakeltuhetgereedschap uit en stopt u met het gebruik waardoor het gereed- schap overbelast raakte. Schakel daarna het gereed- schap in om verder te gaan. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopthetgereedschapautomatischengaathetbedrijfs- lampjeroodbranden.Indatgevallaatuhetgereed- schap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. OPMERKING: In een omgeving met een hoge tem- peratuur treedt de oververhittingsbeveiliging sneller in werking waardoor het gereedschap automatisch stopt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatischenknipperthetbedrijfslampjerood. Indatgevalverwijdertudeaccuvanafhetgereedschap en laadt u de accu op. Hoofdschakelaar WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdscha- kelaar uit indien niet in gebruik. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op dehoofdschakelaartotdathetbedrijfslampjegroen brandt. Om uit te schakelen, drukt u opnieuw op de hoofdschakelaar. ►Fig.4: 1.Bedrijfslampje2. Functie-indicator
OPMERKING:Hetbedrijfslampjeknippertgroen wanneerudehoofdschakelaarinschakeltterwijlude uit-vergrendelknop ingedrukt en de trekkerschakelaar ingeknepen houdt. Laat in dit geval de trekkerschake- laar en de uit-vergrendelknop los, en schakel daarna de hoofdschakelaar in. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt de hoofdschakelaar automatisch uitgeschakeld wanneer de trekkerscha- kelaar niet is ingeknepen gedurende een bepaalde tijdsduurnadatdehoofdschakelaarisingeschakeld. U kunt het gereedschap gebruiken in de koppelboost- functie voor het zagen van dikke of harde takken. Om het gereedschap in de koppelboostfunctie te gebruiken, druktu,terwijlhetgereedschapisuitgeschakeld,gedu- rende enkele seconden op de hoofdschakelaar totdat de functie-indicator groen brandt.76 NEDERLANDS OPMERKING: In de koppelboostfunctie kunt u het gereedschap gedurende 60 seconden gebruiken. Afhankelijkvandegebruiksomstandigheden,kan deze functie omschakelen naar de normale functie in minder dan 60 seconden. OPMERKING: Als de functie-indicator groen knip- pert wanneer u gedurende enkele seconden op de hoofdschakelaar drukt, is de koppelboostfunctie niet beschikbaar. Volg in dat geval de onderstaande stappen.
- De koppelboostfunctie is niet beschikbaar onmiddellijknahetzagen.Wachtlangerdan10 seconden en druk daarna opnieuw gedurende enkele seconden op de hoofdschakelaar.
- Als u de koppelboostfunctie meerdere keren gebruikt, wordt het gebruik van de koppelboost- functie beperkt om de accu te beschermen. Als de koppelboostfunctie niet beschikbaar is nadat u langer dan 10 seconden hebt gewacht, vervangt u de accu door een volledig opgeladen accu, of laadt u de accu op. OPMERKING:Alshetbedrijfslampjeroodbrandt,of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het gereedschap-/accubeveiligingssysteem. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren- delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer het start door alleen de trekkerschake- laar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons erkende servicecentrum voor deugdelijke repara- tie ZONDER het verder te gebruiken. WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken. LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, houdt u de uit-vergren- delknopingedruktenknijptudetrekkerschakelaarin. De snelheid van het gereedschap neemt toe naarmate u meer druk uitoefent op de trekkerschakelaar. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. ►Fig.5: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.
- Constant-toerentalregeling De toerentalregelfunctie zorgt voor een constant toerental ongeacht de belastingsomstandigheden. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert. De zaagketting aanbrengen of verwijderen LET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereed- schap uitvoert. LET OP: Voer de procedure voor het aanbren- gen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke. Omdezaagkettingteverwijderen,gaatualsvolgtte werk:
1. Draai de stelschroef voor de zaagketting los en
draai daarna de bevestigingsmoer los. ►Fig.6: 1. Bevestigingsmoer 2. Stelschroef voor de zaagketting
2. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielen
verwijderdaarnadezaagkettingenhetzaagbladvanaf het gereedschapshuis. Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:
1. Controleer de richting van de zaagketting. Zorg
ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is als die van de markering op het gereedschapshuis.
2. Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant
van het zaagblad. Leg het andere uiteinde van de zaag- ketting rond het kettingwiel. Verzeker u ervan dat de zaagketting goed om het kettingwiel ligt en goed in de groef van het zaagblad ligt.
3. Bevestig het zaagblad aan het gereedschapshuis,
lijnhetgatinhetzaagbladuitmetdepenophet gereedschapshuis. ►Fig.7: 1. Gat 2. Kettingwiel
4. Steek het uitsteeksel op de afdekking van het
kettingwiel in het gereedschapshuis, en sluit daarna de afdekking zodat de bout en pen op het gereed- schapshuis op hun plaats in de afdekking vallen. ►Fig.8: 1. Afdekking van het kettingwiel
van het kettingwiel vast te zetten, en draai hem daarna iets los om de spanning te kunnen afstellen. ►Fig.9: 1. Bevestigingsmoer77 NEDERLANDS De kettingspanning afstellen LET OP: Span de zaagketting niet te strak.Bij een buitensporig hoge spanning op de zaagketting kandezaagkettingbrekenenhetzaagbladslijten. LET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk met letsel veroorzaken. De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.
1. Draai de bevestigingsmoer iets los om de afdek-
king van het kettingwiel iets los te maken. ►Fig.10: 1. Bevestigingsmoer
2. Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en
stel de kettingspanning af. Draai de stelschroef voor de zaagketting linksom om de zaagketting strakker te zetten en rechtsom om hem losser te zetten. Zet de zaagketting strakker totdat de onderkant van de zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld. ►Fig.11: 1. Zaagblad 2. Zaagketting 3. Stelschroef voor de zaagketting
3. Houd het zaagblad licht vast en bevestig de afdek-
king van het kettingwiel. Zorg ervoor dat de zaagketting aan de onderrand van het zaagblad niet los hangt.
4. Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking
van het kettingwiel vast te maken. ►Fig.12: 1. Bevestigingsmoer Het gebogen hulpstuk aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire LET OP: Voordat u het gebogen hulpstuk aanbrengt of verwijdert, brengt u eerst de zaag- bladschede aan op het gereedschap. U kunt de hoek van de gereedschapskop veranderen door het gebogen hulpstuk op het gereedschap te bevestigen.
1. Breng de zaagbladschede aan op het
2. Draai de 2 bouten los met de inbussleutel en
verwijderdepijpenbussenvanafdegereedschapskop. ►Fig.13: 1. Bus 2. Bout
3. Verwijderdedoppenvanafhetgebogenhulpstuk.
bevestigvervolgens2bussenaandepijp.Lijnhetgatin de bus uit met dat in het hulpstuk en steek vervolgens depijpinhethulpstuk. ►Fig.15: 1. Gat 2. Bout 3. Bus 4. Buis
5. Draai 2 bouten erin om het hulpstuk te bevestigen.
6. Bevestig de gereedschapskop aan het hulpstuk.
Om de gereedschapskop verticaal te bevestigen, bevestigt u het hulpstuk door de bout in het gat van het hulpstuk vast te draaien zoals aangegeven in de afbeel- ding, en vervolgens de andere bout vast te draaien. ►Fig.17: 1. Bout 2. Gat Om de gereedschapskop horizontaal te bevestigen, bevestigt u het hulpstuk door de bout in het gat van het hulpstuk vast te draaien zoals aangegeven in de afbeel- ding, en vervolgens de andere bout vast te draaien. ►Fig.18: 1. Bout 2. Gat Omhetgebogenhulpstukteverwijderen,volgtude procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. BEDIENING Smering KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie- toevoer gehinderd worden. KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie. KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is ver- ontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie. KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schade- lijk zijn voor bomen. KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid. Dezaagkettingwordtautomatischgesmeerdtijdenshet gebruik van het gereedschap. Controleer regelmatig hoeveel olie er nog in de olietank zit. ►Fig.19: 1. Olietank Om de tank weer te vullen, legt u het gereedschap op een horizontale ondergrond, duwt u op de knop van de olietankdop zodat de knop aan de ander kant omhoog gaatstaan,enverwijdertudeolietankdopdoordezete draaien. Decorrectehoeveelheidolieis160ml.Draainahetbij- vullenvandeolietankaltijddeolietankdopstevigerop. ►Fig.20: 1. Olietankdop 2. Vastdraaien 3. Losdraaien OPMERKING:Alshetmoeilijkisomdeolietankdop teverwijderen,steektudepijpsleutelindegleufvan deolietankdopenverwijdertudeolietankdopdoor hem linksom te draaien. ►Fig.21: 1. Gleuf 2.Pijpsleutel Houdnahetbijvullenhetgereedschapuitdebuurtvan de boom. Start hem en wacht tot de zaagketting vol- doende gesmeerd is. ►Fig.2278 NEDERLANDS Het schouderdraagstel bevestigen LET OP: Wanneer u het gereedschap in com- binatie met de ruggedragen voeding, zoals de draagbare voedingseenheid, gebruikt, gebruikt u het schouderdraagstel dat bij het gereedschap werd geleverd niet, maar gebruikt u de draagband die wordt aanbevolen door Makita. Alsuhetschouderdraagsteldatbijhetgereedschap werd geleverd en het schouderdraagstel van de ruggedragenvoedingseenheidtegelijkertijdaantrekt, is het lastig om het gereedschap of de ruggedragen voedingseenheidteverwijdereningevalvannood, waardoor een ongeval of letsel kan ontstaan. Vraag een erkend Makita-servicecentrum naar de aanbevo- len draagband. LET OP: Gebruik altijd het schouderdraagstel bevestigd aan het gereedschap. Stel voor gebruik het schouderdraagstel af op de lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheid te voorkomen. LET OP: Verzeker u er voor gebruik van dat het schouderdraagstel goed is bevestigd aan het bevestigingsoog van het gereedschap. LET OP: Verzeker u er vóór het gebruik van dat de gesp van het schouderdraagstel stevig is vergrendeld. LET OP: Gebruik altijd het schouderdraagstel dat bij dit gereedschap hoort. Gebruik geen ander schouderdraagstel.
1. Trek het schouderdraagstel aan en maak de gesp
vast. ►Fig.23: 1. Gesp OPMERKING: Als u het schouderdraagstel af wilt doen,ontgrendeltudegespenverwijdertuhet schouderdraagstel.
2. Stel het schouderdraagstel af op een comforta-
bele werkhouding. ►Fig.24
3. Maak de haak van het schouderdraagstel vast aan
het bevestigingsoog van het gereedschap. ►Fig.25: 1. Haak 2. Bevestigingsoog Het schouderdraagstel is voorzien van een snelontgren- delingsmethode.Knijpeenvoudigwegdezijkantvande gesp in om het schouderdraagstel los te maken. ►Fig.26: 1. Gesp Werken met het gereedschap LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor draait. LET OP: Houd het gereedschap stevig vast met beide handen wanneer de motor draait. LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt. LET OP: Wees voorzichtig wanneer u takken doorzaagt dat u niet uw evenwicht verliest als gevolg van het gewicht van de gereedschapskop. LET OP: Zorg altijd voor een vluchtroute voor het geval een afgezaagde tak in de richting van de gebruiker valt. LET OP: Gebruik nooit de punt van het zaagblad voor het zagen. Anders kan gevaarlijke terugslag optreden, en kan dat leiden tot persoon- lijk letsel. KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereed- schap en laat het niet vallen. KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomope- ningen van het gereedschap niet af. KENNISGEVING: Forceer het gereedschap niet. Anders kan het gereedschap worden beschadigd. Sta op een stabiele ondergrond en houd het gereed- schap uit de buurt van de takken zodat de hoek van het gereedschap 60° of minder is ten opzichte van de horizontale grond. ►Fig.27: 1. 60° of minder Starthetgereedschapenduwzaagkettingzachtjesin de tak. Als u lange takken afzaagt, kunt u de valplek van de afgezaagde tak controleren door de tak op te delen in stukken en vanaf het uiteinde in delen af te zagen. Let op de vallende takken aangezien deze kunnen terug- springen in de richting van de gebruiker nadat ze de grond hebben geraakt. ►Fig.28 Als u dikke takken doorzaagt, maakt u eerst een ondiepe zaagsnede aan de onderkant en maakt u ver- volgensdedenitievezaagsnedevanafdebovenkant. ►Fig.29 Als u een dikke tak vanaf de onderkant probeert door tezagen,kandetaktijdenshetzagendoorbuigenen de zaagketting beknellen. Als u een dikke tak vanaf de bovenkant probeert door te zagen zonder een ondiepe snede aan de onderkant, kan de tak splinteren. ►Fig.30 Het gereedschap dragen Alvorenshetgereedschaptedragen,verwijdertude accu’s vanaf het gereedschap en plaatst u de zaagblad- schede over het zaagblad. Plaats ook het accudeksel op de accu. ►Fig.31: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel79 NEDERLANDS Het gereedschap gebruiken met een draagbare voedingseenheid Optioneel accessoire Gebruik de draagband wanneer u het gereedschap gebruikt met een draagbare voedingseenheid. De draagriem bevestigen
1. Bevestig de haken van de draagriem aan de
ringen van het schouderdraagstel of de heupgordel, zoals aangegeven in de afbeelding. Selecteer het type riem en de bevestigingsmethode die geschikt is voor uw toepassing. ►Fig.32: 1. Ring 2. Haak ►Fig.33: 1. Ring 2. Haak
2. Bevestig de haak aan het gereedschap.
►Fig.34: 1. Haak Het gereedschap loskoppelen Wanneer u het gereedschap neerlegt, ontgrendelt u degespvandedraagbandmetéénhandterwijluhet gereedschap vasthoudt met de andere hand. ►Fig.35: 1. Gesp OPMERKING:Degespwordtmogelijknietbijgele- verd,afhankelijkvanhettyperiem. Als u het gereedschap snel wilt loskoppelen, volgt u de onderstaande stappen.
2. Trek het schouderdraagstel uit om het gereed-
schapendeeenheidteverwijderen. ►Fig.37: 1. Schouderdraagstel ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. LET OP: Draag bij inspectie- of onderhouds- werkzaamheden altijd handschoenen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. De zaagketting slijpen Slijp de zaagketting als:
- Poederachtigzaagselwordtgeproduceerdtijdens het zagen van vochtig hout;
- De zaagketting moeizaam in het hout bin- nendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
- Dezaagsnijrandduidelijkbeschadigdis;
- De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout.(veroorzaaktdooreenongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant) Slijpdezaagkettingveelvuldig,maariederekeer slechtsweinig.Tweeofdriebewegingenmeteenvijl zijndoorgaansvoldoendevoorregelmatigbijslijpen. Alsdezaagkettingmeerderemalenisbijgeslepen, laatudezeeenkeerslijpendooreeninonserkende servicecentrum. Criteria bij het slijpen: WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoe- ler vergroot de kans op terugslag. ►Fig.38: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tus- sendezaagsnijrandendedieptevoeler
3. Minimumlengte van het mes (3 mm)
— Allemessenmoetengelijkvanlengtezijn.Door een verschillende lengten van messen kan de zaagkettingnietgelijkmatiglopenenkandezaag- ketting breken. — Slijpdezaagkettingnietverderalsdelengtevan de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe. — De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstandtussendezaagsnijrandendedieptevoeler (ronde neus). — Debestezaagresultatenverkrijgtumetdevol- gendeafstandtussendezaagsnijrandende dieptevoeler.
- Kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43: 0,65 mm ►Fig.39 — Deslijphoekvan30°moetvoorallemessengelijk zijn.Bijverschillendeslijphoekenzaldezaagket- tingruwenongelijkmatiglopen,deslijtagetoene- men en de zaagketting kunnen breken. — Gebruikeengeschikterondevijltegendetanden zodateencorrecteslijphoekbehoudenblijft.
- Kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43: 55° Vijl en vijlbeweging — Gebruikeenspecialerondezaagkettingvijl(opti- oneelaccessoire)voorhetslijpenvandeketting. Eengewonerondevijlisnietgeschikt. — Dedoorsnedevanderondevijlvoorelkezaagket- ting is als volgt:
- Kettingmes 90PX: 4,5 mm
- Kettingmes 91PX / M41/ M43: 4,0 mm — Devijlmaghetmesalleeninvoorwaartserichting raken.Haaldevijlvanhetmesvoordeterug- waartse beweging. — Slijpeersthetkortstemes.Delengtevanditmes wordt dan de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting. — Beweegdevijlzoalsaangegeveninde afbeelding.80 NEDERLANDS ►Fig.40: 1.Vijl2. Zaagketting — Devijlkangemakkelijkerwordenbewogenalseen vijlhouder(optioneelaccessoire)wordtgebruikt. Opdevijlhouderstaanmerktekensvoordejuiste slijphoekvan30°(lijndemerktekensparalleluit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe devijldoordringt(tot4/5vandevijldiameter). ►Fig.41: 1.Vijlhouder — Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire). ►Fig.42 — Verwijdereventueeluitstekendmateriaal,onge- achthoeklein,meteenspecialevlakkevijl(optio- neel accessoire). — Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond. Het zaagblad schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen endeoliestroombelemmeren.Verwijderdespaanders enhetzaagselelkekeerwanneerudezaagkettingslijpt of vervangt. ►Fig.43 De afdekking van het kettingwiel schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdek- kingvanhetkettingwielophopen.Verwijderdeafdek- king van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap,enverwijdervervolgensdespaandersen het zaagsel. ►Fig.44 De olie-uitstroomopening schoonmaken Kleinevuil-ofstofdeeltjeskunnenzichtijdensgebruik ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stof- deeltjeskunnenhetuitstromenvandeoliebelemmeren waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettin- golie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.
1. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielende
zaagketting vanaf het gereedschap.
2. Verwijderdekleinevuil-ofstofdeeltjesmeteen
platkopschroevendraaierofietsdergelijks. ►Fig.45: 1. Platkopschroevendraaier
2. Olie-uitstroomopening
3. Plaatsdeaccuinhetgereedschap.Knijpdetrek-
kerschakelaarinomopgehooptevuil-enstofdeeltjesuit de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen.
4. Verwijderdeaccuvanhetgereedschap.Monteer
de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer op het gereedschap. Het kettingwiel vervangen LET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen. Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert. Als het kettingwiel ver- sleten of beschadigd is, vraagt u een erkend Makita- servicecentrum hem te vervangen. ►Fig.46: 1. Kettingwiel 2.Plaatsendieslijten Het gereedschap opbergen
1. Maak het gereedschap schoon voordat u het
opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf enverwijderallespaandersenzaagselvanafhet gereedschap.
2. Laat na het schoonmaken het gereedschap
onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren.
3. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.
4. Maak de olietank leeg.
Instructies voor periodiek onderhoud Omzekertezijnvaneenlangelevensduur,omschadetevoorkomenenomzekertezijnvandevolledigewerking van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kun- nen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voor- geschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebruiker vanhetgereedschapmagechtergeenwerkzaamhedenuitvoerendienietwordenbeschrevenindegebruiksaanwij- zing.Dergelijkewerkzaamhedenmoetenwordenuitgevoerddooronserkendeservicecentrum. Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maanden Jaarlijks Vóór opbergen Gehele gereedschap Inspecteren.
Laten contro- leren door een erkend ser- vicecentrum.
- - - -81 NEDERLANDS
Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maanden Jaarlijks Vóór opbergen Zaagketting Inspecteren.
Slijpenindien nodig.
Zaagblad Inspecteren. - - - - Verwijderen vanaf het gereedschap.
Kettingsmering Controleren van de olietoe- voersnelheid.
Trekkerscha- kelaar Inspecteren.
Olietankdop Controleren op vastzitten.
PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Symptoom of storing Oorzaak Handeling Het gereedschap start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu. Probleem met de accu (onvoldoende spanning). Laad de accu’s op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. De hoofdschakelaar staat uit. Het gereedschap wordt automatisch uitgeschakeld wanneer deze gedurende eenbepaaldetijdsduurnietwordtbediend. Schakel de hoofdschakelaar weer in. Demotorslaatalnakortetijdaf. Deladingvandeaccuisbijnaop. Laad de accu’s op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank. De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon. Slechte olietoevoer. Stel de hoeveelheid toegevoerde olie af met behulp van de stelschroef. Hetgereedschapbereiktnietzijn maximumtoerental. De accu is verkeerd aangebracht. Plaats de accu zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. De accuspanning wordt minder. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. Hetbedrijfslampjeknippertgroen. De trekkerschakelaar wordt ingeknepen bijomstandighedenwaaronderbediening onmogelijkis. Knijpdetrekkerschakelaarinnadatde hoofdschakelaar is ingeschakeld. Abnormale trillingen: Schakel onmiddellijk het gereedschap uit! Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Stel het zaagblad en de kettingspanning af. Het gereedschap is defect. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren.82 NEDERLANDS Symptoom of storing Oorzaak Handeling De koppelboostfunctie is niet beschikbaar nadat de accu is vervangen door een volledig opgeladen accu. Afhankelijkvandegebruiksomstandighe- den is de koppelboostfunctie niet beschik- baar nadat de accu is vervangen. Gebruik het gereedschap in de normale functie totdat de geplaatste accu leeg is en vervang daarna de accu door een volledig opgeladen accu, of laad de accu op. De zaagketting kan niet worden aangebracht. De combinatie van zaagketting en ketting- wielisnietjuist. Gebruikdejuistecombinatievanzaagket- ting en kettingwiel door het hoofdstuk met technische gegevens te raadplegen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
- Originele Makita-accu en -acculader WAARSCHUWING: Als u een zaagblad van een andere lengte dan het standaardzaagblad aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaag- bladschede. Deze moet passen en het zaagblad van de kettingzaag volledig bedekken. OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnen zijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapals standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.83 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DUA300 Longitud total (sin la placa de guía ni accesorio) 2.235 mm Tensión nominal CC 36 V Peso neto *1 6,2 kg *2 6,1 - 7,4 kg Longitud de la placa de guía estándar 30 cm Longitud recomendada de la placa de guía con 90PX / 91PX / M41 / M43 25 - 30 cm Tipo de cadena de sierra aplicable (consultelatabladeabajo) 90PX / 91PX / M41 / M43 Velocidad de la cadena 0 - 20 m/s (0 - 1.200 m/min) Volumen del depósito de aceite de la cadena 160 cm
Notice-Facile