Kärcher B 95 RS Bc Dose - Niet gecategoriseerd

B 95 RS Bc Dose - Niet gecategoriseerd Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis B 95 RS Bc Dose Kärcher in PDF-formaat.

📄 372 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher B 95 RS Bc Dose - page 55
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : B 95 RS Bc Dose

Categorie : Niet gecategoriseerd

Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 95 RS Bc Dose - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 95 RS Bc Dose van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING B 95 RS Bc Dose Kärcher

Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 54 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Voordat u het apparaat voor de eerste keer in gebruik neemt, dient u deze gebruiks- handleiding en de bijgevoegde brochure met veiligheidsaanwijzingen voor borstel- reinigingsapparaten 5.956-251.0 te lezen en er nota van te nemen. Het apparaat is vrijgegeven voor het ge- bruik op oppervlakken met een maximale helling die vermeld is in het hoofdstuk „Technische gegevens“. Beveiligingselementen dienen ter bescher- ming van de gebruiker en mogen niet bui- ten gebruik gesteld worden of in de functie omgaan worden. Voor een directe buitengebruikstelling van alle functies: Noodstopknop indrukken. Het apparaat rijdt enkel als de gebruiker op de veiligheidsschakelaar achteraan op het standvlak staat. GEVAAR Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichame- lijke letsels. 몇 WAARSCHUWING Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs do- delijke lichamelijke letsels. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie die tot lichte verwondingen kan lei- den. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. Deze schuurzuigmachine wordt gebruikt voor de natte reiniging van vlakke vloeren. Deze kan door het instellen van de water- hoeveelheid en de afzuiging van het vuile water gemakkelijk aan de reinigingstaak van dat moment aangepast worden. – Door het kiezen van een gepast reini- gingsprogramma met de programma- keuzetoets is een eenvoudige aanpas- sing aan de reinigingstaak van dat mo- ment mogelijk. – Een werkbreedte van 650 mm c.q. 750 mm (in functie van de gekozen reini- gingskop) en een capaciteit van het verswaterreservoir van 95 l maken een efficiënte reiniging bij een hoge ge- bruiksduur mogelijk. – Het apparaat is zelfrijdend. – De batterijen kunnen geladen worden door middel van het ingebouwde op- laadapparaat. Instructie: In functie van de overeenkomstige reini- gingstaak kan het apparaat uitgerust wor- den met verschillende toebehoren. Vraag onze catalogus of neem een kijkje op onze internetpagina onder www.kaer- cher.com. Gebruik dit apparaat uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing. – Dit apparaa is geschikt voor industrieel gebruik, bv. de ambachtelijke sector, in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrie- ken, winkels, kantoorgebouwen en huurpanden. – Het apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het reinigen van gladde vloeren die niet gevoelig zijn voor vocht en polijstwerkzaamheden. – Dit apparaat is voor gebruik binnen be- stemd. – Het gebruikstemperatuurbereik ligt tus- sen +5°C en +40°C. – Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijv. in koelhuizen). – Het apparaat is geschikt voor een maxi- male waterhoogte van 1 cm. Niet in een zone rijden wanneer het gevaar bestaat dat de maximale waterhoogte over- schreden wordt. – Het apparaat mag alleen uitgerust wor- den met originele toebehoren en reser- veonderdelen. – Bij het gebruik van oplaadapparaten of accu's mogen alleen de in de gebruiks- aanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende com- binatie moet door de verantwoordelijke leverancier van het oplaadapparaat en/ of de accu worden goedgekeurd. – Het apparaat is niet bestemd voor de reiniging van openbare verkeerswegen. – Het apparaat mag ook niet gebruikt worden op drukgevoelige vloeren. Re- kening houden met de toegelaten op- pervlaktebelasting van de vloer. De op- pervlaktebelasting van het apparaat is vermeld in de technische gegevens. – Het apparaat is niet geschikt voor het gebruik in explosiegevaarlijke omgevin- gen. – Met het apparaat mogen geen brand- bare gassen, onverdunde zuren of op- losmiddelen opgezogen worden. Daartoe behoren benzine, verfverdun- ners of stookolie die door de inwerking van de zuiglucht explosieve mengsels kunnen vormen. Alsook aceton, onver- dunde zuren en oplosmiddelen aange- zien ze materialen die in het apparaat gebruikt worden, aantasten. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH Inhoud Veiligheidsinstructies . . . . . . . NL . . 1 Functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 1 Reglementair gebruik . . . . . . . NL . . 1 Zorg voor het milieu . . . . . . . . NL . . 1 Bedieningselementen . . . . . . . NL . . 2 Voor ingebruikneming . . . . . . . NL . . 4 Werking. . . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 5 Grijze Intelligent Key. . . . . . . . NL . . 7 Vervoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 8 Opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 8 Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 8 Hulp bij storingen . . . . . . . . . . NL . 10 Technische gegevens . . . . . . . NL . 12 Toebehoren en reserveonder- delen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL . 13 Garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . NL . 13 EU-conformiteitsverklaring . . . NL . 13 Veiligheidsinstructies Veiligheidsinrichtingen Noodstopknop Veiligheidsschakelaars Symbolen op het apparaat 몇 VOORZICHTIG Verwondingsgevaar door knel- len Houd bij het naar beneden zwenken van het vuilwaterre- servoir uw handen uit de buurt van dit bereik. GEVAAR Verhoogd ongevallenrisico door hoge snelheid Berijd de helling langzaam. Gevarenniveaus Functie Reglementair gebruik Zorg voor het milieu De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Gooi het verpak- kingsmateriaal niet met het huisvuil weg, maar zorg dat het gerecycled kan worden. Oude apparaten bevatten waardevolle materialen die ge- recycled kunnen worden. Bat- terijen, olie en gelijksoortige stoffen mogen niet in het milieu terechtkomen. Geef oude ap- paraten daarom bij een ge- schikte verzamelplaats af. 55NL- 2 1 Stuurwiel 2 Vulsysteem 3 Vergrendeling vuilwaterreservoir 4 Deksel reservoir vuil water 5 Turbinebeveiligingszeef (onder de vlot- ter) 6 Vlotter 7 Pluizenzeef 8 Grofvuilbak 9 Vuilwaterreservoir 10 Aftapslang vuil water 11 Sluiting verswatertank met filter vers- water 12 Hoogteverstelling zuigbalk 13 Vleugelmoeren voor het bevestigen van de zuigbalk 14 Zuigbalk * 15 Klemhendel voor het kantelen van de zuigbalk 16 Reinigingsmiddelfles (alleen variant Dose) 17 Deksel schoonwatertank 18 Ontgrendelhefboom parkeerrem 19 Veiligheidsschakelaar 20 Gaspedaal 21 Plaats voor bediener 22 IEC-connector voor oplaadkabel 23 Lade voor grof vuil (alleen bij R-reini- gingskop) * 24 Peilindicatie schoon water 25 Batterijafdekking 26 Sluiting batterijafdekking 27 Bedieningsveld

  • niet in leveringspakket – Bedieningselementen voor het reini- gingsproces zijn geel. – Bedieningselementen voor het onder- houd en de service zijn lichtgrijs. Bedieningselementen Kleurmarkering 56 NL- 3 1 Programmaschakelaar 2 Claxon 3 Rijrichtingschakelaar 4 Noodstopknop 5 Stuurwiel 6 Intelligent Key 7 Display 8 Infotoets 1 OFF Apparaat is uitgeschakeld. 2 Transport Naar gebruiksplaats rijden. 3 Eco-programma Vloer nat reinigen (met gereduceerd borsteltoerental) en vuilwater opzuigen (met gereduceerde zuigcapaciteit). 4 Schrobben en zuigen Vloer met nat reinigen en vuil water op- zuigen. 5 Heavy-programma Vloer nat reinigen (met verhoogde bor- stelaandrukkracht) en vuil water opzui- gen. 6 Schrobben Vloer nat reinigen en reinigingsmiddel laten inwerken. 7 Zuigen Vuil opzuigen. 8 Polijsten Vloer zonder vloeistof polijsten. **) Optie Bedieningspaneel Programmaschakelaar Symbolen op het apparaat Vastsjorpunt Houder voor zwabber ** Wateraansluiting vulsysteem Vulpeil schoonwaterreservoir Aflaatopening schoonwaterre- servoir Aflaatopening vuilwaterreser- voir 57NL- 4 Staand wordt het apparaat door een elektri- sche parkeerrem tegen wegrollen be- schermd. Voor het verschuiven van het ap- paraat moet de parkeerrem ontgrendeld worden. Trek aan de ontgrendelingshendel om de parkeerrem los te zetten. LET OP Beschadigingsgevaar Schuif het apparaat niet sneller dan 7 km/h. Instructie: Neem voor een zorgvuldige buitenbedrijf- stelling van alle functies uw voet van het gaspedaal en druk op de noodstopknop. Karton verwijderen. Bevestiging aan de wielen verwijderen. Plaats het platform zoals hierboven weergegeven door het pallet om te bou- wen en schroef het vast. Aan de hendel van de rem trekken en het apparaat bij een aangetrokken hen- del van het platform schuiven.

Intelligent Key insteken. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Programmaschakelaar op Transport zetten. Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar. Rijrichtingsschakelaar op „vooruit“ stel- len. Gaspedaal bedienen. Apparaat van het palet rijden. Voor inbedrijfstelling moeten de borstels gemonteerd worden (zie "Onderhoudswer- ken"). GEVAAR Explosiegevaar! Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie. Verwondingsgevaar. Wonden nooit in con- tact brengen met lood. Na het werk aan ac- cu's altijd de handen reinigen. Bij de variant "Pack" zijn de batterijen reeds ingebouwd Noodstopknop indrukken. Intelligent Key aftrekken. Open de sluiting van de batterijafdek- king. Batterijafdekking naar achteren zwen- ken. 1 Vergrendeling batterijkast Vergrendeling van de batterijkast naar links schuiven en naar beneden zwen- ken. Batterijkast naar achteren trekken.

4.035.097.0, 4.035-165.0

1 Afstandhouder 380x55x30 4.035-164.0 1 Afstandhouder 345x60x47 2 Afstandhouder 380x55x30 4.035-166.0 1 Afstandhouder 380x55x30 Voor ingebruikneming Apparaat verschuiven Afladen Accu's Aanwijzingen op de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voer- tuiggebruiksaanwijzing naleven Oogbescherming dragen Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's Ontploffingsgevaar Vuur, vonken, open licht en roken verboden Pas op voor bijtende vloeistoffen Eerste hulp Waarschuwingstekst Afvalverwerking Accu niet in vuilnisbak gooien Aanbevolen batterijsets Bestel-nr. Volume [m

/h] ** 170 Ah - onder- houdsvrij 4.035-

3,3 1,32 180 Ah - onder- houdsvrij 4.035-

3,8 1,52 180 Ah - onder- houdsarm 4.035-

14,85 5,94 195 Ah - onder- houdsarm 4.035-

  • Minimale volume van de batterijoplaad- ruimte ** Minimale luchtstroom tussen batterijo- plaadruimte en omgeving Accu's inzetten en aansluiten 58 NL- 5 LET OP Beschadigingsgevaar Let op een correcte polariteit. Polen met de bijgevoegde verbindings- kabels verbinden. Aansluitingskabels aan de nog vrije ac- cupool (+) en (-) vastklemmen. Batterijkast naar voren schuiven. Vergrendeling van de batterijkast vast- klikken. Batterijtype instellen (zie hoofdstuk „Grijze Intelligent Key“) LET OP Beschadigingsgevaar door volledige ontla- ding. Laad de batterij op voor de inbedrijf- stelling van het apparaat. Instructie: Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen volledige ontlading, d. b. dat, wan- neer de nog toegestane minimale capaci- teit bereikt wordt, enkel nog gereden kan worden. Op het display verschijnt de weer- gave “Batterij zwak - reiniging niet mogelijk“ en „Batterij leeg - opladen a.u.b.“. Rijd het apparaat direct naar het laad- station en vermijd daarbij stijgingen. Instructie: Bij het gebruik van andere batterijen (bv. van andere fabrikanten) moet de beveili- ging tegen volledige ontlading voor de overeenkomstige batterij opnieuw inge- steld worden door de Kärcher-klantenser- vice. GEVAAR Gevaar door elektrische schok Neem het stroomleidingnet en de beveiliging in acht. Gebruik het oplaadapparaat enkel in droge ruimten met voldoende verluchting! Instructie: De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10- 12 uren. Het laadapparaat beëindigt zelfstandig het laadproces. GEVAAR Explosiegevaar. De ruimte waarin het ap- paraat voor het opladen van de batterij wordt geplaatst, moet een van het batterij- type afhankelijk minimumvolume en een ventilatie met een minimumluchtstroom vertonen (zie „Aanbevolen batterijen“). Explosiegevaar Het opladen van de batte- rijen is enkel toegestaan bij een geopende batterijafdekking. Open de sluiting van de batterijafdek- king. Batterijafdekking naar achteren zwen- ken. Netsnoer met de IEC-stekker op het ap- paraat verbinden. Netsnoer aan de stroom aansluiten. Op het display worden een batterijsym- bool en de oplaadstand van de batterij- en getoond. De verlichting van het display gaat uit. Sluit de batterijafdekking tijdens het op- laden niet! Instructie: Bij het opladen zijn alle reinigings- en rij- functies geblokkeerd. Wanneer de batterij helemaal opgeladen is, toont het display "Opladen afgesloten". Na het oplaadproces de netstekker uit het stopcontact trekken en snoer op het apparaat eruit trekken. Een uur voor het einde van het laadpro- ces gedestilleerd water toevoegen, let- ten op het juiste zuurpeil. Accu is over- eenkomstig gekenmerkt. Aan het einde van het laadproces moeten alle cellen gas ontwikkelen. GEVAAR Gevaar voor invreten! Navullen van water in de ontladen toestand van de accu kan leiden tot het vrijkomen van zuren. Bij de omgang met accuzuur een veilig- heidsbril dragen en de voorschriften in acht nemen om verwondingen en de beschadi- ging van kledij te vermijden. Eventuele zuurspatten op huid of kledij on- middellijk met overvloedig water uitspoe- len. LET OP Voor het navullen van de batterijen alleen gedestilleerd of gedemineraliseerd water (EN 50272-T3) gebruiken. Geen vreemde toevoegingsstoffen (zoge- noemde verbeteringsmiddelen) gebruiken, anders vervalt elke garantie. Grootte batterijvak: 546 mm x 391 mm Instructie: Bij de eerste oplading herkent de besturing nog niet welk batterijtype ingebouwd is. De batterij-indicatie werkt dan nog niet precies. Een „V“ rechts naast de balk van de batte- rij-indicatie geeft aan dat de eerste opla- ding nog niet uitgevoerd werd. Laad de batterijen op tot het display de maximale laadtoestand weergeeft. Gebruik het apparaat na de eerste op- laadbeurt van de batterijen tot de bevei- liging tegen volledige ontlading de bor- stelmotor en de turbine uitschakelt. Laad de batterijen vervolgens foutloos en volledig op. Na de eerste oplading verdwijnt de letter „V“ rechts naast de batterij-indicatie. De batterij-indicatie werkt nu precies. Instructie: Als in het batterijmenu een batterijtype wordt geselecteerd, moet het hierboven beschreven proces opnieuw uitgevoerd worden. Dat is ook het geval wanneer het reeds ingestelde batterijtype opnieuw ge- selecteerd wordt. De laadtoestand van de batterijen wordt op het display van het bedieningspaneel weer- gegeven. – De balklengte geeft de laadtoestand van de batterij aan. – Gedurende de laatste 30 minuten wordt de resterende bedrijfstijd in minuten weergegeven. Het inbouwen van de reinigingskop is be- schreven in het hoofdstuk „Onderhouds- werkzaamheden“. Instructie: Bij bepaalde modellen is de reinigingskop reeds gemonteerd. De montage van de borstels is beschreven in het hoofdstuk „Onderhoudswerkzaam- heden“. Zuigbalk zodanig in de ophanging plaatsen dat de vormplaat boven de op- hanging ligt. Vleugelmoeren aanspannen. Zuigslang plaatsen. Instructie: Neem voor een zorgvuldige buitenbedrijf- stelling van alle functies uw voet van het gaspedaal en druk op de noodstopknop. Intelligent Key insteken. Noodstopknop door draaien ontgrendelen. Draai de programmakeuzeschakelaar op de gewenste functie. Wacht tot het apparaat bedrijfsklaar is. Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar. Als de bijbehorende melding in de dis- play verschijnt, moet onderhoud wor- den gepleegd. Accu's opladen Onderhoudsarme accu's (natte accu's) Maximale batterijafmetingen Lengte 390 mm Breedte 540 mm Hoogte 375 mm Instructies voor de eerste oplading Batterijweergave Reinigingskop inbouwen Borstels monteren Zuigbalk monteren Werking Apparaat inschakelen Display Handeling Onderhoud Zuigbalk Zuigbalk reinigen. Onderhoud Versw. Filter Filter vers water reinigen. Onderhoud Zuiglippen Zuiglippen op slijtage in in- stelling controleren. Onderhoud Turbinezeef Reinig de beschermzeef van de turbine. Onderhoud Borstelkop Borstels controleren op slijtage en reinigen. 59NL- 6 Infoknop indrukken. Teller voor het betreffende onderhoud resetten (zie „Verzorging en onder- houd/teller resetten“). Instructie: Als de teller niet wordt gereset, verschijnt de onderhoudsmelding teleksn als het ap- paraat wordrt ingeschakeld. GEVAAR Ongevalgevaar. Voor elke werking moet de functionaliteit van de parkeerrem op een vlakke ondergrond gecontroleerd worden. Zet het apparaat aan. Rijrichtingsschakelaar op „vooruit“ stellen. Programmaschakelaar op Transport zetten. Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar. Gaspedaal licht induwen. De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op een vlakke on- dergrond zacht beginnen te rollen. In- dien het pedaal losgelaten wordt, ver- grendelt de rem hoorbaar. Het apparaat moet buiten werking gesteld worden en de klantendienst moet geraadpleegd worden, indien het bovengenoemde niet zo is. GEVAAR Ongevalgevaar Als het apparaat niet meer remt, gaat u als volgt te werk: Als het apparaat op een platform met een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal niet tot stilstand, mag deze om veiligheidsredenen enkel inge- drukt worden als de reglementaire mecha- nische functie van de parkeerrem bij elke inbedrijfstelling van het apparaat eerst werd gecontroleerd. Het apparaat moet bij het bereiken van de stilstand (op een effen vlakte) buiten werking gesteld worden en de klanten- dienst moet geraadpleegd worden! Bijkomend moeten de onderhoudsin- structies voor remmen in acht genomen worden. GEVAAR Kantelgevaar bij de sterke hellingen. In rijrichting mogen enkel stijgingen tot 10% bereden worden. Berijd stijgingen en dalingen enkel in langsrichting, keer niet om. Kantelgevaar bij snel door de bochten rijden. Slipgevaar bij natte bodems. In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. Intelligent Key insteken. Noodstopknop door draaien ontgrendelen. Programmaschakelaar op Transport zetten. Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar. Instellen van rijrichting met de rijrichtings- schakelaar op het bedieningspaneel. Rijsnelheid bepalen door het bedienen van het gaspedaal. Apparaat stoppen: Gaspedaal loslaten. Instructie: De rijrichting kan ook tijdens de rit veran- derd worden. Zo kunnen door meermaals voor- en achteruit te rijden ook heel matte plaatsen gepolijst worden. Bij overbelasting wordt de motor van de wielaandrijving na een bepaalde tijd uitge- schakeld. Op het display verschijnt een sto- ringsmelding. Bij oververhitting van de be- sturing wordt het betrokken aggregaat uit- geschakeld. Apparaat gedurende minstens 15 minu- ten laten afkoelen. Programmaschakelaar op “OFF“ draai- en, even wachten en weer op het ge- wenste programma draaien. LET OP Gevaar voor beschadiging. Alleen de aan- bevolen reinigingsmiddelen gebruiken. Voor andere reinigingsmiddelen draagt de exploitant een verhoogd risico met betrek- king tot bedrijfsveiligheid, gevaar voor on- gevallen en verlaagde levensduur van het apparaat. Alleen reinigingsmiddelen ge- bruiken die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en vloeizuren. Veiligheidsinstructies op de reinigingsmid- delen in acht nemen. Instructie: Gebruik geen sterk schuimende reinigings- middelen. Waterslang aansluiten aan de aansluit- mof van het vulsysteem. Open de watertoevoer (max. 60 °C). Wanneer het maximale vulpeil bereikt is, stopt de ingebouwde vlotterklep de watertoevoer. Watertoevoer sluiten. Waterslang verwijderen. Vullen met reinigingsmiddel. Instructie: Als eerst reinigingsmiddel en vervolgens water in het reinigingsmiddelreservoir wordt gegoten, kan dat tot sterke schuim- vorming leiden. Aan het schoon water wordt op de weg naar de reinigingskop door een doseerap- paraat reinigingsmiddel toegevoegd. Reinigingsmiddelfles in het apparaat plaatsen. Dop van de fles losdraaien. Zuigslang van het doseerapparaat in de fles steken. Instructie: Met de doseerinrichting kan maximum 3% reinigingsmiddel gedoseerd worden. Bij een hogere dosering moet het reinigings- middel in het schoonwaterreservoir gego- ten worden. LET OP Verstoppingsgevaar door aandrogend rei- nigingsmiddel bij de toevoeging van reini- gingsmiddel in het verswaterreservoir van de variant Dose. De debietmeter van de doseerinrichting kan door aangedroogd rei- nigingsmiddel vastkleven en de functie van de doseerinrichting belemmeren. Spoel het verswaterreservoir en het apparaat vervol- gens met zuiver water. Stel voor het spoe- len het reinigingsprogramma met water in op de programmakeuzeschakelaar. Zet de waterhoeveelheid op de hoogste waarde en de reinigingsmiddeldosering op 0%. Instructie: Het apparaat beschikt over een verswaterni- veau-indicatie op het display. Bij een leeg schoonwaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgezet. De reinigingskop werkt zonder vloeistoftoevoer verder. In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's voor- af ingesteld. In functie van de autorisatie van de gele In- telligent Key kunnen afzonderlijke parame- ters gewijzigd worden. De verandering van de parameters werkt slechts zolang, totdat met de programma- keuzeschakelaar een ander reinigingspro- gramma gekozen wordt. Wanneer parameters voorgoed veranderd moeten worden, moet voor het instellen een grijze Intelligent Key gebruikt worden. Het instellen is in het hoofdstuk "Grijze In- telligent Key" beschreven. Instructie: Bijna alle displayteksten voor het instellen van de parameters spreken voor zich. De enige uitzondering is de parameter FACT: – Fine Clean: laag borsteltoerental voor de verwijdering van cementsluier op steengoed. – Whisper Clean: gemiddeld borsteltoe- rental voor de onderhoudsreiniging met een lager geluidsniveau. – Power Clean: hoog borsteltoerental voor het polijsten, kristalliseren en vegen. Parkeerrem controleren Rijden Rijden Overbelasting Bedrijfsstoffen vullen Reinigingsmiddel Gebruik Reinigings- middel Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloeren RM 746 RM 780 Onderhoudsreiniging van blin- kende oppervlakken (bijv. Gra- nit) RM 755 es Onderhoudsreiniging en basis- reiniging van industriële vloe- ren RM 69 ASF Onderhoudsreiniging en basis- reiniging van fijne stenen tegels RM 753 Onderhoudsreiniging van ste- nen in de sanitaire sector RM 751 Reiniging en ontsmetting in de sanitaire sector RM 732 Reiniging van alle alkalibesten- dige vloeren (bijv. PVC) RM 752 Reiniging van linoleumvloeren RM 754 Schoon water Doseerinrichting (alleen variant Dose) Parameters instellen Met gele Intelligent Key 60 NL- 7 Programmakeuzeschakelaar op het ge- wenste reinigingsprogramma draaien. De infoknop draaien totdat de gewens- te parameter getoond wordt. Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert. Gewenste waarde door draaien van de Infoknop instellen. Veranderde instelling door indrukken van de Infobutton bevestigen of wach- ten tot de ingestelde waarde na 10 se- conden automatisch overgenomen wordt. Voor de verbetering van het zuigresultaat op stenen ondergronden kan de zuigbalk tot 5° schuine stand verdraaid worden. Vleugelmoeren lossen. Zuigbalk draaien. Vleugelmoeren aanspannen. Bij onvoldoende afzuigresultaat kan de hel- ling van de rechte zuigbalk veranderd wor- den. Zet beide klemhendels los. Verstel de helling van de zuigbalk. Zet beide klemhendels vast. Instructie: Overloop vuilwaterreservoir Bij een vol vuil- waterreservoir schakelt de zuigturbine uit en toont het display „Vuilwaterreservoir vol“. 몇 WAARSCHUWING Lokale voorschriften inzake de behande- ling van afvalwater in acht nemen. Neem de aftapslang vuilwater uit de houder en plaats deze in een geschikte verzamelbak. Instructie: Door het samenduwen van de doseerin- richting kan de afvalwaterstroom gecontro- leerd worden. Water door het openen van de doseer- inrichting op de aftapslang aftappen. Vervolgens de vuilwatertank met schoon water uitspoelen. Vuilwaterslang in de houder op het ap- paraat drukken. Sluiting schoonwatertank openen. Vers water aflaten. Sluiting van verswatertank aanbrengen. Lade voor grof vuil controleren. Lade voor grof vuil indien nodig of aan het einde van het werk wegnemen en leeg- maken. Intelligent Key aftrekken. Apparaat met de wiggen tegen wegrol- len zekeren. Indien nodig de accu opladen. Intelligent Key insteken. Gewenste functie door draaien van de infoknop kiezen. De afzonderlijke functies zijn in het volgen- de beschreven. Programmaschakelaar op "Transport" draaien. Infoknop indrukken. In het menu Transport kunnen de volgende instellingen uitgevoerd worden. In dit menu-item worden de bevoegdheden voor gele Intelligent Keys alsook de taal van de displayaanduiding vrijgegeven. Draai aan de Infobutton tot „Sleutelme- nu“ op het display wordt weergegeven. Infoknop indrukken. Grijze Intelligent Key aftrekken en in de te programmeren gele Intelligent Key steken. Te veranderen menu-item door draaien van de infoknop kiezen. Infoknop indrukken. Instelling van het menu-item door draai- en van de infoknop kiezen. Instelling door drukken op het menu- item bevestigen. Volgende, te veranderen menu-item door draaien van de infoknop kiezen. Voor het opslaan van de bevoegdhe- den menu "Opslaan" door draaien van de informatieknop oproepen en op in- formatieknop drukken. „Sleutelmenu verderzetten“: Yes: Andere Intelligent Key program- meren No: Sleutelmenu verlaten Infoknop indrukken. Deze functie is bij het wisselen van de rei- nigingskop nodig. Aan de informatieknop draaien tot "Bor- stelkop" op het display getoond wordt. Infoknop indrukken. Aan de informatieknop draaien tot de gewenste borstelvorm gemarkeerd is. Infoknop indrukken. Beweeg de hefaandrijving door aan de infobutton te draaien om de reinigings- kop te vervangen: up: optillen down: neerlaten OFF: stoppen Menu verlaten: „OFF“ door draaien aan infobutton selecteren en infobutton in- drukken. Bij het verlaten van het menu voert de be- sturing een herstart uit. Aan de informatieknop draaien tot "Na- looptijden" op het display getoond wordt. Infoknop indrukken. Aan de informatieknop draaien tot de gewenste opstelling gemarkeerd is. Infoknop indrukken. Aan de informatieknop draaien, tot de gewenste nalooptijd bereikt is. Infoknop indrukken. Draai aan de Infobutton tot „Batterijme- nu“ wordt weergegeven. Infoknop indrukken. Draai aan de infobutton tot het gewens- te batterijtype gemarkeerd is. Infoknop indrukken. Tijdens het bedrijf uitgevoerde veranderin- gen van de parameters van de individuele reinigingsprogramma's worden na het uit- schakelen van het apparaat in de default instelling gereset. Draai aan de Infobutton tot „Default in- stelling“ wordt weergegeven. Infoknop indrukken. Draai aan de Infobutton tot het gewens- te reinigingsprogramma wordt weerge- geven. Infoknop indrukken. Zuigbalk instellen Schuine stand Helling Vuilwatertank leegmaken Schoonwatertank leegmaken Lade voor grof vuil leegmaken (alleen bij R-reinigingskop) Buitenwerkingstelling Grijze Intelligent Key Transport Sleutelbeheer Vorm van de borstels kiezen Nalooptijden Batterijtype instellen Basisinstelling 61NL- 8 De infoknop draaien totdat de gewens- te parameter getoond wordt. Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert. Gewenste waarde door draaien van de Infoknop instellen. Infoknop indrukken. Draai aan de Infobutton tot „Taal“ wordt weergegeven. Infoknop indrukken. Draai aan de infobutton tot de gewenste taal gemarkeerd is. Infoknop indrukken. De fabrieksinstelling van alle parameters wordt hersteld. Parameters, die met de grijze Intelligent Key ingesteld worden, blijven behouden, totdat een andere instelling gekozen wordt. Programmakeuzeschakelaar op het ge- wenste reinigingsprogramma draaien. Op infoknop drukken - de eerste instel- bare parameter wordt getoond. Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert. Gewenste waarde door draaien van de Infoknop instellen. Veranderde instelling door indrukken van de Infobutton bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden auto- matisch overgenomen wordt. Volgende parameter door draaien van de infoknop kiezen. Na verandering van alle gewenste pa- rameters infoknop draaien totdat "Menu verlaten" getoond wordt. Op infoknop druk - het menu wordt ver- laten. GEVAAR Verwondingsgevaar! Voor het in- en uitla- den van het apparaat mag het hellingsper- centage van 10% niet overschreden wor- den. Rijd langzaam. 몇 VOORZICHTIG Verwondings- en beschadigingsgevaar! Neem bij het transport het gewicht van het apparaat in acht. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Schijfborstels uit de borstelkop verwij- deren. 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor lichamelijk letsel en beschadi- ging! Let op het gewicht van het apparaat bij opslag. Het apparaat mag alleen binnen wor- den opgeborgen. Bij het kiezen van de opbergplaats moet re- kening gehouden worden met het max. toegelaten gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet te beïnvloeden. GEVAAR Verwondingsgevaar! Tijdens de reiniging of het onderhoud of bij de vervanging van onderdelen of de veran- dering van het apparaat voor een andere functie moet de positieve pool van de bat- terij afgeklemd worden en de netstekker van het oplaadapparaat uitgetrokken wor- den. Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen. 몇 VOORZICHTIG Verwondingsgevaar door nalopen van de zuigturbine. De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat. LET OP Beschadigingsgevaar. Spuit het apparaat niet met water schoon en gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Vuil water aflaten. Vuilwaterreservoir met zuiver water uit- spoelen. Reinig de beschermzeef van de turbine. Alleen R-reinigingskop: lade voor grof vuil verwijderen en leegmaken. Apparaat aan de buitenkant met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen. Zuiglippen en schraaplippen reinigen, op slijtage controleren en indien nodig vervangen. Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Deksel schoon- en vuilwatertank niet sluiten zodat de tanks kunnen drogen. Batterij laden: Als de ladingstoestand minder is dan 50%, de batterij volledig en zonder on- derbrekingen opladen. Als de ladingstoestand meer is dan 50%, de batterij alleen opladen wan- neer u bij het volgende gebruik de vol- ledige bedrijfsduur nodig hebt. Bij regelmatig gebruik de batterij min- stens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen. Bij een voorlopig stilgelegd apparaat: veref- feningslading van de accu uitvoeren. Controleer de batterijpolen op oxidatie, borstel ze indien nodig af. Let op stevig- heid van de verbindingskabels. Afdichting tussen vuilwaterreservoir en deksel reinigen en op dichtheid contro- leren, indien nodig vervangen. Bij niet-onderhoudsvrije accu's, zuur- dichtheid van de cellen controleren. Borsteltunnel reinigen (alleen R-reini- gingskop) Waterverdeellijst aan de reinigingskop verwijderen en waterkanaal reinigen (alleen R-reinigingskop). Bij een langere stilstandtijd het appa- raat alleen met volledig opgeladen bat- terijen afzetten. Minstens een keer per maand de batterij opnieuw volledig op- laden. Voorgeschreven inspectie door klan- tendienst laten uitvoeren. Als een in de display weergegeven onder- houd wordt uitgevoerd, moet daarna de be- treffende onderhoudsteller worden gere- set. Intelligent Key insteken. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Programmaschakelaar op Transport zetten. Infoknop indrukken. Infobutton draaien tot „Onderhoudstel- ler“ wordt weergegeven. Infoknop indrukken. De tellerstanden worden weergegeven. Infoknop indrukken. „Teller wissen“ wordt weergegeven. Infobutton draaien tot te te wissen teller wordt geaccentueerd. Infoknop indrukken. „YES“ door draaien van de infobutton selecteren. Infoknop indrukken. De teller wordt gewist. Instructie: De serviceteller kan alleen door de klanten- service worden gereset. De serviceteller geet de tijd aan tot de aan- staande service door de klantenservice. Ter verzekering van een betrouwbare wer- king van het apparaat kunt u met het be- voegde Kärcher-verkoopkantoor een on- derhoudscontract afsluiten. Taal instellen Fabrieksinstelling Reinigingsprogramma's Vervoer Bij gemonteerde D-reinigingskop Opslag Onderhoud Onderhoudsschema Na het werk Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Teller terugzetten Onderhoudscontract 62 NL- 9 Deksel vuilwatertank openen. Duw de klikhaken samen. Verwijder de vlotter. Draai de beschermzeef van de turbine tegen de klok. Neem de beschermzeef van de turbine weg. Spoel het vuil op de beschermzeef van de turbine af met water. Breng de beschermzeef van de turbine opnieuw aan. Breng de vlotter aan. Zuigbalk wegnemen. Stergrepen er uit schroeven. Kunststofonderdelen verwijderen. Zuiglippen verwijderen. Nieuwe zuiglippen inschuiven. Kunststofonderdelen opschuiven. Stergrepen inschroeven en vastdraaien. R-reinigingskop: Stergreep eruit draai- en en deksel eruit trekken. D-reinigingskop: Deksel van de reini- gingskop wegnemen. Leg de reinigingskop in het midden on- der het apparaat. Stroomtoevoerkabel van de reinigings- kop met het apparaat verbinden (de- zelfde kleuren moeten tegen elkaar ko- men). R-reinigingskop: Deksel inschuiven en vastschroeven. D-reinigingskop: Deksel erop zetten en vastzetten. Slangkoppeling aan de reinigingskop verbinden met de slang aan het appa- raat. Klep in het midden van de reinigingskop tussen de vorken in de hendel plaatsen. Richt de hendel zodanig uit dat de bo- ringen in de hendel en de reinigingskop met elkaar overeenstemmen. Steek de borgpen door de boringen en zwenk de borgplaat zodanig naar bene- den dat ze vastklikt. Afstand tot vloer van de spuitbescher- ming door het draaien van het instelwiel kiezen. Reinigingskop omhoog zetten. Vergrendeling van de schraaplip los- maken. Schraaplip wegdraaien. Vergrendeling van het lagerdeksel los- maken. Lagerdeksel naar beneden duwen en eruit trekken. Borstelwals eruit trekken. Nieuwe borstelwals plaatsen. Lagerdeksel en schraaplip in de omge- keerde volgorde opnieuw bevestigen. Werkwijze aan de tegenoverliggende kant herhalen. Reinigingskop omhoog zetten. Pedaal borstelvervanging over de weerstand naar beneden duwen. Schijfborstel zijdelings onder de reini- gingskop eruit trekken. Nieuwe schijfborstel onder de reini- gingskop houden, naar boven duwen en laten vastklikken. Bij vorstgevaar: Schoon- en vuilwatertank legen. Apparaat in een vorstvrije ruimte op- slaan. Open de sluiting van de batterijafdek- king. Batterijafdekking naar achteren zwen- ken. Vergrendeling van de batterijkast naar links schuiven en naar beneden zwen- ken. Batterijkast naar achteren trekken. Kabel van de minpool van de batterij losmaken. Resterende kabels van de batterijen af- halen. Batterijen eruit nemen. Verbruikte batterijen conform de gel- dende bepaleingen verwijderen. Onderhoudswerkzaamheden Beschermzeef van de turbine reinigen Zuiglippen vervangen Reinigingskop inbouwen Spatbescherming instellen Borstelwalsen vervangen Schijfborstels vervangen Vorstbeveiliging Batterijen demonteren 63NL- 10

GEVAAR Verwondingsgevaar! Tijdens de reiniging of het onderhoud of bij de vervanging van onderdelen of de veran- dering van het apparaat voor een andere functie moet de positieve pool van de bat- terij afgeklemd worden en de netstekker van het oplaadapparaat uitgetrokken wor- den. Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen. 몇 VOORZICHTIG Verwondingsgevaar door nalopen van de zuigturbine. De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat. Bij storingen die met behulp van deze tabel niet opgelost kunnen worden de klanten- dienst raadplegen. Indien op het display storingen weergege- ven worden, gaat u als volgt te werk: Voer de instructies op het display uit. Kwiteer de storing door de infobutton in te drukken. Programmaschakelaar op „OFF“ draaien. Wachten tot de tekst op het display weg is. Programmaschakelaar naar vorige stand draaien. Pas als de storing opnieuw optreedt de passende maatregelen voor het ophef- fen van de storing in de aangegeven volgorde uitvoeren. Daarbij moet de sleutelschakelaar op “0“ staan en de noodstoptoets ingedrukt zijn. Indien de storing niet opgelost kan wor- den, raadpleegt u de klantendienst met vermelding van de foutmelding. Instructie: Storingsmeldingen die in de volgende tabel niet vermeld zijn, geven fouten weer die niet door de bediener kunnen worden op- gelost. In dat geval moet de klantenservice geraadpleegd worden. Hulp bij storingen Storingsindicatie Storingsindicatie als tekst Storingsindicatie als cijfercode Storingen met weergave op het display Displayweergave Oorzaak Oplossing Gaspedaal loslaten! Bij het inschakelen van de sleutel- schakelaar is het gaspedaal inge- drukt. Gaspedaal ontlasten en vervolgens opnieuw indrukken. Geen rijrichting! Rijrichtingschakelaar of kabelver- binding defect Klantendienst bellen. Batterij ontladen! Batterijspanning te laag Accu laden. Batterijspanning niet toegestaan! Batterijspanning ligt boven of onder het toegestane bereik. Klantendienst bellen. Lader defect! Fout aan het oplaadapparaat, opla- den is niet mogelijk. Oplaadapparaat controleren. Borsteldruk niet be- reikt! Time-out Borsteldrukregeling Op slijtage van borstel controleren, eventueel borstel vervangen. Borstelkop op functie controleren: dalen, heffen. Rem defect! Rem defect Apparaat niet meer rijden. Klantendienst bellen. Tractiemotor heet! La- ten afkoelen! Motorbeveiliging is in werking getre- den. Veiligheidsschakelaar op „0“ zetten. Apparaat gedurende minstens 15 minuten laten afkoelen. Bij herhaling klantenservice raadplegen Claxon defect! Claxon defect Klantendienst bellen. Besturing heet! Laten afkoelen! Vermogenselektronica hefmodule (A4) te heet Veiligheidsschakelaar op „0“ zetten. Besturing minstens 5 minuten laten afkoelen Bij een ruwe bodem de borsteldruk aanzienlijk verlagen Bij herhaling klantenservice raadplegen Borstelmotoren over- belast! Belasting van de borstelkoppen niet symmetrisch Borstelspiegel instellen 64 NL- 11 1 Schroef 2 Aqua-Mizer Draai de 2 schroeven eruit. Verwijder de Aqua-Mizer. Storingen zonder weergave op het display Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Noodstopknop door draaien ontgrendelen. Betreed het standvlak pas nadat het apparaat werd ingeschakeld. Als de fout toch optreedt, moet de klantenservice op de hoogte worden gebracht. Veiligheidsschakelaar niet bediend Veiligheidsschakelaar met de voeten naar beneden duwen Batterij controleren, indien nodig opladen Batterijkabel op stevigheid en corrosie controleren Programmaschakelaar op „OFF“ zetten. 10 seconden wachten. Programmakeuzeschakelaar op vorige functie zetten. Indien mogelijk, het apparaat alleen op vlakke ondergrond rijden. Zo nodig de parkeer- rem en de voetrem controleren. Onvoldoende waterhoeveel- heid Peil van het schone water controleren, indien nodig reservoir bijvullen. Slangen op verstopping controleren, indien nodig reinigen. R-reinigingskop: Waterverdeellijst eruit trekken en reinigen. Filter schoonwater reinigen. Sterke wateruitlaat aan de zij- kant bij gebruik van de D-reini- gingskop Verlaag de waterhoeveelheid. Demonteer de Aqua-Mizer (zie onder). Onvoldoende zuigcapaciteit Afdichtingen tussen vuilwatertank en deksel reinigen en op dichtheid controleren, zonodig vervangen. Beschermzeef van de turbine op verontreiniging controleren, indien nodig reinigen. Zuiglippen aan de zuigbalk reinigen, indien nodig omdraaien of vervangen. Controleren of het deksel aan de vuilwater-aftapslang gesloten is Zuigslang op verstopping controleren, indien nodig reinigen. Zuigslang op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. Instelling van de zuigbalk controleren. Extra gewicht (accessoires) aanbrengen op de zuigbalk. Onvoldoende reinigingsresul- taat Intensiever reinigingsprogramma kiezen. Schraaplippen instellen Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Borstels controleren op vervuiling, reinigen. Controleren of reinigingsmiddel en borstels geschikt zijn voor de reinigingsopdracht. Borstels draaien niet Controleren of vreemde voorwerpen de borstels blokkeren, indien nodig vreemde voorwerpen verwij- deren. Motor overbelast, laten afkoelen. Programmaschakelaar op „OFF“ zetten. 10 seconden wachten. Pro- grammakeuzeschakelaar op vorige functie zetten. Aftapslang vuil water verstopt Doseerapparaat aan de aftapslang openen. Zuigslang van de zuigbalk trekken en met de hand afslui- ten. Programmakeuzeschakelaar op Zuigen zetten. De verstopping wordt uit de aftapslang in het vuil- waterreservoir gezogen. Reinigingsmiddeldosering Dose (alleen versie Dose) func- tioneert niet Klantendienst roepen. Aqua-Mizer demonteren 65NL- 12 **) Optie Technische gegevens B 95 R 65 D 65 R 75 Vermogen Nominale spanning V 24 Accucapaciteit Ah (5h) 170...198 Gemiddeld opgenomen vermogen W 1950 Nominaal vermogen tractiemotor W 600 Vermogen zuigmotor W 750 550 750 Vermogen borstelmotor W 2x600 Zuigen Zuigvermogen, luchthoeveelheid l/s 20,5 Zuigvermogen, onderdruk kPa 12,0 Reinigingsborstels Werkbreedte mm 650 750 Diameter borstel mm 105 365 105 Borsteltoerental 1/min 1200 140 1200 Maten en gewichten Rijsnelheid km/h 6 Stijging terrein max. % 10 Theoretische oppervlaktecapaciteit m

/u 3900 4500 Volume reservoirs schoon/vuil water l 95 Volume grofvuilreservoir l 6 - 7 Waterdruk vulsysteem**, spoelsysteem vuilwaterreservoir**, max. MPa (bar) 1 (10) Lengte mm 1525 Breedte (zonder zuigbalk) mm 760 750 810 Hoogte mm 1470 Toelaatbaar totaalgewicht kg 500 Transportgewicht kg 325 330 Toegelaten temperatuurbereik °C 5...40 Oppervlaktebelasting (met bestuurder en volle schoonwatertank) Voorwiel N/cm

Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Totale waarde trilling armen m/s

0,2 Onzekerheid K m/s

dB(A) 85 Ingebouwd laadapparaat (optioneel) Nominale spanning V 230 Frequentie Hz 50-60 Nominale stroom A 4,2 66 NL- 13 Gebruik alleen origineel toebehoren en ori- ginele reserveonderdelen. Deze garande- ren dat het apparaat veilig en zonder storin- gen functioneert. Informatie over het toebehoren en de re- serveonderdelen vindt u op www.kaer- cher.com. In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2021/02/01 Toebehoren en reserveonderdelen Garantie EU-conformiteitsverklaring Product: Vloerreiniger Type: 1.006-xxx Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2014/53/EU (TCU) Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335–1 EN 60335-2-29 EN 60335–2–72 EN 62233: 2008 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 EN 55014–1: 2017 + A11: 2020 EN 55014–2: 2015 EN 61000–3–2: 2014 EN 61000–3–3: 2013 TCU EN 301 511 V12.5.1 EN 300 440 V2.1.1 EN 300 328 V2.2.2 EN 300 330 V2.1.1 Toegepaste landelijke normen