B 95 RS Bc Dose - Schrobmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 95 RS Bc Dose Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Autowasmachine (professionele vloerreiniger) |
| Merk | Kärcher |
| Model | B 95 RS Bc Dose |
| Nominale spanning | 24 V |
| Batterijcapaciteit | 170 – 198 Ah (afhankelijk van type) |
| Gemiddeld opgenomen vermogen | 1950 W |
| Aandrijfmotor | 600 W |
| Zuigmotor | 750 W (varianten R65 en R75) / 550 W (variant D65) |
| Borstelmotor | 2 x 600 W |
| Werkbreedte | 650 mm (varianten R65/D65) of 750 mm (variant R75) |
| Diameter van de borstels | 105 mm (rolborstels) / 365 mm (schijfborstels) |
| Snelheid van de borstels | 1200 tpm (rolborstels) / 140 tpm (schijfborstels) |
| Inhoud schoonwatertank | 95 L |
| Inhoud vuilwatertank | 95 L |
| Rijsnelheid | 6 km/u |
| Maximaal toegestane helling | 10 % |
| Transportgewicht | 325 kg (variant R65) / 330 kg (andere varianten) |
| Afmetingen (L x B x H) | 1525 x 760 (of 750/810) x 1470 mm |
| Geluidsdrukniveau LpA | 68 dB(A) (varianten 65) |
| Geluidsvermogenniveau LWA | 85 dB(A) |
| Ingebouwde lader | Ja, 230 V / 50-60 Hz / 4,2 A |
| Doseersysteem voor reinigingsmiddel | Ja (variant Bc Dose, tot 3%) |
| Veiligheidsvoorzieningen | Noodstopknop, veiligheidsschakelaar op het vlakke oppervlak |
| Routineonderhoud | Reinigen turbofilter, vervangen borstels en zuigmondlippen |
| Garantie | Volgens de geldende voorwaarden in het land (originele onderdelen vereist) |
Veelgestelde vragen - B 95 RS Bc Dose Kärcher
Gebruikersvragen over B 95 RS Bc Dose Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schrobmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 95 RS Bc Dose - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 95 RS Bc Dose van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 95 RS Bc Dose Kärcher
Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Inhoud
| Veiligheidsinstructies | NL | 1 |
| Functie | NL | 1 |
| Reglementair gebruik | NL | 1 |
| Zorg voor het milieu | NL | 1 |
| Bedieningselementen | NL | 2 |
| Voor ingebruikneming | NL | 4 |
| Werking | NL | 5 |
| Grijze Intelligent Key | NL | 7 |
| Vervoer | NL | 8 |
| Opslag | NL | 8 |
| Onderhoud | NL | 8 |
| Hulp bij storingen | NL | 10 |
| Technische gegevens | NL | 12 |
| Toebehoren en reserveonderdelen | NL | 13 |
| Garantie | NL | 13 |
| EU-conformiteitsverklaring | NL | 13 |
Veiligheidsinstructies
Voordat u het apparaat voor de eerste keer in gebruik neemt, dient u deze gebruikshandleiding en de bijgevoegde brochure met veiligheidsaanwijzingen voor borstelreinigingsapparaten 5.956-251.0 te lezen en er nota van te nemen. Het apparaat is vrijgegeven voor het gebruik op oppervlakken met een maximale helling die vermeld is in het hoofdstuk „Technische gegevens“.
Veiligheidsinrichtingen
Beveiligingselementen dienen ter bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten gebruik gesteld worden of in de functie omgaan worden.
Noodstopknop
Voor een directe buitengebruikstelling van alle functies: Noodstopknop indrukken.
Veiligheidsschakelaars
Het apparaat rijdt enkel als de gebruiker op de veiligheidsschakelaar achteraan op het standvlak staat.
Symbolen op het apparaat
![]() | ⚠VOORZICHTIGVerwondingsgevaar door knellenHoud bij het naar beneden zwenken van het vuilwaterreservoir uw handen uit de buurt van dit bereik. |
![]() | ⚠GEVAARVerhoogd ongevallenrisico door hoge snelheid Berijd de helling langzaam. |
GEVAAR
Gevarenniveaus
⚠ GEVAAR
Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichamelijke letsels.
⚠ WAARSCHUWING
Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs do-delijke lichamelijke letsels.
⚠VOORZICHTIG
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.
LET OP
Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden.
Functie
Deze schuurzuigmachine wordt gebruikt voor de natte reiniging van vlakke vloeren. Deze kan door het instellen van de waterhoeveelheid en de afzuiging van het vuile water gemakkelijk aan de reinigingstaak van dat moment aangepast worden.
- Door het kiezen van een gepast reini- gingsprogramma met de programma- keuzetoets is een eenvoudige aanpas- sing aan de reinigingstaak van dat mo- ment mogelijk.
- Een werkbreedte van 650 mm c.q. 750 mm (in functie van de gekozen reinigingskop) en een capaciteit van het verswaterreservoir van 95 l maken een efficiënte reiniging bij een hoge gebruiksduur mogelijk.
- Het apparaat is zelfrijdend.
- De batterijen kunnen geladen worden door middel van het ingebouwde oplaadapparaat.
Instructie:
In functie van de overeenkomstige reini- gingstaak kan het apparaat uitgerust wor- den met verschillende toebehoren. Vraag onze catalogus of neem een kijkje op onze internetpagina onder www.kaer- cher.com.
Gebruik dit apparaat uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
- Dit apparaa is geschikt voor industrieel gebruik, bv. de ambachtelijke sector, in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, kantoorgebouwen en huurpanden.
- Het apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het reinigen van gladde vloeren die niet gevoelig zijn voor vocht en polijstwerkzaamheden.
- Dit apparaat is voor gebruik binnen bestemd.
- Het gebruikstemperatuurbereik ligt tussen +5°C en +40°C.
-
Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijv. in koelhuizen).
-
Het apparaat is geschikt voor een maxi-male waterhoogte van 1 cm. Niet in een zone rijden wanneer het gevaar bestaat dat de maximale waterhoogte over-schreden wordt.
- Het apparaat mag alleen uitgerust worden met originele toebehoren en reserveonderdelen.
- Bij het gebruik van oplaadapparaten of accu's mogen alleen de in de gebruiks-aanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende combinatie moet door de verantwoordelijke leverancier van het oplaadapparaat en/of de accu worden goedgekeurd.
- Het apparaat is niet bestemd voor de reiniging van openbare verkeerswegen.
- Het apparaat mag ook niet gebruikt worden op drukgevoelige vloeren. Rekening houden met de toegelaten oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlaktebelasting van het apparaat is vermeld in de technische gegevens.
- Het apparaat is niet geschikt voor het gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.
- Met het apparaat mogen geen brandbare gassen, onverdunde zuren of oplosmiddelen opgezogen worden. Daartoe behoren benzine, verfverdunners of stookolie die door de inwerking van de zuiglucht explosieve mengsels kunnen vormen. Alsook aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen aangezien ze materialen die in het apparaat gebruikt worden, aantasten.
Zorg voor het milieu

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Gooi het verpak- kingsmateriaal niet met het huisvuil weg, maar zorg dat het gerecycled kan worden.
Oude apparaten bevatten waardevolle materialen die gerecycled kunnen worden. Batterijen, olie en gelijksoortige stoffen mogen niet in het milieu terechtkomen. Geef oude apparaten daarom bij een geschikte verzamelplaats af.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
1 Stuurwiel
2 Vulsystem
3 Vergrendeling vuilwaterreservoir
4 Deksel reservoir vuil water
5 Turbinebeveiligingszeef (onder de vlotter)
6 Vlotter
7 Pluizenzeef
8 Grofvuilbak
9 Vuilwaterreservoir
10 Aftapslang vuil water
11 Sluiting verswatertank met filter verswater
12 Hoogteverstelling zuigbalk
13 Vleugelmoeren voor het bevestigen van de zuigbalk
14 Zuigbalk *
15 Klemhendel voor het kantelen van de zuigbalk
16 Reinigingsmiddelfles (alleen variant Dose)
17 Deksel schoonwatertank
18 Ontgrendelhefboom parkeerrem
19 Veiligheidsschakelaar
20 Gaspedaal
21 Plaats voor bediener
22 IEC-connector voor oplaadkabel
23 Lade voor grof vuil (alleen bij R-reinigingskop) *
24 Peilindicatie schoon water
25 Batterijafdekking
26 Sluiting batterijafdekking
27 Bedieningsveld
* niet in leveringspakket
Kleurmarkering
- Bedieningselementen voor het reini- gingsproces zijn geel.
- Bedieningselementen voor het onderhoud en de service zijn lichtgrijs.
Bedieningspaneel

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 OFF KERCHER® Professional1 Programmaschakelaar
2 Claxon
3 Rijrichtingschakelaar
4 Noodstopknop
5 Stuurwiel
6 Intelligent Key
7 Display
8 Infotoets
Programmaschakelaar Symbolen op het apparaat

text_image
4 5 6 7 8 1 KARCHER Professional1 OFF
Apparaat is uitgeschakeld.
2 Transport
Naar gebruiksplaats rijden.
3 Eco-programma
Vloer nat reinigen (met gereduceerd borsteltoerental) en vuilwater opzuigen (met gereduceerde zuigcapaciteit).
4 Schrobben en zuigen
Vloer met nat reinigen en vuil water opzuigen.
5 Heavy-programma
Vloer nat reinigen (met verhoogde borstelaandrukkeracht) en vuil water opzuigen.
6 Schrobben
Vloer nat reinigen en reinigingsmiddel laten inwerken.
7 Zuigen
Vuil opzuigen.
8 Polijsten
Vloer zonder vloeistof polijsten.
| Vastsjorpunt | |
| Houder voor zwabber ** | |
| Wateraansluiting vulsysteem | |
| Vulpeil schoonwaterreservoir | |
![]() | Aflaatopening schoonwaterreservoir |
![]() | Aflaatopening vuilwaterreservoir |
**) Optie
Voor ingebruikneming
Apparaat verschuiven
Staand wordt het apparaat door een elektrische parkeerrem tegen wegrollen beschermd. Voor het verschuiven van het apparaat moet de parkeerrem ontgrendeld worden.

→ Trek aan de ontgrendelingshendel om de parkeerrem los te zetten.
LET OP
Beschadigingsgevaar Schuif het apparaat niet sneller dan 7 km/h.
Afladen
Instructie:
Neem voor een zorgvuldige buitenbedrijfstelling van alle functies uw voet van het gaspedaal en druk op de noodstopknop.
→ Karton verwijderen.

→ Bevestiging aan de wielen verwijderen.

→ Plaats het platform zoals hierboven weergegeven door het pallet om te bouwen en schroef het vast. → Aan de hendel van de rem trekken en het apparaat bij een aangetrokken hendel van het platform schuiven.
of
→ Intelligent Key insteken.
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Programmaschakelaar op Transport zetten.
→ Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar.
→ Rijrichtingsschakelaar op „vooruit“ stellen.
→ Gaspedaal bedienen.
→ Apparaat van het palet rijden.
Voor inbedrijfstelling moeten de borstels gemonteerd worden (zie "Onderhoudswerken").
Accu's
![]() | Aanwijzingen op de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuiggebruiksaanwijzing naleven |
![]() | Oogbescherming dragen |
![]() | Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's |
![]() | Ontploffingsgevaar |
![]() | Vuur, vonken, open licht en roken verboden |
![]() | Pas op voor bijtende vloeistoffen |
![]() | Eerste hulp |
![]() | Waarschuwingstekst |
![]() | Afvalverwerking |
![]() | Accu niet in vuilnisbak gooien |
⚠ GEVAAR
Explosiegevaar!
Geen werktuig e.d. op de batterij leggen.
Gevaar van kortsluiting en explosie.
Verwondingsgevaar. Wonden nooit in contact brengen met lood. Na het werk aan accu's altijd de handen reinigen.
Aanbevolen batterijsets
| Bestel-nr. | Volume [m3]* | Luchtstroom [m3/h]** | |
| 170 Ah - onder-houdsvrij | 4.035-164.0 | 3,3 1,32 | |
| 180 Ah - onder-houdsvrij | 4.035-097.0 | 3,8 1,52 | |
| 180 Ah - onder-houdsarm | 4.035-165.0 | 14,85 5,94 | |
| 195 Ah - onder-houdsarm | 4.035-166.0 | 22,28 8,94 | |
| * Minimale volume van de batterijoplaad-ruimte** Minimale luchtstroom tussen batterijo-plaadruimte en omgeving | |||
Accu's inzetten en aansluiten
Bij de variant "Pack" zijn de batterijen reeds ingebouwd
→ Noodstopknop indrukken.
→ Intelligent Key aftrekken.
→ Open de sluiting van de batterijafdekking.
→ Batterijafdekking naar achteren zwenken.

→ Vergrendeling van de batterijkast naar links schuiven en naar beneden zwenken.
→ Batterijkast naar achteren trekken.

1 Afstandhouder 380x55x30

4.035-164.0
1 Afstandhouder 345x60x47
2 Afstandhouder 380x55x30

1 Afstandhouder 380x55x30
LET OP
Beschadigingsgevaar Let op een correcte polariteit.
→ Polen met de bijgevoegde verbindings-kabels verbinden.
→ Aansluitingskabels aan de nog vrije accupool (+) en (-) vastklemmen.
→ Batterijkast naar voren schuiven.
→ Vergrendeling van de batterijkast vastklikken.
→ Batterijtype instellen (zie hoofdstuk „Grijze Intelligent Key“)
LET OP
Beschadigingsgevaar door volledige ontlading. Laad de batterij op voor de inbedrijfstelling van het apparaat.
Accu's opladen
Instructie:
Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen volledige ontlading, d. b. dat, wan- neer de nog toegestane minimale capaci- teit bereikt wordt, enkel nog gereden kan worden. Op het display verschijnt de weergave "Batterij zwak - reiniging niet mogelijk" en „Batterij leeg - opladen a.u.b.“
→ Rijd het apparaat direct naar het laadstation en vermijd daarbij stijgingen.
Instructie:
Bij het gebruik van andere batterijen (bv. van andere fabrikanten) moet de beveiliging tegen volledige ontlading voor de overeenkomstige batterij opnieuw ingesteld worden door de Kärcher-klantenservice.
⚠ GEVAAR
Gevaar door elektrische schok Neem het stroomleidingnet en de beveiliging in acht. Gebruik het oplaadapparaat enkel in droge ruimten met voldoende verluchting!
Instructie:
De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10-12 uren.
Het laadapparaat beëindigt zelfstandig het laadproces.
⚠ GEVAAR
Explosiegevaar. De ruimte waarin het apparaat voor het opladen van de batterij wordt geplaatst, moet een van het batterijtype afhankelijk minimumvolume en een ventilatie met een minimumluchtstroom vertonen (zie „Aanbevolen batterijen“).
Explosiegevaar Het opladen van de batterijen is enkel toegestaan bij een geopende batterijafdekking.
→ Open de sluiting van de batterijafdekking.
→ Batterijafdekking naar achteren zwenken.
→ Netsnoer met de IEC-stekker op het apparaat verbinden.
→ Netsnoer aan de stroom aansluiten. Op het display worden een batterijsymbol en de oplaadstand van de batterijen getoond. De verlichting van het display gaat uit.
→ Sluit de batterijafdekking tijdens het op- laden niet!
Instructie:
Bij het opladen zijn alle reinigings- en rijfuncties geblokkeerd.
Wanneer de batterij helemaal opgeladen is, toont het display "Opladen afgesloten".
→ Na het oplaadproces de netstekker uit het stopcontact trekken en snoer op het apparaat eruit trekken.
Onderhoudsarme accu's (natte accu's)
→ Een uur voor het einde van het laadproces gedestilleerd water toevoegen, letten op het juiste zuurpeil. Accu is overeenkomstig gekenmerkt. Aan het einde van het laadproces moeten alle cellen gas ontwikkelen.
⚠ GEVAAR
Gevaar voor invreten!
Navullen van water in de ontladen toestand van de accu kan leiden tot het vrijkomen van zuren.
Bij de omgang met accuzuur een veiligheidsbril dragen en de voorschriften in acht nemen om verwondingen en de beschadiging van kledij te vermijden.
Eventuele zuurspatten op huid of kledij on- middellijk met overvloedig water uitspoe- len.
LET OP
Voor het navullen van de batterijen alleen gedestilleerd of gedemineraliseerd water (EN 50272-T3) gebruiken.
Geen vreemde toevoegingsstoffen (zogenoemde verbeteringsmiddelen) gebruiken, anders vervalt elke garantie.
Maximale batterijafmetingen
| Lengte 390 mm | |
| Breedte 540 mm | |
| Hoogte 375 mm |
Grootte batterijvak: 546 mm x 391 mm
Instructies voor de eerste oplading Instructie:
Bij de eerste oplading herkent de besturing nog niet welk batterijtype ingebouwd is. De batterij-indicatie werkt dan nog niet precies. Een „V“ rechts naast de balk van de batterij-indicatie geeft aan dat de eerste oplading nog niet uitgevoerd werd.
→ Laad de batterijen op tot het display de maximale laadtoestand weergeeft.
→ Gebruik het apparaat na de eerste oplaadbeurt van de batterijen tot de beveiliging tegen volledige ontlading de borstelmotor en de turbine uitschakelt.
→ Laad de batterijen vervolgens foutloos en volledig op.
Na de eerste oplading verdwijnt de letter „V“ rechts naast de batterij-indicatie.
De batterij-indicatie werkt nu precies. Instructie:
Als in het batterijmenu een batterijtype wordt geselecteerd, moet het hierboven beschreven proces opnieuw uitgevoerd worden. Dat is ook het geval wanneer het reeds ingestelde batterijtype opnieuw geselecteerd wordt.
Batterijweergave
De laadtoestand van de batterijen wordt op het display van het bedieningspaneel weergegeven.
- De balklengte geeft de laadtoestand van de batterij aan.
- Gedurende de laatste 30 minuten wordt de resterende bedrijfstijd in minuten weergegeven.
Reinigingskop inbouwen
Het inbouwen van de reinigingskop is beschreven in het hoofdstuk „Onderhoudswerkzaamheden“.
Instructie:
Bij bepaalde modellen is de reinigingskop reeds gemonteerd.
Borstels monteren
De montage van de borstels is beschreven in het hoofdstuk „Onderhoudswerkzaamheden“.
Zuigbalk monteren

→ Zuigbalk zodanig in de ophanging plaatsen dat de vormplaat boven de op-hanging ligt.
→ Vleugelmoeren aanspannen.
→ Zuigslang plaatsen.
Werking
Instructie:
Neem voor een zorgvuldige buitenbedrijfstelling van alle functies uw voet van het gaspedaal en druk op de noodstopknop.
Apparaat inschakelen
→ Intelligent Key insteken.
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Draai de programmakeuzeschakelaar op de gewenste functie.
→ Wacht tot het apparaat bedrijfsklaar is.
→ Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar.
→ Als de bijbehorende melding in de display verschijnt, moet onderhoud worden gepleegd.
Display Handeling
| Onderhoud Zuigbalk | Zuigbalk reinigen. |
| Onderhoud Versw. Filter | Filter vers water reinigen. |
| Onderhoud Zuiglippen | Zuiglippen op slijtage in instelling controlleren. |
| Onderhoud Turbinezeef | Reinig de beschermzeef van de turbine. |
| Onderhoud Borstelkop | Borstels controlleren op slijtage en reinigen. |
→ Infoknop indrukken.
→ Teller voor het betreffende onderhoud resetten (zie „Verzorging en onderhoud/teller resetten“).
Instructie:
Als de teller niet wordt gereset, verschijnt de onderhoudsmelding teleksn als het apparaat wordt ingeschakeld.
Parkeerrem controleren
⚠ GEVAAR
Ongevalgevaar. Voor elke werking moet de functionaliteit van de parkeerrem op een vlakke ondergrond gecontroleerd worden.
→ Zet het apparaat aan.
→ Rijrichtingsschakelaar op „vooruit“ stellen.
→ Programmaschakelaar op Transport zetten.
→ Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar.
→ Gaspedaal licht induwen.
→ De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op een vlakke ondergrond zacht beginnen te rollen. Indien het pedaal losgelaten wordt, vergrendelt de rem hoorbaar. Het apparaat moet buiten werking gesteld worden en de klantendienst moet geraadpleegd worden, indien het bovengenoemde niet zo is.
Rijden
⚠ GEVAAR
Ongevalgevaar Als het apparaat niet meer remt, gaat u als volgt te werk:
→ Als het apparaat op een platform met een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal niet tot stilstand, mag deze om veiligheidsredenen enkel ingedrukt worden als de reglementaire mechanische functie van de parkeerrem bij elke inbedrijfstelling van het apparaat eerst werd gecontroleerd.
→ Het apparaat moet bij het bereiken van de stilstand (op een effen vlakte) buiten werking gesteld worden en de klantendienst moet geraadpleegd worden!
→ Bijkomend moeten de onderhoudsin-structies voor remmen in acht genomen worden.
⚠ GEVAAR
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
→ In rijrichting mogen enkel stijgingen tot 10% bereden worden. Berijd stijgingen en dalingen enkel in langsrichting, keer niet om.
Kantelgevaar bij snel door de bochten rijden. Slipgevaar bij natte bodems.
→ In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond.
→ Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen.
Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.
Rijden
→ Intelligent Key insteken.
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Programmaschakelaar op Transport zetten.
→ Ga op het standvlak staan en bedien de veiligheidsschakelaar.
→ Instellen van rijrichting met de rijrichtingsschakelaar op het bedieningspaneel.
→ Rijsnelheid bepalen door het bedienen van het gaspedaal.
→ Apparaat stoppen: Gaspedaal loslaten. Instructie:
De rijrichting kan ook tijdens de rit veranderd worden. Zo kunnen door meermaals voor- en achteruit te rijden ook heel matte plaatsen gepolijst worden.
Overbelasting
Bij overbelasting wordt de motor van de wielaandrijving na een bepaalde tijd uitgeschakeld. Op het display verschijnt een storingsmelding. Bij oververhitting van de besturing wordt het betrokken aggregaat uitgeschakeld.
→ Apparaat gedurende minstens 15 minu- ten laten afkoelen.
→ Programmaschakelaar op "OFF" draaien, even wachten en weer op het gewenste programma draaien.
Bedrijfsstoffen vullen
Reinigingsmiddel
LET OP
Gevaar voor beschadiging. Alleen de aanbevolen reinigingsmiddelen gebruiken. Voor andere reinigingsmiddelen draagt de exploitant een verhoogd risico met betrekking tot bedrijfsveiligheid, gevaar voor ongevallen en verlaagde levensduur van het apparaat. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en vloeizuren.
Veiligheidsinstructies op de reinigingsmiddelen in acht nemen.
Instructie:
Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen.
| Gebruik Reinigings- | middel |
| Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloeren | RM 746RM 780 |
| Onderhoudsreiniging van blinkende oppervlakken (bijv. Granit) | RM 755 es |
| Onderhoudsreiniging en basis-reiniging van industriële vloeren | RM 69 ASF |
| Onderhoudsreiniging en basis-reiniging van fijne stenen tegels | RM 753 |
| Onderhoudsreiniging van stenen in de sanitaire sector | RM 751 |
| Reiniging en ontsmetting in de sanitaire sector | RM 732 |
| Reiniging van alle alkalibestendige vloeren (bijv. PVC) | RM 752 |
| Reiniging van linoleumvloeren | RM 754 |
Schoon water
→ Waterslang aansluiten aan de aansluitmof van het vulsysteem.
→ Open de watertoevoer (max. 60 °C). Wanneer het maximale vulpeil bereikt is, stopt de ingebouwde vlotterklep de watertoevoer.
→ Watertoevoer sluiten.
→ Waterslang verwijderen.
→ Vullen met reinigingsmiddel.
Instructie:
Als eerst reinigingsmiddel en vervolgens water in het reinigingsmiddelreservoir wordt gegoten, kan dat tot sterke schuim-vorming leiden.
Doseerinrichting (alleen variant Dose)
Aan het schoon water wordt op de weg naar de reinigingskop door een doseerapparaat reinigingsmiddel toegevoegd.
→ Reinigingsmiddelfles in het apparaat plaatsen.
→ Dop van de fles losdraaien.
→ Zuigslang van het doseerapparaat in de fles steken.
Instructie:
Met de doseerinrichting kan maximum 3% reinigingsmiddel gedoseerd worden. Bij een hogere dosering moet het reinigingsmiddel in het schoonwaterreservoir gegoten worden.
LET OP
Verstoppingsgevaar door aandrogend reinigingsmiddel bij de toevoeging van reinigingsmiddel in het verswaterreservoir van de variant Dose. De debietmeter van de doseerinrichting kan door aangedroogd reinigingsmiddel vastkleven en de functie van de doseerinrichting belemmeren. Spoel het verswaterreservoir en het apparaat vervolgens met zuiver water. Stel voor het spoelen het reinigingsprogramma met water in op de programmakeuzeschakelaar. Zet de waterhoeveelheid op de hoogste waarde en de reinigingsmiddeldosering op 0%.
Instructie:
Het apparaat beschikt over een verswaterniveau-indicatie op het display. Bij een leeg schoonwaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgezet. De reinigingskop werkt zonder vloeistoftoevoer verder.
Parameters instellen
Met gele Intelligent Key
In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's vooraf ingesteld.
In functie van de autorisatie van de gele Intelligent Key kunnen afzonderlijke parameters gewijzigd worden.
De verandering van de parameters werkt slechts zolang, totdat met de programma-keuzeschakelaar een ander reinigingsprogramma gekozen wordt.
Wanneer parameters voorgoed veranderd moeten worden, moet voor het instellen een grijze Intelligent Key gebruikt worden. Het instellen is in het hoofdstuk "Grijze Intelligent Key" beschreven.
Instructie:
Bijna alle displayteksten voor het instellen van de parameters spreken voor zich. De enige uitzondering is de parameter FACT:
– Fine Clean: laag borsteltoerental voor de verwijdering van cementsluier op steengoed.
- Whisper Clean: gemiddeld borsteltoerental voor de onderhoudsreiniging met een lager geluidsniveau.
- Power Clean: hoog borsteltoerental voor het polijsten, kristalliseren en vegen.
→ Programmakeuzeschakelaar op het gewenste reinigingsprogramma draaien.
→ De infoknop draaien totdat de gewens- te parameter getoond wordt.
→ Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert.
→ Gewenste waarde door draaien van de Infoknop instellen.
→ Veranderde instelling door indrukken van de Infobutton bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch overgenomen wordt.
Zuigbalk instellen
Schuine stand
Voor de verbetering van het zuigresultaat op stenen ondergronden kan de zuigbalk tot 5° schuine stand verdraaid worden.

→ Vleugelmoeren lossen.
→ Zuigbalk draaien.
→ Vleugelmoeren aanspannen.
Helling
Bij onvoldoende afzuigresultaat kan de helling van de rechte zuigbalk veranderd worden.

Overloop vuilwaterreservoir Bij een vol vuilwaterreservoir schakelt de zuigturbine uit en toont het display „Vuilwaterreservoir vol“.
⚠ WAARSCHUWING
Lokale voorschriften inzake de behandeling van afvalwater in acht nemen.
→ Neem de aftapslang vuilwater uit de houder en plaats deze in een geschikte verzamelbak.
Instructie:
Door het samenduwen van de doseerinrichting kan de afvalwaterstroom gecontroleerd worden.

→ Water door het openen van de doseer-inrichting op de aftapslang aftappen.
→ Vervolgens de vuilwatertank met schoon water uitspoelen.

→ Vuilwaterslang in de houder op het apparaat drukken.
Schoonwatertank leegmaken
→ Sluiting schoonwatertank openen.
→ Vers water aflaten.
→ Sluiting van verswatertank aanbrengen.
Lade voor grof vuil leegmaken (alleen bij R-reinigingskop)
→ Lade voor grof vuil controleren. Lade voor grof vuil indien nodig of aan het einde van het werk wegnemen en leegmaken.
Buitenwerkingstelling
→ Intelligent Key aftrekken.
→ Apparaat met de wiggen tegen wegrollen zekeren.
→ Indien nodig de accu opladen.
Grijze Intelligent Key
→ Intelligent Key insteken.
→ Gewenste functie door draaien van de infoknop kiezen.
De afzonderlijke functies zijn in het volgen- de beschreven.
Transport
→ Programmaschakelaar op "Transport" draaien.
→ Infoknop indrukken.
In het menu Transport kunnen de volgende instellingen uitgevoerd worden.
Sleutelbeheer
In dit menu-item worden de bevoegdheden voor gele Intelligent Keys alsook de taal van de displayaanduiding vrijgegeven.
→ Draai aan de Infobutton tot „Sleutelmenu“ op het display wordt weergegeven.
→ Infoknop indrukken.
→ Grijze Intelligent Key aftrekken en in de te programmeren gele Intelligent Key steken.
→ Te veranderen menu-item door draaien van de infoknop kiezen.
→ Infoknop indrukken.
→ Instelling van het menu-item door draaien van de infoknop kiezen.
→ Instelling door drukken op het menu-item bevestigen.
→ Volgende, te veranderen menu-item door draaien van de infoknop kiezen.
→ Voor het opslaan van de bevoegdhe-
den menu "Opslaan" door draaien van
de informatieknop oproepen en op in-
formatieknop drukken.
→ „Sleutelmenu verderzetten“:
Yes: Andere Intelligent Key programmeren
No: Sleutelmenu verlaten
→ Infoknop indrukken.
Vorm van de borstels kiezen
Deze functie is bij het wisselen van de reinigingskop nodig.
→ Aan de informatieknop draaien tot "Borstelkop" op het display getoond wordt.
→ Infoknop indrukken.
→ Aan de informatieknop draaien tot de gewenste borstelvorm gemarkeerd is.
→ Infoknop indrukken.
→ Beweeg de hefaandrijving door aan de infobutton te draaien om de reinigings-kop te vervangen:
up: optillen
down: neerlaten
OFF: stoppen
→ Menu verlaten: „OFF“ door draaien aan infobutton selecteren en infobutton indrukken.
Bij het verlaten van het menu voert de besturing een herstart uit.
Nalooptijden
→ Aan de informatieknop draaien tot "Na-looptijden" op het display getoond wordt.
→ Infoknop indrukken.
→ Aan de informatieknop draaien tot de gewenste opstelling gemarkeerd is.
→ Infoknop indrukken.
→ Aan de informatieknop draaien, tot de gewenste nalooptijd bereikt is.
→ Infoknop indrukken.
Batterijtype instellen
→ Draai aan de Infobutton tot „Batterijmenu“ wordt weergegeven.
→ Infoknop indrukken.
→ Draai aan de infobutton tot het gewens-
te batterijtype gemarkeerd is.
→ Infoknop indrukken.
Basisinstelling
Tijdens het bedrijf uitgevoerde veranderingen van de parameters van de individuele reinigingsprogramma's worden na het uitschakelen van het apparaat in de default instelling gereset.
→ Draai aan de Infobutton tot „Default instelling“ wordt weergegeven.
→ Infoknop indrukken.
→ Draai aan de Infobutton tot het gewenste reinigingsprogramma wordt weergegeven.
→ Infoknop indrukken.
→ De infoknop draaien totdat de gewenste parameter getoond wordt.
→ Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert.
→ Gewenste waarde door draaien van de Infoknop instellen.
→ Infoknop indrukken.
Taal instellen
→ Draai aan de Infobutton tot „Taal“ wordt weergegeven.
→ Infoknop indrukken.
→ Draai aan de infobutton tot de gewenste taal gemarkeerd is.
→ Infoknop indrukken.
Fabrieksinstelling
De fabrieksinstelling van alle parameters wordt hersteld.
Reinigingsprogramma's
Parameters, die met de grijze Intelligent Key ingesteld worden, blijven behouden, totdat een andere instelling gekozen wordt.
→ Programmakeuzeschakelaar op het gewenste reinigingsprogramma draaien.
→ Op infoknop drukken - de eerste instelbare parameter wordt getoond.
→ Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert.
→ Gewenste waarde door draaien van de Infoknop instellen.
→ Veranderde instelling door indrukken van de Infobutton bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch overgenomen wordt.
→ Volgende parameter door draaien van de infoknop kiezen.
→ Na verandering van alle gewenste parameters infoknop draaien totdat "Menu verlaten" getoond wordt.
→ Op infoknop druk - het menu wordt ver- laten.
Vervoer
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar! Voor het in- en uitla- den van het apparaat mag het hellingsper- centage van 10% niet overschreden wor- den. Rijd langzaam.
⚠VOORZICHTIG
Verwondings- en beschadigingsgevaar! Neem bij het transport het gewicht van het apparaat in acht.

→ Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen.
Bij gemonteerde D-reinigingskop
→ Schijfborstels uit de borstelkop verwijderen.
Opslag
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijk letsel en beschadiging! Let op het gewicht van het apparaat bij opslag.
→ Het apparaat mag alleen binnen worden opgeborgen.
→ Bij het kiezen van de opbergplaats moet rekening gehouden worden met het max. toegelaten gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet te beïnvloeden.
Onderhoud
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Tijdens de reiniging of het onderhoud of bij de vervanging van onderdelen of de verandering van het apparaat voor een andere functie moet de positieve pool van de batterij afgeklemd worden en de netstekker van het oplaadapparaat uitgetrokken worden.
→ Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen.
⚠VOORZICHTIG
Verwondingsgevaar door nalopen van de zuigturbine.
De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat.
Onderhoudsschema
Na het werk
LET OP
Beschadigingsgevaar. Spuit het apparaat niet met water schoon en gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
→ Vuil water aflaten.
→ Vuilwaterreservoir met zuiver water uitspoelen.
→ Reinig de beschermzeef van de turbine.
→ Alleen R-reinigingskop: lade voor grof vuil verwijderen en leegmaken.
→ Apparaat aan de buitenkant met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen.
→ Zuiglippen en schraaplippen reinigen, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
→ Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen.
→ Deksel schoon- en vuilwatertank niet sluiten zodat de tanks kunnen drogen.
→ Batterij laden: Als de ladingstoestand minder is dan 50%, de batterij volledig en zonder onderbrekingen opladen. Als de ladingstoestand meer is dan 50%, de batterij alleen opladen wanneer u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebt.
Wekelijks
→ Bij regelmatig gebruik de batterij minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen.
Maandelijks
→ Bij een voorlopig stilgelegd apparaat: vereffeningslading van de accu uitvoeren.
→ Controleer de batterijpolen op oxidatie, borstel ze indien nodig af. Let op stevigheid van de verbindingskabels.
→ Afdichting tussen vuilwaterreservoir en deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen.
→ Bij niet-onderhoudsvrije accu's, zuurdichtheid van de cellen controleren.
→ Borsteltunnel reinigen (alleen R-reinigingskop)

→ Waterverdeellijst aan de reinigingskop verwijderen en waterkanaal reinigen (alleen R-reinigingskop).
→ Bij een langere stilstandtijd het apparaat alleen met volledig opgeladen batterijen afzetten. Minstens een keer per maand de batterij opnieuw volledig opladen.
Jaarlijks
→ Voorgeschreven inspectie door klantendienst laten uitvoeren.
Teller terugzetten
Als een in de display weergegeven onderhoud wordt uitgevoerd, moet daarna de betreffende onderhoudsteller worden gere-set.
→ Intelligent Key insteken.
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Programmaschakelaar op Transport zetten.
→ Infoknop indrukken.
→ Infobutton draaien tot „Onderhoudsteller“ wordt weergegeven.
→ Infoknop indrukken.
De tellerstanden worden weergegeven.
→ Infoknop indrukken.
„Teller wissen“ wordt weergegeven.
→ Infobutton draaien tot te te wissen teller wordt geaccentueerd.
→ Infoknop indrukken.
→ „YES“ door draaien van de infobutton selecteren.
→ Infoknop indrukken.
De teller wordt gewist.
Instructie:
De serviceteller kan alleen door de klanten-service worden gereset.
De serviceteller geet de tijd aan tot de aan- staande service door de klantenservice.
Onderhoudscontract
Ter verzekering van een betrouwbare werking van het apparaat kunt u met het bevoegde Kärcher-verkoopkantoor een onderhoudscontract afsluiten.
Onderhoudswerkzaamheden
Beschermzeef van de turbine reinigen
→ Deksel vuilwatertank openen.

text_image
1. 2 1. 4. 3.→ Duw de klikhaken samen.
→ Verwijder de vlotter.
→ Draai de beschermzeef van de turbine tegen de klok.
→ Neem de beschermzeef van de turbine weg.
→ Spoel het vuil op de beschermzeef van de turbine af met water.
→ Breng de beschermzeef van de turbine opnieuw aan.
→ Breng de vlotter aan.
Zuiglippen vervangen
→ Zuigbalk wegnemen.
→ Stergrepen er uit schroeven.

→ Kunststofonderdelen verwijderen.
→ Zuiglippen verwijderen.
→ Nieuwe zuiglippen inschuiven.
→ Kunststofonderdelen opschuiven.
→ Stergrepen inschroeven en vastdraaien.
Reinigingskop inbouwen

text_image
R 2 1
text_image
D 1 2→ R-reinigingskop: Stergreep eruit draai- en en deksel eruit trekken.
→ D-reinigingskop: Deksel van de reinigingskop wegnemen.
→ Leg de reinigingskop in het midden onder het apparaat.
→ Stroomtoevoerkabel van de reinigings-kop met het apparaat verbinden (dezelfde kleuren moeten tegen elkaar komen).
→ R-reinigingskop: Deksel inschuiven en vastschroeven.
→ D-reinigingskop: Deksel erop zetten en vastzetten.
→ Slangkoppeling aan de reinigingskop verbinden met de slang aan het apparaat.

text_image
1. 2. 3.→ Klep in het midden van de reinigingskop tussen de vorken in de hendel plaatsen.
→ Richt de hendel zodanig uit dat de boringen in de hendel en de reinigingskop met elkaar overeenstemmen.
→ Steek de borgpen door de boringen en zwenk de borgplaat zodanig naar beneden dat ze vastklikt.
Spatbescherming instellen

→ Afstand tot vloer van de spuitbescherming door het draaien van het instelwiel kiezen.
Borstelwalsen vervangen
→ Reinigingskop omhoog zetten.

text_image
1. 2.→ Vergrendeling van de schraaplip los-
maken.
→ Schraaplip wegdraaien.

text_image
1. 2. 3.→ Vergrendeling van het lagerdeksel los-
maken.
→ Lagerdeksel naar beneden duwen en eruit trekken.
→ Borstelwals eruit trekken.
→ Nieuwe borstelwals plaatsen.
→ Lagerdeksel en schraaplip in de omgekeerde volgorde opnieuw bevestigen.
→ Werkwijze aan de tegenoverliggende kant herhalen.
Schijfborstels vervangen
→ Reinigingskop omhoog zetten.

→ Pedaal borstelvervanging over de weerstand naar beneden duwen.
→ Schijfborstel zijdelings onder de reini-gingskop eruit trekken.
→ Nieuwe schijfborstel onder de reini-gingskop houden, naar boven duwen en laten vastklikken.
Vorstbeveiliging
Bij vorstgevaar:
→ Schoon- en vuilwatertank legen. Apparaat in een vorstvrije ruimte opslaan.
Batterijen demonteren
→ Open de sluiting van de batterijafdekking.
→ Batterijafdekking naar achteren zwenken.
→ Vergrendeling van de batterijkast naar links schuiven en naar beneden zwenken.
→ Batterijkast naar achteren trekken.
→ Kabel van de minpool van de batterij losmaken.
→ Resterende kabels van de batterijen af-halen.
→ Batterijen eruit nemen.
→ Verbruikte batterijen conform de geldende bepaleingen verwijderen.
Hulp bij storingen
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Tijdens de reiniging of het onderhoud of bij de vervanging van onderdelen of de verandering van het apparaat voor een andere functie moet de positieve pool van de batterij afgeklemd worden en de netstekker van het oplaadapparaat uitgetrokken worden.
→ Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen.
⚠VOORZICHTIG
Verwondingsgevaar door nalopen van de zuigturbine.
De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat.
Bij storingen die met behulp van deze tabel niet opgelost kunnen worden de klantendienst raadplegen.
Storingsindicatie
Indien op het display storingen weergegeven worden, gaat u als volgt te werk:
Storingsindicatie als tekst
→ Voer de instructies op het display uit.
→ Kwiteer de storing door de infobutton in te drukken.
Storingsindicatie als cijfercode
→ Programmaschakelaar op „OFF“ draaien.
→ Wachten tot de tekst op het display weg is.
→ Programmaschakelaar naar vorige stand draaien.
Pas als de storing opnieuw optreedt de passende maatregelen voor het opheffen van de storing in de aangegeven volgorde uitvoeren. Daarbij moet de sleutelschakelaar op "0" staan en de noodstoptoets ingedrukt zijn.
→ Indien de storing niet opgelost kan worden, raadpleegt u de klantendienst met vermelding van de foutmelding.
Instructie:
Storingsmeldingen die in de volgende tabel niet vermeld zijn, geven fouten weer die niet door de bediener kunnen worden opgelost. In dat geval moet de klantenservice geraadpleegd worden.
Storingen met weergave op het display
| Displayweergave Oor | zaak Oplossing | |
| Gaspedaal loslaten! Bij | het inschakelen van de sleutelschakelaar is het gaspedaal ingedrukt. | → Gaspedaal ontlasten en vervolgens opnieuw indrukken. |
| Geen rijrichting! Rijrich | tingschakelaar of kabelverbinding defect | → Klantendienst bellen. |
| Batterij ontladen! Batterijspanning te laag → Accu laden. | ||
| Batterijspanning niet toegestaan! | Batterijspanning ligt boven of onder het toegestane bereik. | → Klantendienst bellen. |
| Lader defect! Fout aan | het oplaadapparaat, opla-den is niet mogelijk. | → Oplaadapparaat controleren. |
| Borsteldruk niet be-reikt! | Time-out Borsteldrukregeling | → Op slijtage van borstel controleren, eventueel borstel vervangen.→ Borstelkop op functie controleren: dalen, heffen. |
| Rem defect! Rem defect → Apparaat niet meer rijden. | → Klantendienst bellen. | |
| Tractiemotor heet! La-ten afkoelen! | Motorbeveiliging is in werking getre-den. | → Veiligheidsschakelaar op „0“ zetten.→ Apparaat gedurende minstens 15 minuten laten afkoelen.→ Bij herhaling klantenservice raadplegen |
| Claxon defect! Claxon | defect → Klantendienst bellen. | |
| Besturing heet! Laten afkoelen! | Vermogenselektronica hefmodule (A4) te heet | → Veiligheidsschakelaar op „0“ zetten.→ Besturing minstens 5 minuten laten afkoelen→ Bij een ruwe bodem de borsteldruk aanzienlijk verlagen→ Bij herhaling klantenservice raadplegen |
| Borstelmotoren over-belast! | Belasting van de borstelkoppen niet symmetrisch | → Borstelspiegel instellen |
Storingen zonder weergave op het display
| Storing Oplossing | |
| Apparaat wil niet starten. Noodst | stopknop door draaien ontgrendelen. |
| Betreed het standvlak pas nadat het apparaat werd ingeschakeld. Als de fout toch optreedt, moet de klantenservice op de hoogte worden gebracht. | |
| Veiligheidsschakelaar niet bediendVeiligheidsschakelaar met de voeten naar beneden duwen | |
| Batterij controleren, indien nodig opladen | |
| Batterijkabel op stevigheid en corrosie controleren | |
| Programmaschakelaar op „OFF“ zetten. 10 seconden wachten. Programmakeuzeschakelaar op vorige functie zetten. Indien mogelijk, het apparaat alleen op vlakke ondergrond rijden. Zo nodig de parkeerrem en de voetrem controleren. | |
| Onvoldoende waterhoeveel-heid | Peil van het schone water controleren, indien nodig reservoir bijvullen. |
| Slangen op verstopping controleren, indien nodig reinigen. | |
| R-reinigingskop: Waterverdeellijst eruit trekken en reinigen. | |
| Filter schoonwater reinigen. | |
| Sterke wateruitlaat aan de zij-kant bij gebruik van de D-reini-gingskop | Verlaag de waterhoeveelheid.Demonteer de Aqua-Mizer (zie onder). |
| Onvoldoende zuigcapaciteit | Afdichtingen tussen vuilwatertank en deksel reinigen en op dichtheid controleren, zonodig vervangen. |
| Beschermzeef van de turbine op verontreiniging controleren, indien nodig reinigen. | |
| Zuiglippen aan de zuigbalk reinigen, indien nodig omdraaien of vervangen. | |
| Controleren of het deksel aan de vuilwater-aftapslang gesloten is | |
| Zuigslang op verstopping controleren, indien nodig reinigen. | |
| Zuigslang op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. | |
| Instelling van de zuigbalk controleren. | |
| Extra gewicht (accessoires) aanbrengen op de zuigbalk. | |
| Onvoldoende reinigingsresul-taat | Intensiever reinigingsprogramma kiezen. |
| Schraaplippen instellen | |
| Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen. | |
| Borstels controleren op vervuiling, reinigen. | |
| Controleren of reinigingsmiddel en borstels geschikt zijn voor de reinigingsopdracht. | |
| Borstels draaien niet Controleren | of vreemde voorwerpen de borstels blokkeren, indien nodig vreemde voorwerpen verwij-deren. |
| Motor overbelast, laten afkoelen. Programmaschakelaar op „OFF“ zetten. 10 seconden wachten. Pro-grammakeuzeschakelaar op vorige functie zetten. | |
| Aftapslang vuil water verstopt | Doseerapparaat aan de aftapslang openen. Zuigslang van de zuigbalk trekken en met de hand afslui-ten. Programmakeuzeschakelaar op Zuigen zetten. De verstopping wordt uit de aftapslang in het vuil-waterreservoir gezogen. |
| Reinigingsmiddeldosering Dose (alleen versie Dose) func-tioneert niet | Klantendienst roepen. |
Aqua-Mizer demonteren

→ Draai de 2 schroeven eruit.
→ Verwijder de Aqua-Mizer.
Technische gegevens
| B 95 R 65 D 65 R 75 | ||||
| Vermogen | ||||
| Nominale spanning V 24 | ||||
| Accucapaciteit Ah (5h) 170...198 | ||||
| Gemiddeld opgenomen vermogen W 1950 | ||||
| Nominaal vermogen tractiemotor W 600 | ||||
| Vermogen zuigmotor W 750 550 750 | ||||
| Vermogen borstelmotor W 2x600 | ||||
| Zuigen | ||||
| Zuigvermogen, luchthoeveelheid I/s 20,5 | ||||
| Zuigvermogen, onderdruk | kPa | 12,0 | ||
| Reinigingsborstels | ||||
| Werkbreedte | mm | 650 | 750 | |
| Diameter borstel | mm | 105 365 | 105 | |
| Borsteltoerental | 1/min | 1200 | 140 | 1200 |
| Maten en gewichten | ||||
| Rijsnelheid | km/h | 6 | ||
| Stijging terrein max. | % | 10 | ||
| Theoretische oppervlaktecapaciteit | m^2/u | 3900 | 4500 | |
| Volume reservoirs schoon/vuil water | I | 95 | ||
| Volume grofvuilreservoir | I | 6 | - | 7 |
| Waterdruk vulsysteem**, spoelsysteem vuilwaterreservoir**, max. | MPa(bar) | 1 (10) | ||
| Lengte | mm | 1525 | ||
| Breedte (zonder zuigbalk) | mm | 760 750 | 810 | |
| Hoogte | mm | 1470 | ||
| Toelaatbaar totaalgewicht | kg | 500 | ||
| Transportgewicht | kg | 325 | 330 | |
| Toegelaten temperatuurbereik | °C | 5...40 | ||
| Oppervlaktebelasting (met bestuurder en volle schoonwatertank) | ||||
| Voorwiel | N/cm^2 | 66 | ||
| Achterwiel | N/cm^2 | 54 | ||
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | ||||
| Totale waarde trilling armen | m/s^2 | 0,2 | ||
| Onzekerheid K | m/s^2 | 2 | ||
| Geluidsdrukniveau L_pA | dB(A) | 68 | 67 | 68 |
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 2 | ||
| Geluidskrachtniveau L_WA + onveiligheid K_WA | dB(A) | 85 | ||
| Ingebouwd laadapparaat (optioneel) | ||||
| Nominale spanning V 230 | ||||
| Frequentie | Hz | 50-60 | ||
| Nominale stroom | A | 4,2 | ||
**) Optie
Toebehoren en reserveonderdelen
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen dat het apparaat veilig en zonder storingen functioneert.
Informatie over het toebehoren en de re- serveonderdelen vindt u op www.kaer- cher.com.
Garantie
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Vloerreiniger
Type: 1.006-xxx
Van toepassing zijnde EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2014/53/EU (TCU)
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-29
EN 60335-2-72
EN 62233: 2008
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 61000-6-2: 2005
EN 55014-1: 2017 + A11: 2020
EN 55014-2: 2015
EN 61000-3-2: 2014
EN 61000-3-3: 2013
TCU
EN 301 511 V12.5.1
EN 300 440 V2.1.1
EN 300 328 V2.2.2
EN 300 330 V2.1.1
Toegepaste landelijke normen
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

Documentatieverantwoordelijke:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG













