WAGNER Finish Control 5000 - Verfspuit

Finish Control 5000 - Verfspuit WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Finish Control 5000 WAGNER in PDF-formaat.

📄 132 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice WAGNER Finish Control 5000 - page 48

Questions des utilisateurs sur Finish Control 5000 WAGNER

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Finish Control 5000 - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Finish Control 5000 van het merk WAGNER.

GEBRUIKSAANWIJZING Finish Control 5000 WAGNER

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave

13.2 Ontluchtingsklep _____________________________ 5014 VERHELPEN VAN STORINGEN ________________ 5115 ACCESSOIRES EN RESERVEONDERDELEN ______ 5215.1 Accessoires _________________________________ 5215.2 Reserveonderdelen FinishControl _______________ 5215.3 Reserveonderdelen StandardSpray spuitopzet _____ 52Inspectie van het apparaat _________________________ 54Aanwijzing voor afvoer ____________________________ 54Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid __ 54Garantieverklaring ________________________________ 54CE-Verklaring van overeenstemming _________________ 55Europa – servicenetwerk __________________________ 126 Uitleg van de gebruikte symbolen Dit symbool duidt op een potentieel gevaar voor u, resp. het apparaat. Onder dit symbool vindt u belangrijke informatie over het vermijden van letsel en schade op het apparaat.

Duidt toepassingstips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. Instelling voor een brede spuitstraalInstelling voor een smalle spuitstraal Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing43 FinishControl 5000

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Let op de plaatselijk geldende voorschriften. Daarnaast dienen de volgende voorschriften in acht te worden genomen. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg de hierin gegeven instructies op, om gevaren te voorkomen.

1. Veiligheid op de werkplek

a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en niet verlichte werkplekken kunnen tot ongevallen leiden. b) Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.

2. Elektrische veiligheid

a) De netstekker van het apparaat moet passen in de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken. b) Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wanneer uw lichaam is geaard. c) Houd het apparaat uit de regen en breng het niet in contact met water. In een elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken. d) Gebruik de netkabel niet voor andere doeleinden, b.v. om het apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war zijn verhogen het risico van elektrische schokken. e) Als u met elektrisch gereedschap buiten werkt, gebruik dan uitsluitend verlengsnoeren die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlengkabels vermindert het risico van elektrische schokken. f) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving niet valt te vermijden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico van een elektrische schok.

3. Veiligheid van personen

a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onachtzaamheid tijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van letsel. c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Verzeker u ervan dat de schakelaar in de stand “UIT” staat, voordat u de netstekker in de wandcontactdoos steekt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen. d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt. Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden gegrepen. g) Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vaardigheden, met onvoldoende ervaring en/of met onvoldoende kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is of zij door deze persoon zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat. Kinderen moeten onder toezicht staan om te voorkomen dat zij spelen met het44 FinishControl 5000

4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van

elektrisch gereedschap a) Zorg dat u het apparaat niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Verwijder de stekker uit de wandcontactdoos voordat u afstellingen aan het apparaat uitvoert, accessoires vervangt of het apparaat aan de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld wordt gestart. d) Bewaar elektrisch gereedschap, wanneer het niet wordt gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werken die daar niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaar- lijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt. e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en niet klemmen en dat er geen onderdelen zijn gebroken of zodanig beschadigd dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulp- middelen enz. in overeenstemming met deze aan- wijzingen en zoals voor dit specieke type apparaat is voorgeschreven. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werk- zaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.

a) Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwaliceerd technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN b) Wanneer het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwaliceerd persoon worden vervangen om gevaren te voorkomen. Veiligheidsinstructie voor verfaanbreng- toestellen

1. Brand- en explosiegevaren

Bij het spuiten van coatingmaterialen en de zelfstandige vorming van coatingmateriaal- en oplosmiddeldampen ontstaan brandbare gassen in het werkbereik (gevarenzone). Brand- en explosiegevaar door ontstekingsbronnen in deze gevarenzone. Het elektrisch aangedreven spuittoestel bevat zelf mogelijke ontstekingsbronnen (vonkenvorming door motor bij het in- en uitschakelen, op de stekker bij het in- en uitsteken, op de spuitpistool door mogelijke statische elektriciteit) -> Toestel mag niet in industriële werkplaatsen, die onder de explosiebescherming vallen, gebruikt worden. -> Basistoestel en netaansluiting moeten zich buiten de gevarenzone bevinden. -> Geen brandbare coatingmaterialen en reinigingsmiddelen gebruiken -> Productgegevensbladen in acht nemen! -> Verf- of oplosmiddelvat in de buurt van het toestel altijd dicht afsluiten. -> In de gevarenzone mogen geen ontstekingsbronnen zoals open vuur, aangestoken tabakswaar, gloeiende draden, hete oppervlakken, vonken bijv. door haakse slijper enz. aanwezig zijn. -> Bij de toestelreiniging met oplosmiddel niet in een reservoir met kleine opening (spongat) spuiten. Gevaar door vorming van een explosief gas/ luchtmengsel. Het reservoir waarin gespoten wordt moet geaard zijn.

2. Attentie: Gevaar voor verwonding! Richt het

spuitpistool nooit op uzelf, op andere personen en dieren.45 FinishControl 5000

Bij spuitwerkzaamheden ademhalingsbescherming dragen. Men dient de gebruiker een ademhalingsmasker ter beschikking te stellen. Ter voorkoming van beroepsziekten dienen bij bereiding, verwerking en reiniging van de apparaten de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant van de gebruikte stoen, oplosmiddelen en reinigingsmiddelen in acht te worden genomen. Ter bescherming van de huid zijn beschermkleding, handschoenen en eventuele huidcrème nodig.

Attentie: Bij werkzaamheden met het verfspuitsysteem in gesloten ruimten alsmede in de buitenlucht dient erop te worden gelet dat er geen oplosmiddeldampen naar de motorventilator toe worden gedreven of oplosmiddelhoudende dampen in de omgeving van het verfspuitsysteem worden gevormd. De motorventilator dient op de van het te spuiten object af gerichte kant te worden geplaatst. Houd in de buitenlucht rekening met de windrichting. Bij werkzaamheden in gesloten ruimten moet er voor voldoende ventilatie worden gezorgd om de oplosmiddeldampen te kunnen afvoeren. Er dient een minimale afstand tussen motorventilator en te spuiten object van 3 m te worden aangehouden.

5. Attentie: De verfspuit is niet tegen opspattend water

beschermd. Hij mag noch bij regen in de buitenlucht worden gebruikt noch met water worden afgespoten en evenmin in een vloeistof worden gedompeld. Gebruik het apparaat niet in een vochtige of natte omgeving.

6. Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met

goede werkend ventiel. Stop het gebruik van het apparaat wanneer er verf in de ventilatieslang (Afb.1, Pos. 17) omhoog komt! Demonteer en reinig de ventilatieslang, het ventiel en het membraan; vervang zonodig het membraan.

7. Gevuld spuitpistool niet legen.

8. Afzuiginstallaties dienen overeenkomstig de plaatselijke

voorschriften op verantwoordelijkheid van de opdrachtgever te worden gerealiseerd.

9. De te coaten werkstukken moeten geaard zijn.

10. Houd rekening met gevaren die het gevolg kunnen

zijn van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal in acht.

11. Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele

gevaren niet kent. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

12. Voor demontage van de spuitopzet, druk door

opendraaien van het reservoir ontlasten.

13. Trek voor alle werkzaamheden de stekker uit het

Werkzaamheden of reparaties aan de elektrische uitrusting mag men uitsluitend door een gediplomeerd elektricien laten uitvoeren. Ook dan wanneer er instructies in de gebruiksaanwijzing staan. Voor onvakkundige installatie wordt geen aansprakelijkheid aanvaard.

Ga niet op het apparaat zitten of staan. Gevaar voor kantelen en breuk!46 FinishControl 5000

POS. BENAMING 1 Spuitkop 2 Luchtkap 3 Instelhendel spuitstraalbreedte (vormlucht) 4 Instelring spuitstraalniveau (verticaal/horizontaal) 5 Wartel 6 Spuitopzet compl. 7 Materiaalregeling 8 Pistoolgreep 9 Luchtregeling 10 Luchtslang 11 Sluiting Click&Paint

Trekker (bedient inschakelaar turbine Materiaal wordt getransporteerd) 13 Reservoir 14 Stijgbuis POS. BENAMING 15 Reservoirafdichting 16 Ventiel 17 Ventilatieslang 18 Draaggreep 19 Aan/uit-schakelaar (I = AAN, 0 = UIT) 20 Pistoolopname voor parkeerpositie 21 Afdekking luchtlter 22 Luchtlter 23 Netsnoer 24 Luchtslangaansluiting 25 Reinigingsborstel 26 Stijgbuislter jn (rood) Stijgbuislter grof (wit) 27 Vultrechter (3 stuks) 28 Bevestigingsbanden luchtslang (2 stuks) Met het Wagner Click&Paint-systeem kan het voorste deel van het pistool (spuitopzet) snel en eenvoudig vervangen worden. Dit zorgt voor een snelle materiaalwissel zonder reiniging en biedt voor ieder materiaal en iedere toepassing het juiste werktuig. De volgende spuitopzetten zijn verkrijgbaar: Spuitopzet Toepassingsgebied StandardSpray (geel) Bestelnr. 2321 879 Spuitopzet met gleufmondstuk en 1000 ml RVS-reservoir. Verwerkt alle gebruikelijke lakken. FineSpray (bruin) Bestelnr. 2321 877 Spuitopzet met rond mondstuk en 1000 ml RVS-reservoir. Perfect geschikt voor laagviscose lakken en lazuurverven. WallSpray (wit) Bestelnr. 2321 880 Dispersiespuitopzet met gleufmondstuk en 1400 ml kunststof reservoir. Afgestemd op de verwerking van dispersies.

3.1 DELEN VAN DE SPUITPISTOOL

Plaats voor de montage de spuitopzet zo in de pistoolgreep, dat de beide pijlpunten op elkaar liggen. Draai de pistoolgreep in pijlrichting met 90° tot deze hoorbaar arrêteert. (afb. 2) Voor het verwijderen van de spuitopzet: druk de sluiting (afb. 2, A) onder de handbeugel naar beneden en draai de spuitopzet met 90°.

  • De geluidsemissiewaarde werd volgens EN 50144-2-7:2000 vastgesteld.

XVLP (Extra Volume Low Pressure) is een lage druk-spuittech- niek, die met een groot luchtvolume en lage luchtdruk werkt. Het voordeel van deze spuittechniek ligt in de geringe verfne- velvorming. Daardoor worden de afdekkingswerkzaamheden tot een minimum gereduceerd. Ten opzichte van het conventionele verfspuiten wordt een hoog rendement en een optimale oppervlaktekwaliteit be- reikt terwijl het milieu tegelijkertijd wordt ontzien. Beschrijving van de werking Het verfspuitsysteem bestaat uit een motorventilator, die ver- stuiverlucht via een luchtslang naar een spuitpistool transpor- teert. In het spuitpistool wordt een deel van de verstuiverlucht ge- bruikt om het verfreservoir onder druk te zetten. Door deze druk wordt de coatingstof via de stijgbuis naar de spuitkop getransporteerd en daar met de resterende verstuiverlucht verstoven. Alle voor de werkzaamheden noodzakelijke instellingen (bijv. materiaalhoeveelheid) kunnen eenvoudig direct op het pis- tool aangebracht worden. 6 MATERIAAL

6.1 VERWERKBARE MATERIALEN

Oplosmiddelhoudende en met water verdunbare lakken en verven Beitsen, lazuurverven, impregneringen, oliën, transparante lakken, kunstharslakken, gekleurde lakken, alkydharslakken, primers, radiatorlakken, hamerslaglakken, roestwerende ver- ven, eectlakken, structuurlakken

Raadpleeg de verwerkingsinstructies van de fabri- kant op de verpakking of de gebruiksaanwijzing van het materiaal! Reinheid van het materiaal: Voor een storingsvrije werking van het jne sproeisysteem is de reinheid van het materiaal doorslaggevend. Bestaan er met betrekking tot de zuiverheid van het materiaal twijfels, is het raadzaam het materiaal door een jne zeef te lteren. Verwerking van het coatingmateriaal met de spuitopzet StandardSpray (geel) Materiaal Verwerking Opmerkingen Oplosmiddelhou- dende lakken en verven Instructies van de fabrikant volgen Met water verdunba- re lakken en verven Instructies van de fabrikant volgen Beitsen, lazuurver- ven, impregnerin- gen, oliën onverdund Spuitopzet Fine- Spray (bruin) aan- bevolen Transparante lakken, kunstharslakken, gekleurde lakken, alkydharslakken Instructies van de fabrikant volgen48 FinishControl 5000

SPUITTECHNIEK Primers, radiatorlak- ken, hamerslaglak- ken Instructies van de fabrikant volgen Roestwerende ver- ven, eectlakken Instructies van de fabrikant volgen Multicolorverven, structuurlakken Instructies van de fabrikant volgen Spuitopzet Wall- Spray (wit) aanbe- volen

SPUITPATROON Attentie: Nooit tijdens het instellen van de luchtkap de trekker overhalen. Door het draaien van de zwarte instelring (afb. 3, 1), kan het richten van de spuitstraal bepaald worden. A horizontale vlakke straal

voor het verticaal op- brengen van verf B verticale vlakke straal

voor het horizontaal opbrengen van verf Aanvullend kan met de instelhendel (afb. 4, 1) tussen een brede ( ) en een compacte ( ) ) spuitstraal omgeschakeld worden.

7.2 INSTELLEN VAN DE MATERIAALHOEVEELHEID

AFB. 5) De materiaalhoeveelheid kan door het draaien van de mate- riaalhoeveelheidsregelaar (afb. 5, 1) stapsgewijs van 1 (mini- mum) tot 12 (maximum) ingesteld worden.

7.3 INSTELLEN VAN DE LUCHTHOEVEELHEID

AFB. 6 Draai de luchthoeveelheidsregeling (afb, 6, 1) rechtsom, om de luchthoeveelheid te verhogen of linksom, om de luchthoe- veelheid te verlagen (pijl op pistoollichaam in acht nemen). De correcte instelling van lucht- en materiaalhoe- veelheid is beslissend voor verstuiving en verfne- velvorming.

7.4 POSITIONEER DE STIJGBUIS

Bij een juiste stand van de stijgbuis kan de inhoud van het re- servoir nagenoeg zonder restant worden verspoten. Bij spuitwerkzaamheden op liggende voorwerpen: Stijgbuis naar voren draaien. (Afb. 7 A) Bij spuitwerkzaamheden boven het hoofd: stijgbuis naar achteren draaien. (Afb. 7 B) 8 INBEDRIJFSTELLING Op het elektrisch net aan te sluiten na of de netspanning met de aangegeven bedrijfsspanning op het ken-plaatje overeen- stemt. Gebruik voor de aansluiting een reglementair geaard veilig- heidsstopcontact.

1. Zijdelingse klemmen samendrukken en luchtslang op het

basisapparaat insteken. (Afb. 8)

2. Draai het reservoir los van de spuitopzet.

3. Voorbereid coatingmateriaal vullen.

Maximaal 1000 ml in het reservoir vul- len. 1000ml

Afhankelijk van het gebruikte coatingmateriaal het overeenkomstige lter op de stijgbuis aanbrengen (afb. 9, 1) dunvloeibare coatingmaterialen

5. Draai het reservoir stevig aan de spuitopzet vast.

6. Spuitopzet en pistoolgreep met elkaar verbinden. (Afb. 2)

Bedien de hoofdschakelaar van het apparaat. Het apparaat is nu bedrijfsklaar. 9 SPUITTECHNIEK De FinishControl heeft een handbeugel met 2 drukpunten. Eerst wordt de turbine gestart. Wan- neer de trekker verder wordt ingedrukt, wordt ma- teriaal getransporteerd. Trekker aan het verfspuitpistool overhalen. Voer op een stuk karton een spuittest uit, om spuitbeeld, spuitstraalbreedte, materiaal- en luchthoeveelheid correct in te stellen. Hou het spuitpistool verticaal en op gelijke afstand van ca. 3 - 20 cm van het te spuiten object. (Afb. 10) Beweeg het spuitpistool met gelijkmatige bewegingen ofwel in dwarse richting ofwel op en neer. Een gelijkmatige geleiding van het pistool zorgt voor een uniform op-pervlak.49 FinishControl 5000

Met spuiten beginnen buiten het te verver object en onderbrekingen binnen het object vermijden. Bij een te grote verfnevelvorming moeten de hoeveelheid lucht en materiaal alsook de afstand tot het object geoptima- liseerd worden. 10 ARBEIDSONDERBREKING

Apparaat met hoofdschakelaar op het basisapparaat uitschakelen.

2. Spuitpistool in pistoolopname op het apparaat steken.

Bij gebruik van sneldrogend of tweecomponenten- bedekkingsmateriaal moet het apparaat binnen de verwerkingstijd met een geschikt reinigingsmiddel worden doorgespoeld, omdat het apparaat anders alleen nog met zeer veel moeite kan worden gereinigd of zelfs wordt beschadigd. Belangrijk: Door de verwarming kan de perstijd van het materiaal veranderen. Overleg daarom met de materiaalfabrikant. 11 TRANSPORT

1. Netsnoer om het basisapparaat wikkelen.

2. Spuitpistool in pistoolopname op het apparaat steken.

Luchtslang door indrukken van de beide zijdelingse klemmen (afb. 8) uitsteken.

Luchtslang oprollen en met de bevestigingsbanden samenbinden.

1. Schakel het apparaat uit.

Demonteer het pistool. Sluiting (afb. 2, A) iets naar beneden drukken. Spuitopzet en pistoolgreep tegen elkaar verdraaien. LET OP! Elektrische contacten in de pis- toolgreep. Dompel de pistoolgreep nooit in water of een andere vloeistof. Behui- zing uitsluitend met een doordrenkte doek reinigen.

3. Draai het reservoir los.

Resterende materiaal in het reservoir in oorspronkelijke reservoir ledigen.

Reservoir en stijgbuis met kwast en geschikt reinigingsmiddel voorreinigen. Reinig de ontluchtingsboring (Afb. 9, 2)

Vul het reservoir met oplosmiddel resp. water. Draai het reservoir weer vast. Gebruik voor het schoonmaken geen brandbare materialen.

6. Spuitopzet en pistoolgreep met elkaar verbinden. (Afb. 2)

Apparaat inschakelen en spuitopzet met oplosmiddel resp. water doorspoelen. Herhaal dit proces tot er helder oplosmiddel resp. water uit de spuitkop komt.

8. Schakel het apparaat uit en demonteer het pistool.

Draai het reservoir los en maak het leeg. Stijgbuis met reservoirafdichting uitdraaien. (Afb. 11)

Stijgbuis en aanzuigaansluitstuk in de spuitopzet met reinigingsborstel reinigen. (Afb. 12) LET OP! Reinig nooit afdichtingen, membraan en spuit- of luchtopeningen van het spuitpistool met spitse metalen voorwerpen. Luchttoevoerslang en membraan zijn slechts beperkt oplosmiddelbestendig. Niet in oplosmiddel leggen, maar alleen afvegen.

Instelring (afb. 13,1) voorzichtig van de wartelmoer (2) trekken. Wartelmoer (2) afschroeven, luchtkap (3), mondstuk (4) en mondstukafdichting (5) wegnemen. Alle onderdelen grondig reinigen. Tussenruimtes op de naald bijzonder zorgvuldig reinigen (afb. 14)

12. Maak de buitenzijde van spuitpistool en reservoir schoon

met een in oplosmiddel resp. water gedrenkte doek.

13. Zet alle delen weer in elkaar (zie “Montage”).

LET OP! Volg de hieronder beschreven stappen voor de montage precies op. Anders kan de spuitopzet beschadigd worden.

1. Mondstukafdichting zo op de naald schuiven, dat de groef

(gleuf) van de spuitopzet weg wijst. (Afb. 15)

Mondstuk met uitsparing naar beneden op naald plaatsen. Pas op: Stand van de naald moet met de mondstukopening overeenkomen. (Afb. 16)

Luchtkap op mondstuk plaatsen (uitsparingen in de luchtkap in acht nemen). (Afb. 17)

4. Wartelmoer aanschroeven. (Afb. 18)

Instelring in de wartelmoer vergrendelen. (Afb. 19) Erop letten, dat de beide uitsparingen op de instelring in de hoorns van de luchtkap grijpen en de hendel voor de instelling van de spuitstraalbreedte op de pen zit.

Steek de reservoirafdichting van onder af op de stijgbuis en schuif deze door tot over de kraag. Draai de reservoirafdichting daarbij licht heen en weer.

Stijgbuis met reservoirafdichting in pistoollichaam draaien. ARBEIDSONDERBREKING/ TRANSPORT/

Om het pistool gemakkelijker te kunnen monteren, kunt u na het reinigen een ruime hoeveelheid smeervet (bijgeleverd) aanbrengen op de O-ring van de spuitopzet en de O-ring van de steekverbinding van de luchtslang (Afb. 20) 13 ONDERHOUD

Pas op! Apparaat nooit met vervuild of ontbrekend luchtlter gebruiken, er zou vuil aangezogen kunnen worden en het bedrijf van het apparaat beïnvloeden. Luchtlter altijd voor aanvang van het werk controleren.

1. Verwijder de netstekker.

2. Op het deksel van het luchtltercompartiment (Afb. 21).

Afhankelijk van de vervuiling luchtlter (afb. 21, 1) reinigen (uitblazen) of vervangen.

13.2 ONTLUCHTINGSKLEP

Indien verf in de luchttoevoerslang ingedrongen is, gaat u als volgt te werk:

Trek de ventilatieslang (Afb. 22, 1) boven van het pistoollichaam af. Draai het ventieldeksel (2) los. Verwijder het membraan (3). Reinig alle delen zorgvuldig. LET OP! Luchttoevoerslang en membraan zijn slechts beperkt oplosmiddelbestendig. Niet in oplosmiddel leggen, maar alleen afvegen.

Membraan met pen vooruit in het klepdeksel zetten (zie daarvoor ook de markering op het pistoollichaam.).

Pistoollichaam ondersteboven zetten en klepdeksel van onder aanschroeven.

Steek de ventilatieslang op het ventieldeksel en op de nippel op het pistoollichaam. ONDERHOUD51 FinishControl 5000

Apparaat loopt niet aan Geen netspanning aanwezig Het apparaat is oververhit Controleren Verwijder de netstekker, laat het apparaat ca. 30 minuten afkoelen, slang niet knikken, luchtlter controleren, aanzuigsleuven niet afdekkenEr komt geen materiaal uit de spuitkop Spuitkop verstopt Te geringe materiaalhoeveelheid ingesteld Reservoirdichting beschadigd Geen drukopbouw in het reservoir Reservoir leeg Luchttoevoerslang los/beschadigd Stijgbuis los Stijgbuis / stijgbuislter verstopt Ontluchtingsboring verstopt Membraan vastgeplakt Reinigen Hoeveelheid verhogen Vervangen Reservoir vastdraaien Bijvullen Insteken of vervangen Insteken Reinigen resp. ander lter gebruiken Reinigen Demonteren en reinigen (zie paragraaf 13.2)Materiaal druppelt na uit de spuitkop Luchtkap, mondstuk of naald vervuild Spuitopzet verkeerd gemonteerd Spuitkop los Spuitkopafdichting versleten Spuitkop versleten Naald versleten Reinigen Correct monteren (zie paragraaf 12.1) Wartel vastdraaien Vervangen Vervangen Nieuwe spuitopzet gebruikenTe grove verstuiving Materiaalhoeveelheid te hoog Spuitkop vuil Materiaal te dikvloeibaar Te lage drukopbouw in het reservoir Luchtlter sterk vervuild Te geringe luchthoeveelheid Luchtslang beschadigd Hoeveelheid verlagen Reinigen Verder verdunnen Reservoir vastdraaien Vervangen (zie paragraaf 13.1) Hoeveelheid verhogen Controleren en indien nodig vervangenSpuitstraal pulseert Materiaal in het reservoir is bijna vop Spuitkopafdichting versleten Luchtlter sterk vervuild Stijgbuis los Stijgbuis / stijgbuislter verstopt Bijvullen Vervangen Vervangen (zie paragraaf 13.1) Insteken Reinigen resp. ander lter gebruikenMateriaal vormt tot uitlopers Teveel materiaal opgebracht Te geringe afstand Verkeerde spuitopzet Hoeveelheid verlagen Afstand vergroten Andere spuitopzet gebruikenTeveel materiaalnevel (Overspray) Afstand tot het spuitobject te groot Materiaalhoeveelheid te hoog Te grote luchthoeveelheid Coatingmateriaal te sterk verdund Verkeerde spuitopzet Spuitafstand verkleinen Hoeveelheid verlagen Hoeveelheid verlagen Verdunningsgraad verlagen Andere spuitopzet gebruikenVerf in de ventilatieslang Membraan vuil Membraan defect Membraan reinigen (zie paragraaf 13.2) Membraan vervangen (zie paragraaf 13.2)

1 2321 879 StandardSpray spuitopzet (geel) (incl. reservoir 1000 ml) Verwerkt alle gebruikelijke lakken. 2 2321 877 FineSpray spuitopzet (bruin) (incl. reservoir 1000 ml) Perfect geschikt voor laagviscose lakken en lazuurverven. 3 2321 880 WallSpray spuitopzet (wit) (incl. reservoir 1400 ml) Afgestemd op de verwerking van dispersies.

Can Adapter Met de Can Adapter kunnen verfblikken direct bevestigd worden op een Click&Paints-spuitopzetstuk. Geschikt voor: Universele 750 ml verfblikken (met de maximale afmetingen Ø=102 mm, h=119 mm) en 1000 ml verfblikken (met de maximale afmetingen Ø=112 mm, h=132 mm). De FC 5000 kan niet met het verwarmbare spuitopzetstuk TempSpray gebruikt worden.

Stijgbuislter jn (rood, 5 stuks) Stijgbuislter grof (wit, 5 stuks)

Om veiligheidsredenen raden wij u aan het apparaat indien nodig, echter minimaal één keer per 12 maanden, door een deskundige te laten controleren op een veilige werking. Bij stilgelegde apparaten kan de controle tot aan de volgende keer in gebruik nemen worden verschoven. Bovendien moeten ook alle (eventueel afwijkende) nationale controle- en onderhoudsvoorschriften in acht worden geno- men. Bij vragen neemt u a.u.b. contact op met de klantenservice van de rma Wagner. BELANGRIJKE AANWIJZING M.B.T. PRODUCTAANSPRAKELIJKHEID Op basis van een sinds 01.01.1990 geldende EU-verordening is de fabrikant uitsluitend aansprakelijk voor zijn product, wan- neer alle onderdelen van hem afkomstig zijn of door hem zijn vrijgegeven, resp. wanneer apparatuur correct is gemonteerd en wordt toegepast. Bij gebruik van niet-originele accessoires en reserveonderde- len kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen; in extreme gevallen kan door een bevoegde instantie (ar- beidsinspectie) het gebruik van het complete apparaat wor- den verboden. Met originele WAGNER accessoires en reserveonderdelen heeft u de zekerheid dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.

AANWIJZING VOOR AFVOER

Conform de Europese Richtlijn 2002/96/EG betreende afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur en de omzet- ting daarvan in nationaal recht, mag dit product niet met het huisvuil worden afgevoerd, maar moet het voor milieuhygië- nisch verantwoord hergebruik worden afgevoerd! Uw oude WAGNER apparaat wordt door ons of onze handels- vertegenwoordigingen teruggenomen en voor u milieuhygi- enisch verantwoord afgevoerd. Neem in dat geval contact op met een van onze servicesteunpunten of handelsvertegen- woordigingen of rechtstreeks met ons. GARANTIEVERKLARING (Stand 01-02-2009)

1. Omvang van de garantie

Alle Wagner Professional-verfaanbrengingapparaten (hierna aangeduid als 'producten') worden zorgvuldig gecontroleerd, getest en onderworpen aan de strenge controles van de Wagner kwaliteitsborging. Wagner geeft daarom uitsluitend aan de commerciële of professionele gebruiker, die het product in de geautoriseerde speciaalzaak heeft gekocht (hierna aangeduid als 'klant'), een uitgebreidere garantie voor de op internet op www.wagner-group.com/profi-guarantee vermelde producten. De garantieclaims van de koper uit het koopcontract met de verkoper alsmede wettelijke rechten worden niet beperkt door deze garantie. Wij geven garantie zo, dat na onze beslissing het product of afzonderlijke onderdelen hiervan vervangen of gerepareerd worden of het apparaat tegen restitutie van de aankoopprijs wordt teruggenomen. De kosten voor materiaal en werktijd worden door ons overgenomen. Vervangen producten of onderdelen worden eigendom van Wagner.

2. Garantietijd en registrering

De garantietijd bedraagt 36 maanden, bij industrieel gebruik of identieke belasting en in het bijzonder ploegenbedrijf of bij verhuur 12 maanden. Voor op benzine en lucht aangedreven aandrijvingen geven wij eveneens 12 maanden garantie. De garantietijd begint met de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak. Beslissend is de datum op het originele aankoopbewijs. Voor alle vanaf 01-02-2009 bij de geautoriseerde speciaalzaak gekochte producten wordt de garantietijd met 24 maanden verlengd, als de koper deze apparaten binnen 4 weken na de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak in overeenstemming met de volgende bepalingen registreert. De registratie gebeurt op internet op www.wagner-group.com/pro-guarantee. Als bevestiging geldt het garantiecerticaat en het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop staat. Een registratie is alleen mogelijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij daar moet invoeren. Door garantievergoedingen wordt de garantieperiode voor het product noch verlengd noch vernieuwd. Na aoop van de betreende garantieperiode kunnen claims tegen en vanuit de garantie niet meer geldend gemaakt worden. INSPECTIE VAN HET APPARAAT / AANWIJZING M.B.T. PRODUCTAANSPRAKELIJKHEID /

3. AfhandelingAls in de garantieperiode fouten in materiaal, verwerking of prestaties van het apparaat tevoorschijn komen, dan moeten garantieclaims onmiddellijk, uiterlijk echter binnen 2 weken geldend gemaakt worden. Voor de inontvangstneming van garantieclaims is de geautoriseerde speciaalzaak, die het apparaat heeft geleverd, bevoegd. De garantieclaims kunnen echter ook bij onze in de bedieningshandleiding genoemde servicepunten geldend worden gemaakt. Het product moet samen met het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop en de productaanduiding moet staan, gratis opgestuurd of getoond worden. Voor de gebruikmaking van de garantieverlenging moet bovendien het garantiecerticaat worden bijgesloten. De kosten en het risico van verlies of beschadiging van het product op weg naar of van de instantie, die de garantieclaims in ontvangst neem of het gerepareerde product weer levert, draagt de klant.4. Uitsluiting van garantieGarantieclaims kunnen niet behandeld worden voor onderdelen, die onderworpen zijn aan gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage, alsmede gebreken aan het product, die terug te leiden zijn naar een gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage. Hiertoe behoren vooral kabels, kleppen, pakkingen, mondstukken, cilinders, zuigers, medium vervoerende behuizingsdelen, lters, slangen, dichtingen, rotoren, statoren etc.. Schade door slijtage wordt vooral veroorzaakt door schurende coatingmaterialen, zoals bijvoorbeeld dispersie, pleister, plamuur, lijm, glazuur, kwarts. bij fouten aan apparaten, die terug te leiden zijn naar niet-inachtneming van bedieningsinstructies, ongeschikt of verkeerd gebruik, verkeerde montage, resp. inbedrijfstelling door de koper of derden, niet-reglementair gebruik, anomale milieuomstandigheden, ongeschikte coatingmaterialen, chemische, elektrochemische of elektrische invloeden, ongeschikte bedrijfsomstandigheden, gebruik met verkeerde netspanning/- frequentie, overbelasting of gebrekkig(e) onderhoud, verzorging resp. reiniging. bij fouten aan het apparaat, die door gebruik van accessoire-, aanvullings-, of reserveonderdelen werden veroorzaakt, die geen originele Wagner-onderdelen zijn. bij producten, waarop veranderingen of aanvullingen werden aangebracht. bij producten met verwijderd of onleesbaar gemaakt serienummer bij producten, waarop door niet-geautoriseerde personen reparatiepogingen werden uitgevoerd. bij producten met geringe afwijkingen van de oorspronkelijke hoedanigheid, die voor waarde en gebruiksgeschiktheid van het apparaat onbelangrijk zijn. bij producten, die gedeeltelijk of compleet uit elkaar zijn gehaald.5. Aanvullende regelingenBovenstaande garanties gelden uitsluitend voor producten die in de EU, het GOS of Australië door de geautoriseerde speciaalzaak gekocht en in het land van aankoop gebruikt worden.Blijkt uit de controle, dat er geen garantiegeval aanwezig is, dan zijn de kosten van de reparatie voor de koper.Deze bepalingen regelen alleen de rechtsverhouding naar ons toe. Verdergaande claims, vooral voor schade en verlies van welk soort dan ook, die door het product of het gebruik ervan ontstaan, zijn behalve in het toepassingsbereik uitgesloten van de productaansprakelijkheidswet. Garantieclaims tegen de speciaalzaak blijven onaangetast.Deze garantie valt onder de Duitse wet. De contracttaal is Duits. Als de betekenis van de Duitse en een buitenlandse tekst van deze garantie van elkaar afwijken, heeft de betekenis van de Duitse tekst voorrang.J. Wagner GmbHDivision Professional FinishingOtto Lilienthal Strasse 18 88677 MarkdorfBondsrepubliek DuitslandAlle wijzigingen voorbehouden EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen: 2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU En normatieve dokumenten: EN 60745-1, EN 50580, EN 62233, EN 55014-1, EN 55014-2, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3, EN 61000-4-2, EN 61000-4-4, EN 61000-4-5, EN 61000-4-6, EN 61000-4-11 De EU-conformiteitsverklaring wordt met het product meegeleverd. Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2368397 worden nabesteld. GARANTIEVERKLARING56 FinishControl 5000

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WAGNER

Model : Finish Control 5000

Categorie : Verfspuit