Finish Control 5000 - Verfspuit WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Finish Control 5000 WAGNER in PDF-formaat.
| Producttype | XVLP elektrisch verfspuitpistool (Extra Volume Low Pressure) |
| Merk | WAGNER |
| Model | Finish Control 5000 |
| Netspanning | 230 V ~, 50 Hz |
| Opgenomen vermogen | 1400 W |
| Spuitvermogen | 300 W |
| Bekerinhoud | 1000 ml (standaardbeker) |
| Lengte luchtslang | 5 m |
| Lengte netsnoer | 4 m |
| Beschermingsklasse | I (geaarde stekker) |
| Geluidsdrukniveau | 84 dB(A) (onzekerheid K = 4 dB(A)) |
| Geluidsvermogenniveau | 97 dB(A) (onzekerheid K = 4 dB(A)) |
| Trillingsniveau | < 2,5 m/s² (onzekerheid K = 1,5 m/s²) |
| Totaalgewicht (turbine, slang en pistool) | 8 kg |
| Click&Paint-systeem | Afneembare, verwisselbare spuitkoppen zonder gereedschap |
| Instellingen | Straalbreedte (rond/vlak), productstroom (1-12), luchtstroom |
| Geschikte producttypen | Verven, beitsen, lakken, primers (oplosmiddelhoudend en watergedragen), emulsies (met WallSpray-spuitkop) |
| Niet geschikte producten | Schurende, zure, alkalische, brandbare producten |
| Reiniging | Spoelen met water of oplosmiddel; dompel de handgreep niet onder |
| Onderhoud | Reinig het luchtfilter regelmatig; vervang het indien verstopt |
| Beschikbare accessoires | Spuitkoppen StandardSpray, FineSpray, WallSpray; beker 1400 ml; Can Adapter |
| Garantie | 36 maanden (online registratie vereist) |
Veelgestelde vragen - Finish Control 5000 WAGNER
Gebruikersvragen over Finish Control 5000 WAGNER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Finish Control 5000 - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Finish Control 5000 van het merk WAGNER.
GEBRUIKSAANWIJZING Finish Control 5000 WAGNER
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Inhoudsopgave
1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 43
2 VERKLARENDE AFBEELDING 46
3 HET WAGNER CLICK&PAINT-SYSTEEM 46
3.1 Delen van de spuitpistool 46
6.2 Niet-verwerkbare materialen 47
6.3 Coatingmaterialen die alleen met overeenkomstige spuitopzet (toebehoren) verwerkt kunnen worden _47
6.4 Voorbereiding van het materiaal ____ 47
7 INSTELLING VAN DE VERFSPUITPISTOOL ____ 48
7.1 Instelling van het gewenste spuitpatroon ____ 48
7.2 Instellen van de materiaalhoeveelheide ____ 48
7.3 Instellen van de luchthoeveelheid 48
7.4 Positioneer de stijgbuis 48
8 INBEDRIJFSTELLING 48
9 SPUITTECHNIEK 48
10 ARBEIDSONDERBREKING 49
11 TRANSPORT 49
12 BUITEN BEDRIJF STELLEN EN REINIGEN ____ 49
12.1 Montage 49
13 ONDERHOUD 50
13.1 Luchtfilter 50
13.2 Ontluchtingsklep 50
14 VERHELPEN VAN STORINGEN 51
15 ACCESSOIRES EN RESERVEONDERDELEN ____ 52
15.1 Accessoires 52
15.2 Reserveonderdelen FinishControl 52
15.3 Reserveonderdelen StandardSpray spuitopzet ____ 52
Inspectie van het apparaat 54
Aanwijzing voor afvoer 54
Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid _54
Garantieverklaring 54
CE-Verklaring van overeenstemming ____ 55
Europa – servicenetwerk ____ 126
Uitleg van de gebruikte symbolen
![]() | Dit symbool duidt op een potentieel gevaar voor u, resp. het apparaat. Onder dit symbool vindt u belangrijke informatie over het vermijden van letsel en schade op het apparaat. |
![]() | Duidt toepassingstips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. |
![]() | Instelling voor een brede spuitstraal |
![]() | Instelling voor een smalle spuitstraal |
1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Let op de plaatselijk geldende voorschriften.
Daarnaast dienen de volgende voorschriften in acht te worden genomen.
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg de hierin gegeven instructies op, om gevaren te voorkomen.
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht.
Wanorde en niet verlichte werkplekken kunnen tot ongevallen leiden.
b) Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand.
Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De netstekker van het apparaat moet passen in de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten.
Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
b) Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wanneer uw lichaam is geaard.
c) Houd het apparaat uit de regen en breng het niet in contact met water. In een elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken.
d) Gebruik de netkabel niet voor andere doeleinden, b.v. om het apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war zijn verhogen het risico van elektrische schokken.
e) Als u met elektrisch gereedschap buiten werkt, gebruik dan uitsluitend verlengsnoeren die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlengkabels vermindert het risico van elektrische schokken.
f) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving niet valt te vermijden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico van een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onachtzaamheid tijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van letsel.
c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Verzeker u ervan dat de schakelaar in de stand "UIT" staat, voordat u de netstekker in de wandcontactdoos steekt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen.
d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt. Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vaardigheden, met onvoldoende ervaring en/of met onvoldoende kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is of zij door deze persoon zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat. Kinderen moeten onder toezicht staan om te voorkomen dat zij spelen met het
apparaat.
4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrisch gereedschap
a) Zorg dat u het apparaat niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Verwijder de stekker uit de wandcontactdoos voordat u afstellingen aan het apparaat uitvoert, accessoires vervangt of het apparaat aan de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld wordt gestart.
d) Bewaar elektrisch gereedschap, wanneer het niet wordt gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werken die daar niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt.
e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en niet klemmen en dat er geen onderdelen zijn gebroken of zodanig beschadigd dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specifieke type apparaat is voorgeschreven. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
5. Service
a) Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwalificeerd technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd.
b) Wanneer het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon worden vervangen om gevaren te voorkomen.
Veiligheidsinstructie voor verfaanbreng-toestellen
1. Brand- en explosiegevaren
Bij het spuiten van coatingmaterialen en de zelfstandige vorming van coatingmateriaal- en oplosmiddeldampen ontstaan brandbare gassen in het werkbereik (gevarenzone).
Brand- en explosiegevaar door ontstekingsbronnen in deze gevarenzone.
Het elektrisch aangedreven spuittoestel bevat zelf mogelijke ontstekingsbronnen (vonkenvorming door motor bij het in- en uitschakelen, op de stekker bij het in- en uitsteken, op de spuitpistool door mogelijke statische elektriciteit)
-> Toestel mag niet in industriële werkplaatsen, die onder de explosiebescherming vallen, gebruikt worden.
-> Basistoestel en netaansluiting moeten zich buiten de gevarenzone bevinden.
-> Geen brandbare coatingmaterialen en reinigingsmiddelen gebruiken
-> Productgegevensbladen in acht nemen!
-> Verf- of oplosmiddelvat in de buurt van het toestel altijd dicht afsluiten.
-> In de gevarenzone mogen geen ontstekingsbronnen zoals open vuur, aangestoken tabakswaar, gloeiende draden, hete oppervlakken, vonken bijv. door haakse slijper enz. aanwezig zijn.
-> Bij de toestelreiniging met oplosmiddel niet in een reservoir met kleine opening (spongat) spuiten. Gevaar door vorming van een explosief gas/ luchtmengsel.
Het reservoir waarin gespoten wordt moet geaard zijn.
Attentie: Gevaar voor verwonding! Richt het spuitpistool nooit op uzelf, op andere personen en dieren.
- Bij spuitwerkzaamheden ademhalingsbescherming dragen. Men dient de gebruiker een ademhalingsmasker ter beschikking te stellen. Ter voorkoming van beroepsziekten dienen bij bereiding, verwerking en reiniging van de apparaten de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant van de gebruikte stoffen, oplosmiddelen en reinigingsmiddelen in acht te worden genomen. Ter bescherming van de huid zijn beschermkleding, handschoenen en eventuele huidcrème nodig.
- Attentie: Bij werkzaamheden met het verfspuitsysteem in gesloten ruimten alsmede in de buitenlucht dient erop te worden gelet dat er geen oplosmiddeldampen naar de motorventilator toe worden gedreven of oplosmiddelhoudende dampen in de omgeving van het verfspuitsysteem worden gevormd. De motorventilator dient op de van het te spuiten object af gerichte kant te worden geplaatst. Houd in de buitenlucht rekening met de windrichting. Bij werkzaamheden in gesloten ruimten moet er voor voldoende ventilatie worden gezorgd om de oplosmiddeldampen te kunnen afvoeren. Er dient een minimale afstand tussen motorventilator en te spuiten object van 3 m te worden aangehouden.
- Attentie: De verfspuit is niet tegen opspattend water beschermd. Hij mag noch bij regen in de buitenlucht worden gebruikt noch met water worden afgespoten en evenmin in een vloeistof worden gedompeld. Gebruik het apparaat niet in een vochtige of natte omgeving.
- Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met goede werkend ventiel. Stop het gebruik van het apparaat wanneer er verf in de ventilatieslang (Afb.1, Pos. 17) omhoog komt! Demonteer en reinig de ventilatieslang, het ventiel en het membraan; vervang zonodig het membraan.
- Gevuld spuitpistool niet legen.
- Afzuiginstallaties dienen overeenkomstig de plaatselijke voorschriften op verantwoordelijkheid van de opdrachtgever te worden gerealiseerd.
- De te coaten werkstukken moeten geaard zijn.
- Houd rekening met gevaren die het gevolg kunnen zijn van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal in acht.
-
Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele gevaren niet kent.
-
Voor demontage van de spuitopzet, druk door opendraaien van het reservoir ontlasten.
- Trek voor alle werkzaamheden de stekker uit het stopcontact.
- Werkzaamheden of reparaties aan de elektrische uitrusting mag men uitsluitend door een gediplomeerd elektricien laten uitvoeren. Ook dan wanneer er instructies in de gebruiksaanwijzing staan. Voor onvakkundige installatie wordt geen aansprakelijkheid aanvaard.
- Ga niet op het apparaat zitten of staan. Gevaar voor kantelen en breuk!
2 VERKLARENDE AFBEELDING (AFB. 1)
POS. BENAMING
| 1 Spuitkop |
| 2 Luchtkap |
| 3 Instelhendel spuitstraalbreedte (vormlucht) |
| 4 Instelring spuitstraalniveau (verticaal/horizontaal) |
| 5 Wartel |
| 6 Spuitopzet compl. |
| 7 Materiaalregeling |
| 8 Pistoolgreep |
| 9 Luchtregeling |
| 10 Luchtslang |
| 11 Sluiting Click&Paint |
| 12 Trekker (bedient inschakelaar turbine → Materiaal wordt getransporteerd) |
| 13 Reservoir |
| 14 Stijgbuis |
POS. BENAMING
| 15 Reservoirafdichting |
| 16 Ventiel |
| 17 Ventilatieslang |
| 18 Draaggreep |
| 19 Aan/uit-schakelaar (I = AAN, 0 = UIT) |
| 20 Pistoolopname voor parkeerpositie |
| 21 Afdekking luchtfilter |
| 22 Luchtfilter |
| 23 Netsnoer |
| 24 Luchtslangaansluiting |
| 25 Reinigingsborstel |
| 26 Stijgbuisfilter fijn (rood)Stijgbuisfilter grof (wit) |
| 27 Vultrechter (3 stuks) |
| 28 Bevestigingsbanden luchtslang (2 stuks) |
3 HET WAGNER CLICK&PAINT-SYSTEEM
Met het Wagner Click&Paint-systeem kan het voorste deel van het pistool (spuitopzet) snel en eenvoudig vervangen worden. Dit zorgt voor een snelle materiaalwissel zonder reiniging en biedt voor ieder materiaal en iedere toepassing het juiste werktuig. De volgende spuitopzetten zijn verkrijgbaar:
| Spuitopzet Toepassingsgebied | |
| StandardSpray (geel)Bestelnr. 2321 879 | Spuitopzet met gleufmondstuk en 1000 ml RVS-reservoir. Verwerkt alle gebruikelijke lakken. |
| FineSpray (bruin)Bestelnr. 2321 877 | Spuitopzet met rond mondstuk en 1000 ml RVS-reservoir. Perfect geschikt voor laagviscose lakken en lazuurverven. |
| WallSpray (wit)Bestelnr. 2321 880 | Dispersiespuitopzet met gleufmondstuk en 1400 ml kunststof reservoir. Afgestemd op de verwerking van dispersies. |
3.1 DELEN VAN DE SPUITPISTOOL
Plaats voor de montage de spuitopzet zo in de pistoolgreep, dat de beide pijlpunten op elkaar liggen. Draai de pistoolgreep in pijlrichting met 90° tot deze hoorbaar arrêteert. (afb. 2)
Voor het verwijderen van de spuitopzet: druk de sluiting (afb. 2, A) onder de handbeugel naar beneden en draai de spuitopzet met 90°.
| Spanning: 230 V~, 50 Hz | |
| Opgenomen vermogen: 1400 W | |
| Verstuivingsvermogen: 300 W | |
| Reservoirinhoud: 1000 ml | |
| Luchtslang: 5 m | |
| Netsnoer: 4 m | |
| Isolatieklasse: l | |
| Geluidsdrukniveau:*Onzekerheid K: | 84 dB (A)4 dB (A) |
| Geluidsdrukvermogen:*Onzekerheid K: | 97 dB (A)4 dB (A) |
| Trillingsniveaus:Onzekerheid K: | <2,5 m/s ^2 1,5 m/s ^2 |
| Gewicht (motorventilator, lucht-slang en spuitpistool): 8 kg |
* De geluidsemissiewaarde werd volgens EN 50144-2-7:2000 vastgesteld.
XVLP (Extra Volume Low Pressure) is een lage druk-spuittechniek, die met een groot luchtvolume en lage luchtdruk werkt. Het voordeel van deze spuittechniek ligt in de geringe verfnevelvorming. Daardoor worden de afdekkingswerkzaamheden tot een minimum gereduceerd.
Ten opzichte van het conventionele verfspuiten wordt een hoog rendement en een optimale oppervlaktekwaliteit bereikt terwijl het milieu tegelijkertijd wordt ontzien.
Beschrijving van de werking
Het verfspuitsysteem bestaat uit een motorventilator, die verstuiverlucht via een luchtslang naar een spuitpistool transporteert.
In het spuitpistool wordt een deel van de verstuiverlucht gebruikt om het verfreservoir onder druk te zetten. Door deze druk wordt de coatingstof via de stijgbuis naar de spuitkop getransporteerd en daar met de resterende verstuiverlucht verstoven.
Alle voor de werkzaamheden noodzakelijke instellingen (bijv. materiaalhoeveelheid) kunnen eenvoudig direct op het pistool aangebracht worden.
6 MATERIAAL
6.1 VERWERKBARE MATERIALEN
Oplosmiddelhoudende en met water verdunbare lakken en verven
Beitsen, lazuurverven, impregneringen, oliën, transparante lakken, kunstharslakken, gekleurde lakken, alkydharslakken, primers, radiatorlakken, hamerslaglakken, roestwerende verven, effectlakken, structuurlakken
6.2 NIET-VERWERKBARE MATERIALEN
Materialen die sterk schurende bestanddelen bevatten, façadeverf, logen en zuurhoudende coatingmaterialen.
Brandbare coatingmaterialen.
6.3 COATINGMATERIALEN DIE ALLEEN MET 'OVEREENKOMSTIGE SPUITOPZET (TOEBEHOREN) VERWERKT KUNNEN WORDEN
Binnenwandverf (dispersies en latexverf)
6.4 VOORBEREIDING VAN HET MATERIAAL

Raadpleeg de verwerkingsinstructies van de fabrikant op de verpakking of de gebruiksaanwijzing van het materiaal!
Reinheid van het materiaal:
Voor een storingsvrije werking van het fijne sproeisysteem is de reinheid van het materiaal doorslaggevend. Bestaan er met betrekking tot de zuiverheid van het materiaal twijfels, is het raadzaam het materiaal door een fijne zeef te filteren.
Verwerking van het coatingmateriaal met de spuitopzet StandardSpray (geel)
| Materiaal | Verwerking | Opmerkingen |
| Oplosmiddelhoudende lakken en verven | Instructies van de fabrikant volgen | |
| Met water verdunbare lakken en verven | Instructies van de fabrikant volgen | |
| Beitsen, lazuurverven, impregneringen, oliën | onverdund | Spuitopzet Fine-Spray (bruin) aanbevolen |
| Transparante lakken, kunstharslakken, gekleurde lakken, alkydharslakken | Instructies van de fabrikant volgen | |
| Primers, radiatorlakken, hamerslaglakken | Instructies van de fabrikant volgen | |
| Roestwerende verven, effectlakken | Instructies van de fabrikant volgen | |
| Multicolorverven, structuurlakken | Instructies van de fabrikant volgen | Spuitopzet Wall-Spray (wit) aanbe-volen |
7 INSTELLING VAN DE VERFSPUITPISTOOL
7.1 INSTELLING VAN HET GEWENSTE SPUITPATROON

Attentie: Nooit tijdens het instellen van de luchtkap de trekker overhalen.
Door het draaien van de zwarte instelring (afb. 3, 1), kan het richten van de spuitstraal bepaald worden.
A horizontale vlakke straal
→ voor het verticaal opbrengen van verf
→ voor het horizontaal opbrengen van verf
Aanvullend kan met de instelhendel (afb. 4, 1) tussen een brede (den een compacte () spuitstraal omgeschakeld worden.
7.2 INSTELLEN VAN DE MATERIAALHOEVEELHEID (AFB. 5)
De materiaalhoeveelheid kan door het draaien van de materiaalhoeveelheidsregelaar (afb. 5, 1) stapsgewijs van 1 (minimum) tot 12 (maximum) ingesteld worden.
7.3 INSTELLEN VAN DE LUCHTHOEVEELHEID (AFB. 6)
Draai de luchthoeveelheidsregeling (afb, 6, 1) rechtsom, om de luchthoeveelheid te verhogen of linksom, om de luchthoeveelheid te verlagen (pijl op pistoollichaam in acht nemen).

De correcte instelling van lucht- en materiaalhoeveelheid is beslissend voor verstuiving en verfnevelvorming.
7.4 POSITIONEER DE STIJGBUIS
Bij een juiste stand van de stijgbuis kan de inhoud van het reservoir nagenoeg zonder restant worden verspoten.
Bij spuitwerkzaamheden op liggende voorwerpen:
Stijgbuis naar voren draaien. (Afb. 7 A)
Bij spuitwerkzaamheden boven het hoofd:
stijgbuis naar achteren draaien. (Afb. 7 B)
8 INBEDRIJFSTELLING
Op het elektrisch net aan te sluiten na of de netspanning met de aangegeven bedrijfsspanning op het ken-plaatje overeenstemt.
Gebruik voor de aansluiting een reglementair geaard veiligheidsstopcontact.
- Zijdelingse klemmen samendrukken en luchtslang op het basisapparaat insteken. (Afb. 8)
- Draai het reservoir los van de spuitopzet.
- Voorbereid coatingmateriaal vullen.

Maximaal 1000 ml in het reservoir vul- len.

- Afhankelijk van het gebruikte coatingmateriaal het overeenkomstige filter op de stijgbuis aanbrengen (afb. 9, 1)
dunvloeibare coatingmaterialen → Filter fijn (rood)
dikvloeibare coatingmaterialen → Filter grof (wit)
- Draai het reservoir stevig aan de spuitopzet vast.
- Spuitopzet en pistoolgreep met elkaar verbinden. (Afb. 2)
- Netsnoer insteken.
- Bedien de hoofdschakelaar van het apparaat. Het apparaat is nu bedrijfsklaar.
9 SPUITTECHNIEK

De FinishControl heeft een handbeugel met 2 drukpunten. Eerst wordt de turbine gestart. Wanneer de trekker verder wordt ingedrukt, wordt materiaal getransporteerd.
Trekker aan het verfspuitpistool overhalen.
Voer op een stuk karton een spuittest uit, om spuitbeeld, spuitstraalbreedte, materiaal- en luchthoeveelheid correct in te stellen.
Hou het spuitpistool verticaal en op gelijke afstand van ca. 3 - 20 cm van het te spuiten object. (Afb. 10)
Beweeg het spuitpistool met gelijkmatige bewegingen ofwel in dwarse richting ofwel op en neer. Een gelijkmatige geleiding van het pistool zorgt voor een uniform op-pervlak.
Met spuiten beginnen buiten het te verver object en onderbrekingen binnen het object vermijden.
Bij een te grote verfnevelvorming moeten de hoeveelheid lucht en materiaal alsook de afstand tot het object geoptimaliseerd worden.
- Apparaat met hoofdschakelaar op het basisapparaat uitschakelen.
- Spuitpistool in pistoolopname op het apparaat steken.

Bij gebruik van sneldrogend of tweecomponentenbedekkingsmateriaal moet het apparaat binnen de verwerkingstijd met een geschikt reinigingsmiddel worden doorgespoeld, omdat het apparaat anders alleen nog met zeer veel moeite kan worden gereinigd of zelfs wordt beschadigd.
Belangrijk: Door de verwarming kan de perstijd van het materiaal veranderen. Overleg daarom met de materiaalfabrikant.
11 TRANSPORT
- Netsnoer om het basisapparaat wikkelen.
- Spuitpistool in pistoolopname op het apparaat steken.
- Luchtslang door indrukken van de beide zijdelingse klemmen (afb. 8) uitsteken.
- Luchtslang oprollen en met de bevestigingsbanden samenbinden.
12 BUITEN BEDRIJF STELLEN EN REINIGEN
- Schakel het apparaat uit.
- Demonteer het pistool. Sluiting (afb. 2, A) iets naar beneden drukken. Spuitopzet en pistoolgreep tegen elkaar verdraaien.

LET OP! Elektrische contacten in de pistoolgreep. Dompel de pistoolgreep nooit in water of een andere vloeistof. Behuizing uitsluitend met een doordrenkte doek reinigen.
- Draai het reservoir los. Resterende materiaal in het reservoir in oorspronkelijke reservoir ledigen.
- Reservoir en stijgbuis met kwast en geschikt reinigingsmiddel voorreinigen. Reinig de ontluchtingsboring (Afb. 9, 2)
- Vul het reservoir met oplosmiddel resp. water. Draai het reservoir weer vast.
Gebruik voor het schoonmaken geen brandbare materialen.
- Spuitopzet en pistoolgreep met elkaar verbinden. (Afb. 2)
- Apparaat inschakelen en spuitopzet met oplosmiddel resp. water doorspoelen.
Herhaal dit proces tot er helder oplosmiddel resp. water uit de spuitkop komt. - Schakel het apparaat uit en demonteer het pistool.
- Draai het reservoir los en maak het leeg. Stijgbuis met reservoirafdichting uitdraaien. (Afb. 11)
- Stijgbuis en aanzuigaansluitstuk in de spuitopzet met reinigingsborstel reinigen. (Afb. 12)

LET OP! Reinig nooit afdichtingen, membraan en spuit- of luchtopeningen van het spuitpistool met spitse metalen voorwerpen.
Luchttoevoerslang en membraan zijn slechts beperkt oplosmiddelbestendig. Niet in oplosmiddel leggen, maar alleen afvegen.
- Instelring (afb. 13,1) voorzichtig van de wartelmoer (2) trekken. Wartelmoer (2) afschroeven, luchtkap (3), mondstuk (4) en mondstukafdichting (5) wegnemen. Alle onderdelen grondig reinigen.

Tussenruimtes op de naald bijzonder zorgvuldig reinigen (afb. 14)
- Maak de buitenzijde van spuitpistool en reservoir schoon met een in oplosmiddel resp. water gedrenkte doek.
- Zet alle delen weer in elkaar (zie "Montage").
12.1 MONTAGE

LET OP! Volg de hieronder beschreven stappen voor de montage precies op. Anders kan de spuitopzet beschadigd worden.
- Mondstukafdichting zo op de naald schuiven, dat de groef (gleuf) van de spuitopzet weg wijst. (Afb. 15)
- Mondstuk met uitsparing naar beneden op naald plaatsen. Pas op: Stand van de naald moet met de mondstukopening overeenkomen. (Afb. 16)
- Luchtkap op mondstuk plaatsen (uitsparingen in de luchtkap in acht nemen). (Afb. 17)
- Wartelmoer aanschroeven. (Afb. 18)
- Instelring in de wartelmoer vergrendelen. (Afb. 19) Erop letten, dat de beide uitsparingen op de instelring in de hoorns van de luchtkap grijpen en de hendel voor de instelling van de spuitstraalbreedte op de pen zit.
- Steek de reservoirafdichting van onder af op de stijgbuis en schuif deze door tot over de kraag.
Draai de reservoirafdichting daarbij licht heen en weer. - Stijgbuis met reservoirafdichting in pistoollichaam draaien.

Om het pistool gemakkelijker te kunnen monteren, kunt u na het reinigen een ruime hoeveelheid smeervet (bijgeleverd) aanbrengen op de O-ring van de spuitopzet en de O-ring van de steekverbinding van de luchtslang (Afb. 20)
13 ONDERHOUD
13.1 LUCHTFILTER

Pas op! Apparaat nooit met vervuild of ontbrekend luchtfilter gebruiken, er zou vuil aangezogen kunnen worden en het bedrijf van het apparaat beïnvloeden. Luchtfilter altijd voor aanvang van het werk controleren.
- Verwijder de netstekker.
- Op het deksel van het luchtfiltercompartiment (Afb. 21).
- Afhankelijk van de vervuiling luchtfilter (afb. 21, 1) reinigen (uitblazen) of vervangen.
13.2 ONTLUCHTINGSKLEP

Indien verf in de luchttoevoerslang ingedrongen is, gaat u als volgt te werk:
- Trek de ventilatieslang (Afb. 22, 1) boven van het pistoollichaam af. Draai het ventieldeksel (2) los. Verwijder het membraan (3). Reinig alle delen zorgvuldig.

LET OP! Luchttoevoerslang en membraan zijn slechts beperkt oplosmiddelbestendig. Niet in oplosmiddel leggen, maar alleen afvegen.
- Membraan met pen vooruit in het klepdeksel zetten (zie daarvoor ook de markering op het pistoollichaam.).
- Pistoollichaam ondersteboven zetten en klepdeksel van onder aanschroeven.
- Steek de ventilatieslang op het ventieldeksel en op de nippel op het pistoollichaam.
14 VERHELPEN VAN STORINGEN
| STORING OORZAAK OPLOSSING | ||
| Apparaat loopt niet aan | Geen netspanning aanwezigHet apparaat is oververhit | ControlerenVerwijder de netstekker, laat het apparaat ca. 30 minuten afkoelen, slang niet knikken, luchtfilter controleren, aanzuigsleuven niet afdekken |
| Er komt geen materiaal uit de spuitkop | Spuitkop verstoptTe geringe materiaalhoeveelheid ingesteldReservoirdichting beschadigdGeen drukopbouw in het reservoirReservoir leegLuchttoevoerslang los/beschadigdStijgbuis losStijgbuis / stijgbuisfilter verstoptOntluchtingsboring verstoptMembraan vastgeplakt | ReinigenHoeveelheid verhogenVervangenReservoir vastdraaienBijvullenInsteken of vervangenInstekenReinigen resp. ander filter gebruikenReinigenDemonteren en reinigen (zie paragraaf 13.2) |
| Materiaal druppelt na uit de spuitkop | Luchtkap, mondstuk of naald vervuildSpuitopzet verkeerd gemonteerdSpuitkop losSpuitkopafdichting versletenSpuitkop versletenNaald versleten | ReinigenCorrect monteren (zie paragraaf 12.1)Wartel vastdraaienVervangenVervangenNieuwe spuitopzet gebruiken |
| Te grove verstuiving | Materiaalhoeveelheid te hoogSpuitkop vuilMateriaal te dikvloeibaarTe lage drukopbouw in het reservoirLuchtfilter sterk vervuildTe geringe luchthoeveelheidLuchtslang beschadigd | Hoeveelheid verlagenReinigenVerder verdunnenReservoir vastdraaienVervangen (zie paragraaf 13.1)Hoeveelheid verhogenControleren en indien nodig vervangen |
| Spuitstraal pulseert | Materiaal in het reservoir is bijna vopSpuitkopafdichting versletenLuchtfilter sterk vervuildStijgbuis losStijgbuis / stijgbuisfilter verstopt | BijvullenVervangenVervangen (zie paragraaf 13.1)InstekenReinigen resp. ander filter gebruiken |
| Materiaal vormt tot uitlopers | Teveel materiaal opgebrachtTe geringe afstandVerkeerde spuitopzet | Hoeveelheid verlagenAfstand vergrotenAndere spuitopzet gebruiken |
| Teveel materiaalnevel (Overspray) | Afstand tot het spuitobject te grootMateriaalhoeveelheid te hoogTe grote luchthoeveelheidCoatingmateriaal te sterk verdundVerkeerde spuitopzet | Spuitafstand verkleinenHoeveelheid verlagenHoeveelheid verlagenVerdunningsgraad verlagenAndere spuitopzet gebruiken |
| Verf in de ventilatieslang | Membraan vuilMembraan defect | Membraan reinigen (zie paragraaf 13.2)Membraan vervangen (zie paragraaf 13.2) |
15 ACCESSOIRES EN RESERVEONDERDELEN
15.1 ACCESSOIRES
POS. BESTELNR. BENAMING
1 2321 879 StandardSpray spuitopzet (geel) (incl. reservoir 1000 ml)
Verwerkt alle gebruikelijke lakken.
2 2321 877 FineSpray spuitopzet (bruin) (incl. reservoir 1000 ml)
Perfect geschikt voor laagviscose lakken en lazuurverven.
3 2321 880 WallSpray spuitopzet (wit) (incl. reservoir 1400 ml)
Afgestemd op de verwerking van dispersies.
4 2324 749 Reservoir (1400 ml) met deksel
5 2350 692 Can Adapter
Met de Can Adapter kunnen verfblikken direct bevestigd worden op een Click&Paints-spuitopzetstuk.
Geschikt voor: Universele 750 ml verfblikken (met de maximale afmetingen ∅=102 mm, h=119 mm) en
1000 ml verfblikken (met de maximale afmetingen ∅=112 mm, h=132 mm).

De FC 5000 kan niet met het verwarmbare spuitopzetstuk TempSpray gebruikt worden.
15.2 RESERVEONDERDELEN FINISHCONTROL 5000 (AFB. 23)
POS. BESTELNR. BENAMING
1 2312 650 Deksel luchtfiltercompartiment
2 2322 446 Luchtfilter (3 stuks)
3 2314 573 Pistoolgreep met luchtslang
4 0420 316 O-ring luchtslang
5 0514 209 Reinigingsborstel
6 2324 745 Vultrechter (3 stuks)
7 2324 751 Bevestigingsband luchtslang
15.3 RESERVEONDERDELEN SPUITOPZET STANDARDSPRAY (GEEL) (AFB. 24)
POS. BESTELNR. BENAMING
1 2321 879 StandardSpray spuitopzet (geel) (incl. reservoir 1000 ml)
2 2314 594 Instelhendel spuitstraalbreedte (vormlucht)
3 2314 591 Instelring spuitstraal
4 2332 577 Wartelmoer (geel)
5 2317 807 Luchtkap
6 2314 585 Luchtklep
7 2317 423 Spuitkop (S 4.1)
POS. BESTELNR. BENAMING
| 8 | 2323 934 | Spuitkopafdichting |
| 9 | 2304 027 | Ventilatieslang, ventieldeksel, membraan |
| 10 | 0417 308 | O-ring spuitopzet |
| 11 | 2324 250 | Pistoollichaam (incl. positie 8-10) |
| 12 | 2319 223 | Reservoirafdichting |
| 13 | 2319 222 | Stijgbuis |
| 14 | 2324 248 | Stijgbuisfilter fijn (rood, 5 stuks) |
| 2324 249 | Stijgbuisfilter grof (wit, 5 stuks) | |
| 15 | 2322 451 | Reservoir (1000 ml) met deksel |
| 2315 539 | Smeervet |
INSPECTIE VAN HET APPARAAT
Om veiligheidsredenen raden wij u aan het apparaat indien nodig, echter minimaal één keer per 12 maanden, door een deskundige te laten controleren op een veilige werking.
Bij stilgelegde apparaten kan de controle tot aan de volgende keer in gebruik nemen worden verschoven.
Bovendien moeten ook alle (eventueel afwijkende) nationale controle- en onderhoudsvoorschriften in acht worden genomen.
Bij vragen neemt u a.u.b. contact op met de klantenservice van de firma Wagner.
BELANGRIJKE AANWIJZING M.B.T.
PRODUCTAANSPRAKELIJKHEID
Op basis van een sinds 01.01.1990 geldende EU-verordening is de fabrikant uitsluitend aansprakelijk voor zijn product, wanneer alle onderdelen van hem afkomstig zijn of door hem zijn vrijgegeven, resp. wanneer apparatuur correct is gemonteerd en wordt toegepast.
Bij gebruik van niet-originele accessoires en reserveonderde- len kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen; in extreme gevallen kan door een bevoegde instantie (ar- beidsinspectie) het gebruik van het complete apparaat wor- den verboden.
Met originele WAGNER accessoires en reserveonderdelen heeft u de zekerheid dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.
AANWIJZING VOOR AFVOER
Conform de Europese Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de omzetting daarvan in nationaal recht, mag dit product niet met het huisvuil worden afgevoerd, maar moet het voor milieuhygiënisch verantwoord hergebruik worden afgevoerd!

Uw oude WAGNER apparaat wordt door ons of onze handelsvertegenwoordigingen teruggenomen en voor u milieuhygienisch verantwoord afgevoerd. Neem in dat geval contact op met een van onze servicesteunpunten of handelsvertegenwoordigingen of rechtstreeks met ons.
GARANTIEVERKLARING
(Stand 01-02-2009)
1. Omvang van de garantie
Alle Wagner Professional-verfaanbrengingapparaten (hierna aangeduid als 'producten') worden zorgvuldig gecontroleerd, getest en onderworpen aan de strenge controles van de Wagner kwaliteitsborging. Wagner geeft daarom uitsluitend aan de commerciële of professionele gebruiker, die het product in de geautoriseerde speciaalzaak heeft gekocht (hierna aangeduid als 'klant'), een uitgebreidere garantie voor de op internet op www.wagner-group.com/profi-guarantee vermelde producten.
De garantieclaims van de koper uit het koopcontract met de verkoper alsmede wettelijke rechten worden niet beperkt door deze garantie.
Wij geven garantie zo, dat na onze beslissing het product of afzonderlijke onderdelen hiervan vervangen of gerepareerd worden of het apparaat tegen restitutie van de aankoopprijs wordt teruggenomen. De kosten voor materiaal en werktijd worden door ons overgenomen. Vervangen producten of onderdelen worden eigendom van Wagner.
2. Garantietijd en registrering
De garantietijd bedraagt 36 maanden, bij industrieel gebruik of identieke belasting en in het bijzonder ploegenbedrijf of bij verhuur 12 maanden.
Voor op benzine en lucht aangedreven aandrijvingen geven wij eveneens 12 maanden garantie.
De garantietijd begint met de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak. Beslissend is de datum op het originele aankoopbewijs.
Voor alle vanaf 01-02-2009 bij de geautoriseerde speciaalzaak gekochte producten wordt de garantietijd met 24 maanden verlengd, als de koper deze apparaten binnen 4 weken na de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak in overeenstemming met de volgende bepalingen registreert.
De registratie gebeurt op internet op
Als bevestiging geldt het garantiecertificaat en het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop staat. Een registratie is alleen mogelijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij daar moet invoeren.
Door garantievergoedingen wordt de garantieperiode voor het product noch verlengd noch vernieuwd.
Na afloop van de betreffende garantieperiode kunnen claims tegen en vanuit de garantie niet meer geldend gemaakt worden.
3. Afhandeling
Als in de garantieperiode fouten in materiaal, verwerking of prestaties van het apparaat tevoorschijn komen, dan moeten garantieclaims onmiddellijk, uiterlijk echter binnen 2 weken geldend gemaakt worden.
Voor de inontvangstneming van garantieclaims is de geautoriseerde speciaalzaak, die het apparaat heeft geleverd, bevoegd. De garantieclaims kunnen echter ook bij onze in de bedieningshandleiding genoemde servicepunten geldend worden gemaakt. Het product moet samen met het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop en de productaanduiding moet staan, gratis opgestuurd of getoond worden. Voor de gebruikmaking van de garantieverlenging moet bovendien het garantiecertificaat worden bijgesloten.
De kosten en het risico van verlies of beschadiging van het product op weg naar of van de instantie, die de garantieclaims in ontvangst neem of het gerepareerde product weer levert, draagt de klant.
4. Uitsluiting van garantie
Garantieclaims kunnen niet behandeld worden
-voor onderdelen, die onderworpen zijn aan gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage, alsmede gebreken aan het product, die terug te leiden zijn naar een gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage. Hiertoe behoren vooral kabels, kleppen, pakkingen, mondstukken, cilinders, zuigers, medium vervoerende behuizingsdelen, filters, slangen, dichtingen, rotoren, statoren etc.. Schade door slijtage wordt vooral veroorzaakt door schurende coatingmaterialen, zoals bijvoorbeeld dispersie, pleister, plamuur, lijm, glazuur, kwarts.
-bij fouten aan apparaten, die terug te leiden zijn naar niet-inachtneming van bedieningsinstructies, ongeschikt of verkeerd gebruik, verkeerde montage, resp. inbedrijfstelling door de koper of derden, niet-reglementair gebruik, anomale milieuomstandigheden, ongeschikte coatingmaterialen, chemische, elektrochemische of elektrische invloeden, ongeschikte bedrijfsomstandigheden, gebruik met verkeerde netspanning/- frequentie, overbelasting of gebrekkig(e) onderhoud, verzorging resp. reiniging.
-bij fouten aan het apparaat, die door gebruik van accessoire-, aanvullings-, of reserveonderdelen werden veroorzaakt, die geen originele Wagner-onderdelen zijn.
-bij producten, waarop veranderingen of aanvullingen werden aangebracht.
-bij producten met verwijderd of onleesbaar gemaakt serienummer
-bij producten, waarop door niet-geautoriseerde personen reparatiepogingen werden uitgevoerd.
-bij producten met geringe afwijkingen van de oorspronkelijke hoedanigheid, die voor waarde en gebruiksgeschiktheid van het apparaat onbelangrijk zijn.
-bij producten, die gedeeltelijk of compleet uit elkaar zijn gehaald.
5. Aanvullende regelingen
Bovenstaande garanties gelden uitsluitend voor producten die in de EU, het GOS of Australië door de geautoriseerde speciaalzaak gekocht en in het land van aankoop gebruikt worden.
Blijkt uit de controle, dat er geen garantiegeval aanwezig is, dan zijn de kosten van de reparatie voor de koper.
Deze bepalingen regelen alleen de rechtsverhouding naar ons toe. Verdergaande claims, vooral voor schade en verlies van welk soort dan ook, die door het product of het gebruik ervan ontstaan, zijn behalve in het toepassingsbereik uitgesloten van de productaansprakelijkheidswet.
Garantieclaims tegen de speciaalzaak blijven onaangetast.
Deze garantie valt onder de Duitse wet. De contracttaal is Duits. Als de betekenis van de Duitse en een buitenlandse tekst van deze garantie van elkaar afwijken, heeft de betekenis van de Duitse tekst voorrang.
J. Wagner GmbH
Bondsrepubliek Duitsland
Alle wijzigingen voorbehouden
EU-conformiteitsverklaring
Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen:
2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU
En normatieve dokumenten:
EN 60745-1, EN 50580, EN 62233, EN 55014-1, EN 55014-2,
EN 61000-3-2, EN 61000-3-3, EN 61000-4-2, EN 61000-4-4,
EN 61000-4-5, EN 61000-4-6, EN 61000-4-11
De EU-conformiteitsverklaring wordt met het product meegeleverd. Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2368397 worden nabesteld.



