Vonroc CS502AC - Zaag

CS502AC - Zaag Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CS502AC Vonroc in PDF-formaat.

📄 100 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Vonroc CS502AC - page 18
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Vonroc

Model : CS502AC

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS502AC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS502AC van het merk Vonroc.

GEBRUIKSAANWIJZING CS502AC Vonroc

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 18

Lees de bijgesloten veiligheids waarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Het niet opvolgen van de veiligheids- waarschuwingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschuw ingen en instructies als naslagwerk voor later. De volgende symbolen worden gebruikt in de gebruikershandleiding of op het product: Lees de gebruikershandleiding.

Gevaar voor lichamelijk letsel, overlijden of schade aan de machine wanneer de instructies in deze handleiding niet worden opgevolgd. Gevaar voor elektrische schokken. Verwijder onmiddellijk de netstekker uit het stopcontact indien het netsnoer beschadigd raakt en tijdens reiniging en onderhoud. Klasse II apparaat - Dubbel geïsoleerd - Een geaarde stekker is niet noodzakelijk. Houd omstanders op afstand. Draag oogbescherming. Draag gehoorbescherming. Draag een stofmasker. Ø20mm Ømax. 185mm Let op de afmetingen van het zaagblad. De gatdiameter moet zonder speling op de uitgaande as passen. Indien het gebruik van reduceerstuk- ken nodig is, dient u erop te letten dat de afmetingen van het reduceerstuk passen bij de zaagbladdikte en bij de gatdiameter van het zaagblad evenals bij de diameter van de uitgaande as. Gebruik indien mogelijk de met het zaagblad meegeleverde reduceerstuk- ken. De zaagbladdiameter moet overeenkomen met de informatie op het symbool. Gevaarlijk gebied! Houd uw handen (10cm) van het zaaggebied verwijderd. Werp het product niet weg in ongeschikte containers. Het product is in overeenstemming met de van toepassing zijnde veiligheids normen in de Europese richtlijnen.

ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR SCHRIFTEN

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van onderstaande instruc- ties kan leiden tot een elektrische schok, brand en/ of ernstig persoonlijk letsel. Bewaar deze instructies goed. De term “elektrisch gereedschap” in onder staande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteits kabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur).

a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werk- omgevingen leiden tot ongelukken.

Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een om- geving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereed- schappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcon- tact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstek- kers en passende stopcontacten verkleinen deNL

kans op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde op- pervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koel kasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c) Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnen- dringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Be- scherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner. f) Gebruik een aardlekbeveiliging (RCD) als niet te voorkomen is dat een powertool moet worden gebruikt in een vochtige omgeving. Gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.

3) Persoonlijke veiligheid

a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektri- sche gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereed schappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.

Gebruik persoonlijke beschermings middelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast ge- bruik van veiligheids voor zieningen, zoals een stof masker, speciale werkschoenen met antislipzo- len, een veiligheidshelm en gehoor bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereed- schap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inschakelt. Instel en andere sleutels aan een ronddraaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden.

Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in on verwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshan gende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen. g) Wanneer er voorzieningen zijn voor de aan- sluiting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt. h) Denk niet dat doordat u gereedschap vaak gebruikt, u wel weet hoe het allemaal werkt en dat u de veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbezonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.

Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid ge- beurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT schakelaar niet werkt. Ieder elek- trisch gereedschap dat niet kan worden in en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereed- schappen, accessoires verwisselt of het elek- trisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veilig heidsmaatregelen houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. d) Berg elektrisch gereedschap dat niet in ge bruik is op buiten bereik van kinderen en laat perso- nen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken.20

Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de han- den van ongeoefende gebruikers.

Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap.

Zorg dat snij en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden. g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, ac- cessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereed- schap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgre- pen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onver- wachte situaties onmogelijk.

5) Gebruik en onderhoud accugereedschap

Laad alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaal- de accu geschikt is, kan brand veroorzaken wan- neer deze met een andere accu wordt gebruikt.

Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de speciaal hiervoor bedoelde accu’s. Gebruik van andere accu’s kan kans op letsel en brand geven. c) Wanneer de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van andere metalen voor- werpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen twee polen kunnen maken. Kortsluiting tussen de ac- cupolen kan brandwonden of brand veroorzaken.

Wanneer de accu niet juist wordt gebruikt, kan er vloeistof uit lopen; raak dit niet aan. Wanneer dit per ongeluk wel gebeurt, spoel dan met wa- ter. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet u een arts raadplegen. De vloeistof uit de accu kan irritaties of brandwonden veroorzaken. e) Gebruiken niet een accu of gereedschap dat beschadigd is of gemodificeerd. Beschadigde of gemodificeerde accu’s kunnen onvoorspel- baar gedrag vertonen, wat brand, explosie of een risico van letsel met zich meebrengt.

Stel een accu over het gereedschap niet bloot aan open vuur of een uitzonderlijk hoge tempe- ratuur. Blootstelling aan vuur of een temperatuur hoger dan 130 °C, kan een explosie veroorzaken. NB De temperatuur van “130 °C” kan worden vervangen door de temperatuur van “265 °F”. g) Houd u aan alle instructies voor het laden en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt aangeduid. Op een onjuiste wijze laden of laden bij temperaturen buiten het aange- duide bereik kan de accu beschadigen en het risico van brand doen toenemen.

Laat uw gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus die alleen gebruikmaakt van identieke vervangings- onderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de powertool intact blijft. b) Voer nooit servicewerkzaamheden uit aan beschadigde accu’s. Alleen de fabrikant of geautoriseerde service-providers mogen ser- vicewerkzaamheden aan accu’s uitvoeren. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR CIRKELZAGEN Zaagmethode

  • GEVAAR: Houd uw handen uit de buurt van de zaagomgeving en het zaagblad. Houd met uw andere hand de extra handgreep of het mo- torhuis vast. Als u de zaagmachine met beide handen vasthoudt, kunnen uw handen niet door het zaagblad verwond worden.
  • Grijp niet onder het werkstuk. De beschermkap kan u onder het werkstuk niet tegen het zaag- blad beschermen.

Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werk- stuk aan. Er dient minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn.

Houdt het te zagen werkstuk nooit in uw hand of op uw been vast. Zet het werkstuk in een stabiele opname vast. Het is belangrijk om het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van contact met het lichaam, vastklemmen van het zaagblad of verlies van de controle te minimaliseren.NL

Houd het werkstuk tijdens het zagen nooit vast met uw handen of uw been. Bevestig het werk- stuk op een stabiel platform. Het is belangrijk om het werk goed te ondersteunen om blootstelling van het lichaam, het inbinden van het lemmet of het verlies van controle te minimaliseren.

  • Gebruik bij het schulpen altijd een aanslag of een rechte randgeleiding. Dit verbetert de zaag- nauwkeurigheid en verkleint de mogelijkheid dat het zaagblad vastklemt.

Gebruik altijd zaagbladen met de juiste maat en vorm (ruitvormig of rond) van het opnameboorgat. Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaagmachine passen, lopen niet rond en leiden tot het verliezen van de controle.

  • Gebruik nooit beschadigde of verkeerde onder- legringen of schroeven voor het zaagblad. De onderlegringen en schroeven voor het zaagblad zijn speciaal geconstrueerd voor deze zaag- machine, voor optimaal vermogen en optimale bedrijfszekerheid. Terugslag – Oorzaken en bijbehorende veiligheids- voorschriften
  • Een terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een vasthakend, vastklemmend of verkeerd gericht zaagblad, die ertoe leidt dat een ongecontroleerde zaagmachine uit het werkstuk omhoogkomt en in de richting van de bedienen- de persoon beweegt.
  • Als het zaagblad in de zich sluitende zaaggroef vasthaakt of vastklemt, wordt het geblokkeerd en slaat de motorkracht de zaagmachine in de richting van de bedienende persoon terug.
  • Als het zaagblad in de zaaggroef wordt gedraaid of verkeerd wordt gericht, kunnen de tanden van de achterste zaagbladrand in het oppervlak van het werkstuk vasthaken, waardoor het zaagblad uit de zaaggroef beweegt en de zaagmachine te- rugspringt in de richting van de bedienende per- soon. Een terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van de zaagmachine. Terugslag kan worden voorko- men door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven.
  • Houd de zaagmachine met beide handen vast en breng uw armen in een stand waarin u de te- rugslagkrachten kunt opvangen. Blijf altijd opzij van het zaagblad en breng het zaagblad nooit op één lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de zaagmachine naar achteren springen. De bedienende persoon kan de terugslagkrachten echter door geschikte voorzorgsmaatregelen beheersen.
  • Als het zaagblad vastklemt of als u de werk- zaamheden onderbreekt, schakelt u de zaagma- chine uit en houdt u deze rustig in het werkstuk totdat het zaagblad tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de zaagmachine uit het werk- stuk te verwijderen of de machine achteruit te trekken zolang het zaagblad beweegt. Anders kan er een terugslag optreden. Stel de oorzaak van het vastklemmen van het zaagblad vast en maak deze ongedaan.
  • Als u een zaagmachine die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaag- blad in de zaaggroef en controleert u of de zaag- tanden niet in het werkstuk zijn vastgehaakt. Als het zaagblad vastklemt, kan het uit het werkstuk bewegen of een terugslag veroorzaken wanneer de zaagmachine opnieuw wordt gestart.
  • Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een vastklemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten aan beide zijden worden ondersteund, zowel in de buurt van de zaagopening als aan de rand.
  • Gebruik geen stompe of beschadigde zaag- bladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd gerichte tanden veroorzaken door een te nauwe zaagopening een verhoogde wrijving, vastklem- men van het zaagblad of terugslag.
  • Draai voor het begin van de zaagwerkzaamhe- den de instellingen voor de zaagdiepte en de zaaghoek vast. Als de instellingen tijdens het zagen veranderen, kan het zaagblad vastklem- men en kan er een terugslag optreden.
  • Wees bijzonder voorzichtig bij zaagwerkzaam- heden in bestaande muren of andere plaatsen zonder voldoende zicht. Het invallende zaagblad kan bij zaagwerkzaamheden in niet-zichtbare voorwerpen blokkeren en een terugslag veroor- zaken. Functie van onderste beschermkap

Controleer voor elk gebruik of de onderste be- schermkap correct sluit. Gebruik de zaagmachi- ne niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en niet onmiddellijk sluit. Klem of bind de onderste beschermkap nooit in de geopende stand vast. Als de zaagmachine op de vloer valt, kan de onderste beschermkap verbogen worden.22

Open de beschermkap met de terugtrekhendel en controleer dat de kap vrij beweegt en dat deze bij alle zaaghoeken en zaagdiepten het zaagblad of andere delen niet aanraakt.

  • Controleer de functie van de veer voor de onderste beschermkap. Als de onderste beschermkap en de veer niet correct werken, dient u de zaagmachine te laten repareren voor- dat u deze gebruikt. Beschadigde delen, plak- kende aanslag of ophoping van spanen laten de onderste beschermkap vertraagd werken.
  • Open de onderste beschermkap met de hand alleen bij bijzondere snedes, zoals „inval- en haakse snedes”. Open de onderste bescherm- kap met de terugtrekhendel en laat deze los zodra het zaagblad in het werkstuk valt. Bij alle andere zaagwerkzaamheden moet de onderste beschermkap automatisch werken.
  • Leg de zaagmachine niet op de werkbank of op de vloer zonder dat de onderste beschermkap het zaagblad bedekt. Een onbeschermd uitlo- pend zaagblad beweegt de zaagmachine tegen de zaagrichting en zaagt wat er in de weg komt. Let op de uitlooptijd van de zaagmachine. EXTRA VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN
  • Grijp niet met uw handen in de spaanafvoer. U kunt zich aan ronddraaiende delen verwonden.
  • Werk met de zaagmachine niet boven uw hoofd. Zo heeft u geen voldoende controle over het elektrische gereedschap.
  • Gebruik een geschikt detectieapparaat om verborgen stroom-, gas- of waterleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke energie- of waterleidingbedrijf. Contact met elektrische leidingen kan tot brand of een elektrische schok leiden. Beschadiging van een gasleiding kan tot een explosie leiden. Breuk van een waterleiding veroorzaakt materiële schade.
  • Gebruik het elektrische gereedschap niet sta- tionair. Het is niet geconstrueerd voor gebruik met een zaagtafel.
  • Gebruik geen zaagbladen van HSS-staal. Derge- lijke zaagbladen kunnen gemakkelijk breken.
  • Zaag geen ijzermetaal. Gloeiende spanen kun- nen de stofafzuiging doen ontbranden.
  • Houd het elektrische gereedschap tijdens de werkzaamheden stevig met beide handen vast en zorg ervoor dat u stevig staat. Het elek- trische gereedschap wordt met twee handen veiliger geleid.
  • Zet het werkstuk vast. Een met spanvoorzienin- gen of een bankschroef vastgehouden werkstuk wordt beter vastgehouden dan u met uw hand kunt doen.
  • Wacht tot het elektrische gereedschap tot stil- stand is gekomen voordat u het neerlegt. Het inzetgereedschap kan vasthaken en dit kan tot het verlies van de controle over het elektrische gereedschap leiden.
  • Cirkelzagen zijn bestemd voor het zagen van hout of houtachtige materialen, ze kunnen niet worden gebruikt met doorslijpschijven voor het doorslijpen van ferrometalen zoals stangen, staven, spijkers enz. Slijpstof kan ervoor zorgen dat bewegende delen zoals de onderste be- schermkap blokkeren. Vonken die bij doorslijpen ontstaan, leiden tot brandplekken bij de onderste beschermkap, de verstekzaagbak en andere kunststof onderdelen.
  • Gebruik alleen zaagbladen die een snelheidsmar- kering hebben die gelijk is aan of hoger is dan de snelheid die is gemarkeerd op de machine.
  • Gebruik uitsluitend zaagbladen waarvan de specificaties overeenkomen met die in deze bedieningshandleiding en zaagbladen die zijn getest en gemarkeerd in overeenstemming met EN 847-1.

2. TECHNISCHE INFORMATIE

Bedoeld gebruik Deze cirkelzaag is bedoeld voor het overlangs, dwars en in verstek zagen van hout terwijl de grondplaat stevig op het werkstuk blijft rusten. Kunststoffen of metalen zagen is niet toegestaan. Het elektrisch gereedschap met het gemonteerde zaagblad is ontworpen voor het met voldoende ca- paciteit zagen van hardhout en zachthout, en ook van spaanplaat en vezelplaat. Het zaagblad is niet ontworpen voor het zagen van brandhout. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere dan die in de handleiding worden beschreven materialen.NL

Model Nr. CS502AC Voltage 230-240 V~Frequentie 50 HzOpgenomen vermogen 1200 WOnbelast toerental 5500/min.Zaagblad afmeting Ø185x Ø20x2.4mmMax. Zaagcapaciteit 0° 65mmMax. Zaagcapaciteit 45° 43mmIP Class IP20Gewicht 3.47 kgGeluidsdruk LPA 92.8 dB(A), K=3dB(A)Geluidsniveau LWA 103.8 dB(A), K=3dB(A)Trillingen 3.201 m/s2 K=1.5 m/s2 Trillingsniveau Het trillingsemissieniveau, dat in deze gebruiksaan- wijzing wordt vermeld, is gemeten in overeenstem- ming met een gestandaardiseerde test volgens EN 62841; deze mag worden gebruikt om twee machi- nes met elkaar te vergelijken en als voorlopige be- oordeling van de blootstelling aan trilling bij gebruik van de machine voor de vermelde toepassingen.

  • Het gebruik van de machine voor andere toe- passingen, of met andere of slecht onderhou- den accessoires, kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen.
  • Wanneer de machine is uitgeschakeld of wan- neer deze loopt maar geen werk verricht, kan dit het blootstellingsniveau aanzienlijk reduceren. Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trilling door de machine en de accessoires te onderhouden, uw handen warm te houden en uw werkwijze te organiseren. BESCHRIJVING De nummers in de tekst verwijzen naar de diagram- men op pagina 2-3.

2. Aan/uit schakelaar

3. Knop voor vergrendeling in de Uit-stand

6. Schaalverdeling voor verstekhoek

7. Klembout voor verstekhoek

8. Zaagmerkteken, 45°

9. Zaagmerkteken, 0°

10. Klembout voor parallelle geleiding

12. Hendel voor het terugtrekken van de onderste

20. Hendel voor diepteafstelling

21. Schaalverdeling voor diepteafstelling

Schakel voor montage altijd de machine uit en verwijder de netstekker uit het stopcon- tact. Het zaagblad vervangen (Afb. A, B) Draag beschermende handschoenen wanneer u het zaagblad monteert. Gevaar voor persoonlijk letsel wanneer u het zaagblad aanraakt. Gebruik alleen zaagbladen waarvan de typische gegevens overeenkomen met die in de bedieningsinstructies. Gebruik de machine onder geen enkele omstandigheid met slijpschijven als zaaggereedschap. U kunt voor het vervangen van het zaag blad het beste de diepte instellen op 0mm en de verstek- hoek instellen op 0°. Daarna kan de machine op z’n zijde worden geplaatst, rustend op de motor-behui- zing en de grondplaat. Het zaagblad verwijderen

1. Druk de knop (19) voor de asvergrendeling in en

houd de knop ingedrukt.

2. Draai de klembout (15) met de bijgeleverde

inbussleutel naar links los.

3. Verwijder de klembout (15) en de klemflens (16).24

4. Trek de onderste beschermkap (14) terug met

de hendel (12) en verwijder het zaagblad. Het zaagblad monteren

1. Reinig het zaagblad en alle te monteren kle-

2. Trek de onderste beschermkap (14) terug met

de hendel (12) en monteer het zaagblad. Let erop dat de pijl op het zaagblad in dezelfde richting moet wijzen als de pijl op de onderste beschermkap (14).

3. Monteer de klemflens (16). Let erop dat de

vlakke zijden van de klemflens overeen moeten komen met de vlakke zijden van de schacht van het zaagblad. Controleer ook dat de bolle zijde van de klemflens naar buiten is gemonteerd.

4. Druk de knop (19) voor de asvergrendeling in en

houd de knop ingedrukt.

5. Monteer de klembout (15) met de bijgeleverde

inbussleutel en de bout naar rechts vast. De parallelle geleiding bevestigen (Afb. D)

1. Draai de klembout voor de parallelle geleiding

3. Stel de gewenste zaagbreedte in met de schaal-

verdeling op de parallelle geleiding (22) en met het zaagmerkteken op de grondplaat (17). Het zaagmerkteken voor 45° (8) geeft de positie aan van het zaagblad voor zaagsneden onder een hoek van 45°. Het zaagmerkteken voor 0° (9) geeft de positie aan van het zaagblad voor zaagsneden onder een rechte hoek.

De machine in-/uitschakelen (Afb. A,B)

  • U kunt de machine starten door op de knop (3) voor vergrendeling de Uit-stand te drukken en ingedrukt te houden en op de Aan/Uit-schake- laar (2) te drukken.
  • U kunt de machine uitschakelen door op de Aan/Uit-schakelaar (2) te drukken. De zaaghoek instellen (Afb. A, B) Het 0 ° zaagmerkteken (9) geeft de positie van het zaagblad aan voor rechte zaagsneden. Het 45 ° zaagmerkteken (8) geeft de positie van het zaag- blad aan voor 45 ° zaagsneden.

1. Draai de klembout (7) los.

2. Stel de grondplaat (17) in op de gewenste posi-

tie (0 ° - 45 °). De zaaghoek (verstek) kan op de schaalverdeling (6) worden afgelezen.

3. Draai de klembout (7) vast.

Instellen van de zaagdiepte (Afb. C)

1. Draai de hendel voor diepteafstelling (20) los.

2. Verplaats de grondplaat (17) naar de gewens-

te positie. De zaagdiepte is af te lezen op de Schaalverdeling (21).

3. Draai de hendel voor diepteafstelling aan (20).

  • Klem het werkstuk vast zodat u beide handen vrij hebt om de cirkelzaag vast te houden en te bedienen.
  • Schakel de cirkelzaag in en plaats de zaagbo- dem op het werkstuk.
  • Beweeg langzaam naar de vooraf afgetekende zaaglijn en druk de cirkelzaag langzaam vooruit.
  • Druk de zaagbodem stevig tegen het werkstuk.
  • Laat de cirkelzaag het werk doen! Druk daarom niet te hard tegen de cirkelzaagmachine.

Verbreek altijd eerst de aansluiting op de stroomvoorziening en voer dan pas onderhoudswerk aan de machine uit. Reinig de machinebehuizing regelmatig met een zachte doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik. Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en vuil zijn. Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmid- delen als benzine, alcohol, ammonia, etc. Dergelij- ke stoffen beschadigen de kunststof onderdelen. MILIEU Defecte en/of afgedankte elektrische of elektronische gereedschappen dienen ter verwerking te worden aangeboden aan een daarvoor verantwoordelijke instantie. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet weg bij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012/19/ EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaalFR

recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. GARANTIE VONROC producten zijn ontworpen volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en gegarandeerd vrij van defecten, zowel materieel als fabrieksfou- ten, tijdens de wettelijk vastgestelde garantiepe- riode vanaf de eerste aankoopdatum. Mocht het product tijdens deze periode gebreken vertonen veroorzaakt door defecte materialen en/of fabrieks- fouten, neem dan rechtstreeks contact op met VONROC. De volgende situaties vallen niet onder de garantie:

  • Er zijn reparaties of aanpassingen aan de machine uitgevoerd, of er is een poging daartoe ondernomen, door een nietgeautoriseerd ser- vicecentrum.
  • De machine is misbruikt, verkeerd gebruikt of slecht onderhouden.

Er zijn niet-originele reserveonderdelen gebruikt

Dit vormt de enige garantie opgesteld door het be- drijf zowel expliciet als impliciet. Er bestaan geen andere garanties expliciet of impliciet welke verder gaan dan deze garantie, inclusief impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor bepaalde doeleinden. In geen enkel geval kan VONROC aansprakelijk worden gesteld voor inci- dentele schade of gevolgschade. Reparaties van dealers zijn gelimiteerd tot de reparatie of vervan- ging van defecte producten of onderdelen. Het product en de gebruikershandleiding zijn onderhevig aan wijzigingen. Specificaties kunnen zonder opgaaf van redenen worden gewijzigd.