HDS 1320 De Tr1 - Hogedrukreiniger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HDS 1320 De Tr1 Kärcher in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HDS 1320 De Tr1 Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hogedrukreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HDS 1320 De Tr1 - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HDS 1320 De Tr1 van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING HDS 1320 De Tr1 Kärcher
Algemene instructies.... 89
Milieubescherming....89
Symbolen op het apparaat.... 89
Reglementair gebruik.... 89
Veiligheidsinstructies 89
Functie 89
Veiligheidsinrichtingen 89
Overzicht apparaat.... 90
Inbedrijfstelling 92
Bediening 93
Vervoer 95
Opslag....95
Verzorging en onderhoud 96
Hulp bij storingen 99
Garantie 101
Toebehoren en reserveonderdelen.... 101
EU-conformiteitsverklaring.... 101
Algemene instructies

Lees deze oorspronkelijke gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat voor het eerst gebruikt, handel dienovereenkom-
stig en bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of voor de volgende eigenaars.
- Bij transportschade de dealer onmiddellijk op de hoogte brengen.
- Verpakkingsinhoud bij het uitpakken controleren.
- Vóór de eerste inbedrijfstelling absoluut veiligheids-instructies nr. 5.951-949.0 lezen.
Milieubescherming

De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering
een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet sa- men met het huisvuil af.
Instructies betreffende ingrediënten (REACH)
Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH
Aanvullende opmerkingen inzake de milieubescherming
Zorg ervoor dat motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de grond en verwijder afgewerkte olie op milieuvriendelijke wijze.
Symbolen op het apparaat

De hogedrukstraal niet op personen, die- ren, actieve elektrische uitrusting of het apparaat zelf richten.
Het apparaat tegen vorst beschermen.

Gevaar door elektrische spanning. Uitsluitend elektriciens of daartoe bevoegde vakmensen mogen werkzaamheden aan de elektrotechnische installatie uitvoeren.

Waarschuwing voor risico op kneuzing!

Gevaar voor oog- en gehoorschade. Ogen- en gehoorbescherming dragen.

Gezondheidsrisico door giftige uitlaatgassen. Adem de uitlaatgassen niet in.

Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken.
Geldt alleen voor Duitsland: Het apparaat is niet voor mobiel (niet-stationair) gebruik bedoeld.
- Het apparaat wordt speciaal gebruikt op plaatsen waar geen elektrische aansluiting beschikbaar is en met heet water moet worden gewerkt.
- Reinigen van: machines, voertuigen, bouwwerken, gereedschap, gevels, terrassen, tuintoestellen etc.
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Bij gebruik in tankstations of andere gevarenzones Neem de desbetreffende veiligheidsvoorschriften in acht.
Zorg ervoor dat afvalwater dat minerale olie bevat niet in de grond, het water of de riolering terechtkomt. Het wassen van motoren en onderkanten van auto's daar- om alleen uitvoeren op daartoe bestemde plaatsen met olieafscheider.
Grenswaarden voor de watertoevoer
LET OP
Veryuild water
Vroegtijdige slijtage of afzettingen in het apparaat Gebruik het apparaat enkel met zuiver water of met recyclingwater dat de grenswaarden niet overschrijdt. Voor de watertoevoer gelden volgende grenswaarden:
| pH-waarde 6,5-9,5 | |
| Elektrische geleidbaarheid | Geleidbaarheid van schoon water+1200 μS/cm |
| bezinkbare stoffen ** < 0,5 | mg/l |
| uitfilterbare stoffen *** < 50 | mg/l |
| Koolwaterstoffen < 20 mg/l | |
| Chloride | < 300 mg/l |
| Sulfaat | < 240 mg/l |
| Calcium | < 200 mg/l |
| Totale hardheid | < 28 °dH< 50 °TH< 500 ppm (mgCaCO3/l) |
| IJzer | < 0,5 mg/l |
| Mangaan | < 0,05 mg/l |
| Koper | < 2 mg/l |
| Actieve chloor | < 0,3 mg/l |
| vrij van onaangename geuren | |
| * Maximaal totaal 2000 μS/cm** Monstervolume 1 l, bezinktijd 30 min*** Geen abrasieve stoffen | |
Veiligheidsinstructies
GEVAAR
- Gebruik het apparaat nooit in gesloten ruimten.
- Bewaar, mors of gebruik dieselbrandstof niet in de buurt van open vuur of apparaten zoals kachels, verwarmingsketels, boilers etc. die een waakvlam hebben of vonken kunnen veroorzaken.
• Vul de brandstoftank nooit te vol.
Algemeen
- Neem de betreffende nationale voorschriften van de welgever voor vloeistofstralers in acht.
- Overeenkomstige nationale voorschriften van de wetgever inzake ongevallenpreventie in acht nemen. Vloeistofstralers moeten regelmatig worden getest en het resultaat van de test moet schriftelijk worden vastgelegd.
- De verwarmingseenheid van het apparaat is een stookinrichting. Laat het verbrandingssysteem regelmatig controleren volgens de respectieve nationale voorschriften van de wetgever.
- Geldt alleen voor apparaten met een aanbouwset stoommodus: Conform geldende nationale bepalingen moet deze hogedrukreiniger bij industrieel gebruik voor de eerste keer door een bekwame persoon in bedrijf worden gesteld. KÄRCHER heeft deze eerste inbedrijfstelling al voor u uitgevoerd en gedocumenteerd. U kunt deze documentatie op verzoek opvragen bij uw KÄRCHER partner. Gelieve bij de documentatie-aanvraag het onderdelen- en fabrieksnummer van uw apparaat te vermelden.
- Geldt alleen voor apparaten met een aanbouwset stoommodus: We wijzen u erop dat het apparaat conform de geldende nationale bepalingen regelmatig door een bekwame persoon moet worden getest. Neem daarvoor contact op met een KÄRCHER partner.
- U mag aan het apparaat en het toebehoren ervan geen wijzigingen uitvoeren.
Bandenuitrusting
ΔGEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Banden kunnen losraken bij hoge snelheid. Bij voertuigen met goedkeuring voor 100 km/h: Banden mogen niet ouder zijn dan zes jaar. Bij beschadiging, deuk-/scheurvorming aan de wang, profielslijtage.... moeten de banden onmiddellijk worden vervangen.
Hogedrukslang
ΔGEVAAR
Gevaar voor letself!
- Gebruik uitsluitende originele hogedrukslangen.
- De hogedrukslang en de spuitinstallatie moeten voor de in de Technische gegevens vermelde maximale bedrijfsdruk geschikt zijn.
• Vermijd contact met chemicaliën. - Controleer dagelijks de hogedrukslangen. Gebruik geknikte slangen niet langer. Als de buitenste draadlaag zichtbaar is, gebruik dan hogedrukslang niet meer.
- Gebruik een hogedrukslang met beschadigde schroefdraad niet langer.
- Leg de hogedrukslang zodanig dat deze niet kan worden overreden.
- Gebruik een door overrijden, knikken, schokken belaste slang niet meer, ook als er geen beschadiging zichtbaar is.
- Berg de hogedrukslang zodanig op dat er geen mechanische belastingen optreden.
Functie
- De hogedrukpomp wordt via een tussenbak door een dieselmotor aangedreven,
- Tussen vlotterreservoir en hogedrukpomp wordt het water verwarmd via een warmtewisselaar, die zich in het koelcircuit van de motor bevindt.
- Bij ononderbroken straalbedrijf schakelt de overstroomklep op drukloze watercirculatie en loopt de motor verder stationair.
- Het water wordt onder druk verwarmd door een brander op olie.
- Bij het werken met heet water wordt aan het water onthardingsvloeistof gedoseerd toegevoegd.
- Alleen HDS 9/50, HDS 13/35 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20): Via de toerentalbesturing van de motor kan de bedrijfsdruk worden gekozen.
- Alleen HDS 13/20, HDS 17/20: De hogedrukpomp zuigt reinigingsmiddelen aan. De hoeveelheid reinigingsmiddel in het water kan worden ingesteld door middel van een doseerventiel.
- Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie): Aanbouwset voor onkruidverwijdering met heel water.
- Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie): Aanbouwset voor reiniging en desinfectie met stoom.
Veiligheidsinrichtingen
Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten werking worden gesteld of worden overbrugd.
Noodstopschakelaar
- Voor de onmiddellijke buitenwerkingstelling van alle functies: Druk de noodstopschakelaar in.
Veiligheidsschakelaar voorste kap
- Het apparaat kan alleen in bedrijf genomen worden, wanneer de voorste kap gesloten is.
- Wanneer de voorste kap tijdens het bedrijf geopend wordt, wordt het apparaat uitgeschakeld en brandt het controlelampje Voorste kap/noodstop rood.
Overstroomklep
- Wanneer het handspuitpistool gesloten is, gaat de overstroomklep open en voert de hogedruppomp het water terug naar het vlotterreservoir. Hierdoor wordt een overschrijding van de toegelaten werk-druk voorkomen.
- Alleen HDS 13/20, HDS 17/20: Bij het verminderen van de waterhoeveelheid met de druk-/hoeveelheidregeling aan het handspuitpistool, opent de overstroomklep en stroomt een deel van het water terug in het vlotterreservoir of de watertanks (naargelang de stand van de kogelkraan terugloopom-schakeling).
- De overloopklep is af fabriek ingesteld en verzegeld. Instelling alleen door de klantenservice.
Veiligheidsklep
- De veiligheidsklep gaat open, als de overstroomklep resp. de drukschakelaar defect is.
- De veiligheidsklep is af fabriek ingesteld en verzegeld. De instelling wordt alleen uitgevoerd door de klantenservice.
Laadstroombewaking batterij
- Bij ontoereikende laadstroom van de dynamo voor het laden van de batterij wordt het apparaat uitgeschakeld.
• Display storing: ERROR 1
Temperatuurbewaking wateringang resp. koelwater
- Wanneer de wateringangstemperatuur de maximaal toelaatbare temperatuur overschrijdt, wordt het apparaat uitgeschakeld.
- Wanneer de koelwatertemperatuur de maximaal toelaatbare temperatuur overschrijdt, wordt het apparaat uitgeschakeld.
• Display storing: ERROR 3
Watertekortbeveiliging vlottertank
- De watertekortbeveiliging verhindert het inschakelen van de motor bij watertekort.
- Display storing: ERROR 4
Watertekortbeveiliging brander
- De watertekortbeveiliging (stromingsschakelaar) voorkomt oververhitting van de brander bij watertekort. De brander start pas, als er voldoende watertoevoer is.
• Display storing: ERROR 5
Drukschakelaar/stromingsschakelaar
- De combinatie drukschakelaar/stromingsschakelaar schakelt het apparaat uit bij watertekort of lekkage.
• Display storing: ERROR 5
Bewaking vulniveau brandstof
- Bij tekort aan brandstof (brandstofreservoir leeg) wordt het apparaat uitgeschakeld.
Instructie
Als u het apparaat uit- en inschakelt, kan het telkens 5 minuten verder draaien, tot het brandstofreservoir volledig leeg is.
- Bij defecte brandstofvoeler wordt het apparaat uitgeschakeld.
• Display storing: ERROR 6
Motorolie druk
- De drukschakelaar schakelt de motor uit bij onder-schrijding van de minimale motorliedruk.
• Display storing: ERROR 7
Afvoergas-temperatuurbegrenzer
- De uitlaatgasbegrenzer schakelt de brander uit bij het bereiken van een te hoge uitlaatgastemperatuur.
• Display storing: ERROR 9
Temperatuurbewaking brander
- Wanneer de watertemperatuur aan de branderuitgang de maximaal toelaatbare temperatuur overschrijdt, schakelt het apparaat de brander uit.
- Bij defecte temperatuurvoeler schakelt het apparaat de brander uit.
• Display storing: ERROR 10
Vlambewaking
- De vlambewaking schakelt de brander uit bij een branderstoring.
• Display storing: ERROR 11 resp. 12
Uitschakeling na overschrijding van de tijd voor bedrijfsgereedheid of continu gebruik
- Wanneer de tijd voor bedrijfsgereedheid of continu gebruik van 45 minuten wordt overschreden, schakelt de elektronica het apparaat uit (fabrieksinstelling).
• Display storing: ERROR 14 resp. 15
Beveiligingspal
De beveiligingspal aan het handspuitpistool verhindert onbedoeld inschakelen van het apparaat.
Overzicht apparaat
Beschrijving apparaat

① Reflector (aan beide zijden)
② Achterkap
③Gecombineerde rem-/achterlichten met rijrichtings-indicatie (links)
④ Slangdoorvoering bij gesloten achterkap
⑤ Vergrendeling achterkap
⑥ Kenteken met kentekenverlichting
⑦Gecombineerde rem-/achterlichten met rijrichtings-indicatie (rechts)
⑧Verzonken greep in voorste kap (aan beide zijden)
⑨ Zijlichten (aan beide zijden)
⑩Wielkeg
11 Steunwiel
⑫Vanghaak
⑬ Stekkerverbinding voertuigverlichting
14 Trekkoord
⑮Trekstang
16Parkeerrem
⑰Koppelingshendel
⑱Houder voor stekkerverbinding voertuigverlichting
⑲Steunwielslinger
⑳Vergrendeling voorste kap
②1 Voorste kap
⑳uitlaatgasopening
23Hefoog

① Dieselmotor
② tussenbak
③ Hogedrukpomp
④Veiligheidsblok brander
⑤ Uitlaat
⑥ Expansievat motorkoelwater
⑦Onderhoudsopening watertank (links)
⑧ Luchtfilter
⑨Typeplaatje
10Batterij
⑪ Chassisnr.
⑫ Branderventilator
13 Brandstofpomp
⑭ Doorstroomverwarmer
⑮Ontstekingstransformator
⑯Onderhoudsopening watertank (rechts)
⑰Reinigingsmiddelreservoir
⑱Filter aan de reinigingsmiddel-zuigslang
⑲Reinigingsmiddelzuigslang met niveauvoeler
20 Reinigingsmiddel doseerklep
②1 Opbergvak voor handspuitpistool
22 Opbergvak voor straalbuis
23 Hogedrukslang
24 Hogedrukslangtrommel
25 Noodstopschakelaar
26 Lagedrukslangtrommel
27 Reservoir voor onthardingsvloeistof
28 Antivriesreservoir
⑲Vulopening brandstofreservoir met zeef
30 Kogelkraan antivries
③1 Niveau-indicatie watertanks
③2Vlotterbak
③3Toerentalbesturing
③4 Vulopening vlotterreservoir met afdekking/vleugelschroef
③5 Vulopening voor onthardingsvloeistof
36 Kogelkraan terugloopomschakeling
37 Schakelkast
38Afdekplaat (rechts)
⑲Afdekplaat (links)
④0Toevoerkraan watertanks
41Aflaatkraan
④2Vorstbeschermingsslang
④3Waterslang
④4 Wateringangsfilter
45Manometer
46 Toevoer antivries resp. parkeerpositie voor GEKA-lagedrukaansluiting
④7 Terugloop antivries resp. parkeerpositie voor hoge-drukaansluiting
48Tankdop
49 Bedieningsveld
Bedieningsveld

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 V2.0 V3.00/OFF = uit
①Display
② Apparaatschakelaar
③Controlelampje voorgloeien (rood)
④ Controlelampje gereed voor gebruik (rood)
⑤ Sleutelschakelaar
⑥Bedrijfsmodus onkruidverwijdering V2.0 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20)
⑦Controlelampje voorste kap/noodstop (rood)
⑧ Bedrijfsmodus koud/warm water (0-100 °C)
⑨ Bedrijfsmodus vorstbescherming
⑩ Bedrijfsmodus onkruidverwijdering V3.0 & V5.0 resp. bedrijfsmodus stoommodus (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20)
Registratiedossier
Het registratiedossier voor het apparaat wordt opgeborgen in de elektrische kast. De kast is vergrendeld voor transport.
Display normaal bedrijf

text_image
1 RM110 OK ON 121h 279.2 5 4 3 2① Brandstofreservoir (balkdiagram)
② Motor aan (ON) resp. motor uit (OFF)
③Reservoir voor onthardingsvloeistof RM110/reinigingsmiddelreservoir CHEM (OK/empty)
④Bedrijfsurenteller
⑤Bedrijfsuren tot de volgende service
Instructie
De indicatie van de reinigingsmiddelenreservoir is alleen voorhanden als het reinigingsmiddelenreservoir eenmaal tevoren als vol herkend werd.
Tijdens normaal bedrijf verschijnen op het display van de besturing afwisselend de volgende weergaven:
- Normaal bedrijf
- Service: Noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden door de klantenservice (zie Verzorging en onderhoud).
Is er sprake van meerdere onderhoudswerkzaamheden die moeten worden uitgevoerd, dan worden deze een voor een weergegeven.
Zijn er geen aanstaande onderhoudsafspraken, dan komt deze weergave te vervallen. - Storing: Opgetreden storing (zie Hulp bij Storingen). Is er sprake van meerdere storingen, dan worden deze één voor één weergegeven.
Is er geen sprake van storingen, dan komt deze weergave te vervallen.
① Brandstofreservoir (balkdiagram)
② Bedrijfsmodus vorstbescherming
Hogedrukpistool

text_image
5 HDS 9/50 HDS 13/35 4 3 2 1① Veiligheidspal van het hogedrukpistool
②Hogedrukpistool
③ Straalbuis
④Wartelmoer
⑤ Hogedruksproeier

text_image
HDS 13/20 HDS 17/20 5 4 3 6 7 1 8 2 7①Veiligheidspal van het hogedrukpistool
② Hogedrukpistool EASY!Force
③ Straalbuis EASY!Lock
④Wartelmoer EASY!Lock
⑤ Hogedruksproeier
⑥Druk-/volumeregeling op het hogedrukpistool
⑦Veiligheidshendel
⑧Triggerhendel
Inbedrijfstelling
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Apparaat, toebehoren, toevoerleidingen en aansluitingen moeten in een perfecte toestand zijn.
Als dat niet het geval is, dan mag het apparaat niet worden gebruikt.
Apparaat opstellen en uitlijnen
LET OP
Oververhitting van het apparaat
Vermijd oververhitting van het apparaat.
Zorg ervoor dat de opstelplaats voldoende geventileerd is.
LET OP
Gevaar van storingen en schade aan het apparaat.
Het apparaat moet tijdens de werking horizontaal staan.
- Opstelplaats zo kiezen, dat de uitlaatgasopening niet afgedekt wordt.
- Parkeerrem vergrendelen.
- Steunwiel met de zwengel naar beneden laten.
- Breektouw van het trekkend voertuig losmaken.
- Stekkerverbinding voertuigverlichting eruit halen en in het daarvoor bestemde opbergvak aan de trekstang steken.
- Apparaat met de wielkeggen tegen wegrollen bor- gen.
- Trekkend voertuig afkoppelen.
- Apparaat horizontaal stellen met behulp van het steunwiel.
Voorste kap openen/sluiten
- De vergrendeling van de voorste kap indrukken. De voorste kap gaat iets open.
- Ontgrendel de vanghaak door deze eruit te trekken. De voorste kap zwenkt automatisch naar boven. Bij het sluiten erop letten dat de vanghaak vastklikt.
Motor
- Oliepeil van de motor controleren. Apparaat niet in bedrijf stellen, als het oliepeil onder 'MIN' is.
- Indien nodig, olie bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)
tussenbak
- Oliepeil op het oliekijkglas van de tussenbak controleren
- Indien nodig, olie bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)
Hogedrukpomp
- Controleer het oliepeil op het oliereservoir of de peilstok van de hogedrukpomp.
- Indien nodig, olie bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)
Koelvloeistof
- Vloeistofpeil van de koelvloeistof in het expanslevat motorkoelwater bij koude motor controleren. Het vloeistofpeil moet tussen MIN en MAX liggen.
- Indien nodig, koelvloeistof bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)
- Antivriesconcentratie in het expansievat controle- ren.
- Indien nodig, antivries bijvullen. (zie Verzorging en onderhoud)
Luchtfilter
- Luchtfilter controleren.
- Zo nodig luchtfilter reinigen/vervangen. (zie Verzorging en onderhoud)
Onthardingsvloeistof bijvullen
- De onthardingsvloeistof verhindert zeer effectief de verkalking van de verwarmingsslang bij het werken met kalkhoudend leidingwater. Het wordt druppelsgewijs gedoseerd aan de toevoer van de vlottertank.
- De dosering is in de fabriek op een gemiddelde waterhardheid ingesteld.
Instructie
In de leveringsomvang is een proeffles met onthardingsvloeistof inbegrepen.
- Vulopening voor onthardingsvloeistof openen.
- Onthardingsvloeistof bijvullen.
- Vulopening voor onthardingsvloeistof sluiten.
Brandstof bijvullen
ΔGEVAAR
Ongeschikte brandstof
Explosiegevaar
Vul alleen dieselbrandstof of lichte stookolie bij. Ongeschikte brandstoffen, bijv. benzine, mogen niet worden gebruikt.
Instructie
Bij gebruik van biodiesel B5 (conform EN 14214 - Europese standaard) behoeven geen bijzondere bedrijfs.- service- en onderhoudsbepalingen in acht te worden genomen.
Instructie
Bij gebruik van biodiesel B6 tot B20 (conform EN 14214 - Europese standaard) zijn ombouwmaatregelen van de dieselmotor vereist. Bovendien moeten bijzondere bedrijfs-, service- en onderhoudsbepalingen in acht worden genomen. Wendt u tot een bevoegde Yanmar-dealer.
- Open de tankdop.
- Dieselolie via vulopening van het brandstofreservoir vullen.
- Tankdop sluiten.
- Overgelopen dieselolie afvegen.
Reinigingsmiddel bijvullen
Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:
ΔGEVAAR
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Gevaar voor letsel
Alleen KÄRCHER-producten gebruiken.
In geen geval oplosmiddel (bijvoorbeeld benzine, ace- ton, verdunningsmiddel) bijvullen.
Het contact met ogen en huid vermijden.
De veiligheids- en hanteringsaanwijzingen van de reini- gingsmiddelfabrikant in acht nemen.
Instructie
Kärcher biedt een individuel assortiment reinigings- en verzorgingsproducten. Uw dealer adviseert u graaq.
- Reinigingsmiddel bijvullen/verversen
Batterij
Instructie
Het apparaat is standaard uitgerust met een onderhoudsvrije batterij.
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingsinstructies:
| Aanwijzingen op de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuiggebruiksaanwijzing naleven! | |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonken, open licht en roken verboden! |

Gevaar van brandwonden!

Eerste hulp!

Waarschuwingstekst!

Verwijdering!

Accu niet in vuilnisbak gooien!
⚠ GEVAAR
Explosiegevaar!
Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.
⚠ WAARSCHUWING
Vergiftigingsgevaar!
Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na werkzaamheden aan batterijen altijd de handen was- sen.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar van brandwonden!
Bij werkzaamheden met accuzuur zuurvaste veiligheidsbril, handschoenen en schort dragen.
Accu laden
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Neem bij de omgang met accu's de veiligheidsvoorschriften en de gebruiksaanwijzing van de opladerfabrikant in acht.
Laad de accu alleen met een geschikt oplaadapparaat.
1. Accu loskoppelen.
2. Verbind de pluspoolleiding van de oplader met de pluspoolaansluiting van de accu.
3. De minpoolleiding van de oplader met de minpool-aansluiting van de accu verbinden.
4. Netstekker aansluiten en oplaadapparaat inschakelen.
5. Laad de accu op met een zo laag mogelijke laadstroom.
Hogedrukpistool, straalbuis, mondstuk en hogedrukslang monteren
- Straalbuis verbinden met handspuitpistool.
- Schroefverbinding van de staalbuis handvast aan-draaien.
- Hogedruksproeier in wartelmoer plaatsen.
- Wartelmoer monteren en vast aanspannen.
- Hogedrukslang aansluiten op hogedrukpistool.
LET OP
Beschadigingsgevaar!
Hogedrukslang staat onder druk.
Rol de hogedrukslang altijd volledig af.
Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:
Instructie
Het EASY!Lock-systeem verbindt componenten door een snelschroefdraad met slechts een omwenteling snel en veilig.
Wateraansluiting
Aansluitwaarden zie Technische gegevens.
- Waterslang van de slangtrommel afrollen en aan de watertoevoer (bv. waterkraan) aansluiten.
Watertanks vullen
- Toevoerkraan watertanks openen.
- Waterslang van de slangtrommel afrollen en aan de watertoevoer (bv. waterkraan) aansluiten.
- Watertoevoer openen.
De watertanks worden gevuld via het vlotterreservoir. Wanneer de watertanks gevuld zijn, sluit de vlotterklep in het vlotterreservoir. - Watertoevoer sluiten.
- Waterslang van de watertoevoer halen.
- Waterslang op de slangtrommel rollen.
Bediening
GEVAAR
Brandbare vloeistoffen
Explosiegevaar
Sproei geen ontvlambare vloeistoffen.
ΔGEVAAR
Gebruik zonder straalbuis
Gevaar voor letsel
Gebruik het apparaat nooit zonder gemonteerde straal- buis.
Controleer voor elk gebruik of het mondstuk stevig vastzit. De schroefverbinding van de straalbuis moet handvast zijn vastgedraaid.
ΔGEVAAR
Hogedrukwaterstraal
Gevaar voor letsel
Bevestig de trekker en de veiligheidshendel nooit in ge- activeerde positie.
Gebruik het hogedrukpistool niet als de veiligheidshendel beschadigd is.
Plaats voor alle werkzaamheden aan het apparaat de veiligheidsgrendel van het hogedrukpistool naar voren. Houd de hogedrukpistool en de straalbuis met beide handen vast.
LET OP
Gebruik met een lege brandstoftank
Vernieling van de brandstofpomp
Gebruik het apparaat nooit met een lege brandstoftank.
Hogedrukpistool openen/sluiten
- Hogedrukpistool openen: De veiligheidshendel en de trekker bedienen.
- Hogedrukpistool sluiten: De veiligheidshendel en de trekker loslaten.
Mondstuk vervangen
ΔGEVAAR
Gevaar voor letsel!
Het hogedrukpistool staat onder druk.
Schakel het apparaat uit vóór vervanging van sproeier en bedien het hogedrukpistool tot het apparaat drukloos is.
- Apparaat uitschakelen en hogedrukpistool bedienen tot het apparaat drukloos is.
- Het hogedrukpistool beveiligen; hiervoor de veiligheidspal naar voren duwen.
- Mondstuk vervangen.
Watertoevoer
De watervoorziening kan ofwel via een externe watervoorziening ofwel via de interne watertanks (2x 250 liter) gebeuren.
Kogelkraan terugloopomschakeling
- Stand parallel aan de rijrichting: Bij geopende overstroomklep stroomt het terugloopwater van de h groupedrukpomp naar vlotterreservoir.
Instructie
Als het handspuitpistool bij deze kogelkraanstand wordt gesloten, dan kan het apparaat mogelijk na enkele minuten uitschakelen vanwege een te hoge temperatuur (zie Hulp bij Storingen/ERROR 3).
- Stand haaks op de rijrichting: Bij geopende overstroomklep stroomt het terugloopwater van de hogedrukpomp naar de watertanks.
Externe watertoevoer
- De bedieningshendel van de kogelkraan terug- loopomschakeling parallel aan de rijrichting stellen (20L).
- Toevoerkraan watertank sluiten.
Interne watervoorziening
- De bedieningshendel van de kogelkraan terug- loopomschakeling haaks op de rijrichting stellen (500L).
- Toevoerkraan watertanks openen.
Apparaat inschakelen
Instructie
Het apparaat kan uitsluitend met gesloten voorste kap worden gebruikt. Bij het openen van de voorste kap wordt het apparaat uitgeschakeld en brandt het contro-lelampje.
Instructie
Tot het uiteindelijk bereiken van de bedrijfsdruk kan het toerental van de motor variëren op basis van het ontluchtingsproces.
- Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken.
- Achterste kap openen.
- Watertoevoer tot stand brengen.
- Sleutel in de sleutelschakelaar steken.
-
Alleen bij koude motor: sleutelschakelaar voor het voorgloeien van de motor naar links draaien en vasthouden, totdat controlelampje Voorgloeien dooft.
-
Sleutelschakelaar op positie "l" draaien. Het controlelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspanning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand.
- Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.
- Hoofdschakelaar op werking met koud/heet water stellen.
- Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.
- Open het hogedrukpistool.
Gebruik met koud water
- Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.
Gebruik met heet water
ΔGEVAAR
Heet water
Gevaar voor brandwonden
Vermijd contact met heet water.
- De apparaatschakelaar op de gewenste arbeidstemperatuur (max. 100 °C) instellen. De brander wordt ingeschakeld.
Toerentalbesturing
Alleen HDS 9/50, HDS 13/35 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20):
Instructie
Wanneer het toerental van de motor wordt verhoogd, stijgt ook de bedrijfsdruk. Deze kan op de manometer worden afgelezen.
• Toerental verhogen:
2. hendel van de toerentalbesturing naar boven drukken.
• Toerental verlagen:
3. hendel van de toerentalbesturing naar beneden drukken.
Werkdruk en opvoerhoeveelhid instellen
Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:
- Werkdruk en opvoerhoeveelheid door draaien van de druk-/hoeveelheidsregeling op het hogedruk-pistool instellen (+/-).
ΔGEVAAR
Gevaar voor letself!
Let er bij het instellen van de druk-/hoeveelheidsregeling op dat de schroefverbinding van de straalbuis niet losraakt.
Werking met reinigingsmiddel
Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:
LET OP
Beschadigingsgevaar door ongeschikte reinigingsmiddelen
Niet-geschikte reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken aan het apparaat en aan het te reinigen voorwerp.
Gebruik alleen het reinigingsmiddel dat bedoeld is voor het object.
- Gebruik reinigingsmiddelen spaarzaam om het milieu te ontzien.
- Neem de aanbevolen dosering en instructies die bij de reinigingsmiddelen worden geleverd in acht.
- Er mogen alleen reinigingsmiddelen worden gebruikt die door de fabrikant van het apparaat zijn goedgekeurd.
- Kärcher-reinigingsmiddelen garanderen een storingsvrij gebruik. Vraag om advies of bestel onze catalogus of de informatiebladen bij onze reinigingsmiddelen.
- Reinigingsmiddelzuigslang in een reservoir met reinigingsmiddel hangen en schroefdeksel vast-schroeven.
- Stel de reinigingsmiddel-doseerklep op de gewens- te concentratie in.
Instructie
Om te voorkomen dat bij gebruik met reinigingsmiddel en gesloten handspuitpistool reinigingsmiddel in het vlotterreservoir of de watertanks terugloopt, moet het doseerventiel voor het reinigingsmiddel worden gesloten.
Onkruidverwijdering
Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie):
Instructie
De aanbouwset toerentalregeling (optie, af fabriek: 2.013-086.7, modificatieset: 2.013-014.0) is absoluut noodzakelijk voor het gebruik van de onkruidverwijderingsinstallatie! Gebruik volgens de bedieningshandleiding onkruidverwijdering WR 10, onderdeelnr. 5.968-256.0 of WR 20/WR 50/WR 100, onderdeelnr. 5.967-455.0!
Daarnaast moet de volgende informatie in acht worden genomen:
- WR 10, 20, 50 of 100 aan de straalbuis monteren en een geschikte sproeikop aanbrengen (zie de betreffende gebruiksaanwijzing).
- Sleutelschakelaar op positie "I" draaien. Het controlelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspanning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand.
- hendel van de toerentalbesturing naar beneden drukken.
Onkruidverwijdering v2.0
- De apparaatschakelaar op de bedrijfsmodus "Onkruidverwijdering v2.0" instellen.
- Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.
-
Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.
-
Open het hogedrukpistool.
-
Display toont TEMP LOW: Het duurt ongeveer 2-
4 minuten tot de arbeidstemperatuur is bereikt.
• Display toont TEMP OKAY: -
Onkruidverwijdering uitvoeren.
Onkruidverwijdering v3.0 & v5.0
- De apparaatschakelaar op de bedrijfsmodus "Onkruidverwijdering v3.0 & v5.0" zetten.

text_image
OFF ON- WR-box inschakelen, schakelaar op "ON" zetten.

- Temperatuur instellen via SET en de v -knoppen en met bevestigen (instelbereik 85-105 °C).
- Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.
- Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.
- Open het hogedrukpistool.
Het duurt ongeveer 2-4 minuten tot de arbeidstemperatuur is bereikt. - Onkruidverwijdering uitvoeren.
Instructie
Stoommodus (stoomreiniging en desinfectie)
Alleen HDS 13/20, HDS 17/20 (optie):
Instructie
De aanbouwset toerentalregeling (optie, af fabriek: 2.013-086.7, modificatieset: 2.013-014.0) is absoluut noodzakelijk voor gebruik in de stoommodus!
ΔGEVAAR
Verbrandingsgevaar!
Verhoogde werkdruk door hoge arbeidstemperatuur. Houd er rekening mee dat bij arbeidstemperaturen boven 105°C de werkdruk niet hoger mag zijn dan 3,2 MPa (32 bar).
Instructie
Gebruik met 2 straalbuizen is niet mogelijk voor stoomreiniging.
- Stoomreiniging: De geschikte stroomsproeier op de straalbuis monteren (onderdeelnr. zie Technische gegevens).
- Desinfectie: WR 10, 20, 50 of 100 op de straalbuis monteren en de geschikte stroomsproeier aanbrengen (onderdeelnr. zie Technische gegevens).
- Apparaatschakelaar op bedrijfsmodus "Stoommodus" zetten.
- WR-box inschakelen, schakelaar op "ON" zetten.
-
Temperatuur instellen via SET en de v -knoppen en met bevestigen (aanbevolen instelbereik 120-155 °C).
-
Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.
- De motorkap openen en door het handwiel op het overloopventiel linksom te draaien de manometer op 30 bar instellen.
- Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren.
- Open het hogedrukpistool.
Het duurt ongeveer 2-4 minuten tot de arbeidstemperatuur wordt bereikt. - Stoomreiniging resp. desinfectie uitvoeren.
Veiligheidsfuncties
1 Controlelampje van de WR-box brandt rood: Systeemdruk te hoog, brander schakelt uit, zie Hulp bij storingen.
2 ERROR 5 verschijnt op het display van het bedie- ningsveld: Systeemdruk te laag, de brander start niet, zie Hulp bij storingen/ERROR 5.
Instructie
Werking onderbreken
- Hogedrukpistool sluiten.
- Beveilig het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar voren.
Instructie
Als het hogedrukpistool wordt gesloten, draait de motor met nullasttoerental verder. Daardoor circuleert het water tussen vlotterreservoir en hogedrukpomp en wordt opgewarmd. Als de toegestane maximumtemperatuur (55 °C) is bereikt, wordt de motor door de temperatuur-sensor aan de wateringang uitgeschakeld. Na afkoeling onder 50 °C kan het apparaat weer worden gebruikt.
Na gebruik met reinigingsmiddel
Alleen HDS 13/20, HDS 17/20:
-
Reinigingsmiddel-doseerklep op '0' zetten.
-
Apparaat met geopend hogedrukpistool minstens 1 minuut helder spoelen.
Apparaat uitschakelen
ΔGEVAAR
Gevaar door heet water of stoom
Verbrandingsgevaar
Laat het apparaat na gebruik met heet water of stoom minimaal 2 minuten met koud water en geopend pistool lopen om het af te koelen.
LET OP
Beschadigingsgevaar!
Beschadigingsgevaar
Schakel de motor nooit uit bij volle belasting en ge- opend handspuitpistool.
-
Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.
-
Handspuitpistool sluiten. Motor regelt stationair.
-
Sleutelschakelaar op positie "0" draaien. Het controlelampje Bedrijfsgereedheid gaat uit. De stuurspanning wordt uitgeschakeld en het display gaat uit.
-
Bij externe watertoevoer: Watertoevoer sluiten.
-
Hogedrukpistool bedienen tot het apparaat drukloos is.
-
Beveilig het hogedrukpistool met een veiligheidspal tegen onbedoeld openen.
-
Bij externe watertoevoer: Waterslang van de watertoevoer halen en waterslang op de slangtrommel oprollen.
-
Hogedrukslang op de slangtrommel rollen.
Vorstbescherming
Ter bescherming tegen vorstschades moet het apparaat met antivries wordendoorgespoeld.
Instructie
In de handel verkrijgbaar antivries voor auto's op basis van glycol gebruiken.
Instructie
De instructies van de fabrikant van het vorstbeschermingsmiddel in acht nemen.
Hierdoor wordt ook een zekere mate van bescherming tegen corrosie bereikt.
- Koelcircuit van de motor op voldoende antivries controleren, indien nodig, antivries bijvullen.
- Zie onderhoudswerkzaamheden "Koelvloeistof controleren en bijvullen".
- Als het apparaat bij hevige vorst meerdere weken niet wordt gebruikt, de accu uitbouwen en op een vorstvrije plaats bewaren.
Antivriesspoeling in de circuit (hogedrukpomp)
-
Bij externe watertoevoer: Waterslang van de watertoevoer halen.
-
Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.
-
Apparaat drukloos maken.
- Apparaatschakelaar op bedrijfsmodus "Vorstbescherming" zetten.
- Alleen HDS 13/20, HDS 17/20: Reinigingsmiddeldoseerventiel op maximum zetten. Reinigingsmiddelzuigslang uit het reinigingsmiddelreservoir trekken en zo wegleggen, dat die kan worden leeggezogen

- Toevoerkraan watertanks en aflaatkraan openen, om apparaat volledig te ledigen.

De niveau-indicatie van de watertanks daalt helemaal.
- Toevoerkraan watertanks en aflaatkraan sluiten.
- Hogedrukpistool loskoppelen van hogedrukslang.

- Hogedrukslang aansluiten aan toevoer antivries.
- Waterslang aansluiten aan terugloop antivries.
- Antivries in het antivriesreservoir doen. Mengverhouding water/antivries kiezen volgens specificaties van de fabrikant van het antivries.
- Antivriesconcentratie controleren met in de handel verkrijgbare antivriestester en indien nodig aanpassen.

- Vulopening van vlotterreservoir openen. Daarvoor vleugelschroef losdraaien en afdekking naar links schuiven.
- 20 liter antivriesmiddel in vlotterreservoir doen en vulopening sluiten.
- Bedieningshendel van de kogelkraan antivries verticaal zetten.
- De bedieningshendel van de kogelkraan terug- loopomschakeling parallel aan de rijrichting stellen (20L).
- Alleen bij koude motor: sleutelschakelaar voor het voorgloeien van de motor naar links draaien en vasthouden, totdat controlelampje Voorgloeien dooft.
- Sleutelschakelaar op positie "I" draaien.
Het controlelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspanning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand "Vorstbescherming".
- Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.
Het antivries wordt in het circuit door het apparaat gepompt. - Restwater via antivriesslang in het antivriesreservoir leiden.
- Zodra antivries uit de antivriesslang komt, bedieningshendel van de kogelkraan horizontaal zetten en 5 secondes wachten.
- Motor uitschakelen.
- Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.
Antivries uit het hogedruksysteem pompen
Instructie
Voor het gebruik moet het antivries uit het hoge- druksysteem terug in het antivriesreservoir worden ge- pompt.
- Bedieningshendel van de kogelkraan antivries verticaal zetten.
- Hogedrukslang aansluiten aan toevoer antivries.
- Waterslang aansluiten aan terugloop antivries.
- Vulopening van vlotterreservoir openen. Daarvoor vleugelschroef losdraaien en afdekking naar links schuiven.
- 20 liter schoon water in vlotterreservoir doen en vu- lopening sluiten.
- Apparaatschakelaar op bedrijfsmodus "Vorstbescherming" zetten.
- Alleen bij koude motor: sleutelschakelaar voor het voorgloeien van de motor naar links draaien en vasthouden, totdat controlelampje Voorgloeien dooft.
- Sleutelschakelaar op positie "l" draaien. Het contro-lelampje Bedrijfsgereedheid brandt. De stuurspan- ning wordt ingeschakeld en het display toont de bedrijfstoestand "Vorstbescherming".
- Sleutelschakelaar naar rechts draaien tot de motor loopt.
De anti-vriesvloeistof wordt met vers water uit het vlotterreservoir naar het antivriesreservoir getransporteerd.
- Spoelen ca. 2 minuten uitvoeren, totdat het anti-vriesreservoir gevuld is.
- Motor uitschakelen.
- Apparaatschakelaar op "0/OFF" (brander uit) zetten.
Vervoer
⚠ VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en beschadiging! Ondeskundig vervoer
Neem bij het vervoer het gewicht van het apparaat in acht.
LET OP
Beschadigingsgevaar! Ondeskundig vervoer
Triggerhendel tijdens het vervoer beschermen tegen beschadiging.
Gebruik van de aanhanger
Opmerking: De bestuurder die het trekkende voertuig op de openbare weg beweegt moet beschikken over de hiervoor vereiste papieren (rijbewijscategorie).
ΔGEVAAR
Onvoorspelbaar rijgedrag
Als de watertank gedeeltelijk gevuld is, kan het apparaat bij extreme stuurbewegingen of remsituaties omhoog bewegen of kantelen.
Leeg of vul de watertank voor het rijden volledig.
- Bij een toegestaan totaalgewicht van 1600 kg, de watertank volledig vullen of leegmaken. Bij een toegestaan totaalgewicht van 1100 kg, de watertank volledig leegmaken.
- Bij apparaten zonder slangtrommel de hoge- drukslang van de hogedrukuitgang losschroeven en in het apparaat opbergen.
- Frontbeugel (optie) naar voren zwenken en vergrendelen.
- Het afdekzeil achter (optie) omlaag trekken en vergrendelen.
- Hoogte van de trekstang met het steunwiel op de hoogte van de aanhangwagenkoppeling van het trekkend voertuig afstellen.
- Breektouw aan het trekkend voertuig bevestigen.

text_image
A B①Aanhangerkoppeling geopend
②Aanhangerkoppeling gesloten
- Koppelinghendel omhoog trekken (openen).
- Trekstang op de kogel van de trekkoppeling plaatsen.
- Koppelinghendel omlaag drukken (sluiten) tot deze parallel met de trekstang ligt.
- Stekkerverbinding van de voertuigverlichting insteken.
- Steunwiel met de zwengel omhoog draaien.
- Zorg ervoor dat het steunwiel in ingeschoven positie richting aanhanger wijst.

- Wielkeggen aan de wielen verwijderen en in de houders steken.
- Parkeerrem loszetten.
- Verlichting van de aanhanger (remlichten, richting-aanwijzer, achterlichten, kentekenverlichting) controleren op correcte werking.
- Loopvlakken van de banden controleren op voorwerpen die in het profiel vast zijn komen te zitten.
- Toestand van de banden controleren.
- Bandenspanning controleren, zie "Onderhoudswerkzaamheden".
Opmerking: Neem de plaatselijk geldende snelheidsbeperkingen voor voertuigen met aanhanger in acht en overschrijd die niet.
Kraantransport
ΔGEVAAR
Ondeskundig kraantransport
Verwondingsgevaar door vallend apparaat of vallende voorwerpen
Neem de plaatselijke voorschriften inzake ongevallen- preventie en de veiligheidsvoorschriften in acht.
Het apparaat mag alleen door personen met de kraan worden getransporteerd die over de bediening van de kraan zijn geïinstrueerd.
Controleer de takel voor elk kraantransport op beschadiging.
Controleer de greep voor elk kraantransport op beschadiging.
Til het apparaat alleen aan de greep op.
Gebruik geen aanslagkettingen.
Beveilig de hijsinrichting tegen het per ongeluk uithangen van de last.
Verwijder voor het kraantransport de straalbuis met de hogedrukpistool, de sproeiers, de oppervlaktereiniger en de andere losse voorwerpen.
Transporteer tijdens het hijsen geen voorwerpen op het apparaat.
Sta niet onder de last.
Let erop of zich in de gevarenzone van de kraan geen personen bevinden.
Laat het apparaat niet zonder toezicht aan de kraan hangen.
Opslag
⚠VOORZICHTIG
Letsel- en beschadigingsgevaar door het niet in acht nemen van het gewicht!
Bij vervoer en opslag van het apparaat bestaat het risico van letsel en schade door het gewicht.
Bij het transport en de opslag van het apparaat het gewicht van het apparaat in acht nemen, zie hoofdstuk Technische gegevens.
LET OP
Beschadigingsgevaar door vorst!
Niet volledig afgetapt water kan het apparaat en de accessoires tijdens het vriezen beschadigen.
Leeg het water volledig uit het apparaat en de accessoires.
Bescherm het apparaat en de accessoires tegen vorst.
Verzorging en onderhoud

text_image
25 24 23 22 21 10 26 1 2 3 4 7 6 5 9 8 HDS 13/20 HDS 17/20 17 16 15 13 18 14 13 12 11 HDS 9/50 HDS 13/35 20 19① Vulopening motorolie (boven)
② Vulopening motorolie (aan de zijkant)
③Oliepeilstok (motor)
④ Oliefilter (motor)
⑤Olieaflaatschroef motor
⑥ Waterafscheider
⑦Brandstofffilter
⑧Vulopening transmissieolie incl. ontluchting
⑨Olieaftapschroef tussenbak
⑩Oliekijkglas tussenbak
⑪Olieaftapplug pomp
⑫Oliekijkglas pomp
⑬Oliepeilstok (pomp)
⑭Veiligheidsblok brander
⑮Antivriesspoelventiel
⑯Drukschakelaar
⑰Overstroomklep
⑱ Reinigingsmiddelingang
⑲Pompvoorfilter
20 Controlevenster
②1Brandstofffilter
⑳Starter
23Dynamo
⑳Vuiluitlaat op het luchtfilter
25 Luchtfilter
②6 Luchtfilterinzetstuk
Flowschema

flowchart
graph TD
1 --> 2
2 --> 3
3 --> 4
4 --> 5
5 --> 6
6 --> 7
7 --> 8
8 --> 9
9 --> 10
10 --> 11
11 --> 12
12 --> 13
13 --> 14
14 --> 15
15 --> 16
16 --> 17
17 --> 18
18 --> 19
19 --> 20
20 --> 21
21 --> 22
22 --> 23
23 --> 1
24 --> 25
25 --> 26
26 --> 27
27 --> 28
28 --> 30
30 --> 31
31 --> 32
32 --> 33
33 --> 34
34 --> 35
35 --> 36
36 --> 37
37 --> 38
38 --> 39
39 --> 40
40 --> 41
41 --> 42
42 --> 43
43 --> 44
44 --> 45
45 --> 46
46 --> 47
47 --> 48
48 --> 49
49 --> 50
50 --> 51
51 --> 52
52 --> 53
53 --> 54
54 --> 55
55 --> 56
56 --> 57
57 --> 58
58 --> 59
59 --> 60
60 --> 61
61 --> 62
62 --> 63
63 --> 64
64 --> 65
65 --> 66
66 --> 67
67 --> 68
68 --> 69
69 --> 70
70 --> 71
71 --> 72
72 --> 73
73 --> 74
74 --> 75
75 --> 76
76 --> 77
77 --> 78
78 --> 79
79 --> 80
80 --> 81
81 --> 82
82 --> 83
83 --> 84
84 --> 85
85 --> 86
86 --> 87
87 --> 88
88 --> 89
89 --> 90
①Antivriesreservoir
② Reservoir voor onthardingsvloeistof
③Watertoevoer
④Lagedrukslangtrommel
⑤ Wateringangsfilter
⑥Kogelkraan antivries
⑦Vlotterbak
⑧ Watertekortbeveiliging
⑨Toevoerkraan watertanks
⑩Watertank
⑪Kogelkraan terugloopomschakeling
12Pompvoorfilter
⑬Hogedrukpomp
14 Overstroomklep
15Drukschakelaar
16Terugslagklep
17 Veiligheidsventiel
18Debietschakelaar
19 Doorstroomverwarmer
⑳Temperatuurvoeler brander
②1Hogedrukslangtrommel
②2Hogedrukuitlaat
②3Terugloop antivries
24Aflaatkraan
25 Temperatuurvoeler wateringang
26Warmtewisselaar
27tussenbak
28Dieselmotor
29Manometer
30 Temperatuurvoeler koelwater
③1 Reinigingsmiddelmagneetklep
③2 Reinigingsmiddel doseerklep
③3 Reinigingsmiddelreservoir
Display klantenservice

text_image
-210h 610.8 1 2Symbool Soort van klantenservice
![]() | Branderservice |
![]() | Motorservice |
![]() | Pompservice |
![]() | Hogedrukpistoolservice |
Onderhoudsintervallen
| Tijdstip Handeling Door wie | ||
| Voor elke rit Verlichting controleren. Bediener | ||
| Bandenspanning en de toestand van de banden controleren. Bediener | ||
| Dagelijks | Toestand van de olie controleren door het kijkvenster van de hogedrukpomp. Als de olie melkachtig is, het apparaat niet in gebruik nemen. Met klantenservice contact opnemen.LET OP Beschadigingsgevaar!Bij melkachtige olie onmiddellijk de Kärcher-klantenservice contacteren. | Bediener |
| Algemene visuele controle van het apparaat. Bediener | ||
| Hogedrukslang controleren op beschadiging. Beschadigde hogedrukslangen niet meer gebruiken. | Bediener | |
| Wateringangsfilter controleren, zo nodig reinigen. Bediener | ||
| Pompvoorfilter controleren, zo nodig reinigen. Bediener | ||
| Oliepeil van de motor controleren, zo nodig olie bijvullen. | Bediener | |
| Oliepeil van de tussenbak controleren, zo nodig olie bijvullen. | Bediener | |
| Brandstofffilter van de motor controleren, zo nodig klantenservice op de hoogte brengen. | Bediener | |
| Waterafscheider van de motor controleren, zo nodig klantenservice op de hoogte brengen. | Bediener | |
| Stand van koelvloeistof in het expansievat controleren, zo nodig koelvloeistof bijvullen. | Bediener | |
| Brandstofffilter controleren, zo nodig klantenservice op de hoogte brengen. | Bediener | |
| Filter op de reinigingsmiddelzuigslang controleren, zo nodig reinigen. | Bediener | |
| Leidingsysteem controleren op lekken. | Bediener | |
| Eén keer na de eerste 50 bedrijfsuren | V-snaarspanning van de ventilator controleren, zo nodig naspannen. | Bediener |
| Olie in de motor verversen. | Klantenservice | |
| Olie in de hogedrukpomp verversen. | Klantenservice | |
| Om de 50 bedrijfsuren of 3 maanden | Batterij controleren. | Klantenservice |
| Tijdstip | Handeling | Door wie |
| Om de 200 bedrijfsuren Luchtfilter resp. luchtfilterelement controleren, zo nodig reinigen. Bediener | ||
| Om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks | Luchtfilterelement vervangen. | Bediener |
| Brandstofffilter controleren, zo nodig vervangen. | Klantenservice | |
| Onderhoudswerkzaamheden conform onderhoudsplan uitvoeren. Klantenservice | ||
| Om de 600 bedrijfsuren of jaarlijks | Olie in de hogedrukpomp verversen. | Klantenservice |
| Om de 800 bedrijfsuren. | Motor van ventilator controleren op werking, zo nodig glijcontacten (koolborstels) vervangen. | Bediener |
| Om de 1000 bedrijfsuren of jaarlijks. | Koelvloeistof verversen. | Klantenservice |
| Om de 1000 bedrijfsuren. | Olie in de tussenbak verversen. | Klantenservice |
| V-snaar van de ventilator vervangen. | Klantenservice | |
| Klepspeling van de cilinderkop van de motor controleren, zo nodig instellen. | bevoegde Yan-mar-dealer | |
| Om de 1600 bedrijfsuren. | Verstuivers van de motor controleren, zo nodig reinigen. | bevoegde Yan-mar-dealer |
| Ontluchting van de krukkastbehuizing van de motor controleren, zo nodig reinigen. | bevoegde Yan-mar-dealer | |
| Om de 2000 bedrijfsuren of elke 2 jaar | Brandstofslangen van de motor vervangen. | bevoegde Yan-mar-dealer |
| Koelsysteemslangen van de motor vervangen. | bevoegde Yan-mar-dealer | |
| Om de 2000 bedrijfsuren | Kleppen en klepzittingen van de cilinderkop van de motor controleren, zo nodig leppen. | bevoegde Yan-mar-dealer |
| Geldt alleen voor apparaten met een aanbouwset stoommodus: | ||
| Uiterlijk alle 5 jaar herhalend | Drukcontrole uitvoeren conform de gegevens van de fabrikant. | Klantenservice |
Onderhoudswerkzaamheden
ΔGEVAAR
Zet voor alle werkzaamheden de sleutelschakelaar van het apparaat uit en trek de sleutel eruit.
⚠ GEVAAR
Gevaar van letsels door elektrische schok
Leg geen metalen voorwerpen op de dynamo of de startmotor.
⚠ GEVAAR
Explosiegevaar!
Gevaar van letsel en beschadiging
Leg geen gereedschappen en dergelijke op de batterij,
d.w.z. op de eindpolen en celverbinders.
Vermijd absoluut roken en open vuur.
Zorg bij het laden van batterijen in ruimtes voor een goede ventilatie.
Gebruik uitsluitend door Kärcher vrijgegeven batterijen en oplaadapparaten (originele reserveonderdelen).
- Het apparaat laten afkoelen.
Wateringangsfilter reinigen
-
Wateringangsfilter demonteren en filterelement verwijderen.
-
Filterelement reinigen met schoon water of perslucht.
-
In omgekeerde volgorde monteren.
Pompvoorfilter reinigen
- Apparaat drukloos maken
- Pompvoorfilter demonteren en filterelement verwijderen.
- Filterelement reinigen met schoon water of perslucht.
- In omgekeerde volgorde monteren.
Filter aan de reinigingsmiddel-zuigslang reinigen
- Schroefdeksel van de reinigingsmiddelzuigslang eruit draaien.
- Reinigingsmiddelzuigslang uittrekken.
- Filter in water reinigen en opnieuw plaatsen
Ollepell van de motor controleren en motorolie bijvullen
Instructie
De hoeveelheid vloeistof tussen de MIN- en MAX-markering op de oliepijlstok bedraagt 1,6 liter.
- Oliepeilstok eruit trekken, afvegen en weer insteken.
-
Oliepeilstok nog een keer eruit trekken en het olie- peil controleren. Het oliepeil is in orde als het zich binnen de marke- ring op de oliepeilstok bevindt.
-
Ligt het oliepeil onder de markering op de oliepeilstok, het deksel van de vulopening openen en verse olie bijvullen.
- Vijf minuten wachten, totdat de motorolie zich in het oliecarter verzameld heeft.
- Oliepeil controleren, zoals hierboven beschreven.
- Dit proces, indien nodig, zo vaak herhalen, totdat het oliepeil zich binnen de markering op de oliepeilstok bevindt.
- Na de controle de oliepeilstok erin schuiven en het deksel van de vulopening sluiten.
Instructie
Luchtbellen moeten kunnen ontsnappen.
Ollesoort zie Technische Gegevens.
Oliepeil van de tussenbak controleren en transmissieolie bijvullen
- Oliepeil op het oliekijkglas van de tussenbak controleren Het oliepeil is in orde als het zich in het midden van het oliekijkglas bevindt.
- Wanneer het oliepeil onder het midden van het olie- kijkglas ligt, deksel van de vulopening openen en verse transmissieolie bijvullen.
- Vulopening sluiten.
Instructie
Luchtbellen moeten kunnen ontsnappen.
Oliesoort zie Technische Gegevens.
Het oliepeil van de hogedrukpomp controleren op de peilstok en olie bijvullen
- Oliepeilstok eruit draaien, afvegen en weer insteken.
- Oliepeilstok nog een keer eruit draaien en het olie- peil controleren. Het oliepeil is in orde als het zich binnen de marke- ring op de oliepeilstok bevindt.
- Ligt het oliepeil onder de markering op de oliepeilstok, verse olie bijvullen.
- Oliepeilstok erin draaien.
Instructie
Luchtbellen moeten kunnen ontsnappen.
Oliesoort zie Technische Gegevens.
Koelvloeistof controleren en bijvullen
△VOORZICHTIG
Er kunnen schadelijke stoffen ontstaan.
Let op de soort van het gebruikte antivries.
Een vermenging kan een chemische reactie veroorza- ken.
Meng geen verschillende soorten antivries.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar van oververhitting van de motor
Bij een gebrek aan koelvloeistof kan de motor oververhit raken.
Schakel de motor onmiddellijk uit en laat hem afkoelen.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar van oververhitting van de motor
Bij een gebrek aan koelvloeistof kan de motor oververhit raken.
Als de motor zo sterk is oververhit dat waterdamp ont-snapt, dan de motor onmiddellijk uitzetten en een veilig-heidsafstand van de motor in acht nemen tot de druk is afgenomen.
LET OP
Verbrandingsgevaar door motorkoelvloeistof
Het expansievat staat onder druk.
Open nooit het deksel van het expansievat motorkoel- water bij bedrijfstemperatuur.
- Deksel van het expansievat motorkoelwater openen, vers zuiver water en overeenkomstig antivries tot aan het Max-merkteken bijvullen.
Luchtfilter reinigen/vervangen
Instructie
Voor grove reiniging van het luchtfilter kunt u de op- vangbak onder de vuiluitlaat houden en vuiluitlaat be- dienen.
Instructie
Sterk vervuilde of defecte filterelementen moeten prin- cipieel worden vernieuwd.
- Veerspanbeugel losmaken, deksel afnemen en de stofafzettingen verwijderen.
- Filterelement eruit nemen
- Filterelement van binnen met perslucht (max. 2 bar) uitblazen.
- Luchtfilterbehuizing van binnen met een doek reinigen.
- Filterelement in de luchtfilterbehuizing plaatsen
- Deksel aanbrengen en met de veerspanbeugel bevestigen.
V-snaar ventilator controleren

① Bevestigingsschroeven dynamo
②V-snaar
③ Snaarspanning ca. 7–9 mm
Instructie
Als de V-snaar onvoldoende opgespannen is, kan dit leiden tot oververhitting van de motor of tot onvoldoende batterijlading.
-
Motor afzetten en sleutel van de sleutelschakelaar trekken.
-
Voor de controle van de V-snaarspanning de riem tussen de riemschijven met de duim indrukken.
Instructie
De V-snaar moet ca. 7-9 mm kunnen worden ingedrukt.
Instructie
De beschadigde V-snaren principieel vervangen.
Oplooprem smeren
- Aan beide smeernippels met een commerciële vetpers het desbetreffende vet erin persen.

-
Het apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.
-
De luchtdruktester op het bandventiel aansluiten.
-
De luchtdruk controleren (zie "Technische gegevens") en indien nodig corrigeren.
Wiel verwisselen
ΔGEVAAR
Levensgevaar door stromend verkeer
Parkeer het apparaat op een vlakke ondergrond en draag goed zichtbare kleding bij reparatiewerkzaamheden op de openbare weg.
- Apparaat op een vlakke ondergrond parkeren.
-
De ondergrond controleren op stabiliteit. Apparaat nog extra vastzetten met een wielkeg om wegrollen te verhinderen.
-
Parkeerrem vergrendelen.
-
Banden controleren.
-
Bandenloopvlak controleren op voorwerpen die in het profiel terechtgekomen zijn.
-
Voorwerpen verwijderen.
-
Geschikt, in de handel gebruikelijk bandenreparatiemiddel gebruiken.
Instructie
De aanbevelingen van de desbetreffende fabrikant opvolgen. Verderrijden is mogelijk met inachtneming van de specificaties van de fabrikant van het product. Vervanging van band of wiel zo spoedig mogelijk laten uitvoeren.

-
Krik aan het daartoe geëigende bevestigingspunt aanbrengen.
-
Wielbouten losmaken.
-
Het apparaat optillen met behulp van de krik.
-
Wielbouten eruit draaien.
-
Wiel verwijderen.
-
Reservewiel plaatsen.
-
Wielbouten aanbrengen.
-
Het apparaat neerlaten met behulp van de krik.
-
Wielbouten kruiselings vastschroeven.
Aanhaalmoment 110-120 Nm
Instructie
Een krik behoort niet tot de leveringsomvang.
Instructie
Geschikte gewone krik gebruiken.
Aanhangwagen
- Reminstallaties en onderstel regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren.
Hulp bij storingen
ΔGEVAAR
Per ongeluk opstartend apparaat
Verwondingsgevaar, elektrische schok
Zet voor alle werkzaamheden de sleutelschakelaar van het apparaat op '0' en trek de sleutel eruit.
ΔGEVAAR
Per ongeluk opstartend apparaat, contact van
stroomvoerende delen
Verwondingsgevaar, elektrische schok
Schakel vóór werkzaamheden aan het apparaat het apparaat uit.
Trek de netstekker eruit.
ΔGEVAAR
Explosie- en kortsluitingsgevaar. Leg geen gereed-
schap of dergelijke op de batterij.
1 Apparaat laten afkoelen.
Display storing

text_image
ERROR 4 1 2①Storingsnummer
②Motor uit (OFF)
Klantenservice
Als de storing niet kan worden verholpen, moet het apparaat door de klantenservice worden gecontroleerd.
Storingen weergegeven op het display
| Fout Oorzaak Remedie Verantwoordelijk | |||
| ERROR 1 Laadstroom | Spanning V-snaar van de ventilator te klein. | 1. V-snaar van de ventilator naspannen. | Bediener |
| Dynamo defect. 1. Dynamo controleren, zo nodig vervangen. Klantenservice | |||
| Laadstroombewaking defect. 1. Bedrading + relais K9 controleren. Klantenservice | |||
| ERROR 3 Temperatuur wateringang resp. koelwater | Watertemperatuur in vlotterreservoir door circulatiebedrijf te hoog. | 1. Water laten afkoelen resp. aflaten. De bedieningshendel van de kogelkraan terugloopomschakeling haaks op de rijrichting stellen (500L). | Bediener |
| Temperatuurvoeler wateringang heeft apparaat uitgeschakeld. | 1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen. | Bediener | |
| Temperatuurvoeler wateringang defect. 1. Temperatuurvoeler vervangen. Klantenservice | |||
| Peil koelvloeistof te laag. | 1. Koelvloeistof in expansievat bijvullen. | Bediener | |
| Spanning V-snaar van de ventilator te klein. | 1. V-snaar van de ventilator naspannen. | Bediener | |
| Temperatuurvoeler koelwater van de motor defect. | 1. Temperatuurvoeler vervangen. Klantenservice | ||
| ERROR 4 Watertekort Externe watertoevoer: Watertoevoerdruk te laag. | 1. De watertoevoer controleren. | Bediener | |
| Interne watertoevoer: Watertanks leeg. | 1. Watertanks vullen | ||
| Watertekortbeveiliging in vlotterreservoir defect. | 1. Watertekortbeveiliging vervangen. | ||
| Watergangsfilter vervuild. | 1. Watergangsfilter reinigen. | ||
| Waterslang lek of geknikt. | 1. Waterslang vervangen. | ||
| Vlotterventiel in vlotterreservoir vervuild. | 1. Vlotterventiel reinigen. Klantenservice | ||
| Vlotterventiel in vlotterreservoir zit klem of is defect. | 1. Vlotterventiel reinigen of vervangen. | ||
| ERROR 5 Stromingsschakelaar/ drukschakelaar | Stromingsschakelaar defect | 1. Stromingsschakelaar vervangen | Klantenservice |
| Drukschakelaar defect. | 1. Drukschakelaar vervangen. | Klantenservice | |
| Overstroomklep defect. | 1. Overstroomklep vervangen. | Klantenservice | |
| Terugslagklep in overstroomklep defect. | 1. Terugslagklep vervangen. | Klantenservice | |
| Pompvoorfilter vervuild. | 1. Pompvoorfilter reinigen. | Bediener | |
| Stoommodus: Systeemdruk te laag | 1. De systeemdruk in kleine stappen verhogen door het handwiel op de overloop rechtsom te draaien. | Bediener | |
| ERROR 6 Brandstofvoeler | Brandstofreservoir leeg. | 1. Vul brandstof bij. | Bediener |
| Vlotter van de brandstofvoeler zit klem. | 1. Controleer vlotter. | Klantenservice | |
| Brandstofvoeler defect. | 1. Brandstofvoeler vervangen. | Klantenservice | |
| ERROR 9* Uitlaatgastemperatuur | Uitlaatgastemperatuurbegrenzer is geactiveerd en heeft de brander uitgeschakeld. | 1. Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen. | Bediener |
| Uitlaatgastemperatuurbegrenzer defect. | 1. Uitlaatgastemperatuurbegrenzer vervangen. | Klantenservice | |
| Brander verkeerd ingesteld. 1. Brander instellen. | Klantenservice | ||
| Heetwaterslang met roet of kalkafzetting. | 1. Heetwaterslang van roet ontdoen en ontkalken. | Klantenservice | |
| ERROR 10* Temperatuur brander Reinigingswerking met koud water is mogelijk. | Temperatuurvoeler brander (NTC) heeft brander uitgeschakeld. | 1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. Indien de storing zich herhaaldelijk voordoet, dient u de klantenservice te verwittigen. | Bediener |
| Temperatuurvoeler brander defect. | 1. Temperatuurvoeler vervangen. Klantenservice | ||
| ERROR 11* Vlamvoeler (geen vlam) Reinigingswerking met koud water is mogelijk. | Verstuiverhouder vervuild. | 1. Verstuiverhouder reinigen. | Klantenservice |
| Ontstekingselektroden verkeerd ingesteld of vull. | 1. Ontstekingselektroden juist instellen of reinigen. | Klantenservice | |
| Fotocel van de vlambewaking defect. | 1. Fotocel vervangen. | Klantenservice | |
| Brandstofpomp defect. | 1. Brandstofpomp vervangen. | Klantenservice | |
| Magneetventiel brandstof defect. | 1. Magneetventiel vervangen. | Klantenservice | |
| Brandstofffilter verstopt. | 1. Brandstofffilter vervangen. | Klantenservice | |
| Onstekingstrafo defect. | 1. Ontstekingstrafo vervangen. | Klantenservice | |
| ERROR 12* Vlamvoeler (vlam gaat niet uit) Reinigingswerking met koud water is mogelijk. | Fotocel van de vlambewaking defect. | 1. Fotocel vervangen. | Klantenservice |
| Brander vol roet, "gloeit" na. 1. Brander roetvrij laten maken. | Klantenservice | ||
| ERROR 14 Uitschakeling na 45 minuten durende pauze. | Tijd gereedheid voor gebruik van 45 minuten overschreden. | 1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. | Bediener |
| ERROR 15 Uitschakeling na 45 minuten continu gebruik | Tijd voor continue gebruik van 45 minuten overschreden. | 1. Apparaat uitschakelen en weer inschakelen. | Bediener |
Hulp bij storingen zonder indicatie op het display
| Fout Oorzaak Remedie Verantwoordelijkje | ||||
| Apparaat stopt, indicatie op display gaat uit | Zekering doorgebrand. | 1. Zekering vervangen. | Bediener | |
| Geen stroomvoorziening op de inverter door onder- of overspanning van de batterij. | 1. Batterij controlleren, indien nodig opladen. | Bediener | ||
| Inverter defect. | 1. Inverter vervangen. | Klantenservice | ||
| Geen indicatie op display na het in-schakelen | Batterij leeg. | 1. Accu laden. | Bediener | |
| Zekering doorgebrand. | 1. Zekering vervangen. | Bediener | ||
| Voorste kap open. | 1. Voorste kap sluiten. | Bediener | ||
| Noodstopschakelaar ingedrukt. | 1. Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken. | Bediener | ||
| Geen stroomvoorziening op de inverter door onder- of overspanning van de batterij. | 1. Batterij controlleren, indien nodig opladen. | Bediener | ||
| Inverter defect. | 1. Inverter vervangen. | Klantenservice | ||
| Fout | Oorzaak | Remedie | Verantwoordelijke | |
| Motor start niet of gaat direct weer uit | Klantenservice informeren. | |||
| Werkdruk schommelt Lek in het aanzuiigkanaal van de hogedruk-pomp. | 1. Leidingsysteem controleren. Klantenservice | |||
| Ventielen versleten. 1. Ventielen vervangen. | Klantenservice | |||
| Roetaanslag In brander | Brander verkeerd ingesteld of vervuild. | 1. Brander instellen of reinigen. | Klantenservice | |
| Magneetventiel brandstof defect. Dieselolie drupt na. | 1. Magneetventiel controleren, eventueel spoel of magneetventiel vervangen. | Klantenservice | ||
| Witte rook uit brander Geen ontstekingsvonk voorhanden (door kijk-glas in deksel van de brander te zien). | 1. Klantenservice informeren. Bediener | |||
| Condenswater in verstuiverhouder. 1. Verstuiverhouder controleren, reinigen. Klantenservice | ||||
| Brandstofdruk te laag. | 1. Brandstofpomp controleren. | Klantenservice | ||
| Controlelampje voorste kap/noodstop brandt. | Voorste kap werd tijdens het gebruik ge-opend. | 1. Voorste kap sluiten. | Bediener | |
| Veiligheidsschakelaar voorste kap defect. | 1. Veiligheidsschakelaar controleren. | Klantenservice | ||
| Noodstopschakelaar ingedrukt. | 1. Noodstopschakelaar ontgrendelen door trekken. | Bediener) | ||
| Water druppelt vanonder uit apparaat | Hogedrukpomp lek. | Opmerking: Toegestaan zijn 3 druppels water/minuut.Bij sterkere lekkage het apparaat laten controleren door de klantenservice. | Klantenservice | |
| Apparaat bouwt geen druk op | Sproeier verstopt/uitgewassen. | 1. Sproeikoppen reinigen/ervangen. | Klantenservice | |
| Bedrijfstoerental van de motor te laag. | 1. Bedrijfstoerental van de motor controleren. | Klantenservice | ||
| Alleen HDS 9/50, HDS 13/35 (optioneel bij HDS 13/20, HDS 17/20): Toerentalbesturing defect. | 1. Toerentalbesturing controleren. | Klantenservice | ||
| Veiligheidsventiel lek. | 1. Instelling controleren, indien nodig nieuwe afdichting aanbrengen. | Klantenservice | ||
| Toevoerleidingen naar de pomp lek of ver-stopt. | 1. Controleer alle toevoerleidingen naar de pomp. | Klantenservice | ||
| Geklop uit hogedrukpomp | Toevoerleidingen naar de pomp lek. | Controleer alle toevoerleidingen naar de pomp. | Klantenservice | |
| Alleen HDS 13/20, HDS 17/20: Onvoldoende of geen toevoer van rei-nigingsmiddel | Reinigingsmiddel-doseerventiel is gesloten of lek/verstopt | 1. Reinigingsmiddel-doseerventiel openen of controle-ren/reinigen. | Bediener | |
| Reinigingsmiddelaanzuigslang met filter on-dicht of verslopt | 1. Reinigingsmiddel-zuigslang met filter controleren/reinigen. | Bediener | ||
| Reinigingsmiddelmagneetklep lek of verstopt. | 1. Reinigingsmiddelmagneetklep controleren, rein-gen. | Klantenservice | ||
| Elektronica of reinigingsmiddelmagneetklep defect. | 1. Elektronica of reinigingsmiddelmagneetklep vervan-gen. | Klantenservice | ||
| Overstroomklep gaat bij een geopend handspuitpistool voortdurend open/dicht | Sproeiers verstopt. | 1. Sproeikoppen reinigen. | Bediener | |
| Apparaat is verkalkt. 1. Het apparaat ontkalken. | Klantenservice | |||
| Overstroomventiel defect. | 1. Overstroomklep vervangen. | Klantenservice | ||
| Schakelpunt van overstroomventiel is ontre-geld. | 1. Overstroomklep instellen. | Klantenservice | ||
| Controlelampje van de WR-box brandt rood | Stoommodus: Sysleemdruk te hoog | Systeemdruk in kleine stappen verlagen door het hand-wiel op de overloop linksom te draaien. | Bediener | |
Garantie
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale Kärcher-website onder "Downloads".
Toebehoren en reserveonderdelen
Instructie
Als het apparaat is aangesloten op een schoorsteen of als het apparaat niet zichtbaar is, raden we aan om een vlambewaker (optie) te installeren.
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.nl.
EU-conformiteitsverklaring
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Hogedrukreiniger
Type: 1.524-xxx
Type: 1.999-380.0
Relevante EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2000/14/EG
2014/30/EU
2014/68/EU (optioneel)
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-79
EN 1829-1
EN 1829-2
EN ISO 12100
EN 13309: 2010
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 62233: 2008
Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure
2000/14/EG: Bijlage V
Geluidsvermogensniveau dB(A)
Categorie van de bouwgroep
||
Conformiteitsprocedure
Module H1
Heetwaterslang
Conformiteitsbeoordeling module H1
Stuurblok
Conformiteitsbeoordeling module H1
Verschillende buisleidingen
Conformiteitsbeoordeling art. 4, lid 3
Toegepaste specificaties:
M.b.t. AD 2000
M.b.t TRD 801
Naam van de aangemelde instantie:
2014/68/EU
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40
| Wateraansluiting | |||||
| Toevoertemperatuur (max.) °C 30 30 30 30 | |||||
| Toevoerdebiet (min.) l/h (l/min) 1000 (16,7) 1500 (25) 1500 (25) 1800 (30) | |||||
| Toevoerdruk (max.) MPa (bar) 0,05-1 (0,5-10) 0,1-1 (1-10) 0,1-1 (1-10) 0,15-1 (1,5-10) | |||||
| Gegevens capaciteit apparaat | |||||
| Opbrengst, water l/h (l/min) 500-900 (8,3-15) | 650-1300 (10,8- | 900-1300 (15-21,7) | 900-1700 (15-28,3) | ||
| 21,7) | |||||
| Werkdruk water met standaard mondstuk | MPa (bar) | 15-50 (150-500) | 10-35 (100-350) | 6-20 (60-200) | 6-20 (60-200) |
| Overdruk veiligheidsventiel (maximum) | MPa (bar) | 64 (640) | 44 (440) | 24 (240) | 24 (240) |
| Debiet stoombedrijf | l/h (l/min) | -- | -- | 460 (7,7) | 460 (7,7) |
| Volume stoomwerking desinfectie | l/h (l/min) | -- | -- | WR 10, WR 20: 360 (6)WR 50, WR 100: 460 (7,7) | WR 10, WR 20: 360 (6)WR 50, WR 100: 460 (7,7) |
| Werkdruk stoombedrijf met stoomsproeier (max.) | MPa (bar) | -- | -- | 3,2 (32) | 3,2 (32) |
| Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor stoomreiniging | -- | -- | 2.113-026.0 (060) | 2.113-026.0 (060) | |
| Onderdeelnr. Stoomsproeier (sproeiergrootte) voor desinfectie | -- | -- | WR 10, WR 20: 2.113-022.0 (045)WR 50, WR 100: 2.113- 026.0 (060) | WR 10, WR 20: 2.113-022.0 (045)WR 50, WR 100: 2.113- 026.0 (060) | |
| Vermogen aandrijfmotor | kW | 15,5 | 15 | 9 | 11 |
| Motortoerental | 1/min | 3100 | 3300 | 2700 | 3300 |
| Batterij | V/Ah | 12/41 | 12/41 | 12/41 | 12/41 |
| Bedrijfsstemperatuur warm water (maximum) | °C | 30-98 | 30-98 | 30-98 | 30-98 |
| Werktemperatuur stoombedrijf | °C | -- | -- | 155 | 155 |
| Opbrengst, reinigingsmiddel | l/h (l/min) | -- | -- | 0-50 (0-0,8) | 0-70 (0-1,2) |
| Brandervermogen | kW | 65 97 105 | 105 | ||
| Brandstofverbruik (max.) | l/h | 11,7 | 15 | 13,7 | 14,3 |
| Brandstofverbruik bij werken met koud water | l/h | 5,2 | 5,1 | 3,1 | 3,7 |
| Reactiekracht van het hogedrukpistool | N | 79 96 72 94 | |||
| Sproeiergrootte van de standaardsproeier | 030 | 051 | 075 | 090 | |
| Bedrijfsstoffen | |||||
| Brandstof | Diesel | Diesel | Diesel | Diesel | |
| Hoeveelheid olie tussenbak | I | 0,35 | 0,35 | 0,35 | 0,35 |
| Type olie tussenbak | SAE90 | SAE90 | SAE90 | SAE90 | |
| Hoeveelheid olie pomp | I | 1,2 | 1,2 | 1,3 | 1,3 |
| Oliesoort pomp | 15W40 | 15W40 | 15W40 | 15W40 | |
| Hoeveelheid motorolie | I | 3,5 | 3,5 | 3,5 | 3,5 |
| Oliesoort motorolie | 15W40 | 15W40 | 15W40 | 15W40 | |
| Afmetingen en gewichten | |||||
| Lengte x breedte x hoogte | mm | 3646 x 1747 x 1735 | 3646 x 1747 x 1735 | 3646 x 1747 x 1735 | 3646 x 1747 x 1735 |
| Gewicht zonder bedrijfsstoffen | kg | 860-1020 | 860-1020 | 860-1020 | 860-1020 |
| Totaal gewicht incl. bedrijfsstoffen en standaard toebehoren | kg | 1440-1600 | 1440-1600 | 1440-1600 | 1440-1600 |
| Toegelaten aslast | kg | 1600 | 1600 | 1600 | 1600 |
| Toegelaten steunlast (max.) | kg | 1100/1600 | 100 | 100 | 100 |
| Toegestaan totaal gewicht (max.) | kg | 100 | 1100/1600 | 1100/1600 | 1100/1600 |
| Brandstoftank | I | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Watertank | I | 500 | 500 | 500 | 500 |
| Koelsysleem | I | 5 | 5 | 5 | 5 |
| Onthardingsvloeistof | I | 1 | 1 | 1 | 1 |
| Antivriesmiddel | I | 20 20 20 20 | |||
| Reinigingsmiddelreservoir | I | -- | -- | -- | -- |
| Bandenuitrusting | Typegoedkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117 | Typegoedkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117 | Typegoedkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117 | Typegoadkeuring conform ECE R 30, ECE R 54, ECE R 108 of ECE R 109 en aanvullend ECE R 117 | |
| Grootte van de band | 185 R 14 C | 185 R 14 C | 185 R 14 C | 185 R 14 C | |
| Belastingsindex | 104 | 104 | 104 | 104 | |
| Snelheidsindex | N | N | N | N | |
| Wielgrootte/velgtype | 5,5 J x 14 | 5,5 J x 14 | 5,5 J x 14 | 5,5 J x 14 | |
| Wielboiling | 30 30 30 30 | ||||
| Bandenspanning | MPa (bar) | 0,45 (4,5) | 0,45 (4,5) | 0,45 (4,5) | 0,45 (4,5) |
| Remsysteem | Oplooprem | Oplooprem | Oplooprem | Oplooprem | |
| Berekende waarden conform EN 60335-2-79 | |||||
| Geluidsdrukniveau L_pA | dB(A) | 82 | 82 | 80 | 82 |
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 3 | 3 | 3 | 3 |
| Geluidsvermogensniveau L_WA + onzekerheid K_WA | dB(A) | 103 | 103 | 100 | 103 |
| Hand-arm-vibratiewaarde hogedrukpistool | m/s^2 | 4,2 | 4,2 | 3,6 | 3,3 |
| Hand-arm-vibratiewaarde straalbuis | m/s^2 | 4,2 | 4,2 | 3,6 | 3,3 |
| Onzekerheid K | m/s^2 | 2,1 | 2,1 | 0,85 | 0,8 |
Uitzondering volgens verordening (EU) 2019/1781 bijlage I punt 2 (12): j) Technische wijzigingen voorbehouden.
İçindekiler
Genel uyarılar 103
Çevre koruma 103
Cihazdaki simgeler.... 103
26 Gaisa filtra ieliktnis
Plūsmas shēma

flowchart
graph TD
1 --> 2
2 --> 3
3 --> 4
4 --> 5
5 --> 6
6 --> 7
7 --> 8
8 --> 9
9 --> 10
10 --> 11
11 --> 12
12 --> 13
13 --> 14
14 --> 15
15 --> 16
16 --> 17
17 --> 18
18 --> 19
19 --> 20
20 --> 21
21 --> 22
22 --> 23
23 --> 1
24 --> 25
25 --> 26
26 --> 27
27 --> 28
28 --> 30
30 --> 31
31 --> 32
32 --> 33
33 --> 34
34 --> 35
35 --> 36
36 --> 37
37 --> 38
38 --> 39
39 --> 40
40 --> 41
41 --> 42
42 --> 43
43 --> 44
44 --> 45
45 --> 46
46 --> 47
47 --> 48
48 --> 49
49 --> 50
50 --> 51
51 --> 52
52 --> 53
53 --> 54
54 --> 55
55 --> 56
56 --> 57
57 --> 58
58 --> 59
59 --> 60
60 --> 61
61 --> 62
62 --> 63
63 --> 64
64 --> 65
65 --> 66
66 --> 67
67 --> 68
68 --> 69
69 --> 70
70 --> 71
71 --> 72
72 --> 73
73 --> 74
74 --> 75
75 --> 76
76 --> 77
77 --> 78
78 --> 79
79 --> 80
80 --> 81
81 --> 82
82 --> 83
83 --> 84
84 --> 85
85 --> 86
86 --> 87
87 --> 88
88 --> 89
89 --> 90
Piemērotie saskaņotie standarti
EN 60335-1
EN 60335-2-79
EN 1829-1
EN 1829-2
EN ISO 12100
EN 13309: 2010
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 62233: 2008



