UAT610EUR - Detector Beha-Amprobe - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UAT610EUR Beha-Amprobe in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over UAT610EUR Beha-Amprobe
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UAT610EUR - Beha-Amprobe en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UAT610EUR van het merk Beha-Amprobe.
GEBRUIKSAANWIJZING UAT610EUR Beha-Amprobe
UAT-600-EUR-serie Kabelzoeker set voor het lokaliseren van ondergrondse nutsnetwerken
UAT-610-EUR UAT-620-EUR
Handleiding
Beperkte garantie en beperking van aansprakelijkheid
Uw Beha-Amprobe-product is vrij van defecten in materiaal en fabricage gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum behalte wanner deplaatsijke wetgeving anders vereist. Deze garantie dekt geen zekeringen, wegwerpbatterijen of schade door ongelukken, verwaarlozing, misbruik, verandering, verruiling, of abnormale gebruiksomstandigheden. Wederverkopers zijn nicht geauthoriseerd tot het verlengen van andere garanties namens Beha-Amprobe. Omijdens de garantieperiode service te verkrijgen, moet u het product met aankoopbewijs terugsturen maar een geauthoriseerd Beha-Amprobe Service Center of maar een dealer of distributeur van Beha-Amprobe. Zie de reparatiesectie voor details. DEZE GARANTIE IS UW ENIGRE REMEDIE. ALLE ANDERE GARANTIES - ZIJ HET UITDRUKKELIKJK, IMPLICIET OF WETTELIJK - INCLUSIEF IMPLICIETE GARANTIE VOOR GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL OF VERKOOPBAARHEID, WORDEN HIERBIJ AFGWEZEN. DE FABRIKANT IS NIET AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE SPECIALE, INDIRECTE, INCIDENTELE OF GEVOLGSCHADE OF VERLIES VOORTVLOEIEND UIT ENIGE OORZAAK OF REGELS. Omdat sommige staten en landen hetuitsluten of beperken van een impliciete garantie of van incidentele of gevolgschade Niet toestaan, is deze beperking van de aansprakelijkheid möglichniet op u van toepassing.
Reparatie
Alle Beha-Amprobe-hulpmiddelen die worden terugestuurd voor reparatie, al dan nicht onder garantie, of voor kalibratie, moeten worden vergezeld door het volgende: uw naam, de bedrijfsnaam, het adres, het telefoonnummer en het bewijs van aankoop. Neem daarnaast een korte omschrijving op van het probleem of de bevgraagde dienst en stuur de testsnoeren met de meter mee. Kosten voor reparatie of verranging die nicht onder garantie plaatsvinden, moeten worden betaald in de vom van een cheque, een betalingsopdracht, een credit card met verloopdatum of een aankooporder betaalbaar gesteld aan Beha-Amprobe.
Reparatie en verranging onder garantie - alle landen
Lees de garantiebepalingen en controller de batterij voordat u reparatie aanvraagt. Tijdens de garantieperiode kurz u elk defect testgereedschap returneren aan uw Beha-Amprobe-distributeur om dit om te ruilen voor hetzelfde of een gelijksoortig product. Zie de sectie "Waar te kopen" op beha-amprobe. com voor een lijst met distributeurs in uw omgeving. Daarnaast kurz u in de Verenigde Staten en Canada eenheden voor reparatie en verranging onder garantie tevens sturen aan een Amprobe Service Center (zie het adres hierna).
Reparatie en verrangingen buiten garantie - Europa
Europese eenheden die nicht onder de garantie vallen, können gegen nominale kosten verrangen worden door uw Beha-Amprobe-distributeur. Zie de sectie "Waar te kopen" op beha-amprobe.com voor een lijst met distributeurs in uw omgeving.
Beha-Amprobe
Afdeling en gedeponeerd handelsmerk van Fluke Corp. (USA)
Duitsland Verenigd Koninkrijk Nederland - Hoofdkantoor*
In den Engematten 14 52 Hurricane Way Science Park Eindhoven 5110
79286 Glottertal Norwich, Norfolk 5692 EC Son
Duitsland NR6 6JB Verenigd Koninkrijk Nederland
Telefoon: +49 (0) 7684 8009 - 0 Telefoon: +44 (0) 1603 25 6662 Telefoon: +31 (0) 40 267 51 00
beha-amprobe.de
beha-amprobe.com
beha-amprobe.com
- (Alleen correspondentie - op dit adres+zijn reparatie en verwangng Niet beschikbaar. Europese klanten moeten contact opnemen met hun distributeur.)
**eén contactadres in EEA Fluke Europe BV
INHOU
1. VOORZORGS- EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN 2
2. OnderDELEN VAN DE KIT 4
2.1Uw verpakking bevat 4
2.2 Bedieningselementen en display UAT-600-RE-ontvanger 5
2.3 Waarschuwingen UAT-600-RE-ontvanger 7
2.4 Bedieningselementen en display UAT-600-TE-zender 8
2.5 SC-600-EUR voedingsstroomtang (inbegrepen bij AT-620-EUR, optie voor AT-610-EUR) 10
3. BELANGRIJKSTE TOEPASSINGEN 11
3.1 Algemene tracingingstechnieken voor alle toepassingen 11
3.2 Voedingsmodus50/60 Hz - Passieve locatie van spanningvoerende kabels en elektriciteitskabels 12
3.3 Radiomodus - Passieve locatie van strooombronnen 12
3.4 Inductiemodus - Stroombronnen lokaliseren 13
3.5 Direte aansluitingsmodus testsnoeren -Een individuele pijp of kabel zoeken 14
3.6 Voedingsstroomtang - Een individuele pijp of kabel zoeken 16
4. SPECIALE TOEPASSINGEN 17
4.1 Wanner 8 kHz vs. 33 kHz frequentie moet worden gebruikt 17
4.2 Niet-metalen pijpen en rioolleidingen 17
4.3 Diepte- en stroommetingen uitvoeren 17
4.4 Metingen van spanning, watstand en uitgangsstroom van de zender 18
4.5 Geavanceerde lokaliseringstechnieken - Twee Personen wisselen 18
4.6 Fouten zoeken met het AF-600-EUR A-Frame-accessoire 18
5. ONDERHOUD 19
5.1 Batterijen verrangen 19
5.2 Zekering verrangen 20
6. SPECIFICATIONS 21
1. VOORZORGs- EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN
SYMBOLEN
| A | Let op! Zie de uitleg in deze handleiding. |
| A | WAARSCHUWING GEVAARLIJKE SPANNING. Risico op elektrische schok. |
| B | Raadpleeg de gebruikersdocumentatie. |
| C | De apparatuur is beschermd door dubbele of versterkte isolatie. |
| ½ | Aarde (massa). |
| - | Zekering. |
| + | Batterij. |
| ® | Gecertificerd door CSA Group volgens Noord-Amerikaanse veiligheidsstandaarden. |
| € | Voldoet aan de Europese richtlijnen. |
| £ | Voldoet aan de relevante Zuid-Koreaanse EMC-standaarden. |
| © | Voldoet aan de relevante Australische standaarden. |
| ¶ | Dit product voldoet aan de markingsvereisten van de WEEE-richtlijk. Het bevestigde label geeft aan dat u dit elektrisch/elektronisch product Niet mag weglooien bij het huishoudelijk afval. Productcategorie: Verwijzende waar de apparaattypes in de WEEE-richtlijk Bijlage I, is dit product geclassified er als een product van categorie 9 "Bewakings- en bedieningsinstrumenten". Werp dit product Niet weg als ongesorteerd gemeentelijk afval. |
INFORMATIE VOOR UW VEILIGHEID
Het product meter voldoet aan:
- UL/IEC 61010-1, CAN/CSA C22.2 No. 61010-1, verruilingsgraad 2, meetcategorie CAT IV 600 V MAX
IEC 61010-2-033
IEC61010-2-032
IEC 61010-031 (testsnoeren)
EMCIEC61326-1
Meetcategorie IV (CAT IV) is voor installations op of zichbij de bron ven de stroombron voor een gebouw,CUSen de ingang van het gebouw en het hoofdverdeelbord. Dergelijkke apparatuur kan elektriciteitsmeters en primaire overspanningsbeveiligingsapparaten bevatten.
CENELEC-richtlijnen
Het instrument voldoet aan de CENELEC laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU en de richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EU.
Waarschuwingen: Lees dit voor het gebruik
De möglichkheid op elektrische schokken, brand of persoonlijk letsel voorkomen:
- Gebruik het product alleen zoals beschreiben in deze handleiding anders kan de bescherming die door het instrument worden geleverd, in gevaar komt.
- Vermijd alleen werkken, zodate u hulp kun krijgen als dat nodig is.
- Test op een bekende stroombron binnen de het nominale spanningsbereik van het product voor en na gebruik om te controleren of het product goed werkt.
- Gebruik het product Niet in de buurt van explosieve gassen, dampen of in vochtige omgevingen die de IP54-graad overschrijdt conform IEC 60529.
- Inspector het product voor gebruik en gebruik het Niet als het beschadigd lijkt. Controleer op barsten of ontbrekend plastic. Besteed specifieke aandacht aan de isolatie rond de connectors.
- Inspector de testafleidingen vór het gebruik. Gebruik ze Niet als de isolatie beschadigd is of als er metaal bloot ligt.
- Controller de testafleidingen voor continuiteit. Vervang beschadigde testafleidingen voordat u het product gebruikt.
- Gebruik het product Niet als het Niet correct werk. De bescherming kan gehinderd worden. Laat het product onderhonden als u twijfelt.
- Laat het product alleen onderhonden door gekwalificeerd onderhoudspersoneel.
- Ga uiterst voorzichtig te werk als u werkkt in de buurt van blootliggende geleiders of rails. Contact met de geleider kan elektrische schok veroorzaken.
- Houd het product nooit vast voor bij de tactiele begrenzing.
- Pas Niet meer toe dan de nominale spanning en CAT-graad toe, zoals gregarkeerd op het product,ussen de aansluitklemmen ofCUSen elkeansluitklem en aarde.
- Verwijder testsnoeren van het product voordat u de productbehuizing of batterijklep opent.
- Bedien het product nooit verwijl de batterijklep verwijderd is of de behuizing geopend is.
- Wees voorzichtig bij het werken met spanningen van meer dan dan 30V wisselstroom RMS, 42 V wisselstroom piek, of 60V gelijkstroom. De spanningen vormen een risico op elektrische schok.
- Probeer nooit aan te sluiten op een spanningvoerend circuit dat het maximale bereik van het product kan overschrijden.
- Gebruik de juiste aansluitklemmen, functies en bereiken voor uw metingen.
- Bij het gebruik van alligatorklemmen moet u de vingers blijde vingerbescherming houden.
- Gebruik alleen de juiste zekering bij verrangen en de opgegeven verrangende onderdelen.
- Als u elektrische aansluitingen maakt op de UAT-600-TE-zender, sluit u het zwarte testsnoer aan op de aarding voordat u het rode testsnoer op het spanningsdragende circuit aansluit. Bij het loskoppelen,要去 u het spanningsdragende testsnoer loskoppelen voordat u het aardingstestsnoer loskoppelt.
- Om onjuiste lezingen die elektrische schokken of persoonlijk letsel konnen veroorzaken, te vermijden,要去 de batterijen verrangen zodra het pictogram batterij bijna leeg verschijnt. Controller de werkung van het product op een bekende bron voor en na het gebruik.
- Gebruik alleen 6x AA-batterijen voor de UAT-600-RE-ontvanger en alleen 8x D-batterijen voor de UAT-600-TE-zender, correct geinstalleerd in het batterijvak, om het product van stroom te voorzien (zie hoofdstuk 5.1: Batterijen verrangen)
- Gebruik bij het onderhoud alleen de aanbevolen verrangonderdelen die door de gebruiker konnen worden onderhonden.
- Leef deplaatselijke en nationale veiligheidsregels na. Individuèle beschemende uitrusting moet worden gebrukt om schokken en letsel door vlambogen te voorkomen bij open stroomgeleiders.
- Uitsluitend voor gezruik door bevoegde Personen.
- Gebruik alleen het testsnoer dat bij het product is geleverd of een UL-gecertificierde meetsonde volgens classificatie van CAT IV 600 V of better.
- Verwijder de batterijen als het product Niet worden gezruikt gedurende langeijd of als het is opgeslagen bij een temperatuur van meer dan 60^ (140°F). Als de batterijen Niet worden verwijderd, kan lekkage van de batterij het product beschadigen.
- Volg alle richtlijnen van de batterijfabrikant betreffende het onderhoud van de batterijen.
- Gebruik het product Niet om te controlleren op afwezigheid van spanning. Gebruik inplaats waarvan een spanningstester.
2. ONDERDELEN VAN DE KIT
2.1 Uw verpakking bevat:
| UAT-610-EUR UAT-620-EUR | ||
| UAT-600-RE-ontvanger | 1 | 1 |
| UAT-600-TE-zender | 1 | 1 |
| CC-UAT-600-EUR draagtas | 1 | 1 |
| TL-UAT-600 kit testsnoeren* | 1 | 1 |
| FP-UAT-600 verrangende zekering | 2 | 2 |
| Handleiding | 1 | 1 |
| Beknopte naslaggids | 1 | 1 |
| 1,5 V AA (IEC R6) batterijen (ontvanger) | 6 | 6 |
| 1,5 V D (IEC LR20) batterijen (zender) | 8 | 8 |
| SC-600-EUR voedingsstroomtang | - | 1 |
*TL-UAT-600 kit testsnoeren bevat:
Zwart testsnoer met afneembare zware alligatorklem
- Rood testsnoer met permanent bevestigde rode alligatorklem
Grondpen
| Optionele accessoires Beschrijving | |
| AF-600-EUR | A-Frame kabel aardlekdetector voor het lokaliseren van foutstroom maar de aarde afvloeit |
| BR-600-R | Oplaadbare batterij voor ontvanger |
| BR-600-T | Oplaadbare batterij voor zender |
| EPS-UAT-600 | Lader voor 2-poorten voor batterijen BR-600-R-ontvanger BR-600-T-zender |
| TL-600-25M | Verlenging testsnoer, 25 m (80') |
2.2 Bedieningselementen en display UAT-600-RE-ontvanger
Bedieningselementen ontvanger

In-/uitschakelen: 2 seconden ingedrukt houden om de ontvanger AAN/UIT te zetten.
Volume/Diepte
Volume - drukt kort om te schakelenussen dampen, laag, gemiddeld en hoog volume
Dieptemeting - Ingedrukt houden (> 2 seconden) tot de aanduiding van de dieptemeting op het scherm verschijnt.
3+/toont de gevoeligheidsaanpassing op het hoofdschem en voor de selectie omhoog/omlaag in het menuschem.
9 Hz: Druk kort om te schakelen:tussen de beschikbare frequentieopties.
| 8 kHz 8 kHz actieve modus | |
| 33 kHz 33 kHz actieve modus | |
| 50 Hz / 60 Hz Voedings modus (50 of 60 Hz) | |
| Radio Radiomodus |
10 Enter/Menu - Druk kort om het menu Ontvangersinstallingen in te voeren.
Display ontvanger
Het display van de ontvanger heeft een zwart-wit LCD-schem met hoog contrast en geoptimaliseerd voor zonlicht. Het heeft ook een automatische hintergrundverlichtingsfunctie die activeert in donkere gebieden voor geoptimaliserde weergave.

Luidsprekervolume
Indicator lokalisatiemodus
3 Signaalniveau - Piekindicator
4 Signaalniveau - Nummerweergave (0-999 is verwant met 0-99,9%)
5 Batterijstatusindicator
6 Frequentie voor signalaal zoeken
Pijlen links-rechts
8 Signaalniveau - Staafdiagram
9 Indicator gevoeligheidsinstelling
Pijlen links-rechts
Deze pijlen gehen de afstand vanaf de positie van de kabel aan. De linker- en rechtterpijlen verschijnen allebei wonneer u direct boven de kabel bent.

Een effen pijl geeft aan dat u zeer zich bij of op de kabellocatie bent.
Een dicht gearceerde pijl geeft aan dat u de kabellocatie nadert.
Eenlicht gearceerde pij geeft aan dat u ver van de kabellocatie bent.
Installing ontvanger
Stel de ontvanger in voor gebruik door het toestel in te schakelen en op de knop "ENTER/MENU" te drukken. Het menu Instellen genverschijnt.
- Gebruik de knoppen " om omhoog en omlaag te scrollen in het menu.
- Druk op "ENTER" om de instelling van een functie te wijzigen.
- Om af te sluiten, scrollt u omlaag maar "Afsluiten" en druk op "ENTER".
Vanaf het menu Instellingen is het möglichk het volgende te selecteren:
- Antennecfguratie - Piek of nuR
- Metingen - Engels (0 '00") of metrisch (0,00m)
- Frequentie zoeken voor voedingsmodus - 50 Hz of 60 Hz

Opmerking: Sommige selecties zichen möglichk nicht beschikbaar in alle modi. Indien nicht beschikbaar, worden het pictogram verrangen door een
| Λ | Pieksignaal met linker-/rechterpijlen. Deze configuratie is goed voor het algemeen lokaliseren. |
| γ | Nulsignaal met linker-/rechterpijlen. Deze configuratie geeft een scherp nulsignaal via de lijn, maar is minder nauwkeurig dan in de Piekmodus. Is handig voor hetzoekeken van lange lijnen onderhat het nulsignaal gemakkelijk tezoekeken is. |
De nulmodus gebruiken
Om de nulmodus te selecteren, schakelt u het toestel in en drukt u op "ENTER" om het menu Instellenen te openen. Selecteer sluit het menu Instellenen af. Het staafdiagram toont nu een minimumssignaal via de lijn.
De pijlen links/rechts zullen ook de positie van de lijn aangeven.

Opmerking: Gebruik de nulmodus voorzichtig waar dat deze Niet zo nauwkeurig is als de piekmodus. De nulmodus is handig bij het detecteren van de positie bij benadering van een lijn wonneer worden getraceerd over een lange afstand.
2.3 Waarschuwingen UAT-600-RE-ontvanger
Schermwaarschuwingen
Deze waarschuwingen verschijnen rechts op het scherm en kuren op elk ogenblick optreden.
| Service | Geeft aan dat het toestel Niet is gekalibreerd. Dit is doorgaans een fabrieksinstelling. U moet contact opnemen met de serviceafdeling. |
| Batterij laag | Geeft aan dat minder dan 10% van het batterijvermogen resteert. |
| Signaal overbelasting | Geeft aan dat het signaal te groot is om correct te verwerken. Er zal geen schade optreden aan de elektronica, maar de metingen zullen beinvloed worden. Deze toestand is zeer ongewoon. |
| Batterijvermogen Zoer laag | Wonneer dit pictogram verschijnt, is de batterijspanning zo laag dat het nicht möglichk is de locator te bedieren. Vervang of laad de batterijen op om door te gaan. |

Met dieptemeting verwante waarschuwingen
Deze waarschuwingen zijn gekoppeld aan dieptemetingen en verschijnen alleen in de sectie voor diepte op het pop-upschem.

Met de dieptemeting verwante waarschuwingen
| Signaal abnormaal | Het is nicht möglich om de diepte te berekenen,ondat het signaal te luid, te zwak of te sterk is. |
| Overheadsignaal | Het is nicht möglich om de diepte te berekenen door een sterk signaal dat vanaf boven straalt (i.e. een bovenleiding). |
| Ondiepe stroomtoevoer | Het toestel heeft een ondiepe stroomtoevoer gedetecterd (minder dan 4inch). Wees voorzichtig bij het uitgraven. |
2.4 Bedieningselementen en display UAT-600-TE-zender Zenderbedieningselementen

1 Display
2 Voeding AAN/UIT: 2 seconden ingedrukt houden om de ontvanger AAN/UIT te zetten. De indicatei verschijnt op het scherm.
3 Omhoog/omlaag (+ / -) multifunctionele knappen): u kunt de signalsterkte op het hoofdschem verhogen of verlagen, de selecties van de functies op het menuschem omhoog/omlaag verplaatsen, het volume verhogen/verlagen en helderheid in submenuschemen.
4 Frequentieselectie (Hz) Druk kort om te schakelen tussen de beschikbare freiquentieopties:
| 8 kHz 8 kHz actieve modus |
| 33 kHz 33 kHz actieve modus |
| A-Low Laag signal A-frame-modus |
| A-Hi Hoog signal A-frame-modus |
ENTER/MENU: Druk kort om het menu Ontvangersinstellungen in te voeren.

1Terminals voor directe aansluiting en voedingsstroomtang
Indicator voor gevaarlijke uitgangsspanning Het pictogram op het scherm geeft aan dat de zender een uitgangsspanning van ≥ 30V heeft.
3 Zekering
Indicator gevaarlijke spanning (meer dan 30 V) Het continu rode lampje duidt op de aanwezigheid van wisselspanning ≥ 30V op het circuit onder directe aansluitingsmodus.
Het knipperende rode lampje duidt op de aanwezigheid van een hogere spanning dan 30V op de zenderaansluitingen onder de modus A-Lo en A-Hi (gegenereerd en/of gemeten). In geval van de aanwezigheid van lijnspanning >50V (typisch)ijdens de werkking van de modus A-Lo of A-Hi, schakelt de zender de modi A-Lo en A-Hi automatisch uit, en het continu rode indicatielampje verdwijnt.
Controller alteid op de aanwezigheid van spanning op het circuit door een aanvullende spanningstester.
A Wees voorzichtig wanner de bovenstaande waarschuwingen voor spanningsindicatie AAN staan.
Opmerking: Gebruik de zender Niet om te controlleren op afwezigheid van spanning. Gebruik inplaats waarvan een spanningstester.
Zenderdisplay

Luidsprekervolume
Uitgang gevaarlijke spanning (meer dan 30 V)
3 Signaaluitgangsiveau
4 Batterij-indicator
Lokalisatiemodus
6Menu
Herinnering versterkingsinstalling
8 Frequentieselectie
Menufunctions zenderinstellungen
Druk op "ENTER" om het menu Instellingen te openen. Gebruik de knappen +- om omhoog en omlaag te scrollen door de beschikbare opties.
Uitgangsstroom: Deze functie is alleen beschikbaar wanneer testsnoeren worden aangesloten. Raadpleeg de sectie 3.5 Direte aansluitingsmodus testsnoeren voor de correcte aansluiting van de testsnoeren. De aflezing geeft de signaaluitgangsstroom aan. Als deze waarde nul is of zich bij nul ligt, moet u controlleren of een goede aansluiting is gemaatk met een doellijn.

Spanningsuitgang/-ingang: Deze functie is alleen beschikbaar wanneer testsnoeren worden aangesloten. Raadpleeg de sectie 3.5 Direte aansluitingsmodus testsnoeren om de testsnoeren goed aan te sluiten. De bovenste waarde 1x geeft de signaluitgangsspanning van de zender aan en de onderste waarde -geef de spanning op de lijn die is verbonden met de zender.

Weerstand: Deze functie is alleen beschikbaar wanner testsnoeren worden aangesloten op een stroomloze doellijn. Raadpleeg de sectie 3.5 Direte verbindsmodus testsnoeren om de testsnoeren correct aan te sluiten. De aangegeven waarde is de werkstand van de lijn die is verbonden met de zender. De maximale gemeten waarde is 999k . Het symbol > geeft aan dat de gemeten waarde groter is dan 999k

Bij de modus A-Lo / A-Hi zal de indicator knipperen. In geval van de aanwezigheid van spanning van ≥ 10V (typisch) op het circuit dat wordt getest, za de meting voor worden afgemeld onder het scherm MENU.
Luidsprekervolume: Gebruik de knappen "+ / - om de luidspreker te markeren en druk dan op "ENTER". Gebruik de knappen "+ / -" om het volume te verhogen/verlagen. Druk op "ENTER" om het luidsprekernu af te sluiten.

Contrast: Gebruik de knoppen "+ / -om het contraspictogram te markeren en druk dan op "ENTER". Gebruik de knoppen "+ / -om het contrast te verhogen/ verlagen. Druk op "ENTER" om het menu contrast af te sluiten.

2.5 SC-600-EUR voedingsstroomtang (inbegrepen bij AT-620-EUR, optie voor AT-610-EUR)
In veel situatuies is het ofwel Niet mogelijk om toegang te krijgen tot een kabel om een elektrisch contact te makesen ofwel is het Niet veilig om dat te doeon. De de voedingsstroomtang biedt een efficiente en veilige methode voor het toepassen van een locatiesignaal op een kabel, zodat dat de zender een signaal kan opwekken doorheen de isolatie in de draden of pijpen. De klem werkdt alleen op gesloten circuits met een lage impedantie.

3. HOOFDTOEPASSINGEN
| Toepassing Ontvangersinstalling Zenderinstalling Opmerking | |||
| 50/60 Hz spanningvoerende kabels lokaliseren | Voedingsmodus 50 Hz of 60 Hz | Geen zender nodig | De ontvanger zal details van het signalaal van elke spanningvoerende 50/60 Hz kabel detecteren. Sectie 3.2 |
| De locatie van alle metalen stroombronnen identificeren: pijpen*, spanningvoerende en spanningsloze kabels. | Radiomodus | De ontvanger zal meertere stroombronnen die het signalaal geleiden detecteren Sectie 3.3 & 3.4 | |
| 33 kHz | Inductiemodus | ||
| Individuèle pijpen* of kabel zoeken (spanningvoerend of spanningsloos) | 8 kHz of 33 kHz | Directe aansluiting testsnoer | De ontvanger zal het signalaal allen detecteren van een individuèle kabel/pijp die is aangesloten op de zender Sectie 3.5 & 3.6 |
| Klem | |||
| Fout lokaliseren A-Frame gebruiken | gebruiken | Directe aansluiting testsnoer, A-Lo of A-Hi | A-Frame zal deplaats van de fouit exact aanduiden Sectie 4.6 |
*Zoeken van Niet-metalen pijpen en leidingen is möglichk na hetplaatsen van metalen trekveer of kabel
3.1 Algemene traceringstechnieken voor alle toepassingen
Lokaliseren van de ontvanger
- Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken. Selecteer de gewenstezoekfrequentie. Houd de ontvanger verticaal.
- Pas de gevoeligheid aan met de knoppen + / - zodat de aflezing van het staafdiagram nog maar begint met wat beweging te vertonen. De gevoeligheidsregeling moet op of zicht bij de maximumgevoeligheid staan.
- Houd de ontvanger verticaal en voor uw lichaam, wandel over het te controeren gebied en volg het dan in een rasterpatroon.

Er zal geen geluid van de luidspreker komen tot de meteraflezing boven de volledige schaal ongeveer 10% is.

Denk eraan dat de objecten die loodrecht op de ontvanger staan, nicht worden gedetecteerd (witte objcten in tekeningen A en B). De ontvanger za objcten detecteren die parallel of in een hoek staan (grijze objcten in tekeningen A en B). Na het uitvoeren van de eerste rasterzoekactie zoals weergegeven in tekening A, herhaalt u de rasterzoekactie op 90 graden zoals weergegeven in tekening B.


Planweergave
- Als de meteraflezing begint toe te nemen, verplaatst u de locator voorzichtig aan voor en acheer en van links waar rechts om het maximumsignaal te detecteren. Gebruik het staafdiagram om u te helpen bij het bevestigen van de correcte positie. Als het staafdiagram de maximumwaarde overschrijdt, past u de gevoeligheid aan om de aflezing terug te brengen binnen de limieten van het staafdiagram met de knoppen + /

Als de aflezing buiten de schaal valt (te groot of teklein),kunt u de knoppen + / - " samen indrukken om de gevoeligheid automatisch aan te passen zodat de meterafwijking maar 50% worden gebracht.
- Draai de ontvanger om zich as om het maximumsignaal te verkrijgen. Dit geeft aan dat de ontvanger direct over de lijn is en op de richting van de kabel worden uitgelijnd. De richting kan ook worden gecontroleerd door te draaien tot hetkleinste signaal is gedetecteer - de ontvanger staat dan loodrecht op de kabel/pijp.

- Wandel langs het pad van de kabel en traceer deze door de ontvanger van links waar rechts te verplaatsen om het hoogste signal te zoeken.
3.2 Voedingsmodus 50/60 Hz - Passieve locatie van spanningvoerende kabels en elektriciteitskabels
Stroomsignalen worden gezormd door de netstroom die door de voedingskabels loopt. Deze signalen zijn 50 of 60Hz , afhankelijk van de regio (Europa heeft bijvoorbeeld 50Hz stroom en de Verenigde Staten 60Hz ). Deze freiagentie kan worden aangepast op de ontvanger.
Wanner elektrische stroom wordt verdeld via het netwerk, kan wat stroom via de aarde waar weg terugzoeken aan de elektriciteitscentrale. Deze zwerfstromen konnen op pijpen en kabels springen en ook strooomsignalen creeren.
Er moet voldoende elektrische stroom vloeien om een detecteerbaar signala te makeen. Een spanningvoerende kabel die niet in gebruik is, za möglichk geen detecteerbaar signala uitstralen. Een zeer goed gebalanceerde kabel (precies bezelfde stroom wanneer onder spanning als neutraal) neutraliseert de stroom en za möglichk geen signala makeen. In de praktijk is dit Niet ongewoon,ondat er doorgaans voldoende onbalans is in de kabel om een goed detecteerbaar signala te creeren.
- Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Druk herhaaldelijk op de knop ^ tot de correcte frequentie is geseleerd. Om de frequentie tussen 50 of 60Hz te wijzigen, raadpleeg u sectie 2.2 Bedieningselementen en display UAT-600-RE-ontvanger.
- Volg de stappen, zoals beschreiben in sectie 3.1 Lokaliseren van de ontvanger.
3.3 Radiomodus - Passieve locatie van strooombronnen
Radiosignalen worden gezormd door een radiozender met een lage freiagentie en worden gebruikt voor uitzendingen en communicatie. Ze zijn in de hele wereld geplaatst. Omdat de freiagenties zeer laag zich, hebden de signalen de neiging om binnen de dringen en zich bij de kromming van de aarde te blijven. Wanner de signalen een lange geleider zoals een pijp of kabel kruisen, worden de signalen opnieuwuitgestraald. Het zich.Deze opnieuwuitgestraalde signalen die door de radiomodus können worden gedetecteerd.
Het lokaliseren van radiosignalen lijkt sterkt op het detecteren van stroomsignalen,ondat ze beiden passief zich. Met de methode van de radiomodus zult u metalen strooambronnen detecteren,zoals bijpen, maar ook spanningvoerende en spanningsloze kabels.
Zoeken van Niet-metalen pijpen en leidingen zal möglichk zijn na hetplaatsen van metalen trekveer of kabel.

- Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Druk herhaaldelijk op de knop ^ tot Radio is geselecteerd.
- Volg de stappen zoals beschreiben in sectie 3.1 Lokaliseren van de ontvanger.
De pijlen links/rechts zichn Niet actiefijdens de passieve locatie
3.4 Inductiemodus - Stroombronnen lokaliseren
De inductiemodus is vooral handig voor het identificeren van de locatie van meerdere begraven stroombronnen voordat u begint te graven. De inductiemodus kan ook worden gebruikt voor het zoeken van individuèle kabels waar er geen toegang is tot de lijn om testsnoeren of een klem aan te sluiten. Deze methode is maybeik nicht betrouwbaar als aangrenzende lijnen aanwezig zijn onder metat het signaal ook op die lijnen zal worden toegepast.
Als de testsnoeren of voedingsstroomtang Niet op de zender+zijn aangesloten, start de zender automatisch met hetuitstralen van een signal errond met een interne antennne. Deze signalen zullen in de aarde dringen en koppelen op begraven lijnen. Het signalaal zal verwolgens langs de lijn lopen die kan worden gedetecteerd met de ontvanger.
Met de methode van de inductiemodus zult u metalen strooombronnen detecteren, zoals pijpen, maar ook spanningvoerende en spanningsloze kabels. Zoeken van Niet-metalen pijpen en leidingen zal möglichk�n na hetplaatsen van metalen trekveer of kabel.
Inductiemodus - De zender instellen
Als u de Inductiemodus gebruikt, staat u de zender op minstens 20 m van elke structuur, zoals een gebouw of een toren om te verhinderen dat het signaal wordt verstoord. Voordat u traceert, moet u een visuèle inspectie van het gebieduitvoeren en zoekenaar sporen waar de begraven stroombron aanwezig kan zich, zoals transformators, mangaten, straat- of parkeerlichten enz.
Het signalaal wordtuitgestraald rond de zender en eronder. Het is dan ook aanbevolen bij het toepassen van een signaal met de inductiemodus, een afstand van minstens 20m van de zender wordt behouden wanner u een een diepteaflezing lokaliseert of registreert. Als u dezeDICter can 20m kunt plaatsen, moet de operatior zich bewust zich dat het signalaal dat direct van de zender is ontvangen, sterk genoeg is om de resultaten te beinvloeden.

Vermijd het om de zender boven metalen houders van manopingen te plaatsen odomat dit de doeltreffendheid van de zender aanzienlijk kan verminderen en, in extreme gevallen, schade aan het circuit van de zender kan verroorzaken.
- Schakel de zender in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Plaats de zender boven de vermoedelijkke locatie van de lijn, en positioneer deze zo, dat deze zich langs de lijn bevindt.

- Druk op de knoppen "+ de uitvoer op niveau één in te stellen. Verhoog het niveau als de resultantende signalsterkte zwak is. Door het onnodig verhogen van het signal kan het signal worden kan opgewekt in ongewenste lijnen.

Inductiemodus - Lokaliseren met de ontvanger
- Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Druk herhaaldelijk op de knop " tot 33kHz is geselecteerd.
- Volg de stappen zoals beschreiben in sectie 3.1 Lokaliseren van de ontvanger en gebruik de pijlindicators links/rechts om snel de locatie van de draad te bepalen.
- Meet optioneel de diepte van de draad. Raadpleeg sectie 4.3 Diepte- en stroommetingen uitvoeren voor details.
Voor een betere nauwkeurigheid nadat de eerste locatie van een stroombron is gedetecteerd, verplaatst u de zender direct erboven in het geval deze Niet nauwkeurig werk geplaatst aan het begin van de Zoekactie.
Haar het signalaervormd is, kuren de pijlen een andere doelpositie dan de grootste staafdiagramaflezing aangeven. Gebruik in deze situatie altijd een staafdiagram om de lijn exact te lokaliseren omdat dit minder wordt beinvloed dan de pijlen link/rechts in een verwormd signaalveld.

3.5 Directe aansluitingsmodus testsnoeren - Een individuele pijp of kabel zoeken
Directe aansluiting met testsnoeren is de meest betrouwbare methode voor het zoeken van een individuèle kabel of pijp.
WAARSCHUWING
- Alleen bevoegt personeel mag aansluitingen op kabels make.
- De zender kan worden aangesloten op spanningsvoerende draden tot CAT IV 600 V en alle spanningsloze draad of pijp.
- Raak geen metalen onderdelen van de aansluitklemmen aan wanner u aansluit op de lijn of wanner de zender is ingeschakeld omdat deze 30V rms kan overschrijden.
- Sluit voor afgeschermde kabels alg ind op de mantel van die kabel. De mantel stopt het zoeksignaal als de zender is aangesloten op een van de interne draden.

Problemen met de signaalonderdrukking vermijden met een afzonderlijke aardaansluiting Het signal dat wordt gegenereerd door de zender, creeert een elektron magnetisch veld rond de draad. Dit veld is detecteerbaar door de ontvanger. Hoe holderder dit signal, hoe gemakkeliger het wordt om de draad te zoeken. Als de zender bijvoorbeeld worden aangesloten op twee aangrenzende draden op hetzfelfde circuit (bijvoorbeeld,但它- en neutrale draden op een Romax-kabel),Gaat het signal in een richting door de eerste draad en keert het terug (in tegenovergestelde richting) door de tweede. Ditverozaakt de creatie van twee elektron magnetische velden rond elke draad in tegenovergestelde richting. Deze tegengestelde velden zullen elkaar gedeeltelijk of volledig neutraliseren, zodat het zoeken van draden moeilijk tot zichs onmogelijk worden.

Om het neutraliserende effect te vermijden, moet een afzonderlijke aarde-aansluitmethode worden gebruikt. Het rode testsoer van de zender moet worden aangesloten op de hittedraad van het circuit dat u wilt zoeken en het groen/zwart snoer op een afzonderlijke aardingsdraad (zoals een waterpijp, een aardingspen, een metalen geaarde structuur van het gebouw of de aarde van een stopcontact) op aan ander circuit. Het is belangrijk dat u begrijpt dat een acceptabele afzonderlijke aardingsdraad NIET de aardingsaansluiting is van een stopcontact op hetzelfde circuit als de draad die u wilt zoeken. Als de hittedraad spanningvoerend is en de zender goed is aangesloten op een afzonderlijke aardingsdraad, Licht de rode LED op de zender op. De afzonderlijke aardingsaansluiting creert de maximale signalsterkte, waar het elektromagnetische veld rond de stroomdraad Niet worden onderdukt door een signal op het retourpad dat langs een aangrenzende draad (aarde of neutraal)) in tegenovergestelde richting stroomt, maar eerder via het afzonderlijke aardingscircuit.

Aansluitingsmodus directe testsnoeren - De zender instellen
- Schakel de zender in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Sluit de zwarte en rode testsnoeren aan op de zenderingangen. De zender schakelt automatisch maar de directe aansluitingsmodus en het display toont het pictogram van de directe aansluiting
- Stop de grondpen in de grond, loodrecht op enkele meters ten opzichte van de lijn. Sluit het Zwarte testsoer aan op de grondpen met een alligatorklem.
- Sluit het rode testsnoer aan op de doellijn. Als de lijn een spanning van meer dan 30V krijgt,licht de rode waarschuwings-LED op.
- Druk herhaaldelijk op de knop om 8kHz freuente (voorkeursinstelling voor de meeste zoeksituaties) of 33kHz te selecteren. Raadpleeg sectie 4.1 Wanner 8 kHz vs. 33kHz freuente moet worden gebruikt voor meer informatie. Frequenties "A-Lo" en "A-Hi" worden gebruikt met de optionele A-Frame kabel aardlekdetector die wordt gebruikt voor het lokaliseren van foutstroom en verder in de handleiding zijn beschreiben.
- Druk op de knoppen + / - om de uitvoer op niveau eén in te stellen. Verhoog het niveau als de resultantende signalsterkte zwak is. Als u het signaal onnodig verhoegt, kan het signaal hierdoor "aflopen" op andere services en misleidende "ghost"-signalen. Dit zal ook meer vermogen uit de batterij trekken.
Opmerking: Indien aangesloten za de zender een pieptoon uitzenden. Hoe beter de aansluiting op de lijn en aarde, hoe sneller de pieptoon. Controller op een goede aansluiting door het rode snoer los te koppelen en opnieuw aan te sluiten. Het is ook möglichk de signalstroom die door de zender worden geleverd te controlleren door maar het menu Instellingen te gaan en de optie mA te selecteren.
Zaken die de kwaliteit van de aansluitingen kunnen beinvloeden zijn een roestig pijpaansluitpunt (reinig het aansluitgebied met een draadborstel) of een slechte aarding. Om de aansluitingskwaliteit door slechte a Harding te verbeteren,(Int u proberen de pen in vochtige grond te stoppen. Bevochtig indien nodig de omgevende aarde met water. Als de a Harding nog steeds een probleem is,(Int u proberen een testsnoer aan te sluiten op de omgeving van het deksel van de manopening. Vermijd het aansluiten op hekkens omdat ze retoursignaalstromen langs de hekkens kunnen creeren waardoor het zoeksignaal worden verstoord.
Opmerking: Als de signaalniveauabalken nicht vullen, wijst dit er op dat de impedantie van de lijn de huidige uitvoer beperkt. Het uitbreiden van de uitvoer buiten dit punt za het signalaal Niet uitbreiden. Als er meer signalaal nodig is, controleert u de kwaliteit van de aansluiting met de lijn en aarde.
Wonneer u aansluit op pijpen en kabels met een grote diameter, is het soms nicht möglichk om een beschikte projectie te vinden voor het aanbrengen van de alligatorklem. Als het materiaal ijzerhoudend is, gebruikt u een magneet om contact e maken met de lijn en bevestigt uervoalgens de alligatorklem op een magneet. Bijvoorbeeld: een aansluiting op een straatverlichtingscircuit makeen. Het is de gewoonte om de mantel van een verlichtingskabel aan te sluiten op de metaalhoudende afdekking van een straatlamp. Door een aansluiting op de inspectieplaat te makeen, wordt een signaln aan de kabel opgewekt via de plaat en mantel. Er is geen doorgaans geen projectie op de plaat waarop moet worden geklemd. Daarom vormt het gebruik van een magneet op de plaat een geschikt klempunt.
Directe aansluitingsmodus testsnoeren - Zoeken met de zender
- Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Stem de frequentie van de zender af door herhaaldelijk op de knop "Hz" te drukken. Selecteer 8kHz of 33kHz , afhankelijk van de zenderinstelling.
- Volg de stappen, Zoals beschreiben in sectie 3.1 Lokaliseren van de ontvanger.
- Gebruik de pijlindicators links/rechts om snel de locatie van de draad te bepalen.
- Meet optioneel de diepte van de draad. Raadpleeg sectie 4.3 Diepte- en stroommetingen uitvoeren voor details.

3.6 Voedingsstroomtang - Een individuele pijp of kabel zoeken

In veel situatuies is het ofwel Niet mogelijk om toegang te krijgen tot een kabel om een elektrisch contact te makesen ofwel is het nicht veilig om dat te doeon. De voedingsstroomtang biedt een efficiente en veilige methode om een Zoeksignaal toe te passen op een kabel.
Als u de voedingsstroomtang gebruikt, is het het beste als beiden uiteinde van de doelkabel zich geaard zodat de voeding kan stromen. Als u een klem zich bij de een aardingspunt waar meerere aardingen of een aardingsbus aanwezig is, aanbrengt, moet u controleren of de klem rond de doellijn is aangebracht en Niet op de aardingsbus/andere aardingen om de effecten van het uit gezonden dat ook op een ongewenste lijn worden aangebracht, te verminderen.
Voedingsstroomtang - De zender instellen
- Schakel de zender in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Sluit de zwarte en rode testsnoeren van de voedingsstroomtang aan op de zenderingangen. De zender schakelt automatisch maar de klemmodus en het display toont het pictogram van de klem
- Klem de voedingsstroomtang rond de doellijn.
- Druk herhaaldelijk op de knop om 8kHz frequentie (voorkeursinstelling voor de meeste traceersituaties) of 33kHz te selecteren. Raadpleeg sectie 4.1 Wanner 8 kHz vs. 33kHz frequentie moet worden gebruikt voor meer informatie. Frequenties "A-Lo" en "A-Hi" worden gebruikt voor het lokaliseren van het aardlek van de kabelmantel en worden later in de handleiding beschreiben.
- Druk op de knoppen + / - om de uitvoer op niveau eén in te stellen. Verhoog het niveau als de resultantende signalsterkte zwak is. Als u het signalaal onnodig verhoegt, kan het signalaal hierdoor "aflopen" op andere services en misleidende "ghost"-signalen. Dit zal ook meer vermogen uit de batterij trekken.
Voedingsstroomtang - Zoeken met de zender
- Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.
- Stem de freiagentie van de zender af door herhaaldelijk op de knop "Hz" te drukken. Selecteer 8 kHz of 33 kHz, afhankelijk van de zenderinstelling.
- Volg de stappen, zoals beschreiben in sectie 3.1 Lokaliseren van de ontvanger.
- Gebruik de pijlindicators links/rechts om snel de locatie van de draad te bepalen.
- Meet optioneel de diepte van de draad. Raadpleeg sectie 4.3 Diepte- en stroommetingen uitvoeren voor details.

4. SPECIALE TOEPASSINGEN
4,1. Wanner 8 kHz vs. 33 kHz frequente moet worden gebruikt
Als algemene regel za 8 kHz het Beste compromis bieden tussen de zuiverheid van het signal en de effecten van het "aflopen" maar andere services. Er zich echter tijsden wanner de hogere 33 kHz frequentie voordelig za zich:
- Kabels met poteinde Zoeken: Kabels met poteinde zich doorgaan Niet geaard. Dit betekent dat het signalniet meteen za doorgaan aan het poteinde. Door een hogere frequentie te gebruiken worden de signalstroom gestimuleerd.
- Kabels metkleine diameter: Hogere frequencies kuren gemakkelijk stromen op kabels met kleine diameters, hoewel de regel "eerste poging 8kHz nog steeds van toepassing is.
- Oude gietijzeren pijpen lokaliseren: Deze pijpen hebben vaak mechanische aansluitingen tussen secties die na verloop vanijd roesten en een elektrische aansluiting tussen pijpsectie te verhinderen. Het 33kHz signalz al de neiging hebben over deze aansluitingen te springen en door te gaan langs de lijn.
- Slecht geaarde kabels: Hogere freqcnties zullen doorgaans beter langs een slecht geaarde kabel lopen dan lagere frequencies.
4,2. Niet-metalen pijpen en rioolleidingen lokaliseren
De UAT-600-EUR-locator kan nicht-metalen leidingen en pijpen indirect Zoeken.
- Stop de trekveer of draad in de leiding of pijp. Voor rioolleidingen gebruikt u de rioolafvoerreinigingsmachine om er een reinigingskabel in te stoppen.
- Volg de stappen die beschreiben zijn in Direte aansluitingsmodus testsnoeren - Een individuele pijp of kabel zoeken sectie 3.5. Sluit het rode testsnoor op de trekveer of de afvoerkabel.
De ontvanger zal het signaal dat door de trekveer of de draad worden geleid, door de leiding oppikken en de locatie van de Niet-metalen pijp aangeven..
4,3. Diepte- en stroommetingen uitvoeren
Diepte- en stroommetingen zijn alleen beschikkaar wanner de ontvanger is ingesteld op een freiorentie van 8kHz of 33kHz . De modus is NIET beschikkaar bij 50 / 60Hz of in de radiomodi.
Om een diepte- en stroommeting uit te voeren, moet u eerst de positie van de lijn nauwkeurig bepalen. Plaats de punt van de ontvanger op de grond en controllerer of.Deze verticaal en over de lijn is.Houd de knop " ingedrukt tot het scherm verandert om een dialoogvenster wee ter geven.
De huidige meetfunctie is handig om te bevestigen dat het gedetecteerde signala uiststraalt vanaf de getraceerde lijn. Als het signala "afloodt" op andere services, zullen de
resulterende signalen doorgaans zwakker zich dan van het oorspronkelijke signalaal. BlijfECHter voorzichtig want de signalastroom za geleidelijke verminderen over de lengte van de lijn. Een plotselinge stroomdaling over een afstand geeft een van de volgende situatuies aan:

- Er is een aardlek op de lui n die het signalaal waar de grond afleidt.
- Er is een "T"-aftakking weg van de hoofdlijn.
- De operator is gemigreerd van de verbonden lijn maar een lijn waarvan het signaal ieis afgelopen van de hoofdlijn.
Controleren op dieptefouten door signalvervorming
Eén manier om vast te stellen of de dieptemeting möglichk is beinvloed door de verrorming, is het uitvoeren van een diepteaflezing op grondniveau en de ontvanger verrolgens verhogen aan een bekende afstand van de grond (zoals 30~cm ). Neem de diepteaflezing op de neue diepte en bevestig dat de diepte heeft toegenomen met deze hoeveelheid. Als de diepte is gewijzigd door ie's anders dan de actuèle wijzigingen,要去en de aflezingen worden behandeld als verdacht.
Door verrormde signalen za de gelokaliseerde lijnpositie worden verplaatst vanaf de actuèle positie. De fouten vallen meer op als u de pijlen in de nulmodus gebruikt dan in het staafdiagram van de piekmodus. Als de pijl-/nulpositie en de positie van het piekstaafdiagram dit verkeerd aangeven, za het signal hierdoor waarschijnlijk worden verrormd en要去en de aflezingen voorzichtig worden verwerkt.
WAARSCHUWING
Graaf nooit mechanisch over het pad van een begraven pijp of kabel. Graaf algtd voorzichtig.
4,4. Metingen van spanning, waarstand en uitgangsstroom met de zender
Raadpleeg pagina 9 Functie menu zenderinstellungen voor details.
4,5. Geavanceerde lokaliseringstechnieken - Twee Personen wisselen
-
Stel de zender in zoals beschreiben in de sectie 3.4 Inductiemodus - Stroombronnen lokaliseren sectie 3.4.
-
Zet de ontvanger aan door de voedingsknop gedurende twee seconden ingedrukt te houden en selecteer 33kHz freiagentie door te drukken op de knop .
-
Selecteer het gebied dat moet worden gecontrolleerd. Eén persoon heeft de zender met de handgreep in lijn met de richting van de beweging en de andere houdt de ontvanger vast (zoals hieronder weergegeven).
-
Sta minstens 5 m uit elkaar terwijl u de apparatuur vasthoudt zoals hieronder, met de zender en ontvanger in lijn met de richting van de beweging.
-
Pas de gevoeligkeit van de ontvanger aan zodate meter ca. 20% signalsterkte leest.
-
Wandel langzaam over de site en blijf parallel ten opzichte van elkaar. Wanner een service nadert, verhoegt het aardleksignaal op de ontvanger. Wanner het signaal op zich maximum staat, stopt u de zender enplaatst u deze op de grond. Bepaal dan de positie van de service exact met de ontvanger Zoals beschreiben in de sectie 3.10 Lokaliseren van de ontvanger. Markeer deze positie en teken de route over de site indien dat nodig is.
-
Ga verder met de sweep voer de site en herhaal dan, indien möglichk, het proces op 90 graden ten opzichte van de reeds voltooide sweep.

4,6. Fouten zoeken met het AF-600-EUR A-Frame-accessoire
De AF-600-EUR A-frame kabel aardlekdetector is een optioneel accessoire dat specifiek is ontworpen voor de Beha-Amprobe UAT-600-EUR-serie. In combinatie met de zender worden deplaats waar een kabelmetaalgeleider (een mantel of metalen geleider van de draad) de grond raakt, exact vastgesteld. Deze kan ook andere geleidersaar aardlekken detecteren, zoals fouten aan de mantel van de pijplijn. Raadpleeg de handleiding van het AF-600-EUR A-frame voor alle instructies.
5. ONDERHOUD
5,1. Batterijen verrangen
Gebruik een platkopschroevendraaier om de batterijklep te openen.


5.2.Zekering verrangen
Gebruik een platkopschroevendraaier om de klep van de zekering te openen.

Alleen gebruiken voor exacte verranging van zekering.
6. SPECIFICATIONS
| UAT-600-TE-zender | |
| Bedrijfs spanning | 0 tot 600 V |
| Zendfrequentie | Spanningvoerend circuitInductiemodus: 33 kHz (32.768 Hz)Direct aansluitingsmodi: 8 kHz (8.192 Hz) en 33 kHz (32.768 Hz)Klemmodus: 8 kHz (8.192Hz) / 33 kHz (32.768Hz)Spanningsloos circuitInductiemodus: 33 kHz (32.768 Hz)Direct aansluitingsmodi: 8 kHz (8.192 Hz), 33 kHz (32.768 Hz), A-Lo/A-HiA-Frame: 8 kHz (8.192 Hz)Klemmodus: 8 kHz (8.192Hz) / 33 kHz (32.768Hz) |
| Uitgangsvermogen zendmodus | Max. 3 watt |
| Uitgangsspanning | Max. 50 V rms |
| Uitgangsstroom | Max. 250 mA rms, constante stroom in 5 stappen |
| Netspanningsmeting | 0 V tot 600 V, 50 Hz tot 60 HzResolutie: 1 VNauwkeurigheid ± 10% |
| Weerstandmeting(Spanningsloos circuit) | 0 Ω tot 999 kΩBereik: 0 Ω tot 999 Ω (resolutie: 5 Ω)Bereik: 1 Ω tot 999 Ω (resolutie: 1 kΩ)Nauwkeurigheid ± 10% |
| Waarschuwing uitvoergevaarlijke spanning | ≥ 30 V rmsPictogram weergegeven op het scherm: Tx △ |
| Waarschuwing gevaarlijke netspanning | ≥ 30 V rmsRood indicatorlampje: △ |
| Audio-aanduiding | Snelle pieptonen tonen dat het better signal wordt toegepast |
| Compatible ontvanger | UAT-600-RE-ontvanger |
| Compatible accessories | SC-600-EUR voedingsstroomtangAF-600-EUR A-frameTL-UAT-600 set testsnoeren* |
| Display | Monochroom dotmatrix grafisch LC-display (LED-achtergrondverlichting)60 mm x 32 mm (2,4 in x 1,3 in) |
| Updatesnelheid | Stroom (mA): 10 msSpanning (V): 15 msWeerstand (Ω): 330 ms |
| Bedrijfstemperatuur en-vochtigkeit | -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F), ≤90% RH |
| Opslagtemperatuur en vochtigkeit | -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F), ≤90% RH |
| Bedrijfshoogte | < 2000 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| IP-beschemingsgraad | IP54 |
| Valbestendig | 1 m (3,28 ft) |
| Stroomtoevoer | Acht (8) 1,5 V D-cel alkalinebatterijen |
| Automatisch uitschakelen | Geen |
| Levensduur batterij | Ca. 16CLR aan 21 °C (70 °F) (standaard) |
| Indicatie batterij bijna leeg | A | |
| Meetcategorie | CAT IV 600 V | |
| Overbelastingsbeveiliging | 600 V rmsZekering FF 500 mA, 1000 V, IR 30 kA,Φ6,3 x 32 mm | |
| Goedkeuring agentschap | S: C: K: G: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: N: P: R: S: T: U: V: W: X: Y: Z: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: N: O: P: Q: R: S: T: U: V: W: X: Y: Z: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: N: O: P: Q: R: S: T: U: V: W: X: Y: Z: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: N: Q: R: S: T: U: V: W: X: Y: Z: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: N: O: P: Q: R: S: T: U: V: W: X: Y: Z: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: O: P: Q: R: S: T: U: V: W: X: Y: Z: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: O: P: Q: R: S: T: U: V: W: X: Y: Z: A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: | IEC 61010-1, IEC 61010-2-033CSA/UL 61010-1, CSA/UL 61010-2-033IEC 61010-031, CSA/UL 61010-031 (testsnoeren) |
| Veiligheidscompatibilititeit | IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industriële zend- en communicatie-apparatuur)[1] [1] Dit product voldoet aan de vereisten voor industriële (Klausse A) apparatusuur met elektramagnetische golven en de verkoper of gebruiker要去 dit naleven. Deze apparatusuur is bedoeld voor gebruik in zakelijk omgeving en worden nicht gebruikt in privéworgeningen. | |
| Elettromagnetische compatibilititeit | ||
| Afmetingen (H x B x D) | Ca. 355 x 230 x 120 mm (14 x 9 x 4,7 in) | |
| Gewicht | Ca. 3,2 kg (met geinstalleerde batterijen) |
| UAT-600-RE-ontvanger | |
| Bedrijfsspanning | 0 tot 600 V |
| Traceringsmodi | Actieve tracering: 33 kHz (32.768 Hz) en 8 kHz (8.192 Hz) Passieve tracering: 50 / 60 Hz en radio |
| Lokalisatiemodi | Piek en null |
| Gevoeligheidsaanpassing (sterkteregeling) | Ja |
| Dieptemeting | Tot 6 m (20 ft) |
| Nauwkeurigheid dieptemeting | 0,1 m (4 in) tot 3 m (10 ft): ± 3 % 3 m (10 ft) tot 6 m (20 ft): ± 5 % |
| Gevoeligheid aan 1 m (standaard) | Vermogen: 2 mA Radio: 20 μA 8 kHz: 5 μA 33 kHz: 5 μA |
| Achtergrundverlichting display | Automatisch |
| Audio-aanduiding | Steeds dichter bij het signaal |
| Compatible zender | UAT-600-TE-zender |
| Display | 109 mm (4.3 in), 320 x 240 zwart-wit LC-display voor buiten met automatische hintergrundverlichting |
| Updatesnelheid | Onmiddelijk |
| Bedrijfstemperatuur en -vochtigkeit | -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F), ≤90% RH |
| Opslagtemperatuur en vochtigkeit | -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F), ≤90% RH |
| Bedrijshoogte | < 2000 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| IP-beschemingsgraad | IP54 |
| Valbestendig | 1 m (3,28 ft) |
| Stroomtoevoer | Zes (6) 1,5 V AA-alkalinebatterijen |
| Automatisch uitschakelen | 15 uu in rustWordt automatisch uitgeschakeld na 15 minuten of als er geen knopwordt ingedrukt |
| Levensduur batterij | Ca. 35 uu aan 21 °C (70 °F) (standaard) |
| Indicatie batterij bijna leeg | en/of [in de] rechterbovenhoek van het scherm |
| Meetcategorie | CAT IV 600 V |
| Goedkeuring agentschap | CE K |
| Veiligheidscompatibilititeit | IEC 61010-1, IEC 61010-2-033CSA/UL 61010-1, CSA/UL 61010-2-033 |
| Elektromagnetischecompatibilititeit | IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industrièle zend-encommunicatie-apparatuur)[1][1]Dit product voldoet aan de vereisten voor industrielle (Klasse A) apparatusuur met elektromagnetische golven en de verkoper of gebruiker要去 dit najeven. Deze apparatusuur is bedoeld voor gebruik in zakelijk omgeving en worden nicht gebruikt in privéwoningen. |
| Afmetingen (H x B x D) | Ca. 302 x 120 x 779 mm (11,9 x 4,7 x 30,7 in) |
| Gewicht | Ca. 1,9 kg (met geinstalleerde batterijen) |
| AF-600-EUR A-frame | |
| Traceermodus (spanningsloos) | 8 kHz (8.192 Hz) |
| Lokalisatiemodus | Lokalisering aardlek |
| Gevoeligheid (standaard) | Kabellokalisatiemodus op 1 meter diepte: 10 uA Kabellokalisatiemodus: tot 2 MΩ lekstroom |
| Achtergrundverlichting display | Automatisch |
| Audio-aanduiding | Luidspreker links/rechts op puls-/continue toon |
| Compatible zender | UAT-600-TE-zender |
| Display | 33 mm, 128 x 128 zwart-wit LC-display voor buiten met automatische hintergrondverlichting |
| Updatesnelheid | Onmiddelijk |
| Bedrijfstemperatuur en -vochtigheid | -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F), ≤90% RH |
| Opslagtemperatuur en vochtigheid | -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F), ≤90% RH |
| Bedrijfshoogte | < 2000 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| IP-beschemingsgraad | IP54 |
| Valbestendig | 1 m (3,28 ft) |
| Stroomtoevoer | Zes (6) 1,5 V AA-alkalinebatterijen |
| Automatisch uitschakelen | 15 eer in rust Wordt automatisch uitzgeschakeld na 15 minuten of als er geen knop worden ingedrukt |
| Levensduur batterij | Ca. 60 eer aan 21 °C (70 °F) (standaard) |
| Indicatie batterij bijna leeg | Knipperend |
| Goedkeuring agentschap | © C E K A |
| Veiligheidscompatibilität | IEC 61010-1 CSA/UL 61010-1 |
| Elektramagnetische compatibilität | IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industrièle zend- en communicatione-apparatuur) [1] [1] Dit product voldoet aan de vereisten voor industrièle (Klasse A) apparatuur met elektramagnetische golven en de verkoper of gebruiker要去 dit naleven. Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik in zakelijk omgeving en worden nicht gebruikt in privéwonden. |
| Afmetingen (H x B x D) | Ca. 355 x 230 x 120 mm (14 x 9 x 4,7 in) |
| Gewicht | Ca. 1,9 kg (met geinstalleerde batterijen) |
| SC-600-EUR voedingsstroomtang | |
| Bedrijfsspanning en -stroom | 0 tot 600 V, max. 100 A |
| Bedrijfsfrequentie | 33 kHz (32.768 Hz) en 8 kHz (8.192 Hz) |
| Signaalspanning Uitgang (nominaal) | 23 V rms aan 8 kHz30 V rms aan 33 kHz |
| Bedrijfstemperatuur en -vochtigkeit | -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F), ≤ 90 % RH |
| Opslagtemperatuur en vochtigkeit | -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F), ≤90% RH |
| Bedrijshoogte | < 2000 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| IP-beschermingsgraad | IP54 |
| Valbestendig | 1 m (3,28 ft) |
| Meetcategorie | CAT IV 600 V |
| Goedkeuring agentschap | © C E K |
| Veiligheidscompatibilititeit | IEC 61010-1, IEC 61010-2-032CSA/UL 61010-1, CSA/UL 61010-2-032 |
| Elektromagnetische compatibilititeit | IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industrièle zend- en communicatione-apparatuur)[1][1]Dit product voldoet aan de vereisten voor industrièle (Klasse A) apparatusuur met elektromagnetische golven en de verkoper of gebruiker要去 dit najeven. Deze apparatusuur is bedoeld voor gebruik in zakelijk omgeving en worden nicht gebruikt in privéwonden. |
| Afmetingen (H x B x D) | Ca. 295 x 180 x 37 mm (11,6 x 7,1 x 1,4 in) |
| Gewicht | Ca. 0,85 kg |
| TL-UAT-600 set testsnoeren* | |
| Meetcategorie | CAT IV 600 V |
| Bedrijfs spanning en -stroom | Testsnoeren: 600 V, max. 10 A Klemmen: 600 V, max. 10 A |
| Snoerlengte | 3,5 m (11,5 ft) |
| Compatible zender | UAT-600-TE-zender |
| Bedrijfstemperatuur en -vochtigkeit | -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F), ≤90% RH |
| Opslagtemperatuur en vochtigkeit | -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F), ≤90% RH |
| Bedrijfshoogte | < 2000 m |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| Goedkeuring agentschap | © C E K |
| Veiligheidscompatibilititeit | IEC 61010-031 CSA/UL 61010-031 |
| Elektromagnetische compatibilititeit | IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industriële zend- en communicatione-apparatuur)[1] [1]Dit product voldoet aan de vereisten voor industriële (Kasse A) apparatusum met elektromagnetische golven en de verkoper of gebruiker要去 dit najeven. Deze apparatusum is bedoeld voor gebruik in zakelijk omgeving en worden nicht gebruikt in privévondeningen. |
| Afmetingen (H x B x D) | Ca. 230 x 90 x 80 mm (9 x 3,5 x 3,1 in) |
| Gewicht | Ca. 0,5 kg |