Beha-Amprobe UAT610EUR - Detector

UAT610EUR - Detector Beha-Amprobe - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis UAT610EUR Beha-Amprobe in PDF-formaat.

📄 340 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Beha-Amprobe UAT610EUR - page 146
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Beha-Amprobe

Model : UAT610EUR

Categorie : Detector

Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UAT610EUR - Beha-Amprobe en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UAT610EUR van het merk Beha-Amprobe.

GEBRUIKSAANWIJZING UAT610EUR Beha-Amprobe

Compatibilidad electromagnética IEC 61326-1 Korea (KCC): Equipo "Clase A" (Equipo de difusión y comunicación industrial) [1] [1] Este producto cumple los requisitos de un equipo industrial de onda electromagnética (Clase A), y el vendedor o el usuario deberán estar al tanto de esto. Este equipo está diseñado para el uso en entornos comerciales y no se deberá utilizar en hogares. Tamaño (alto x ancho x largo) Aprox. 230 x 90 x 80 mm (9 x 3,5 x 3,1 pulg.) Peso Aprox. 0,5 kg (1,1 libras)UAT-600-EUR-serie Kabelzoeker set voor het lokaliseren van ondergrondse nutsnetwerken UAT-610-EUR UAT-620-EUR Handleiding 11/2018, 6011184 A ©2018 Beha-Amprobe Alle rechten voorbehouden. Gedrukt in China NederlandsBeperkte garantie en beperking van aansprakelijkheid Uw Beha-Amprobe-product is vrij van defecten in materiaal en fabricage gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum behalve wanneer de plaatselijke wetgeving anders vereist. Deze garantie dekt geen zekeringen, wegwerpbatterijen of schade door ongelukken, verwaarlozing, misbruik, verandering, vervuiling, of abnormale gebruiksomstandigheden. Wederverkopers zijn niet geautoriseerd tot het verlengen van andere garanties namens Beha-Amprobe. Om tijdens de garantieperiode service te verkrijgen, moet u het product met aankoopbewijs terugsturen naar een geautoriseerd Beha-Amprobe Service Center of naar een dealer of distributeur van Beha-Amprobe. Zie de reparatiesectie voor details. DEZE GARANTIE IS UW ENIGE REMEDIE. ALLE ANDERE GARANTIES - ZIJ HET UITDRUKKELIJK, IMPLICIET OF WETTELIJK - INCLUSIEF IMPLICIETE GARANTIE VOOR GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL OF VERKOOPBAARHEID, WORDEN HIERBIJ AFGEWEZEN. DE FABRIKANT IS NIET AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE SPECIALE, INDIRECTE, INCIDENTELE OF GEVOLGSCHADE OF VERLIES VOORTVLOEIEND UIT ENIGE OORZAAK OF REGELS. Omdat sommige staten en landen het uitsluiten of beperken van een impliciete garantie of van incidentele of gevolgschade niet toestaan, is deze beperking van de aansprakelijkheid mogelijk niet op u van toepassing. Reparatie Alle Beha-Amprobe-hulpmiddelen die worden teruggestuurd voor reparatie, al dan niet onder garantie, of voor kalibratie, moeten worden vergezeld door het volgende: uw naam, de bedrijfsnaam, het adres, het telefoonnummer en het bewijs van aankoop. Neem daarnaast een korte omschrijving op van het probleem of de gevraagde dienst en stuur de testsnoeren met de meter mee. Kosten voor reparatie of vervanging die niet onder garantie plaatsvinden, moeten worden betaald in de vorm van een cheque, een betalingsopdracht, een credit card met verloopdatum of een aankooporder betaalbaar gesteld aan Beha-Amprobe. Reparatie en vervanging onder garantie - alle landen Lees de garantiebepalingen en controleer de batterij voordat u reparatie aanvraagt. Tijdens de garantieperiode kunt u elk defect testgereedschap retourneren naar uw Beha-Amprobe-distributeur om dit om te ruilen voor hetzelfde of een gelijksoortig product. Zie de sectie "Waar te kopen" op beha-amprobe. com voor een lijst met distributeurs in uw omgeving. Daarnaast kunt u in de Verenigde Staten en Canada eenheden voor reparatie en vervanging onder garantie tevens sturen naar een Amprobe Service Center (zie het adres hierna). Reparatie en vervangingen buiten garantie - Europa Europese eenheden die niet onder de garantie vallen, kunnen tegen nominale kosten vervangen worden door uw Beha-Amprobe-distributeur. Zie de sectie "Waar te kopen" op beha-amprobe.com voor een lijst met distributeurs in uw omgeving. Beha-Amprobe Afdeling en gedeponeerd handelsmerk van Fluke Corp. (USA) Duitsland* Verenigd Koninkrijk Nederland - Hoofdkantoor** In den Engematten 14 52 Hurricane Way Science Park Eindhoven 5110 79286 Glottertal Norwich, Norfolk 5692 EC Son Duitsland NR6 6JB Verenigd Koninkrijk Nederland Telefoon: +49 (0) 7684 8009 - 0 Telefoon: +44 (0) 1603 25 6662 Telefoon: +31 (0) 40 267 51 00 beha-amprobe.de beha-amprobe.com beha-amprobe.com

  • (Alleen correspondentie - op dit adres zijn reparatie en vervanging niet beschikbaar. Europese klanten moe- ten contact opnemen met hun distributeur.) **één contactadres in EEA Fluke Europe BV1 UAT-600-EUR-series Kabelzoeker set voor het lokaliseren van ondergrondse nutsnetwerken INHOUD

2.5 SC-600-EUR voedingsstroomtang (inbegrepen bij AT-620-EUR, optie voor AT-610-EUR) 10

3. BELANGRIJKSTE TOEPASSINGEN ................................................................................ 11

3.1 Algemene traceringstechnieken voor alle toepassingen ...................................................11

3.5 Directe aansluitingsmodus testsnoeren

4.4 Metingen van spanning, weerstand en

Let op! Zie de uitleg in deze handleiding.

WAARSCHUWING GEVAARLIJKE SPANNING. Risico op elektrische schok. Raadpleeg de gebruikersdocumentatie.

De apparatuur is beschermd door dubbele of versterkte isolatie.

Gecerticeerd door CSA Group volgens Noord-Amerikaanse veiligheidsstandaarden.

Voldoet aan de Europese richtlijnen. Voldoet aan de relevante Zuid-Koreaanse EMC-standaarden. Voldoet aan de relevante Australische standaarden.

Dit product voldoet aan de markeringsvereisten van de WEEE-richtlijn. Het bevestigde label geeft aan dat u dit elektrisch/elektronisch product niet mag weggooien bij het huishoudelijk afval. Productcategorie: Verwijzende naar de apparaattypes in de WEEE-richtlijn Bijlage I, is dit product geclassiceerd als een product van categorie 9 “Bewakings- en bedieningsinstrumenten”. Werp dit product niet weg als ongesorteerd gemeentelijk afval.

INFORMATIE VOOR UW VEILIGHEID

Het product meter voldoet aan:

  • EMC IEC 61326-1 Meetcategorie IV (CAT IV) is voor installaties op of dichtbij de bron ven de stroombron voor een gebouw, tussen de ingang van het gebouw en het hoofdverdeelbord. Dergelijke apparatuur kan elektriciteitsmeters en primaire overspanningsbeveiligingsapparaten bevatten. CENELEC-richtlijnen Het instrument voldoet aan de CENELEC laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU en de richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EU.3 Waarschuwingen: Lees dit voor het gebruik De mogelijkheid op elektrische schokken, brand of persoonlijk letsel voorkomen:
  • Gebruik het product alleen zoals beschreven in deze handleiding anders kan de bescherming die door het instrument wordt geleverd, in gevaar komen.
  • Vermijd alleen werken, zodat u hulp kun krijgen als dat nodig is.
  • Test op een bekende stroombron binnen de het nominale spanningsbereik van het product voor en na gebruik om te controleren of het product goed werkt.
  • Gebruik het product niet in de buurt van explosieve gassen, dampen of in vochtige omgevingen die de IP54-graad overschrijdt conform IEC 60529.
  • Inspecteer het product voor gebruik en gebruik het niet als het beschadigd lijkt. Controleer op barsten of ontbrekend plastic. Besteed specieke aandacht aan de isolatie rond de connectors.
  • Inspecteer de testaeidingen vóór het gebruik. Gebruik ze niet als de isolatie beschadigd is of als er metaal bloot ligt.
  • Controleer de testaeidingen voor continuïteit. Vervang beschadigde testaeidingen voordat u het product gebruikt.
  • Gebruik het product niet als het niet correct werkt. De bescherming kan gehinderd worden. Laat het product onderhouden als u twijfelt.
  • Laat het product alleen onderhouden door gekwaliceerd onderhoudspersoneel.
  • Ga uiterst voorzichtig te werk als u werkt in de buurt van blootliggende geleiders of rails. Contact met de geleider kan elektrische schok veroorzaken.
  • Houd het product nooit vast voorbij de tactiele begrenzing.
  • Pas niet meer toe dan de nominale spanning en CAT-graad toe, zoals gemarkeerd op het product, tussen de aansluitklemmen of tussen elke aansluitklem en aarde.
  • Verwijder testsnoeren van het product voordat u de productbehuizing of batterijklep opent.
  • Bedien het product nooit terwijl de batterijklep verwijderd is of de behuizing geopend is.
  • Wees voorzichtig bij het werken met spanningen van meer dan dan 30 V wisselstroom RMS, 42 V wisselstroom piek, of 60 V gelijkstroom. De spanningen vormen een risico op elektrische schok.
  • Probeer nooit aan te sluiten op een spanningvoerend circuit dat het maximale bereik van het product kan overschrijden.
  • Gebruik de juiste aansluitklemmen, functies en bereiken voor uw metingen.
  • Bij het gebruik van alligatorklemmen moet u de vingers achter de vingerbescherming houden.
  • Gebruik alleen de juiste zekering bij vervangen en de opgegeven vervangende onderdelen.
  • Als u elektrische aansluitingen maakt op de UAT-600-TE-zender, sluit u het zwarte testsnoer aan op de aarding voordat u het rode testsnoer op het spanningsdragende circuit aansluit. Bij het loskoppelen, moet u het spanningsdragende testsnoer loskoppelen voordat u het aardingstestsnoer loskoppelt.
  • Om onjuiste lezingen die elektrische schokken of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken, te vermijden, moet u de batterijen vervangen zodra het pictogram batterij bijna leeg verschijnt. Controleer de werking van het product op een bekende bron voor en na het gebruik.
  • Gebruik alleen 6x AA-batterijen voor de UAT-600-RE-ontvanger en alleen 8x D-batterijen voor de UAT-600- TE-zender, correct geïnstalleerd in het batterijvak, om het product van stroom te voorzien (zie hoofdstuk 5.1: Batterijen vervangen)
  • Gebruik bij het onderhoud alleen de aanbevolen vervangonderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden.
  • Leef de plaatselijke en nationale veiligheidsregels na. Individuele beschermende uitrusting moet worden gebruikt om schokken en letsel door vlambogen te voorkomen bij open stroomgeleiders.
  • Uitsluitend voor gebruik door bevoegde personen.
  • Gebruik alleen het testsnoer dat bij het product is geleverd of een UL-gecerticeerde meetsonde volgens classicatie van CAT IV 600 V of beter.
  • Verwijder de batterijen als het product niet wordt gebruikt gedurende lange tijd of als het is opgeslagen bij een temperatuur van meer dan 60 °C (140 °F). Als de batterijen niet worden verwijderd, kan lekkage van de batterij het product beschadigen.
  • Volg alle richtlijnen van de batterijfabrikant betreffende het onderhoud van de batterijen.
  • Gebruik het product niet om te controleren op afwezigheid van spanning. Gebruik in plaats daarvan een spanningstester.4

SC-600-EUR voedingsstroomtang

  • Zwart testsnoer met afneembare zware alligatorklem
  • Rood testsnoer met permanent bevestigde rode alligatorklem
  • Grondpen Optionele accessoires Beschrijving AF-600-EUR A-Frame kabel aardlekdetector voor het lokaliseren van foutstroom naar de aarde afvloeit BR-600-R Oplaadbare batterij voor ontvanger BR-600-T Oplaadbare batterij voor zender EPS-UAT-600 Lader voor 2-poorten voor batterijen BR-600-R-ontvanger BR-600-T-zender TL-600-25M Verlenging testsnoer, 25 m (80‘)5

2.2 Bedieningselementen en display UAT-600-RE-ontvanger

Bedieningselementen ontvanger 1 Lichtsensor Luidspreker LC-display (hoog contract, geoptimaliseerd voor zonlicht) Toetsenblok Batterijvak

In-/uitschakelen : 2 seconden ingedrukt houden om de ontvanger AAN/UIT te zetten. Volume/Diepte

  • Volume – drukt kort om te schakelen tussen dempen, laag, gemiddeld en hoog volume
  • Dieptemeting – Ingedrukt houden (> 2 seconden) tot de aanduiding van de dieptemeting op het scherm verschijnt. / : toont de gevoeligheidsaanpassing op het hoofdscherm en voor de selectie omhoog/omlaag in het menuscherm.

: Druk kort om te schakelen tussen de beschikbare frequentieopties. 8 kHz 8 kHz actieve modus 33 kHz 33 kHz actieve modus 50 Hz / 60 Hz Voedingsmodus (50 of 60 Hz) Radio Radiomodus Enter/Menu – Druk kort om het menu Ontvangersinstellingen in te voeren.

Display ontvanger Het display van de ontvanger heeft een zwart-wit LCD-scherm met hoog contrast en geoptimaliseerd voor zonlicht. Het heeft ook een automatische achtergrondverlichtingsfunctie die activeert in donkere gebieden voor geoptimaliseerde weergave. Pijlen links-rechts Deze pijlen geven de afstand vanaf de positie van de kabel aan. De linker- en rechterpijlen verschijnen allebei wanneer u direct boven de kabel bent. Een effen pijl geeft aan dat u zeer dicht bij of op de kabellocatie bent. Een dicht gearceerde pijl geeft aan dat u de kabellocatie nadert. Een licht gearceerde pijl geeft aan dat u ver van de kabellocatie bent. Instelling ontvanger Stel de ontvanger in vóór gebruik door het toestel in te schakelen en op de knop “ENTER/MENU” te drukken. Het menu Instellingen verschijnt.

  • Gebruik de knoppen “ / ” om omhoog en omlaag te scrollen in het menu.
  • Druk op “ENTER” om de instelling van een functie te wijzigen.
  • Om af te sluiten, scrollt u omlaag naar “Afsluiten” en druk op “ENTER”. Vanaf het menu Instellingen is het mogelijk het volgende te selecteren:

3. Frequentie zoeken voor voedingsmodus – 50 Hz of 60 Hz

Opmerking: Sommige selecties zijn mogelijk niet beschikbaar in alle modi. Indien niet beschikbaar, wordt het pictogram vervangen door een

Exit 0.00m 0’00’’ 50Hz 60Hz Enter Antenneconfiguraties Pieksignaal met linker-/rechterpijlen. Deze conguratie is goed voor het algemeen lokaliseren. Nulsignaal met linker-/rechterpijlen. Deze conguratie geeft een scherp nulsignaal via de lijn, maar is minder nauwkeurig dan in de Piekmodus. Is handig voor het zoeken van lange lijnen omdat het nulsignaal gemakkelijk te zoeken is. 1 Luidsprekervolume Indicator lokalisatiemodus Signaalniveau – Piekindicator Signaalniveau – Nummerweergave (0-999 is verwant met 0-99,9%) Batterijstatusindicator Frequentie voor signaal zoeken Pijlen links-rechts Signaalniveau – Staafdiagram Indicator gevoeligheidsinstelling

De nulmodus gebruiken Om de nulmodus te selecteren, schakelt u het toestel in en drukt u op “ENTER” om het menu Instellingen te openen. Selecteer en sluit het menu Instellingen af. Het staafdiagram toont nu een minimumsignaal via de lijn. De pijlen links/rechts zullen ook de positie van de lijn aangeven.

Opmerking: Gebruik de nulmodus voorzichtig omdat deze niet zo nauwkeurig is als de piekmodus. De nulmodus is handig bij het detecteren van de positie bij benadering van een lijn wanneer wordt getraceerd over een lange afstand.

2.3 Waarschuwingen UAT-600-RE-ontvanger

Schermwaarschuwingen Deze waarschuwingen verschijnen rechts op het scherm en kunnen op elk ogenblik optreden. Service Geeft aan dat het toestel niet is gekalibreerd. Dit is doorgaans een fabrieksinstelling. U moet contact opnemen met de serviceafdeling. Batterij laag Geeft aan dat minder dan 10% van het batterijvermogen resteert. Signaal overbelasting Geeft aan dat het signaal te groot is om correct te verwerken. Er zal geen schade optreden aan de elektronica, maar de metingen zullen beïnvloed worden. Deze toestand is zeer ongewoon. Batterijvermogen zeer laag Wanneer dit pictogram verschijnt, is de batterijspanning zo laag dat het niet mogelijk is de locator te bedienen. Vervang of laad de batterijen op om door te gaan.

Met e dieptemeting verwante waarschuwingen Deze waarschuwingen zijn gekoppeld aan dieptemetingen en verschijnen alleen in de sectie voor diepte op het pop-upscherm.

8kHz 33kHz 50Hz Radio Met de dieptemeting verwante waarschuwingen Signaal abnormaal Het is niet mogelijk om de diepte te berekenen omdat het signaal te luid, te zwak of te sterk is. Overheadsignaal Het is niet mogelijk om de diepte te berekenen door een sterk signaal dat vanaf boven straalt (i.e. een bovenleiding). Ondiepe stroomtoevoer Het toestel heeft een ondiepe stroomtoevoer gedetecteerd (minder dan 4inch). Wees voorzichtig bij het uitgraven.

Voeding AAN/UIT : 2 seconden ingedrukt houden om de ontvanger AAN/UIT te zetten. De indicatie verschijnt op het scherm.

Omhoog/omlaag ( / multifunctionele knoppen): u kunt de signaalsterkte op het hoofdscherm verhogen of verlagen, de selecties van de functies op het menuscherm omhoog/omlaag verplaatsen, het volume verhogen/verlagen en helderheid in submenuschermen.

Frequentieselectie (): Druk kort om te schakelen tussen de beschikbare frequentieopties:8 kHz 8 kHz actieve modus33 kHz 33 kHz actieve modusA-Low Laag signaal A-frame-modusA-Hi Hoog signaal A-frame-modus

ENTER/MENU: Druk kort om het menu Ontvangersinstellingen in te voeren. ENTER

Wees voorzichtig wanneer de bovenstaande waarschuwingen voor spanningsindicatie AAN staan.1 Terminals voor directe aansluiting en voedingsstroomtang Indicator voor gevaarlijke uitgangsspanningHet pictogram op het scherm geeft aan dat de zender een uitgangsspanning van ≥30 V heeft.Zekering Indicator gevaarlijke spanning (meer dan 30 V) Het continu rode lampje duidt op de aanwezigheid van wisselspanning ≥30 V op het circuit onder directe aansluitingsmodus.Het knipperende rode lampje duidt op de aanwezigheid van een hogere spanning dan 30 V op de zenderaansluitingen onder de modus A-Lo en A-Hi (gegenereerd en/of gemeten). In geval van de aanwezigheid van lijnspanning >50 V (typisch) tijdens de werking van de modus A-Lo of A-Hi, schakelt de zender de modi A-Lo en A-Hi automatisch uit, en het continu rode indicatielampje verdwijnt. Controleer altijd op de aanwezigheid van spanning op het circuit door een aanvullende spanningstester.

Opmerking: Gebruik de zender niet om te controleren op afwezigheid van spanning. Gebruik in plaats daarvan een spanningstester.1 LuidsprekervolumeUitgang gevaarlijke spanning (meer dan 30 V)SignaaluitgangsniveauBatterij-indicatorLokalisatiemodus Menu Herinnering versterkingsinstellingFrequentieselectie

Menufuncties zenderinstellingen Druk op “ENTER” om het menu Instellingen te openen. Gebruik de knoppen “ / ” om omhoog en omlaag te scrollen door de beschikbare opties.Uitgangsstroom: Deze functie is alleen beschikbaar wanneer testsnoeren worden aangesloten. Raadpleeg de sectie 3.5 Directe aansluitingsmodus testsnoeren voor de correcte aansluiting van de testsnoeren. De aezing geeft de signaaluitgangsstroom aan. Als deze waarde nul is of dicht bij nul ligt, moet u controleren of een goede aansluiting is gemaakt met een doellijn.Spanningsuitgang/-ingang: Deze functie is alleen beschikbaar wanneer testsnoeren worden aangesloten. Raadpleeg de sectie 3.5 Directe aansluitingsmodus testsnoeren om de testsnoeren goed aan te sluiten. De bovenste waarde geeft de signaaluitgangsspanning van de zender aan en de onderste waarde geef de spanning op de lijn die is verbonden met de zender.ENTER 1 mA

ENTER10 Weerstand: Deze functie is alleen beschikbaar wanneer testsnoeren worden aangesloten op een stroomloze doellijn. Raadpleeg de sectie 3.5 Directe verbindingsmodus testsnoeren om de testsnoeren correct aan te sluiten. De aangegeven waarde is de weerstand van de lijn die is verbonden met de zender. De maximale gemeten waarde is 999 kΩ. Het symbool > geeft aan dat de gemeten waarde groter is dan 999 kΩ.Bij de modus A-Lo / A-Hi zal de indicator knipperen. In geval van de aanwezigheid van spanning van ≥10 V (typisch) op het circuit dat wordt getest, zal de meting voor Ω worden afgemeld onder het scherm MENU.Luidsprekervolume: Gebruik de knoppen “ / ” om de luidspreker te markeren en druk dan op “ENTER”. Gebruik de knoppen “ / ” om het volume te verhogen/verlagen. Druk op “ENTER” om het luidsprekermenu af te sluiten.Contrast: Gebruik de knoppen “ / ” om het contrastpictogram te markeren en druk dan op “ENTER”. Gebruik de knoppen “ / ” om het contrast te verhogen/verlagen. Druk op “ENTER” om het menu contrast af te sluiten. ENTER

2.5 SC-600-EUR voedingsstroomtang (inbegrepen bij AT-620-EUR, optie voor AT-610-EUR)

In veel situaties is het ofwel niet mogelijk om toegang te krijgen tot een kabel om een elektrisch contact te maken ofwel is het niet veilig om dat te doen. De de voedingsstroomtang biedt een efciënte en veilige methode voor het toepassen van een locatiesignaal op een kabel, zodat dat de zender een signaal kan opwekken doorheen de isolatie in de draden of pijpen. De klem werkt alleen op gesloten circuits met een lage impedantie.11

3. HOOFDTOEPASSINGEN

Toepassing Ontvangersinstelling Zenderinstelling Opmerking 50/60 Hz spanningvoerende kabels lokaliseren Voedingsmodus 50 Hz of 60 Hz Geen zender nodig De ontvanger zal details van het signaal van elke spanningvoerende 50/60 Hz kabel detecteren. Sectie 3.2 De locatie van alle metalen stroombronnen identiceren: pijpen*, spanningvoerende en spanningsloze kabels. Radiomodus De ontvanger zal meerdere stroombronnen die het signaal geleiden detecteren Sectie 3.3 & 3.4 33 kHz Inductiemodus Individuele pijpen* of kabel zoeken (spanningvoerend of spanningsloos) 8 kHz of 33 kHz Directe aansluiting testsnoer De ontvanger zal het signaal alleen detecteren van een individuele kabel/pijp die is aangesloten op de zender Sectie 3.5 & 3.6 Klem Fout lokaliseren A-Frame gebruiken Directe aansluiting testsnoer, A-Lo of A-Hi A-Frame zal de plaats van de fout exact aanduiden Sectie 4.6 *Zoeken van niet-metalen pijpen en leidingen is mogelijk na het plaatsen van metalen trekveer of kabel

3.1 Algemene traceringstechnieken voor alle toepassingen

Lokaliseren van de ontvanger

1. Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken. Selecteer de gewenste

zoekfrequentie. Houd de ontvanger verticaal.

2. Pas de gevoeligheid aan met de knoppen “ / ” zodat de aezing van het staafdiagram nog maar begint

met wat beweging te vertonen. De gevoeligheidsregeling moet op of dichtbij de maximumgevoeligheid staan.

3. Houd de ontvanger verticaal en voor uw lichaam, wandel over het te controleren gebied en volg het dan in

een rasterpatroon. Er zal geen geluid van de luidspreker komen tot de meteraflezing boven de volledige schaal ongeveer 10% is. Denk eraan dat de objecten die loodrecht op de ontvanger staan, niet worden gedetecteerd (witte objecten in tekeningen A en B). De ontvanger zal objecten detecteren die parallel of in een hoek staan (grijze objecten in tekeningen A en B). Na het uitvoeren van de eerste rasterzoekactie zoals weergegeven in tekening A, herhaalt u de rasterzoekactie op 90 graden zoals weergegeven in tekening B.

4. Als de meteraezing begint toe te nemen, verplaatst u de locator voorzichtig naar voor en achter en van links

naar rechts om het maximumsignaal te detecteren. Gebruik het staafdiagram om u te helpen bij het bevestigen van de correcte positie. Als het staafdiagram de maximumwaarde overschrijdt, past u de gevoeligheid aan om de aezing terug te brengen binnen de limieten van het staafdiagram met de knoppen “

Als de aflezing buiten de schaal valt (te groot of te klein), kunt u de knoppen “

” samen indrukken om de gevoeligheid automatisch aan te passen zodat de meterafwijking naar 50% wordt gebracht.

5. Draai de ontvanger om zijn as om het maximumsignaal te verkrijgen. Dit geeft aan dat de ontvanger direct

over de lijn is en op de richting van de kabel worden uitgelijnd. De richting kan ook worden gecontroleerd door te draaien tot het kleinste signaal is gedetecteerd – de ontvanger staat dan loodrecht op de kabel/pijp.

6. Wandel langs het pad van de kabel en traceer deze door de ontvanger van links naar rechts te verplaatsen

om het hoogste signaal te zoeken.

Voedingsmodus 50/60 Hz – Passieve locatie van spanningvoerende kabels en elektriciteitskabels Stroomsignalen worden gevormd door de netstroom die door de voedingskabels loopt. Deze signalen zijn 50 of 60 Hz, afhankelijk van de regio (Europa heeft bijvoorbeeld 50 Hz stroom en de Verenigde Staten 60 Hz). Deze frequentie kan worden aangepast op de ontvanger. Wanneer elektrische stroom wordt verdeeld via het netwerk, kan wat stroom via de aarde zijn weg terugzoeken naar de elektriciteitscentrale. Deze zwerfstromen kunnen op pijpen en kabels springen en ook stroomsignalen creëren. Er moet voldoende elektrische stroom vloeien om een detecteerbaar signaal te maken. Een spanningvoerende kabel die niet in gebruik is, zal mogelijk geen detecteerbaar signaal uitstralen. Een zeer goed gebalanceerde kabel (precies dezelfde stroom wanneer onder spanning als neutraal) neutraliseert de stroom en zal mogelijk geen signaal maken. In de praktijk is dit niet ongewoon omdat er doorgaans voldoende onbalans is in de kabel om een goed detecteerbaar signaal te creëren.

1. Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.

2. Druk herhaaldelijk op de knop “

” tot de correcte frequentie is geselecteerd. Om de frequentie tussen 50 of 60 Hz te wijzigen, raadpleeg u sectie 2.2 Bedieningselementen en display UAT-600-RE-ontvanger.

3. Volg de stappen, zoals beschreven in sectie 3.1 Lokaliseren van de ontvanger.

3.3 Radiomodus – Passieve locatie van stroombronnen

Radiosignalen worden gevormd door een radiozender met een lage frequentie en worden gebruikt voor uitzendingen en communicatie. Ze zijn in de hele wereld geplaatst. Omdat de frequenties zeer laag zijn, hebben de signalen de neiging om binnen de dringen en dicht bij de kromming van de aarde te blijven. Wanneer de signalen een lange geleider zoals een pijp of kabel kruisen, worden de signalen opnieuw uitgestraald. Het zijn deze opnieuw uitgestraalde signalen die door de radiomodus kunnen worden gedetecteerd. Het lokaliseren van radiosignalen lijkt sterkt op het detecteren van stroomsignalen omdat ze beide passief zijn. Met de methode van de radiomodus zult u metalen stroombronnen detecteren, zoals pijpen, maar ook spanningvoerende en spanningsloze kabels. Zoeken van niet-metalen pijpen en leidingen zal mogelijk zijn na het plaatsen van metalen trekveer of kabel.13

1. Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.

2. Druk herhaaldelijk op de knop “

” tot Radio is geselecteerd.

3. Volg de stappen zoals beschreven in sectie 3.1

Lokaliseren van de ontvanger

De pijlen links/rechts zijn niet actief tijdens de passieve locatie

3.4 Inductiemodus – Stroombronnen lokaliseren

De inductiemodus is vooral handig voor het identiceren van de locatie van meerdere begraven stroombronnen voordat u begint te graven. De inductiemodus kan ook worden gebruikt voor het zoeken van individuele kabels waar er geen toegang is tot de lijn om testsnoeren of een klem aan te sluiten. Deze methode is mogelijk niet betrouwbaar als aangrenzende lijnen aanwezig zijn omdat het signaal ook op die lijnen zal worden toegepast. Als de testsnoeren of voedingsstroomtang niet op de zender zijn aangesloten, start de zender automatisch met het uitstralen van een signaal errond met een interne antenne. Deze signalen zullen in de aarde dringen en koppelen op begraven lijnen. Het signaal zal vervolgens langs de lijn lopen die kan worden gedetecteerd met de ontvanger. Met de methode van de inductiemodus zult u metalen stroombronnen detecteren, zoals pijpen, maar ook spanningvoerende en spanningsloze kabels. Zoeken van niet-metalen pijpen en leidingen zal mogelijk zijn na het plaatsen van metalen trekveer of kabel. Inductiemodus – De zender instellen Als u de Inductiemodus gebruikt, plaatst u de zender op minstens 20 m van elke structuur, zoals een gebouw of een toren om te verhinderen dat het signaal wordt verstoord. Voordat u traceert, moet u een visuele inspectie van het gebied uitvoeren en zoeken naar sporen waar de begraven stroombron aanwezig kan zijn, zoals transformators, mangaten, straat- of parkeerlichten enz. Het signaal wordt uitgestraald rond de zender en eronder. Het is dan ook aanbevolen bij het toepassen van een signaal met de inductiemodus, een afstand van minstens 20 m van de zender wordt behouden wanneer u een een diepteaezing lokaliseert of registreert. Als u deze dichter can 20 m kunt plaatsen, moet de operator zich bewust zijn dat het signaal dat direct van de zender is ontvangen, sterk genoeg is om de resultaten te beïnvloeden. 65 ft (20m) Vermijd het om de zender boven metalen houders van manopeningen te plaatsen omdat dit de doeltreffendheid van de zender aanzienlijk kan verminderen en, in extreme gevallen, schade aan het circuit van de zender kan veroorzaken.

1. Schakel de zender in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.

2. Plaats de zender boven de vermoedelijke locatie van de lijn, en positioneer deze zo, dat deze zich langs de lijn bevindt. > 20 m (65 ft)14

3. Druk op de knoppen “ / ” om de uitvoer op niveau

één in te stellen. Verhoog het niveau als de resulterende signaalsterkte zwak is. Door het onnodig verhogen van het signaal kan het signaal worden kan opgewekt in ongewenste lijnen. Inductiemodus – Lokaliseren met de ontvanger

1. Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden

2. Druk herhaaldelijk op de knop “ ” tot 33 kHz is geselecteerd.

3. Volg de stappen zoals beschreven in sectie 3.1 Lokaliseren

van de ontvanger en gebruik de pijlindicators links/rechts om snel de locatie van de draad te bepalen.

4. Meet optioneel de diepte van de draad. Raadpleeg sectie

4.3 Diepte- en stroommetingen uitvoeren voor details.

Voor een betere nauwkeurigheid nadat de eerste locatie van een stroombron is gedetecteerd, verplaatst u de zender direct erboven in het geval deze niet nauwkeurig werd geplaatst aan het begin van de zoekactie. Waar het signaal vervormd is, kunnen de pijlen een andere doelpositie dan de grootste staafdiagramaezing aangeven. Gebruik in deze situatie altijd een staafdiagram om de lijn exact te lokaliseren omdat dit minder wordt beïnvloed dan de pijlen link/rechts in een vervormd signaalveld.

3.5 Directe aansluitingsmodus testsnoeren – Een individuele pijp of kabel zoeken

Directe aansluiting met testsnoeren is de meest betrouwbare methode voor het zoeken van een individuele kabel of pijp. WAARSCHUWING

  • Alleen bevoegd personeel mag aansluitingen op kabels maken.
  • De zender kan worden aangesloten op spanningsvoerende draden tot CAT IV 600 V en alle spanningsloze draad of pijp.
  • Raak geen metalen onderdelen van de aansluitklemmen aan wanneer u aansluit op de lijn of wanneer de zender is ingeschakeld omdat deze 30 V rms kan overschrijden.
  • Sluit voor afgeschermde kabels altijd aan op de mantel van die kabel. De mantel stopt het zoeksignaal als de zender is aangesloten op een van de interne draden.15 BELANGRIJKE MEDEDELING. LEES DIT VOORDAT U GAAT ZOEKEN Problemen met de signaalonderdrukking vermijden met een afzonderlijke aardaansluiting Het signaal dat wordt gegenereerd door de zender, creëert een elektromagnetisch veld rond de draad. Dit veld is detecteerbaar door de ontvanger. Hoe helderder dit signaal, hoe gemakkelijker het wordt om de draad te zoeken. Als de zender bijvoorbeeld wordt aangesloten op twee aangrenzende draden op hetzelfde circuit (bijvoorbeeld, hitte- en neutrale draden op een Romax-kabel), gaat het signaal in één richting door de eerste draad en keert het terug (in tegenovergestelde richting) door de tweede. Dit veroorzaakt de creatie van twee elektromagnetische velden rond elke draad in tegenovergestelde richting. Deze tegengestelde velden zullen elkaar gedeeltelijk of volledig neutraliseren, zodat het zoeken van draden moeilijk tot zelfs onmogelijk wordt.

Om het neutraliserende effect te vermijden, moet een afzonderlijke aarde-aansluitmethode worden gebruikt. Het rode testsnoer van de zender moet worden aangesloten op de hittedraad van het circuit dat u wilt zoeken en het groen/zwart snoer op een afzonderlijke aardingsdraad (zoals een waterpijp, een aardingspen, een metalen geaarde structuur van het gebouw of de aarde van een stopcontact) op aan ander circuit. Het is belangrijk dat u begrijpt dat een acceptabele afzonderlijke aardingsdraad NIET de aardingsaansluiting is van een stopcontact op hetzelfde circuit als de draad die u wilt zoeken. Als de hittedraad spanningvoerend is en de zender goed is aangesloten op een afzonderlijke aardingsdraad, licht de rode LED op de zender op. De afzonderlijke aardingsaansluiting creëert de maximale signaalsterkte, omdat het elektromagnetische veld rond de stroomdraad niet wordt onderdrukt door een signaal op het retourpad dat langs een aangrenzende draad (aarde of neutraal)) in tegenovergestelde richting stroomt, maar eerder via het afzonderlijke aardingscircuit.

1. Schakel de zender in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.

2. Sluit de zwarte en rode testsnoeren aan op de zenderingangen. De zender schakelt automatisch naar de

directe aansluitingsmodus en het display toont het pictogram van de directe aansluiting

3. Stop de grondpen in de grond, loodrecht op enkele meters ten opzichte van de lijn. Sluit het zwarte

testsnoer aan op de grondpen met een alligatorklem.

4. Sluit het rode testsnoer aan op de doellijn. Als de lijn een spanning van meer dan 30 V krijgt, licht de rode

waarschuwings-LED op.

5. Druk herhaaldelijk op de knop

om 8 kHz frequentie (voorkeursinstelling voor de meeste zoeksituaties) of 33 kHz te selecteren. Raadpleeg sectie 4.1 Wanneer 8 kHz vs. 33 kHz frequentie moet worden gebruikt voor meer informatie. Frequenties “A-Lo” en “A-Hi” worden gebruikt met de optionele A-Frame kabel aardlekdetector die wordt gebruikt voor het lokaliseren van foutstroom en verder in de handleiding zijn beschreven.

6. Druk op de knoppen “

/ ” om de uitvoer op niveau één in te stellen. Verhoog het niveau als de resulterende signaalsterkte zwak is. Als u het signaal onnodig verhoogt, kan het signaal hierdoor “aopen” op andere services en misleidende “ghost”-signalen . Dit zal ook meer vermogen uit de batterij trekken. Opmerking: Indien aangesloten zal de zender een pieptoon uitzenden. Hoe beter de aansluiting op de lijn en aarde, hoe sneller de pieptoon. Controleer op een goede aansluiting door het rode snoer los te koppelen en opnieuw aan te sluiten. Het is ook mogelijk de signaalstroom die door de zender wordt geleverd te controleren door naar het menu Instellingen te gaan en de optie mA te selecteren. Zaken die de kwaliteit van de aansluitingen kunnen beïnvloeden zijn een roestig pijpaansluitpunt (reinig het aansluitgebied met een draadborstel) of een slechte aarding. Om de aansluitingskwaliteit door slechte aarding te verbeteren, kunt u proberen de pen in vochtige grond te stoppen. Bevochtig indien nodig de omgevende aarde met water. Als de aarding nog steeds een probleem is, kunt u proberen een testsnoer aan te sluiten op de omgeving van het deksel van de manopening. Vermijd het aansluiten op hekkens omdat ze retoursignaalstromen langs de hekkens kunnen creëren waardoor het zoeksignaal wordt verstoord. Opmerking: Als de signaalniveaubalken niet vullen, wijst dit er op dat de impedantie van de lijn de huidige uitvoer beperkt. Het uitbreiden van de uitvoer buiten dit punt zal het signaal niet uitbreiden. Als er meer signaal nodig is, controleert u de kwaliteit van de aansluiting met de lijn en aarde. Wanneer u aansluit op pijpen en kabels met een grote diameter, is het soms niet mogelijk om een beschikte projectie te vinden voor het aanbrengen van de alligatorklem. Als het materiaal ijzerhoudend is, gebruikt u een magneet om contact e maken met de lijn en bevestigt u vervolgens de alligatorklem op een magneet. Bijvoorbeeld: een aansluiting op een straatverlichtingscircuit maken. Het is de gewoonte om de mantel van een verlichtingskabel aan te sluiten op de metaalhoudende afdekking van een straatlamp. Door een aansluiting op de inspectieplaat te maken, wordt een signaal naar de kabel opgewekt via de plaat en mantel. Er is geen doorgaans geen projectie op de plaat waarop moet worden geklemd. Daarom vormt het gebruik van een magneet op de plaat een geschikt klempunt. Directe aansluitingsmodus testsnoeren – Zoeken met de zender

1. Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden

2. Stem de frequentie van de zender af door herhaaldelijk

op de knop “ ” te drukken. Selecteer 8 kHz of 33 kHz, afhankelijk van de zenderinstelling.

3. Volg de stappen, zoals beschreven in sectie 3.1 Lokaliseren

4. Gebruik de pijlindicators links/rechts om snel de locatie van

de draad te bepalen.

5. Meet optioneel de diepte van de draad. Raadpleeg sectie

4.3 Diepte- en stroommetingen uitvoeren voor details.

3.6 Voedingsstroomtang – Een individuele pijp of kabel zoeken

In veel situaties is het ofwel niet mogelijk om toegang te krijgen tot een kabel om een elektrisch contact te maken ofwel is het niet veilig om dat te doen. De voedingsstroomtang biedt een efciënte en veilige methode om een zoeksignaal toe te passen op een kabel. Als u de voedingsstroomtang gebruikt, is het het beste als beide uiteinde van de doelkabel zijn geaard zodat de voeding kan stromen. Als u een klem dicht bij de een aardingspunt waar meerdere aardingen of een aardingsbus aanwezig is, aanbrengt, moet u controleren of de klem rond de doellijn is aangebracht en niet op de aardingsbus/andere aardingen om de effecten van het uitgezonden dat ook op een ongewenste lijn wordt aangebracht, te verminderen. Voedingsstroomtang – De zender instellen

1. Schakel de zender in door de voedingsknop 2 seconden in te drukken.

2. Sluit de zwarte en rode testsnoeren van de voedingsstroomtang aan op de zenderingangen. De zender

schakelt automatisch naar de klemmodus en het display toont het pictogram van de klem

3. Klem de voedingsstroomtang rond de doellijn.

4. Druk herhaaldelijk op de knop

om 8 kHz frequentie (voorkeursinstelling voor de meeste traceersituaties) of 33 kHz te selecteren. Raadpleeg sectie 4.1 Wanneer 8 kHz vs. 33 kHz frequentie moet worden gebruikt voor meer informatie. Frequenties “A-Lo” en “A-Hi” worden gebruikt voor het lokaliseren van het aardlek van de kabelmantel en wordt later in de handleiding beschreven.

5. Druk op de knoppen “

/ ” om de uitvoer op niveau één in te stellen. Verhoog het niveau als de resulterende signaalsterkte zwak is. Als u het signaal onnodig verhoogt, kan het signaal hierdoor “aopen” op andere services en misleidende “ghost”-signalen . Dit zal ook meer vermogen uit de batterij trekken. Voedingsstroomtang – zoeken met de zender

1. Schakel de ontvanger in door de voedingsknop 2 seconden

2. Stem de frequentie van de zender af door herhaaldelijk

op de knop “ ” te drukken. Selecteer 8 kHz of 33 kHz, afhankelijk van de zenderinstelling.

3. Volg de stappen, zoals beschreven in sectie 3.1 Lokaliseren

4. Gebruik de pijlindicators links/rechts om snel de locatie van

de draad te bepalen.

5. Meet optioneel de diepte van de draad. Raadpleeg sectie

4.3 Diepte- en stroommetingen uitvoeren voor details.

4,1. Wanneer 8 kHz vs. 33 kHz frequentie moet worden gebruikt Als algemene regel zal 8 kHz het beste compromis bieden tussen de zuiverheid van het signaal en de effecten van het “aopen” naar andere services. Er zijn echter tijden wanneer de hogere 33 kHz frequentie voordelig zal zijn:

1. Kabels met poteinde zoeken: Kabels met poteinde zijn doorgaan niet geaard. Dit betekent dat het signaal niet meteen

zal doorgaan naar het poteinde. Door een hogere frequentie te gebruiken wordt de signaalstroom gestimuleerd.

2. Kabels met kleine diameter: Hogere frequenties kunnen gemakkelijk stromen op kabels met kleine

diameters, hoewel de regel “eerste poging 8 kHz” nog steeds van toepassing is.

3. Oude gietijzeren pijpen lokaliseren: Deze pijpen hebben vaak mechanische aansluitingen tussen secties

die na verloop van tijd roesten en een elektrische aansluiting tussen pijpsectie te verhinderen. Het 33 kHz signaal zal de neiging hebben over deze aansluitingen te springen en door te gaan langs de lijn.

4. Slecht geaarde kabels: Hogere frequenties zullen doorgaans beter langs een slecht geaarde kabel lopen

dan lagere frequenties. 4,2. Niet-metalen pijpen en rioolleidingen lokaliseren De UAT-600-EUR-locator kan niet-metalen leidingen en pijpen indirect zoeken.

1. Stop de trekveer of draad in de leiding of pijp. Voor rioolleidingen gebruikt u de

rioolafvoerreinigingsmachine om er een reinigingskabel in te stoppen.

2. Volg de stappen die beschreven zijn in Directe aansluitingsmodus testsnoeren

– Een individuele pijp of kabel zoeken sectie 3.5. Sluit het rode testsnoer op de trekveer of de afvoerkabel. De ontvanger zal het signaal dat door de trekveer of de draad wordt geleid, door de leiding oppikken en de locatie van de niet-metalen pijp aangeven.. 4,3. Diepte- en stroommetingen uitvoeren Diepte- en stroommetingen zijn alleen beschikbaar wanneer de ontvanger is ingesteld op een frequentie van 8 kHz of 33 kHz. De modus is NIET beschikbaar bij 50/60 Hz of in de radiomodi. Om een diepte- en stroommeting uit te voeren, moet u eerst de positie van de lijn nauwkeurig bepalen. Plaats de punt van de ontvanger op de grond en controleer of deze verticaal en over de lijn is. Houd de knop “ ” ingedrukt tot het scherm verandert om een dialoogvenster weer te geven. De huidige meetfunctie is handig om te bevestigen dat het gedetecteerde signaal uitstraalt vanaf de getraceerde lijn. Als het signaal “aoopt” op andere services, zullen de resulterende signalen doorgaans zwakker zijn dan van het oorspronkelijke signaal. Blijf echter voorzichtig want de signaalstroom zal geleidelijke verminderen over de lengte van de lijn. Een plotselinge stroomdaling over een afstand geeft een van de volgende situaties aan:

1. Er is een aardlek op de lijn die het signaal naar de grond aeidt.

2. Er is een “T”-aftakking weg van de hoofdlijn.

3. De operator is gemigreerd van de verbonden lijn naar een lijn waarvan het signaal iets is afgelopen van de hoofdlijn.

8kHz 33kHz 50Hz Radio3’11”3.45mA Controleren op dieptefouten door signaalvervorming Één manier om vast te stellen of de dieptemeting mogelijk is beïnvloed door de vervorming, is het uitvoeren van een diepteaezing op grondniveau en de ontvanger vervolgens verhogen naar een bekende afstand van de grond (zoals 30 cm). Neem de diepteaezing op de nieuwe diepte en bevestig dat de diepte heeft toegenomen met deze hoeveelheid. Als de diepte is gewijzigd door iets anders dan de actuele wijzigingen, moeten de aezingen worden behandeld als verdacht. Door vervormde signalen zal de gelokaliseerde lijnpositie worden verplaatst vanaf de actuele positie. De fouten vallen meer op als u de pijlen in de nulmodus gebruikt dan in het staafdiagram van de piekmodus. Als de pijl-/nulpositie en de positie van het piekstaafdiagram dit verkeerd aangeven, zal het signaal hierdoor waarschijnlijk worden vervormd en moeten de aezingen voorzichtig worden verwerkt. WAARSCHUWING Graaf nooit mechanisch over het pad van een begraven pijp of kabel. Graaf altijd voorzichtig.19 4,4. Metingen van spanning, weerstand en uitgangsstroom met de zender Raadpleeg pagina 9 Functie menu zenderinstellingen voor details. 4,5. Geavanceerde lokaliseringstechnieken – Twee personen wisselen

1. Stel de zender in zoals beschreven in de sectie 3.4 Inductiemodus – Stroombronnen lokaliseren sectie 3.4.

2. Zet de ontvanger aan door de voedingsknop gedurende twee seconden ingedrukt te houden en selecteer

33 kHz frequentie door te drukken op de knop

3. Selecteer het gebied dat moet worden gecontroleerd. Eén persoon heeft de zender met de handgreep

in lijn met de richting van de beweging en de andere houdt de ontvanger vast (zoals hieronder weergegeven).

4. Sta minstens 5 m uit elkaar terwijl u de apparatuur vasthoudt zoals hieronder, met de zender en ontvanger

in lijn met de richting van de beweging.

5. Pas de gevoeligheid van de ontvanger aan zodat de meter ca. 20% signaalsterkte leest.

6. Wandel langzaam over de site en blijf parallel ten opzichte van elkaar. Wanneer een service nadert,

verhoogt het aardleksignaal op de ontvanger. Wanneer het signaal op zijn maximum staat, stopt u de zender en plaatst u deze op de grond. Bepaal dan de positie van de service exact met de ontvanger zoals beschreven in de sectie 3.10 Lokaliseren van de ontvanger. Markeer deze positie en teken de route over de site indien dat nodig is.

7. Ga verder met de sweep voer de site en herhaal dan, indien mogelijk, het proces op 90 graden ten opzichte

8kHz 33kHz 50Hz Radio 4,6. Fouten zoeken met het AF-600-EUR A-Frame-accessoire De AF-600-EUR A-frame kabel aardlekdetector is een optioneel accessoire dat speciek is ontworpen voor de Beha-Amprobe UAT-600-EUR-serie. In combinatie met de zender wordt de plaats waar een kabelmetaalgeleider (een mantel of metalen geleider van de draad) de grond raakt, exact vastgesteld. Deze kan ook andere geleiders naar aardlekken detecteren, zoals fouten aan de mantel van de pijplijn. Raadpleeg de handleiding van het AF-600-EUR A-frame voor alle instructies. 5 m (15 ft)20

5,1. Batterijen vervangen Gebruik een platkopschroevendraaier om de batterijklep te openen. 8 x D Cell batteries UAT-600-TE 6 x AA Batteries UAT-600-RE21 6 x AA Batteries AF-600-EUR 5,2. Zekering vervangen Gebruik een platkopschroevendraaier om de klep van de zekering te openen. Fuse FF 500 mA, 1000 V, IR 30 kA, Φ6.3×32 mm

Alleen gebruiken voor exacte vervanging van zekering.22

Nauwkeurigheid ± 10% Waarschuwing uitvoer gevaarlijke spanning

30 V rms Pictogram weergegeven op het scherm: Tx

Waarschuwing gevaarlijke netspanning

): 330 ms Bedrijfstemperatuur en -vochtigheid -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F),

90% RH Opslagtemperatuur en vochtigheid -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F),

90% RH Bedrijfshoogte < 2000 m Vervuilingsgraad

IP-beschermingsgraad IP54 Valbestendig 1 m (3,28 ft) Stroomtoevoer Acht (8) 1,5 V D-cel alkalinebatterijen Automatisch uitschakelen Geen Levensduur batterij Ca. 16 uur aan 21 °C (70 °F) (standaard)23 Indicatie batterij bijna leeg

Veiligheidscompatibiliteit

IEC 61010-1, IEC 61010-2-033

CSA/UL 61010-1, CSA/UL 61010-2-033 IEC 61010-031, CSA/UL 61010-031 (testsnoeren) Elektromagnetische compatibiliteit IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industriële zend- en communicatie-apparatuur) [1] [1] Dit product voldoet aan de vereisten voor industriële (Klasse A) apparatuur met elektromagnetische golven en de verkoper of gebruiker moet dit naleven. Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik in zakelijke omgeving en wordt niet gebruikt in privéwoningen. Afmetingen (H x B x D) Ca. 355 x 230 x 120 mm (14 x 9 x 4,7 in) Gewicht Ca. 3,2 kg (met geïnstalleerde batterijen) UAT-600-RE-ontvanger Bedrijfsspanning 0 tot 600 V Traceringsmodi Actieve tracering: 33 kHz (32.768 Hz) en 8 kHz (8.192 Hz) Passieve tracering: 50 / 60 Hz en radio Lokalisatiemodi Piek en null Gevoeligheidsaanpassing (sterkteregeling)

Dieptemeting Tot 6 m (20 ft) Nauwkeurigheid dieptemeting 0,1 m (4 in) tot 3 m (10 ft): ± 3 % 3 m (10 ft) tot 6 m (20 ft): ± 5 % Gevoeligheid aan 1 m (standaard) Vermogen: 2 mA Radio: 20 µA 8 kHz: 5 µA 33 kHz: 5 µA Achtergrondverlichting display Automatisch Audio-aanduiding Steeds dichter bij het signaal Compatibele zender UAT-600-TE-zender Display 109 mm (4.3 in), 320 x 240 zwart-wit LC-display voor buiten met automatische achtergrondverlichting Updatesnelheid Onmiddellijk Bedrijfstemperatuur en -vochtigheid -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F),

90% RH Opslagtemperatuur en vochtigheid -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F),

90% RH Bedrijfshoogte < 2000 m Vervuilingsgraad

IP-beschermingsgraad IP54 Valbestendig 1 m (3,28 ft)24 Stroomtoevoer Zes (6) 1,5 V AA-alkalinebatterijen Automatisch uitschakelen 15 uur in rust Wordt automatisch uitgeschakeld na 15 minuten of als er geen knop wordt ingedrukt Levensduur batterij Ca. 35 uur aan 21 °C (70 °F) (standaard) Indicatie batterij bijna leeg en/of in de rechterbovenhoek van het scherm Meetcategorie

Goedkeuring agentschap

Veiligheidscompatibiliteit

IEC 61010-1, IEC 61010-2-033

CSA/UL 61010-1, CSA/UL 61010-2-033 Elektromagnetische compatibiliteit IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industriële zend- en communicatie-apparatuur) [1] [1] Dit product voldoet aan de vereisten voor industriële (Klasse A) apparatuur met elektromagnetische golven en de verkoper of gebruiker moet dit naleven. Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik in zakelijke omgeving en wordt niet gebruikt in privéwoningen. Afmetingen (H x B x D) Ca. 302 x 120 x 779 mm (11,9 x 4,7 x 30,7 in) Gewicht Ca. 1,9 kg (met geïnstalleerde batterijen) AF-600-EUR A-frame Traceermodus (spanningsloos) 8 kHz (8.192 Hz) Lokalisatiemodus Lokalisering aardlek Gevoeligheid (standaard) Kabellokalisatiemodus op 1 meter diepte: 10 uA Kabellokalisatiemodus: tot 2 M

lekstroom Achtergrondverlichting display Automatisch Audio-aanduiding Luidspreker links/rechts op puls-/continue toon Compatibele zender UAT-600-TE-zender Display 33 mm, 128 x 128 zwart-wit LC-display voor buiten met automatische achtergrondverlichting Updatesnelheid Onmiddellijk Bedrijfstemperatuur en -vochtigheid -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F),

90% RH Opslagtemperatuur en vochtigheid -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F),

90% RH Bedrijfshoogte < 2000 m Vervuilingsgraad

IP-beschermingsgraad IP54 Valbestendig 1 m (3,28 ft) Stroomtoevoer Zes (6) 1,5 V AA-alkalinebatterijen Automatisch uitschakelen 15 uur in rust Wordt automatisch uitgeschakeld na 15 minuten of als er geen knop wordt ingedrukt Levensduur batterij Ca. 60 uur aan 21 °C (70 °F) (standaard)25 Indicatie batterij bijna leeg Knipperend Goedkeuring agentschap

Veiligheidscompatibiliteit IEC 61010-1

Elektromagnetische compatibiliteit IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industriële zend- en communicatie-apparatuur) [1] [1] Dit product voldoet aan de vereisten voor industriële (Klasse A) apparatuur met elektromagnetische golven en de verkoper of gebruiker moet dit naleven. Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik in zakelijke omgeving en wordt niet gebruikt in privéwoningen. Afmetingen (H x B x D) Ca. 355 x 230 x 120 mm (14 x 9 x 4,7 in) Gewicht Ca. 1,9 kg (met geïnstalleerde batterijen) SC-600-EUR voedingsstroomtang Bedrijfsspanning en -stroom 0 tot 600 V, max. 100 A Bedrijfsfrequentie 33 kHz (32.768 Hz) en 8 kHz (8.192 Hz) Signaalspanning Uitgang (nominaal) 23 V rms aan 8 kHz 30 V rms aan 33 kHz Bedrijfstemperatuur en -vochtigheid -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F),

90 % RH Opslagtemperatuur en vochtigheid -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F),

90% RH Bedrijfshoogte < 2000 m Vervuilingsgraad

Goedkeuring agentschap

Veiligheidscompatibiliteit

IEC 61010-1, IEC 61010-2-032

CSA/UL 61010-1, CSA/UL 61010-2-032 Elektromagnetische compatibiliteit IEC 61326-1 Korea (KCC): Klasse A-apparatuur (industriële zend- en communicatie-apparatuur) [1] [1] Dit product voldoet aan de vereisten voor industriële (Klasse A) apparatuur met elektromagnetische golven en de verkoper of gebruiker moet dit naleven. Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik in zakelijke omgeving en wordt niet gebruikt in privéwoningen. Afmetingen (H x B x D) Ca. 295 x 180 x 37 mm (11,6 x 7,1 x 1,4 in) Gewicht Ca. 0,85 kg26 TL-UAT-600 set testsnoeren* Meetcategorie

Bedrijfsspanning en -stroom Testsnoeren: 600 V, max. 10 A Klemmen: 600 V, max. 10 A Snoerlengte 3,5 m (11,5 ft) Compatibele zender UAT-600-TE-zender Bedrijfstemperatuur en -vochtigheid -20 °C tot 50 °C (-4 °F tot 122 °F),

90% RH Opslagtemperatuur en vochtigheid -40 °C tot 60 °C (-40 °F tot 140 °F),

90% RH Bedrijfshoogte < 2000 m Vervuilingsgraad

Goedkeuring agentschap

Veiligheidscompatibiliteit IEC 61010-031