Vonroc AG503AC - Vermaler

AG503AC - Vermaler Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AG503AC Vonroc in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Vonroc AG503AC - page 21
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Vonroc

Model : AG503AC

Categorie : Vermaler

Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AG503AC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AG503AC van het merk Vonroc.

GEBRUIKSAANWIJZING AG503AC Vonroc

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

Lees de bijgesloten veiligheids waarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Het niet opvolgen van de veiligheids- waarschuwingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschuw ingen en instructies als naslagwerk voor later. De volgende symbolen worden gebruikt in de gebruikershandleiding of op het product: Lees de gebruikershandleiding. Duidt op het risico van lichamelijk letsel, overlijden en/of beschadiging van het gereedschap, als de instructies in deze gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Gevaar voor rondvliegende voorwerpen. Houd omstanders uit de buurt van het werkgebied. Gevaar voor elektrische schokken. Verwijder onmiddellijk de netstekker uit het stopcontact indien de netkabel beschadigd raakt en tijdens reiniging en onderhoud. Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Draag veiligheidshandschoenen. Druk de asvergrendelingsknop niet in terwijl de motor draait. Brandgevaar. Klasse II apparaat - Dubbel geisoleerd - Een geaarde stekker is niet noodzakelijk. Werp het product niet weg in ongeschikte containers. Het product voldoet aan de geldende veiligheidsnormen vermeld in de Europese richtlijnen.

ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR SCHRIFTEN

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. Bewaar deze instructies. De term “elektrisch gereedschap” in onder staande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteits kabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur).

a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werkomgevingen leiden tot ongelukken

Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een omgeving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereedschappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcontact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstekkers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koel kasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c) Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnendringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten22

de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner. f) Gebruik een aardlekbeveiliging (RCD) als niet te voorkomen is dat een powertool moet worden gebruikt in een vochtige omgeving. Gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.

3) Persoonlijke veiligheid

a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrische gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereed schappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. b) Gebruik persoonlijke beschermings middelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast gebruik van veiligheids voor zieningen, zoals een stof masker, speciale werkschoenen met antislipzolen, een veiligheidshelm en gehoor bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereedschap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inschakelt. Instel en andere sleutels aan een ronddraaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden.

Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in on verwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshan gende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen.

Wanneer er voorzieningen zijn voor de aansluiting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt. h) Denk niet dat doordat u gereedschap vaak gebruikt, u wel weet hoe het allemaal werkt en dat u de veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbezonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.

Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid gebeurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT schakelaar niet werkt. Ieder elektrisch gereedschap dat niet kan worden in en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.

Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereedschappen, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veiligheidsmaatregelen houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart.

Berg elektrisch gereedschap dat niet in ge bruik is op buiten bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeoefende gebruikers. e) Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap.

Zorg dat snij en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudigerNL

onder controle te houden. g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, accessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereedschap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.

5) Gebruik en onderhoud accugereedschap

a) Laad alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaalde accu geschikt is, kan brand veroorzaken wanneer deze met een andere accu wordt gebruikt.

Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de speciaal hiervoor bedoelde accu’s. Gebruik van andere accu’s kan kans op letsel en brand geven.

Wanneer de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen twee polen kunnen maken. Kortsluiting tussen de accupolen kan brandwonden of brand veroorzaken. d) Wanneer de accu niet juist wordt gebruikt, kan er vloeistof uit lopen; raak dit niet aan. Wanneer dit per ongeluk wel gebeurt, spoel dan met water. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet u een arts raadplegen. De vloeistof uit de accu kan irritaties of brandwonden veroorzaken.

Gebruiken niet een accu of gereedschap dat beschadigd is of gemodificeerd. Beschadigde of gemodificeerde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat brand, explosie of een risico van letsel met zich meebrengt. f) Stel een accu over het gereedschap niet bloot aan open vuur of een uitzonderlijk hoge temperatuur. Blootstelling aan vuur of een temperatuur hoger dan 130 °C, kan een explosie veroorzaken. NB De temperatuur van “130 °C” kan worden vervangen door de temperatuur van “265 °F”. g) Houd u aan alle instructies voor het laden en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt aangeduid. Op een onjuiste wijze laden of laden bij temperaturen buiten het aangeduide bereik kan de accu beschadigen en het risico van brand doen toenemen.

a) Laat uw gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus die alleen gebruikmaakt van identieke vervangingsonderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de powertool intact blijft. b) Voer nooit servicewerkzaamheden uit aan beschadigde accu’s. Alleen de fabrikant of geautoriseerde service-providers mogen ser- vicewerkzaamheden aan accu’s uitvoeren.

ALS DOORSLIJPWERKZAAMHEDEN a) Deze powertool is bedoeld als een slijpmachi- ne. Raadpleeg alle bijgeleverde veiligheids- waarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties. Als niet alle instructies hieronder worden nageleefd, kan dat een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. b) Deze powertool is niet geschikt voor werk- zaamheden als schuren, staalborstelen en polijsten. Als met deze powertool werkzaamhe- den worden uitgevoerd waarvoor de machine niet bedoeld is, kan dat leiden tot gevaren en lichamelijk letsel. c) Gebruik geen accessoires die niet specifiek zijn ontworpen en aanbevolen door de fabrikant. Het feit dat dergelijke accessoires op de po- wertool passen, wil niet zeggen dat een veilige werking dan gegarandeerd is. d) Het nominale toerental van het accessoire moet ten minste gelijk zijn aan het maximale toerental dat op de powertool staat vermeld. Accessoires die sneller worden aangedreven dan hun nominale toerental toestaat, kunnen breken en in het rond vliegen. e) De buitendiameter en dikte van uw accessoire moeten binnen de nominale capaciteit van uw powertool vallen. Accessoires van een onjuiste grootte kunnen niet voldoende worden beschermd of geregeld. f) Inzetgereedschappen met schroefdraadinzet-24

stuk moeten nauwkeurig op de schroefdraad van de uitgaande as passen. De gatdiameter van met een flens gemonteerde inzetgereed- schappen moet passen bij de opnamediameter van de flens. Inzetgereedschappen die niet nauwkeurig op het elektrische gereedschap bevestigd worden, draaien ongelijkmatig, trillen sterk en kunnen tot verlies van de controle leiden. g) Gebruik geen beschadigde accessoires. Controleer vóór elk gebruik accessoires zoals slijpschijven op afbrokkelingen en scheuren, steunschijven op scheuren, inkepingen en overmatige slijtage, staalborstels op losse of gescheurde draden. Als de powertool of het accessoire valt, inspecteer deze dan op schade of monteer een onbeschadigd accessoire. Nadat u het accessoire hebt geïnspecteerd en gemonteerd, moet u uzelf en omstanders uit de lijn van het roterende accessoire plaatsen en de powertool gedurende één minuut onbelast met een maximaal toerental laten draaien. Be- schadigde accessoires zullen normaliter breken tijdens deze testduur. h) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Gebruik, afhankelijk van de toepassing, een gelaatscherm of veiligheidsbril. Draag al naargelang de omstandigheden een stofmas- ker, gehoorbescherming, handschoenen en een werkplaatsschort dat alle kleine slijp- en werkstukfragmenten kan tegenhouden. De oogbescherming moet bescherming kunnen bieden tegen rondvliegende rommel die door diverse werkzaamheden ontstaat. Het stofmas- ker of ademtoestel moet in staat om deeltjes te filtreren die ontstaan door uw werkzaamheden. Langdurige blootstelling aan hard geluid kan uw gehoor beschadigen.

i) Houd omstanders op veilige afstand van het

werkgebied. Iedereen die het werkgebied betreedt, moet persoonlijk beschermingsmid- delen dragen. Fragmenten van een werkstuk of een gebroken accessoire kunnen uit het werkgebied wegvliegen en letsel veroorzaken. j) Houd de powertool alleen vast aan de geïso- leerde handgrepen, omdat het snijhulpstuk in contact kan komen met niet zichtbare bedrading of met het netsnoer van de machine. Wanneer het snijhulpstuk een onder spanning staande kabel raakt, kunnen de metalen delen van de machine onder spanning komen te staan, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

Houd het netsnoer uit de buurt van het draaien- de accessoire. Als u de controle verliest, wordt het snoer mogelijk doorgesneden of scheurt het, of raakt het verstrikt en kan uw hand of arm in het draaiende accessoire worden getrokken. l) Leg de powertool nooit neer voordat het ac- cessoire volledig tot stilstand is gekomen. Als u dit nalaat, kan het draaiende accessoire het oppervlak aangrijpen waardoor u de controle verliest over de powertool. m) Laat de powertool niet ingeschakeld terwijl u deze aan uw zijde draagt. Als u per ongeluk contact maakt met het draaiende accessoire, kan het verstrikt raken in uw kleding, waardoor het accessoire in uw lichaam wordt getrokken. n) Reinig de luchtgaten van de powertool regelmatig. De ventilator van de motor trekt de stof tot in de behuizing en bovenmatige opeenhoping van metaalpoeder kan elektrische gevaren veroorzaken. o) Gebruik de powertool niet in de buurt van ontvlambare materialen. Vonken kunnen deze materialen doen ontbranden. p) Gebruik geen accessoires die koelvloeistoffen vereisen. Gebruik van water of andere koelvloei- stoffen kan leiden tot elektrocutie of schokken. Terugslag en hieraan gerelateerde waarschuwingen Terugslag is een plotselinge reactie op een vastgelopen of vastgeklemde draaiende schijf, steunschijf, borstel of ander accessoire. Als het accessoire vastloopt of vastgeklemd raakt, komt het accessoire plots tot stilstand, wat op zijn beurt tot gevolg heeft dat de powertool in de richting wordt geforceerd die tegengesteld is aan de rotatie van het accessoire op het contactpunt. Als een slijpschijf bijvoorbeeld in het werkstuk vastloopt of vastgeklemd raakt, kan de rand van de schijf die in het knelpunt vastraakt, zich ingraven in het opper- vlak van het materiaal waardoor de chijf naar bui- ten klimt of springt. De schijf kan dan in de richting van de gebruiker of weg van de gebruiker springen, afhankelijk van de richting van de schijfbeweging op het knelpunt. Slijpschijven kunnen onder deze omstandigheden ook afbreken. Terugslag ontstaat door onjuist gebruik van de powertool en/of onjuis- te gebruiksprocedures/ -omstandigheden en kan worden vermeden door de voorzorgsmaatregelen hieronder te nemen.NL

a) Houd de machine stevig vast en plaats uw lichaam zodanig dat u de krachten die ontstaan bij terugslag kunt weerstaan. Gebruik altijd de hulpgreep, indien aanwezig, om maximale con- trole te houden over terugslag of koppelreactie bij opstarten. De gebruiker kan koppelreacties of terugslagkrachten onder controle houden met de juiste voorzorgsmaatregelen. b) Plaats uw hand nooit in de buurt van het draai- ende accessoire. Het accessoire kan terugslaan over uw hand. c) Plaats uw lichaam niet in het gebied waarin de powertool zal bewegen als er terugslag optreedt. Bij terugslag zal de tool draaiend terugspringen in de richting die tegengesteld is aan de beweging van de schijf op het knelpunt. d) Wees uiterst voorzichtig bij het gebruik van de machine bij hoeken, scherpe randen, etc. Voorkom dat de machine stuitert of vastge- klemd raakt. Hoeken, scherpe randen of een terugspringende machine kunnen tot gevolg hebben dat het draaiende accessoire vastloopt waardoor u de controle verliest of er terugslag optreedt. e) Bevestig geen houtbewerkingsbladen voor zaagkettingen of getande zaagbladen. Dergelij- ke bladen veroorzaken vaak terugslag en verlies van controle over de machine.

WERKZAAMHEDEN a) Gebruik alleen schijftypes die worden aanbe- volen voor uw powertool en de specifieke be- schermkap die is ontworpen voor de geselec- teerde schijf. Schijven waarvoor de powertool niet ontworpen is, kunnen niet toereikend worden beschermd en zijn niet veilig. b) Gebogen slijpschijven moeten zodanig gemon- teerd worden dat hun slijpoppervlak niet boven de rand van de beschermkap uit steekt. Een onjuist gemonteerde slijpschijf die over de rand van de slijpschijf uitsteekt, kan onvoldoende afgeschermd worden. c) De beschermkap moet stevig worden bevestigd op de powertool en zo worden geplaatst dat de veiligheid maximaal is en de hoeveelheid schijf waaraan de gebruiker blootstaat, minimaal is. De beschermkap helpt de gebruiker te beschermen tegen gebroken schijffragmenten, ongewild contact met de schijf en vonken die kleding kunnen doen ontbranden. d) Schijven mogen alleen worden gebruikt voor de aanbevolen toepassing. Bijvoorbeeld: niet slijpen met de zijkant van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bestemd voor omtreks- lijpen; zijkrachten die op deze schijven worden toegepast kunnen tot gevolg hebben dat de schijf in stukken uiteenvalt. e) Gebruik altijd onbeschadigde schijfflenzen van de juiste grootte en vorm voor uw geselecteer- de schijf. Juiste schijfflenzen ondersteunen de schijf waardoor het risico dat de schijf breekt wordt verkleind. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen afwijken van flenzen voor slijpschijven. f) Gebruik geen afgesleten schijven van grotere powertools. Schijven die zijn bestemd voor grotere powertools zijn niet geschikt voor het hogere toerental van een kleinere tool en kun- nen barsten. AANVULLENDE VEILIGHEIDSWAARSCHUWIN

GEN DIE SPECIFIEK ZIJN BESTEMD VOOR

DOORSLIJPWERKZAAMHEDEN Doorslijpwerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd met een speciale beschermkap (niet inbegrepen) afb. C2 - D2 a) Forceer de doorslijpschijf niet in het werkstuk en oefen niet te veel kracht uit. Maak geen te diepe snedes. Door te veel spanning uit te oefenen op de schijf raakt deze overbelast en wordt het risico groter dat de schijf in de snede vervormd raakt of vastloopt, waardoor terugslag of schijfbreuk kan optreden. b) Plaats uw lichaam niet op één lijn met en achter de draaiende schijf. Wanneer de schijf zich van uw lichaam af beweegt op het werkpunt, wor- den door de mogelijke terugslag de draaiende schijf en de powertool in uw richting getorpe- deerd. c) Wanneer de schijf vastloopt of wanneer de snijbewerking om enige reden wordt onderbro- ken, schakel dan de powertool uit en houd deze bewegingsloos vast totdat de schijf volledig tot stilstand is gekomen. Probeer de doorslijp- schijf nooit uit de snede te verwijderen terwijl de schijf in beweging is. Anders kan terugslag optreden. Onderzoek eerst waarom de schijf is vastgelopen en verhelp de oorzaak. d) Begin niet opnieuw met doorslijpen terwijl de powertool in het werkstuk zit. Laat de schijf26

eerst op het maximale toerental komen en ga met de powertool vervolgens opnieuw voorzichtig in de snede. Als u de powertool start terwijl deze in het werkstuk zit, kan de schijf vastgeklemd raken, naar boven lopen of terugslaan. e) Ondersteun panelen of grote werkstukken om het risico te verkleinen dat de schijf bekneld raakt en terugslag optreedt. Grote werkstukken hebben de neiging om onder hun eigen gewicht in elkaar te zakken. Ondersteuningen moeten worden geplaatst onder het werkstuk bij de lijn van de snede en bij de rand van het werkstuk aan beide zijden van de schijf. f) Wees extra voorzichtig als u in bestaande muren of andere blinde gebieden een “binnen- gat”maakt. De uitstekende schijf snijdt mo- gelijk door gas- of waterleidingen, elektrische bedrading of objecten waardoor terugslag kan optreden. Elektrische veiligheid Controleer altijd of de spanning van de stroomtoevoer overeenkomt met de spanning op het typeplaatje.

Gebruik de machine niet indien het netsnoer of de netstekker zijn beschadigd.

Gebruik uitsluitend verlengkabels die geschikt zijn voor het vermogen van de machine met een minimale dikte van 1.5 mm

. Indien u een verlengkabelhaspel gebruikt, rol dan altijd de kabel volledig uit.

2. TECHNISCHE INFORMATIE

Bedoeld gebruik Uw haakse slijper is ontworpen voor het slijpen van metselwerk en stalen materialen zonder gebruik van water. Voor doorslijpwerkzaamheden moet een speciale beschermkap worden gebruikt (niet inbegrepen). Afb. D2. Niet geschikt voor gebruik op een bouwterrein. TECHNISCHE SPECIFICATIES Modelnr. AG503AC Netspanning 220-240V~Netfrequentie 50HzIngangsvermogen 2400WOnbelast toerental 6800/minSlijpschijf Diameter:Asgat:230 mm22,2 mmAsdraad M14Gewicht 5,5 kgGeluidsdruk L 97,6 dB(A), K=3dB(A)Geluidsvermogen L 108,6 dB(A), K=3dB(A)VibratieHoofdhandgreep11,598 m/s, K=1,5 m/s Extra handgreep 5,618 m/s, K=1,5 m/s Draag gehoorbescherming. Trillingsniveau Het trillingsemissieniveau, dat in deze gebruiks- aanwijzing wordt vermeld, is gemeten in over een- stem ming met een gestan daar diseerde test volgens EN60745; deze mag worden gebruikt om twee ma- chines met elkaar te vergelijken en als voorlopige be- oordeling van de blootstelling aan trilling bij gebruik van de machine voor de vermelde toepassingen.

  • Het gebruik van de machine voor andere toe- passingen, of met andere of slecht onderhou- den accessoires, kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen.
  • Wanneer de machine is uitgeschakeld of wan- neer deze loopt maar geen werk verricht, kan dit het blootstellingsniveau aanzienlijk reduceren. Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trilling door de machine en de accessoires te onderhouden, uw handen warm te houden en uw werkwijze te organiseren. BESCHRIJVING De nummers in de tekst verwijzen naar de illustra- ties op pagina 2-4.

5. Aan/uit-schakelaar

6. Aansluitpunt zijgreep

13. Schijf (niet inbegrepen)

Schakel voor assemblage altijd de machine uit en verwijder de netstekker uit het stopcontact. De beschermkap monteren (Afb. C en D)

1. Plaats de machine op een tafel met de as (11)

zoals getoond in afbeelding C en zorg er hierbij voor dat de richels op de beschermkap in de inkepingen van de machinekop vallen.

3. Draai de beschermkap tegen de wijzers van de

klok in zoals getoond in afbeelding D.

4. Draai de inbusbout (2) vast op de beschermkap

met de inbussleutel (8).

5. U kunt de positie van de beschermkap afstellen

door de inbusbout (2) los te draaien, verstel de beschermkap naar de gewenste positie en draai de inbusbout weer vast. Gebruik de machine nooit zonder de beschermkap. Monteren en verwijderen van de slijpschijf (Afb. B) Gebruik de machine niet zonder de beschermkap. Gebruik uitsluitend scherpe en onbescha- digde schijven.

  • Gebruik altijd een geschikte schijf voor deze machine, met een diameter van Ø 230 mm en een asgat van 22,2 mm; de dikte van de schijf moet 6 mm zijn voor een slijpschijf en 3 mm voor een doorslijpschijf; de schijf mag de beschermkap niet raken. Monteren

1. Plaats de machine op een tafel met de be-

schermkap (3) naar boven gericht.

2. Monteer de flens (12) op de as (11).

3. Plaats de schijf (13) op de as (11).

4. Houd de asvergrendelingsknop (1) ingedrukt

en draai de klemmoer (14) stevig vast op de as (11) met behulp van de sleutel (15). Verwijderen

1. Plaats de machine op een tafel met de be-

schermkap (3) naar boven gericht.

2. Houd de asvergrendelingsknop (1) ingedrukt en

maak de klemmoer (14) los met behulp van de sleutel (15).

3. Verwijder de schijf (13) van de as (11).

4. Houd de asvergrendelingsknop (1) ingedrukt en

draai de klemmoer (14) stevig vast met behulp van de sleutel (15). De zijgreep monteren (Afb. A en E)

  • De zijgreep (7) kan in een van de drie aansluit- punten (6) worden geschroefd.

Verzeker uzelf ervan dat het werkstuk goed gefixeerd of ondersteund is. Achterste handgreep (Afb. A) Voordat u de handgreep draait, moet u de machine altijd uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken.

1. Druk op de handgreep-ontgrendelingsknop (9)

en houd deze ingedrukt, om de handgreep (10) te ontgrendelen.

2. Draai de handgreep (9) in een van de 3 beschik-

bare standen en laat de handgreepontgrende- lingsknop (10) los. Controleer voordat u het gereedschap inschakelt of de handgreep-ontgrendelings- knop (10) op zijn plaats vastklikt wanneer u de stand van de handgreep verandert. In- en uitschakelen (Afb. A)

  • Om de machine in te schakelen drukt u de aan/ uit-schakelaar (5) in.
  • Om de machine uit te schakelen, laat u de aan/ uit-schakelaar (5) los.
  • Houd de machine weg van het werkstuk als u de machine in- of uitschakelt. Anders wordt het werkstuk mogelijk beschadigd door de schijf.
  • Klem het werkstuk stevig vast of gebruik een28

andere methode om ervoor te zorgen dat het werkstuk kan bewegen kan komen terwijl u aan het werk bent.

  • Controleer de schijven regelmatig. Versleten schijven hebben een negatief effect op de effi- ciëntie van de machine. Vervang een schijf tijdig door een nieuwe. Afbramen (Afb. F) Een schuine hoek van 30º tot 40º geeft bij het afbramen het beste resultaat. Beweeg de machine met een lichte druk heen en terug. Dit voorkomt dat het werkstuk ontkleurt of te heet wordt en groeven worden gevormd. Gebruik nooit doorslijpschijven om werkstukken af te bramen! Doorslijpen (Afb. G) Voor doorslijpwerkzaamheden moet een speciale gesloten beschermkap (Afb. D2) worden gebruikt (niet inbegrepen). Houd stevig contact met het werkstuk om trillingen te voorkomen; kantel de machine niet en oefen geen druk uit terwijl u het werkstuk doorslijpt. Oefen tijdens het werk een gemiddelde druk uit die past bij het materiaal waaraan u werkt. Vertraag schijven niet door een zijwaartse tegendruk uit te oefenen. De richting waarin u wilt doorslijpen is belangrijk. De machine moet altijd tegen de richting van de snede in werken; u mag de machine dus nooit in tegengestelde richting bewegen! Er bestaat anders het risico van terugslag waardoor u de controle over de machine verliest. Aanwijzingen voor optimaal gebruik
  • Klem het werkstuk vast. Gebruik een klemin- richting voor kleine werkstukken.
  • Houd de machine met beide handen vast.
  • Schakel de machine in.
  • Wacht totdat de machine op volle snelheid is.
  • Plaats de slijpschijf op het werkstuk.
  • Beweeg de machine langs het werkstuk, waarbij de slijpschijf stevig tegen het werkstuk wordt gedrukt.
  • Oefen niet te veel druk uit op de machine. Laat de machine het werk doen.
  • Schakel de machine uit en wacht totdat de ma- chine volledig tot stilstand is gekomen voordat u de machine neerlegt.

Schakel, voordat u met de reiniging en het onderhoud begint, altijd de machine uit en haal de netstekker uit het stopcontact. Reinig de machinebehuizing regelmatig met een zachte doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik. Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en vuil zijn. Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmid- delen als benzine, alcohol, ammonia, etc. Dergelij- ke stoffen beschadigen de kunststof onderdelen. MILIEU Defecte en/of afgedankte elektrische of elektronische gereedschappen dienen ter verwerking te worden aangeboden aan een daarvoor verantwoordelijke instantie. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet weg bij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012/19/ EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaal recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. GARANTIE VONROC producten zijn ontworpen volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en gegarandeerd vrij van defecten, zowel materieel als fabrieksfouten, tijdens de wettelijk vastgestelde garantieperiode vanaf de eerste aankoopdatum. Mocht het product tijdens deze periode gebreken vertonen veroorzaakt door defecte materialen en/of fabrieksfouten, neem dan rechtstreeks contact op met VONROC. De volgende situaties vallen niet onder de garantie:

  • Er zijn reparaties of aanpassingen aan de machine uitgevoerd, of er is een poging daartoe ondernomen, door een niet-geautoriseerd service centrum.
  • De machine is misbruikt, verkeerd gebruikt of slecht onderhouden.
  • Er zijn niet-originele reserveonderdelen gebruikt.FR

Dit vormt de enige garantie opgesteld door het bedrijf zowel expliciet als impliciet. Er bestaan geen andere garanties expliciet of impliciet welke verder gaan dan deze garantie, inclusief impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor bepaalde doeleinden. In geen enkel geval kan VONROC aansprakelijk worden gesteld voor incidentele schade of gevolgschade. Reparaties van dealers zijn gelimiteerd tot de reparatie of ver- vanging van defecte producten of onderdelen. Het product en de gebruikershandleiding zijn onderhevig aan wijzigingen. Specificaties kunnen zonder opgaaf van redenen worden gewijzigd.