gWind Wireless - Anemometer GARMIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis gWind Wireless GARMIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over gWind Wireless GARMIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Anemometer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding gWind Wireless - GARMIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. gWind Wireless van het merk GARMIN.
GEBRUIKSAANWIJZING gWind Wireless GARMIN
Installatie-instructies
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke verilgheids- en productinformationie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
VOORZICHTIG
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschemers en een stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
Wees voorzichtig bij het werkken op groe hoogte.
Dit toestel levert draadloos gegevens over de windsnelheid en de windhoek aan een NMEA 2000 netwerk op uw boot. De windtransducer verzendt informatatie maar een wireless server interface (WSI) box, die要去en verbonden met een GarminGND 10 black-box bridge om gegevens te verzenden maar een NMEA 2000 netwerk.
Het toestel registraren
Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodate wij u better kuren helpen.
- Gaaar http://my.garmin.com.
- Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een veilige plek.
Batterijwaarschuwingen
WAARSCHUWING
Het Niet opvolgen van deze richtlijnen kan tot gevolg hebben dat de levensduur van de batterij worden verkort, of dat het risico ontstaat van schade aan het toestel, brand, chemische ontbranding, elektrolytische lekkege en/of letsel.
- Haal het toestel of de batterijen Niet uit elkaar, pas het toestel of de batterijen Niet aan, prik er geen gaten in en beschadig het toestel of de batterijen Niet.
- Dompel het toestel of de batterijen Niet onder in water of een andere vloeistof en stel Niet bloot aan vuur, explosies of andere gezaren.
- Gebruik nooit een scherp voorwerp om batterijen te verwijderen.
- Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen.
- Vervang batterijen alleen door verwangingsbatterijen van het juiste type. Gebruik van andere batterijen kan tot brand- en explosiegevaar leiden. Ga voor verwangingsbatterijen maar uw Garmin dealer of de Garmin website.
- Gebruik het toestel alleen binnen het volgende temperatuurbereik: van -20° tot 50°C (van -4° tot 122°F).
- Indien u het toestel gedurende langere tijd opbergt, doe dit dan binnen het volgende temperatuurbereik: van 0^ tot 35^ (van 32^ tot 95^ ).
- Neem volgens deplaatselijke regelgeving contact op met de afvalverwerker om het toestel/batterijen af te danken.
De batterijplaatsen
LET OP
De juiste batterij worden meegeleverd bij het toestel. Indien u een batterij plaatst die Niet is meegeleverd of aangeschäft bij Garmin, kan het toestel beschadigd raken.
Plaats de meegeleverde batterij voordat u het toestel bevestigt.
1 Open de batterijklep aan de achterkant van het toestel met een kruskopschroeevendraier, nr. 2.
2 Sluit de connector van de batterij ① aan op de poort op het bord aan de binnenzijde van het toestel ②

De connector kan op slechts een manier op de poort worden aangesloten. De poort kan beschadigd raken indien u probeert de connector met kracht aan te sluiten.
3 Leid de kabel van batterij door de behuizing van het toestel ③ enplaats de batterij onder het bord ④.

4 Sluit de batterijklep. Zorg ervoor dat de kabel van de batterij nicht klem komt te zitten.
De propeller installeren
1 Zorg dat de schacht ① correct is uitgelijnd met de sleuf/ inkening op de propeller.
De mof op de propeller pastaar op een manier op de schacht.

2 Druk op de propeller totdat deze vastzit op het toestel.
3 Breng de bevestigingschroef ② aan om de propeller stevig aan het toestel te bevestigen.
Aandachtspunten bij de montage
Houd rekening met de volgende aandachtspunten bij het kiezen van een bevestigingslocatie voor de windtransducer.
- De windtransducerClient to worden gemonteerd op een horizontal oppervlak in de top van de mast ①

- Als er geen horizontalaopervlak in de top van de mast aanwezig is, dient een geschikte aanpassing te worden gemaakt om een horizontalaopervlak te creeren.
- De windtransducer要去 worden geinstalleel in de richting van de voorzijde van de boot ② , parallel aan de middenlijn. OPMERKING: Als u het toestel Niet exactaar de voorzijde van de boot richt, moet u de orientatie configureren om nauwkeurige windhoekgegevens te ontvangen (De richting aanpassen, pagina 28).
Houd rekening met de volgende aandachtspunten bij het kiezen van een bevestigingslocatie voor de wireless server interface (WSI).
- Voordat u de WSI permanent bevestigt, moet u de signalsterkte:tussen de windtransducer en de WSI testen (De signalsterkte testen, pagina 27).
- De WSI is nicht waterbestendig en moet worden geinstalleerd op een locatie waar deze Niet nat kan worden door onderdompeling, lekwater of spatwater.
- De beste locatie voor de WSI is onder het Dek, nabij de scheepswand, zo hoog möglichn in de boot.
- U dient de WSI zo zich möglichk bij de windtransducer te installereren.
- Metalen objcten in het pad tussen de windtransducer en de WSI zullen de zendafstand aanzienlijk beperken.
- De antennae bevindt zich boven op de WSI ③, en werkkt het Beste wonneer deze in de richting van de windtransducer wijst.

- De WSI werkkt het Beste bij installmentie op een scheidingswand evenwijdig aan de paal van de windtransducer, in voorachterrichting.
De montagesteun installeren
1 Gebruik de montagesteun als sjabloon om de locaties te markeren die u wilt voorboren.
2 Gebruik een boor van 4,5mm (^11 / _64 inch) om de gaatjes te boren.
3 Bevestig de montagesteun met de meegeleverde schroeven op het oppervlak.
Het toestel in de montagesteun bevestigen
1 Draai de borgmoer ① op het toestel met de hand gegen de klok in totdat de moer Niet verder gaat.

2 Plaats het toestel in de montagesteun door het omlaag te drukken ② enaarachteren te schuiven tot het Niet verder gaat ③
3 Maak het toestel in de steun vast door de borgmoer met de hand met de klok mee te draaien totdat de moer Niet verder gaat.
4 Bevestig de beveiligingsklem ④ op het toestel om te voorkomen dat de borgmoer losraakt.
Montage van de WSI
Voordat u de WSI permanent bevestigt, moet u de signalsterkte:tussen de sensor en de ontvanger testen.
1 Kies de bevestigingsplek.
2 Gebruik het toestel als sjabloon en markeer de voorboorgaten op het montageoppervlak.
3 Gebruik een boor van 1 / 8 inch om de Voorboorgaten te boren.
4 Gebruik de meegeleverde schroeven om het toestel op het montageopperviak te bevestigen.
De signalsterkte testen
Voordat u de WSI permanent=kunt bevestigen, moet u de signalsterkte:tussen de windtransducer en de WSI testen.
1 U moet de WSI tijdelijk aansluiten op de GND 10.
2 Als deze nog Niet is aangesloten,kest u de GND 10 op hetzelfde NMEA 2000 netwerk aansluiten als een scheepsinstrument.
3 Ga waar een pagina op het scheepsinstrument waar de windgegevens worden getoond.
4 Selecteer een optie:
- Als er geen windgegevens op het scheepsinstrument worden weergegeven, moet u de WSI maar een neue locatie verplaatsen en stap 3 herhalen.
- Als de windgegevens op het scheepsinstrument worden weergegeven, noteert u de locatie en bevestigt u de WSI permanent.
Overwegingen bij aansluiten van WSI box
LET OP
Het worden aanbevolen om de WSI box rechtstreeks aan te sluiten op een voeding van 12 V gelijkstroom. Het is verplicht om de boxrechtstreeks aan te sluiten op een voeding van 12 V gelijkstroom als er andere eenheden zijn aangesloten op het Nexus network of de WSI box.
U要去 de WSI box aansluiten op een Garmin GND 10 black-box bridge om te communereren met het NMEA 2000 netwerk op uw boot. Houd reckening met de volgende punten wanner u
de meegeleverde kabel aansluit op de WSI box en de GND 10 bridge.

Onderdeel Beschrijving
| ① | Deze aansluitpunten worden gebruikt om de WSI box met een voedingsbron te verbinden. Als u de WSI box in combinatie met andere Nexus producten wilt gebruiken, raadpleegt u de gebruikershand- leiding van het Nexus toestel. |
| ② | Deze connector past op slechts=eén manier. Zorg dat de draadkleuren overeenkomen met de aansluitblokjes voordat u de connector aansluit. |
| ③ | Wordt verbonden met een van de NEXUS poorten op de GND 10 bridge. |

Onderdeel Beschrijlving
| ④ | WSI box |
| ⑤ | WSI kabel |
| ⑥ | GND 10 bridge |
| ⑦ | NMEA 2000 network |
De windtransducer configureren
Voordat u de windtransducer kutn configureren, moet deze via een GND 10 worden aangesloten op een NMEA 2000 netwerk met een Garmin scheepsinstrument, zoals een GMI 20. Raadpleeg ge gebruikershandleiding van het scheepsinstrument voormeer informatie over het configureren van NMEA 2000 toestellen.
1 Ga op het scheepsinstrumentaar de NMEA 2000 instelleningen.
2 Selecteer de naam van het toestel (GND 10) om het toestel te configureren.
Deorting aanpassen
U dient deze instelling aan te passen als de sensor Niet maar de voorzijde van de boot is gericht, exact parall e aan de middenlijn.
1 Selecteer op het scheepsinstrument, bij de NMEA 2000 instellengen, de toestelnaam (GND 10).
2 Selecteer Offset windhoek.
3 Bepaal de hoek, gemeten in graden met de klok mee rond de mast, waarop de sensor is weggericht van het midden van de voorzijde van de boot:
- Als de sensoraar stuurboard is gericht, moet de hoek tussen 1 en 180 gradeen zich.
- Als de sensor waar bakboard is gericht, moet de hoek:tussen 181 en 360 graden+zijn.
4 Selecteer de hoek die u in stap 3 hebt bepaald.
5 Selecteer Gereed.
Het windhoekfilter aanpassen
U要去dezeinstallingaanpassenomdegevoeligheidvan het scherm voorwijzigingen in de windrichtingtewijzigien.
1 Selecteer op het scheepsinstrument, bij de NMEA 2000 instellingen, de toestelnaam (GND 10).
2 Selecteer Filter windhoek.
3 Selecteer een optie:
- Selecteer Uit om het filter uit te schakelen en de gevoeligheid van het scherm voor wijzigingen in de windhoek zo groot möglich te make.
- Selecteer Aan en pas de waarde aan. Selecteer een hoger getal om de gevoeligheid van het scherm voor wijzigingen in de windhoek te vergroten, of selecteer een kleiner getal om de gevoeligheid te verkleinen.
- Selecteer Auto om de filterinstellungen automatisch aan te passen op basis van de windomstandigheden.
4 Selecteer Gereed.
Het windsnelheidsfilter aanpassen
U要去 deze instelling aanpassen om de gevoeligheid van het scherm voor wijzigingen in de windsnelheid te wijzigen.
1 Selecteer op het scheepsinstrument, bij de NMEA 2000 instellingen, de toestelnaam (GND 10).
2 Selecteer Filter windsnelheid
3 Selecteer een optie:
- Selecteer Uit om het filter uit te schakelen en de gevoeligheid van het scherm voor wijzigingen in de windsnelheid zo groot möglich te make.
- Selecteer Aan en pas de waarde aan. Selecteer een hoger getal om de gevoeligheid van het scherm voor wijzigingen in de windsnelheid te vergroten, of selecteer eenkleiner getal om de gevoeligheid te verkleinen.
- Selecteer Auto om de filterinstellungen automatisch aan te passen op basis van de windomstandigheden.
4 Selecteer Gereed.
Onderhoud en opslag
- Gebruik zo nods een milde zeepoplossing om de windtransducer te reinigen, en spoel het toestel voorzichtig af met water. Gebruik geen reinigingsmiddelen of water onder hoge druk.
- Het worden aanbevolen om de windtransducer te verwijderen en op een droge locatie te bewaren als het toestel gedurende een langereperiode Niet worden gelebruikt.
-
Het worden aanbevolen om de WSI te verwijdenen en op een droge locatie te bewaren als het toestel gedurende een langereperiode Niet worden gebruikt.
-
Wonneer u de windtransducer opbergt, kurz u deleze het Beste bewaren op een plek waar het toestel is blootgesteld aanlicht. Hierdoor blijft de batterij in het toestel opgeladen.
- Als u de windtransducer op een donkere plek bewaart, verdient het aanbeveling om de batterij aan het begin van elk seizoen te verrangen. Vervangende batterijen zijn verkrrijgbaar bij uw lokale Garmin dealer, of via www.garmin.com.
De windtransducer koppelen met de WSI
Voordat u de windtransducer kutkoppelen met de WSI, moet u een Garmin scheepsinstrument, zoals een GMI 20 aansluiten op hetzelfde NMEA 2000 netwerk als de GND 10.
Deze windtransducer is in de fabriek gekoppeld met de WSI. U hoeft de windtransducer alleen met de WSI koppelen als u het toestel verwangt.
1 Verwijder het batterijklepje van de windtransducer.
2 Breng de windtransducer binnen 2 m (6 voet) afstand van de WSI en houd de witte knop op de printplaat ingedrukt totdat het lampjeuitgaat.
De oude koppelingsgegevens worden gewist uit de windtransducer.
3 Selecteer op het scheepsinstrument in de NMEA 2000 instellenen de GND 10.
4 Selecteer Generieke configuratie.
5 Voer "UP" (UNPAIR = ontkoppelen) in en selecteer Gereed. De oude koppelingsgegevens worden gewist uit de WSI.
6 Breng de windtransducer binnen 2 m (6 voet) afstand van de WSI en druk op de witte knop op de printplaat, maar houd deze Niet ingedrukt, en kijk waar het lampje.
- Wanner het lampje twee keer knippert en dan uitgaat, is de koppeling geslaagd.
- Wonneer het lampje twee keer knippert en dan nog een keer knippert gedurende circa een seconde, dan is de koppeleling mislukt. Breng het toestelDICter bij de WSI en herhaal deze stap totdat de koppeleling slaagt.
7 Plaats het batterijklepje op de windtransducer.
Specifications
| Specificatie Waarde | |
| Afmeting wanner bevestigd (H×L) | 345 mm (13,58 inch) × 610 mm (24 inch) |
| Gewicht 350 g (12,35 oz.) | |
| Bedrijftemperatuur Van -20° tot 50°C (-4° tot 122°F) | |
| Opslagtemperatuur Van 0° tot 35°C (van 32° tot 95°F) | |
| Waterbestendigung (wind transducer) | IEC 60529 IPX-6 (beschermd gegen zware zee) |
| Waterbestendigung (WSI) IEC 60529 IPX-0 (geen speciale bescherming) | |
| Stroomverbruik (WSI en GND 10) | 1,1 W |
| Nominale opgenomen stroom bij 12 V gelijktstroom (WSI en GND 10) | 95 mA |
| Windsnelheidsbereik Van 0,9 tot 90 knopen (van 0,9 tot 50 m/s) | |