PTBM 400 D1 - Boor PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PTBM 400 D1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PTBM 400 D1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PTBM 400 D1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PTBM 400 D1 PARKSIDE
- Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vak- mensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon- derdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113. Let op: De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbe- palingen van deze gebruikshandleiding moet u abso- luut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aan- gegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandlei- ding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden. 3 Productbeschrijving (afb. 1-16)
1. Aandrijfafdekking
2. Slotbout (aandrijfafdekking)
7. Borgschroef (boortafel)
9a. Zeskantbout M8x20 mm (bodemplaat)
11. veiligheidsvoorziening
11a. Klemschroef (veiligheidsvoorziening) 11b. Vleugelschroeven (veiligheidsvoorziening)
12. Nood-uitschakelaar
13. Aan/uit-schakelaar
14. Borgschroef (boortafel kanteling)
17. Diepteaanslag (met schaalverdeling)
17a. Boorgat (diepteaanslag) 17b. Draadstang M10/M6 (diepteaanslag) 17c. Moer/borgmoer M10 (diepteaanslag) 17d. Schaalaanwijzer (diepteaanslag) 17e. Sluitring (diepteaanslag) 17f. Moer M6 (diepteaanslag)
21. Aandrijfschijf spilzijde
22. Aandrijfschijf motorzijde
23. Veiligheidsschakelaar
4 Inhoud van de levering (afb. 2) Pos. Aantal Aanduiding
7. 1 x Borgschroef (boortafel)
9a. 3 x Zeskantbout M8x20 mm (bodemplaat)
11. 1 x veiligheidsvoorziening
16. 1 x Boorkopsleutel
17b. 1 x Draadstang M10/M6 (diepteaanslag) 17d. 1 x Schaalaanwijzer (diepteaanslag) 17c. 2 x Moer/borgmoer M10 (diepteaanslag) 17e. 1 x Sluitring (diepteaanslag) 17f. 1 x Moer M6 (diepteaanslag)
A. 1 x Inbussleutel 4 mm B. 1 x Inbussleutel 5 mm 1 x Tafelboormachine 1 x Gebruikshandleiding NL / BE | 555 Beoogd gebruik De tafelboormachine is ontworpen voor het boren in metaal, hout, kunststof en tegels. Er kunnen schacht- boren met een boordiameter van 1,5 mm tot 13 mm worden gebruikt. Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de ge- bruikshandleiding maken deel uit van het beoogd ge- bruik. Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. Het product mag uitsluitend met de originele onderde- len en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aan- gegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. Let erop dat onze producten volgens het beoogd ge- bruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of indus- triële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in be- drijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemin- gen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet. Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding GEVAAR Signaalwoord voor aanduiding van een di- rect aanwezige, gevaarlijke situatie die, in- dien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHUWING Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernsti- ge verwondingen kan leiden. VOORZICHTIG Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. LET OP Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. 6 Veiligheidsvoorschriften Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netge- voed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op ac- cugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer). WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwij- zingen, afbeeldingen en technische gege- vens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaan- de aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/ of ernstige verwondingen veroorzaken.
1) Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kun- nen leiden tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereed- schap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen. 56 | NL / BE2) Elektrische veiligheid a) De aansluitstekker van het elektrische gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stek- ker mag op geen enkele wijze worden gewij- zigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok. b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met ge- aarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw li- chaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elek- trische schok. d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe ran- den of bewegende delen. Beschadigde of opge- wikkelde snoeren verhogen het risico op een elek- trische schok. e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver- lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik bui- tenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden ver- meden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het ri- sico op een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamhe- den met elektrisch gereedschap. Maak geen ge- bruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan lei- den tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van per- soonlijke beschermingsmiddelen zoals een stof- masker, antislip-veiligheidsschoenen, een veilig- heidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Contro- leer of het elektrisch gereedschap is uitgescha- keld voordat u het op de stroomvoorziening en/ of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inscha- kelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereed- schap bevindt, kan verwondingen veroorzaken. e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kle- ding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegre- pen door bewegende delen.
Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aange- sloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige ver- wondingen leiden.
4) Gebruik en behandeling van het
Zorg dat het elektrische gereedschap niet over- belast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veili- ger in het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwij- der de uitneembare accu voordat u de appa- raatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voor- zorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische ge- reedschap per ongeluk wordt gestart.
Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten bui- ten bereik van kinderen. Laat het elektrisch appa- raat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden gebruikt. NL / BE | 57e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewe- gende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of bescha- digd zijn, waardoor de functie van het elektri- sche gereedschap wordt beïnvloed. Laat be- schadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel onge- vallen ontstaan door slecht onderhouden elektri- sche apparaten. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorg- vuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
Gebruik elektrische apparaten, inzetstuk, inzet- stukken enz. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werk- zaamheden. Het gebruik van elektrisch gereed- schap voor andere toepassingen dan het voorge- schreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch ge- reedschap in onvoorziene situaties niet veilig be- diend en onder controle gehouden worden.
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische ge- reedschap gewaarborgd. Veiligheidsvoorschriften voor draagbare boormachines a) De boormachine moet vastgezet worden. Een onjuist bevestigde boormachine kan bewegen of kantelen en dit kan verwondingen veroorzaken. b) Het werkstuk moet met de werkstuksteun wor- den vastgeklemd of bevestigd. Boor niet in werkstukken die te klein zijn om veilig vast te klemmen. Als u het werkstuk met de hand vast- houdt, kan dat tot verwondingen leiden.
Draag geen handschoenen. Handschoenen kunnen door draaiende delen of boorspaanders worden vastgegrepen, wat tot verwondingen kan leiden. d) Houd uw handen buiten het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondin- gen veroorzaken. e) Het boorgereedschap moet draaien voordat u het naar het werkstuk brengt. Anders kan de boor in het werkstuk vastlopen en kunnen onver- wachte bewegingen van het werkstuk verwondin- gen veroorzaken. f) Als de boor vastloopt, moet u de boor niet ver- der naar beneden duwen en het elektrisch ge- reedschap uitschakelen. Bepaal de oorzaak van het vastlopen en verhelp dit probleem. Het vast- lopen kan tot een onverwachte beweging van het werkstuk en tot verwondingen leiden. g) Voorkom lange boorspaanders door de neer- waartse druk regelmatig te onderbreken. Scher- pe metaalspaanders kunnen vast komen te zitten en verwondingen veroorzaken. h) Verwijder nooit boorspaanders uit het boorbe- reik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Om spaanders te verwijderen, beweegt u het boorgereedschap van het werkstuk af, schakelt u het elektrisch gereedschap uit en wacht u tot het boorgereedschap is gestopt. Gebruik hulp- middelen zoals een borstel of haak om de spaanders te verwijderen. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondingen veroor- zaken.
i) Het toegestane toerental van inzetstukken met
een nominaal toerental moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elek- trisch gereedschap staat vermeld. Accessoires die sneller draaien dan toegestaan, kunnen afbre- ken en weggeslingerd worden. Restrisico's Het elektrisch apparaat is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elek- triciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voor- zieningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de “veiligheidsvoorschriften” en het “gebruik conform de voorschriften” alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wan- neer het product in bedrijf is.
- Onopzettelijk inschakelen van het product.
- Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven onderhouds- en veiligheidsvoorschriften op. WAARSCHUWING Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagne- tisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we per- sonen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadple- gen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt. 58 | NL / BE7 Technische gegevens Nominale spanning 230 V~ 50Hz Opgenomen vermogen 300 W (S1*) 400 W (S6* 40%) Stationair toerental n
Beschermingsklasse I Beschermingsgraad IPX0 Gewicht 13 kg Boorkop B16 (1,5 mm – 13 mm) Boorslag 50 mm Werkstukgrootte max. 60 mm Technische wijzigingen voorbehouden! *Bedrijfsmodus S1 (continubedrijf) Het product kan continu met het aangegeven vermo- gen worden gebruikt. *Bedrijfsmodus S6 Ononderbroken periodiek bedrijf. Het gebruik is opge- bouwd uit een opstarttijd, een tijd met een constante belasting en een uitlooptijd. De cyclusduur bedraagt 10 minuten en de relatieve inschakelduur bedraagt 40% van de cyclustijd. Geluid en trilling WAARSCHUWING Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving. De geluids- en trillingswaarden zijn bepaald volgens EN 62841-1. Geluidswaarden Geluidsdruk L
3 dB De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te verge- lijken. De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting. WAARSCHUWING De geluidsemissies kunnen van de opgege- ven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhan- kelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt. Probeer om de belasting zo gering mogelijk te hou- den. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden be- perkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscy- clus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait). 8 Uitpakken WAARSCHUWING Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voor- zichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor- handen).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op trans- portschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Re- clamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden be- kend met het product aan de hand van de ge- bruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve- onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reser- veonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan. NL / BE | 599 Montage WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Steek de voedingsstekker pas in het stopcontact als het product klaar is voor gebruik. WAARSCHUWING Inzetstukken kunnen scherp zijn en tijdens het ge- bruik heet worden. Draag altijd veiligheidshand- schoenen, als u met inzetgereedschap werkt. Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De montage is eenvoudig, indien de volgende aanwijzin- gen in acht worden genomen. Benodigd gereedschap:
- Kruiskopschroevendraaier*
- = niet altijd meegeleverd! Reinig de volgende onderdelen met een schone en droge doek:
1. Plaats de kolombuis (6) op de bodemplaat (9).
Monteer de kolombuis (6) op de bodemplaat (9) met behulp van de drie zeskantbouten M8x20 mm (9a). Draai de zeskantbouten niet te vast aan, anders kan de schroefdraad in de bodemplaat scheuren.
9.2 Boortafel (8) monteren (afb. 4, 5)
1. Plaats de boortafel (8) op de kolombuis (6).
2. Schuif de boortafel (8) in een lagere positie en zet
deze vast met de borgschroef (7).
2. Zet de motoreenheid (4) vast met de beide klem-
schroeven (4a) aan de zijkant. Gebruik een inbussleutel 4 mm (A).
9.4 Diepteaanslag (17) en
veiligheidsvoorziening (11) monteren (afb. 7)
1. Draai de klemschroef (11a) los van de veiligheids-
voorziening (11). Gebruik een kruiskopschroevendraaier.
2. Open de veiligheidsvoorziening (11) zodat u toe-
gang heeft tot de binnenkant van de veiligheids- voorziening (11).
3. Steek de moer M6 (17f) in de daarvoor bestemde
uitsparing in de veiligheidsvoorziening (11).
4. Klap de veiligheidsvoorziening (11) dicht.
Zorg ervoor dat de moer M6 (17f) in de daarvoor bestemde uitsparing blijft.
5. Schroef de draadstang M10/M6 (17b) met een
sluitring (17e) van bovenaf in de daarvoor bestem- de uitsparing waarin de moer M6 (17f) zich bevindt.
6. Leid de draadstang M10/M6 (17b) door het boorgat
en de schaalaanwijzer (17d) op de draadstang M10/M6 (17b).
8. Leid de veiligheidsvoorziening (11) door de boorspil
(18) en druk de veiligheidsvoorziening (11) helemaal omhoog op de boorspil (18).
9. Fixeer de veiligheidsvoorziening (11) met de klem-
schroef (11a). Gebruik een kruiskopschroevendraaier.
10. Controleer of de schaalaanwijzer (17d) correct ge-
plaatst is. Aanwijzing: U kunt de veiligheidsvoorziening uitschuiven.
1. Open de twee vleugelschroeven (11b) op de veilig-
heidsvoorziening (11).
2. Schuif de buitenste veiligheidsvoorziening naar be-
neden in de gewenste positie.
1. Plaats de handgreep (5) op de handspilgeleiding
(5a). Zorg ervoor dat het boorgat van de handgreep (5) overeenkomt met het boorgat in de handspilgelei- ding (5a).
2. Steek de inbusbout M6 (5b) door de overeenko-
mende boorgaten en borg deze met een moer M6 (5c). Gebruik een inbussleutel 5 mm (B). 60 | NL / BE9.6 Boorkop (19) aanbrengen (afb. 9)
1. Bevestig de boorkop (19) aan de conus van de
2. Zet de boorkop (19) vast met een paar lichte tikken
op de punt van de boorkop. Gebruik hiervoor een kunststofhamer.
1. Plaats de bankschroef (10) op de boortafel (8).
2. Monteer de bankschroef (10) op de boortafel (8)
met behulp van twee zeskantbouten M10x35 mm (10c), vier sluitringen (10e) en twee moeren M10(10d). Gebruik twee steeksleutels SW16. Aanwijzing: De zeskantbouten moeten diagonaal tegenover elkaar geplaatst worden. 10 Voor de ingebruikname WAARSCHUWING Trek altijd de voedingsstekker eruit voordat u in- stellingen aan het product uitvoert. Benodigd gereedschap:
- 2x steeksleutel/dopsleutel SW 17 mm*
- = niet altijd meegeleverd!
10.1 Gebruik als vaste machine
(afb. 11) Het product moet voor continu gebruik op een werk- bank worden gemonteerd.
- Het product moet stabiel worden opgesteld, dit be- tekent op bijv. een werkbank of een vast onderstel vastgeschroefd worden.
- Voor dit doeleinde bevinden zich bevestigingsgaten in de bodemplaat (9).
1. Markeer de boorgaten.
– Plaats het product zoals deze later moet wor- den geïnstalleerd. – Teken de posities van de te boren gaten af op de werkbank. Deze worden bepaald door de bevestigings- boorgaten in de bodemplaat (9).
2. Boor de gaten (ten minste 11 mm) door de werk-
Plaats het product zodanig over de geboorde gaten dat ze overeenkomen met de bevestigingsboorgaten in de bodemplaat (9) en steek de bouten* (M10) met een geschikte lengte van bovenaf door de gaten.
4. Schroef de moeren* van onderaf op de bouten*
5. Draai de moeren* vast met twee steeksleutels
10.2.1 Hoogte van de boortafel instellen
en de boortafel (8) zwenken
1. Draai de vastzetschroef (7) los.
2. Schuif de boortafel (8) op de gewenste hoogte.
3. Zwenk de boortafel (8) in de gewenste positie.
U kunt de boortafel (8) ook kantelen.
1. Draai hiervoor de borgschroef (14) onder de boor-
tafel (8) los. Gebruik hiervoor een steeksleutel SW 17 mm.
2. Kantel de boortafel (8) naar wens tot 45° naar
- Zorg ervoor dat het werkstuk goed is bevestigd.
- Bewerk geen werkstukken die te klein zijn om te kunnen worden vastgeklemd.
- Bewerk alleen werkstukken die stevig tussen de klembekken geklemd kunnen worden. Het werk- stuk mag niet te groot, te klein of te buigzaam zijn. Anders is het niet mogelijk om stevig te klemmen.
- Gebruik extra werkstuksteunen als dit nodig is voor de stabiliteit van het werkstuk.
- Controleer de bankschroef en de klembekken. Ze moeten schoon zijn en vrij van spanen en andere resten.
1. Zorg ervoor dat de bankschroef (10) correct op de
boortafel (8) gemonteerd is. (Zie 9.7)
2. Draai de slingergreep (10b) linksom om de bank-
schroef (10) te openen.
3. Plaats het te bewerken werkstuk tussen de klem-
bekken (10a). Zorg ervoor dat het uitgelijnd is, zodat het tijdens de bewerking stabiel blijft.
4. Draai de slingergreep (10b) rechtsom om de bank-
schroef (10) te sluiten en het werkstuk te fixeren.
5. Controleer of het werkstuk goed en stevig vastge-
klemd zit. Het mag niet bewegen. NL / BE | 6110.4 Inzetstuk plaatsen/verwijderen (afb. 14) WAARSCHUWING Laat de boorkopsleutel nooit in de boorkop zitten! Aanwijzing: Controleer of het inzetstuk goed past. Inzetstuk dat verkeerd of niet goed bevestigd is, kan tijdens het gebruik losraken en u verwonden.
- U kunt de boorkopsleutel (16) opbergen in de hou- der voor de boorkopsleutel (15).
1. Neem de boorkopsleutel (16) uit de houder voor de
boorkopsleutel (15).
2. Klap de veiligheidsvoorziening (11) omhoog en
houd deze in deze positie.
3. Maak de houder van de boorkop (19) los met de
boorkopsleutel (16).
4. Verwijder het inzetgereedschap*.
5. Plaats een nieuw inzetgereedschap*.
6. Maak de houder van de boorkop (19) vast met de
boorkopsleutel (16).
7. Plaats de boorkopsleutel (16) terug in de houder
voor de boorkopsleutel (15).
8. Controleer de gecentreerde positie van het inzetge-
9. Klap de veiligheidsvoorziening (11) in de uitgangs-
10. Voer een korte testrun uit om de rondloop van het
inzetgereedschap* te controleren.
- = niet altijd meegeleverd!
10.5 Toerental instellen (afb. 15)
WAARSCHUWING Gevaar voor beknelling! Let op uw vingers! WAARSCHUWING Altijd aandrijfschijven gebruiken, die er tegenover lig- gen. Als de aandrijfschijven op verschillende hoogtes gebruikt worden, zal de aandrijfriem vernield worden! Aanwijzing: Dit product is voorzien van een veiligheidsschakelaar. Dit betekent dat het product niet ingeschakeld kan worden als de aandrijfafdekking open of niet goed ge- sloten zijn.
Draai de slotbout (2) van het aandrijfafdekking (1) los.
2. Open het aandrijfafdekking (1).
Draai de borgschroef (3) van de motoreenheid (4) los.
4. Duw de motoreenheid (4) in de richting van de ko-
lombuis (6) om de aandrijfriem (20) los te maken.
5. Plaats de aandrijfriem (20) op de gewenste combi-
natie tussen de aandrijfschijf aan de spilzijde (21) en de aandrijfschijf aan de motorzijde (22) om het aangegeven toerental te bereiken:
6. Duw de motoreenheid (4) weg van de kolombuis (6)
om de aandrijfriem (20) te spannen. De aandrijfriem (20) is correct gespannen wanneer deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de slotbout (2). Controleer of de veiligheidsschakelaar (23) ingescha- keld is en de aandrijfafdekking (1) goed gesloten is.
10.6 Boordiepte instellen (afb. 1, 7, 16)
1. Draai de borg M10 (17c) van de diepteaanslag (17)
los en verplaats deze samen met de moer (17c) er- onder naar een hogere positie.
2. Plaats een inzetgereedschap in de boorkop (19) zo-
als beschreven bij 10.4.
3. Laat de boorspil (18) over de handgreep (5) op het
werkstuk zakken en houd de handgreep (5) in deze positie.
4. Plaats de moer M10 (17c) op het boorgat (17a).
5. Breng de boorspil (18) weer terug in de uitgangspo-
sitie, met behulp van de handgreep (5). Zorg ervoor dat de moer M10 (17c) niet beweegt.
6. Borg de ingestelde moer M10 (17c) met de borg-
moer M10 (17c). Gebruik twee steeksleutels SW 17.
7. Controleer of de ingestelde diepte correct is.
11 Bediening LET OP Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren! 62 | NL / BEWAARSCHUWING Gevaar voor letsel! De aan/uit-schakelaar en de veiligheidsschakelaar mogen niet worden vergrendeld! – Werk niet met het product als de schakelaar be- schadigd is. – Controleer voor elk gebruik of het product in orde is. WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Steek de voedingsstekker pas in het stopcontact als het product klaar is voor gebruik. WAARSCHUWING Inzetstukken kunnen scherp zijn en tijdens het ge- bruik heet worden. Draag altijd veiligheidshand- schoenen, als u met inzetgereedschap werkt. Aanwijzingen:
- Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemonteerd. Beschadigde of onleesbare stic- kers moeten worden vervangen.
- Overtuig u voor het aansluiten van het product, dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
- Denk eraan dat bij de ingebruikname van het start- mechanisme bij gemotoriseerde machines ook het snijgereedschap in bedrijf gesteld wordt.
- Gebruik het product nooit met defecte veiligheids- voorzieningen of zonder veiligheidsinrichtingen.
- Let er voor het inschakelen op dat het product geen voorwerpen aanraakt.
Controleer het te bewerken materiaal op vreemde deeltjes zoals spijkers, bouten etc. en verwijder deze.
- Zorg ervoor dat het te behandelen oppervlak stof- vrij en droog is.
- Wacht na het inschakelen tot het product het maxi- mum toerental heeft bereikt. Pas daarna begint u aan de werkzaamheden gaan.
11.1 Nooduit-schakelaar (12) (afb. 1)
1. Als het nodig is om het product vanwege een
noodsituatie te stoppen, drukt u op de nooduit- schakelaar (12).
2. Voordat u het product weer in gebruik neemt, moet
u een visuele inspectie uitvoeren om de veiligheid te garanderen en het product op de juiste manier te resetten. – Visuele inspectie: Controleer het product visu- eel op schade of obstakels die de werking zou- den kunnen belemmeren.
Draai de nooduit-schakelaar (12) naar rechts om de- ze terug te zetten naar de oorspronkelijke positie.
4. Schakel het product in zoals beschreven bij 11.2.
1. Steek de voedingsstekker in een correct gezekerd
2. Druk op de "I"-schakelaar op de aan/uit-schakelaar
(13) om het product in te schakelen. Uitschakelen
1. Druk op de "0"-schakelaar op de aan/uit-schake-
laar (13) om het product uit te schakelen.
2. Wacht tot het product tot stilstand is gekomen.
12 Werkinstructies LET OP De aanvoersnelheid en het spiltoerental zijn bepalend voor de levensduur van het inzetgereedschap!
- De snijsnelheid wordt bepaald door de snelheid van de boorspil en de diameter van het inzetge- reedschap.
- Als algemene regel geldt: hoe groter de diameter van het inzetgereedschap, hoe lager het toerental gekozen moet worden.
- Als het werkstuk sterker is, moet de snijdruk hoger zijn.
- Door het inzetgereedschap herhaaldelijk terug te trekken, zorgt u ervoor dat de spanen gemakkelij- ker worden afgevoerd.
- Spaanafvoer is vooral moeilijk bij diepe boorgaten. Verlaag hier de aanvoer en snelheid.
- Om overmatige slijtage van de snijkant van het in- zetgereedschap te voorkomen, moet u bij boorga- ten met een diameter van meer dan 8,0 mm eerst voorboren met een inzetgereedschap met een klei- nere diameter.
1. Markeer het te boren punt op het werkstuk met be-
hulp van een drevel* of een puntige spijker*.
2. Klem het te bewerken werkstuk in de bankschroef
3. Plaats een inzetgereedschap in de boorkop (19) (zie
4. Laat de boorspil (18) zakken met behulp van de
handgreep (5) en centreer het inzetgereedschap op de te boren punt in het werkstuk. NL / BE | 635. Schakel het product in (zie 11.2).
6. Laat de boorspil (18) zakken met behulp van de
7. Met een geschikte voeding en tot de gewenste
diepte boren in het werkstuk.
8. Selecteer het juiste smeermiddel op basis van het
materiaal van het werkstuk en de boor, en het type boorgat.
9. Houd rekening met het eventuele spaanbreken op
weg naar de gewenste boordiepte.
10. Breng de boorspil (18) terug in de uitgangspositie
met behulp van de handgreep (5).
- = niet altijd meegeleverd!
12.2 Verzinken en kernboren
Met dit product kunt u ook verzinken of centreerboren. Let hierbij op dat het laten zakken met de laagste snel- heid moet gebeuren, terwijl voor het kernboren een ho- ge snelheid is vereist.
Aanwijzing: Houd er rekening mee dat bij het werken met hout een geschikte stofafzuiging moet worden gebruikt, omdat houtstof gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid. Draag bij werkzaamheden die stof produceren altijd een ge- schikt stofmasker. 13 Elektrische aansluiting De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aan- gesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
13.1 Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid,
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge- leiding van het netsnoer,
- Snijplekken omdat over de snoer is gereden,
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken,
- Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de iso- latie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met dezelfde aanduiding "H05VV-F 3x0,75 mm²". Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Veiligheidsvoorschriften voor het vervangen van beschadigde of defecte netsnoeren Aansluittype Y Als het netsnoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden ge- daan om veiligheidsrisico's te voorkomen.
13.2 Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230V~ zijn.
Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter. 14 Transport (afb. 1)
1. Om het product te transporteren koppel het eerst
los van het stopcontact en zet het vervolgens op de bestemde plaats.
2. Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet
het product tijdens het transport in voertuigen wor- den beveiligd tegen omvallen en wegglijden.
3. Bescherm het product tegen stoten, schokken en
sterke trillingen, bijv. tijdens transport in voertuigen.
4. Transporteer het product niet aan de motoreen-
heid. Aanwijzing: Draag het product indien mogelijk met een tweede per- soon.
1. Houd de bodemplaat (9) met één hand vast en sta-
biliseer het product met de andere hand op het aandrijfafdekking (1). 64 | NL / BE15 Onderhoud en reiniging WAARSCHUWING Laat reparatie- en onderhoudswerkzaam- heden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door een ge- specialiseerde werkplaats. Gebruik uitslui- tend originele reserveonderdelen. Er bestaat gevaar voor ongevallen! Voer on- derhouds- en reinigingswerkzaamheden al- tijd uit bij een uitgeschakelde motor en los- gemaakte voedingsstekker. Er bestaat ge- vaar voor verwonding! Laat het product altijd afkoelen voordat onderhouds- of reinigings- werkzaamheden worden uitgevoerd. Ele- menten van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor letsel en brandwonden! Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. – Schakel de motor uit voordat u reinigings- of on- derhoudswerkzaamheden uitvoert. – Laat de motor afkoelen. – Trek de voedingsstekker uit het stopcontact! WAARSCHUWING Trek altijd de voedingsstekker uit het stop- contact voordat u instellings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilaties- leuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en blaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Dompel het product om te reinigen nooit onder in water of andere vloeistoffen.
- Het product moet altijd schoon, droog en vrij van olie of smeervet zijn. Verwijder alle stof na elk ge- bruik en voor het bewaren.
- Gebruik geen chemische, alkalische, schurende of andere agressieve reinigings- of ontsmettingsmid- delen om het product te reinigen, aangezien deze de oppervlakken kunnen beschadigen.
- Reinig het inzetgereedschap niet terwijl het nog in gebruik is.
- Controleer de bankschroef en de klembekken. Ze moeten schoon zijn en vrij van spanen en andere resten.
15.2 Onderhoud (afb. 15)
WAARSCHUWING Gevaar voor beknelling! Let op uw vingers! WAARSCHUWING Altijd aandrijfschijven gebruiken, die er tegenover lig- gen. Als de aandrijfschijven op verschillende hoogtes gebruikt worden, zal de aandrijfriem vernield worden! Aanwijzing: Dit product is voorzien van een veiligheidsschakelaar. Dit betekent dat het product niet ingeschakeld kan worden als de aandrijfafdekking open of niet goed ge- sloten zijn.
15.2.1 Aandrijfriem (20) controleren
1. Draai de slotbout (2) van het aandrijfafdekking (1)
2. Open het aandrijfafdekking (1).
3. Controleer de spanning van de aandrijfriem (20).
4. De aandrijfriem (20) is correct gespannen wanneer
deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
5. Controleer de aandrijfriem (20) op scheuren, insnij-
dingen of andere beschadigingen.
6. Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de
slotbout (2). Controleer of de veiligheidsschakelaar (23) inge- schakeld is en de aandrijfafdekking (1) goed geslo- ten is.
15.2.2 Aandrijfriem (20) spannen
1. Draai de slotbout (2) van het aandrijfafdekking (1)
2. Open het aandrijfafdekking (1).
Draai de borgschroef (3) van de motoreenheid (4) los.
4. Duw de motoreenheid (4) weg van de kolombuis (6)
om de aandrijfriem (20) te spannen.
5. De aandrijfriem (20) is correct gespannen wanneer
deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
6. Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de
slotbout (2). Controleer of de veiligheidsschakelaar (23) inge- schakeld is en de aandrijfafdekking (1) goed geslo- ten is. NL / BE | 6515.2.3 Aandrijfriem (20) vervangen
Draai de slotbout (2) van het aandrijfafdekking (1) los.
2. Open het aandrijfafdekking (1).
Draai de borgschroef (3) van de motoreenheid (4) los.
4. Verwijder de oude aandrijfriem (20).
Draai de aandrijfschijven (21) en trek de aandrijf- riem (20) iets omhoog.
5. Breng een nieuwe aandrijfriem (20) aan.
6. Draai de aandrijfschijf aan de spil- / en motorzijde
(21+22) en druk de aandrijfriem (20) lichtjes op de aandrijfschijf aan de spil- en motorzijde (21+22). Controleer of de aandrijfriem (20) goed in de aan- drijfschijf aan de as- en motorzijde (21+22) zit.
7. Duw de motoreenheid (4) weg van de kolombuis (6)
om de aandrijfriem (20) te spannen.
8. De aandrijfriem (20) is correct gespannen wanneer
deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
9. Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de
slotbout (2). Controleer of de veiligheidsschakelaar (23) inge- schakeld is en de aandrijfafdekking (1) goed geslo- ten is. 16 Opslag Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 ˚C. Bewaar het product in de originele verpakking. Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product. 17 Reparatie & bestellen van reserveonderdelen Na reparatie of onderhoud controleren of alle veilig- heidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwon- ding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoe- gankelijk bewaren. LET OP Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebrui- ken van originele reserveonderdelen. Neem contact op met een servicecentrum of een er- kende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires. Aansluitingen en reparaties Aansluitingen en reparaties aan de elektrische appara- tuur mogen uitsluitend door een elektromonteur wor- den uitgevoerd.
17.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de vol- gende gegevens worden vermeld:
- Gegevens op het typeplaatje Reserveonderdelen/accessoires Aandrijfriem artikelnr.: 3906803040 Boorkop artikelnr.: 3305024079 Boorkopsleutel artikelnr.: 3906814014 Bankschroef artikelnr.: 7906800701
17.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhe- vig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt ge- bruikt. Slijtageonderdelen: Aandrijfriem 18 Afvalverwerking en hergebruik Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen mili- euvriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische ap- paratuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver- wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet- geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elek- tronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wis- sen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak bete- kent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag wor- den gegooid. 66 | NL / BE• Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: – Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) – LIDL biedt u direct in de winkels en op de mark- ten retourmogelijkheden aan. Terugzending en verwijdering zijn voor u gratis. – Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht. – Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaar- den van de fabrikanten en distributeurs verzoe- ken wij u contact op te nemen met de betref- fende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge- installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu- ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. 19 Verhelpen van storingen Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Motor start niet. Aan/uit-schakelaar bescha- digd. Vervang alle beschadigde onderdelen voordat u de tafelboormachine gebruikt. Neem contact op met uw lokale servicestation of een geautoriseerd servi- cestation. Elke reparatiepoging kan tot gevaar lei- den, als dit niet door een gekwalificeerde vakman wordt uitgevoerd. Beschadigde netkabel. Krachtige trillingen Motoreenheid niet gefixeerd Controleer de spanning van de aandrijfriem en draai de borgmoeren vast. Inzetgereedschap niet ge- centreerd vastgeklemd Inzetgereedschap in de boorkop controleren Hard piepend geluid Aandrijfriemspanning te hoog Aandrijfriemspanning controleren Aandrijfriem beschadigd Aandrijfriem controleren Aandrijfschijf beschadigd Aandrijfschijf controleren De motor start langzaam en bereikt het bedrijfstoerental niet. Spanning te laag, wikkelin- gen beschadigd of conden- sator doorgebrand. Laat de spanning controleren door een elektricien. Laat de motor controleren door een specialist. Laat de condensator vervangen door een specialist. De motor maakt te veel lawaai. Wikkelingen beschadigd, motor defect. Laat de motor controleren door een specialist. Motor raakt snel oververhit. Overbelasting van de motor, ontoereikende koeling van de motor Overbelasting van de motor voorkomen, ventilaties- leuven vrijhouden, zodat een optimale koeling van de motor is gewaarborgd Het product wordt langzamer tijdens de werkzaamheden Er wordt te veel druk op het werkstuk uitgeoefend. Zet minder druk op het werkstuk. De motor bereikt het maximale vermogen niet. Stroomcircuit in het stroom- net overbelast (lampen, an- dere motoren, enz.). Gebruik geen andere producten of motoren op het- zelfde stroomcircuit. NL / BE | 6720 EU-conformiteitsverklaring Vertaling van de originele conformiteitsverklaring Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen. Merk: Parkside Art.-aanduiding: TAFELBOORMACHINE - PTBM 400 D1 Art.nr. 3906801976-3906801981, 39068019915, 39068019959 IAN-nr. 465594_2404 Serienr. 01001 – 20562 EU-richtlijnen: 2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU*, (EU) 2015/863
- Het hierboven beschreven onderwerp van deze ver- klaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elek- tronische apparaten. Toegepaste normen: EN 62841-1:2015/A11:2022; EN 62841-3-13:2017; EN IEC 55014-1:2021; EN IEC 55014-2:2021; EN IEC 61000-3-2:2019+A1:2021; EN 61000-3-3:2013+A1:2019+A2:2021; EN IEC 63000:2018 Documentatie gevolmachtigde: Tobias Ihle Günzburger Str. 69 D-89335 Ichenhausen Ichenhausen, 27.08.2024 Simon Schunk Division Manager Product Center Andreas Pecher Head of Project Management 68 | NL / BEGarantiebewijs Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garan- tiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnum- mer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaan- getast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industri- eel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industri- ele bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims die- nen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die bui- ten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Afhandeling van een garantieclaim Volg de onderstaande instructies om ervoor te zorgen dat uw claim snel wordt afgehandeld:
- Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 465594_2404bij de hand als bewijs van aankoop.
- Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje op het product, een gravure op het product, de titelpagina van uw handleiding (linksonder) of op de sticker op de achterkant of onderkant van het product.
- Neem bij functiestoringen of andere defecten eerst telefonisch of per e-mail contact op met de hieronder ge- noemde serviceafdeling.
- U kunt dan een als defect geregistreerd product, met bijvoeging van het aankoopbewijs (kassabon) en met ver- melding van wat het defect is en wanneer het defect is opgetreden, gratis opsturen naar het aan u opgegeven serviceadres.
Notice-Facile