Uebler H21 Z - Fietsendrager

H21 Z - Fietsendrager Uebler - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis H21 Z Uebler in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Uebler H21 Z - page 43
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Uebler

Model : H21 Z

Categorie : Fietsendrager

Download de handleiding voor uw Fietsendrager in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding H21 Z - Uebler en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. H21 Z van het merk Uebler.

GEBRUIKSAANWIJZING H21 Z Uebler

Fietsendrager voor trekhaak Pagina 41

Beste klant, het doet ons genoegen dat u hebt gekozen voor een fiet sendrager van UEBLER. De werk- en veiligheidsinstructies in deze montage- en geb ruikshandleiding moeten strikt worden opgevolgd. Schade veroorzaakt door niet-naleving is van elke aansprakelijkheid uitgesloten. Overzicht onderdelen Bestelnummers Fietsendrager Uebler H21 Z voor 2 fietsen Bestelnr. 18170 ECE-goedkeuringsnummer E24*26R04/00*0156*00 Omvang van de levering Benaming onderdelen

M+P-25A-0405 Benaming H21 Z Aantal 1 Fie tsendrager 1 2 Houd er 1e fiets 1 3 Houder 2e fiets 1 4 Sleutel s 6 Opmerking We behouden ons het recht voor om wijzigingen aan te brengen in de leveringsomvang. Laat reparaties of vervanging van onderdelen uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf. Om veiligheidsredenen raadt Uebler aan om alleen originele reserveonderdelen te gebruiken die verkrijgbaar zijn bij uw vakhandelaar. Opmerking De houders (2) en (3) worden apart meegeleverd en zijn niet vooraf gemonteerd. De sleutels (4) zitten in het slot van de houd ers (2) en (3) en in het slot van de veiligheidshendel (10). Benaming H21 Z Aantal 5 Draag frame 1 6 Snelsp anners voor draagframe 2 7 Achterlichten 2 8 Fie tsrails 4 9 Trekh aakbevestiging 1 10 Veiligheidshendel voor trekhaakbevestiging 1 11 Stek ker voor verlichtingsinstallatie 1 12 Kenteken plaathouder 1- 42 - Technische gegevens Fietsendrager op het voertuig monteren/ openklappen en kenteken plaatsen De fietsendrager op het voertuig monteren

1. Druk op de veiligheidshendel (10) zodat de bevestiging (9)

uitklapt. Als de bevestiging (9) niet vanzelf uitklapt, kunt u deze met d e hand omlaag draaien.

2. Houd de fietsendrager (1) verticaal en schuif deze met

de bevestiging (9) op de trekhaakkogel (13) (pijl I).

3. Kantel de fietsendrager (1) naar beneden (pijl II) tot de

veil igheidshendel (10) hoorbaar vastklikt. De rode markering op de veiligheidshendel (10) mag niet meer zichtbaar zijn.

4. Controleer of de fietsendrager (1) evenwijdig met de bumper

is en ongeveer waterpas staat. Controleer of de fietsendrager (1) goed vastzit door eraan te schudden. De fietsendrager (1) indien nodig verwijderen en opnieuw monteren. Maximaal laadvermogen (draagvermogen) Uebler H21 Z: Kogeldruk

– nettogewicht = max. lading a Als de waarden van de trekhaak en het voertuig afwijken, moet de lagere waarde in acht worden genomen. Kogeldruk Nettogewicht max. lading 75 kg Uebler H21 Z = ca. 18 kg 57 kg

78 kg 60 kg Elektrische aansluiting Stroomvoorziening 13-polig, 12 V Gewicht fiets Maximaal gewicht per fiets 30 kg Maximale buisdiameter fietsframe Ronde buis 115 mm Rechthoekige buis 120x80 mm Vierkante buis 95x95 mm Let op De trekhaak en het voertuig moeten geschikt zijn voor de montage van een fietsendrager:

  • Kogeldruk van de trekhaak (zie typeplaatje op de trekhaak en de gebruiksaanwijzing van het voertuig)
  • Materiaal van de trekhaak min. St 52-3 (zie typeplaatje op de trekhaak) Bij niet-naleving kan de fietsendrager samen met de gemonteerde fietsen loskomen van het voertuig en daardoor uzelf en andere personen verwonden of een ongeval veroorzaken. De trekhaakkogel moet worden gereinigd en ontvet vóór installatie. Let op Met de montage van de fietsendrager wijzigt u de maten en de hellingshoek van het voertuig. Bij niet-naleving kan dit leiden tot letsel voor uzelf en anderen en/of materiële schade. Wees extra voorzichtig bij in- en uitritten, rijden over verkeers- drempels, opritten, hellingen enz. en bij het achteruitrijden. Rijhulpsystemen, zoals de parkeerhulp en achteruitrijcamera, kunnen beperkt zijn in hun werking. Let op Controleer voor elke rit of de verlichtingsinstallatie goed werkt, anders kan dit tot ongelukken leiden. Opmerking De fietsendrager moet worden gedemonteerd wanneer deze niet in gebruik is. Opmerking Voor de fietsendrager H21 Z moet de hals van de trekhaak (13) een diameter van minstens 28,5 mm (A) hebben.

5. Vergrendel de fietsendrager (1) met de sleutel (4) en verwijder

6. Trek de stekker (11) uit de stekkerhouder (14) en steek hem

in het stopcontact (15). De fietsendrager openklappen

1. Open de snelspanners (6) (pijl I) en klap het draagframe (5)

Het draagframe (5) is bevestigd.

3. Klap de achterlichten (7) uit en zet ze vast.

4. Klap de fietsrails (8) uit en

5. Controleer de werking van de verlichtingsinstallatie.

Kentekenplaat plaatsen

1. Druk de houder (16) naar beneden (pijl I).

2. Schuif de kentekenplaat (17) in de kentekenplaathouder (12),

druk hem omho og en plaats hem er volledig in (pijl II).

3. Laat de houder (16) los en controleer of de kentekenplaat goed

vastzit. Opmerking De snelspanners (6) en het draagframe (5) moeten regelmatig of wanneer ze vuil zijn/moeilijk bewegen worden schoongemaakt met zeepsop.

III M+P-25A-0410 Opmerking Alle fietsrails (8) moeten altijd worden uitgeklapt, zelfs als er maar één fiets wordt vervoerd. Opmerking Het kenteken op de fietsendrager moet overeenkomen met het kenteken van het voertuig en duidelijk leesbaar zijn. Opmerking Om hogere kentekenplaten te plaatsen, drukt u de stopper (18) naar achteren en duwt u de kentekenplaat (17) volledig in de

ntekenplaathouder (12).

M+P-25A-0412- 44 - Fietsen monteren/demonteren Plaatsing van de fietsen Plaats de fietsen tegen de rijrichting in (pijl). Eerste fiets monteren

1. Ontgrendel de spanner (19) met de sleutel (4).

2. Druk op de spanner (19) (pijl I) en trek de spanriem (20) eruit

(pijl II). Let op De fietsendrager voor de trekhaak mag uitsluitend worden gebruikt voor het transporteren van fietsen of het Uebler- achterlaadsysteem. Op de fietsendrager mogen alleen fietsen met een maximaal

wicht van 30 kg per stuk worden vervoerd. Het maximaal toegestane draagvermogen van de fietsendrager, de kogeldruk van de trekhaak, het toegestane totaalgewicht van het voertuig en de maximaal toegestane asbelasting van het voertuig (zie gebruiksaanwijzing van het voertuig) mogen in geen geval worden overschreden. Bij niet-naleving kan de fietsendrager samen met de gemonteerde fietsen loskomen van het voertuig en daardoor uzelf en andere personen verwonden en/of een ongeval veroorzaken. Let op De fietsen moeten zo gelijkmatig mogelijk en met een laag zwaartepunt op de fietsendrager worden geplaatst en tegen vallen worden beveiligd met een houder op het fietsframe en spanbanden op de voor- en achterwielen. Bij niet-naleving kunnen de fietsen en/of losse onderdelen tijd ens het rijden loskomen van het voertuig en een ongeluk veroorzaken voor andere weggebruikers, met mogelijk letsel en materiële schade tot gevolg. Verwijder kinderzitjes en alle losse onderdelen zoals drinkflessen, zadeltassen, accu's van e-bikes enz. van de fietsen voordat

ze bevestigt. Let op Afhankelijk van het voertuigtype kan de fietsendrager met de fietsen te dicht bij het uitlaatsysteem van het voertuig worden geplaatst. De hete uitlaatpijp en/of de hete uitlaatgassen kunnen de fietsendrager en/of de fietsen beschadigd raken. In dat geval is de fietsendrager niet geschikt voor gebruik. Neem bij het vervoeren van fietsen met onderdelen van carbon contact op met de fabrikant/handelaar om na te gaan of deze fietsen geschikt zijn voor vervoer op de fietsendrager. Opmerking Plaats zware fietsen dicht bij het voertuig en lichte fietsen, bijvoorbeeld kinderfietsen, verder naar achteren op de fietsendrager. Monteer de eerste fiets met het tandwiel naar het voertuig gericht. M+P-25A-0447

3. Draai de draaigreep (22) naar links (pijl I) en houd deze

4. Plaats de geopende klem (23) om het draagframe (5) en laat

6. Plaats de fiets op de fietsrails (8) en plaats de houder (2) haaks

7. Draai de draaigreep (22) naar rechts tot aan de aanslag (pijl I).

De klem (23) is vergrendeld.

8. Leid de spanriem (20) om het fietsframe en duw hem in het

klemmechanisme (21) (pijl II) totdat u hem hoort vastklikken.

9. Gebruik de spanner (19) om de spanriem (20) aan te spannen

(pijl III). Opmerking De draaigreep (22) kan alleen worden bewogen als de spanriem (20) uit het klemmechanisme (21) is getrokken.

M+P-25A-0418 Let op Er bestaat een risico op letsel als de fietsen wegglijden of kantelen. Beveilig de fietsen tegen wegglijden/kantelen. Monteer en demonteer de fietsen samen met een tweede persoon. Let op Bevestig de houder (2) aan fietszijde alleen op het frame

schade te voorkomen. Er mogen geen andere onderdelen bekneld raken, zoals versnellings- en remkabels. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen. Opmerking De spanriem (20) kan alleen worden geplaatst als de draaigreep (22) volledig naar rechts is gedraaid. Opmerking Om het fietsframe te beschermen, kunnen één of twee kussentjes (27) op de spanriem (20) worden geplaatst, afhankelijk van de vorm.

10. Vergrendel de houder (2) met de sleutel (4) en verwijder hem.

11. Voer de twee spanriemen (25) midden tussen de wielspaken door

12. Gebruik de spanners (24) om de spanriemen (25) aan te

spannen (pijl IV). Tweede fiets monteren De tweede fiets wordt op dezelfde manier gemonteerd als de eerste fiets. Let op de tegenovergestelde plaatsing van de twee fietsen. De tweede fiets wordt bevestigd met de lange houder (3). Fietsen demonteren Draai de houders (2) en (3) los en verwijder de fietsen in omgekeerde volgorde. Klemkracht bijstellen De voorspankracht kan in de volgende gevallen worden bijgesteld:

  • De klem (23) van de vergrendelde houder (2) kan worden verschove n op het draagframe (5) (pijl I).
  • De draaigreep (22) kan niet helemaal tot aan de aanslag naar rechts w orden gedraaid.

1. Verwijder de dop van de draaigreep (22), bijvoorbeeld met een

schroevendraaier (pijl II).

2. Bevestig de houder (2) aan het draagframe (5) en vergrendel

deze, zie pagina 44.

3. Klemkracht verhogen: Draai de moer (29) (SW13) een

Klemkracht verlagen: Draa i de moer (29) (SW13) een kwartslag los.

4. Controleer de klemkracht van de klem (23), herhaal de stappen

5. Plaats de dop terug op de draaigreep (22). De afstelling voor

de houder van de tweede fiets gebeurt op dezelfde manier. Let op Span de spanriemen (25) niet te strak aan, anders kunnen de banden of velgen beschadigd raken. Let op Bevestig de houder (3) aan fietszijde alleen op het frame om schade te voorkomen. Er mogen geen andere onderdelen bekneld raken, zoals versnellings- en remkabels. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen. Let op Er bestaat een risico op letsel als de fietsen wegglijden of kantelen. Beveilig de fietsen tegen wegglijden/kantelen. Monteer en demonteer de fietsen samen met een tweede persoon.

M+P-25A-0422 Let op De klemkracht kan maar één keer worden bijgesteld. Als de klemkracht opnieuw moet worden bijgesteld, moet de zelfb orgende moer (29) worden vervangen. Let op Schroef de zelfborgende moer (29) niet helemaal los. Er moet minstens één schroefgang op de draadstang (30) overblijven.

M+P-25A-0429- 47 - De fietsendrager neerkantelen/terugklappen Het fietsenrek neerkantelen De fietsendrager kan naar beneden worden gekanteld om de achterklep te openen en het voertuig te laden en lossen. Druk de voethendel (31) in en kantel de fietsendrager (1) door aan het draagframe (5) of, als er fietsen zijn gemonteerd, aan het fietsf rame te trekken. Het fietsenrek terugklappen

2. Controleer of de fietsendrager (1) goed vastzit door eraan te

schud den. Kantel de fietsendrager (1) indien nodig weer naar beneden en klap hem terug. Voorbereiding op de rit Als de fietsendrager niet volledig beladen is, controleer dan of:

  • houders die niet nodig zijn, van het draagframe zijn verwijderd en vei lig in de bagageruimte zijn opgeborgen.
  • alle sleutels zijn verwijderd en opgeborgen.
  • de spanriemen van alle fietsrails gesloten zijn. Let op Kantel de fietsendrager langzaam neer en zorg ervoor dat er zich geen mensen of voorwerpen in het kantelgebied bevinden. Er bestaat knelgevaar voor personen en voorwerpen in het kantelgebied. Zorg ervoor dat de fietsendrager bij het inklappen met beide haken volledig vastklikt en vergrendelt, anders kan de fietsendrager tijdens de rit kantelen en u of andere personen verwonden en/of materiële schade veroorzaken. Let op Door de grote kantelhoek van 90° kan het zijn dat het stuur van de tweede fiets op de grond rust. Dit kan schade aan het stuur veroorzaken. Demonteer de fiets indien nodig tijdens het kantelen.

M+P-25A-0423 Let op Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsendrager en de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op vastheid worden gecontroleerd en indien nodig worden aangedraaid. Bij niet-naleving kan de fietsendrag er samen met de gemonteerde fietsen loskomen van het voertuig en daardoor uzelf en andere personen verwonden en/of een ongeval veroorzaken. Deze controle moet regelmatig herhaald worden, afhankelijk van de toestand van het wegdek. Let op Controleer voor elke rit of de verlichtingsinstallatie goed werkt, anders kan dit tot ongelukken leiden. Opmerking De kentekenplaat en de verlichtingsinstallatie van de fietsendrager mogen niet worden bedekt.

M+P-25A-0424- 48 - De fietsendrager samenvouwen/van het voertuig verwijderen Het fietsenrek samenvouwen

1. De fietsrails en achterlichten worden in omgekeerde volgorde

2. Open de snelspanners (6) (pijl I) en klap het draagframe (5)

aar beneden (pijl II).

3. Sluit de snelspanners (6) weer volledig (pijl III).

Het draagframe (5) is bevestigd. De fietsendrager van het voertuig verwijderen

1. Haal de stekker (11) uit het stopcontact (15) en steek hem in

de stekkerhouder (14).

2. Ontgrendel de fietsendrager (1) met de sleutel (4).

3. Druk op de vergrendelingshendel (10) en draai de

fietsend rager (1) verticaal omhoog (pijl I).

4. Trek de fietsendrager (1) naar achteren van de

tre khaakkogel (13) (pijl II).

5. Plaats de fietsendrager (1) met de bevestiging (9) op de grond.

De bevestiging (9) sluit. Lampen vervangen Hulpmiddelen

  • Torx T15 Opmerking De snelspanners (6) en het draagframe (5) moeten regelmatig of wanneer ze vuil zijn/moeilijk bewegen worden schoongemaakt met zeepsop.

M+P-25A-0414 Let op Om de lampen te vervangen, moet het contact van de auto worden uitgeschakeld en moet de stekker van de verlichtings- installatie worden losgekoppeld van het stopcontact van de elektriciteitsaansluiting voor aanhangers. Bij niet-naleving kan dit tot kortsluiting of materiële schade leiden. Als er iets onduidelijk is, moet de lamp worden vervangen door een gespecialiseerd bedrijf. Opmerking De procedure voor het vervangen van de lamp wordt beschreven en geïllustreerd bij het linkerachterlicht van de fietsendrager. Ga op dezelfde manier te werk voor het rechterachterlicht.

1. Druk op het deksel (38) aan de ribbeling, schuif dit naar buiten

2. Maak de vergrendeling los (pijl 1) en schuif de lamp (pijl 2) uit

e houder en verwijder deze (pijl 3).

3. Draai de stekker (39) 90° linksom en verwijder hem.

4. Draai de schroeven (40) los en verwijder de lens (41) in de

richting van de pijl.

5. Druk de defecte lamp lichtjes in de fitting (34), (36) of (37), draai

deze 90° linksom en trek hem eruit.

6. Trek de defecte lamp uit de fitting (35).

7. Druk de nieuwe gloeilamp in de fitting (34), (36) of (37) en draai

deze 90° rechtsom. Vereiste lampen, zie tabel.

8. Druk de nieuwe lamp in de fitting (35). Vereiste lampen,

zie tabel. De montage gebeurt in omgekeerde volgorde. Opmerking Wanneer u een nieuwe gloeilamp bestelt, moet u de benaming van de betreffende lamp opgeven. Benaming Reserveonderdeelnr. 34 Richtin gaanwijzer

BL PY21W 12V geel E1687 35 Kenteken plaatverlichting

bij linkerachterlicht BL PR21W 12V rood E1687 36 Achteruitrijl icht

bij rechterachterlicht BL P21W 12V wit E1687 37 Rem-/achterlicht

BL P21/5W 12V wit E1687 Let op Bij het verwijderen van het achterlicht mag de aansluitkabel niet onder hoge mechanische spanning komen te staan. Niet-naleving kan leiden tot materiële schade.

M+P-25A-0426 Opmerking Raak nieuwe lampen alleen met een schone doek aan en steek ze in de fitting (34), (35), (36) of (37).

M+P-25A-0428- 50 - Algemene veiligheidsinstructies De bestuurder van het voertuig is ervoor verantwoordelijk dat zijn zicht en gehoor niet worden belemmerd door de fietsendrager, de fietsen of de staat van het voertuig. De bestuurder moet ervoor zorgen dat het voertuig, de fietsendrager en de fietsen in overeenstemming zijn met de voorschriften en dat de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt. De voorgeschreven verlichting en verlichtingsi nstallatie moeten ook overdag beschikbaar en operationeel zijn. Deze montage- en gebruikshandleiding bevat de algemene goedkeuring van de fietsendrager voor de trekhaak en moet altijd in het voertuig aanwezig zijn. Neem de respectievelijke wettelijke voorschriften voor het gebruik van fietsendragers in het land van gebruik in acht. Opmerking over recycling Recycle onderdelen, accessoires en verpakking op een milieuvriendelijke manier. Gooi de verlichtingsset niet weg met het huisvuil of restafval. In overeenstemming met de Europese Richtlijn 2012/19/EU of ElektroG moeten elektrische apparaten die niet meer geschikt zijn voor gebruik, apart worden ingezameld en op een

lieuvriendelijke manier worden gerecycled. Scheid de verlichtingsset van de drager en lever de onderdelen die niet meer bruikbaar zijn in bij een geschikt inzamelpunt. Vraag het na bij uw gespecialiseerde dealer. Let op De werk- en veiligheidsinstructies in deze montage- en gebruikshandleiding moeten strikt worden opgevolgd. De fietsendrager voor de trekhaak ma g uitsluitend worden gebruikt voor het transporteren van fietsen of voor het Uebler- systeem voor trekhaakkoffers. De fietsendrager is niet geschikt voor off-roadgebruik. Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsendrager

de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op vastheid worden gecontroleerd en indien nodig worden aangedraaid. Deze controle moet regelmatig herhaald worden, afhankelijk van de toestand van het wegdek. Tijdens het rijden moet de bestuurder de fietsendrager en de fietsen controleren op eventuele verplaatsing door in de ach teruitkijkspiegel te kijken. Rijd als er iets verandert met verminderde snelheid door naar

volgende stopplaats en draai de schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsendrager of fietsen opnieuw vast. Bij niet-naleving kan de fietsendrager samen met de gemonteerde fietsen loskomen van het voertuig en daardoor uzelf en andere personen verwonden en/of een ongeval veroorzaken. Let op Bewegende onderdelen, zoals de schroeven van de snelspan- ners, moeten regelmatig worden schoongemaakt en gesmeerd om te voorkomen dat ze vastlopen. Gebruik geen smeermiddel op andere schroefverbindingen. Hierdoor kunnen de schroefverbindingen uit zichzelf losraken en kan de fietsendrager samen met de gemonteerde fietsen loskomen van het voertuig en u en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken. Let op Als de gemonteerde fietsen meer dan 40 cm voorbij de buitenste rand van het lichtuitstralende oppervlak van de markerings- of achterlichten van de fietsendrager uitsteken, moeten deze worden gemarkeerd. Aan de zijkant niet meer dan 40 cm van de rand en niet meer dan 150 cm boven de rijbaan, aan de voorkant met een wit licht, aan de achterkant met een rood licht. Markeer bij het vervoeren van de fietsen de wielen die aan de

jkant uitsteken extra duidelijk. Als u 's nachts rijdt, bedek dan de achterreflectoren of reflectoren op de wielen om te voorkomen dat de achterverlichting van het voertuig wordt verstoord en andere weggebruikers worden gehinderd of misleid. Niet-naleving kan een ongeluk veroorzaken. Let op Controleer de werking van de verlichtingsinstallatie voor u vertrekt. Wanneer het mistachterlicht op de fietsendrager wordt ingeschakeld, moet het mistachterlicht op het voertuig worden uitgeschakeld, d.w.z. ze mogen niet tegelijk branden. Bij voertuiguitvoeringen waarvan de typegoedkeuring voor het eerst na 1 oktober 1998 is verleend, mogen de gemonteerde fietsendrager of de gemonteerde fietsen het derde remlicht van het voertuig niet bedekken. Het derde remlicht van het voertuig moet zichtbaar zijn: naar rechts en naar links ten opzichte van de lengteas van het voertuig, onder een horizontale hoek van 10°, naar boven ten opzichte van de rand van het licht, onder een verticale hoek van 10° en naar beneden, ten opzichte van de onderrand van het licht, onder een verticale hoek van 5°. Als niet aan deze waarden wordt voldaan, moet een 'derde'

rvangremlicht worden gemonteerd. Niet-naleving kan tot een ongeval leiden. Let op Het monteren van de fietsendrager en fietsen verandert het rij- en remgedrag en de gevoeligheid van het voertuig voor zijwind. De maximumsnelheid van 130 km/u mag niet worden overschreden. Dek de fietsen niet af met dekzeilen, beschermhoezen of iets derge lijks, want dit heeft een sterke invloed op het windbelas- tingsoppervlak en het rijgedrag. Duw zware ladingen in de bagageruimte zo ver mogelijk naar

ren om overmatige belasting van achteren te voorkomen. Pas uw rijstijl altijd aan de weg-, verkeers- en weersomstan- digheden aan en rijd bijzonder voorzichtig met een beladen fie tsendrager. Bij niet-naleving kan de fietsendrager samen met de gemonteerde fietsen loskomen van het voertuig en daardoor uzelf en andere personen verwonden en/of een ongeval veroorzaken. Let op Als het voertuig is uitgerust met een elektrische achterklep, moet u ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is wanneer de fietsendrager is gemonteerd. Indi en mogelijk moet de elektrische achterklep worden gedeactiveerd en handmatig worden bediend. Verwijder de fietsdrager voordat u de wasstraat gebruikt.

fietsdrager, het voertuig en/of de wasstraat kunnen anders beschadigd raken.- 51 -