i21 Z90 - Fietsendrager Uebler - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis i21 Z90 Uebler in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over i21 Z90 Uebler
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fietsendrager in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding i21 Z90 - Uebler en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. i21 Z90 van het merk Uebler.
GEBRUIKSAANWIJZING i21 Z90 Uebler
Fietsendrager voor trekhaak
- Uebler i21 Z, voor 2 fietsen
- Uebler i31 Z, voor 3 fietsen
Montage- en gebruiksaanwijzing
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van een UEBLER-fietsdrager.
De in deze montage- en gebruiksaanwijzing beschreven werkzaamheden en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het niet in acht nemen van de aanwijzingen en voorschriften.
Aanwijzing
Beschreven en weergegeven worden de montage en bedie- ning van de fietsdrager Uebler i21 Z. Voor de fietsdrager Uebler i31 Z moet overeenkomstig te werk worden gegaan.
Onderdelenoverzicht

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 M+P-25A-0308Bestelnummers
Fietsdrager Uebler i21 Z90, voor 2 fietsen
Best.-nr. 18110 (90° neerklapbaar)
Fietsdrager Uebler i21 Z60, voor 2 fietsen
Best.-nr. 18190 (60° neerklapbaar)
Fietsdrager Uebler i31 Z, voor 3 fietsen
Best.-nr. 18130
ECE-goedkeuringsnummer

E24*26R04/00*0136*00
Inhoud van de levering
| Aanduiding | i21 Z i31 Z | |
| Stuks Stuks | ||
| 1 Fietsdrager 1 1 | ||
| 2 Houder 1e fiets 1 1 | ||
| 3 Houder 2e fiets 1 1 | ||
| 4 Houder 3e fiets – 1 | ||
| 5 Sleutel 6 10 | ||
Aanwijzing
Wijzigingen in de inhoud van de levering voorbehouden. Laat reparaties of vervanging van onderdelen uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf. Om veiligheidsredenen raadt Uebler aan om alleen originele onderdelen te gebruiken die verkrijgbaar zijn bij uw dealer.
Aanwijzing
De houders (2), (3) en (4) liggen los in het geleverde pakket en zijn niet voorgemonteerd. De sleutels (5) steken in het slot van de houders (2), (3) en (4) en in het slot van de borghendel (11).
Onderdelenaanduiding
| Aanduiding | i21 Z i31 | Z |
| Stuks Stuks | ||
| 6 Draagframe 1 1 | ||
| 7 Snelspanners voor draagframe 2 2 | ||
| 8 Draagrails | 4 6 | |
| 9 Achterlichten | 2 2 | |
| 10 Opname trekhaak | 1 | 1 |
| 11 Borghendel voor opname trekhaak | 1 | 1 |
| 12 Stekker voor verlichtingsinrichting | 1 | 1 |
| 13 Nummerbordhouder | 1 | 1 |
Technische gegevens
| Maximaal laadvermogen | ||
| Uebler i21 Z: kogeldruka – eigen gewicht = max. laadvermogen | ||
| Kogeldruk | Eigen gewicht Max. | laadvermogen |
| 50 kg | 5 kg | 36,5 kg |
| 60 kg 46 | ||
| 70 kg 56 | 5 kg | 60 kg |
| ≥ 73,5 kg | ![]() | |
| Uebler i21 Z = ca. 13,5 kg | ||
| Uebler i31 Z: kogeldruka – eigen gewicht = max. laadvermogen | ||
| Kogeldruk | Eigen gewicht Max. | laadvermogen |
| 75 kg | kg | 57 kg |
| 80 kg 62 | ||
| ≥ 90 kg | ![]() | 72 kg |
| Uebler i31 Z = ca. 18 kg | ||
a Als de waarden van trekhaak en wagen afwijken, moet de lagere waarde in aanmerking worden genomen.
| Elektrische aansluiting | |
| Stroomvoorziening 13-polig, 12 V |
| Gewicht fiets | |
| Maximaal gewicht per fietsb | 30 kg |
b Bij fietsen met een verschillend gewicht, moet de zwaardere fiets dichter bij de wagen worden gemonteerd.
| Maximale buisdiameter van het fietsframe | |
| Ronde buis 115 mm | |
| Rechthoekige buis 120x80 mm | |
| Vierkante buis 95x95 mm |
Fietsdrager op de wagen monteren/ demonteren

Voorzichtig
De trekhaak en de wagen moeten geschikt zijn voor de montage van een fietsdrager:
- Kogeldruk van de trekhaak (zie typeplaatje op de trekhaak en de gebruiksaanwijzing van de wagen)
- Materiaal van de trekhaak minstens St 52-3 (zie typeplaatje op de trekhaak)
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de ge- monteerde fietsen losraken van de wagen en daardoor uzelf en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken.
De kogelkop moet voor montage worden gereinigd en ontvet.

Voorzichtig
Door de gewijzigde wagenafmetingen (breedte, hoogte, diepte) tijdens het gebruik van de fietsdrager kan het niet in acht nemen van deze wagenafmetingen persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben. Bij afslagen en doorgangen de gewijzigde wagenafmetingen in acht nemen. Voorzichtig achteruitrijden.

Voorzichtig
De verlichtingsinstallatie voor elke rit controleren op een goede werking, anders kunnen er ongevallen gebeuren.
Aanwijzing
De fietsdrager van het voertuig demonteren als deze niet wordt gebruikt.
Fietsdrager op de wagen monteren

text_image
14 II 1 10 11 I 15 A M+P-25A-0290- Deksel van de tas (14) ^1 openen.
- De borghendel (11) indrukken, zodat de opname (10) openklapt.
Aanwijzing
Voor de fietsdrager i31 Z moet de koppelingshals van de trekhaak (15) een diameter hebben van minimaal 28,5 mm (A).
- Fietsdrager (1) verticaal houden en met de opname (10) op de kogelkop van de trekhaak (15) schuiven (pijl I).
-
Fietsdrager (1) omlaag klappen tot de borghendel (11) hoorbaar vergrendelt (pijl II). De rode markering op de borghendel (11) mag niet meer zichtbaar zijn.
-
Controleren of de fietsdrager (1) parallel aan de bumper en ongeveer parallel aan de ondergrond is. Door schudden controleren of de fietsdrager (1) goed vastzit. Indien nodig de fietsdrager (1) verwijderen en opnieuw monteren.

text_image
1 2 5 8 14 M+P-25A-0291- Tas (14) van de fietsdrager (1) trekken.
- Fietsdrager (1) met de sleutel (5) vergrendelen en deze eruit trekken.
- Stekker (12) uit de stekkerhouder van de wielrail (8) trekken.

- Stekker (12) in de contactdoos (16) van de wagen steken en helemaal rechtsom draaien.

- Snelspanner (7) naar boven openen (pijl I) en het draagframe (6) omhoogklappen (pijl II).
- Snelspanner (7) weer volledig omlaag sluiten (pijl III) zodat het dragerframe (6) vast is gezet.

text_image
17 8 17 9 8 M+P-25A-0294⚠️ Voorzichtig
Wielrails (8) altijd aan de verbindingsstukken (17) vastpakken en uitklappen en niet aan de achterlichten (9). Anders kunnen de achterlichten (9) worden beschadigd.
- De wielrails (8) aan de verbindingsstukken (17) vastpakken, uitklappen en vastklikken.
- Werking van de verlichtingsinstallatie controleren.

text_image
13 20 18 II II 19 M+P-25A-0295- Houder (18) omlaag drukken (pijl I).
- Kentekenplaat (19) in de kentekenplaathouder (13) schuiven, omhoog duwen en er helemaal in plaatsen (pijl II).
- Houder (18) loslaten en de juiste bevestiging van het nummerbord controleren.
Aanwijzing
Voor het aanbrengen van hogere kentekenplaten de stopper (20) naar achteren duwen en de kentekenplaat volledig in de kentekenplaathouder (13) schuiven.
Aanwijzing
De kentekenplaat op de fietsdrager moet overeenkomen met de wettelijke kentekenplaat van de wagen en goed leesbaar zijn.
Fietsdrager van de wagen demonteren

text_image
17 8 I 9 II 17 8 M+P-25A-0325
Voorzichtig
Wielrails (8) altijd aan de verbindingsstukken (17) vastpakken en inklappen en niet aan de achterlichten (9). Anders kunnen de achterlichten (9) worden beschadigd.
- Linkerzijde van de wielrails aan het verbindingsstuk (17) vastpakken en inklappen (pijl I).
- Rechterzijde van de wielrails aan het verbindingsstuk (17) vastpakken en inklappen (pijl II).

- Snelspanner (7) naar boven openen (pijl I) en het draagframe (6) omlaagklappen (pijl II).
- Snelspanner (7) weer volledig omlaag sluiten (pijl III) zodat het dragerframe (6) vast is gezet.
Aanwijzing
Snelkoppeling (7) en draagframe (6) regelmatig of in geval van verontreiniging/stroefheid reinigen met zeepsop.

text_image
1 8 12 16 5 14 1 10 11 II 15 M+P-25A-0297- Stekker (12) uit de contactdoos (16) van de wagen trekken en in de stekkerhouder van de wielrail (8) steken.
- Fietsdrager (1) met de sleutel (5) openen.
- Tas (14) op de fietsdrager (1) schuiven.
- Borghendel (11) indrukken en de fietsdrager (1) verticaal omhoog zetten (pijl I).
- Fietsdrager (1) naar achteren van de kogelkop van de trekhaak (15) omlaag trekken (pijl II).
- Fietsdrager (1) met de opname (10) op de grond zetten en zo de opname (10) afsluiten.
- Deksel van de tas (14) sluiten.
Fietsen monteren/demonteren

Voorzichtig
De fietsdrager voor de trekhaak mag uitsluitend voor het transport van fietsen worden gebruikt.
Er mogen alleen fietsen met een gewicht van elk max. 30 kg op de fietsdrager worden getransporteerd.
Hierbij mogen het maximaal toegestane laadvermogen van de fietsdrager, de kogeldruk van de trekhaak alsmede het toegestane totale gewicht van de wagen en de maximaal toegestane asbelasting van de wagen (zie instructieboekje van de wagen) in geen geval worden overschreden.
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de ge- monteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor per- soonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken.

Voorzichtig
De fietsen moeten zo gelijkmatig mogelijk en met laag zwaartepunt op de fietsdrager worden bevestigd en met elk een houder aan het fietsframe en spanriemen aan de voor- en achterwielen tegen vallen worden beveiligd.
Door niet-inachtneming kunnen de fietsen en/of losse delen tijdens het rijden losraken van de wagen en bij andere verkeers-deelnemers leiden tot een ongeval met letsel en materiële schade tot gevolg.
Voor de montage kinderzitjes en alle losse onderdelen, bijvoorbeeld drinkflessen, zadeltassen, accu's van e-bikes enz., van de fietsen verwijderen en opbergen.

Voorzichtig
Door wegglijden/kantelen bestaat gevaar voor letsel. Beveilig de fietsen tegen wegglijden/kantelen.
Voer de montage en de demontage van de fietsen samen met een tweede persoon uit.

Voorzichtig
Afhankelijk van het voertuigtype kan de fietsdrager met de fietsen te dicht bij het uitlaatsysteem van de wagen zijn gepositioneerd. Door de hete uitlaatpijp en/of de hete uitlaatgassen kunnen de fietsdrager en/of de fietsen beschadigd raken. In dit geval mag de fietsdrager niet worden gebruikt.
Raadpleeg voor het transport van fietsen met carbondelen de fabrikant/dealer om na te gaan of deze fietsen geschikt zijn voor transport op de fietsdrager.
Indeling van de fietsen

Let op de tegenovergestelde positie van de fietsen in de rijrichting (pijl).
Aanwijzing
Zware fietsen dicht bij de wagen en lichte fietsen (bijv. kinderfietsen) verder achter op de fietsdrager monteren.
De eerste fiets met de tandkrans richting de wagen monteren.
Eerste fiets monteren

- Spanner (21) met de sleutel (5) ontgrendelen.
- Spanner (21) indrukken (pijl I) en spanriem (22) eruit trekken (pijl II).

Pas als de spanriem (22) uit de spaninrichting (23) is getrokken, kan de draaiknop (24) worden bewogen.
- Draaigreep (24) naar links draaien (pijl I) en vervolgens indrukken (pijl II). De klem (25) wordt geopend.

text_image
24 25 2 6 26 27 II M+P-25A-0311- Geopende klem (25) om het draagframe (6) positioneren en de draaiknop (24) loslaten. De klem (25) wordt gesloten.
- Spanner (26) indrukken (pijl II) en de spanriem (27) eruit trekken.

text_image
225 1 24 2 M+P-25A-0312
Voorzichtig
Houder (2) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
- Fiets op de wielrails (8) plaatsen en houder (2) op het fietsframe positioneren. Fiets borgen tegen kantelen.
- Draaiknop (24) naar rechts draaien tot aan de aanslag (pijl I). De klem (25) is vergrendeld.

text_image
46 46 22 223 29 22 5 I 21 II 47 M+P-25A-0313Aanwijzing
Alleen als de draaiknop van de kouder (2) helemaal naar rechts is gedraaid, kan de spanriem (22) worden ingeschoven.
Aanwijzing
Afhankelijk van de vorm van het fietsframe kunnen één of beide pads (46) op de spanriem (22) worden geplaatst om het fietsframe (47) te beschermen.
- Spanriem (22) om het fietsframe (47) leiden en in de spaninrichting (23) steken (pijl I).
- Spanriem (22) inschuiven tot minstens een riemtand (29) uitsteekt.
- Met de spanner (21) de spanriem (22) vastdraaien (pijl II).
- Houder (2) met de sleutel (5) vergrendelen en deze eruit trekken.

- Spanriemen (27) in het midden tussen de wielspaken doorvoeren.
- Spanriemen (27) in de gesp (28) steken en aantrekken.

Voorzichtig
De spanriemen (27) niet te strak spannen, omdat anders de banden of velgen beschadigd kunnen raken.
- Met de spanner (26), de spanriemen (27) vasttrekken (pijl I).
Tweede fiets monteren

Houder (3) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
Aanwijzing
Alleen als de houder (3) precies haaks op het draagframe (6) is gepositioneerd en de klem (25) compleet is gesloten, kan de draaiknop van de klem (25) naar rechts worden gedraaid.
De montage van de tweede fiets wordt op dezelfde wijze als de eerste fiets uitgevoerd. De tweede fiets moet in tegenovergestelde richting worden bevestigd.
Derde fiets bevestigen

text_image
23 2322 22 II 5 I 21 5 21 M+P-25A-0316- Beide spanners (21) met de sleutel (5) ontgrendelen.
- Achtereenvolgens de spanner (21) indrukken (pijl I) en de spanriem (22) uit de spaninrichting (23) trekken (pijl II).

text_image
ⅢⅢ 5 21 5 23 23 Ⅱ 22 4 M+P-25A-0317
Voorzichtig
Houder (4) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets anders beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
-
Spanriem (22) om het fietsframe van de tweede fiets leiden en zo ver in de spaninrichting (23) schuiven (pijl I), dat er ten minste één riemtand uitsteekt.
-
Tweede spanriem (22) om het fietsframe van de derde fiets leiden en zo ver in de spaninrichting (23) schuiven (pijl II), dat er ten minste één riemtand uitsteekt.
- Met de spanner (21), de spanriemen (22) vasttrekken (pijl III).
- Beide spanners (21) met de sleutel (5) vergrendelen en deze eruit trekken.
Fietsen demonteren
Demontage van de fietsen en losmaken van de houders°(2), (3) en (4) wordt in omgekeerde volgorde uitgevoerd.
Houders (2), (3) en (4) in het zijvak van de tas (14) opbergen.
Klemkracht afstellen

In de volgende gevallen kan de voorspankracht bijgesteld worden:
- De klem (25) van de vergrendelde houder (2) kan op het draagframe (6) worden verschoven (pijl I).
- De draaiknop (24) kan niet tot de aanslag naar rechts worden gedraaid.

Voorzichtig
De klemkracht mag slechts één keer worden afgesteld. Als de klemkracht opnieuw moet worden afgesteld, moet de zelfborgende moer (30) worden vervangen.
- Verwijder de dop van de draaiknop (24), bijvoorbeeld met een schroevendraaier (pijl II).
- Houder (2) aan het draagframe (6) bevestigen en vergrendelen, zie pagina 54.

Voorzichtig
Zelfborgende moer (30) er niet helemaal afschroeven. Van de draadstang (31) moet ten minste één schroefdraadgang uitsteken.
- Klemkracht verhogen: Moer (30) (SW13) een kwartslag aandraaien of
Klemkracht verlagen: Moer (30) (SW13) een kwartslag losdraaien. - Klemkracht van de klem (25) controleren, indien nodig stappen herhalen.
- Dop van de draaiknop (24) weer aanbrengen. Het aanpassen van de houder van de tweede fiets vindt plaats op dezelfde wijze.
Fietsdrager kantelen/terugklappen

Voorzichtig
Fietsdrager langzaam kantelen en controleren of zich geen personen of voorwerpen in het kantelbereik bevinden. Er bestaat klemgevaar voor personen en voorwerpen in het kantelbereik.
Opletten dat de fietsdrager tijdens het terugklappen met beide haken volledig vergrendelt, anders kan de fietsdrager tijdens het rijden kantelen en daardoor aan u of andere personen letsel toebrengen en/of materiële schade tot gevolg hebben.
Fietsdrager kantelen
De fietsdrager kan voor het openen van de achterklep en het laden en lossen van de wagen worden gekanteld.

Bij de fietsdrager Uebler i21 Z (uitvoering 90° neerklapbaar) kan het stuur van de tweede fiets door de vergrote kantelhoek de grond raken. Hierdoor kan het fietsstuur worden beschadigd. Eventueel de fiets bij het neerklappen demonteren.
Pedaal (32) bedienen en de fietsdrager (1) kantelen door aan draagframe (6) of bij gemonteerde fietsen aan het fietsframe te trekken.
Fietsdrager terugklappen

text_image
1 33 34 33 34 M+P-25A-0320-
Fietsdrager (1) terugklappen tot beide haken (33) volledig in het frame (34) vergrendelen.
-
Door schudden controleren of de fietsdrager (1) goed vastzit. Indien nodig fietsdrager (1) opnieuw kantelen en opnieuw terugklappen.
Voorbereiding voor de rit

Voorzichtig
Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsdrager en de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op goede bevestiging worden gecontroleerd en eventueel worden vastgedraaid.
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken.
Deze controle moet, afhankelijk van de toestand van de weg, regelmatig worden herhaald.

Voorzichtig
De verlichtingsinstallatie voor elke rit controleren op een goede werking, anders kunnen er ongevallen gebeuren.
Aanwijzing
Het wettelijke kenteken en de verlichtingsinstallatie van de fietsdrager mogen niet bedekt zijn.
Als de fietsdrager niet compleet beladen is, moeten:
- niet-benodigde houders van dragerframes worden verwijderd en in de kofferbak worden opgeborgen
- alle sleutels worden uitgetrokken en opgeborgen.
- de spanriemen van alle draagrails gesloten zijn.
Lampen vervangen

Voorzichtig
Om de lampen te vervangen, moet het contact van de wagen uitgeschakeld zijn en de stekker voor de verlichtingsinstallatie uit het stopcontact van de trekhaak zijn getrokken. Niet-inacht-neming kan leiden tot kortsluiting of materiële schade. Bij on-duidelijkheden moeten de lampen door een specialist worden vervangen.
Aanwijzing
De lampvervanging wordt aan de hand van het linker achterlicht van de fietsendrager beschreven en weergegeven. Voor het rechter achterlicht moet op dezelfde wijze te werk worden gegaan.
Aanwijzing
Bij de bestelling van een nieuwe gloeilamp moet de naam van de betreffende gloeilamp worden vermeld.

text_image
35 36 37 38 M+P-25A-0321| Aanduiding | Reserveond erdeelnr. |
| 35 KnipperlichtaBL PY21W 12V geel | E1687 |
| 36 KentekenverlichtingaBL C5W 12V (35 mm lang) wit | E1687 |
| 37 Mistachterlichta bij achterlicht linksBL PR21W 12V roodAchteruitrijlichtenabij achterlicht rechtsBL P21W 12V wit | E1687E1687 |
| 38 Rem/achterlichtenaBL P21/5W 12V wit | E1687 |
a De gloeilamp is in de handel verkrijgbaar.

text_image
41 40 9 40 39 M+P-25A-0322- Afdekking (39) aan de onderzijde van de houder (40) in de richting van de pijl erop schuiven en de onderliggende kabel volledig losmaken uit de houder (40).
- Vergrendelingen (41) indrukken en achterlicht (9) uit de houder (40) trekken.

text_image
42 42 43 M+P-25A-0323- Schroeven (42) eraf schroeven en transparant plaatje (43) verwijderen.

text_image
35 44 36 45 37 38 44 44 M+P-25A-0324- Defecte gloeilamp (35, 37, 38) licht in de fitting (44) drukken, 90° linksom draaien en eruit trekken.
- Gloeilamp (36) uit de fitting (45) trekken.
Aanwijzing
Nieuwe gloeilampen alleen met een schone doek aanraken en in de fitting (44, 45) plaatsen.
- Nieuwe gloeilamp (35, 37, 38) licht in de fitting (44) drukken en 90° rechtsom draaien. Vereiste gloeilampen, zie pagina 58.
- Nieuwe gloeilamp (36) licht in de fitting (45) drukken. Vereiste gloeilamp, zie pagina 58.
- Transparant plaatje (43) weer handvast met de schroeven (42) vastschroeven.
- Het monteren van het achterlicht (9) vindt in de omgekeerde volgorde plaats. De vergrendelingen (41) en de afdekking (39) moeten daarbij hoorbaar vastklikken.
Algemene veiligheidsaanwijzingen
De bestuurder is ervoor verantwoordelijk dat zicht en akoestische waarneming niet door de fietsdrager, de fietsen of de toestand van de wagen worden beperkt. Hij moet ervoor zorgen dat het voertuig, de fietsdrager en de fietsen volgens de voorschriften zijn en dat de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht.
Voorgeschreven verlichting en verlichtingsinstallaties moeten ook overdag aanwezig en functioneel zijn.
Deze montage- en gebruiksaanwijzing bevat de algemene toelating van de fietsdrager voor trekhaken en moet altijd in de wagen worden bewaard.
Neem de desbetreffende wettelijke bepalingen voor het gebruik van fietsdragers in het land van gebruik in acht.
Voorzichtig
De in deze montage- en gebruiksaanwijzing beschreven werkzaamheden en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen.
De fietsdrager voor de trekhaak is uitsluitend geschikt voor het transport van fietsen. De fietsdrager is niet geschikt voor gebruik op ruw terrein.
Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsdrager en de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op goede bevestiging worden gecontroleerd en eventueel worden vastgedraaid. Deze controle moet afhankelijk van de toestand van de weg regelmatig worden herhaald.
Tijdens rijden moet de bestuurder door kijken in de achteruitkijkspiegel de fietsendrager en de fietsen op eventuele verschuivingen/verplaatsingen controleren.
Bij veranderingen met gereduceerde snelheid naar de volgende stopmogelijkheid rijden en schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsdrager en de fietsen vastdraaien.
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken.
⚠️ Voorzichtig
Beweeglijke delen, bijvoorbeeld de schroeven van de snelkoppeling, moeten regelmatig worden gereinigd en gesmeerd om vastroesten te voorkomen.
Geen smeermiddel voor alle andere schroefverbindingen gebruiken. De schroefverbindingen kunnen daardoor samen met de gemonteerde fietsen losraken van de wagen en daardoor uzelf en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken.
⚠️ Voorzichtig
Als de gemonteerde fietsen meer dan 40 cm buiten de buitenste rand van het lichtstraalvlak van de stads- en achterlichten van de fietsdrager uitsteken, moet dit kenbaar worden ge- maakt: aan de zijkant maximaal 40 cm van de rand en maxi-maal 150 cm boven de weg, naar voren door een lamp met wit licht, naar achter door een lamp met rood licht.
Tijdens het transport van de fietsen de aan de zijkant uitsteken- de wielen extra kenbaar maken.
Bij nachtelijke ritten de achterlichten en reflectors van de fietsen afdekken om te voorkomen dat een verkeerde waarneming van de verlichting van het voertuig andere verkeersdeelnemers hindert of verwart.
Niet-inachtneming kan leiden tot ongevallen.
⚠️ Voorzichtig
Voor de rit moet de werking van de verlichtingsinstallatie worden gecontroleerd. Bij ingeschakeld mistachterlicht van de fietsendrager moet het mistachterlicht van het voertuig uitgeschakeld zijn; ze mogen niet tegelijkertijd branden.
Bij voertuigmodellen die na 01-10-1998 zijn toegelaten, mag de gemonteerde fietsdrager of mogen de gemonteerde fietsen het derde remlicht van de wagen niet afdekken. Het derde remlicht van de wagen moet zichtbaar zijn: rechts en links van de lengteas van de wagen – in een horizontale hoek van 10° naar boven ten opzichte van de lamprand – in een verticale hoek van 10° en naar beneden ten opzichte van de lamponderzijde – in een verticale hoek van 5°.
Indien deze waarden niet worden aangehouden, moet een 'derde' reserveremlicht worden gebruikt.
Niet-inachtneming kan leiden tot ongevallen.
⚠️ Voorzichtig
De montage van de fietsdrager en de fietsen leidt tot veranderde rij- en remeigenschappen en gevoeligheid voor zijwind van de wagen. De maximale snelheid van 130 km/u mag niet worden overschreden.
De fietsen niet door zeilen, beschermingsdoeken e.d. bedekken; deze leiden tot aanzienlijke veranderende eigenschappen met betrekking tot de invloed van wind.
Zware lading in de kofferbak zo ver mogelijk naar voren schuiven om het zwaartepunt niet te veel naar achteren te laten verschuiven.
Pas het rijgedrag altijd aan de weg-, verkeers- en weersomstandigheden aan en rij extra voorzichtig als de fietsdrager beladen is.
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken.
⚠️ Voorzichtig
Als de wagen is uitgerust met een elektrische achterklep, moet bij de montage van de fietsdrager op voldoende vrije ruimte worden gelet. Indien mogelijk moet de elektrische achterklep worden gedeactiveerd en handmatig worden bediend.
De fietsdrager demonteren alvorens de autowasstraat in te rijden. Anders kunnen de fietsdrager, de wagen en/of de autowasstraat beschadigd raken.
Aanwijzingen m.b.t. afvoer
Voer de componenten, het toebehoren en de verpakking op milieuvriendelijke wijze af. Gooi lampen niet bij het huisvuil of restafval.
Conform de Europese norm 2012/19/EU moeten in onbruik geraakte elektrische apparaten gescheiden worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze worden gerecycled.
Verwijder de lampen van de fietsdrager en geef de niet meer bruikbare componenten af bij een geschikt inzamelpunt.
Vraag uw dealer om informatie.



Szanowny Kliencie,
Best.nr. 18110 (klappes 90° ned)

