Stockholm 400 DAB - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Stockholm 400 DAB BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Stockholm 400 DAB - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Stockholm 400 DAB van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING Stockholm 400 DAB BLAUPUNKT
① LC-display: Weergave van informatie zoals station, muzieknummer, tijd en instellingsopties ② CD-sleuf (modellen met CD-drive): Invoer van CD-gegevensdragers Opmerking: Alleen in de handel verkrijgbare CD's kunnen worden gebruikt, geen single-CD's, geen CD's met adapters, geen CD's met andere vormen) ③ CD-uitwerping (modellen met CD-drive ): Uitwerpen van een CD EQ toets (modellen zonder CD-drive): Selectie van het geluidspatroon (op apparaten met drive is deze instelling alleen beschikbaar in het menu, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN) ④ SRC-toets: Audiobronkeuze, de beschikbare audiobronnen worden één voor één omgeschakeld. Sommige bronnen kunnen worden gedeactiveerd, zie ook hoofdstuk INSTELLINGEN ⑤ Linker knop / draaiknop: Rotatie: Volume hard/zacht Kort indrukken: Het apparaat inschakelen, het apparaat dempen; Lang indrukken: Het apparaat uitschakelen ⑥ Rechter knop / draaiknop: Rotatie: Afhankelijk van de bron en functiemodus, zoekafstemming, stationwissel, nummerwissel, scrollen, enz. Omschakelen tussen instelmogelijkheden in het menu Kort indrukken: Overschakelen naar de tweede of derde functie. Opmerking: Na 15 seconden zonder activering wordt de standaardfunctie opnieuw geactiveerd. In het menu Opties selecteren / Opties bevestigen Lang indrukken: Nummer- of stationafspeelfunctie (SCAN) (afhankelijk van de geselecteerde bron) Een stap terug in het menu/Invoer wissen ⑦ MENU-knop: Kort indrukken: Openen/sluiten van het menu (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN) Lang indrukken: Geheugenopnamefunctie (P-SCAN) voor FM/DAB ⑧ DIS-knop: Kort indrukken: Omschakelen van het display tussen verschillende informatie, afhankelijk van de geselecteerde bron Lang indrukken: Omschakelen van de helderheid van het display (als de helderheid in het menu op HANDMATIG is ingesteld, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN) ⑨ Stationstoetsen: Kort indrukken: Oproepen van een station, een opgeslagen telefoonnummer of de weergegeven tweede functie/speciale functie, zoals zoeken naar nummers (browsen), afspelen/pauzeren, herhaalfunctie, willekeurig afspelen, afhankelijk van de geselecteerde bron Lang indrukken: Geheugenfunctie voor radiostations en telefoonnummers ⑩ Telefoon handset: “Accepteren" toets: Kort indrukken: Oproepen beantwoorden / nummer kiezen Lang indrukken: Programmeerbare toetsoptie(zie het hoofdstuk BLUETOOTH HANDENVRIJ APPARAAT) “Hang op” toets: Kort indrukken: Beëindigen/weigeren van een oproep Lang indrukken: ./. ⑪ Microfoon: Handenvrije microfoon(alleen actief als er geen externe microfoon is aangesloten) ⑫IR-sensor: Ontvanger voor optionele infrarood afstandsbediening ⑬ USB-poort: Klep die naar boven opent, connector voor het aansluiten van een USB- stick of Apple-apparaat om muziek af te spelen ⑭ Afdekkingen voor de openingen van het ontgrendelingsgereedschap, zie het hoofdstuk INSTALLATIE/ AANSLUITINGENNL
2. Bedieningselementen - Afstandsbediening (optioneel accessoire)
Het apparaat kan op afstand worden bediend via de afstandsbedieningssensor die in de voorkant van het apparaat is ingebouwd. Dit is mogelijk met een afstandsbediening die als accessoire voor het apparaat verkrijgbaar is of met oudere Blaupunkt-afstandsbedieningen (RC-08, RC-09, RC-10, RC-10H, RC-12H).
① Aan/Uit-knop Opmerking: Het apparaat kan alleen met de afstandsbediening worden ingeschakeld als het contact is ingeschakeld. Deze functie verhoogt de ruststroom van het apparaat en mag daarom niet worden gebruikt zonder dat het contact is ingeschakeld om de voertuigbatterij te beschermen. ② Volumeregelaar/mute-knoppen. ③ Multifunctionele knoppen: Aansturing van bronspecifieke functies. ④ SRC (source / bron) knop: Audiobronkeuze, de beschikbare audiobronnen worden één voor één omgeschakeld. Sommige bronnen kunnen worden gedeactiveerd, zie ook hoofdstuk INSTELLINGEN. ⑤ DIS-knop: Omschakelingvan het display ⑥ MENU-knop: Menu openen ⑦ Toetsen voor het stationgeheugen: Oproepen van een station of een weergegeven tweede functie zoals pauzeren/herhalen/willekeurig afspelen, afhankelijk van de geselecteerde bron ⑧ Telefoontoetsen: Oproepen beantwoorden en beëindigen.NL
Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe Blaupunkt-product. Om er lang van te kunnen genieten, dient u deze handleiding aandachtig door te lezen. Als u echter onverwachte problemen ondervindt, raadpleeg dan de gebruikshandleiding om te zien of u deze zelf kunt oplossen. Raadpleeg ook het hoofdstuk FOUTEN ZOEKEN aan het eind van de gebruikshandleiding. Uw Blaupunkt-dealer en serviceteam helpen u graag als u uw probleem niet alleen kunt oplossen. Contactgegevens zijn is te vinden op www.blaupunkt.com
OPMERKING: Deze handleiding geldt voor verschillende modellen, dus sommige functies en opties zijn mogelijk niet beschikbaar of kunnen per model verschillen. Wij behouden ons het recht voor om technische wijzigingen aan te brengen met het oog op de verbetering van het product.
Inhoudsopgave Hoofdstuk
Bedieningselementen, apparaat 1 Bedieningselementen, afstandsbediening (optioneel) 2 Gefeliciteerd | Inhoudsopgave 3 Veiligheidsprincipes 4 Algemene informatie | Leveringsomvang | Software update 5 In- / uitschakelen | Volume veranderen 6 Analoge radio: VHF/ middengolven (FM/AM) 7 Digitale radio: DAB/DAB+ 8 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: CD-speler (optioneel) 9 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: USB 10 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: Bluetooth® 11 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: iPod/iPhone 12 Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: AUX 13 Bluetooth® handenvrije kit 14 Klok 15 Stuurafstandsbediening (SWC) 16 Instellingen | Menu 17 Installatie | Demontage | Aansluitingen 18 Nuttige informatie | Technische gegevens 19 Fouten zoeken 20NL
4. Veiligheidsprincipes
Veiligheidsprincipes De autoradio is vervaardigd in overeenstemming met de huidige stand van de techniek en de gespecificeerde veiligheidsrichtlijnen. Als u echter de veiligheidsinstructies in deze handleiding niet in acht neemt, kan gevaar ontstaan. Deze handleiding is bedoeld om de gebruiker vertrouwd te maken met de belangrijkste functies.
- Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de autoradio gebruikt.
- Bewaar deze handleiding op een plaats die toegankelijk is voor alle gebruikers.
- Geef de autoradio altijd samen met deze handleiding door aan derden.
- Neem indien nodig de handleiding in acht van de apparaten die u samen met de autoradio gebruikt. Gebruikte symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: GEVAAR! Waarschuwing voor letsel VOORZICHTIG! Waarschuwing voor schade aan de DVD/CD-drive of de gebruikte gegevensdrager
GEVAAR! Hoog volume waarschuwing De CE-markering bevestigt de conformiteit met de EU- richtlijnen. Tip Beschrijving Verkeersveiligheid Neem de volgende verkeersveiligheidstips in acht GEVAAR! Gebruik het apparaat zodanig dat u te allen tijde veilig het voertuig kunt besturen. Het gebruik van de apparaatfuncties tijdens het rijden kan u afleiden van de verkeerssituatie en kan tot ernstige ongevallen leiden! Vermijd alle bijkomende activiteiten die de aandacht afleiden van de wegsituatie en van het besturen van het voertuig tijdens het rijden. Om deze functies te gebruiken, stopt u op een geschikte plaats en bedient u het apparaat terwijl het voertuig stilstaat. Gebruik het apparaat zodanig dat u te allen tijde veilig het voertuig kunt besturen. Stop bij twijfel op een geschikte plaats en bedien het apparaat terwijl het voertuig stilstaat. Voertuigbestuurders mogen geen applicaties gebruiken die de aandacht van de weg afleiden. Luister altijd naar de radio op een matig volume om uw gehoor te beschermen en akoestische waarschuwingssignalen te kunnen horen (bijv. van de politie). Tijdens mute-pauzes (bijv. bij het wisselen van de geluidsbron) is de volumeverandering niet hoorbaar. Verhoog het volume niet tijdens deze mute-pauzes. Algemene veiligheidsprincipes Wijzig of open het apparaat niet. Er zijn binnenin geen onderdelen die door de operator kunnen worden onderhouden. CD-drives bevatten een klasse 1 laser die de ogen kan beschadigen. Beoogd gebruik: Deze autoradio is bedoeld voor installatie en gebruik in een voertuig met 12 V voedingsspanning en moet in een DIN-sleuf worden ingebouwd. Neem de parametergrenzen van het apparaat in acht Laat reparaties en, indien nodig, de installatie door een specialist uitvoeren.NL
5. Algemene informatie | Leveringsomvang | Software-update
Conformiteitsverklaring Blaupunkt Competence Center Car Multimedia-Evo Sales GmbH verklaart dat dit apparaat voldoet aan de basisvereisten en de overige toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2014/53/EU. De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het internet op de website www.blaupunkt.com. Informatie over handelsmerken Alle andere handelsmerken en hun logo's, merknamen of bedrijfsnamen die in deze handleiding worden genoemd, worden uitsluitend gebruikt voor identificatiedoeleinden en zijn eigendom van hun respectieve eigenaars. Aanwijzingen inzake het reinigen Oplosmiddelen, reinigings- en schuurmiddelen, alsmede cockpitsprays, luchtverversers en onderhoudsproducten voor kunststoffen kunnen bestanddelen bevatten die het oppervlak van het apparaat kunnen beschadigen. Gebruik alleen een droge of licht vochtige zachte doek om de autoradio schoon te maken. Aanwijzingen inzake verwijdering Gooi het oude apparaat niet bij het huisvuil! Gebruik voor het afvoeren van uw oude apparaat en accessoires de beschikbare inlever- en inzamelsystemen. Leveringsomvang De leveringsomvang omvat de volgende onderdelen:
- Aansluitkabel ISO A/ ISO B
- Montageframe + Demontagegereedschap
- Antenne adapter DIN-ISO Softwareupdate De software van het apparaat kan worden bijgewerkt via externe opslagmedia. Als er updates voor het apparaat beschikbaar zijn, kunt u die vinden op www.blaupunkt.com. De handleiding voor het bijwerken en verdere informatie zijn bij de update gevoegd. Opmerking: Als het apparaat goed werkt, is een update niet nodig. Elke update brengt het risico met zich mee dat er tijdens de update fouten worden gemaakt, en in zeer zeldzame gevallen kunnen er - ondanks zorgvuldig testen - nieuwe of andere fouten opduiken. Opmerking: Bepaalde punten en functies van het apparaat kunnen afwijken van de handleiding, aangezien functies gewijzigd, toegevoegd of verwijderd kunnen zijn als gevolg van verdere softwareontwikkeling. Dit is geen gebrek of reden voor een klacht over het apparaat. Opmerking: Wanneer u een update aanvraagt bij Blaupunkt, geef dan zo veel mogelijk details over het probleem met het apparaat. Onze servicedienst heeft ook informatie nodig over de huidige geïnstalleerde softwareversie (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN). Zonder deze informatie kunnen wij helaas niet helpen of updates geven.NL
6. In- / uitschakelen | Volume veranderen
Om het apparaat in te schakelen, drukt u op de linker knop/draaiknop. Druk op de linker knop/draaiknop om het apparaat aan te zetten. Om het apparaat uit te schakelen, houdt u de linker knop/draaiknop langer dan 2 seconden ingedrukt. Houd er rekening mee dat het na het inschakelen van het apparaat enkele seconden kan duren voordat u het opnieuw kunt uitschakelen, omdat er op de achtergrond nog interne opstartprocessen actief zijn. Opmerking: Het apparaat kan ook worden ingeschakeld bij uitgeschakeld contact - het display geeft dan kort 1 HOUR / 1 UUR weer. Het apparaat schakelt na een uur automatisch uit om de batterij te beschermen. In-/uitschakelen via het contactslot van het voertuig Indien het contact wordt uitgeschakeld terwijl het apparaat in werking is, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld en opnieuw ingeschakeld de volgende keer dat het contact wordt ingeschakeld. Als het apparaat is uitgeschakeld met de linker knop/draaiknop op het apparaat, blijft het na het in-/uitschakelen van het contact permanent uitgeschakeld totdat het handmatig opnieuw wordt ingeschakeld. Opmerking: Als de functie niet werkt zoals beschreven, is het apparaat niet correct aangesloten. Het volume wijzigen Het volume kan worden geregeld met de linker knop/draaiknop, het volume kan worden ingesteld van 0 (geen geluid) tot 50 (max.volume). Het display toont het ingestelde volumeniveau gedurende een paar seconden. Het muziekvolume instellen: Draai tijdens het afspelen van muziek aan de linker knop/draaiknop om het volume te wijzigen. Instellen van het volume van verkeersberichten (verkeersberichten moeten actief zijn in de instellingen, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN): Draai tijdens een verkeersbericht aan de linker toets/draaiknop om het volume te wijzigen; deze waarde wordt automatisch opgeslagen en kan op elk moment worden gewijzigd in de instellingen (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN). Instellen van het Bluetooth® volume (telefonie): Draai tijdens een telefoongesprek aan de linker knop/regelaar om het volume te wijzigen. Deze waarde wordt automatisch opgeslagen en kan op elk moment worden gewijzigd in de instellingen (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN). Dempen van het autoradio geluid Druk kort op de linker knop/draaiknop om het apparaat te dempen of het vorige volumeniveau te herstellen. Luister altijd naar de radio op een matig volume om uw gehoor te beschermen en akoestische waarschuwingssignalen te kunnen horen (bijv. van de politie). Tijdens mute-pauzes (bijv. bij het wisselen van de geluidsbron) is de volumeverandering niet hoorbaar. Verhoog het volume niet tijdens deze mute-pauzes.NL
7. Analoge radio: VHF/middengolven (FM/AM)
Selecteer één van de geheugenbronnen/-niveaus FM1, FM2, FMT, AM of AMT met de SRC-toets Opmerking: Sommige geheugenbronnen/niveaus zijn inactief, afhankelijk van de instelling; bijvoorbeeld, alleen geheugenniveau FM1is actief. Zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. Opmerking: Op elk geheugenniveau zijn 5 geheugenplaatsen beschikbaar. Zoeken van een station Gebruik de rechter knop/draaiknop om het zoeken naar stations naar boven te starten door deze kort te draaien (kort naar rechts te draaien) of naar beneden (kort naar links te draaien). Het zoeken stopt automatisch bij het volgende ontvangststation. Opmerking: De zoekgevoeligheid kan worden ingesteld in de instellingen, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. U kunt de frequentie ook handmatig instellen als het stationsignaal erg zwak is en het zoeken niet stopt bij de gewenste frequentie. Om dit te doen, drukt u eenmaal kort op de rechter knop/draaiknop; op het display verschijnt MANUAL (HANDMATIG). U kunt nu aan de rechter knop/draaiknop draaien tot de gewenste frequentie is ingesteld. PTY zoeken Als de PTY-functie (programmatype) is geactiveerd (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN), kan de PTY-functie ook worden geselecteerd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Draai aan de rechter knop/draaiknop om het zoeken naar de ingestelde PTY-code te starten (voor de voorselectie van het PTY-type, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN). Stations opslaan/opgeslagen stations oproepen U kunt uw favoriete stations in het stationgeheugen opslaan met de 1- 5 toetsen. Op elk geheugenniveau kunnen maximaal 5 stations worden opgeslagen. Stel het gewenste station in zoals beschreven in ZOEKEN VAN EEN STATION . Druk vervolgens gedurende ongeveer een seconde op de gewenste geheugentoets tot u een geluidssignaal hoort als bevestiging dat het station is opgeslagen, laat na het geluidssignaal de toets weer los. Door kort op de geheugentoets te drukken kunt u het eerder opgeslagen station oproepen. Automatische zenderopslag (Travelstore) In de geheugenniveaus met T (FMT en AMT) kunt u 5 stations met de beste ontvangst opslaan met behulp van de automatische zoekfunctie (Travelstore). Om dit te doen, selecteert u het juiste geheugenniveau met de SRC-toets en houdt u vervolgens de SRC-toets opnieuw ingedrukt totdat T-STORE op het display verschijnt. Opmerking: Als de Travelstore-opslag op een ander geheugenniveau dan FMT/AMT wordt gestart, schakelt het systeem automatisch om naar het Travelstore-opslaggeheugenniveau en activeert het dit zo nodig automatisch in de instellingen. Alleen de stations in het Travelstore- geheugenniveau worden opgeslagen/gewijzigd. Afspelen van opgeslagen stations (P-SCAN) U kunt alle stations in het geselecteerde geheugenniveau afspelen: Om dit te doen, drukt u langer dan één seconde op de MENU-toets. Op het scherm verschijnt P-SCAN en de huidige radiofrequentie/-station gaat knipperen. De P-SCAN functie gaat door totdat deze wordt beëindigd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Afspelen van beschikbare stations (SCAN) U kunt alle stations in de geselecteerde frequentieband afspelen: Om dit te doen, drukt u langer dan één seconde op de rechter knop/draaiknop. Op het display verschijnt SCAN en de huidige frequentie/radiostation gaan knipperen . Het scannen (SCAN) gaat door totdat het wordt beëindigd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Wijzigen van het display U kunt de DIS-toets gebruiken om de display-inhoud om te schakelen tussen verschillende informatie:
- Geheugen/ geheugenniveau + tijd Opmerking: De beschikbaarheid van de weergavefunctie hangt af van het station en de kwaliteit van de ontvangst Verdere functies of opties: Zie het hoofdstuk INSTELLINGEN.NL
8. Digitale radio: DAB/ DAB+
Digital Audio Broadcasting (kortweg DAB) is de digitale opvolger van analoge FM-uitzendingen. Digitale transmissie veroorzaakt enkele verschillen met de vertrouwde analoge FM-radio: Op één kanaal worden verschillende stations uitgezonden - de zogenaamde ENSEMBLES (= programmapakketten). dataservices die in een ENSEMBLE zijn, worden SERVICES (= stations en/of datadiensten) genoemd. In Duitsland bijvoorbeeld zijn ENSEMBLES regionaal beschikbaar bij de publieke omroepen; daarnaast zijn er momenteel twee ENSEMBLES die in heel Duitsland kunnen worden ontvangen: DR DEUTSCHLAND en ANTENNE DE. De stations genereren niet de bij FM bekende ruis, ofwel is het station in constante kwaliteit te horen, ofwel is het in het geheel niet te horen wanneer de foutcorrectie niet meer in staat is het signaal te reconstrueren, vergezeld van een kort, zogenaamd "borrelend" geluid. Het afspelen DAB/DAB+ radio starten Gebruik de SRC-toets om één van de geheugenniveaus DAB1, DAB2 of DAB3te selecteren Opmerking: Sommige geheugenniveaus zijn inactief, afhankelijk van de instelling; bijvoorbeeld, alleen geheugenniveau DAB1 is actief. Zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. Opmerking: Op elk geheugenniveau zijn 5 geheugenplaatsen beschikbaar. Stations zoeken / stations scrollen Door aan de rechterknop/draaiknop te draaien, kunt u naar boven (rechtsom draaien) of naar beneden (linksom draaien) scrollen door de stations in het huidige Ensemble. Tijdens het draaien wordt een nieuw station weergegeven; wanneer het draaien wordt beëindigd, wordt het weergegeven station opgeroepen en afgespeeld. Na het passeren van het eerste of laatste station van het huidige Ensemble, toont het display <<< of >>>. U kunt nu de knop in de tegenovergestelde richting draaien om in het huidige Ensemble te blijven of even te wachten terwijl het apparaat automatisch het vorige (<<<) of volgende (>>>) Ensemble zoekt en afspeelt. Opmerking: Deze functie is de standaardinstelling van de rechter knop/draaiknop in de DAB-modus, maar kan worden gewijzigd, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. Als de basisinstelling is gewijzigd, selecteert u eerst de functie door op de rechter knop/draaiknop te drukken; de aanduiding SERVICE verschijnt. Het zoeken van een Ensemble Druk eenmaal op de rechter knop/draaiknop; op het display verschijnt kort ENSEMBLE. Draai vervolgens de rechter knop/draaiknop in de gewenste richting om Ensembles op lagere of hogere kanalen te vinden. Het display toont het huidige kanaal tijdens het zoeken tot een nieuwe Ensemble wordt gevonden. Dit zoeken werkt op dezelfde manier als het zoeken dat begint bij het scrollen door stations wanneer <<</ >>> wordt weergegeven, zie het vorige hoofdstuk. Zoeken in een lijst met stations (browse-modus) Druk net zo vaak op de rechter knop/draaiknop tot BROWSE op het display verschijnt. Draai vervolgens aan de rechter knop/draaiknop om door de lijst van in het apparaat opgeslagen stations te scrollen. Zodra de gewenste zender is gevonden, selecteert u deze door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Opmerking: U kunt het menu gebruiken (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN) om de DAB SERVICE SCAN te starten, die de stationlijst bijwerkt en inactieve zenders daaruit verwijdert. Opmerking: De browse-modus kan worden ingesteld als de standaardinstelling voor de rechterknop/draaiknop in de DAB-modus, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. PTY zoeken Als de PTY-functie (programmatype) is geactiveerd (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN), kan de PTY-functie ook worden geselecteerd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Draai aan de rechter knop/draaiknop om het zoeken naar de ingestelde PTY-code te starten (voor de voorselectie van het PTY-type, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN). Stations opslaan/opgeslagen stations oproepen U kunt uw favoriete stations in het stationgeheugen opslaan met de 1- 5 toetsen. Op elk geheugenniveau kunnen maximaal 5 stations worden opgeslagen. Stel het gewenste station in zoals hierboven beschreven. Druk vervolgens gedurende ongeveer één seconde op de gewenste geheugentoets tot een geluidssignaal bevestigt dat de zender is opgeslagen; laat de toets na het geluidssignaal weer los. Door kort op de geheugentoets te drukken kunt u het eerder opgeslagen station oproepen. Afspelen van opgeslagen stations (P-SCAN) U kunt alle stations in het geselecteerde geheugenniveau afspelen: Om dit te doen, drukt u langer dan één seconde op de MENU-toets. Op het display verschijnt P-SCAN en de huidige SERVICE. De P-SCAN functie gaat door totdat deze wordt beëindigd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Afspelen van beschikbare stations (SCAN) U kunt alle stations in de geselecteerde frequentieband afspelen: Om dit te doen, drukt u langer dan één seconde op de rechter knop/draaiknop. Het apparaat werkt eerst de lijst met services bij met een scan en geeft vervolgens SCAN en de huidige SERVICE weer. Het scannen (SCAN) gaat door totdat het wordt beëindigd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Wijzigen van het display U kunt de DIS-toets gebruiken om de display-inhoud om te schakelen tussen verschillende informatie:
- Naam van het Ensemble (programmapakket)
- Geheugen/ geheugenniveau + tijd Opmerking: De beschikbaarheid van de weergavefunctie is afhankelijk van het station. Verdere functies of opties: Zie het hoofdstuk INSTELLINGEN.NL
9. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: CD (optioneel)
Basisgegevens Gebruikte gegevensdragers/soorten media
- CDDA/ Data CD/ CD-R/ CD-RW met 12 cm Ø
- Bestandsformaten: MP2, MP3, WMA, FLAC, ACC, WAV Opmerking: Gebruik alleen CD's met het Compact Disc logo om een goede werking te verzekeren. Opmerking: De foutloze werking van alle mediabestanden, inclusief de hierboven genoemde, kan niet worden gegarandeerd vanwege de verscheidenheid aan software waarmee dergelijke bestanden mogelijk worden gemaakt. Opmerking: Bij problemen met beschrijfbare CD/DVD gegevensdragers, raden wij u aan deze op een lagere snelheid te branden of andere media te gebruiken Opmerking: Bij problemen met beschrijfbare CD/DVD gegevensdragers, raden wij u aan deze op een lagere snelheid te branden of andere media te gebruiken Inleggen van een CD / starten van de CD-weergave Gevaar voor beschadiging van het CD-station! CD's die niet rond zijn en CD's met een diameter van 8 cm (mini CD's) mogen niet worden gebruikt. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade aan de drive veroorzaakt door ongeschikte CD's. Plaats de CD met de bedrukte zijde naar boven (zie het hoofdstuk "Bedieningselementen") in de CD-gleuf totdat u een lichte weerstand voelt. De CD wordt automatisch binnengehaald en het afspelen begint. Opmerking: Belemmer of help de automatische toevoer van de CD niet. Als u eerder een CD heeft geplaatst, schakel dan over naar de CD-bron met de SRC toets. Afspelen van CD's Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit. Als u eenmaal op de rechter knop/draaiknop drukt (op het display verschijnt CUE/ REW of WIND), kunt u nummers vooruit- en terugspoelen door de rechter knop/draaiknop te draaien. Bij gebruik van CD's met meerdere mappen kunt u de map wijzigen door nogmaals op de rechter knop/draaiknop te drukken (op het display verschijnt FOLDER of CATALOG) en de rechter knop/draaiknop te draaien. Speciale functies Met de stationtoetsen 1- 4 kunt u de speciale functies ZOEKEN NAAR NUMMERS activeren/deactiveren (een nummer selecteren /zoeken met de rechter knop/draaiknop), PLAY/PAUSE, HERHALEN (NUMMER of CATALOOG) en WILLEKEURIG AFSPELEN (ALLE of CATALOOG). Afspeelfunctie (SCAN) U kunt nummers van de gegevensdrager afspelen. Om dit te doen, drukt u langer dan één seconde op de rechter knop/draaiknop. Op het display verschijnt SCAN en het huidige nummer. Het scannen (SCAN) gaat door totdat het wordt beëindigd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Verwijderen van CD's Druk op de uitwerptoets [ ] om de geplaatste CD uit te werpen. Opmerking: Het uitwerpen van een CD mag niet worden gehinderd of geholpen.NL
10. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: USB
Basisgegevens Gebruikte gegevensdragers/soorten media:
- USB-gegevensdragers met FAT16-, FAT32-, exFAT-bestanden bestandssysteem
- Bestandsformaten: MP2, MP3, WMA, FLAC, ACC, WAC Opmerking: De foutloze werking van alle mediabestanden, inclusief de hierboven genoemde, kan niet worden gegarandeerd vanwege de verscheidenheid aan software waarmee dergelijke bestanden mogelijk worden gemaakt. Opmerking: De USB-aansluiting is geschikt voor USB-gegevensdragers (ook bekend als USB-sticks), die worden geclassificeerd als massaopslagapparaten (MSD - Mass Storage Device). Rechtstreekse aansluiting van MP3-spelers of mobiele telefoons om muziek af te spelen is niet mogelijk. USB-modus Het apparaat is voorzien van een USB-aansluiting:
- USB-aansluiting onder de klep aan de voorkant van het apparaat (zie BEDIENINGS-ELEMENTEN, APPARAAT) USB-gegevensdrager aansluiten/ USB-weergave starten Open de afdekklep gemarkeerd met USB (kantel deze naar boven). Steek de USB-gegevensdrager voorzichtig in de USB-aansluiting, gebruik geen kracht en kantel de USB-gegevensdrager niet. Het apparaat schakelt automatisch om naar de USB-modus. De gegevens worden gelezen, het afspelen begint met het eerste multimediabestand dat door het apparaat wordt herkend. Als de USB-gegevensdrager reeds is aangesloten, schakelt u om naar de USB-bron met de SRC-toets. USB-weergave Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit. Als u eenmaal op de rechter knop/draaiknop drukt (op het display verschijnt CUE/ REW of WIND), kunt u nummers vooruit- en terugspoelen door de rechter knop/draaiknop te draaien. Door nogmaals in dezelfde richting te draaien wordt de snelle vooruit/achteruit beweging beëindigd. Als u nogmaals op de rechter knop/draaiknop drukt (op het display verschijnt FOLDER of CATALOOG), kunt u de cataloog wijzigen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien. Speciale functies Met de stationtoetsen 1- 4 kunt u de speciale functies ZOEKEN NAAR NUMMERS activeren/deactiveren (een nummer selecteren/zoeken met de rechter knop/draaiknop), PLAY/PAUSE, HERHALEN (NUMMER of CATALOOG) en WILLEKEURIG AFSPELEN (ALLE of CATALOOG). Afhankelijk van de gebruikte bestanden kan met de DIS toets verschillende informatie over het nummer op het display worden weergegeven. Afspeelfunctie (SCAN) U kunt nummers van de gegevensdrager afspelen. Om dit te doen, drukt u langer dan één seconde op de rechter knop/draaiknop. Op het display verschijnt SCAN en het huidige nummer. Het scannen (SCAN) gaat door totdat het wordt beëindigd door op de rechter knop/draaiknop te drukken. Verwijderen van de USB-gegevensdrager Verwijder de gegevensdrager nooit zonder het apparaat eerst uit te schakelen, anders kunnen de gegevensdrager of de gegevens erop beschadigd raken.
11. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: Bluetooth®
Bluetooth® bedienen Met de Bluetooth®-functie kunt u mobiele telefoons en multimediaspelers koppelen met de autoradio. Als het aangesloten Bluetooth®-apparaat A2DP en AVRCP ondersteunt, kunt u muziek op de autoradio afspelen en het afspelen regelen. Opmerking: Ten tijde van de introductie werd de Bluetooth®-functie uitgebreid getest met verschillende telefoons en multimediaspelers om de grootst mogelijke compatibiliteit te garanderen. Afhankelijk van het gebruikte apparaat kunnen de functies echter beperkt zijn of helemaal niet werken. Controleer bij dergelijke problemen of er een update beschikbaar is voor het apparaat of de radio. Opmerking: Er kunnen maximaal 5 Bluetooth®-apparaten worden gekoppeld, maar ze kunnen niet tegelijkertijd worden verbonden. Voordat u een ander Bluetooth®-apparaat aansluit, moet u de verbinding met het reeds aangesloten apparaat verbreken. Opmerking: Het is niet mogelijk om van dit apparaat via Bluetooth® naar een ander apparaat te streamen (bijv. Bluetooth® luidsprekers etc.), deze radio ondersteunt alleen Bluetooth® muziekontvangst. Verbinden met Bluetooth® /Afspelen via Bluetooth® starten Schakel de radio in, open de Bluetooth® instellingen op uw Bluetooth® apparaat, zoek naar beschikbare apparaten, verbind ze volgens de procedure beschreven in de handleiding van het Bluetooth® apparaat. Nadat de verbinding tot stand is gebracht toont de autoradio VERBONDEN / CONNECTED, op het display verschijnt de naam van de aangesloten telefoon en een klein Bluetooth® symbool. Opmerking: Het verbindingsproces is slechts één keer nodig, waarna de apparaten automatisch opnieuw verbinding maken. Als het apparaat al is verbonden (het kleine Bluetooth® symbool moet op het display oplichten), schakel dan om naar de BLUETOOTH® bron met de SRC toets. Bluetooth®-weergave Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit. Speciale functies De speciale functie PLAY/ PAUSE kan worden geactiveerd/ gedeactiveerd met stationstoets 2. Afhankelijk van het Bluetooth®-apparaat of de muziekafspeeltoepassing die wordt gebruikt, kan met de DIS-toets verschillende informatie over het nummer op het display worden weergegeven.NL
12. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: iPod/iPhone
Apple iPod/iPhone ondersteuning Het apparaat is uitgerust met een USB-poort die compatibel is met Apple iPod/iPhone: - USB-aansluiting onder de klep aan de voorkant van het apparaat zie bedieningselementen van het apparaat) Apple iPod/ iPhone aansluiten/ Starten van de weergave Open de afdekklep gemarkeerd met USB (kantel deze naar boven). Steek de Apple iPod/ iPhone aansluitkabel voorzichtig in de USB aansluiting, gebruik geen kracht en buig de aansluiting niet. Het apparaat schakelt automatisch om naar de Apple iPod/ iPhone-modus. Het afspelen start vanaf het laatst afgespeelde bestand op de iPod/iPhone of vanaf de media vanaf de laatst gebruikte toepassing. Als er al een Apple iPod/iPhone is aangesloten, schakelt u om naar de IPOD- bron met de SRC-toets om het afspelen te starten. Afspelen van Apple iPod/iPhone Door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, kunt u het nummer wijzigen, vooruit en achteruit. Als u eenmaal op de rechter knop/draaiknop drukt (op het display verschijnt CUE/REW), kunt u nummers vooruit- en terugspoelen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien. Door nogmaals in dezelfde richting te draaien wordt de snelle vooruit/achteruit beweging beëindigd. Als u nogmaals op de rechter knop/draaiknop drukt (op het display verschijnt FOLDER), kunt u de cataloog wijzigen door aan de rechter knop/draaiknop te draaien. U kunt de speciale functies ZOEKEN NAAR NUMMERS activeren/deactiveren met de stationtoetsen 1 - 4 (selectie/zoeken met de rechter knop/draaiknop), PLAY/PAUSE, HERHALEN (NUMMER of CATALOOG) en WILLEKEURIG AFSPELEN (ALLE of CATALOOG). Afhankelijk van het apparaat/de toepassing die u gebruikt, kan met de DIS- toets verschillende informatie over het nummer op het display worden weergegeven. Opmerking: Afhankelijk van het Apple-apparaat dat u gebruikt en de daarop beschikbare toepassingen voor het afspelen van multimedia, kunnen de functionaliteit en de bediening via de radio veranderen en zijn mogelijk niet alle beschreven functies beschikbaar. Verwijderen van Apple iPod/ iPhone Verwijder de gegevensdrager niet zonder het apparaat eerst uit te schakelen, anders kunnen het apparaat of de gegevens die erop zijn opgeslagen, beschadigd raken.
13. Afspelen vanaf externe apparaten en gegevensdragers: AUX
AUX-modus Het apparaat is uitgerust met AUX-aansluiting.
- AUX-aansluiting op de achterkant van het apparaat (zie het hoofdstuk INSTALLATIE/ AANSLUITINGEN) Sluit het gewenste apparaat, zoals een externe CD-speler, MP3-speler of cassettespeler, aan met behulp van de geschikte adapters uit de accessoireserie. Selecteer de AUX bron met de SRC toets. Regel het volume op het externe apparaat als de uitgang die u gebruikt op het externe apparaat kan worden geregeld. Opmerking: Om deze functie te gebruiken, moet de AUX functie geactiveerd zijn, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. Opmerking: Gebruik alleen onbeschadigde stekkers en kabels om schade aan het apparaat te voorkomen.NL
14. Bluetooth®-handenvrij systeem
Met de Bluetooth®-functie kunt u mobiele telefoons en multimediaspelers koppelen met de autoradio. Als u uw mobiele telefoon koppelt aan de autoradio, kunt u telefoongesprekken voeren met de ingebouwde handenvrije functie. U heeft toegang tot de lijsten met geselecteerde nummers en het telefoonboek van de gekoppelde mobiele telefoon die naar de radio is overgebracht. Opmerking: Ten tijde van de introductie werd de Bluetooth®-functie uitgebreid getest met verschillende telefoons en multimediaspelers om de grootst mogelijke compatibiliteit te garanderen. Afhankelijk van het gebruikte apparaat kunnen de functies echter beperkt zijn of helemaal niet werken. Controleer bij dergelijke problemen of er een update beschikbaar is voor het apparaat of de radio. Opmerking: De mogelijkheid om toegang te krijgen tot de nummers van een aangesloten telefoon is apparaat-specifiek en wordt misschien niet ondersteund, afhankelijk van de telefoon die gebruikt wordt. Zorg ervoor dat toegang tot het telefoonboek is toegestaan op uw telefoon. Opmerking: Er kunnen maximaal 5 Bluetooth®-apparaten worden gekoppeld, maar ze kunnen niet tegelijkertijd worden verbonden. Voordat u een ander Bluetooth®-apparaat aansluit, moet u de verbinding met het reeds aangesloten apparaat verbreken. Bluetooth® verbinding Schakel de radio in, open de Bluetooth® instellingen op uw Bluetooth® apparaat, zoek naar beschikbare apparaten, verbind ze volgens de procedure beschreven in de handleiding van het Bluetooth® apparaat. Nadat de verbinding tot stand is gebracht toont de autoradio VERBONDEN / CONNECTED en op de display verschijnt een klein Bluetooth® symbool. Opmerking: Bevestig alle verzoeken op uw telefoon onmiddellijk, anders kunnen functies beperkt of niet beschikbaar zijn of kan het koppelen mislukken. Opmerking: Het verbindingsproces is slechts één keer nodig, waarna de apparaten automatisch opnieuw verbinding maken. Opmerking: Voordat u het telefoonboek kunt gebruiken, moet u het laden met de functie DOWNLOAD P-BOOK (TELEFOONBOEK DOWNLOADEN). Als het telefoonboek later niet beschikbaar is, is het geheugen mogelijk bezet door gegevens van een andere telefoon. In dat geval moet u eerst het telefoonboek wissen met de optie DELETE P-BOOK (TELEFOONBOEK WISSEN). Bovendien is het mogelijk dat de toegang tot het telefoonboek op uw telefoon niet is geactiveerd of dat er een compatibiliteitsprobleem is. Inkomende oproep Een inkomende oproep wordt gesignaleerd door een belsignaal en een indicatie op het display van het apparaat. U kunt het gesprek aannemen of weigeren met de telefoontoetsen. Uitgaande oproep Een uitgaande oproep kan op verschillende manieren tot stand worden gebracht via het BLUETOOTH menu: TB SEARCH (TB ZOEKEN): Gebruik de rechter knop/draaiknop om de eerste letter te selecteren en vervolgens het telefoonboekitem dat u van uw telefoon heeft overgezet. PHONEBOOK (TELEFOONBOEK): Gebruik de rechter knop/draaiknop om een telefoonboekitem te selecteren die u van uw telefoon heeft overgezet. DIAL NEW NUMBER (NIEUW NUMMER KIEZEN): Het te selecteren nummer kan worden ingevoerd met de rechter knop/draaiknop. Selecteer het gewenste cijfer door aan de rechter knop/draaiknop te draaien, bevestig het cijfer door kort op de rechter knop/draaiknop te drukken, of wis het laatste cijfer door de rechter knop/draaiknop ingedrukt te houden. Druk op de toets OPROEP ACCEPTEREN / BELLEN om het nummer te kiezen zodra het volledig is ingevoerd. Een telefoonnummer opslaan / een opgeslagen nummer kiezen Een handmatig ingevoerd nummer (zie vorig hoofdstuk NIEUW NUMMER KIEZEN) kan worden opgeslagen door lang op een van de geheugentoetsen (1-5) te drukken. Nadat het nummer is opgeslagen, kunt u een naam invoeren en vervolgens nogmaals lang op de betreffende geheugentoets drukken om op te slaan. Als het opslaan van de naam niet wordt voltooid, wordt alleen het nummer opgeslagen. Het nummer kan worden opgeroepen door op de toets OPROEP ACCEPTEREN / BELLEN te drukken en vervolgens kort op de bijbehorende geheugentoets te drukken. De oproep wordt dan geselecteerd met de toets OPROEP ACCEPTEREN / BELLEN. Opmerking: Opgeslagen nummers zijn beschikbaar op alle aangesloten telefoons. Tweede functie van de toets "Oproep accepteren” (programmeerbare toets) De toets "Oproep accepteren" kan in het menu naar wens worden toegewezen om de gewenste functie te starten zonder het Bluetooth- menu te hoeven oproepen. De geselecteerde functie kan worden geactiveerd door lang op de toets OPROEP ACCEPTEREN / BELLEN. Mogelijke opties: VOICEDIAL (SPRAAKBEDIENING), PB SEARCH (TB ZOEKEN), PHONEBOOK (TELEFOONBOEK), DIAL NEW NUMBER (NIEUW NUMMER BELLEN). Zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. Opmerking: Spraakbediening/spraakherkenning wordt uitgevoerd/verwerkt door de spraakassistent in de aangesloten telefoon, niet door de radio.NL
Het apparaat heeft een interne klok, u kunt de tijd op het display weergeven door op de DIS toets te drukken totdat de gewenste informatie op het display verschijnt. De tijd kan ook worden weergegeven wanneer het apparaat is uitgeschakeld, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN. Om de tijd weer te geven wanneer het apparaat is uitgeschakeld, moet het contact van het voertuig zijn ingeschakeld; als het contact is uitgeschakeld, schakelt het display volledig uit om het energieverbruik te beperken. Om de klok in te stellen, zie het hoofdstuk INSTELLINGEN.
Op dit apparaat kunt u de toetsen van de stuurafstandsbediening (indien beschikbaar) toewijzen aan bestaande functies in de SWC-configuratie van het apparaat. Functies memoriseren Open het item VARIOUS (DIVERSE)-> SWC in de apparaatinstellingen. Selecteer vervolgens met de rechter knop/draaiknop de functie die u wilt programmeren en bevestig met de rechter knop/draaiknop. Het apparaat wacht nu op een signaal van de stuurafstandsbediening en toont PRESS KEY AT STEERING WHEEL CONTROL FOR 1SEC (DRUK OP DE TOETS GEDURENDE 1 SECONDE). Druk op de gewenste toets van de stuurafstandsbediening. Als de toets met succes is geprogrammeerd, verschijnt OK op het display. Als het apparaat een FAIL-foutmelding (FOUT) geeft of helemaal niet reageert, herhaalt u de procedure. Herhaal deze handeling voor alle knoppen die moeten geprogrammeerd worden. Opmerking: Indien het memoriseren ook na verscheidene pogingen niet mogelijk is of niet correct verloopt, controleer dan de aansluitingen van het apparaat of de compatibiliteit van de gebruikte interface. Als FAIL (fout) altijd wordt weergegeven, zit de fout waarschijnlijk in de stuurafstandsbediening of de interface. Als het apparaat helemaal niet reageert, controleer dan of de stuurafstandsbediening/interface correct is aangesloten en of deze überhaupt is aangesloten. Opmerking: De SWC programmeerbare interface van dit apparaat omvat analoge stuurwielvoorbereiding. Het apparaat werkt met analoge afstandsbedieningen die functies activeren via verschillende weerstandswaarden (weerstandsmatrix) op de aansluiting (maximaal twee stuurlijnen en 1x GND). Sommige afstandsbedieningen zijn rechtstreeks compatibel, andere vereisen een SWC-interface - stuurafstandsbedieningen via CAN kunnen niet worden aangesloten zonder een interface. Voor meer informatie over accessoires die geschikt zijn voor een bepaald voertuig, kunt u contact opnemen met uw dealer of de fabrikant van het voertuig.
17. Instellingen | Menu
Selecteer instellingen door op de MENU toets te drukken. Om door de instellingen te navigeren of een instelling te wijzigen, draait u aan de rechter knop/draaiknop. Om een optie te selecteren of een instelling te wijzigen, selecteert u deze door kort op de rechter knop/draaiknop te drukken. Door de rechter knop/draaiknop ingedrukt te houden of door <<< te selecteren gaat u weer een niveau omhoog; door <<< te selecteren op het hoogste niveau verlaat u de instellingen. U kunt de instellingen ook verlaten door nogmaals op de MENUtoets te drukken. De volgende instellingen kunnen worden ingevoerd of aangepast aan de eigen behoeften, de instellingen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: TUNER (RADIO): In dit submenu kunt u instellingen maken voor de radio-ontvanger. TRAF: Inchakelen/uitschakelen van prioriteitsbepaling voor verkeersberichten Wanneer deze functie is geactiveerd, schakelt het apparaat om naar de laatst beluisterde radiozender, en vervolgens weer terug naar de vorige actieve bron na ontvangst van een verkeersbericht. Wanneer de functie actief is, verschijnt er een klein symbool met drie voertuigen op het display. Tijdens een verkeersbericht verschijnt TRAFFIC (VERKEHR) op het display. Opmerking: Deze functie moet door het radiostation worden ondersteund. Opmerking: Raadpleeg de menu-optie VOLUME (LAUTSTAERKE) om het volume in te stellen. Opmerking: Als de ontvangst van een radiostation wordt onderbroken, zoekt het apparaat automatisch een nieuw station met verkeersinformatie. Bovendien beperkt het inschakelen van deze functie het zoeken naar stations die deze functie ondersteunen. Opmerking: Het huidige verkeersbericht kan worden onderbroken door op de SRC toets te drukken. REG: Wanneer deze functie is geactiveerd, worden alleen stations met hetzelfde regionale programma geselecteerd, wanneer wegens slechte ontvangst automatisch van station moet worden gewisseld. Opmerking: De functie RDS AF moet zijn ingesteld op ON (EIN), de functie moet worden ondersteund door de radiozender. PTY: Wanneer deze functie is ingeschakeld, is ook de PTY functie beschikbaar door op de rechter knop/draaiknop te drukken, wat het zoeken naar een bepaald type station /muziekgenre mogelijk maakt. PTY TYPES (PTY LISTE): Alleen actief wanneer PTY op ON (EIN) staat. Selectie van het type station / muziekgenre voor de PTY-functie. PTY LANG (PTY SPRACHE): Alleen actief wanneer PTY op ON (EIN) staat. Instellen van de PTY-taal. Opmerking: Dit heeft alleen invloed op de weergave van PTY-types, niet op de stationkeuze of andere instellingen. FM SENS HI/ LO (FM EMPF +/-): Stel de FM-zoekgevoeligheid in, HI (+) zoekt ook naar zwakke stationsignalen, LO (-) zoekt alleen naar sterke lokale stationsignalen. FM HICUT OFF, 1, 2, 3 (FM HICUT AUS, 1, 2, 3): Om de akoestiek van zwakke signalen / signalen met FM- stationruis te verbeteren, kunt u bij ruis / storingen het bereik van de hoge tonen automatisch verlagen afhankelijk van de ontvangststerkte door deze functie in te schakelen.
Als deze functie actief is, schakelt het apparaat altijd om naar de beste zendfrequentie (alternatieve frequentie). Opmerking: Deze functie moet door het radiostation worden ondersteund. FM PRESETS (FM SPEICHEREBENEN): Inschakelen/uitschakelen van geheugen- of FM2, FMT, AM, AMT. Als de SRC toets niet actief is, kan het overeenkomstige geheugenniveau niet worden geselecteerd met de SRC toets. DAB PRESETS (DAB SPEICHEREBENEN): Activeren/deactiveren van geheugenniveaus DAB2, DAB3. Als de SRC toets niet actief is, kan het overeenkomstige geheugenniveau niet worden geselecteerd met de SRC toets. DAB MODE: Bepaalt de basisinstelling van de rechterknop/draaiknop. Opties: SERVICE (standaardinstelling) of BROWSE. Zie het hoofdstuk DIGITALE RADIO. DAB SERVICE SCAN: Bijwerken van de stationlijst naar DAB, scant de hele DAB-band en verwijdert stations uit de lijst die niet kunnen worden ontvangen. SERVICE LINK: Als de functie DAB/FM/ALLs geactiveerd, schakelt het apparaat in de mate van het mogelijke om naar een ander DAB-kanaal (als DAB is geselecteerd) of ook naar de FM-frequentie (als FM of ALL is geselecteerd) om het station te blijven afspelen als het DAB-signaal slecht is. SERVICE NAME: Omschakelen van de DAB SERVICE / DAB ENSEMBLE optieweergave naar 16 of 8 cijfers.
DAB ANTENNA (DAB ANTENNE): Inschakelen van fantoomvoeding voor actieve DAB-antennes. Als de DAB-antenne actief is, zet u de 12 V-optie op ON (AN). REGION: Instellen van de ontvangstregio in waarin het apparaat wordt gebruikt. AUDIO (KLANG): In dit submenu kunt u het geluid individueel instellen. Opmerking: BASS (TIEFEN) en TREBLE (HÖHEN) kunnen voor elke bron afzonderlijk worden ingesteld. BASS (TIEFEN): Versterken of verminderen van lage frequenties. TREBLE (HOEHEN): Versterken of verminderen van hoge frequenties. BAL (BALANCE): Instellen van de balans van het audiosignaal. FADER: Instellen van het audiosignaal van de voorste/achterste luidsprekers. LOUD: Inschakelen/uitschakelen van de loudness functie (basactivering) EQ: Inschakelen van vooraf ingestelde geluidspatronen. Opmerking: Wanneer het geluidspatroon aan staat, werkt de handmatige instelling van BASS (TIEFEN)/ TREBLE (HÖHEN) niet. SUB-OUT: Stel het uitgangsniveau (GAIN) en de crossover-frequentie (FREQ) van de subwooferuitgang in. DISPLAY (ANZEIGE): In dit submenu kunt u instellingen voor het display maken. DIM MAN/ AUTO: De helderheid van het display handmatig / automatisch schakelen. AUTO: De ILLUMINATIONingang (zie het hoofdstuk INSTALLATIE/ AANSLUITINGEN) schakelt automatisch de helderheid van het display tussen de geprogrammeerde DAY (TAG) en NIGHT (NACHT) waarden, afhankelijk van de verlichting van het voertuig. MAN (handmatig) : door de DIS-toets gedurende 2 seconden in te drukken, schakelt u tussen de ingestelde DAY (TAG) en NIGHT (NACHT) waarden. DAY (TAG): Instellen van de display helderheid voor overdag. NIGHT (NACHT): Instellen van de display helderheid voor de nacht. SCROLL: Scroll door de weergegven inhoud als deze langer is dan kan worden weergeven. Opties: Scroll eenmalig (1X) of permanent (ON (AN)) door de nieuwe informatie. LANGUAGE (SPRACHE): Selecteer de menutaal van uw apparaat. Mogelijke talen: DEUTSCH (Duits)/ ENGLISH (Engels). COLOR (FARBE): Selecteer de kleur van het display en de toetsen (er kunnen 7 kleuren worden ingesteld). VOLUME (LAUTSTAERKE): In dit submenu kunt u de volume-instellingen voor het apparaat maken. ON VOLUME (AN LAUTST): Kies of het apparaat opnieuw moet worden herstart met het laatst gebruikte volume LAST VOLUME (LETZTE LAUTSTÄRKE) of met een geprogrammeerde waarde. Opmerking: Het schakelvolume is altijd beperkt tot het maximale. 30. TA VOL: Instellen van het volume voor verkeersberichten. Als het volume van het actieve verkeersbericht wordt gewijzigd, wordt deze instelling bijgewerkt of overschreven. HF VOL: Instellen van het volume van de hands-free kit. Als het volume tijdens een telefoongesprek wordt gewijzigd, wordt deze instelling bijgewerkt of overschreven. BEEP: Instellen van het geluidssignaal bij het indrukkken van een toets. Opmerking: Het opslaan van een station wordt altijd bevestigd door een geluid, zelfs als BEEP op OFF (AUS) is ingesteld. CLOCK (UHR): In dit submenu kunt u instellingen maken voor de klok. Zie ook hoofdstuk KLOK. CLOCK (UHR): Schakelt de tijdweergave in/uit wanneer het apparaat is uitgeschakeld. Als het apparaat is uitgeschakeld en het contact is ingeschakeld, geeft het display de klok weer. MODUS: Omschakelen tussen 12- en 24-uurs weergave. SET 00:00: Handmatig instellen van de klok. Draai de knop / draaiknop naar links: Instellen van de minuten. Draai de knop / draaiknop naar rechts: Instellen van de uren. Opmerking: Als RDSCLOCK (RDSUHR) actief is, wordt de handmatig ingestelde tijd overschreven.
RDSCLOCK (RDSUHR):NL
Activering van automatische tijdinstellingen met behulp van het RDS-gegevenssignaal van de radio.
VARIOUS (DIVERSES): In dit menu kunnen verschillende instellingen worden gemaakt. DEMO: In-/uitschakelen van de demonstratiefunctie/verkoopmodus (indien gedurende een bepaalde tijd geen enkele toets wordt ingedrukt, verschijnt het opschrift met de functies van het apparaat en verandert de kleur van het display continu). AUX: Activeren/deactiveren van de AUX-ingang (in-/uitschakelen van de selectie via de SRC-toets). SCAN: Stel de tijd van de afspeelfunctie in (4/8/12/16/60 seconden). SWC: Voor het opslaan van de stuurafstandsbediening, zie het hoofdstuk STUURAFSTANDSBEDIENING (SWC). VERSION: Verzoek om de softwareversie van het apparaat. NORMSET: Herstellen van de fabrieksinstellingen van het apparaat. BLUETOOTH®: In dit submenu kunt u instellingen maken voor de Bluetooth® functie. Zie ook hoofdstuk BLUETOOTH HANDENVRIJ BELLEN. PB SEARCH (TB SUCHE): Zoeken naar een naam in het telefoonboek PHONEBOOK (TELEFONBUCH) Het oproepen van een telefoonboek overgebracht vanaf een mobiele telefoon. SOFTKEY: Configuratie van de extra functie van de toets "Oproep accepteren". DELETE P-BOOK (T-BUCH LOESCHEN): Het telefoonboek op uw apparaat verwijderen. DOWNLOAD P-BOOK (T-BUCH LADEN): Een telefoonboek laden vanaf een mobiele telefoon. VOICEDIAL (SPRACHWAHL) De spraakassistent starten op de verbonden telefoon. DIAL NEW (NEUE NR WAEHLEN): Handmatige invoer van het te selecteren telefoonnummer.NL
18. Montage | Demontage | Aansluitingen
Installatieprincipes Installeer het apparaat alleen als u ervaring heeft met het inbouwen van autoradio's en vertrouwd bent met het elektrische systeem van het voertuig. Neem de informatie over de aansluitingen van het apparaat in acht. Sluit het apparaat alleen aan met geschikte adapters; zorg ervoor dat alle kabels de juiste signalen of spanningen dragen. De stekkers in het voertuig mogen niet rechtstreeks op de autoradio worden aangesloten. De installatie van het apparaat mag de werking van de airbags en andere veiligheidsvoorzieningen en/of bedieningselementen niet hinderen of blokkeren. Ontkoppel de voertuigbatterij (minpool, massa) voordat u het apparaat installeert, omdat anders storingen of schade aan het apparaat of de voertuigelektronica kunnen ontstaan. Neem de veiligheidsaanwijzingen van de autofabrikant in acht (airbag, alarmsysteem, boordcomputer, startonderbreker, enz.). Afhankelijk van het voertuig waarin het apparaat moet worden geïnstalleerd, zijn optionele en specifieke verbindingsadapters en/of montagetoebehoren zoals montageframes, afdekkingen, enz. vereist. Installatiefouten kunnen leiden tot beschadiging van het apparaat of van de voertuigelektronica. De radiobehuizing warmt op tijdens het gebruik; zorg ervoor dat er geen kabels in contact komen met de behuizing. Indien u hulp nodig heeft bij het installeren van het toestel, raadpleeg dan een gespecialiseerde installateur van Hi-Fi voor auto's. Om het apparaat te verwijderen, moet u de zijafdekkingen losmaken (zie het hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN, APPARAAT); ze kunnen met een vingernagel van de zijkant worden opgetild. Steek de ontgrendelingshendels in de gaten totdat ze vastklikken. Trek het apparaat vervolgens voorzichtig uit de montageplaat. Zorg ervoor dat er geen kabels worden beschadigd.NL Verbindingen en verbindingsdefinities ① SWC: Aansluiting op stuurafstandsbediening, externe adapter/interface kan nodig zijn, zie het hoofdstuk STUURAFSTANDSBEDIENING (SWC) ② SUB/ SW: Subwoofer uitgang voor aansluiting van een actieve subwoofer ③ PREAMP- OUT (RF, LF, RR, LR): Voorversterkeruitgangen voor aansluiting van een externe versterker ④ AUX-IN: Aansluiting voor externe geluidsbron ⑤ EXT-MIC: SMB aansluiting met 12 V fantoomvoeding (max. 150 mA) ⑥ DAB-antenne: SMB connector met 12 V fantoomvoeding (max. 150 mA) ⑦ FM/ AM-antenne: DIN-poort ⑧ Aansluitblok met vak A (stroomvoorziening), vak B (luidspreker) en apparaatzekering (platte autozekering, 10 A, rood)
RADIO MUTE: Radio dempen via massacontact PERM. 12 V+/ BATT (kl.30): Accu AUTO ANTENNA (auto antenne): Omschakelbare voeding voor actieve antennes of stuurspanning voor externe eindversterkers/subwoofers (12 V, max. 150 mA) ILLUMINATION: Ingang voor voertuigverlichting, vereist voor het automatisch omschakelen van de helderheid van toetsen/display. De ingang vereist 0 V/12 V. PWM-signalen kunnen knippering van het display veroorzaken en mogen niet worden gebruikt. ACC/ IGNITION (kl.15): Schakelen van het plus contact GND (kl..31): Massa Opmerking: Dit apparaat ondersteunt geen CD-wisselaars of andere componenten die compatibel zijn met oudere Blaupunkt-apparaten. Opmerking: Zorg ervoor dat het contact en de permanente plus correct zijn aangesloten, anders neemt het apparaat meer stroom op en schakelt het niet volledig uit, wat kan leiden tot ontlading van de autoaccu!
19. Nuttige informatie | Technische gegevens
Garantie De huidige garantievoorwaarden vindt u op www.blaupunkt.com. Als er geen verdere informatie wordt verstrekt, zijn de lokale wetsvoorschriften van toepassing. Onderhoud Als u een reparatiedienst nodig heeft, neem dan contact op met de Blaupunkt dealer bij wie u het product heeft gekocht. Meer informatie over servicepartners in een bepaald land vindt u opwww.blaupunkt.comInformatie over servicepartners in het land Technische gegevens Montagehoek van eenheid met CD-drive -10 tot +18° Stroomvoorziening - afstandsbediening (optioneel, batterij niet meegeleverd) 3 V, CR2025 Bedrijfsspanning: 10.5 -14.4 V Stroomverbruik tijdens bedrijf < 10 A Uit (kl. 15/ ACC uit): < 5 mA USB-aansluiting 5 V, max. 1 A
Hieronder vindt u illustraties van fouten en hun mogelijke oplossingen. Als u nog steeds problemen heeft met dit apparaat, neem dan contact op met uw dealer of het Blaupunkt Service Center. Laat de installatie in geval van problemen controleren of uitvoeren door een specialist. De meeste problemen die zich voordoen kunnen het gevolg zijn van een verkeerde aansluiting en bediening.
- Eenmaal gemonteerd, gaan de controlelampjes van de airbag op het dashboard branden / werkt de snelheidsmeter niet meer, enz. Het apparaat was waarschijnlijk verkeerd aangesloten. Koppel onmiddellijk de accu van het voertuig los en verwijder de radio. Laat de installatie uitvoeren/controleren door een specialist.
- Bij het inschakelen geeft het apparaat 1 HOUR / 1 UUR aan en schakelt het na een uur uit: Het plus contact is niet aangesloten of niet geactiveerd. Controleer de aansluitingen.
- Bij hogere volumeniveaus knippert het display/schakelt het apparaat volledig uit: Controleer de doorsnede van de voedingskabel. Laat de installatie uitvoeren/controleren door een specialist.
- De afstandsbediening werkt niet: Controleer of de batterij goed op zijn plaats zit, verwijder de kleine plastic film, richt de afstandsbediening op het apparaat voor direct visueel contact.NL
- Het apparaat schakelt niet in/ Het apparaat reageert niet op ontsteking/ Het apparaat schakelt na een bepaalde tijd altijd automatisch uit/ Het apparaat kan niet worden ingeschakeld zonder contactontsteking: Contactontsteking /permanente plus correct aangesloten? De contactontstekings-plus moet correct 0 V / 12 V schakelen, er mag geen restspanning op de het plus contact staan in de toestand "contactontsteking uit". Controleer of het apparaat correct is aangesloten; in geen geval mag u de autostekkers rechtstreeks op de radio aansluiten zonder eerst de PIN voor PIN-toewijzing te controleren. Laat de installatie uitvoeren/controleren door een specialist.
- De instellingen en/of geprogrammeerde stations gaan verloren, de tijd werkt niet correct: Kortom, het apparaat slaat de instellingen permanent op, zelfs zonder stroom. Sommige instellingen worden echter pas permanent opgeslagen wanneer het apparaat correct wordt uitgeschakeld, dus het is belangrijk dat het apparaat correct wordt uitgeschakeld. Functies zoals tijd, laatste bron, laatste afspeelpositie USB/CD vereisen permanente stroom. Voor een goede werking moet het apparaat correct worden aangesloten op een permanente stroomvoorziening die niet mag worden onderbroken.
- Het apparaat ontvangt geen of slecht radiosignalen: Controleer de antenne voor het gegeven ontvangstgebied. Controleer of een fantoomvoedingsadapter nodig is. Is de antenne correct gemonteerd? Veel antennes vereisen een tegenpool (carrosserie) nodig. LED-lampen of andere elektrische componenten kunnen de radio- ontvangst verstoren, daarom moeten dergelijke storingen worden uitgesloten. Als u de radio voor het eerst gebruikt, moet u ervoor zorgen dat het apparaat is ingesteld op de juiste radio-regio (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN).
- NO SIGNAL of NO SERVICE wordt plotseling weergegeven in de DAB- modus: Het huidige ENSEMBLE (programmapakket) heeft een te zwak signaal en audiosignaaldecodering is niet mogelijk. Kies een andere ENSEMBLE of controleer de DAB-antenne.
- Het apparaat geeft plotseling SEEK PI (PI ZOEKEN) / SEEK TA (TA ZOEKEN) weer of wijzigt het station als de radio in bedrijf is: Controleer de antenne en de instellingen van het apparaat. Deactiveer zo nodig de alternatieve frequentiefunctie (zie het hoofdstuk INSTELLINGEN). Slechte ontvangst kan ertoe leiden dat het apparaat het station wijzigt als de verkeersberichtenfunctie is ingeschakeld.
- In radiomodus geeft het apparaat de stationnaam niet correct weer: Stel het display naar wens in met de DIS-toets. Controleer de ontvangst (controleer de antenne). Opmerking: Sommige stations zenden extra informatie in plaats van de RDS-stationnaam; hierop heeft het apparaat geen invloed.
- USB, CD, SD of andere gegevensdragers werken niet: Controleer de werking met een andere gegevensdrager, formatteer de gegevensdrager, speel andere bestanden af.
- Bluetooth® problemen (het telefoonboek wordt niet weergegeven, de telefoon maakt geen verbinding, de gesprekspartner is niet te horen ): Controleer of er software-updates beschikbaar zijn voor de telefoon en/of de radio. Verwijder de radio uit de lijst op de telefoon en maak opnieuw verbinding. Bevestig alle verzoeken voor telefoonautorisaties door JA te antwoorden. Gebruik als test een andere telefoon.
- De gesprekspartner hoort mij niet: Controleer de aansluiting van de externe microfoon. Controleer de microfooninstelling in de Bluetooth®-instellingen (indien beschikbaar). Gebruik als test een andere telefoon.
- De SUB-OUT optie of de instellingen ervan op het apparaat werken niet: Controleer of de subwoofer correct is aangesloten op de SUB-OUT uitgang van het apparaat, anders hebben de opties in de geluidsinstellingen geen effect.
- De fout/het probleem wordt hier niet vermeld. De apparaatfunctie werkt niet zoals verwacht / het apparaat gedraagt zich niet zoals verwacht: Reset het apparaat naar de fabrieksinstellingen via MENU -> VARIOUS -> NORMSET. Controleer of de software up to date is. Actuele software-updates zijn beschikbaar op onze website of kunnen via onze service worden besteld. Opmerking: Een gedetailleerde beschrijving van de fout en de huidige software van het apparaat zijn noodzakelijk als u contact opneemt met de service.FI
Notice-Facile