SVI84881FB - Fornuis AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SVI84881FB AEG in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SVI84881FB - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SVI84881FB van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING SVI84881FB AEG
Bedankt dat je voor dit AEG-product hebt gekozen. We hebben het gecreëerd om jarenlang onberispelijke prestaties te leveren, met innovatieve technologieën die het leven eenvoudiger maken – functies die je wellicht niet op gewone apparaten aantreft. Neem een paar minuten de tijd om het beste uit het apparaat te halen. Ga naar onze website voor:Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www.aeg.com/supportRegistreer je product voor een betere service:www.registeraeg.comKoop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je apparaat:www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE EN SERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen. Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u de volgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer. De informatie vindt u op het typeplaatje. Waarschuwingen en veiligheidsinformatie Algemene informatie en tips Milieu-informatie Wijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet NEDERLANDS 65verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan van iemand die instaat voor hun veiligheid of wanneer zij van een dergelijk persoon instructies hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen..
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als die in werking is of afkoelt. Makkelijk toegankelijke onderdelen worden heet tijdens het gebruik.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
- WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
- Probeer NOOIT om een brand te blussen met water. Schakel het apparaat uit en bedek vervolgens de vlam, bv. met een deksel of een vuurdeken.
- WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals 66 NEDERLANDSeen tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld.
- LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken.
- Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende service of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken. NEDERLANDS 672. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend.
- Elk apparaat heeft koelventilatoren op de bodem.
- Als het apparaat gemonteerd wordt boven een lade: – Leg geen kleine dingen of papier dewelke kunnen binnengezogen worden, omdat ze de koelventilatoren kunnen beschadigen of het koelsysteem kunnen belemmeren. – Houd een minimumafstand van 2 cm tussen de bodem van het apparaat en de zaken die u in de lade bewaart.
- Verwijder de afscheidingspanelen die in de kast onder het apparaat zijn geïnstalleerd.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Verzeker jezelf ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat je welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ertoe leiden dat de contactklem te heet wordt.
- Gebruik het juiste elektriciteitssnoer.
- Zorg dat de stroomkabel niet verstrikt raakt.
- Zorg ervoor dat er een schokbescherming is geïnstalleerd.
- Zorg ervoor dat het snoer niet wordt belast door trekken.
- Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als je het apparaat op een nabijgelegen contactdoos aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat je de stekker (indien van toepassing) of het netsnoer niet beschadigt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum of een elektricien om een beschadigde stroomkabel te vervangen.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor 68 NEDERLANDSdat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- Verwijder voor gebruik (indien van toepassing) de verpakking, labels en beschermfolie.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor (binnenshuis) huishoudelijk gebruik.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na elk gebruik.
- Vertrouw niet alleen op de pandetector.
- Leg geen bestek of pannendeksels op de kookzones. Deze kunnen heet worden.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Als het oppervlak van het apparaat gebarsten is, haal dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt elektrische schokken.
- Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm bewaren van de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
- Als u eten in de hete olie doet, kan het spatten. WAARSCHUWING! Risico op brand en explosie
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd vlammen of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën als u ermee kookt.
- De dampen die erg hete olie vrijkomen, kunnen spontane ontbranding veroorzaken.
- Gebruikte olie die voedselresten kan bevatten, kan brand veroorzaken bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
- Zet geen heet kookgerei op het bedieningspaneel.
- Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken.
- Laat geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat vallen. Het oppervlak kan beschadigen.
- Activeer de kookzones niet met lege pannen of zonder pannen erop.
- Geen aluminiumfolie op het apparaat leggen.
- Pannen van gietijzer, aluminium of met beschadigde bodems kunnen krassen veroorzaken in het glas / glaskeramiek. Til deze voorwerpen altijd op als u ze moet verplaatsen op het kookoppervlak.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Het mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals het verwarmen van een kamer.
- Gebruik de Voedselsensor waarvoor het bedoeld is. Gebruik het niet om iets te openen of op te tillen. NEDERLANDS 69• Gebruik alleen de Voedselsensor die aanbevolen wordt voor de kookplaat, één tegelijkertijd.
- Gebruik het niet als het defect of beschadigd is.
- Gebruik de Voedselsensor niet in de oven of magnetron.
- De Voedselsensor kan temperaturen tot 120 °C aflezen.
- Zorg ervoor dat de Voedselsensor altijd in het eten of in de vloeistof tot aan de markering van het minimumniveau zit.
- Reinig de Voedselsensor voor het eerste gebruik. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen. Was de Voedselsensor niet in de vaatwasser. De siliconen handgreep kan verkleuren, wat geen effect heeft op de werking van de Voedselsensor.
- Gebruik de originele verpakking om de Voedselsensor op te slaan.
- Als u de Voedselsensor vervangt, bewaar dan de oude op minimaal 3 m afstand. De oude Voedselsensor kan de werking van de nieuwe beïnvloeden.
2.5 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.
- Voor informatie over het afvoeren van het apparaat dient u contact op te nemen met uw dealer, de door de fabrikant geautoriseerde of uw plaatselijke afvalverwerker.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat. Serienummer ...........................
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen. 70 NEDERLANDS3.3 Aansluitsnoer
- De kookplaat wordt geleverd met een aansluitkabel.
- Gebruik als vervanging van het beschadigde netsnoer het volgende snoertype: H05V2V2-F dat bestand is tegen een temperatuur van 90 °C of hoger. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Het aansluitsnoer mag alleen worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien.
Als je de kookplaat onder een kap installeert, raadpleeg je de installatie-instructies van de afzuigkap voor de minimumafstand tussen de apparaten. min. 50mm min. 500mm Als het apparaat boven een lade wordt geïnstalleerd, kan de ventilatie van de kookplaat de artikelen die zich in de lade bevinden tijdens het bereidingsproces opwarmen. Zoek de videotutorial "Hoe installeert u uw AEG inductiekookplaat - installatie op het aanrecht" door de volledige naam die in de onderstaande afbeelding staat in te typen. www.youtube.com/electroluxwww.youtube.com/aeg How to install your AEG Induction Hob - Worktop installation
NEDERLANDS 714. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
4.1 Indeling kookplaat
Inductiezone met Kook- En Bakassistent
Inductiezone met Kook- En Bakassistent en Bakken
Zone met antenne LET OP! Zet niets op de kookplaat in deze zone.
Om de beschikbare instellingen te bekijken, tikt u op het juiste symbool. Symbool Opmerking
AAN/UIT De kookplaat in- en uitschakelen. Menu Openen en sluiten van het Menu. Voedselsensor Het Voedselsensor-menu openen. Selectie van de zone Om de schuifregelaar voor de geselecteerde zone te openen. - Indicator van zone Om te laten zien voor welke zone de schuifregelaar actief is. - Om de timerfuncties in te stellen. - Schuifregelaar De warmte-instelling instellen. PowerBoost De functie activeren. 72 NEDERLANDSSymbool Opmerking
Blokkering Het in- en uitschakelen van de functie.
- Het venster van de Hob²Hood-infraroodsignaalcommunicator. Niet afdekken.
Pauze Het in- en uitschakelen van de functie.
0 - 9 - De huidige warmte-instelling weergeven.
Bridge Het in- en uitschakelen van de functie.
Markering van het minimumniveau
Aanbevolen onderdompelingsbereik (voor vloeistoffen)
Haak voor het plaatsen van de Voedselsensor op de rand
Handvat met antenne binnenin De Voedselsensor is een draadloze temperatuursonde die werkt zonder batterij, geleverd in een verpakking met de kookplaat. In het handvat zit een antenne. Een andere antenne bevindt zich onder het kookoppervlak, in het gebied tussen de twee kookzones achteraan. Om te zorgen voor een goede communicatie tussen de Voedselsensor en de kookplaat mag u niets op de kookplaat in dit gebied zetten. Het meetpunt bevindt zich halverwege het uiteinde en de markering van het minimumniveau. Plaats de Voedselsensor in het eten minstens tot aan de markering van het minimumniveau, indien mogelijk. Voor vloeistoffen, om de beste kookresultaten te krijgen, dompelt u de Voedselsensor in de vloeistof onder 2-5 cm boven de markering van het minimumniveau. Plaats de Voedselsensor op de rand van de pot of pan met de haak; dicht bij het gebied met de antenne, op een positie van 1 - 3 uur (voor de linkerkant van de kookplaat) of 9 - 11 uur (voor de rechterkant van de kookplaat). De volgende indicatoren tonen de sterkte van de verbinding tussen de kookplaat en de Voedselsensor op het display: , , . Als de kookplaat de verbinding niet kan maken, gaat aan. U kunt de Voedselsensor langs de rand van de pot bewegen om de verbinding tot stand te brengen of te versterken. De kookplaat vernieuwt de verbindingsstatus elke 3 seconden. Raadpleeg voor meer informatie "Aanwijzingen en tips voor Voedselsensor". NEDERLANDS 734.4 Belangrijkste kenmerken van uw kookplaat Uw nieuwe SensePro® kookplaat begeleidt u vakkundig door de hele kooksessie. Raadpleeg de onderstaande informatie om een aantal van de beste functies te ontdekken. Afhankelijk van het soort voedsel, kunt u Kook- En Bakassistent gebruiken met of zonder de Voedselsensor. Voor diverse gerechten krijgt u verschillende reeksen van functies. Voedselsensor - kan op twee manieren gebruikt worden. Het meet de temperatuur in functies zoals Thermometer enBakken, het helpt u bovendien nauwkeurig de temperatuur te handhaven voor verschillende soorten voedsel tijdens het koken Sous-vide of tijdens het gebruik van functies zoals Stroperij, Aan het sudderen of Opwarmen. Kook- En Bakassistent - vergemakkelijkt het koken door u te voorzien van kant-en- klare-recepten voor diverse gerechten, vooraf gedefinieerde kookparameters en stapsgewijze instructies. U kunt het gebruiken met de Voedselsensor, bijvoorbeeld om een steak te bereiden, of zonder, bijvoorbeeld om pannenkoeken te bereiden. De beschikbare opties zijn afhankelijk van het soort gerecht dat u wilt maken. In deze modus kunt u functies zoals Sous-vide, Bakken, Aan het sudderen, Opwarmen en nog veel meer gebruiken. Pop-upvensters en geluiden informeren u wanneer de vooraf gedefinieerde temperatuur is bereikt. U kunt toegang krijgen tot Kook- En Bakassistent vanaf de Menu. Sous-vide - een methode om vacuümverpakt voedsel op lage temperatuur te koken, gedurende een langere tijd, die u helpt vitaminen te besparen en de smaak te behouden. Uw kookplaat geeft u duidelijke instellingen en instructies om te volgen. Zodra u de functie selecteert via Kook- En Bakassistent, worden de temperaturen gedefinieerd voor verschillende voedingssoorten. U kunt ook uw eigen temperatuur kiezen als u de functie activeert via Sous-vide in de Menu. Bakken - een bakmethode met automatisch gecontroleerde warmteniveaus, speciaal voor verschillende soorten voedsel. Het helpt u oververhitting van voedsel of olie te voorkomen. U kunt het activeren door Kook- En Bakassistent te selecteren uit de Menu. Thermometer - met deze functie meet de Voedselsensor de temperatuur tijdens het koken. U kunt het niet gebruiken wanneer de Kook- En Bakassistent-functie werkt. Andere handige functies van uw kookplaat: Smelten - deze functie is perfect voor het smelten van chocolade of boter. PowerBoost - deze functie kookt snel grote hoeveelheden water. Pauze - deze functie verlaagt de warmte- instelling naar 1 voor alle kookzones, zodat u het voedsel langdurig warm kunt houden. Bridge - met deze functie kunt u beide zones aan de linkerkant combineren en gebruik maken van groter kookgerei. U kunt het gebruiken met Bakken. Hob²Hood - deze functie verbindt de kookplaat met een speciale kap en past de ventilatorsnelheid dienovereenkomstig aan. Blokkering - deze functie schakelt het bedieningspaneel tijdelijk uit tijdens het koken. Kinderslot - deze functie schakelt het bedieningspaneel uit terwijl de kookplaat niet werkt, waardoor onbedoeld gebruik wordt voorkomen. Stopwatch, Timer met aftelfunctie en Kookwekker - zijn drie functies waaruit u kunt kiezen om de kooktijd beter te controleren. Zie "Dagelijks gebruik" voor meer informatie.
74 NEDERLANDS5. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Gebruik van het display
- Alleen de symbolen met achtergrondverlichting kunnen worden gebruikt.
- Om een bepaalde optie te activeren, tikt u op het desbetreffende symbool op het display.
- De geselecteerde functie wordt ingeschakeld als u uw vinger van het display verwijdert.
- Gebruik een snelle aanraking om door de beschikbare opties te bladeren of sleep uw vinger over het display. De snelheid van de aanraking bepaalt hoe snel het scherm beweegt.
- Het scrollen kan zelf stoppen of u kunt het direct stoppen als u het display aanraakt.
- U kunt de meeste van de op het display weergegeven parameters wijzigen wanneer u tikt op de relevante symbolen.
- Om de vereiste functie of tijd te selecteren kunt u door de lijst bladeren en/of de gewenste optie aanraken.
- Als de kookplaat actief is en een aantal symbolen verdwijnen van het display, raak het display dan opnieuw aan. Alle symbolen komen weer terug.
- Voor bepaalde functies verschijnt bij het opstarten een pop-upvenster met aanvullende informatie. Om het pop- upvenster permanent uit te schakelen, controleert u voordat u de functie activeert.
- Selecteer eerst een zone om de timerfuncties te activeren. Symbolen nuttig voor displaynavigatie De selectie of instelling bevestigen. Om één niveau terug/verder te gaan in het Menu. Symbolen nuttig voor displaynavigatie Om omhoog/omlaag te scrollen in de instruc‐ ties op het display. Om de opties te activeren/deactiveren. Om het pop-upvenster te sluiten. Om een instelling te annuleren.
5.2 Eerste aansluiting op het
elektriciteitsnet Als u de stekker van de kookplaat in het stopcontact steekt, dan moet u Taal, Helderheid display en Geluidsvolume. instellen. U kunt de instelling wijzigen in Menu > Instellingen > Instelling. Zie "Dagelijks gebruik".
5.3 Voedselsensor kalibratie
Voordat je de Voedselsensor gaat gebruiken, moet u deze kalibreren om ervoor te zorgen dat de temperatuurmetingen correct zijn. Zodra de Voedselsensor goed gekalibreerd is, meet hij de temperatuur op het kookpunt met een tolerantiebereik van + /- 2 °C. Volg deze procedure wanneer:
- u de kookplaat voor de eerste keer installeert;
- u de kookplaat naar een andere locatie verplaatst (wijziging van hoogte);
- u de Voedselsensor vervangt. Gebruik een pot met een bodemdiameter van 180 mm en vul deze met 1 - 1,5 l water. Doe geen zout in het water, dit kan de procedure beïnvloeden.
1. Om de functie te kalibreren of opnieuw te
kalibreren, plaatst u de Voedselsensor op de rand van een pot. Vul de pot met koud water, ten minste tot de markering van NEDERLANDS 75het minimumniveau, en plaats deze op de linker kookzone vooraan.
Selecteer Instellingen > Voedselsensor > Kalibratie uit de lijst.
3. Tik op Kalibreer.
Volg de instructies op het scherm. Om Menu af te sluiten, tik je op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster.
5.4 Voedselsensor aan het
koppelen Oorspronkelijk is uw kookplaat gekoppeld aan de Voedselsensor bij levering. Als u de Voedselsensor vervangt door een nieuwe, moet u deze koppelen met uw kookplaat.
Selecteer Instellingen > Voedselsensor > Koppelen uit de lijst.
2. Tik op Zet uit om de
vorigeVoedselsensor los te koppelen.
3. Tik op Koppelen naast de kookzone.
Een pop-upvenster verschijnt.
4. Voer de vijfcijferige code in die op uw
nieuwe Voedselsensor is gegraveerd met behulp van het numerieke toetsenbord.
5. Raak OK aan om te bevestigen.
Uw Voedselsensor is nu gekoppeld met de kookplaat. Kalibreer altijd de Voedselsensor na het koppelen. Om Menu af te sluiten, tikt u op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster.
Tik op om toegang te krijgen tot de instellingen van de kookplaat en om die te wijzigen of om sommige functies te activeren. Om Menu af te sluiten, tik je op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster. Om door de Menu te navigeren, gebruik je of . De tabel toont je de basis Menu structuur. Kook- En Bakassistent Functies kookplaat Sous-vide Thermometer Smelten Instellingen Kinderslot Stopwatch Hob²Hood Voedselsensor Verbinding Kalibratie Koppelen Instelling Kook- En Bakassistent Taal Toetsvolume Geluidsvolume Helderheid display Service Demo Modus Licentie Softwareversie tonen Alarmgeschiedenis Alles resetten
76 NEDERLANDS6. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 In- of uitschakelen
Raak 1 seconde aan om de kookplaat in– of uit te schakelen.
6.2 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld.
- u de kookstand niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld.
- u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- de kookplaat te heet wordt (b.v. als een pan droogkookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
- u verkeerd kookgerei gebruikt of als er geen kookgerei op een bepaalde zone staat. Het witte kookzonesymbool knippert en de inductiekookzone wordt automatisch na 2 minuten gedeactiveerd.
- u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand verandert. Na enige tijd verschijnt er een bericht en wordt de kookplaat uitgeschakeld. De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt: Warmte-instelling De kookplaat wordt uitgeschakeld na
Wanneer u Bakken gebruikt, wordt de kookplaat na 1,5 uur gedeactiveerd. Voor Sous-vide wordt de kookplaat na 4 uur gedeactiveerd.
6.3 De kookzones gebruiken
Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone. Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmeting van het kookgerei aan. Zodra u een pan op de geselecteerde kookzone plaatst, detecteert de kookplaat die automatisch en verschijnt de relevante schuifregelaar op het display. De schuifregelaar is gedurende 8 seconden zichtbaar en na die tijd gaat het display terug naar de hoofdweergave. Om de schuifregelaar sneller te sluiten tikt u op het scherm buiten het gebied van de schuifregelaar. Wanneer andere zones actief zijn, kan de warmte-instelling voor de zone die u wilt gebruiken, worden beperkt. Zie "Stroommanagement". Zorg ervoor dat de pan geschikt is voor inductiekookplaten. Kijk voor meer informatie op types kookgerei in het hoofdstuk 'Hints en tips'. Controleer de grootte van de pan in "Technische gegevens".
6.4 Warmte-instelling
1. Schakel de kookplaat in.
2. Plaats de pan op de geselecteerde
kookzone. De schuifregelaar voor de actieve kookzone verschijnt op het display en is actief gedurende 8 seconden.
3. Tik erop of schuif met uw vinger om de
gewenste warmte-instelling in te stellen. Het symbool wordt rood en groter. NEDERLANDS 77U kunt ook de warmte-instelling wijzigen tijdens het koken. Raak het zoneselectiesymbool aan op de hoofdweergave van het bedieningspaneel en beweeg uw vinger naar links of rechts (om de warmte-instelling te verlagen of te verhogen).
Deze functie activeert meer vermogen voor de geschikte inductiekookzone; ze is afhankelijk van de grootte van het kookgerei. De functie kan maar voor een beperkte periode worden geactiveerd.
1. Tik eerst op het gewenste zonesymbool.
2. Tik op of schuif uw vinger naar rechts
om de functie voor de gekozen kookzone te activeren. Het symbool wordt rood en groter. De functie wordt automatisch uitgeschakeld. Om de functie manueel te deactiveren selecteert u de zone en wijzigt u de warmte- instelling ervan. Raadpleeg voor maximale tijdsduur "Technische gegevens".
6.6 OptiHeat Control(3-staps
restwarmte-indicator) WAARSCHUWING! III / II / I Zolang het indicatielampje aanstaat, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte. De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte rechtstreeks in de bodem van het kookgerei. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei. De indicatielampjes III / II / I verschijnen wanneer een kookzone heet is. De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die je momenteel gebruikt. Het indicatielampje kan ook verschijnen:
- voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt,
- als er heet kookgerei op een koude kookzone wordt geplaatst,
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de kookzone nog heet is. Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone is afgekoeld.
+STOP Timer met aftelfunctie Gebruik deze functie om aan te geven hoelang een kookzone moet werken tijdens een enkele kooksessie. U kunt de functie voor iedere kookzone afzonderlijk instellen.
1. Stel eerst de warmte-instelling voor de
juiste kookzone in en daarna de functie.
2. Raak het symbool van de zone aan.
Het timermenuvenster verschijnt op het display.
om de functie in te schakelen. De symbolen wijzigen naar +STOP
5. Schuif uw vinger naar links of rechts om
de gewenste tijd (bijvoorbeeld uren en/of minuten) te selecteren.
6. Tik op OK om jouw selectie te
bevestigen. U kunt er ook voor kiezen om uw keuze te annuleren. Als de tijd verstreken is, klinkt er een signaal en knippert . Raak aan om het signaal te stoppen. Om de functie uit te schakelen, stel je de warmte-instelling in op 0. Of u tikt op links van de timerwaarde, tik dan op ernaast en bevestig uw keuze als een pop- upvenster wordt weergegeven. Kookwekker U kunt deze functie gebruiken als kookwekker terwijl de kookplaat is 78 NEDERLANDSingeschakeld maar de kookzones niet werken. De functie heeft geen invloed op de werking van de kookzones.
1. Selecteer eender welke kookzone.
De bijbehorende schuifregelaar verschijnt op het display.
Het timermenuvenster verschijnt op het display.
3. Schuif uw vinger naar links of rechts om
de gewenste tijd (bijvoorbeeld uren en minuten) te selecteren.
4. Tik op OK om jouw selectie te
bevestigen. U kunt er ook voor kiezen om uw keuze te annuleren. Als de tijd verstreken is, klinkt er een signaal en knippert . Raak aan om het signaal te stoppen. Om de functietoets te deactiveren tikt u op links van de timerwaarde, tik dan op ernaast en bevestig uw keuze als een pop- upvenster wordt weergegeven. Stopwatch De functie start automatisch met tellen onmiddellijk nadat u een kookzone hebt geactiveerd. Gebruik deze functie om te monitoren hoelang die werkt.
1. Tik op om toegang te krijgen tot
2. Blader door Menu om Instellingen >
Stopwatch te selecteren.
3. Tik op de schakelaar om de functie in/uit
te schakelen. De functie stopt niet wanneer u de pan opheft. Om de functie te resetten en de functie manueel opnieuw te starten, tik je op en selecteer je Resetten uit het pop- upvenster. De functie start met tellen vanaf 0. Om de functie voor één kooksessie te Pauze, tik je op en selecteer je Pauze uit het pop- upvenster. Selecteer Start om door te gaan met tellen.
Deze functie verbindt twee kookzones en deze werken dan samen als één kookzone met dezelfde warmte-instelling. U kunt de functie gebruiken met groot kookgerei.
1. Plaats het kookgerei op twee kookzones.
Het kookgerei moet het midden van beide zones bedekken.
2. Raak aan om de functie te activeren.
Het zonesymbool wijzigt.
3. De warmte-instelling instellen.
Het kookgerei dient het midden van beide zones te bedekken, maar niet voorbij de gebiedsmarkering komen. Raak aan om de functie uit te schakelen. De kookzones werken onafhankelijk van elkaar.
Deze functie stelt alle kookzones in die op de laagste warmte-instelling werken. Je kunt de functie niet activeren wanneer Kook- En Bakassistent of Sous-vide wordt uitgevoerd. Als de functie werkt, kunnen enkel de symbolen en worden gebruikt. Alle andere symbolen op het bedieningspaneel zijn vergrendeld. De functie stopt de timerfuncties niet. NEDERLANDS 79Raak aan om de functie te activeren. gaat aan. De warmte-instelling wordt verlaagd naar 1. Voor het uitschakelen van de functie raak je aan. De functie stopt PowerBoost. De hoogste kookstand wordt opnieuw geactiveerd wanneer u opnieuw aanraakt.
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookplaat in werking is. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd. Stel eerst de kookstand in. Tik op om de functie in te schakelen. Als u de functie wilt deactiveren, houdt u 3 seconden ingedrukt. Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt.
1. Tik op op het display om de Menu te
2. Selecteer Instellingen > Kinderslot uit de
3. Zet de schakelaar aan en tik op de letters
A-O-X in alfabetische volgorde om de functie te activeren. Als u de functie wilt uitschakelen zet u de schakelaar uit. Om Menu af te sluiten, tikt u op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster. Om te navigeren door de Menu gebruikt u of .
6.12 Kook- En Bakassistent
Deze functie past de parameters aan verschillende soorten voedsel aan en behoudt ze tijdens het koken. Met de functie kun JE een breed scala aan gerechten bereiden, zoals Vlees, Vis/ Zeevruchten, groenten, Soep, Sauzen, Pasta of Melk. Er zijn verschillende bereidingsmethoden beschikbaar voor verschillende soorten voedsel, bijv. voor kip kunt u kiezen tussen Bakken, Sous-vide of Stroperij. U kunt de funtie alleen de aan de linkerkant van de kookplaat activeren. Kook- En Bakassistent met de Sous-vide-functie worden geactiveerd voor de linker kookzone vooraan of achteraan. Als je Bakken wilt gebruiken, kan die worden geactiveerd voor de linker kookzone vooraan of beide kookzones bij overbrugging. Als Kook- En Bakassistent in werking is op de linker kookzone vooraan, gebruik je de zones aan de rechterkant voor het koken zonder de functie. Gebruik geen kookgerei met een bodemdiameter van meer dan 200 mm op de linker kookzone achteraan wanneer de functie op de linker kookzone vooraan werkt. Dit kan de verbinding tussen de Voedselsensor en de antenne onder het kookoppervlak beïnvloeden. Verwarm het kookgerei niet vóór het koken. Gebruik alleen koud kraanwater of koude vloeistoffen, indien van toepassing. Verwarm alleen koude gerechten. Volg voor Bakken de instructies op het scherm. Voeg olie toe zodra de pan heet is. Met werkt Kook- En Bakassistent de timerfunctie als Kookwekker. De functie stopt niet wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
1. Als je de functie wilt activeren, raak je
of en selecteer je Kook- En Bakassistent.
2. Kies uit de lijst het soort voedsel dat u
zou willen bereiden. Voor elk type van voedsel zijn er een paar opties beschikbaar. Volg de instructies weergegeven op het display.
- Je kunt tikken op OK bovenaan het pop-upvenster om de standaardinstellingen te gebruiken. 80 NEDERLANDS• Voor Bakken kun je het standaardwarmteniveau wijzigen. Voor sommige gerechten kunt u de kerntemperatuur van het voedsel controleren als je de Voedselsensor gebruikt.
- Voor de meeste opties, bijvoorbeeld Sous-vide en Stroperij, kun je de standaardtemperatuur wijzigen.
- U kunt de standaardtijd wijzigen of uw eigen tijd instellen. Alleen voor Sous- vide is de minimale tijd vooraf gedefinieerd. Aanvullende instructies met gedetailleerde informatie zijn beschikbaar op het scherm. U kunt ze scrollen met en .
3. Raak OK aan. Volg de instructies in de
pop-upvensters. Sommige opties beginnen met voorverwarmen. U kunt de voortgang volgen op de controlebalk.
4. Als er een pop-upvenster verschijnt met
instructies, tik je op OK en dan op Start om verder te gaan. De functie werkt met de vooraf gedefinieerde instellingen. Om het pop-upvenster permanent uit te schakelen, controleert u voordat u de functie activeert.
5. Zodra de ingestelde tijd voorbij is,
weerklinkt er een geluidssignaal en wordt er een pop-upvenster weergegeven. Om het venster te sluiten, raak je OK aan. De functie stopt niet automatisch. Voor Sous- vide wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld na maximaal vier uur. Om de functie te stoppen, raak je of aan, of het symbool van de actieve zone, en selecteer je Stop. Druk op Ja in het pop- upvenster om te bevestigen.
Voor het bereiden van vlees, vis of groenten met behulp van de functie hebt u geschikte zip-zakjes of plastic zakjes en een vacuümsealer nodig. Doe gekruid voedsel in zakjes en sluit ze met de vacüumsealer af. U kunt ook porties voedsel kopen die klaar zijn om te bereiden met deze kookmethode. WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat u zich houdt aan de voedselveiligheidsprincipes. Zie 'Nuttige aanwijzingen en tips'. Met deze functie bent u vrij om uw eigen tijd en temperatuur (tussen 35 en 85 °C) te kiezen, geschikt voor het soort voedsel dat u wilt bereiden. Gebruik maximaal 4 liter water; bedek de pot met een deksel. Voor meer informatie over bereidingsparameters raadpleegt u de tabel van de Bereidingsgids in "Aanwijzingen en tips". Ontdooi voedsel voordat u dit voorbereid. De functie kan alleen worden geactiveerd voor de linker kookzone vooraan of achteraan. Als Sous-vide in werking is, gebruik je de zones aan de rechterkant voor het koken zonder de functie. Met Sous-vide werkt de timerfunctie als Kookwekker. De functie wordt pas na maximaal vier uur automatisch uitgeschakeld.
1. Bereid porties voedsel volgens de
bovenstaande instructies.
2. Plaats een met koud water gevulde
kookpot op de voorste of achterste linker kookzone.
3. Raak > Sous-videaan. Je kunt ook
> Functies kookplaat > Sous- videaanraken.
4. Selecteer de juiste temperatuur.
Stel de tijd in (optioneel). De tijd van de kooksessie is afhankelijk van de dikte en het type voedsel.
5. Raak OK aan om door te gaan.
6. Plaats de Voedselsensor op de rand van
7. Raak OK aan om het pop-upvenster te
8. Raak Start aan om voorverwarming te
activeren. Zodra de pan de beoogde temperatuur bereikt, weerklinkt er een geluidssignaal en wordt er een pop-upvenster weergegeven. Tik op OK om te bevestigen.
9. Plaats porties voedsel in zakjes verticaal
in de pot (je kunt een Sous-vide-rek gebruiken). Tik op Start. NEDERLANDS 81Als je de Kookwekker instelt, begint deze samen met de functie te werken.
10. Zodra de ingestelde tijd voorbij is,
weerklinkt er een geluidssignaal en knippert . Om het signaal te stoppen, raakt u aan. Om de functie te stoppen of opnieuw aan te passen, raak je of het symbool van de actieve zone aan en vervolgens Stop. Raak in het pop-upvenster Ja aan om te bevestigen. KeepTemperature Je kunt de Sous-vide-functie voor het koken gebruiken terwijl de Voedselsensor nauwkeurig de temperatuur regelt en handhaaft (met een nauwkeurigheid van + /- 1 °C). U kunt een breed scala aan gerechten bereiden, zoals gekruide fonds of sauzen (bijvoorbeeld verschillende soorten curry of bouillabaisse). U kunt uw eigen parameters instellen of de tabel van de Bereidingsgids in "Aanwijzingen en tips" raadplegen. De functie kan alleen worden geactiveerd voor de linker kookzone vooraan of achteraan.
1. Tik op > Functies kookplaat > Sous-
vide of krijg toegang tot de functie door te tikken op > Sous-vide.
2. Selecteer de juiste temperatuur.
Stel de tijd in (optioneel).
3. Raak OK aan om door te gaan.
4. Plaats de Voedselsensor op de rand van
de pot of plaats die in het voedsel.
5. Raak Start aan om voorverwarming te
activeren. Zodra de pan de beoogde temperatuur bereikt, weerklinkt er een geluidssignaal en wordt er een pop-upvenster weergegeven.
6. Raak OK aan om het pop-upvenster te
Als je de Kookwekker instelt, begint deze samen met de functie te werken.
8. Zodra de ingestelde tijd voorbij is,
weerklinkt er een geluidssignaal en knippert . Om het signaal te stoppen, raakt u aan. Om de functie te stoppen of opnieuw aan te passen, raak je of het symbool van de actieve zone aan en vervolgens Stop. Raak in het pop-upvenster Ja aan om te bevestigen.
Met deze functie werkt de Voedselsensor als een thermometer die u helpt de temperatuur van het voedsel of de vloeistof te controleren tijdens het koken. U kunt er bijvoorbeeld op vertrouwen om melk op te warmen of de temperatuur van babyvoeding te controleren. Ten minste één kookzone moet actief zijn om de functie te kunnen gebruiken. U kunt de functie activeren voor alle kookzones, maar slechts voor één kookzone tegelijk.
1. Plaats de Voedselsensor in het eten of in
de vloeistof tot aan de markering van het minimumniveau.
2. Tik op op het display om het
Voedselsensor-menu te openen en kies Thermometer. U kunt ook tikken op > Functies kookplaat > Thermometer.
De meting begint op de actieve kookzone. Als geen van de kookzones actief is, verschijnt er een pop-upvenster met informatie. Om de functie te stoppen, raakt u de cijfers aan die de temperatuur aangeven of raakt u aan en selecteert u Stop.
U kunt deze functie gebruiken om verschillende producten, zoals chocolade of boter, te smelten. U kunt de functie alleen gebruiken voor één kookzone tegelijkertijd.
1. Tik op op het display om de Menu te
2. Selecteer Functies kookplaat > Smelten
U moet de gewenste kookzone selecteren. 82 NEDERLANDSAls de kookzone al actief is, verschijnt er een pop-upvenster. Annuleer de vorige warmte-instelling om de functie te activeren. Om Menu af te sluiten, tikt u op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster. Om te navigeren door de Menu gebruikt u of . Om de functie te stoppen, tikt u op het zoneselectiesymbool en vervolgens op Stop.
1. Tik op op het display om de Menu te
3. Kies de gewenste taal uit de lijst.
Als u de verkeerde taal kiest, tik dan op . Er verschijnt een lijst. Selecteer de derde optie van bovenaan en vervolgens de voorlaatste optie. Selecteer vervolgens de tweede optie. Scrol omlaag om de gewenste taal uit de lijst te kiezen. Tot slot kiest u de optie aan de rechterkant. Om Menu af te sluiten, tikt u op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster. Om te navigeren door de Menu gebruikt u of .
6.17 Toetsvolume / Geluidsvolume
U kunt het type geluid dat uw kookplaat uitzendt kiezen of u kunt ervoor kiezen het geluid volledig uit te schakelen. U kunt kiezen tussen een klik (standaard) of piep.
1. Tik op op het display om de Menu te
Toetsvolume / Geluidsvolume uit de lijst.
3. Kies de gewenste optie.
Om Menu af te sluiten, tikt u op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster. Om te navigeren door de Menu gebruikt u of .
6.18 Helderheid display
U kunt de helderheid van het display wijzigen. Er bestaan 4 helderheidsniveau´s: 1 is de laagste en 4 is de hoogste.
1. Tik op op het display om de Menu te
Helderheid display uit de lijst.
3. Kies het gewenste niveau.
Om Menu af te sluiten, tikt u op of op de rechterkant van het display, buiten het pop- upvenster. Om te navigeren door de Menu gebruikt u of .
6.19 Stroommanagement
Als er meerdere zones actief zijn en het verbruikte vermogen de limiet van de stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze functie het beschikbare vermogen tussen alle kookzones. De kookplaat regelt de warmte- instellingen om de zekeringen van de installatie in het huis te beschermen.
- Kookzones zijn gegroepeerd volgens de locatie en het aantal fasen van de kookplaat. Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading van 3680 W. Als de kookplaat binnen één fase de limiet van het maximaal beschikbare vermogen bereikt, wordt het vermogen van de kookzones automatisch verlaagd.
- De maximale warmte-instelling is zichtbaar op de schuifregelaar. Alleen de cijfers in wit zijn actief.
- Als er geen hogere warmte-instelling beschikbaar is verlaag dit dan eerst voor de andere kookzones. Zie de afbeelding voor mogelijke combinaties waarin vermogen over de kookzones kan worden verdeeld.
NEDERLANDS 837. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
- Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet.
- Schuif of wrijf de pan niet over het keramische glas, om krassen te voorkomen. Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein. Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt. Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
- De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
- Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet dicht bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren. Raadpleeg de technische gegevens.
7.2 Juiste pannen voor de Bakken-
functie Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem. Controleer of de pan geschikt is:
1. Zet uw pan ondersteboven.
2. Leg een liniaal op de bodem van de pan.
3. Probeer om een muntje van 1, 2 of 5
eurocent (of met een muntje van dezelfde dikte) tussen de liniaal en de bodem van de pan te steken. 84 NEDERLANDSa. De pan is niet geschikt als u het muntstuk tussen de liniaal en de pan kunt steken. b. De pan is geschikt als u het muntstuk niet tussen de lineaal en de pan kunt steken.
7.3 Lawaai tijdens gebruik
- kraakgeluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich- constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich- constructie).
- zoemend geluid: als u hoge kookstanden gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op, de pan wordt gedetecteerd nadat u hem op de kookplaat hebt gezet.
- sissend, brommend: de ventilator werkt. Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.
7.4 Öko Timer (Eco-timer)
Om energie te besparen schakelt het verwarmingselement van de kookzone eerder uit dan het signaal van de timer met aftelfunctie klinkt. Het verschil in werkingstijd hangt af van het niveau van de kookstand en de tijd dat u kookt.
kooktoepassingen De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt. De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn. Warmte-instel‐ ling Gebruik om het volgende te doen: Tijd (min) Aanwijzingen 1 Houd gekookt voedsel warm. indien no‐ dig Doe een deksel op het kookgerei.
5 - 25 Van tijd tot tijd mengen.
10 - 40 Kook met een deksel erop.
2 - 3 Zachtjes aan de kook brengen van rijst
en gerechten op melkbasis, reeds be‐ reide gerechten opwarmen.
25 - 50 Voeg minimaal twee keer zo veel
vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. NEDERLANDS 85Warmte-instel‐ ling Gebruik om het volgende te doen: Tijd (min) Aanwijzingen
3 - 4 Stoom groenten, vis, vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels vocht toe.
4 - 5 Stoom aardappelen. 20 - 60 Gebruik max. ¼ l water voor 750 g
4 - 5 Bereid grotere hoeveelheden voedsel,
stoofschotels en soepen.
60 - 150 Tot 3 liter vloeistof plus ingrediënten.
6 - 7 Zachtjes bakken: escalope, kalfsvlees
cordon bleu, cutlets, rissoles, worstjes, lever, roux, eieren, pannenkoeken, do‐ nuts. indien no‐ dig Halverwege de bereidingstijd omdraai‐ en.
5 - 15 Halverwege de bereidingstijd omdraai‐
en. 9 Kook water, kook pasta, braadvlees (goulash, stoofvlees), frietjes bakken. Grote hoeveelheden water koken. PowerBoost is ingeschakeld.
7.6 Aanwijzingen en tips voor de
Voedselsensor Voor functies zoals Kook- En Bakassistent en Sous-videkunt u alleen de Voedselsensor aan de linkerkant van de kookplaat gebruiken. Met de Thermometer- functie kunt u de Voedselsensor ook aan de rechterkant van de kookplaat gebruiken. Om een sterke verbinding ( , ) tussen de Voedselsensor en de kookplaat te verzekeren: Voor vloeistoffen
- Dompel de Voedselsensor onder in de vloeistof, binnen het aanbevolen onderdompelingsbereik. De markering van het minimumniveau moet worden bedekt.
- Plaats de Voedselsensor op de rand van de pot. Houd die indien mogelijk in de verticale positie. Zorg ervoor dat de punt ervan in contact komt met de bodem van de pot. Het handvat van de Voedselsensor moet altijd buiten de pot of pan liggen.
- Als u de Voedselsensor aan de linkerkant van de kookplaat wilt gebruiken, zorg er dan voor dat deze zich in de buurt van het midden van de kookplaat bevindt, op een positie van 1 - 3 uur. Als u het aan de rechterkant wilt gebruiken (met de Thermometer-functie), zorg er dan voor dat het op een positie van 9 - 11 uur wordt geplaatst. Zie de illustratie hieronder. 86 NEDERLANDSU kunt de Voedselsensor langs de rand van de pot bewegen als de verbinding niet tot stand komt.
- U kunt de pot gedeeltelijk bedekken met een deksel.
- Als u de kookzone links vooraan gebruikt, plaats dan geen grote potten op de kookzone links achteraan. Grote potten op de kookzone links achteraan kunnen het signaal blokkeren. Verplaats de grote pot naar de kookzone rechts achteraan Voor vaste levensmiddelen (kerntemperatuurmeting)
- Plaats de Voedselsensor door het dikste deel van het voedsel, tot aan de markering van het minimumniveau. Het meetpunt moet zich in het centrale deel van de portie bevinden.
- Zorg ervoor dat de Voedselsensor stevig in het voedsel zit. De metalen delen van de Voedselsensor mogen de wanden van de pot/pan niet raken. De haak van de handgreep moet naar beneden wijzen.
- Voor vlees/vis met een dikte van 2 - 3 cm moet de punt van de Voedselsensor de bodem van de pan bereiken.
- Verwijder de Voedselsensor voordat u het voedsel omdraait.
- Zorg er bij het gebruik van een plancha voor dat de handgreep van de Voedselsensor aan de rechterkant blijft, buiten het oppervlak ervan. Zie de illustratie hieronder.
7.7 Koken bij lage temperaturen -
voedselveiligheidsprincipes Zorg ervoor dat u zich houdt aan de volgende instructies bij het koken bij lage temperaturen, bijv. Sous-vide
- Was/desinfecteer uw handen voordat u voedsel bereidt. Gebruik wegwerphandschoenen.
- Gebruik alleen vers voedsel van hoge kwaliteit, dat bewaard werd in geschikte omstandigheden.
- Was en schil groenten en fruit altijd grondig.
- Houd uw werkblad en snijplanken schoon. Gebruik verschillende snijplanken voor verschillende soorten voedsel.
- Besteed speciale aandacht aan voedselhygiëne bij het bereiden van gevogelte, eieren en vis. Gevogelte moet altijd worden bereid bij een temperatuur van ten minste 65 °C gedurende ten minste 50 minuten.
- Zorg ervoor dat de vis die u wilt bereiden met het gebruik van Sous-vide de NEDERLANDS 87sashimi-kwaliteit heeft, d.w.z. dat de vis extra vers is.
- Bewaar het bereide voedsel maximaal 24 uur in de koelkast.
- Voor mensen met een verzwakt immuunsysteem of chronische gezondheidsaandoeningen is het raadzaam om voedsel te pasteuriseren voordat het wordt geconsumeerd. Pasteuriseer het voedsel minimaal één uur bij 60 °C.
De onderstaande tabel toont voorbeelden van voedselsoorten en biedt u de optimale temperaturen en voorgestelde kooktijden. De parameters kunnen variëren afhankelijk van de temperatuur, kwaliteit, consistentie en hoeveelheid voedsel. De duur van de kooktijd hangt meer af van de dikte van het voedsel dan van het gewicht. Bijvoorbeeld voor steak, hoe dikker het stuk, hoe meer tijd het duurt voordat de kern de vooraf gedefinieerde temperatuur bereikt. Voor een biefstuk van 2 cm is ongeveer een uur nodig om 58 °C te bereiken, terwijl een biefstuk van 5 cm ongeveer vier uur nodig heeft. Monitor de eerste kooksessie om ervoor te zorgen dat de onderstaande parameters aansluiten bij uw kookgewoonten en kookgerei. U kunt deze parameters wijzigen afhankelijk van uw persoonlijke voorkeuren. Soort voed‐ sel Bereidings‐ methode Bereidingsni‐ veau Dikte/ Hoeveelheid van het voed‐ sel Kerntempe‐ ratuur/kook‐ temperatuur (°C) Bereidingstijd (min.) Rund - biefstuk Sous-vide rauw 2 cm 50 - 54 45 - 210 4 cm 120 - 210 6 cm 180 - 210 binnen roze (me‐ dium) 2 cm 55 - 60 45 - 240 4 cm 120 - 240 6 cm 180 - 240 klaar 2 cm 61 - 68 45 - 240 4 cm 120 - 240 6 cm 180 - 240 Kip - kippen‐ borst Sous-vide doorbakken 200 - 300 g 64 - 72 45- 60 Stroperij doorbakken 68 - 74 35 - 45 Kip - kippen‐ poot Stroperij doorbakken 200 - 300 g 78 - 85 30 - 60 Varken - var‐ kenslapje Sous-vide doorbakken 2 cm 60 - 66 35 - 60 Varken - var‐ kenshaasje Sous-vide doorbakken 4 - 5 cm 62 - 66 60 - 120 Lamsfilet Sous-vide binnen roze (me‐ dium) 2 cm 56 - 60 35 - 60 doorbakken 64 - 68 40 - 65 88 NEDERLANDSSoort voed‐ sel Bereidings‐ methode Bereidingsni‐ veau Dikte/ Hoeveelheid van het voed‐ sel Kerntempe‐ ratuur/kook‐ temperatuur (°C) Bereidingstijd (min.) Lamszadel (zonder been‐ deren) Sous-vide binnen roze (me‐ dium)
M - maat 63 - 64 45 - 70 binnen roze (me‐ dium)
Het eiwit blijft vloeibaar.
De tijden zijn voor middelgrote eieren. Voeg voor grote eieren en eieren uit de koelkast één mi‐ nuut toe aan de kooktijd. Extra tips voor Kook- En Bakassistent:
- Vul de pot met een geschikte hoeveelheid vloeistof (d.w.z. tussen 1 - 3 liter) voor het koken. Probeer niet meer toe te voegen tijdens het koken.
- Gebruik een deksel om energie te besparen en de temperatuur sneller te bereiken (ook voor het voorverwarmen van water).
- Roer regelmatig in uw gerecht gedurende het hele kookproces om een uniforme temperatuurverdeling te garanderen.
- Voeg zout toe aan het begin van een kooksessie.
- Ontdooi voedsel voordat u dit voorbereid.
- Voeg groenten toe (bv. broccoli, bloemkool, groene bonen, spruitjes) wanneer het water de gewenste temperatuur bereikt en het pop-upvenster verschijnt.
- Voeg aardappelen of rijst toe aan koud water voordat u de functie start.
- Voor stoofschotels, sauzen, soepen, curry's, ragout, goulash en bouillon kun je NEDERLANDS 89Opwarmen of Aan het sudderengebruiken. Voordat je de Aan het sudderen-functie start, bak je de ingrediënten (zonder de Voedselsensor) en voeg je koude vloeistof toe; vervolgens activeer je de functie van Kook- En Bakassistent.
- Voor kleine zeevruchten, bijvoorbeeld octopusplakjes/-tentakels of schelpdieren kun je gebruiken Bakken. Extra tips voor Bakken: WAARSCHUWING! Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem. LET OP! Gebruik dun metalen kookgerei uitsluitend op de lage en middelhoge warmtestanden om oververhitting en schade van het kookgerei te voorkomen.
- Start de functie wanneer de kookplaat koud is (voorverwarming is niet nodig).
- Gebruik sandwichbodemkookgerei van roestvrij staal.
- Gebruik geen kookgerei met opdruk in het midden van de bodem.
- Verschillende maten pannen kunnen verschillende opwarmtijden veroorzaken. Zware pannen slaan meer warmte op dan de lichte pannen en het opwarmen ervan duurt langer.
- Draai het voedsel om zodra het de helft van de gewenste temperatuur bereikt. Zeer dikke porties voedsel moeten vaker worden omgedraaid (d.w.z. eenmaal per twee minuten). We raden je aan om de Sous-vide-methode eerst te gebruiken, om de beste resultaten te krijgen. Om het af te werken kunt u de voorbereide porties in een voorverhitte pan plaatsen en deze snel aan beide kanten aanbraden.
- Verwijder de Voedselsensor altijd voordat je het voedsel omdraait.
7.9 Praktische tips voor Hob²Hood
Wanneer je de kookplaat gebruikt met de functie:
- Bescherm het paneel van de afzuigkap tegen direct zonlicht.
- Plaats geen halogeenlicht op het paneel van de afzuigkap.
- Dek het bedieningspaneel van de afzuigkap niet af.
- Onderbreek het signaal tussen de kookplaat en de afzuigkap niet (bijvoorbeeld met een hand, een handgreep van een pan of een grote pan). Zie de afbeelding. De afzuigkap in de afbeelding is slechts een voorbeeld. Houd het venster van de Hob²Hood infraroodsignaalcommunicator schoon. Andere op afstand bediende apparaten kunnen het signaal hinderen. Gebruik dergelijke apparaten niet in de buurt van de kookplaat terwijl Hob²Hood ingeschakeld is. Afzuigkappen met de Hob²Hood-functie Voor het volledige assortiment afzuigkappen dat met deze functie werkt, raadpleeg je onze website van de consument. De AEG- afzuigkappen die met deze functie werken moeten het symbool hebben .
90 NEDERLANDS8. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor het glas.
8.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten kunststof, plastic folie, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Verkleuring glanzende metalen verwijderen: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
- Het oppervlakte van de kookplaat heeft horizontale groeven. Maak de kookplaat schoon met een vochtige doek en een beetje schoonmaakmiddel en veeg het van links naar rechts schoon. Droog de kookplaat na reiniging van links naar rechts af met een zachte doek.
9. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
9.1 Wat moet je doen als ...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Je kunt de kookplaat niet inschake‐ len of bedienen. De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïn‐ stalleerd. Controleer of de kookplaat goed aangesloten is op het lichtnet. Raadpleeg het aansluitdiagram. De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neem je contact op met een erken‐ de installateur. Stel gedurende 60 seconden geen kookstand in. Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 60 secon‐ den in. Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐ gelijkertijd aangeraakt. Raak slechts één sensorveld aan. NEDERLANDS 91Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Pauze is in werking. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. Het display reageert niet op de aan‐ raking. Een gedeelte van het display is be‐ dekt, of de pannen zijn te dicht bij het display geplaatst. Er is wat vloeistof of een object op het scherm. Verwijder de voorwerpen. Plaats de pannen verder van het display. Reinig het scherm, wacht tot het ap‐ paraat is afgekoeld. Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcon‐ tact. Steek de stekker van de kook‐ plaat er na 1 minuut weer in. Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitgescha‐ keld, klinkt er een geluidssignaal. Je hebt iets op een of meer sensor‐ velden geplaatst. Verwijder het voorwerp van de sen‐ sorvelden. De kookplaat wordt uitgeschakeld. Je hebt iets op het sensorveld geplaatst. Verwijder het voorwerp van het sen‐ sorveld. De restwarmte-indicator gaat niet aan. De zone is niet heet, omdat hij slechts kortstondig is bediend of de sensor onder het kookplaatopper‐ vlak beschadigd is. Als de zone voldoende lang gebruikt is om heet te zijn, neem je contact op met een erkende servicedienst. Na het activeren van Kook- En Bak‐ assistent begint de kookplaat op te warmen, waarna de kookplaat stopt en opnieuw begint. Dit is een veiligheidscontrole om er‐ voor te zorgen dat de Voedselsen‐ sor in een pot zit waarvoor de Kook- En Bakassistent-functie is geacti‐ veerd. Het is een normale procedure, het geeft geen storing aan. U kunt de hoogste warmte-instelling niet activeren. Een andere zone is al ingesteld op de hoogste warmte-instelling. Verminder eerst het vermogen van de andere zone. De sensorvelden worden heet. De pan is te groot of je plaatst deze te dicht bij de bedieningsknoppen. Plaats grotere pannen indien moge‐ lijk op de achterste kookzones. Het display geeft aan dat de Voed‐ selsensor niet gevonden is. De positie van de Voedselsensor is onjuist. Iets blokkeert het signaal (bijv. be‐ stek, een handvat van een pan of een andere pot). Positioneer de Voedselsensor cor‐ rect. Zie 'Aanwijzingen en tips'. Verwijder metalen voorwerpen of andere voorwerpen die het signaal kunnen blokkeren. Het scherm toont dat de tempera‐ tuur van het water hoger is dan 100 °C. Je hebt de Voedselsensor niet ge‐ kalibreerd of je deed dit niet goed. U verplaatste de kookplaat naar een andere locatie. Kalibreer de Voedselsensor op‐ nieuw. Raadpleeg "Kalibreren". Mogelijk moet u ook controleren of de kalibratiecode juist is. Raadpleeg "Koppelen". U hebt teveel zout in het water ge‐ daan. Voeg geen zout toe aan kokend wa‐ ter. De temperatuur is niet zichtbaar op het scherm. Het display toont een waarschu‐ wingspictogram. De Voedselsensor heeft geen ver‐ binding gemaakt met de kookplaat omdat de sterkte van het signaal te laag is. Plaats de Voedselsensor dicht bij de antenne op het oppervlak van de kookplaat, in de buurt van het mid‐ den van de kookplaat. Zie 'Aanwij‐ zingen en tips'. Iets bedekt de Voedselsensor of de antenne op het oppervlak van de kookplaat, bijvoorbeeld een stuk metalen bestek. Verwijder alles dat de antenne be‐ dekt. Zorg ervoor dat u kookgerei in het midden van de kookzone plaatst. Zie 'Aanwijzingen en tips'. 92 NEDERLANDSProbleem Mogelijke oorzaak Oplossing De verbinding tussen de Voedsel‐ sensor en de antenne is verbroken. Zorg ervoor dat er niets het signaal dekt. Beweeg de Voedselsensor langs de rand van de pot om de po‐ sitie aan te passen. Zie 'Aanwijzin‐ gen en tips'. Andere apparaten werken op dezelf‐ de frequentie en verstoren de ver‐ binding. Verwijder alle apparaten die de ver‐ binding kunnen verstoren. Raad‐ pleeg "Technische gegevens". De temperatuur van het eten is an‐ ders dan verwacht. De Voedselsensor is niet correct ge‐ plaatst. Zorg ervoor dat het meetpunt zich in het dikste deel van het voedsel be‐ vindt. Zie 'Aanwijzingen en tips'. De kookplaat detecteert significante temperatuursprongen. U hebt wat water toegevoegd of de pot verwisseld tijdens het koken. Vermijd het toevoegen van water of het verwisselen van de pot na het starten van een functie. De warmte in de pot verspreidde zich niet gelijkmatig, vooral voor dik‐ ke vloeistoffen. Roer regelmatig in het eten. De pot wordt te heet of het eten is te snel te gaar. U hebt een te kleine pot gebruikt. Gebruik potten waarvan de afmetin‐ gen geschikt zijn voor een bepaalde kookzone. Raadpleeg de technische gegevens. U kunt een functie niet activeren. Een andere functie wordt uitgevoerd op dezelfde kookzone, hetgeen de activering voorkomt. Stop de functie voordat u een ande‐ re activeert. Kook- En Bakassistent of Sous-vide stopt. Aan het begin van een kooksessie is de temperatuur van de vloeistof in de pot hoger dan 40 °C. Het gebruikte kookgerei is heet. Gebruik alleen koude vloeistoffen. Verwarm het kookgerei niet voor. Hob²Hood werkt niet. Je hebt het bedieningspaneel afge‐ dekt. Verwijder het voorwerp van het be‐ dieningspaneel. Hob²Hood werkt, maar alleen het lampje brandt. U hebt de H1-modus geactiveerd. Wijzig de modus naar H2 - H6 of wacht totdat de automatische mo‐ dus wordt gestart. Hob²Hood modi H1 - H6 werken, maar het lampje is uitgeschakeld. Er is mogelijk een probleem met de gloeilamp. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Er klinkt geen geluidsignaal wan‐ neer je de tiptoetsen van het bedie‐ ningspaneel aanraakt. De signalen zijn uit. Schakel de geluiden in. Raadpleeg “Dagelijks gebruik”. De verkeerde taal is ingesteld. U hebt de taal per ongeluk gewij‐ zigd. Zet alle functies terug naar de fa‐ brieksinstellingen. Selecteer Alles resetten uit het . Menu. Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Steek de stekker van de kookplaat er na 1 minuut weer in. Stel Taal, Helderheid dis‐ play en inGeluidsvolume. NEDERLANDS 93Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Een kookzone wordt uitgeschakeld. Er verschijnt een waarschuwingsbe‐ richt met de melding dat de kookzo‐ ne zal worden uitgeschakeld. Automatische uitschakeling schakelt de kookzone uit. Schakel de kookplaat uit en weer aan. Raadpleeg “Dagelijks gebruik”. en er verschijnt een bericht. Blokkering is in werking. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. O - X - A wordt weergegeven. Kinderslot is in werking. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. knippert. Er staat geen pan op de zone. Plaats een pan op de zone. De pan is niet geschikt. Gebruik geschikte pannen. Zie 'Aan‐ wijzingen en tips'. De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. Gebruik pannen met de juiste afme‐ tingen. Raadpleeg de technische gegevens. en een getal gaan branden. Er is een fout opgetreden in de kookplaat. Schakel de kookplaat uit en schakel deze na 30 seconden weer in. Wan‐ neer weer verschijnt, trek je de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Steek de stekker van de kookplaat er na 30 seconden weer in. Als het probleem zich blijft voordoen, neem je contact op met een erkende servicedienst. Je kunt een constant piepgeluid ho‐ ren. De elektrische aansluiting is ver‐ keerd. Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Laat de installatie controleren door een erkende elek‐ tricien. Kookgerei wordt langer dan 5 minu‐ ten warm. De bodem van het kookgerei is niet geschikt voor inductie. Gebruik kookgerei met de juiste (platte, magnetische) bodem. Zie 'Aanwijzingen en tips'.
9.2 Als je geen oplossing kunt
vinden... Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
De software van deze kookplaat bevat auteursrechtelijk beschermde software gelicenseerd onder de BSD, fontconfig, FTL, GPL-2.0, LGPL-2.0, LGPL-2.1, libJpeg, zLib/ libpng, MIT, OpenSSL / SSLEAY ISC, Apache 2.0 en andere. Raadpleeg de volledige kopie van de licentie in: Menu > Instellingen > Service > Licentie. U kunt de broncode van de open source software downloaden door de volgende hyperlink die in deze webproductpagina staat te volgen.
10.3 Specificatie kookzones
Kookzone Nominaal ver‐ mogen (max warmte-instel‐ ling) [W] PowerBoost [B] PowerBoost maximale duur [min] Diameter kookge‐ rei [mm] Links voor 2300 3200 10 125 - 210 Links achter 2300 3200 10 125 - 210 Midden voor 1400 2500 4 125 - 145 Rechtsachter 2300 3600 10 205 - 240 Het vermogen van de kookzones kan binnen een bepaalde kleine marge verschillen van de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en de afmetingen van het kookgerei. Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter die niet groter is dan vermeld in de tabel.
10.4 Voedselsensor technische
specificaties Voedselsensor is goedgekeurd voor gebruik in contact met levensmiddelen. Werkfrequentie 433,05 - 434,73 MHz Maximaal verzendvermogen 5 dBm Temperatuurbereik 0 - 120 °C Meetcyclus 3 seconden inge‐ drukt
11. ENERGIEZUINIGHEID
11.1 Productinformatie
Modelnummer IAE84881FB Type kookplaat Inbouwkookplaat Aantal kookzones 4 Verwarmingstechnologie Inductie NEDERLANDS 95Diameter van ronde kookzones (Ø) Links voor Links achter Midden voor Rechtsachter 21,0 cm 21,0 cm 14,5 cm 24,0 cm Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) Links voor Links achter Midden voor Rechtsachter 179,6 Wh/kg 189,1 Wh/kg 180,2 Wh/kg 185,2 Wh/kg Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) 183,5 Wh/kg
- Voor Europese Unie volgens EU 66/2014. Voor Belarus volgens STB 2477-2017, Annex A. Voor Oekraïne vol‐ gens 742/2019. EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties De energiemetingen betreffende het kookgebied worden geïdentificeerd door de markeringen van de respectie‐ velijke kookzones.
11.2 Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
- Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
- Doe indien mogelijk altijd een deksel op de pan.
- Zet uw kookgerei op de kookzone voordat u deze activeert.
- Zet kleiner kookgerei op kleinere kookzones.
- Plaats het kookgerei precies in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het eten warm te houden of te smelten.
12. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Notice-Facile