Park 740 PWX - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Park 740 PWX STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Park 740 PWX - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Park 740 PWX van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Park 740 PWX STIGA
magazzinaggio dell’attrezzatura o installazione scorretta del motore.74 VanguardEngines.com L’assistenza in garanzia è disponibile esclusivamente presso i rivenditori Briggs & Stratton autorizzati. Trovate il Centro di assistenza autorizzato più vicino sulla mappa all’indirizzo BRIGGSandSTRATTON.COM o chiamate il 1-800-233-3723 (negli USA). 80004537 (Rev. F)75 Copyright © Briggs & Stratton Corporation, Milwaukee, WI, USA. Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding bevat veiligheidsinformatie om u bewust te maken van de gevaren en risico’s die verband houden met motoren, evenals hoe deze te voorkomen. Daarnaast leest u in deze handleiding hoe u de motor op de juiste manier gebruikt en onderhoudt. Omdat Briggs & Stratton niet noodzakelijkerwijs weet welke machine deze motor aandrijft, is het belangrijk dat u deze instructies en die van de machine die deze motor aandrijft leest en begrijpt.Bewaar deze originele instructies voor naslag in de toekomst. Opmerking:De afbeeldingen en illustraties in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld als referentie en kunnen afwijken van uw eigen model. Neem bij vragen contact op met uw dealer. Noteer ten behoeve van vervangingsonderdelen of technische ondersteuning hieronder het motormodel, het type en de codenummers, evenals de aanschafdatum. Zie voor de locatie van deze nummers de paginaKenmerken en bedieningsfuncties. Aankoopdatum Motormodel - Type - Uitrusting Serienummer motor Contactinformatie voor Europees kantoor Voor vragen over Europese emissies kunt u contact opnemen met ons Europese kantoor op: Max-Born-Straße 2, 68519 Viernheim, Duitsland. Fase V (5) van de Europese Unie (EU): Kooldioxide (CO
niveaus Kooldioxideniveaus van Briggs & Stratton EU-motoren met een typecertificaat kunnen worden gevonden door in het zoekvenster op BriggsandStratton.com CO2 in te voeren. Recycling-informatie Alle verpakkingen, gebruikte olie en accu’s moeten worden gerecycled conform de betreffende regelgeving van de overheid. Veiligheid van de gebruiker Veiligheidssymbool en signaalwoorden Het veiligheidssymbool ( ) wordt gebruikt om veiligheidsinformatie te identificeren over gevaren die in persoonlijk letsel kunnen resulteren. Een signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, of VOORZICHTIG) wordt gebruikt samen met het waarschuwingspictogram om te wijzen op de waarschijnlijkheid en de mogelijke ernst van het letsel. Verder kan een gevarensymbool worden gebruikt om de soort gevaar aan te duiden. GEVAARduidt op een risico, dat indien het niet wordt vermeden, zal leiden tot de dood of een ernstig lichamelijk letsel. WAARSCHUWINGduidt op een risico, dat indien het niet wordt vermeden, kan leiden tot de dood of een ernstig lichamelijk letsel. VOORZICHTIGduidt op een gevaar dat, indien het niet wordt voorkomen, kan resulteren in licht of matig letsel. OPGEPASTduidt op een situatie die schade aan het product zou kunnen veroorzaken. Gevarensymbolen en hun betekenis Veiligheidsinformatie over gevaren die tot persoonlijk letsel kunnen leiden. Zorg dat u de gebruiksaanwijzing hebt gelezen en begrepen voordat u de eenheid bedient of onderhoud aan de eenheid uitvoert. Brandgevaar Explosiegevaar Gevaar voor schokken Gevaar van giftige dampen Gevaar voor hete oppervlakken Gevaar voor geluid - oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. Gevaar voor weggeworpen onderwerpen - Draag oogbescherming. Explosiegevaar Gevaar voor bevriezing Gevaar voor terugslag Gevaar voor amputatie - bewegende onderdelen Chemicaliëngevaar Gevaar voor thermische warmte Corrosief Veiligheidsberichten WAARSCHUWING De motoren van Briggs & Stratton® zijn niet bedoeld voor en mogen niet worden gebruikt met: funkarts, go-karts, kinder-, vrijetijds- of terreinvoertuigen (ATV's), motorfietsen, hovercrafts, luchtvaartproducten of voertuigen die worden gebruikt bij wedstrijden die niet zijn goedgekeurd door Briggs & Stratton. Ga voor meer informatie over producten voor racewedstrijden naar www.briggsracing.com. Neem voor gebruik in bedrijfsvoertuigen en naast elkaar geplaatste terreinwagens contact op met Briggs & Stratton Power Application Center, 1-866-927-3349. Verkeerd gebruik van motoren kan leiden tot ernstig of zelfs fataal letsel. WAARSCHUWING Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken. Bij het toevoegen van brandstof
- Schakel de motor uit en laat de motor ten minste gedurende 2 minuten afkoelen voordat u de benzinedop verwijdert.
- Vul de brandstoftank buiten of in een goed geventileerde ruimte.
- Vul de brandstoftank niet te veel. Vul de brandstoftank niet tot boven de onderkant van de nek zodat de brandstof kan uitzetten.
- Houd de brandstof uit de buurt van vonken, open vlammen, waakvlammen, hitte en andere ontstekingsbronnen.
- Controleer brandstofleidingen, tank, vuldop en koppelingen regelmatig op barsten of lekkages. Vervang deze, indien noodzakelijk.
- Indien brandstof wordt gemorst, dient u te wachten tot deze verdampt is voordat u de motor start. Bij het starten van motor
- Zorg dat de bougie, de geluiddemper, de benzinedop en het luchtfilter (indien aanwezig) aanwezig zijn en goed vastzitten.
- Probeer de motor niet te starten als de bougie verwijderd is.76 VanguardEngines.com
- Als de motor verzuipt, zet de choke (indien aanwezig) in de stand OPEN/ DRAAIEN, zet de gashendel (indien aanwezig) in de stand SNEL en start de motor totdat deze aanslaat. Tijdens het bedienen van de apparatuur
- De motor of machine NIET kantelen tot een hoek die veroorzaakt dat brandstof gemorst wordt.
- Choke de carburateur niet om de motor te stoppen.
- Start of laat de motor niet draaien als de lucht filtereenheid (indien aanwezig) of het luchtfilter (indien aanwezig) is verwijderd. Tijdens het olie verversen
- Als u de olie aftapt uit de olievul buis boven, dan moet de brandstoftank leeg zijn, anders kan er brandstof uitlekken wat kan leiden tot brand en explosie. Tijdens het kantelen van de unit voor onderhoud
- Wanneer er onderhoud wordt uitgevoerd waarvoor de eenheid moet worden gekanteld, dient de brandstoftank leeg te zijn. Anders kan er brandstof uit lekken, wat kan leiden tot brand en explosie. Tijdens het transporteren van de apparatuur
- Vervoeren met brandstoftank LEEG of met brandstofafsluitklep in de GESLOTEN stand. Bij het opslaan van brandstof of machines met brandstof in de tank
- Opslaan uit de buurt van fornuizen, ovens, waterkokers of andere apparaten die een waakvlam bevatten of andere ontstekingsbronnen, omdat deze brandstofdampen kunnen doen ontbranden. WAARSCHUWING Starten van motor gaat gepaard met vonkvorming. Vonkvorming kan ontvlambare gassen in de buurt doen ontsteken. Dit kan explosie en brand veroorzaken.
- Indien zich aardgas of LPG lekkage in de buurt bevindt, de motor niet starten.
- Gebruik geen onder druk staande startvloeistoffen omdat de dampen brandbaar zijn. WAARSCHUWING GEVAAR VAN GIFTIG GAS. Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een giftig gas dat u binnen enkele minuten doodt. U kunt het NIET zien, ruiken of proeven. Ook al ruikt u de uitlaatgassen niet, u kunt toch zijn blootgesteld aan koolmonoxide. Als u zich tijdens het gebruik van dit apparaat misselijk, duizelig of zwak begint te voelen, schakel het dan uit, en ga METEEN de frisse lucht in. Raadpleeg een arts. Het kan zijn dat u koolmonoxidevergiftiging heeft.
- Gebruik dit product ALLEEN buiten en ver weg van ramen, deuren en ventilatieopeningen om te voorkomen dat koolmonoxidegas zich kan verzamelen en in deze bewoonde ruimten terecht kan komen.
- Plaats koolmonoxidemelders op batterijen of melders op netvoeding met reservebatterij volgens de instructies van de fabrikant. Rookmelders kunnen geen koolmonoxide detecteren.
- Gebruik dit product NIET in huizen, garages, kelders, kruipruimten, schuurtjes of andere gedeeltelijk afgesloten ruimten, ook niet met gebruik van ventilatoren of met geopende deuren en of ramen als ventilatie. In deze ruimten kan snel koolmonoxide worden gevormd en dit kan uren blijven hangen, zelfs als de motor al is uitgeschakeld.
- Plaats dit product ALTIJD met de wind mee en richt de motoruitlaat altijd van gebruikte ruimtes weg. WAARSCHUWING Wanneer het startkoord zich snel terugtrekt (terugslag), worden uw hand en arm sneller naar de motor getrokken dan u kunt loslaten. Gebroken botten, breuken, kneuzingen of verstuikingen kunnen het resultaat zijn.
- Trek bij het starten van de motor het startkoord langzaam uit tot er weerstand gevoeld wordt en trek dan snel om terugslag te voorkomen.
- Verwijder alle externe machine-/motorbelastingen voordat de motor gestart wordt.
- Direct verbonden machinecomponenten zoals, maar niet beperkt tot, messen, aandrijvingen, poelies, tandwielen enz., moeten stevig bevestigd zijn. WAARSCHUWING Handen, voeten, haren, kleding of accessoires kunnen tegen ronddraaiende onderdelen aan komen of er tussen beklemd raken. Traumatische amputatie of ernstige scheurwonden kunnen het resultaat zijn.
- De machine gebruiken met afschermingen op hun plaats.
- Houd handen en voeten weg van draaiende onderdelen.
- Bind lang haar bij elkaar en doe uw sieraden af.
- Draag geen loszittende kleding, hangende trekkoorden of zaken die verstrikt kunnen raken. WAARSCHUWING Draaiende motoren produceren hitte. Motoronderdelen, vooral geluiddempers, worden uiterst heet. Dit kan bij aanraking ernstige brandwonden veroorzaken. Brandbare resten, zoals bladeren, gras, snoeihout enz. kunnen vlam vatten.
- Laat de geluiddemper, motorcilinder en vinnen afkoelen voor u ze aanraakt.
- Verwijder opgehoopt vuil uit de gebieden rondom de geluiddemper en de cilinder.
- Overeenkomstig de California Public Resource Code Section 4442 is het verboden de motor te gebruiken in de buurt van een bos-, kreupelhout- of grasgebied tenzij het uitlaatsysteem is uitgerust met een vonkenvanger, zoals gedefinieerd in Section 4442, die in goede staat wordt gehouden. Andere staten en federale jurisdicties kunnen soortgelijke wetgeving hebben. Neem contact op met de fabrikant, verkoper of dealer om een vonkenvanger te verkrijgen die geschikt is voor het op deze motor gemonteerde uitlaatsysteem. WAARSCHUWING Onbedoelde vonken kunnen resulteren in brand of een elektrische schok. Ongewild opstarten kan leiden tot beknelling, traumatische amputatie of scheurwonden. Brandgevaar Vóór het uitvoeren van instellingen of reparaties:
- Maak de bougie kabel los en houd de kabel op veilige afstand van de ontstekingsbougie.
- Koppel de minkabel van de accu los (alleen bij maaiers met elektrisch starten).
- Gebruik alleen correct gereedschap.
- Verander niets aan de regulateur, koppelingen of andere onderdelen om het motortoerental te verhogen.
- Vervangende onderdelen moeten identiek zijn aan en op dezelfde positie worden geïnstalleerd als de originele onderdelen. Andere onderdelen zullen minder goed werken, kunnen de maaier beschadigen en kunnen letsel veroorzaken.
- Sla niet met een hamer of hard voorwerp tegen het vliegwiel omdat het vliegwiel anders later uit elkaar kan vliegen tijdens gebruik. Bij het testen op vonkvorming:
- Gebruik een goedgekeurde bougietester.
- Controleer niet op vonkvorming wanneer de bougie verwijderd is. Kenmerken en bedieningselementen Bedieningselementen van de motor Vergelijk de illustratie (afbeelding: 1, 2, 3) met uw motor om uzelf vertrouwd te maken met de plaats van de diverse functies en bedieningselementen. A. Motoridentificatienummers Model - Type - Code B. Bougie C. Luchtfilter D. Oliepeilstok/vulopening E. Oliefilter (indien aanwezig) F. Olieaftapplug G. Oliedruksensor77 H. Luchtinlaatrooster
I. Elektrische starter
J. Repeteerstarter (indien aanwezig) K. Carburateur L. Uitlaatspruitstuk M. Brandstofpomp N. Brandstoffilter (indien aanwezig) O. Oliekoeler (indien aanwezig) P. Geluiddemper (indien aanwezig) Machinebedieningssymbolen en hun betekenis Motortoerental - SNEL Motortoerental - LANGZAAM Motortoerental - STOP AAN - UIT Motor starten - choke GESLOTEN Motor starten - choke OPEN Tankdop Brandstofkraan - OPEN Brandstofkraan - GESLOTEN Brandstofniveau - Maximum Voeg niet te veel brandstof toe Bediening Aanbevolen olie Oliecapaciteit:zie het hoofdstukSpecificaties. OPGEPAST Deze motor werd door Briggs & Stratton zonder olie op transport gezet. Machinefabrikanten of dealers hebben mogelijk olie aan de motor toegevoegd. Voordat u de motor voor de eerste keer start, moet u het oliepeilcontroleren en de motor met olie vullen volgens de instructies in deze handleiding. Als u de motor zonder olie start, zal deze onherstelbaar worden beschadigd. Dit valt niet onder de garantie. We adviseren voor de beste prestaties het gebruik van door Briggs & Stratton
garantie gecertificeerde soorten olie. U kunt ook andere hoogwaardige soorten reinigingsolie gebruiken, als deze geschikt zijn voor SF, SG, SH, SJ of hoger. Gebruik geen speciale additieven. De buitentemperaturen bepalen de correcte olieviscositeit voor de motor. Bepaal met behulp van de tabel de beste viscositeit voor het verwachtebuitentemperatuurbereik. Motoren op tuinmachines opereren goed met 5W-30 Synthetische olie. Voor apparatuur die wordt gebruikt onder hoge temperaturen biedt Vanguard
A SAE 30:Onder 40°F (4°C) leidt het gebruik van SAE 30 tot problemen bij het starten. B 10W-30:Boven 80°F (27°C) kan het gebruik van 10W-30 leiden tot een hoger olieverbruik. Controleer het oliepeil vaker. C 5W-30 D Synthetisch 5W-30
Synthetisch 15W-50 Oliepeil controleren en olie bijvullen Zie afbeelding: 4 Voordat u het oliepeil controleert of olie bijvult
- Zorg ervoor dat de motor waterpas staat.
- Verwijder eventueel vuil uit het olievulgebied.
- Zie Specificaties voor oliecapaciteit. OPGEPAST Deze motor werd door Briggs & Stratton zonder olie op transport gezet. Machinefabrikanten of dealers hebben mogelijk olie aan de motor toegevoegd. Voordat u de motor voor de eerste keer start, moet u het olieniveau controleren en de motor met olie vullen volgens de instructies in deze handleiding. Als u de motor zonder olie start, zal deze onherstelbaar worden beschadigd. Dit valt niet onder de garantie. Oliepeil controleren
1. Verwijder de peilstok (A, afbeelding 4). Goed afdrogen met een schone doek.
2. Plaats de peilstok en zet deze vast (A, Afbeelding 4).
3. Verwijder de peilstok en lees het olie peil af. Het oliepeil is juist als het bovenaan
bij de indicator staat voor vol (B, afbeelding 4) op de peilstok. Olie bijvullen
1. Als het oliepeil laag is voegt u langzaam olie toe via de olievulopening (C,
afbeelding 4). Voeg niet te veel olie toe. Wacht na het bijvullen één minuut en controleer het oliepeil dan nogmaals.
2. Zet de peilstok terug en zet deze vast (A, Afbeelding 4).
Oliepeilcontrolesysteem (indien aanwezig) Sommige motoren zijn voorzien van een oliepeilsensor. Als het oliepeil laag is, activeert de sensor een waarschuwingslampje of wordt de motor uitgeschakeld. Schakel de motor uit en voer deze stappen uit voordat u de motor weer start.
- Zorg ervoor dat de motor waterpas staat.
- Controleer het oliepeil. Zie het deel Oliepeil controleren .
- Als het oliepeil laag is, moet u de juiste hoeveelheid olie toevoegen. Start de motor en controleer of het waarschuwingslampje (indien aanwezig) niet is geactiveerd.
- Als het oliepeil niet laag is, start de motor niet. Raadpleeg een erkende Briggs & Stratton-dealer voor instructies over de afstelling voor grote hoogtes. Aanbevolen brandstof De brandstof moet aan deze eisen voldoen:
- Schone, verse, loodvrije benzine.
- Minimaal 87 octaan/87 AKI (91 RON). Zie hieronder voor gebruik op grote hoogte.
- Benzine met tot 10% ethanol (gasahol) is toegestaan.78 VanguardEngines.com OPGEPAST Gebruik geen benzine die niet is goedgekeurd zoals E15 en E85. Meng geen olie in de benzine en pas de motor niet aan voor alternatieve brandstoffen. Het gebruik van niet-goedgekeurde brandstoffen zal schade veroorzaken aan onderdelen van de motor. Dit wordt niet gedekt door de garantie. Voeg een brandstofstabilisator aan de brandstof toe om het brandstofsysteem tegen gomvorming te beschermen. Zie Opslag. Niet alle brandstoffen zijn gelijk. Verander bij start- of prestatieproblemen van tankstation of merk. Deze motor is gecertificeerd om op benzine te lopen. Het emissieregelsysteem voor deze motor is EM (Engine Modifications). Grote hoogte Op hoogtes van meer dan 1.524 meter (5.000 voet) is benzine met minimaal 85 octaan/85 AKI (89 RON) toegestaan. Motoren met carburateur moeten worden afgesteld om hun prestaties te behouden. Gebruik zonder deze afstelling veroorzaakt slechtere prestaties, een hoger brandstofverbruik en toegenomen emissies. Raadpleeg een erkende Briggs & Stratton- dealer voor instructies over de afstelling voor grote hoogtes. Het gebruik van de motor op hoogtes van minder dan 762 meter met de set voor grote hoogtes wordt niet aanbevolen. Motoren met elektronische brandstofinjectie (EFI) hoeven niet voor grote hoogtes te worden afgesteld. Brandstof bijvullen Zie Afbeelding 5 WAARSCHUWING Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst brandbaar en explosief. Brand of explosie kan ernstige brandwonden of de dood veroorzaken. Bij het bijvullen van brandstof
- Schakel de motor uit en laat de motor ten minste gedurende 2 minuten afkoelen voordat u de benzinedop verwijdert.
- Vul de brandstoftank buiten of in een goed geventileerde ruimte.
- Vul de brandstoftank niet te veel. Vul de brandstoftank niet tot boven de onderkant van de hals, zodat de brandstof kan uitzetten
- Houd de brandstof uit de buurt van vonken, open vlammen, waakvlammen, hitte en andere ontstekingsbronnen.
- Controleer brandstofleidingen, tank, vuldop en koppelingen regelmatig op barsten of lekken. Vervang deze, indien noodzakelijk
- Indien brandstof wordt gemorst, dient u te wachten tot deze verdampt is voordat u de motor start.
1. Reinig het gebied rond de tankdop Verwijder de tankdop.
2. Vul de brandstoftank (A, Afbeelding 5) met brandstof. Vul de brandstoftank niet tot
boven de onderkant van de nek zodat de brandstof kan uitzetten.
3. Draai de tankdop weer vast.
De motor starten en stoppen Zie Afbeelding: 6 De motor starten WAARSCHUWING Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken. Bij het starten van motor
- Zorg dat de bougie, de geluiddemper, de benzinedop en het luchtfilter (indien aanwezig) aanwezig zijn en goed vastzitten.
- Probeer de motor niet te starten als de bougie verwijderd is.
- Als de motor verzuipt, zet de choke (indien aanwezig) dan in de stand OPEN/ DRAAIEN (OPEN/RUN), zet de gashendel (indien aanwezig) in de stand SNEL (FAST) en start de motor totdat deze aanslaat. WAARSCHUWING GEVAAR VAN GIFTIG GAS. Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een giftig gas dat u binnen enkele minuten doodt. U kunt het NIET zien, ruiken of proeven. Ook al ruikt u de uitlaatgassen niet, u kunt toch zijn blootgesteld aan koolmonoxide. Als u zich tijdens het gebruik van dit product misselijk, duizelig of zwak begint te voelen, schakel het dan uit, stap er af en ga METEEN de frisse lucht in. Raadpleeg een arts. Het kan zijn dat u koolmonoxidevergiftiging heeft.
- Gebruik dit product ALLEEN buiten ver weg van vensters, deuren en ventilaties om het risico te verminderen op koolstofmonoxidegas door accumulatie en potentieel aangetrokken te worden naar ingenomen ruimtes.
- Plaats koolmonoxidemelders op batterijen of melders op netvoeding met reservebatterij volgens de instructies van de fabrikant. Rookmelders kunnen geen koolmonoxide detecteren.
- Gebruik dit product NIET in huizen, garages, kelders, kruipruimten, schuurtjes of andere gedeeltelijk afgesloten ruimten, ook niet met gebruik van ventilatoren of met geopende deuren en of ramen als ventilatie. In deze ruimten kan snel koolmonoxide worden gevormd en dit kan uren blijven hangen, zelfs als het product al is uitgeschakeld.
- Plaats dit product ALTIJD van de wind af en laat de motoruitlaat niet in de richting van bewoonde ruimten wijzen. OPGEPAST Deze motor werd door Briggs & Stratton zonder olie op transport gezet. Voordat u de motor start, moet u de motor met olie vullen volgens de instructies in deze handleiding. Als u de motor zonder olie start, zal deze onherstelbaar worden beschadigd. Dit valt niet onder de garantie. Het startsysteem bepalen Voordat u de motor start, moet u eerst het type startsysteem op uw motor bepalen. Uw motor heeft een van de volgende typen.
- Elektronisch brandstofmanagementsysteem: Dit systeem heeft een elektronische besturingseenheid die de motor en de temperaturen controleert. Het heeft geen handbediende choke of voorinspuiting (primer).
- Chokesysteem: Dit systeem heeft een choke voor het starten bij lage temperaturen. Sommige modellen hebben een aparte chokeregeling, andere modellen hebben een gecombineerde choke-/gasregeling. Op dit type zit geen primer. Volg voor het starten van uw motor de instructies voor het betreffende type startsysteem. Opmerking:Sommige apparaten hebben een afstandsbediening. Kijk in de betreffende handleiding voor de locatie en de bediening van de afstandsbediening. Elektronische brandstofbeheersingssysteem
1. Controleer de motorolie. Raadpleeg de paragraaf Oliepeil controleren.
2. Zorg ervoor dat aandrijvingsbedieningen, indien aanwezig, zijn ontkoppeld.
3. Zet de brandstofkraan (A, Afbeelding 6), indien aanwezig, naar de stand OPEN.
4. Duw de stopschakelaar (F, Afbeelding 6), indien aanwezig, naar de stand AAN.
5. Zet de gashendel (B, Afbeelding 6), indien aanwezig, naar de stand SNEL.
Gebruik de motor in de stand SNEL.
6. Repeteerstarter, indien voorzien van een startsleutel: Draai de startschakelaar
(D, Afbeelding 6) naar de stand AAN.
7. Repeteerstarter (waar aanwezig): Houd de startkoordgreep (E, Afbeelding 6)
stevig vast. Trek de startkoordgreep langzaam uit tot er weerstand gevoeld wordt, en trek daarna snel. WAARSCHUWING Wanneer het startkoord zich snel terugtrekt (terugslag), worden uw hand en arm sneller naar de motor getrokken dan u kunt loslaten. Gebroken botten, breuken, kneuzingen of verstuikingen kunnen het resultaat zijn. Trek bij het starten van de motor het startkoord langzaam uit tot er weerstand gevoeld wordt en trek dan snel om terugslag te voorkomen.
8. Elektrische starter, indien aanwezig: Draai de elektrische startschakelaar (D,
Afbeelding 6) naar de stand AAN of START. OPGEPAST Start altijd kort (maximaal vijf seconden) om de levensduur van de startmotor te verlengen. Wacht één minuut tussen startcycli. Opmerking:Indien de motor na herhaalde pogingen niet start, neem dan contact op met uw dealer of ga naar URL of bel Telefoon (in de VS). Chokesysteem
1. Controleer de motorolie. Raadpleeg de paragraaf Oliepeil controleren.
2. Zorg ervoor dat aandrijvingsbedieningen, indien aanwezig, zijn ontkoppeld.
3. Zet de brandstofkraan (A, Afbeelding 6), indien aanwezig, naar de stand OPEN.
4. Duw de stopschakelaar (F, Afbeelding 6), indien aanwezig, naar de stand AAN.
5. Zet de gashendel (B, Afbeelding 6), indien aanwezig, naar de stand SNEL. Bedien
de motor in de stand SNEL
6. Zet de gashendel (C, Afbeelding 6), of de gecombineerde choke/gasklep (B C),
naar de stand GESLOTEN. Opmerking:Choken is meestal niet nodig als u een warme motor opnieuw start.79
7. Repeteerstarter, indien voorzien van een startsleutel: Draai de startschakelaar
(D, Afbeelding 6) naar de stand AAN.
8. Repeteerstarter (waar aanwezig): Houd de startkoordgreep (E, Afbeelding 6)
stevig vast. Trek de startkoordgreep langzaam uit tot er weerstand gevoeld wordt, en trek daarna snel. WAARSCHUWING Wanneer het startkoord zich snel terugtrekt (terugslag), worden uw hand en arm sneller naar de motor getrokken dan u kunt loslaten. Gebroken botten, breuken, kneuzingen of verstuikingen kunnen het resultaat zijn. Trek bij het starten van de motor het startkoord langzaam uit tot er weerstand gevoeld wordt en trek dan snel om terugslag te voorkomen.
9. Elektrische starter, indien aanwezig: Draai de elektrische startschakelaar (D,
Afbeelding 6) naar de stand AAN of START. OPGEPAST Start altijd kort (maximaal vijf seconden) om de levensduur van de startmotor te verlengen. Wacht één minuut tussen startcycli.
10. Zet de chokeregeling (C, Afbeelding 6) naar de stand OPEN terwijl de motor
opwarmt. Opmerking:Indien de motor na herhaalde pogingen niet start, neem dan contact op met uw dealer of ga naar URL of bel Telefoon (in de VS). De motor stoppen WAARSCHUWING Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst brandbaar en explosief. Brand of explosie kunnen ernstige brandwonden of de dood veroorzaken.
- Choke de carburateur, indien aanwezig, niet om de motor te stoppen.
1. Stopschakelaar (indien aanwezig): Zet de stopschakelaar (F, Afbeelding 6) naar
de stand UIT. Contactschakelaar (waar aanwezig): Draai de startsleutel (D, Afbeelding 6) naar de stand UIT terwijl de gashendel in de stand LANGZAAM staat. Verwijder de sleutel en bewaar deze buiten bereik van kinderen.
2. Zet de brandstofkraan (A, Afbeelding 6), indien aanwezig, naar de stand
GESLOTEN nadat de motor is gestopt. Onderhoud OPGEPAST Als de motor tijdens het onderhoud wordt gekanteld, moet de brandstoftank leeg zijn en moet de bougiekant omhoog wijzen. Als de benzinetank niet leeg is of als de motor een andere kant op wordt gekanteld, kan starten lastig worden omdat het luchtfilter en/of de bougie dan vervuild kan zijn door olie of benzine. WAARSCHUWING Wanneer er onderhoud wordt uitgevoerd waarvoor de unit gekanteld moet worden, dient de brandstoftank leeg te zijn, anders kan er brandstof uitlekken, wat kan leiden tot brand en explosie. Wij adviseren dat u voor al het onderhoud en alle service aan de motor en de motoronderdelen een geautoriseerde Briggs & Stratton-dealer raadpleegt. OPGEPAST Alle componenten die zijn gebruikt om deze motor te bouwen moeten op hun plaats blijven voor een juiste werking. WAARSCHUWING Onbedoelde vonkvorming kan resulteren in brand of een elektrische schok. Onbedoeld starten kan leiden tot beknelling, amputatie of rijtwonden. Brandgevaar Vóór het uitvoeren van afstellingen of reparaties:
- Maak de bougiekabel los en houd de kabel op veilige afstand van de ontstekingsbougie.
- Ontkoppel de accu bij de negatieve aansluiting (alleen motoren met elektrostart).
- Gebruik alleen correct gereedschap.
- Verander niets aan regulateurveren, verbindingsstangen of andere onderdelen om het motortoerental te verhogen.
- Vervangende onderdelen moeten identiek zijn aan en op dezelfde positie worden geïnstalleerd als de originele onderdelen. Andere onderdelen zullen minder goed werken, kunnen de eenheid beschadigen en kunnen letsel veroorzaken
- Sla niet met een hamer of hard voorwerp tegen het vliegwiel omdat het vliegwiel anders later tijdens bedrijf kan barsten. Bij het testen op vonkvorming:
- Gebruik een goedgekeurde bougietester.
- Controleer niet op vonkvorming wanneer de bougie verwijderd is. Onderhoud aan de emissieregeling Onderhoud, vervanging en reparatie van de apparatuur en systemen voor de emissieregeling mogen worden uitgevoerd door een persoon of bedrijf gespecialiseerd in de reparatie van niet op de weg gebruikte motoren. Het onderhoud van de emissieregeling kan zonder kosten worden uitgevoerd door een erkende dealer. Zie de verklaringen voor emissieregeling. Onderhoudsschema Iedere 8 uur of dagelijks
- Oliepeil motor controleren
- Reinigen rond geluiddemper en bedieningselementen Iedere 25 uur of jaarlijks
Luchtfilter reinigen Iedere 100 uur of jaarlijks
- Oliefilter vervangen (indien aanwezig)
Voorfilter reinigen (indien aanwezig)
- Onderhoud uitlaatsysteem Iedere 250 uur
- Klepspeling controleren. Indien noodzakelijk afstellen. Iedere 400 uur of jaarlijks
- Luchtfilter vervangen
Koelsysteem onderhouden
Ribben oliekoeler reinigen Reinig vaker bij stoffige omstandigheden of als er veel zwevend vuil in de omgeving is. Electronic Fuel Management System (elektronisch brandstofmanagementsysteem) Het Electronic Fuel Management System gebruikt de motortemperatuur, het motortoerental en de accuspanning voor het instellen van de choke bij het starten en opwarmen van de motor. Het systeem heeft geen afstellingen. Neem bij start- of bedrijfsproblemen contact op met een geautoriseerde Briggs & Stratton-dealer. OPGEPAST Als u de onderstaande stappen niet opvolgt kan het Electronic Fuel Management System beschadigd raken.
- Start de motor nooit als de accukabels loszitten.
- Draai de sleutel naar de stand UIT voordat de accu wordt losgenomen, verwijderd of geïnstalleerd.
- Gebruik nooit een acculader om de motor te starten.
- Koppel de accukabels nooit los terwijl de motor loopt.
- Bij het aansluiten van de accukabels moet altijd eerst de positieve (+) kabel en daarna de negatieve (-) kabel op de accu worden aangesloten.
- Voordat de accu wordt opgeladen moet de contactsleutel naar de stand UIT worden gedraaid en moet de negatieve (-) accukabel van de accu worden losgenomen.
- Sproei geen water rechtstreeks op de Electronic Control Unit.80 VanguardEngines.com Carburateur en motortoerental Stel de carburateur of het motortoerental nooit af. De carburateur is in de fabriek afgesteld voor een efficiënte werking onder de meest gangbare omstandigheden. Verander niets aan de regulateur, koppelingen of andere onderdelen om het motortoerental te verhogen. Als er afstellingen moeten worden uitgevoerd, neem contact op met een erkende Briggs & Stratton-servicedealer. OPGEPAST De fabrikant van de apparatuur heeft het maximale toerental voor de motor zoals geïnstalleerd in de apparatuur gespecificeerd. Overschrijd dit toerental niet. Als u niet weet wat het maximale toerental van de apparatuur is of waarop het motortoerental in de fabriek is ingesteld, neem contact op met een erkende Briggs & Stratton-servicedealer. Voor een veilige en juiste bediening van de apparatuur mag het motortoerental uitsluitend worden afgesteld door een gekwalificeerde servicemonteur. Voer onderhoud uit aan de bougie. Zie Afbeelding 7 Controleer de elektrodeafstand (A, Afbeelding 7) met een draadkaliber (B). Stel zonodig de afstand bij Installeer de bougie en draai deze vast met het aanbevolen aanhaalkoppel Zie voor afstelling van de elektrodeafstand en het aanhaalkoppel het deel Specificaties . Opmerking:*In sommige gebieden schrijven plaatselijke wetten het gebruik voor van weerstandsbougies om ontstekingssignalen te onderdrukken Indien deze motor origineel was uitgerust met een weerstandsbougie, gebruik dan voor vervanging hetzelfde type bougie. Onderhoud aan het uitlaatsysteem WAARSCHUWING Draaiende motoren produceren warmte. Motoronderdelen, vooral geluiddempers, worden zeer heet. Ernstige brandwonden kunnen optreden bij contact. Brandbaar vuil, zoals bladeren, gras en hout, kan in brand vliegen.
- Laat geluiddemper, motorcilinder en koelvinnen afkoelen voordat u ze aanraakt.
- Verwijder brandbare stoffen die zich in en rondom de geluiddemper en cilinder hebben opgehoopt.
- Overeenkomstig de California Public Resource Code Section 4442 is het verboden de motor te gebruiken in of in de buurt van bos-, kreupelhout- of grasgebied tenzij het uitlaatsysteem is uitgerust met een vonkenvanger, zoals gedefinieerd in Section 4442, die in goede staat wordt gehouden. In andere deelstaten of landen gelden mogelijk vergelijkbare wetten. Neem contact op met de oorspronkelijke fabrikant, detailhandelaar of dealer voor een vonkenvanger die ontworpen is voor het uitlaatsysteem dat op uw machine is geïnstalleerd. Verwijder brandbare stoffen die zich in en rondom de geluiddemper en cilinder hebben opgehoopt. Inspecteer de uitlaat op barsten, corrosie of andere beschadiging Verwijder de vonkenvanger, als de machine hiermee is uitgerust en inspecteer deze op beschadiging of koolverstopping Als u beschadigingen aantreft, installeer dan vervangingsonderdelen voordat u het apparaat weer gebruikt. WAARSCHUWING Vervangende onderdelen moeten identiek zijn aan en op dezelfde positie worden geïnstalleerd als de originele onderdelen. Andere onderdelen zullen minder goed werken, kunnen de maaier beschadigen en kunnen letsel veroorzaken Motorolie verversen Zie Afbeelding: 8, 9, 10 Gebruikte olie is een gevaarlijk afvalproduct en dit moet op de juiste manier worden afgevoerd. Voer het niet met het huishoudelijk afval af. Raadpleeg de plaatselijke autoriteiten, het servicecentrum of uw dealer voor veilige afvoer-/recyclingbedrijven. Olie verwijderen
1. Maak bij een uitgeschakelde, maar nog steeds warme motor de bougiekabel(s) (D,
afbeelding 8) los en houd deze kabels uit de buurt van de bougie(s) (E).
2. Verwijder de peilstok (A, afbeelding 9).
3. Verwijder de olieaftapplug (F, afbeelding 10). Laat de olie in een goedgekeurde
4. Zet, als de olie is afgetapt, de olieaftapplug (F, afbeelding 10) weer terug en draai
deze vast. Het oliefilter vervangen, indien aanwezig Sommige motoren zijn voorzien van een oliefilter. Zie voor de vervangingsintervallen het Onderhoudsschema.
1. Tap de olie uit de motor af. Zie het deel Olie aftappen .
2. Verwijder het oliefilter (G, afbeelding 10) en gooi dit op de juiste manier weg.
3. Smeer voordat u een nieuw oliefilter monteert de pakking van het oliefilter lichtjes
in met verse, schone olie.
4. Draai het oliefilter met de hand vast totdat de pakking de houder van het oliefilter
raakt en draai het oliefilter dan nog 1/2 tot 3/4 slagen aan.
5. Vul olie bij. Zie het deel Olie bijvullen .
6. Start de motor en laat deze draaien. Controleer op olielekkage terwijl de motor
7. Schakel de motor uit en controleer het oliepeil. Het oliepeil is juist als het
bovenaan bij de indicator voor vol (B, afbeelding 9) op de peilstok staat. Olie bijvullen
- Zorg ervoor dat de motor waterpas staat.
- Verwijder eventueel vuil uit het olievulgebied.
- Zie het deel Specificaties voor de hoeveelheid olie.
1. Verwijder de peilstok (A, afbeelding 9) en veeg deze met een schone doek af.
2. Giet langzaam olie in de vulopening voor motorolie (C, afbeelding 9). Vul niet te
veel bij. Wacht na het bijvullen één minuut en controleer dan het oliepeil.
3. Plaats de peilstok en draai deze vast (A, afbeelding 9).
4. Verwijder de peilstok en controleer het oliepeil. Het oliepeil is juist als het
bovenaan bij de indicator voor vol (B, afbeelding 9) op de peilstok staat.
5. Zet de peilstok (A, afbeelding 9) terug en draai deze vast.
6. Sluit de bedrading van de bougies (D, afbeelding 8) aan op de bougie(s) (E).
Onderhoud aan het luchtfilter Zie afbeelding: 11 WAARSCHUWING Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst brandbaar en explosief. Brand of explosie kunnen ernstige brandwonden of de dood veroorzaken.
- De motor mag nooit worden gestart of draaien als de luchtfiltereenheid (indien aanwezig) of het luchtfilter (indien aanwezig ) is verwijderd. OPGEPAST Reinig het filter niet met perslucht of oplosmiddelen. Perslucht kan het filter beschadigen en oplosmiddelen kunnen het filter oplossen. Zie het Onderhoudsschema voor het benodigde onderhoud. De verschillende modellen hebben een filter van schuim of papier. Sommige modellen zijn ook uitgerust met een optioneel voorfilter dat kan worden uitgewassen en hergebruikt. Vergelijk de illustraties in deze handleiding met het type dat op uw motor is gemonteerd en voer onderhoud op basis daarvan uit.
1. Open de bevestiging(en) (A, afbeelding 11) en verwijder het deksel (B).
2. Verwijder de moer (C, afbeelding 11) en de houder (D).
3. Voorkom dat er vuil in de carburateur komt door het schuimelement (C, afbeelding
11) voorzichtig uit de houder (D) van het luchtfilter te halen.
4. Verwijder het luchtfilter (E, afbeelding 11).
5. Tik het filter voorzichtig op een hard oppervlak om het vuil los te maken. Als het
filter zeer vuil is, vervang het dan door een nieuw filter.
6. Verwijder het voorfilter (F, afbeelding 11), indien aanwezig, uit het luchtfilter (E).
7. Was het voorfilter (F, afbeelding 11), indien aanwezig, in water met een vloeibaar
reinigingsmiddel. Laat het voorfilter grondig aan de lucht drogen. Breng geen olie aan op het voorfilter.
8. Monteer het droge voorfilter (F, afbeelding 11), indien aanwezig, op het luchtfilter
9. Monteer het luchtfilter (E, afbeelding 11) en zet het vast met houder (D) en moer
10. Plaats het deksel (B, afbeelding 11) en zet het goed vast met de bevestiging(en)
(A). Onderhoud brandstofsysteem Zie afbeelding: 1281 WAARSCHUWING brandstof en brandstofdampen zijn uiterst brandbaar en explosief. Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken.
- Houd de brandstof uit de buurt van vonken, open vlammen, waakvlammen, hitte en andere ontstekingsbronnen.
- Controleer brandstofleidingen, tank, vuldop en koppelingen regelmatig op barsten of lekken. Vervang deze, indien noodzakelijk.
- Wanneer u het brandstoffilter gaat reinigen of vervangen, moet u eerst de brandstoftank aftappen of de brandstofafsluitklep dichtdraaien.
- Indien er brandstof wordt gemorst, dient u te wachten tot deze verdampt is voordat u de motor start.
- Vervangingsonderdelen moeten hetzelfde zijn en op dezelfde manier worden geïnstalleerd als de originele onderdelen. Brandstoffilter, indien aanwezig
1. Voordat u het brandstoffilter vervangt (A, afbeelding 12), indien aanwezig, moet
u eerst de brandstoftank aftappen of de brandstofafsluitklep dichtdraaien. Anders kan er brandstof lekken en dit kan brand of ontploffing veroorzaken.
2. Druk met een tang de lipjes (B, afbeelding 12) op de klemmen (C) samen,
en schuif de klemmen weg van het brandstoffilter (A). Draai en trek de brandstofleidingen (D) van het brandstoffilter af.
3. Controleer de brandstofleidingen (D, afbeelding 12) op scheurtjes of lekkages.
Vervang deze indien nodig.
4. Vervang het brandstoffilter (A, Afb. 12) door een origineel vervangingsfilter.
5. Zet de brandstofleidingen vast (D, afb. 12) met klemmen (C) zoals weergegeven.
Onderhoud aan het koelsysteem WAARSCHUWING Draaiende motoren produceren warmte. Motoronderdelen, vooral geluiddempers, worden zeer heet. Ernstige brandwonden kunnen optreden bij contact. Brandbaar vuil, zoals bladeren, gras en hout, kan in brand vliegen.
- Laat geluiddemper, motorcilinder en koelvinnen afkoelen voordat u ze aanraakt.
- Verwijder brandbare stoffen die zich in en rondom de geluiddemper en cilinder hebben opgehoopt. OPGEPAST Gebruik geen water om de motor te reinigen Water kan het brandstofsysteem verontreinigen Gebruik een borstel en droge doek om de motor te reinigen. Dit is een luchtgekoelde motor Vuil kan de luchtstroom belemmeren en ervoor zorgen dat de motor oververhit raakt, wat resulteert in slechte prestaties en een verminderde levensduur van de motor.
1. Verwijder vuil uit het luchtinlaatrooster met behulp van een borstel of droge doek.
2. Houd verbindingen, veren en bedieningen schoon
3. Zorg dat het gebied rond en achter de geluiddemper (indien aanwezig) vrij blijft
4. Zorg dat er geen vuil of rommel op de koelvinnen van de spoel (indien aanwezig)
zit. Na verloop van tijd kan zich vuil ophopen in de koelvinnen van cilinder en ervoor zorgen dat de motor oververhit raakt. Dit vuil kan niet verwijderd worden zonder de motor deels te demonteren Laat een erkende Briggs & Stratton-dealer het luchtkoelsysteem inspecteren en reinigen zoals aanbevolen in het Onderhoudsschema . Opslag WAARSCHUWING Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken. Bij het opslaan van brandstof of machines met brandstof in de tank
- Opslaan uit de buurt van fornuizen, ovens, waterkokers of andere apparaten die een waakvlam bevatten of andere ontstekingsbronnen, omdat deze brandstofdampen kunnen doen ontbranden. Brandstofsysteem Zie figuur:13 Berg de motor waterpas op (normale bedrijfsstand). Vul de brandstoftank (A, figuur
13) met brandstof. Vul de brandstoftank niet tot boven de onderkant van de vulhals (B)
zodat de brandstof kan uitzetten. Brandstof kan verschalen wanneer deze langer dan 30 dagen in een jerrycan wordt bewaard. Voeg telkens u de jerrycan vult met brandstofbrandstofstabilisator toe aan de brandstof zoals omschreven in de handleiding van de fabrikant. Zo blijft de brandstof vers en is er minder kans op brandstofgerelateerde problemen of vervuiling in het brandstofsysteem. Het is niet nodig om de brandstof uit de motor af te tappen wanneerbrandstofstabilisator volgens de instructies is toegevoegd. Zet de motor gedurende 2 minuten AAN vóór de opslag om de brandstof en stabilisator door het brandstofsysteem te laten gaan. Als de benzine in de motor niet met een brandstofstabilisator is behandeld, moet deze in een goedgekeurde jerrycan worden afgetapt. Laat de motor draaien totdat deze stopt door brandstofgebrek. Het gebruik van een brandstofstabilisator in de jerrycan wordt aanbevolen om de brandstof vers te houden. Motorolie Ververs de motorolie als de motor nog warm is. Zie het deel Motorolie verversen . Problemen oplossen Als u hulp nodig hebt, neem dan contact op met uw dealer of ga naar VanguardEngines.com of bel 1-800-999-9333 (in de VS). Specificaties Model:290000,300000 Cilinderinhoud 29.23ci (479cc) Boring 2.677in (68mm) Slag 2.598in (66mm) Oliecapaciteit 46 - 48oz (1,36 - 1,42L) Elektrodeafstand van bougie .030in (,76mm) Aanhaalkoppel bougie 180lb-in (20Nm) Luchtspleet van ontstekingsspoel .008 - .012in (,20 - ,30mm) Inlaatklepspeling .004 - .006in (,10 - ,15mm) Uitlaatklepspeling .004 - .006in (,10 - ,15mm) Model:350000 Cilinderinhoud 34.78ci (570cc) Boring 2.835in (72mm) Slag 2.756in (70mm) Oliecapaciteit 46 - 48oz (1,36 - 1,42L) Elektrodeafstand van bougie .030in (,76mm) Aanhaalkoppel bougie 180lb-in (20Nm) Luchtspleet van ontstekingsspoel .008 - .012in (,20 - ,30mm) Inlaatklepspeling .004 - .006in (,10 - ,15mm) Uitlaatklepspeling .004 - .006in (,10 - ,15mm) Model:380000 Cilinderinhoud 38.26ci (627cc) Boring 2.972in (75,5mm) Slag 2.756in (70mm) Oliecapaciteit 46 - 48oz (1,36 - 1,42L) Elektrodeafstand van bougie .030in (,76mm) Aanhaalkoppel bougie 180lb-in (20Nm) Luchtspleet van ontstekingsspoel .008 - .012in (,20 - ,30mm) Inlaatklepspeling .004 - .006in (,10 - ,15mm) Uitlaatklepspeling .004 - .006in (,10 - ,15mm) Het motorvermogen neemt met 3,5% af voor elke 300 meter 1000 voet) boven zeeniveau en 1% voor elke 5,6 °C (10 °F) boven 25 °C (77 °F ). De motor werkt goed tot82 VanguardEngines.com een hellingshoek van 15°. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de machine voor de maximaal toegestane veilige hellingshoeken. Serviceonderdelen - Model:290000,300000,350000,380000 Serviceonderdeel Onderdeelnummer Luchtfilter (uitgezonderd Modellen 358700, 380000) 394018 Luchtfilter (Modellen 358700, 380000) 692519 Luchtfilter Luchtfilter-voorfilter (behalve modellen 358700, 380000)
Luchtfilter Luchtfilter-voorfilter (Modellen 358700, 380000) 692520 Olie – SAE 30 100028 Oliefilter 842921 Brandstoffilter - met brandstoftank 808116 Brandstoffilter - met brandstofpomp 691035 Brandstoffilter - zonder brandstofpomp 298090 Weerstandsbougie 491055 Weerstandsbougie 696202, 5066 Bougiesleutel 19374 Vonktester 19368 Wij adviseren dat u voor al het onderhoud en alle service aan de motor en de motoronderdelen een erkende Briggs & Stratton-dealer raadpleegt. Vermogenklasseringen: De classificatie van het brutovermogen voor individuele benzinemotormodellen is ingedeeld conform code J1940 Vermogens- en torsieklasseringsprocedure voor kleine motoren van de SAE (Society of Automotive Engineers) en is geklasseerd conform SAE J1995. Torsiewaarden zijn voor een toerental van 2.600 omw/min voor motoren waarbij "rpm" wordt aangegeven op het label en 3060 RPM voor alle andere motoren; de paardenkrachtwaarden worden gegeven bij 3.600 RPM. De curves voor het brutovermogen kunt u bekijken op www.BRIGGSandSTRATTON.COM. Het nettovermogen wordt gemeten met gemonteerde uitlaat en luchtfilter, maar het brutovermogen wordt gemeten zonder deze onderdelen. Het werkelijke brutomotorvermogen ligt hoger dan het nettomotorvermogen en wordt onder meer beïnvloed door omgevingsfactoren en verschillen tussen de motoren. Gezien de vele verschillende producten waarvoor onze motoren worden gebruikt, zal de benzinemotor mogelijk niet het nominale brutovermogen ontwikkelen wanneer de motor wordt gebruikt in een door een motor aangedreven machine. Dit verschil wordt veroorzaakt door diverse factoren waaronder, maar niet uitsluitend, de verscheidenheid aan motoronderdelen (luchtfilter, uitlaat, turbo, koelen, carburateur, brandstofpomp etc.), toepassingsbeperkingen, omgevingsfactoren (temperatuur, vochtigheid, hoogte) en verschillen tussen motoren. Vanwege productie- en capaciteitsbeperkingen kan het zijn dat Briggs & Stratton een motor met een hoger nominaal vermogen gebruikt in plaats van de standaardmotor voor deze serie. Garantie Garantie op de motor van Briggs & Stratton Per januari 2019 Beperkte garantie Briggs & Stratton garandeert dat het, gedurende de hieronder vermelde garantieperiode, elk onderdeel dat gebrekkig is in materiaal of vakmanschap of beide, kosteloos repareert of vervangt. Transportkosten voor producten die onder deze garantie voor reparatie of vervanging worden aangeboden, zijn voor rekening van de koper. Deze garantie is geldig voor- en onderhavig aan de onderstaande periodes en voorwaarden. Voor garantieservice kunt u de dichtstbijzijnde erkende servicedealer vinden met behulp van de dealerzoekfunctie op BRIGGSandSTRATTON.COM. De koper moet contact opnemen met de erkende servicedealer en het product beschikbaar stellen aan de erkende servicedealer voor inspectie en testen. Er is geen andere uitdrukkelijke garantie. Impliciete garanties, inclusief voor verkoopbaarheid en geschiktheid voor een bepaald doel, zijn beperkt tot de hieronder gespecificeerde garantieperiode of in de wettelijke toegestane mate.Aansprakelijkheid voor incidentele of gevolgschades zijn uitgesloten voor zover deze uitsluiting wettelijk is toegestaan. Sommige staten of landen staan geen beperkingen toe op de duur van een impliciete garantie en sommige staten of landen staan de uitsluiting of beperking van incidentele of gevolgschade niet toe, dus de bovenstaande beperking en uitsluiting zijn mogelijk niet op u van toepassing. Deze garantie geeft U bepaalde specifieke wettelijke rechten en U kunt mogelijk andere rechten hebben die van rechtsgebied tot rechtsgebied variëren
Standaardvoorwaarden voor de garantie 1, 2, 3
Particulier gebruik - 36 maanden Commercieel gebruik - 36 maanden Modelreeks XR Particulier gebruik - 24 maanden Commercieel gebruik - 24 maanden Alle overige motoren, waaronder de Dura-Bore™ Gietijzeren Voering Particulier gebruik - 24 maanden Commercieel gebruik - 12 maanden Alle overige motoren Particulier gebruik - 24 maanden Commercieel gebruik - 3 maanden
Dit zijn onze standaardvoorwaarden voor garantie, maar er kunnen aanvullende garantiebepalingen zijn die op het moment van publicatie nog niet waren bepaald. Ga voor alle actuele garantievoorwaarden voor uw motor naar BRIGGSandSTRATTON.com of neem contact op met uw erkende Briggs & Stratton-servicedealer.
Er wordt geen garantie verleend op motoren op apparatuur die worden gebruikt voor primair vermogen in plaats van een hulpmotor of als stand-by generator voor commerciële doeleinden, utiliteitsvoertuigen die harder gaan dan 25MPH of motoren die in racewedstrijden worden gebruikt of in commerciële of verhuurtrajecten.
Vanguard geïnstalleerd op stand-by generatoren 24 maanden voor particulier gebruik, geen garantie bij commercieel gebruik. Commercial Series met fabricagedatum vóór juli 2017: 24 maanden particulier gebruik, 24 maanden commercieel gebruik.
In Australië - onze artikelen worden geleverd met garanties die onder de Australische consumentenwetgeving niet uitgesloten kunnen worden. U hebt recht op vervanging of terugbetaling voor een zware fout en voor vergoeding van enige andere redelijkerwijs te verwachten vorm van verlies of schade. U hebt ook het recht om de goederen te laten repareren of vervangen als de goederen niet van een acceptabele kwaliteit zijn en de storing niet tot een ernstige fout leidt. Zoek voor garantieservice de dichtstbijzijnde Erkende Service Dealer op met onze dealerkaart op BRIGGSandSTRATTON.COM, of bel 1300 274 447, of mail of schrijf naar salesenquires@briggsandstratton.com.au, Briggs & Stratton Australia Pty Ltd, 1 Moorebank Avenue, Moorebank, NSW, Australië, 2170. De garantieperiode begint op de datum van aankoop door de eerste consument of commerciële klant. “Particulier gebruik” betekent persoonlijk residentieel gezinsgebruik door een detailhandelsconsument. “Commercieel gebruik” betekent ieder ander gebruik, inclusief het gebruik voor commerciële huurdoeleinden of voor het genereren van inkomen. Als een motor eenmaal commercieel gebruikt is, dan zal deze daarna voor deze garantie als commercieel gebruikt worden beschouwd. Bewaar uw aankoopbewijs. Als u geen bewijs van de oorspronkelijke aankoopdatum verstrekt op het moment dat u een beroep op de garantieservice doet, wordt de productiedatum van het product gebruikt om de garantieperiode te bepalen. Productregistratie is niet vereist om garantieservice voor Briggs & Stratton-producten te verkrijgen. Over uw garantie Deze garantie dekt uitsluitend aan de motor gerelateerde defecte materialen en/of bewerkingen, en niet vervanging of vergoeding van de machine waarop de motor gemonteerd kan zijn. Routineonderhoud, afstellingen, aanpassingen of normale slijtage vallen niet onder deze garantie. De garantie is ook niet van toepassing als de machine is gewijzigd of aangepast, of als het serienummer van de motor is beschadigd of verwijderd. Deze garantie geldt niet voor schade aan de motor of prestatieproblemen door:
1. Het gebruik van niet-originele Briggs & Stratton-onderdelen.
2. Het laten draaien van de motor met onvoldoende, vervuilde of de onjuiste soort
3. Het gebruik van vervuilde of niet-verse brandstof, benzine verrijkt met meer
dan 10% ethanol of het gebruik van alternatieve brandstoffen zoals vloeibare petroleum of aardgas bij motoren die oorspronkelijk niet zijn ontwikkeld/ gefabriceerd door Briggs & Stratton om op dergelijke brandstoffen te draaien;
4. Vuil dat in de motor terecht is gekomen vanwege een onjuist onderhoud of een
onjuiste hermontage van de luchtfilter;
5. Het raken van een object met een snijblad van een roterende grasmaaier, losjes
of onjuist geïnstalleerde bladtussenstukken, waaiers of andere aan de krukas gekoppelde onderdelen, of excessieve strakheid van de v-snaar;
6. Bijbehorende onderdelen en eenheden zoals koppelingen, aandrijvingen en
afstandsbedieningen van apparatuur die niet door Briggs & Stratton zijn geleverd;
7. Oververhitting als gevolg van grasmaaisel, vuil en rommel of nesten van
knaagdieren die de koelvinnen of het vliegwielgebied verstoppen of erin zitten, of door de motor te laten draaien zonder voldoende ventilatie;83
8. Excessieve trillingen als gevolg van een te hoge snelheid, een te losjes
gemonteerde motor, losse of niet-uitgebalanceerde snijbladen of waaiers of onjuiste koppeling van onderdelen van de apparatuur aan de krukas;
Notice-Facile