Park 120 - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Park 120 STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Park 120 STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Park 120 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Park 120 van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Park 120 STIGA
LET OP: Vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

Motoren - INSTRUKSJONSBOK
ADVARSEL: les dette bruksanvisingen noye for du bruker maskinen.

- Algemene informatatie 1
- Veiligheidsvoorschriften 1
- Componenten en bedieningselementen 2
- Handig om te weten 3
- Gebruiksvoorschriften 3
- Onderhoud 5
- Storingen en oplossingen 7
- Technische gegevens 7
1. ALGEMENE INFORMATIE
1.1 AANWIJZINGEN VOOR DE RAADPLEGING
In de tekst van de handleiding worden enkele hoofd-stukken, die gegevens van bijzonder belang ten met betrekking tot de verilgheid of de gekenmerkt door diverse symbolen die de betekenis hebben:
OPMERKING
ofwel
BELANGRIJK
Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voor komen dat de motor beschadigd of dat er schadeveroorzaakt worden.

LET OP!
Gevaar voor persoonlijk letanderen in geval van Niet

GEVAAR!
Kans op ernstig persoonlijk sel aan anderen met gevaar
Iletsel of ernstig letsel aan andere van dodelijkke ongelukken, in geval van Niet-inachtneming.
OPMERKING
Alle aanwijzingen
"voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de motor met de bougieaar voren gericht ten opzichte van degene die ernaar kijk.

De overeenstemming:tussen de referenties in de tekst en de respectieve figuren (op beiden hinterflappen) worden aangegeven met het cijfer dat voorafgaat aan de titel van de paragraaf.
bevat-
weiang,VEILIGHEIDSPICTOGRAMMEN
volgende
Gebruik uw motor met de nodige voorzichtigheid. Om u tot voorzichtigheid te manen is uw motor voc van een reeks van pictogrammen die wijzen op belangrijkste gebruksvoorschriften. Hun beteken is hieronder weergegeven.
Wij raden u met klem aan om ook de veiligheidsinstru-ties in het volgende hoofdstuk van deze handleid door te lezen.

Let op! - Lees en volg de gebruiksaanwij-zing voor de motor te starten.

Let op! - Benzine is brandhaar. Laat c motor minstens 2 minutes afkoelen voor bij te tanken.

Let op! - Bij de motoren komt koolmo
noxide vrij. NIET starten in gesloten ruim-
tes.
2. ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
(Zorgvuldig in acht te nemen)
A) VOORBEREIDING
1) Lees aandachtig de aanwijzingen in deze handleiding en de aanwijzingen van de machine waar deze motor op gemonteerd is. Leer de motor snel af te zetten.
2) Laat nooit toe dat de motor gebrukt worden door Personen die nicht vertrouwd zich met deze aanwijzingen.
3) Gebruik de motor nooit als er Personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zich
4) Denk eraan dat de persoon die de machine be dient of de gebruiker aansprakelijk is voor
ungevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen können overkommen.
B) VOOR HET GEBRUK
1) Draag geen wijde kleding, koordjes, sieraden of andere voorwerpen die verstrektKnownraken; langhaar Niet los dragen en op veilige afstand blijven tijdens het starten.
2) Zet de motor af en LAST hem afkoelen voor dedop van de tank te draaien.
3) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brandbaar.
- bewaar de brandstof in speciale reservoirs;
- vul de brandstof met een trechter alleen buiten bij en rook Nietijdens deze werkzaamheden en
wanner u met de brandstof bezig bent;
- giet de brandstof in de tank voórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de tank afdraaien;
- als u brandstof gemorst hebt mag u de motor nicht starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost zich;
- draai de dop.altijd weer goed op de tank van demachine en het brandstofreservoir.
4) Vervang de geluidempers als ze defect+zijn en de bescherming indien beschadigd.
1) Start de motor Niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen.
2) Gebruik geen startvloeistoffen of soortgelijke producten.
3) Wijzig de afstelling van de motor Niet en LAST het toerental van de motor Niet buitengewoon hoog oplopen.
4) Laat de machine nicht zodanig opzij hellen dat er brandstof uit de dop van de tank van de motor loopt.
5) Raak de vinnen van de cilinder en de beschering van de geluidemper Niet aan voordat de motor voldoende is afgekoeld.
6) Zet de motor af en maak de kabel van de bougie los voor de machine of de motor na te kijken, schoon te make n of eraan te werken.
7) Laat de motor Niet zonder bougie draaien.
8) Vervoer de machine met lege tank.
1) Als u regelmatig onderhoud pleegt za de werk-king ervan veilig blijven en zar het prestatieniveau bewaard blijven.
2) Zet de machine Niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanraking zonden kurenkom.
3) Laat de motor eerst afkoelen voor het opbergen van de machine in elke willekeurige ruimte.
4) Om brandgevaar zoveel möglich te beperken dienen de motor, de geluidemper van de uitlaat en de brandstoftank vrij gehouden te worden van gras, bladeren of teveel vet.
5) Als u de tank要去 ledigen, dient u dit in de open lucht te doe en wanner de motor koud is.
6) Gebruik de motor om veiligheidsreden nooit met versleten of beschadigde onderdelen. De onderdelen要去en vernieuwd en nicht gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwali
teit kuren de motor beschadigen en gevaarlijk zich voor uzelf.
E) Het verbrandingsproces genereert giftige stoffen zoals koolmonoxide, stikstofoxid en koolwaterstoffen.
De contrôle over deutsche stoffen is belangrijk,ondat ze kunnen reageren opotochemische smog en dus op de directe blootstelling aan het zonlicht.
Koolmonoxide reageert nicht op bezelfde wijze op blootstelling aan het zonlicht, maar moet desondanks als giftig worden beschouwd.
Onze machines zijn uitgerust met emissiebeperkingssystemen voor bovengenoemde stoffen.
3. COMPONENTEN EN BEDIENINGSORGANEN
3.1 COMPONENTEN VAN DE MOTOR
- Oliebjvuldop met peilstok
- Olieaftapdop
- Deksel luchtfilter
- Bougiedop
- Serienummer van de motor


Vul hier het serienummer van uw motor in
3.2 VERSNELLINGSBEDIENING
Het op de machine gemonteerde bedieningselement voor de versnelling (gewoonlijk een hendel) is die middel van een kabel met de motor verbonden.
Raadpleeg de Handleiding van de machine voor versnellingshendel en+zijn standen, die gewoonlijk aangegeven worden door symbolen die overeenkomen met de volgende standen:
CHOKE = te gebruiken bij het koud starten.
FAST = komt overeen met het maximale toerental; te gebruiken tijdens het werk.
SLOW =kommen overeen met het minimale toerental.
4. HANDIG OM TE WETEN
a) Gebruik alleen detergentolie minstens van SF-SC kwaliteit.
b) Kies de SAE viscositeitsgraad op basis van
De motor is een inrichting waarvan de prestatiesolgelade tabel: goede werking en de levensduur afhangen van vele factoren, waarvan sommige van buitenaf komen -en 5÷ 35^ = SAE 30 andere strikt met de kwaliteit van de gebruike- 15÷ +35^ = 10W - 30 (Multigraad) ducten en de regelmaat van het onderhoud te maken hebben.
Als volgt wordt extra informatie geboden de motor opeer bewuste wijze kunt gaan gebruiken.
c) Het gebruik van multigraad olie kan een groter verwaardooruik in de warme periodes met zich meebrengen, waarom要去 dan het oliepeil vaker gecontroleerd worden.
4.1 OMGEVINGSSOMSTANDIGHEDEN
d) Meng geen oliesoorten van verschillende merken of met verschillende kenmerken.
De werkung van een viertakt verbrandingsmotor worden beinvloed door:
e) Het gebruik van SAE 30 olie bij temperaturen onder de +5^ kan schade aan de motor aanrichten door een Niet goede smering.
a) Temperatuur:
- Als er bij lage temperatuur gewerkt worden er zich moeilijkheden bij een koude start voordoen.
- Als er bij erg hoge temperatuur gewerkt worden kūn- nen er zich moeilijkheden bij een warme start voor- doen veroorzaakt door de verdamping van de brandstof in het bakje van de carburateur of in de pomp.
In ieder geval moet het soort olie aangepast worden aan de gebruikstemperatuur.
f) Niet bijvullen boven het «MAX» niveau (zie 5.1.1); een te hoog niveau kan het volgende veroorzaken: kunnook in de uitlaat; — verruiling van de bougie of van de luchtfilter en dus moeilijkheden bij het starten.
4.4 LUCHTFILTER
De doelmatigheid van de luchtfilter is heel belan om te voorkomen dat afvalmaterial en stof aangezo- gen worden door de motor, waarvan de prestaties en levensduur verminderd worden.
b) Hoogte:
- Het maximumvermogen van een verbrandingsmotor neemt af naarmate de hoogte boven het zeiniveau toeneemt.
- Als de hoogte aanzienlijk macht toenemen,要去 dus de belasting op de machine vermindert worden en要去en dus erg zware werkzaamheden verme worden.
a) Het filtrilegement moet vrij gezhouden worden resten en altiid perfect doeltreffend zich (zie 6.5).
b) Indien nodig, het filtrelement verrangen door een origineel reserveonderdeel; Niet compatibile filterelementen kuren de doeltreffendheid en deederlevensduur van de motor in het gedrang brengen.
c) Start de motor nooit wanneer het filtrelement nicht correct gemonteerd is.
4.2 BRANDSTOF
4.5 BOUGIE
De goede kwaliteit van de brandstof is onontbeerlijk voor de correcte werking van de motor. De bo
De bougies voor verbrandingsmotoren zich Niet alle maal hetzelfde!
De brandstof moet aan de volgende vereisten voldoen:
a) Gebruik reine, verse brandstof zonder lood, met minimum 90 octaan;
b) Gebruik geen brandstof met een ethanolgehalte vaneer dan 10%
c) Voeg geen olie bij;
d) Gebruik een stabilisator om het carburatiesysteme te beschermen gegen de vorming van hars tingen.
a) Gebruik alleen bougies van het aangegeven soort, voorzien van de juiste thermische graad.
b) Let op de lenghte van het draadje; een te draadje kan de motor onherstelbaar beschadigen.
c) Controller of de elektroden schoon zich en o juiste afstand van elkaar staan (zie 6.6).
Het gebruik van Niet toegestane brandstof beschadiging van de onderdelen van de motor en tot verval van de garantie.
Gebruik alkijd olie van goede kwaliteit, met viscositeitsgraad afhankelijk van de gebruikstemperatuur.
Het Beste is, telkens voordat de motor gebruikt worden, een serie controles te verrichten om een goede werkig te garanderen.
5.1.1 Controle oliepeil
Houd u, voor het soort te gebruiken olie, aan de aanwijzingen in het specifieke hoofdstuk (zie 8.1).
a) Zet de machine horizontal.
b) Maak de zone rondon de vuldop schoon.
c) Draai de dop (1) los, reinig het uiteinde peilstok (2) en breng hem waar aan met de dop op de opening, zoals geillustreerd, zonder hem te draaien.
d) Verwijder de dop met de peilstok waar en controllerer of het niveau van de olie tussen «MIN» en «MAX» ligt.
e) Indien nodig bijvullen met olie van hetzelfde tot aan het «MAX» niveau, let er hierbij op geen olie buiten de vuldop te gieten.
f) Schroef de dop (1) wee volledig vast en verwijder elk spoor van eventueel gemorste olie.
5.1.2 Controle luchtfilter
De doelmatigheid van de luchtfilter is van essontie belang voor de correcte werking van de motor! LET OP! Houd uw handen uit de de motor Niet wanner het filtrelement ontbreekt buft van de uitlaatdumper en omliggende stuk is. zones,ondat die erg heet konnen worden.Met
a) Reinig de zone rond het deksel (1) van de filter.
b) Verwijder het deksel (1) door de tweet pen los te draaien (2 - TRE0701 - TRE0801), of de lipjes los te make (2a - TRE0702).
c) Controller de staat van het filterelement (moet heel, schoon en efficien tijd; verricht anders onderhoud aan of verwang het (zie 6.5).
d) Hermonteer het deksel (1).
5.1.3 Brandstof bijvullen
BELANGRIJK Giet geen brandstof op de plastie onderdelen van de motor of de machine, om schade te voorkomen en verwijder onmiddelijk elk spoor van brandstof dat eventueel gemorst werk. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderden,veroorzaakt door brandstof.
De eigenschappen van de brandstof worden weergegeven in het speciale hoofdstuk (zie 4.2 en 8.1).
De benzine moet met koude motor bijgevuld worden, volgens de aanwijzingen in de Handleiding machine.
5.1.4 Bougiedop
Verbind de dop (1) van de kabel (2) stevig met de bougie, na u er zich van verzekerd te hebben dat de dop van binnen en het uiteinde van de bougie Niet vuil zich.
5.2 STARTEN VAN DE MOTOR (koud)
De motor要去 gestart worden volgens de aanwijzingen in de Handleiding van de machine, waar bijijdere inrichting (indien aanwezig) die in staat is de voortgang van de machine of het stoppen van de motor te veroorzaken,uitgeschakeld要去 worden.
a) Breng de versnellingshendel in de stand «CHOKE».
b) Bedien de startsleutel zoals aangegeven in de Handleiding van de machine.
de
Na enkele seconden worden de versnellingshendel graduateel van de stand «CHOKE» maar de stand «FAST» of a SLOW« gebracht.
5a31 STARTEN VAN DE MOTOR (warm)
- Volg de hele procedure die beschreiben is voor het koud starten met de versnellingshendel in de stand «FAST».
soort
Om het rendement en de prestaties van de motor optimaliseren,要去hij op zich maximale toerental gebrukt worden,door de versnellingshendel in de stand“FAST”te zetten.
optional LET OP!
Let! Houd uw handen uit de buurt van de uitlaatdemper en omligende zones,ondat die erg heet hunnen worden.Met draaiende motor Niet in de buurt van de boenkant van de motor komen met wapperende kledraing(stropdassen, foulards,enz.) of hethaar.
BELANGRIJK
(3) 12 am de correcte werkking van de motor Niet in t gevaar te brengen.
5.5
STOP VAN DE MOTOR TIJDENS HET WERKEN
a) Breng de versnellingshendel in de stand «SLOW».
b) Laat de motor minstens 15-20 seconden op minimum draaien.
c) Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de Handleiding van de machine.
5.6
STOP VAN DE MOTOR NA HET WERKEN
a) Breng de versnellingshendel in de stand «SLOW».
b) Laat de motor minstens 15-20 seconden op minimum draaien.
Vanc) Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de Handleiding van de machine.
d) Bij koude motor, koppel de dop (1) van de bougie los en verwijder de startsleutel (indien voorzien).
e) Verwijder resten van de motor en in het bijzonder van de zone van de uitlaatdemper, om brandelijk aan te vermijden.
5.7
SCHOONMAKEN EN STALLEN
a) Gebruik geen waterstralen of hagedrukreinigers om de buitenkant van de motor schoon te make.
b) Gebruik bij voorkeur een persluchtspuit (max. 6 bar) maaronthaat geen resten en stof waar binnen dringen.
c) Stal de machine (met de motor) op een droge voldoende geventileerde plaats beschermd gegen de weersomstandigheden.
5.8 LANGE RUSTPERIOD (langer dan 30 dagen)
Als de motor gedurende een langeperiode niet gebrukt gaat worden (bijvoorbeeld aan het eind het seizoen), moeten er enige voorzorgsmaatregelen getroffen worden om de daaropvolgende inbedrijfsteling te begunstigen.
a) Ter voorkoming van vuil in de brandstoftank,要去\
deze geleegd worden door de dop (1) van het bakje\
van de carburateur los te draaien en alle brandstof\
in een geschikte bak op te vangen. Verge\
daarna de dop (1) er wee stevig op te draaien.
b) Verwijder de bougie en giet ongeveer 3 cl schone motorolie in de opening, houd dan de opening met een doek dicht en laat de startmotor even draaien om de motor een paar omwentelingen te make n en zo de olie over de binnenkant cilinder te verspreiden. Monteer tenslotte de bougie weeer zonder de dop van de kabel te verbinden.
6. ONDERHOUD
LET OP!
Elke poging om aan het systeem te knoeien kan het boven de wettelijkke limiet
Hieronder worden verstaan het verwijderen of wijzigen van onderdelen zoals het inlaatsystem, het brandstofsystemen en het uitlaatsystem.
6.1 VEILIGHEIDSADVIEZEN
LET OP!
Maak de dop van de bougie
los en lees de aanwijzingen voor enige onderhouds- of reinigingswerkzaamheden of reparations te verrichten. Trek geschikte kleding en werkhandsschoenen aan voor alle handelingen die gevaarlijkeken voor voor de handen. Verricht geen onderhoud of reparations als u niet over het geschikte gereedschap en voldoende technische kennis waarvoor beschikt.
BELANGRIJK
brand stof of andere verruilende Produkten nooit achteloosweg.
6.2 ONDERHOUDSPROGRAMMA
Volg het in de tabel aangegeven onderhoudsprogramma, volgens de termijnen die zich het eerst voordoen.
BELANGRIJK
Het is de verantwoordelijkheid
van de eigenaar van de machine om de onderhoudswerkzaamheden uit te voeren die in de onderstaande tabel staan beschreiben.
BELANGRIJK
Maak hem vaker schoon bij
gebruik onder zware omstandigheden of wanner de lucht sterk verontreinigd is.
OPMERKING
Bij gebruik van de machine op
zeer stoffige ondergronden要去en de filters vaker worden schoongemaakt/ervangen.
| nietd vanHandelingelen | Handeling | |||
| Na de eerste 5 werkuren | Om de 5 werkuren of naieder gebruik | Om de 50 werkuren of aanhet eind van het Selzoen | Om de 100 werkuren | |
| Controle oliepeil(zie 5.1.1) | - | ✓ | - | |
| Olie verversen1)(zie 6.3) | ✓ | - | ✓ | - |
| Reiniging van de geluiddem-per en van de motor (zie 6.4) | - | ✓ | - | |
| Gontrolleen reinigingvan de luchtfilter2)(zie 6.5) | - | ✓ | - | |
| Vervang ing vande luchtfilter (zie 6.5) | - | - | ✓ | |
| Bougie nakijken(zie 6.6) | - | - | ✓ | |
| Bougie verrangen(zie 6.6) | - | - | - | ✓ |
| Benzinefilternakijken3) | - | - | - | ✓ |
1) Vervang de olie om de 25 eer als de motor vol belast of bij hoge temperaturesn werkt.
Maak de luchtfilter vaker schoon als de machine in een stoffig gebied werkt.
3) Door een gespecialiseerde werkplaats lately doeon.
6.3 OLIE VERVERSEN
Houd u, voor het soort te gebruiken olie, aan de aanwijzingen in het desbeteffende hoofdstuk (zie 8.1).
A LET OP!
Loos de olie met warme
motoraarleteropdeheteonderdelenvan demotorofdeafgevoerdeolienietaan teraken.
Mits anders aangegeven in de Gebruikshandleiding van de machine, als volgt te werk.gaan voor de afvoer van de olie:
a) Zet de machine horizontal.
b) Maak de zone rondon de vuldop schoon en draai de dop met de oliepeilstok (1) los.
c) Plaats een geschikte bak om de olie op te vangen en draai de aftapdop (2) los.
d) Monteer de aftapdop (2) weer en let er hierb of de afdichting goed geplaatst is en of hij aangedraaid is.
e) Nieuwe olie bijvullen (zie 5.1.1).
f) Controller op de oliepeilstok (3) of het oliepeil tot aan «MAX» staat.
g) Schroef de dop (1) wee vast en verwijder elk spoon van eventueel gemorste olie.
OPMERKING
De maximale hoeveelheid olie
in de motor is 1,2 liter. Geleidelijk bijvullen met keine hoeveelheden olie en telkens het niveau controleren, zodat het «MAX» streepje op de peilstok Niet overschreten worden.
6.4 REINIGING VAN DE GELUIDDEMPER EN VAN DE MOTOR
De geluidemper moet met koude motor s maakt worden.
a) Verwijder met een straal perslucht resten waardoor brand ontstaan kan, van de geluideddemer en van zich beveiliging.
b) Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen (1) verstoptহn.
c) Maak de plastic onderdelen schoon met water en zeep bevochtigde spons (2).
6.5 ONDERHOUD VAN DE LUCHTFILTER
a) Reinig de zone rond het deksel (1) van de filter.
b) Verwijder het deksel (1) door de twee draaiknopen los te draaien (2 - TRE0701 - TRE0801), of de lipjes los te make (2a - TRE0702).
c) Verwijder het filtrelement (3a + 3b) .
d) Verwijder het voorfilter (3b) van de patroon (3a).
e) Klop de patroon (3a) gegen een hard oppervlak en blaas perslucht vanuit de binnenkant om resten te verwijderen.
f) Was de Voorfilterspons (3b) met water en zeep en alot hem opdrogen.
BELANGRIJK
Gebruik geen water, benzine,
reinigingsproducten of ander voor de reiniging van de patroon.
BELANGRIJK
De Voorfilterspons (3b) moet
NIET gesmeerd worden.
g) Maak de binnenkant van de filterzitting (4) schoon van stof en resten en houd hierbij de afzuigleiding zicht met een doek (5) om te voorkomen dat ze de motor binnendringen.
h) Verwijder de doek (5),plaats het filtrelement (3b + 3a) in+zijn zitting en sluit het deksel (1).
onge-
6 CONTROLE EN ONDERHOUD VAN DE BOUGIE
en vuil
a) Demonteer de bougie (1) met een pijpsleutel (2).
b) Maak de elektroden (3) schoon met een met nierstel waar bij eventuele koolestafzettingen verwijderd要去en worden.
n Contbleer met een diktemeter (4) de afstand tussen de elektroden (0,6 - 0,8mm)
d) Monteer de bougie (1) wee en draai hem met een pijpsleutel (2) stevig vast.
Vervang de bougie als de elektroden verbrand zijn of als het keramiek kapot of gebarsten is.
A LET OP!
Brandgevaar! Controller de
startinstallatie Niet als de bougie Niet in zijn zitting gedraaid is.
stof en
BELANGRIJK
Gebruik alleen bougies van het
aangegeven soort (zie 8.1).
| a) Startproblemen | - Geen brandstof | - Controller en bijvullen (zie 5.1.3) |
| - Oude brandstof of afzettingen in de tank | - Leeg de tank en vul met neue brandstof | |
| - De startprocedure is nicht correct | -Voer de startprocedure goed uit (zie 5.2) | |
| - Losgekoppelde bougie | - Controlleren of het kapje goed op de bougie zit (zie 5.1.4) | |
| - Bougie nat of elektroden van de bougie vuil of op onjuiste afstand | - Controlleren (zie 6.6) | |
| - Verstopte luchtfilter | - Controlleren en reinigen (zie 6.5) | |
| - Olie Niet gepast aan het seizoen | - Vervangen door een gpaste olie (zie 6.3) | |
| - Verdamping van de brandstof in de carburateur door te hove temperaturen | - Enkele minuten wachten en een neue startpoging ondernemen (zie 5.3) | |
| - Brandstofproblemen | - Contact opnemen met een geauthoriseerd Servicecentrum | |
| - Startproblemen | - Contact opnemen met een geauthoriseerd Servicecentrum | |
| b) Onregelmatige werkung | - Elektrodes van de bougie vuil of ongepaste afstand | - Controlleren (zie 6.6) |
| -Dop van de bougie Niet goed aangebracht | -Controller en de dop stabel aangebracht is (zie 5.1.4) | |
| - Verstopte luchtfilter | - Controlleren en reinigen (zie 6.5) | |
| -Versnellingshendel in de stand «CHOKE» | -Zet de hendel in de stand «FAST» | |
| - Brandstofproblemen | - Contact opnemen met een geauthoriseerd Servicecentrum | |
| - Startproblemen | - Contact opnemen met een geauthoriseerd Servicecentrum | |
| c) Vermogenverlies tijdens het werk | - Verstopte luchtfilter | - Controlleren en reinigen (zie 6.5) |
| - Brandstofproblemen | - Contact opnemen met een geauthoriseerd Servicecentrum |
Inhoud carter 1,2 liter
Soort bougie QC12YC / RC12YC (Champion) of gelijksoortig
Afstand tussen de elektroden 0,6-0,8 mm
CO2 773,41 g/kWh
Deze meetresultaten voor CO_2 betreffen metingen volgens een vaste testcyclus onder laboratoriumomstandigheden, gedaan op een (basis)motor die representatief is voor het betrokken motortype (de betrokken motorfamilie); zij impliceren of vormen geen enkele garantie voor de prestaties van een bepaalde motor.
INNHOLD
- Generell informasjon 1
- Sikkerhetsregler 1
- Komponenter og kontroller 2
- Nyttig a vite 3
- Bruksregler 3
- Vedlikehold 5
- Problemer og Iosninger 7
- Tekniske data 7
1. GENERELL INFORMASJON
1.1 TIPS OM BRUK AV INSTRUKSJONSBOKEN
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandelieing werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht – Elke Niet-geauthoriserde reproductie of wijziging, ook gedeellijke, van het document is verboden.