MAKITA PLM4630N2 - Grasmaaier

PLM4630N2 - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PLM4630N2 MAKITA in PDF-formaat.

📄 332 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA PLM4630N2 - page 54
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : PLM4630N2

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PLM4630N2 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PLM4630N2 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING PLM4630N2 MAKITA

Rasaerba con motore a benzina Manuale di istruzioni originale NL Grasmaaier met benzinemotor Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

CONFORMITÀ CE Solo per i paesi europei La dichiarazione di conformità CE è inclusa come Allegato A al presente manuale di istruzioni.54 NEDERLANDS Verklaring van het onderdelenoverzicht WAARSCHUWING: Voor uw eigen veiligheid verzoeken wij u om deze gebruiksaanwijzing door te lezen voordat u uw nieuwe gereedschap gaat gebruiken. Als de aanwijzingen niet worden nageleefd kan dat leiden tot ernstig lichamelijk letsel. Besteed voor elk gebruik enige tijd om uzelf vertrouwd te maken met de grasmaaier. Bewaar deze gebruiksaanwijzing op een veilige plaats, om de nodige informatie steeds voorhanden te hebben. Als u dit apparaat overdraagt aan iemand anders, geef dan altijd ook deze gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften er bij. Beoogde toepassingen Dit gereedschap mag alleen worden gebruikt voor de taken waarvoor het apparaat bestemd is. Enige andere toepassing wordt beschouwd als misbruik. De gebruiker/ bedienend personeel, niet de fabrikant, wordt aansprakelijk gehouden voor enige schade of verwondingen die voortvloeien uit dergelijk misbruik. Deze grasmaaier met benzinemotor is bestemd voor particulier gebruik, d.w.z. gebruik in de directe omgeving van huis en tuin. Particulier gebruik van de grasmaaier voorziet in een jaarlijkse gebruiksduur van gewoonlijk niet meer dan 50 uur, gedurende welke periode het apparaat voornamelijk wordt gebruikt voor het onderhouden van kleinschalige gazons van gewone woonhuizen en bijbehorende tuinen. Openbare faciliteiten, sportvelden en land- of bosbouwtoepassingen vallen hier niet onder. Houd er rekening mee dat onze apparatuur niet is ontworpen voor commerciële, handels- of industriële toepassingen. Onze garantie vervalt wanneer het apparaat wordt gebruikt voor commerciële, handels- of industriële toepassingen of soortgelijke doeleinden. De gebruiksaanwijzingen, zoals bijgeleverd door de fabrikant, moeten bewaard worden en moeten voor naslag worden gebruikt om erop toe te zien dat de grasmaaier juist worden gebruikt en onderhouden. De instructies bevatten belangrijke informatie voor de bediening, het onderhoud en eventuele reparaties. Belangrijk! Vanwege ernstig gevaar van lichamelijk letsel voor de gebruiker, mag de grasmaaier niet worden gebruikt voor het trimmen van bosjes, heggen of heesters, voor het snoeien van klimplanten, aanplant op daken of gras op balkons, voor het verwijderen (opzuigen) van vuil of gruis van trottoirs, of voor het kleinmaken van gekapte boomtakken of de afsnijdsels van een heg. Bovendien mag de grasmaaier niet worden gebruikt als grondbewerker voor het egaliseren van uitstekende bulten zoals molshopen. Om veiligheidsredenen mag de grasmaaier niet worden gebruikt als aandrijfeenheid voor andere werktuigen of gereedschappen van enig type.

2. Bovenste gedeelte van de

8. Onderste gedeelte van de

19. Snelheidsregelhendel

Lees de gebruiksaanwijzing. Houd omstanders uit de buurt. Besteed als gebruiker extra aandacht aan handen en voeten om letsel te voorkomen. Benzine is brandbaar, blijf uit de buurt van open vuur. Als de motor draait mag geen benzine worden bijgevuld. Giftige dampen. Niet binnenshuis gebruiken. Draag ter bescherming van de gebruiker tijdens het maaien een veiligheidsbril en gehoorbescherming.55

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Bij gebruik van gereedschap met een verbrandingsmotor moeten altijd de algemene veiligheidsvoorzieningen worden opgevolgd om het risico van ernstig persoonlijk letsel en/of schade aan het gereedschap te verminderen. Lees deze gebruiksaanwijzing voordat u deze grasmaaier gaat gebruiken en bewaar deze gebruiksaanwijzing om hem later te kunnen raadplegen. WAARSCHUWING: Dit gereedschap produceert tijdens gebruik een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten hinderen. Om het risico van ernstig persoonlijk en fataal letsel te verminderen, adviseren wij personen met medische implantaten hun dokter en de fabrikant van het implantaat te raadplegen alvorens dit gereedschap te bedienen. Aanwijzingen

  • Lees de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsknoppen en de juiste omgang met het gereedschap. Leer hoe u de motor snel kunt stoppen.
  • Gebruik de grasmaaier uitsluitend voor het doel waarvoor hij is ontworpen, d.w.z. voor het maaien en opvangen van gras. Al het andere gebruik kan gevaarlijk zijn en schade aan het gereedschap veroorzaken. Voorbeelden van verkeerde gebruik zijn onder andere: - het vervoeren van mensen, kinderen of dieren op het gereedschap; - zich laten vervoeren door het gereedschap; - het gereedschap gebruiken om ladingen te trekken of duwen; - het gereedschap gebruiken voor het verzamelen van bladeren of afval; - het gereedschap gebruiken om hagen te snoeien of om andere vegetatie dan gras te maaien; - het gebruik van het gereedschap door meer dat één persoon; - het maaimes gebruiken op een andere ondergrond dan gras.
  • Laat in geen geval kinderen of personen die deze gebruiksaanwijzing niet gelezen hebben de grasmaaier gebruiken. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de grasmaaier nooit: - wanneer er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn; - wanneer de gebruiker medicijnen of andere middelen heeft gebruikt die zijn/haar reactiesnelheid of concentratie kunnen beïnvloeden.
  • Denk eraan dat de bedienaar of gebruiker van de grasmaaier aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.
  • De gebruikers moeten terdege geoefend worden in het gebruik, de afstelling en de bediening van het apparaat, inclusief welke toepassingen verboden zijn. Voorbereidingen
  • Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen en een lange broek. Gebruik het gereedschap niet met blote voeten of met open sandalen.
  • Inspecteer zorgvuldig het terrein waar het apparaat gebruikt gaat worden en verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, speelgoed, stokken en stukken draad, die door de machine weggeslingerd kunnen worden.
  • WAARSCHUWING - Benzine is bijzonder brandbaar. - Bewaar benzine in speciaal daarvoor bestemde jerrycans. - Vul alleen benzine bij in de open lucht en rook daarbij niet. - Vul benzine bij voor het starten van de motor. Verwijder nooit de brandstofvuldop en vul nooit benzine bij terwijl de motor draait of wanneer de motor warm is. - Als benzine wordt gemorst, mag u niet proberen de motor te starten, maar moet de grasmaaier worden verwijderd van de plaats waar de benzine gemorst is, en mag de motor niet worden gestart voordat de benzine verdampt is. - Plaats de doppen stevig terug op de brandstoftank en jerrycan.
  • Vervang defecte geluiddempers.
  • Voer vóór gebruik altijd altijd een visuele controle uit of het maaimes, de mesbout of het maaimechanisme versleten of beschadigd is. Vervang het versleten of beschadigd maaimes en mesbout altijd samen, om onbalans te voorkomen.
  • Controleer regelmatig of alle startblokkeringen en controlemechanismen voor de aanwezigheid van een gebruiker juist functioneren. Bediening
  • Laat de verbrandingsmotor niet draaien in een gesloten ruimte waarin gevaarlijke koolmonoxidedampen zich kunnen ophopen.
  • Gebruik het apparaat niet wanneer u moe of ziek bent of als u medicijnen of verdovende middelen hebt ingenomen.
  • Waarschuwing! Gebruik de grasmaaier niet wanneer het onweert en er kans op blikseminslag bestaat.
  • Het is aanbevolen om de gebruiksduur beperkt te houden, om zo min mogelijk risico van lawaai en trillingen te lopen.
  • Wees zeer voorzichtig wanneer u de grasmaaier gebruikt op hellingen of bij steile randen, greppels of oevers. Maak de bougiekabel los voordat u reparaties, zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing, uitvoert. Let op: Motor is heet.56
  • Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
  • Gebruik de grasmaaier bij voorkeur niet wanneer het gras nat is.
  • Zorg er op een helling altijd voor dat u stevig staat.
  • Loop rustig, nooit te snel.
  • Maai met cirkelmaaiers met wielen een helling altijd in de dwarsrichting en nooit van boven naar beneden.
  • Ga altijd uiterst voorzichtig te werk bij het veranderen van richting op een helling.
  • Maai niet op bijzonder steile hellingen.
  • Pas goed op als u de grasmaaier achteruit laat rijden of naar u toe haalt.
  • Het maaimes moet stilstaan wanneer de grasmaaier bij het vervoeren moet worden gekanteld, wanneer de grasmaaier over een oppervlak waar geen gras groeit moet worden verplaatst en bij het vervoer naar en van een te maaien gedeelte.
  • Gebruik de grasmaaier nooit met defecte afschermingen of zonder veiligheidsvoorzieningen zoals een achterklep en/of grasopvangbak.
  • Let op: De grasmaaier mag niet worden gebruikt zonder dat òf de volledige grasvanger, òf de zelfsluitende uitblaasopeningsbeveiliging op zijn plaats zit.
  • Verander de regelafstellingen van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen.
  • Probeer niet om enige afstelling of aanpassing te maken in enig afgesloten mechanisme voor de motorsnelheidsregeling.
  • De beveiligingssystemen en veiligheidsvoorzieningen van de grasmaaier mogen nooit worden uitgeschakeld of aangepast.
  • Schakel alle maaimessen en de aandrijving uit voordat u de motor start.
  • Start de motor zorgvuldig zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing en blijf met uw voeten steeds op voldoende afstand van het maaimes.
  • Tijdens het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld.
  • Start de motor niet als u voor het uitwerpkanaal staat.
  • Kom niet met uw handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
  • De grasmaaier nooit optillen of dragen wanneer de motor loopt.
  • Zet de motor uit en maak de bougiekabel los, wacht tot de draaiende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en, indien aanwezig, verwijder de sleutel. - voordat u een verstopping opheft of voordat u het uitwerpkanaal leegt. - voordat u de grasmaaier controleert, reinigt of er werkzaamheden aan gaat verrichten. - na het raken van een vreemd voorwerp. Controleer of de grasmaaier beschadigd is en laat deze indien nodig repareren voordat u de grasmaaier opnieuw gaat starten en gebruiken. - als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen (onmiddellijk controleren).
  • Zet de motor uit en maak de bougiekabel los, wacht tot de draaiende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en, indien aanwezig, verwijder de sleutel. - iedere keer als u de grasmaaier onbeheerd achterlaat. - voordat u brandstof bijvult.
  • Zet de gashendel terug vóórdat u de motor uitschakelt en indien de motor is voorzien van een brandstofkraan, moet deze na het maaien worden dicht gezet.
  • Gebruik de grasmaaier uitsluitend voor het doel waarvoor hij is ontworpen: voor het maaien en opvangen van gras. Al het andere gebruik kan gevaarlijk zijn en schade aan het gereedschap veroorzaken. Onderhoud en opslag
  • Zorg ervoor dat alle bouten en de schroeven stevig vastgedraaid zijn om er zeker van te zijn dat het gereedschap altijd op een veilige manier gebruiksklaar is.
  • Zet de grasmaaier niet met brandstof in de brandstoftank in een ruimte waar de brandstofdampen in aanraking kunnen komen met vlammen of vonken.
  • Laat de motor afkoelen voordat u de grasmaaier opbergt in een gesloten ruimte. Maak de grasmaaier schoon en verricht het nodige onderhoud voordat u het apparaat opbergt.
  • Om het brandgevaar zoveel mogelijk te beperken moet u de motor, de geluiddemper, de accubak en de brandstoftank vrijhouden van gras, bladeren of overtollig vet.
  • Controleer regelmatig de grasopvangbak op slijtage en beschadigingen.
  • Vervang veiligheidshalve versleten of beschadigde delen.
  • Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet u dit in de open lucht doen.
  • Onjuist onderhoud, gebruik van niet-passende vervangingsonderdelen, of het verwijderen of aanpassen van van veiligheidsvoorzieningen kan de grasmaaier beschadigen en de gebruikers ernstig verwonden.
  • Gebruik alleen de aanbevolen maaibladen en reserve- onderdelen geleverd door de fabrikant. Het gebruik van niet-specifieke onderdelen kan de grasmaaier beschadigen en de gebruikers verwonden. Houd de grasmaaier steeds in goede werkconditie.
  • Als de voorziening voor het stoppen van de maaibladen niet goed werkt, neemt u dan a.u.b. contact op met een officiële onderhoudsdienst. Vervoeren en hanteren
  • Wanneer het gereedschap moet worden gehanteerd, opgetild, vervoerd of gekanteld, moet u: - stevige werkhandschoenen dragen; - het gereedschap vastpakken op plaatsen die een goede houvast bieden, rekening houdend met het gewicht en de verdeling ervan; - gebruik een geschikt aantal mensen voor het gewicht van het gereedschap en de kenmerken van het voertuig of de plaats waar het moet worden gebracht of opgehaald.57
  • Tijdens vervoer moet het gereedschap stevig zijn vastgezet met touwen of kettingen. WAARSCHUWING: Raak het draaiende maaimes niet aan. WAARSCHUWING: Vul de brandstoftank bij in een goed geventileerde ruimte terwijl de motor is uitgeschakeld.

3. BESCHRIJVING VAN DE

ONDERDELEN (zie afb. 1, 2, 3 en 4) Bijgeleverd: A: Bougiesleutel

1. Bevestig het onderste gedeelte van de handgreep op

de handgreepsteun met de bout, ring en vergrendelknop (zie afb. 5).

2. Til de twee vergrendelhendels op waarmee het

bovenste gedeelte en het onderste gedeelte van de handgreep met elkaar zijn verbonden (zie afb. 6).

3. Duw de vergrendelhendels dicht om het onderste

gedeelte en het bovenste gedeelte van de handgreep te vergrendelen in de bedieningsstand (zie afb. 7).

4. Stel de spanning af door de borgmoer met een

geschikte sleutel te draaien (zie afb. 8).

5. Plaats het snoer op de buis van de handgreep. Klem

het met de snoerklem vast op het midden van het onderste gedeelte van de handgreep en verzeker u ervan dat het snoer rond de buitenkant van de handgreep is bevestigd (zie afb. 9 en 10). Het snoer kan anders bekneld raken bij het openen/sluiten van de achterklep. Model PLM4630N2 PLM4631N2 PLM4632N PLM5130N Motortype B&S 675EXi-serie, ReadyStart B&S 675EXi-serie, ReadyStart B&S 750EX-serie, ReadyStart B&S 750EX-serie, ReadyStart Zelfrijdend Nee Ja Ja Ja Cilinderinhoud 163 cm

2) Roteer het bovenste gedeelte van de handgreep

vanuit de middenstand van de hoekverstelling binnen het bereik van -15º tot +15º (3 standen: -15º, 0º en +15º) naar de juiste bedieningshoek, zoals aangegeven in afb. 11.

3) Duw de vergrendelhendel dicht om het bovenste

gedeelte en het onderste gedeelte van de handgreep met elkaar te vergrendelen.

5-3 DE GRASOPVANGBAK

AANBRENGEN EN VERWIJDEREN

1. Aanbrengen: til de achterklep op en haak de

grasopvangbak aan de achterkant van de grasmaaier (zie afb. 12, 13 en 14).

2. Verwijderen: til de achterklep op en verwijder de

Verplaats de trekstarthandgreep van de motor naar de koordgeleider (zie afb. 15).

5-5 DE MAAIHOOGTE INSTELLEN

Duw de hefboom naar buiten om hem uit de huidige stand te halen. Beweeg de maaihoogte-instelhendel naar voren of achteren om de maaihoogte in te stellen (zie afb. 16 en de beschrijving bij punt 7-9).

Deze grasmaaier kan na aanschaf worden omgebouwd voor extra functies, afhankelijk van de gewenste toepassing: Vanaf een grasmaaier met achteruitwerp naar:

1. een mulchmaaier, of

2. een grasmaaier met zijuitwerp.

Wat is mulchen? Bij mulchen wordt het gras eerst gemaaid, vervolgens uiterst fijn versnipperd, en tenslotte in het gras teruggeblazen als natuurlijke meststof. Tips voor mulchmaaien: - Maai het gras regelmatig met maximaal 2 cm van 6 cm naar 4 cm grashoogte. - Gebruik een scherp maaimes. - Maai geen nat gras. - Stel het maximale motortoerental in. - Duw de grasmaaier met een rustige werksnelheid. - Maak regelmatig de mulchinzet, binnenkant van de behuizing en het maaimes schoon. In gebruik nemen 6-1 Ombouwen tot mulchmaaier WAARSCHUWING: Alleen wanneer de motor gestopt is en het maaimes tot stilstand is gekomen.

1. Til de achterklep op en verwijder de grasopvangbak.

2. Plaats de mulchinzet in het maaidek. Zet de

mulchinzet vast met de knop in de opening van het maaidek (zie afb. 17 en 18).

3. Laat de achterklep weer zakken (zie afb. 19).

4. Til de zijklep op en verwijder het zijuitwerpkanaal.

6-2 Ombouwen tot grasmaaier met zijuitwerp Alleen wanneer de motor en het maaimes gestopt zijn!

1. Til de achterklep op en verwijder de grasopvangbak.

2. Breng de mulchinzet aan.

3. Ontgrendel het vergrendelingsmechanisme. (zie

4. Til de zijklep voor zijuitwerp op (zie afb. 20B).

5. Monteer het zijuitwerpkanaal op de bevestigingspen

van de zijklep (zie afb. 21).

6. Laat de zijklep zakken tot op het zijuitwerpkanaal (zie

afb. 22). 6-3 Maaien met de grasopvangbak WAARSCHUWING: Alleen met een uitgeschakelde motor en stilstaand maaimes. Voor maaien met de grasopvangbak verwijdert u eerst de mulchinzet en het zijuitwerpkanaal en brengt u daarna de grasopvangbak weer aan.

1. De mulchinzet verwijderen.

- Til de achterklep op en verwijder de mulchinzet.

2. Het zijuitwerpkanaal verwijderen.

- Til de zijklep op en verwijder het zijuitwerpkanaal. - Door veerkracht gaat de zijklep automatisch omlaag zodat de zijuitwerpopening in het maaidek wordt afgesloten. - Verwijder regelmatig grasresten en aangekoekt vuil vanaf de zijklep en vanuit de zijuitwerpopening.

3. Breng de grasopvangbak aan.

- Aanbrengen: til de achterklep op en haak de grasopvangbak aan de achterkant van de grasmaaier. - Verwijderen: til de achterklep op en verwijder de grasopvangbak.

Vul de brandstoftank en olietank bij zoals aangegeven in de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor, die bij de grasmaaier is geleverd. Lees de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig (zie afb. 23, 24, 25 en 26). WAARSCHUWING: Benzine is bijzonder brandbaar. Bewaar brandstof in speciaal daarvoor bestemde jerrycans. Vul brandstof alleen bij in de open lucht en voordat de motor wordt gestart, en rook niet tijdens het bijvullen of hanteren van brandstof. Verwijder nooit de brandstofvuldop en vul nooit benzine bij terwijl de motor draait of wanneer de motor warm is. Als brandstof is gemorst, mag u niet proberen de motor te starten, maar moet de grasmaaier worden verwijderd van de plaats waar de brandstof is gemorst, en mag de motor niet worden gestart voordat de brandstof verdampt is.59 Plaats de doppen stevig terug op de brandstoftank en jerrycan. Voordat u de grasmaaier kantelt voor onderhoud van het maaimes of voor aftappen van de olie, moet u de brandstoftank volledig leegmaken. WAARSCHUWING: In geen geval mag u brandstof bijvullen in een gebouw, terwijl de motor draait of als het afkoelen van de motor na draaien korter heeft geduurd dan 15 minuten.

1. Bij deze grasmaaier zit het uiteinde van de bougie een

rubberen mof. Zorg ervoor dat de metalen huls aan het uiteinde van de bougiekabel (binnenin de rubberen mof) goed vastzit op de metalen elektrode van de bougie.

2. Voor het starten van een koude of warme motor draait

u de gas-chokehendel naar een stand tussen de stand “ ” en de stand “ ”. Voor het gebruik draait u dan de gas-chokehendel naar de stand “ ”. (zie afb. 27)

3. U gaat achter de grasmaaier staan, pakt de

remhendel vast en houd deze tegen de bovenste handgreep, zoals afgebeeld in afb. 28.

4. Pak de trekstarthandgreep vast, zoals afgebeeld in

afb. 28, en trek hem snel naar u toe. Plaats de handgreep na het starten van de motor rustig terug tegen de koordgeleider. Als u de remhendel loslaat, slaat de motor af en stopt het maaimes vanzelf. Start de motor zorgvuldig zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing en blijf met uw voeten steeds op voldoende afstand van het maaimes. Tijdens het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld. Start de grasmaaier op een vlakke ondergrond zonder hoog gras of obstakels. Houd uw handen en voeten uit de buurt van draaiende delen. Start de motor niet als u voor de uitwerpopening staat.

7-3 TIJDENS HET GEBRUIK

Houd tijdens het gebruik de remhendel met beide handen stevig vast. OPMERKING: Als u tijdens het gebruik de remhendel loslaat, zal de motor afslaan waardoor de grasmaaier stopt. WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat de grasmaaier per ongeluk ingeschakeld kan worden, is het apparaat voorzien van een motorblokkering die u eerst terug moet trekken voordat de motor gestart kan worden. Wanneer u de motorregelhendel loslaat, moet die terugkeren naar de uitgangsstand, waarna de motor automatisch afslaat. OPMERKING: Motorblokkering (remhendel): Gebruik deze hendel om de motor te stoppen. Wanneer u de hendel loslaat, komen de motor en het maaiblad automatisch tot stilstand. Voor het maaien houdt u de hendel in de werkstand. Voordat u gaat maaien controleert u enkele malen zorgvuldig de start/stophendel om te zien of die naar behoren werkt. Zorgt u dat de spanningskabel soepel bediend kan worden (dus niet ergens geknikt is of vastloopt op enige manier).

7-4 DE MOTOR STOPPEN

LET OP: Het maaimes draait na het uitschakelen van de motor nog enkele seconden door.

1. Als u de remhendel loslaat, slaat de motor af en stopt

het maaimes vanzelf (zie afb. 29).

2. Maak de bougiekabel los en aard deze zoals

aangegeven in de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor om per ongeluk starten te voorkomen als de grasmaaier onbeheerd achtergelaten wordt. 7-5 ZELFAANDRIJVING Voor model PLM4631N2 Duw de aandrijfhendel tegen de bovenste gedeelte van de handgreep, de grasmaaier begint automatisch naar voren te rijden met ongeveer 3,6 km/h (zie afb. 30). Laat de aandrijfhendel los en de grasmaaier stopt met rijden. Voor PLM4632N en PLM5130N De grasmaaier is uitgerust met een snelheidsregeling die 3 snelheden kan instellen van 3,0 km/u tot en met 4,5 km/u. Stand “ ”: de langzaamste stand; Stand “ ”: de snelste stand (zie afb. 31). Volg onderstaande stappen:

1. Laat de aandrijfhendel los en wacht tot de grasmaaier

niet meer naar voren rijdt.

2. Stel de gewenste snelheid in (zie afb. 31).

3. Duw de aandrijfhendel tegen de bovenste handgreep

en de grasmaaier begint automatisch naar voren te rijden (zie afb. 30). LET OP: Uw grasmaaier is bedoeld om normaal tuingras te maaien met een maximale lengte van 250 mm. Probeer niet in ongebruikelijk hoog droog of nat gras (bijvoorbeeld een weiland) of een berg droge bladeren te maaien. Afval kan zich ophopen op het maaidek of in aanraking komen met de motoruitlaat waardoor mogelijk brandgevaar ontstaat.60

7-6 VOOR HET BESTE MAAIRESULTAAT

Verwijder afval van het gazon. Zorg dat het gazon vrij is van stenen, stokken, draadstukken of andere vreemde voorwerpen die per ongeluk door de grasmaaier in alle richtingen weggeslingerd kunnen worden en niet alleen ernstig persoonlijk letsel voor de gebruiker of anderen, maar ook schade aan eigendommen en voorwerpen in de buurt tot gevolg kunnen hebben. Maai geen nat gras. Maaien gaat het best als het gras niet nat is omdat het anders aan de onderkant van het maaidek gaat plakken en daardoor het maaien wordt gehinderd. Maai niet meer dan 1/3 van de graslengte. Voor maaien wordt aangeraden het gras 1/3 van de lengte korter te maaien. De voorwaartse snelheid moet zodanig aangepast worden dat het versnipperde gras gelijkmatige over het gazon wordt verdeeld. Speciaal tijdens het zwaar maaien van dik gras kan het nodig zijn om de laagste snelheid te gebruiken om de grassprieten schoon en goed te maaien. Als het gras langer is kunt u het gazon in twee fasen maaien door de maaihoogte nog een keer met 1/3 van de graslengte te verlagen en misschien in een andere richting te maaien dan de eerste keer. Door toepassing van een kleine overlapping op elk maaipad kunt u de eventueel op het gazon achtergebleven grassprieten opruimen. De maaier moet altijd op het hoogste toerental draaien voor het beste maairesultaat en om zo effectief mogelijk te maaien. Maak de onderkant van het maaidek schoon. Zorg dat de onderkant van het maaidek na elk gebruik wordt schoongemaakt om ophoping van grasresten te voorkomen waardoor een goed mulchresultaat wordt gehinderd. Bladeren maaien. Het maaien van bladeren kan uw gazon ten goede komen. Als u bladeren gaat maaien, moet u zorgen dat ze droog zijn en niet in een dikke laag op het gazon liggen. Wacht niet tot alle bladeren van de bomen zijn gevallen voordat u gaat maaien. WAARSCHUWING: Schakel de motor uit na het raken van een vreemd voorwerp. Maak de bougiekabel los, controleer de grasmaaier grondig op beschadigingen en herstel de beschadiging voordat u de grasmaaier opnieuw gaat starten en gebruiken. Buitensporige trillingen in de grasmaaier kunnen op een beschadiging duiden. De grasmaaier moet onmiddellijk worden nagekeken en gerepareerd. 7-7 GRASOPVANGBAK Op de bovenkant van de grasopvangbak zit een niveau- aanduiding die aangeeft of de grasopvangbak leeg of vol is (zie afb. 32 en 33): - De niveau-aanduiding staat open wanneer de grasopvangbak nog niet vol zit tijdens het maaien (zie afb. 33). - Als de grasopvangbak vol is, zakt de niveau- aanduiding omlaag. Nadat dit is gebeurt, stopt u onmiddellijk met maaien en maakt u de grasopvangbak leeg. Controleer of de grasopvangbak schoon is en het luchtrooster open is (zie afb. 32) BELANGRIJK Als de opening van de niveau-aanduiding erg vuil is, zal de niveau-aanduiding niet open gaan. In dat geval maakt u de opening van de niveau-aanduiding onmiddellijk schoon. 7-8 MAAIDEK De onderkant van het maaidek moet na elk gebruik worden schoongemaakt om ophoping van grasresten, bladeren, vuil of anders te voorkomen. Als dit vuil kan ophopen, krijgen roest en corrosie vrij baan en zal goed mulchen niet mogelijk zijn. Het maaidek kan schoongemaakt worden door de grasmaaier te kantelen en schoon te schrapen met een toepasselijk gereedschap (zorg dat de bougiekabel is losgemaakt).

7-9 DE MAAIHOOGTE INSTELLEN

LET OP: Verander in geen geval een instelling aan de grasmaaier zonder eerst de motor uit te schakelen en de bougiekabel los te maken. LET OP: Voordat u de maaihoogte verandert moet u eerst de motor uitschakelen en de bougiekabel losmaken. Uw grasmaaier heeft een centrale maaihoogte- instelhendel met 8 hoogtestanden. De hoogte (van maaimes tot grond) kan worden ingesteld van 25 mm tot 70 mm (8 hoogtestanden) (zie afb. 34). De onderste instelling: 25 mm (stand 1); de hoogste instelling: 70 mm (stand 8).

1. Schakel de grasmaaier uit en maak de bougiekabel

los voordat u de maaihoogte verandert.

2. De centrale maaihoogte-instelhendel heeft

8 verschillende hoogtestanden. (zie afb. 34) De maaihoogte verandert u door de maaihoogte- instelhendel naar het wiel te duwen en omhoog of omlaag te verplaatsen naar de gewenste maaihoogtestand.

BOUGIE Gebruik voor vervanging alleen originele bougies. Het beste is om de bougie na 100 bedrijfsuren te vervangen. REMSCHOENEN Laat de motorremschoenen regelmatig door een onderhoudsdienst controleren en/of vervangen; ter vervanging kunnen alleen originele onderdelen worden gebruikt.

een keer per seizoen met lichte olie.

2. MOTOR - Volg de aanwijzingen voor het smeren in de

gebruiksaanwijzing voor de motor op.61

LET OP: Spuit geen water op de motor. Water kan schade toebrengen aan de motor en het brandstofsysteem vervuilen.

1. Veeg het maaidek schoon met een droge doek.

2. Spuit de onderkant van het maaidek schoon nadat de

grasmaaier zodanig is gekanteld dat de bougie naar boven is gericht. 10-1 MOTORLUCHTFILTER LET OP: Zorg dat vuil of stof het schuimrubberen filterelement niet kan verstoppen. Het motorluchtfilterelement moet worden onderhouden (schoongemaakt) na 25 uur normaal maaien. Het schuimrubberen filterelement moet regelmatig schoongemaakt worden wanneer de grasmaaier onder droge en stoffige omstandigheden wordt gebruikt. LUCHTFILTER SCHOONMAKEN

1. Verwijder de schroef. (zie afb. 35 voor PLM4632N en

2. Til de lip van de filterkap op. (zie afb. 36 voor de

PLM4630N2 en de PLM4631N2)

3. Verwijder de filterkap.

4. Was het filterelement met water en zeep. GEBRUIK

5. Droog het element in de open lucht.

6. Plaats een paar druppels SAE30-olie op het

schuimrubberen filterelement en knijp het stevig samen om het overschot aan olie te verwijderen.

7. Plaats het filter terug.

8. Sluit het filterdeksel.

OPMERKING: Vervang het filter als het is gerafeld, gescheurd of beschadigd, of als het niet meer kan worden schoongemaakt. 10-2 MAAIMES LET OP: Maak de bougiekabel los en aard deze voordat u aan het maaimes gaat werken om per ongeluk starten te voorkomen. Bescherm uw handen door werkhandschoenen te dragen of een doek te gebruiken als u het maaimes vastpakt. Kantel de grasmaaier zoals aangegeven in de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor. Verwijder de zeskantbout en ring waarmee het maaimes en bijbehorende adapter op de uitgaande as van de motor zijn bevestigd. Verwijder het maaimes en de adapter vanaf de uitgaande as van de motor. WAARSCHUWING: Controleer regelmatig de maaimesadapter op scheuren, vooral na het raken van een vreemd voorwerp. Vervang indien nodig. Voor het beste resultaat moet het maaimes scherp zijn. Het maaimes kan weer scherp worden gemaakt door het te verwijderen en de snijkant te slijpen of te vijlen, waarbij de originele snijhoek zo goed mogelijk gehandhaafd moet blijven. Het is uitermate belangrijk dat elke snijkant evenveel wordt geslepen om te voorkomen dat het maaimes in onbalans raakt. Een onjuiste balans van het maaimes veroorzaakt sterke trillingen dat weer kan leiden tot eventuele schade aan de motor en grasmaaier. Zorg dat het maaimes zorgvuldig uitgebalanceerd wordt na het slijpen. De balans van het maaimes kan worden gecontroleerd door het op de ronde steel van een schroevendraaier te balanceren. Verwijder een beetje materiaal van het zwaardere gedeelte totdat de balans weer is hersteld (zie afb. 37). Voordat het maaimes en de adapter weer op de grasmaaier gemonteerd worden, smeert u de uitgaande as van de motor en de binnenkant van de maaimesadapter met een lichte olie. Monteer de maaimesadapter op de uitgaande as. Raadpleeg afb. 37. Monteer het maaimes met het onderdeelnummer afgekeerd van de adapter. Leg de ring op juiste wijze op het maaimes en steek de zeskantbout erdoor. Draai de zeskantbout vast met een draaikoppel, zoals hieronder aangegeven.

10-3 DRAAIKOPPEL VOOR MAAIMES

Draai de centrale bout aan met een koppel van 40 Nm tot 50 Nm om verzekerd te zijn van een veilige werking van het gereedschap. Alle moeren en bouten moeten regelmatig nagekeken worden of ze nog goed vastzitten. Na langdurig gebruik, vooral op ondergronden met veel zand, zal het maaimes slijten en zijn oorspronkelijke vorm verliezen. Het maaien gaat steeds slechter en het maaimes moet worden vervangen. Vervang het alleen met een maaimes dat door de fabriek is goedgekeurd. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door de onbalans van het maaimes. Bij vervanging van het maaimes moet u gebruikmaken een origineel vervangingsonderdeel waarvan het nummer is aangegeven op het maaimes (MAKITA 263001451 voor PLM4630N2, PLM4631N2 en PLM4632N; MAKITA 263002552 voor PLM5130N) (het maaimes kunt u bestellen bij uw plaatselijke dealer of door telefonisch contact op te nemen met ons bedrijf - zie de kaft).62 10-4 MOTOR Raadpleeg de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor voor aanwijzingen met betrekking tot motoronderhoud. Behandel de motorolie zoals aangegeven in de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor dat bij de grasmaaier is geleverd. Lees en volg de instructies zorgvuldig. Onderhoud onder normale omstandigheden het luchtfilter zoals aangegeven in de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor. Bij zeer stoffige omstandigheden moet het steeds na enkele uren schoongemaakt worden. Slechte motorprestaties en het verzuipen van de motor zijn meestal aanwijzingen dat het luchtfilter onderhouden moet worden. Raadpleeg de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor die bij de grasmaaier is geleverd, voor het onderhoud van het luchtfilter. Een keer per seizoen moet de bougie worden schoongemaakt en de elektrodenafstand opnieuw worden ingesteld. Het wordt aangeraden om aan het begin van elk maaiseizoen de bougie te vervangen. Raadpleeg de aparte gebruiksaanwijzing voor de motor voor het juiste bougietype en specificatie van de elektrodenafstand. Maak de motor regelmatig schoon met een doek of borstel. Houd het koelsysteem (ventilatorbehuizing) schoon om een goede luchtcirculatie te realiseren die essentieel is voor het vermogen en de levensduur van de motor. Zorg dat al het gras, vuil en brandbare rommel rondom de uitlaatdemper is verwijderd.

11. OPBERGEN (BUITEN HET

SEIZOEN) De volgende stappen moet u nemen om de grasmaaier voor te bereiden om hem op te bergen.

1. Maak de brandstoftank leeg na de laatste maaibeurt

van een seizoen. a) Maak de brandstoftank leeg met een zuigpomp. LET OP: Tap de benzine niet af in een afgesloten vertrek, in de buurt van open vuur, terwijl u rookt, enz. Benzinedampen kunnen een explosie of brand veroorzaken. b) Start de motor en laat deze draaien tot alle resterende benzine is opgebruikt en afslaat. c) Verwijder de bougie. Gebruik een oliekannetje om ongeveer 20 ml olie in de verbrandingskamer te gieten. Bedien de starter zodat de olie in de verbrandingskamer gelijkmatig wordt verdeeld. Plaats de bougie terug.

2. Reinig en smeer de grasmaaier zorgvuldig zoals

hierboven beschreven onder “SMERING”.

3. Smeer het maaimes licht in om roesten te voorkomen.

4. Berg de grasmaaier op in een droge, schone en

vorstvrije ruimte, buiten het bereik van onbevoegde personen. LET OP: De motor moet volledig afgekoeld zijn voordat u de grasmaaier mag opbergen. OPMERKING: - Een gereedschap met een verbrandingsmotor mag niet worden opgeborgen in een schuur die niet is geventileerd of waarin materialen worden opgeslagen. - Zorg ervoor dat het gereedschap tegen roest wordt beschermd. Smeer het gereedschap, met name de kabels en alle bewegende delen, met een lichte olie of silicone. - Pas op dat u de kabels niet buigt of knikt. - Als het startkoord is losgeschoten uit de koordgeleider op de handgreep, moet u de bougiekabel losmaken en aarden, de stophandgreep intrekken en het startkoord langzaam uit de motor trekken. Schuif het startkoord in de koordgeleider op de handgreep. Vervoeren Schakel de motor uit en wacht tot de motor afgekoeld is. Maak dan de bougiekabel los en leeg de brandstoftank volgens de instructies in de gebruiksaanwijzing voor de motor. Pas op dat het maaiblad niet wordt verbogen of anderszins beschadigd wanneer u de grasmaaier over obstakels heen duwt.63

Motor start niet. Gas-chokehendel staat gezien de huidige omstandigheden niet in de juiste stand. Gas-chokehendel in de juiste stand zetten. Brandstoftank is leeg. Vul de brandstoftank met brandstof: raadpleeg de GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DE MOTOR. Luchtfilterelement is vuil. Luchtfilterelement schoonmaken: raadpleeg de GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DE MOTOR. Bougie zit los. Bougie met een draaikoppel van 25 tot 30 Nm vastdraaien. Bougiekabel zit los of is losgeraakt van de bougie. Bougiekabel op de bougie bevestigen. Elektrodenafstand van de bougie is niet correct. Elektrodenafstand op 0,7 tot 0,8 mm instellen. Bougie is defect. Nieuwe bougie met de juiste elektrodenafstand plaatsen: raadpleeg de GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DE MOTOR. Carburateur is verzopen met benzine. Luchtfilterelement verwijderen, voortdurend aan het startkoord trekken totdat de carburateur leeg is en daarna een nieuw luchtfilterelement plaatsen. Defecte ontstekingsmodule. Neem contact op met een servicecentrum. Motor is moeilijk te starten of verliest vermogen. Vuil, water of oude brandstof in de brandstoftank. Tap de brandstoftank af en reinig deze. Vul de brandstoftank met schone, nieuwe brandstof. Het ventilatiegaatje in de brandstofvuldop zit verstopt. Reinig of vervang de brandstofvuldop. Luchtfilterelement is vuil. Luchtfilterelement reinigen. Motor draait onregelmatig. Bougie is defect. Nieuwe bougie met de juiste elektrodenafstand plaatsen: raadpleeg de GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DE MOTOR. Elektrodenafstand van de bougie is niet correct. Elektrodenafstand op 0,7 tot 0,8 mm instellen. Luchtfilterelement is vuil. Luchtfilterelement schoonmaken: raadpleeg de GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DE MOTOR. Motor draait slecht stationair. Luchtfilterelement is vuil. Luchtfilterelement schoonmaken: raadpleeg de GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DE MOTOR. Luchtsleuven in de motorafdekking zijn verstopt. Vuil uit de sleuven verwijderen. Koelribben en luchtwegen onder de ventilatorbehuizing van de motor zijn verstopt. Vuil van de koelribben en luchtwegen verwijderen. Motor slaat over bij een hoog toerental. Afstand tussen elektroden van de bougie is te klein. Elektrodenafstand op 0,7 tot 0,8 mm instellen. Oververhitte motor. Koelluchtstroom geblokkeerd. Alle vuil uit de sleuven van de motorafdekking, ventilatorbehuizing en luchtwegen verwijderen. Verkeerde bougie. Installeer de originele bougie en koelvinnen op de motor. Grasmaaier trilt buitensporig. Maaimes zit los. Maaimes vastzetten. Maaimes is in onbalans. Maaimes uitbalanceren.64

Wanneer uw gereedschap na langdurig gebruik vervangen moet worden, moet u het niet bij het huisvuil zetten, maar moet u het op een milieuverantwoorde wijze verwerken.