GEBRUIKSAANWIJZING PD 400 PROXXON
Voor het lezen van de gebruiksaanwijzing, gelieve de eerste en de laatste pagina uit te klappen.

46
Dansk
Met de PROXXON draaibank PD 400 beschikt u over een zorgvuldig geconstrueerd apparaat, gemaakt door vakmensen voor wie precisie een traditie is geworden. De toepassingsmogelijkheden van deze machine zijn zeer veelzijdig. Let in dit verband tevens op het doordachte accessoireprogramma.
Om de machine op de juiste wijze te kunnen bedienen, is het absoluut noodzakelijk om deze gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen en in acht te nemen. Dit geldt niet alleen voor diegenen die niet eerder met een dergelijke machine hebben gewerkt, maar ook voor de professional. Lees tevens het hoofdstuk Onderhoud aandachtig door. Met een omzichtige werkwijze en een zorgvuldige verzorging (regelmatig oliën, hoog dat ook bij) zal de machine lange tijd precieze resultaten opleveren.
Wij wensen u veel plezier bij het lezen van de gebruiksaanwijzing en bij de eerste draaiproeven met de PD 400.
Verdere ontwikkelingen met het oog op technische vooruitgang behouden wij ons voor!
Inhoudsopgave
Pagina
Veiligheidsvoorschriften (zie bijgevoegde brochure)
Legenda 46
Beschrijving van de machine en geleverde onderdelen 47
- Machine inschakelen 48
- Snelverstelling van het support 48
- Automatische voeding inschakelen 48
- Draaibeitel verplaatsen (langs- en dwarsdraaien) 48
- Juiste spiltoerental bepalen 49
- Spiltoerentallen instellen 49
- Draaibeitel kiezen 49 8. Draaibeitel in de beitelhouder plaatsen 49
- Inspannen in klauwplaat 49
- Voorbeeld langsdraaien 50
- Conisch draaien 50 12. Werkstuk insteken en afsteken 50
- Relatief lange werkstukken met losse draaibankkop en center bewerken 50 14. Voeding veranderen 51
- Wisselwielen voor schroefdraadsnijden monteren 51
- Schroefdraadsnijden met de draaibeitel 51
- Linkse draad snijden 51
Onderhoud 52
- Algemeen 52
- Speling van de geleidingen instellen 52 20. Hoofdspil 52 21. Voorgeschreven breuklijn van de leispindel 52
- Afval afvoeren 52
Accessoires voor draaibank PD 400 52
- Centerdraaiinrichting 52
- Klauwplaat met 4 afzonderlijk verstelbare klauwen 53
- Klauwplaat met 4 klauwen (centrisch spannend) 53
- Spantanginrichting en spontangen 53
- Vaste draaibankbril 53
- Meelopende draaibankbril 53
- Stelplaat met klembekken 53
Lijst met reserveonderdelen 86
Legenda (Fig 1):
- Hoofdspil
- Klauwplaat
- Meervoudige beitelhouser met beitelhouderelement
- Meelopende center
- Flensvlak voor freeseenheid PF 400 (optioneel)
- Spil van de losse kop
- Klembout voor spil van de losse kop
- Losse draaibankkop
- Stelwiel voor spil van de losse kop
- Handwiel voor geleidestang
- Klembout voor losse kop
- Boorgaten voor tafelbevestiging
- Geleidestang
- Stelwiel voor bovenslede
- Bovenslede
- Support
- Dwarsslede
- Stelwiel voor dwarsslede
- Slotplaat
- Koppelingshefboom voor slotmoer
- Handwiel voor snelverstelling
- Schakelaar voor geleidestang
- Wielkast
- Draairichtingsschakelaar voor linksloop - stop - rechtsloop
- Hoofdschakelaar
- Indicatielampje
- Trapschakelaar voor toerentalverstelling
- Inbussleutel
- Steeksleutel
- Klauwplaatsleutel
- Tandkransboorhouser
- Beitelhouderelement
Beschrijving van de machine en geleverde onderdelen:
De PROXXON draaibank PD 400 is een systeem dat geschikt is voor uitbreiding, met:
- stabiel machinebed met ribben en prismageleiding
- 6 spilsnelheden (omschakelaar voor 2 motorsnelheden met 3 extra overbrengingen) - Snelverstelling van het support door middel van een gemakkelijk hanteerbare slinger
- Automatische voeding
Tot de levering behoort:
- Precieze drieklauwplaat (Ø 100 mm)
- Meelopende center, tandkransboorhouder (tot 10 mm spannend)
- Set wisselwielen voor twee voedingssnelheden (0,07 mm/omw en 0,14 mm/omw), 19 metrische schroefdraadspoeden en extra schroefdraadspoeden in inches van 10 tot 48 spoed. - Bedieningsgereedschap
- Meervoudige beitelhouder met 2 beitelhouderlementen
- Snijinrichting voor linkse schroefdraad - Klauwplaatbescherming
- twee reserve-scheerbouten
van werkstuk boven het
support 116 mm
Spilopening 20,5 mm
Hoofdspil aan de kant van
de klauwplaat MC3
Spiltoerentallen Stand I: 80/min; 330/min
1.400/min
Stand II: 160/min; 660/min;
2800/min
Draaiklauwplaat Zie handleiding draaiklauwplaat!
Automatische voeding 0,07 resp. 0,14 mm/omw
Schroefdraadspoeden Zie tabel in de drijfwerkkast
Spil van de losse kop Slaghoogte 30 mm/MC 2
Beitelhouder voor
gereedschappen 10 x 10 mm
Afmetingen 900x400x300 mm (lxbxh)
Gewicht 45 kg
Geluid ≤ 70 dB(A)
Motor
Spanning 220-240 volt, 50/60 Hz
Stand I Stand II
Toerental 1400 omw/min 2800 omw/min
Uitgangsvermogen 0,25 kW 0,55 kW
Opgenomen vermogen 2,1 A 3,9 A
Alleen voor toepassing in droge ruimtes
Gelieve niet met het huisvuil mee te geven.

Monteren en opstellen:
Aanwijzing:
De machine mag bij het transport niet tegen de schakelkast 23 (Fig. 1) en niet tegen de afdekkap van de motor worden getild. De kunststofkappen zouden dan kunnen breken.
De plaats van opstelling moet vlak en voldoende stabiel zijn om de trillingen die tijdens de werkzaamheden ontstaan te absorberen. De machine moet met behulp van de daarvoor bestemde boorgaten 12 (Fig. 1) aan de ondergrond worden bevestigd. Zorg ervoor dat de voedingskabel buiten de gevarenzone ligt.
Monteer de klauwplaat 2 (Fig. 1) met de 3 bijbehorende schroeven op de hoofdspil. De zitting van de klauwplaat moet vrij van stof zijn.
Om het voer te kennen gebruiken, dient u rekening te houden met de afzonderlijke, ingesloten handleiding van de klauwplaat!
Alle blanke metalen delen zijn bij de levering met een corrosiewerend middel geconserveerd. Deze bescherming dient niet als smering, maar alleen als conservering. De beschermlaag moet bijvoorbeeld met petroleum worden verwijderd, voordat de machine voor de eerste keer wordt gebruikt. Alle geleidingen moeten worden gecontroleerd en indien nodig worden afgesteld. (Zie hiervoor hoofdstuk "Onderhoud").
Vervolgens moeten de blanke geleidingen en spillen met geschikte machineolie goed worden geolied. Tot slot kan de bescherming van de klauwplaat worden gemonteerd.
Opmerking:
De gehele transmissie-inrichting (riemschijven, riem, tandwielen) mag niet worden geolied. Het kan daarom in geval van sterke transmissiegeluiden te adviseren zijn om de wielen met iets molykote-vet in te smeren.
Bediening:
Attentie!
Controleer voor het eerste inschakelen of de schroeven van de draaiklauwplaat 2 (afb. 1) correct aangetrokken zijn, de draaisleutel niet steekt en de support 16 (afb. 1) voldoende afstand ten opzichte van de draaiklauwplaat heeft.
Attentie!
Voer de eerste oefeningen uit zonder een ingespannen werkstuk. Let er hierbij op dat de draaiwangen vast zijn gespannen, omdat ze zich zonder tegendruk door de centrifugaalkracht kunnen losmaken.
Voer de eerste oefeningen uit bij klein toerental. Houd er rekening mee dat de draaiklauwplaat licht geolied is en aan het begin iets kan spatten.
Attentie!
Let alstublieft erop dat de motor constructieafhankelijk bij lang stationair bedrijf zeer heet kan worden. Dit is geen teken voor een motordefect, het is echter niettemin raadzaam deze bedrijfstoestand te vermijden en de machine niet onnodig in de leegloop te exploiteren.
Machine inschakelen
- Zet de draairichtingsschakelaar 1 (Fig. 2) op "0".
- Koppel de geleidestang los (schakelaar voor geleidestang 2 naar links draaien).
- Stel een lage snelheid in (trapschakelaar 3 op I).
- Schakel de machine met hoofdschakelaar 4 in. Het controlelampje 5 gaat nu branden.
- Draai de draairichtingsschakelaar naar rechts. De klauwplaat draait nu in de bewerkingsrichting.
Snelverstelling van het support
Het support kan via het handwiel (Fig. 3) snel worden verplaatst. Het support moet eerst worden losgekoppeld.
Let op!
Draai de klembout 2 eerst een halve slag los!
- Zet hefboom 3 naar boven.
- Door draaien van het handwiel 1 support verstellen (1 omwenteling = 10,5 mm).
Automatische voeding inschakelen
- Zet de machine met draairichtingsschakelaar 1 (Fig. 2) op "0".
- Koppel het support los (zet hefboom 3 (Fig. 3) naar boven).
- Let erop dat het handwiel 10 (Fig. 1) vrij kan draaien, omdat het bij het inschakelen van de geleidestang meebeweegt.
- Koppel de geleidestang in (draai de schakelaar voor de geleidestang 2 (Fig. 2) naar rechts).
- Schakel de machine met de draairichtingsschakelaar maar rechts in. De geleidestang en het handwiel draaien nu mee.
Let op!
De automatische voeding beschikt niet over een automatische uitschakeling! Let erop dat u het support loskoppelt, voordat het in de klauwplaat loopt!
- Koppel het support in (zet hefboom 3 (Fig. 3) maar beneden). Het support verplaatst zich nu in de bewerkingsrichting.
Aanwijzing!
Bedien de automatische voeding tijdens het werk als een via de hefboom 3 (Fig. 3). Bedien de schakelaar voor de geleidestang 2 (Fig. 2) uitsluitend als de machine stilstaat.
Verplaatsen van de beitel (langsdraaien en dwarsdraaien)
Behalve via de snelverstelling van het support en de automatische voeding, kan de beitel nog op 3 manieren worden versteld.
A. Verstellen via de geleidestang (langsdraaien)
- Koppel de geleidestang los (draai de schakelaar voor de geleidestang 2 (Fig. 2) maar links).
- Koppel het support in (zet hefboom 3 (Fig. 3) maar beneden).
- Verstel het support met behulp van het handwiel 10 (Fig. 1). 1 omwenteling = 1,5mm
B. Verstellen van de bovenslede (langsdraaien)
- Klem het support indien nodig vast (haal schroef 2 (Fig.3) aan).
- Verstel de bovenslede met handwiel 4. 1 omwenteling = 1,0mm
C. Verstellen van de dwarsslede (vlakdraaien)
- Klem het support indien nodig vast (haal schroef 2 aan).
- Verstel de dwarsslede met handwiel 5. 1 omwenteling = 1 mm voeding = 2 mm wijziging van de diameter!
Juiste spiltoerental bepalen
Bepalend voor een mooi resultaat is onder andere de keuze van de juiste snijsnelheid. Hierbij gaat het bij het langsdraaien om de randsnelheid van het werkstuk. Met behulp van de tabel op de weltkast van de machine kiest u de juiste snijsnelheid.
Bij bekende snijsnelheid "Vc" en bekende werkstukdiameter "D" kan het vereiste spiltoerental "n" als volgt worden berekend:
Voorbeeld: Een aluminium werkstuk met een diameter van 30 mm moet bewerkt worden. De vereiste snijsnelheid bedraagt volgens de tabel 100 - 180 m/min. Wij gaan bij de berekening uit van 132 m/min.
n = 132 × 1000 / (30 × 3,14) = 1400 omw/min
Dit resultaat kan ook direct in de tabel op de weltkast worden afgelezen.
Spiltoerentallen instellen
Het spiltoerental kan via een omschakeling van de motor worden gewijzigd (trapschakelaar 1 Fig. 4). Hierdoor wordt het toerental gehalveerd resp. verdubbeld. Het toerental kan ook via het riemdrijfwerk worden gewijzigd.
- Schakel de machine met hoofdschakelaar 2 uit en open de weltkast 3 met een inbussleutel.
- Draai de klembout 1 (Fig. 5) een halve slag los.
- Draai de schroef 3 met inbussleutel 2 naar links. Daardoor wordt de tussenriemschijf 4 ontlast.
- Vervang de riem volgens Fig. 6.
- Verwijder de inbussleutel 2 en haal de klembout 1 aan.
- Sluit de weltkast 3 (Fig. 4).
Opmerking:
Het kan gebeuren dat de motor niet altijd start als de trapschakelaar op stand II staat. In dit geval start u alstublieft op stand I en schakel dan op stand II.
Draaibeitel kiezen
Er zijn verschillende soorten draaibeitels. Hier een korte toelichting (zie Fig. 7):
Voorbewerkingsbeitels (1) worden gebruikt om in korte tijd zoveel mogelijk spaan af te schaven (zonder rekening te houden met de afwerking van het werkstukoppervlak).
Vlak- of puntbeitels (2) worden gebruikt voor het maken van een zuiver oppervlak.
Rechter (3) resp. linker zijbeitels worden gebruikt voor het langs- en vlakdraaien en voor het uitdraaien van scherpe hoeken in rechter resp. linker bewerkingsrichting.
Afsteekbeitels (4) worden gebruikt voor het insteken van groeven en voor het afkorten van werkstukken.
Draadsnijbeitels (5) worden gebruikt voor het snijden van uitwendige schroefdraden.
Binnenbeitels (6) worden gebruikt voor het uitdraaien.
Tot de basisuitrusting van de PD 400 behoort een meervoudige beitelhouder (Fig. 8), bestaande uit beitelhouderblok 1 en twee beitelhouderelementen 2. Voor een zuiver resultaat is het absoluut noodzakelijk dat de draaibeitel precies "op het midden" staat en dat de draaibeitel kort wordt ingespannen om trillingen te vermijden.
- Plaats de draaibeitel 3 in het beitelhouderelement 2. Draai de twee schroeven 4 helemaal aan.
- Plaats het beitelhouderelement in het beitelhouderblok 1. Stel de hoogte van de draaibeitel via schroef 6 in en zet de draaibeitel in deze positie vast met contramoer 5. Pas hierbij de hoogte van de snijkant aan de center in de losse draaibankkop aan.
- Klem het beitelhouderelement vast met schroef 7.
Aanwijzing:
Door het losdraaien van schroef 8 kan het complete houderblok worden gedraaid.
Inspannen in klauwplaat
Attentie!
Houd rekening met de ingesloten gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de klauwplaat!
Let op!
Als werkstukken alleen in de klauwplaat worden ingespannen zonder tegendruk door de losse draaibankkop, mag het werkstuk niet verder uitsteken dan drie keer de diameter van het materiaal (L = 3 × D), zie Fig. 9.
Voorbeeld langsdraaien
Langsdraaien is het bewerken van een cilindrisch werkstuk evenwijdig aan de draaias. In de volgende paragraaf wordt voor de beginner het werken met de draaibank aan de hand van het langsdraaien toegelicht:
Span een kort werkstuk zoals hierboven beschreven in de klauwplaat (verwijder de sleutel uit de klauwplaat!).
Stel op het riemdrijfwerk het juiste toerental in (neem de tabel op de wielkast en Fig. 6 in acht).
Koppel de geleidestang uit (schakelaar voor geleidestang 2 (Fig. 2) naar links) en koppel het support in (hefboom 3 (Fig. 3) naar beneden).
Plaats het support nu van rechts naar links tegen het werkstuk (handwiel 10 (Fig. 1)).
Controleer, voordat u de machine inschakelt, of de klauwplaat vrijloopt door deze met de hand te draaien.
Schakel de machine in (draairichtingsschakelaar 1 (Fig. 2) naar rechts).
Stel de snijdiepte in door de dwarsslede te verplaatsen (handwiel 5 (Fig. 3). Begin met een snijdiepte van 1/10 mm (4 streepjes op de schaalverdeling).
Zet het support in de bewerkingsrichting door aan het handwiel 10 (Fig. 1) te draaien. Als u alles correct hebt uitgevoerd, werkt de machine rustig en zonder krachtsinspanning.
Let op!
Gevaar voor verwondingen! Houd uw vingers bij het draaien altijd uit de buurt van het roterende werkstuk! Meet het werkstuk nooit tijdens het draaien met een schuifmaat of iets dergelijks op! Bewerk het werkstuk tijdens het draaien nooit met een vrij of met schuurpapier!
Conisch draaien
Voor het draaien van conussen wordt de bovenslede op de gewenste hoek ingesteld.
- Verschuif de bovenslede met handwiel 1 (Fig. 11) naar rechts.
- Draai de klembouten 2 los.
- Stel de hoek van de bovenslede in en haal de bouten weer aan.
Aanwijzing:
De bovenslede beschikt over een nonius (net als bij een schuifmaat). Op de buitenste schaalverdeling A (Fig. 11a) zijn de hoeken juist weergegeven. Op de binnenste schaalverdeling B zijn de hoeken gestuikt (1 streep op de binnenste schaalverdeling komt overeen met 4,5°). De hoeken worden in stappen van 5° afgelezen door de nulmarkering van de binnenste schaalverdeling op de buitenste schaalverdeling te laten samenvallen. Als u nu 1° er bij op wilt tellen, moet de "2" van de binnenste schaalverdeling 10° verder naar buiten met de buitenste schaalverdeling overeenstemmen. Bij 2° moet de "4" 20° verder naar buiten overeenstemmen, enz. In ons voorbeeld valt de "2" samen met de "20", dus 10° verder naar buiten dan de basiswaarde 10°. Dit levert een hoek op van 10° + 1° = 11°.
- Klem het support met schroef 3 (Fig. 11) vast.
- De voeding vindt plaats via het handwiel voor bovenslede 1.
Aanwijzing:
Voor een precieze conus moet de hoogte van de draaibitel exact op het midden zijn ingesteld.
Werkstuk insteken en afsteken
Met insteken wordt het maken van fijne groeven bedoeld. Wordt de groef tot aan het midden van het werkstuk voortgezet, spreekt men van afsteken. Stel de hoogte van de afsteekbeitel op het midden van het werkstuk in en span de beitel zo kort mogelijk in. Gebruik een laag toerental en smeer de beitel indien mogelijk met een beetje machineolie in.
Relatief lange werkstukken met losse draaibankkop en center bewerken
Relatief lange werkstukken (het werkstuk steekt meer dan drie keer zijn diameter uit de klauwplaat) moeten aan het rechter uiteinde door de losse draaibankkop en de meelopende center worden vastgehouden. Breng hiervoor eerst aan de rechterkant een centerput aan.
- Draai de rechterkant voorzichtig vlak.
- Plaats de boorhouser 1 (Fig. 12) in de losse draaibankkop en span de centreerboor in.
- Plaats de losse draaibankkop tegen het werkstuk en zet de losse draaibankkop vast met klembout 2.
- Schakel de machine in en maak een centerput door de spil van de losse kop naar voren te schuiven (handwiel 4).
Nu kunt u de boorhouser vervangen door de meelopende center. Steek de punt in het centerput en schuif deze erin tot er geen sprake is van enige spelling. Zet de spil van de losse kop met behulp van de knevelschroef 3 vast.
Voeding veranderen
De PD 400 wordt standaard geleverd met een voeding van 0,07 mm/omw. Om de snellere voeding te gebruiken (0,14 mm/omw), moet in de wielkast het tandwiel van de as
Z1 (Fig. 13) met 20 tanden worden vervangen door het tandwiel met 40 tanden. U gaat hierbij als volgt te werk:
- Schakel de machine met hoofdschakelaar 25 (Fig. 1) uit en open de wielkast 23.
- Draai de schroef 1 (Fig. 14) iets los en kantel de wielarm 2 naar beneden.
- Verwijder clip 3 (Fig. 13).
- Draai de as 4 aan de vierkant een halve slag los. Vervang het tandwiel 5 met 20 tanden door een tandwiel met 40 tanden.
Aanwijzing:
Leg bij het verwisselen van de tandwielen altijd een stuk krantenpapier tussen de tandflanken voordat u de assen aantrekt. De dikte van het stuk papier komt ongeveer overeen met de beslist noodzakelijke tandflankspeling. 5. Trek de as weer aan, breng de clip aan, klap de wielarm naar boven en draai schroef 1 (Fig. 14) weer vast.
Wisselwielen voor schroefdraadsnijden monteren
Met de PD 400 kunnen 19 verschillende metrische schroefdraden (zie tabel in welkast en Fig.25) en schroefdraden in inches van 10 tot 48 spoed worden gedraaid. Voor het instellen van de schroefdraadspoeden moeten de wisselwielen die in overeenkomst worden veranderd. Fig.14 toont de gemonteerde wisselwielen voor een schroefdraadspoed van 1 mm.
De tabel in de welkast geeft aan: w = 30, Z1 = - / 50, Z2 = 40 / 30, L = 60 / -. w staat voor het tandwiel op de hoofdspil. Dit tandwiel is met een schroefdraadpen op de hoofdspil vastgezet. Z1 en Z2 zijn de twee assen van de tussenwielen. Het voorste getal is altijd wiel aan de ene kant van de as, het achterste getal is het achterste wiel. Op de as Z2 wordt dus eerst het achterste wiel met 30 tanden geschoven en vervolgens het voorste wiel met 40 tanden. Op de as Z1 wordt eerst het achterste wiel met 50 tanden geschoven en vervolgens een tussenring.
L staat voor het wiel op de geleidestang. Om dit wiel te kunnen vervangen, moet de moer 6 worden losgedraaid. De compensatieschijf 7 heeft precies de breedte van een tandwiel en moet telkens voor of achter het wiel worden gemonteerd.
Schroefdraadsnijden met de draaibeitel
Aanwijzing:
Voor de volgende werkzaamheden moet het werkstuk afgewerkt zijn en van de juiste uitwendige schroefdraaddiameter voorzien zijn. Wij raden u aan om aan het begin van de schroefdraad een afkanting te draaien en aan het eind van de schroefdraad een kleine groef aan te brengen. De draadsnijbeitel moet exact in een hoek van 90° worden ingespannen.
Let op!
Werk bij het draadsnijden altijd met het laagste toerental (80/min), want anders de voeding te snel gaat (gevaar voor verwondingen!).
- Zet de draaibeitel in de uitgangspositie.
- Koppel de geleidestang in (draai de schakelaar voor de geleidestang 1 (Fig. 15) maar rechts).
- Schakel de machine in.
- Zet de draaibeitel met behulp van de dwarsslede iets aan.
- Koppel het support in (hefboom 2 maar beneden).
- Schuif de dwarsslede terug en schakel de machine met de draairichtingsschakelaar uit zodra de gewenste schroefdraadlengte is bereikt.
- Wacht tot de klauwplaat stilstaat. Zet de draairichtingsschakelaar maar links om het support terug te schuiven.
- Zet de draaibeitel opnieuw aan en herhaal de procedure tot de vereiste schroefdraaddiepte is bereikt.
Aanwijzing:
Tijdens de gehele procedure mogen het support en de geleidestang tussendoor niet worden losgekoppeld, want anders verschuift de spoed van de schroefdraad!
Om de kwaliteit van de schroefdraad te verbeteren, wordt de bovenslede erbij betrokken. De draadsnijbeitel wordt zoals eerder beschreven met behulp van de dwarsslede aangezet. De bovenslede wordt echter met 0,025 mm (1 streepje) naar links en dan naar rechts versteld. De spaan wordt dus afwisselend van één kant afgenomen.
Pas als de volledige schroefdraaddiepte is bereikt, wordt ten slotte door gering aanzetten nog een keer helemaal ingestoKen.
Linkse draad snijden
Voor het snijden van linkse draden moet een extra as met een tussentandwiel Z (Fig. 16) tussen Z2 en de geleidestang L worden ingebouwd. Daardoor wordt de draairichting van de geleidestang omgekeerd. Het aantal tanden van het wiel speelt hierbij geen rol. Het support loopt bij een rechtsdraaiende klauwplaat van links naar rechts. De schroefdraad moet dus ook van links naar rechts worden gemaakt.
Onderhoud
Let op!
Schakel de machine altijd uit met de hoofdschakelaar, voordat u onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uitvoert. Gebruik geen perslucht voor het reinigen, want anders komen spanen in de geleidingen terecht.
Algemeen
Verwijder na gebruik alle spanen van de machine en maak de machine met een kwast of een handveger grondig schoon.
Smeer alle onderdelen volgens het smeerschema (Fig. 17) met vet of olie in. Beweeg de slede bij het oliën van de loopvlakken meerdere keren met de hand heen en weer om ervoor te zorgen dat de olie in de geleidingen goed komt.
A = oliën/smeren voor elk gebruik
B = oliën/smeren maandelijks
Olie ook de flenseenheid van de leispindel in de wielenkast door de passende boring.
Speling van de geleidingen instellen
Ook als de geleidingen regelmatig worden geolied, kan niet worden vermeden dat bij de geleidingen na enige tijd speling ontstaat.
- Draai de contramoeren 1 (Fig. 18) van de instelbouten voor de bovenslede 2 los, draai alle instelbouten 3 er gelijkmatig in tot de speling is opgeheven en haal de contramoeren weer aan.
- Herhaal dit bij de dwarsslede 4.
Aanwijzing:
Met behulp van de schroef 5 kan de geleiding worden vastgeklemd.
- Draai de machine op de kop en draai schroefdraadpen 1 (Fig. 19) er een stukje uit.
- Haal de klembouten 2 weer aan, om de speling te verlagen.
- Controleer of het support nog gemakkelijk kan worden verschoven. Als dit stroef gaat, moet de speling weer iets worden vergroot.
Hoofdspil
De lagering van de spil door 2 kegelrollagers is ten minste 6000 uren bij minimaal toerental en 1800 uren bij maximaal toerental onderhoudsvrij. Als na deze periode een geringe speling aanwezig is, kunnen de lagers door een vakman worden bijgesteld.
Voorgeschreven breekplaats van de leispindel
Bij het vastrijden of overige overbelasting kan de scheerbout (zie explosietekening pagina 88, pos. 81) in de flenseenheid (pos. 71) breken. Deze is als voorgeschreven breekplaats geconcipieerd en moet dan worden vervangen (scheerbout is als reservedeel via ons aan te kopen). Hiervoor moeten de wisselwielen worden verwijderd en de resten van de vernielde scheerbout met een geschikt gereedschap (doorn of dergelijke) uit de leispindel alsook de opgestoken huls (pos. 82) worden verwijderd. Bij het binnendrijven van de nieuwe scheerbout dient erop te worden gelet, dat deze niet uitsteekt, maar vlak zit, anders kan het tandwiel niet probleemloos worden opgezet. Zo is ook te waarborgen, dat de bout alleen aan een kant zit, d.w.z. dat hij alleen op een kant op schaarwerking worden belast.
out dient erop te worden gelet, dat deze niet uitsteekt, maar vlak zit, sondern anders het tandwiel niet probleemloos kan worden opgezet. Zo is ook te waarborgen, dat de bout alleen aan een kant zit, d.w.z. dat hij alleen op een kant op schaarwerking worden belast.
Afval afvoeren:
Voer het toestel niet via de huisafval af! Het toestel omvat grondstoffen die gerecycled kunnen worden. Bij vragen hieromtrent richt u zich alstublieft tot uw plaatselijk afvalbedrijf of tot andere passende gemeentelijke voorzieningen.
Accessoires voor draaibank PD 400
Aanwijzing:
De onderstaande accessoires maken geen deel uit van de levering.
Let op!
Schakel de machine met de hoofdschakelaar uit, voordat u accessoires monteert.
Centerdraaiinrichting
Centerdraaiinrichting monteren:
Aanwijzing:
Lange werkstukken worden tussen de opspancenters van de hoofdspil en van de losse draaibankkop gespannen. Het werkstuk moet aan beide eindvlakken over een centergat beschikken. Een exact cilindrisch werkstuk is alleen mogelijk als de centers zowel horizontaal als verticaal in lijn liggen.
- Draai de drie bevestigingsbouten van de klauwplaat met drie klauwen eruit en verwijder de klauwplaat.
- Maak de passing voor de meeneemplaat 3 (Fig. 20), de center en hun passingen in de hoofdspil grondig schoon.
- Plaats center 1 in de passing van de hoofdspil. Plaats de tweede center in de losse kop van de draaibank.
- Plaats adapter 4 in de meeneemplaat 3 en haal de schroefdraadpen aan. Schuif beiden over het werkstuk 5. Schroef meenemer 2 in de flens van de spil.
- Span het werkstuk tussen de punten. Schuif de meeneemplaat 2 (Fig. 21) over de meenemer en bevestig deze met inbussleutel 1 aan het werkstuk.
Let op!
Bij het gebruik van een vaste center in de losse kop is het noodzakelijk om de punt en het centergat tijdens het draaien te oliën om gloeien te voorkomen.
Center verwijderen:
- Steek een passende aluminium of messing staaf van links naar rechts door de hoofdspil.
- Houd de center vast. Maak de center los door een tik op de staaf te geven.
Klauwplaat met 4 afzonderlijk verstelbare klauwen
Aanwijzing:
Door de mogelijkheid om de klauwen afzonderlijk te verstellen, kunnen ronde, ovale, vierkante en ook onregelmatig gevormde werkstukken worden opgespannen. Werkstukken kunnen zowel centrisch als excentrisch worden opgespannen. In tegenstelling tot de klauwplaat met drie klauwen moet het werkstuk hier handmatig worden gecentreerd.
- Demonteer de klauwplaat met drie klauwen en monteer de klauwplaat met vier klauwen.
- Open de vier klauwen, reinig de draagvlakken en span het werkstuk losjes in.
- Zet het support met draaibeitel tegen het eindvlak van het werkstuk.
- Draai de klauwplaat met de hand om eventuele afwijkingen van de symmetrie vast te stellen.
- Stel de klauwen af door een klauw te openen en de tegenoverliggende klauw bij te stellen.
- Draai alle vier klauwen gelijkmatig kruisgewijs vast.
Let op!
In de normale positie van de klembekken mogen uitsluitend werkstukken met een kantlengte van maximaal 55 mm worden gespannen. Bij omgekeerde klembekken maximaal 100 mm. Grotere werkstukken kunnen niet goed worden vastgezet. Gevaar voor ongevallen!
Klauwplaat met 4 klauwen (centrisch spannend)
Klauwen niet afzonderlijk verstelbaar (automatisch centrerend). Klauwplaat Ø 100 mm. Max. spanbereik 83 mm. Grotere werkstukken kunnen niet goed worden vastgezet. Gevaar voor ongevallen.
Spantanginrichting en spantangen
Aanwijzing:
De spantanginrichting is vooral geschikt voor het bewerken van ronde delen met hoge precisie. De rondloopnauwkeurigheid is hierbij aanzienlijk groter dan bij het werken met een klauwplaat.
- Draai de drie bevestigingsbouten van de klauwplaat met drie klauwen eruit en verwijder de klauwplaat.
- Maak de passing voor de bevestiging van de spantang 2 (Fig. 22) en de passing in de hoofdspil 1 schoon.
- Monteer de spantangopname 2 met behulp van vier bevestigingsbouten 3.
Let op!
Gebruik altijd uitsluitend een spantang die precies bij het werkstuk past. Tangen met een te grote diameter worden onherstelbaar beschadigd. 4. Steek de spantang 6 erin en draai de wartelmoer 5 er los op.
Let op!
Draai de wartelmoer nooit aan als er nog geen werkstuk is opgespannen. De pennen 4 voor het vastdraaien van de wartelmoer 5 moeten na het vastdraaien onmiddellijk worden verwijderd.
- Steek het passende werkstuk in de spantang en draai de wartelmoer 5 met behulp van de stalen pennen 4 aan.
Vaste draaibankbril
De draaibankbril is vooral geschikt voor het uitdraaien van relatief lange werkstukken met een diameter t/m 50 mm.
- Draai de bevestigingsbout 4 (Fig.23) los en zet de borgplaat 3 dwars.
- Plaats de bril op de bedgeleiding en zet deze in de gewenste positie.
- Draai de borgplaat 3 evenwijdig met de houder van de bril en draai de bevestigingsbout 4 vast.
- Draai alle klembouten 1 los en zet alle afzonderlijke klemmen 2 tegen het werkstuk aan.
Let op!
De klemmen 2 mogen het werkstuk slechts aanraken en niet vastklemmen. Anders kunnen er krassen op het werkstukoppervlak ontstaan en kan de motor overbelast raken.
Indien het werkstuk bij het steunpunt niet rond en glad is, moet het eerst worden afgedraaid. De klauwen en het werkstuk moeten tijdens het draaien voortdurend worden geolied.
- Controleer of het werkstuk zonder speling in de bril is gelagerd en haal de klembouten 1 stevig aan.
Meelopende draaibankbril
Montage net als bij de vaststaande draaibankbril, alleen worden de bril hier aan het support bevestigd (Fig. 24).
Stelplaat met klembekken
Wordt in plaats van de klauwplaat gemonteerd. Ideaal voor het opspannen van relatief grote en asymmetrisch gevormde werkstukken. 150mm 2 doorlopende T-sleuven. Incl. klembekken.
Wij verklaren op eigen verantwoording dat dit product aan de bepalingen van de volgende EG-richtlijnen voldoet:
EG-laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG
93/68/EEG
EN 61029-1/12.2003
EG-EMC-richtlijn 89/336/EEG
EN 55014-1/09.2002
EN 55014-2/08.2002
EN 61000-3-2/12.2001
EN 61000-3-3/05.2002
EG-machinerichtlijn 98/037/I
EN 61029-1/12.2003
