EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+ - Robot grasmaaier

FREELEXO 500 LCD BT+ - Robot grasmaaier EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FREELEXO 500 LCD BT+ EINHELL in PDF-formaat.

📄 306 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 9 vragen ⚙️ Specs
Notice EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+ - page 147
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Technische specificaties Model: EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+
Producttype Robot grasmaaier
Maaioppervlakte Tot 500 mb2
Oplaadtijd Ongeveer 90 minuten
Autonomie Ongeveer 60 minuten
Maaihoogte 25 tot 60 mm
Connectiviteit Bluetooth
Gewicht 7,5 kg
Gebruik Ideaal voor kleine tot middelgrote tuinen
Onderhoud Regelmatige reiniging van messen en behuizing
Veiligheid Automatisch stopsysteem bij optillen
Algemene informatie 2 jaar garantie

Veelgestelde vragen - FREELEXO 500 LCD BT+ EINHELL

Hoe stel ik de EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+ robot grasmaaier voor de eerste keer in?
Laad de batterij eerst volledig op. Installeer vervolgens de begrenzingskabel rond uw gazon om het maaigebied af te bakenen. Volg de instructies in de handleiding om de maaitijden in te stellen met behulp van het LCD-scherm.
Wat te doen als de grasmaaier niet start?
Controleer of de batterij is opgeladen en correct is geplaatst. Zorg er ook voor dat de begrenzingskabel correct is geïnstalleerd en dat er geen obstakels zijn in het maaigebied. Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan de handleiding voor verdere oplossingen.
Hoe pas ik de maaihoogte van de grasmaaier aan?
De maaihoogte kan worden aangepast met de hendel op de grasmaaier. Raadpleeg uw handleiding voor specifieke instructies over het instellen van de maaihoogte naar uw voorkeur.
De grasmaaier keert niet terug naar het laadstation, wat moet ik doen?
Controleer of het laadstation correct is aangesloten op de stroomvoorziening en of de begrenzingskabel correct rond het station is geïnstalleerd. Zorg ervoor dat er geen obstakels zijn die de terugweg van de grasmaaier blokkeren.
Hoe maak ik de messen van de grasmaaier schoon?
Schakel de grasmaaier uit en verwijder deze uit het maaigebied. Gebruik een zachte borstel om gras en vuil te verwijderen. Vermijd het gebruik van scherpe voorwerpen die de messen kunnen beschadigen.
De grasmaaier maakt geen verbinding met de mobiele app, wat moet ik doen?
Zorg ervoor dat uw smartphone compatibel is met de app en dat Bluetooth is ingeschakeld. Controleer ook of de grasmaaier binnen het bereik van uw apparaat is. Als het probleem aanhoudt, probeer dan de Bluetooth-verbinding opnieuw in te stellen.
Hoe update ik de software van de grasmaaier?
Verbind de grasmaaier met de mobiele app om de software bij te werken. Als er een update beschikbaar is, ontvangt u een melding. Volg de instructies in de app om de update uit te voeren.
Wat te doen bij regen of slecht weer?
De robot grasmaaier is ontworpen om lichte weersomstandigheden te weerstaan, maar het wordt aanbevolen om hem niet te gebruiken bij zware regen. Programmeer de grasmaaier zodat hij niet werkt op regendagen of gebruik de functie om terug te keren naar het laadstation bij slecht weer.
Hoe bewaar ik de grasmaaier in de winter?
Verwijder de batterij en bewaar deze op een koele, droge plaats. Maak de grasmaaier schoon en controleer de messen voordat u hem opbergt. Zorg er ook voor dat de batterij volledig is opgeladen voordat u hem opbergt.

Gebruikersvragen over FREELEXO 500 LCD BT+ EINHELL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robot grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FREELEXO 500 LCD BT+ - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FREELEXO 500 LCD BT+ van het merk EINHELL.

GEBRUIKSAANWIJZING FREELEXO 500 LCD BT+ EINHELL

  1. Veiligheidsaanwijzingen
  2. Beschrijving van het apparatus en omvang van de levering
  3. Reglementair gebruik
  4. Technische gegevens
  5. Inbedrijfstelling
  6. Bediening
  7. Reiniging, onderhoud en bestelling van onderdelen
  8. Opslag
  9. Transport
  10. Verwerking en recycling
  11. Indicatie van het laadstation en verhelpen van fouten
  12. Indicatie van de maairobot en verhelpen van fouten
  13. Indicatie lader

EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+ - 1

Gevaar! - Handleiding lezen om het letselrisico te verminderen.

Dit apparaat mag Niet door kinderen worden gebruikt. Dit apparaat kan door Personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, mits deze onder toezicht staan of met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat geinstrueree werden en begrijpen welke bevaren van het apparaat hunnen uitgaan. Kinderenogen Niet met het apparaat spelen.

Reiniging en onderhoud door de gebruiker moot Niet door kinderen worden uitgevoerd.

NL

Gevaar!

Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees waar deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen dooregeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsinstructies mee te given. Wij zichnier Niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zich aan Niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

1. Veiligheidsaanwijzingen

De overeenkomstige veiligheidsinstrumenties vindt u in de bijgaande brochure.

Waarschuwing!

Lees alle veiligheidsinstrumenties, aanwijzingen,plaatjes en technische gegevens, waarvan dit elektrisch gereedschap is voorzien.

Nalatigheden bij de inachtneming van de vol-gende instructies kannen een elektrische schok, brand en/of ernstige verwongenden veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwij-zingen voor de toekomst.

Verklaring van de gezebuike symbolen (zie afbeeling 14)

A. WAARSCHUWING - Vór inzet van de machine de handleiding doorlezen!
B. WAARSCHUWING - Tijdens de inzet van de machine voldoende veiligheidsafstand bewaren!
C. WAARSCHUWING - Vóor de utvoering van werkzaamheden aan de machine of alvorens deze op te tilen de blokkeerinrichting activeren! OPGELET - Roterende messen Niet aanraken!
D. WAARSCHUWING - Niet meerijden op de machine! OPGELET - Roterende messen nicht aanraken!
E. Beschermklasse II (dubbele isolatie)
F. Opslag van de accu's alleen in droge ruimtes met een omgevingstemperatuur van +10^ tot +40^ . De accu's alleen in geladen toestand opbergen (min. 40% geladen).
G. Beschemklasse III
H. Trage zekering 2 A
1. Alleen voor gebruik in droge ruimtes.
J. WAARSCHUWING: Om de accu te laden alleen de afneembare voedingseenheid

NT24/1 / PS24/1 gebruiken die met dit appar- raat werk meegeleverd.

Opgelet!

Trekijdens een onweer de netstekker uit het stopcontact en isoleer de begrenzingsdraad van het laadstation.

2. Beschrijving van het apparaat en omvang van de levering

2.1 Beschrijving van het apparaat (afbeelding 1/2)

  1. Maairobot
  2. Bedieningsveld
  3. STOP-toets / Ontgrendelingstoets van de afdekking van het display
  4. Maahoogteverstelling
  5. Regensensor
  6. Draaggreep
  7. Hoofdschakelaar
  8. Achterwiel
  9. Deksel accuvak
  10. Klingen
  11. Messenschijf
  12. Voorwiel
  13. Voedingseenheid(-kabel)
  14. Bevestigingshaak
  15. Bevestigingsschoef
  16. Kabelverbinder
  17. Reserve klingen
  18. Begrenzingsdraad
  19. Laadstation
  20. Laadpen
  21. LED-indication
  22. Zeskantsleutel
  23. Afdekking van het display
  24. USB-aansluiting
  25. Liniaal (om eruit te trekken)

2.2 Omvang van de levering en uitpakken
Gelieve de volledigheid van het artikel te conti-
leren aan de hand van de beschreven omvanz
van de levering. Indien er onderdelen ontbrek
gelieve u dan binnen 5 werkdatagen na aankoop
van het artikel te wenden tot ons servicecenter
tot het verkooppunt waar u het apparaat beefe
kocht, en leg een geldig bewijs van aankoop v
Gelieve waarvoed de garantietabel in de servie
informatie aan het einde van de handleiding in
acht te nemen.

  • Open de verpakking en neem het toestel voorzichtiguit de verpakking.

NL

  • Verwijder het verpakkingsmaterial alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
  • Controller of de leveringsomvang compleet is.
  • Controller het toestel en de accessoires op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien möglichk tot het verloop van de garantieperiode.

Gevaar!

Het toestel en het verpakkingsmaterial een发展格局 geen spellegood voor kinderen! Kinderen moogen Niet met plastic zakken, folies enkleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!

Omvang van de levering, montagematerial en toebehoren (deels Niet meegeleverd)

Gelieve de omvang van de levering af te leiden uit het bijgevoegde informatieblad.

Maairobot
Voedingsenheid(-kabel)
- Laadstation
Bevestigingschroeven (4 stucks)
Reserveklingen
Bevestigingshaak
Begrenzingsdraad
Kabelverbinder
Zeskantsleutel
Accu
Lader
- Liniaal (om eruit te trekken)
Originelehandleiding
Veiligheidsinstructies

Benodigde hulpmiddelen (niet meegeleverd)

Hamer
Tang
Isolatietang
Waterpas(optioneel)

De maairobot is geschikt voor particulier gebruik in huis- en hobbytuin en uitsluitend voor het maaien van gazons.

De machine mag alleen doelmatig worden ingezet. Elk waarboven uitgaand gebruik is Nietdoelmatig. Voor的那一uit voortvloeendi schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener aansprakelijk, en nicht de fabrikant.

Wij wijzen erop dat once apparaten overeenkomstig hun doelmatig gebruik zich bijn ontworpen voor commerciele, ambachtelijke of industrielleinzet. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid, indien het apparaat in ambachtelijke of industriellebedrijven vanoor daaraan gelijk te stellen activiteiten worden ingezet.

Toegelaten lenghte van

de begrenzingsdraad max.250 m

Kabel antennae voor begrenzingsdraad

Operationele frequentrieband 0-148,5 KHz

Maximaal zendvermogen 67,05 dBuA/m

Bluetooth verbinding

Operationele frequentrieband...2400-2483,5 MHz

Maximaal zendvermogen .2,2 dBm

Voedingseenheid

Ingangsspanning: 100-240 V ~ 50/60 Hz

Uitgangsspanning: 24 V DC

Uitgangsstroom: 1,5 A

Beschermklasse:

De geluidswaarden werden vastgesteld conform de normen EN ISO 3744:1995 en ISO 11094: 1991.

Waarschuwing!

Dit apparaat genereert tijdens het bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden een nadelige invloed hebben op actieve of passieve medische implantaten. Om het gevaar van ernstige of dodelijkke verwondingen te verminderen raden wij personen met medische implantaten

NL

aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen, voordat het apparaat worden bediend.

5. Inbedrijfstelling

Lees de hele handleiding, voordat u begint met de installmentie van de maairobot. Hoe goed de maairobot later werkt is afhankelijk van de kwaliteit van de installmentie.

5.1 Werkingsprincipe

De maairobot kiest zich richting bij teeval. De tuin wordt waar bij volledig gemaaaid, doordat de maairobot alle delen binnen het door de begrenzingsdraad (18) ingesloten vlak bewerkt. Zodra de maairobot een correct geinstalleerde begrenzingsdraad (18) herkent, draait hij zich om en rijdt in een andere richting binnen het vlak. Alle delen die u binnen het vlak wilt beschermen - bijtuinvijvers, bomen, meubels of bloembedden - moeten eveneens met de begrenzingsdraad (18) worden afgeschermd. De begrenzingsdraad (18)要去 een gesloten cirkel vormen. Indien de maairobot binnen het maaigebied op een hindernis stuit, dan rijdt hij terug en maait vierder in een andere richting (afbeeling 3).

5.2 Sensoren

De maiarobot is uitgerust met meerdere veiligheidssensoren.

Hefsensor:

Indien de maiarobot vanchtermeer dan 30^ van de grond wordt opgetild of een voorwiel (12) het contact met de grond verliest, dan wordt de robot en de rotatie van de klingen (10) meteen gestoet.

- Hellingsensor:

Indien de maiarobot sterk in een richting helt, dan worden de robot en de rotatie van de klin-gen (10) meteen gestopt.

Hindernissensor:

De maairobot herkent hindernissen op zich pad. Wanner de maairobot op een hindernis stuit, dan worden de robot en de rotatie van de klingen meteen gestopt en rijdt hij terug weg van de hindernis.

Regensensor:

De maiarobot is uitgerust met een regensensor (5) om te verhinderen dat de robot in de regen werkt. De maiarobot keert'erug maar het laadstation (19) wonneer er regen worden herkend, en worden daar compleet opgeladen.

Nadat de regensensor (5) wee is gedroogd, blijft de robot nog twee uur in het laadstation (19). Pas daarna hervat hij het werk weer, mits hij zich nog in een actiefijdvenster befindt. Als de regensensor (5) is geactiveerd (aanbevolen om het gazon te ontzien), dan is in het display (50) een lichte wolk te zien. Als de sensor hebts gereageerd, dan verschijnt er een donkere wolk met regendruppels. Sluit de beiden metaalsensoren Niet kort met metaal of een ander geleidend materiaal. Hierdoor wordt de correcte werkung van de maairobot negatif bevloed.

5.3 Voorbereiding

Maak eerst een schets van uw gazon. Teken ook hinderissen mee in en werk een plan uit hoe u deze wilt beschermen. Daardoor worden het eenvoudiger om een goede plaat voor het laadstation (19) te vinden en de begrenzingsdraad (18) rond struiken, bloembedden enz. te leggen (afbeelding 4). Als het ges hoger is dan 60~mm dan moet het worden gekort om de maairobot Niet overmatig te belasten en de effi ciente Niet te verlagen. Gebruik waaroor een conventionele grasmaier of een trimmer.

Haal alle losse voorwerpen die door de maairobot kuren worden beschadigd of die de robot kuren beschaden, weg van het gras.

Houd de volgende gereedschappen bij de hand: hamer, tang, isolatietang en waterpas (optioneel).

Montage van de accu

Voor de inzet van de maairobot is een accu (A) van de Power-X-Change serie nodig. Opgelet: de accu (A) kan al naargelang modelvariant Niet zich meegeleverd met uw maairobot. Open het dekel van het accuvak (9). Druk op de grendelknop van de accu (A) en schuif de accu (A) in de daartoe voorziene houder. Sluit het dekel van het accuvak (9) en let erop dat dit correct vastklikt (afbeeling 10). Om de accu (A) te verwijdenen opent u het dekel van het accuvak (9). Druk op de grendelknop van de accu (A) en trek deze (A) eruit.

5.4 Laadstation

5.4.1 Standplaats van het laadstation

Zoek eerst de Besteplaats voor het laadstation (19). Er is een contactdoos voor buiten nodig die permanent stroom levert, opdat de maairobot alotijd functioneert. Het laadstation (19) moet op een vlakte ondergrund op de hoogte van de grasnerf worden geplaatst. Zorg ervoor dat de omgeving vlak en droog is. Kies eenplaats in de schaduw, aangezien de accu het best worden geladen in een

NL

koele omgeving. Zorg er bovendien voor dat de begrenzingsdraad minstens 2m voor het laadstation (19)recht worden gelegd (afbeelding 5a). Bochten vlaak voor het laadstation (19) hunnen tot moeilijkheden leiden bij het aandokken om te laden.

5.4.2 Lokalisering van het laadstation

Wanner de accu bjna leeg is, dan keert de maairobot terug hier laadstation (19) door de begrenzingsdraad (18) gegen de klok in te volgen tot aan het station (19). Let er daarom op dat het laadstation (19) correct uitgericht wird geplaatst (afbeeling 5b).

5.4.3 Aansluiting van het laadstation aan devoedingseenheid

  1. Voordat u het laadstation (19) verbindt met de stroomtoevoer moet u controlen of de net-spanning 100-240 V bij 50 / 60Hz bedraagt.
  2. Verbind de voedingseenheid (13) reckstreeks met een contactdoos. Gebruik de kabel voor geen enkele andere toepassing.
  3. Gebruik geen beschadigde voedingseenheid (13). Wend u bij schade aan kabels of aan de voedingseenheid (13) voor verranging meteen tot een erkende vakman.
  4. Laad de maairobot Niet op in een vochtige omgeving. Laad de maairobot Niet op bij temperaturen hoger dan 40^ of lager dan 5^ .
  5. Houd de maairobot en de voedingseenheid (13)uit de buurt van water, warmtebronnen en chemicalien. Houd de kabel van de voedingseenheid (13) om schade te vermijden weg van scherpe randen.
  6. Verbind de voedingseenheid (13) met het laadstation (19) (afbeelding 5c).

Om de accu van de maairobot al tijdens de installment te laden schakelt u de robot eerst via de hoofdschakelaar (7) in en staat u deze in het laadstation (19).

5.4.4 Informatie over het laadproces

De maiarobot keert in een van de volgende situatuies terug maar het laadstation (19):

U stuart de maairobot handmatig terug.
- De laadtoestand van de accu daalt onder 30% .
- De dagelijkke werkelijk is verstreken. - De regensensor heeft gereageerd.
De maairobot is oververhit.
- De modus 'Randmaaien' resp. 'Spot Mowing' werd gestart buiten het ingestelde werkvensster en door de maairobot afgesloten.

Daarbij rijdt de maairobot lungs de begrenzingsdraad (18) automatisch tot aan het laadstation (19).

Wonneer de maiarobot terug hier het laadstation (19) rijdt, dan zoekt hij zich de begrenzingsdraad (18) en rijdt gegen de klok in hierlangs (18).

Tijdens het laden van de accu brandt de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) rood.

Als de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt, dan geeft dit aan dat de accu volledig is geladen. Nadat de accu volledig is opgeladen hervat de maairobot het werk meer, of hij blijft tot aan het volgende werktijd venster in het laadstation (19).

Als er zich bij het terugrijden aan het laadstation (19) een hindernis bevindt op de begrenzingsdraad (18), dan blijft de maairobot na meerdere pogingen voor de hindernis staan en kan deze Niet terugkeren aan het laadstation (19). Verwijder alle hinderissen op de begrenzingsdraad (18).

Indien de temperatuur van de accu 45^ overschrijdt, dan worden het laadproces afgebrozen om schade aan de accu te vermijden. Nadat de temperatuur wee is gedaald, worden het laadproces automatisch voortgezet.

Indien de temperatuur van de besturing van de maairobot 65^ overschrijdt, keert de maairobot terug maar het laadstation (19). Nadat de temperatuur werk is gedaald, worden het werk waar hervat overeenkomstig de instelleningen.

Indien de accu leeg raakt voordat de maairobot terugkeertaar het laadstation (19),dan kan de robot Niet更是人件贈act.Breng de maairobot terugaar het laadstation (19) enaat de hoofdschakelaar (7) ingeschakeld.De maairobot wordt automatisch opgeladen.

5.5 Begrenzingsdraad

OPGELET! Doorgesneden begrenzingsdra- den en gevolgschade valen nicht onder de garantie!

5.5.1 Leggen van de begrenzingsdraad

De begrenzingsdraad (18) kan zowel op de grond als in de grond worden gelegd. Bij harde of droge grond kuren de bevestigingshaken (14) bij het inslaan breken. Bevochtig het gras voor het aanbrengen van de begrenzingsdraad als de grond erg droog is.

Installatie op de grond

Leg de begrenzingsdraad (18) vast op de grond en bevestig hem met de meegeleverde

NL

bevestigingshaken (14), wanner u het gazon later Niet wilt verticuteren of verluchten. De positie van de begrenzingsdraad kutu in de eerste weken van de inzet van de maairobot nog aanpassen. Na enigeijd zal het gras echter over de begrenzingsdraad zich gegroeid en deze Niet meer te zichieren. Installer de begrenzingsdraad met een maximale afstand van 1 mussen de bevestigingshaken (14). Verkort de afstandussen de bevestigingshaken op oneffen plekken van het gazon. Vermijd situatives waar bij de draad Niet op de grond rust. Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad Niet door de maairobot kan worden doorgesneden.

Installatie in de grond

Graaf de begrenzingsdraad tot 5 cm diep in. Daardoor wordt het beschadigen van de draad (18) bijvoorbeeld bij het verticuteren of verluchten verhinderd.

Aanwijzijing!

Laat 1 m draad aan het anschterste uiteinde van het laadstation over om later correcties te konnenuitvoeren.

5.5.2 Nauwe punten

Indien het gazon een nauw punt bezit, dan kan uw maiarobot waarin werkken, zolang de doorgang een bredte van minstens 1,4 m (80 cmussen de begrenzingsdraden) en een lenghte van max. 8 m heeft (afbeelding 3).

5.5.3 Afstand tot de grens van de tuin

Wanner de maiarobot een begrenzingsdraad (18) nadert, dan worden dit herkend door de sensoren voor in de robot. Voordat de maiarobot omdraait, rijdt hij echter tot wel 30~cm over de draad (18). Houd hier rekening mee bij de planning van het maiagebied (afbeeding 6a).

5.5.4 Leggen van de draad in hoeken

Leg de begrenzingsdraad (18) in de hoeken nicht in een rechtte hoek (90^) . Om te garanderen dat de maairobot Niet te ver over de begrenzingsdraad (18)—heen rijdt, moet u de draad (18) leggen zoals Voorgesteld in afbeeling 6b.

5.5.5 Berekening van de helling van het gazon

De maairobot kan hellingen tot maximaal 35% aan. Vermijd waarom steilere hellingen. De helling kan met de overwonnen hoogte aan de hand van de afstand worden vastgesteld (afbeelding 6c).

Voorbeeld: a / b = 35cm / 100cm = 35%

5.5.6 Installatie van de begrenzingsdraad op hellingen

Op hellingen kan de maairobot, vooral door nat gras, gaan glijden en daardoor over de begrenzingsdraad (18) heb rijden. Daarom worden aanbevolen om op de volgende punten te letten (afbeelding 6d):

Aan het bovenste deel van een glooing mag de begrenzingsdraad (18) Niet worden geinstalleerd op hellingen steiler dan 35% .Houd hier de afstand van 30 cm tot hindernissen en randen van het gazon aan.
Aan het onderste deel van een glooing mag de begrenzingsdraad (18) Niet worden geinstalleerd op hellingen steiler dan 17% Houd hier de afstand van 40 cm tot hindernissen en randen van het gazon aan.

5.5.7 Rijwegen en bestratePADEN

Scheid verhoogde paden, vlakken met grind of schorsmulch, lager gelegen bloembedden en dergelijkke vlakken af. Leg de begrenzingsdraad (18) op een afstand van minstens 30 cm (afbeelding 6e en 6g).
- Met de grasnerf vlak lopende padsen hoeven Niet te worden afgeschieten, aangezien de maairobot hier gewoon overheen kan rijden. De begrenzingsdraad (18) mag ook over pa-den worden gelegd (afbeelding 6f en 6g).

Beschem hindernissen in het maaigebied door begrenzingseilanden aan te leggen. Daardoor kan een botsing met gevoelige objekte, tuinvijvers, bomen, meubels, bloembedden enz., worden verhinderd (afbeelding 6h en 6i).

  • Rol de begrenzingsdraad (18)uit van deranden tot aan de te beschemen objecten.
    Fixeer de begrenzingsdraad (18) met bevestigingshaken (14) met de klok mee rond het te beschemen object.
  • Omhein de begrenzungseilanden compleel en leid de begrenzingsdraad (18) terug maar het punt waar u de rand van het gazon heeft verlaten.
  • De afstand:tussen begrenzungseilanden moet minstens 0,8m bedragen.Verbind de objecten anders tot een gemeinschappelijk begrenzungseiland (afbeeding 6h).
  • De begrenzingsdraden (18) maar het begren-zingseiland toe en waarvan weg moeten par-rallel en erg zich bij elkaar worden gelegd. - Opgelet! Begrenzingsdraden (18) mogen

NL

elkaar Niet kruisen! - Fixeer waaroor de parallelle begrenzingsdraden (18) samen met bezelfde bevestigingshaken (14) op de grond (afbeeling 6i).

  • De maairobot zar in het maaigebied over de beiden parallelle begrenzingsdraden (18) rijden, maar aan enkel gelegde draden (18) stoppen.

5.5.9 Hindernissen

  • Hindernissen met een hoogte van meer dan 10cm (afbeelding 6j)

Vaste hindernissen hoger dan 10 cm, bijv.
bomen, muren, hekken, tuinmeubels enz.,
worden herkend door de collisiesensoren.
Als de maairobot op een hindernis stuit,
dan stopt hij, schakelt het maaiwerk uit, rijdt
terug en draait, om het maaien in een andere
richting voort te zetten. Zachte, instabiele en
waardevolle hindernissen moeten worden
beschermd door een eiland van begrenzings-
draad.

Stenen, rotsen en hindernissen lager dan 10 cm in het maaigebied moeten worden beschermd, aangezden de maairobot er anders overheen kan rijden. Daardoor kan de maairobot beschadigd raken en blokkeren.

Bomen (afbeelding 6k)

Bomen worden door de maairobot beschouwd als hindernissen. Als er darüber boomwortels met een hoogte van minder dan 10 cmukt de grond steken, dan moet deze zone worden beschermd.Dit voorkomt schade aan de wortels en aan de maairobot.Houdussen de begrenzingsdraad (18) en dehindernis een afstand van minstens 30~cm aan.

5.5.10 Hoofd- en nevenvlak (afbeeling 6l)

Met nevenvlak (B) worden een werkterrein aange-duid, dat Niet rechtsstreeks met het hoofdvlaik (A), bijv. via een gazon of een weg, is verbonden. Om een apart nevenvlak (B) aan te leggen legt u de begrenzingsdraad (18) van het hoofdvlaik (A) maar het nevenvlak (B) en weer terug. De begrenzingsdraad (18) maar het nevenvlak (B) toe en waarvanweg moet parallen er erg dicht bij elkaar worden gelegd.-Opgelet! Begrenzingsdraden (18) mogen elkaar Niet kruisen! Fixeer waaroor de parallelle begrenzingsdraden (18) samen met bezelfde bevestigingshaken (14) op de grond. Om het nevenvlak (B) te konnen maaien要去 de maairobot met de hand daarnaartoe (B) dragen. Start waar het gewenste maaiprogramma en selecteer in het submenu 'Nevenvlak' (zie

'Instellingen van de maairobot'). De maairobot zar in het nevenvlak (B) Niet proberen om de begrenzingsdraad (18) te volgen in de richting van het laadstation (19), wanneer de laadtoestand van de accu laag is.

5.6 Verbinden van het laadstation

Sluit het leggen van de complete begrenzingsdraad (18) af, voordat u deze verbindt met het laadstation. Laat aan beiden uiteinden 1 m extra begrenzingsdraad (18) over om latere aanpassingen te konnen uitvoeren.

Isoleer de begrenzingsdraad (18) aan de uiteinden voor de aansluiting aan het laadstation (19) met een isolatietang op een lenghte van 10 tot 15 mm.

Trek de netstekkeruit,voordat u de begrenzingsdraad (18) aansluit aan het laadstation (19).De aan de voorkant van het laadstation (19) gelegde begrenzingsdraad (18) moet via de kabelhoulders aan de onderkant van het station (19)aar acheer worden gelegd.Verbind zebe begrenzingsdraad 18 met de linker,zwarte aansluiting.Vervolgens leidt u de acheerste begrenzingsdraad (18) door het gat (trekontlasting) in de buurt van de aansluiting en verbindt u deze met de rechter, rode aansluiting (afbeeling 7a).

Opgelet! Begrenzingsdraden (18) mogen el-kaar nicht kuisen!

Maak verrolgens de verbinding met de stroomtoevoer. De LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) moet na correcte installment constant groen branden. Wanner de LED Niet brandt, controller dan eerst de aansluitingen. Indien de LED weliswaar brandt, maar Niet constant groen, lees dan de tabel 'Indicatie laadstation en verhelpen van fouten' aan het einde van deze handleiding.

5.7 Inschakelen en controlleren van de instal-. latie

Zodra de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt, is het maaigebied voorbereid voor de maairobot. Controller erst of de bevestigingshaken (14) aan de begrenzingsdraad (18) goed in de grond zijn geslagen. Zet de maairobot ca. 3 m awhile het laadstation (19) voor de begrenzingsdraad (18). Daar bij moet de maairobot in een hoek van 90^ maar de begrenzingsdraad (18) toegewend staan (afbeelding 7b). Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON) (afbeelding 8). Deblookkeer de maairobot met behulp van de PIN (zie hoofdstub 'Blokkeerinrichting / PIN'). Druk op de toets MODE' (52). Kieservoalgens met de na

NL

vigatietoetsen (55) het punt 'Naar het laadstation en bevestig met de toets OK' (56).

Druk op de toets 'START' (53) en sluit daarna de afdekking van het display (23). Nu volgt de maairobot de begrenzingsdraad (18) gegen de klok in. Observer de maairobotijdens de hele rit langs de begrenzingsdraad (18), tot deze weein in het laadstation (19) staat. Als de maairobot op sommige punten op problemen stuit, corrigeer dan eventueel de begrenzingsdraad (18) en herhaal de procedure. De accu van de maairobot wordt nu volledig geladen. Indien er problemen optreten bij het aandokken, dan kan het zich dat u het laadstation (19) zijdelings opnieuw moet positioneren, tot het aandokken zonder problemen functioneert.

Met de rode STOP-toets (3)kest u de maiarobot op elk moment stoppen. Na het activeren van de STOP-toets (3) wordt de maiarobot gestopt en wacht hij op verdere commando's.

5.8 Bevestiging van het laadstation

Nadat de werkking Zoals voorgeschreveen van de maairobot is verzekerd en er een geschakte plek voor het laadstation (19) ward gevonden, moet het station (19) met de bevestigingsschroeven (15) worden gefi xeer. Draai de bevestigingschroeven (15) met de zeskantsleutel (22) helemaal in de grond (afbeelding 7c).

5.9 Accu-capaciteitsindicatie

Druk op de schakelaar voor accu-capaciteit指示atie. De accu-capaciteit指示atie signaleert u de laadtoestand van de accu aan de hand van 3 LEDs (afbeeling 13b).

De temperatuur van de accu is te laag. Verwijder de accu van het apparaat en laat de accu eén dag liggen bij ruimtemateratuur. Als de foup opnieuw optreedt, dan ward hij diep ontladen en is hij defect. Neem de accu van het apparaat. Een defecte accu mag Niet meer gebruikt resp. geladen worden.

Opgelet!

Wanner u een multi-Ah pack (bjv. 4-6Ah) inzet, stel deze dan altijd in op de hogere capaciteit.

Dankzij de spaarzame lading en ontlading bij de maairobot is het Nietoodzakelijk om de lagere capaciteit te gebruiken om de levensduur te verlungen.

5.10 Laden van de accu met de lader

Tijdens het normale bedrijf worden de accu (A) van de maairobot geladen via het laadstation (19).

Voor de onafhankelijke inzet van de accu (A) van de Power-X-Change serie kan deze ook in de externe lader Power-X-Charger worden geladen.

Opgelet! - De lader (afbeelding 13a, pos. B) kan al naargelang modelvariant Niet zich meegeleverd met uw maairobot.

  1. Vergelijk of de netspanning vermeld op het typeplaatje overeenstemt met de beschikkbare netspanning. Steek de netstekker van de lader (B) in het stopcontact. De groene LED begint te knipperen.

  2. Steek de accu (A) op de lader (B) (afbeelding 13a).

  3. Onder punt 'Indicatie lader' vindt u een tabel met de betekenissen van de LED-indicatie aan de lader.

Tijdens het laden kan de accu iets warm worden.
Dit isECHTERnormaal.

Mocht het laden van de accupack zich möglichzijn, controlleren dan

of aan het stopcontact de netspanning voorhanden is,
- of een foulloos contact aan de laadcontacten voorhanden is.

Indien het laden van de accupack nog altijd nicht möglich is, dan verzoeken wij u

delader

  • en de accapack

op te sturen aan once klantendienst.

Voor een deskundige verzending verzoeken wij u contact op te nemen met once klantendienst of het verkooppunt waar u het apparaat heeft aangekocht.

Zorg er bij de verzending of verwerking van accu's resp. het accu apparaat voor dat deze afzonderlijk worden verpakt in plastic zakken, om kortsluitingen en brand te vermijden!

NL

In het belang van een lange levensduur van de accapack is het raadzaam om opijd voor het herladen van de accapack te zorgen. Dit is in elk geval noedzakelijk, wanneer u vaststelt dat het vermogen van het apparaat afneemt. Ontlaad de accapack nooit helemaal. Dat leidt tot een defect van de accapack!

6. Bediening

6.1 Hoofdschakelaar

De maairobot is uitgerust met een hoofdschakelaar (7). Schakel de maairobot met de hoofdschakelaar (7) in (ON) en uit (OFF) (afbeeling 8). Na het inschakenen van de maairobot worden deze met de PIN vergrendeld.

6.2 Bedieningsveld

De maairobot werden reeds in de fabriek geprogrammeerd en standard instelleningen.daaraan zich uitgevoerd. Deze können indien nodig darüber worden verandered. Ook al zich de fabrieksinstellen-gen geschikt voor de meeste tuinen, u要去 zich toch vertrouwd make met de beschikkbare opties.

Verklaring van het bedieningsveld met LCDdisplay (afbeeling 9)

  1. LCD-display
  2. Toets 'SET' - Instellings-toets
  3. Toets 'MODE' - Maaiprogramma-toets
    53.Toets START-Start-toets
  4. Toets 'BACK' - Terug-toets
  5. Navigatietaetsen
  6. Toets 'OK' -Bevestigings-toets

6.3 Maaihoogteverstelling

Opgelet! Het verstellen van de maaihoogte mag alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde maairobot. Druk waaroor op de STOP-toets (3).

De maairobot maakt via de maaihoogteverstelling (4) een traploze aanpassing van de maaihoogteussen 20 en 60~mm möglichk, die op de schaal kan worden afgelezen.

Als het gras hoger is dan 60mm dan要去 het tot minstens 60~mm worden gekort om de maiarobot Niet overmatig te belasten en de effi cientsie nicht te verlagen. Gebruik waar voor een conventionele grasmaier of een trimmer.

Na aflsuiting van de installmentie kan de maaihoogte via de verstelling (4) worden aangepast. Begin al-tijd met een hogere maaihoogte en verlaag.Deze inkleine stappen tot aan de gewenste hoogte.

6.4 Blokeerinrichting / PIN

De blokkeerinrichting verhindert een nicht toegestane inzet van de maairobot zonder een geldige code. Daar voor moet u een persoonlijke veiligheidscode invoeren die bestaat uit vier tekens.

Ontgrendeling

Voordat u de maairobot in bedrijf neemt moet u de correcte PIN invoeren (standaard PIN: '0-0-0- 0'). Voer de PIN in met behulp van de navigatietoetsen (55).

Standaard PIN: Nieuwe PIN:

0000

PIN wijzigien

Om de PIN te wijzigen gaat u als volgt te werk:

  1. Ontgrendel het bedieningsveld.
  2. Druk eerst op de toets 'SET' (51) om instellen-gen uit te voeren.
  3. Navigeer in het menu van het LCD-display (50) met de navigatietoetsen (55) maar het punt 'Algemeen' enervoigensaar PINcode'.
  4. Voer eerst de huidige PIN (standaard PIN 0-0-0-0) in met behulp van de navigatietoeten (55).
  5. Vervolgens voert u met behulp van de navigatietaotoetsen (55) uw persoonlijke PIN in.
  6. Bevestig de uitgevoerde instellenen.
  7. Herhaal stap 5. en 6. om de nouvelle PIN te bevestigen.
  8. Opgelet! Noteer de neue PIN!

PIN aanvragen bij verlies

Houd de kwitantie en het serienummer van de maairobot bij de hand. Deze heeft u nodig om uw PIN te ontvangen!

Variant A:

  1. Druk in de vergrendelde status 6 seconden op de toets 'SET' (51).
  2. De PUK worden nu weergegeven in het display (50).
  3. Wend u tot de klantendienst om uw PIN te ontvangen.

Variant B:

  1. Sluit op de USB-aansluiting (24) zoals afgebeeld een lege USB-stick aan (afbeelding 11).
  2. Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON).
  3. De maairobot slaat de PUK automatisch op op uw USB-stick en beeindigt het proces met een pieptoon.
  4. Trek de USB-stick eruit. Lees de gegevens

NL

op de USB-stick uit op een computer. Door de maairobot werden een tekstbestand (*.txt) aangemaaakt. Dit bestand bevat een PUK, een persoonlijke code. Wend u tot de klantendienst om uw PIN te ontvangen.

6.5 Installingen van de maairobot

In het hoofdmenu van het LCD-display (50) vindt u de huidige datum- enijdinstellenen van de maairobot, en de huidige laadtoestand. De status van de regensensor, het draadsignaal en van het geseleerde maaiprogramma worden eveneens weergegeven in de symboolbalk. Via het bedieningsveld heeft u de opties om met de toets 'SET' (51) instellenen aan de maairobotuit te voeren en om met de toets MODE' (52) de maairobot met verschillende maaiprogramma's te starten. Ga met de navigatietoetsen (55) maar het gewenste punt om instellenen uit te voeren. Druk op de BACK-toets (54) om het betreff Ende menu te verlaten.

Installingen-Toets SET51

Met de toets 'SET' (51) kutu defundamentele instellenen aan uw maiarobot uitvoeren. Ga met de navigatietoetsen (55) naar het gewennen punt en bevestig of verwerp de uitgevoerde instellenen verrolgens met de toets OK' (56) of de Back'-toets (54).

Tijdschema

Ga met de navigatietoetsen (55) maar de betreffende weekdaysag, waaroor u instellenen wilt uitvoeren. De maairobot zar in de normale bedrijfsmodus automatisch op de betreffende weekdaysag en op het ingestelde moment uw gazon beginnen te maaien. Voor de instelling van de maaitijd worden als richtwaarde 8 uur per dag bij 500m^2 aanbevolen. Al naargelang de groote en complexeit van de tuin moet de gekozen werkelijk worden aangepast.

Zone

Bij tuinen met allerlei hoeken kan de maairobot problemen hebben om elke zone te bereiken en het gazon volledig te maaien. In dit geval kuren meerere startpunten op de begrenzingsdraad (18) worden gekozen. Zo kan de maairobot ook moeilijk toegankelijke delen van uw tuin bereiken. De maairobot za de gekozen afstand aan de begrenzingsdraad (18) afleggen en in dit deel beginnen te maaien (afbeelding 6m). Ga met behulp van de navigatietoetsen (55) maar de waarde die u wilt wijzig, en stel de gewenste afstand en freqente in. - Het laadstation (19) worden automatisch gedefinierd als startpunt 1. De

twee verdere startpunten können vrij worden gekozen.Meet hiervoor de afstand tussen laadstation (19) en startpunt met de klok mee langsdegrenzingsdraad (18).Via de freqenie legt u vast hoe vaak de maairobot vanuit het laadstation (19), of vanuit een van de betreffende startpunten,zijn werk start.

- Randmaien

Voor een mooie rand van het gazon kan de instelling 'Randmaaien' worden geactiveerd. De freirequentie van het randmaaien kan eveneens worden ingesteld, dus in welke interval de rand van het gazon aan het begin van het werkvenster moet worden gemaaid, voordat de maairobot het maaibedrijf start. In de standardaard installing begint de maairobot elke 7 werkdaten eenmaal langs de complete begrenzingsdraad te maaien.

Foutgeheugen

U krijgt informatatie over de het LAST opgetrenden fouten van uw maairobot.

Regensensor

De regensensor (5) kan via deze instelling worden geprogrammeerd. De standard fabrieksinstalling voor de sensor is Aan'. U kunt de regensensor (5) activeren resp. deactiveren en de vertragingsstijd instellen. De vertragingsstijd definiert de是如何, gedurende welke de maairobot na het afdrogen van de regensensor (5) nog in het laadstation (19) blijft.

Uit het station

Het retourrajct dat de maairobot uit het laadstation (19) aflegt kan worden ingesteld. De maairobot rijdt overeenkomstig de ingestelde afstand eerst terug, voordat hij in het maaivlak draait resp. in de richting van zich startpunt rijdt. Zorg ervoor dat de maairobot door het ingestelde retourrajct het maaibereik hierdoor Niet verlaat.

Algemeen

  • PIN-code: U kurz de PIN van de maairobot wijzigen en uw personlijke PIN gelebruiken. Ga waaroor te werk zoals beschreiben in het hoofdstuk 'Blokkeerinrichting / PIN'. Opgele! Noteer deijke PIN.

  • Datum & Tijd: Ga met behulp van de navigatietaeansen (55) maar het betreff Ende punt en voer de gewenste instelleningen UIT.

-Taal: Ga met behulp van de navigatietoetsen (55)aar de gewenste taal.

  • Softwareversie: Hier is de actuèle softwareversie van de maairobot vermeld.

NL

Maaiprogramma's-Toets'MODE' (52)

Ga met de navigatietaetsen (55) maar het gewenste maaiprogramma om dit te starten. U heeft telkens de keuze tussen het primaire vlak / hoofdvlac en het secundaire vlak / nevenvlak. Meer informatie over de beiden vlakken vindt u in het hoofdstuk Inbedrijfstelling' onder het punt Begrenzingsdraad'.

Maaien

Start de maairobot om het gazon te maaien en de maairobot schakelt aan de hand van het ingestelde tijschema om in de normale bedrijfsmodus.

- Randmaaien

Zet de maairobot in de buurt van de begrenzingsdraad (18) of start hem terwijl hij zich in het laadstation (19) bevindt. De maairobot volgt de begrenzingsdraad (18) met ingeschakeld maaiwerk met de klok mee tot aan de achterkant van het laadstation (19). Vervolgens keert de maairobotteringaar het laadstation (19), mits er geen werkvenster actief is.

Spot Mowing

Het kan voorkomen dat uw maairobot sommige plekken Niet voldoende grondig maait. Zet de maairobot op een gewenstelek en start hem.De maairobot za beginnen het gazon in spiraalvorm te maaien, tot hij op een hindernis of begrenzingsdraad (18) stuit. Vervolgens keert de maairobot terug maar het laadstation (19), mits er geen werkvenster actief is.

- Naar het laadstation

Stuur uw maairobot terug hier het laadstation (19). De maairobot gezelt de begrenzingsdraad (18) en volgt deze gegen de klok in hier het laadstation (19). Hier valt de optie van het secundaire vlak / nevenvlak weg.

6.6 Besturing van de maairobot

Starten

  1. Druk op de STOP-toets (3) en open de afdekking van het display (23) volledig.
  2. Ontgrendel het bedieningsveld (2)
  3. Kies via de toets 'MODE' (52) het gewenste maaiprogramma en het werkvlak.
  4. Druk op de toets 'START' (53).
  5. Sluit de afdekking van het display (23).

De maairobot werknt nu overeenkomstig de instelling van de maaitijd. Tijdens de werklijk wordt de laadtoestand van de accu bewaakt en weergegeven op het LCD-display (50). Zodra de

laadtoestand daalt tot 30% keert de maairobot automatisch terug maar het laadstation (19).

Afbreken van het maaien

  1. Druk op de STOP-toets (3) om de maairobot meteen te stoppen.
  2. Open de afdekking van het display (23) volledig.
  3. Ontgrendel het bedieningsveld (2).
  4. Druk op de toets 'MODE' (52) en kies 'Naar het laadstation' om de maairobot langus de begrenzingsdraad (18) terug te sturen maar het laadstation (19).
  5. Druk op de toets 'START' (53)
  6. Sluit de afdekking van het display (23).

STOP-status:

Door op de STOP-toets (3) te drukken schakelt de maairobot in een STOP-status, die in het LCDdisplay (50) worden weergegeven. De maairobot stopt met maaien, tot deze status weeordt opgeheven.

Na ontgrendeling van het bedieningsveld (2) verschijt een venster, dat voorstelt om de STOP-status op te heff en. Door bevestiging worden de status opgeheven. Anders blijdt de maairobot gestopt. Als de maairobot gestart of terug maar het laadstation (19) gestuurd worden, dan worden de STOP-status eveneens opgeheven. Sluit de afdekking van het display (23).

6.7 Besturing van de maairobot met behulp van de app

Alle instellingen die via het bedieningsveld kunnen worden uitgevoerd,+kennen eveneens gebeuren via de app. Download erst de Einhell app voor maairobots op uw smartphone.De Einhell app kan worden gedownload via de volgende link en QR-code:

iOS: http://qr.einhell.com/12e103ce

EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+ - Besturing van de maairobot met behulp van de app - 1

NL

Android: http://qr.einhell.com/176c0443

EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+ - NL - 1

Verbind met behulp van een Bluetooth verbinding de maiarobot met uw smartphone en volg de aangegeven stappen.

Informatie over de Bluetooth verbinding:

Maak verbinding met de maairobot in de Einhell app, nadat u zich als gebruiker aangemeld en het apparatusaat geregisteerd heeft.
Bij Android apparaten要去 de standplaats voor de Einhell app worden vrijgeveen om gebruik te konnen make van de Bluetooth verbinding.
Koppel de maairobot uitsluitend binnen de Einhell app van uw smartphone.
Maak verbinding met de maairobot in de Einhell app.
- De actieradius van een Bluetooth verbinding is beperkt. Blijf waarom om de maairobot aan te sturen in de buurtaarvan.
Op hetzelfde moment kan de maairobot altijd maar een verbinding met een smartphone make.
- Onderbreek de Bluetooth verbinding, nadat u alle instellingen aan de maairobot heeft UITgevoerd.

7. Reiniging, onderhoud en bestelling van onderdelen

Gevaar!

Vór alle reinigings- en onderhoudswerkzaam-heden要去 het apparaat spanningsvrij worden geschakeld, waaroor u de netstekker uit de contactdoos要去 trekken en het apparaat via de hoogdschakelaar (7) uitschakelt (OFF) (afbeeling 8). Neem bovendien de accu uit de maairobot. Voorzichtig! Werkhandsschoenen dragen!

7.1 Reiniging

Houd de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo Veel möglichk vrij van stof en vuil. Wrijf het apparatusaat met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- De maairobot mag nicht met stromend water,

vooral Niet onder hoge druk, worden gereinigd.

Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat smeerzeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen, odomat deze de kunststof delen van het apparaat zouden knen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnenin het apparaat verecht kan komen.
Maak de maairobot indien möglichk schoon met een borstel of doeK.
- Controller de beweeglijkheid van de klingen (10) en van de messenschijf (11)
- Gebruik voor de reiniging van de laadcontacten aan de maairobot (1) en het laadstation (19) reinigingsmiddel voor metaal of zeer vrij schuurpapier. Maak deze schoon om een efficiert laadproces te garanderen.

7.2 Onderhoud

  • Versleten of beschadigde klingen (10) en bevestigingschroeven要去en alkijd per set worden verrangen.
    Vervang versleten of beschadigde delen.
    Voor een lange levensduur要去en alle schroefdelen en de wielen en assen schoongemaatk enervoigens met olie gesmeerd worden.
  • De regelmatige verzorging van de maairobot verzekert Niet alleen een lange levensduur en goede prestaties, maar draagt er ook toe bij dat uw gazon zorgvuldig en eenvoudig worden gemaaid.
  • De het sterkst aan slijtage onderhevige componenten zijn de klingen (10). Controller regelmatig de toestand van de klingen (10) en de bevestiging�. Als er overmatige trillingen optreden aan de maairobot, dan kan dit erop duiden dat de klingen (10) beschadigd zijn resp. door stoten werden verrormd. Als de klingen (10) zijn versleten of beschadigd, dan要去en deze meteen worden verrangen.
  • Controller regelmatig het maaipatroon van het gazon. Door onscherpe klingen worden de grashalmen Niet zuiver afgeseden. Daardoor kan het gras aan het oppervlaklicht uitdrogen en verdort het. Vervang daarom de klingen regelmatig, opdat u een zuiver enrecht maairesultaat verkrijgt.
  • Controller de onderkant van de maairobot regelmatig op verwuilingen. Reinig de maairobot regelmatig. Verwijder sterkere verontreinigin-gen onmiddelijk.
    In de eerste weken na de inbedrijstelling en als waaroor met een conventionele gras

NL

maier werd gemaad, kan uw maairobot sterk verontreinigd raken. Controlleraarom de onderkant van uw maairobot gedurende dezeperiode vaker.

Verkort het gras om een sterke verontreiniging te vermijden slechts inkleine stappen.
- Binnenin het apparaat zijn er geen andere te onderhonden onderdelen.

7.2.1 Vervangen van de klingen

Gebruik alleen originele klingen, aangezien anders functies en veiligheid nicht zich garandeerd. De maairobot is uitergerust met drie aan een messenschijf (11) gemonteerde klingen (10). Deze klingen (10) hebben een levensduur van maximaal 3 maanden (wonneer er geen hindernissen worden getroff en). Vervang alle drie klingen (10) gelijkrijkig om uit te sluiten dat de effi cientre en balans van uw apparata negatif worden beinvloed.

Om de klingen (10) te verrangen gaat u als volgt te werk (afbeelding 12)-Opgelet! - Handschoenen dragen:

  1. Blokker met een schroevendraier de rotaie van de messchijf (11). Steek hiervoord schroevendraier door de Voorziene gaten in de messchijf (11) en de beschermkam.
  2. Draai de bevestigingssschroeven los.
  3. Neem de klingen (10) eraf en verrang deze door neue. Vervang alle drie klingen (10).altijd per set.
  4. Daarna draait u de bevestigingschroeven wee vast. Let erop dat de neue klingen (10) vrij hunnen worden gedraaid.

Voer regelmatig een algemene controle van de maairobot uit en verzamel alle opgezamelde resten. Vór elk begin van een seizedoen de toestand de klingen (10) absolutut controleren. Wend u bij reparations tot once klantendienst. Gebruik alleen originele onderden.

7.2.2 Software update

Wanner u de software wilt updaten, kopier dan de neue software op een lege USB-stick (eventuel de USB-stick eerst formatteren). Zorg ervoor dat de accu volledig is geladen, voordat u de volgende stappen UITvoert.

  1. Zet de maairobot op het te maaien terrein. De maairobot mag zich bij de software update Niet in het laadstation bevinden.
  2. Sluit aan de USB-aansluiting zoals afgebeeld een USB-stick aan (afbeelding 11).
  3. Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON).
  4. De maairobot start nu de update van de software en geeft de huidige status aan.

  5. Als het update proces is afgesloten, trek dan de USB-stick eruit en start de maiarobot via de hoofdschakelaar (7) opnieuw.

7.2.3 Reparatie van de begrenzingsdraad

Als de begrenzingsdraad (18) op een bepaald punt worden doorgesneden, gebruik dan voor de reparatie de meegeleverde kabelverbinder (16). Daarvoort steekt u beiden uiteinden van de doorgesneden begrenzingsdraad (18) in de kabelverbinder (16) en drukt u deze met behulp van een tang samen. Steek de netstekker in de contactdoos. Controllerervolgens aan de hand van de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) de werkig.

7.3 Bestelling van onderden:

Bij de bestelling van onderdelen moeten de vol-gende gegevens worden vermeld:

Type van het apparatus
Artikelnummer van het apparatus.
- Ident.-nummer van het apparatus
- Onderdeelnummer van het benodigde onder-deel

Actuelle prijzen en info vindt u terug onder www.Einhell-Service.com

Reserve klingen art.-nr.: 34.140.20

8. Opslag

Laad de accu vór opslag gedurende winter volledig op en schakel de maairobot via de hoofschakelaar (7)uit (OFF).Neem de accu uit het apparaat. Isoleer de voedingseenheid (13) van de stroomtoevoer en het laadstation (19).

De begrenzingsdraad (18) kan in de winter buiten worden gelaten. Zorg erECHTER wel voor dat de aansluitingen zich beschermd gegen corrosie. Isoleer daartoe de aansluitingen van de begrenzingsdraad (18) van het laadstation (19).

Berg het apparaat en het toebehoren op op een donkere, droge, vorstvrijne en voor kinderen ontoegankelijkde plaat. De optimale opslagtemperatuur ligtussen 5^ en 30^. Bewaar het apparaat in de originele verpakking.

NL

9. Transport

Schakel het apparaat uit via de hoofdscha-kelaar (7) (OFF) (afbeelding 8).
- Breng, indien voorhanden, transportbeveiligingen aan.
- Beschem het apparaat gegen schade en sterke trillingen, die met name optreden bij het transport in voertuigen.
- Beveilig het apparaat gegen weglijk den en kantelen.
Draag de maairobot aan de draaggreep (6) met de messenschijf (11) weg van het lichaam gericht.

10. Verwerking en recycling

Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te verhinderen. Deze verpakking is een grondstof en dus herbruikbaar of kan worden teruggevoerd in de grondstoffkringloop. Het apparaat en+zijn toebehoren bestaan uit diverse materialien, zoals bijv. metaal en kunststof. Defecte apparaten horen Niet bij het huisvuil. Voor deskundige verwerking moet het apparaat bij een waarvoort bestemde inzamelplaats worden afgegeven. Indien u geen inizamelpunt kent,gelieve dan bij de gemeente te informeren.

EINHELL FREELEXO 500 LCD BT+ - Verwerking en recycling - 1
Enkel voor EU-landen

Elektrisch gereedschap hoor nicht bij het huisvuil thuis!

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EG op afgedankte elektrische en elektronische toestellen en omzetting in nationaal recht dieren afgedankte elektrische gereedschappen afzonderlijk te worden verzameld en milievriendelijk te worden gerecycleer.

Recyclagealternatif i.p.v. het toestel terug te sturen: De eigenaar van het elektrische toestel is alternatif verplicht, i.p.v. het toestel terug te sturen, mede te werken bij de behoorlijke recyclage in geval hij zich van het eigendom ontdoet. Het afgedankte toestel kan hiervoor ook bij een verzamelplaats worden afgegeven die voor een verwijdering als bedoeld in de wetgeving in zakte recyclage en afvalwerking zorgt. Hieronder vallen nicht bij de afgedankte toestellen gevoegde accessiores en hulpmiddelen zonder elektrische componenten.

Zorg er bij de verwerking voor dat accu's en lichtmiddelen (bijv. gloeilampen)uit het apparaat worden genomen.

Nadruk of andere reproductie van documentationie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeelrijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van Einhell Germany AG.

Technische wijzigingen voorbehonden

NL

11. Indicatie van het laadstation en verhelpen van fouten

LED-indicatie (21)Beschrijving Oplossing
Uit - Geen stroomtoevoer - Controller de stroomtoevoer
Brandt groen - Klaarom te maaien- Accu volledig geladen-Begrenzingsdraad (18) aan-gesloten
Knippert groen - Begrenzingsdraad (18) door-gesneden- Onderzoek de begrenzingsdraad (18) op een breuk
Brandt rood - Accuwordt geladen - Wacht tot de accuvolledig is geladen

12. Indicatie van de maairobot en verhelpen van fouten

Foutmelding van de maairobot in het LCD-display (50)

Fout Mogelijk teoorzaak Verhelpen
Geen signala - Begrenzingsdraad verkeerd aangesloten - Geen stroomtoevoer - Begrenzingsdraad (18) door- gesnedenControleer of de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt. - Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad (18) correct en in het midden onder het laad- station (19) is gelegd. - Controleer de positie van het laadstation (19).
Buiten gebied - Begrenzingsdraad verkeerd aangesloten - Maairobot buiten het maai- gebied- Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad (18) correct en in het midden onder het laad- station (19) is gelegd. - Zorg ervoor dat de maairobot zich in het maaigebied bevindt.
Batterijfout- Er is een accufout opgetre- den bij de maairobot. - De accu kan nicht worden ge- laden. - De accu heeft het einde van zich levensduur bereikt.- Controleer of de accu juist werk gemon- teerd. - Controleer of de hoofdschakelaar (7) is ingeschakeld (ON), terwijl de maairobot zich in het laadstation (19) bevindt. - Controleer de positie van het laadstation (19). Vervang indien nodig de accu.

NL

Fout Mogelijkkeoorzaak Verhelpen
Batt. temp. fout Te hoge/lage accutemperatuur resp. overtemperatuur van de besturing - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 65 °C keert de maairobot terug maar het laadstation (19). - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 45 °C of lager dan 0 °C worden het laadproces gestopt en wacht de maairobot aan het laadstation (19).- Kies de werklijk in de zomer in de vroege ochtenduren en vermijd de inzet van de maairobot tijdens de hete uren van de dag. - Na het afkoelen van de accu resp. de besturing tot binnen het toegelaten tem-peratuurbereik keert de maairobot auto-matisch terug maar het geprogrammeerde bedrijf.
Maaier opgetild - HefSensor heeft continu 10 seconden lang gereageerd.Druk op de STOP-toets (3) om de afdekking van het display (23) te openen. Start het maiaproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Indien deze fouit vaker optreedt, controlleren dan het maiagebied op hindernissen met een hoogte van meer dan 10 cm en ver-wijder.Deze, of scherm de hindernissen met de begrenzingsdraad (18) af van het maiagebied.
Maaier geblokkeeerd - Hindernissensor binnen een minuut meermaals geactiveerd - Hindernissensor 10 secon-den ononderbroken geactiveerd - Hindernissensor tijdens de rit terug maar het laadstation (19) driemaal geactiveerdDruk op de STOP-toets (3) om de afdekking van het display (23) te openen. Start het maiaproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Controller of de maairobot door een hindernis geblokkeeerd ofussen bomen, struiken enz. ingeklemd is. Eliminee derhindernis of vermijd ze zone. - Indien deze fouit vaker optreedt, controlleren dan of de begrenzingsdraad (18) goed is gelegd. Let met name op nauwe hoeken, doorgangen, hekken, rotsen enz., en pas de layout van de begrenzingsdraad (18) indien nodig aan. - Controller of het gras te hoog is en de maairobot worden geblokkeeerd. Maai het gras in dit geval tot onder 60 mm.

NL

Fout Mogelijkkeoorzaak Verhelpen
Te)dicht bij station -Maairobot werk te:dicht bij het laadstation (19) terug-gestuurd.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (23) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - De maairobot要去 met een minimum afstand van 2 m terug maar het laadstation (19) worden gestuurd.
Omgevallen - Maairobotwerd 10 seconden continu gekanteld. - Maairobot is gedurende langere tijd in een richting geheld.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (23) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Zet de maairobot op een vlakke onder-grond en start hem opnieuw. - Indien de maairobot vanwege een steile helling in het maaigebied is gekanteld, pas de begrenzingsdraad (18) dan zo aan, dat sterke hellingen worden verme-den.
Wielfout - Achterwieten(8) werden op-getild door een hindernis. - Achterwieten (8) können zich door oneff en gazon vrij draai-en.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (23) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Zet de maairobot op een vlakke onder-grond en start hem opnieuw.
STOP-knop - fout Deafdekking van het display (23) is geopend, maar de STOP-toets (3) werk Niet geac-tiveerd.Druk op de STOP-toets (3) om de afdek-king van het display (23) te openen. Start het maaiproces via het bedieningsveld (2) opnieuw: - Controller of de afdekking van het display (23) met de STOP-toets (3) vrij kan wor-den geopend en gesloten. - Controller de functionaliteit van de STOP-toets (3).

NL

Fout Mogelijkkeoorzaak Verhelpen
PCB overtempe-ratuurTe hoge/lage accutemperatuur resp. overtemperatuur van de besturing - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 65 °C keert de maairobot terug maar het laadstation (19). - Bij een batterijtemperatuur hoger dan 45 °C of lager dan 0 °C worden het laadproces gestopt en wacht de maairobot aan het laadstation (19).- Kies de werkelijk in de zomer in de vroege ochtenduren en vermijd de inzet van de maairobot tijdens de hete uren van de dag. - Na het afkoelen van de accu resp. de besturing tot binnen het toegelaten tem-peratuurbereik keert de maairobot automatisch terug maar het geprogrammeerde bedrijf.
Regen - De regensensor (5) heeft gereageerd.- Wacht tot de maairobot droog is. - Een gedetailleerde beschrijving van de sensor kan worden nagelezen in hoofdstuk 5.2.
Sensorfout - De maairobot ward gestopt op grond van een sensorfout.Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en waar in (ON) om de maairobot opnieuw te starten.
Motorfout / Overstroom- De maairobot is op grond van een overstroom in de motor of een motorfout gestopt.Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en waar in (ON) om de maairobot opnieuw te starten. - Controleer de hoogte van het gras in het maiagebied en maai indien nodig met een conventionele grasmaaier het gras tot kor-ter dan 60 mm. - Verhoog de snijhoogte. Begin altijd met een hogere maaihoogte en verlaag deze inkleine stappen tot aan de gewenste hoogte. - Onderzoek de messenschijven (11) en wielen op verruiling en reinig deze gron-dig. - Controleer de achechterwienen en de mes-senschijf op blokkades. Indien u deze blokkades Niet kWunt elimineren, wand u dan tot de bevoegde klantendienst.
Bedrijsfout - De maairobot ward gestopt op grond van een bedrijfs-fout.Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en waar in (ON) om de maairobot opnieuw te starten.

NL

Foutopsoring

Fout Mogelijkkeoorzaak Verhopen
De maairobot staat in het maaigebied De maairobot kan Niet worden ingeschakeld- Accuspanning te laag - Fout aan de stroomkring of de elektronica
De maairobot kan Niet in het laadstati-on rijden- Laadstation (19) Niet correct geinstalleerd
De maairobot stopt resp. rijdt ongecon-troleerd in de buurt van begrenzingsi-landen.- Begrenzingsdraad (18) Niet juist geinstalleerd rond de begrenzingseilanden
De maairobot maaktwoord lawaai- Klingen (10) beschadigd - Aan de klingen (10) hechten heelve vremde materialen - Maairobot te dicht bij hinder-nissen gestart - Mesaandrijving of aandrijf-motor beschadigd - Andere delen van de maairobot beschadigd
De maairobot blijft in het laadstation De maairobot keert steeds wee terug maar het laadstation- Verkeerde instelleningen van de werklijk - Accu leeg - Regensensor gereageerd - Verhoogde accutemperatuur
De maairobot blijft op de begrenzings-draad staan en kan het laadstation Niet bereiken.- Accu leeg. - De lengte van de begren-zingsdraad (18) en daardoor de weg waar het laadstation (19) is te lang voor de gebru-ekte accu.

OPGELET! Doorgesneden begrenzingsdraden en gevolgschade vallen nicht onder de garantie!

NL

13. Indicatie lader

IndicatiestatusBetekenis en maatregel
Rode LEDGroene LED
Uit KnippertOperationaliteitDe lader is aangesloten aan het net en operationeel; de accu zit nicht in de lader.
Aan Uit LadenDe lader laadt de accu in de snelle laadmodus. De laadduur vindt u direct aan de lader.Aanwijzing! Al naargelang de acculading kan de laadduur ieits afwijken van de vermeldeijdden.
Uit Aan De accu is opgeladen en operationeel. (READY TO GO)
Daarna worden tot aan de volledige lading omgeschakeld op een bufferla-ding.Laat de accu hiervoor ongeveer 15 min. langer in de lader zitten.Maatregel:Neem de accu uit de lader. Isoeleer de lader van het net.
Knippert UitAanpassingsladingDe lader bevindt zich in de modus behoedzame lading.Hierbij worden de accu om veiligheidsredenen langzamer geladen, hetgeenmeerijd vergrt. Dit kan de volgende oorzaken hebben:- De accu werk zeer langeijd Nieteer geladen.- De accutemperatureur ligt Niet in het ideale bereik.Maatregel:Wacht tot het laadproces is afgesloten, de accu kan niettemin verderrwen geladen.
Knippert Knippert FoutLaadproces is Niet meer mogelijk. De accu is defect.Maatregel:Een defecte accu mag Nieteer worden opgeladen.Neem de accu uit de lader.
Aan Aan Temperaturstoring
De accu is te warm (bijv. direct instralend zonlicht) of te koud (onder 0 °C).Maatregel:Neem de accu de lader uit en bewaar hem 1 dag bij kamertemperatureur (ca. 20 °C).

NL

Service-informatie

Wij werken in alle landen die in het garantiebewijs zich genoemd, samen met competente servicepartners, wier contactgegevens u kunt afleiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle Diensten zoals reparatie, het verschaffen van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialien te uwer beschikking.

U moet er reckening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natururlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig�n als verbruiksmaterialien.

Categorie Voorbeeld
Slijtstukken* Accu
Verbruiksmaterialiaal/verbruiksstukken* Klingen
Ontbrekende onderdelen
  • nicht verpflicht bij de leveringsomvang begrepen!

Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.Einhell-Service.com. Gelingte te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de bout en waar bij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:

  • Heeft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?
    Is uiens opgevallen voordat het defect zich Voordeed (symptom voor het defect)?
  • Welke fouliewe werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)?

Beschrijf deze foutieve werkwijze.

NL

Garantiebewijs

Geachte klant,

Onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaatECHTER ooit Niet waar behoren functioneren, spijt dit ons ten zeerde en vragen u zich te wenden tot once servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs. Wij staan ook graag Telefonisch tot uw dienst via het vermelde servicetelefoonnummer. Voor eisen in verband met hetrecht op garantie geldt het volgende:

  1. Deze garantievooraarden zijn uitsluitend gericht aan de gebruikers, d.w.z. tatsächijke Personen die dit product nicht in het kader van hun ambachtelijk noch van een andere zichstandige aktiviteit wilpen gebruiken. Deze garantievooraarden regelen aanvullende garantieprestaties, die de hieronder genoemde fabrikant kopers van zijn neue apparaten toezegt in aanvulling tot de wettelijk garantie. Uw wettelijk garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.
  2. De garantieprestatie geldt uitsluitend voor gebreken aan een door u aangekocht zichu apparaat van de hieronder genoemde fabrikant die aantoonbaar berusten op een materiaal- of productiefout, en is maar onsze keuze beperkt tot het verhopen van zulke gebreken aan het apparaat of de verran-ging ervan.

Wij wijzen erop dat once apparaten overeenkomstig hun bestemming nicht ontworpen zich voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen spreke, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciele, ambachtelijkde of industrielle bedrijven werden ingezet of aan een daarmee gelijk te stellen belasting werk blootgesteld.

  1. Van onsige garantie zijn uitgesloten:

  2. Schade aan het apparaat als gewolg van Niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installment, als gewolg van Niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of Niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door bootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.

  3. Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. overbelasting van het apparaat of de inzet van Niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnendringen van vreeimde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen).
  4. Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natuurlijke slijtage.

  5. De garantieperiode bedraagt 24 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellten van het defect geldend te worden gemaakt. Het indieren van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstellung of verranging van het apparaat leidt nicht tot een verlenging van de garantieperiode noch worden door deze prestatie een neue garantielse dooreh apparaat ofoor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het terplaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

  6. Gelseve om een garantieclaim in te dieren het defecte apparaat aan te melden op mail adres: service@einhell.nl. Houd het aankoopbewijs of een ander bewijs van uw aankoop van het neue apparaat bij de hand. Apparaten die zonder bijhorende bewijzen of zonder typeplaatje worden teruggestuurd, worden op grond van de ontbrekende mogelijkheid om het apparaat toe te kennen uitgesloten van de garantieprestatie. Valt het defect van het apparaat binnen once garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een gerepareerd of neuen apparaat terug.

Uiteraard staan wij ook tot u dienst om, mits betaling van de kosten, defecten van het apparaat te verhopen die buiten de garantieomvang vallen. Indien u hiervan gebruik wenst te makeen, neem dan contact met ons op.

Voor slijtstukken, verbruiksmaterialial en ontbrekende onderdelen worden verwezenaar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handleiding.

E

Índice de Contents

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : EINHELL

Model : FREELEXO 500 LCD BT+

Categorie : Robot grasmaaier