D612 - Luchtbevochtiger QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis D612 QLIMA in PDF-formaat.
| Producttype | Luchtontvochtiger (categorie Luchtbevochtiger) |
| Merk | Qlima |
| Model | D612 |
| Afmetingen (B x D x H) | 290 x 194 x 478 mm |
| Nettogewicht | 9,7 kg |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz, 0,79 A |
| Opgenomen vermogen | 0,20 kW |
| Ontvochtigingscapaciteit (30°C, 80% RV) | 12 L/24 h |
| Ontvochtigingscapaciteit (27°C, 60% RV) | 6,88 L/24 h |
| Watertankcapaciteit | 1,8 L |
| Aanbevolen ruimteoppervlak | Tot 90 m² (nominaal) |
| Behandeld volume | 50 - 75 m³ |
| Werkingstemperatuurbereik | 5 °C tot 35 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid bij werking | 40 % tot 90 % RV |
| Koelmiddel | R290 (60 g) |
| Geluidsniveau | 34 dB(A) |
| Beschermingsklasse | IP24 |
| Hoofdfuncties | Ontvochtiging, drogen van kleding, timer (1/2/4/9 u), instelbare hygrostaat (30/40/50/60% RV, continu CO), automatische ontdooiing |
| Filters | Schermfilter, HAF HEPA™ filter, actief koolstoffilter (3 lagen) |
| Onderhoud en reiniging | Reinig regelmatig het schermfilter; vervang HEPA- en koolstoffilters bij slijtage; reinig het rooster en de plaat met een zachte doek; leeg regelmatig de watertank |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling bij volle tank; automatische ontdooiing; compressorbescherming (uitgestelde herstart 5 min); aardverplichting |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Vervangingsfilters verkrijgbaar bij de distributeur of op www.qlima.com; reparaties door een gekwalificeerde professional (brandbaar gas R290) |
| Garantie | 2 jaar vanaf aankoopdatum (onder voorwaarden) |
Veelgestelde vragen - D612 QLIMA
Gebruikersvragen over D612 QLIMA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Luchtbevochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding D612 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. D612 van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING D612 QLIMA
aflobsslangen 2 dysen
1 LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING. 2 RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.
SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN DE ONDERDELEN
Bedieningspaneel, Luchtklep, 3 Handgreep, 4 Netsnoer, 5 Filter, Tank
Lees deze gebruikershandleiding aandachtig alvorens het toestel te gebruiken en bewaar het voor later. Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelingen en normen. Dit product is bedoeld om gebruikt te worden als een luchtontvochtiger in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens, badkamers en garages, in normale huishoudelijke omstandigheden. Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 V./\~50 Hz.
ALGEMEEN
- Om een optimaal resultaat te krijgen, het apparaat niet dicht bij een radiator of een andere warmtebron plaatsen.
- Zorg ervoor dat alle ramen gesloten zijn om maximale efficiëntie te bereiken.
- De ontvochtigingscapaciteit is afhankelijk van de temperatuur en de luchtvochtigheid in de ruimte. Het is normaal dat bij een lage temperatuur minder vocht wordt onttrokken.
- Zorg ervoor dat het luchtfilter schoon blijft. Dit voorkomt onnodig energieverbruik en waarborgt een optimaal resultaat.
- Als de stekker uit het stopcontact is geweest, start het apparaat pas na enige tijd weer op. De automatische vertraging beschermt de compressor.

BELANGRIJK
Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten. De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten. Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen.
Controleer voor het aansluiten van het apparaat of:
- de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje; stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;
- de stekker van het snoer in het stopcontact past;
- het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat.
Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht op wordt gehouden en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Dit apparaat is volgens de CE-veiligheidsnormen gefabriceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voorzichtig te zijn.
- Het luchtinlaat- en/of uitblaasrooster nooit afdekken. Leeg het waterreservoir voordat u het apparaat verplaatst.
- Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën.
- Het apparaat nooit in water onderdompelen.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat. Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen.
- Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dan een installeren door een erkend elektricien.
- Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet met het apparaat spelen.
- Laat eventuele reparaties altijd uitvoeren door een erkend servicemonteur of uw leverancier. Volg de onderhoudsinstructies. Haal altijd de stekker van het apparaat uit het stopcontact als het niet wordt gebruikt.
- Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze altijd te worden vervangen door de fabrikant, zijn klantenservice of personen met vergelijkbare kwalificaties om gevaren te voorkomen.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en door mensen die geen ervaring met of kennis over het apparaat hebben, als er toezicht op hen wordt gehouden of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico's.
- Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging en onderhoud dient niet te worden uitgevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden.
Afbeelding 1

LET OP!
- Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten.

LET OP!
- Het niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat.
Specifieke informatie met betrekking tot toestellen met R290 / R32 koelgas.
- Lees alle waarschuwingen aandachtig.
- Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toestel geen andere hulpmiddelen dan die aanbevolen worden door de fabrikant.
- Het toestel moet geplaatst worden in een ruimte zonder continue ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elektriciteit in werking).
- Niet doorboren en niet verbranden.
- Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de achterkant van het toestel) R290 / R32 koelgas.
- R290 / R32 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieugebied. Geen delen van het koelmiddelcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten.
- Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruimte, moet deze ruimte geschikt zijn om de ophoping van koelmiddel te voorkomen. Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn vanwege het ontsteken van het koelmiddel door elektrische verwarmers, kachels of andere ontstekingsbronnen.
- Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defecten voorkomen worden.
- Personen die aan het koelmiddelcircuit werken of het bedienen moeten over de juiste certificatie beschikken die is uitgegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het werken met koelmiddelen overeenkomstig een specifieke beoordeling die is vastgesteld door de industriële organisaties.
- Reparaties moeten uitgevoerd worden op basis van de aanbevelingen van de fabrikant.
Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van brandbare koelmiddelen.
Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4m2. Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor werking.
INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 / R32 BEVATTEN
1 ALGEMENE INSTRUCTIES
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koeltechniek en mechanica.
1.1 Controle van de omgeving
Voer voor het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Voordat het koelsysteem hersteld kan worden, moet voor aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.
1.2 Werkprocedure
Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.
1.3 Algemene werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn, zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.
1.4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
1.5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat
Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen, zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO2 naast het laadgebied.
1.6 Geen ontstekingsbronnen
Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Voor aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met "Verboden te roken" geplaatst worden.
1.7 Geventileerde omgeving
Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk maar de atmosfeer verdrijven.
1.8 Controles van de koeluitrusting
Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden, zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:
- De grootte van de lading is overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden.
- De in- en uitlaten van de ventilatie moeten behoorlijk werken en niet geblokkeerd worden.
- Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.
- De aanduidingen op de uitrusting moeten zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn, zullen gecorrigeerd worden.
- Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten, kunnen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of op passende wijze beveiligd zijn tegen corrosie.
1.9 Controle van elektrische apparatuur
Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen, zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden totdat dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar het werk toch voortgezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:
- dat condensatoren ontladen worden: dit zal op een veilige manier gebeuren om de kans op vonken te vermijden;
- dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;
- dat het systeem voortdurend geaard is.
2.1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding afgekoppeld worden van de apparatuur voor het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft, moet er een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijke gevaarlijke situatie. 2.2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier die het niveau van beveiliging beïnvloedt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. omvatten.
Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt worden.
3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN
Breng geen permanente inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden.
Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn.
Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek.
4 BEKABELING
Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.
5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN
Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.
6 METHODES VAN LEKDETECTIE
De volgende methodes van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.) Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt worden en het geschikte percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden waar dit het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen.
Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden.
Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel voor als tijdens het soldeerwerk.
7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN
Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of om een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen.
De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de geschikte recuperatieflessen. Het systeem zal "gespoeld" worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuüm met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk een vacuüm getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt.
Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuumpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is.
8 LAADPROCEDURES
Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar voor ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd worden vlak voor het verlaten van de site.
9 ONTMANTELING
Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt, is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en alle details volledig kent.
Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Voor het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is, voordat het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt.
a) Leer de uitrusting en de werking kennen. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel. d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht uitgeoefend door een bevoegd persoon. e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de geldende normen. f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. g) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden. h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie. i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. j) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80% van het volume van vloeibare lading.) k) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk. l) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan. m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd is.
10 ETIKETTERING
Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld is en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat.
11 RECUPERATIE
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden, zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld voor de recuperatie van start gaat.
De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer voor het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel.
Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders.
Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren.
BEDIENINGSPANEEL
Laagste omgevingswaarden tijdens bedrijf: 5°C / 40% relatieve luchtvochtigheid - Hoogste omgevingswaarden tijdens bedrijf: 35°C / 90% relatieve luchtvochtigheid


OPMERKING!
- De wateropvangbak moet correct geïnstalleerd zijn om met de ontvochtiger te kunnen werken.
- Verwijder de opvangbak niet als het apparaat in bedrijf is.
- Als u een afvoerslang wilt gebruiken om het water af te voeren, installeer de slang dan zoals beschreven is in het gedeelte "Afvoermethode".
- Elke keer dat u een knop indrukt op het bedieningspaneel, zal een piep weerklinken.
- Als u het apparaat inschakelt, brandt het indicatielampje. Het indicatielampje is uit in de stand-bymodus.
BEDIENING
AAN/UIT: Druk op de aan/uit-knop om het toestel in en uit te schakelen. Wanneer het toestel voor de eerste keer wordt ingeschakeld, zal het ononderbroken ontvochtigen. De compressor is aangeschakeld en de motor van de ventilator draait op lage snelheid. Tegelijkertijd zal het ontvochtigingsteken oplichten en zal het digitale display de vochtigheidsgraad van de omgeving weergeven. (Wanneer de vochtigheidsgraad van de omgeving lager is dan 30%, zal LO worden weergegeven; wanneer de vochtigheidsgraad hoger is dan 90%, zal HI worden weergegeven.) Modus: Druk op de toets modus om de eenheid in te stellen op de ontvochtigingsmodus of de modus voor het drogen van kleding. Het geselecteerde teken zal oplichten. Vochtigheid: De gewenste vochtigheidsgraad van de omgeving kan ingesteld worden door de toets vochtigheidsgraad aan te raken. (De waarden kunnen ingesteld worden tot CO, 40%, 50%, 60%). Wanneer tijdens de ontvochtigingsmodus voor de eerste keer op de toets vochtigheidsgraad wordt gedrukt, zal het digitale display de waarde van de geselecteerde vochtigheidsgraad weergeven. Wanneer deze toets voor de tweede keer wordt ingedrukt, zal het de instelling voor de waarde van de vochtigheidsgraad wijzigen.
Wanneer de gewenste vochtigheidsgraad voor de omgeving bijvoorbeeld is ingesteld op 50% en de eenheid detecteert dat de huidige vochtigheidsgraad van de omgeving hoger is dan 52% RH, zal de eenheid starten; wanneer de eenheid detecteert dat de huidige vochtigheidsgraad lager is dan 48% RH, zal de eenheid stoppen. Gebruik de CO-instelling voor ononderbroken ontvochtigen.
Wanneer gedurende vijf seconden op de toets vochtigheid wordt gedrukt, zal het digitale display de omgevingstemperatuur weergeven. Na vijf seconden zal het digitale display opnieuw de vochtigheidsgraad van de omgeving weergeven.
Timer: Door het indrukken van de toets timer wordt de eenheid ingesteld om te werken gedurende 1h, 2h, 4h of 9h. Wanneer de timerfunctie in gebruik is, zal het timerteken oplichten. Tank vol: Wanneer de watertank vol is, zal het teken volle tank oplichten; een alarm zal 10 keer afgaan en de eenheid schakelt uit. Na het leegmaken van de watertank en het terugplaatsen op de juiste positie zal de eenheid verder gaan met ontvochtigen wanneer de compressor na drie minuten automatisch start. Ontdooien: Wanneer de eenheid in een ruimte geplaatst is met een lage omgevingstemperatuur tijdens werking, kan het oppervlak van de verdamper aanvriezen. Om een normale werking van de eenheid te verzekeren is de eenheid uitgerust met een automatische ontdooifunctie. Wanneer de eenheid aan het ontdooien is, zal het ontdooi-teken oplichten.
LUCHTFILTER
De ontvochtigers zijn uitgerust met een 3-laags filter om de lucht die in de ruimte circuleert te filteren.
Het 3-laags filterpakket bestaat uit een gaasfilter en (een apart verpakt) HEPA™ HAF- en actief koolfilter. Deze filters moeten volgens de aanwijzingen worden geplaatst, voordat de ontvochtigers worden gebruikt.
Afbeelding 7
1 Gaasfilter; voor het verwijderen van grotere stofdeeltjes. 2 Actief koolfilter; om geuren te verwijderen. 3 HEPA™ HAF-filter; om ongezonde deeltjes uit de lucht te verwijderen, zoals pollen, bacteriën, dierlijke huidschilfers en stof.
FILTERS REINIGEN, INSPECTEREN OF VERVANGEN
FILTERS VERWIJDEREN:
- Verwijder het waterreservoir (zie hoofdstuk WATERAFVOER EN VOL RESERVOIR)
- Verwijder het gaasfilter door met 2 of 3 vingers stevig op de bovenkant ervan te drukken. Het gaasfilter zal buigen, zodat de twee bevestigingshaakjes aan de bovenkant van het filter uit de gaatjes worden getrokken. Het gaasfilter is nu los en kan eenvoudig worden verwijderd.
- Nu zijn het HEPA™ HAF-filter en het actief koolfilter zichtbaar. Verwijder beide filters.
Het gaasfilter moet regelmatig schoongemaakt worden met een stofzuiger om blokkering van de luchtstroom te voorkomen. Dit filter hoeft niet regelmatig te worden vervangen.
Nieuw filter

Vernieuwing van filter aanbevolen
Het actief koolfilter kan indien stoffig schoongemaakt worden met een stofzuiger maar dient gelijktijdig met het HEPA™ HAF filter vervangen te worden.

OPMERKINGEN
- Gebruik het apparaat nooit zonder gaasfilter!
- De unit gebruiken zonder actief koolfilter en/of HEPA™ HAF filter is niet schadelijk voor de ontvochtiger. In dat geval worden ongezonde stofdelen niet verwijderd.
- Vervangend filterpakket is verkrijgbaar bij uw dealer / www.qlima.com
FILTERS TERUGPLAATSEN:
- Plaats een nieuw HEPA™-filter en een nieuw actief koolstoffilter. Het actief koolstoffilter in het binnenste deel van het apparaat, het HEPA™-filter aan de buitenkant van het apparaat.
- Plaats de 2 haakjes aan de onderkant in de betreffende gaatjes, en plaats de bovenste twee haakjes in de bijbehorende gaatjes. Druk met 2 of 3 vingers lichtjes bovenop het gaasfilter, zodat het iets doorbuigt.
Wanneer het groene filterlampje blijft branden ondanks de reiniging, reset dan de onderhoudstijd van 168 gebruiksuren om aan te geven dat het filter gereinigd is. Druk eenvoudigweg 5 seconden op de "timer"-toets terwijl het apparaat in werking is. Het controlelampje zal 5 keer knipperen, waardoor de filter servicetijd wordt gereset. Het groene licht gaat uit.
AFVOEROPTIES
OPTIE 1 HANDMATIG LEGEN
Opmerkingen:
- Verwijder de opvangbak niet als het apparaat in bedrijf is of net gestopt is. Anders kan er water op de vloer druppen.
- Gebruik de slang niet als u de opvangbak gebruikt om het water op te vangen. Als de slang is aangesloten, wordt het water hierdoor afgevoerd in plaats van naar de opvangbak.
Afbeelding 3
Afbeelding 4
Afbeelding 5
Houd de handgreep aan de onderkant van de wateremmer vast en trek deze uit het toestel in de richting van de pijl. Maak de emmer leeg door de handgreep aan de onderkant van de emmer met een hand vast te nemen en de bovenkant van de emmer met de andere hand. 3 Plaats de opvangbak terug in de ontvochtiger in de richting van de pijl.
OPTIE 2 AFVOERSLANG EN ZWAARTKRACHT
1 Gebruik de meegeleverde slang. 2 Verwijder de opvangbak uit het apparaat volgens de instructies. 3 Rijg de afvoerslang door het mondstuk en zorg dat hij goed vastzit.
Afbeelding 6
1 afvoerslang 2 mondstuk
4 Plaats de opvangbak terug. Zorg dat de afvoerslang door het afvoergat van de opvangbak gaat en naar beneden gericht is. Leid de slang door het afvoergat in de bodem en dek het gat af met een deksel. Let op: de afvoerslang mag niet worden afgekneld, anders kan het water niet worden afgevoerd.
Afbeelding 7




OPMERKING!
Als u de afvoerslang wilt verwijderen, zorg dan dat u een opvangbak bij de hand hebt om onder het mondstuk te plaatsen.
REINIGING EN ONDERHOUD

WAARSCHUWING:
- Schakel de ontvochtiger uit en trek de netvoeding uit het contact voordat u hem gaat schoonmaken. Anders loopt u het risico een elektrische schok op te lopen.
- Was de ontvochtiger niet met water, dit kan leiden tot elektrische schokken.
- Gebruik geen vluchtige vloeistoffen (zoals thinner of wasbenzine) om de ontvochtiger te reinigen.
Dit kan het uiterlijk van uw ontvochtiger beschadigen.
Afbeelding 9
1
Rooster en behuizing
Om de behuizing schoon te maken:
Als er stof op de behuizing ligt, gebruik dan een zachte doek om de behuizing af te stoffen. Als de behuizing erg vuil (vet) is, gebruikt u een mild wasmiddel om hem te reinigen.
Om het rooster schoon te maken: Gebruik een stofwisser of borstel.
VERZORGING AAN HET EINDE VAN HET SEIZOEN
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Reinig het luchtfilter en de behuizing.
- Reinig stof en obstakels van de ontvochtiger. Leeg de opvangbak.
PROBLEMEN OPLOSSEN
- Controleer het volgende alvorens technische ondersteuning te contacteren.
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| De eenheid werkt nicht. De voedingsspanning is nicht aangesloten. | Steek de stekker in een stopcontact. | |
| Het toestel ontvochtigt nicht. | De watertank is vol. Verwijder het water uit de tank. | |
| De watertank werk net op de juiste positie geplaatst. | Plaats de watertank op de juiste positie. | |
| Het luchtfilter is geblokkeerd. Reinig het luchtfilter. | ||
| De temperatuur of de relatieve vochtigheidsgraad in de kamer waarin het toestel werkt is te laag. | Het is normal dat het toestel nicht ontvochtigt onder deze omstandigheden | |
| De ontvochtiger werkt maar verminder de relatieve vochtigheidsgraad onvoldoende. | De ruimte is te groot. We raden | het gebruik van een ontvochtiger met grotere capaciteit aan. |
| Er zijn teveel bronnen van vocht. | We raden het gebruik van een ontvochtiger met grotere capaciteit aan. | |
| Er is te veel ventilatie. Verminder de ventilatie (zoals door het sluiten van ramen en deuren.) | ||
| Het servicelampje brandt. | Wanner de servicetijd 168 u bereikt za het indicatielampje voor het reinigen van het filter branden. | Reinig het filter en reset de servicetimeser. |
| Het filter werk gereinigd maar de servicetimeser werk net geseset | Druk, met het apparaat in werkung, gedurende 5 seconden op de timerknop. Wanner de servicetijd 168 u bereikt za het indicatielampje voor het reinigen van het filter branden. | |
GARANTIEVOORWAARDEN
U krijgt op uw ontvochtiger twee jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen.
Hierbij gelden de volgende regels:
- Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade, worden niet gehonoreerd.
- Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie.
- De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden.
- Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, vallen buiten de garantie.
- De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht.
- De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijzing zijn vermeld of door verwaarlozing.
- De verzendkosten en het risico van het opsturen van de ontvochtiger of onderdelen daarvan komen altijd voor rekening van de koper.
Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, breng de ontvochtiger dan ter reparatie naar uw dealer.

Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daarvoor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische apparaten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater en in de voedselketen terechtkomen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernietiging in te nemen. Batterijen: niet in het vuur werpen, want deze kunnen exploderen of gevaarlijke vloeistoffen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen verwijderen en deze conform de geldende wetgeving weggooien, want deze zijn schadelijk voor het milieu.
Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen zoals opgenomen in het Protocol van Kyoto. De apparatuur mag alleen worden gerepareerd of gedemonteerd door professioneel, geschoold personeel.
Deze apparatuur bevat koelmiddel R290 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R290 niet ontsnappen in de atmosfeer: R290 is een gefluoreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) = 3.
| Model D 610 D 612 | |||
| Opgenomen vermogen(nom / max) | kW 0,21 0,20 | ||
| Netspanning V / Hz / Ph 220-240 / ~ 50 / 1 220-240 / ~ 50 / 1 | |||
| Stroomsterkte A 0,8 0,79 | |||
| Huidige zekering voor PCB 2010 Serie(s),AC250V,T,3,15A or 5A or 6,3A,L | |||
| Huidige zekering voor 1 PCB 2010 Serie(s),AC250V,T,2,0A,L | |||
| Ontvochtigingscapaciteit (ontvoch-tigbing bij 30°C, 80% RH) | L / 24h 10 | 12 | |
| Ontvochtigingscapaciteit (ontvoch-tigbing bij 27°C, 60% RH) | L / 24h | 6,3 | 6,88 |
| Inhoud waterreservoir | L | 1,8 | 1,8 |
| Luchtstroom (nom.) * | m³/h | 80 | 90 |
| Voor ruimtes tot * | m³ | 40 - 65 | 50 - 75 |
| Werkingtemperatuur | °C | 35 | 5 - 35 |
| Automatisch ontdooien | ja | ja | |
| Hygrostaat | ja | ja | |
| Compressor type | roterend | roterend | |
| Koudemiddel type / hoeveelheid | r / gr | R290 / 55 gr | R290 / 60 gr |
| Druk inlaat / uitlaat (max.) | MPa | 0,75 / 2,16 (2,6) | 7,5 / 20,4 (25,8) |
| Afmetingen (b x d x h) | mm | 290 x 194 x 478 | 290 x 194 x 478 |
| Netto gewicht | kg | 10 | 9,7 |
| Bruto gewicht | kg | 11 | 10,6 |
| Geluidsdrukiveau * | dB(A) | 34 | 34 |
| Beschermingsklasse | IP | IP24 | IP24 |
De fabrikant behoudt zich het recht voor veranderingen door te voeren zonder voorafgaand bericht.
