QLIMA D 225 - Luchtbevochtiger

D 225 - Luchtbevochtiger QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis D 225 QLIMA in PDF-formaat.

📄 144 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice QLIMA D 225 - page 92
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : QLIMA

Model : D 225

Categorie : Luchtbevochtiger

Download de handleiding voor uw Luchtbevochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding D 225 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. D 225 van het merk QLIMA.

GEBRUIKSAANWIJZING D 225 QLIMA

Geachte mevrouw, mijnheer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw ontvochtiger. U heeft een kwaliteitsproduct aangeschaft waar u nog vele jaren plezier van zult hebben, mits u het apparaat verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing voor een optimale levensduur van uw ontvochtiger. Wij geven u namens de fabrikant twee jaar garantie op mogelijke materiaal- of fabricagefouten. Wij wensen u veel comfort met uw ontvochtiger. Met vriendelijke groet, PVG Holding B.V. Afdeling KlantenserviceBELANGRIJKE ONDERDELEN Netvoeding Tank Permanente waterafvoer Filterscherm Achterbehuizing Luchtuitblaasrooster Deksel Voorplaat Waterpeilindicator

9VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Lees deze gebruikershandleiding aandachtig alvorens het toestel te gebruiken en bewaar het voor later. Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en nor- men. Dit product is bedoeld om gebruikt te worden als een luchtontvochtiger in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen, in normale huishoudelijke omstandigheden. Dit apparaat is uit- sluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aan- sluitspanning 220-240 V./ ~50 Hz. ALGEMEEN

  • Om een optimaal resultaat te krijgen, het apparaat niet dicht bij een radiator of een andere warmte- bron plaatsen.
  • Zorg ervoor dat alle ramen gesloten zijn om maxi- male efficiëntie te bereiken.
  • De ontvochtigingscapaciteit is afhankelijk van de temperatuur en de luchtvochtigheid in de ruimte. Het is normaal dat bij een lage temperatuur min- der vocht wordt onttrokken.
  • Zorg ervoor dat het luchtfilter schoon blijft. Dit voorkomt onnodig energieverbruik en waarborgt een optimaal resultaat.
  • Als de stekker uit het stopcontact is geweest, start het apparaat pas na drie minuten weer op. De automatische vertraging beschermt de compres- sor.

BELANGRIJK Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten. De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten. Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen. Controleer voor het aansluiten van het apparaat of:

  • de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;
  • stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;
  • de stekker van het snoer in het stopcontact past;
  • het apparaat op een stabiele en vlakke onder- grond staat. Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.
  • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toe- zicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veilig- heid.
  • Dit apparaat is volgens de CE veiligheidsnormen gefabriceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voorzichtig te zijn.
  • Het luchtinlaat- en uitblaasrooster nooit afdekken.
  • Leeg het waterreservoir voordat u het apparaat verplaatst.1
  • Breng het apparaat nooit in contact met chemica- liën.
  • Het apparaat nooit in contact brengen met water, met water besproeien of in water onderdompelen.
  • Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
  • Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen.
  • Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektricien.
  • Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet met het appa- raat spelen.
  • Laat eventuele reparaties altijd uitvoeren door een erkend servicemonteur of uw leverancier. Volg de onderhoudsinstructies
  • Haal altijd de stekker van het apparaat uit het stopcontact als het niet wordt gebruikt.
  • Een beschadigd elektriciteitssnoer alleen laten ver- vangen door de leverancier of een bevoegd per- soon/servicepunt.
  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zin- tuiglijke of verstandelijke beperking en door men- sen die geen ervaring met of kennis over het appa- raat hebben als er toezicht op hen wordt gehou- den of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico’s.
  • Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen.
  • Reiniging en onderhoud dient niet te worden uit- gevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden.• Als het netsnoer is beschadigd, moet u het om gevaar te voorkomen laten vervangen door een door Qlima erkend servicecentrum of door verge- lijkbaar bevoegde personen.
  • Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten.
  • Niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat.
  • Plaats de ontvochtiger niet in badkamers of andere ruimtes waar mogelijkerwijs water gespat kan worden op het apparaat. Specifieke informatie met betrekking tot toestel- len met R 290 koelgas.
  • Lees alle waarschuwingen aandachtig.
  • Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toestel geen andere hulpmiddelen dan deze die aanbevolen worden door de fabrikant.
  • Het toestel moet geplaatst worden in een ruim- te zonder continue ontstekingsbronnen (bij- voorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elek- triciteit in werking).
  • Niet doorboren en niet verbranden.
  • Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de ach- terkant van het toestel) R290 koelgas.
  • R290 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieugebied. Geen delen van het koelmiddelcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten.
  • Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruim-

95te, moet deze ruimte geschikt zijn om de opho- ping van koelmiddel te voorkomen. Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn vanwege het ontsteken van het koelmiddel door elektrische verwarmers, kachels of andere ontstekingsbronnen.

  • Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defecten voorko- men worden.
  • Personen die aan het koelmiddelcircuit wer- ken of het bedienen moeten over de juiste cer- tificatie beschikken die werd uitgegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het werken met koelmiddelen overeenkomstig een specifieke beoordeling die erkend wordt door de industriële organisaties.
  • Reparaties moeten uitgevoerd worden geba- seerd op de aanbevelingen van de fabrikant. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitge- voerd worden onder toezicht van een persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van brandbare koelmiddelen. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m

. Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespeci- ficeerde afmetingen voor werking.

INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 BEVATTEN 1 ALGEMENE INSTRUCTIES Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koeltechniek en mechanica.

1.1 Controle van de omgeving

Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.

Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.

1.3 Algemene werkomgeving

Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.

1.4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel

De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.

1.5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat

Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO

naast het laadgebied.

1.6 Geen ontstekingsbronnen

Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met “Verboden te roken” geplaatst worden.

1.7 Geventileerde omgeving

Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.

1.8 Controles van de koeluitrusting

Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:

  • De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is.
  • De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden.
  • Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.• De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
  • Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie.

1. 9 Controle van elektrische apparatuur

Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:

  • dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden;
  • dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;
  • dat het systeem voortdurend geaard is.

2 HERSTELLINGEN AAN AFGEDICHTE ONDERDELEN

2.1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding

afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.

2.2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te

verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten. Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant. OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.

3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN

Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden. Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn. Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek. 4 BEKABELING Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.

5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN

Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.

De volgende methodes van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.) Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden. Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk.

7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN

Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen. De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal “gespoeld” worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuüm met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuüm getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt. Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is. 8 LAADPROCEDURES Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site. 9 ONTMANTELING Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent. Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel 4 GB belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt.

a) Leer de uitrusting en de werking kennen. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel. d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon. e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen. f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. g) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden. h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie.

i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de

fabrikant. j) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.) k) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk. l) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan. m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd. 10 ETIKETTERING Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat. 11 RECUPERATIE Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat. De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel. Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders. Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren.

BENODIGDE AFSTAND Respecteer de benodige afstand van het apparaat tot muren en overige objecten. BEDIENINGSPANEEL

1. POWER (AAN/UIT): De eenheid kan aan of uit gezet worden. Na opstart zal de huidige

vochtigheidsgraad weergegeven worden in de standaard of continue modus “CO”. De compressor zal onmiddellijk starten om te ontvochtigen en het indicatielampje voor toestel POWER (AAN/UIT) zal branden (als de compressor stopt zal het lampje knipperen).

2. SPEED (SNELHEID): De snelheid van de ventilator kan op hoog of laag ingesteld

worden. Opmerking: In de comfort-modus (“AU”) is de windsnelheid vast als de kamertemperatuur hoger is dan 27 graden.

3. UP-DOWN (OMHOOG-OMLAAG) HUM+ HUM- : Stel de gewenste vochtigheidsgraad

in als volgt: “”CO”” (continue), “”30%””, “”50%””, “”35%””, “”40%””, “”45%””, “”50%””... “”85%””, “”90%””, “”AU”” (comfort), “”CO”” (continue) cyclus. De standaard modus is “CO”. Opmerking: Druk tegelijkertijd op UP (OMHOOG) en DOWN (OMLAAG) om te schakelen tussen de weergave van de temperatuur en de vochtigheid, indicator “”°C”” is voor de temperatuur en “”%”” voor de vochtigheidsgraad.

4. TIMER:Timerinstelling:

A. Druk bij ingeschakeld toestel op de toets TIMER om een tijdstip voor uitschakelen in te stellen. Druk bij uitgeschakeld toestel op de toets TIMER om het starten van de ontvochtiger in te stellen. B. Normaal tijdsbereik: 01~24 uur, instelling timing: 000102...232400 cyclus. C. Als het tijdstip voor inschakelen ingesteld is, is de instelling van de timing voltooid en zal de timing weergegeven worden. Als het tijdstip voor uitschakelen ingesteld is, is de instelling van de timing voltooid en zal na 5 seconden de vochtigheidsgraad weergegeven worden.

5. Toets MODE (MODUS): van modus wisselen: kleding drogen, ventilator, ontvochtiging.

6. Kinderslot: Druk gedurende 5 seconden op deze toets om het kinderslot in te stellen.

Na het inschakelen van het kinderslot kunnen er geen toetsen behalve de toetsen voor het kinderslot gebruikt worden.

7. Tweevoudig display met 8 schermen als displaypaneel voor synchrone bediening

1. Functie voor automatische controle van de vochtigheidsgraad:

A. Als “CO” (continue) ingesteld is op ontvochtigen, zal de ontvochtiger continue werken, ongeacht de vochtigheidsgraad. B. Als de vochtigheidsgraad binnen groter is dan of gelijk aan 3% of meer van de ingestelde vochtigheidsgraad zullen de compressor en de ventilator werken. Het indicatielampje van de compressor zal branden. C. Als de vochtigheidsgraad in de kamer zakt tot onder 2% van de ingestelde vochtigheidsgraad zal de compressor uitschakelen en wordt de ontvochtiging gestopt. Het indicatielampje (OK-lampje) dat aangeeft dat de vochtigheidsgraad bereikt is zal branden. D. Als de ontvochtiger uitschakelt en de vochtigheidsgraad in de kamer gelijk is aan of hoger is dan 3% of meer van de ingestelde vochtigheidsgraad zal de compressor, na het verstrijken van de veiligheidstijd van drie minuten, starten om te ontvochtigen. E. De vochtigheidsgraad binnen kan door bovenstaande cyclus op de ingestelde waarde gehouden worden.

2. Comfort (weergave “AU”) functie:

A. Als de kamertemperatuur lager is dan 5°C stopt de ontvochtiger. B. Bij een kamertemperatuur tussen 5°C en 20°C is de vochtigheidsgraad automatisch ingesteld op 60%. C. Bij een kamertemperatuur tussen 20°C en 27°C is de vochtigheidsgraad automatisch ingesteld op 55%. D. Bij een kamertemperatuur hoger dan 27°C is de vochtigheidsgraad automatisch ingesteld op 50%.

3. Droogfunctie: (CLOTH (KLEDING) licht)

A. Als deze functie ingeschakeld is, zal de ontvochtiger blijven werken (compressor en ventilator), ongeacht de vochtigheidsgraad als “CO” geselecteerd is. B. De windsnelheid wordt ingesteld op hoog en kan niet aangepast worden.

A. De compressor werkt niet. B. De ventilator kan draaien in twee bedrijfsmodi: hoge windsnelheid en lage windsnelheid. C. De toets voor het instellen van de vochtigheidsgraad kan niet gebruikt worden in de ventilatormodus

5. Beveiliging tegen volle watertank:

A. Als er gedurende 3 seconden een volle watertank waargenomen wordt, zal de regelaar stoppen en alle uitgangen uitgeschakeld worden. De indicator voor volle watertank is aan (FULL (VOL), de zoemer klinkt 15 keer. Druk op een toets om de zoemer te stoppen. B. Wanneer het alarm voor volle watertank verholpen is, keert het toestel terug naar de originele bedrijfsstatus (het starten van de compressor wordt met 3 minuten vertraagd)

A. Tijdens ontdooien is de compressor uitgeschakeld en wordt de ventilator ontdooid door een snelle windstroom. Het indicatielampje voor ontdooien is aan (DEF).

B. Als de kamertemperatuur lager dan of gelijk is aan 16°C wordt de temperatuur van de spoel niet gedetecteerd. De volgende actie vindt plaats, afhankelijk van de kamertemperatuur: Kamertemperatuur <5°C, de regelaar stopt. Bij een kamertemperatuur tussen 5°C en 12°C zal de compressor 30 minuten werken en wordt het ontdooien gedurende 10 minuten gestopt. Bij een kamertemperatuur tussen 12°C en 16°C zal de compressor 45 minuten werken en wordt het ontdooien gedurende 10 minuten gestopt C. Als de kamertemperatuur hoger is dan 16°C wordt de temperatuur van de spoel gedetecteerd en vindt de volgende actie plaats, afhankelijk van de temperatuur van de spoel: Als de compressor gedurende 30 minuten werkt, wordt de temperatuur van de spoel gedetecteerd. Als de temperatuur van de spoel ≤1°C wordt het ontdooien gedurende 10 minuten gestopt.

7. Beveiligingsvertraging van de compressor.

A. Bij elke opstart kan de compressor onmiddellijk starten. B. Als de compressor uitgeschakeld werd, moet er minstens 3 minuten gewacht worden vooraleer de compressor terug kan starten. WATERAFVOER Als de afvoertank vol is, gaat het lampje van de indicator Tank vol aan, de machine stopt automatisch met werken en de zoemer piept 15 keer om de gebruiker te waarschuwen dat de afvoertank moet worden geleegd. LEEG TANK

1. Druk zachtjes op beide kanten van de tank en haal de tank met beide handen uit

2. Giet het water uit de tank.

1. De vlotter in de watertank niet verwijderen. Als u dit doet kan de watersensor het

waterniveau niet meer meten en kan het toestel niet normaal werken.

2. Reinig de tank met koud of warm water als deze vuil is. Gebruik geen wasmiddel,

schuursponsjes, chemisch behandelde doeken, benzine, wasbenzine, terpentijn of ander oplosmiddelen. Deze kunnen de tank beschadigen en zo waterlekkage veroorzaken.

3. Druk stevig op de tank met beide handen om de tank in het toestel te plaatsen.

Als de watertank niet geplaatst is zal de watersensor nog steeds actief zijn en de ontvochtiger niet werken. PERMANENTE WATERAFVOER De ontvochtiger is uitgerust met een permanente waterafvoer door middel van een plastic leiding (diameter 10 mm) die in het gat voor de waterafvoer aan de zijkant van de tank bevestigd wordt. Als de watertank geplaatst is en de afvoerleiding recht is, kan het water via het afvoergat uit de machine lopen.

ONDERHOUD De ontvochtiger schoonmaken A. Om het apparaat schoon te maken Veeg het oppervlak af met een vochtige doek. B. Om het luchtfilter schoon te maken

1. Trek het filter omhoog.

2. Filter reinigen: Gebruik een stofzuiger om het stof dat zich op het filteroppervlak

verzameld heeft voorzichtig op te zuigen. Gebruik warm water en een zachte detergent als het filter erg vuil is. Droog houden.

3. Filter installeren: Plaats het filter in de machine en druk de twee haken van het

filter op hun plaats.

OPSLAG Wanneer u het apparaat lange tijd niet gebruikt, kunt u het beste als volgt te werk te gaan:

1. Haal de stekker uit het stopcontact en leeg het reservoir. Laat het reservoir en het

apparaat goed drogen.

2. Reinig het luchtfilter.

3. Berg het apparaat op in een stofvrije ruimte, bij voorkeur afgedekt met plastic.

PROBLEMEN OPLOSSEN Voordat u om technische ondersteuning vraagt, dient u de volgende zaken te controleren: Slechte werking Mogelijke oorzaken van een slechte werking Oplossing Machine doet het niet. Is het netsnoer goed aangeslo- ten? Steek de stekker goed in het stopcontact. Is het indicatielampje voor een volle watertank aan? (Watertank vol of niet geplaatst) Maak de watertank leeg en plaats de watertank in het toes- tel. Is de kamertemperatuur hoger dan 35 graden of lager dan 5 graden? De beveiliging is geactiveerd en de machine kan niet gestart worden. De ontvochtigingsfunctie kan niet gestart worden. Is het filter geblokkeerd? Reinig het filter volgens de aan- wijzingen voor het reinigen van de ontvochtiger. Is de luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd? Verwijder de obstructie van de luchtinlaat of -uitlaat. Zonder wind Is het filter verstopt? Reinig het filter volgens de aan- wijzingen voor het reinigen van de ontvochtiger. Maakt de machine lawaai tijdens bedrijf? Staat de machine schuin? Verplaats de machine naar een vlakke, sterke ondergrond. Is het filter geblokkeerd? Reinig het filter volgens de aan- wijzingen voor het reinigen van de ontvochtiger. Code E1 Kortsluiting of open circuit van de spoelsensor Controleer of de draad los is of vervang de spoelsensor. GARANTIEVOORWAARDEN U krijgt op uw ontvochtiger twee jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels:

  • Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade, worden niet gehonoreerd.
  • Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie.
  • De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden.
  • Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn vallen buiten de garantie.
  • De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geen veranderingen zijn aangebracht.
  • De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijzing zijn vermeld of door verwaarlozing.
  • De verzendkosten en het risico van het opsturen van de ontvochtiger of onderdelen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, breng de ontvochtiger dan ter reparatie naar uw dealer. TECHNISCHE SPECIFICATIES Model D 225 Opgenomen vermogen kW 0,42 Netspanning V / Hz / Ph 220-240/50/1 Ontvochtigingscpaciteit (ontvochtig- ing bij 30°C, 80% RH) L / 24h 25 Ontvochtigingscpaciteit (ontvochtig- ing bij 27°C, 60% RH) L / 24h 12,5 Inhoud waterreservoir L 6,0 Luchtstroom (nom.) * m

Voor ruimtes tot * m

/h 140 - 160 Werkingstemperatuur °C 5 - 35 Compressor type roterend Koudemiddel type / hoeveelheid r / gr R290/90 Druk inlaat / uitlaat bar 10/26 Afmetingen (b x d x h) mm 371 x 251 x 595 Netto gewicht kg 16,0 Bruto gewicht kg 17,3 Geluidsniveau dB(A) 39 Beschermingsklasse IP X0

  • te gebruiken als indicatie De fabrikant is het recht voorbehouden veranderingen door te voeren zonder voorafgaand bericht. Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daarvoor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische apparaten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernietiging in te nemen. Deze apparatuur bevat koelmiddel R290 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R290 niet ontsnappen in de atmosfeer: R290 is een geflu- oreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) = 3.

Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.com) of neem contact op met de afdeling sales support (adres en telefoon op www.qlima.com).