SPA 2002 D - Stofzuiger METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SPA 2002 D METABO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - SPA 2002 D METABO
Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SPA 2002 D - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SPA 2002 D van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING SPA 2002 D METABO
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Wij verklaren uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid dat: dit spaanafzuigsysteem, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoet aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 2. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of die gebrek aan ervaring en/of kennis hebben. Eigenmachtige veranderingen aan het apparaat en het gebruik van onderdelen die niet zijn getest en vrijgegeven door de producent, zijn niet toegestaan. Elk ondeskundig gebruik van het apparaat is in strijd met de voorschriften; hierdoor kunnen niet te voorziene beschadigingen ontstaan! Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade door oneigenlijk gebruik. De algemeen erkende ongevallenpreventievoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht worden genomen.
2.1 Het spaanafzuigsysteem is
- geschikt voor het afzuigen en afscheiden van droog houtstof en spaanders van de stofexplosieklassen St 1 (KST-waarde ≤ 200 bar m/s); - niet geschikt voor stof met KST-waarde > 200 bar m/s (stofexplosieklasse St 2 en St 3, en/of met minimale ontstekingsenergie onder 10 mJ - niet geschikt voor het afzuigen van explosieve of soortgelijke substanties, voor explosieve gasatmosferen, voor brandbare vloeistoffen en voor mengsels van brandbaar stof en vloeistoffen - niet geschikt voor het gebruikt in explosieve atmosfeer - niet geschikt voor het afzuigen van machines met een verhoogd risico om ontstekingsbronnen te genereren (opmerking: dat zijn volgens BGI 739-1 shredders, meerbladcirkelzagen en breedbandschuurmachines in de spaanplaten-, deuren-, profiel- en parketproductie) WAARSCHUWING De installatie is niet bestemd voor de afzuiging van andere dan de als geschikt benoemde materialen, heet of agressief stof, smeerolie enz. Grove stukken hout, metalen, etc. mogen vanwege de mechanische overbelasting van de behuizingsonderdelen niet in grotere omvang afgezogen worden. - De installatie wordt volgens de testprincipes GS- HO-07 van de keurings- en certificeringsinstantie Hout in het Vakgebied hout en metaal Vollmoellerstraße 11 70563 Stuttgart getest. Deze is dus geschikt voor het afscheiden van houtstof, waarbij het reststofgehalteniveau 3 "H3", 0,1 mg/m3 veilig nageleefd wordt. Hij draagt het GS-keurmerk met de betreffende aanvulling: - De installatie is geschikt voor het grijpen, transporteren en afscheiden van houtstof en houtspaanders op afzonderlijke bronnen van stof. Het resultaat van de stoftechnische keuring heeft betrekking op het afzuigen van droog houtstof en droge houtspaanders met een restvochtigheid < 30 %. Belangrijke aanwijzing bij verschillend gebruik Met de installatie kunnen spaanders en stof van bewerkingsmachines afgezogen worden, die een maximale aansluitdoorsnede bij de dwarsdoorsnede van het spaanafzuigsysteem hebben: Aansluitstuk Ø 100 mm = 0,00785 m
(zie afb. D) Als op meerdere plaatsen van een bewerkingsmachine verontreinigde lucht afgezogen moet worden (bijv. tafelcirkelzaag met twee afzuigaansluitstukken) moet erop gelet worden, dat de som van de doorsneden van het machine-afzuigstuk niet groter is dan de afzuigdoorsnede van de installatie. De gradatie en uitvoering moeten zo gekozen worden dat de stromingssnelheden bijna gelijk blijven. Let op! Het afzuigen van houtbewerkingsmachines met een afzuigstukdiameter van meer dan 100 mm is niet toegestaan. Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool! WAARSCHUWING – Lees de gebruikershandleiding om het risico op letsel te verminderen. WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kan een elektrische schok, brand en/ of ernstig letsel veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen met het oog op toekomstig gebruik. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door. Neem deze punten in acht om letsel-, brand- en andere gevaren door het ondeskundige gebruik en werking van de installatie te voorkomen: Waarschuwing! Montage, elektrische aansluiting, voedingsaansluiting, onderhoud, ingebruikname, reparatie enz. mogen uitsluitend door opgeleid vakpersoneel worden uitgevoerd. Het spaanafzuigsysteem mag uitsluitend met compleet gesloten revisiedeuren en deksels worden gebruikt! Vóór alle werkzaamheden aan de installatie c.q. het openen van de revisiedeuren moet ervoor gezorgd worden dat de stroomtoevoer uitgeschakeld (uitschakeling van alle polen), de stekker uit het stopcontact getrokken en de installatie tegen onbevoegd herinschakelen beveiligd is! De installatie dient correct gemonteerd en met nauwgezette inachtneming van onze handleiding gebruikt te worden. Als de montage tegen onze bepalingen in plaatsvindt, en het opgetreden gebrek/schade in causaal verband staat met een onvakkundige wijziging, bewerking of overige behandeling zijn alle aanspraken op schadevergoeding of garantie uitgesloten. De besteller dient het bewijs te leveren dat de onvakkundige montage voor het opgetreden gebrek niet causaal was. Algemene onderhoudsinstructies van de gebruikers- en montagehandleiding van de installatie moeten absoluut in acht genomen worden. De uitvoering en het constructietype van de installatie komen overeen met de in de conformiteitsverklaring vermelde normen, om een evt. van de installatie uitgaand risicopotentieel tot een minimum te beperken. Er moet voor gezorgd worden dat alle verantwoordelijke personen die met de installatie te maken hebben de gebruikershandleiding volledig gelezen en begrepen hebben en deze in acht nemen! Om gevaren binnen het bedrijf te voorkomen, gelden naast deze gebruikershandleiding alle fabrieks-, gebruiks- en werkinstructies van de gebruiker. Voor werkzaamheden aan de installatie zijn persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk! - Stofmaskers bij filtervervanging en bij het verwijderen van het opgevangen materiaal. Handschoenen bij filtervervanging en montagewerkzaamheden. - Het apparaat mag uitsluitend in droge en vorstvrije gebieden worden gebruikt. In geval van afwijking overleg plegen met de producent. - Het werken met de installatie is bij een kamertemperatuur tussen + 5° tot + 40° C toegestaan. - Er moet op gelet worden dat de netaansluitkabel niet door overrijden, beknellen, trekken en dergelijke beschadigd wordt. - De netaansluitkabel moet regelmatig onderzocht worden op tekenen van beschadiging of veroudering. - Het apparaat mag uitsluitend gebruikt worden, als de toestand van de netaansluitkabel perfect is. - Bij vervanging van de netaansluitkabel mag uitsluitend het in de Technische specificaties aangegeven kabeltype gebruikt worden. - Voor de vervanging van de stekker mag uitsluitend het in de Technische Specificaties aangegeven stekkertype gebruikt worden. - Het vervangen van de netaansluitkabel en van de stekker mag uitsluitend door het vakpersoneel uitgevoerd worden. - Wanneer vervanging van de net- of apparaataansluitkabel noodzakelijk is, mag niet afgeweken worden van de door de producent aangegeven uitvoeringen. - De stekker van de installatie mag pas na opstelling op de plaats van gebruik ingestoken worden. - Aansluiting op CEE-stekker (bijv. wandcontactdoos) met trage voorzekering 3 x 16 A of enkelfasige wisselstroom 1 x 10 A. - Na het gebruik, vóór het verplaatsen van het spaanafzuigsysteem naar een andere standplaats en vóór het reinigen, onderhouden, vervangen of wegnemen van bewegende delen moet de stekker uit het stopcontact getrokken worden. - Tijdens de werking is het gebruik van elektrische koppelingsinrichtingen en adapters niet toegestaan. - Draairichting van de motor in acht nemen. Waarschuwing! In geval van brand moet het apparaat door aan de stekker te trekken van het net worden losgekoppeld. Het apparaat niet openen, er zouden glimnesten aanwezig kunnen zijn. De brandweer verwittigen, die het apparaat onder bescherming opent. De filterreiniging niet activeren! Brand- en letselgevaar. Let op! Ter bescherming tegen evt. vrijgekomen schadelijke stoffen mogen de ruimtes uitsluitend met adembeschermingsmaskers betreden worden. Voor ontstekingsbronvrij gebouwde apparaten geldt: - ze zijn niet geschikt voor het afzuigen van objecten (bewerkingsmachines) waarbij werkzame ontstekingsbronnen niet uitgesloten zijn.
1. Conformiteitsverklaring
2. Gebruik volgens de
veiligheidsinstructies
4. Speciale veiligheidsinstructiesNEDERLANDS nl
- Industriële stofzuigers en schone lucht- stofvangers met stofexplosiebeveiliging zijn veiligheidstechnisch niet geschikt voor het op- resp. afzuigen van explosiegevaarlijke of hiermee gelijkgestelde stoffen in de zin van § 1 Spreng, van stoffen van stofexplosieklasse St 2 en St 3, van brandbare vloeistoffen alsmede van mengsels van brandbare stof met brandbare vloeistoffen. - Voor de aansluiting van elektrisch aangedreven industriële stofzuigers en spaanafzuigsystemen mogen uitsluitend stopcontacten volgens VDE 0165 sect. 6.6.1 gebruikt worden. Koppelingsstopcontacten en adapters zijn niet toegestaan. Het stofopvangreservoir moet indien nodig leeggemaakt worden. Er mogen uitsluitend originele accessoires gebruikt worden. - Er mogen geen vloeistoffen, agressieve gassen, licht ontvlambare media of gloeiende deeltjes (glimnesten of iets dergelijks) afgezogen worden. Het gebruik van de spaanafzuigsystemen in bijv. lakwerkplaatsen is verboden. Het afzuigen van houtbewerkingsmachines waarbij men rekening moet houden met ontstekingsvonken en glimnesten (bijv. meerbladzagen) is verboden. - Reiniging van de behuizing alleen met huishoudelijk reinigingsmiddel en een vochtige doek. - Deze afzuigsystemen zijn niet voor het opstellen in een Ex-zone bedoeld. Vóór alle werkzaamheden aan de installatie moet het apparaat van het elektriciteitsnet worden losgekoppeld! Bij een noodstop de stekker van het apparaat eruit trekken.
De spaanafzuigsystemen mogen uitsluitend met geaarde nulleider gebruikt worden. De installatie mag uitsluitend gebruikt worden door personen die geïnstrueerd zijn in het hanteren ervan en uitdrukkelijk belast zijn met het gebruik. Voor gebruik van de installatie mag uitsluitend origineel Metabo-toebehoren gebruikt worden. De ventilator is bekleed, deze bekleding kan alleen met een gereedschap losgemaakt worden. Mocht deze bekleding verwijderd worden, dan bestaat het restrisico dat er sprake kan zijn van een risico door het aanraken van beweegbare delen. Door wegwerp-stofopvangzakken met afsluitbare opening is een stofarm afvoeren gewaarborgd. Bij het wisselen van de stofopvangzakken is het inademen van stof echter niet uitgesloten. Het naleven van de instructies (punt 8.5.4.) voor het wisselen c.q. de afvoer leidt tot een minimalisering van deze gevaren. De installatie is geschikt voor het afzuigen van droog houtstof en droge houtspaanders. Dit geldt ook voor eikenhout- en beukenhoutstof. De controle heeft allereerst betrekking op houtstof; voor het afzuigen van andere metalen, keramische en organische spaanders van stofexplosieklasse St 1 uitsluitend na overleg met de producent. Als de installatie van extreme hoeveelheden stof wordt voorzien, dient van tevoren overleg te worden gepleegd met de producent. Bij het afzuigen van een "stofgekeurde" houtbewerkingsmachine met een stofbron leidt het gebruik van de installatie ertoe dat de waarde van 2 mg/m
op deze machinewerkplek duurzaam veilig nageleefd wordt, als er geen storende externe invloeden aanwezig zijn. De meettechnische controle van een dergelijke werkplek komt dan te vervallen! Om echt lang van deze voordelen van de installatie te kunnen genieten, neemt u absoluut deze gebruikershandleiding in acht. Lees deze reeds vóór de eerste ingebruikname zorgvuldig door. Mochten er desondanks vragen opduiken, dan staan wij op ieder willekeurig moment graag tot uw beschikking. Evt. noodzakelijk toebehoren kunt u vinden in de bijgevoegde documentatie. De installatie moet in de explosie- en brandbeveiligingsdocumenten van de eigenaar opgenomen worden.
4.2 Spaanafzuigsysteemopstelling (plaats)
De verpakkingsfolie en het overige verpakkingsmateriaal moeten verwijderd worden. De installatie moet zo dicht mogelijk bij de afzuigende machine geplaatst worden. De plaatsing moet op een vlakke ondergrond plaatsvinden. Op de plaats van gebruik moet het vaststelbare draaiwiel vergrendeld worden.
De installatie is zonder een bijbehorende extra veiligheidstechnische inrichting niet geschikt voor het afzuigen van houtbewerkingsmachines, waarbij werkzame ontstekingsvonken niet uitgesloten zijn. Het afzuigen van houtbewerkingsmachines, waarbij met werkzame ontstekingsvonken en glimnesten rekening moet worden gehouden (bijv. meerblad-cirkelzagen, breedbandschuurmachines in spaanplatenfabrieken en deurenfabrieken), is uitsluitend met een aanvullende veiligheidsinrichting (vonkenblussysteem) toegestaan, als er sprake is van een luchtrecirculatie. Er mogen geen proces- of omgevingsafhankelijke ontstekingsbronnen (bijv. gloeiende delen) in de installatie gezogen worden.
Het instroomaansluitstuk op het apparaat heeft een buitendiameter van 100 mm De zuigslang van de betreffende nominale waarden dient met de slangklem op het aansluitstuk te worden bevestigd. Bij de aansluiting van een afzuigslang moet erop gelet worden dat uitsluitend elektrisch geleidend materiaal gebruikt worden en dat de elektrische verbinding tussen slang en aansluitstuk correct is. Als er een zogenaamde “spiraalslang” wordt gebruikt, dan moet de metalen spiraal ca. 5 cm gestript worden. Het resterende slangmateriaal in het gestripte gebied verwijderen en de blanke metaaldraad zo naar binnen buigen dat bij het opsteken van de slang een correcte elektrische geleidbaarheid naar het aanzuigverbindingsstuk tot stand wordt gebracht. Daarna de slang met een schroefdraadklem c.q. spanband bevestigen. Slangen van kunststof moeten moeilijk ontvlambaar zijn. Alleen slangen met overeenkomstige nominale wijdtes gebruiken. Gedetailleerde eisen voor pijpleidingsystemen - alleen buizen van staal en moeilijk ontvlambare flexibele slangen met metalen spiraal voor de elektrostatische aarding gebruiken - voor doorlopende aarding zorgen -Gebruik van automatische schuiven (indien noodzakelijk) - Voorkoming van luchtsnelheden onder de minimale transport-luchtsnelheid
Door de opbouw van de ventilator komt de installatie overeen met het constructietype B 1 (ontstekingsbronvrij constructietype), als er geen machines die vonken genereren afgezogen worden c.q. er een vonkenblussysteem ingebouwd is.
4.3.4 Transportleidingen
Vast gelegde pijpleidingen in brandgevaarlijke gebieden moeten in niet-brandbare materialen uitgevoerd zijn. Aansluitleidingen tussen machine en verzamel- c.q. hoofdleiding moeten op zijn minst uit moeilijk ontvlambare materialen bestaan. De max. slanglengte (zogenaamde flexslangen) mag 0,5 m niet overschrijden, als dit door geschikte buiselementen kan worden voorkomen.
Componenten, met name pijpleidingen van metaal en flexslangen moeten voor het afleiden van statische elektriciteit van de bewerkingsmachine tot de ventilator/filter doorlopend elektrisch geaard zijn.
4.4 Mogelijk verkeerd gebruik
Het spaanafzuigsysteem mag uitsluitend binnen de door Metabo gespecificeerde technische gegevens gebruikt worden. Een ander of daarboven uitgaand gebruik dan onder punt "2. Gebruik volgens de voorschriften" beschreven, wordt als oneigenlijk beschouwd. Voor hieruit resulterende schade is de producent niet aansprakelijk. Mogelijk verkeerd gebruik is bijv.: transport van media met niet toegestaan hoge of lage temperaturen, agressieve of zeer stoffige media. - Zie punt 4, pagina 3 (Voor ontstekingsbronvrij gebouwde apparaten geldt)
Er kunnen gevaren door de installatie veroorzaakt worden, als deze door niet-geschoolde personen bediend en/of onvakkundig of niet volgens de voorschriften gebruikt wordt. Restgevaren zijn potentiële, niet zichtbare gevaren, zoals bijv.: - letsel door niet-naleving van de veiligheidsinstructies, normen, richtlijnen of voorschriften, - letsel door ongecoördineerd werken, - risico door werkzaamheden aan de elektrische installatie, aan de kabels en aansluitingen, -enz.
4.6 Opslag, transport
Waarschuwing! Let op! - Sla de afzonderlijke functionele onderdelen in hun originele verpakkingen droog en beschermd tegen weersinvloeden op. - Dek open pallets met zeilen af en bescherm de functionele onderdelen tegen inwerking van vuil (bijv. spaanders, stenen, water, enz.). - Bij het transport onder verzwarende omstandigheden (bijv. op open voertuigen, bij buitengewoon schudden, bij het transport over zee of in subtropische landen) moet een extra verpakking gebruikt worden, die deze bijzondere invloeden tegengaat. - Voorkom bij de opslag een continue en vooral abrupte temperatuurverandering. Dit is bijzonder schadelijk, als er vocht kan condenseren. - Bij opslagperiodes van meer dan 3 maanden controleert u vóór de montage of de draaiende delen soepel lopen (lagers, ventilatoren, enz.) - Neem hiervoor ook de instructies in de afzonderlijke hoofdstukken in acht. - De installatie kan met een vorkheftruck naar de plaats van opstelling getransporteerd worden (zie afb. G). Na de montage kan het verschuiven met de hand plaatsvinden. - Tijdens het transport dienen de afzonderlijke componenten staand getransporteerd te worden en tegen omvallen beveiligd te worden. - Tijdens het transport dient op voldoende zicht gelet te worden (eventueel begeleidend personeel). - Er mogen zich geen personen in de transportzone bevinden. - Geschikte vorklengtes gebruiken om beschadigingen aan de apparaatbodem te voorkomen. In principe dient op eventuele uitsteeksels (bijv. geluiddempers) gelet te worden. - Bij het transport dienen de ter zake geldende voorschriften voor de arbeidsveiligheid en voor de milieubescherming in acht te worden genomen. - Gebruik van geschikt hefwerktuig waarborgen. - Het transport van de installatie mag uitsluitend door opgeleid, geschoold en geïnstrueerd personeel en onder het aspect “veiligheid” uitgevoerd worden. - Bij het gebruiken van transporttoestellen waarvoor een rijbewijs verplicht is, moet gewaarborgd zijn dat het personeel in het bezit is van een geldig rijbewijs. - De kiepgrens ligt op ca. 12 ° (zie afb. F). De positie van het zwaartepunt in acht nemen
4.7 Plichten van de eigenaar
De eigenaar van de installatie moet zijn personeel regelmatig in de volgende thema’s scholen: - Inachtneming en gebruik van de gebruikers- en montagehandleiding alsmede van de wettelijke bepalingen. - Gebruik van de installatie volgens de voorschriften. - Evt. inachtneming van de instructies van de bedrijfsbeveiliging en van de gebruiksaanwijzing van de eigenaar. - Handelen in noodsituaties De precieze typeaanduiding, de gebruikte filtercategorie, het filteroppervlak en de motorgegevens kunt u vinden op het typeplaatje.
5. ProductbeschrijvingNEDERLANDSnl
Het werkgebied ligt tussen nominaal en minimaal debiet. Het minimale debiet van de installatie dient zo geselecteerd te worden dat op alle tegelijkertijd te gebruiken houtbewerkingsmachines een minimale luchtsnelheid van 20 m/s in de afzuigaansluitstukken ervan gegarandeerd wordt, indien niet anders voorzien door de producent van de bewerkingsmachine. Compacte spaanafzuigsystemen in systeemstructuur voor het grijpen van houtstof en -spaanders, met ingebouwde filterkamer en ingebouwde ventilator en handmatige reiniging. Behuizingsmodel uit eenwandig verzinkt plaatstaal met revisiedeksel of -deur. Schakelkast voor de besturing van het cpl. systeem cf. VDE 0100, 0113, 0165. De controle van een voorgeschreven minimaal debiet (bijv. 18 m/s of 20 m/s) vindt bij het spaanafzuigsysteem plaats via de meting van de filterverschildruk door middel van een verschildrukdoos. De aan de binnenkant gladde behuizingsconstructie garandeert een eenvoudige en snelle reiniging van de apparaten. Zie pagina 2 afb. A 1Vulreservoir 2 Kijkvenster 3 Spanhendel voor vulreservoir 4 Aanzuigverbindingsstuk 5 Filterbehuizingsdeksel 6 Reinigingshendel 7 Sterschroef 8 Geluiddempermantel 9 Manometer 10 Typeplaatje 11 Schakelaar 12 Remwiel 13 Filtermontageplaat 14 Filter 15 Kunststof lager 16 Schudstang 17 Wisserarm De verpakkingsfolie en het overige verpakkingsmateriaal moeten verwijderd worden. Het spaanzuigsysteem is stekkerklaar gemonteerd. Ondanks geoptimaliseerde productieprocessen bestaat er een restrisico op letsel door snijranden. Om de letselrisico’s verder te minimaliseren, dienen voor de montage van het apparaat persoonlijke beschermingsmiddelen (beschermende handschoenen enz.) gedragen te worden. Algemeen: Voor de werking en het onderhoud van de installatie moet voldoende ruimte beschikbaar zijn. Opmerking: De accessoires liggen bij levering in het vulreservoir. Let op! De apparaten vóór of na de montage tot de ingebruikname zorgvuldig afdekken ter voorkoming van beschadigingen en verontreinigingen.
8.1 Algemene informatie
Let op! Bij de ingebruikname moeten alle functies gecontroleerd en de naleving van de prestatiegegevens gecontroleerd worden.
Vergelijk vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje aangegeven spanning en frequentie overeenkomen met de netspanning. Let bij de aansluiting van de draaistroom- uitvoering (SPA 2002 D) op de juiste draairichting. Waarschuwing! Montage-, ingebruikname-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door opgeleid, geschoold en geïnstrueerd vakpersoneel uitgevoerd worden. Algemene onderhoudsinstructies van de gebruikers- en montagehandleiding voor dit spaanafzuigsysteem moeten absoluut in acht genomen worden. Waarschuwing! Bij werkzaamheden aan deze installatie dient deze normaal gesproken in stroomloze toestand geschakeld te worden, hoofdschakelaar en/of reparatieschakelaar uitschakelen (uitschakeling van alle polen), de stekker uit het stopcontact trekken en tegen onbevoegd herinschakelen beveiligen. Revisiedeuren uitsluitend bij uitgeschakelde en staande ventilatoren openen. Na het uitschakelen van het apparaat draait het loopwiel ca. 1 tot 3 minuten verder. Het loopwiel mag nooit met de hand of met voorwerpen afgeremd worden. Vóór de ingebruikname van de installatie moet de passing van alle ingebouwde filters, met name van de fijnstoffilters, gecontroleerd worden. De gebruikershandleidingen van andere aangesloten apparaten moeten geraadpleegd worden. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. inschakelstroom van 30 mA voor de machine.
8.3 Ingebruikname van het
spaanafzuigsysteem De verpakkingsfolie en het overige verpakkingsmateriaal moeten verwijderd worden. De stofvanger moet zo dicht mogelijk bij de afzuigende machine geplaatst worden. De plaatsing moet op een vlakke ondergrond plaatsvinden. Op de plaats van gebruik moet het vaststelbare draaiwiel vergrendeld worden. Voor de gebruiksklare montage dient het vulreservoir aan de twee spansluitingen losgemaakt en eruit gehaald te worden. De in het vulreservoir (1) liggende spanenzak (een bij de levering inbegrepen spanenzak) wordt verwijderd en opengevouwen. Nu steekt men de zak in het vulreservoir (1) en legt hem met zo min mogelijk plooien ca. 100 mm over de rand (afb. E). Er moet op gelet worden dat hij vooral glad tegen het kijkvenster (2) ligt om de vulpeilhoogte te kunnen aflezen. Na het inschuiven van het reservoir wordt het vulreservoir door het gelijktijdig bedienen van de twee spansluitingen (3) gesloten geplaatst. Let op! Vóór het eruit trekken van het verzamelreservoir de hoofdschakelaar uitschakelen. Bij deze werkzaamheden dient in ieder geval met een stofmasker (filtermasker met deeltjesfilter, filterklasse 2) te worden gewerkt. Er moet vermeden worden, dat niet betrokken personen met stof belast worden. De nieuwe stofzak wordt zoals hierboven (De spanenzak plaatsen) beschreven geplaatst (afb. E).
Ingebruikname: 1.Schone lucht-gebied op verontreinigingen controleren. 2.Het loopwiel door met de hand te draaien op probleemloze loop controleren. 3.De ventilator op verontreiniging en onbalans, beschadiging en corrosie controleren. 4.Alle bevestigingsschroeven extra vastdraaien. 5.Draarichting van de aandrijvingselementen controleren. 6.Ventilatordraairichting (vergelijk pijl op de ventilatorbehuizing) door kortstondig inschakelen van de motor controleren. 7.Eventueel de draairichting aanpassen. 8.Stroomopname bij cpl. aangesloten spaanafzuigsysteem (leidingnet) meten en met de aangegeven nominale stroom op het motortypeplaatje vergelijken. 9.Aardleidingcontrole uitvoeren. Let op! Bij verkeerde draairichting overbelastingsgevaar van de motor. De stroomopname mag de aangegeven nominale stroom niet overschrijden. Het maximale motortoerental mag niet overschreden worden. Het maximale ventilatortoerental mag niet overschreden worden. Gevarenaanduiding: Ventilatoren dienen in het kader van de ingebruikname en later met regelmatige tussenpozen op niet-toegestane trillingen gecontroleerd en gedocumenteerd te worden! Ventilatoren mogen bij buitengewone trillingen en geluiden of niet toegestaan hoge trilsnelheden niet gebruikt worden! De werking met ontoelaatbaar hoge trillingswaarden kan kapotgaan van het loopwiel tot gevolg hebben, hetgeen tot ernstige materiële schade en persoonlijk letsel kan leiden.
De filterweerstand wordt door een op het apparaat gemonteerde manometer (9) gecontroleerd. Bij het bereiken van de max. toegestane onderdruk (rood gebied) dient het apparaat uitgeschakeld en (6) de filter (14) door meerdere malen omhoog en omlaag bewegen van de reinigingshendel gereinigd te worden. Let op! Alleen bij stilstand van de ventilator is de reiniging (6) werkzaam! De reinigingshendel bij het reinigen in de opwaartse beweging niet tot de aanslag bewegen!
8.5.2 Reiniging van de hoofdfilters
In de loop van de tijd gaan de filterelementen door diepe afzetting van fijn stof in de poriën, langzaam dicht zitten. Door de filterreinigingsinrichting kan dit fijne stof niet meer verwijderd worden. In dit geval moet het filter vervangen worden.
8.5.3 Filtervervanging
Om het filter (14) te kunnen wisselen, moet als eerste de reinigingsinrichting gedemonteerd worden. Daarvoor moet het vulreservoir (1) verwijderd worden, om van onderaf in de filterruimte te komen. Na het verwijderen van de moeren met een moersleutel (SW 10) kunnen de wisserarmen (17) apart verwijderd worden. Zodra de wisserarmen (17) en de aardingskabel van de schudstang (16) gedemonteerd zijn, kan door het losdraaien van de bevestigingsschroef de schudstang (16) zijdelings eruit getrokken worden. Nu moet het bovenste deksel door het verwijderen van de sterschroef (7) worden opgetild. Om de filterunit naar boven te kunnen verwijderen, moet de bovenste bevestigingsschroef van de geluiddempermantel (8) verwijderd worden en de kitnaad aan de filtermontageplaat (13) met twee sneden eruit gesneden worden. Bij het plaatsen van de nieuwe filterunit moeten de stappen in onderstaande volgorde uitgevoerd worden (zie afb. B en C): - de filterunit (afb. B) van bovenaf inbrengen, daarbij op de richting van de opnamelip voor schudstang (16) letten; - de schudstang (16) invoeren en bij de uitgang met bevestigingsschroef vastzetten; - de wisserarmen (17) plaatsen (daarbij moet de uitsparing voor de as juist worden aangebracht) en met borgmoer bevestigen. - Het vastschroeven van de aardingskabel mag niet vergeten worden. - Nu boven de schroeven voor de bevestiging van de geluiddempermantel (8) indraaien - De filtermontageplaat (13) met kit rondom afdichten - Het behuizingsdeksel erop leggen en met de sterschroef (7) aan de beugel van de filterunit bevestigen - Afvalreservoir plaatsen
8. Ingebruikname en onderhoudNEDERLANDS nl
Belangrijk: Er wordt geadviseerd om vóór de volgende ingebruikname de doorhardingstijd van de kit (ca. 24 uur) na te leven.
8.5.4 Verwijdering van het opgevangen
materiaal Bij vol vulreservoir c.q. bij het bereiken van de maximaal toegestane vulpeilhoeveelheid moet het apparaat uitgeschakeld worden (van tevoren moet de stofgenerator echter uitgeschakeld worden) en de reiniging nog een keer uitgevoerd worden. Door het losdraaien van de spanhendels (3) wordt het vulreservoir (1) verlaagd en kan men deze voor het wisselen van de spanenzak eruit trekken. Nu wordt de spanenzak voorzichtig gesloten en uit het reservoir gehaald. De verwijdering moet volgens de plaatselijke bepalingen plaatsvinden. Let op! Bij deze werkzaamheden dient in ieder geval met een stofmasker (filtermasker met deeltjesfilter, filterklasse 2) te worden gewerkt. Er moet vermeden worden, dat niet betrokken personen met stof belast worden. De nieuwe stofzak wordt zoals onder punt 8.3 beschreven geplaatst.
8.6 Afzuigslang aansluiten
Uitsluitend elektrisch geleidende slangen gebruiken. Slangen van kunststof moeten moeilijk ontvlambaar zijn.
1. Aan een uiteinde van de spiraalslang de
metalen spiraal zodanig strippen, dat een ca. 5 cm lang stuk van de metalen spiraal uitsteekt.
2. Het slangstuk waaruit de metalen spiraal
verwijderd werd, afsnijden.
3. Het geïsoleerde stuk metalen spiraal zodanig
ombuigen, dat het binnenin de spiraalslang steekt.
4. Het slanguiteinde (en een slangklem)
op het afzuigaansluitstuk van de stofvanger schuiven en met de slangklem bevestigen: de slangklem zodanig aanbrengen, dat de gestripte metalen spiraal tegen het afzuigaansluitstuk van de stofvanger gedrukt wordt, om te zorgen voor een elektrisch geleidende verbinding. Let op, dat de elektrische verbinding tussen slang een afzuigstuk van de stofvanger correct is.
8.7 Aandrijvingselementen
8.7.1 Elektrische aansluiting
Let op! bij spaanafzuigsysteem 100/230! De stofvanger is onderhevig aan bijzondere aansluitvoorwaarden volgens EN 61000-3-11, de maximaal toegestane netimpedantie op de plaats van gebruik bedraagt (0,275 + j0,172) Ω. Let op! bij spaanafzuigsysteem 100/400! Controleer vóór de ingebruikname of de draairichting van de motor c.q. het loopwiel correct is. In geval van verkeerde draairichting wordt het apparaat ontoelaatbaar opgewarmd. Bovendien wordt het debiet lager en daarmee de prestatie van het apparaat verminderd. Belangrijk: Bij ingebruikname altijd eerst de stofvanger en daarna de stofgenerator inschakelen, bij het uitschakelen dient de omgekeerde volgorde gevolgd te worden. Let op! Om de functionaliteit van het spaanafzuigsysteem in stand te houden, zijn de volgende onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk. Het regelmatige onderhoud en reparatie bestaat uit: De ventilator- en aandrijfunits moeten periodiek op verontreiniging, beschadiging en corrosie gecontroleerd worden.
9.1 Dagelijkse inspectie:
- Visuele controle op klaarblijkelijke gebreken of beschadigingen aan het apparaat of onderdelen. - De ruwe gas-/filterruimte dient op ongebruikelijke afzettingen gecontroleerd te worden en evt. gereinigd te worden. - Werkwijze bij lekkages: apparaat uitschakelen, lekkagepunten afdichten, defecte filters vervangen.
9.2 Maandelijkse inspectie:
De maandelijkse inspectie dient door een verantwoordelijke deskundige persoon, d.w.z. iemand die in de bediening van het afzuigapparaat geïnstrueerd is, uitgevoerd te worden. - Verstoppingen in het gebied van de filters moeten verholpen worden. - Visuele controle op klaarblijkelijke gebreken of beschadigingen aan het apparaat of onderdelen. - De ruwe gas-/filterruimte dient op ongebruikelijke afzettingen gecontroleerd te worden en evt. gereinigd te worden. - Controle op lekkages. - Lekkende deuren, kleppen en behuizing moeten afgedicht worden. - Binnenruimte filter op spaanafzetting controleren. - Defecte filters moeten vervangen worden.
9.3 Jaarlijkse inspectie:
De jaarlijkse inspectie dient door een deskundige verantwoordelijke persoon, d.w.z. iemand die een scholing voor het onderhoud heeft afgesloten, uitgevoerd te worden. - Verstoppingen in het gebied van de filters moeten verholpen worden. - Visuele controle op klaarblijkelijke gebreken of beschadigingen aan het apparaat of onderdelen. - De ruwe gas-/filterruimte dient op ongebruikelijke afzettingen gecontroleerd te worden en evt. gereinigd te worden. - Controle van alle afdichtingen op beschadigingen en goed vastzitten controleren, evt. vervangen. - Defecte filters moeten vervangen worden. - De dichtheid van de behuizing en van het reservoir controleren en evt. afdichten. - Schone lucht-kamers op stofafzettingen controleren en evt. reinigen. - De reinigingsinrichting op beschadigingen en op slijtage controleren. - Binnenruimte filter op spaanafzetting controleren. - Functiecontrole van de filterverschilcontrole. - Zuigvermogencontrole. - Filtertoestand en dichtheid door visuele controle in de filterkamer en in de schone lucht-kamer. - Functie van alle waarschuwingsinrichtingen, storings-indicatielampjes van de besturing, filterverschildruk-controle enz. - De ventilator op verontreiniging, trillingen, beschadiging, losse schroeven en corrosie controleren. Om de 6 maanden loopwiel en met name lasnaden op evt. scheurvorming controleren. - Reinigen met functiebehoud van de delen in aanraking met lucht van de ventilator - Werking van de druk-/debietregelaar van de MBR-inrichtingen controleren - Uitwendig op verontreiniging, bevestiging, beschadiging en corrosie controleren en evt. reinigen - De aansluitklemmen natrekken - Spanning, stroomopname en fasesymmetrie meten; de meetgegevens moeten in het meetprotocol geregistreerd worden - De lagers op lawaai controleren -Filter - Op niet-toegestane verontreiniging en beschadiging (lekkages) controleren; filters moeten tijdens hun volledige gebruiksduur het met de filterklasse overeenkomende afscheidingsvermogen hebben. Bij opvallende verontreiniging of lekkages moet het filter vervangen worden. - De verschildruk controleren; bij overschrijding van de maximale verschildruk het filter vervangen - Reiniging; wisserarm (17) controleren - De behuizing van het apparaat op verontreiniging, beschadiging en corrosie controleren. Reinigen en repareren Let op! Maandelijkse en jaarlijkse inspecties moeten met de volgende inhoud schriftelijk gedocumenteerd worden: - Artikelnummer - Datum van de ingebruikname van het spaanafzuigsysteem - Naam van de persoon die de ingebruikname van de installatie heeft uitgevoerd. -Datum van de inspectie - Naam van de controleur - Opmerking over de toestand van de stofvanger en evt. vermelding van de gebreken - Informatie over de revisiewerkzaamheden - Handtekening van bedieningspersoneel en verantwoordelijke controlerende persoon (zie hfdst. 9.2 en 9.3) Het bedieningspersoneel registreert correct alle uitgevoerde onderhouds- en revisiewerkzaamheden in een lijst en laat deze door een verantwoordelijke schriftelijk bevestigen. Deze lijst dient op verzoek aan de controleorganen, bijv. bedrijfsvereniging en arbeidsinspectie, correct ingevuld en ondertekend overhandigd te worden. Let op! Indien nodig moet het spaanafzuigsysteem vanzelfsprekend gerepareerd worden. Het maximale geluidsdrukniveau kan door de opstelling van het apparaat beïnvloed worden. De eigenaar moet bij alle metingen externe geluiden, die niet door het spaanafzuigsysteem veroorzaakt worden, conform de voorgeschreven berekening aftrekken. Ook het door de installatie gegenereerde luchtgeluid kan door de ernaast staande werkplaatswanden en het plafond gereflecteerd worden. De reflecties zorgen bij gladde oppervlakken voor een niveauverhoging. In de meeste gevallen kan hier de eigenaar een verbetering bereiken, door gericht geluidsabsorberende bekleding aan te brengen. - Een continue melding “Filterverschildruk hoog” kan aan de verstopping van het filter liggen. Om deze verstopping op te heffen, moet de installatie uitgeschakeld worden. Daarna moet de eigenaar de reiniging meerdere malen met de hand bedienen, om het stof uit het filter te verwijderen. Mocht dit niet succesvol zijn, dan moeten de filters met de hand gereinigd worden. - Mocht tijdens de werking de nieuw geplaatste spanenzak naar boven gezogen worden, dan is het vacuüm onder de zak niet voldoende om deze omlaag te houden. De oorzaken hiervoor kunnen zijn: - het niet liggen van het reservoir tegen de rubberen moffen - een defecte afdichting boven het vulreservoir - een defecte spanenzak Waarschuwing! Diagnose, storingen verhelpen en opnieuw in gebruik nemen mogen uitsluitend door geautoriseerde personen uitgevoerd worden. Dat geldt met name bij werkzaamheden aan elektrische inrichtingen binnen de schakelkast (bijv. testwerkzaamheden, vervanging enz.)!
11.1 Buitenbedrijfstelling
De installatie vóór het begin van de werkzaamheden in stroomloze toestand schakelen (uitschakeling van alle polen) en tegen onbevoegd inschakelen beveiligen. Let op! Bepaalde installatiedelen staan onder druk. Als de installatie gedurende een langere periode buiten bedrijf wordt gesteld, moeten de instructies van de afzonderlijke componenten nageleefd worden. Daarnaast dient de informatie van de componentenproducent in acht te worden genomen (indien nodig aanvragen).
9. Onderhoud en reparatie
10. Hulp bij storingen
Vóór het opnieuw in bedrijf stellen, dienen de punten van het hoofdstuk Ingebruikname en onderhoud in acht te worden genomen.
Gebruik alleen origineel Metabo-toebehoren. Gebruik alleen toebehoren dat voldoet aan de in deze gebruikershandleiding aangegeven eisen en kenmerken. Set zakfilter met gemonteerde filterplaat (als reserve) .....................bestelnr. 0913059441 Spanenzak (verpakking met 10 stuks) ........................................ Bestelnr. 0913059433 Zuigslang (als reserve, moeilijk ontvlambaar, Ø 100 mm, 2,5 m overeenk. voorschrift ZH 1/139 ........bestelnr. 0913013565 Universele adapter ..........bestelnr. 0913031288 Reinigingsmondstuk ........bestelnr. 0913031270 Overgangsring .................bestelnr. 0913031300 Inschakelautomaat ALV 10..............................bestelnr. 0913014634 Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties aan dit apparaat mogen uitsluitend door een erkende vakman worden uitgevoerd! Opheffing bij verkeerde draairichting van de aandrijvingselementen: - in het isolatiedeel van de stekker is een fase- omkering ingebouwd, deze wordt met een sleufschroevendraaier 180° gedraaid. Neem voor reparaties aan het gereedschap van Metabo contact op met uw Metabo- vertegenwoordiger. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen afgedankte elektrische gereedschappen gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden. SPA 2002 W Aanzuigstuk: ......................................... 100 mm Nominaal motorvermogen: .....1,1 kW, 1 Ph, 230 V / 50 Hz Nominaal debiet op het aansluitstuk: .. 565 m3/h Onderdruk op het aansluitstuk bij nominaal debiet: ............................... 2118 Pa Elektrische aansluiting: ......... Aansluitkabel: 5 m .......................................... H07RNF 3x1,5 mm2 ...................... Stekker: Schuko-stekker CEE 7/4 Stroomopname: .........................................6,8 A Filteroppervlak: ....................................... 4,1 m2 Vulreservoirvolume:........................... max. 135 l Afmetingen l x b x h: ............. 1178 x 650 x 1973 Apparaatgewicht: .................................... 114 kg Reststofgehalte: .................... H3 (< 0,1 mg/m3) Filterdruk- controle: ...............wijzerverschildrukmanometer Filterreiniging: handreiniging Geluidsdrukniveau volgens BG:.......................................... 69 dB(A) Lawaaiwaarde cf. MRL bijlage 1, punt 1.7.5 f in het vrije veld, afstand 1 m, hoogte 1,6 m. Meetonzekerheid 4 dB. Meting volgens DIN EN ISO 11201.** SPA 2002 D Aanzuigstuk: .........................................100 mm Nominaal motorvermogen: 1,5 kW, 3 Ph, 400 V / 50 Hz Nominaal debiet op het aansluitstuk: .565 m3/h Onderdruk op het aansluitstuk bij nominaal debiet: .............................. 2124 Pa Elektrische aansluiting: .........Aansluitkabel: 5 m ........................................... H07RNF 4x1,5 mm2 ..............Stekker: CEE 16 A - 6 h Fase-omkering Stroomopname: ........................................ 3,4 A Filteroppervlak: .......................................4,1 m2 Vulreservoirvolume: .......................... max. 135 l Afmetingen l x b x h: ..............1178 x 650 x 1973 Apparaatgewicht: ....................................116 kg Reststofgehalte: .....................H3 (< 0,1 mg/m3) Filterdruk- controle: .............. wijzerverschildrukmanometer Filterreiniging: handreiniging Geluidsdrukniveau volgens BG: ......................................... 69 dB(A) Lawaaiwaarde cf. MRL bijlage 1, punt 1.7.5 f in het vrije veld, afstand 1 m, hoogte 1,6 m. Meetonzekerheid 4 dB. Meting volgens DIN EN ISO 11201.** **De vermelde waarden zijn emissiewaarden en hoeven daarmee niet de waarden op de werkplaats weer te geven. Ofschoon er een correlatie tussen emissie- en immissiewaarden bestaat, kan hieruit niet betrouwbaar worden afgeleid of bijkomende voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn of niet. Factoren die het actuele immissiepeil op de werkplek beïnvloeden, omvatten de eigenschappen van de werkruimte en andere geluidsbronnen, bijv. het aantal machines en andere naburige werkprocessen. De toegestane werkplekgrenswaarde kan eveneens van land tot land verschillen. Deze informatie dient echter de gebruiker in staat te stellen, een betere inschatting van bedreiging en risico uit te voeren. (Het geluidsdrukniveau is in het vrije veld, bij nominaal debiet en zonder materiaaltransport gemeten.) Door het botsen van het getransporteerde stof en spaanders op de wanden van het pijpleidingsysteem kan er sprake zijn van een niveauverhoging van max. 10 dB, en in sommige gevallen nog meer, tegenover de zonder stof- en spanentransport in het pijpleidingsysteem gemeten geluidsemissie
Notice-Facile