KSE 1640 - Zaag EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KSE 1640 EINHELL in PDF-formaat.
| Technische Kenmerken | Cirkelzaag, vermogen 1600 W, zaagbladdiameter 40 cm, onbelaste snelheid 5000 tpm |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor het zagen van hout, panelen en vergelijkbare materialen |
| Onderhoud en Reparatie | Controleer regelmatig de staat van het zaagblad en maak het na elk gebruik schoon |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril en handschoenen, verwijder de zaagbladbescherming niet |
| Algemene Informatie | Gewicht 5,5 kg, afmetingen 45 x 30 x 30 cm, garantie 2 jaar |
Veelgestelde vragen - KSE 1640 EINHELL
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KSE 1640 - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KSE 1640 van het merk EINHELL.
GEBRUIKSAANWIJZING KSE 1640 EINHELL
Gebruiksaanwijzing Elektrokettingzaag
Type KSE 1435 KSE 1635 KSE 1640 Nominaal vermogen 1450 W 1600 W 1600 W Snijlengte, maximaal 35 cm 35 cm 40 cm Snijsnelheid bij nominaal tourental 22 m/s 22 m/s 22 m/s Olietankinhoud 85 ml 85 ml 85 ml Gewicht zonder zwaard en ketting 3,6 kg3,17 kg 3,6 kg 3,6 kg Kettingrem 0,1 sec 0,1 sec 0,1 sec Veiligheidsklasse II /
Gewaarborgd geluidsvermogen onder last 100 dB(A) 100 dB(A) 100 dB(A) Geluidsdrukniveau onder last 94 dB(A) db (A) 94 dB(A) 94 dB(A) Versnelling: achterste handgreep onder last 4,2 m/s
(bepaald volgens EN 50144) voorste handgreep onder last 3,14 m/s
1 Voorste handgreep 2 Voorste handbescherming 3 Olietanksluitkap 4 Olieuitloopkanaal 5 Leibout 6 Kettingspanschroef 7 Zaagketting 8 Leirail 9 Keerster 10 Achterste handgreep 11 Achterste handbescherming 12 Kettingwiel 13 Kettingspanbout 14 Kettingspanboring 15 Afdekking 16a Zeskantbout 16b Veerring 17 Klauwaanslag 18 AAN/UIT-schakelaar 19 Beveiliging teten ontijdig inschakelen 20 Kettingkast 21 Oliepeilglas 22 Tweehands-veiligheidsschakelaar 23 Olieafstelschroef
1. Maximale snijlengte: a) max. 350 mm bij KSE 1435 , KSE 1635 b) max. 400 mm bij KSE 1640.
2. Hoofd-, oog- en oorbeschermer dragen!
3. Let op! Gebruiksaanwijzing lezen en veiligheidsvoorschriften in acht nemen!
4. Bij beschadigde kabel netstekker uit het stopcontact trekken!
5. Beschermen tegen vocht.
Anl. KSE 1435,1635,1640 31.10.2001 7:57 Uhr Seite 314. Veiligheidsvoorschriften Bij gebruik van de machine moeten de veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen. Gelieve zich aan deze voor schriften te houden voor Uw veiligheid en voor de veiligheid van anderen vooraleer U de machine in werking stelt. Bewaar deze voorschriften veilig voor later gebruik. Gebruik de elektrokettingzaag uitsluitend voor het zagen van hout (houten stukken). Alle andere manier van toepassing geschiedt op eigen risico en is mogelijkerwijze gevaarlijk. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade veroor zaakt door een gebruik voor een andere bestemming dan in deze gebruiksaan- wijzing vastgelegd of door verkeerde bediening. Veiligheidsvoorschriften en ongevallenpreventie Gelieve vóór de eerste inwerking- stelling de gebruiksaanwijzing volledig en aan- dachtig te lezen om een foute hantering van de kettingzaag te voorkomen. Alle aanwijzingen voor het hanteren van de kettingzaag dienen steeds ook uw persoonlijke veiligheid! Laat u zich door een vakman praktisch wegwijs maken! Stekker en kabel op beschadiging controleren vooraleer u de stekker in het stopcontact steekt. In geval van beschadiging onmiddellijk door een vakman laten vervangen. Beschadigde kabels, koppelingen en stekkers of niet aan de voorschriften voldoende aansluit- kabels mogen niet worden gebruikt! In geval van beschadiging of doorsnijden van de netkabel onmiddellijk de netstekker uit het stopcontact trekken! Vóór het ontgrendelen van de kettingrem het toestel uitschakelen. Tijdens het gebruik van het toestel principieel veiligheidsbril en -veiligheidshandschoenen dragen. Ter bescherming tegen verwondingen moeten nauwsluitende werkkleding en veiligheids- schoenen worden gedragen. Ter voorkoming van gehoorschade geluidwering dragen; voordelig zijn helmen met bescherming van het aangezicht. Zorg ervoor dat u bij het werken veilig staat. Hou uw werkplaats netjes opgeruimd. Bescherm u tegen elektrische schok; vermijd lichamelijk contact met geaarde onderdelen. Telkens vóór het neerzetten de machine uit- schakelen. Vóór iedere werkzaamheid aan de machine de stekker uit het stopcontact trekken. Stekker enkel bij uitgeschakelde machine in het stopcontact steken. De kettingzaag mag enkel door één persoon worden bediend. Andere personen mogen niet in de zwenkzone van de kettingzaag verblijven. Let bijzonder op kinderen en huisdieren. De zaag moet bij het aanlopen vrij staan. De kettingzaag bij het werken met beide handen vasthouden! Kinderen en jongeren mogen de kettingzaag niet bedienen. Uitgenomen van dit verbod zijn jongeren boven 16 jaar onder toezicht ter opleiding. De zaag enkel aan personen over- handigen (verhuren) die met deze type van zaag en hantering principieel vertrouwd zijn. In ieder geval de gebruiksaanwijzing meegeven! Bewaar het toestel buiten bereik van kinderen! Mag enkel met de kettingzaag werken wie uit- gerust en gezond, dus lichamelijk in goede conditie is. Als u door het werk vermoeid geraakt, op tijd een werkpauze inlassen. Na gebruik van alcohol mag niet met de kettingzaag worden gewerkt. De kettingzaag niet blootstellen aan regen of aan slecht weer. Zorg voor een goede verlichting. Het elektrogereedschap niet in de nabijheid van brandbare vloeistoffen of gassen gebruiken. Als de machine tijdelijk niet wordt gebruikt, moet ze afgezet worden zodat niemand in gevaar kan worden gebracht. Bij iedere snede de klauwaanslag vast aanzetten en pas dan met het zagen beginnen. De kettingzaag enkel met draaiende zaagketting uit het hout trekken. Wie zonder aanslag zaagt kan naar voren worden meegesleurd. Werken op een ladder, in een boom of op dergelijke niet stevige standplaatsen is verboden. Niet boven de hoogte van uw schouders en ook niet met één hand zagen. Netkabel principieel achter de bediener leiden. Kabel altijd naar achteren van de machine wegleiden. Enkel originele accessoires gebruiken. Toestellen die in open lucht worden gebruikt dienen via een verliesstroomschakelaar aange- sloten te zijn. Overbelast uw elektrogereedschap niet. U werkt beter en veiliger in het opgegeven vermogensge- bied.
Gebruik het juiste elektrogereedschap. Gebruik geen machines met een onvoldoend vermogen voor zwaar werk. Gebruik de kabel niet voor doeleinden waarvor hij niet bedoeld is. Draag het elektrogereedschap nooit aan de kabel. Gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten. Verlengkabel in open lucht Gebruik in open lucht alleen een verlengkabel die daarvoor toegelaten en overeenkomstig gekenmerkt is. Bij het zagen van snijhout en dun hout een veilige steun (zaagbok, fig. 4) gebruiken. Het hout mag niet worden gestapeld en het mag door geen ander persoon en niet met de voet worden vast- gehouden. Rondhout dient de worden geborgd. Bij het werken op schuine ondergrond altijd naar de helling toe staan. Bij het pas zagen dient de klauwaanslag tegen het te snijden hout te worden geplaatst (zie fig. 4). Bij het pas zagen de klauwaanslag telkens voor de snede vast aanzetten, pas dan met draaiende zaagketting in het hout zagen. Daarbij de zaag aan de achterste greep om- hoogtrekken en aan de voorste greep geleiden. De klauwaanslag dient als draaipunt. Het nazetten gebeurt door lichtjes op de voorste handgreep te drukken. Daarbij de zaag iets terugtrekken. De klauwaanslag dieper aanzetten en opnieuw de achterste greep omhoogtrekken (zie fig. 5). Zaagtoestel alleen met draaiende zaagketting uit het hout trekken. Als meerdere sneden worden uitgevoerd, dient de elektrozaag tussen de sneden worden uitge- schakeld. Steek- en langssneden moegen alleen door speciaal daarvoor opgeleide personen worden uitgevoerd (verhoogd terugslagrisico, zie fig. 6). Langssneden met een zo klein mogelijke hoek aanzetten. Daarbij bijzonder voorzichtig te werk gaan omdat de klauwaanslag niet kan worden gebruikt. Wanneer de zaagketting vastklemt kan de eletro- kettingzaag in richting van de bediener worden gestoten indien met de bovenkant van de rail wordt gezaagd. Daarom is het aan te raden zoveel mogelijk met de onderkant van de rail te zagen omdat dan de zaag weg van het lichaam in richting hout wordt getrokken (zie fig. 7 en 8). Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout. Er kunnen afgezaagde stukken hout worden meegesleurd (blessurerisico!) Gebruik de elektrokettingzaag niet als hefboom en niet voor het wegscheppen bij het verwijderen van stukken hout of andere voorwerpen. Bij het afsnoeien dient de elektrokettingzaag zoveel mogelijk tegen de stam te leunen. Daarbij mag niet met de top van de rail worden gezaagd (terugslagrisico, zie fig. 6). Afsnoiewerk mag allen door opgeleide personen worden uitgevoerd! Blessurerisico! Let bijzonder op onder spanning staande takken. Vrij hangende takken niet van onder doorzagen. Geen afsnoiewerk al staand op de stam uitvoeren. De elektrokettingzaag mag niet worden gebruikt in de bosbouw, dus niet voor het vellen en afsnoeien in bossen. Door de kabelverbinding zijn in dit geval noch de noodzakelijke beweeglijkheid noch de veiligheid van de bediener van de zaag gewaarborgd! Tijdens het vellen alleen opzij van de vallende boom verblijven. Tijdens het achteruit-gaan na een velsnede op vallende takken letten. Bij het werken op een helling dient de bediener van de zaag hoger of opzij te staan van de te bewerken stam of liggende stam. Op aanrollende boomstammen letten. Terugslag! Een terugslag van de kettingzaag kan ontstaan als de top van de rail (in het bijzonder het boven- ste kwart) ongewild hout of andere vaste voor- werpen raakt. De elektrozaag wordt daarbij onge- controleerd met hoge energie in richting van de bediener van de zaag geslingerd (blessurerisico!!). Om terugslag te vermijden zijn volgende punten in acht te nemen: De elektrozaag nooit met de top van de rail aan- zetten om te snijden! Top van de rail altijd in het oog houden. Nooit met de top van de rail zagen! Wees voor- zichtig bij het voortzetten van reeds begonnen- sneden. De snede altijd met draaiende zaagketting beginnen! Zaagketting steeds naar behoren scherpen. Nooit meerdere takken tegelijk doorzagen! Tijdens het afsnoeien erop letten dat geen andere tak wordt geraakt. Tijdens het pas zagen op dichtbij liggende stammen letten. Indien mogelijk zaagbok gebruiken. Anl. KSE 1435,1635,1640 31.10.2001 7:57 Uhr Seite 33NL
5. Transport van de kettingzaag
Vóór het transport van de kettingzaag de netstekker uittrekken en de kettingkast over rail en ketting schui- ven. Wanneer meerdere sneden met de kettingzaag worden uitgevoerd, moet de zaag tussen de sneden worden uitgeschakeld.
6. Voor inwerkingstelling
De spanning van de stroombron moet overeenko- men met de gegevens vermeld op het kenplaatje van de machine. Telkens voor werkbegin de kettingzaag controleren op correcte werkwijze en voorgeschre- ven bedrijfszekere toestand. Vóór werkbegin de fun- ctie van de kettingsmering en het oliepeil controleren (zie fig. 9). Wanneer de olie ± 5 mm boven de onder- ste rand staat (in de illustratie door ”min” geken- merkt), moet olie worden bijgevuld. Boven dit peil werkt u in een veilig gebied. Kettingzaag inschakelen en boven helder grond houden. Opgelet! De ketting mag de grond niet raken; daarom een veiligheidsaf- stand van ± 20 cm houden. Als zich nu een toene- mend oliespoor vertoond, werkt de kettingsmering correct. Als zich geen oliespoor vertoond, eventueel olie-uitloopkanaal (4), de bovenste kettingspanboring (14) en het oliekanaal schoonmaken of de klanten- service consulteren. (Gelieve hiervoor zeker ook de alinea ”Kettingolie ingieten en kettingsmering” lezen). Kettingspanning controleren en zo nodig naspannen (zie alinea ”Spannen van de zaagketting”). Werking van de kettingrem controleren (zie ook alinea ”Loszetten van de kettingrem”).
7. Montage van de leirail en zaagketting
De netstekker mag niet in het stopcontact gestoken zijn. Let op! De voorste handbescherming (2) moet zich altijd in de bovenste (verticale) positie bevinden. De leirail en de zaagketting worden los meegeleverd. Voor de montage eerst de bout met veerring (16a+b) afschroeven en de afdekking (15) van de remkast verwijderen. De kettingspanbout (13) moet zich cen- traal in de geleiding (5) bevinden. Schroef zo nodig de kettingspanbout na met behulp van de kettings- panschroef (6). Ter voorkoming van verwondingen door de scherpe snijkanten is het dragen van hand- schoenen aan te raden bij de montage alsook tijdens het spannen en bij de eindcontrole. Vooraleer u nu de leirail samen met de zaagketting monteert, moet u de snijrichting van de tanden in acht nemen! De draairichting is op de afdekking (15) gekenmerkt door een pijl. De zaagketting eventueel omdraaien (7) om de snijrichting te bepalen. Leirail (8) met de top verticaal omhooghouden en de zaagketting (7) opleggen, beginnend aan de top van de rail. Monteer dan de leirail samen met de zaagketting als volgt: Leirail met zaagketting op de geleiding (5) resp. ket- tingspanbout (13) plaatsen. Zaagketting rond het ket- tingwiel (12) plaatsen, controleren, of de ketting cor- rect is gemonteerd (zie fig. pos. 7), afdekking (15) aanzetten en met veerring + schroef (16a + b) wat aanhalen. Daarna moet u de zaagketting correct spannen:
8. Spannen van de zaagketting
Telkens netstekker uit het stopcontact trekken alvor- ens aan de machine te beginnen werken! Veiligheidshandschoenen dragen! Let erop dat de zaagketting (7) in de leisleuf van de rail (8) ligt! Kettingspanschroef (6) met kruis- kopschroevendraaier naar rechts draaien in de richting van de wijzers van de klok tot dat de zaag- ketting correct gespannen is. Daarna moet de leirail tijdens het aanhalen van de schroef (16a) omhoog worden gedrukt. De spanning van de ketting opnieuw controleren (zie fig. 10). De zaagketting niet te hard spannen. U moet de ketting in koude toestand in het midden van de leirail met ± 5 mm kunnen opheffen. Schroef (16a) goed aanhalen. De ketting zet uit als ze warm wordt en hangt slap. Het gevaar bestaat dat de zaagketting afspringt. Zo nodig, naspannen. Als de ketting in warme toestand vaster wordt gespannen, moet ze aan het eind van de zaagwerkzaamheden zeker worden ontspannen. Anders zouden er zich tijdens het afkoelen hoge spanningen voordoen door samentrekken van de zaagketting. Een nieuwe zaagketting heeft een inlo- optijd van ± 5 minuten nodig. Daarbij is een voldoen- de kettingsmering uiterst belangrijk! Na het inlopen kettingspanning controleren of naspannen.
9. Kettingolie bijvullen
Olietankkap (3) vóór het openen schoonmaken om te voorkomen dat vuil in de tank terechtkomt. De inhoud van de olietank tijdens het zaagwerk aan het oliepeilglas (21) in het oog houden. Olietankkap (3) goed sluiten en eventueel overgelopen olie afkuisen.
Ter voorkoming van bovenmatige slijtage moeten de zaagketting en de leirail tijdens het werken regelma- tig worden gesmeerd. De smering gebeurt automa- tisch. Nooit zonder kettingsmering werken! Bij droog draaiende ketting wordt de hele snij-inrichting binnen korte tijd zwaar beschadigd. Daarom telkens vóór werkbegin de kettingsmering en het oliepeil controleren (fig. 9). De zaag nooit in werking stellen als zich het oliepeil onder het Minimum-merkteken bevindt (fig. 9). Anl. KSE 1435,1635,1640 31.10.2001 7:57 Uhr Seite 34NL
Minimum: Wanneer het oliepeil enkel maar ± 5 mm aan de onderste kant van het oliepeilglas (21) zichtbaar is, moet olie worden bijgevuld. Maximum: Olie bijvullen tot het oliepeilglas gevuld is.
11. Controleren van de automatische
oliesmering Telkens vóór werkbegin de functie van de kettings- mering en het oliepeil controleren. Kettingzaag inschakelen en boven heldere grond houden. Let op! De ketting mag de grond niet raken; daarom een vei- ligheidsafstand van ± 20 cm houden. Als zich nu een toenemend oliespoor vertoond, werkt de kettingsme- ring correct. Als zich geen oliespoor vertoond, even- tueel het olie-uitloopkanaal (4), de bovenste kettings- panboring (14) en het oliekanaal schoonmaken of de klantenservice consulteren. (fig. 3). Afstellen van het oliedebiet Het afstellen van het oliedebiet gebeurt met behulp van de olieafstelschroef (23). Bij vochtig en zachter hout kan de oliestroom worden verminderd (olieaf- stelschroef met de wijzers van de klok mee draaien), in tegenstelling met droog, hard hout, waar meer olie nodig is voor het smeren (olieafstelschroef tegen de wijzers van de klok in draaien).
12. Kettingsmeerolie
De levensduur van zaagkettingen en leirails is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte smeerolie. Het gebruik van afgewerkte olie is niet toegestaan! Gebruik enkel milieuvriendelijke kettingsmeerolie. Kettingsmeerolie enkel in goedge- keurde vaten opslaan.
Aan het keerpunt en aan de onderkant is de leirail (8) blootgesteld aan een bijzonder hoge slijtagebela- sting. Teneinde een eenzijdige slijtage te voorkomen de leirail (8) telkens na het scherpen van de ketting omdraaien.
De belasting van het kettingwiel (12) is bijzonder groot. Wanneer het aan de tanden duidelijke inloops- poren vertoond, moet het zeker worden vernieuwd. Een ingelopen kettingwiel vermindert de levensduur van de zaagketting. Kettingwiel door een spe- ciaalzaak of door de klantenservice laten vervangen.
De kettingkast (20) moet onmiddellijk aan het einde van uw werk resp. vóór het transport over de ketting en het zwaard worden gestoken.
In geval van een terugslag van de zaag wordt de ket- tingrem door de voorste handbescherming (2) in wer- king gezet. De voorste handbescherming (2) wordt door de handrug naar voren gedrukt. Daardoor wordt de kettingrem, de kettingzaag resp.de motor binnen 0,10 sec tot stilstand gebracht.
17. Loszetten van de kettingrem
Om uw zaag opnieuw bedrijfsklaar te maken moet de zaagketting worden ontgrendeld. Eerst het toestel uitschakelen. Dan de voorste handbescherming (2) in zijn verticale uitgangspositie terugklappen tot hij vast vergrendeld is. Daardoor is de kettingrem opnieuw in staat zijn functie te vervullen.
18. Zaagkettingen scherpen
Uw zaagketting wordt door een speciaalzaak snel en deskundig nageslepen. In de gespecialiseerde han- del zijn ook kettingscherpinrichtigen (vijltoestellen) verkrijgbaar waarmee u uw zaagketting zelf kunt scherpen. De overeenkomstige gebruiksaanwijzing dient nageleefd te worden. Onderhou uw gereedschap zorgvuldig. Hou uw gere- edschappen scherp en schoon om goed en veilig te kunnen werken. Volg de onder-houdsvoorschriften en de aanwijzingen op aangaande het vervangen van de gereedschappen.
Bij het werken principieel beschermbril, geluid- werende oorbescherming, veiligheidshandschoe- nen en vaste werkkleding dragen! De zaag enkel met een goedgekeurde verlengkabel met voorgeschreven isolatiedikte en koppelingen voor gebruik in open lucht (goedgekeurde rubberka- bel) passend bij de stekker van het toestel gebrui- ken. Voor het inschakelen omvat de linker hand de voorste handgreep (1), De kettingzaag is voorzien van een tweehands-veiligheidsschakeling. Zij werkt alleen als met één hand de schakeltoets aan de voorste handgreep (1) en tegelijkertijd met de andere hand de schakelaar aan de achterste handgreep (10 wordt bediend. Anl. KSE 1435,1635,1640 31.10.2001 7:57 Uhr Seite 35Als de kettingzaag niet draait, moet de kettingrem met behulp van de voorste handbescherming (2) worden ont- grendeld. Lees hiervoor zeker de alinea ”Kettingrem” en ”Loszetten van de kettingrem”. Na het inschakelen draait de kettingzaag onmid- dellijk met hoogste snelheid. Uitschakelen: Om de zaag uit te schakelen dient de schakelaar aan de voorste handgreep (1) of de AAN/UIT-schakelaar (18) aan de achterste hand- greep te worden ontgrendeld. Telkens na gebruik van de kettingzaag is het aan te raden: de zaagketting en de leirail schoon te maken. Breng de kettingkast aan. Bescherming van het toestel Het toestel mag niet in de regen of bij vochtig weer worden gebruikt. In geval van beschadiging van de verlengkabel onmiddellijk de netstekker uit het stopcontact trek- ken. Een beschadigde kabel mag niet meer worden gebruikt. Controleer uw toestel op beschadigingen. - Vóór gebruik van het gereedschap de veiligheidsin- richtingen of eventuele licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun correcte functie zoals in deze gebruiksaanwijzing bepaald controleren. Controleer of de beweeglijke onderdelen correct werken. Alle onderdelen moeten naar behoren geïnstalleerd zijn en alle voorwaarden vervullen om de correcte werk- wijze van het toestel te waarborgen. Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen moeten onmid- dellijk deskundig worden hersteld of vervangen door een klantenservice-werkplaats of door ISC-GmbH, indien in deze gebruiksaanwijzing niet anders ver- meld. Werkaanwijzing Terugslag van de zaag Fig. 6 U vermijdt zaagongevallen als u niet met de top van de rail zaagt; de zaag kan bliksemsnel omhoog slaan. Bij het werken met de zaag volledige veiligheidskleding dragen. Terugslag is een opwaarts en/of naar achteren gerichte beweging van de leirail die zich kan voor- doen wanneer de zaagketting aan de top van de rail onverwacht een voorwerp raakt. Beveilig uw werkstuk. Gebruik spaninrichtingen om het werkstuk vast te houden. Daardoor kan de machine veilig met twee handen worden bediend. Terugslag veroorzakt een oncontroleerbaar gedrag van de zaag. Daardoor kan de bediener zware ver- wondingen oplopen. Niet met een slappe kettings- panning en met een botte ketting zagen. Een ondes- kundig gescherpte ketting verhoogt het terugslagrisico. Nooit boven uw schouder zagen.
20. Wenken voor het gebruik
Hout in stukken zagen (zie fig. 4 en 5) Neem alle veiligheidsvoorschriften in acht en ga als volgt te werk om hout in stukken te zagen: Hout vei- lig opleggen. Korte houtblokken vóór het zagen beveiligen door vastspannen. Enkel hout of houten voorwerpen zagen. Er bij het zagen op letten dat geen stenen, nagels enz. worden geraakt. Deze kun- nen wegspringen en de zaagketting beschadigen. Vermijd ieder contact van de draaiende zaag met draadhekken of met de grond. Bij het afsnoeien moet de machine zoveel mogelijk worden gesteund. Hierbij mag niet met de top van de rail worden gezaagd. Let op hindernissen zoals boomstronken, wortels, sloten en heuvels; struikelgevaar! Let op! De kettingzaag moet onmiddellijk vóór het raken van het hout draaien! Inschakelen: inschakelvergrendeling (19) en AAN/UIT-schakelaar (18) alsook de schakeltoets aan de voorste handgreep indrukken. De onderste klauw (17) op het hout zetten. Kettingzaag aan de acherste handgreep (10) omhoogtrekken en in het hout zagen. Kettingzaag iets terugzetten en klauw (17) dieper aanzetten. Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout; stukken hout kunnen worden meegesleurd. Uitschakelen: AAN/UIT-schakelaar of schakeltoets aan de voorste handgreep loslaten. Netstekker uit het stopcontact trekken.
Hout onder spanning Fig. 10.1:Stam aan de bovenkant onder spanning. Gevaar: boom slaat omhoog! Fig. 10.2:Stam aan de onderkant onder spanning. Gevaar: boom slaat naar beneden! Fig. 10.3:Dikke stammen en grote spanning Gevaar: boom slaat bliksem- snel met geweldige macht uit! Fig. 10.4:Stam zijdelings gespannen. Gevaar: boom slaat uit naar de zijkant. Bomen vellen Neem de veiligheidsvoorschriften in acht en ga bij het vellen van bomen als volgt te werk: Met de kettingzaag mag u enkel bomen vellen waar- van de diameter kleiner is dan de lengte van de lei- rail! Nooit proberen de vastzittende zaag met draai- ende motor vrij te krijgen. Vastzittende zaagketting vrijzetten met behulp van een houten wig! Let op! Gevarenzone: vallende bomen kunnen andere bomen meesleuren. Daarom wordt als gevarenzone (velzone) de dubbele lengte van de boom aangenomen. (Fig. 11). Het vellen van bomen is gevaarlijk en moet erst worden aangeleerd. Als u beginneling of ongeoe- fend bent blijft u beter af van het vellen! Volg voordien een cursus. (Fig. 12) Velrichting: Eerst de velrichting vooraf berekenen rekening houdend met het zwaartepunt van de boomkruin en de windrichting. Kettingzaag moet onmiddellijk vóór het raken van het hout draaien. Kettingzaag inschakelen. In valrichting van de boom een insnijding zagen. Aan de overkant van de insnijding een horizontale snede (velsnede) inzagen. Velkerf aanleggen: hij geeft aan de boom richting en leiding. Velrichting controleren: Als u de velkerf moet cor rigeren, altijd over de hele breedte nasnijden. ”Opgelet, boom valt” roepen. Pas dan de velsnede uitvoeren: hij wordt hoger aangelegd dan de velkerfzool. Op tijd wiggen zetten. Breeklijst laten staan: ze werkt als een scharnier. Als u de breeklijst doorzaagt valt de boom ongecontroleerd. Boom met behulp van wiggen doen kantelen, niet omzagen. Als de boom valt, terugtreden. Kruinruimte in het oog houden, wachten totdat de kruin ophoudt met slingeren. Niet onder takken verder werken die zijn blijven hangen. Vel niet: wanneer u details in de velzone niet meer kunt onderscheiden bv. bij mist, regen, sneeuwjacht of schemering; wanneer de velrichting tengevolge van de wind of rukstoten niet meer veilig kan worden aangehouden. Velwerk op steile hellingen, bij ijzel, bevroren of gerijmde grond zijn enkel te verantwoorden als u werkelijk veilig kunt staan. Uitschakelen: De netstekker uit het stopcontact trekken. Om te vellen moet u daarna een wig in de horizontale snede slaan. Als u na de velsnede achte- ruit stapt dient u op vallende takken te letten. Accessoires: Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Leirail KSE 1435, KSE 1635 45.001.31 Leirail KSE 1640 45.003.31 Zaagketting KSE 1435, KSE 1635 45.001.11 Zaagketting KSE 1640 45.003.11 Onderhoud en schoonmaken Vóór alle werkzaamheden aan de machine de stekker uit het stopcontact trekken! Ventilatiespleten vrij en schoon houden. Aan de kettingzaag mogen enkel de onderhoudswerkzaam- heden beschreven in deze handleiding worden uitge- voerd. Verdergaande werken zijn voorbehouden aan de klantenservice. Er mogen geen veranderingen aan de elektrozaag worden uitgevoerd. U kunt daar- door uw veiligheid in gevaar brengen. Moest de machine ondanks zorgvuldige herstel- en controle- procedures ooit defect raken, dient de herstelling door een geautoriseerde klantenservice-werkplaats te worden uitgevoerd. Bij vragen om nadere inlichtin- gen en bij bestelling van onderdelen gelieve de type- aanduiding alsook het bestelnummer van negen cij- fers te vermelden. Berging Berg uw kettingzaag veilig op Niet gebruikte gereedschappen dienen schoonge- maakt te worden opgeborgen op een effen vlakte, in een droge berging, voor kinderen niet bereikbaar. Anl. KSE 1435,1635,1640 31.10.2001 7:57 Uhr Seite 37NL
Verhelpen van storingen Gelieve de veiligheidsvoorschriften op blz. 32 en 33 in acht te nemen. Storing Oorzaak Oplossing Motor draait niet Geen stroom Stopcontact, kabel, leiding, stekker controleren Kabelschade: door klantenservice laten herstellen. Het is verboden kabel met iso latieband te repareren. Beschadigde schakelaars dienen door de klantenservice-werkplaats te worden ver vangen. Kettingrem Zie punten 16 en 17 ”Kettingrem” en ”Loszetten van de kettingrem” Ketting draait niet Kettingrem Kettingrem controleren, eventueel loszetten Onvoldoend snijvermogen Ketting bot Ketting scherpen Ketting fout gemonteerd Controleren of de ketting naar behoren is gemonteerd Kettingspanning Kettingspanning controleren Zaag draait stroef Kettingspanning Kettingspanning controleren Ketting springt van het zwaard Ketting wordt warm (droog) Kettingsmering Oliepeil controleren Kettingsmering controleren Geen gereedschap gebruiken, waarbij de schakelaar niet kan worden in- of uitgeschakeld. Bij alle andere defecte functies gelieve zich in verbinding te stellen met een geautoriseerde klantenservice- werkplaats, onze centrale service of met uw handelaar. Anl. KSE 1435,1635,1640 31.10.2001 7:57 Uhr Seite 38E
Notice-Facile