MCA2425 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MCA2425 DOMETIC in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - MCA2425 DOMETIC
Gebruikersvragen over MCA2425 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MCA2425 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MCA2425 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING MCA2425 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiks
DA 182 Batterilader
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen. 155
2 Algemene veiligheidsinstructies. 156
3 Gebruik volgens de voorschriften 161
4 Omvang van de levering 162
5Accessoires 162
6 Technische beschrijving. 163
7Toestelmonteren. 166
8 Toestel aansluiten 168
9 Toestel gebruiken 174
10 Toestel onderhoden en reinigen 176
11 Verhelpen van storingen 176
12 Garantie 177
13 Afvoer. 177
14 Technische gegevens 178
1 Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven leidt tot overlijden of ernstig letsel.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het Niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het nicht naleven kan leiden tot letsel.

LET OPI!
Het Niet naleven ervan kan leiden tot materièle schade en de werkking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatatie voor het bedieren van het product.
Handeling: dit symbol geeft aan dat uiets要去 doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreiben.
Dit symbol beschrijft het resultaat van een handeling.
afb. 1 5, pagina 3: deze aanduiding wijst u op een element in een afbeelding, in dit voorbeeld op „positie 5 in afbeelding 1 op pagina 3".
2 Algemene veiligheidsinstructies
De fabrikant kan in de volgende geallen nicht aansprakelijk worden gesteld voor schade:
- montage-of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreiben toepassingen

WAARSCHUWING!
Neem de volgende essentièle veiligheidsmaatregelen in acht bij het gebruik van elektrische toestellen, ter bescherming gegen:
- elektrische schokken
brandgevaar
verwondingen
- Gebruik in het geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen volgens de voorschriften.
- Koppel het toestel los van het elektricieitsnet – voorijdere reiniging en ieder onderhoud – na elk gebruik – voor het verrangen van een zekering
-
Als u het toestel demonteert:
-
Maak alle verbindingen los.
-
Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zichn.
-
Als het toestel of de aansluitkabel zichtaar beschadigd zijn, mag u het toestel Niet in gebruik nemen.
- Als de aansluitkabel van dit toestel worden beschadigd,要去 deze, om gevaren te vermiijden, door de fabrikant, de betreffende klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon verrangen worden.
- Reparations aan dit toestel mogen uitsluitend door vakmonteursuitgevoerd worden. Door ondeskundige reparations könnengrote bevaren ontstaan.
- Personen (ook kinderen) die door hun fysieke, sensorische of geestelijkke vermogens of hun onervarenheid of onwetendheid nicht in staat+zijn om het toestel veilig te gebruiken, mogen dit nicht zonder toezicht of instructie door een verantwoordelijk persoon doeen.
- Elektrische toestellen zich geen spelgoed!
Bewaar en gebruik het toestel buiten het bereik van kinderen.
- Er moet toezicht worden gehonden op kinderen, zodat ze nicht met het toestel gaan spelen.

LET OP!
- Vergelijk voor de ingebruikneming de spanning op het typeplaatje met de aanwezigene energievoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel uit het stopcontact.
- Bewaar het toestel op een droge en koele plaats.
2.2 Veiligkeit bij de montage van het toestel

GEVAAR!
- Monteer het toestel Niet opplaatsen waar gevaar voor gas-of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG!
- Let op een stabiele stand!
Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het Niet kan omvallen of maar beneden kan vallen.

LET OPI!
- Stel het toestel Niet bloot aan een warmtebron (zonnestraling, verwarming enz.). Vermijd zo een extra opwarming van het toestel.
- Stel het toestel op een droge en gegen spatwater beschermdeplaats op.
2.3 Veiligkeit bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door stroomschok!
Bij installment op boten:
Bij een verkeerde installmentie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat de installmentie van het toestel door een deskundige (boot-)elektricienuitvoeren.
- Als u aan elektrische installations werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik algtd geaarde en door aardlekschakelaars beveiligde stopcontacten.
Zorg voor een voldoende große leidingdoorsnede. - Leg de leidingen zo aan, dat ze Niet door deuren of motorkappen beschadigd können raken.
Geplatte kabels können tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

VOORZICHTIG!
- Installee der leidingen zodanig dat er nicht over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

LET OPI!
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als ledingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid要去en worden.
- Plaats het 230-V-netsnoer en de 12-V-gelijkstroomleiding nicht indezelfde kabelgoot (holle buis).
- Leg de leidingen nicht los of scherp geknikt.
- Bevestig de leidingen goed.
- Trek nicht aan leidingen.
2.4 Veiligkeit bij het gebruik van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door stroomschok!
- Blanke leidingen nooit met blote handen aanraken. Dit geldt vooral bij gebruik op het wisselstroomnet.
- Om bij gevaar het toestel snel van het elektricieitsnet te+kennen loskoppelen, moet het stopcontact zich in de buurt van het toestel bevinden en gemakkelijk toegankelijkহn.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.
- Gebruik het toestel Niet in installations met loodzuuraccu's. Uit deze accu's komt explosief waterstofgas vrij, dat door een vonk bij de elektrische verbindingen kan worden ontstoken.

VOORZICHTIG!
-
Gebruik het toestel Niet
-
in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
- in de buurt van agressieve dampen
-
in de buurt van brandbare materialen
-inexplosieveomgevingen -
Let er voor de ingebruikneming op dat de toevoerleiding en de stekker droog�.
- Onderbreek bij werkzaamheden aan het toestel alsijd de stroomtoevoer.
- Let erop dat ook na het activeren van de veiligheidsinrichting (zekering) delen van het toestel onder spanning hunnen blijven staan.
Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OPI!
- Let erop dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het toestel nicht worden afgedekt.
- Let op een goede ventilatie.
2.5 Veiligkeit bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING!
Accu's hunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Voorkom elk lichaamscontact met de accuvloeistof. Als u toch in aanraking komt met de accuvloeistof, spoel dan het betreffende lichaamsdeel grondig met water af.
Zoek bij verwondingen door zuren absolut een arts op.

VOORZICTIG!
- Draag geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen als u aan accu's werk.
Loodzuraccu's hunnen kortsluitstromen opwekken, die tot ernstige verbrandingen hunnen leiden.
Explosiegevaar!
Probeer nooit om een bevroren of defe cate accu te laden.
Plaats de accu in dit geval op een vorstvrijeplaats en wacht tot de accu zich aan de omgevingstemperatuur heeft aangepast. Begin pas dan met het laden.
- Draag een veiligheidsbril en beschermende kleding, als u aan accu's werkt. Raak uw ogen Niet aan, verwijl u aan accu's werkt.
- Rook nicht en zorg ervoor, dat er geen vonden in de buurt van de motor of de accu ontstaan.

LET OPI
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom, dat er metallische voorwerpen op de accu vallen. Dat kan vonden verroorzaken of de accu en andere elektrische onderdelen kortsluiten.
- Let bij het aansluiten op de correcte polariteit.
- Neem de handleidingen van de accufabrikant en van de fabrikant van de installmentie of het voertuig in acht, waarin de accu worden gebruikt.
- Als u de accu要去 uitbouwen, verbreek dan eerst de massa-verbinding. Verbreek alle verbindingen en kaak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze uitbouwt.
3 Gebruik volgens de voorschriften
De automatische PerfectCharge MCA-laders können accu's laden die aan board van voertuigen of boten gezruikt worden voor stroomopwekking of deze accu's van een druppelspanning voorzien.
De automatische MCA-laders dienen voor het continu laden van voedings-of startaccu's. Zo+kennen de accu's opgeladen of op een hoog capaciteitsniveau gehonden worden:
De MCA-laders dieren voor het laden van de volgende accutypes:
- lood-startaccu's
- lood-gel-accu's
- vliesaccu's (AGM-accu's)
De toestellen mogen in geen geval voor het laden van andere accutypes (bijv. NiCd, NiMH enz.) gezruikt worden!

- Accu's met een interne kortsluiting mogen nicht worden geladen. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Laad loodaccu's Niet in ongeventileerde ruimtes. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Nikkel-cadmium-accu's en Niet-herlaadbare accu's mogen nicht met de acculader opgeladen worden. Het omhulsel van deze accutypes kan met een explosie openklappen.
4 Omvang van de levering
Aantal Omschrijving
1 Acculader
1 230-V-aansluitkabel
1 Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
Controleer voor de ingebruikneming van het toestel of alle bij de levering horende delen voorhanden zijn.
5 Accessoires
Als toebehoren verkrijgbaar (niet bij de levering inbegrepen):
Omschrijving Artikelnr.
Afstandsbediening MCA-RC1 9102500037
Temperatuursensor MCA-TS1 9102500036
6 Technische beschrijving
Door het geringe gewicht en de compacte constructie kan de acculader eenvoudig worden gemonteerd in campers, bedrijfswagens of motor- en zeilbooten. Hij laadt accu's die aan board van voertuigen of boten voor de stroomopwekking worden gebruikt, of voorziet deze van een druppelspanning, zodate ne Niet ontladen.
Een contrôlelampje op het toestel zorgt voor een continue bewaking van de acculader.
Het toestel is uitgerust met de volgende veiligheidsinrichtingen:
Kortsluiting
Oververhitting
- Met sensor (toebehoren): Accuoverhitting
Aanvullend kan het toestel via twee aansluitingen in een LIN-bus-communicationsystem worden geintegreerd.
De koeling worden verzorgd door ventilatoren, waarvan de snelheid afhankelijk is van de laadcapaciteit en via een externe schakelaar kan worden uitgeschakeld.
6.1 Toestelvarianten
De PerfectCharge MCA-acculaders worden in verschillende toetselvarianten geleverd.
Uw MCA-acculader kan accu's tot een vastgelegde accucapaciteit laden (zie hoofdstuk „Technische gegevens" op pagina 178):
MCA 1215: geschikt voor het laden van een voedingsaccu en een startaccu
- MCA1225, MCA1235: geschikt voor het laden van twee voedingsaccu's en een startaccu
MCA1250, MCA1280: geschikt voor het laden van drie voedingsaccu's
MCA2415: geschikt voor het laden van twee voedingsaccu's
MCA2425, MCA2440: geschikt voor het laden van drie voedingsaccu's
Controleer voor de identificatie van uw toestel het artikelnummer op het typeplaatje.
6.2 Bedieningselementen en aansluitingen
| Pos. in Verklaring/functie afb. 1, pag. 3 | |
| 1 Netaansluiting | |
| 2 LIN2-bus-aansluiting | |
| 3 TEMP/LIN1-bus-aansluiting | |
| 4 CN2-bus voor alarm en ventilator | |
| 5 Status-LED | |
| 6 DIP-schakelaars | |
| 7 Accuklemmen (+) | |
| 8 Accuklemmen (-) | |
| 9 Aansluiting voor startaccu (alleen MCA1215, MCA1225, MCA1235) | |
| Pos. in Verklaring/functie afb. 2, pag. 4 | |
| 1 V e n t i l | |
| 2 Aan/uit-schakelaar |
6.3 Acculaadfunctie
De laadkarakteristiek worden als gewijzigde IU0U-karakteristiek getypeerd.

1: I-fase (Bulk)
Bij het begin van het laden worden de lege accu met constante stroom (100% laadstroom) geladen tot de accuspanning de laadspanning bereikt. Zodra de accu dit spanningsniveau bereikt, neemt de laadstroom af.
2, 3, 4: U0-fase (absorptie)
Nu begint de 3-traps absorptielaadfase (U0-fase), waar bij de duur afhankelijk is van de accu. Daar bij blijft de spanning constant (U0). In de eerste 2 min wordt de lading van de accu bepaald. Dan begint de hoofdlaadfase,ijdens welke de accu volledig worden geladen.
Als de accu volledig is geladen, of de laadstroom gedurende 15 min onder 6% van de nominale laadstroom ligt, is de U0-fase beeindigd.
5: U-fase (Float)
Na de U0-fase schakelt de acculader over op druppelling (U-fase).
Als er DC-verbruikers aangesloten zijn, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het benodigde vermogen groter is dan de capaciteit van het toestel, worden dit extra vermogen van de accu gezebruikt. Hierbij worden de accu zo lang ontladen tot het toestel opnieuw in de I-fase kommt en de accu oplaadt.
Om de 12ragen schakelt de acculader gedurende 85 min terug maar fase 1 om de accu te laden. Hierbij worden eventuele vermoeidheidsverschijnselen zoals sulfatering verhinderd.
7 Toestel monteren
Neem bij de keuze van de montageplaats de onderstaande instructies inRCT.
- Het toestel kan horizontal en verticaal worden gemonteerd.
-
Monteer het toestel Niet
-
in een vochtige of natte omgeving
- in een stoffige omgeving
-
in de buurt van brandbare materialen
-inexplosieveomgevingen -
De montageplaat smoet goed geventileerd zich. Bij installations in gesloten, krine ruimtes moet er ventilatie möglichk zich. De vrije afstand rond het toestel moet minstens 25 cm bedragen.
- De luchtinlaat aan de onderkant resp. de luchtuitlaat aan dechterkant van het toestel要去 vrij blijven.
- Bij omgevingstemperaturen hoger dan 40^ (bijv. in motor- of verwarmingsruimtes, directe zonnestraling), kan door de zichverwarming van het toestel bij belasting de prestatie worden verminderd.
- Het montagevlak moet vlak় en voldoende stevigheid bieden.
- Monteer het toestel Niet in de directe omgeving van de accu's.
- Monteer het toestel Niet boven accu's, odomat corrosieve zwaveldamp van de accu's omhoog kan komen, waardoor het toestel worden beschadigd.

LET OPI!
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vrijlen beschadigd hunraken.
Voor de inbouw en montage heeft u het volgende gereedschap nodig:
- pen om te markeren
boorset
boormachine
schroevendraaier
Voor de bevestiging van het toestel heeft u het volgende nodig:
- machineschroeven (M4) met onderlegschijven en zelfborgende moeren of
- plaat- resp. houtschroeven
Bevestig het toestel als volgt:
Houd het toestel op de door u gekozen montageplaats.
Markee de bevestigingspunten.
Schroef het toestel vast door telkens een schroef door de boringen in de houders te schroeven.
8 Toestel aansluiten
8.1 Aan accu en voedingsspanning aansluten
Accu aansluiten
Neem de volgende instructies in acht bij het aansluiten van de accu:

VOORZICHTIG!
Vermijd absoluut contact met de accuvloeistof!
- Accu's met interne kortsluiting mogen nicht worden geladen, aangezien door oververhitting van de accu explosieve gassen konnen ontstaan.
Zorg er bij het aanklemmen voor dat de polen van de accu schoon zijn.
- Let op een stevige bevestiging van de connectors.
- Kies een voldoende große doorsnede voor de aansluitkabel (zie hoofdstuk „Technische gegevens" op pagina 178).
- Installer de kabels volgens VDE 100 (Duitsland).
- Sluit de minkabel direct op de minpool van de accu aan, Niet op het chassis van een voertuig of een schip.
- Gebruik de volgende kabelkleur:
-
Rood: plusaansluiting
-Zwart: minaansluiting -
Zorg ervoor dat de polariteit nicht worden verwisseld. Een ompoling van de aansluitingen kan defecten van het toestel tot gevolg hebben
Leg de pluskabel van de acculader maar de pluspool van de accu en sluit deze waar aan.
Leg de minkabel van de acculader maar de minpool van de accu en sluit deze waar aan.
230-V-spanning aansluiten
Steek de meegeleverde 230-V-aansluitkabel in de bus „AC INPUT" van de MCA-acculader.
Sluit het toestel met de 230-V-aansluitkabel aan op een geaard en door een aardlekschakelaar beveiligd 230-V-stopcontact.
8.2 Laadvarianten
| afb. 3, pag. 5 | |
| Accusensor MCA-HS1 (IBS) | Perfect Control Display MPC01 |
| - | - |
| ✓-✓- | |
| ✓ | ✓ |
| afb. 4, pag. 5 | |
| Afstandsbediening MCA-RC1 | Temperatuursensor MCA-TS1 of accusensor MCA-HS1 (IBS) |
| - | |
| -✓ | |
| ✓ | ✓ |
-zonder; met
Accu laden
Sluit de accu op de bus „DC OUTPUT" van de MCA-acculader aan.
- Let op de juiste polariteit van de aansluitingen.
Startacculaden(alleenMCA1215,1225,1235)
Sluit de startaccu op de bus „ESB" van de MCA-acculader aan.
- Let op de juiste polariteit van de aansluitingen.
Laden met temperatuursensor MCA-TS1 (toebehoren)
Sluit de temperatuursensor op de aansluiting TEMP/LIN aan.
De laadspanning worden nu afhankelijk van de temperatuur aangepast.
Laden met IBS-accusensor MCA-HS1 (toebehoren)
Sluit de accusensor op de aansluiting TEMP/LIN aan.
De.accusensor zendt de accutemperatuur en de accuspanning via de LIN-communicatiepoort maar de lader. Nu wordt de laadspanning afhankelijk van de temperatuur geregeld. Eveneens worden ook een möglichk spanningsverlies in de verbindingskabels gecompenseerd.
Laden met Perfect Control Display MPC01 (toebehoren)
Gedetailleerde informatatie vindt u in de handleiding van de MPC01.
Laden met afstandsbediening MCA-RC1 (toebehoren)

INSTRUCTIE
De lenghte van de RJ-11-kabel mag maximaal 7m bedragen.
Steek eenijken van de RJ-11-kabel in de bus (afb. 10 3, paging 7) van de MCA-RC1.
Steek de andere zijde van de RJ-11-kabel in de bus TEMP/LIN1 op de MCA-acculader.
Beveilig de stuurleiding met een geschikte zekering (12 V/0,5 A).
Zet de DIP-schakelaars 1 tot 3 op de MCA-acculader op „ON" (hoofdstuk „DIP-schakelaars instellen" op pagina 172).
8.3 Aansluitschema's
Voorbeeld aansluitschema 12 V: zie afb. 5, pag. 6
| Pos. in Verklaring/functie afb. 5, pag. 6 | |||||
| 1 MCA-lader | |||||
| 2 Verbruiker | |||||
| 3 Perfect Control Display MPC01 | |||||
| 4 12 V-accusensor IBS | |||||
| 5 12 V-accu | |||||
| 6 Zekering | |||||
| 7 S t a r t a |
Voorbeeld aansluitschema 24 V: zie afb. 6, pag. 6
| Pos. in Verklaring/functie afb. 6, pag. 6 |
| 1 MCA-lader |
| 2 Verbruiker |
| 3 Perfect Control Display MPC01 |
| 4 24 V-accusensor IBS |
| 5 12 V-accu |
| 6 Zekering |
8.4 Pin-indeling
De pins van de TEMP/LIN1-bus� als volgt ingedeeld:
| Pin in afb. 7, pag. 6 | Indeling | ||||
| 1 | R | - | V | C | C |
| 2 | GND | ||||
| 3 | T | E | M | P | |
| 4 | B | A | T | - | |
| 5 LIN BUS DATA I/O | |||||
| 6 | B | A | T | + | |
De pins van de LIN2-bus�n als volgt ingedeeld:
| Pin in afb. 7, pag. 6 | Indeling | ||||
| 1 | R | - | V | C | C |
| 2 | B | A | T | - | |
| 3 | NC | ||||
| 4 | B | A | T | - | |
| 5 LIN BUS DATA I/O | |||||
| 6 | B | A | T | + | |
De pins van de CN2-bus (alarm-signal) zijn als volgt ingedeeld:
| Pin in afb. 8, pag. 6 | Indeling |
| 1 NC (Normally Closed): rustcontact | |
| 2 NO (Normally Open): maakcontact | |
| 3 COM (Common): wisselcontact | |
| 4 Besturing slaapmodus | |
| 5 | GND |
| 4-5 overbrugd Slaapmodus aan | |
| 4-5 open Slaapmodus UIT | |
De pins van de ESB-bus (startaccu aansluiting) zijn als volgt ingedeeld:
| Pin in afb. 9, pag. 6 | Indeling |
| + | VCC |
| - | GND |
8.5 DIP-schakelaars instellen
U kunth het toestel met behulp van de DIP-schakelaar aanpassen.
S1 stelt de spanningswaarde in, waar bij het toestel van de I-fase (Bulk) maar de U0-fase (Absorption) omschakelt (zie ook hoofdstuk „Acculaadfunctie" op pagina 165). S3要去 op „OFF" staan.
S2 stelt de druppelspanning in. S3要去 op "OFF" staan.
Als de accusensor is aangesloten, worden bij deze beiden functies de uitgangs spanning aan de temperatuur aangepast:
MCA 12xx: -20 mV/°C
MCA 24xx: -40 mV/°C
S3 schakelt de Power Mode in, als S1 of S2 of beiden op „Off" staan. In de Power Mode worden de kortsluitings-, overspannings- en oververhittingsbeveiliging door de interne sensor bestuurd.
Als S1, S2 en S3 op „On“staan, is de afstandsbediening ingeschakeld. In\ deze modus worden accutype en laadspanning door de afstandsbediening\ ingesteld.
S4 bepaalt de ventilatorfunctie. Als S4 op „On" staat, worden de ventilator waar de slaapmodus (geluidsgereduceerde modus) geschakeld. Als S4 op „Off" staat, worden de ventilator Niet geregeld.
Stel met de DIP-schakelaars (afb. 11 pagina 7) de gewenste functies en waarden in:
- Omschakelspanning instellen:
Schakelaar 1 Schakelaar 3 Omschakelspanning
ON OFF 14,4 V / 28,8 V
OFF OFF 14,7 V / 29,4 V
| Schakelaar 1 | Schakelaar 2 | Schakelaar 3 |
| ON | ON | ON |
- Slaapmodus inschakelen:
Schakelaar 4
ON
9 Toestel gebruiken
Zet de aan/uit-schakelaar op „On".
Zet de aan/uit-schakelaar voor uitschakelen op „Off".
Afhankelijk van de laadtoestand van de accu start de accumulator met het opladen of levert een druppellaadstroom.
De status-led (afb. 1 5, pagina 3) geeft de bedrijfstoestand waar (zie volgende tabelen hoofdstuk „Acculaadfunctie" op pagina 165).
| Indicatie Betekenis | |
| Oranje, snel knipperen Fase 1 | |
| Oranje, langzaam knipperen Fase 2 | |
| Oranje, continu branden Fase 3 | |
| Groen, continu branden Fase 4 | |
| Groen, langzaam knipperen Fase 5 | |
| Rood, continu branden Kortsluiting of zekering defect | |
| Rood, snel knipperen | Accu of acculader oververhit |
| Rood, langzaam knipperen | Over- of anderspanning van de accu |
| Rood, dubbelknipperen | Ventilatorfout |
| Rood, langzaam dubbelknipperen | Fout aan de aansluiting van de startaccu |

INSTRUCTIE
Bij een storing (de status-led is rood) raadpleegt u hoofdstuk „Verhopen van storingen" op pagina 176).
Als u de afstandsbediening MCA-RC1 aangesloten heeft (toebehoren)
Schakel de slaapmodus (geluidsgereduceerde modus) met de toets „Sleep Mode" (afb. 10 2agina 7) in ofuit.
In de slaapmodus worden de ventilator nicht geregeld.
De led (afb. 10 1, pagina 7) op de MCA-RC1 toont de bedrijfstoestand (zie volgende tabel).
| Modus Indicatie Betekenis | ||
| Slaapmodus ingeschakeld | Oranje, continu branden | Fase 1 tot 5 |
| Slaapmodus uitgeschakeld | Groen, langzaam knipperen | Fase 1 tot 4 |
| Groen, continu branden | Fase 5 | |
| Fout Rood, continu bran-den | Kortsluiting of zekering defect | |
| Accu of acculader oververhit | ||
| Over- of onderspanning van de accu | ||
| Ventilatorfout | ||
| Fout aan de aansluiting van de startaccu | ||

INSTRUCTIE
Bij een storing (de status-LED is rood) raadpleegt u hoofdstuk „Verhopen van storingen" op pagina 176).
10 Toestel onderhouden en reinigen

LET OP!
Voor het reinigen geen scherpe of bijtende middelen gebruiken, waar dat dit kan leiden tot schade aan het toestel.
Koppel het toestel los van de 230-V-stroomvoorziening
Koppel het toestel los van de accu.
Bescherm het toestel gegen opnieuw inschakelen.
Reinig het toestel af en toe met een vochtige doeK.
Reinig de ventilatieopengingen regelmatig.
Controller de elektrische bekabeling minimaal eén keer peraar.
Verhulp gebren zoals losse aansluitingen, doergebrande kabels enz.
11 Verhelpen van storingen
De LED „Status" (afb. 1 5, paging 3) geeft de storing aan:
| LED-indicatie Oorzaak Oplossing | ||
| Rood langzaam knipperen | Accu-onderspanning of accu-overspanning | Controller de accu.Schakel de acculader UIT en wee in. |
| Defecte accu Vervang de accu. | ||
| Rood snel knipperen Thermische overbelasting Zorg voor een betere ventilatie van de acculader of de accu.Controler of er geen luchtopenin-gen worden afgedekt.Verlaag eventueel de omgevings-temperatuur. | ||
| Rood continu branden | Kortsluiting of verkeerde poling | Sluit de acculader aan met de juiste polariteit.Verhelp de kortsluiting.Controler of de zekering is uitgevallen, en vervang deze zo nodig. |
| Rood dubbelknippenen | Storing van de ventilator | Controller de ventilator op vervoiling of beschadiging. |
| Rood langzaam dub-belknipperen | Fout aan de aansluiting van de startaccu | Aansluiting van de startaccu op kort-sluiting controleren. |

INSTRUCTIE
Bij gedetailleerde vragen over de accugegevens dient u contact op te nemen met de accufabrikant.
12 Garantie
De wettelijk garantiepiode is van toepassing. Als het product defect is, wandt u zich tot het filial van de fabrikant in uw land (adressen die achechterkant van de handleiding) of tot uw specialzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende docu-mentation mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
13 Afvoer
Laat het verpakkingsmaterialial indien möglich recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtst bijzijnde recyclingcentrum of uw specialzaak waar de betreffende afvoervoorschriften.
Algemene technische gegevens
| MCA12xx, MCA24xx | |
| Accutypes Loodzuur, Gel, AGM, Li-ion | |
| Warmteafvoer Ventilator | |
| Laadmodus 5-staps | |
| Maximale omgevingstemperatuur -20 °C tot +50 °C | |
| Opslagtemperatuur -40 °C tot +85 °C | |
| Luchtvochtigkeit 20 - 90 % | |
| Temperatuarcoefficien ± 0,03 %/°C (0 - 50 °C) | |
| Temperatuarcompensatie (MCA12xx) | -20 mV/°C (accusensor) |
| Temperatuarcompensatie (MCA24xx) | -40 mV/°C (accusensor) |
| Trilling 10 - 500 Hz | 2 g voor 10 min/cyclus binnen 60 min voor de X-, Y- en Z-as |
| Spanningsisolatie I/P - O/P: 4 kV~ | I/P - FG: 1,7 kV~O/P - FG: 0,7 kV~ |
| Isolatie watstand | I/P - O/P: 100 MΩ/500 V= |
| Alarmsignaal | via relaiscontacten |
| Communicatie | via LIN-BUS |
| Slaapmodus (geluidsgereduceerde modus) | via afstandsbediening (toebehoren) of DIP-schakelaar |
| Afstandsbediening (toebehoren) | Aan-/uitschakelaar, drie-kleurige led, sla-modus schakelbaar |
| Keurmerk/certificaat | CEConform de EMV richtlijn 2004/108/EC inclusief 2009/19/EC en laagsspanningsrichtlijn2006/95/ECEN 60335-1EN 60335-2-29EN 55022EN 61000-3-2EN 61000-3-3EN 61000-4-2, 3, 4, 5, 6, 8, 11ENV 50204 |
Veiligheidsinrichtingen
| MCA12xx, MCA24xx | |
| Kortsluiting aan uitgangsijd de Stroom wordt tot | 25 % van de maximale stroom gereduceerd |
| Overspanning 16 V | |
| Overtemperatuur acculader | 100 °C ± 5 °C (intern gemeten) |
| Overtemperatuur accu 52 °C ± 5 °C (met accusensor) | |
Ingangsgegevens
| MCA1215 | MCA1225 MCA1235 MCA1250 MCA1280 | ||||
| Nominate ingangsspanning 90 | -260 V~ | ||||
| Vermogensfactorcorrectie >97 | % (volledige belasting) | ||||
| Ingangs Frequentie 50 Hz - 60 Hz | Hz | ||||
| Rendement bij 230 V~ | 87 % | ||||
| Lektroom < 1 mA bij 240 V~ | |||||
| Ingangsstroom bij 100 V~ | 2,5 A | 4,1 A | 6,2 A | 8,24 A | 13,3 A |
| Ingangsstroom bij 240 V~ | 1,07 A | 1,8 A | 2,8 A | 3,6 A | 5,4 A |
| MCA2415 | MCA2425 M | CA2440 | |
| Nominate ingangsspanning | 90 – 260 V~ | ||
| Vermogensfactorcorrectie | >97 % (volledige belasting) | ||
| Ingangs Frequentie | 50 Hz – 60 Hz | ||
| Rendement bij 230 V~ | 90 % | ||
| Lekstroom | < 1 mA bij 240 V~ | ||
| Ingangsstroom bij 100 V~ | 4,2 A | 8,3 A | 13,3 A |
| Ingangsstroom bij 240 V~ | 1,7 A | 3,6 A | 5,4 A |
Uitgangsgeevens
| MCA1215 | MCA1225 MCA1235 MCA1250 MCA1280 | ||||
| Laadspanning 14,4 V / 14,7 V | |||||
| Druppellading 13,8 V | |||||
| Nominale laadstroom | 15 A | 25 A | 35 A | 50 A | 80 A |
| Laadstroom 0 - 15 A 0 - 25 A | 0 - 35 A 0 - 50 A 0 - 80 A | ||||
| U i t | g | a | n | g | e |
| ESB-uitgangen (Startaccu) | 1 | 1 | 1 | - | - |
| ESB-Iaadspanning | 13,8 | V | 13,8 | V | |
| ESB-Iaadstroom | 2 A | 2 A | 2 A | - | - |
| MCA2415 | MCA2425 M | CA2440 | |
| Laadspanning | 28,8 V / 29,4 V | ||
| Druppellading | 27,6 V | ||
| Nominale laadstroom | 12,5 A | 25 A | 40 A |
| Laadstroom | 0 – 12,5 A | 0 – 25 A 0 | - 40 A |
| Uitgangen | 2 | 3 | 3 |
Artikelnummers, afmetingen en gewicht
| MCA1215 | MCA1225 | MCA1235 | |
| Art-nr. | 9102500027 | 9102500028 | 9102500029 |
| Afmetingen I x b x h (mm) | 238x179x63 | 238x179x63 | 274x179x63 |
| Gewicht | 1,6 kg | 1,7 kg | 1,9 kg |
| MCA1250 | MCA1280 | |
| Art-nr. | 9102500030 | 9102500031 |
| Afmetingen I x b x h (mm) | 283x208,5x75 | 303x208,5x75 |
| Gewicht | 3,1 kg | 3,9 kg |
| MCA2415 | MCA2425 | MCA2440 | |
| Art-nr. | 9102500032 | 9102500033 | 9102500034 |
| Afmetingen I x b x h (mm) | 238x179x63 | 283x208,5x75 | 303x208,5x75 |
| Gewicht | 1,6 kg | 2,9 kg | 3,9 kg |
Technische gegevens MCA-RC1 (toebehoren)
| MCA-RC1 | |
| Art.-nr. 9102500037 | |
| Nominale ingangsspanning 10,5 – 15 V== | |
| Stand-by-stroomgebruik < 40 mA | |
| Maximale omgevingstemperatuur -10 °C tot +45 °C | |
| Opslagtemperatuur -30 °C tot +70 °C |
SimpelGids