Beep & Park Vision - Achteruitrijcamera Valeo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Beep & Park Vision Valeo in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Beep & Park Vision Valeo
Download de handleiding voor uw Achteruitrijcamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Beep & Park Vision - Valeo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Beep & Park Vision van het merk Valeo.
GEBRUIKSAANWIJZING Beep & Park Vision Valeo
Beep&Park_Vision-2011.indd 30 29/12/11 10:2430 31 Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product. Lees de handleiding goed door voordat u met het inbouwen begint en het systeem gaat gebruiken. Parkeerhulp
achteruitrijcamera Instructiehandleiding
- Het systeem geeft door middel van een minicamera tijdens het achteruitrijden een beeld van de ruimte achter de auto, en geeft tevens aan waar zich een obstakel bevindt.
- Doorlopend groothoekbeelden die worden geprojecteerd op het LCD-scherm.
- PAL modus compatibel.
- Waarschuwingssignaal met instelbaar volume.
- Toepasbaar op voertuigen met een modulerend achteruitrijsignaal.
- Het systeem is geschikt voor voertuigen met trekhaak.
- Weergave van de “parkeerhulpstrepen”.
- Het systeem past zich automatisch aan voor helder zicht zoweloverdagals‘snachts.
- De helderheid, het contrast en de intensiteit van de kleuren kunnen worden ingesteld.
- In spanningsloze modus blijven de instellingen behouden.
- Detectie bereik: 0.10 ~ 2.50 m
- Werkingstemperatuur: -40°C ~ +85°C
- Afbeelding: 640 (H) x 480 (V)
- Horizontale resolutie: 450 TV-lijnen
- Werkingstemperatuur: Camera -30°C ~ +80°C
- Stroomsterkte (actief): 250 mA
- Stroomsterkte (stand-by): 110 mA
- Werkingstemperatuur: -20°C ~ +60°C Technische gegevens / achteruitrijcamera Technische gegevens / scherm
- Er wordt aanbevolen het inbouwen te laten uitvoeren door een erkende, professionele automonteur.
- Er wordt sterk aanbevolen om de positie van de sensoren te controleren voordat u de gaten boort.
- Valeobeep&park®/vision™ assisteert bij het achteruitrijden en parkeren. Rijvaardigheden, zoals afremmen en het gebruik van spiegels, blijven echter essentieel.
- Het hoekcorrectiemateriaal (geleverd in de kit) rond de sensor kan worden vervangen om de vereiste hellingsgraad van +/- 5° te bekomen na installatie op de bumper van het voertuig.
- De schuine stand van de camera moet worden bijgesteld met behulp van de meegeleverde ringen voor het corrigeren van de hoek.
- Voor een duidelijk beeld dient u de lens van de camera schoon te houden en te beschermen tegen scherpe voorwerpen.
- Neem contact op met een automonteur als u het systeem wilt aansluiten op een reeds aanwezig navigatiesysteem.
Beep&Park_Vision-2011.indd 32 29/12/11 10:2432 33 Als de achteruitrijversnelling is geselecteerd, wordt er 0.5m of 0.6m weergegeven op het scherm:
1. Er bevinden zich obstakels binnen een afstand van 0.6 m.
2. Zijn de sensoren te laag geplaatst of registreren ze het
3. Controleer of de sensor ondersteboven geplaatst is.
4. Neem steeds 1 sensor tegelijk los om de werking ervan te
controleren. Vertroebeld beeld of slecht beeld op het scherm:
1. Controleer of er zich vuil of water op de lens van de camera
2. Reinig de lens met wat alcohol en droog de lens met een
3. Is er voldoende voeding naar de ECU?
4. De helderheid, het contrast en de intensiteit van de kleuren
kunnen worden ingesteld. Als het voertuig in de achteruitrijversnelling is geschakeld en een geluidssignaal wordt geactiveerd als er geen obstakel achter het voertuig aanwezig is:
1. Controleer of de gemonteerde sensoren op de
voorgeschreven hoogte geplaatst zijn (tussen 45 en 60 cm).
2. Controleer of de gemonteerde sensoren in de voorges-
chreven hoek geplaatst zijn. Indien nodig, gebruik bij de montage de speciale ringen om de juiste hoek te bepalen.
3. Controleer of de gemonteerde sensoren op de voorges-
chreven afstand van elkaar geplaatst zijn (< of = 45 cm).
4. Controleer of de sensor ondersteboven
5. Neem steeds één sensor tegelijk los om de mogelijke
defectesensorteidenticeren. Er wordt niets weergegeven op het scherm:
1. Is de voedingskabel juist aangesloten?
2. Is het contact in stand ACC ON gezet?
3. Is de achteruitrijversnelling geselecteerd?
4. Zijn alle draden juist aangesloten?
5. Controleer de juiste functieinstelling van het scherm.
Er wordt iets weergegeven op het scherm zonder dat de achteruitrijversnelling is geselecteerd: Controleer of de voedingskabel van de ECU is aangesloten op de bedrading van de achteruitrijverlichting. Het scherm geeft aan dat er een storing aanwezig is in een sensor:
1. Controleer of het sensoroppervlak schoon is.
2. Controleer of de bedrading van de sensoren juist is
aangesloten op de ECU.
3. Controleer of de bedrading van de sensoren
beschadigd is. De positie van het object komt niet overeen met de indicator op het scherm: Zijn de kabels van de sensoren in de juiste volgorde (A, B) aangesloten op de ECU? Het volume van het waarschuwingssignaal is niet naar uw zin: Stel het volume af op het gewenste niveau. Storingzoeken
Beep&Park_Vision-2011.indd 33 29/12/11 10:2434 35 De afstanden voorgesteld door de parkeerhulpstre- pen komen niet overeen met de weergegeven waarden
1. Controleer of de juiste hoogte van de camera ten
opzichte van de grond in acht is genomen (tussen 45 en 60 cm).
2. Controleer of de camera onder de juiste hoek is
geplaatst ten opzichte van een obstakel op 2,5 m, door te controleren of het obstakel goed in het midden van het scherm wordt weergegeven. Voeg zo nodig stelringen toe om de hoek te corrigeren.
3. Pas de instelling aan de 6 gepresenteerde
4. Draai de camera om zijn as om hem uit te lijnen op
Als het voertuig in de achteruitrijversnelling is geschakeld en een obstakel achter het voertuig wordt niet gedetecteerd door het system:
1. Controleer of de gemonteerde sensoren op de
voorgeschreven hoogte geplaatst zijn (tussen 45 en 60 cm).
2. Controleer of de gemonteerde sensoren in de voorgeschreven
hoek geplaatst zijn. Indien nodig, gebruik bij de montage de speciale ringen om de juiste hoek te bepalen.
3. Controleer of de gemonteerde sensoren op de
voorgeschreven afstand van elkaar geplaatst zijn (< of = 45 cm).
4. Controleer of de sensor ondersteboven
5. Neem steeds één sensor tegelijk los om de mogelijke
defectesensorteidenticeren. De parkeerhulpstrepen verschijnen niet goed parallel op de grond of op de parkeerplaats:
1. Controleer of de juiste hoogte van de camera ten opzichte
van de grond in acht is genomen (tussen 45 en 60 cm).
2. Controleer of de camera onder de juiste hoek is geplaatst
ten opzichte van een obstakel op 2,5 m, door te controleren of het obstakel goed in het midden van het scherm wordt weergegeven. Voeg zo nodig stelringen toe om de hoek te corrigeren.
SimpelGids