SM 914575 - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SM 914575 KETTLER in PDF-formaat.

📄 68 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice KETTLER SM 914575 - page 23
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KETTLER

Model : SM 914575

Categorie : Hometrainer

Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SM 914575 - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SM 914575 van het merk KETTLER.

GEBRUIKSAANWIJZING SM 914575 KETTLER

Functies en bediening van de trainingscomputer

Bedieningshandleiding voor de trainingscomputer met digitale weergave

1. Start zonder voorkennis

U kunt zonder voorkennis met de training beginnen. Op de display worden de diverse informaties weergegeven. Voor een efficiënte training en voor het instellen van uw persoonlijke trainingsprogrammeringen a.u.b. deze bedieningshandleiding doorlezen en de instructies opvolgen. Lees ook de algemene aanwijzingen in de trainingshandleiding. Na inschakelen van het apparaat verschijnt er een volledige displayweergave = segmenttest met een alarmsignaal. Instellen van de tijd Na inschakelen van het apparaat (netaansluiting) of RESET-Start verschijnen alle displayvelden = segmenttest met een geluid- signaal. Daarna wordt kort de tijd weergegeven. De tijd wordt met de toetsen UP en DOWN gewijzigd: eerst het uur UP / DOWN dan met ENTER bevestigen, daarna minuten en weer met ENTER de gekozen tijd bevestigen. Na het inschakelen van het apparaat verschijnt de gebrui- kerweergave (U 0-4) U = USER = gebruiker. Het is mogelijk de gegevens van 4 verschillende personen op te slaan, die bij een volgende start opgeroepen kunnen worden. De individuele training kan dus door 4 verschillende personen, met hun opgeslagen gegevens, over een langere tijd uitgevoerd worden. Met de toets USER kan de gewenste resp. vooraf ingestelde gebruiker gekozen worden. Als u daarna de UP / DOWN knop draait, komt u direct in de programmakeuze in het bovenste dis- playveld. Indien u echter de draaiknop een keer kort indrukt (ENTER), komt u bij het invoeren van de persoonlijke gegevens > geslacht, leeftijd en gewicht. Als gastgebruiker kan U 0 gekozen worden. Voor een training zijn geen persoonlijke programmeringen nodig. De functies MANUAL en PROGRAM zijn voor de gastgebruiker toegankelijk. De getrainde waardes van de gastgebruiker worden niet opges- lagen.

START / STOP Met deze toets start u de training zonder voorprogramme- ringen of na het invoeren van programmeringen bijv. kiezen van een automatisch trainingsprogramma. Nogmaals indrukken van deze toets stopt de telfunctie van de computer. Er kunnen instellingen gewijzigd worden, zonder dat de training onder- broken wordt. Als vervolgens weer op START gedrukt wordt telt de computer na de nieuwe instelling verder. ENTER De ENTER-knop is gecombineerd met de UP / DOWN draaiknop. Door de knop ENTER in te drukken, bevestigt u de door draaien gekozen instelwaardes en functies. Kies door kort indrukken van de ENTER-knop tussen de functies [TIME; DISTANCE, CALORIES en PULSE] zowel voor weergave alsook voor uw persoonlijke instellingen. UP / DOWN De UP / DOWN draaiknop is gecombineerd met de ENTER- knop. Langzaam draaien verandert de instelwaardes staps- gewijs. Door de knop ENTER in te drukken, bevestigt u de door draaien gekozen instelwaardes en functies. – Met de UP / DOWN draaiknop worden geprogrammeerde waardes ingesteld. Daarvoor moet het apparaat zich in de STOP positie bevinden > het veld STOP links onder knippert. – Tijdens de training kan met deze draaiknop het totaalpre- statiebereik verlaagd of verhoogd worden > grafische weergave. – In de voorselectie wordt met UP of DOWN de gewenste gebruikerinstelling (USER) geselecteerd. – De trainingsprogrammakeuze (MANUAL, PROGRAM, USER of H.R.C.) gebeurt ook met UP of DOWN. Door tweemaal kort indrukken van de Enter draaiknop geraakt men in het volgende bedieningsveld. Bijv. van de keuze onder PROGRAM (P06) in de verdere parameterinstellingen voor deze training: TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE. Houdt u de Enter draaiknop langer dan 2 seconden ingedrukt, volgt er een herstart van de trainingscomputer. De trainings- gegevens worden niet opgeslagen. De persoonlijke gebrui- kerinstellingen onder U 1-4 blijven behouden. UP Opwaartse instelling van default-waardes. Door langzaam draaien van de draaiknop naar rechts boven = UP, verhoogt u de instelwaardes van de verschillende fun- cties > [TIME; DISTANCE, CALORIES en PULSE]. DOWN Dalende instelling van default-waardes. Door langzaam draaien van de draaiknop naar links onder = DOWN, verlaagt u de instelwaardes van de verschillende functies > [TIME; DISTANCE, CALORIES en PULSE].24 Functies en bediening van de trainingscomputer

RECOVERY Gebruik de RECOVERY-toets voor het activeren van de herstel- polsfunctie na de training.

Algemeen De display is opgesplitst in vier weergavevelden. 1 In de bovenste regel wordt de status of de keuze van het trainingsprogramma weergegeven en de statusweergave voor leeftijd.

2. Links boven in het veld wordt de actuele gebruiker getoond

(U 0-4) en de gebruikerspecifieke gegevens worden weer- gegeven: geslacht, leeftijd en gewicht. Uit deze invoergegevens berekent de computer tijdens de training de polsslag- en prestatiegegevens.

3. In het grote veld wordt de vermoge-

nomvang grafisch weergegeven (afstandprofiel en u heeft een eenvoudige oriëntering van de trainingsafloop. Één balksegment = gering vermogen; acht balksegmenten boven elkaar = maximaal vermogen.

4. Onder het gebruikersveld en in de hele onderste displayregel

zijn meerdere segmentvelden naast elkaar, waarin de diverse trainingsfuncties getoond worden. Bij programmering van deze functies knippert steeds de functiebeschrijving > bijv. TIME. Na het beëindigen van de training worden de trainingsge- gevens opgeslagen en deze kunnen bij een nieuwe training opge- vraagd worden. De nieuwe gegevens worden dan erbij opgeteld. Trainingsprogramma’s (bovenste displayregel De diverse trainingsprogramma‘s worden via de toetsen UP of DOWN gekozen en met ENTER bevestigd. MANUAL Manuele training Deze instelling kiest men voor een individuele trainingsvol- gorde, waarin de separate functies [TIME, DISTANCE, CALORIES en PULSE] met de hand ingesteld worden (instelling zie > functies). Het afstandprofiel blijft lineair en loopt via de ingestelde tijd van links naar rechts. De weerstand- waarde kan tijdens de training met UP / DOWN verhoogd of verlaagd worden. FITNESS Voorgeprogrammeerd programma voor een fitnesstraining Deze programma-instelling heeft een vaste tijd- en vermogen- programmering en kan niet gewijzigd worden. Aan het einde van de training geeft het programma aan de hand van de berekende polsslaggegevens een waarde voor het trainings- succes. Dat wordt analoog aan de recovery-instelling getoond met F1 als beste waarde en F6 als slechtste waarde. PROGRAM Voorgeprogrammeerd programma voor een training Hier staan 12 vast ingestelde trainingsprogramma’s ter beschikking. Aan de hand van het afstandprofiel kunt u herkennen welke moeilijkheidsgraad de betreffende instelling heeft. H.R.C. Training aan de hand van een doelpolsslag (THR) In deze programma-instelling wordt het vermogen in overeen- stemming met de geprogrammeerde polsslag geregeld. Daarvoor is het noodzakelijk dat de polsslag tijdens de training gemeten wordt. Zie > mogelijkheden voor polsslagmeting. Het programma biedt 3 voorgeprogrammeerde doelwaardes: 55, 75 en 90% van de polsslagwaarde. Polsslagwaarde = 220 minus leeftijd. Bovendien is er nog een variabele doelwaarde mogelijk: “Tag” U kunt in deze instelling de doelwaarde zelf bepalen. Bij bereiken van de polsslagwaarde tijdens de training zendt het apparaat een signaal. USER trainingsprogramma via gebruikerinstellingen (USER = gebruiker) Deze programmakeuze veroorlooft een individuele instelling van het afstandsprofiel. Er moet minstens één voorgeprogram- meerde waarde gekozen worden > [TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE]. Programmeringen (onderste displayregel In de onderste displayregel bevinden zich aparte segment- weergaves met de diverse programmeringen en eenheden. PULSE Polsslag / Hartslagfrequentie Als de polsslag tijdens de training gemeten wordt, knippert het hartsymbool in het seg- mentveld en de polsslagwaarde wordt in harts- lagen per minuut weergegeven. Weergave- bereik: min. 30 en max. 240.25 Als de polsslag doelwaarde tijdens de training bereikt wordt, geeft de computer een alarmsignaal. TIME Trainingstijd In dit veld wordt de trainingstijd in minuten en seconden gemeten. Weergavebereik: min. 00:00 tot max. 99:00. RPM / SPEED Snelheid In dit veld wordt afwisselend (elke 6 seconden de trapfrequentie als RPM (Round per minute = omwentelingen per minuut en SPEED de snelheid in km/h weergegeven. Weergave- bereik: min. 0,0 tot max. 99,9 km/h. DISTANCE Trainingsafstand De afgelegde afstand wordt in km gemeten. De afstandtelling begint met >0< en kan maximaal tot 99,99 km weergegeven worden. De telling gebeurt in 0,01 km stappen = 10 meter. CALORIES Calorieën-, energieverbruik In dit veld wordt het berekende calorieën- verbruik weergegeven. De waarde wordt in de training aan de hand van de weerstand- en tijdmetingen berekend. Weergavebereik: min. 0 tot max. 990. De gegevens dienen echter uitsluitend als een grove richtlijn ter vergelijking van de diverse oefeningen en kunnen niet voor medische doeleinden gebruikt worden. SLAAPSTAND (leeg) Als geen RPM of PULSE gemeten wordt of er binnen 4 minuten geen manuele instellingen plaatsvinden, schakelt het apparaat naar de slaapstand.

4. Persoonlijke trainingsprogrammeringen

Algemeen – Zonder aparte programmeringen tellen de waardes in de diverse functies [TIME; DISTANCE, CALORIES en PULSE] van >0< omhoog. – Voor een zinvolle training is het voldoende bij slechts één functie [TIME; DISTANCE, CALORIES of PULSE] een doel- waarde in te stellen. – Als een persoonlijke doelwaarde als trainingsprogrammering ingesteld wordt, telt de computer vanaf deze waarde terug. Bij het bereiken van de doelwaarde >0< hoort u een signaal. Als daarna, zonder programmering van een nieuwe doel- waarde, verder getraind wordt telt de computer in deze modus na indrukken van de START-toets weer van de geprogram- meerde waarde terug. – Eenmaal ingestelde doelwaardes kunnen tijdens de training niet gewijzigd worden, slechts na indrukken van de STOP- toets. Doelwaardeprogrammering Het instellen van de doelwaardes is bij alle functies hetzelfde: Bijv. DISTANCE

1. Druk op de ENTER-toets totdat in het veld de omschrijving

>DISTANCE< knippert.

2. Door draaien in de richting UP verhoogt u de waarde. Bijv.

DISTANCE in 0,1 km interval.

3. Als u de doelwaarde weer wilt reduceren, draait u in de

DOWN richting. Er wordt weer van de vorige waarde terug- geteld.

4. Als u de doelwaarde ingesteld heeft, druk dan op de ENTER-

toets. De waarde is dan in deze functie opgeslagen en u gaat naar de volgende functie bijv. CALORIES.

5. Programmeer de waarde indien mogelijk slechts in één

functie, omdat de trainingsdoelen elkaar anders overlappen. Bijv. als u het geprogrammeerde tijddoel eerder zou bereiken dan het voorgeprogrammeerde afstandsdoel.

6. De voorgeprogrammeerde waardes in de andere functies

[TIME, CALORIES of PULSE] worden als onder 1-4 beschreven, ook met de toetsen UP, DOWN en ENTER ingevoerd. Na het afsluiten van de programmeringen kunt u met trainen beginnen. Tijdens de training zijn alle actuele waardes naast elkaar af te lezen. De geprogrammeerde waarde wordt tot >0< teruggeteld.

Na inschakelen van het apparaat (zie hoofdstuk 1) en gebrui- kerkeuze (U 0–4) knippert de programmaregel in het bovenste displayveld. U geraakt ook op deze programmaregel in het bovenste dis- playveld door kort indrukken van de START toets, zonder de com- puter te herstarten. – Kies het trainingsprogramma (MANUAL, PROGRAM, H.R.C. of USER) met de draaiknop UP of DOWN en bevestig weer met ENTER. – Als de door u gekozen trainingsmodus MANUAL, PROGRAM of USER is en u een doelwaarde voor de hartslag pro- grammeert, geeft de computer een optisch en akoestisch signaal zodra de actuele waarde van de hartslag de doel- waarde bereikt heeft. Training > MANUAL Manuele training Het afstandsprofiel wordt gelijkmatig in een lijn weergegeven. Alle programmeringen zijn individueel mogelijk. [TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE]. Trainingsbegin door indrukken van de toets START en actief trainen. Met de draaiknop UP en DOWN kan voor het begin of tijdens de training het volledige afstandsprofiel verhoogd of verlaagd worden. Via de inge- stelde trainingstijd (TIME) toont de computer in het afstand- Functies en bediening van de trainingscomputer NL26 Functies en bediening van de trainingscomputer

sprofiel (balkdiagram) van links naar rechts met de knippe- rende balk het trainingsverloop. Als de geprogrammeerde waarde [TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE] bereikt wordt, hoort u 8 seconden lang een akoestisch signaal. De trainings- gegevens worden niet verder geteld. U heeft het trainingsdoel bereikt! Door indrukken van de START-toets kunt u de training weer voortzetten. FITNESS Voorgeprogrammeerd programma voor een fitnesstraining Deze programma-instelling heeft een vaste tijd- en vermogenprogrammering en kan niet gewijzigd worden. Aan het einde van de training geeft het programma aan de hand van de berekende polsslaggegevens een waarde voor het trainingssucces. Dat wordt analoog aan de recovery-instelling getoond met F1 als beste waarde en F6 als slechtste waarde. Training > PROGRAM Voorgeprogrammeerde programma’s voor het trainen In de trainingmodus PROGRAM kunt u tussen 12 verschillende voorgeprogrammeerde trainingsprogramma’s kiezen: Door bewegen van de draaiknop in de richting UP of DOWN schakelt u tussen de programma’s. In de display verschijnt ca. 1 seconden lang het programmanummer (P1-12) dan wordt het afstandsprofiel knipperend weergegeven. Met de toets ENTER bevestigt u de keuze of kies met UP resp. DOWN een ander programma. Als u een programma gekozen heeft kunt u daarbij nog een voor- geprogrammeerde waarde [TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE] invoeren. U komt steeds in de volgende instelmogelijkheid door indrukken van de ENTER toets. Trainingsbegin door indrukken van de toets START en actief trainen. Met de draaiknop UP / DOWN kan voor het begin of tijdens de training het volledige afstandsprofiel verhoogd of ver- laagd worden. Via de ingestelde trainingstijd (TIME) toont de computer in het afstandsprofiel (balkdiagram) van links naar rechts met de knipperende balk het trainingsverloop. Als de voorge- programmeerde waarde [TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE] bereikt wordt, hoort u 8 seconden lang een akoestisch signaal. De trainingsgegevens worden niet verder geteld. U heeft het trai- ningsdoel bereikt! Door indrukken van de START-toets kunt u de training weer voortzetten. Training > H.R.C. Training aan de hand van de doelpolsslag In deze trainingsmodus wordt het afstandprofiel in overeen- stemming met de programmeerwaardes van de gebruiker (U 1-

4) en de gemeten polsslag automatisch aangepast.

Als u met de toetsen START/STOP; UP / DOWN en ENTER de trainingsmodus H.R.C. gekozen heeft, knippert in het PULSE veld het onderste hartsymbool met de waarde 55%. Met de draaiknop heeft u de instelkeuze van 55, 75, 90 % en de individuele instelling van de doelpolsslag „Tag“. De percentageprogrammeringen 55%, 75% en 90% hebben betrekking op de maximale polsslagfrequentie (220 – leeftijd en geeft 3 algemene trainingsintensiteiten voor de fitnesstraining. – 55% van de maximale hartslag (220 – leeftijd) is gelijk aan het instapbereik van de algemene vetverbrandingtraining. Men kan deze programmering ook manueel verhogen naar 65%. – 75% van de maximale hartslag (220 – leeftijd) is gelijk aan27 het bereik voor een algemene fitnesstraining. – 90% van de maximale hartslag (220 – leeftijd) is geschikt voor een korte submaximale belastingintervallen voor ver- mogenverbetering in een intervaltraining. – 5411- De instelling „Tag“ veroorlooft een programmering van een individuele polsslagwaarde als trainingsdoel. Bij over- schrijding van deze ingestelde waarde hoort u een signaal. Na de keuze van de THR-waarde met de ENTER toets bevestigen, u komt dan in de programmeermodus. In deze trainingsmodus is het niet mogelijk tevens een PULSE waarde in te stellen. Alle andere programmeringen kunnen vrij ingesteld worden. [TIME, DISTANCE of CALORIES]. Trainings- beging door indrukken van de toets START en actief trainen. – De computer volgt uw actueel gemeten hartslag in vergeli- jking met de voorgeprogrammeerde doelpolsslag en past het remniveau tijdens de training aan. – als de actuele hartslag lager dan de doelwaarde is, wordt het remniveau elke 30 seconden steeds met 1 niveau verhoogd tot de maximale weerstand of de voorgeprogrammeerde doel- polsslag bereikt is. – Als de actuele hartslag hoger dan de doelwaarde is, wordt het remniveau automatisch verlaagd. Zij wordt elke 15 seconden met 1 niveau verlaagd tot de ingestelde doel- polsslag bereikt is. – Als het remniveau tot 1 gedaald is maar de hartslag na 1 minuut nog steeds hoger dan de doelwaarde is, stopt de com- puter en hoort u een akoestisch signaal ter waarschuwing. – Via de ingestelde trainingstijd [TIME] toont de computer in het afstandsprofiel (balkdiagram) van links naar rechts met de knipperende balk het trainingsverloop. – Als de geprogrammeerde waarde [TIME, DISTANCE of CALORIES] bereikt wordt, hoort u 8 seconden lang een akoestisch signaal. De trainingsgegevens worden niet verder geteld. U heeft het trainingsdoel bereikt! Door indrukken van START kunt u de training weer voortzetten. Training > USER Trainingsprogramma door gebruikerinstelling (USER = gebruiker In de trainingsmodus USER kunt u een eigen afstandsprofiel ont- werpen. De invoer gebeurt via de draaiknop UP / DOWN, om de profielhoogtes in te stellen. Naar de volgende balk gaat u met de knop ENTER; dan weer UP of DOWN voor hoogte etc. Programmeer alle 16 balken. Trainingsbegin door indrukken van de START toets en actieve training. Als u uw eigen afstandsprofiel ontworpen heeft, kunt u daarbij ook de waardes programmeren. Druk daarvoor op de toets START/STOP. Hiervoor drukt u de ENTER toets 2 seconden in. Het TIME segment knippert. U kunt een willekeurige trainingsti- jdwaarde (TIME) door draaien van de UP / DOWN knop ingeven en met de ENTER toets bevestigen. U geraakt daarmee in de afstandinstelling (DISTANCE) etc. Alle programmeringen zijn individueel mogelijk. [TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE]. Er moet minstens een geprogrammeerde waarde gekozen worden. Na instellen van de programmeringen de training beginnen door indrukken van de START toets en actief trainen. Met de toetsen UP en DOWN kan voor en tijdens de training het totale afstandsprofiel verhoogd of verlaagd worden. Via de ingestelde trainingstijd (TIME) toont de computer in het afstandsprofiel (balkdiagram) van links naar rechts met de knip- perende balk het trainingsverloop. Als de voorgeprogram- meerde waarde [TIME, DISTANCE, CALORIES of PULSE] bereikt wordt, hoort u 8 seconden lang een akoestisch signaal. De trai- ningsgegevens worden niet verder geteld. U heeft het trai- ningsdoel bereikt! Door indrukken van de START-toets kunt u de training weer voortzetten. RECOVERY Herstelpolsslagfase De RECOVERY-functie kan na elke training uit- gevoerd worden. Met de RECOVERY-toets activeert men een her- stelpolsmeting aan het einde van de training. Uit de begin- en eindpolsslag van één minuut wordt de afwijking en een conditiecijfer berekend. Bij een gelijke training is de ver- betering van dit cijfer een maatstaf voor de conditieverbetering. Als u de doelwaarde bereikt heeft, de training beëindigen, druk op de RECOVERY-toets en laat daarna de handen op de handsensoren liggen. Bij voorgenoemde polsslagmeting verschijnt in de display 00:60 als tijd en in de PULSE-display knippert de actuele polsslagwaarde. De tijd begint van 00:60 terug te tellen. Laat uw handen op de polssensoren liggen totdat tot >0< teruggeteld is. Rechts in de display wordt een waarde tussen F1 en F6 weergegeven. F1 is de beste en F6 is de slechtste stand. Nogmaals indrukken van RECOVERY beëindigt de functie. Functies en bediening van de trainingscomputer NL28

optional optional Functies en bediening van de trainingscomputer

5. Mogelijkheden voor polsslagmeting

  • De computer heeft verschillende sensoren voor het meten van de hartslag: handsensoren en borstgordel (als accessoire ver- krijgbaar). De herkenningsprioriteit is: borstgordel en hand- sensoren.
  • Als u via de handsensoren wilt werken, doe de borstgordel niet om.
  • Als u met de borstgordel wilt werken, doe de borstgordel om, om met de meting van de hartslag te kunnen beginnen.
  • De geïntegreerde polsslagontvanger is compatibel met onge- codeerde POLAR borstgordelzenders. Bij gecodeerde systemen kunnen foutieve polsslagwaardes getoond worden. Wij adviseren de T34 van POLAR. De polsslagberekening begint als het hart in de display synchroon met uw polsslag knippert. Met oorclip De polsslagsensor werkt met infraroodlicht en meet de wijzigingen in de lichtdoorlatendheid van uw huid, die door uw polsslag opgewekt wordt. Wrijf 10 keer krachtig over uw oorlelletje eer u de sensor aan uw oorlelletje klemt. Vermijd stoorimpulsen.
  • Bevestig de oorclip zorgvuldig aan uw oorlelletje en zoek het beste punt voor de meting (hartsymbool knippert zonder onderbreking).
  • Train niet direct onder een sterke lichtbron zoals bijv. neon- licht, halogeenlicht, spotjes en zonlicht.
  • Sluit schudden en wakkelen van de oorsensor incl. kabel vol- ledig uit. Bevestig de kabel met de klemmetjes aan uw kleding of beter nog aan een hoofdband. Met borstgordel De geïntegreerde polsslagontvanger is compatibel met onge- codeerde POLAR borstgordelzenders. Bij gecodeerde systemen kunnen foutieve polsslagwaardes getoond worden. Wij adviseren de T34 van POLAR. Zie hiervoor de handleiding die bij de borst- gordel geleverd wordt. Een insteekontvanger is niet nodig en mag om technische redenen ook niet gebruikt worden. Met handsensoren Een door de contractie van het hart opgewekte kleine spanning wordt door de handsensoren gemeten en door de computer van een waarde voorzien.
  • Pak de contactvlakken altijd met beide handen vast.
  • Vermijd rukachtig vastpakken.
  • Houd de handen rustig en vermijd contracties en wrijven over de contactvlakken. Opmerking: Er is slechts één manier van polsslagmeting mogelijk: of met oorclip of met handsensoren of met de borstgordel. Bevindt zich géén oorclip in de polsslagbus, zijn de handsensoren actief. Wordt een oorclip in de polsslagbus gestoken, worden de handsensoren automatisch uitgeschakeld. Het is niet noodzakelijk om de stekker van de handsensoren eruit te trekken. Opmerkingen
  • Als gedurende 4 minuten géén signaal naar de computer gaat, schakelt het display automatisch uit en alle voorgaande trai- ningsgegevens worden opgeslagen. Druk op een wille- keurige toets om de computer opnieuw op te starten.
  • Als de display van de computer niet goed functioneert, a.u.b. de stroomverzorging verwijderen en het apparaat opnieuw aansluiten

6. Verwijderen van gebruikte batterijen en accu’s.

Dit symbool attendeert erop dat batterijen en accu’s niet met het normale huisvuil verwijderd mogen worden. De letters Hg (kwikzilver) en Pb (lood) onder de door- gestreepte vuilcontainer geven tevens aan dat de bat- terij / accu een aandeel van meer dan 0,0005% kwikzilver of 0,004% lood bevat. Foutieve verwijdering schaadt het milieu en de gezondheid, mate- riaalrecycling ontziet kostbare grondstoffen. Verwijder na het stilleggen van het product alle batterijen / accu’s en geef ze bij het afgeefpunt voor recycling van batterijen en elektrische en elektronische apparaten af. Informatie over genoemde afgeefpunten kunt u bij uw plaatse- lijke gemeente-instanties, het recyclingbedrijf of het verkooppunt van dit apparaat verkrijgen. Pb29 Trainingshandleiding

Als trainingseffectief wordt door sportgeneeskundige de vol- gende belastingsomvang berekend: De eerste trainingseenheden zouden relatief kort en volgens een intervaltraining moeten worden opgebouwd. Als trainingsef- fectief wordt door sportgeneeskundige de volgende bela- stingsomvang berekend.In geen geval zijn trainingseenheden van 30-60 minuten raadzaam voor beginnelingen.Het debutan- tentraining kan in de eerste 4 weken als volgt ontworpen zijn: Als persoonlijke trainingsdokumentatie kunt U de bereikte trai- ningswaarden in de prestatietabel inschrijven. Voor en na elke trainingseenheid is een 5-min. opwarming res- pectievelijk cool-down gymnastiek raadzaam. Tussen twee trai- ningseenheiden zou een trainingsvrije dag moeten liggen, als later het 3 keer per week training van 20-30 minuten verkiest. In et andere geval spreekt er niets tegen een dagelijks training Trainingsintensiteit Opbouw van de training 3 x per week 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 3 x per week 5 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen

Voor uw veiligheid ■ Raadpleeg alvorens met de training te beginnen uw huisarts en vraag of de training met dit apparaat voor u geschikt is. Zijn diagnose is belangrijk voor het bepalen van de intensi- viteit van uw training. Een verkeerd uitgevoerde of te inten- sieve training kan uw gezondheid negatief beïnvloeden De hometrainer is speciaal voor de vrijetijdssporter ontwikkeld en uitstekend geschikt voor hart- en bloedsomlooptraining. Tips voor de training De training met de hometrainer dient te geschieden volgens een bepaalde methode en de principes van de duurtraining. Door de duurtraining ontstaan veranderingen en aanpassingen van het hart/bloedsomloopsysteem zoals een lagere polsslag in rust en tijdens de training. Hierdoor heeft het hart meet tijd voor het vullen van de hartkamers en voor de doorbloeding van de hartmusculatuur (door de kransslagaders) . Tevens neemt de ademhalingsdiepte en het luchtvolumen, dat kan worden inge ademd, toe (vitale capaciteit). Verdere positieve veranderingen vinden plaats in het stofwisselsysteem. Om deze veranderingen te bereiken, moet men de training volgens bepaalde regels door- voeren. Planning en sturing van de training De basis voor de trainingsplanning is uw actuele lichamelijke prestatievermogen. Met een belastingstest kan uw huisarts uw persoonlijke prestatievermogen bepalen. Dit is de basis voor uw trainingsplanning. Heeft u géén belastingstest uitgevoerd, vermijd dan te allen tijde een hoge trainingsbelasting resp. overbela- sting. Houd bij de trainingsplanning rekening met de volgende basisregels: duurtraining wordt zowel via de belastingomvang als via het belastingniveau / de belastingintensiteit gestuurd worden. M.b.t. belastingintensiteit De belastingintensiteit dient bij een fitnesstraining bij voorkeur via de polsslag gecontroleerd worden. De maximale polsslag per minuut > 220 min leeftijd – mag niet overschreden worden. De optimale trainingspolsslag wordt door leeftijd en trainingsdoel bepaald. Trainingsdoel: vetverbranding / gewichtsvermindering De optimale polsslag wordt volgens de vuistregel (220 – leeftijd) x 0,65 berekend. Aanwijzing: de vetverbranding voor het opwekken van energie wordt pas vanaf een trainingsduur van min. 30 minuten belan- grijk. Trainingsdoel: hart en bloedsomloop fitness De optimale polsslag wordt volgens de vuistregel (220 – leeftijd) x 0,75 berekend. De intensiteit wordt tijdens de training via het remniveau van 1=16 bepaald. Vermijd als beginner een training met een te hoog remniveau, omdat hierbij snel het aanbevolen polsslag- bereik overschreden kan worden. Begin met een laag rem- niveau en werk stap voor stap naar uw optimale trainings- polsslag. Controleer tijdens de training regelmatig of u binnen uw intensiteitbereik volgens bovengenoemde adviezen traint. PolsdiagrammConditie en Vetverbanding

PolsslagLeeftijd Vetverbrandings-polsslag (65 % van Max. pols)