Track Performance - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Track Performance KETTLER in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice KETTLER Track Performance - page 38
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KETTLER

Model : Track Performance

Categorie : Hometrainer

Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Track Performance - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Track Performance van het merk KETTLER.

GEBRUIKSAANWIJZING Track Performance KETTLER

  • Om letsel door foutieve belasting of overbelasting te verhin- deren, mag het trainingsapparaat alleen volgens de handlei- ding bediend worden.
  • Voor het eerste gebruik en vervolgens na ca. 6 gebruiksdagen dient gecontroleerd te worden of de verbindingen nog goed vast zitten.
  • Controleer regelmatig of het trainingsapparaat nog goed functioneert en nog in een goede toestand verkeert.
  • De veiligheidstechnische controles behoren tot de gebruiker- plichten en dienen regelmatig en zorgvuldig uitgevoerd te wor- den.
  • Het veiligheidsniveau van het apparaat kan alleen onder de voorwaarde behouden worden, dat er regelmatig op schade en slijtage gecontroleerd wordt.
  • Defecte of beschadigde onderdelen dienen direct vervangen te worden. Ingrepen aan de elektrische onderdelen mogen al- leen door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden. Ge- bruik uitsluitend originele KETTLER onderdelen.
  • Het apparaat mag tot aan de reparatie niet gebruikt worden.
  • Voor reiniging en onderhoud a.u.b. uitsluitend de KETTLER on- derhoudsset (artikelnr. 07921-000) gebruiken.
  • Raadpleeg voor u met trainen begint uw huisarts of uw ge- zondheid een Training met dit apparaat toelaat. Zijn advies dient als basis voor de opbouw van uw trainingsprogramma. Foutieve of overmatige training kan tot problemen met uw ge- zondheid leiden.
  • De loopband mag alleen voor het doel waarvoor het gecon- strueerd werd gebruikt worden, d.w.z. voor de hardloop- en wandeltraining van volwassen personen.
  • Neem het maximale gebruikergewicht in acht.
  • Train altijd met geplaatste veiligheidssleutel.
  • Maak u bij de eerste trainingseenheden met de bewegingsa- floop met lage snelheid vertrouwd.
  • Bij onzekerheid de handgrepen vastpakken, de loopband via de zijplatformen verlaten en de band stoppen. Belangrijk: neem ook de veiligheidsaanwijzingen in de Montage- en opbouwhandleiding in acht. Veiligheidsschakelaar
  • Bevestig altijd voor elke training de veiligheidssleutel aan de veiligheidsschakelaar en klem de kabel van de veiligheidss- leutel aan uw kleding. Pas de kabellengte aan: bij „struike- len“ dient de veiligheids-schakelaar geactiveerd te worden.
  • De veiligheidsschakelaar werd ontwikkelt om de aandrijving van de band en de hoogteverstelling direct uit te schakelen indien u komt te vallen of als u zich in een noodsituatie be- vindt. Gebruik de veiligheidsschakelaar alleen voor een nood- stop. Om de loopband tijdens de training veilig, comfortabel en volledig onder normale omstandigheden te stoppen, a.u.b. de STOP toets gebruiken.
  • Controleer de veiligheidsschakelaars voor begin van de trai- ning: Ga op de zijplatformen staan en start de band met minimale snelheid. Trek de veiligheidssleutel van de veiligheidsschake- laar. De band moet direct stoppen. Daarna bevestigt u de vei- ligheidssleutel weer aan de veiligheidsschakelaar en de kabel aan uw kleding. Beweeg u op de gestopte band naar achte- ren. De veiligheidssleutel moet van de veiligheidsschakelaar los komen. De kabel moet nog stevig aan uw kleding vastzit- ten. Daarna bevestigt u de veiligheidssleutel weer aan de vei- ligheids-schakelaar. Loopbandbeveiliging Een ongecontroleerd gebruik van de loopband door derden kan door verwijderen van de veiligheids-sleutel vermeden wor- den. Bewaar de veiligheidssleutel zorgvuldig en verhinder dat kinderen bij de veiligheidssleutel kunnen komen! VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN NL39

DISPLAY Symbool Hellingshoek Symbool Snelheid Symbolen User 1 tot 4 Symbool Loopbandonderhoud Symbool Aanwijzing voor PC Modus / USB Symbool ME “ik“ Cool Down “uitlopen” Recovery Berekening van het conditiecijfer Symbool Veiligheidsschakelaar Weergave polsslag in bpm (beat per minute = slagen per minuut) Weergave leeftijd Weergave hellingshoek in % Weergave Trainingsafstand in km of mijlen Weergave Snelheid in km/h of mph Weergave Energieverbruik in kilocalorieën Weergave Programmeerbereik Verdeling Trede Leeftijd 10-99 XX 1 Tijd 10:00 ~ 99:00 min XX:XX 01:00 Trainingsafstand 1.0~50.0 km(metrisch), 0.6~30.0 miles(Engels) XX.X 0.2 MAX. SPEED max: 18km/h(metrisch),11mph(Engels) XX.X 0.5 MAX.INCLINE max: 12% XX 1 Doelpolsslag 70~210 bpm XXX 1 WEERGAVEWAARDES Tijdens het programmeren Weergave Weergavebereik Verdeling Trede Tijd Normaal : 00:00~99:59 tot 99min 59sec, dan 01:40~18:00 vanaf 1uur 40min. PC mode : 00:00~99:59 tot 99min 59sec, dan 01:40~15:40 vanaf 1uur 40min XX:XX 1 Trainingsafstand 0.00~9.99km(metrisch), 0.00~9.99mi(Engels) tot 9.99(km/mi) 10.0~99.9km(metrisch), 10.0~99.9mi(Engels) vanaf 10(km/mi) X:XX XX.X

ENTER Bevestiging van programma’s en waardes CURSOR (+) (–) Keuze van programma’s en waardes USER Het doorlopen programma onder een USER opslaan HOME Terug naar programmakeuze INCLINE (+) (–) Hellingshoekinstelling DIRECT INCLINE (4%, 8%, 12%) Directe hellingshoekkeuze SPEED (+) (–) Snelheidsinstelling DIRECT SPEED (4/2.5; 8/5; 12/7.5) Directe snelheidskeuze START / RECOVERY Start de band / start de conditiecijferberekening STOP Stopt de band41

HELLINGSHOEKINSTELLING Met de INCLINE toets (+) wordt de hellingshoek met 1 % verhoogd. Met de INCLINE toets (-) wordt de hellingshoek met 1 % verlaagd. Langer indrukken van deze toetsen leidt tot een automatische waar- dedoorloop. Met de DIRECT INCLINE toetsen 4%, 8%, 12% voor hellingshoek kunt u de hellingshoek direct instellen. Uit veiligheidsoverwegin- gen kan de hellingshoek alleen manueel ingesteld worden. Een uit- zondering zijn de programma’s met hellingshoekprofielen en de HRC programma’s (hartfrequentiecontroleprogramma) evenals de PC-modus. Hier wordt de hellingshoek automatisch ingesteld. SNELHEIDSINSTELLING Met de SPEED toets (+) wordt de snelheid tijdens de training met 0,1 km/h (mph) verhoogd. Met de SPEED toets (-) wordt de snelheid tijdens de training met 0,1 km/h (mph) verlaagd. Langer indrukken van deze toetsen leidt tot een automatische waar- dedoorloop. Met de DIRECT SPEED toetsen (4,0 km/h / 2,5 mph), (8,0 km/h / 5,0 mph) en (12 km/h / 7,5 mph) voor de snelheid kunt u de snelheid direct instellen. PROGRAMMAKEUZE Na het inschakelen of na het beëindigen van een programma kunt u met de CURSOR toetsen en de ENTER toets een programma kie- zen. Er staan 8 programma’s met onderprogramma’s ter beschik- king. PROFIELSEGMENTEN Bij de keuze van de programma’s (voor begin van de training) wor- den de profielen voor hellingshoek en snelheid ruimtelijk weerge- geven. De hellingshoekprofielen worden in de linker en de snelheidsprofielen in de rechter computerhelft weergegeven. Tijdens de training worden links de hellingshoekwaardes en rechts de snel- heidswaardes over de beschikbare segmenten verdeeld. Daardoor kan het bij de weergave tot een vervalsing van het profiel komen. De actuele positie van de gebruiker knippert. RECOVERY Als tijdens de training een polsslagsignaal voorhanden is, activeert u met de RECOVERY toets de herstelpolsslagmeting. De loopband wordt tot stilstand gebracht. De belastings- en een minuut later de herstelpolsslag worden gemeten en een conditiecijfer berekend. Bij gelijke training is de verbetering van dit cijfer een indicatie van uw conditieverbetering. In het trainingsafstandveld wordt de belastingspolsslag P1 en in het calorieënveld de herstelpolsslag P2 getoond. Na ca. 16 se- conden wisselt de computer naar de pauzemodus. Het conditie- cijfer wordt in het snelheidsveld rechts onder getoond. Berekening van het conditiecijfer: Cijfer = 6 –

P1= Belastingpolsslag, P2 = Herstelpolsslag 1,0 = Zeer goed F6,0 = Onvoldoende Stand-by Vermogenopname in de Stand-by modus < 0,5Watt. Wordt tijdens het stilstaan van de band de Stand-by toets ingedrukt of is een onder systeemwijzigingen gedefinieerde tijd verstreken, schakelt de loopband naar Stand-by. Door indrukken van de Stand-by toets kan de loopband weer ge- activeerd worden. PAUZE Wordt de STOP toets tijdens de training ingedrukt, wordt het pro- gramma onderbroken en de pauzemodus geactiveerd. Tijdens de pauzemodus functioneren alleen de START en de STOP toets. Wordt tijdens de pauzemodus de START toets ingedrukt, start de loopband weer en neemt de snelheid aan die voor de pauzefunctie geactiveerd werd. De trainingswaardes worden verder opgeteld vanaf het punt waar het onderbroken werd. Wordt tijdens de pauzemodus drie minuten lang geen toets of de STOP toets ingedrukt, wordt het programma beëindigd en de trai- ningsstatistiek getoond. Als u de trainingstatistiek wilt overslaan, drukt u simpelweg op de STOP toets. CALORIEËNBEREKENING De calorieënberekening is een richtwaarde. Deze wordt rechts boven op de computer getoond. De berekende waarde is niet me- disch onderlegd. POLSSLAGMETING De loopband is met een handsensoren uitgerust. Om een goede polsslagmeting te waarborgen, dienen beide handsensoren stevig en volledig met de handen vastgepakt te worden, zonder daarbij de handen te bewegen. Bewegingen van de handen kunnen tot storingen leiden. Het polsslagveld heeft ca. 5 tot 15 seconden nodig om uw actuele polsslag te tonen. De loopband beschikt ook over een ingebouwde POLAR compati- bele hartfrequentieontvanger. Om het kabelloze polsslagsysteem te kunnen gebruiken, dient u een borstgordel voor het zenden van de hartfrequentie te dragen. De borstgordel voor het zenden van de hartslagfrequentie is niet bij deze loopband inbegrepen. Wij ad- viseren de POLAR borstgordel T34. Deze is als accessoire bij de vakhandel verkrijgbaar. Denk er a.u.b. aan dat sommige materialen die in uw kleding ge- bruikt worden (bijv. polyester, polyamide), statische ladingen op- wekt en mogelijk een betrouwbare polsslagmeting verhindert. Denk er ook aan dat mobiele telefoontjes, televisies en andere elektri- sche apparaten die een elektromagnetisch veld vormen, mogelijk ook problemen bij de polsslagmeting kunnen veroorzaken. SYMBOOL LOOPBANDONDERHOUD Als het symbool loopbandonderhoud getoond wordt, dient u de loopband een onderhoudsbeurt te geven zoals in de montage- handleiding beschreven. FOUTMELDINGEN Tijdens het gebruik worden bij fouten bij de aansturing diverse mel- dingen op de computer getoond. De foutmeldingen kunnen door uitschakelen en inschakelen van de netschakelaar teruggezet wor-42

den. Verschijnt daarna de foutmelding weer, dient u met de ser- viceafdeling contact op te nemen. USB De USB-bus bevindt zich aan de achterzijde van het console. Via deze interface is een gegevenswisseling met een PC door middel van KETTLER software (WORLD TOURS 1.0 Artikelnr. 07926-800) mogelijk. GEBRUIK INSCHAKELEN Schakel eerst het apparaat in. De AAN/UIT schakelaar voor de loopband bevindt zich naast de netkabel aan de voorzijde onder de motorkap. Duw de schakelaar in de “AAN“ positie. VEILIGHEIDSSLEUTEL Controleer voor elke training het functioneren van de veiligheids- schakelaar. Bevestig de veiligheidssleutel aan de veiligheidsscha- kelaar en de kabel aan uw kleding. Is de veiligheidssleutel niet aan de veiligheidsschakelaar bevestigd, wordt het symbool veilig- heidsschakelaar op de computer getoond.

BEGINNEN MET TRAINEN

Voor het opstappen en afstappen altijd de handgrepen vastpak- ken. Voor begin van de training op de zijplatformen van de loopband gaan staan. Het apparaat nooit aanzetten terwijl u op het loopvlak staat. Begin uw training met een langzame snelheid en verhoog dan de snelheid resp. de hellingshoek. Loop zoveel mogelijk in het midden van het loopvlak. Houdt uw lichaam en uw hoofd tijdens de training altijd naar voren gericht. Probeer nooit u op de loopband om te draaien terwijl de band nog beweegt. TRAININGSPROGRAMMA’S Manueel programma Nadat het apparaat ingeschakeld en de veiligheidssleutel geplaatst is, drukt u op de START toets. De loopband wordt na ca. 3 secon- den met 0,8 km/h (0,5 mph) gestart. U kunt de snelheid of de hellingshoek tijdens de training te allen tijde verhogen / verlagen. Om de training te beëindigen drukt u op de STOP toets. Bij een manuele start van de training worden de velden trainings- afstand en trainingstijd opgeteld. Het manuele programma is een training zonder tijdlimiet. Het trainingsprogramma kan aan het einde niet opgeslagen worden.

1. Schakel het apparaat in.

2. Veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kleding

van de gebruiker bevestigen.

3. Druk op de START toets om met de training te beginnen.

PROGRAMMAKEUZE De gebruiker heeft de mogelijkheid tussen diverse programma’s te kiezen. Volgende programma’s kunnen gekozen worden: P1 : Hellingshoekprogramma: met 6 verschillende profielen P2 : Snelheidsprogramma: met 6 verschillende profielen P3 : Calorieënprogramma P4 : Afstandprogramma P5 : HRC Hellingshoekprogramma: met 2 verschillende profielen P6 : HRC Snelheidsprogramma: met 2 verschillende profielen P7 : User programma – 4 individuele profielen P8 : RACE programma: wedstrijd met 4 opgeslagen programma’s (User programma) Na de keuze van een programma kan de gebruiker programme- ringen invoeren. De voorgeprogrammeerde waarde knippert en toont aan dat u deze kunt bevestigen of wijzigen. Zodra u uw waardes ingegeven en bevestigd heeft, kunt u met de training op de loopband beginnen.

P1 : HELLINGSHOEKPROGRAMMA: MET 6 PROFIELEN

U kunt onder „P1: Hellingshoekprogramma“ tussen zes verschil- lende profielen kiezen. U kunt de snelheid of de hellingshoek tijdens de training te allen tijde verhogen / verlagen. De tijdprogramme- ring wordt in het veld teruggeteld en de afgelegde afstand opge- teld.

1. Schakel het apparaat in.

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P1: Hellingshoekprogramma” met de cursortoetsen kiezen

en met Enter bevestigen.

4. Tijdprogrammering bevestigen (Enter) of wijzigen (cursortoet-

5. Een profiel kiezen (cursortoetsen) en met Enter bevestigen.

7. Enter toets indrukken om met de training te beginnen.

8. De training kan te allen tijde met de STOP toets onderbroken

worden, hervatten van de training is binnen 3 minuten moge- lijk.

9. Aan het einde kunt u het doorlopen programma opslaan (toets

USER) met de cursortoetsen een User 1 tot 4 kiezen en met Enter bevestigen. P1 : Hellingshoekprofiel 1 P1 : Hellingshoekprofiel 243

U kunt onder „P2: Snelheidsprogramma“ tussen zes verschillende profielen kiezen. U kunt de snelheid of de hellingshoek tijdens de training te allen tijde verhogen / verlagen. De tijdprogrammering wordt in het veld teruggeteld en de afgelegde afstand opgeteld.

1. Schakel het apparaat in.

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P2: Snelheidsprogramma“ met de cursortoetsen kiezen en

met Enter bevestigen.

4. Tijdprogrammering bevestigen (Enter) of wijzigen (cursortoet-

5. Een profiel kiezen (cursortoetsen) en met Enter bevestigen.

6. Maximale snelheid bevestigen (Enter) of wijzigen (cursortoet-

7. Enter toets indrukken om met de training te beginnen.

8. De training kan te allen tijde met de STOP toets onderbroken

worden, hervatten van de training is binnen 3 minuten moge- lijk.

9. Aan het einde kunt u het doorlopen programma opslaan (toets

USER), met de cursortoetsen een User 1 tot 4 kiezen en met Enter bevestigen. P2 : Snelheidsprofiel 1 P2 : Snelheidsprofiel 2 P2 : Snelheidsprofiel 3 P2 : Snelheidsprofiel 4 P2 : Snelheidsprofiel 544

P2 : Snelheidsprofiel 6

P3 : CALORIEËNPROGRAMMA

Bij dit programma kunt u de snelheid of de hellingshoek tijdens de training te allen tijde verhogen / verlagen. Het dient voor een op- timale vetverbranding. Het aantal calorieën wordt op de computer rechts boven weergegeven en teruggeteld.

1. Schakel het apparaat in.

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P3: Calorieënprogramma„ met de cursortoetsen kiezen

en met Enter bevestigen.

4. Calorieënprogrammering bevestigen (Enter) of wijzigen (cur-

5. Enter toets indrukken om met de training te beginnen.

6. De training kan te allen tijde met de STOP toets onderbroken

worden, hervatten van de training is binnen 3 minuten moge- lijk.

7. Een COOL DOWN (afkoelen) van 4 minuten wordt na pro-

gramma-einde ingeleid (kan door de STOP toets afgebroken worden).

8. De trainingswaardes kunnen na programma-einde niet opges-

lagen worden. P4: AFSTANDPROGRAMMA Bij dit programma kunt u de snelheid of de hellingshoek tijdens de training te allen tijde verhogen / verlagen. Hier wordt de trai- ningsafstand programmering in het veld teruggeteld.

1. Schakel het apparaat in.

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P4: Afstandprogramma„ met de cursortoetsen kiezen en

met Enter bevestigen.

4. Trainingsafstand programmering bevestigen (Enter) of wijzigen

5. Enter toets indrukken om met de training te beginnen.

6. De training kan te allen tijde met de STOP toets onderbroken

worden, hervatten van de training is binnen 3 minuten moge- lijk.

7. Een COOL DOWN (afkoelen) van 4 minuten wordt na pro-

gramma-einde ingeleid (kan door de STOP toets afgebroken worden).

8. De trainingswaardes kunnen na programma-einde niet opges-

U kunt onder „P5: HRC Hellingshoekprogramma„ tussen twee voor- geprogrammeerde profielen kiezen. De gebruiker heeft de moge- lijkheid het programma op basis van zijn maximale doelpolsslag individueel in te stellen. De loopband stelt automatisch in het pro- gramma de hellingshoek in om de doelpolsslag van de gebruiker te bereiken en te behouden. Tijdens de training kan de gebruiker de snelheid of de hellingshoek manueel wijzigen. Om het hartslagcontroleprogramma te kunnen gebruiken, moet de gebruiker een borstgordel dragen.

1. Schakel het apparaat in.

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P5: HRC Hellingshoekprogramma„ met de cursortoetsen

kiezen en met Enter bevestigen.

4. Leeftijdprogrammering bevestigen (Enter) of wijzigen (cursor-

5. Tijdprogrammering bevestigen (Enter) of wijzigen (cursortoet-

6. Een profiel kiezen (cursortoetsen) en met Enter bevestigen.

7. Max. doelpolsslag bevestigen (Enter) of wijzigen (cursortoet-

8. Enter toets indrukken om met de training te beginnen.

9. De training kan te allen tijde met de STOP toets onderbroken

worden, hervatten van de training is binnen 3 minuten moge- lijk. 10.Aan het einde kunt u het doorlopen programma opslaan (toets USER), met de cursortoetsen een User 1 tot 4 kiezen en met Enter bevestigen. P5 : Polsslagprofiel 1 P5 : Polsslagprofiel 2

P6 : HRC SNELHEIDSPROGRAMMA: MET 2 PROFIELEN

U kunt onder „P6: HRC Snelheidsprogramma„ tussen twee voor- geprogrammeerde profielen kiezen. De gebruiker heeft de moge- lijkheid het programma op basis van zijn maximale doelpolsslag individueel in te stellen. De loopband stelt automatisch in het pro- gramma de snelheid in om de doelpolsslag van de gebruiker te bereiken en te behouden. Tijdens de training kan de gebruiker de snelheid of de hellingshoek manueel wijzigen. Om het hartslagcontroleprogramma te kunnen gebruiken, moet de gebruiker een borstgordel dragen.

1. Schakel het apparaat in.45

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P6: HRC Snelheidsprogramma“ met de cursortoetsen kie-

zen en met Enter bevestigen.

4. Leeftijdprogrammering bevestigen (Enter) of wijzigen (cursor-

5. Tijdprogrammering bevestigen (Enter) of wijzigen (cursortoet-

6. Een profiel kiezen (cursortoetsen) en met Enter bevestigen.

7. Max. doelpolsslag bevestigen (Enter) of wijzigen (cursortoet-

8. Enter toets bevestigen om met de training te beginnen.

9. De training kan te allen tijde met de STOP toets onderbroken

worden, hervatten van de training is binnen 3 minuten moge- lijk. 10.Aan het einde kunt u het doorlopen programma opslaan (toets USER), met de cursortoetsen een User 1 tot 4 kiezen en met Enter bevestigen. P6 : Polsslagprofiel 1 P6 : Polsslagprofiel 2 Aanwijzing hartslagcontroleprogramma: Wordt de hartslag niet geregistreerd, wordt uit veiligheidsoverwe- gingen de snelheid tot 0,8km/h(metrisch), 0.5MPH(Engels) terug- gebracht. P7 : USER PROGRAMMA (4 INDIVIDUELE PROGRAMMA’S) De gebruiker heeft de mogelijkheid een opgeslagen programma / profiel te trainen en opnieuw op te slaan. Het trainingsprogramma moet compleet doorlopen zijn om het onder User 1-4 op te slaan. U kunt in het User programma tussen persoon 1-4 kiezen.

1. Schakel het apparaat in.

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P7: User programma“ kunt u met de cursortoetsen kiezen

en met Enter bevestigen.

4. Een PERSOON (1-4) kan gekozen worden (cursortoetsen). Druk

op de ENTER toets om te bevestigen.

5. Afhankelijk van de eerder opgeslagen training moet nog de

tijd of de trainingsafstand bevestigd (Enter) of gewijzigd wor- den (cursortoetsen).

6. Enter toets indrukken om met de training te beginnen.

7. Aan het einde kunt u het doorlopen programma opslaan (toets

USER), met de cursortoetsen een User 1 tot 4 kiezen en met Enter bevestigen. P8 : RACE PROGRAMMA: WEDSTRIJD MET 4 OPGESLAGEN PRO- GRAMMA’S (USER PROGRAMMA) U kunt onder „P8: RACE programma“ een wedstrijd met een van de 4 opgeslagen programma’s (User programma) kiezen. U kunt de snelheid tijdens de training te allen tijde verhogen of verlagen. Er wordt tijd- of afstandprogrammering afhankelijk van de vooraf opgeslagen training in het veld teruggeteld. Het trainingseinde wordt met een COOL DOWN beëindigd.

1. Schakel het apparaat in.

2. De veiligheidssleutel aan de loopband en de clip aan de kle-

ding van de gebruiker bevestigen.

3. Het „P8 : RACE programma“ met de cursortoetsen kiezen en

met Enter bevestigen.

4. Tegenstander (een keuze uit het User programma) bevestigen

(Enter) of wijzigen (cursortoetsen).

5. Enter toets indrukken om met de training te beginnen.

6. De training kan te allen tijde met de STOP toets onderbroken

worden, hervatten van de training is binnen 3 minuten moge- lijk.

7. Een COOL DOWN (afkoelen) van 4 minuten wordt na pro-

gramma-einde ingeleid.

8. Een WIN gewonnen - of een LOSE verloren - wordt aan het

9. Aan het einde kunt u het doorlopen programma opslaan (toets

USER), met de cursortoetsen een User 1 tot 4 kiezen en met Enter bevestigen. SYSTEEMWIJZIGING De submenu-punten Unit (metrisch/Engels), LCD en controller ver- sie, totale looptijd, totaal loopvermogen, zoemer (aan/uit) en Stand-by tijd instellen, kunnen zelfstandig bewerkt worden. De LCD en controller versie, totale looptijd, totaal loopvermogen kunnen alleen gelezen en niet gewijzigd worden. Om systeemwijzigingen uit te voeren moet u zich in de program- makeuze bevinden. Druk minstens 2 seconden lang op de SPEED toets (-), nu bent u in het systeemwijzigingmenu. De instelmodus kan te allen tijde weer zonder een wijziging met de STOP toets verlaten worden. Het wisselen naar andere submenu-punten wordt door indrukken van de SPEED toets (-) of SPEED toets (+) gerealiseerd.46

1) Wisselen tussen metrisch en Engels systeem -

De computer toont “UNit“. Druk op START om tussen KM en MI te wisselen. Druk op STOP om te bevestigen en het menu te verlaten. De meeteenheid voor snelheid en afstand worden overeenkomstig gewijzigd.

2) LCD en controller versie lezen

3) Lezen van de totale looptijd in uren

4) Lezen van het totale loopvermogen (km of mijlen)

5) Zoemer in- of uit schakelen

Druk simpelweg op START om de zoemer in of uit te schakelen. De computer wisselt vervolgens naar de programmakeuze modus.

6) instellen voor Stand-by

DDruk op START om daarna de uitschakeltijd met de toets Speed (+) of toets Speed(-) in te stellen. Opnieuw indrukken van START bevestigt de waarde.

SAMENVATTING VAN DE MELDINGEN/AAN-

WIJZINGEN IN HET LCD-SCHERM

Geslacht keuze (M= man, F= vrouw) in het programma: „P8: RACE programma“ Resultaat RACE programma Aanwijzing: apparaat schakelt naar Stand-by PC-Mode Afstellen van de hellingshoek noodzakelijk (a.u.b. contact opne- men met de klantenservice) Loopband moet op korte termijn een onderhoudsbeurt krijgen Veiligheidssleutel niet geplaatst48 Trainingshandleiding

Trainingshandleiding Het lopen is een zeer efficiënte vorm van conditietraining. Met de loopband kunt u onafhankelijk van het weer een gecontroleerde en gedoseerde looptraining thuis uitvoeren. De loopband is niet al- leen geschikt voor joggen, maar ook voor gewoon lopen. Voordat u begint met trainen, dient u onderstaande aanwijzingen zorgvul- dig door te lezen! Planning en sturing van uw looptraining De basis voor uw trainingsplanning is uw actuele lichamelijk con- ditie. Met een belastingtest kan uw huisarts uw persoonlijke conditie vaststellen, die als basis voor uw trainingsplanning dient. Heeft u geen belastingtest gedaan, vermijd dan in elk geval een hoge trai- ningsbelasting resp. overbelasting. Let op onderstaande basisre- gel voor uw planning: duurtraining wordt zowel via de belastingomvang als via het belastingniveau / -intensiteit gestuurd. Richtwaardes voor een duurtraining Belastingintensiteit De belastingintensiteit wordt bij een duurtraining bij voorkeur via de hartslagfrequentie gecontroleerd. Maximale polsslag: met een maximale belasting wordt het bereiken van een individuele maximale polsslag bedoeld. De maximaal be- reikbare polsslag is van de leeftijd afhankelijk. Hier geldt de vuist- regel: de maximale polsslag per minuut is gelijk aan 220 slagen min de leeftijd. Voorbeeld: leeftijd 50 jaar > 220 - 50 = 170 slagen/min. Belastingpolsslag: De optimale belastingintensiteit wordt bij 65-75% van het indivi- duele hartvermogen / bloedsomloopvermogen bereikt (zie dia- gram). 65% = trainingsdoel vetverbranding 74% = trainingsdoel verbeterde conditie Afhankelijk van de leeftijd verandert de waarde. De intensiteit wordt tijdens de training met de loopband enerzijds via de loopsnelheid en anderzijds via de hellingshoek van het loopvlak geregeld. Met stijgende snelheid wordt de lichamelijke belasting verhoogd. Deze wordt ook verhoogd als de hellingshoek groter wordt. Vermijd als beginner een te hoog looptempo of een training met een te grote hellingshoek van het loopvlak, omdat daarbij snel het aanbevolen polsslagbereik overschreden kan wor- den. U dient uw individueel looptempo en de hellingshoek bij het trainen met de loopband zo te kiezen, dat u uw optimale polsslag volgens de bovengenoemde criteria bereikt. Controleer tijdens het lopen met behulp van uw polsslag of u binnen uw intensiteitbereik traint. Belastingomvang De duur van een trainingseenheid en het aantal trainingen per week: de optimale belastingomvang is bereikt als u langere tijd Polsdiagramm Conditie en Vetverbanding

Vetverbrandings-polsslag (65 % van Max. pols) Conditie polsslag(75 % van Max. pols)Maximale polsslag(220 – Leeftijd) met 65-75% van de individuele hart-/ bloedsomloopvermogen kunt trainen. Vuistregel: Beginners moeten niet met trainingseenheden van 30-60 minuten beginnen. Een training van beginners kan in de eerste 4 weken met intervallen ontworpen zijn: Warm up Voor aanvang van elke trainingseenheid dient u 3-5 minuten met langzaam stijgende belasting warm te lopen om uw hart en blo- edsomloop en uw spieren “op gang” te brengen. Cool down Even belangrijk is het zogenaamde “afkoelen”. Na elke training dient u nog 2-3 minuten langzaam uit te lopen. De belasting van uw verdere duurtraining dient in principe eerst via de belastingomvang verhoogd te worden, bijv. dagelijks 20 minu- ten i.p.v. 10 minuten trainen of wekelijks i.p.v. 2x, 3x trainen. Naast de individuele planning van uw duurtraining kunt u op de in de trainingscomputer van de loopband geïntegreerde trainings- programma terugvallen. Of uw training na enkele weken het gewenste effect bereikt heeft, kunt u op volgende manier vaststellen:

1. U bereikt een bepaalde duurtraining met minder hart- en blo-

Trainingsintensiteit Opbouw van de training 3 x per week 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 3 x per week 5 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen

week Trainingsintensiteit Trainingsduur Dagelijks 10 min. 2–3 x per week 20 – 30 min. 1–2 x per week 30 – 60 min.49

edsomloopvermogen dan voorheen.

2. U houdt een bepaalde duurtraining met gelijk hart- en bloed-

somloopvermogen langer vol.

3. U herstelt na een bepaalde hart- en bloedsomloopvermogen

sneller dan voorheen. Aanwijzingen voor polsslagmeting met handsensoren De contractie van het hart wekt een lage spanning op en wordt door de handsensoren gemeten en door de computer weergege- ven.

  • Pak de contactvlakken altijd met beide handen vast
  • Vermijd rukkend vastpakken van de sensoren
  • Houd de handen rustig en vermijd contracties en wrijven over de sensoren. Bijzondere trainingsaanwijzingen: De bewegingsafloop van het lopen is iedereen bekend. Toch dient u te letten op enkele punten bij het lopen:
  • Altijd voor de training controleren of het apparaat stevig staat en géén mankementen vertoond.
  • Stijg altijd op of van het apparaat als de loopband volledig stil staat en houd daarbij de handgrepen vast.
  • Bevestig voor het starten van de loopband de kapel van de bandstop-veiligheidssleutel aan uw kleding.
  • Train met geschikte loopschoenen.
  • Het lopen op een loopband onderscheidt zich van lopen op een normale ondergrond. Daarom dient u zich met langzaam lopen op de loopband voor te bereiden op een looptraining.
  • Houd u tijdens de eerste trainingseenheden aan de handgrepen vast om ongecontroleerde bewegingen, die een val tot gevolg kunnen hebben, te vermijden. Dit geldt vooral voor de bedie- ning van de computer tijdens de looptraining.
  • Beginners dienen de hellingshoek van het loopvlak niet in een te hoge positie te verstellen om overbelasting te vermijden.
  • Loop indien mogelijk met een gelijkmatig ritme.
  • Train uitsluitend in het midden van de loopband.50 Información para su seguridad: