Vitto XL - Hometrainer KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Vitto XL KETTLER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Vitto XL KETTLER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Vitto XL - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Vitto XL van het merk KETTLER.
GEBRUIKSAANWIJZING Vitto XL KETTLER
Bedieningshandleiding voor de trainingscomputer met digitale weergave
ST2510-8 / ST2550-8, -9 / ST2551-8

text_image
KETTLER ZEIT / TIME 88:88 KILOJOLLE 88.8 KM Ø KM/H 88.8.8 0 0:0.0 Ø RPM MAX Ø PULSE 188 188 188 ELECTRONIC CONTROL CARDIO FITNESS - SET + RECOVERY
text_image
ZEIT / TIME 1 88:88 R F C 0 0:0.0 7 KiloJoule 2 88.8 KM 0 0:0.0 Ø KM/H Ø RPM MAX Ø PULSE 88.8 188 188 % 188 3 4 5 6Symbolen op de display

flowchart
graph TD
A["ZEIT / TIME"] --> B["RE"]
B --> C["KM"]
C --> D["∅ KM/H"]
D --> E["e"]
D --> F["d"]
D --> G["e"]
H["KILOJOULE"] --> I["RE"]
I --> J["KM"]
J --> K["∅ RPM"]
K --> L["Max"]
L --> M["PULSE"]
M --> N["∅"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style H fill:#ccf,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#cff,stroke:#333
style L fill:#ffc,stroke:#333
style M fill:#cfc,stroke:#333
Uitrusting:
Waardes:
- Tijd 0:00 - 99:59 [min:sec]
- Energieverbruik 0 - 9999 Totaal aantal kilometers (odometer) [0 - 9999 km]
- Snelheid 0 - 99,9 [km/h] Afstand 0 - 99,9 [km]
- Trapfrequentie 20 - 199 [omwentelingen/min] Pedaalomwentelingen
- Percentage Verhouding: actuele polsslag – maximale polsslag
- Polsslag 50 - 199 [slagen/minuut]
- Groot veld Kamertemperatuur [0 - 40°] Conditiecijfer [F1.0 - F6.0]
Symbolen:
a. REC Herstelpolsslag
b. SCAN Automatische gegevenswisseling
c. Pijlen Actueel veld op het grote weergaveveld
d. KM Totaal aantal kilometers
e. Doorsnede Slagfrequentie + polsslag
f. LO Niet halen van de laagste polsslagwaarde
g. HI Overschrijden van de hoogste polsslagwaarde
h. Hart Knippert synchroon met de hartslag
i. Procentteken % van de geprogrammeerde maximale polsslag
j. Muzieknoot Akoestische maximale polsslag bewaking
k. MAX Overschrijding van de maximale polsslag
Toetsen:
Min-toets Waardes verlagen (weergaveveld terug)
Set-toets Functietoets [programmeren, wisselen, terug-zetten (reset) van het weergaveveld]
Plus-toets Waardes verhogen (weergaveveld vooruit)
Recovery-toets Functietoets [opvragen conditiecijfer]
Aansluitingen (voor)
Bus (4-polig) voor de handsensoren (niet bij Racer en Cross-bike)
Bus (2-polig) voor de snelheidsmeter
Batterijenvak 2 batterijen: Mignon 1,5 Volt, LR6, AA
1.0 Weergaven voor de training
- Kamertemperatuur Afbeelding 1 [voor en na de training]
- Volledige weergave Afbeelding 2 [na trappen of indrukken van een toets, 1 sec.]
- Totaal aantal kilometers Afbeelding 3 [weergave duurt 10 seconden of toets]
- Startveld Afbeelding 4

text_image
21°C ZEIT / TIME 88:00 KILOJULE 88.8.8 KM Ø KIMH Ø RPM MAX Ø PULSE 88.8.8 188 188 % 188Afbeelding 1 Kamertemperatuur
Afbeelding 2 Volledige weergave

text_image
odo 0.0KM
text_image
ZEIT / TIME 0:00 KLOJOULE 0 KMH 0.0 0-00 0-00 RPM PULSE 0 PAfbeelding 3 Totaal aantal kilometers
Afbeelding 4 Startveld
2.0 Polsslagmeting
Deze weergave biedt twee, resp. drie mogelijkheden voor polsslagmeting:
- Met de handsensoren (niet bij Racer en Crossbike)
- Met de oorclip
- Met een borstgordel (als accessoire bij de vakhandel verkrijgbaar)
Polsslagmeting met de handsensoren
De handen omvatten de handsensoren.
Polsslagmeting met de oorclip
Wrijf over een oorleletje om de doorbloeding te stimuleren.
Bevestig de oorclip aan het oorleletje.
Polsslagmeting met de borstgordel
Doe de borstgordel om.
Raadpleeg de handleiding die erbij geleverd wordt.
Polsslagweergave
U heeft het startveld (afbeelding 4) ingesteld.
Het hartsymbool (h) knippert synchroon met uw hartslag.
Na enkele seconden wordt de polsslag als waarde weergegeven (6).
3.0 Training zonder programmering van trainingsgegevens
Start uw training. Alle waardes tellen op.
4.0 Training met programmering van trainingsgegevens
Instellen van tijd (1), kilojoule (2), afstand (3) en polsslag (6).
U heeft het startveld (afbeelding 4) ingesteld. Druk op de Set-toets, u komt in de programmeermodus en met de + of - toets kunt u de gewenste waarde ingeven.
Drukt u langere tijd op de +/- toets, lopen de programmeerwaardes sneller vooruit of terug.
Drukt u tegelijkertijd op de +/- toetsen, springt de waarde naar "OFF" terug.
Met de Set-toets bereikt u het volgende programmeerveld.
Na het programmeren van de polsslag verlaat u met de Set-toets de programmeermodus en ziet u het veld met de eventuele programmeringen (afbeelding 16/17).
Drukt u langer op de set-toets, springt het veld naar volledige weergave (resetfunctie) (afbeelding 2).
Opmerking
Geeft u gedurende 4 minuten géén waardes in, springt de computer op kamertemperatuur (afbeelding 1).

text_image
ZEIT / TIME OFF ZEIT / TIME 18:00 18:00Afbeelding 5 Afbeelding 6

text_image
KLOJICOLE 270 270 10.0 KM 10.0Afbeelding 7 Afbeelding 8
Afbeelding5: Tijdprogrammering begint met "OFF"
Afbeeldingó: Tijdprogrammering: bijv. 18 minuten
Afbeelding7: Energieverbruikprogrammering: bijv. 270 kilojoule
Afbeelding8: Afstandprogrammering: bijv. 10 km
De juiste trainingspolsslag
De trainingspolsslag is afhankelijk van leeftijd en trainingsdoel. Er be- staat voor elke leeftijd en elk trainingsdoel een "juiste" zogenaamde aë- robe zone, die door een bovenste en onderste polsslaggrens (+/- 10 slagen) gekenmerkt wordt. De trainingspolsslag dient altijd binnen deze aërobe zone te liggen. De maximale polsslagfrequentie (220 min leeftijd) mag niet overschreden worden. Gezonde personen kunnen zich aan on- derstaand diagram oriënteren (zie ook 4.2).

line
| leeftijd | polsslag /minuut | | -------- | ---------------- | | 20 | 180 | | 30 | 160 | | 40 | 140 | | 50 | 120 | | 60 | 100 | | 70 | 80 | | 80 | 60 | | 90 | 40 | | 100 | 20 |Polsslag programmeermogelijkheden
Het schema toont het verloop van de polsslagprogrammering

Met de Set-toets roept u na elkaar 2 programmeervelden op:
- Leeftijd [age] (afbeelding 9/10)
- Polsslagzones: vetverbranding [Fa 65%] (afbeelding 12) conditie [Fi 75%] (afbeelding 13)
4.1 Leeftijdprogrammering / alarmsignaal aan/uit
De leeftijdprogrammering dient voor het berekenen van uw maximale polsslag.

text_image
AGE > OFF MAX PULSE 100% --
text_image
AGE > OFF MAX PULSE 100% --Afbeelding 9
Géén programmering "Off". Inschakelen van het alarmsignaal: +/- to-etsen tegelijk indrukken.
Afbeelding 10
Géén programmering "Off" met "muzieknoot". Bij overschrijden van de maximale polsslag hoort u een alarmsignaal.
Als u uw leeftijd invoert, verschijnt in het polsslagveld (6) de van de leeftijd afhankelijke maximale polsslag (formule: 220 - leeftijd) (afbeelding 11). Wordt een leeftijd tot 21 jaar ingegeven kan alleen 199 als maximale polsslag getoond worden, er wordt echter met de juiste waarde gerekend.

text_image
AGE > 31 MAX PULSE 188% 189Afbeelding 11
Leeftijdprogrammering bijv. 31 met maximale polsslag weergave 189
4.2 Polsslagzones
Met de +/- toetsen kunt u 2 zones kiezen. Het invoeren van de leeftijd dient voor het berekenen van deze polsslagzones. Deze wordt in het %-veld (5) getoond.
- Vetverbranding [Fa 65%] (afbeelding 12)
Formule: (220 - leeftijd) x 0,65
- Conditie zone [Fi 75%] (afbeelding 13)
Formule: (220 - leeftijd) x 0,75

text_image
FA▶ 123 MAX PULSE 65% 189
text_image
F1 > 142 MAX PULSE 75% 189Afbeelding 12 Afbeelding 13
Polsslagzone: vetverbranding met 65% Polsslagzone: conditie met 75%
Functie
Door het invoeren van de polsslagzone en de overgenomen maximale polsslag wordt een polsslagzone bewaking geactiveerd. Is de geprogrammeerde trainingspolsslag 11 slagen te laag, verschijnt het woord "LO", bij overschrijding met 11 slagen ziet u "HI". De "LO" bewaking is actief als voor de eerste keer de geprogrammeerde trainingspolsslag d.m.v. trappen bereikt wordt. Valt het aantal omwentelingen onder 20, wordt de "LO" functie weer door bereiken van de geprogrammeerde trainingspolsslag geactiveerd. De "HI" bewaking is altijd actief.
Wordt de maximale polsslag met 1 slag overschreden, knippert "HI" en verschijnt het woord "MAX". Als het "akoestische alarm" geactiveerd is, hoort u ook een alarmsignaal. De waarde, die met het %-symbool weergegeven wordt, is de vergelijking tussen de actuele polsslag en de maximale polsslag.
4.3 Polsslagbewaking (leeftijdonafhankelijk)
Deze kunt u met de +/- toetsen invoeren in een bereik van 40 - 188.

text_image
OFF PULSE
text_image
150 PULSE 150Afbeelding 14 Afbeelding 15
Géén programmering "OFF" Polsslagprogrammering bijv. 150 met HI LO symbool.
Functie
De "HI" en "LO" weergave functioneert zoals onder 4.2 beschreven.
De procentuele polsslagweergave en de akoestische alarmfunctie zijn niet beschikbaar.
4.4 Afsluiten programmering
Druk na de laatste programmering op de Set-toets, uw programmeringzwaarden
behalve polsslag – worden weergegeven (afbeelding 16).
Heeft u een polsslagzone geactiveerd, wordt onder (5) de vergelijking van de actuele
Polsslag en de maximale polsslag of “--” (afbeelding 17) bij een ontbrekend polsslagsignaal weergegeven.

text_image
ZEET / TIME 10:00 KLOJOLLE 270 KM 10.0 10-00 10-00 RPM 0 PULSE P
text_image
ZEIT / TIME 10:00 KLOJOULE 270 KW 10.0 | RPM 10-00 PULSE 0 --% PAfbeelding 16 Afbeelding 17
Polsslagzone programmering (zie ook afb. 12/13)
Functie
Begin met trappen. Alle geprogrammeerde waardes tellen terug, knippert bij nul een paar seconden en telt dan vanaf de geprogrammeerde waarde verder op. Tevens zijn korte alarmsignalen hoorbaar.
Stijgt uw polsslag over de geprogrammeerde polsslaggrens of overschrijdt uw maximale polsslag, wordt eerst het HI-symbol en vervolgens het MAX-symbol weergegeven.
5.0 Weergave tijdens de training
Start u met trainen, vindt elke 5 seconden een automatische gegevenswisseling SCAN (symbool b in het veld) plaats. Met de set-toets kunt u dit uitschakelen. Met de +/- toetsen kunt u dan een weergaveveld vooruit of terug springen.
6.0 Weergave vóór de training, bij trainingsonderbreking, - einde
Trapt u met minder dan 20 omwentelingen/min, herkent de computer een trainingsonderbreking. De automatische gegevenswisseling stopt. Het symbool SCAN verdwijnt. Onder km/h (3), RPM (4) en polsslag (5) wordt met een doorsnede-symbool (e) de gemiddelde waarde weergegeven.
Hervat u de training niet binnen 4 minuten, wisselt het veld naar kamertemperatuur (afbeelding 1). Daarbij wordt de afstand bij het totaal aantal kilometers opgeteld. Alle andere waardes worden niet opgeslagen.
Opmerking
Snelheid (3) en afstand (3) wisselen elke 5 seconden.
Met de +/- toetsen kunt u een weergaveveld vooruit of terug springen.
Met de set-toets komt u weer in de programmeermodus. Daarbij worden alle eerdere trainingsgegevens gewist. Programmeringen blijven behouden.
7.0 Weergave bij voortzetting van de training
Ga verder met de training. De waardes tellen verder.
8.0 Herstelpolsmeting
De trainingscomputer is met een herstelpolsfunctie uitgerust. Deze maakt het mogelijk bij trainingseinde uw herstelpolsslag te meten. Druk aan het einde van uw training op de recovery-toets. De actuele polsslag wordt onder tijd (1) getoond (afbeelding 18). De computer meet 59 seconden terugtellend uw polsslag (afbeelding 18). Daarna wordt de actuele polsslag onder kilojoule (2) getoond en onder km/h (3) wordt het verschil van de polsslagwaardes tijdens de teruglopende tijd weergegeven en een conditiecijfer met (F) getoond (afbeelding 19). De berekening wordt onder 9.0 algemeen verklaard. Wordt de polsslagmeting onderbroken, wordt in plaats van een waarde (P) weergegeven. Drukt u dan op de recovery-toets, verschijnt weer het actuele trainingsveld.
De actuele polsslag wordt altijd onder polsslag (6) weergegeven.

text_image
130 -- -- 0-5.9 0-3.9 PULSE 130 105 25 F 2.3 PULSE 105Afbeelding 18 Afbeelding 19

text_image
130 -- -- E PULSE P EAfbeelding 20 Afbeelding 21
Afbeelding 18: herstelpolsmeting met teruglopende tijd (0:59 - 0:00)
Afbeelding 19: weergave conditiecijfer
Afbeelding 20: géén polsslagherkenning (E) bij herstelpolsmeting
Afbeelding 21: géén herstelpolsfunctie (E)
Opmerking:
Wordt géén polsslagwaarde weergegeven, wordt de herstelpolsfunctie niet uitgevoerd.
9.0 Algemeen
Snelheidsberekening
60 pedaalomwentelingen geven een snelheid van 21,3 km/h.
Bij crosstrainers:
60 pedaalomwentelingen geven een snelheid van 9,5 km/h.
Kilojouleberekening
De berekening is gebaseerd op het middelste belastingniveau en verandert alleen door variatie van de trapfrequentie.
Uit sportmedisch oogpunt geeft:
Fietsen volgend energieverbruik: 1 uur fietsen met 24 km/h verbruikt 1680 kJ - 1 kilometer is 70 kilojoule.
Crosstraining volgend energieverbruik: 1 uur crosstrainen met 9,5 km/h verbruikt 3344 kJ – 1 kilometer is 352 kilojoule.
Conditiecijferberekening
De computer berekent en geeft een waarde aan het verschil tussen belastingpolsslag en herstelpolsslag en uw hieruit resulterend "conditieciijfer" met de volgende formule:
$$ \text { Cijfer } (F) = 6 - \left[ \frac {1 0 \times (P 1 - P 2)}{P 1} \right] ^ {2} $$
P1 = belastingpolsslag P2 = herstelpolsslag
Cijfer 1 = zeer goed Cijfer 6 = onvoldoende
De vergelijking van belasting- en herstelpolsslag is een eenvoudige en snelle mogelijkheid uw lichamelijke conditie te controleren. Het conditiecijfer is een oriënteringswaarde voor uw herstelvermogen na lichamelijke inspanning. Eer u de herstelpolstoets indrukt en uw conditiecijfer opvraagt, dient u langer tijd d.w.z. minstens 10 minuten binnen uw trainingsbereik te trainen. Bij regelmatige cardio-training zult u constateren dat uw "conditiecijfer" verbetert.
Berekening van de gemiddelde waarde
Voor het berekenen van de gemiddelde waarde van snelheid, pedaalom-wentelingen en polsslag worden alle trainingseenheden meegeteld totdat een "reset"-functie gebruikt wordt of de "temperatuur" weergave verschijnt.
Aanwijzingen voor polsslagmeting
De polsslagberekening begint als het hart in het veld synchroon met uw hartslag knippert.
Met handsensoren (niet bij Racer en Crossbike)
Pak na het indrukken van de recovery-toets weer snel de handsensoren vast, anders wordt de polsslagmeting onderbroken.
Vermijd stoorimpulsen
Een door de contractie van het hart opgewekte lage spanning wordt door de handsensoren gemeten en door de computer een waarde gegeven.
- Pak de contactvlakken altijd met beide handen vast.
• Vermijd rukachtig vastpakken. - Houd de handen stil en vermijd contracties en wrijven op de contactvlakken.
Met oorclip
De polsslagsensor werkt met infrarood licht en meet de wijzigingen in de lichtdoorlatendheid van uw huid, die door uw hartslag opgewekt wordt. Wrijf 10 keer krachtig over uw oorleletje om de doorbloeding te bevorderen, voordat u de oorclip aan uw oorleletje bevestigt.
Vermijd stoorimpulsen
- Bevestig de oorclip zorgvuldig aan uw oorleletje en zoek het beste punt om de hartslag te meten (hartsymbool knippert zonder onderbreking).
- Train niet rechtstreeks onder sterk licht bijv. neonlicht, halogeenlicht, spotjes, zonlicht.
- Sluit schudden en wakkelen van de oorsensor inclusief kabel volkomen uit. Bevestig de kabel met de klemmetjes aan uw kleding of nog beter aan een hoofdband.
Met borstgordel
Raadpleeg hiervoor de bij de borstgordel meegeleverde handleiding.
Storingen bij de polsslagweergave
Controleer de batterijenspanning van de computer en de borstgordel.
Computerstoringen
Noteer de kilometerstand. Bij merkwaardig gedrag van de computer de batterijen verwijderen, de batterijenspanning controleren en de batterijen weer terug plaatsen. De opgeslagen totaal aantal kilometers gaan bij een batterijenwisseling verloren.
10. Trainingshandleiding
Voor uw veiligheid
Raadpleeg voor u begint met trainen uw huisarts of training met dit apparaat voor u geschikt is. Zijn diagnose dient als basis voor de opbouw van uw trainingsprogramma. Foutieve of te intensieve training kan uw gezondheid negatief beïnvloeden.
Dit apparaat is speciaal voor recreatie sporters ontwikkeld. Het is uitermate geschikt voor cardio-training.
De training dient methodiek volgens de basisregels van een duurtraining opgebouwd te worden. Daardoor vinden vooral veranderingen en aanpassingen aan het hart en het bloedsomloopsysteem plaats, zoals het dalen van de polsslag in rust en de belastingpolsslag.
Daardoor heeft het hart meer tijd om de hartkamers te vullen en voor de doorbloeding van de hartspieren (door de kransslagaders). Tevens neemt de ademhalingsdiepte en het luchtvolume die ingeademd kan worden toe (vitale capaciteit). Verdere positieve veranderingen vinden in de stofwisseling plaats. Om deze positieve veranderingen te bereiken, dient men de training volgens bepaalde richtlijnen te plannen.
Trainingsintensiteit
De intensiteit wordt bij het trainen met dit apparaat enerzijds via de trapfrequentie en anderzijds via de trapweerstand geregeld. De trapweerstand bepaalt de trainende persoon met de remkrachtverstelling aan het stuur. Let er voortdurend op dat u de intensiteit niet de hoog instelt om overbelasting te vermijden. Foutieve of te intense training kan uw gezondheid negatief beïnvloeden.
Controleer daarom tijdens de training aan de hand van uw polsslag of u de trainingsintensiteit correct bepaald heeft. Voor een geschikte polsslag geldt de vuistregel:
180 min leeftijd
Daaruit volgt, dat bijv. een persoon van 50 jaar zijn duurtraining met een hartslag van 130 dient uit te voeren.
Trainingsadviezen op basis van deze berekening worden door talrijke erkende sportartsen als correct beschouwd. Dien ten gevolge dient u de trapfrequentie en de trapweerstand voor de training zo te bepalen, dat u uw optimale polsslag volgens bovengenoemde vuistregel bereikt.
Deze adviezen gelden echter uitsluitend voor gezonde personen en gelden niet voor personen met aandoeningen aan het hart en de bloedsomloop!
Belastingomvang
Een beginner verhoogt geleidelijk de belastingomvang van zijn training. De eerste trainingseenheden dienen relatief kort en met intervallen opgebouwd te zijn.
Als trainingseffectief wordt in de sportgeneeskunde de volgende belastingfactoren geacht:
Trainingseenheden Trainingsduur
Dagelijks 10 min
Train als beginner géén trainingseenheden van 30-60 minuten. Trainingsintensiteit Opbouw van de training
1 ^c week
3 x per week 2 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minuten trainen
2 ^e week
3 x per week 3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
2 minuten trainen
3° week
3 x per week 4 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
3 minuten trainen
4 ^e week
3 x per week 5 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
1 minuut pauze voor gymnastiek
4 minuten trainen
Voor het vastleggen van uw persoonlijke trainingswaardes kunt u de hiernaast afgebeelde tabel gebruiken.
Voor en na elke trainingseenheid dient ca. 5 minuten gymnastiek uitgevoerd te worden voor het opwarmen en afkoelen van de spieren. Tussen twee trainingseenheden dient een trainingsvrije dag te liggen, als u later 3 x per week 20-30 minuten wilt gaan trainen. Verder zijn er géén bezwaren tegen een dagelijkse training.
De bewegingsafloop bij crosstraining is door de elliptische rotatie van de treeplanken en de lagering van de greepstangen reeds voorgegeven. Toch dient u nog op enkele punten te letten:
■ Controleer voor de training op een correcte opbouw en stevige stand van het apparaat.
Bij het opstappen dient één treeplank zich in de onderste positie te bevinden en de andere in de bovenste positie. Pak met beide handen de greepstangen vast en stap eerst op de onderste treeplank. Bij het afstappen eerst de voet van de bovenste treeplank afhalen.
Stel de treeplanken in op een voor u optimale afstand tot de greepstangen; let daarbij op voldoende ruimte tussen uw benen en de greepstangen.
■ Train met geschikte sportschoenen en let erop dat u daarmee stevig op de treeplanken staat.
■ Train niet met losse handen. Houdt u liever vast aan de greepbeugel tussen de greepstangen als u alleen uw bovenlichaam wenst te trainen.
■ Let op een gelijkmatige, ronde bewegingsafloop.
■ Varieer tijdens de training tussen voorwaartse en rugwaartse bewegingen, zodat u de been- en bilspieren op diverse manieren gebruikt.
Bij regelmatige training kunt u uw conditie, uw kracht en daarmee ook uw welbehagen verbeteren. Het succes van uw training wordt door een gezondheidsbewuste levenswijze geoptimaliseerd, die door een uitgebalanceerde, volwaardige voeding bepaald wordt.
Datum Zwaarte van Afstand Tijd P1 P2 Waardde training (km) (min) cijfer