GML 24 VCD - Cd-speler/recorder BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GML 24 VCD BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GML 24 VCD BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cd-speler/recorder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GML 24 VCD - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GML 24 VCD van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GML 24 VCD BOSCH
Veiligheidsvoorschriften
4 LETOP Lees alle voorschriften. Als de vol-gende voorschriften nicht in acht wor-den genomen, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben. Het hierna gebrukke begrip „elektrisch apparaat" heeft betrekking op elektrische apparaten voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische apparaten voor gebruik met een accu (zonder nets- noer).
In deze gebruiksaanwijzing worden de radiolader ook als elektrisch gereedschap of oplaadapparaat aangeduid.
Bewaar deze voorschriften goed.
1) Werkomgeving
a) Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot oncevallen leiden.
b) Gebruik het elektrische apparaat Niet op een gemakkelijk brandbare ondergrond (zoals papier of textiel) of in een brandbare omgeving. Vanwege de optredende verwarming bestaat brandgevaar.
a) De aansluitstekker van het elektrische apparaat moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geoarde elektrische apparaten. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
b) Gebruik de kabel Niet voor een verkeerd doel, om het elektrische apparaat te dragen of op te hangen, of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van把它, olie, scherpe randen en bewegende delen van het elektrische apparaat. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
c) Als u buitenshuis met elektrisch apparaat werkt, dient u alleen verlangkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Als u een voor gebruik buitenshuis geschikte verlangkabel gebruikt, beperkt u daardoor het risico van een elektrische schok.
d) Sluit elektrische apparaten die buitenshuis worden gebrukt aan via een aardlekschakelaar.
e) Sluit het elektrische apparaat aan op een volgens de voorschriften geaard stroomnet. Het stopcontact en de verlengkabel要去en een goed werkende aardeaansluiting hebben.
f) Houd het elektrische apparaat uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in een oplaadapparaat vergroot het risico van een elektrische schok.
g) Laad geen accu's van andere fabrikanten op. Het elektrische apparaat is alleen geschikt voor het opladen van Bosch-accu's (NiCd/NiMH) met een spanning:tussen 12 en 24V Anders bestaat brand- en explosiegevaar.
h) Houd het elektrische apparatus schoon. Door verruiling bestaat gevaar voor een elektrische schok.
i) Controller voor elk gebruik elektrisch apparaat, kabel en stekker. Gebruik het elektrische apparaat Niet als u een beschadigging hebt vastgesteld. Open het elektrische apparaat Niet zich en LAST het alleen door gekwalificeerd personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen repareren. Beschadigde elektrische apparaten, kabels en stekkers vergroten het risico van een elektrische schok.
3) Service
a) Laat het elektrische apparaat alleen repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de verilgheid van het elektrische apparaat in stand blijft.



Functiebeschrijving

Lees alle voorschriften. Als de vol-gende voorschriften nicht in acheit worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Functie-elementen
De onderdelen van het gereedschap zijn genummerdzoals op de afbeelding van het elektrische gereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Draaggreep
2 Afscherming voor geinteggreerd stopcontact
3 Luidspreker
4 Display
5 Bedieningseenheid
6 Aan/uit-schakelaar
7 Toets klankinstelling „Bass/Treble"
8 Toets equalizer-voorinstelleningen
9 Toets klankfunctie Bosch-sound
10 Cd-lade (GML 24 V-CD)
11 Cd-uitwerptoets (GML 24 V-CD)
12 Toets STOP/START-PAUSE (cd-functionie) (GML 24 V-CD)
13 Toets volgende track (cd) en geheugenplaats kiezen (radio) (GML 24 V-CD)
14 Draaiknop zenderkeuze (radio) en snel vooruit/achteruit (cd) (GML 24 V-CD)
15 Toets mono- en stereoweergave
16 Toets cd-afspeelmodus REPEAT/ RANDOM (GML 24 V-CD)
17 Toets zenders opslaan (radio) en programme's opslaan (cd) (GML 24 V-CD)
18 Toetsijdinstelling
19 Toets wijziging urenaanduiding
20 Toets wijziging minutenaanduiding
21 Volumeregelaar
22 Toets CD/AUX/Radio FM/Radio AM (GML 24 V-CD)
23 Toets AUX/Radio FM/Radio AM (GML 24 V)
24 Draaiknop zenderafstemming (GML 24 V)
25 Toets geheugenplaats vooruit (GML 24 V)
26 Toets geheugenplaats achteruit (GML 24 V)
27 Indicatie klankfunctie „Bosch-sound"
28 Indicatie equalizer-voorinstelling
29 Indicatieijd
30 Indicatie stereo-ontvangst
31 Indicatie frequentie/volume (radio) en afspeeltijd cd-track (GML 24 V-CD)
32 Indicatie tracks in willekeurige volgorde aftspelen (random) (GML 24 V-CD)
33 Indicatie track herhalen (repeat) (GML 24 V-CD)
34 Indicatie temperatuurwaarschuwing
35 Indicatie opladen
36 Indicatie accu geplaatst
37 Indicatie Frequentiebereik FM
38 Indicatie frequentiebereik AM (middengolf)
39 Indicatie geluidsbron cd (GML 24 V-CD)
40 Indicatie keuze aux-geluidsbron
41 Indicatie geheugenplaats (radio) en tracknummer (cd) (GML 24 V-CD)
42 Indicatie geheugenfunctie
43 Stopcontacten
44 Aansluiting externe geluidsbron (AUX)
45 Zekering 12 V-aansluiting
46 Aansluiting voor 12 V-stekker
47 Vergrendelingshendel accuvakdeksel
48 Accuvakdeksel
49 Oplaadschacht
50 Accu
51 Batterijvak voor AAA-batterijen
52 Sprietantenne
53 Afstandsbediening
54 Toets geluidsvolume hoger
55 Toets start/pauze (GML 24 V-CD)/toets PRESET (GML 24 V)
56 Toets vooruit
57 Toets achteruit
58 Toets geluidsvolume lager
59 Toets in- en uitschakelen
60 Toets functiemodus
61 Toets dempen
62 Sluiting
Niet elk afgebeeld en beschreiben toebehoren worden standaard meegeleverd.

Technische gegevens
| Radiolader GML 24 V | PROFESSIONAL | GML 24 V-CD PROFESSIONAL | |
| Zaaknummer 3 601 D29 4.. 3 601 D29 5.. | |||
| Bedrijfsspanning radio/cd V 12-24 12-24 | |||
| Tuner | |||
| Frequentiebereik FM MHz 87,9-107,90 87,9-107,90 | |||
| Frequentiebereik AM kHz 520-1710 520-1710 | |||
| Cd-speler | |||
| Laserklasse - 1 | |||
| Overdrachtsbereik kHz - 20-20000 | |||
| Versterker | |||
| Uitgangsvermogen (sinus) W 10 10 | |||
| Oplaadapparaat | |||
| Toegestane accu's NiCd/NiMH NiCd/NiMH | |||
| Oplaadspanning accu | |||
| (automatische spanningsherkenning) V 12-24 12-24 | |||
| Laadstroom snelladen A 1,2 1,2 | |||
| Laadstroom druppelladen, ca. mA 60 60 | |||
| Toegestaan oplaadtemperatuurbereik °C 0-60 0-60 | |||
| Oplaadtijd bij accuspanning/capaciteit, ca. | |||
| 1,2 Ah min 70 70 | |||
| 1,4 Ah min 80 80 | |||
| 1,7 Ah min 100 100 | |||
| 2,0 Ah min 120 120 | |||
| 2,4 Ah min 140 140 | |||
| 2,6 Ah min 150 150 | |||
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 kg 8,5 8,5 | |||
| Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het radio-oplaadapparaat. De handelsbenamingen van sommige radio-oplaadapparaten können afwijken. | |||
Gegevens gelden voor nominale spanningen [U] 230/240 V. Bij lagere spanningen en bij per land verschillende uitvoeringen können deze gegevens afwijken.

Dit oplaadapparaat met radio brengt laserstralen van laserklasse 1 volgens EN 60825 voort. Bij gebruik volgens bestemming van het oplaadapparaat met radioন er geen bevaren door de laserstralen te verwachten.
Gebruik
Inbedrijfname
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron要去 overeenkomen met de geveens op het typeplaatje van het radio-oplaadapparaat. Met 230 V aangeduide radio-oplaadapparaten kunnen ook met 220 V worden gezruikt.
Het radio-oplaadapparaat kan met een in de oplaadschacht 49 geplaatste accu ook zonder aan-sluiting op het stroomnet worden gebruikt. Zie hier-voort het gedeelte „Accu opladen".
Als u het radio-oplaadapparaat wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-schakelaar 6.
Bij het inschakelen van het radio-oplaadapparaat wordt het display 4 verlicht en wordt de modus (FM, AM, aux of cd) geactiveerd die bij het uitschakelen ingesteld was.



Als u een groter volume wilt instellen, draaat u de volumeregelaar 21 met de wijzers van de klok mee. Het gekozen volume worden enkele seconden in het indicatieveld 31 (VOL 00-20) weergegeven.
Als u een kleiner volume wilt instellen, draait u de volumeregelaar 21 gegen de wijzers van de klok in.
Als u het radio-oplaadapparaat wilt uitschakelen, drukt u de aan/uit-schakelaar 6 opnieuw in.
Tijd instellen
Als de stekker in het stopcontact worden gestoken of de accu in de oplaadschacht worden geplaatst, worden het radio-oplaadapparaat in de standby-modus geschakeld. Het display geeft als vrij „12:00" aan. Ga als volgt te werk om de correcte vrij in te stellen.
Druk op de knop voor de tijsinstelling 18. De individatie voor deijd 29 knippert.
Druk zo vaak op de toets voor het wijzigen van de urenaanduiding 19 tot het correcte aantal uren worden weergegeven. U kunt de toets ook ingedrukt honden tot het correcte aantal uren worden weergegeven.
Druk zo vaak (of zo lang) op de toets voor het wijzigen van de minutenaanduiding 20 tot het correcte aantal这段时间 wordt weergegeven.
Druk opnieuw op de knop voor de tijsinsteling 18. Een geluidssignaal bevestigt de{nieuwe instelling.
Ook als het elektrische apparaat uitgeschakeld is, loopt de ingestelde tijd door met behulp van de AAA-batterijen.
Programming van de automatische uitschakeling
De radiolader kan zo worden ingesteld dat deze na een vooraf ingestelde vrij automatisch worden uitgeschakeld.
Houd de toets voor de tijsinstelling 18 drie se-
conden lang ingedrukt tot op de individatie tijd 29
het symbool „:“ knippert.
Druk op de toets voor de wijziging van de uren-aanduiding 19 om te kiezen uit een van de Vooraf ingestelde uitschakeltijden in stappen van 30 minuten (_-2:00^u, 1:30^u 1:00^u 30^ ,OFF^ )
Druk bij de gewenste uitschakeltijd nogmaals op de toets voor de tijsinstelling 18. Een geluidssignaal bevestigt de gewenste instelling.
Druk op de toets voor de wijziging van de minu-tenaanduiding 20 om de resterendeijd tot aan het uitschakelen van de radiolader aan te ge-ven.
Wanneer de radiolader voor het aflopen van de uitschakelijk met de aan/uit-schakelaar 6 worden uitzgeschakeld, worden de instelling van de automatische uitschakeling gewist.
Radiofungtie
GML 24 V: Druk op de toets AUX/Radio FM/Radio AM 23 tot in het display de individatie FM 37 of de individatie AM 38 (middengolf) worden weergegeven.
GML 24 V-CD: Druk op de toets CD/AUX/Radio FM/Radio AM 22 tot in het display de individatie FM 37 of de individatie AM 38 (middengolf) worden weergegeven.
Antenne aansluiten
Het radio-oplaadapparaat worden met een gemonteerde sprietantenne 52 geleverd. Draai de sprietantenne in de richting waarin u de Beste ontvangst bereikt.
Zenders instellen
Stel het volume laag in voordat u een radiozender instelt.
Draai de draaiknop voor de zenderafstemming 14 (GML 24 V-CD) resp. 24 (GML 24 V) kort met de wijzers van de klok mee om de freuquentie in stappen van 0,05 MHz (frequentiebereik FM) of 10kHz (frequentiebereik AM) te verhogen. De gekozen freuquentie worden in het indicatieveld 31 aangegeven.
Draai de draaiknop voor de zenderafstemming 14 (GML 24 V-CD) resp. 24 (GML 24 V) kort gegen de wijzers van de klok in om de freiagentie in stappen van 0,05 MHz (frequentiebereik FM) of 10kHz (frequentiebereik AM) te verlagen. De gekozen freiagentie worden in het individatieveld 31 aangegeven.
Draai de draaiknop voor de zenderafstemming 14 (GML 24 V-CD) resp. 24 (GML 24 V) en houd de knop in deze stand, om het automatisch zoeken aan zenders te starten. De tuner Zoekt automatisch maar de volgende zender met goede ontvangsteigenschappen.
Als het apparaat in de directe omgeving van zen-dinstallaties of zendapparatuur wordt gebruikt, kan de radio-ontvangst nadelig worden beinvloed.
Zenders opslaan
U kurz 20 FM-zenders en 10 AM-zenders vooraf instellen en opslaan.
Stel het volume laag in voordat u een radiozender instelt.
Stel het gewenste freiorentiebereik FM of AM in.
Stel de zender in met de draaiknop voor de zen derafstemming 14 (GML 24 V-CD) of 24 (GML 24 V).


Druk op de knop voor het opslaan van zenders 17. In het display knippert de indicateie voor de geheugenfunctie 42 en voor de geheugenplaats 41. Druk op de toets voor het kiezen van de geheugenplaats 25 of 26 (GML 24 V) resp. 13 (GML 24 V-CD) om het nummer van de gewenste geheugenplaats te kiezen.
Druk op de knop voor het opslaan van zenders 17. Een geluidssignaal bevestigt de instelling.
Opgeslagen zenders kiezen
Stel het volume laag in voordat u een radiozender instelt.
Stel het gewenste frequentiebereik FM of AM in.
Druk op de toets voor het kiezen van de geheugenplaats 25 of 26 (GML 24 V) resp.13 (GML 24 V-CD) om het nummer van de gewenste geheugenplaats te kiezen.
Cd-functie (GML 24 V-CD)
Druk op de toets CD/AUX/Radio FM/Radio AM 22 tot in het display de individatie CD 39 worden weergegeven.
Cd inleggen en afspelen
Druk op de uitwerptoets 11 om de lade 10 maar buiten te bewegen.
Leg de cd in het midden op de lade, met de titel van de cd maar boven.
Druk op de uitwerptoets 11 om de lade 10 maar binnen te schuiven.
Druk de toets voor de volgende track 13 maar links ofaar rechts om de gewenste track te kiezen.Deze wordenervolgens in deindicatie voor het tracknummer 41 weergegeven.
Druk de toets START/PAUSE 12 maar rechts. De geluidsweergave begint.
■Als u aan de draaiknop voor nsel vooruit/achteruit 14 draait, kut u binnen een track een bepaalde plaats opzoekeken.
Druk de toets START/PAUSE 12 maar rechts. De geluidsweergave worden onderbroken. Als u opnieuw op de toets drukt, worden de weergave op de onderbroken plaats voortgezet.
Druk de toets STOP 12 maar rechts om de weergave tebeeindigen.
Samenstelling van een eigengenprogramma
U kunt de inhoud van een cd in eigenvolgorde laten weergeven door de tracks op de cd in de gewennen volgorde tot een programma samen te stellen. Het programme kan maximaal 20 tracks bevatten.
Leg de cd in de lade, maar start het afspelen Niet.
■Druk op de knop voor het opslaan van programma's 17.
Kies met de toets voor de volgende track 13 de gewenste track uit, die in de indicateie voor het cd-tracknummer 41 worden weergegeven. Druk op de toets voor het opslaan van programma's 17 om de track in het programme op te nemen.
Druk de toets START 12 maar rechts. De geluidsweergave begint.
Cd herhaald afspelen
U sunt alle tracks op een cd herhaald laden afspelen. Nadat de LASTe track is afgespeeld, begint het afspelen opnieuw met de eerste track.
Leg de cd in de lade, maar start het afspelen niet.
Druk op de toets voor de cd-afspeelmodus 16 tot in het display 4 de individatie voor het herhalen van tracks (REPEAT) 33 worden weergegeven.
Druk de toets START 12 maar rechts. De geluidsweergave begint.
Eén cd-track herhaald afspelen
U kunt een track op een cd herhaald latent afspelen. Nadat de track is afgespeeld, begint het afspelen opnieuw van voren.
Leg de cd in de lade en start het afspelen van de gewenste track.
Druk op de toets voor de cd-afspeelmodus 16 tot in het display 4 de individatie voor het herhalen van tracks 33 knippert.
Druk de toets START 12 maar rechts. De geluidsweergave begint.
Cd's in willekeurige volgorde afspelen
U kunt de tracks door elkaar in willekeurige volgorde lately afspelen. Als u de functie nogmaals uitvoert, kan de afspeelvolgorde een hele andere zichn.
Leg de cd in de lade, maar start het afspelen Niet.
Druk op de toets voor de cd-afspeelmodus 16 tot in het display 4 de individatie voor het in willekeurige volgorde afspelen (RANDOM) 32 worden weergegeven.
Druk de toets START 12 maar rechts. De geluidsweergave begint. De tracks worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
■Als u wilt doorgaan met afspelen ook nadat de laatste track is afgespeeld, drukt u op de toets voor de cd-afspeelmodus 16 tot in het display 4 deindicatie voor het willekeurig afspelen van tracks 32 en deindicatie voor het herhalen van tracks (REPEAT) 33 worden weergegeven.
Druk de toets START 12 maar rechts. De geluidsweergave begint.

Gebruik met een externe geluidsbron
U aunt een externe geluidsbron, zoals een externe cd-speler of een mp3-speler met line-uitgang, op het radio-oplaadapparaat aansluten.
GML 24 V: Druk op de toets AUX/Radio FM/Radio AM 23 tot in het display de indicateatie AUX 40 worden weergegeven.
GML 24 V-CD: Druk op de toets CD/AUX/Radio FM/Radio AM 22 tot in het display de indicateaux AUX 40 wordt weergegeven.
Verwijder de beschermdop van de aux-aansluiting 44 aan de linkerzijde van het radio-oplaadapparaat.
Steeke de stekker van de externe geluidsbron in de aux-aansluiting 44.
Sluit het andere einde van de kabel aan op de externe geluidsbron.
Stel het volume van de externe geluidsbron in op ca. de helft en start de weergave.
Stel het gewenste volume in met de volumeregelaar 21.
Audio-installingen
Stereo/Mono
Bij een voldoende sterk signala en een goede ontvangst van een stereo-uitzending schakelt de tuner automatisch over op stereo-ontvangst. In het display 4 worden de individatie voor stereo-ontvangst 30 weergegeven. Als u wilt omschakenussen mono-en stereoweergave, drukt u op de toets voor mono-en stereoweergave 15.
Klankinstellingen
Voor een optimale geluidsweergave is in het radio-oplaadapparaat een equalizer geinteggreerd.
a) Handmatige instelling
U kunt de instellingen voor lage en hoge tonen van het oplaadapparaat met radio apart regelen.
Als umeer of minder lage tonen wilt instellen, drukt u op de toets klankinstelling 7 tot in het display 4 de individatie "BASS" worden weergegeven. Als umeer lage tonen wilt, draait u de regelaar 21 met de wijzers van de klok mee. De gekozen instelling wordt enkele seconden in het indicatieveld 31 (BASS 00 - 10) weergegeven. Als u minder lage tonen wilt, draait u de regelaar 21 gegen de wijzers van de klok in.
Als umeer of minder hoge tonen wilt instellen, drukt u op de toets klankinstelling 7 tot in het display 4 de indicative "TREBLE" wordt weergegeven. Als umeer hoge tonen wilt, draait u de regelaar 21 met de wijzers van de klok mee. De gekozen instelling worden enkele seconden in het indicatieveld 31 (TREBLE 00 - 10) weergegeven. Als u minder hoge tonen wilt, draait u de regelaar 21 gegen de wijzers van de klok in.
b) Equalizer
Er zijn vrij equalizerinstallingen beschikkaar. Deze bieden voor de desbetreffende muziekstijl voorgeprogrammeerde instellenen van hoge en lage tonen.
Druk op de toets voor de equalizer-voorinstellenen 8 om tussen de verschillende instellenen te wissenlen. In het display 4 worden in het indicatieveld 28 de gekozen instelling weergegeven: NORMAL (indicatie uit) - JAZZ - ROCK - POP - CLASSICAL.
Klankfunctie Bosch-sound
Voor het weergeven van een uitstekend en krachtig geluid heeft het radio-opplaadapparaat een digitaule soundprocessor.
Druk op de toets Bosch-sound 9 om het geluidseffect in- enuit te schakelen.





Afstandsbediening (zie afbeelding H)
De afstandsbediening 53 functioneert binnen een straal van 2 × 55^ van de middenas van de radiolader en een afstand van maximaal 7 meter.
De afstandsbediening 53 kan in de draaggreep 1 worden ondergebracht.
De afstandsbediening 53 kan bijvoorbeeld aan een riem worden bevestigd. Bedien de sluiting 62 en maak de afstandsbediening 53 eraan vast.
| Toets Functie | ||||
| GML 24 V GML 24 V-CD | ||||
| Radiofunctie Radiofunctie | Geluidsvolume wortstapsgewijs verhoogd | |||
| Geluidsvolume hoger | 54 Geluidsvolume wordstapsgewijs verhoogd | Geluidsvolume wordstapsgewijs verhoogd | Geluidsvolume wortstapsgewijs verhoogd | |
| Start/Pauze 55 - A | en van cd starten | of onderbreken | ||
| PRESET 55 Vooruit maar volgendeopgeslagen zender | - | - | ||
| Vooruit (aantippen) | 56 Zenderfrequentie staps-gewijs verhogen | Vooruit�ally volgendeopgeslagen zender | Vooruit�ally volgendeCD-nummer | |
| Vooruit (ingedrukt honden) | 56 Automatisch vooruitzoekenaar zenders | Automatisch vooruitzoekenaar zenders | Snel vooruit, cd-nummern kan verrormbdeluisterd worden | |
| Achteruit (aantippen) | 57 Zenderfrequentie staps-gewijs verlagen | Achteruit�ally volgendeopgeslagen zender | Achteruit�ally volgendeCD-nummer | |
| Achteruit (ingedrukt honden) | 57 Automatisch darüberuitzoekenaar zenders | Automatisch darüberuitzoekenaar zenders | Snel darüberuit, CD-num-mer kan verrormbdeluisterd worden | |
| Geluidsvolume lager | 58 Geluidsvolume wordstapsgewijs verlaagd | Geluidsvolume wordstapsgewijs verlaagd | Geluidsvolume wordstapsgewijs verlaagd | |
| In- of uitschakenen 59 | Radiolader in- of uitschakelen | Radiolader in- of uitschakelen | Radiolader in- of uitschakelen | |
| Functie 60 Functie kiezen: | AUX/Radio FM/Radio AM | Functie kiezen:CD/AUX/Radio FM/Radio AM | ||
| Dempen | 61 | Geluid dampen | Geluid dampen | Geluid dampen |
Batterij van de afstandsbediening wisselen
Draai de schroef van het batterijvak uit de achterkant van de afstandsbediening en verwijder de deksel.
Vervang de batterij (type CR2032) en schroef de deksel wee vast.
Accu opladen
Accuplaatsen (zie afbeelding F en G)
Open het accuvakdeksel 48 door de vergrendelingshendel 47 los te draaien.
Plaats de accu 50 zoals in de afbeelding getoond in de oplaadschacht 49.




Opladen
Het opladen begint zodra de netstekker in het stopcontact en de accu in de oplaadschacht 49 worden gestoken.
Door de inteligente oplaadmethode wordt de oplaadtoestand van de accu automatisch herkend en wordt de accu afhankelijk van de accutempoatuur en -spanning met de optimale laadstroom opgeladen. Daardoor wordt de accu ontzien en blijft deze, als deze in het radio-oplaadapparaat wordt bewaard, alttijd volledig opgeladen.
Het opladen worden aangegeven door de indications in het display 4. Tijdens het snelladen worden de indicateie voor het opladen 35 en de indicateie voor de geplaatste accu 36 weergegeven. Het opladen is afgesloten als de indicateie voor het opladen 35uit gaat. Het oplaadapparaat schakelt over op druppelladen, waardoor de natuurlijke zelfontleading van de accu worden gecompenseerd. (CHARGING)
Als bij een geplaatste accu de indicate tie tempera-tuurwaarschuwing 34 wordt weergegeven, ligt de accutemperatuur buiten het toegestane temperatuurbereik (0^ - 60^) en wordt deze opgeladen. Breng de accutemperatuur door afkoel-len of opwarmen in het toegestane temperatuurbereik. Zodra de accutemperatuur zich weer binnen het toegestane bereik bevindt, schakelt het oplaad-apparaat automatisch over op snelladen.
De opgeladen accu kan uit de oplaadschacht 49 worden genomen of, als deze in de oplaadschacht blijft, als mobiele energiebron voor het radio-oplaadapparaat worden gebruikt, inplaats van een netaansluiting.

Controleer de temperatuur van de accu voordat u deze uit het oplaadapparaat neemt. Bij het opladen kan de accu heet worden.
Gebruksvoorschriften
Een neue of lang Niet gebruike accu levert pas na ca. vijf oplaad- en ontlaadcyli zichn volledige capacititeit. Laat de accu zo lang in de oplaadschacht, tot deze duidelijk warm geworden is.
Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en要去 worden verrangen.
12 V-aansluiting (zie afbeelding E)
U kunt een extern elektrisch apparaat met een 12 V-stekker en een stroomopname van max. 1 A aansluiten. Bij gebruik van het radio-oplaadapparaat op de accu is het stopcontact uitgeschakeld.
■Verwijder de beschermdop van de 12 V-aansluiting 46 aan de linkerzijde van het radio-oplaadapparaat.
Stek de stekker van de verbruiker in het contact van de 12 V-aansluiting 46.
■ Als er geen 12 V-spanning is, controlleren dan de zekering 45. Schroef waarvoort het zekeringkapje los. Zet een zekering 5 × 20 ~mm van 1 A in. Schroef verwolgens het zekeringkapje waer stevig vast.
Gebruik alleen de voorgeschreve n zekering van 1 A. Het gebruik van andere zekeringen kan de radiolader beschadigen.
Geintegreerde stopcontacten
In het radio-oplaadapparaat� twee geaarde.
niet stopcontacten 43 geintegreerd. Daarop kurz u
externe elektrische gereedschappen aansluten. Het maximale opgenomen vermogen van de aangesloten elektrische gereedschappen mag de in de volgende tabel vermelde waarde in toaal Niet overschrijden. De stopcontacten kuren afwijken door de toepassing van verschillende nationale normen. Bij gebruik van het radio-oplaadapparaat op de accu�nde stopcontacten uitgeschakeld.
| Zaaknummer3 601 D29 ... | maximale opgenomen ver-mogen van de aangeslotenelektrische gereedschappen |
| ...401, ...403, A | 15 |
| ...421, ...422, | |
| ...501, ...503, | |
| ...521, ...522 | |
| ...471, ...571 A 12 | |
| ...402, ...431, A | 9 |
| ...502, ...531 |
AAA-batterijen verrangen
Open het accuvakdeksel 48 door de vergrendelingshendel 47 los te draaien.
Duw de kunststof hendel opzij en neem het dekSEL van het batterijvak 51 weg.
Vervang de AAA-batterijen en planta het deksel\
weer op het batterijvak 51.


Storingen verhelpen
| Storing Mogelijke oorzaaak Oplossing | |
| Radio- of cd-gedeelte functioneert Niet. | Stekker Niet in het stopcontact gesto-ken. |
| Bij gebruik op accu: accu Niet volledig ingestoken. | |
| Bij gebruik op accu: accu leeg. Laad de | |
| accu op door de netstekker in het stopcontact te steken. | |
| Slechte radio-ont-vangst. | Slechte locatie. Zet het radio-oplaadapparaat op een andereplaats neer. |
| Antenne Niet optimaal afgesteld. Draai de antenne in andere richtingen. | |
| 12 V-aansluiting func-tioneert Niet. | Zekering voor 12 V-aansluiting Niet in-gezet. |
| Zekering voor 12 V-aansluiting defect. Vervang de zekering. | |
| Stopcontacten 43 func-tioneren Niet. | Stekker Niet in het stopcontact gesto-ken. |
| Radio-oplaadapparaat functioneert Niet. | Stekker Niet in het stopcontact gesto-ken. |
| Softwarefout. Wanner de display in ingeschakelde toestand Niet verlicht is, moet een reset van de software in de radiolader plaats-vinden. Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu uit het apparaat en wacht 30 seconden. | |
| Tijdsaanduiding ge-stoord. | De batterijen van de klok়n leeg. AAA-batterijen verrangen en klok op-nieuw instellen. |
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Trek altijd voor werkzaamheden aan het radio-oplaadapparaat de stekker uit het stopcontact.
Als het radio-oplaadapparaat ondanks zorgvuldige productie- en testprocedés toch defect raakt, moet de reparatie door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische apparaten worden uitgevoerd.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verwangingsonderdelen alti\dh het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het radiooplaadapparaat. Het typeplaatje bevindt zich aan de onderkant van de radiolader.
Netsnoer
Het netsnoer is voorzien van een speciale veiligheidsaansluiting. Het netsnoer mag uitsluitend door een erkende klantenservicewerkplaats voor Bosch elektrische gereedschappen worden verrangen.



Explosietekeningen en informatatie over verrangingsonderdelen vindt u op: www.bosch-pt.com
Nederland
+31(0)76/5795454
Fax +31(0)76/5795494
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Belgié en Luxemburg
+32(0)70/225565
Fax +32(0)70/225575
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Elektrische gereedschappen, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi elektrische gereedschappen nicht bij het huisvuil. Volgens de Europese richtig 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtig in natio
naal recht要去en nicht更是bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehouden.


