LH1040F - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LH1040F MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LH1040F - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LH1040F van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING LH1040F MAKITA
NL Tafel-, afkort- en verstekzaag
Voor dit gereedschap worden de volgende symbolen gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis van deze symbolen
begrijpt alvorens het gereedschap te gebruiken.
• Lees de gebruiksaanwijzing.
• Draag een veiligheidsbril.
finché la lama non si è arrestata completamente.
• Om verwonding door weggeslingerd zaagafval te voorkomen, dient u na het voltooien van een snede
de zaagkop omlaag te houden totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
• Para evitar sufrir heridas a causa de restos que salen despedidos, siga sujetando la cabeza de la
alta in modo che la lama non sporga mai dalla superficie superiore del piano superiore.
• Voor gebruik van het gereedschap als verstekzaag dient u de boventafel in de hoogste stand vast te
zetten, zodat het zaagblad nooit uitsteekt voorbij de bovenkant van de boventafel.
• Cuando utilice la herramienta en el modo de sierra de inglete, sujete la mesa superior en la posición
• Kom met uw handen of vingers niet te dicht bij het zaagblad.
nati a sinistra. In caso contrario, c’e pericolo di un serio incidente per l’operatore.
• Klap voor het links schuin zagen altijd het HULPBESCHERMBLAD om naar de linker stand. Als u dit
nalaat, kan dat ernstig gevaar voor de gebruiker van de zaag opleveren.
• Ponga siempre la GUÍA SECUNDARIA en la posición izquierda cuando realice cortes en bisel
• Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval, stukjes hout e.d. van de werktafel alvorens te gaan
• Alleen voor EU-landen
Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen gebruikte elek-
trische en elektronische apparaten negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van
Gooi elektrische en elektronische apparaten niet met het huisvuil weg!
In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en
de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen gebruikte elektrische en elektronische
apparaten gescheiden te worden ingezameld en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt
voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt.
Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.13
• Sólo para países de la Unión Europea
Verklaring van algemene gegevens
10 Onderste beschermkap A
17 Bovenvlak van draaivoet
18 Omtrek van zaagblad
24 Schuine-hoek schaal
46 Trekgeleiderhouder
47 Geleiderail op de boventafel
52 Lijn voor uitlijning
73 Spanschroef (los verkrijgbaar
76 Aluminium werkstuk
78 Kleine verdikking
79 Voorvlak/rand evenwijdig
90 Stelbout voor 45° schuine hoek
Dikte van het spouwmes 2,0 mm
Diameter zaagbladgat
Voor alle niet-Europese landen 25,4 mm en 25 mm
Voor alle Europese landen 30 mm
Max. zaagcapaciteiten (H x B) met 260 mm diameter zaagblad in de verstekzaagmodus
Max. zaagcapaciteiten bij 90° in de tafelzaagmodus (afkortzaagmodus) 40 mm
Toerental onbelast (min
Veiligheidsklasse /II
• In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische
gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
• De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
• Gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2003
Doeleinden van gebruik
Dit gereedschap is bedoeld voor nauwkeurig recht
zagen en verstekzagen in hout (alleen wanneer gebruikt
als een verstekzaag op de onderste tafel).
Het gereedschap mag alleen worden aangesloten op
een stroombron van hetzelfde voltage als aangegeven op
de naamplaat, en kan alleen op enkel-fase wisselstroom
worden gebruikt. Het gereedschap is dubbel-geïsoleerd
en kan derhalve ook op een niet-geaard stopcontact wor-
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor
elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaars-
chuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de
waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische
schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de
toekomst te kunnen raadplegen.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE TAFEL-, AFKORT- EN VERSTEKZAAG VOOR ZOWEL DE VERSTEKZAAGMODUS ALS DE TAFELZAAG (AFKORTZAAG) MODUS
1. Inspecteer voor elk gebruik het zaagblad zorg-
vuldig op barsten of vervorming.
Vervang een beschadigd zaagblad onmiddellijk.
2. Gebruik de zaag niet als de beschermkappen of
het spouwmes ontbreken, vooral na het aanpas-
sen van de werkinstelling. Controleer vóór elk
gebruik of de beschermkappen goed sluiten.
Gebruik de zaag niet indien de beschermkappen
niet goed bewegen en niet snel over het zaag-
blad sluiten. Klem of bind de beschermkappen
nooit in de geopende stand vast. Elke onregel-
matige werking van de beschermkappen dient
onmiddellijk te worden verbeterd.
3. Gebruik alleen zaagbladen die zijn aanbevolen
door de fabrikant en die voldoen aan de norm
EN847-1. De breedte van de zaagsnede moet
groter zijn dan de dikte van het spouwmes, maar
het zaagbladlichaam moet dunner zijn dan het
4. Gebruik geen zaagbladen die gemaakt zijn van
5. Draag een veiligheidsbril.
6. Draag oorbeschermers om aantasting van uw
gehoor te voorkomen.
7. Draag handschoenen voor het hanteren van
zaagbladen (en bewaar de zaagbladen altijd in
een houder waar dat praktisch mogelijk is) en
voor ruwe materialen.
8. Sluit het gereedschap aan op een stofvangin-
richting wanneer u zaagt.
9. Berg de drukstok altijd op wanneer u hem niet
10. Zorg dat de vloer in de omgeving van de zaag
effen is en vrij van obstakels zoals spanen en
stukjes afgezaagd hout.
11. De gebruiker dient goed vertrouwd te zijn met
het gebruik, de afstelling en de werking van het
12. Als u de zaag onbeheerd achterlaat, schakelt u
die uit en trekt u de stekker uit het stopcontact.
13. Houd het zaagblad scherp en schoon om het
zaaglawaai te beperken.
14. Gebruik alleen zaagbladen die zijn aangemerkt
voor een maximaal toerental gelijk of hoger dan
het onbelaste toerental dat staat aangegeven op
15. Als het gereedschap is toegerust met een laser
of LED, vervang dan nooit de laser of LED door
één van een ander type. Als reparatie nodig is, ver-
zoekt u een erkend servicecentrum om dat te ver-
16. Ga nooit afgezaagde stukken of andere delen
van het werkstuk verwijderen uit de werkplaats
terwijl de zaag nog draait met een zaagblad zon-
17. Gebruik het gereedschap niet voor het zagen
van groeven, inkepingen of sponningssleuven.
18. Voordat u het gereedschap meedraagt, zorgt u
altijd dat de bovenkant van het zaagblad wordt
afgedekt door de bovenste beschermkap en dat
alle bewegende onderdelen zijn vastgezet. Voor
optillen of dragen van het gereedschap mag u
nooit de beschermkap als handgreep gebruiken.
19. Bij het vervangen van het zaagblad, dient u de
as, de flenzen (vooral hun montagevlak) en de
zeskante bout te reinigen. Pas daarbij goed op
dat u deze onderdelen niet beschadigt, aange-
zien dit kan leiden tot zaagbladbreuk. Slechte
montage kan trilling/slingering of slippen van
het zaagblad veroorzaken. Gebruik alleen flen-
zen die voor dit gereedschap zijn bestemd.
20. Gebruik uitsluitend de accessoires die in deze
gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het
gebruik van ongeschikte accessoires, zoals
doorslijpschijven, kan verwondingen tot gevolg
21. Selecteer het juiste zaagblad in overeenstem-
ming met het te zagen materiaal.
22. Pas op dat u niet gaat zagen in metalen voorwer-
pen zoals spijkers of schroeven. Inspecteer het
werkstuk vóór het gebruik en verwijder alle spij-
kers, schroeven en andere obstakels.
23. Sla alle losse knopen uit het werkstuk VOORDAT
24. Gebruik het gereedschap niet in de nabijheid
van ontvlambare vloeistoffen of gassen.
25. Verwijder voor uw eigen veiligheid zaagafval,
stukjes hout e.d. uit de werkomgeving en van de
werktafel voordat u het gereedschap op een
stopcontact aansluit en begint te zagen.
26. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad.
Zorg dat u of andere omstanders niet vlak in het
zaagbladpad staan. Raak het freewheelende
zaagblad niet aan, aangezien dit nog ernstige
verwonding kan veroorzaken, en reik uw lichaam
nooit dicht bij het zaagblad.
27. Laat uw aandacht nooit verslappen, vooral niet
wanneer het werk saai is en uit herhalingen
bestaat. Laat u niet door een vals gevoel van vei-
ligheid misleiden, aangezien zaagbladen altijd
uiterst gevaarlijk zijn.60
28. Zet de asblokkering in de vrije stand alvorens de
trekschakelaar in te drukken.
29. Laat het gereedschap een tijdje draaien alvorens
het op het werkstuk te gebruiken. Controleer op
trilling of slingering die op onjuiste installatie of
een slecht gebalanceerd zaagblad kunnen wij-
30. Wacht totdat het zaagblad met volle snelheid
draait, alvorens het werkstuk te zagen.
31. Stop onmiddellijk met zagen wanneer u iets
abnormaals waarneemt.
32. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het
zaagblad tot stilstand is gekomen alvorens het
werkstuk te verwijderen of instellingen te wijzi-
33. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer u
het zaagblad wilt vervangen, onderhoud wilt uit-
voeren, of het gereedschap niet gebruikt.
34. Het zaagstof van bepaalde materialen bevat che-
micaliën die kanker, geboorteafwijkingen of
andere voortplantingsdefecten kunnen veroorza-
ken. Enkele voorbeelden van dergelijke chemica-
Het gevaar van blootstelling hangt af van hoe
vaak u werkt met dit soort materiaal. Om bloot-
stelling aan deze chemicaliën te beperken: werk
in een goed geventileerde omgeving en gebruik
geschikte beschermuitrusting zoals een stof-
masker dat speciaal ontworpen is voor het uitfil-
teren van microscopische deeltjes.
35. Zelfs al wordt het gereedschap precies gebruikt
zoals beschreven, dan nog kan niet alle risico
worden vermeden. De volgende risico’s kunnen
zich voordoen in verband met het ontwerp en de
constructie van het gereedschap.
- Schade aan de gezondheid, die kan ontstaan
door trillingen van de hand en arm als het
gereedschap langdurig achtereen wordt
gebruikt of niet juist wordt bediend of onder-
- Letsel of schade, veroorzaakt door loszittende
accessoires die plotseling van het gereed-
schap los kunnen raken door afbreken, slijtage
of onjuiste montage.
BIJ GEBRUIK IN DE VERSTEKZAAGMODUS:
36. Vervang de zaagsnedeplaat wanneer deze ver-
37. Gebruik een drukstok of een drukblok om te
voorkomen dat u met uw handen en vingers
dicht bij het zaagblad werkt.
38. Zorg dat de arm goed vastgemaakt is wanneer u
schuine sneden zaagt. Draai de hendel naar
rechts om de arm vast te zetten.
39. Werk nooit met de losse hand. Het werkstuk moet
tijdens alle werkzaamheden stevig met de span-
schroef zijn vastgezet tegen de draaivoet en de
geleider. Gebruik nooit uw handen om het werkstuk
40. Zorg vóór elke zaagsnede dat het gereedschap
41. Monteer het gereedschap aan een werkbank
wanneer dat nodig is.
42. Ondersteun lange werkstukken met geschikte
extra steunen of schragen.
43. Ga nooit zagen in een werkstuk dat te klein is om
stevig in de spanschroef te klemmen. Een werk-
stuk dat niet goed vast zit kan terugslag en daardoor
ernstige verwondingen veroorzaken.
44. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere
materialen dan hout, aluminium of soortgelijk
45. Zorg dat de draaivoet goed vastgemaakt is zodat
hij tijdens het zagen niet kan bewegen.
46. Zorg dat het zaagblad in zijn laagste positie niet
in aanraking komt met de draaitafel, en niet met
het werkstuk in contact komt voordat de trek-
schakelaar wordt ingedrukt.
47. Houd het handvat stevig vast. Denk eraan dat de
zaag bij het starten en stoppen even op en neer
BIJ GEBRUIK IN DE TAFELZAAG (AFKORTZAAG)
48. Zorg dat de arm goed in de werkpositie is vast-
gemaakt. Draai de hendel naar rechts vast om de
49. Zorg dat de zaagtafel stevig is vastgemaakt op
50. Werk nooit met de losse hand. Uit de vrije hand
wil zeggen dat u het werkstuk met uw handen
ondersteunt of stuurt, in plaats van met de trek-
51. Zorg dat het zaagblad niet met het spouwmes of
het werkstuk in aanraking is wanneer u de trek-
52. Let goed op de voorzorgsmaatregelen voor het
beperken van TERUGSLAG. TERUGSLAG is een
plotselinge reactie die het gevolg is van een
geklemd, geblokkeerd of slecht uitgelijnd zaag-
blad. Bij TERUGSLAG wordt het werkstuk uit de
zaag naar de gebruiker teruggeslagen. TERUG-
SLAG KAN LEIDEN TOT ERNSTIGE PERSOON-
LIJKE VERWONDING. Volg deze maatregelen om
TERUGSLAG te voorkomen: houd het zaagblad
altijd scherp; houd de trekgeleider evenwijdig
met het zaagblad; houd het spouwmes en de
beschermkap op hun plaats en in goede staat;
maak het werkstuk pas los nadat het volledig
doorheen het zaagblad is gegaan; schulp nooit
een werkstuk dat verbogen of kromgetrokken is
of geen rechte rand heeft die langs de geleider
53. Vermijd het plotseling of snel aanvoeren van het
werkstuk. Harde werkstukken dienen zo lang-
zaam mogelijk te worden aangevoerd. Buig of
verdraai het werkstuk niet tijdens het aanvoeren.
Schakel het gereedschap onmiddellijk uit indien
het zaagblad klemraakt of blokkeert. Haal de
stekker uit het stopcontact en maak het zaag-
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
LAAT NIET uw vertrouwdheid met het gereedschap
(na regelmatig gebruik) omslaan in slordigheid of
onachtzaamheid omtrent de strikt na te leven veilig-
heidsvoorschriften voor dit product. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoor-
schriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot
ernstige verwondingen.61
• Houd de vloer rondom het gereedschap schoon en vrij
van obstakels zoals zaagspanen of afgezaagde stuk-
De hulpplaat installeren (Fig. 1 en 2)
Leg altijd het gat in de hulpplaat op de inkeping in de zool
van het gereedschap en monteer vóór gebruik de hulp-
plaat met behulp van de zeskantbout.
Voor Europese landen
De houders aanbrengen (Fig. 3 en 4)
Bevestig de houders op beide uiteinden van de voet en
zet ze met schroeven vast.
Verstel de afstelvoetjes zodat ze de ondergrond raken.
Op een werktafel monteren (Fig. 5)
Dit gereedschap dient op een vlak en stabiel oppervlak
te worden vastgezet door middel van bouten die u vast-
draait in de boutgaten in de voet van het gereedschap.
Hierdoor wordt voorkomen dat het gereedschap omkan-
telt en mogelijk verwondingen veroorzaakt.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP:
• Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn
stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens de
functies op het gereedschap af te stellen of te controle-
Beschermkap (Fig. 6 en 7)
• Controleer of het handvat niet omlaag kan worden
gebracht zonder dat de hendel bij het handvat naar
links wordt gedrukt.
• Controleer of de onderste beschermkappen A en B niet
opengaan tenzij de hendel bij het handvat naar de
hoogste positie wordt gedrukt.
Wanneer u de hendel naar links drukt om het handvat
omlaag te brengen, gaat de onderste beschermkap A
automatisch omhoog. De onderste beschermkap B gaat
omhoog zodra deze met een werkstuk in aanraking komt.
De onderste beschermkappen zijn veerbelast zodat ze
naar hun oorspronkelijke positie terugkeren wanneer het
zagen is voltooid en het handvat omhoog wordt gebracht.
De bovenste beschermkap valt plat op het bovenvlak
nadat het werkstuk eronder is gegaan. DE ONDERSTE BESCHERMKAPPEN, DE VEER DIE ERAAN IS BEVESTIGD, EN DE BOVENSTE BESCHERMKAP MOGEN NOOIT WORDEN VASTGEZET OF VERWIJ-
Voor uw persoonlijke veiligheid dienen de beschermkap-
pen altijd in goede staat te worden gehouden. Elke onre-
gelmatigheid in hun werking dient onmiddellijk te worden
hersteld. Controleer of de onderste verende bescherm-
LIJK EN KAN ERNSTIGE PERSOONLIJKE VERWONDINGEN TOT GEVOLG HEBBEN.
Als een van deze transparante beschermkappen vuil is of
met zaagsel is bedekt zodat het zaagblad niet meer goed
zichtbaar is, trek dan de stekker uit het stopcontact en
veeg de beschermkappen zorgvuldig schoon met een
vochtige doek. Gebruik voor het schoonmaken van de
plastic beschermkap nooit oplosmiddelen of benzinehou-
dende schoonmaakmiddelen.
Als de onderste beschermkap A erg vuil is zodat u er
moeilijk doorheen kunt zien, ga dan als volgt te werk. Zet
de boventafel vast in de hoogste positie, breng het hand-
vat volledig omhoog, druk de aanslagpen volledig naar
binnen, en gebruik de meegeleverde dopsleutel om de
zeskante bout van de middenkap los te draaien. Draai de
zeskante bout naar links los en breng de onderste
beschermkap A en de middenkap omhoog terwijl u de
hendel naar links drukt. In deze positie kan de onderste
beschermkap A grondiger en gemakkelijker worden
schoongemaakt. Voer deze procedure in de omgekeerde
volgorde uit en draai de bout weer vast nadat het
schoonmaken is voltooid.
Om de bovenste beschermkap schoon te maken, draai
de schroef ervan los met een schroevendraaier en verwij-
der de bovenste beschermkap. Breng de beschermkap
na het reinigen weer aan en draai de schroef zodanig
vast dat de bovenste beschermkap soepel op en neer
Als een van de beschermkappen door ouderdom of
blootstelling aan ultraviolet-licht verkleurd is geraakt,
neem dan contact op met een Makita servicecentrum
voor een nieuwe beschermkap. DE BESCHERMKAP-
PEN NOOIT VASTZETTEN OF VERWIJDEREN.
Handhaven van de maximale zaagcapaciteit
Dit gereedschap is in de fabriek ingesteld voor het leve-
ren van maximale zaagcapaciteit met een 260 mm zaag-
Wanneer u een nieuw zaagblad installeert, moet u altijd
de laagste positie van het zaagblad controleren en zono-
dig als volgt afstellen:
• Voor deze afstelling dient u de stekker uit het stopcon-
tact te verwijderen en de boventafel in de laagste posi-
Verwijder eerst de stekker uit het stopcontact. Zet de
boventafel in de laagste positie. Breng het handvat volle-
dig omlaag. Gebruik de dopsleutel en draai de stelbout
onderaan in het grootste gat in de boventafel naar links of
rechts totdat de omtrek van het zaagblad ietwat onder
het bovenvlak van de draaivoet komt te zitten bij het punt
waar het voorvlak van de geleider in aanraking komt met
het bovenvlak van de draaivoet.
Met de stekker uit het stopcontact verwijderd, draai met
de hand het zaagblad rond terwijl u het handvat volledig
omlaag gedrukt houdt, en controleer of het zaagblad met
geen enkel deel van het onderste voetstuk in aanraking
komt. Stel opnieuw een beetje af, indien nodig.
• Na het installeren van een nieuw zaagblad, dient u
altijd te controleren of het zaagblad met geen enkel
deel van het onderste voetstuk in aanraking komt wan-
neer het handvat volledig omlaag is gebracht. Voer
deze controle altijd uit met de stekker uit het stopcon-
Instellen van de verstekhoek (Fig. 10)
Draai de handgreep naar links los. Verdraai de draaivoet
terwijl u de vergrendelnok ingedrukt houdt. Beweeg de
handgreep naar de positie waar de wijzer de gewenste
hoek op de verstekschaal aanwijst en draai dan de hand-
greep weer stevig naar rechts vast.
• Voor het verdraaien van de draaivoet dient u het hand-
vat in de hoogste positie te plaatsen.
• Na het wijzigen van de verstekhoek, dient u de draai-
voet altijd vast te zetten door de handgreep stevig vast
Instellen van de schuine hoek (Fig. 11 en 12)
Om de schuine hoek in te stellen, draait u de hendel op
de achterkant van het gereedschap naar links los.
Duw het handvat naar links om het zaagblad te kantelen
totdat de wijzer naar de gewenste hoek op de schuine-
hoek schaal wijst. Draai daarna de hendel weer stevig
naar rechts vast om de arm te vergrendelen.
• Voor het schuin zetten van het zaagblad dient u het
handvat in de hoogste positie te plaatsen.
• Na het wijzigen van de schuine hoek, dient u altijd de
arm vast te zetten door de hendel naar rechts vast te
Werking van de schakelaar (Fig. 13)
• Controleer vóór ieder gebruik of het gereedschap goed
Druk de ON ( I ) knop in om het gereedschap te starten.
Druk de OFF ( O ) knop in om te stoppen.
Aanzetten van de lampen (Fig. 14)
Alleen voor de modellen LH1040F Druk op het bovenste gedeelte van de schakelaar om de
lamp aan te zetten, en op het onderste gedeelte om de
• Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron.
• Gebruik een droge doek om vuil op de lens van de
lamp eraf te vegen. Pas op dat u geen krassen maakt
op de lens van de lamp, omdat de verlichtingssterkte
hierdoor zal verminderen.
De hoogte van de boventafel afstellen (Fig. 15)
Om de hoogte van de boventafel af te stellen, draait u de
twee hendels naar links los en dan brengt u de boventa-
fel omhoog of omlaag. Draai vervolgens de twee hendels
• Zet de boventafel in de hoogste positie wanneer u het
gereedschap voor verstekzagen gebruikt, of in de
gewenste positie wanneer u het als een tafelzaag
(afkortzaag) gebruikt.
• Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn
stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens enig
werk aan het gereedschap uit te voeren.
Installeren of verwijderen van het zaagblad
• Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn
stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens het
zaagblad te installeren of te verwijderen.
• Gebruik voor het installeren of verwijderen van het
zaagblad uitsluitend de bijgeleverde Makita dopsleutel.
Doet u dit niet, dan kan de zeskante bout te vast of te
los worden aangedraaid. Dit kan leiden tot persoonlijke
Zet de boventafel vast in de hoogste positie.
Druk de aanslagpen in om het handvat in de omhoogpo-
sitie te vergrendelen. (Fig. 16)
Om het zaagblad te verwijderen, draai eerst de klem-
schroef los zodat de onderste beschermkap B omlaag
komt zoals afgebeeld. (Fig. 17)
Gebruik vervolgens de dopsleutel om de zeskante bout
van de middenkap naar links los te draaien. Breng de
onderste beschermkap A en de middenkap omhoog ter-
wijl u de hendel bij het handvat naar links drukt. (Fig. 18)
Druk de asblokkering in om de as te vergrendelen en
draai met de dopsleutel de zeskante bout naar rechts los.
Verwijder vervolgens de zeskante bout, de buitenflens en
het zaagblad. (Fig. 19)
Om het zaagblad te installeren, monteert u het zaagblad
zorgvuldig op de as, ervoor zorgend dat de pijltjes op het
zaagblad en op de zaagbladkast in dezelfde richting wij-
zen. Monteer de buitenflens en de zeskante bout, en
draai met de dopsleutel de zeskante bout (linkse schroef-
draad) stevig naar links vast terwijl u daarbij de asblokke-
ring ingedrukt houdt. (Fig. 20 en 21)
• Wanneer u een zaagblad installeert, dient u het eerst
vanaf de buitenzijde van de beschermkap B erin te ste-
ken. Breng het zaagblad vervolgens omhoog zodat het
in de beschermkap B is geplaatst.
• Een ring met buitendiameter van 25,0 mm of 30 mm is
in de fabriek op de as aangebracht. Alvorens het zaag-
blad op de as te monteren, moet u altijd zorgen dat de
juiste ring, voor het asgat van het zaagblad dat u gaat
gebruiken, op de as is gemonteerd. (Fig. 22)
Breng de onderste beschermkap A en de middenkap
terug naar hun oorspronkelijke positie. Draai daarna de
zeskante bout naar rechts vast om de middenkap vast te
zetten. Breng de beschermkap B zo ver mogelijk omhoog
en draai de klemschroef goed vast terwijl u de bescherm-
kap B in de omhoogpositie houdt. Breng het handvat
omlaag om te controleren of de onderste beschermkap-
pen goed bewegen. Zet de asblokkering in de vrije stand
alvorens te gaan zagen.
Afstellen van het spouwmes
Alvorens het spouwmes af te stellen, draai de twee hen-
dels naar links los en druk de boventafel aan de rechter-
zijde bij het spouwmes naar zijn laagste positie. Zet
vervolgens de boventafel stevig vast door de twee hen-
dels opnieuw vast te draaien zoals afgebeeld. (Fig. 23)
De afstand tussen het spouwmes en de zaagbladtanden
dient ongeveer 4 – 5 mm te zijn. Stel het spouwmes af
door de twee zeskante bouten met de dopsleutel naar
links los te draaien en de afstand te meten. Trek na het
afstellen de zeskante bouten stevig aan, en controleer of
de bovenste beschermkap soepel werkt alvorens te gaan
In de fabriek werd het spouwmes zodanig gemonteerd
dat het zaagblad en het spouwmes in rechte lijn gemon-
teerd zijn. (Fig. 25)
• Als het zaagblad en het spouwmes niet juist uitgelijnd
zijn, kan het zaagblad tijdens het gebruik vastgeklemd
raken. Zorg ervoor dat het spouwmes is gepositio-
neerd, van bovenaf gezien, tussen beide uiteinden van
de tanden van het zaagblad. Zoniet, dan bestaat er
gevaar voor verwonding. In geval van slechte uitlijning
dient u het gereedschap door een erkend Makita servi-
cecentrum te laten nazien.
• Verwijder het spouwmes niet.
Installeren en afstellen van de trekgeleider
1. Installeer de trekgeleider op de tafel zodat de trek-
geleiderhouder in de geleiderail past. Draai de klem-
schroef (B) van de trekgeleider stevig naar rechts
2. Draai de klemschroef (A) los.
3. Verschuif de trekgeleider en zet hem vast zodat het
verst van u verwijderde uiteinde van de trekgeleider
overeenkomt met het punt waar de voorrand van het
zaagblad net uit het bovenvlak van het werkstuk
komt. Deze afstelling is nodig om het gevaar voor
terugslag te verminderen, d.w.z. om te voorkomen
dat het afgezaagde gedeelte van het werkstuk tus-
sen het zaagblad en de trekgeleider gekneld raakt
en naar de gebruiker wordt teruggeslagen. De lijn 3
varieert afhankelijk van de dikte van het werkstuk of
de tafelhoogte. Stel de positie van de trekgeleider af
in overeenstemming met de dikte van het werkstuk.
Nadat de trekgeleider is afgesteld, trekt u de klem-
schroef (A) weer stevig aan. (Fig. 26 en 27)
• Zoals afgebeeld (Fig. 28) zijn er vier patronen voor het
plaatsen van de trekgeleider. De trekgeleider heeft
twee sleuven op de zijkanten. Een van deze sleuven
heeft een verhoogde rand ernaast, en de andere niet.
Gebruik het vlak met de verhoogde rand naar het werk-
stuk gericht alleen wanneer u een dun werkstuk wilt
• Om het patroon van de trekgeleider te veranderen, ver-
wijdert u de trekgeleider van de trekgeleiderhouder
door de klemschroef (A) los te draaien en dan plaatst u
de trekgeleider in de houder in overeenstemming met
het uit te voeren werk, zoals afgebeeld. (Fig. 29)
Monteer de vierkante moer op de trekgeleiderhouder in
het achtereinde van een van de sleuven in de trekgelei-
der zodat deze passen zoals afgebeeld.
Om te veranderen van patroon A of B naar patroon C of
D, of omgekeerd, verwijdert u de vierkante moer, de vul-
ring en de klemschroef (A) van de trekgeleiderhouder, en
vervolgens monteert u de klemschroef (A), de vulring en
de vierkante moer aan de tegenovergestelde zijde van
de trekgeleiderhouder. Trek de klemschroef (A) stevig
aan nadat de vierkante moer van de trekgeleiderhouder
in de sleuf van de trekgeleider is gemonteerd.
Monteer de vierkante moer op de trekgeleiderhouder in
het achtereind van een van de sleuven in de trekgeleider
zodat deze passen zoals afgebeeld.
De trekgeleider is in de fabriek evenwijdig met het zaag-
blad ingesteld. Zorg dat deze altijd evenwijdig zijn. Om te
controleren of deze evenwijdig zijn, dient u de tafel in de
laagste positie te zetten zodat het zaagblad bij het hoog-
ste punt van de tafel te zien is. Markeer een van de zaag-
bladtanden met een krijt. Meet de afstanden (A) en (B)
tussen de trekgeleider en het zaagblad. Maak beide
metingen aan de hand van de gemarkeerde zaagblad-
tand. Deze twee afstanden dienen gelijk te zijn. Ga als
volgt te werk indien de trekgeleider niet evenwijdig is met
het zaagblad: (Fig. 30 en 31)
(1) Draai de twee stelschroeven naar links.
(2) Schuif de achterrand van de trekgeleider ietwat
naar rechts of links totdat deze evenwijdig is
(3) Trek de twee schroeven op de trekgeleider ste-
• Zorg dat de trekgeleider altijd evenwijdig is met het
zaagblad, omdat er anders gevaar is voor gevaarlijke
terugslag. (Fig. 32)
• Stel de trekgeleider zodanig in dat hij niet in aanraking
komt met de bovenste beschermkap of het zaagblad.
Door de stofzak te gebruiken wordt het zaagsel opgevan-
gen en kunt u schoon werken. Om de stofzak te bevesti-
gen, monteert u hem op de stofuitlaat op het
gereedschap. (Fig. 33)
• Voor verstekzagen mag de stofzak enkel op de achter-
ste stofuitlaat worden gemonteerd.
Wanneer de stofzak ongeveer halfvol is, verwijdert u hem
van het gereedschap en trekt u de sluitstrip eruit. Maak
de stofzak leeg en tik er lichtjes op voor het verwijderen
van achtergebleven stofdeeltjes die de stofopvanging
zouden kunnen belemmeren. (Fig. 34)
U kunt doeltreffender en schoner werken door een stof-
zuiger op de zaag aan te sluiten.
Om het zaagbladdeksel te installeren voor gebruik in de
tafelzaag (afkortzaag) modus, draait u de draaivoet naar
de 0° verstekhoek (zie het gedeelte “Instellen van de ver-
stekhoek”). Plaats vervolgens het zaagbladdeksel op de
draaitafel zodat het zaagbladdeksel over de sleuf voor
het zaagblad in de draaitafel komt te zitten. Vergrendel
daarna het handvat in de laagste positie door de aan-
slagpen volledig naar binnen te drukken zoals afgebeeld.
• Om de stofzak op de voorste stofuitlaat te monteren
voor gebruik in de tafelzaag (afkortzaag) modus, ver-
wijdert u eerst de dop van de voorste stofuitlaat en ver-
volgens sluit u de stofzak op de stofuitlaat aan.
• Plaats altijd de dop weer op de voorste stofuitlaat wan-
neer u de stofzak niet gebruikt. Als u dit niet doet, kan
stof uit de stofuitlaat naar buiten worden geblazen.
• Installeer altijd het zaagbladdeksel op de draaitafel
wanneer u het gereedschap in de tafelzaag (afkort-
zaag) modus gaat gebruiken.64
Vastzetten van het werkstuk
Zet het werkstuk, indien mogelijk, altijd vast met de optio-
nele spanschroef. Als u het werkstuk met de hand dient
vast te houden, houd het dan altijd zo stevig mogelijk
vast. Houd uw hand en arm op redelijke afstand van het
zaagblad (minstens 100 mm). Druk het werkstuk stevig
tegen de geleider met uw vingers boven de geleider.
Zorg ook dat het werkstuk vast op de draaivoet rust.
• Gebruik nooit uw hand voor het vasthouden van een
werkstuk waarbij uw hand minder dan 100 mm van het
zaagblad verwijderd is. Gebruik in dit geval altijd de los
verkrijgbare spanschroef om het werkstuk vast te zet-
ten. Breng het zaagblad na het zagen voorzichtig
omhoog. Breng het zaagblad pas omhoog nadat het
volledig tot stilstand is gekomen, omdat er anders
gevaar is voor ernstige verwonding.
• Bij het zagen van lange werkstukken moet u steunen
gebruiken die even hoog zijn als het bovenvlak van de
draaivoet. Verlaat u niet alleen op de verticale en/of
horizontale spanschroef (beide los verkrijgbaar) om het
werkstuk op zijn plaats te houden. (Fig. 36)
Dun materiaal hangt gemakkelijk door. Ondersteun het
werkstuk over zijn hele lengte om vastklemmen van het
zaagblad en mogelijke TERUGSLAG te voorkomen.
Hulpbeschermblad (alleen voor Europese landen)
Dit gereedschap is voorzien van een hulpbeschermblad.
Gewoonlijk kunt u het hulpbeschermblad ingeklapt laten.
Voor het links schuin zagen echter klapt u het hulpbe-
• Voor het links schuin zagen klapt u het hulpbescherm-
blad uit. Anders zou dat het zaagblad of een deel van
het gereedschap kunnen raken, met kans op ernstige
verwondingen voor de gebruiker.
Verticale spanschroef (los verkrijgbaar
accessoire) (Fig. 38)
De verticale spanschroef kan aan de linker- of rechter-
zijde van de geleider of de houdermontage (los verkrijg-
baar accessoire) worden gemonteerd. Steek de stang
van de spanschroef in het gat in de geleider of houder-
montage en trek de schroef aan om de stang vast te zet-
Zet de arm van de spanschroef in de positie die geschikt
is voor de dikte en vorm van het werkstuk, en zet de arm
vast door de schroef vast te draaien. Indien de schroef in
aanraking komt met de geleider, moet u deze aan de
tegenovergestelde zijde van de spanschroefarm monte-
ren. Controleer of geen enkel deel van het gereedschap
in aanraking komt met de spanschroef wanneer het
handvat volledig omlaag wordt gebracht. Indien dit wel
het geval is, moet u de positie van de spanschroef veran-
Druk het werkstuk vlak tegen de geleider en de draai-
voet. Plaats het werkstuk in de gewenste zaagpositie en
zet het stevig vast door de knop van de spanschroef vast
• Het werkstuk dient stevig tegen de draaivoet en de
geleider vastgezet te zijn.
Horizontale spanschroef (los verkrijgbaar
accessoire) (Fig. 39)
De horizontale spanschroef kan aan de linker- of rechter-
zijde van de gereedschapsvoet worden geïnstalleerd.
Voor versteksneden van 15° of meer, installeert u de
horizontale spanschroef aan de tegenovergestelde zijde
van de richting waarin de draaivoet zal worden gedraaid.
Door de knop van de spanschroef naar links te draaien
wordt de spanschroef in de vrije stand gezet en kunt u de
spanschroefas snel naar binnen en naar buiten bewe-
gen. Door de knop van de spanschroef naar rechts te
draaien wordt de spanschroef vastgezet. Om het werk-
stuk te grijpen, draait u de knop van de spanschroef
langzaam naar rechts totdat het uitsteeksel zijn hoogste
positie bereikt, en daarna draait u de knop stevig vast.
Indien de spanschroefknop naar binnen of naar buiten
wordt getrokken terwijl u hem naar rechts draait, kan het
uitsteeksel in een schuine positie stoppen. In dit geval
draait u de spanschroefknop terug naar links totdat de
spanschroef los komt, en dan draait u hem weer lang-
De maximale breedte van werkstukken die met de hori-
zontale spanschroef kunnen worden vastgezet is
Houders en houdermontage (los verkrijgbare
U kunt de houders en de houdermontage aan beide zij-
den van het gereedschap aanbrengen om de werkstuk-
ken horizontaal te ondersteunen. Installeer deze
accessoires zoals afgebeeld. Draai daarna de schroeven
goed vast om de houders en de houdermontage vast te
Gebruik de houder/stang montage (los verkrijgbaar
accessoire) voor het zagen van lange werkstukken. Deze
bestaat uit twee houdermontages en twee stangen 12.
• Ondersteun lange werkstukken altijd op gelijke hoogte
met het bovenvlak van de draaivoet, om nauwkeurige
zaagsneden te krijgen en gevaarlijk controleverlies
over het gereedschap te voorkomen.
• Voordat u het gereedschap inschakelt, dient u het
handvat uit zijn omlaagpositie te halen door de aan-
slagpen naar buiten te trekken.
• Zorg dat het zaagblad niet in aanraking is met het
werkstuk e.d. voordat u de trekschakelaar indrukt.
GEBRUIKEN ALS EEN VERSTEKZAAG WAARSCHUWING:
• Wanneer u het gereedschap als een verstekzaag
gebruikt, dient u de boventafel in de hoogste positie te
zetten zodat het zaagblad nooit uit het bovenvlak van
de boventafel naar buiten steekt.
• Oefen tijdens het zagen geen overmatige druk op het
handvat uit. Wanneer u te hard drukt, kan de motor
overbelast raken en/of de zaagcapaciteit verminderen.
Druk alleen zo hard als nodig is voor soepel zagen zon-
der dat de draaisnelheid van de zaag aanzienlijk ver-
• Druk het handvat zachtjes naar beneden om te zagen.
Indien het handvat met geweld naar beneden wordt
gedrukt of zijwaartse druk erop wordt uitgeoefend, zal
het zaagblad trillen en een merkteken (zaagteken) in
het werkstuk achterlaten, en zal ook de zaagsnede
minder nauwkeurig zijn.
1. Drukkend zagen (Fig. 42)
Zet het werkstuk vast tegen de geleider en de draaitafel.
Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met
het werkstuk in contact is, en wacht totdat het zaagblad
op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam
omlaag naar de laagste positie om het werkstuk te
zagen. Nadat het zagen is voltooid, schakelt u het
gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het
zaagblad naar zijn hoogste positie terug te brengen.
Zie het gedeelte “Instellen van de verstekhoek” hierbo-
3. Schuine sneden zagen (Fig. 43)
Draai de hendel los en zet het zaagblad schuin om de
schuine hoek in te stellen (zie “Instellen van de schuine
hoek” hierboven). Draai daarna de hendel weer stevig
vast om de gekozen schuine hoek goed vast te houden.
Zet het werkstuk vast tegen de geleider en de draaitafel.
Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad met
het werkstuk in contact is en wacht totdat het zaagblad
op volle toeren draait. Breng dan het handvat langzaam
omlaag naar de laagste positie door druk uit te oefenen
evenwijdig met het zaagblad. Nadat het zagen is vol-
tooid, schakelt u het gereedschap uit. WACHT TOTDAT HET ZAAGBLAD VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN alvorens het zaagblad naar zijn hoogste
positie terug te brengen.
• Controleer tijdens het zagen van schuine sneden altijd
of het zaagblad in schuine richting naar beneden
beweegt. Houd uw handen uit de buurt van het zaag-
• Tijdens het zagen van schuine sneden kan het gebeu-
ren dat het afgezaagde stuk tegen de zijkant van het
zaagblad komt te liggen. Indien het zaagblad omhoog
wordt gebracht terwijl het nog draait, kan dit stuk door
het draaiende zaagblad worden gegrepen zodat brok-
stukken in het rond worden geslingerd, hetgeen natuur-
lijk gevaarlijk is. Breng daarom het zaagblad omhoog
ALLEEN nadat het volledig tot stilstand is gekomen.
• Wanneer u het handvat omlaag drukt, dient u druk uit
te oefenen evenwijdig met het zaagblad. Indien de druk
tijdens het zagen niet evenwijdig is met het zaagblad,
kan de hoek van het zaagblad verschuiven zodat de
zaagsnede minder nauwkeurig zal zijn.
• (Alleen voor Europese landen) Klap voor het links
schuin zagen altijd het hulpbeschermblad buiten-
4. Gecombineerd zagen
Gecombineerd zagen betekent dat het werkstuk tegelijk
met een schuine hoek en een verstekhoek wordt
gezaagd. Gecombineerd zagen is mogelijk voor de hoe-
ken aangegeven in de onderstaande tabel.
Voor de bedieningen voor gecombineerd zagen, zie de
beschrijvingen onder “Drukkend zagen”, “Verstekzagen”,
en “Schuine sneden zagen”.
5. Zagen van aluminium werkstukken (Fig. 44)
Gebruik vulblokken of afgedankte blokstukken voor het
vastzetten van aluminium werkstukken, zoals afgebeeld,
om vervorming van de aluminium te voorkomen. Gebruik
voor het zagen ook zaagolie, om te voorkomen dat alumi-
nium zaagsel zich op het zaagblad vastzet.
• Probeer nooit om dikke of ronde aluminium werkstuk-
ken te zagen. Dikke aluminium werkstukken kunnen tij-
dens het zagen los komen, terwijl ronde aluminium
werkstukken op dit gereedschap niet goed kunnen wor-
• Zaag nooit aluminium werkstukken in de tafelzaag
Het gebruik van een houten hulpstuk helpt om splintervrije sneden te krijgen. Gebruik de gaten in de geleider om een
houten hulpstuk aan de geleider te bevestigen.
Zie de afbeelding voor de afmetingen van een dergelijk houten hulpstuk.
• Gebruik als houten hulpstuk een recht stuk hout van
• Gebruik schroeven om het houten hulpstuk aan de
geleider te bevestigen. Zorg dat de schroefkoppen niet
uit het bovenvlak van het houten hulpstuk steken.
• Draai de draaivoet na het bevestigen van het houten
hulpstuk niet met het handvat in de omlaagpositie. Als
u dit doet, kan het zaagblad en/of het houten hulpstuk
7. Stukken van gelijke lengte zagen (Fig. 45)
Wanneer u verschillende stukken van dezelfde lengte
tussen 240 mm en 400 mm wilt zagen, kunt u gemakkelij-
ker werken door de stelplaat te gebruiken. Monteer de
stelplaat op de houder zoals afgebeeld.
Breng de zaaglijn op uw werkstuk op één lijn met de lin-
kerzijde of de rechterzijde van de groef in de zaagsnede-
plaat. Houd het werkstuk vast zodat het niet kan
bewegen, en plaats de stelplaat vlak tegen het einde van
het werkstuk. Zet daarna de stelplaat vast met de
schroef. Wanneer u de stelplaat niet gebruikt, draait u de
schroef los en draait u de stelplaat uit de weg.
• Door de houder/stang montage (los verkrijgbaar acces-
soire) te gebruiken kunt u stukken van dezelfde lengte
van ongeveer maximaal 2 200 mm zagen.
GEBRUIKEN ALS EEN TAFELZAAG
• (Voor gereedschappen voor Europese landen) Wan-
neer u het gereedschap gebruikt als tafelzaag (afkort-
zaag), klapt u het hulpbeschermblad buitenwaarts en
dan gaat u als volgt te werk.
Wanneer u het gereedschap gebruikt als tafelzaag
(afkortzaag), (klapt u bij gereedschappen voor Europese
landen eerst het hulpbeschermblad buitenwaarts en)
plaatst u het zaagbladdeksel op de draaitafel zodat dit
deksel over de sleuf voor het zaagblad in de draaitafel zit
en de twee kleine verdikkingen aan de onderzijde van het
zaagbladdeksel in de halfcirkelvormige sleuf aan de bui-
tenrand van de draaitafel passen, zoals getoond in de
afbeelding, en vervolgens vergrendelt u het handvat in
de laagste positie door de aanslagpen volledig naar bin-
nen te drukken. Als het zaagbladdeksel niet is vastgezet,
kan de tafel niet omlaag worden gebracht. (Fig. 46)
• Gebruik altijd “werkassistenten” zoals drukstokken en
drukblokken wanneer er gevaar is dat uw handen of
vingers dicht bij het zaagblad zullen komen.
• Houd het werkstuk altijd goed vast op de tafelblad met
behulp van breedtegeleider. Buig of verdraai het werk-
stuk niet tijdens het aanvoeren. Als het werkstuk gebo-
gen of verdraaid wordt, kan gevaarlijke terugslag
• Verwijder NOOIT het werkstuk terwijl het zaagblad nog
draait. Als het werkstuk verwijderd dient te worden
voordat de snede is voltooid, schakel dan eerst het
gereedschap uit terwijl u het werkstuk stevig vasthoudt.
Verwijder het werkstuk pas nadat het zaagblad volledig
tot stilstand is gekomen. Als u dit verzuimt, bestaat er
gevaar voor terugslag.
• Verwijder NOOIT afgezaagd materiaal terwijl het zaag-
• Kom NOOIT met uw handen of vingers in het pad van
• Zet de trekgeleider altijd stevig vast, omdat er anders
gevaar is voor terugslag.
• Gebruik altijd hulpmiddelen zoals duwstokken en duw-
blokken wanneer u kleine of smalle werkstukken zaagt.
Drukstokken, drukblokken of hulpgeleiders zijn een soort
“werkassistenten”. Gebruik deze hulpmiddelen om veilig
te kunnen zagen zonder dat de gebruiker een deel van
het gereedschap dient aan te raken.
Gebruik een stuk gelaagd hout van 15 mm dikte.
Het handvat dient in het midden van het stuk gelaagd
hout te komen. Bevestig met lijm en houtschroeven,
zoals afgebeeld. Een stukje hout van 10 mm x 9 mm x
30 mm dient altijd aan het gelaagd hout gelijmd te wor-
den, om afstomping van het zaagblad te voorkomen
indien de gebruiker per ongeluk in het drukblok zaagt.
(Sla nooit spijkers in het drukblok.)
Hulpgeleider (Fig. 48 en 49)
Maak een hulpgeleider uit stukken gelaagd hout van
Verwijder de trekgeleider, de klemschroef (A), de platte
vulring en de vierkante moer van de trekgeleiderhouder.
Bevestig vervolgens de hulpgeleider aan de trekgeleider-
houder door middel van een M6 bout die langer is dan
M6 x 50, vulringen en een moer.
• Gebruik altijd steunen achter de tafel wanneer u lange
of grote werkstukken wilt zagen. Sta NIET toe dat een
lange plank op de tafel kan bewegen of verschuiven.
Het zaagblad kan dan namelijk klemmen zodat er
gevaar is voor terugslag en persoonlijke verwonding.
De steun dient even hoog te zijn als de tafel.
1. Stel de zaagdiepte iets hoger in dan de dikte van het
werkstuk. Stel in door de twee hendels los te
draaien en de boventafel hoger of lager te zetten.
2. Positioneer de trekgeleider op de gewenste breedte
en zet hem vast met de klemschroef (A). Controleer
voordat u gaat zagen of de twee schroeven van de
trekgeleiderhouder goed vastzitten. Indien niet, trek
de schroeven steviger aan.
3. Schakel het gereedschap in en voer het werkstuk
langs de trekgeleider langzaam doorheen het zaag-
(1) Gebruik een drukstok indien de schulpbreedte
40 mm of meer is. (Fig. 50)
(2) Wanneer de schulpbreedte minder dan 40 mm
is, kan de drukstok niet worden gebruikt omdat
hij tegen de bovenste beschermkap zal stoten.
Gebruik een hulpgeleider en een drukblok.
Maak de hulpgeleider stevig vast aan de trekge-
leiderhouder op de tafel.
Voer het werkstuk aan met uw hand totdat zijn
uiteinde ongeveer 25 mm verwijderd is van de
voorrand van de boventafel. Voer daarna verder
aan met behulp van het drukblok op de hulpge-
leider totdat de snede voltooid is. (Fig. 51)67
Dragen van het gereedschap
Zorg dat de stekker uit het stopcontact is verwijderd. Zet
het zaagblad vast op de 0° schuine hoek en de draaivoet
op de uiterst linkse verstekhoek. Breng het handvat volle-
dig omlaag en vergrendel het in de laagste positie door
de aanslagpen volledig naar binnen te drukken. (Fig. 52)
Draag het gereedschap door beide zijden van de gereed-
schapsvoet vast te houden, zoals afgebeeld. Het gereed-
schap is gemakkelijker om dragen wanneer u de
houders, stofzak, enz., ervan verwijdert. (Fig. 53)
• Zet altijd alle bewegende onderdelen vast alvorens het
gereedschap te dragen.
• Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en zijn
stekker uit het stopcontact is verwijderd alvorens te
beginnen met inspectie of onderhoud.
• Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en
dergelijke. Hierdoor het verkleuring, vervormingen en
barsten worden veroorzaakt.
• Zorg altijd dat het zaagblad scherp en schoon is om
optimale en veilige prestaties te krijgen.
Afstellen van de zaaghoek
Dit gereedschap werd in de fabriek nauwkeurig afgesteld
en uitgelijnd, maar door ruwe behandeling kan de uitlij-
ning ervan verslechterd zijn. Doe het volgende indien uw
gereedschap niet meer juist is uitgelijnd:
Draai de greep los om de draaivoet los te maken. Draai
de draaivoet zodanig dat de wijzer naar 0° op de verstek-
schaal wijst. Draai de greep vast en draai met de dop-
sleutel de zeskante bouten van de geleider los. (Fig. 54)
Breng het handvat volledig omlaag en vergrendel het in
de laagste positie door de aanslagpen in te drukken. Zet
de zijde van het zaagblad haaks ten opzichte van het
vlak van de geleider door gebruik te maken van een drie-
hoeksliniaal, een winkelhaak, e.d. Draai vervolgens de
zeskante bouten op de geleider goed vast, beginnend
vanaf de rechterzijde. (Fig. 55)
Breng het handvat volledig omlaag en vergren-
del het in de laagste positie door de aanslagpen
naar binnen te drukken. Draai de hendel aan de
achterzijde van het gereedschap los. Draai de
stelbout voor de 0° schuine hoek aan de rech-
terzijde van de draaivoet twee tot drie slagen
naar rechts om het zaagblad naar rechts te kan-
Zet de zijde van het zaagblad haaks ten
opzichte van het bovenvlak van de draaivoet
(gebruik een driehoeksliniaal, een winkelhaak,
e.d.) door de stelbout voor de 0° schuine hoek
voorzichtig naar links te draaien. (Fig. 57)
Controleer of de wijzer op de draaivoet naar 0°
op de schuine-hoek schaal op de arm wijst.
Indien niet, draai dan de bevestigingsschroef
van de wijzer los en verstel de wijzer zodat hij
naar 0° wijst. (Fig. 58)
(2) 45° schuine hoek
Stel de 45° schuine hoek pas in nadat de 0°
schuine hoek is ingesteld. Voor het instellen van
de linkse 45° hoek, draait u de hendel los en
doet u het zaagblad volledig naar links hellen.
Controleer of de wijzer op de arm naar 45° op
de schuine-hoek schaal op de arm wijst. Indien
niet, draai de stelbout voor de 45° schuine hoek
aan de linkerzijde van de arm totdat de wijzer
naar 45° wijst. (Fig. 59)
Vervangen van de koolborstels (Fig. 60 en 61)
Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Ver-
vang de koolborstels wanneer deze tot aan de limiet-
merkstreep versleten zijn. Houd de koolborstels schoon
zodat ze vlot in hun houders glijden. Beide koolborstels
dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uit-
sluitend identieke koolborstels.
Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen
te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, schuif
de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast.
• Veeg na gebruik alle zaagsel en stof op het gereed-
schap eraf met een doek of iets dergelijks. Houd de
veiligheidskap schoon volgens de instructies die in de
paragraaf “Beschermkap” werden beschreven. Smeer
de glijdende onderdelen in met machine-olie om roest-
vorming te voorkomen.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties,
onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een
erkend Makita servicecentrum, en altijd met gebruik van
Makita vervangingsonderdelen.
OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP:
• Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen
voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze
gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van
andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor
persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik de acces-
soires of hulpstukken uitsluitend voor het gespecifi-
Wenst u meer informatie over deze accessoires, neem
dan contact op met het dichtstbijzijnde Makita service-
• Liniaalset (Trekgeleider)
• Sommige van de onderdelen in deze lijst kunnen bijge-
leverd zijn als standaard-accessoires. Deze accessoi-
res kunnen per land verschillend zijn.68 ENG905-1 Geluidsniveau
De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld vol-
Draag oorbeschermers ENG900-1 Trilling
De totaalwaarde van de trillingen (triaxiale vectorsom)
vastgesteld volgens EN61029:
Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s
2 ENG901-1 • De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten vol-
gens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt
om dit gereedschap te vergelijken met andere gereed-
• De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden
gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstell-
• De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch
gereedschap in de praktijk kan verschillen van de
opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de
manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
• Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getrof-
fen ter bescherming van de operator die zijn gebaseerd
op een schatting van de blootstelling onder praktijkom-
standigheden (rekening houdend met alle fasen van de
bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het
gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait,
naast de ingeschakelde tijdsduur).
EG-VERKLARING VAN CONFORMITEIT Alleen voor Europese landen
De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bij-
lage A bij deze gebruiksaanwijzing.69
ESPAÑOL (Instrucciones originales)
Notice-Facile