DDF458 - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DDF458 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DDF458 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DDF458 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DDF458 MAKITA
Accuschroefboormachine GEBRUIKSAANWIJZING 31
Totale lengte 225 mm Nominale spanning 14,4Vgelijkspanning 18Vgelijkspanning Nettogewicht 2,1 - 2,4 kg 2,1 - 2,5 kg
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie,overeenkomstigdeEPTA-procedure01/2014,wordengetoondindetabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu Model14,4Vgelijkstroom BL1415N/BL1430/BL1430B/BL1440/BL1450/BL1460B Model18Vgelijkstroom BL1815N/BL1820/BL1820B/BL1830/BL1830B/BL1840/ BL1840B/BL1850/BL1850B/BL1860B Lader DC18RC/DC18RD/DC18RE/DC18SD/DC18SE/DC18SF/ DC18SH
- Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd.Gebruik vanenigeandereaccuofladerkanleidentotletselen/ofbrand. Gebruiksdoeleinden Ditgereedschapisbestemdvoorhetborenenschroe- ven in hout, metaal en plastic. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgensEN62841-2-1: Geluidsdrukniveau (L
):70dB(A)oflager Onzekerheid(K):3dB(A) Hetgeluidsniveaukantijdensgebruikhogerworden dan80dB(A). OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thodeenkan/kunnenwordengebruiktomditgereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)kan/kunnenookwordengebruiktvooreen beoordelingvoorafvandeblootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteldvolgensEN62841-2-1: Gebruikstoepassing:boreninmetaal Trillingsemissie (a h,D ):2,5m/s
of lager Onzekerheid(K):1,5m/s 232 NEDERLANDS OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemetenvolgenseenstandaardtestmethodeenkan/ kunnenwordengebruiktomditgereedschaptever- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n)kan/kunnenookwordengebruiktvooreen beoordelingvoorafvandeblootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen DeEG-verklaringvanconformiteitisbijgevoegdals BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door.Alsunietalleonder- staandeaanwijzingennaleeft,kandatresulterenin brand,elektrischeschokkenen/ofernstigletsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuschroefboormachine Veiligheidsinstructies voor alle werkzaamheden
1. Gebruik de hulphandgreep (hulphandgrepen).
Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken.
2. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast
aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het accessoire of de beves- tigingsmiddelen in aanraking kunnen komen met verborgen bedrading. Wanneer accessoires ofbevestigingsmiddeleninaanrakingkomen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan zodatdegebruikereenelektrischeschokkan krijgen.
3. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide
bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt.
4. Houd het gereedschap stevig vast.
5. Houd uw handen uit de buurt van draaiende
6. Laat het gereedschap niet draaiend achter.
Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt.
7. Raak direct na uw werk het boorbit of het werk-
stuk niet aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
8. Bepaalde materialen kunnen giftige chemica-
liën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veilig- heidsvoorschriften van de fabrikant van het materiaal.
9. Als het boorbit niet kan worden losgemaakt
ondanks dat de klauwen geopend zijn, gebruikt u een tang om het eruit te trekken. In dat geval kan met de hand eruit trekken leiden tot letselvanwegezijnscherperand. Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange boorbits
1. Gebruik nooit op een hoger toerental dan het
maximale nominale toerental van het boorbit. Opeenhogertoerentalzalhetbitwaarschijnlijk verbuigenalshetvrijronddraaitzondercontact methetwerkstuk,waardoorpersoonlijkletselkan ontstaan.
2. Begin altijd te boren op een laag toerental en
terwijl de punt van het bit contact maakt met het werkstuk.Opeenhogertoerentalzalhetbit waarschijnlijkverbuigenalshetvrijronddraait zonder contact met het werkstuk, waardoor per- soonlijkletselkanontstaan.
3. Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het
bit en oefen geen buitensporige druk uit. Bits kunnenverbuigenwaardoorzekunnenbrekenof udecontrolekuntverliezen,metpersoonlijkletsel tot gevolg. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.33 NEDERLANDS Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Neem de accu niet uit elkaar.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen
en hem niet blootstelt aan schokken of stoten.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Alsvoorbereidingvanhetartikeldatwordtgetrans- porteerdishetnoodzakelijkeenexpertophetgebied vangevaarlijkestoenteraadplegen.Houdutevens aanmogelijkstrengerenationaleregelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afge- dekt met tape en de accu moet zodanig worden verpaktdatdezenietkanbewegenindeverpakking.
Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen.Als deaccu’swordenaangebrachtinniet-compatibele gereedschappen,kandatleidentotbrand,bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkagevanelektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Hetgebruikvanniet-origineleaccu’s,ofaccu’sdiezijngewij- zigd,kanertoeleidendatdeaccuontploftenbrand,persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-
ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu.Alsuhetgereedschapendeaccuniet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen enhetgereedschapofdeaccubeschadigen,ofkan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.1: 1. Rood deel 2.Knop3.Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaandevoorkant vandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccuuithetgereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schaptotueenklikgeluidhoort.Alsuhetrodedeelaan debovenkantvandeknopkuntzien,isdeaccuniet goedaangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is.Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.34 NEDERLANDS De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ►Fig.2: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Erkaneen storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. Gereedschap-/accubeveiligingssysteem Hetgereedschapisuitgerustmeteengereedschap-/ accubeveiligingssysteem.Ditsysteemschakeltautoma- tisch de voeding uit om de levensduur van het gereed- schap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdenshetgebruikautomatischstoppenalshetgereed- schap of de accu aan één van de volgende omstandig- hedenwordtblootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Dezebeveiligingtreedtinwerkingwanneerhetgereed- schapwordtgebruiktopeenmanierwaaropeen abnormaalhogestroomsterktewordtgetrokken.Indie situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap over- belastraakte.Schakelvervolgenshetgereedschapin om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Dezebeveiligingtreedtinwerkingwanneerhetgereed- schap of de accu oververhit is. In die situatie laat u het gereedschap en de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Dezebeveiligingtreedtinwerkingwanneerdereste- rendeacculadinglaagwordt.Indiesituatieverwijdertu de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De resterende acculading controleren ►Fig.3: 1.Knop2.Accu-indicatorlampje Terwijlhetgereedschapstilstaat,druktuopdeknopop hetbedieningspaneel.Deresterendeacculadingwordt aangegeven op de accu-indicator. De resterende acculading wordt aangegeven zoals in deonderstaandetabel. Toestand van accu-indicator Resterende acculading 50% tot 100% 20% tot 50% 0% tot 20% OPMERKING:Stopaltijdhetgereedschapvoordatu de resterende acculading controleert. De trekkerschakelaar gebruiken ►Fig.4: 1. Trekkerschakelaar LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaat- sen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. Omhetgereedschaptestarten,knijptugewoonde trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerschakelaar inknijpt,hoesnellerhetgereedschapdraait.Laatde trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. De lamp op de voorkant gebruiken ►Fig.5: 1. Lamp LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Knijpdetrekkerschakelaarinomdelampinteschake- len.Delampblijftbrandenzolangdetrekkerschakelaar wordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaarhebtlosgelaten,gaatdelampuit. OPMERKING: Gebruikeendrogedoekomvuilvandelens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van delampnietbekrastomdatdandeverlichtingminderwordt. De omkeerschakelaar bedienen ►Fig.6: 1. Omkeerschakelaar LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeerschake- laar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen.Alsudedraairichtingverandertterwijlhetgereed- schapnogdraait,kanhetgereedschapbeschadigdraken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neu- trale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt.35 NEDERLANDS Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaarinvanafkantAvoordedraairichtingrechtsom,of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen. Snelheidskeuze ►Fig.7: 1. Snelheidskeuzeknop LET OP: Zet de snelheidskeuzeknop altijd volledig in de juiste stand.Alsuhetgereedschap gebruiktmetdesnelheidskeuzeknophalverwege tussen de standen "1" en "2", kan het gereedschap beschadigdworden. LET OP: Verander de instelling van de snel- heidskeuzeknop niet terwijl het gereedschap draait.Datkanhetgereedschapbeschadigen. Stand van de snelheids- keuzeknop Snelheid Koppel Toepassing 1 Laag Hoog Zware belasting 2 Hoog Laag Lichte belasting Alsudesnelheidwiltveranderen,schakeltueersthet gereedschap uit. Selecteer stand "2" voor een hoge snelheid of stand "1" voor een lage snelheid met een hoog koppel. Let op dat de snelheidskeuzeknop geheel indejuistestandisgezetvoordatugaatwerken. Alsdesnelheidvanhetgereedschaptijdensgebruikin stand "2" sterk afneemt, zet u de knop in stand "1" en begintuhetgebruikopnieuw. De werkingsfunctie kiezen KENNISGEVING:Zorgdatderingpreciesstaat ingesteldopdegewenstefunctiemarkering.Alsuhet gereedschapgebruiktmetderinghalverwegetussen defunctiemarkeringen,kanhetgereedschapbescha- digd worden. KENNISGEVING: Verander de werkingsfunctie nietterwijlhetgereedschapdraait. ►Fig.8: 1. Werkingsfunctiekeuzering 2. Markering 3.Pijlteken Dit gereedschap heeft twee werkingsfuncties.
Boorfunctie (alleen draaien)
Schroevendraaierfunctie (draaien met koppeling) Selecteer een functie die geschikt is voor uw werk.Draaidewerkingsfunctiekeuzeringenlijnde gewenstemarkeringuitmethetpijltekenophet gereedschapshuis. Het aandraaikoppel instellen ►Fig.9: 1. Instelring 2. Werkingsfunctiekeuzering 3.Koppelaanduiding4.Pijlteken Door de instelring te draaien, kan het aandraaikoppel worden ingesteld op 21 niveaus. Voor het minimumaan- draaikoppel kiest u 1 en voor het maximumaandraai- koppel kiest u 21.
Lijndemarkering uitmetdepijpophetgereed- schapshuis door de werkingsfunctiekeuzering te draaien.
2. Lijndekoppelaanduidinguitmethetpijltekenop
het gereedschapshuis door de instelring te draaien. Alvorensmetheteigenlijkewerktebeginnen,draaitu eerst een testschroef in uw werkstuk of een stuk iden- tiekmateriaal,omtebepalenwelkaandraaikoppelhet meestgeschiktisvooreenbepaaldetoepassing. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. De zijhandgreep (hulphandgreep) aanbrengen ►Fig.10: 1. Groef 2.Stalenband3. Uitsteeksel
4. Handgreepvoet 5.Zijhandgreep
Gebruikaltijddezijhandgreepomverzekerdtezijnvan eenveiliggebruik. Brengdezijhandgreepzodanigaandatdeuitsteeksels opdehandgreepvoetenstalenbandindegroevenin deschachtvanhetgereedschapvallen.Zetvervolgens de handgreep vast door deze rechtsom te draaien. Afhankelijkvanuwtoepassingkandezijhandgreep recht omhoog of aan de linker- of rechterkant van het gereedschapwordenaangebracht. Het schroefbit/boorbit aanbrengen of verwijderen ►Fig.11: 1. Bus Draaideklembuslinksomlosomdeklauwenteope- nen.Plaatshetschroefbit/boorbitzovermogelijkinde spankop.Draaideklembusrechtsomomhetbitinde spankopvasttezetten.Omhetschroefbit/boorbitte verwijderen,draaitudeklembuslinksom. De schroefbithouder aanbrengen Optioneel accessoire ►Fig.12: 1.Schroefbithouder2.Schroefbit Pasdeschroefbithouderopdeuitstekendenokaan de voet van het gereedschapshuis, links of rechts naar keuze,enzetdebithoudervastmeteenschroef. Wanneeruhetschroefbitnietgebruikt,kuntuhetinde schroefbithoudersopbergen.Schroefbitsvan45mm lengtekunnenhierwordenbewaard.36 NEDERLANDS De haak aanbrengen LET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef.Alsuditnietdoet, kandehaaklosrakenentotpersoonlijkletselleiden. ►Fig.13: 1. Gleuf 2. Haak 3. Schroef Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkop tehangen.Dehaakkanaaniederezijkantvanhet gereedschapwordenbevestigd.Omdehaaktebeves- tigen,steektudezeineengleufopeenzijkantenzet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf. BEDIENING LET OP: Druk de accu altijd stevig aan totdat die op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode deel aandebovenkantvandeknopnogzichtbaaris,zitde accu er nog niet helemaal in. Schuif hem er helemaal intotdathetrodedeelnietmeerzichtbaaris.Alsu dit nalaat, zou de accu uit het gereedschap kunnen vallen en uzelf of anderen kunnen verwonden. LET OP: Wanneer de snelheid sterk afneemt, verlaagt u de belasting of stopt u het gereedschap om te voorkomen dat het gereedschap wordt beschadigd. Houd het gereedschap stevig vast met één hand aan dehandgreependeandereaandezijhandgreepom wringkrachtengoedtekunnenbeheersen. ►Fig.14 Gebruik als schroevendraaier LET OP: Stel de koppelinstelring in op het juiste koppel voor uw werkstuk. LET OP: Zorg dat het schroefbit recht in de schroefkop steekt, anders kunnen de schroef en/ of het schroefbit beschadigd worden. Draai eerst de werkingsfunctiekeuzering zodat het pijltekenophetgereedschapshuisnaardemarke- ring wijst. Plaatsdepuntvanhetschroefbitindeschroefkop en oefen wat druk uit op het gereedschap. Start het gereedschaplangzaamenverhoogdangeleidelijkde snelheid.Zodradekoppelingaangrijpt,laatudetrek- kerschakelaaronmiddellijklos. OPMERKING: Voor het vastdraaien van houtschroe- vendientueenboorgatvan2/3dediametervande schroefvoorteboren.Ditvergemakkelijkthetvast- draaienenvoorkomtdathetwerkstukkansplijten. Gebruik als boormachine Draaieerstdewerkingsfunctiekeuzeringzodathetpijlteken naar de markering wijst.Gadaarnaalsvolgttewerk. Boren in hout Bijhetboreninhoutverkrijgtudebesteresultatenmethoutboortjes voorzien van een geleideschroefpunt. Deze geleideschroefpunt ver- gemakkelijkthetboren,doorhetboorbithetwerkstukintetrekken. Boren in metaal Omtevoorkomendathetboorbitbijhetbeginvanhetboren zijdelingswegglijdt,maaktumeteenhamereneencenter- ponseenputjepreciesopdeplaatswaaruwiltboren.Plaats dandepuntvanhetboorbitinhetputjeenbeginmetboren. Gebruikbijhetboreninmetaaleensmeermiddel. Uitzonderingenhierbijzijnijzerenkoper,diedroog geboordmoetenworden. LET OP: Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feite zaldergelijkharddrukkenalleenmaarleidentot beschadigingvanhetboorbit,lagereprestatiesvan het gereedschap en een kortere levensduur van het gereedschap. LET OP: Houd het gereedschap stevig vast en let vooral goed op wanneer het boorbit door het werkstuk heen breekt.Ophetmomentdathetboor- gatdoorbreektwordteenenormewringendekracht uitgeoefendophetgereedschap/boorbit. LET OP: Een vastgelopen boorbit kan een- voudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo het boorbit eruit te draaien. Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag. LET OP: Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of soortgelijke klemvoorziening. LET OP: Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereed- schap gedurende 15 minuten liggen alvorens verder te werken met een volle accu. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. OmdeVEILIGHEIDenBETROUWBAARHEIDvan het gereedschap te handhaven, dienen alle repara- ties,inspectieenvervangingvandekoolborstels,en alle andere onderhoudswerkzaamheden of afstel- lingentewordenuitgevoerdbijeenerkendMakita- servicecentrumofMakita-fabrieksservicecentrum,en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen.37 NEDERLANDS OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel.Gebruikdeaccessoiresofhulpstukkenuitsluitend voorhunbestemdedoel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
- Rubberrugschijfcompleet
- Schuimrubberpolijstschijf
6,0 5510 WAARSCHUWING: Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder of door personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring of kennis van zaken, maar alleen onder toezicht of na instructie in veilig gebruik van het apparaat, met begrip van de eventuele risico’s. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reinigen en onderhoud van het apparaat mag niet door kinderen worden verricht, tenzij onder toezicht. Symbolen Voor dit apparaat worden de volgende symbolen gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis van deze symbolen begrijpt alvorens het appa- raat te gebruiken.LET OP: 1. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES – Deze gebruiksaanwijzingbevat belangrijke veiligheids- en bedieningsinstructies voor deacculader.2. Alvorens de acculader in gebruik te nemen, leest u eerst alleinstructies en waarschuwingsopschriften op (1) de acculader,(2) de accu en (3) het apparaat waarin de accu wordtaangebracht.3. LET OP – Om de kans op letsel te verkleinen, mag u alleenoplaadbare accu’s van het Makita-type opladen. Anderetypen accu’s kunnen barsten waardoor persoonlijk letsel ofschade kan worden veroorzaakt.4. Niet-oplaadbare accu’s kunnen niet worden opgeladen metdeze acculader.5. Gebruik een stroomvoorziening met een spanningaangegeven op het typeplaatje van de acculader. 6. Laadt de accu niet op in de buurt van ontvlambare vloeistoffenof gassen.7. Stel de acculader niet bloot aan regen of sneeuw.8. Draag de acculader nooit aan het netsnoer en trek nooit aanhet netsnoer om zo de stekker uit het stopcontact te trekken.9. Na het opladen of voordat u de acculader onderhoudt ofschoonmaakt, trekt u de stekker van de acculader uit hetstopcontact. Trek aan de stekker en niet aan het netsnoer.10. Zorg ervoor dat het netsnoer op een plaats ligt waar er niet opwordt gestaan, over gestruikeld of anderszins blootgesteldaan beschadiging of krachten.11. Gebruik de acculader niet met een beschadigd snoer of eenkapotte stekker. Als het snoer of de stekker beschadigd is,vraagt u dan een bevoegd Makita servicecentrum om het tevervangen, om risico te voorkomen.12. Gebruik de acculader niet en haal hem niet uit elkaar nadatdeze is blootgesteld aan een zware schok, is gevallen of opeen andere manier is beschadigd, maar breng deze naar eenvakbekwame reparateur. Door onjuist gebruik of in elkaarzetten kan een risico van elektrische schokken of brandontstaan. 13. Laad de accu niet op wanneer de kamertemperatuur LAGERis dan 10°C of HOGER dan 40°C. Wanneer de temperatuurvan de accu tot onder 0°C gedaald is, kan het opladen nietbeginnen.14. Gebruik geen spanningstransformator, motorgenerator ofgelijkspanningsstopcontact.15. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen van de acculader nietworden afgedekt of geblokkeerd. Opladen 1. Steek de stekker van de acculader in een stopcontact van dejuiste spanning. Het laadlampje knippert groen. 2. Volg de aanduidingen op de acculader en schuif de accu zover mogelijk in de acculader. Het deksel van de acculader gaatopen wanneer u de accu erin steekt, en gaat weer dichtwanneer u de accu eruit haalt. 3. Nadat de accu in de acculader is gestoken, brandt hetlaadlampje rood en begint het opladen waarbij kortstondig eenvooraf ingestelde einde-opladen-melodie klinkt om aan tegeven dat het opladen is begonnen.4. Nadat het opladen is voltooid, verandert het laadlampje vanrood naar groen en klinkt de einde-opladen-melodie of dezoemer (lange pieptoon) om aan te geven dat het opladenvoltooid is. NEDERLANDS
- Alleen voor gebruik binnenshuis • Lees de gebruiksaanwijzing.• DUBBELE ISOLATIE • Gereed voor opladen• Bezig met opladen • Opladen voltooid• Vertraagd opladen (accu koelt af of te koude accu)• Defecte accu• Optimaal heropladen • Koelsysteem werkt niet juist• Voorkom kortsluitingen. • Vernietig de batterij niet in een vuur.• Stel de batterij niet bloot aan water of regen. • Recycle altijd de accu’s.• Alleen voor EU-landenGeef elektrische apparatuur of accu’s niet met het huishoudelijk afval mee! Met inachtneming van de Europese Richtlijnen betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, batterijen en accu’s inclusief opgebruikte batterijen en accu’s, en de implementatie van deze richtlijnen in overeen- stemming met nationale wetgeving, moeten elektrische apparaten, batterijen en accu’s die het einde van hun lev-ensduur bereikt hebben, gescheiden worden ingezameld en worden ingeleverd bij een recyclingbedrijf dat aan demilieurichtlijnen voldoet.11
5. De laadtijd varieert met de temperatuur (10°C – 40°C) waarbij
de accu wordt opgeladen en met de toestand van de accu, bijvoorbeeld een accu die nieuw is of lange tijd niet is gebruikt.
6. Na het opladen haalt u de accu uit de acculader en trekt u de
stekker uit het stopcontact. Einde-opladen-melodie veranderen
1. Nadat de accu in de acculader is gestoken, klinkt kortstondig
de laatst ingestelde einde-opladen-melodie.
2. Als u binnen vijf seconden de accu eruit haalt en weer erin
steekt, verandert de melodie.
3. Iedere keer wanneer u de accu binnen vijf seconden eruit
haalt en weer erin steekt, verandert de melodie op volgorde.
4. Wanneer de gewenste melodie klinkt, laat u de accu in de
acculader zitten zodat het opladen begint. Als de korte pieptoon is geselecteerd, zal geen einde-opladen-melodie klinken nadat het opladen is voltooid (geluidloze functie).
5. Nadat het opladen is voltooid, blijft het groene laadlampje
branden en gaat het rode laadlampje uit, en klinkt de melodie die is ingesteld toen de accu erin werd gestoken of de zoemer (lange pieptoon) om aan te geven dat het opladen voltooid is. (Als de stille functie is geselecteerd, klinkt geen melodie.)
6. De ingestelde melodie wordt onthouden, ook als de stekker
van de acculader uit het stopcontact wordt getrokken. *1 Deze accu’s kunnen alleen worden opgeladen met de DC18RC. OPMERKINGEN:
- De acculader is uitsluitend bestemd voor het opladen van Makita accu’s. Gebruik deze nooit voor andere doeleinden of voor het opladen van accu’s van andere fabrikanten.
- Een nieuwe accu of een accu die gedurende lange tijd niet werd gebruikt kan soms niet volledig worden opgeladen totdat u hem een paar keer volledig hebt ontladen en herladen. (Alleen Ni-MH accu)
- Als het oplaadlampje rood knippert, is de toestand van de accu zoals hieronder beschreven en start het opladen mogelijk niet. – De accu is net nog gebruikt in het gereedschap, of de accu heeft langdurig op een plaats gelegen die was blootgesteld aan direct zonlicht. – De accu heeft langdurig op een plaats gelegen die was bloot- gesteld aan koude lucht. Wanneer de accu te heet is, begint het opladen nadat de koel- ventilator in de acculader de accu heeft afgekoeld. Het opladen begint nadat de temperatuur is gedaald tot het niveau waarop opladen mogelijk is.
- Indien het oplaadlampje afwisselend in groen en rood knippert, is opladen niet mogelijk. De klemmen op de accu of acculader zijn met vuil verstopt, of de accu is versleten of beschadigd. Koelsysteem
- Deze acculader is voorzien van een ventilator voor het afkoelen van een warmgeworden accu om verslechtering van de accuprestaties te voorkomen. Tijdens het koelen zult u het geluid van de koelingslucht horen. Dit is normaal en betekent niet dat er iets mankeert aan de acculader.
- Een geel waarschuwingslampje zal knipperen in de volgende gevallen. – Er mankeert iets aan de koelventilator. – De accu wordt slecht afgekoeld omdat deze verstopt is met stof e.d. Zelfs wanneer het gele waarschuwingslampje knippert, kan de accu worden opgeladen. In dat geval zal het opladen echter langer duren dan normaal. Controleer of het geluid van de koelventilator normaal is. Con- troleer ook of de luchtuitlaatopeningen op de accu en de accu- lader niet door stof verstopt zijn.
- Indien het gele waarschuwingslampje niet knippert hoewel u geen geluid van de koelventilator hoort, is het koelsysteem in orde.
- Houd de luchtuitlaatopeningen op de acculader en de accu altijd schoon om een goede koeling te verzekeren.
- Indien het gele waarschuwingslampje vaak gaat knipperen, moet u de producten naar een servicecentrum zenden voor reparatie of onderhoud. Optimaal heropladen De functie voor optimaal heropladen verlengt de levensduur van de accu door de optimale oplaadconditie van de accu in elke situ- atie automatisch te bepalen. Wanneer de accu herhaaldelijk in de volgende omstandigheden wordt gebruikt, is “optimaal heropladen” vereist om te voorkomen dat de accu rap verslijt. In dat geval zal het gele lampje branden.
1. Een accu bij een te hoge temperatuur opladen
2. Een accu bij een te lage temperatuur opladen
3. Een volledig opgeladen accu opnieuw opladen
4. Een accu te veel ontladen (de accu blijven gebruiken hoewel
deze bijna leeg is) Het opladen van een dergelijke accu duurt langer dan normaal. Spanning 9,6 V 12 V 14,4 V Capaciteit (A/uur) Oplaadtijd (minuten) Aantal cellen 8 10 12 Ni-MH accu B9017A — — 1,7 20
Spanning 14,4 V 18 V 14,4 V 18 V Capaciteit (A/uur) volgens de IEC61960 Oplaadtijd (minuten) Aantal cellen 4 5 8 10 Li-ion accu BL1415 BL1815 — — 1,3 15
Notice-Facile