DHR242 - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DHR242 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DHR242 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DHR242 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DHR242 MAKITA
NL Snoerloze combinatiehamer Gebruiksaanwijzing
Verklaring van algemene gegevens
8 Snelwisselkop voor SDS-plus
9 Streep op wisselmof
13 Ronddraaien met hameren
15 Werkingsfunctie-keuzeknop
16 Alleen ronddraaien
Aantal slagen/minuut 0 – 4 700 0–4700
(voor DHR242) (voor DHR243)
• In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande
technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
• De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
• Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste combinatie,
overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
Toepasselijke accu’s en laders
• Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.
WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van
enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. ENE043-1 Doeleinden van gebruik
Dit gereedschap is bedoeld voor hamerboren en boren in
baksteen, beton en steen, en ook voor beitelen.
Het gereedschap is ook geschikt voor boren zonder slag
in hout, metaal, keramisch materiaal en kunststof. GEA010-2 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor
elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING! Lees alle
veiligheidswaarschuwingen, aanwijzingen,
afbeeldingen en technische gegevens behorend bij
dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u
niet alle onderstaande aanwijzingen naleeft, kan dat
resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de
toekomst te kunnen raadplegen.
De term “elektrisch gereedschap” in de
veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op
stroom van het lichtnet werken (met snoer) of
gereedschappen met een accu (snoerloos). GEB246-1
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR EEN ACCUBOORHAMER Veiligheidsinstructies voor alle werkzaamheden
1. Draag gehoorbescherming. Blootstelling aan het
lawaai kan uw gehoor aantasten.
2. Gebruik hulphandgreep (hulphandgrepen),
indien bij het gereedschap geleverd. Verliezen
van de macht over het gereedschap kan letsel
Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC38
3. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan
de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans
bestaat dat het accessoire in aanraking komt
met verborgen bedrading. Wanneer het
accessoire in aanraking komt met onder spanning
staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen
delen van het gereedschap onder spanning komen
te staan zodat de gebruiker een elektrische schok
Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange
boorbits in boorhamers
1. Begin altijd te boren op een laag toerental en
terwijl de punt van het bit contact maakt met het
werkstuk. Op een hoger toerental zal het bit
waarschijnlijk verbuigen als het vrij ronddraait
zonder contact met het werkstuk, waardoor
persoonlijk letsel kan ontstaan.
2. Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het bit
en oefen geen buitensporige druk uit. Bits
kunnen verbuigen, waardoor ze kunnen breken of u
de controle kunt verliezen, met persoonlijk letsel tot
Aanvullende veiligheidsvoorschriften
1. Draag een helm (veiligheidshelm), veiligheidsbril
en/of spatscherm. Een gewone bril of een
zonnebril is GEEN veiligheidsbril. Het wordt
tevens sterk aanbevolen een stofmasker en dik
gevoerde handschoenen te dragen.
2. Controleer of het bit stevig op zijn plaats zit
voordat u het gereedschap gebruikt.
3. Bij normale bediening behoort het gereedschap
te trillen. De schroeven kunnen gemakkelijk
losraken, waardoor een defect of ongeval kan
ontstaan. Controleer of de schroeven goed zijn
aangedraaid, alvorens het gereedschap te
4. In koude weersomstandigheden of wanneer het
gereedschap gedurende een lange tijd niet is
gebruikt, laat u het gereedschap eerst opwarmen
door het onbelast te laten werken. Hierdoor zal
de smering worden verbeterd. Zonder degelijk
opwarmen, zal de hamerwerking moeilijk zijn.
5. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide bodem
staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat
er zich niemand recht onder u bevindt.
6. Houd het gereedschap stevig met beide handen
7. Houd uw handen uit de buurt van bewegende
8. Laat het gereedschap niet draaiend achter.
Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het
9. Richt het gereedschap niet op iemand in de
buurt terwijl het is ingeschakeld. Het bit zou eruit
kunnen vliegen en iemand ernstig verwonden.
10. Raak het bit, onderdelen in de buurt van het bit
en het werkstuk niet onmiddellijk na gebruik
aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en
brandwonden op uw huid veroorzaken.
11. Bepaalde materialen kunnen giftige chemicaliën
bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg
dat u geen stof inademt. Volg de
veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van het
12. Zorg er altijd voor dat het gereedschap is
uitgeschakeld en de accu en bit zijn verwijderd
voordat u het gereedschap aan een andere
persoon overhandigt.
13. Verzeker u er vóór aanvang van de
werkzaamheden van dat er geen voorwerpen,
zoals elektriciteits-, gas- en waterleidingen,
begraven liggen in het werkgebied. Anders kan
de boor/beitel deze raken, waardoor een elektrische
schok, een lekstroom of een gaslek kan ontstaan.
14. Laat het gereedschap niet onnodig onbelast
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van
comfort en bekendheid met het gereedschap (na
veelvuldig gebruik) en neem alle
veiligheidsvoorschriften van het betreffende
gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de
veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing
kan leiden tot ernstig letsel.
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product
waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de
accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het
gebruik ervan onmiddellijk stopzetten.
Voortgezet gebruik kan oververhitting,
brandwonden en zelfs een ontploffing
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen,
spoelt u uw ogen met schoon water en roept u
onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt
in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een
geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin
andere metalen voorwerpen zoals spijkers,
munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen.
Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van
een grote stroomafgifte, oververhitting,
brandwonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu
niet op plaatsen waar de temperatuur kan
oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer
hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De
accu kan ontploffen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem
niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke
handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige
hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.39
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving
omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijke door
derden en transporteurs moeten speciale vereisten
ten aanzien van verpakking en etikettering worden
Als voorbereiding van het artikel dat wordt
getransporteerd is het noodzakelijk een expert op
het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen.
Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale
Blootliggende contactpunten moeten worden
afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden
verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u
de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem
op een veilige manier weg. Volg bij het
weggooien van de accu de plaatselijke
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de
gereedschappen die door Makita zijn
aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in
niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot
brand, buitensporige warmteontwikkeling, een
explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange tijd
niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu
vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden
waardoor brandwonden of koude brandwonden
kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig
bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze
heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten,
openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan
oververhitting, brand, een barst en een storing in het
gereedschap of de accu ontstaan waardoor
brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap is
toegestaan in de buurt van
hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet
gebruiken in de buurt van een
hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een
storing of een defect van het gereedschap of de
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het
gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn
gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand,
persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt
daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en
de lader van Makita.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is.
Stop het gebruik van het gereedschap en laad de
accu op telkens wanneer u vaststelt dat het
vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw
op. Te lang opladen verkort de levensduur van
3. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur
tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu
afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem
vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een lange
tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
FUNCTIEBESCHRIJVING LET OP:
• Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de
accu is verwijderd, alvorens u enige controle of
afstelling aan het gereedschap uitvoert.
Aanbrengen en verwijderen van de accu (Fig. 1)
• Houd het gereedschap en de accu stevig vast
wanneer u de accu aanbrengt of verwijdert. Als u
het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, zou
er iets uit uw handen kunnen glippen, met gevaar voor
schade aan het gereedschap of de accu en eventuele
• Schakel altijd het gereedschap uit voordat u de accu
aanbrengt of verwijdert.
• Om de accu te verwijderen, schuift u deze uit het
gereedschap los terwijl u de knop voorop de accu
• Voor het aanbrengen van de accu plaatst u de tong van
de accu in de groef van de behuizing en schuift u de
accu op zijn plaats. Schuif de accu er altijd volledig in
totdat die op zijn plaats vastklikt. Wanneer de rode
indicator op de bovenkant van de knop nog zichtbaar
is, zit de accu niet volledig erin. Schuif hem volledig
erin totdat de rode indicator niet meer zichtbaar is. Als
u dit nalaat, zou de accu uit het gereedschap kunnen
vallen en uzelf of anderen kunnen verwonden.
• Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet
soepel in gaat, houdt u die waarschijnlijk in de
De resterende acculading controleren (Fig. 2)
Alleen voor accu’s met indicatorlampjes
Druk op de testknop op de accu om de resterende
acculading te zien. De indicatorlampjes branden
gedurende enkele seconden.
• Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de
omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de
aangegeven acculading verschilt van de werkelijke
• Het eerste (meest linker) indicatorlampje knippert
wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is
Gereedschap-/accubeveiligingssysteem
Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/
accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt
automatisch de voeding uit om de levensduur van het
gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap
kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het
gereedschap of de accu aan één van de volgende
omstandigheden wordt blootgesteld:
Overbelastingsbeveiliging
Deze beveiliging treedt in werking wanneer het
gereedschap wordt gebruikt op een manier waarop een
abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken. In die
situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de
toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap
overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap
in om het weer te starten.
Oververhittingsbeveiliging
Deze beveiliging treedt in werking wanneer het
gereedschap of de accu oververhit is. In die situatie laat
u het gereedschap en de accu eerst afkoelen voordat u
het gereedschap opnieuw inschakelt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Deze beveiliging treedt in werking wanneer de
resterende acculading laag wordt. In die situatie
verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de
Werking van de schakelaar (Fig. 3)
• Alvorens u de accu in het gereedschap plaatst,
controleert u eerst of de schakelaar goed werkt en bij
loslaten automatisch naar de “OFF”-stand terugkeert.
Om het gereedschap te starten, drukt u enkel de
trekkerschakelaar in. De snelheid van het gereedschap
neemt toe, hoe verder u de trekkerschakelaar indrukt.
Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen.
Werking omkeerschakelaar (Fig. 4)
Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het
veranderen van de draairichting. Druk de
omkeerschakelaar in vanaf kant A voor rechtse,
kloksgewijze draairichting, of vanaf kant B voor linkse
Wanneer deze schakelaar in de neutrale stand staat, kan
de trekkerschakelaar niet worden ingedrukt.
• Controleer altijd de draairichting alvorens het
gereedschap te starten.
• Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen
nadat het gereedschap volledig tot stilstand is
gekomen. Als u de draairichting verandert terwijl het
gereedschap nog draait, kan het gereedschap
• Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand
wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
De snelwisselkop voor SDS-plus vervangen
De snelwisselkop voor SDS-plus kan eenvoudig worden
vervangen door de snelwisselboorkop.
De snelwisselkop voor SDS-plus verwijderen (Fig. 5)
• Haal altijd de boor eruit voordat u de snelwisselkop
voor SDS-plus verwijdert.
Pak de wisselmof van de snelwisselkop voor SDS-plus
vast en draai deze in de richting van de pijl totdat de
streep op de wisselmof van het symbool is verplaatst
naar het symbool . Trek krachtig in de richting van de
De snelwisselboorkop aanbrengen (Fig. 6)
Controleer of de streep op de snelwisselboorkop bij het
symbool staat. Pak de wisselmof van de
snelwisselboorkop vast en zet de streep bij het symbool
Zet de snelwisselboorkop op de as van het gereedschap.
Pak de wisselmof van de snelwisselboorkop en draai de
streep op de wisselmof naar het symbool totdat er
een duidelijke klik te horen is.
De werkingsfunctie kiezen
Ronddraaien met hameren (Fig. 7)
Voor boren in beton, metselwerk, enz., drukt u de
vergrendelknop in en draait u de werkingsfunctie-
keuzeknop naar het symbool . Gebruik een boor met
een wolfraamcarbide punt.
Alleen ronddraaien (Fig. 8)
Voor boren in hout, metaal of kunststofmaterialen, drukt
u de vergrendelknop in en draait u de werkingsfunctie-
keuzeknop naar het symbool m. Gebruik een spiraalboor
Alleen hameren (Fig. 9)
Voor beitelen, bikken of sloopwerkzaamheden, drukt u
de vergrendelknop in en draait u de werkingsfunctie-
keuzeknop naar het symbool . Gebruik een
puntbeitel, koudbeitel, bikbeitel, enz.
Opmerking over de bediening van de
werkingsfunctiekeuzeknop
Om beschadiging aan het mechanisme van de
werkingsfunctiekeuzeknop te voorkomen, volgt u de
onderstaande procedure:
• Draai de werkingsfunctiekeuzeknop niet terwijl het
• Zorg ervoor dat de werkingsfunctiekeuzeknop altijd
exact in een van de drie werkingsfunctiestanden (m,
of ) staat. (Fig. 10)
• Draai de knop niet met grote kracht. Als u de knop
forceert, kan het gereedschap worden beschadigd.
Als u de werkingsfunctiekeuzeknop draait van het
symbool naar het symbool m of vice versa, kan de
knop mogelijk niet meer uit de stand met het symbool
worden gedraaid. Draai in dat geval de knop naar
de stand met het symbool en laat het gereedschap
enkele seconden werken. Draai daarna de knop naar
de gewenste stand. (Fig. 11)
De koppelbegrenzer treedt in werking wanneer de motor
een bepaald koppelniveau bereikt. De motor wordt dan
ontkoppeld van de uitgaande aandrijfas. Wanneer dit
gebeurt, zal de boor stoppen met draaien.
• Schakel het gereedschap onmiddellijk uit wanneer de
koppelbegrenzer in werking treedt. Hiermee helpt u
vroegtijdige slijtage van het gereedschap voorkomen.
• Gatenzagen mogen niet worden gebruikt met dit
gereedschap. Dergelijke zagen kunnen gemakkelijk
bekneld raken in het boorgat. Daardoor zou de
koppelbegrenzer al te vaak in werking treden.
• Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de accu is verwijderd alvorens enig werk aan het
gereedschap uit te voeren.
Zijhandgreep (hulphandgreep) (Fig. 12)
• Gebruik altijd de zijhandgreep om veilig te kunnen
Plaats de zijhandgreep zodanig op het gereedschap dat
de uitsteeksels van de zijhandgreep in de groeven van
het gereedschap passen. Draai daarna de zijhandgreep
vast door deze in de gewenste stand rechtsom te
draaien. De zijhandgreep kan 360° rondgedraaid worden
en in iedere gewenste stand worden vastgezet.
Voordat u de boor aanbrengt, smeert u een beetje
boorvet (ongeveer 0,5 tot 1 gram) op de kop van de
boorschacht. Met een ingevette boorkop zal het
gereedschap beter werken en langer meegaan.
Aanbrengen en verwijderen van de boor
Reinig de boorschacht en smeer er boorvet op alvorens
de boor te plaatsen. (Fig. 13)
Steek de boor in het gereedschap. Draai de boor en duw
deze naar binnen tot hij vergrendelt.
Als de boor er niet volledig in geduwd kan worden,
verwijdert u die boor dan. Trek eerst de boorkopmof
enkele malen omlaag. Steek vervolgens de boor
opnieuw in. Draai de boor en duw deze naar binnen tot
hij vergrendelt. (Fig. 14)
Controleer na het aanbrengen altijd of de boor stevig in
het gereedschap is bevestigd door te proberen deze eruit
Om de boor te verwijderen, trekt u de boorkopmof
Boorhoek (bij beitelen, bikken of slopen)
De boor kan in de gewenste hoek worden vastgezet. Om
de boorhoek te veranderen, drukt u de vergrendelknop in
en draait u de werkingsfunctie-keuzeknop naar het
O. Draai de boor in de gewenste hoek.
Druk de vergrendelknop in en draai de werkingsfunctie-
keuzeknop naar het symbool . Controleer daarna of
de boor stevig op zijn plaats vastzit door deze iets te
Diepteaanslag (Fig. 18)
De diepteaanslag is handig voor het boren van gaten van
gelijke diepte. Draai de zijhandgreep los en steek de
diepteaanslag in de opening in de zijhandgreep. Stel de
diepteaanslag af op de gewenste diepte en draai de
zijhandgreep weer vast.
• De diepteaanslag kan niet worden gebruikt in een
stand waarbij de diepteaanslag tegen het
aandrijvingshuis aan komt.
Stofvanger (Fig. 19)
Gebruik de stofvanger om te voorkomen dat er stof op
het gereedschap en op uzelf terechtkomt wanneer u
boven uw hoofd boort. Bevestig de stofvanger op de
boor zoals aangegeven in de afbeelding. De diameter
van de boren waaraan de stofvanger kan worden
bevestigd is als volgt.
BEDIENING Gebruik als boorhamer (Fig. 20)
Draai de werkingsfunctie-keuzeknop naar het symbool
Plaats de punt van de boor op de gewenste plaats waar
het boorgat moet komen en druk vervolgens de
trekkerschakelaar in.
Forceer het gereedschap niet. Een lichte druk geeft de
Houd het gereedschap stevig vast en zorg dat de boor
niet uit het gat wegglijdt.
Oefen geen grotere druk uit wanneer het boorgat
verstopt raakt met schilfertjes of boorgruis. Laat in zo’n
geval het gereedschap langzaam lopen en verwijder de
boor gedeeltelijk uit het boorgat. Wanneer dit
verschillende keren wordt herhaald, zal het boorgat
schoon worden en kunt u normaal verder boren.
• Op het moment dat het boorgat doorbreekt, het
boorgat verstopt raakt met schilfertjes of boorgruis, of
de boorhamer de bewapening in het beton raakt, wordt
er plotseling een enorme wringende kracht uitgeoefend
op het gereedschap/de boor. Gebruik altijd de
zijhandgreep (hulphandgreep) en houd het
gereedschap tijdens gebruik stevig vast aan zowel de
zijhandgreep als de schakelhandgreep. Als u dit niet
doet, kunt u de macht over het gereedschap verliezen
en mogelijk ernstig letsel veroorzaken.
• Wanneer het gereedschap onbelast wordt gebruikt,
kan de boor soms excentrisch draaien. Het
gereedschap centreert zichzelf automatisch tijdens het
gebruik. Dit heeft geen nadelige invloed op de
nauwkeurigheid van het boren.
Blaasbalgje (optioneel accessoire) (Fig. 21)
Gebruik na het boren het blaasbalgje om het stof uit het
Beitelen/bikken/slopen (Fig. 22)
Draai de werkingsfunctie-keuzeknop naar het symbool
Houd het gereedschap met beide handen stevig vast.
Schakel het gereedschap in en oefen er enige kracht op
uit zodat het gereedschap niet oncontroleerbaar in het
rond springt. Het gereedschap werkt niet efficiënter als u
grote druk op het gereedschap uitoefent.
Boren in hout of metaal (Fig. 23 en 24)
Gebruik de los verkrijgbare complete boorkop. Om deze
aan te brengen, volgt u de aanwijzingen onder
“Aanbrengen en verwijderen van de boor”.
Stel de werkingsfunctie-keuzeknop zo in dat de wijzer
• Gebruik nooit “Ronddraaien met hameren” wanneer de
complete boorkop op het gereedschap is aangebracht.
De complete boorkop kan daardoor worden
beschadigd. Bovendien zal de boorkop loskomen
wanneer de draairichting van het gereedschap wordt
Gebruik de snelwisselboorkop als standaarduitrusting.
Om deze aan te brengen, volgt u de aanwijzingen onder
“De snelwisselkop voor SDS-plus vervangen”.
Houd de ring op zijn plaats en draai de bus linksom om
de klauwen van de boorkop te openen. Steek de boor zo
ver mogelijk in de boorkop. Houd de ring stevig op zijn
plaats en draai de bus rechtsom om de klauwen van de
boorkop te sluiten. Om de boor te verwijderen, houdt u
de ring op zijn plaats en draait u de bus linksom.
Draai de werkingsfunctie-keuzeknop naar het symbool m.
U kunt gaten tot een diameter van 13 mm in metaal
boren en tot een diameter van 32 mm in hout.
• Gebruik nooit “Ronddraaien met hameren” wanneer de
snelwisselboorkop op het gereedschap is aangebracht.
De snelwisselboorkop kan daardoor worden
Bovendien zal de boorkop loskomen wanneer de
draairichting van het gereedschap wordt omgekeerd.
• Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het
gereedschap drukt. In feite zal dergelijk hard drukken
alleen maar leiden tot beschadiging van de boor,
mindere prestaties van het gereedschap en verkorting
van de levensduur van het gereedschap.
• Op het moment dat het boorgat doorbreekt wordt een
enorme wringende kracht uitgeoefend op het
gereedschap/de boor. Houd het gereedschap stevig
vast en let vooral goed op wanneer de boor door het
werkstuk heen breekt.
• Een vastgelopen boorkop kan eenvoudig verwijderd
worden door de draairichting te veranderen met de
omkeerschakelaar, om zo de boorkop los te halen.
Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er
is kans op een plotselinge terugslag.
• Zet kleinere werkstukken altijd vast in een bankschroef
of dergelijke veiligheidsklem.
• Zorg er altijd voor dat het gereedschap is
uitgeschakeld en de accu is verwijderd, voordat u
enige inspectie of onderhoud uitvoert.
• Gebruik nooit benzine, wasbenzine, verdunner,
alcohol, enz. Dat kan leiden tot verkleuren, vervormen
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
gereedschap te verzekeren, dienen alle reparaties,
inspectie en vervanging van koolborstels, en alle andere
onderhoudswerkzaamheden of afstellingen te worden
uitgevoerd door een erkend Makita servicecentrum, en
dit uitsluitend met gebruik van originele Makita
vervangingsonderdelen.
OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP:
• Deze accessoires en hulpstukken zijn aanbevolen voor
gebruik met uw Makita gereedschap zoals
voorgeschreven in deze handleiding. Het gebruik van
enige andere accessoires of hulpstukken kan gevaar
voor lichamelijk letsel opleveren. Gebruik accessoires
en hulpstukken alleen voor hun voorgeschreven
Als u advies nodig hebt omtrent deze accessoires,
raadpleegt u dan uw plaatselijke Makita servicecentrum.
• SDS-Plus boren met hardmetalen carbide punt
• Stofafzuig-aansluitstuk
• Sommige van de onderdelen in deze lijst kunnen
bijgeleverd zijn als standaard-accessoires. Deze
accessoires kunnen per land verschillend zijn.
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten
volgens EN62841-2-6:
• De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn
gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/
kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te
vergelijken met andere gereedschappen.
• De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen
ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van
• Draag gehoorbescherming.
• De geluidsemissie tijdens het gebruik van het
elektrisch gereedschap in de praktijk kan
verschillen van de opgegeven waarde(n)
afhankelijk van de manier waarop het gereedschap
wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk
waarmee wordt gewerkt.
• Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden
getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn
gebaseerd op een schatting van de blootstelling
onder praktijkomstandigheden (rekening houdend
met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de
tijdsduur gedurende welke het gereedschap is
uitgeschakeld en stationair draait, naast de
ingeschakelde tijdsduur).
De volgende tabel toont de trillingstotaalwaarde (triaxiale
vectorsom) zoals vastgesteld conform de toepasselijke
• De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een
standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt
om dit gereedschap te vergelijken met andere
• De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook
worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de
• De trillingsemissie tijdens het gebruik van het
elektrisch gereedschap in de praktijk kan
verschillen van de opgegeven waarde(n)
afhankelijk van de manier waarop het gereedschap
wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk
waarmee wordt gewerkt.
• Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden
getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn
gebaseerd op een schatting van de blootstelling
onder praktijkomstandigheden (rekening houdend
met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de
tijdsduur gedurende welke het gereedschap is
uitgeschakeld en stationair draait, naast de
ingeschakelde tijdsduur).
EG-verklaring van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als
Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.45
ESPAÑOL (Instrucciones originales)
Notice-Facile