SKR301 - Elektrisch gereedschap MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SKR301 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Elektrisch gereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SKR301 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SKR301 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING SKR301 MAKITA
SKR301 AUTOMATISCHE LASER Gebruiksaanwijzing Inhoudsopgave
1. Algemene informatie
Hoewel de SKR301 bijzonder gemakkelijk te gebruiken is, adviseren we dat u deze handleiding grondig doorneemt voor u de laser begint te gebruiken.
1. Algemene informatie
1.4 Overzicht toetsenbord
2. Bedieningsinstructies
De SKR301 is een automatische, zichtbare laser die kan worden gebruikt voor het waterpas stellen, verticaal en horizontaal uitlijnen en uitvoeren van tweevlakmetingen. Het toestel is bijzonder praktisch bij het ophangen van valse plafonds, het leggen van vloeren, het plaatsen van wanden en allerhande buitenactiviteiten.
2.7 Gebruik van de krijtlijn
2.9 Manuele hellingsgraad
4. Onderhoud en behandeling
De SKR301-laser beschikt over de volgende geavanceerde functies:
- Automatische nivellering in horizontale en in verticale modus.
- Keuze van de laserstralen: draaiend vlak, scanning, krijtlijn, enkel punt of constante tweevlakmeting.
- Eenvoudig elektronisch te ijken.
- Tweevlakbeeld, links en rechts bij te stellen. Opgelet: de SKR301 is een laserproduct van klasse II of IIR (versie US) en werd ontworpen overeenkomstig de internationale veiligheidsregels IEC285. Hoewel het laservermogen niet hoger is dan 1 mW in klasse II en 2mW in klasse IIIa, moeten de volgende veiligheidsrichtlijnen worden nageleefd: Niet rechtstreeks in de laserstraal kijken
6.4 Andere toebehoren
1.4 Overzicht toetsenbord
Aanbevolen gebruik (diameter) 300 m met detector Nauwkeurigheid waterpas 0,010 %
14. Instelling en controle draaisnelheid links /
Registratie ijkingsgegevens +/- 10 mm op 100 m Waterpasbereik +/- 8 % Scanhoek van 3° tot 34° Laserdiode max. 635 nm Europese versie 1 mW, klasse II US-versie 2 mW, klasse IIIR Voeding 2 alkalinebatterijen (LR20 of D) of herlaadbare accu’s Laadtijd 15 uur Autonomie 40 uur met herlaadbare accu’s 160 uur met alkalinebatterijen Afmetingen en gewicht regen- en stofdicht (IP65)
2. Verticale of tweevlak laserstraal
7. Neerklapbare voet voor verticale instelling
8. Klemvoet voor horizontale instelling
10. Stekker voor batterijlader
18. Ontvangstoog voor afstandsbediening
De schuingedrukte functies hebben betrekking op de aanduidingen en toetsen in de ijkingsmodus.
2. Gebruik van uw SKR301-laser
0 - 90 - 150 - 300 - 450 - 600
omw./min. Weersbestendigheid Verplaatsing laserstraal omlaag
17. Verplaatsing herkenningspunt tweevlak naar links /
Verplaatsing laserstraal omhoog 15 x 16 x 17 cm 1,3 kg Rotatiesnelheid
15. Instelling en controle draaisnelheid rechts / Wijziging ijkingsas
16. Verplaatsing herkenningspunt tweevlak naar rechts /
U vindt een overzicht van de laserfuncties en de toetsenbordfuncties aan de binnenzijde van de kaft. Wanneer u de laser aanzet, voert deze een zelftest uit. De laserstraal knippert terwijl de laser zichzelf nivelleert. Zodra hij waterpas staat, begint de kop te draaien.
2.1 Toets Auto/Man (20)
- Auto: automatische nivellering Standaardmodus wanneer de laser wordt ingeschakeld
- Man: manueel gebruik De SKR301-laser staat altijd in automatisch zelfnivelleringsmodus (Auto) wanneer deze wordt ingeschakeld. Zodra het toestel zichzelf heeft genivelleerd, begint de laserkop te draaien.
U kunt kiezen voor een constante draaibeweging door de manuele modus in te stellen. Op deze manier draait de laserstraal ook wanneer het toestel niet waterpas staat (noodzakelijk wanneer het toestel op een hellend vlak moet worden gebruikt). Uit veiligheidsoverwegingen knippert een rood lampje boven de knop Auto/Man om de gebruiker te wijzen op het feit dat de laser in manuele modus staat.
2.2 Toets Kantelen (22)
Kantelen: H-I-waarschuwingsmodus. Werkt alleen indien ingesteld. De functie kantelen staat ook bekend onder de naam H.Iwaarschuwing (Height of instrument – toestelhoogte). Deze functie stopt de laser automatisch wanneer de laser aan schokken of trillingen wordt onderworpen of wanneer deze wordt verplaatst. Hierdoor wordt voorkomen dat de metingen onnauwkeurig zijn. Gebruik deze functie alleen in automatische modus, niet in de manuele modus. Druk op de toets Kantelen (22) zodra het toestel werd ingeschakeld. De H.I.-waarschuwing is beschikbaar 30 seconden nadat het toestel zichzelf heeft genivelleerd. Het rode lampje boven de toets Kantelen knippert wanneer deze functie wordt gebruikt. Indien de laser gestoord is, stopt de kop met draaien en brand het rode lampje continu. Schakel de laser uit, wacht 5 seconden en schakel de laser weer in (controleer of de straal nog op het originele referentiepunt staat).
2.3 Horizontale instelling
1. De SKR301 kan direct op de grond worden gebruikt, gemonteerd
op een muur of op een standaard driepoot (5/8-schroefkoppeling).
2. Druk op de Aan/Uit-toets (24) om de laser in te schakelen.
Hierdoor wordt de laser automatisch genivelleerd.
3. Druk op de toets (20) om de manuele modus in te schakelen.
4. Druk op de toets (22) om de H.I.-waarschuwing te selecteren.
Deze functie is beschikbaar 30 seconden nadat het toestel zichzelf heeft genivelleerd.
5. Indien u de laserstraal wenst te verplaatsen naar een specifiek
punt, druk dan kort op de toets (14) of (15).
6. Om de draaisnelheid in te stellen, drukt u langdurig op de toetsen
(14) of (15) afhankelijk van de gewenste richting. Om de draaibeweging te stoppen drukt u kort op de tegenovergestelde toets.
7. Druk op de toets (24) om de laser uit te schakelen
2.4 Verticale instelling
Voor deze instelling hebt u geen extra hulpmiddelen nodig. De SKR301 kan direct op de vloer worden gebruikt. Voor een betere instelling kunt u er echter beter voor kiezen om het toestel op een voet te monteren.
1. Kantel de neerklapbare voet (7) omhoog. Plaats het toestel in de
verticale stand, rustend op de voet. Gebruik de aanpasbare voet (8) om de laser benaderend in te stellen.
2. Schakel het toestel in. Zodra het toestel zich heeft genivelleerd,
begint de kop te draaien.
2.5 Tweevlakmetingen
1. Plaats de laser op de vloer en herhaal de stappen 1 en 2 voor
2. Stop de draaibewegingen van de kop door op toets (14) of (15)
3. Om het roterende verticale vlak loodrecht te kantelen op een referentielijn:
- Lijn de pijl (5) onder de straalweergave met index (6) die u vindt boven de aanpasbare voet (u ziet ook een markering op de voet zelf)
- Verplaats de laser zodat de straal valt op het referentiepunt op de vloer, terwijl u de pijl en de index gelijk houdt.
- Lijn de straal die boven de kop uitkomt uit met uw tweede referentiepunt. Gebruik hiervoor de toetsen (16) en (17) op de laser of de detector op de afstandsbediening (deze straal is 90° of tweevlak ten overstaan van de andere verticale straal).
- Laat de kop draaien met behulp van de toetsen (14) of (15) om de snelheid aan te passen of de krijtlijn te gebruiken. Het is belangrijk tijdens het gebruik van de laser te controleren of deze zich niet heeft verplaatst en of uw instellingen nog correct zijn.
Uw laser is uitgerust met een zichtbare laserdiode. Mogelijk moet de draaisnelheid worden aangepast overeenkomstig het omgevingslicht. Gebruik hiervoor de toetsen (14) en (15).
De laserstraal is vertraagd beter zichtbaar. Het is mogelijk om de draaibeweging te stoppen en de straal manueel te richten om deze over een lange afstand te kunnen volgen.
2.7 Gebruik van de krijtlijn
Ideaal voor gebruik over een korte afstand. Om de laserlijnfunctie te gebruiken, houdt u de kop van de laser vast en draait u de kap (12) zo dat de straal uit de lijnopening van de laser komt (4). Hierdoor krijgt u een stabiele laserlijn om rechtstreeks op uw referentieoppervlak te kunnen werken. U kunt de lijn verplaatsen door de kop met de hand te bewegen of door gebruik te maken van de afstandsbediening. U kunt in deze functie de LDR-detector niet gebruiken.
2.8 Gebruik scanmodus
Laat u toe de laserstraal beter te zien wanneer de laser verder af staat. Om deze scanfunctie te gebruiken, schakelt u de laser in. De laser zou in de puntmodus moeten staan. Indien de laser in krijtlijnmodus staat, houd dan de kop van de laser vast en draai aan de kap (12) zodat de straal uit de straalopening van de laser komt (3). Gebruik het toetsenbord, de detector of de afstandsbediening om de laser in scanmodus te plaatsen.
1. Druk tegelijk op de toetsen (14) en (17). De straal knippert tot deze
in evenwicht is gekomen. Ve rvolgens begint het apparaat te scannen.
2. Gebruik de toetsen (14) of (15) om te richten.
3. Gebruik de onderste twee toetsen om de scanlengte in te stellen.
Gebruik (17) om de lengte te verhogen en (18) om de lengte te verkleinen (van 3° tot 34°).
4. Om het scannen uit te schakelen drukt u gelijktijdig opnieuw op
(14) en (17). Het tweevlakbeeld kan tijdens het scannen niet naar links of rechts worden verplaatst. Hiervoor moet de laser in punt- of in krijtlijnmodus staan.
2.9 Manuele hellingsgraad
1. Na de laser te hebben ingeschakeld en te hebben gewacht tot het
toestel is genivelleerd, drukt u op de toets Auto/Man (20). De LED ernaast (19) begint te knipperen om aan te geven dat u zich in harge
manuele modus bevindt en dat u de hellingsgraad kunt instellen voor de X-as. De kop begint te draaien.
2. Druk op (17) om een positieve hellingsgraad in te stellen in X en
druk op (16) om een negatieve hellingsgraad in te stellen.
3. Om te wisselen naar de Y-as, drukt u op de toets Kantelen (22). Beide
LED's (19) en (21) knipperen om aan te geven dat u zich in manuele modus bevindt en dat u de hellingsgraad kunt instellen voor de Y-as.
4. Druk op (17) om een positieve hellingsgraad in te stellen in X en
druk op (16) om een negatieve hellingsgraad in te stellen.
3.0.1 Installatie van alkalinebatterijen
1. Om alkalinebatterijen in uw SKR301-laser te plaatsen, schroeft u
het batterijdeksel aan de achterzijde van het toestel los.
2. Verwijder de batterijhouder.
3. Plaats 2 alkalinebatterijen (D of LR20) in de houder en controleer
de pariteit ("+" of "–") zoals aangegeven in de batterijhouder.
4. Plaats de batterijhouder weer in het vak en schroef het deksel
vast. Uw toestel is nu klaar voor gebruik. Batterijen vervangen
1. Als de batterijen bijna leeg zijn, stopt de laser te draaien en
begint het batterijverklikkerlampje (23) te knipperen.
2. Vervang beide batterijen tegelijk.
3.0.2 Bij gebruik van herlaadbare accu’s
Eerste gebruik Indien uw SKR301 is uitgerust met herlaadbare accu’s, moet u deze voor het eerste gebruik minstens 15 uur opladen.
1. Sluit de batterijlader aan op de connector op de batterijhouder (10).
2. Steek de stekker van de lader in het stopcontact (van 110 of 220
Volt afhankelijk van de lader en het land waarin het toestel wordt gebruikt).
3. Laat 15 uur opladen.
Batterijen en accu’s altijd recyclen. Batterijen nooit weggooien bij het huishoudelijk afval.
Always recycle batteries Do not discard batteries into garbage can or the like Volgende laadbeurten DE SKR301 kan worden opgeladen terwijl deze in werking is. Wanneer er stroom is op de werkplek, sluit dan de lader aan terwijl u werkt. U kunt de accu ook verwijderen om deze op te laden. Als u dan de alkalinehouder plaatst kunt u gewoon blijven doorwerken. Om de levensduur van de accu te verlengen kunt u deze best pas terug opladen nadat de accu helemaal ontladen is. Om de levensduur van de accu te verlengen mag u deze nooit langer dan 20 uur opladen. Bij vocht kan de accu en de lader worden beschadigd. Bewaar lader en toestel altijd op een droge, overdekte plaats.
DIT HOOFDSTUK IS ERG BELANGRIJK: er zijn enkele heel eenvoudige handelingen nodig om uw toestel te ijken. Vergeet niet dat de laser een precisie-instrument is en dat het erg belangrijk is om het regelmatig te ijken en het goed te onderhouden. De nauwkeurigheid van uw werk is uw uitsluitende verantwoordelijkheid. U moet uw toestel dan ook regelmatig en voor elke belangrijke opdracht controleren. Voor u eraan begint moet u controleren of uw laser in puntmodus staat en of de draaibeweging is gestopt. Hieronder volgen instructies voor de ijkingscontrole van elke as. Als de laser moet worden geijkt moet u de instructies volgen of moet u het toestel binnenbrengen bij een servicepunt.
3.1.1 Horizontale controle
1. Plaats de laser op een vlakke
ondergrond op 15 of 30 m van een muur. Plaats het zo dat de X-as naar de muur is gericht.
2. Zet de laser aan. Na nivellering stopt u de draaibeweging zodat
de straal op een punt is gericht.
3. Markeer het punt van de straal.
4. Draai de laser 180°. Na 90 seconden markeert u de locatie van
de straal in de buurt van de eerste markering.
5. Beide markeringen moeten identiek zijn. Op 30 m mogen beide
markeringen niet meer dan 6 mm uit elkaar staan. Op 15 m mogen beide markering niet meer dan 3 mm uit elkaar staan. Dit is een nauwkeurigheid van +/- 0,010 %. 6. Indien beide markeringen dicht genoeg bij elkaar staan, is de Xas goed geijkt. Nu moet de tweede as (de Y-as) worden gecontroleerd (zie stap 7). Indien de markeringen niet voldoende bij elkaar staan, moet de X-as opnieuw worden geijkt (zie onderstaande instructies)
7. Om de Y-as te controleren, draait u de laser 90° van stap 4 zodat
de Y-as naar de muur is gericht. Herhaal dezelfde stappen: markeer de Y-straal, draai 180° en markeer opnieuw. Indien beide markeringen meer dan 6 mm uit elkaar staan op 30 m, moet de Y-as opnieuw worden geijkt. De laser moet worden geijkt om de straal in het midden van beide markeringen te plaatsen (stappen 3 - 4 in paragraaf 3.1.1). Het is niet moeilijk om de ijking uit te voeren. Gebruik het toetsenbord, de afstandsbediening of de detector. IJking van de Y-as
1. Om de ijking van de Y-as te wijzigen, drukt u op (15) op de laser
of op (4) op de detector of de afstandsbediening. Het Y LED-lampje knippert snel om aan te geven dat de laser klaar is om te worden geijkt in de Y-as. 2. Indien u de laser niet hebt verplaatst gebruikt u de middenmarkering die u eerder hebt gemaakt. Verplaats de laser omhoog of omlaag tot op deze middenmarkering. Gebruik hiervoor de toetsen (16) of (17) op het toetsenbord van de laser of (2) of (3) op de detector of de afstandsbediening. IJking opslaan Z axis De laser is nu geijkt in de X-as en de Y-as. Druk op (14) op het toetsenbord, of (5) op de detector of de afstandsbediening om de ijkingsgegevens te bewaren. Indien u de ijking niet wenst te bewaren, druk dan op de toets Aan/uit (24) op de laser.
3.2.1 Verticale controle
1. Plaats de laser verticaal op een vlakke ondergrond op ongeveer
3 m afstand van een loodrechte lijn (een schietlood van minstens 2,5 m lengte). Indien ijking nodig is, zal de straal beter zichtbaar zijn in een verduisterde kamer.
2. Gebruik een pasmaat om de laser ruw in te stellen.
3. Zet de laser aan. Stop de draaibeweging zodat de straal een
4. Houd de laserkop stil en beweeg de straal met de hand omhoog
en omlaag over de volledige lengte van de loodrechte lijn. Indien de straal schuin loopt, moet de Z-as worden geijkt.
3.2.1 Verticale ijking
1. Zet de laser aan en schakel naar de ijkingsmodus. Druk tegelijk
op de lasertoetsen Aan/Uit en Auto/Man.
2. Na enkele seconden laat u de Aan/uit-toets los.
3. Het X LED-lampje (23) knippert, en vervolgens het Y LED-lampje
(21). Laat de Auot/Man-toets los.
4. Het Z LED-lampje knippert snel om aan te geven dat de laser klaar
is om de Z-as te ijken. 5. Verplaats de straal tot deze verticaal staat, parallel op de loodrechte lijn. Gebruik hiervoor de toetsen (16) en (17) op de laser, of (2) en (3) op de detector of de afstandsbediening. Verplaatst de laser een beetje zodat de straal over de loodrechte lijn kan worden bewogen voor de eindtest.
4. Onderhoud en behandeling
C A U T I O N : het gebruik van andere bedieningsinstrumenten, instellingen, prestaties of procedures dan deze die hier worden voorgesteld kan voor gevolg hebben dat gevaarlijke straling ontstaat.
1. De SKR301 is een precisie-instrument dat met zorg moet worden
behandeld. Vermijd schokken en trillingen. Vervoer en bewaar de laser en toebehoren altijd in de draagtas.
2. Hoewel het apparaat weersbestendig is, moet u de laser en de
toebehoren na elk gebruik zorgvuldig schoonmaken en afdrogen. Hierdoor verlengt u de levensduur van de batterijen/accu.
3. Bewaar de laser niet op een temperatuur lager dan -20°C of
hoger dan 80°C. Hierdoor kunnen de elektronische onderdelen worden beschadigd.
4. Berg uw instrument niet op in de draagtas wanneer het toestel of
de draagtas nat zijn om watercondens in het instrument te voorkomen.
5. Controleer uw toestel regelmatig om de meetaccuraatheid te
behouden. IJk het toestel indien nodig opnieuw.
6. Houd de lenzen van de openingen (2) en (3) schoon. Gebruik
hiervoor een schone doek en een glasschoonmaakmiddel.
7. Het is raadzaam de accu’s regelmatig op te laden (alleen voor
herlaadbare versies). Maar laadt deze alleen op wanneer ze (bijna) leeg zijn. Als u accu’s oplaadt die nog niet leeg zijn, vermindert u de capaciteit van de accu’s.
IJking opslaan De laser is nu geijkt in de Z-as. Druk op (14) op de laser, of (5) op de detector of de afstandsbediening om de ijkingsgegevens te bewaren. Indien u de ijking niet wenst te bewaren, druk dan op de toets Aan/Uit op de laser.
Uw SKR301-laser is voor een periode van 1 jaar gegarandeerd vrij van fabricagefouten. Deze garantie vervalt bij onbedoeld gebruik of wanneer het toestel is blootgesteld aan trillingen of schokken. Toetsenbord laser Detector De aansprakelijkheid van de producent kan in geen geval groter zijn dan de kosten voor de herstelling of de vervanging van het toestel. (14) Gegevens opslaan (17) Straal naar omhoog bewegen (15) As wijzigen (16) Straal naar omlaag bewegen (5) Gegevens opslaan (2) Straal naar omhoog bewegen (3) Straal naar omlaag bewegen (4) As wijzigen Indien het toestel wordt uit elkaar gehaald door een niet-gekwalificeerd persoon, vervalt de garantie. De specificaties van het toestel kunnen veranderen zonder voorafgaande kennisgeving.
- Bovenste toetsenbord
6.1 Combinatiedetector en
laserafstandsbediening Detectiemodus (rode toetsen) Voor meetstok- of handheldtoepassingen. Kan met de magneetbevestiging ook aan metalen staven aangebracht worden voor gelijkrichting van vliesgevels of om rasters voor akoestische plafonds waterpas te maken. Magneet Waterpaslibel Geluidsnive auselectie Accuraathei dsselectie Venster voor het infraroodsignaal van de afstandsbediening Aan/Af Uitlijningsgroeve op graad Afstandsbedieningsmodus Verplaats het vierkante glas naar links (verticale modus) Scanmodus Scan naar links gericht Verplaats het Scan naar rechts vierkante glas naar gericht rechts (verticale modus) Verander naar afsen worden tandsbedieningsmodus gebruikt voor kalibratie of om manueel de graad in te stellen Lcd-scherm (voorzijde) Detectievenster Lcd-scherm Draai om de klem aan de detector te bevestigen Afstandsbedieningsmodus Luchtbellibel naar loodstaaf Draai om de klem aan de meetstok te bevestigen of om ze ervan te verwijderen
- Onderste toetsenbord (achterzijde) 9V batterijcompartiment (volg de polariteitsaanwijzingen binnenin) Scanmodus Verhoog de rotatiesnelheid/verplaats het nietdraaiende punt naar rechts Verhoog de scanhoek Verminder de rotatiesnelheid/verplaats het nietdraaiende punt naar links Verminder de Start/stop scanmodus Start rotatiemodus scanhoek De kalibratierubriek van de handleiding verklaart de werking van de kleine bijkomstige symbolen.
- LCD-scherm Druk op de toets Aan/Af om de afstandsbedieningsfuncties in te schakelen als het apparaat nog in detectiemodus is. Batterij laag Hoog GELUID Knipperend: Normaal volume Nabije graad hoog Solide: Luid Op graad Nabije graad laag BATTERIJSTATUS Geen signaalhoorn: Dempen Standaard Verfijnd ACCURAATHEID (Standaard wijze) Laag Als de detector niet ingeschakeld is, druk dan op gelijk welke toets (behalve Aan/Af) om het apparaat als afstandsbediening voor de laser te gebruiken. De afstandsbediening kan gebruikt worden om de rotatie te starten of te stoppen, om de rotatiesnelheid te verhogen of te verminderen en om de straal of het vierkant glas te verplaatsen. De afstandsbediening bestuurt ook het scannen en de elektronische kalibratie.
- Specificaties Bereik*
- Detectiemodus Accuraatheid* 150 meter (500 ft.) in detectiemodus 30 meter (100 ft.) in afstandsbedieningsmodus Ve rfijnd ± 1 mm (1/16”) Standaard ± 2,5 mm (1/8”)
1. Druk op de toets Aan/Af om de detector aan te schakelen.
2. Druk op de middelste toets om de accuraatheid te selecteren
3. Druk op de bovenste toets om het geluidsniveau te selecteren.
4. Draai het detectievenster naar de laserstraal en zet de detector hoger of lager naargelang de informatie op het lcd-scherm. Er zijn vijf informatiekanalen of graadindicatoren. Een pijl naar beneden wijst er op dat u de detector naar beneden moet verplaatsen om de laserreferentie te bereiken. Bij een pijl naar boven moet u de detector naar boven verplaatsen. Bij een horizontale lijn op het scherm bevindt de detector zich op gelijk niveau met de laserstraal.
5. Druk op de toets Aan/Af om de detector uit te schakelen.
Wanneer het apparaat gedurende 10 minuten niet gebruikt wordt, schakelt het zich automatisch uit (en laat het een waarschuwingstoon horen).
6. Hou het detectievenster schoon met een zachte doek en een
- Varieert afhankelijk van de gebruikte laser. De werkelijke accuraatheid hangt af van de straaldiameter en van de afstand tot de laser.
6.2 Afstandsbediening
De afstandsbediening stopt, start of verandert de draairichting van de laser en verplaatst de tweevlakmeting naar links of rechts. Met de afstandsbediening regelt u ook de scanning en de ijking. Een 1,5 V-alkalinebatterij zorgt voor een continu gebruik van 50 uur. Om het batterijvak te openen, drukt u de lip bovenaan open in de richting van de pijl (gebruik een schroevendraaier).
Straal of krijtlijnmodus Scanning
Start minimale draaisnelheid Scan Aan/Uit Scanlengte verhogen
Tweevlakmeting naar rechts Scanlengte verlagen
Rotatie en snelheidscontrole rechts Doelscan rechts
AA-batterij Tweevlakmeting naar links Voor het gebruik van de afstandsbediening om te ijken verwijzen we naar pagina 10-12.
- In de versie muursteun kan de steun aan een plafondraster worden gemonteerd voor de instelling van een vals plafond.
- De montagesteun kan eveneens op de zij worden gebruikt en worden vastgemaakt op een driepoot (met een 5/8-koppeling) om de laser in de verticale stand te houden.
De verstelbare schuine steun wordt gebruikt om hellende vlakken te meten zoals plafonds van kathedralen. De laser moet in manuele modus staan om deze steun te kunnen gebruiken.
De laser kan worden gemonteerd op een platkopdriepoot met een 5/8-koppeling. U kunt eveneens een driepoot gebruiken met een lift om de hoogte van de laser te kunnen instellen. Zendoog
6.4 Andere toebehoren
6 Batterijlocatie Universele montagesteun
- Laserversterkend glas verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal op plaatsen met scherp licht.
- De CB60 rode magneet doelzoeker verbetert de zicht baarheid van de laserstraal op plaatsen met scherp licht. Kan snel worden bevestigd op elke metalen ondergrond.
De universele steun kan worden gebruikt als muurmontage en voor vert i c a l e instellingen op een driepoot. Het is een stevige metalen constructie met een veermechanisme om de hoogte gemakkelijk te kunnen aanpassen. Bovendien bevat de steun onderaan een fijnstelschroef voor nauwkeurige instellingen.
Notice-Facile