Yato YT-852091 - Grasmaaier

YT-852091 - Grasmaaier Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-852091 Yato in PDF-formaat.

📄 212 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Yato YT-852091 - page 147
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over YT-852091 Yato

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-852091 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-852091 van het merk Yato.

GEBRUIKSAANWIJZING YT-852091 Yato

  1. mairobot
  2. laudstation
  3. voeding
  4. stationspennen
  5. grensdraad
  6. draadpennen
  7. messen
  8. schroeven
  9. hootheverstelknop
  10. bedieningspaneel
  11. moodstopknop
  12. wie!
  13. mesblad
    14.draagbeugel
  14. batterijvak

GR

  1. pouTtKoupeMaToS ykaZov
    2.σαθμος φροτιης
  2. TpoΦoδoTlKO
    4.ⅡaαaλoUσaθμO
  3. σύμα συνόρων
  4. akiöε καλωδiω
  5. maxalpha
  6. BiOEC
  7. koupi puoiuaus uous
  8. Tivakac eLevyou
  9. koupti diaokotns ekaktns avaykns
  10. tpoxos
  11. i maayapiou
  12. a n uεταρορας
  13. θήκη μματαρίας

BG

  1. pobot 3a KoceHe
    2.Заряднастонун
    3.3axpaHbAhe
  2. KONyeta 3a rapata
  3. rpaHmueH npoBOnHK
  4. TeJIeHn UmΦTOBe
    7.HOKOBE
    8.BMHTOBE
  5. konue 3a perynpahe Ha BncounHaTa
  6. KOHTPoneH naHen
    11.6yToH 3a abapnHo CmnpaHe
  7. koneno
  8. octpne Ha HOX
    14.Дрьжka 3a Hoche
  9. OTdeneHne 3a 6aTepeHH

PT

Attentie - Raak het draaiende mes Niet aan!

Pas op voor weggegoide voorwerpen

PpooxyniaavtkejEvauoukToEcvovai

P3e ce ot n3XbpynHn npedmet

Schakel het apparaat uit en koppel het los van het laadstation voordat u het afstelt, schoonmaakt of onderhoudt.

Piv aTn pU8mian, Tov kaBapiao n Tn ouvtnpan, anevepyoioane Tn ouakeun kai atouuvdeote thv ato Tn baon opotionns

Ipei peYnnpaHe, nouCTBaHe uu nnoDpBkKa 3KIOUOte ypeDa I TO 3KIOUOTe 3apdHaTa CTAHm.

Dit symbool geet aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatusu (inclusieb batterijen en accu's) niet samen met afer afval mag worden weggeogood. Afge-dankte apparatusu moet geschaffen worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recyclng en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van naturlijke hulbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatusu kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recyclng van afgedankte apparatusu. Voormeer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.

Ato To ouBoo deXvei otaiayopeuei n atoppn xonoiotnoinevou naektpko kai nektpovikou eotiaou (ountapivw kai ouaouetuv) ve aala atoBant. O xonoiotioiuoevoe eotlaiaoc tha pteTie va ouaLeyetai e aneio uauanyi via va eaoaiaote i avakukwano tou kai n avaktonn tou vti meiwan tvatnoan wk ti meiwan tou Baeou xpniou wouqiuokipovop H aveeEkytnt aateleepwn ettkivuwv ouatatikwovt onv tekiokpo kai nektpovikoe tmoepoi atotelaeaiy vnyeai kai vtpokawtnv uyela aayec 0uqioke Tepalalov. To voikoupiod biadpaunati cien ngavnto polo atnuuoyol anv tavaonxpanoiinonkai avakton, uontepiaabavojevnc ts avakkuwons, xonoiotnoinevou eglliaou. Ia nepoatepe cI npoxopoeis oxetikae ie katalaanee ie bdoous avakkuwns, etkniovwnatee ie ts totikcs apexc hovtwnth.

To3n CmB0n INHΦopMnpa, Ye IN3XBpIpyHeTO Ha IN3xA6eHOTo EJekTPuyeCKO IN EJekTPOHOOBOpYBaHE (BKINCHENTHO GatePIMN AkyMylatOP) 3aeHNO C 6tobote OTNa- bIe n e 3abpeHaHO IN3xA6eHOTo OBOpYBaHe Tp8Ba 7a ce cIbpa 0rEHNIO Hc da ce npdae B nyHKTA 3a cbipna He TAKHBnA Otnabun, 3a da ce ocnpny HerOBOT o peuknHPaNE H ONJ3OTBOpBaHBe, Da ce HAman KOnJIeCTBOTo H ONJ4bUInne H OTHANBUNTE H Na HAMAN PAxOJa H pnpOdo PecypCn. HeKOHPTONHPaHO I3NYCKAHe H OAnCNH CBCTABKn, CbIbpxaun Ce B eneKTPuyeCKO IN EJekTPOHOOBOpYBaHE, Moze Npepcctabla 3a npoeBkoTO 3pabeN a npnuHn OPMEN H OKOLHATA CpeDA. DOMAKINCTBOTo INPAe BAHXa POJA B pnpHOa 3a NOBOPHTA yNtOpeBaN ANON3OTBOpBaHBe, BKINCHENTHO PeuknIPaHTo H m3xA6eHOTo OBOpYBaHe. 3a nobHe IHΦopMaunr OTHOCHO npauHnITE MeODn 3a peuknIPaHBe, MOJ, CbIbpxte Ce mCMeTHNE Bnactn nn n CpnoDaaba.

In timpul instalarii, trebuie purat echipament individual de protectie, cum ar fi imbracamnte de protectie, manusi si ochelari de protectie.

De robotmaier is een elektronisch apparaat dat is ontworpen voor automatisch gazononderhoud. Een instelbare maaihoogte en een messensysteme zorgen voor gelijkmatig maaien binnen het aangewezen gebied. Het apparaat werkt met een laadstation, waar het automatisch naartoe terugkeert om de accu op te laden, waardoor volledig autonom om werkengaik is. Dankij de draadloze connectiviteit kan de robotmaier worden bediend via een mobiele app. Een goede, betrouwbare en veilige werkinq van het apparaat is afhankelijk van correct gebruik,.daarom:

Lees voor aanvang van de werkzaamheden de volledige handleiding door en bewaar.Deze.

De leverancier is Niet aansprakelijk voor schade of letsel als gevolg van het gebruik van het product voor andere doeleinden dan waarvoort het bedoeld is, of het Niet naleven van de veiligheidsvoorschriften of de instructies in deze handleiding. Het gebruik van het product voor andere doeleinden dan waarvoort het bedoeld is, doet tevens de garantie en waarborg van de gebruiker verrallen.

APPARATUUR

Het product worden compleet geleverd, maar vereist voorbereiding voor gebruik, zoals verderop in deze handleiding worden beschreven. De robotmaaier worden geleverd met accessoires: een laadstation met lader, montagepennen, reservemessen en schroeven, begrenzingsdraad en draadpennen.

TECHNISCHE GEGEVENS

Parameter Meeteenheid Waarde
Catalogusnumber YT-852091 YT-852092 YT-852093
Nominale spanning [V DC] 20 20 20
Snijbredsde [mm] 180 180 180
Snijhoogte [mm] 20 - 60 20 - 60 20 - 60
Maximaal werkgebied [m]2] 500 800 1000
Maximale helling van het terrein[%]36 36 36
Nominale snelheid[min·]280028002800
Lengte van de grensdraad[m]130 170 200
Geluidsniveau
- Geluidsdruk LpA ± K[dB(A)]30,74 ± 3,030,74 ± 3,030,74 ± 3,0
- Geluidsvermögen LwA ± K[dB(A)]51 ± 3,051 ± 3,051 ± 3,0
Elektrische isolatieklasseIIIIIIIII
BeschermingsgraadIPX5IPX5IPX5
Massa[kg]7,27,47,4
Batterij
- BatterijtypeLi-IonLi-IonLi-Ion
- Nominale/maximale spanning[V DC]18 / 2018 / 2018 / 20
- Capaciteit / Energie[Ah] / [Wh]2 / 364 / 725 / 90
- Oplaadtijd [min] 95 75 85
- Werktijd[min] 80150 165
Oplaadpunt
- Ingangsspanning[V DC] 20 20 20
- Ingangsstroom[A]1,133
- Uitgangsspanning[V DC] 20 20 20
- Uitgangsstroom[A]1,133
- Elektrische isolatieklasseIIIIIIIII
- Beschermingsgraad IPX4IPX4IPX4
Oplader
- Ingangsspanning[V~]100 - 240100 - 240100 - 240
- Netwerkfreiagentie[Hz]50 / 6050 / 6050 / 60
- Nominaal vermogen[W]28 76 76
- Uitgangsspanning[V DC] 20 20 20
- Uitgangsstroom[A]1,133
- Elektrische isolatieklasseIIIIII
- BeschermingsgraadIP67 IP67IP67

NL

De aangegeven geluidsemissiewaarde is gemeten met een standardtestmethode en kan worden gebrukt om verschillende instrumenten met elkaar te vergelijkden. De aangegeven geluidsemissiewaarde kan worden gebrukt in een voorlopige blootstellingsbeoordeling.

Let op: Er moeten veiligheidsmaatregelen worden getroffen om de gebruiker te beschemen. Deze maatregelen zich gebaseerd op een beoordeling van de bloatstelling onder werkelijkke gebruksomstandigheden (met inbegrip van alle onderdelen van de bedrijsfscyclus, zoals deijd dat het gereedschap is uitgeschakeld of inactief is en deijd van activering).

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR HET GEBRUK VAN ROBOTMAAIERS

BELANGRIJK! Lees voor gebruik aandachtig door en bewaar de informatatie voor toekomstig gebruik.

Onderwiers

Lees voor het eerste gebruik de volledige handleiding zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. Maak uzelf vertrouwd met het juiste gebruik van het apparaat.

Het apparaat mag nicht worden bediend door kinderen of Personen die nicht bekend zichn met de gebruiksaanwijzing. Dit apparaat is geen spellegood. Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8aar en ouder en door Personen met beperkte fysiieke of mentale capacititeiten, mits zij een passende training hebben gevolgd en onder toezicht van een volwassene staan. Reiniging en onderhoudogenseniet Door kinderen worden uitgevoerd.

Gebruik de grasmaaier nooit in de buurt van andere mensen, met name kinderen of huisdieren. Bepaal voor aanvang van de werkzaamheden een veilige zone die verboden terrein is voor mensen en huisdieren. Plan de grasmaaier op momenten dat er minder mensen of dieren in de tuin+zijn.

Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor automatisch grasmaaien in woonomgevingen, binnen de waarvoar aangewezen werkgebieden. Dit product mag nicht worden gebruikt voor commerciele doeleinden. Gebruik het alleen zoals bedoeld en geconfigureerd door de fabrikant. Vervoer geen voorwerpen, kinderen of dieren op het apparaat. Gebruik de robotmaaier Niet voor andere tuinwerkzaamheden dan het maaien van het gazon. Wijzigingen aan het ontwerp, de veiligheidssystemen of de software zijn verboden. Gebruik dit product uitsluitend met originele accessoires van de fabrikant.

Voorbereiding

Draag alsstijd beschermende kleding en schoenen wonneer u dit product gebruikt. Gebruik het apparaat Niet op blote voeten of in open sandalen. Draag geen versleten, losse kleding of kleding met hangende bandjes of linten. Losse kleding kan vast komen te zitten in bewegende onderdelen van het apparaat, wat letsel kan veroorzaken.

Inspecteer de omgeving waar de machine gebruikt gaat worden grondig en verwijder alle voorwerpen die in de machine kuren vallen, zoals stenen, spelgoed, gereedschap en takken. Vastzittende voorwerpen+knen de machine beschadigen en met hoge能力和 worden weggeslingerd, waardoor de gebruiker en de omgeving in gevaar komen.

Bepaal het werkgebied met een begrenzingsdraad of virtueel begrenzungssystem, afhankelijk van het productmodel. Leid de draad Niet door gebieden die toegankelijk zijn voor onbevoegden. Leid de werkgrens zo dat hellingen, muren en afgronden buiten het bereik van de robot liggen. Houd u in smalle doorgangen aan de richtlijnen voor minimale breed

NL

tes en de begrenzingsdraadroute. Anders bestaat het risico dat de robot vastloopt of gegen obstakels botst.

Controleer voor gebruik.altijd de beschermkap, messen en schroeven op slijtage of beschadigingen. Vervang versleten of beschadigde onderdelen indien nodig.

Controleer voor gebruik het netsnoor en het verlengsnoer op beschadigingen of slijtage. Als het snoerijdens gebruik beschadigd raakt, haal dan de stekker uit het stopcontact. Raak het snoer Niet aan voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Gebruik het apparaat Niet als het snoer beschadigd of gerafeld is.

Sluit de netaansluiting aan op een geaard stopcontact met differentieelbeveiliging. Vermijd het aansluten op het Lichtnet met behulp van verlengsnoeren en stekkerdozen van rage kwaliteit.

Installatie

Plaats het laadstation op een stabiele, vlakke ondergrond, op een plek waar de robot gemakkelijk in en uit kan stappen. Installee het Niet in plassen, kuilen of overstromingsgebieden. Houd het station uit de buurt van warmtebronnen en brandbare materialen.

Installer de begrenzingsdraadlus volgens de instructies. Sluit de lus Niet aan op andere systemen en wijzig de signalparameters nicht. Beveilig de toegang tot vijvers, zwembaden, steile hellingen en wegen - leg de begrenzingsdraad langus het werkgebied zo dat de robot geen obstakels gegenkommen.

Gebruik

Vermijd het maaien van nat gras. Gebruik de robotmaaier Niet tijdens storm of hevige regenval. Gebruik de robotmaaier Niet terwijl het irrigatiesystem draait.

Niet gebruiken op extreem steile hellingen.

Gebruik het apparaat Niet als de behuizing of het deksel beschadigd is.

Wees voorzichtig bij het inschakelen van het apparaat en zorg ervoor dat uw voeten nicht in de buurt van het snijelement komen.

Til of kantel de machine Nietijdens het opstarten of tijdens gebruik. Draag de machine nicht met draaiende motor. Als u de machine moet verplaatsen, stop de machine dan, wacht tot het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen en gebruik cervolgens de draaggrepen.

Houd handen en voeten uit de buurt van draaiende onderdelen. Reik Niet met handen of voeten onder de behuizing. Raak geen bewegende onderdelen aan.

Druk indien nodig direct op de noodstopknop. Schakel verwolgens het apparaat uit en koppel het los van het laadstation.

Zorg ervoor dat alle bewegende onderdelen stilstaan voordat u het apparaat reinigt, inspecteert, repareert of er met een vreemd voorwerp op slaat. Controller het apparaat op schade en repareer het indien nodig voordat u het opnieuw opstart. Als het apparaat overmatig begint te trillen, schakel het dan onmiddelijkuit en controller het op schade, losse onderdelen ofoodzakelijkere reparaties.

Dek de robot of het laadstation Niet af. Gebruik de robot Niet in de buurt van brandbare materialen. Schakel geen veiligheidssystemenuit of omzeil ze Niet (sensoren, moodstopknop, sloten). Bescherm uw pincode en antidiefstalinstellungen; deel geen beveiligingsinformatie

NL

met onbevoegde gebruikers.

Software-updates mogen alleen worden uitgevoerd via bronnen die door de fabrikant zich aangegeven.

Wijzig de ingebouwde radiomodule of het inductielussystem van het apparaat Niet.

Onderhoud, transport en opslag

Zorg ervoor dat alle messen en schroeven in goede staat verkeren om een veilige werkung van het apparaat te garanderen.

Controleer na afloop van de werkzaamheden regelmatig de beschemkap op slijtage en beschadigingen. Voorwerpen die in het mes vast komen te zitten, können met hove nselheid in de robot terechtkomen. Dit kan de robot beschadenig.

Wees voorzichtig bij het afstellen van het apparaat, zodat uw vingers Niet bekneld raken tussen de bewegende messen.

Laat het apparaat na gebruik alsijd uitgeschakeld om het te laten afkoelen voordat u het opnieuw gebruikt. Koppel de begrenzingsdraad los van de stopcontacten van het laadstation.

Wees voorzichtig bij het hanteren van de messen, zichs als de aandrijving is uitgeschakeld, aangezien de messen möglichn nog draaien. Wacht.altijd tot de messen volledig tot stilstand zichn gekomen voordat u verdergaat.

Vervang versleten of beschadigde onderdelenijdig om de verilgheid te waarborgen. Gebruikuitsluitend originele reserveonderdelen en accessoires. Draag beschemende handschoenen bij het verwangen van messen.

Gebruik geen hagedrukreiniger om de robot of het laadstation schoon te make.

Maak de robot schoon, zet de messen vast en koppel het laadstation en de voeding los van hetlichtnet voordat u hem voor langere vrij transporteert of opbergt. Bewaar de robot op een drogeplaats.

Laat de accu nicht langdurig volledig ontladen. Laad de accu op voordat u deze opbergt.

Risico's gerelateerd aan lawaai

Het apparaat is ontworpen om het risico op blootstelling van de gebruiker aan lawaai zoveel möglich te beperken. Het isECHter Niet mogelijk om deze bevaren volledig uit te sluiten. Bovendien worden mensen in de buurt van het apparaat ook blootgesteld aan geluidsgevaren. Het risico kan worden verminderd door de volgende richtlijnen te volgen:

  • het product gebruiken overeenkomstig het beoogde doel, zoals beschreiben in de instructies;
  • zorg ervoor dat het apparaat in goede staat verkeert en regelmatig worden onderhoven;
  • gebruik geschiktte en goed geslepen messen;
  • plan uw werk zo dat u regelmatig pauzes kunt nemen.

Resterend risico

Zelfs als alle veiligheidsmaatregelen tijdens het gebruik in acht worden genomen, bestaat er nog steeds een potentieel risico op letsel. Vanwege het ontwerp van het product konnen er nog steeds bevaren en verwondingen optreden door onjuist gebruik, onjuist onderhoud of onverwachtte impact door weggeslingerde voorwerpen.

NL

Veiligheidsinstructies voor het opladen van de batterij

Waarschuwing! Controller voor het opladen of de behuizing van de voeding, de kabel en de stekker Niet gebarsten of beschadigd+zijn. Gebruik geen defect of beschadigd laadstation en voeding! Gebruik alleen het laadstation en de voeding die bij de accu zich geleverd om de accu op te laden. Het gebruik van een andere voeding of laadstation kan brand of schade aan het gereedschap veroorzaken. Laad de accu Niet op in de buurt van warmtebronnen endek het laadstation en de voeding Niet af. Laad de accu alleen op in een droge, geventilerdeplaats, buiten bereik van onbevoegden, met name kinderen. Gebruik het laadstation en de voeding Niet zonder constant toezurecht van een volwassene! Als u het laadgebied moet verlaten, koppelt u het laadstation los door de stekker van de voeding uit het stopcontact te halen. Als er rook, een ongewone geur, enz. vrijkomt, koppelt u het laadstation en de voeding onmiddelijk los van de stroombron.

Het apparaat worden geleverd met een lege accu. Laad deze waarom voor gebruik op volgens de hieronder beschreven procedure met behulp van het meegeleverde laadstation en de meegeleverde voeding. Li-ionaccu's vertonen geen geheugeneffect, waardoor ze op elk gewenst moment+kunnen worden opgeladen. Het is echter aan te raden de accu tijdens normala gebruik te ontladen en verrolgens volledig op te laden. Als dit door de aard van het gebruik Niet om de paar of twaalf cycli maybeijk is, moet de accu ten minste om de paar tot twaalf cycli worden opgeladen. Ontlaad accu's in geen geval door de elektroden kort te slui-ten, aangezien dit onherstelbare schade veroorzaakt! Controller ook nicht de laadstatus van de accu door de elektroden kort te sluiten en te controleren op vonden.

Demonteer of doorboor de batterijbehuzing Niet. Gooi de batterij Niet in het vuur. Verwijder een beschadigde, opgezwollen of oververhitte batterij onmiddelijk uit gebruik en breng deze waar een servicecentrum of recyclingcentrum.

Batterijopslag

Zorg voor de juiste opslagomstandigheden om de levensduur van de accu te verlungen. De accu kan ongeveer 500 laad- en ontlaadcycli aan. Bewaar de accu bij een temperatuur tussen 0 en 30 graden Celsius, met een relatieve luchtvochtigheid van 50% . Laad de accu bij langdurige opslag op tot ongeveer 80% van de capaciteit. Laad de accu bij langdurige opslag regelmatig op, ongeveer een keer perJAar Vermijd overontlading van de accu, aangezien dit de levensduur verdort en onherstelbare schade kanverozaken.

Tijdens opslag zal de batterij geleidelijk ontladen door lekkage. Het zelfontladingsproces is afhankelijk van de opslagtemperatuur; hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de ontlading. Onjuiste opslag van batterijen kan leiden tot elektrolytlekkage. In geval van lekkage dient u hetlek te neutraliseren met een neutralisatiemiddel. Als elektrolyt in de ogen komt, spoel dan grondig met water en raadpleeg onmiddelijk een arts. Gebruik geen gereedschap met een beschadigde batterij.

Wanner de batterij volledig leeg is, moet u deze maar een gespecialiseerd afvalverwerkingsbedrijf brengen.

Batterijtransport

Lithium-ionbatterijen worden wettelijk beschouwd als gevaarlijke stoffen. De gebruiker van

NL

het apparaat met de batterij mag各行 over de weg vervoeren. Er zichn geen aanvullende eisen. Indien het transport worden uitbesteed aan derden (bijvoorbeeld per koerier),要去en de voorschriften met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen worden nageleefd. Raadpleeg voor verzending een gekwalifi ceerd persoon.

Het is verboden apparaten met beschadigde batterijen te vervoeren. Tijdens het transport要去en verwijderde batterijen uit het apparaat worden verwijderd en要去en blootligende contacten worden beschermrd, bijvoorbeeld met isolatietape. Batterijen要去en in de verpakking worden vastgezet zodate zijdens het transport Niet kunnen verschuiven. Ook de nationale regelgeving met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen moet in acht worden genomen.

PRODUCTSERVICE

Voorbereiding op het werk

Het product dient uitgepakt te worden en alle verpakkingsmaterialen dienen verwijderd te worden. Het is raadzaam alle verpakkingsmaterialen te bewaren voor toekomstig gebruik tijdens transport of opslag.

Controleer of er tijdens het transport geen onderdelen van het product beschadigd zich geraakt. Eventuale schade, zoals scheuren of verrorming, leidt tot diskwalificatie van het product voor verder gebruik totdat de beschadigde onderdelen zich gerepareerd of verrangen.

Het is aan te raden om alle onderdelen op een vlakke, harde en schone ondergrond te plaatsen.

Tijdens de installmentie dient u personlijke beschemingsmiddelen te dragen, zoals beschemende kleding, handschoenen en oogbescherming.

Let op: Voordat u het apparaat installeert, dient u ervoor te zorgen dat het isuitgeschakeld en losgekoppeld van het laadstation.

Het laadstation installeren (V)

Het laadstation kan vlakbij uw huis of garage worden geplaatst, zich bij een stroombron. Laat bij het leggen van de begrenzingsdraad minimaal 1 meterrecht stuk vrij van hoeken en obstakels voor het laadstation, zodat de robot goed in het station kan parkeren (VI).

Het laadstation moet op een vlakke ondergrond worden geplaatst. Het mag Niet op een hellend oppervlak of op een locatie worden geplaatst waar de onderdelen kannen buigen. Het is raadzaam het laadstation binnen het bereik van een draadloos netwerk te plaatsen om een goede communicatie met de maairobot te garanderen.

Het is aan te raden de voeding op een hoogte van minimaal 30~cm aan de muur te bevestigen en de kabel buiten het werkgebied van de grasmaaier te leiden. Zorg ervoor dat de voedingskabel Niet in de knoop raakt of uitgerekt worden.

Het laadstation kan worden uitgerust met de apart verkrijgbare garage YT-852094, d.w.z. een dak dat het station en de maairobot extra beschermt gegen regen en externe factoren.

Installatie van de grensdraad

Leg de begrenzingsdraad in een Ius rond het werkgebied. Houd reckening met een afstand van 25 cm tussen de draad en een muur of ander obstakel (VI). Gebruik hiervoort het meegeleverde meetlnt (VII), dat uuit de verpakking kunt knippen. Als het obstakel gelijk ligt met het gazon en de grasmaaier er veilig overheen kan rijden, zoals een oprit of stoep, is een afstand van 8 cm tussen het obstakel en de begrenzingsdraad (VIII) voldoende.

Strip onceveer 10 mm isolatie van een uiteinde van de begrenzingsdraad (IX). Sluit een uiteinde van de begrenzingsdraad aan op de RODE aansluiting (uitgang UIT-draad) en voer de draad verwolgens door de sleuf in de basis van het laadstation (X).

Knip de overtollige draad af. Strip ongeveer 10 mm isolatie van het andere uiteinde van de draad en sluit deze verwolgens aan op de ZWARTE aansluiting (ingang van de IN-draad).

Nadat u de begrenzingsdraadlus hebt gelegd, bevestigt u deze met pennen aan de grond. Sla de pennen ongeveer 80 cm uit elkaar (XI) met een hamer (apart verkrijgbaar) (XII).

Om obstakels, struiken of bomen te vermijden, kutu de begrenzingsdraad in een eilandvorm leggen (XIII). Houd rekening met een minimale bredte van 0,8 m (XIV) zodat de robotmaaier er soepel doorheen kan rijden. In hoeken moet de begrenzingsdraad een hoek van 90 graden ofeer vormen, zodat derobot er soepel doorheen kan rijden (XV).

Indien de kabel op een hellend oppervlak worden gelegd, dient u er rekening mee te honden dat de maximale helling 36% mag bedragen.

Indien nodig kan de set worden uitgerust met extra accessoires (apart verkrijgbaar): begrenzingsdraad YT-852095, draadpennen YT-852097, draadconnectoren YT-852098.

De batterij opladen

Let op: Voordat u de voeding op het lichtnet aansluit, dient u ervoor te zorgen dat de begrenzingsdraad correct is aangelegd en

NL

dat de voeding goed is aangesloten op het laadstation. Verwijder vuil en stof van het laadstation en de aansluitingen met een zacht, droge doek.

Het apparaat heeft een ingebouwde batterij-indicator: een indicatielampje met een batterijsymbool. Hoe meer indicatielampjes, hoe valler de batterij is. Als de indicatielampjes uit zich, betekent dit dat de batterij leeg is.

Sluit de voeding aan op het laadstation en sluit de voeding cervolgens aan op een stopcontact.

Let op: Als de groene led gaat branden nadat het laadstation op het lichtnet is aangesloten, is de accu volledig opgeladen. In dat geval start het laden nicht.

Stek de stroomadapter in een stopcontact. De led-indicator op het laadstation Licht felgroen op. De kleur van het indicatielampje kan verschillende robotstatusussen aangeven, zoals weergegeven in de tabel:

LED-indicatielampje Betekenis Oplossing
Hetlicht Niet op Geen stroomController of de voeding goed is aangesloten op het elektrici-teitsstation en op de stroombron.
Constant groenlicht De batterij van de robotis volledig opgeladen -
Groen knipperend Licht De batterij van de robotpot worden opgeladen -
Rood knipperlichtDe begrenzingsdraad is Niet goed aangesloten of is ge-brokenController of beide uiteinden van de begrenzingsdraad goed+zijn aangesloten op de aansluitingen van het laadstation Controller of de draad Niet gebroken is.

Let op: Om het stroomverbruik te verminderen, wordt het signal van de begrenzingsdraad uitgeschakeld tijdens het opladen van de accu. Het signal worden hersteld wanner de robot het laadstation verlaat. Om de levendsduur van de accu te verlengen, stopt het laadstation met laden zodra de accu 100% is en hervat het laden wanner de spanning daalt tot 95% .

Instellen van de maaihoogte (XVI)

De robotmaaier is uitgerust met een draaiknop waarmee u de maaihoogte snel en eenvoudig kunt aanpassen. Draai aan de draaiknop om de gewenste hoogte in te stellen. De pijl op de draaiknop geeft de huidige hoogte aan.

Waarschuwing! Als u de maaihoogte tijdens het gebruik wilt wijzigen, schakel dan alltijd eerst de machine uit, wacht tot het mes stopt met draaien en wijzigervolgens de maaihoogte. Het per ongeluk inschakelen van het mes tijdens het wijzigen van de maaihoogte kan ernstig letsel tot gevolg hebben.

Werken met een maairobot

Bereid het te maaien gebied voor voordat u begint met werken. Controller of het maiaigebied vrij is van obstakels die in het mes kunnen vastraken en beschadigd of weggeslingerd kuren worden, wat een gevaar kan vormen voor de gebruiker of omstanders.

Controleer het werkgebied op elektrische kabels die door het zaagblad hunnen worden doorgesneden. Schade aan een elektrische kabel kan een schok veroorzaken, wat kan leiden tot ernstig Ietsel of de dood.

Zorg ervoor dat er geen omstanders, met name kinderen of huisdieren, in het werkgebied aanwezig zich. Als dergelijk personen tijdens het gebruik verschijnen, stop dan onmiddelijk de machine en waarschuw de aanwezigoen voor het gevaar.

Controleer de graslenge en pas de maaihoogte aan. Maai nooit更是 dan 1/3 van de graslenge. Als het gras erg hoog is, maai het dan in etappes. Maai regelmatig en zorgervoordat de grashoogete de capacititeit van de maaiier Niet overschrijdt.

Maai nooit nat gras. Nat gras blijft vaak in de messenkamer plakken, wat de goede werking van de robotmaaier kan belemmeren. Nat gras kan er ook toe leiden dat de gebruiker uitglijt en valt.

Controleer alle onderdelen van de robotmaaier voor gebruik. Als er schade wordt geconstateerd, gebruik de maaier dan nicht totdat deze gerepareerd of verrangen is. Controleer of de ventilatieopeningen vrij়n. Reinig ze indien nodig met een zichte borstel of kwast. Gebruik geen scherpe of metalen voorwerpen.

Controleer de schroefverbindingen op loszitten. Draai ze indien nodig vast.

Controleer of de transportbeugels schoon en vrij়n van vet en andere verontreinigingen. Reinig ze indien nodig met een zachte doek.

Tijdens het gebruik moet de werkung van het apparaat regelmatig worden gecontroleerd om het risico op oncevallen te verminderen.

Schakel het apparaat na afloop van de werkzaamheden uit en wacht tot het mes tot stilstand is gekomen en het apparaat is afgekoeld. Voerervoigens onderhoud uit.

Waarschuwing! Als een vreemd voorwerp de robot tijdens het gebruik raakt, schakel het apparaat dan onmiddelijk uit en wacht tot het mes tot stilstand is gekomen en het mechanisme is afgekoeld. Controller het apparaat verrolgens op schade. Als er schade worden geconstasteerd, stop dan met het gebruik totdat de robot is gerepareerd. Overmatige trillingen tijdens het gebruik kannen worden veroorzaakt door schade aan de robot. Stop het gebruik, schakel het apparaat uit en inspecteer het product.

Verbinding makes met een draadloos network

Installer de speciale mobiele app op uw smartphone door de QR-code in de handleiding te scannen die geschikt is voor uw besturingsystem. Volg de instructies in de app om het apparaat met uw draadloze networke verbinden.

NL

De maairobot starten

Plaats de robotmaier op een vlakke, egale en stevige ondergrond. Zorg ervoor dat het werkgebied vrij is van obstakels die het mes zou+kunnen raken.

Het gereedschap werkt op batterijen en start nicht als de batterij leeg is of nicht correct is geplaatst.

Controleer bij de eerste keer starten van de grasmaier of het werkgebied goed is aangesloten. Stel de maaihoogte in op de maximale stand (60 mm). Plaats de robotmaier binnen het werkgebied.

Druk op de aan/uit-knop (a) op het bedieningspaneel (IV) om het apparaat in te schakelen. Voer bij het eerste gebruik de pincode 0000 in door vier ker op de OK-knop te drukken terwijl elke O op het display knippert. De pincode kan worden gewijzigd. De procedure voor het wijzigen van de pincode worden later in deze handleiding beschreiben. Als de pincode 10 keer achefter elkaar onjuist worden ingevoerd, klinkt er een alarm en schakelt de robot uit.

Let op: De robot schakelt zichelf automatisch uit als er geen verdere actie worden ondernomen nadat u het apparaat met de aan/uit-schakelaar hebt ingeschakeld.

Druk op de START-knop en vervolgens op OK om de robot te starten.

Druk op de HOME-knop en vervolgens op OK om de robot in het laadstation te parkeren.

De robotmaaier blijft continu werken totdat de accu leeg is. Daarna keert hij terug hier het laadstation. Zodra het opladen is voltooid, hervat de robot automatisch het maaien of blijft in het laadstation, volgens het ingestelde maaischema.

INSTELLINGEN

Uw pincode wizzigen (XVIII)

Om uw pincode te wijzigen, houdt u de START- en HOME-knappen 3 seconden ingedrukt. Het hangslotsymbol knippert op het display. PIN1 verschijnt op het display, wat aangeeft dat u uw huidige pincode moet invoeren. Gebruik de pijltjestoetsen omhoog en omlaag om de cijfers van uw huidige pincode in te voeren en bevestig elk cijfer met de OK-knop. PIN2 verschijnt op het display, wat aangeeft dat u een neue pincode moet invoeren. Voer uw neue pincode in. Het ldLE-symbool verschijnt op het display, wat bevestigt dat de neue pincode correct is ingesteld.

Wijziging van datum enijd (IX)

Door de datum en tijd correct in te stellen, kut u het werkscHEMA van de robotmaaier invoeren. Om het Jaar in te stellen, houdt u de START-knop 5 seconden ingedrukt totdat het kloksymbol en de jaarcijfers op het display verschijnen, bijvoorbeeld 2025. Gebruik de pijltjestoetsen omhoog en omlaag om de jaarcijfers in te voeren. Bevestig uw keuze met de OK-knop. De maand- en dagcijfers verschijnen dan op het display, bijvoorbeeld 08:25. Voer de maand- en dagcijfers in en bevestig uw keuze met de OK-knop. De maand- en dagcijfers verschijnen dan op het display, bijvoorbeeld 08:25. Voer de maand- en dagcijfers in en bevestig uw keuze met de OK-knop. De tijdcijfers verschijnen dan op het display, bijvoorbeeld 13:25. Voer de uren en minutes in en bevestig uw keuze met de OK-knop. Het IdLE-symbool verschijnt dan op het display, ter bevestiging dat de neue datum en tijd correct zich ingesteld.

Het wijzigen van de startijd van het maaien

De standaard starttijd voor het maaien is 9:00 uur. Om dit te wijzigen, houdt u de START-knop en de knop met het instellingensymbool 3 seconden lang ingedrukt.

Gebruik de pijltjestoetsen omhoog en omlaag om deijd in te voeren en druk op OK om te bevestigen. Het ldLE-symbool verschijnt op het display en er klinkt een pieptoon, waarnee wordt bevestigd dat de neue standard starttijd voor het maaien correct is ingesteld.

Veranderingen in de dagelijkse maaitijd

De standaard dagelijkse maaitijd is 8 uur. De werkuren variieren van 1 tot 24 uur. Om de werktijd te wijzigen, houdt u de instellen-genkop 3 seconden ingedrukt.

Gebruik de pijltjestoen omhoog en omlaag om de bedrijfsuren in te voeren en bevestig met de OK-knop. Het ldLE-symbolool verzschijnt op het display en er klinkt een pieptoon, waarkee wordt bevestigd dat de neue standard dagelijkse maaitijd correct is ingesteld.

Wijziging in het aantal werkdagen per week

Het standard aantal dagen dat de robot per week werkt, is 5. U kunt kiezen uit 3, 5 of 7. Om het aantal dagen te wijzigen, houdt u de instellingenknop 3 seconden ingedrukt.

Gebruik de pijltjestoetsen omhoog en omlaag om het aantal bedrijfsuren in te voeren en bevestig uw keuze met de OK-knop. Het IdLE-symbool verschijnt op het display en er klinkt een pieptoon, waarkee wordt bevestigd dat het neue standardaard aanal bedrijfsdagen per week correct is ingesteld.

De instelling van de regensensor wijzigien

Dankzij de regensensor stopt de robot automatisch met maaien en parkeert hij in het laadstation wanner er regen worden gedeteerd. Deijd waarna de robot waar aan het werk.gaat, kan worden ingesteld in de mobiele app.

Houd de HOME-knop 3 seconden ingedrukt. Het display toont RAIN - instellenen voor de regensensor. Druk op OK om het in

NL

stellingenmenu te openen. Op het display kunt u ON (ingeschakeld) of OFF (uitgeschakeld) selecteren en uw keuze bevestigen met OK.

De multizone-instelling wijzigen

Met de functie voor meertere zones kunt u sequentieel maaien vanaf verschillende startpunten. U knot aangepaste startpunten instellen in de mobiele app door een percentage van de lenghte van de begrenzingsdraad te selecteren. Als u bijvoorbeeld een waarde van 40% instelt voor zone eén, maait de robot eerst het gebied van 40% van de lenghte van de begrenzingsdraad, gevolgd door de resterende delen van het gazon. Met de modellen YT-852091 en YT-852092 kunt u 2 startpunten instellen, terwijl u met de YT-852093 4 startpunten kunt instellen.

Houd de HOME-knop 3 seconden ingedrukt. RAIN verschijnt op het display. Gebruik de pijltjestoetsen omhoog en omlaag om de instelling te wijzigen maar ZONE (multizonefunctie). Druk op OK om het instillingenmenu te openen. Op het display kutu ON (ingeschakeld) of OFF (uitgeschakeld) selecteren en uw keuze bevestigen met OK.

Software-update

U kunt de software van het apparaat bijwerken aan de nieuwste versie via de mobiele app. De robot is uitgerust met FOTA-functionaliteit (Firmware Over The Air), wat draadloze software-updates möglichk maakt. Om te updaten, moet u ervoor zorgen dat de robot is verbonden met een draadloos netwerk en de stappen in de app volgen.

PRODUCTONDERHOUD

Let op: Voordat u onderhoud uitvoert, dient u ervoor te zorgen dat het product is uitgeschakeld en losgekoppeld van het laadstation.

Draag alsijd beschermende handschoenen tijdens alle onderhoudswerkzaamheden.

Indien een onderhoudshandeling Niet in de handleiding is beschreven, dient deze te worden uitgevoerd bij een erkend servicecentrum van de fabrikant.

Het product moet na elk gebruik worden gereinigd. Verwijder grasresten met een zachte borstel, kwast of doek. Reinig de ventilatieopengingen en zorg ervoor dat deze vrij zijn. Hardnekiger vuil kan worden verwijderd met een luchtstraal met een druk van maximaal 0,3 MPa. Gebruik nooit chemicalien, alkaloiden, schuirmiddelen of agressieve reinigingsmiddelen om het product te reinigen. Het product mag Niet worden gereinigd met een waterstraal of door het onder te dompelen in water.

Controleer de messen van de robotmaaier op slijtage en beschadiging. Vervang de messen als u overmatige slijtage of bescha-diging constateert. Vervang het mes altijd door een origineel exemplaar, identiek aan het origineel dat oorspronkelijk op het apparaat is gemonteerd. Alleen originele reserveonderdelen gebruiken garandeert de productveiligheid. Het verrangen van de messen dient te worden uitgevoerd door een ervaren gebruiker. Neem bij twijfel contact op met een erkend servicecentrum van de fabrikant.

Draai de bevestigingschroef van het mes los met een schroevendraier. Verwijder het oude mes. Reinig de meshouder indien nodig. Installer het neue mes en let waar bij op de richting van het mes. Zet het mes vast door de schroef stevig vast te draaien. Vervang de messenset alkijd om een soepele werkking van het roterende mes te garanderen. Indien nodig kan de set worden aangevuld met extra YT-852096 messensets (apart verkrijgbaar).

Smeer de snijkanten na elk gebruik en na het reinigen van de messen in met een dunne laag lichte machineolie. Dit vermindert corrosie en verlengt de levensduur van de messen. Als u dagelijks maait,要去en de messen elke zes weken worden verrangen. Dit zorgt voor een goede werkig van de robotmaaier en een gelijkmatig gemaad gazon.

Maak het apparaat na gebruik schoon van gras en vuil. Let vooral op de wielen om te voorkomen dat ze de beweging van het apparaat blokkeren of belemmeren.

Als de voedingskabel van het laadstation beschadigd is, moet deze worden verrangen door een erkend servicecentrum van de fabrikant. De kabel kan nicht worden gerepareerd en要去 worden verrangen. Werken met een beschadigde kabel is verboden.

PRODUCTOSLAG EN TRANSPORT

Let op: Schakel het product altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het opbergt of vervoert. Reinig het product volgens de instructies.

Bewaren op een donkere, droge en goed geventileerde plaats. Buiten bereik van kinderen honden. Bewaar het product bij een temperatuurCUS 10 en 30 graden Celsius. Het wordt aanbevolen om het product in de originele verpakking of in een andere stofwerende verpakking te bewaren.

Stel de maaihoogte in op de hoogste stand voordat u het product transporteert. Vervoer het product aan de handgrepen. Bescherm het productijdens transport gegen stoten en sterke trillingen. Zet het product vast om weglijkden of kantelenijdens transport te voorkomen.

Hieronder vindt u een tabel met de problemen en de möglichke oplossingen:

Probleemoplossing

Foutcode Oorzaak Oplossing
E1De maiarobot bevindt zich buren het werkgebied1. Plaats de robotmaier in het werkgebied.2. Controller de de draden goed in het stopcontact zitten met de rode en zwarte connectoren.3. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
E2 Wielandrijvinggeblokkeerd1. Schakel het apparaat uit en verplaats het�n een plek zonder obstakels.2. Schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.3. Als de fouit zich blijft voorden, schakel dan het apparaat uit, draai de robot zodat het�n een boven wijnst en controller of er iets is dat de rotatie van de wielen blokkeert.4. Verwijder de blokkering, draai de robot in de werkposition, schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.
E3 Geblokkerderotatie van de snijkop1. Schakel het apparaat uit.2. Draai de robot om, zodal het�n boven wijnst, en controller of er obstakels+zijn in de rotatie van de meskop. Neem contact op met het servicecentrum van de fabrikant als de kop of motor beschadigd is.3. Verwijder de blokkerende facto.4. Draai de robot in de werkposition en verplaats hem�n een werkgebied met korte gras of verhoog de maalhoogle.5. Schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.
E4 Crashsensormog steeds actief1. Schakel het apparaat uit.2. Verplaats de robot�n een hebbed zonder obstakels.3. Verwijder de bovenklop en controller de magneten aan de binnenkant van de klep. Als er magneten ontbreken, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.4. Als de magneten correct+zijn geinstalleerd, controller dan of de rubberen verbindingussen de afdekking en de robotmaier goed vastzit. Als delez los zit, draai hem dan vaster.5. Schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.
E5 De maiarobotwordt opgetild1. Schakel het apparaat uit.2. Verplaats de robot�n een hebbed zonder obstakels.3. Schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.4. Als de fouit zich blijft voorden, schakelt u het apparaat uit.5. Draai de robot om, met het�n boven, en controller of er iets is waardoor het voorwiel slipt.6. Verwijder de blokkade en draai de robot in de werkposition. Schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.
E6De robot worden gedraaid met het�n hare boven gericht1. Draai de robot in de werkposition.2. Schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.3. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
E7 Kantelsensoraltijd actief1. Schakel het apparaat uit.2. Controller of de helling van het werkgebied de toegestane limiet Niet overschrijdt.3. Verplaats de robot�n een vlak oppervliak.4. Schakel het apparaat in en druk op START en verzolgens op OK.5. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
E8 Parkeerfoutlaadstation1. Controller of er 1 m vrij ruimte is vóör het laadstation.2. Controller of het laadstation op een vlakke, eigale ondergrond staat.3. Controller of het laadstation Niet scheef staat.4. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
E9 De maiarobotzit vast op�n plaats1. Verplaats de robot�n een hebbed zonder obstakels.2. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
BP Batterijbescherming1. Controller de batterijtemperatuur. Als deleze te hoog is, wacht dan tot deleze is afgekoeld. Als deleze te laag is, wacht dan tot de temperatuur boven de 5°C is.2. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
E11 Geen signaaop de grensdraad1. Plaats de robotmaier in het werkgebied. Controller het indicatielampje op het laadstation. Als het rood brandt, beteKent dit dat de begrenzingsdraad Niet geld is aangeslooten op het laadstation.2. Als de kabel correct is aangesloften en het lampje nog steeds rood brandt, controller dan of de kabel kapot is.3. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
E12 BatterijprobleemNeem contact op met het servicecentrumvan de fabrikant.
E13 Laadprobleem1. Controller de de laadaansluiting vuil is.2. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
E14 De werkruimte overschrijden1. Verklein het werkoppervlak tot de in de instructies aangegeven grotte.2. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
EE Onbekend probleem1. Schakel het apparaat uit en werk in.2. Als de fouit zich blijft voorden, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.
LOCK Steeds de verkeerde pincode invoeren1. Laat het apparaat 10 minuten aan staan.2. Na 10 minuten kunt u uw pincode opnieuw invoeren.3. Als u uw pincode bent vergeten, neem dan contact op met het servicecentrum van de fabrikant.

XAPAKTHPIETIKA IPOIONTO

H pouTOTIK xlookotnkiun mnxav nivalia nAektpovikn oukeun oxediaouevn yia autouatnpovotda tou ykacov. To puOmucoEv oEupoc uouc konnc kai to ouatnua letiowv eaaqalizouv ooiopopko evtoc ts kaopiaevns pioxng. H oukeun leitoupyei e evav stafo poptions, tov ontoio etntippeei autouata yia va enavaopoptei tvn mtapia tnc, entpertovac TAnpwus autovoun leitoupyia. Xapn otny aoupatn ouvdeoiotna, npouTOTIK xlookotnkiun mnxav nTtopei va eayxei meaw iaec epapoyns yia kivnta. H ownt, agiotniotn kai aospaicn leitoupyia tnc oukeun esaptatai atto tn ownt xpon, tnoeewsc

PivgEknOeTe TnV epyiaia, iaoaote ooknpo To EYxepidio Kai qualaTe to.

O npountheutnc dev ppei eunvnia tuxov nmuicn taupauatmouc Tou PpokuTou v an T xpnon Tou Ppioovtoc ia oKoTouc diaqopetikouc an to nV ppoBleuveyn xpnon Tou n aTn m npnon twv kavoviaow aaepaieac n twv onyiov Tou peixovtai sto napov evxepidio. H xpanon Tou ppoivtoC ia oKoTouc diaqopetikouc an to nV ppoBleuveyn xpnon Tou akupwei enion tsnv eyyunon kai ta dikaiomega ta yyuunong tou xphtn.

EONIAEMO2

To pioiov npapabidetai nhpes, aaaa atanei npoetoiaa piv aTn xphon, oTWC pypawetai apyotepa e auto to eyxepi-bio. To poutot konnc ykaov suvobedetai aTIO aEouap: OtaHOpoptians e optiOtn, Teipouc otnpicns, eepdikcs kai BiEs, oupuopioeTngs kai TEPPOUC opmuatoc.

TEXNIKA ΔEΔOMENA

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Yato

Model : YT-852091

Categorie : Grasmaaier