TBM200 - Boor SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TBM200 SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TBM200 SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TBM200 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TBM200 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING TBM200 SCHEPPACH
NL Tafelboormachine | Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing 59
1 Inleiding....59
2 Productbeschrijving (afb. 1-18) 60
3 Inhoud van de levering (afb. 2) 60
4 Beoogd gebruik....60
5 Veiligheidsvoorschriften 61
6 Technische gegevens 63
7 Uitpakken 63
8 Montage 64
9 Voor de ingebruikname.... 64
10 Bediening 66
11 Werkinstructies.... 66
12 Reiniging en onderhoud.... 67
13 Transport (afb. 1) 68
14 Opslag....68
15 Elektrische aansluiting 68
16 Reparatie en reserveonderdelen bestellen ..... 69
17 Verhelpen van storingen 69
18 Afvalverwerking en hergebruik.... 70
19 EU-conformiteitsverklaring.... 71
20 Explosietekening.... 320
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
| Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! | |
| Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht ne-men van de veiligheids- en bedieningsaan-wijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk let-sel leiden. | |
| Draag een veiligheidsbril. | |
| Draag gehoorbescherming. | |
| Draag een haarnetje! | |
| Draag geen handschoenen tijdens het ge-bruik! |
| Let op! Houd uw handen uit de buurt van het roterende inzetgereedschap. | |
| De motor wordt tijdens gebruik zeer heet, niet aanraken! | |
| Voer onderhouds-, ombouw-, instel- en reinigingswerkzaamheden alleen uit als het product is uitgeschakeld en de voedingsstekker is verwijderd! | |
| Maximale schachtdiameter Inzetgereedschap | |
| Boordiameter | |
| Boorkophouder | |
| Hout | |
| Staal | |
| Overbrengingsverhouding | |
| Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. | |
| Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
1 Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijn- de wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ont- staan bij:
• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113.
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u geva- ren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermin- dert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
2 Productbeschrijving (afb. 1-18)
- Aandrijfafdekking
1a. Veiligheidsschakelaar
1b. Afsluitdop
1c. Aandrijfriem
1d. Aandrijfschijf spilzijde
1e. Aandrijfschijf motorzijde - Motoreenheid
2a. Klemschroeven
2b. Vastzetschroef (motoreenheid) - Handgreep
3a. Handspilgeleiding - Kolombuis
4a. Zeskantbout (M8x20 mm) - boortafel
5a. Vastzetschroef
5b. Vastzetschroef (kanteling) - Bodemplaat
- Boorkop
7a. Boorspil - Aan/uit-schakelaar
- Boorkopsleutelhouder
9a. Boorkopsleutel - Veerkap
10a. Borgmoer M10
10b. Moer M10
10c. Naaf
10d. Inkeping
10e. Groef - Diepteaanslag (met schaalverdeling)
11a. Boorgat
11b. Borgmoer M10
11c. Moer M10
11d. schaalindicator - bankschroef
12a. Klemmen
12b. Slingergreep
12c. Zeskantbout (M10x35 mm)
12d. Moer M10
12e. Volgring - Inbussleutel 4 mm
3 Inhoud van de levering (afb. 2)
Pos. Aantal Aanduiding
-
1 x Motoreenheid
-
3 x Handgreep
-
1 x Kolombuis
4a. 3 x Zeskantbout (M8x20 mm)
- 1 x boortafel
5a. 1 x Vastzetschroef - 1 x Bodemplaat
- 1 x Boorkop
9a. 1 x Boorkopsleutel - 1 x bankschroef
12c. 2 x Zeskantbout (M10x35 mm)
12d. 2 x Moer M10
12e. 4 x Volgring - 1 x Inbussleutel 4 mm
1 x Tafelboormachine
1 x Gebruiksaanwijzing
4 Beoogd gebruik
De tafelboormachine is ontworpen voor het boren in metaal, hout, kunststof en tegels. Er kunnen schachtboren met een boordiameter van 1,5 mm tot 13 mm worden gebruikt.
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aansprakelijk.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloei- ende schade.
Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding
GEVAAR
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
⚠ WAARSCHUWING
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

VOORZICHTIG
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OP
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
5 Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten

WAARSCHUWING
Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn mee-geleverd.
Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
1) Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht.
Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van re-gen of vocht. Het indringen van water in een elek-trisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden verme- den, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het ge- bruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draai-end onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
4) Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap
a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is ge- vaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvul-
dig onderhouden snijgereedschap met scherpe snij-
randen klemt minder snel vast en is makkelijker te ge-
bruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, inzetstuk, inzetstukken enz. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en gree-poppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5) Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hier-mee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.
Veiligheidsvoorschriften voor draagbare boormachines
a) De boormachine moet vastgezet worden. Een on- juist bevestigde boormachine kan bewegen of kante- len en dit kan verwondingen veroorzaken.
b) Het werkstuk moet met de werkstuksteun worden vastgeklemd of bevestigd. Boor niet in werkstukken die te klein zijn om veilig vast te klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, kan dat tot verwondingen leiden.
c) Draag geen handschoenen. Handschoenen kunnen door draaiende delen of boorspaanders worden vastgegrepen, wat tot verwondingen kan leiden.
d) Houd uw handen buiten het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondingen veroorzaken.
e) Het boorgereedschap moet draaien voordat u het naar het werkstuk brengt. Anders kan de boor in het werkstuk vastlopen en kunnen onverwachte bewegingen van het werkstuk verwondingen veroorzaken.
f) Als de boor vastloopt, moet u de boor niet verder naar beneden duwen en het elektrisch gereedschap uitschakelen. Bepaal de oorzaak van het vastlopen en verhelp dit probleem. Het vastlopen kan tot een onverwachte beweging van het werkstuk en tot verwondingen leiden.
g) Voorkom lange boorspaanders door de neerwaartse druk regelmatig te onderbreken. Scherpe metaalspaanders kunnen vast komen te zitten en verwondingen veroorzaken.
h) Verwijder nooit boorspaanders uit het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Om spaanders te verwijderen, beweegt u het boorgereedschap van het werkstuk af, schakelt u het elektrisch gereedschap uit en wacht u tot het boorgereedschap is gestopt. Gebruik hulpmiddelen zoals een borstel of haak om de spaanders te verwijderen. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondingen veroorzaken.
i) Het toegestane toerental van inzetstukken met een nominaal toerental moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrisch gereedschap staat vermeld. Accessoires die sneller draaien dan toegestaan, kunnen afbreken en weggeslingerd worden.
Restrisico's
Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzie- ningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften" alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
- Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is.
- Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven onderhouds- en veiligheidsvoorschriften op.

WAARSCHUWING
Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.
Technische wijzigingen voorbehouden!
\*Bedrijfsmodus S1 (continubedrijf)
Het product kan continu met het aangegeven vermogen worden gebruikt.
\*Bedrijfsmodus S6
Ononderbroken periodiek bedrijf. Het gebruik is opgebouwd uit een opstarttijd, een tijd met een constante belasting en een uitlooptijd. De cyclusduur bedraagt 10 minuten en de relatieve inschakelduur bedraagt 40% van de cyclustijd.
Geluid en trilling

WAARSCHUWING
Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving.
De geluids- en trillingswaarden zijn bepaald volgens EN 62841-1.
Geluidswaarden
| Geluidsdrukniveau L_pA | 72,3 dB |
| Meetonnauwkeurigheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_wA | 85,3 dB |
| Meetonzekerheid K_wA | 3 dB |
De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.

WAARSCHUWING
De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
7 Uitpakken

WAARSCHUWING
Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed!
Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
8 Montage

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Steek de voedingsstekker pas in het stopcontact als het product klaar is voor gebruik.

WAARSCHUWING
Inzetstukken kunnen scherp zijn en tijdens het gebruik heet worden. Draag altijd veiligheidshandschoenen, als u met inzetgereedschap werkt.
Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De montage is eenvoudig, indien de volgende aanwijzingen in acht worden genomen.
Benodigd gereedschap:
• Inbussleutel, 4 mm (13)
• Steeksleutel SW 13 mm*
• 2x steeksleutel/dopsleutel SW 17 mm*
• Kruiskopschroevendraaier*
- Kunststofhamer*
* = niet altijd meegeleverd!
Reinig de volgende onderdelen met een schone en droge doek:
• Kolombuis (4)
- Boortafel (5)
- Bodemplaat (6)
• Bankschroef (12)
- Boorkop (7)
8.1 Kolombuis (4) monteren (afb. 3)
- Plaats de kolombuis (4) op de bodemplaat (6).
- Monteer de kolombuis (4) op de bodemplaat (6) met behulp van de drie zeskantbouten M8x20 mm (4a). Gebruik een steeksleutel SW13.
Draai de zeskantbouten niet te vast aan, anders kan de schroefdraad in de bodemplaat (6) scheuren.
8.2 Boortafel (5) monteren (afb. 4, 5)
- Plaats de boortafel (5) op de kolombuis (4).
- Schuif de boortafel (5) in een lagere positie en zet deze vast met de vastzetschroef (5a).
8.3 Motoreenheid (2) monteren (afb. 6)
- Bevestig de motoreenheid (2) op de kolombuis (4).
- Zet de motoreenheid (2) vast met de beide klem- schroeven (2a) aan de zijkant. Gebruik een inbussleutel 4 mm (13).
8.4 Handgreep (3) monteren (afb. 7)
- Schroef de handgrepen (3) in de montagegaten van de handspilgeleider (3a) en draai ze handvast aan.
8.5 Boorkop (7) aanbrengen (afb. 8)
-
Bevestig de boorkop (7) aan de conus van de boorspil (7a).
-
Zet de boorkop (7) vast met een paar lichte tikken op de punt van de boorkop. Gebruik hiervoor een kunststofhamer.
8.6 Bevestig de bankschroef (12) (afb. 1, 9)
- Plaats de bankschroef (12) op de boortafel (5).
- Monteer de bankschroef (12) op de boortafel (5) met behulp van twee zeskantbouten M10x35 mm (12c), vier sluitringen (12e) en twee moeren M10(12d). Gebruik twee steeksleutels SW17.
Aanwijzing:
De zeskantbouten moeten diagonaal tegenover elkaar geplaatst worden.
9 Voor de ingebruikname

WAARSCHUWING
Trek altijd de voedingsstekker eruit voordat u instellingen aan het product uitvoert.
Benodigd gereedschap:
- 2x steeksleutel/dopsleutel SW 16 mm*
• 2x steeksleutel/dopsleutel SW 17 mm* - Steeksleutel SW 18 mm*
- Platte schroevendraaier*
* = niet altijd meegeleverd!
9.1 Gebruik als vaste machine (afb. 10)
Het product moet voor continu gebruik op een werkbank worden gemonteerd.
- Het product moet stabiel worden opgesteld, dit betekent op bijv. een werkbank of een vast onderstel vastgeschroefd worden.
-
Voor dit doeleinde bevinden zich bevestigingsgaten in de bodemplaat (6).
-
Markeer de boorgaten.
-
Plaats het product zoals deze later moet worden geïnstalleerd.
-
Teken de posities van de te boren gaten af op de werkbank. Deze worden bepaald door de bevestigingsboorgaten in de bodemplaat (6).
-
Boor de gaten (ten minste 11 mm) door de werkbank.
- Plaats het product zodanig over de geboorde gaten dat ze overeenkomen met de bevestigingsboorgaten in de bodemplaat (6) en steek de bouten* (M10) met een geschikte lengte van bovenaf door de gaten.
- Schroef de moeren* van onderaf op de bouten* (M10).
- Draai de moeren* vast met twee steeksleutels SW17.
* = niet meegeleverd!
9.2 Boortafel (5) verstellen (afb. 11, 12)
9.2.1 Hoogte van de boortafel instellen en de boortafel (5) zwenken
- Draai de vastzetschroef (5a) los.
-
Schuif de boortafel (5) op de gewenste hoogte.
-
Zwenk de boortafel (5) in de gewenste positie.
- Draai de vastzetschroef (5a) weer vast.
9.2.2 Boortafel (5) kantelen
U kunt de boortafel (5) ook kantelen.
- Draai hiervoor de vastzetschroef (5b) onder de boortafel (5) los. Gebruik een steeksleutel SW18.
- Kantel de boortafel (5) naar wens tot 45° naar rechts of links.
- Draai de vastzetschroef (5b) weer vast. Gebruik een steeksleutel SW18.
9.3 Werkstuk vastklemmen (afb. 13)
- Zorg ervoor dat het werkstuk goed is bevestigd.
- Bewerk geen werkstukken die te klein zijn om te kunnen worden vastgeklemd.
- Bewerk alleen werkstukken die stevig tussen de klembekken geklemd kunnen worden. Het werkstuk mag niet te groot, te klein of te buigzaam zijn. Anders is het niet mogelijk om stevig te klemmen.
- Gebruik extra werkstuksteunen als dit nodig is voor de stabiliteit van het werkstuk.
-
Controleer de bankschroef en de klembekken. Ze moeten schoon zijn, vrij van spanen en andere resten.
-
Zorg ervoor dat de bankschroef (12) correct op de boortafel (5) gemonteerd is. (Zie 8.6).
- Draai de slingergreep (12b) linksom om de bank-schroef (12) te openen.
- Plaats het te bewerken werkstuk tussen de klembekken (12a). Zorg ervoor dat het uitgelijnd is, zodat het tijdens de bewerking stabiel blijft.
- Draai de slingergreep (12b) rechtsom om de bank-schroef (12) te sluiten en het werkstuk te fixeren.
- Controleer of het werkstuk goed en stevig vastgeklemd zit. Het mag niet bewegen.
9.4 Inzetgereedschap plaatsen/ verwijderen (afb. 14)

WAARSCHUWING
Laat de boorkopsleutel nooit in de boorkop zitten!

WAARSCHUWING
Inzetstukken kunnen scherp zijn en tijdens het gebruik heet worden. Draag altijd veiligheidshandschoenen, als u met inzetgereedschap werkt.

VOORZICHTIG
Houd uw handen uit de buurt van het inzetgereedschap, wanneer het product in bedrijf is.
Aanwijzing:
Controleer of het inzetstuk goed past.
Inzetstuk dat verkeerd of niet goed bevestigd is, kan tijdens het gebruik losraken en u verwonden.
- U kunt de boorkopsleutel (9a) opbergen in de houder voor de boorkopsleutel (9).
- Neem de boorkopsleutel (9a) uit de houder voor de boorkopsleutel (9).
- Maak de houder van de boorkop (7) los met de boorkopsleutel (9a).
- Verwijder het inzetgereedschap*.
- Plaats een nieuw inzetgereedschap*.
- Maak de houder van de boorkop (7) vast met de boorkopsleutel (9a).
- Plaats de boorkopsleutel (9a) terug in de houder voor de boorkopsleutel (9).
- Controleer de gecentreerde positie van het inzetge-reedschap*.
- Voer een korte testrun uit om de rondloop van het inzetgereedschap* te controleren.
* = niet altijd meegeleverd!
9.5 Toerental instellen (afb. 15)

WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling!
Let op uw vingers!

WAARSCHUWING
Altijd aandrijfschijven gebruiken, die er tegenover liggen. Als de aandrijfschijven op verschillende hoogtes gebruikt worden, zal de aandrijfriem vernield worden!
Aanwijzing:
Dit product is voorzien van een veiligheidsschakelaar. Dit betekent dat het product niet ingeschakeld kan worden als de aandrijfafdekking open of niet goed gesloten zijn.
- Draai de slotbout (1b) van het aandrijfafdekking (1) los.
- Open het aandrijfafdekking (1).
- Draai de vastzetschroef (2b) van de motoreenheid (2) los.
- Duw de motoreenheid (2) in de richting van de kolombuis (4) om de aandrijfriem (1c) los te maken.
- Plaats de aandrijfriem (1c) op de gewenste combinatie tussen de aandrijfschijf aan de spilzijde (1d) en de aandrijfschijf aan de motorzijde (1e) om het aangegeven toerental te bereiken:
| ∅ (mm) | ∅ (mm) | (U/min) |
| <3 | <4 | |
| 3-4 | 5-6 | |
| 5 | 7-8 | |
| 6-8 | 9-10 | |
| >8 | >10 |
- Duw de motoreenheid (2) weg van de kolombuis (4) om de aandrijfriem (1c) te spannen. De aandrijfriem (1c) is correct gespannen wanneer deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
-
Draai de vastzetschroef (2b) van de motoreenheid (2) weer vast.
-
Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de slotbout (1b). Controleer of de veiligheidsschakelaar (1a) ingeschakeld is en de aandrijfafdekking (1) goed gesloten is.
9.6 Boordiepte instellen (afb. 8, 16)
- Draai de borg M10 (11b) van de diepteaanslag (11) los en verplaats deze samen met de moer M10 (11c) eronder naar een hogere positie. Gebruik twee steeksleutels SW17.
- Plaats een inzetgereedschap in de boorkop (7) zoals beschreven bij 9.4.
- Laat de boorspil (7a) over de handgreep (3) op het werkstuk zakken en houd de handgreep (3) in deze positie.
- Plaats de moer M10 (11c) op het boorgat (11a).
- Breng de boorspil (7a) weer terug in de uitgangspositie, met behulp van de handgreep (3). Zorg ervoor dat de moer M10 (11c) niet beweegt.
- Draai nu de moer M10 (11c) omhoog tot de gewenste boordiepte.
- Borg de ingestelde moer M10 (11c) met de borgmoer M10 (11b). Gebruik twee steeksleutels SW17.
- Controleer of de ingestelde diepte correct is.
9.7 Afstellen van de spilterugloopveer (afb. 8, 17)
- Voor meer werkruimte laat u de boortafel zakken zoals beschreven op 9.2.1.
- Steek een platte schroevendraaier in de voorste onderste groef (10e) en houd hem daar vast.
- Verwijder borgmoer M10 (10a). Gebruik een steeks-leutel SW16.
- Draai de moer M10 (10b) los en trek de veerkap (10) naar buiten, totdat de inkeping loskomt van de naaf (10c). Let op dat de veer is voorgespannen.
- Draai de veerkap (10) voorzichtig linksom totdat de in- keping (10d) op één lijn ligt met die van de naaf (10c) en ingedrukt kan worden. Gebruik een platte schroevendraaier.
- Controleer de veerspanning door de boorspil (7a) met behulp van de handgrepen (3) in de laagste stand te laten zakken. Houd de veerkap (10) op zijn plaats. Pas indien nodig de veerspanning aan met behulp van de veerkap (10).
- Rechtsom - verlaagt de veerspanning.
- Linksom - verhoogt de veerspanning.
- Als u de gewenste veerspanning hebt bereikt, draait u de moer M10 (10b) weer vast.
- Borg de moer M10 (10b) met de borgmoer M10 (10a) Gebruik twee steeksleutels SW16.
10 Bediening
LET OP
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
De aan/uit-schakelaar en de veiligheidsschakelaar mo- gen niet worden vergrendeld!
- Werk niet met het product als de schakelaar beschadigd is. - Controleer voor elk gebruik of het product in orde is.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Steek de voedingsstekker pas in het stopcontact als het product klaar is voor gebruik.

WAARSCHUWING
Inzetstukken kunnen scherp zijn en tijdens het gebruik heet worden. Draag altijd veiligheidshandschoenen, als u met inzetgereedschap werkt.
Aanwijzingen:
- Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemonteerd. Beschadigde of onleesbare stickers moeten worden vervangen.
- Overtuig u voor het aansluiten van het product, dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
- Denk eraan dat bij de ingebruikname van het startmechanisme bij gemotoriseerde machines ook het snijgereedschap in bedrijf gesteld wordt.
- Gebruik het product nooit met defecte veiligheids- voorzieningen of zonder veiligheidsinrichtingen.
- Let er voor het inschakelen op dat het product geen voorwerpen aanraakt.
- Controleer het te bewerken materiaal op vreemde deeltjes zoals spijkers, bouten etc. en verwijder deze.
- Zorg ervoor dat het te behandelen oppervlak stofvrij en droog is.
- Wacht na het inschakelen tot het product het maximum toerental heeft bereikt. Pas daarna begint u aan de werkzaamheden gaan.
10.1 Product in-/uitschakelen (afb. 18)
Inschakelen
- Steek de voedingsstekker in een correct gezekerd stopcontact.
- Druk op de "I"-schakelaar op de aan/uit-schakelaar (8) om het product in te schakelen.
Uitschakelen
- Druk op de "0"-schakelaar op de aan/uit-schakelaar (8) om het product uit te schakelen.
- Wacht tot het product tot stilstand is gekomen.
11 Werkinstructies
LET OP
De aanvoersnelheid en het spiltoerental zijn bepalend voor de levensduur van het inzetgereedschap!
- De snijsnelheid wordt bepaald door de snelheid van de boorspil en de diameter van het inzetgereedschap.
- Als algemene regel geldt: hoe groter de diameter van het inzetgereedschap, hoe lager het toerental gekozen moet worden.
- Als het werkstuk sterker is, moet de snijdruk hoger zijn.
- Door het inzetgereedschap herhaaldelijk terug te trekken, zorgt u ervoor dat de spanen gemakkelijker worden afgevoerd.
- Spaanafvoer is vooral moeilijk bij diepe boorgaten. Verlaag hier de aanvoer en snelheid.
- Om overmatige slijtage van de snijkant van het inzetgereedschap te voorkomen, moet u bij boorgaten met een diameter van meer dan 8,0 mm eerst voorboren met een inzetgereedschap met een kleinere diameter.
11.1 Boren (afb. 13)
-
Markeer het te boren punt op het werkstuk met een drevel*.
-
Klem het te bewerken werkstuk in de bankschroef (12) (zie 9.3).
-
Plaats een inzetgereedschap in de boorkop (7) (zie 9.4).
-
Laat de boorspil (7a) zakken met behulp van de handgrepen (3) en centreer het inzetgereedschap op de te boren punt in het werkstuk.
-
Schakel het product in (zie 10.1).
-
Laat de boorspil (7a) zakken met behulp van de handgrepen (3).
-
Met een geschikte voeding en tot de gewenste diepte boren in het werkstuk.
-
Selecteer het juiste smeermiddel op basis van het materiaal van het werkstuk en de boor, en het type boorgat.
-
Houd rekening met het eventuele spaanbreken op weg naar de gewenste boordiepte.
-
Breng de boorspil (7a) terug in de uitgangspositie met behulp van de handgrepen (3).
* = niet altijd meegeleverd!
11.2 Verzinken en kernboren
Met dit product kunt u ook verzinken of centreerboren. Let hierbij op dat het laten zakken met de laagste snelheid moet gebeuren, terwijl voor het kernboren een hoge snelheid is vereist.
11.3 Houtbewerking
Aanwijzing:
Houd er rekening mee dat bij het werken met hout een geschikte stofafzuiging moet worden gebruikt, omdat houtstof gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid. Draag bij werkzaamheden die stof produceren altijd een geschikt stofmasker.
12 Reiniging en onderhoud
⚠ WAARSCHUWING
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door onze gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
⚠ WAARSCHUWING
Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken!
⚠ WAARSCHUWING
Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken.
– Schakel het product uit.
- Trek de voedingsstekker uit het contact.
– Laat het product afkoelen.
- Verwijder het inzetgereedschap.
12.1 Reiniging
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en blaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij advise-ren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Dompel het product om te reinigen nooit onder in water of andere vloeistoffen.
- Het product moet altijd schoon, droog en vrij van olie of smeervet zijn. Verwijder alle stof na elk gebruik en voor het bewaren.
- Gebruik geen chemische, alkalische, schurende of andere agressieve reinigings- of ontsmettingsmiddelen om het product te reinigen, aangezien deze de oppervlakken kunnen beschadigen.
- Reinig het inzetgereedschap niet terwijl het nog in gebruik is.
- Controleer de bankschroef en de klembekken. Ze moeten schoon zijn, vrij van spanen en andere resten.
12.2 Onderhoud (afb. 15)
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling!
Let op uw vingers!
⚠ WAARSCHUWING
Altijd aandrijfschijven gebruiken, die er tegenover liggen. Als de aandrijfschijven op verschillende hoogtes gebruikt worden, zal de aandrijfriem vernield worden!
Aanwijzing:
Dit product is voorzien van een veiligheidsschakelaar. Dit betekent dat het product niet ingeschakeld kan worden als de aandrijfafdekking open of niet goed gesloten zijn.
12.2.1 Aandrijfriem (1c) controleren
-
Draai de slotbout (1b) van het aandrijfafdekking (1) los.
-
Open het aandrijfafdekking (1).
-
Controleer de spanning van de aandrijfriem (1c).
-
De aandrijfriem (1c) is correct gespannen wanneer deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
-
Controleer de aandrijfriem (1c) op scheuren, insnijdingen of andere beschadigingen.
-
Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de slotbout (1b).
Controleer of de veiligheidsschakelaar (1a) ingeschakeld is en de aandrijfafdekking (1) goed gesloten is.
12.2.2 Aandrijfriem (1c) spannen
-
Draai de slotbout (1b) van het aandrijfafdekking (1) los.
-
Open het aandrijfafdekking (1).
-
Draai de vastzetschroef (2b) van de motoreenheid (2) los.
-
Duw de motoreenheid (2) weg van de kolombuis (4) om de aandrijfriem (1c) te spannen.
-
De aandrijfriem (1c) is correct gespannen wanneer deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
-
Draai de vastzetschroef (2b) van de motoreenheid (2) weer aan.
-
Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de slotbout (1b).
Controleer of de veiligheidsschakelaar (1a) ingeschakeld is en de aandrijfafdekking (1) goed gesloten is.
12.2.3 Aandrijfriem (1c) vervangen
-
Draai de slotbout (1b) van het aandrijfafdekking (1) los.
-
Open het aandrijfafdekking (1).
-
Draai de vastzetschroef (2b) van de motoreenheid (2) los.
-
Verwijder de oude aandrijfriem (1c). Draai de aandrijfschijven (1d/1e) en trek de aandrijfriem (1c) iets omhoog.
-
Breng een nieuwe aandrijfriem (1c) aan.
-
Draai de aandrijfschijf aan de spil- / en motorzijde (1d/1e) en druk de aandrijfriem (1c) lichtjes op de aandrijfschijf aan de spil- en motorzijde (1d/1e).
Controleer of de aandrijfriem (1c) goed op de aan- drijfschijf (1d/1e) aan de spil- en motorzijde zit.
-
Duw de motoreenheid (2) weg van de kolombuis (4) om de aandrijfriem (1c) te spannen.
-
De aandrijfriem (1c) is correct gespannen wanneer deze ongeveer 1 cm kan worden ingedrukt.
-
Draai de vastzetschroef (2b) van de motoreenheid (2) weer aan.
-
Sluit het aandrijfafdekking (1) en fixeer deze met de slotbout (1b).
Controleer of de veiligheidsschakelaar (1a) ingeschakeld is en de aandrijfafdekking (1) goed gesloten is.
- Om het product te transporteren koppel het eerst los van het stopcontact en zet het vervolgens op de bestemde plaats.
- Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet het product tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omvallen en wegglijden.
- Bescherm het product tegen stoten, schokken en sterke trillingen, bijv. tijdens transport in voertuigen.
- Transporteer het product niet aan de motoreenheid.
Aanwijzing:
Draag het product indien mogelijk met een tweede persoon.
- Houd de bodemplaat (6) met één hand vast en stabiliseer het product met de andere hand op het aandrijf-afdekking (1).
14 Opslag
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoe-gankelijke plaats.
De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C. Bewaar het product in de originele verpakking.
Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
15 Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE-en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
15.1 Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid,
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer,
- Snijplekken omdat over de snoer is gereden,
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken,
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Veiligheidsvoorschriften voor het vervangen van beschadigde of defecte netsnoeren
Aansluittype Y
Als het netsnoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden gedaan om veiligheidsrisico's te voorkomen.
15.2 Wisselstroommotor
Aansluitingen en reparaties van de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
- De netspanning moet 230V\~ zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
16 Reparatie en reserveonderdelen bestellen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheids-technische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.
LET OP
Conform de wetgeving voor productgaranties wordt een garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Neem contact op met een servicecentrum of een erken- de specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
Aansluitingen en reparaties
Aansluitingen en reparaties van de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
16.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
16.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen: Aandrijfriem*
* = niet altijd meegeleverd!
17 Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De as beweegt te snel of te lang-zaam naar de uitgangspositie. | Spilterugloopveer is verkeerd ingesteld. | Stel de spilterugloopveer af. |
| De boorkop raakt steeds weer los van de spil, ondanks het feit dat deze weer opnieuw is bevestigd. | Vuil, vet of olie op de spil of de binnenkant van de boorkop. | Gebruik een huishoudelijk reinigingsmiddel om het oppervlak van de spil en de boorkop te reinigen. |
| Sterke geluidsproductie tijdens gebruik. | Onjuiste V-snaarspanning. Stel de | V-snaarspanning opnieuw in. |
| De spil is te droog. Test de spil. | ||
| De riemschijf op de spil zit los. | Controleer de moer van de riemschijf op stevige bevestiging en draai deze zo nodig vast. | |
| De riemschijf op de motor zit los. | Draai de stelschroef op de motor riemschijf vast. | |
| De boor begint te gloeien | Onjuiste snelheid. | Verander de snelheid. |
| Er komen geen spaanders uit het boorgat. | Breng de boor regelmatig uit het boorgat om spaanders te verwijderen. | |
| Stompe boren. | Slijp de boor. | |
| Te geringe aanvoer. | Verhoog de aanvoer. | |
| De boor verloopt of het gat is niet rond. | Harde plekken in het hout of de lengte en hoek van de boorpunt zijn verschillend. | Slijp de boor. |
| De boor is verbogen. | Vervang de boor. | |
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
| De boor blokkeert in het werk-stuk. | Werkstuk en boor zijn gekanteld of de aanvoer is te hoog. | Het werkstuk opnieuw voorzien van een onder-grond of zet het vast. |
| Onvoldoende V-snaarspanning. | controleer de V-snaarspanning en stel deze indien nodig in. | |
| Overmatig verlopen en fladderen van de boor. | Verbogen boor. Gebruik een rechte boor. | |
| Overmatige slijtage van de spilla-gers. | Laat de spillager vervangen. | |
| De boor is niet gecentreerd in de boorkop gespannen. | Controleer de centrering. | |
| De boorkop is niet goed beves-tigd. | Bevestig de boorkop op de juiste wijze. | |
18 Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afgedankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving in-zake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparaatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden ge-good.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geïnstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
19 EU-conformiteitsverklaring
Vertaling van de originele conformiteitsverklaring
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen.
Merk: SCHEPPACH
Art.-aanduiding: Tafelboormachine - TBM200
Art.nr. 5906832901
EU-richtlijnen:
2014/30/EU, 2006/42/EG, 2011/65/EU*,
* Het hierboven beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.
Toegepaste normen:
EN 62841-1:2015/A11:2022;
EN 62841-3-13:2017
EN IEC 55014-1:2021;
EN IEC 55014-2:2021;
EN IEC 61000-3-2: 2019/A1:2021/A2:2024;
EN 61000-3-3:2013/A1:2019/A2:2021
Documentatie gevolmachtigde:
Ann-Katrin Bloching
Günzburger Str. 69
D-89335 Ichenhausen
Zichtbare defecten moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de koper alle aanspraken op grond van dergelijke defecten. Wij verstrekken garantie voor onze machines, bij juiste behandeling, voor de duur van de wettelijke garantieperiode vanaf het moment van overdracht, op dusdanige wijze dat wij elk machineonderdeel dat binnen deze periode aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of fabricagefouten, kosteloos vervangen. Voor onderdelen, die wij niet zelf vervaardigen, verlenen wij uitsluitend garantie, voor zover wij recht hebben op garantieclaims bij de toeleveranciers. De kosten voor het plaatsen van nieuwe onderdelen zijn voor rekening van de koper. Aanspraak op vorderingen tot omzetting en vermindering en overige vorderingen op schadevergoeding zijn uitgesloten.