38.4 Li HM comfort - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 38.4 Li HM comfort AL-KO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 38.4 Li HM comfort AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 38.4 Li HM comfort - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 38.4 Li HM comfort van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING 38.4 Li HM comfort AL-KO
1 Over deze gebruiksaanwijzing 35
1.1 Symbolen op de titelpagina ...... 36
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden 36
2 Productomschrijving.... 36
2.1 Beoogd gebruik.... 36
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik .... 36
2.3 Overige risico's 36
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen.... 37
2.5 Symbolen op het apparaat.... 37
2.6 Productoverzicht (01)...... 37
2.7 Leveringsomvang (02)...... 37
3 Veiligheidsinstructies.... 38
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap.... 38
3.1.1 Veiligheid op de werkplek...... 38
3.1.2 Elektrische veiligheid.... 38
3.1.3 Veiligheid van personen.... 38
3.1.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap .... 39
3.1.5 Gebruik en behandeling van het accugereedschap.... 39
3.1.6 Service 40
3.2 Veiligheidsinstructies voor grasmaai-er.... 40
3.3 Belasting door trillingen 41
3.4 Geluidsbelasting 42
3.5 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader.... 42
4 Montage 42
4.1 Kooimaaier monteren (03 - 06)...... 42
5 Ingebruikname 42
5.1 Maaien met grasopvangbak* (07, 08) 42
5.2 Accu laden.... 43
5.3 Accu plaatsen en verwijderen (09) .... 43
6 Bediening 43
6.1 Maaihoogte instellen (10) 43
6.2 Maaiwerk starten en stoppen (11)..... 43
6.3 Laadtoestand van de accu controle- ren (12).... 43
7 Werkinstructies ...... 44
8 Onderhoud en verzorging.... 44
8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaam- heden 44
8.2 Apparaat en maaiwerk reinigen ..... 44
8.3 Tegenmes instellen 44
8.3.1 Tegenmes instellen (13) ...... 44
8.3.2 Maaiproef uitvoeren (14)...... 44
8.4 Reparatiewerkzaamheden 44
9 Hulp bij storingen.... 45
10 Transport 46
10.1 Apparaat transporteren 46
12 Verwijderen.... 47
13 Klantenservice/service centre.... 48
14 Informatie bij de conformiteitsverklaring... 48
15 Garantie.... 48
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Ga voorzichtig met Li-Ion accu's om! Neem met name de aanwijzingen voor transport, opslag en afvalverwijdering in acht!
1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden
⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
⚠ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.
OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.
Deze gebruiksaanwijzing beschrijft een kooimaaier waarvan de maaikooi door een accu wordt aangedreven.
Alle accu's (Bxxx Li) en opladers (Cxxx Li) van het AL-KO 18V-systeem kunnen worden gebruikt.
Zie voor verdere informatie over de accu's en opladers de aparte handleidingen:
■ Gebruikshandleiding 443130: Accu's
■ Gebruikshandleiding 443131: Opladers
LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met ongeschikte accu's, kunnen apparaat en accu's beschadigd raken.
- Gebruik het apparaat alleen met de voorge-schreven accu's.
2.1 Beoogd gebruik
Dit apparaat is bedoeld voor het maaien van gazons en mag alleen op gedroogde gazons worden gebruikt.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commerciele toepassing in openbare parken en sportfacilitteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.
■ Het apparaat niet gebruiken bij regen of op nat gazon.
■ Veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden gedemonteerd of overbrugd.
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
■ Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen.
Inademen van afgesneden gewasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.
■ Snijwonden als er in het maaiwerk wordt ge-grepen.
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
■ Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
■ De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.
Veiligheidsbeugel
Het apparaat is voorzien van een veiligheidsbeugel. Laat bij gevaar de veiligheidsbeugel los. De motor en het maaiwerk vallen stil.
Start-knop (op de duwboom)
Om de motor door middel van de veiligheidsbeugel te kunnen inschakelen, moet eerst op de Start-knop worden gedrukt.
Klep
De klep beschermt bijv. tegen afgesneden gewasdeeltjes en stenen die eruit kunnen worden geslingerd.
2.5 Symbolen op het apparaat
Symbool Betekenis

Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering!

Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

Houd derden uit de buurt van de gevarenzone!

Houd voldoende veiligheidsafstand!

Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van het maaiwerk!

Verwijder vóór werkzaamheden aan het apparaat altijd de accu!
Symbool Betekenis

Gebruik het apparaat niet als het regent of sla dit niet in de buitenlucht op.

Maaikooi blijft draaien nadat het apparaat werd uitgeschakeld. Raak de maaikooi pas aan wanneer alle delen van het apparaat stilstaan.
2.6 Productoverzicht (01)
Nr. Onderdeel
| 1 Handgreep |
| 2 Veiligheidsbeugel |
| 3 Start-knop |
| 4 Laadtoestandsaanduiding voor de accu |
| 5 Klep voor accuschacht |
| 6 Maaihoogteverstelling |
| 7 Klep |
| 8 Binnenzeskantsleutel met houder |
| 9* Grasopvangbak* |
*: optie 113868 (apart te bestellen)
Bij de levering zijn de hier vermelde posities inbegrepen. Controleer of alle posities aanwezig zijn:
Accukooimaaier
Nr. Onderdeel
| 1 Bovenste duwboom |
| 2 Middelste bomen (2x) |
| 3 Onderste duwboom |
| 4 Kooimaaier |
| 5 Vleugelmoeren (4x) |
| 6 Schroeven met vierkant (4x) |
| 7 Kabelclips (3x) |
| 8 Greepschroeven (2x) |
| 9 Houder voor binnenzeskantsleutel |
| 10 Binnenzeskantsleutel |
| 11 Gebruiksaanwijzing |
Grasopvangbak\*
Nr. Onderdeel
12 Stoffen hoes
13 Achterste framestuk
14 Voorste framestuk
15 Bevestigingsband
*: Optioneel. Niet bij de levering van de kooimaai-er inbegrepen. Kan aanvullend worden aangeschaft, art.nr. 113868.
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids-instructies, werkinstructies, illustraties en technische gegevens waarmee dit elektrisch gereedschap is voorzien. Het niet naleven van de onderstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel veroorzaken.
■ Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
De in de veiligheidsinstructies gebruikte term 'elektrisch gereedschap' heeft betrekking op elektrische gereedschappen die op netspanning werken (met netsnoer) of op elektrische gereedschappen die op accuspanning werken (zonder netsnoer).
3.1.1 Veiligheid op de werkplek
■ Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroorzaken.
■ Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.
Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektrische gereedschap verliezen.
3.1.2 Elektrische veiligheid
De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos passen. De stekker mag in geen geval worden
veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stekkers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals bij buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.
Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, verhoogt dit de kans op een elektrische schok.
- Gebruik het aansluitsnoer niet voor doeleinden waarvoor deze niet is bedoeld. Het snoer mag niet worden gebruikt om het elektrische gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd het aansluitsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewegende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop ge-raakte aansluitsnoeren is er een hoger risico op een elektrische schok.
■ Wanneer u met een elektrisch gereedschap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengsnoer te gebruiken dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. Door het gebruik van een dergelijk, voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer, neemt het risico op een elektrische schok af.
■ Wanneer het gebruik van elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektrische schok.
3.1.3 Veiligheid van personen
Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrische gereedschap ernstige verwondingen veroorzaken.
Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting verlaagt het risico op verwondingen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk
van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, veiligheidsschoenen met goede grip, een veiligheidshelm of gehoorbescherming.
■ Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.
■ Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Een gereedschap of sleutel die zich in een roterend deel van het elektrische gereedschap bevindt, kan letsel veroorzaken.
■ Voorkom een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.
Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar en kleding weg van bewegende delen. Loszitten-de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegrepen.
Als stofafzuig- en -opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.
Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid en stap niet over de veiligheidsregels voor elektrische gereedschappen heen, zelfs niet wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met het elektrische gereedschap. Onnadenkend handelen kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
3.1.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap
■ Voorkom overbelasting van het elektrische gereedschap. Gebruik voor uw werkzaamheden het juiste elektrische gereedschap. Met het passende gereedschap werkt u beter en veiliger in het beschreven toepassingsgebied.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
■ Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de uitneembare accu voordat u instellingen aan het apparaat uitvoert, gereedschapsdelen verwisselt of het elektrische gereedschap opruimt. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Het elektrische gereedschap mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren mensen.
Onderhoud elektrisch gereedschap en inzetgereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrische gereedschap wordt belemmerd. Laat beschadigde onderdelen repareren voordat u het elektrische gereedschap gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik. - Gebruik het elektrische gereedschap, het toebehoren, inzetgereedschap enz. conform deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Zorg dat de handgrepen en oppervlakken ervan droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Gladde handgrepen en oppervlakken ervan maken geen veilige bediening van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties mogelijk.
3.1.5 Gebruik en behandeling van het accugereedschap
Laad de accu's uitsluitend met opladers op die door de fabrikant worden aanbevo-
len. Door een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's wordt gebruikt.
- Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in het elektrische gereedschap. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondingen en brandgevaar leiden.
Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan verbrandingen of vuur veroorzaken.
Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom de aanraking hier-mee. Spoel direct af met water wanneer u er per ongeluk mee in contact komt. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accuvloeistof kan huidirritaties of verbrandingen veroorzaken. - Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen zich onvoorspelbaar gedragen en brand, explosie of letsel veroorzaken.
Stel een accu niet bloot aan brand of hoge temperaturen. Brand of temperaturen van meer dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.
■ Leef alle aanwijzingen voor het opladen na en laad de accu of het accugereedschap nooit buiten het in de gebruikershandleiding aangegeven temperatuurbereik op. Verkeerd opladen of laden buiten het toegestane temperatuurbereik kan de accu vernielen en het brandgevaar vergroten.
3.1.6 Service
Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met originele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap behouden blijft.
- Onderhoud beschadigde accu's in geen geval. Alle onderhoudswerkzaamheden aan de accu's moeten door de fabrikant of een geautoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.
3.2 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier
- Gebruik de grasmaaier niet bij slechte weersomstandigheden, met name bij ge-
vaar voor bliksem. Dat vermindert het ge- vaar om door de bliksem geraakt te worden.
- Controleer de omgeving waarin de grasmaaier gebruikt moet worden nauwkeurig op wilde dieren. Wilde dieren kunnen tijdens de werking door de grasmaaier gewond raken.
- Controleer de omgeving waarin de grasmaaier gebruikt moet worden nauwkeurig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeslingerde voorwerpen kunnen persoonlijk letsel veroorzaken.
■ Voer vóór het gebruik van de grasmaaier altijd een visuele controle uit om na te gaan dat messen en de meseenheid niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde delen verhogen het risico voor letsel. - Controleer de grasvangbak regelmatig op slijtage of beschadiging. Een versleten of beschadigde grasvangbak kan het risico voor letsel verhogen.
Laat alle veiligheidsvoorzieningen gemonteerd. Veiligheidsvoorzieningen moeten operationeel en volgens voorschrift gemonteerd zijn. Een veiligheidsvoorziening die los of beschadigd is of niet goed werkt, kan persoonlijk letsel veroorzaken.
Houd alle ventilatiespleten vrij van vervuilingen. Verstopte ventilatiespleten kunnen oververhitting of brandgevaar veroorzaken.
Draag bij het werken met de grasmaaier altijd slipvaste en beschermende schoenen. Bedien de grasmaaier niet met blote voeten of met open sandalen. Dat reduceert het gevaar voor letsel aan de voeten door aanraking met het bewegende mes.
Draag bij het werken met de grasmaaier altijd een lange broek. Onbeschermde huis verhoogt het gevaar voor letsel door weggeslingerde voorwerpen. - Gebruik de grasmaaier niet als het gras nat is. Loop gewoon en ren nooit. Dat reduceert het gevaar voor uitglijden en vallen, wat letsel kan veroorzaken.
- Gebruik de grasmaaier niet aan erg steile hellingen. Dat reduceert het gevaar dat u de controle verliest, uitglijdt of valt, wat letsel kan veroorzaken.
■ Let bij werkzaamheden aan hellingen altijd op een veilige stand, werk altijd dwars
ten opzichte van de helling, nooit bergop of bergaf en wees altijd bijzonder voorzichtig bij richtingveranderingen. Dat reduceert het gevaar dat u de controle verliest, uitglijdt of valt, wat letsel kan veroorzaken.
Wees bijzonder voorzichtig als u de grasmaaier achteruit beweegt of naar u toe trekt. Let altijd op uw omgeving. Dat reduceert het gevaar dat u tijdens de werking struikelt.
- Raak de messen en andere gevaarlijke bewegende delen niet aan zolang ze nog bewegen. Dat reduceert het gevaar voor letsel door bewegende delen.
Zorg ervoor dat bij het verwijderen van ingeklemd materiaal of bij het reinigen van de grasmaaier alle schakelaars op UIT staan en de accu is uitgenomen. Onverwachtse werking van de grasmaaier kan ernstig letsel veroorzaken.
■ Laat het product voor het opbergen geheel afkoelen.
■ Leeg de grasvangbak voordat u hem op-bergt.
- Let er bij het instellen van het apparaat op dat de vingers niet tussen de beweegbare messen en de vaste componenten van de machine ingekneld raken.
3.3 Belasting door trillingen
Totale trillings- en geluidsemissiewaarden
De aangegeven totale trillings- en geluidse-missiewaarden zijn gemeten conform een genormeerd testproces en kunnen worden gebruikt om het ene elektrische gereedschap met een ander te vergelijken.
De aangegeven totale trillings- en geluidse-missiewaarden kunnen ook voor een eerste inschatting van de belasting worden gebruikt.
De totale trillings- en geluidsemissiewaarden kunnen gedurende het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereedschap afwijken van de aangegeven waarden, afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt.
■ Leef de veiligheidsmaatregelen als vermeld in het hoofdstuk veiligheid na. Probeer altijd, de belasting door trillingen tot een minimum te bepreken. Voorbeelden van maatregelen waarmee de trillingsbelasting kunnen worden verminderd zijn het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en verkorting van de werkduur. Hierbij moet
rekening worden gehouden met alle elementen van de bedrijfscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap is uitgeschakeld en tijden waarop het gereedschap wel is ingeschakeld, maar zonder belasting draait).
Gevaar als gevolg van trillingen
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
- Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren door een geautoriseerde servicewerkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd. - Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ("witte vingers"). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptoom van "witte vingers" wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloos-
heid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
- Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10 °C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.4 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.
3.5 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader
- Verwijder de accu's voor het opladen uit het apparaat.
Plaats geen verschillende accutypes of nieuwe en gebruikte accu's samen in het apparaat.
Plaats accu's met de juiste polariteit in het apparaat.
■ Verwijder de accu's uit het apparaat als u het voor een langere periode opbergt.
■ Maak geen kortsluiting tussen de aansluit-klemmen van het apparaat.
Gebruikshandleidingen
Neem de veiligheidsinstructies voor de accu en de oplader in de aparte gebruikshandleidingen in acht:
- Gebruikshandleiding 443130: Accu's
■ Gebruikshandleiding 443131: Opladers
4 MONTAGE
⚠ WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is!
Plaats de accu pas in het apparaat als het volledig gemonteerd is!
4.1 Kooimaaier monteren (03 - 06)
Zie afbeeldingen (03) t/m (06).
5 INGEBRUIKNAME
5.1 Maaien met grasopvangbak\* (07, 08)
Het apparaat kan met en zonder grasopvangbak gebruikt worden.
*: Optioneel. Niet bij de levering van de kooimaai-er inbegrepen. Kan aanvullend worden aangeschaft, art.nr. 113868.
Grasopvangbak inhaken
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Hang de haken (07/1) van de grasopvangbak in de walsas (07/2) (07/a).
- Open of sluit de klep (07/3) zover (07/b) tot het gras op de gewenste hoogte wordt uitgeworpen. De klep kan in 3 standen aan beide kanten worden vastgeklikt.
- Hang de grasopvangbak met de bevestigingsband (08/1) aan de onderste duwboom (08/2).
Grasopvangbak loshaken en leegmaken
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
■ Verwijder de grasopvangbak alleen als het snijmechanisme stilstaat.
1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Til de grasopvangbak uit de houders en neem deze naar achteren toe weg.
- Maak de grasopvangbak leeg.
- Haak de grasopvangbak weer in (zie boven).
5.2 Accu laden
Laad de accu op zoals beschreven in de aparte gebruikshandleidingen:
■ Gebruikshandleiding 443130: Accu's
■ Gebruikshandleiding 443131: Opladers
5.3 Accu plaatsen en verwijderen (09)
LET OP! Beschadigingsgevaar van de accu.
Als de accu na gebruik in het apparaat blijft zitten kan dit een beschadiging van de accu veroorza- ken.
■ Trek de accu direct na gebruik uit het apparaat en bewaar hem beschermd tegen vorst.
Plaats de accu pas weer voor het begin van de werking.
Accu plaatsen
- Klap het accuvakdeksel (09/1) open (09/a).
- Schuif de accu (09/2) in de accuschacht (09/b) tot deze vastklikt.
- Klap het accuvakdeksel dicht.
Accu verwijderen
- Klap het accuvakdeksel open.
- Druk op de ontgrendelingsknop op de accu en houd deze ingedrukt.
- Trek de accu eruit.
6 BEDIENING
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel!
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
- Controleer voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
6.1 Maaihoogte instellen (10)
De maaihoogte wordt ingesteld door de hoogte van de looprol aan te passen. De looprol moet zich aan beide kanten op dezelfde hoogte bevinden.
- Trek de trekknop (10/1) aan beide kanten naar buiten (10/a).
- Draai de hendel (10/2) zover (10/b) tot de ge- wenste maaihoogte is bereikt. De ingestelde
maaihoogte kan op de schaal (10/3) afgelezen worden.
- Laat de trekknop aan beide kanten in hetzelf-de gat (10/4) vastklikken.
6.2 Maaiwerk starten en stoppen (11)
Start het maaiwerk alleen op een vlakke ondergrond, niet in het hoge gras. De ondergrond moet vrij zijn van vreemde voorwerpen zoals bijv. ste- nen. Til het apparaat voor het starten niet op of kantel het niet.
Maaiwerk starten
- Indien nog niet gedaan: plaats de accu.
- Druk op de Start-knop (11/1) (11/a) en houd deze ingedrukt.
- Trek de veiligheidsbeugel (11/2) naar de duwboom (11/3) toe (11/b). Het maaiwerk wordt gestart.
- Laat de Start-knop los en blijf daarbij de veiligheidsbeugel vasthouden.
OPMERKING De veiligheidsbeugel wordt niet vastgezet. Houd hem gedurende het hele werk aan de duwboom vast.
Maaiwerk stoppen
- Laat de veiligheidsbeugel los. Deze gaat automatisch naar de beginstand.
- Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijwonden.
Gevaar voor snijwonden als in het draaiende maaiwerk wordt gegrepen.
■ Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
Vóór alle onderhouds- en servicewerkzaamheden: schakel het apparaat uit en wacht totdat het maaiwerk stilstaat. Verwijder de accu.
6.3 Laadtoestand van de accu controleren (12)
De laadtoestandsaanduiding (12/1) bestaat uit 5 leds (12/2). De leds branden permanent groen en gaan bij een afnemende laadtoestand van de accu achtereenvolgens uit.
| Led Laadtoestand | |
| 5 leds branden. Accu volledig opgeladen. | |
| 4 leds branden. Accu voor 80 % opgela-den. | |
| 3 leds branden. Accu voor 60 % opgela-den. | |
Led Laadtoestand
2 leds branden. Accu voor 40 % opgeladen.
1 led brandt. Accu voor 20 % opgela- den.
7 WERKINSTRUCTIES
Maai het gazon als het nog kort is. De beste maairesultaten worden verkregen als er kort en droog gras wordt gemaaid. Hoe hoger het gras, des te hoger is het stroomverbruik.
HOPMERKING Om de autonomie te vergro- ten kan een bijkomende accu worden aangeschaft.
HOPMERKING De kooimaaier functioneert ook bij een lege accu. De maaikooi draait wanneer u de kooimaaier over het gazon schuift.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet-
sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het apparaat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini-gingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen.
8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaamheden
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn aangedraaid en dat het apparaat zich in een veilige werktoestand bevindt.
■ Controleer apparaat, maaiwerk en grasopvangbak regelmatig op werking en slijtage.
8.2 Apparaat en maaiwerk reinigen
Afzettingen belemmeren de maaikwaliteit en het uitwerpen van gras. Reinig het apparaat daarom na elke maaibeurt.
LET OP! Gevaar door water. Water in het apparaat leidt tot kortsluitingen en vernieling van de elektrische onderdelen.
■ Spuit het apparaat niet met water af.
- Gebruik voor het reinigen uitsluitend een handveger, borstel en een vochtige doek.
- Stop de motor.
- Trek de accu eruit.
- Haak de grasopvangbak los en reinig deze.
- Reinig het apparaat.
- Maaiwerk reinigen:
kantel het apparaat.
■ Smeer de messen van de kooi en het tegenmes lichtjes met een dunvloeibare olie.
8.3 Tegenmes instellen
H OPMERKING De maai-eenheid van uw kooimaaier is in de fabriek optimaal ingesteld. Als het gazon na meerdere maaibeurten ongelijkmatig wordt gemaid, moet het tegenmes opnieuw worden ingesteld.
8.3.1 Tegenmes instellen (13)
- Draai het apparaat om zodat de messenwals naar boven wijst.
- Verdraai de stelschroeven (13/1) aan beide kanten gelijkmatig en langzaam met een binnenzeskantsleutel 4 mm om de afstand van het tegenmes t.o.v. de kooimessen te veranderen.
- Controleer of de kooimessen (13/2) bij het draaien van de messenwals over de gehele breedte lichtjes over het tegenmes (13/3) strijken. Geen van de kooimessen mag tegen het tegenmes slaan of schuren.
8.3.2 Maaiproef uitvoeren (14)
- Houd een vel papier (14/1) tussen de kooimessen (14/2) en het tegenmes (14/3).
- Draai de kooi met de hand (14/a).
Het tegenmes is correct ingesteld als bij het draaien van de kooi een vel papier tussen de messen wordt gesneden.
8.4 Reparatiewerkzaamheden
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel bij reparatiewerkzaamheden. Ondeskundige reparaties kunnen ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoeren door servicepunten van de fabrikant of door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven!
Ga in de volgende gevallen naar een servicepunt van de fabrikant:
■ Motor start niet meer.
■ Apparaat is tegen een obstakel gereden.
■ Maaikooi en/of tegenmes is verbogen.
■ Apparaat trilt en draait onrustig.
Accu is uitgelopen of beschadigd.
9 HULP BIJ STORINGEN
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.
*: optie 113868 (apart te bestellen)
| Storing Oorzaak Maatregel | ||
| Motor draait niet. Accu ontbreekt of is niet goed geplaatst. | Accu correct plaatsen. | |
| Accu is leeg. Accu opladen. | ||
| Maaiwerk is geblokkeerd. | ■ Verwijder storingen bij het maaiwerk (bijv. takken).■ Kooimaaier op laag gras starten. | |
| Kabels of schakelaars zijn defect. | Apparaat niet gebruiken! Ga naar een servicepunt van de fabrikant. | |
| Motorvermogen wordt minder. | Accu is leeg. Accu opladen. | |
| Maaikooi en/of tegenmes zijn bot. | Bij een servicepunt van de fabrikant laten slijpen. | |
| Er zit te veel gras in de uit-worp. | ■ Gras verwijderen.■ Klep reinigen en verder openen. | |
| Motor stopt tijdens het maaien. | Maaikooi en/of tegenmes zijn bot. | Bij een servicepunt van de fabrikant laten slijpen. |
| Motor is overbelast. Kooimaaier uitschakelen, op een vlakke ondergrond of laag gras plaatsen en opnieuw starten. | ||
| Grasopvangbak* wordt onvoldoende gevuld | Gazon is vochtig. Gazon laten drogen. | |
| Maaikooi en/of tegenmes zijn bot. | Bij een servicepunt van de fabrikant laten slijpen. | |
| De gebruiksduur van de accu neemt duidelijk af. | Maaihoogte is te laag. Maaihoogte hoger instellen. | |
| Gras te hoog of te nat. Omstandigheden verbeteren: laten drogen, maaihoogte hoger instellen. | ||
| Maaisnelheid is te hoog. | ■ Maaisnelheid verminderen.■ Uitwerpschacht/ behuizing reinigen, maaikooi moet vrij kunnen draaien. | |
| Levensduur van de accu is af-gelopen. | Accu vervangen. Alleen originele accessoi-res van de fabrikant gebruiken. | |
| Accu kan niet wor-den opgeladen. | Accucontacten zijn vuil. Accucontacten met een niet-metalen voor-werp reinigen en met contactspray inspui-ten.Let op:De accucontacten niet met een me-talen voorwerp kortsluiten! | |
| Accu of oplader defect. Reserveonderdelen bij de fabrikant bestel-len. | ||
| Accu is te heet. Accu laten afkoelen. | ||
10 TRANSPORT
10.1 Apparaat transporteren
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het maaiwerk. Bij de laagste maaihoogte kan het maaiwerk bij het rijden over trappen, randen of stoepranden beschadigd raken.
■ Zet de maaihoogte voor transport op de hoogste stand.
- Maaiwerk stoppen en wachten tot het stilstaat.
- Hoogste maaihoogte instellen.
Transporteren van het apparaat tussen twee werkplekken
Rijd het apparaat met de hoogste maaihoogte naar de werkplek.
- Gebruik voor het dragen van het apparaat de duwboom.
Apparaat in een voertuig transporteren
■ Verwijder accu's.
Klap de duwboom in.
■ Beveilig het apparaat in het voertuig tegen omvallen en verschuiven.
- Bescherm het apparaat tegen stoten door andere voorwerpen.
Plaats geen voorwerpen op het apparaat.
Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
- Schakel het apparaat uit.
- Accu verwijderen uit het apparaat.
- Accu verpakken volgens de voorschriften (zie hieronder).
OPMERKING De onderstaande transportaanwijzingen gelden alleen voor een accu met een nominale energie van meer dan 100 Wh.
De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:
■ Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.
■ Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of demonstraties), kunnen ook van deze vereenvoudigde maatregel gebruik maken.
In beide hierboven vermelde gevallen moeten absoluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht nemen kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen.
Bijkomende instructies voor transport en verzending
■ Transporteer of verstuur een lithium-ion-accu alleen in onbeschadigde toestand!
- Gebruik voor het vervoer van de accu uitsluitend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu's met minder dan 100 Wh nominale energie).
Plak open contacten af om kortsluiting te voorkomen.
Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.
Zorg voor een correcte aanduiding en documentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).
■ Informeer vooraf of een transport met de gekozen dienstverlener mogelijk is en of de verzending wordt weergegeven.
Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere nationale voorschriften in acht.
11 OPSLAG
Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.
11.1 Machine opbergen
⚠️ VOORZICHTIG! Risico op letsel. Als kinderen en onbevoegden tijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.
Bewaar het apparaat op een plek die ontoegankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.
■ Berg het apparaat alleen op nadat de accu's verwijderd zijn.
- Schakel het apparaat uit.
- Zet de maaihoogte op de hoogste stand.
- Trek de accu eruit.
- Reinig het apparaat grondig.
- Wrijf alle metalen delen ter bescherming te- gen corrosie dun met olie of silicone in.
- Klap de duwboom in.
- Berg het apparaat op een droge, schone en tegen vorst beschermde plek op. Dek het apparaat met een luchtdoorlatend zeil af om het tegen stof te beschermen. Gebruik geen plasticfolie om vochtophoping te voorkomen.
11.2 Accu en oplader opslaan
i OPMERKING Neem de gedetailleerde gegevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht.
12 VERWIJDEREN
Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!
- Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
- Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gebruikte apparaten niet via het huisvuil mogen worden verwijderd.
Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zijn of deze vrijwillig aanbieden.
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.
Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

- Gebruikte batterijen en accu's horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk tot teruggave na gebruik
verplicht. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden.
Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de gezondheid schade kunnen toebrengen. Het hergebruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu's niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.
Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
■ Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005 % kwik
Cd: de batterij bevat meer dan 0,002 % cadmium
■ Pb: de batterij bevat meer dan 0,004 % lood
Accu's en batterijen kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van batterijen en accu's
■ Een verzamelpunt van het gemeenschappelijke recycling systeem voor gebruikte apparaten en batterijen
■ Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recycling systeem)
Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu's en batterijen die in landen van de Europese Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende bepalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.
13 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.alko-garden.com/service-contacts
Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op: www.alko-garden.com/spareparts
14 INFORMATIE BIJ DE CONFORMITEITSVERKLARING
We verklaren hierbij onder onze eigen verant- woordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, de EU-veiligheidsnormen en de productspecifieke normen. De conformiteitsverklaring is deel van de gebruikshandleiding en wordt met de machine mee- geleverd.
15 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
■ naleving van deze gebruikershandleiding
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.