ALC 3/360-G/R 12 - Elektrische boor Flex - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ALC 3/360-G/R 12 Flex in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ALC 3/360-G/R 12 Flex
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ALC 3/360-G/R 12 - Flex en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ALC 3/360-G/R 12 van het merk Flex.
GEBRUIKSAANWIJZING ALC 3/360-G/R 12 Flex
Originele gebruiksaanwijzing....56
Gebruikte symbolen in deze gebruiksaanwijzing

WAARSCHUWING!
Verwijst naar dreigend gevaar. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan resulteren in ernstig of dodelijk letsel.

OPGELET!
Verwijst naar een mogelijk gevaarlijke situatie. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan resulteren in gering letsel of materiële schade.

OPMERKING
Verwijst naar tips en belangrijke informatie.
Symbolen

Lees de gebruiksaanwijzing

Waarschuwingssymbool voor lasers

Draag een bril

Informatie over de afvoer van het afgedankt gereedschap (zie pagina 63)
Voor uw eigen veiligheid

WAARSCHUWING!
Alle instructies moeten worden gelezen en in acht worden genomen om veilig te kunnen werken met het meetinstrument. De geïntegreerde beschermingen in het meetinstrument kunnen beschadigd raken als het meetinstrument niet in overeenstemming met de verstrekte instructies wordt gebruikt. Maak waarschuwingen op het gereedschap nooit onherkenbaar. BEWAAR DE INSTRUCTIES OP EEN VEILIGE PLEK EN OVERHANDIG ZE SAMEN MET HET MEETINSTRUMENT ALS U DIT AAN DERDEN OVERHANDIGT.
Beoogd gebruik
Dit meetinstrument is bestemd voor het
vaststellen en controleren van horizontale en verticale lijnen.
Dit product kan eenvoudig worden gebruikt voor tal van toepassingen, zowel binnens- als buitenshuis.
Veiligheidswaarschuwingen voor het vlakke laserniveau

WAARSCHUWING!
Lees alle veiligheidswaarschuwingen en instructies door. Het negeren van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.
- Richt de laserstraal niet direct op personen of dieren en kijk ook zelf niet direct of in de gereflecteerde straal, zelfs niet van een afstand. U kunt iemand verblinden, ongelukken veroorzaken of schade aan uw ogen veroorzaken.
■ Als laserstraling in uw oog terecht komt, moet u direct uw ogen sluiten en uw hoofd wegdraaien van de lichtstraal.
■ Voer geen veranderingen uit aan de laserapparatuur. - Gebruik de laserbril niet als een veiligheidsbril. De laserbril wordt gebruikt voor een verbeterde visualisatie van de laserstraal, maar de bril beschermt niet tegen laserstralen.
- Gebruïk de laserbril niet als een zonnebril of in het openbaar verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en reduceert de kleurwaarneming.
■ Laat het meetinstrument alleen door een gekwalificeerde specialist repareren en alleen met originele reserveonderdelen. Dit waarborgt dat de veiligheid van het meetinstrument blijft behouden.
■ Laat kinderen het lasermeetinstrument niet gebruiken zonder toezicht. Ze kunnen andere personen of zichzelf onbedoeld verblinden. - Gebruik het meetinstrument niet in een explosieve omgeving, zoals in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Er kunnen vonken ontstaan in het meetinstrument die stof of gassen kunnen ontsteken.
■ Onder bepaalde omstandigheden kunnen luide audiosignalen optreden tijdens het gebruik van het meetinstrument. Daarom moet u het meetinstrument altijd uit de buurt van uw oor of die van andere personen houden. Het luide audiosignaal kan gehoorschade veroorzaken.
■ Houd het meetinstrument, de laser richtplaat 16 en de universele houder 13 uit de buurt van pacemakers. De magneten aan de binnenkant van het meetinstrument, de laser richtplaat en de universele houder genereren een veld dat de functie van pacemakers kan beïnvloeden.
■ Houd het meetinstrument, de laser richtplaat 16 en de universele houder 13 uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparaten. Het effect van de magneten aan de binnenkant van het meetinstrument, de laser richtplaat en de universele houder kunnen een onherstelbaar verlies van gegevens veroorzaken.
■ Zorg ervoor dat het vervangen van de accu naar behoren wordt uitgevoerd. Er bestaat het risico op een explosie.
Technische specificaties
| B | ||
| Accutype | AP 12/2.5AP 12/5.0AP 10.8/2.5AP 10.8/4.0AP 10.8/6.0 | |
| Gebruikstemperatuur | °C -10°~40°C | |
| Benodigde spanning | V | 12 |
| Gebruiksduur-Vermogen 1-Vermogen 2-Vermogen 3 | h | AP 12/2.5≥12h≥8h≥6,5h |
| Nauwkeurigheid | mm/m | ±0,3mm/m |
| Laser golflengte nm | 520nm | |
| Laser vermogen m | W | < 10mw |
| Laserklasse Klasse | II | |
| Laser lijnbreedte | mm/m | ≤3mm/5m(100Lux) |
| Sectorhoek ° 360° | ||
| Trillingsduur S ≤5s | ||
| Werkhoek ° ≤±4° | ||
| Gewicht (Zonder accupack) | Kg 0,8 | |
| Werkbereik zonder ontvanger (dia-meter) | m ≤1 | 100 |
| Werkbereik met ontvanger (dia-meter) | m ≤1 | 20 |
*Het werkbereik kan afnemen in geval van ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht).
Overzicht (zie afbeelding A)
De nummering van de producteigenschappen hebben betrekking tot de illustratie van het gereedschap op de grafische pagina.
1 Uitgangsopening voor de laserstraal
2 Indicatielampje voor de laserstatus
3 AAN/UIT knop: horizontale laserlijn
4 AAN/UIT knop: verticale laserlijn
5 Indicatielampje voor de laserhelderheid
6 Schakelaar voor de buiten-modus en helderheidsinstelling
7 Vergrendelende draaiknop
8 Status van de laadindicator
9 Accuvrijgaveknop
10 Li-ion accu
11 Laser ontvanger
12 Magnetische draaiende basis
13 Hangbevestiging achterkant
14 Statief
15 Laserbril
16 Laser richtplaat
Gebruiksaanwijzingen

WAARSCHUWING!
Verwijder de accu voordat u werkzaamheden aan het meetinstrument uitvoert.

OPGELET!
Bescherm het meetinstrument tegen vocht en direct zonlicht.
Stel het meetinstrument niet bloot aan extreme temperaturen of
temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet gedurende een langere periode in een voertuig liggen. In geval van grote temperatuurverschillen moet u het meetinstrument eerst laten aanpassen aan de omgevingstemperatuur alvorens het in gebruik te nemen. In het geval van extreme temperaturen of temperatuurschommelingen, kan de nauwkeurigheid van het meetinstrument worden beïnvloed.
Voorkom een zware impact op of het vallen van het meetinstrument. Na zware externe invloeden op het meetinstrument, wordt het aanbevolen een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie 'Nauwkeurigheidscontrole van het meetinstrument', pagina XX), elke keer voordat u de werkzaamheden voortzet.
Schakel het meetinstrument uit tijdens
het transport. Als het is uitgeschakeld, is de nivelleereenheid vergrendeld. Anders kan het beschadigd raken in geval van intense beweging.
Voor het inschakelen van het meetinstrument
Pak het vlakke laserniveau uit en controleer of er onderdelen ontbreken of defect zijn.

OPMERKING
De accu's zijn bij levering niet volledig opgeladen. Voorafgaand aan het eerste gebruik moeten de accu's volledig worden opgeladen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de oplader.
Plaatsen/vervangen van de accu
■ Druk de opgeladen accu 10 in het elektrisch gereedschap totdat hij vastklikt. (zie afbeelding C1)
■ Om hem te verwijderen drukt u op de accuvrijgaveknop (1) en trekt u de accu (2) eruit. (zie afbeelding C2)

OPGELET!
Als het gereedschap niet wordt gebruikt, moeten de accucontacten worden beschermd. Losse metalen delen kunnen de contacten kortsluiten; gevaar voor explosie en brand!
Accu niveaustatus
■ Druk op de knop om de laadstatus op de laadindicator led's (8) te controleren. (zie afbeelding D)
■ De indicator gaat na 5 seconden uit.
- Als er een van de led's knippert, moet de accu opnieuw worden opgeladen. Als geen van de led's aangaat nadat op de knop werd gedrukt, is de accu defect en moet hij worden vervangen.
Aan- en uitschakelen

WAARSCHUWING!
Richt de laserstraal niet direct op personen of dieren en kijk ook zelf niet direct in de laserstraal, zelfs niet van een afstand.

OPGELET!
Laat het ingeschakelde meetinstrument niet onbeheerd achter en schakel het meetinstrument uit na gebruik. Andere personen kunnen worden verblind door de laserstraal.
■ Draai de vergrendelende draaiknop (7) naar de " 🔊" stand in overeenstemming met de pijl in de afbeelding (afb. E).
■ Het gereedschap wordt ingeschakeld en gaat naar de automatische balanceermodus. Direct na het inschakelen stuurt het meetinstrument laserstralen uit vanuit de uitgangsopeningen (1). Standaard wordt alleen de horizontale laser H ingeschakeld (afb. F).
- Draai de vergrendelende draaiknop (7) naar de “ ” stand in overeenstemming met de pijl in de afbeelding om het gereedschap uit e schakelen (afb. E).
Gebruiksmodi
Het meetinstrument bezit enkele gebruiksmodi waartussen u op elk willekeurig moment kunt wisselen. Deze zijn voor:
- Het genereren van een horizontaal laservlak
-
Het genereren van een verticaal laservlak,
-
Het genereren van twee verticale laservlakken,
-Hetgenereren van een horizontaal evenals twee verticale laservlakken.
Na het inschakelen genereert het meetinstrument een horizontaal laservlak. Om de gebruiksmodus te veranderen, drukt u op de toetst ,horizontale laserlijn (3)' of ,verticale laserlijn (4)'.

OPGELET!
Selecteer de juiste modus voordat u het gereedschap gebruikt.
De positie van de laser kan veranderen als u het gereedschap beweegt of schudt terwijl het in gebruik is.
Selecteer de lasermodus
Druk op de toets, horizontale laserlijn (3)' of, verticale laserlijn (4)' om de specifieke laser projectiemodus te selecteren, al naar gelang de automatische nivelleermodus of vergrendelingsmodus.
Horizontale laserlijn bediening
■ Druk op de toets, horizontale laserlijn (3)' om de horizontale laserlijn in- of uit te schakelen.
■ De horizontale laserlijn H is een 360° horizontale laser (afb. F).
Verticale laserlijnen bediening
■ Druk de toets ,verticale laserlijn (4)' om de beide groepen verticale laserlijnen V1V2 en V3V4 in- of uit te schakelen (afb. G).
Automatische nivelleringsmodus

OPMERKING
Het indicatielampje (2) knippert rood met een akoestische waarschuwing en de laser blijft knipperen, terwijl het gereedschap de automatische nivellering niet kan afronden.
Als de automatische nivellering nooit mogelijk is, betekent dit dat het oppervlak waarop het gereedschap staat afwijkt met meer dan het automatisch nivelleringsbereik van 4° van het horizontale vlak. Plaats het gereedschap alstublieft het dichtst bij het niveau (≤ 4° van het horizontale vlak).
■ Plaats het meetinstrument op een vlakke en stevige ondergrond, bevestig het aan het statief.
■ Druk de vergrendelende draaiknop (7) op de "☐" stand.

OPMERKING
Na het inschakelen, compenseert de nivelleringsfunctie automatisch onregelmatigheden binnen het automatische nivelleringsbereik van ± 4°. De nivellering is afgesloten zodra de laserstralen niet meer bewegen.
Vertical laser line
- Als de horizontale laserlijn begintte branden, drukt u op de toets ,verticale laserlijn (4)' om de verticale laserlijnen V1V2 en V3V4 te bedienen zodat ze naar boven of naar de zijkant stralen, of allemaal tegelijkertijd uitgaan.
- Als de horizontale laserlijn niet begint te branden, drukt u op de toets 'verticale laserlijn (4)' om de verticale laserlijnen V1V2 en V3V4 te bedienen zodat ze naar boven of alleen naar de zijkant stralen, maar de twee groepen van verticale laserlijnen kunnen niet tegelijkertijd compleet worden uitgeschakeld.
Horizontale laserlijn
- Alleen als minimaal 1 groep verticale laserlijnen begint te branden, kan de horizontale laserlijnen worden uitgeschakeld.
Werken zonder de automatische nivelleringsmodus (vergrendelingsmodus)
Deze modus wordt altijd gebruikt om de lijn aan te passen of te markeren als deze de 4° van het horizontale vlak overschrijdt. Bijvoorbeeld bij het plaatsen van trapleuningen.

OPMERKING
- Let erop dat het gereedschap geen akoestisch signaal afgeeft in deze modus, zelfs als het automatisch nivelleringsbereik van 4° wordt overschreden. Deze modus kan niet worden gebruikt voor het uitvoeren van horizontale of verticale nivellering.
■ Houd de vergrendelende draaiknop op de "🔒" stand, druk gedurende een lange tijd
op de toets "horizontale laserlijn (3)" of "verticale laserlijn (4)", om de betreffende laser te openen, het gereedschap werkt in de vergrendelingsmodus.
■ Druk op de toets, horizontale laserlijn (3)' of, verticale laserlijn (4)' om de specifieke laser projectiemodus te selecteren.
■ Het indicatielampje (2) blijft altijd rood branden om te waarschuwen voor de functiemodus;
■ Positioneer het gereedschap natuurlijk in de gewenste hoek en ga vervolgens verder met het werk met de laser om naar de volgende stap te gaan.
■ Nadat de laser helemaal is uitgeschakeld, gaat het gereedschap gelijktijdig uit.
Buiten-modus
■ Druk een poosje op de schakelaar (6) om de buiten-modus te selecteren. De laser wordt een beetje gedimd in de buiten-modus, wat normaal is.
- Gebruik het gereedschap in de buitenmodus met een ontvanger (apart verkrijgbaar).
Indicatielampje
Binnen-modus
■ De standaard modus van het gereedschap na het inschakelen is de binnen-modus.
■ Op dit moment gaan twee indicatielampjes (5) links aan
■ Druk eventjes op de schakelaar (6) om een andere helderheid te selecteren.
Buiten-modus
Druk lang op de schakelaar (6), waarna slechts een indicatielampje (5) aan gaat helemaal links en het knippert, om aan te geven dat de buiten-modus is gestart.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetinstrument
Invloeden op de nauwkeurigheid
■ De omgevingstemperatuur heeft de grootste invloed. In het bijzonder temperatuurverschillen die opstijgen kunnen de laserstraal beïnvloeden.
■ Omdat het grootste verschil in temperatuurlagen dicht bij de grond is, moet het meetinstrument altijd op een statief worden bevestigd als de meetafstanden 20 m overschrijden. Indien
mogelijk moet u het meetinstrument in het midden van het werkgebied plaatsen.
■ Aanvullend op de externe invloeden, kunnen apparaatspecifieke invloeden (bijv. vallen of krachtige schokken) ook tot afwijkingen leiden. Daarom dient de nauwkeurigheid van de nivellering elke keer voor het begin van de werkzaamheden te worden gecontroleerd.
■ Controleer eerst de
nivelleernauwkeurigheid van de
horizontale laserlijn en vervolgens de
nivelleernauwkeurigheid van de verticale
laserlijnen.
■ Mocht het meetinstrument de maximale afwijking tijdens een van de tests overschrijden, moet u het laten repareren door een Flex servicecentrum.
De nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren
Voor deze controle is een vrije meetafstand van 5 m op een stevig oppervlak tussen twee wanden A en B nodig.
- Bevestig het meetinstrument op een statief, of plaats hem op een stevig, vlak oppervlak dicht bij wand A. Schakel het meetinstrument in om de automatische nivellering te starten. Selecteer de gebruiksmodus waarin een horizontaal laservlak evenals een verticaal laservlak voor het meetinstrument worden gegenereerd. (Afb. H1)
- Richt de laser richting de dichtstbijzijnde muur A en laat het meetinstrument zich nivelleren. Markeer het midden van de punt waar de laserlijnen elkaar kruisen op wand A (punt I). (Afb. H2)
- Draai het meetinstrument 180°, laat het nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende muur B (punt II).
- Zonder het meetinstrument te draaien, plaatst u het dicht bij wand B. Schakel het meetinstrument aan en laat het zich nivelleren. (Afb. H3)
-
Breng het meetinstrument op hoogte (gebruik een statief of door er iets onder te leggen, mocht dit nodig zijn) op een dergelijke manier, dat het kruispunt van de laserlijnen op het voorafgaande gemarkeerde punt II op wand B terecht komt. (Afb. H4)
-
Zonder de hoogte te veranderen, draait u het meetinstrument 180° om. Richt het op wand A, op een dergelijke manier dat de verticale laserlijn door het reeds gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetinstrument op niveau komen met het gemarkeerde kruispunt van de laserpunten op wand A (punt III).
- Het verschil d van beide gemarkeerde punten I en III op wand A is het daadwerkelijke hoogteverschil van het meetinstrument over de laterale as.
Op de meetafstand van 2 x 5 m = 10 m, is de maximaal toegestane afwijking:
$$ 1 0 \mathrm{m} \times \pm 0, 3 \mathrm{mm} / \mathrm{m} = \pm 3 \mathrm{mm}. $$
Daarom mag het verschil d tussen punten I en III niet meer zijn dan 3 mm (max.).
De nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijnen controleren
Voor deze controle is een deuropening nodig met minimaal 2,5 m ruimte (op een stevig oppervlak) aan elke zijde van de deur.
- Plaats het meetinstrument op een stevig, vlak oppervlak (niet op een statief) op 2,5 m afstand van de deuropening. Schakel het meetinstrument om het automatische nivelleerprogramma te starten. Selecteer een gebruiksmodus waarin een verticaal laservlak voor het meetinstrument wordt gegenereerd. (Afb. H5)
- Markeer het centrum van de verticale laserlijn op de vloer van de deuropening (punt I), op een afstand van 5 m achter de andere zijde van de deuropening (punt II) en op de bovenste rand van de deuropening (punt III). (Afb. H6)
- Draai het meetinstrument 180° en positioneer het op de andere kant van de deuropening, direct achter punt II. Laat het meetinstrument nivelleren en breng de verticale laserlijn op een dergelijke manier dat het midden precies door de punten I en II loopt.
- Markeer het centrum van de laserlijn op de bovenste rand van de deuropening als punt IV.
- Het verschil d van beide gemarkeerde punten III en IV resulteert uit de actuele
afwijking van het meetinstrument van de loodlijn.
-Me et de hoogte van de deuropening. Herhaal deze meetprocedure voor het tweede verticale laservlak. Kies hiervoor de gebruiksmodus waarin een verticaal laservlak wordt gegenereerd langs het meetinstrument, en draai het meetinstrument 90° alvorens met de meetprocedure te beginnen.
De maximaal toegestane afwijking wordt als volgt berekend:
De dubbele hoogte van de deuropening x 0,3 mm/m; Voorbeeld: Voor een deuropening met een hoogte van 2 m, mag de maximale afwijking 2 x 2m x ± 0,3 mm/ m = ±1,2 mm bedragen. Dientengevolge mogen punten III en IV niet meer dan 1,2 mm (max.) uit elkaar liggen voor elk van de uitgevoerde metingen.
Accessoires
Laser ontvanger (apart verkrijgbaar)
Gebruik de laser ontvanger 11 om het detecteren van de laserlijnen te verbeteren in ongunstige lichtomstandigheden (buitenshuis, in een heldere omgeving, direct zonlicht) en bij grotere afstanden. (Afb. I)
Magnetische draaiende basis / hangbevestiging achterkant
■ met de magnetische draaiende basis (12) / hangbeugel achterkant (13), kunt u het meetinstrument bevestigen, bijv. aan verticale oppervlakken, buizen, pijlers of magnetische materialen.
■ De magnetische draaiende basis (12) / hangbeugel achterkant (13) kan het meetinstrument met een 2,5 Ah accupack ook 180 graden laten draaien, helemaal zoals u wenst.
■ Pas de magnetische draaiende basis (12) / hangbeugel achterkant (13) ruwweg aan voordat u het meetinstrument inschakelt.
Werken met de magnetische draaiende basis / hangbevestiging achterkant
De magnetische draaiende basis
– direct op het werkvlak bevestigd (afb. J1).
- met behulp van magneten aan de achterkant bevestigd aan een stalen of metalen wand (afb. J2).
- met behulp van een schroef bevestigd aan de wand (afb. J3).
- door klemmen aan de hangbevestiging achterkant bevestigd (afb. J4).
- met de hangbevestiging achterkant en een schroef (niet inbegrepen) bevestigd aan de wand (afb. J5).
- met een klem van de hangbevestiging achterkant bevestigd aan een rechtopstaande kolom (afb. J6).
Statief (niet inbegrepen)
■ Door middel van het statief kan het gereedschap eenvoudig worden aangepast op de juiste hoogte en richting.
- Dit gereedschap kan worden bevestigd op de schroefdraad van een algemene 1/4" of 5/8" statiefbevestiging (afb. K).
■ Maak het meetinstrument vast op de montagebevestiging van het statief.
■ Stel het statief ruwweg in voordat u het meetinstrument inschakelt.
Werkmodus
- Direct met het statief werken (afb. L1).
- Werken met een magnetische draaiende basis (afb. L2)
Laserbril
De laserbril filtert het omgevingslicht. Dit vergroot de zichtbaarheid van de laser voor het oog.
OPMERKING:
Gebruik de laserbril niet als een
veiligheidsbril. De laserbril wordt gebruikt voor een verbeterde visualisatie van de laserstraal, maar de bril beschermt niet tegen laserstralen.
Gebruik de laserbril niet als een zonnebril of in het openbaar verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en reduceert de kleurwaarneming.
Laser richtplaat
■ Positioneer de laserplaat op het doel, en of de hoogte van de doelen gelijk is, wordt bepaald door het vergelijken van de afstand tussen de laserlijn op de laserplaat en het doel.
■ De laser richtplaat 16 verhoogt de zichtbaarheid van de laserstraal onder ongunstige omstandigheden en op grote afstanden.
Werken met de laser richtplaat (voorbeeld)
- Bepalen of de kolomhoogte gelijk is (afb. M).
Onderhoud en verzorging

WAARSCHUWING!
Om de prestatie van het product te behouden, moet u altijd de volgende eenvoudige instructies naleven.
Reiniging
■ Houd het meetinstrument altijd schoon.
■ Dompel het meetinstrument niet in water of andere vloeistoffen.
■ Houd het product altijd zo goed mogelijk vrij van stof en vloeistoffen. Gebruik een schone, zachte doek voor de reiniging. Indien nodig bevochtigt u het doekje lichtjes met pure alcohol of een beetje water. Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen. Niet direct met water wassen.
■ Raak de lens niet met uw vingers aan.
■ Reinig in het bijzonder de oppervlakken van de uitgangsopening van de laser regelmatig, en let op pluisjes of vezels.
Opslag
■ Berg het product altijd binnenshuis op. Bij de omgang en het opbergen van het apparaat, moet u altijd de originele verpakking gebruiken.
■ Bewaar en transporteer het meetinstrument alleen in de beschermende tas of case.
Accu
- Als het product langdurig niet in gebruik is, moet u de accu's regelmatig controleren. Haal de accu's eruit of laad en ontlaad de li-ion accu om de levensduur van de accu te verlengen.
■ Laad de li-ion accu op of vervang de accu's als de waarschuwing voor lege accu's verschijnt.
Reparaties
■ Probeer het product niet zelf te repareren of te demonteren. Mocht reparaties of demontages nodig zijn voor dit product, moeten deze worden uitgevoerd door geautoriseerd servicepersoneel, anders kan ernstig letsel optreden.
Reserveonderdelen en accessoires
Opengewerkte tekeningen en lijsten met reserveonderdelen zijn terug te vinden op onze homepage: www.flex-tools.com
Informatie over de afvoer

WAARSCHUWING!
Geef afgedankt gereedschap onbruikbaar af:
- gereedschap op stroom door het verwijderen van de stroomkabel,
- accugereedschap door het verwijderen van de accu.

Alleen voor EU-landen Gooi het elektrisch gereedschap niet bij het huishoudelijk afval!
In overeenkomst met de Europese Richtlijn 2012/19/EC betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en omzetting naar nationale wetgeving moet afgedankt elektrisch gereedschap apart worden ingezameld en gerecycled op een milieuvriendelijke manier.

Grondstoffen terugwinnen in plaats van afval verwijderen.
Apparaten, accessoires en verpakking moeten worden gerecycled op een milieuvriendelijke manier. Plastic onderdelen kunnen aan de hand van het materiaaltype worden gerecycled.

WAARSCHUWING!
Gooi accu's nooit met het huisafval, in vuur of water weg. Open verbruikte batterijen nooit.
Alleen voor EU-landen: In overeenstemming met de Richtlijn 2006/66/EC moeten defecte of verbruikte batterijen worden gerecycled.

OPMERKING
Vraag uw verkoper over mogelijkheden voor de afvoer!
C ∈-Conformiteitsverklaring
Bij deze verklaren wij op eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid dat het product beschreven in de „Technische specificaties“ conform de volgende standaarden en normatieve documenten is:
EN 60745 in overeenstemming met de regelgevingen van de Richtlijnen 2014/30/EC, 2006/42/EC, 2011/65/EC.
Verantwoordelijk voor de technische documentatie:
Peter Lameli Klaus Peter Weinper Hoofd technische Hoofd van de dienst kwaliteitsafdeling (QD)
Uitsluiting van de aansprakelijkheid
De fabrikant en zijn vertegenwoordigers zijn niet aansprakelijk voor schade en gederfde inkomsten als gevolg van een onderbreking in het werk, veroorzaakt door het product of door een onbruikbaar product. De fabrikant en zijn vertegenwoordigers zijn niet aansprakelijk voor enige schade die werd veroorzaakt door onjuist gebruik van het product of door het gebruik van het product in combinatie met producten van andere fabrikanten.
Purtați ochelari de protectie
