Master cut 2600 - Elektrische zaag WOLFCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Master cut 2600 WOLFCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Master cut 2600 WOLFCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Master cut 2600 - WOLFCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Master cut 2600 van het merk WOLFCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING Master cut 2600 WOLFCRAFT
WAARSCHUWING: Neem alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens in acht die bij de MASTER cut 2600 en de gebruikte elektrische gereedschappen zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van de volgende aanwijzingen kan elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor later gebruik.
De term "elektrisch gereedschap" die in de veiligheidsvoorschriften wordt gebruikt, verwijst naar elektrisch gereedschap dat met netvoeding (een netsnoer). werkt.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Afmetingen, gemonteerd: | 1185 x 757 x 863 mm (breedte x diepte x hoogte) |
| Afmetingen, ingeklapt: | 1085 x 757 x 213 mm |
| Werkvlak: | 1035 x 695 mm |
| Max. zaagcapaciteit bij 0°: | cirkelzaagbank 57 mm |
| Max. zaagcapaciteit bij 45°: | cirkelzaagbank 35 mm |
| Zaagblad, zwenkbaar: | 0° tot 45° |
| Max. zaagbreedte met parallelaanslag: | cirkelzaagbank 625 mm |
| Max. werkstukafmetingen: | 600 x 400 x 65 mm (freestafel) |
| Boringdiameter van klemgaten: | 20 mm |
| Boorrooster van de klemgaten: | 128 / 128 mm (horizontaal/verticaal) |
| Belastbaarheid: | 120 kg |
| Gewicht: | 24 k |
SYMBOLEN EN BETEKENIS

Waarschuwing voor algemeen gevaar

De snedediepte van de handcirkelzaag voor iedere snede zo instellen, dat het blad van de cirkelzaag maximaal 4 mm uit het werkstuk steekt.

Lees de instructies van de handleiding!

Gebruik uitsluitend handcirkelzagen met splijtwig.

Draag een veiligheidsbril.

Gebruik als freestafel uitsluitend in combinatie met parallelle freesaanslag (art.nr. 6901000).

Draag gehoorbescherming.

Gebruik uitsluitend machines met een maximaal vermogen van 2760 W.

Draag een stofbeschermingsmasker.

Zaag maximaal 5 mm diep in de werkplaat.

Stekker uittrekken

Ga niet op de tafel zitten.

Ter algemene informatie

Plaats geen voorwerpen op de tafel.

Niet gebruiken voor het klein maken van brandhout.

Belast de tafel niet aan één zijde.

Gebruik uitsluitend handcirkelzagen met een maximale snedediepte van 70 mm.

Belast de tafel met maximaal 120 kg.

Gebruik uitsluitend handcirkelzagen met een maximale zaagbladdiameter van 200 mm.
MONTAGEGEREEDSCHAP

1 Inbussleutel: SW 5 (meegeleverd)

1 Zeskantsleutel: SW 10 (niet meegeleverd)

1 Inbussleutel: SW 8 (niet meegeleverd)

1 Schroevendraaier: PH 1 (niet meegeleverd)
BEOOGD GEBRUIK
De MASTER cut 2600 is een machinetafel met een werkstation. Hij is geschikt voor:
- Montage van een handcirkelzaag met splijtwig op de machineplaat met een zaagbladdiameter van max. 200 mm en een maximale zaagdiepte van 70 mm. Gebruik alleen zagen binnen de genoemde maximale grondplaatafmetingen (afb. 4.G). Het bijbehorende spleetinzetstuk moet worden gebruikt. Het is dus een vaste cirkelzaagbank.
- Gebruik als cirkelzaagtafel voor handcirkelzagen zonder splijtwig. Uitsluitend in combinatie met de afzonderlijke splijtwig, art.nr. 6916000, met een zaagbladdiameter van max. 159 mm en een zaagbreedte van min. 2,4 mm.
- Gebruik als cirkelzaagtafel voor handcirkelzagen zonder splijtwig. Uitsluitend in combinatie met de afzonderlijke splijtwig, art.nr. 6917000, met een zaagbladdiameter van min. 160 mm en max. 200 mm, een zaagbreedte van min. 2,4 mm en een zaagdiepte van max. 66 mm.
- Gebruik als decoupeerzaagtafel. Het spleetinzetstuk voor decoupeerzagen en bovenfrezen moet worden gebruikt. Geschikt voor decoupeerzagen met maximale grondplaatafmetingen van 90 x 200 mm.
- Montage van een kap- en verstekzaag. De kap- en verstekzaag moet stevig in de desbetreffende langwerpige gaten worden gemonteerd met het meegeleverde bevestigingsmateriaal.
- Gebruik als freestafel, uitsluitend in combinatie met parallele freesaanslag, art.nr. 6901000, en voor bovenfrezen met 230 V en maximaal 1800 W. Gebruik geen frezen met een diameter van meer dan 27 mm! Voor bovenzagen en decoupeerzagen moet het spleetinzetstuk met afstandsringen worden gebruikt. Geschikt voor bovenfrezen met een grondplaatdiameter van max. 180 mm en een grondplaathoogte van max. 40 mm.
- Gebruik als werkbank voor het bewerken van werkstukken (bijvoorbeeld boren of slijpen). Met het aangeboden klemgereedschap uit het wolfcraft-assortiment kunnen werkstukken veilig op het werkblad worden vastgeklemd.
- De instructies van de fabrikant, de veiligheidsvoorschriften van de gebruikte machines en de veiligheidsvoorschriften van de machinetafel moeten in acht worden genomen.
- Houd u aan de plaatselijke afvalverwijderingsvoorschriften als u de MASTER cut 2600 wilt wegdoen.
NIET-BEOOGD GEBRUIK
- Monteer uitsluitend handcirkelzagen, decoupeerzagen of bovenfrezen in de tafel en geen andere elektronische apparaten (zoals haakse slijpers, invalzagen of decoupeerzagen.)
- Gebruik geen machines die op accu's werken
- Zaag geen ronde werkstukken of brandhout, aangezien deze door het roterende zaagblad kunnen verdraaien
- Maak geen verborgen zaagsneden
- Gebruiken de tafel niet als machinestandaard, behalve voor kap- en verstekzagen
- Gebruik geen machines buiten de gespecificeerde maximale grondplaatafmetingen
De gebruiker is aansprakelijk voor schade en ongevallen die voortkomen uit niet-beoogd gebruik.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Veiligheid op de werkplek
- Houd uw werkplek schoon en goed verlicht. Niet-opgeruimde of slecht verlichte werkplekken kunnen leiden tot ongevallen.
- Werk niet met elektrisch gereedschap in een explosieve omgeving waar zich brandbare vloeistoffen, gassen of stofdeeltjes bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die stofdeeltjes of dampen kunnen laten ontbranden.
- Houd kinderen en andere personen buiten het bereik van het elektrisch gereedschap wanneer u dit gereedschap gebruikt. Als u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektrisch gereedschap verliezen.
Elektrische beveiliging
- De stekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier worden aangepast. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schok.
-
Raak geen geaarde oppervlakken aan, zoals buizen, radiatoren, kachels en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schok als uw lichaam is geaard.
-
Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Binnendringend water in een elektrisch gereedschap verhoogt het risico op elektrische schok.
- Gebruik het netsnoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Beschadigde of verwarde netsnoeren verhogen het risico op elektrische schok.
- Gebruik bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap buitenshuis alleen verlengkabels die geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis verkleint het risico op elektrische schok.
- Zorg voor een aardlekschakelaar als gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden. Een aardlekschakelaar verkleint de kans op een elektrische schok.
Persoonlijke veiligheid
- Wees oplettend en voorzichtig met wat u doet. Gebruik uw gezond verstand als u met elektrisch gereedschap werkt. Gebruik geen elektrische gereedschappen wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of geneesmiddelen. Eén enkel moment van onoplettendheid kan tijdens het gebruik van elektrische gereedschappen tot ernstig letsel leiden.
- Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en gebruik altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van het type en het gebruik van het elektrisch gereedschap, verkleint de kans op letsel.
- Voorkom onbedoelde inschakeling. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op het stroomnet en/of de accu aansluit, oppakt of draagt. Er kunnen ongelukken gebeuren als u uw vinger op de schakelaar houdt terwijl u het elektrisch gereedschap draagt of als u het ingeschakelde elektrisch gereedschap op het stroomnet aansluit.
- Verwijder het instelgereedschap of de schroevendraaier voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Een gereedschap dat of schroevendraaier die zich in een draaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevindt, kan letsel veroorzaken.
- Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en bewaar altijd uw evenwicht. In onverwachte situaties hebt u dan meer controle over het elektrisch gereedschap.
- Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Wijde kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegrepen.
- Als er stofafzuig- en opvanginrichtingen kunnen worden geplaatst, moet u deze aansluiten en op de juiste wijze gebruiken. Het gebruik van een stofafzuiging kan de risico's door stof verminderen.
- Voorkom een vals gevoel van veiligheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrisch gereedschap, ook als u na veelvuldig gebruik bekend bent met het elektrisch gereedschap. Onzorgvuldig handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.
Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
- Voorkom dat het elektrisch gereedschap wordt overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het elektrisch gereedschap dat daarvoor is bedoeld. Met het juiste elektrisch gereedschap kunt u beter en veiliger werken in het opgegeven prestatiebereik.
- Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
- Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u instellingen aan het apparaat doorvoert, inzetstukken verwisselt of het elektrisch apparaat opbergt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrisch gereedschap per ongeluk inschakelt.
- Berg elektrische gereedschappen buiten het bereik van kinderen op wanneer u deze niet gebruikt. Het elektrisch gereedschap mag niet worden gebruikt door personen die niet hiermee bekend zijn of die deze handleiding niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt.
- Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische gereedschappen en inzetstukken. Controleer of bewegende delen naar behoren werken en niet klemmen, en of er geen onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn dat de werking van het elektrisch gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen repareren voordat u het elektrisch gereedschap gebruikt. Veel ongevallen zijn te wijten aan slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
- Houd zaaggereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden zaaggereedschappen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden.
- Gebruik het elektrisch gereedschap, de accessoires, de inzetstukken enz. volgens deze handleiding. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor ze bedoeld zijn, kan tot gevaarlijke situaties leiden.
- Houd handgrepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en grijpvlakken belemmeren een veilige bediening en controle van het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties.
Service
- Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door een bevoegde deskundige en alleen met originele reserveonderdelen. Hierdoor blijft de veiligheid van het elektrisch gereedschap gewaarborgd.
Productspecifieke veiligheidsvoorschriften
- Zet de machinetafel correct in elkaar voordat u het elektrisch gereedschap monteert. Een goede montage is belangrijk om te voorkomen dat deze instort.
-
Bevestig het elektrisch gereedschap stevig aan de machineplaat voordat u het gebruikt. Als het elektrisch gereedschap op de machineplaat wegglijdt, kunt u de controle erover verliezen.
-
Plaats de machinetafel op een stevige, vlakke en horizontale ondergrond. Als de machinetafel kan verschuiven of wankelen, kan het werkstuk of het elektrisch gereedschap niet gelijkmatig en veilig worden geleid.
- Belast de machinetafel niet te zwaar en gebruik hem niet als ladder of stellage. Als de machinetafel wordt overbelast of als erop wordt gestaan, kan het zwaartepunt van de tafel verplaatsen en kan de tafel omkiepen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend om hout of eenvoudig te verspanen kunststoffen te bewerken. Uitzondering: alleen met de decoupeerzaag mag met een daarvoor geschikt zaagblad ook licht verspaanbaar metaal (bijv. aluminium) worden bewerkt.
- Splinters, spanen en vergelijkbare deeltjes mogen niet met de hand uit de omgeving van het zaagblad worden verwijderd!
- De gebruikte machines moeten voldoen aan de richtlijn DIN EN 62841-1. Apparaten moeten vanaf productiejaar 1995 een CE-markering hebben.
- Zaag niet uit de losse hand: geleid het werkstuk niet uitsluitend met de hand, maar gebruik de parallelaanslag of hoekaanslag.
- Zorg ervoor dat uw handen bij het open- of dichtklappen van de tafel en bij het plaatsen van de machineplaat niet bekneld raken.
- Voordat u begint met zagen of frezen, moet u controleren of er geen voorwerpen op het werkblad liggen.
- Nadat de aandrijving is uitgeschakeld, mogen zaagbladen niet worden afgeremd door er zijdelings tegen te drukken!
- Gebruik gereedschappen alleen voor het beoogde gebruiksdoel.
- Gebruik alleen zaagbladen die in perfecte staat verkeren. Het basislichaam mag niet dikker en de tandzetting niet smaller zijn dan de dikte van de splijtwig.
- Controleer regelmatig of alle schroeven stevig zijn vastgedraaid!
- Gebruik de werktafel altijd op correcte wijze waarvoor hij is bedoeld!
- Verwijder voorwerpen die niet nodig zijn van de werktafel.
- Gebruik de machinetafel niet om brandhout te zagen.
- Gebruik de machinetafel niet om rondhout te zagen.
- U mag het gebruikte elektrisch gereedschap alleen met de veiligheidsschakelaar in-/uitschakelen.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde inschakelklem om de apparaatschakelaar permanent in de stand "AAN" vast te zetten.
- Vervang beschadigde spleetinzetstukken door nieuwe spleetinzetstukken.
- Gebruik voor het bewerken van smalle werkstukken beslist een duwstok.
- Controleer of de excenterhendels voor de bevestiging van de tafelpoten gesloten en gespannen zijn. Draai de excenterhendels zo nodig vast.
- Controleer vóór de ingebruikname of de handcirkelzaag, bovenfrees of decoupeerzaag correct op de machineplaat is bevestigd.
- Houd u aan de maximale werkstukafmetingen (zie de technische gegevens).
- Gebruik de verschillende spleetinzetstukken uitsluitend voor hun betreffende specifieke doel, dat grafisch op ieder spleetinzetstuk is aangegeven.
- Als u de duwstok, spleetinzetstukken of hoekaanslag niet gebruikt, hangt u deze aan de hiervoor bestemde schroefhaak.
- Gebruik de machinetafel niet buiten als het regent of vochtig is.
- Controleer vóór de ingebruikname of de machineplaat stevig op de tafel is vastgeschroefd.
- Controleer of u het juiste spleetinzetstuk gebruikt voor de betreffende machine.
- Let er bij het zagen op de tafel op dat u niet in de metalen haken aan de zijkant of in de klemblokken zaagt.
- LET OP! Als werkstukken uitsteken, kan de tafel kantelen. Zorg ervoor dat de tafel niet uit evenwicht raakt door werkstukken aan de zijkant te klemmen en door aan de zijkant geklemde werkstukken te bewerken.
- Let erop dat de breekbare materialen niet met te veel spankracht worden bevestigd. Gevaar voor versplintering!
- Leg zware voorwerpen voorzichtig op de tafel en belast het tafelblad gelijkmatig.
- Zaag niet meer dan 5 mm in de tafel, omdat het aluminium profiel anders beschadigd raakt.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HANDCIRKELZAGEN
- Houd u naast deze machinespecifieke veiligheidsvoorschriften altijd aan de veiligheidsvoorschriften van de gebruikte handcirkelzaag.
- Gebruik alleen handcirkelzagen met spouwmes, een maximale zaagbladdiameter van 200 mm en een zaagdiepte tot max. 70 mm.
- Gebruik alleen zagen binnen de genoemde maximale grondplaatafmetingen (afb. 4.G).
- Ondersteun lange werkstukken aan de afnamekant, zodat deze horizontaal blijven liggen. Dit kan bijvoorbeeld met een rolbok van wolfcraft (art.nr. 6102300).
• Voorkom overbelasting van de handcirkelzaag. - Gebruik geen schuurschijven.
- Gebruik alleen aanbevolen zaagbladen en selecteer deze op basis van het te zagen materiaal.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR CIRKELZAAGBANKEN
Veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de beschermkap
- Laat de beschermkappen zitten. Beschermkappen moeten in werkende toestand zijn en correct zijn gemonteerd. Losse, beschadigde of niet correct werkende beschermkappen moeten gerepareerd of vervangen worden.
-
Gebruik voor scheidingssneden altijd de beschermkappen van het zaagblad en de splijtwig. Voor scheidingssneden waarbij het zaagblad volledig door het werkstuk zaagt, verminderen de beschermkappen en andere veiligheidsvoorzieningen het risico op verwondingen.
-
Bevestig het beschermingssysteem onmiddellijk weer na voltooiing van werkzaamheden waarbij de beschermkap of de splijtwig moest worden verwijderd. De beschermkap en de splijtwig verkleinen de kans op letsel.
- LET OP! Het zagen van voegen, groeven of splitsen met omkering van het materiaal is niet toegestaan met de machinetafel!
- Zorg er vóór het inschakelen van het elektrisch gereedschap voor dat het zaagblad niet de beschermkap, de splijtwig of het werkstuk raakt. Als deze componenten per ongeluk contact maken met het zaagblad, kan dat tot een gevaarlijke situatie leiden.
- Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in deze handleiding. Verkeerde afstanden, posities en uitlijningen kunnen ertoe leiden dat de splijtwig een terugslag niet effectief voorkomt.
- Om de splijtwig te laten functioneren, moet deze contact maken met het werkstuk. Bij zaagsneden in werkstukken die zo kort zijn dat de splijtwig ze niet raakt, werkt de splijtwig niet. In dergelijke gevallen kan de splijtwig een terugslag niet voorkomen.
- Gebruik een zaagblad dat is afgestemd op de splijtwig. Om de splijtwig goed te laten werken, moet de zaagbladdiameter passen bij de betreffende splijtwig, moet de rug van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en moet de tandbreedte groter zijn dan de splijtwigdikte.
Veiligheidsvoorschriften voor het zagen
- GEVAAR: Kom niet met uw vingers of handen in de buurt van het zaagblad of in het zaaggebied. In een moment onoplettendheid of wanneer u uitglijdt kan uw hand in de buurt van het zaagblad komen, wat tot ernstige verwondingen kan leiden.
- Beweeg het werkstuk alleen tegen de draairichting van het zaagblad in. Als u het werkstuk in dezelfde richting toevoert als de draairichting van het zaagblad boven de tafel, kan dit ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad worden getrokken.
- Gebruik bij langssneden nooit de verstekaanslag voor de aanvoer van het werkstuk en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag bovendien nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Het tegelijkertijd geleiden van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag verhoogt de kans dat het zaagblad vastslaat en dat er een terugslag optreedt.
- Oefen bij langssneden altijd een aanvoerkracht uit op het werkstuk tussen de aanslagrail en het zaagblad. Gebruik een duwstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad kleiner is dan 150 mm en een duwblok als de afstand kleiner is dan 50 mm. Dergelijke hulpmiddelen zorgen ervoor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.
- Gebruik alleen de meegeleverde duwstok van de fabrikant of een stok die volgens de aanwijzingen is gemaakt. De duwstok zorgt voor voldoende afstand tussen uw hand en het zaagblad.
- Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde duwstok. Een beschadigde duwstok kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad komt.
- Werk niet uit de vrije hand. Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk te plaatsen en te geleiden. "Uit de vrije hand" betekent dat u het werkstuk met de handen ondersteunt of geleidt, in plaats van met de parallelaanslag of verstekaanslag. Uit de vrije hand zagen leidt tot een verkeerde uitlijning, vastklemmen en terugslag.
- Kom nooit met uw handen rondom of boven een draaiend zaagblad. Wanneer u een werkstuk aanraakt, kunt u onbedoeld ook het het draaiende zaagblad raken.
- Ondersteun lange en/of brede werkstukken aan de achterkant en/of aan de zijkant van de zaagtafel, zodat ze horizontaal blijven liggen. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging bij de rand van de zaagtafel naar beneden te kantelen; dit leidt tot controleverlies, vastslaan van het zaagblad en terugslag.
- Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Buig of verdraai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastslaat, schakelt u het elektrisch gereedschap uit, trekt u de stekker uit het stopcontact en verhelpt u de oorzaak van het vastslaan. Het vastslaan van het zaagblad in het werkstuk kan leiden tot terugslag of blokkeren van de motor.
- Verwijder het afgezaagde materiaal niet als de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de beschermkap vast komen te zitten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen voor u het materiaal verwijdert.
- LET OP! Bewerk geen werkstukken die dunner zijn dan 2 mm!
Terugslag: oorzaken en gerelateerde veiligheidsvoorschriften
Terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van het vasthaken of vastklemmen van het zaagblad of een snede in het werkstuk onder een hoek ten opzichte van het zaagblad, of als een deel van het werkstuk beklemd raakt tussen het zaagblad en de parallelgeleider of een ander vast voorwerp.
In de meeste gevallen wordt bij een terugslag het werkstuk door het achterste deel van het zaagblad gegrepen, van de zaagtafel getild en naar de gebruiker geslingerd.
Terugslag is het gevolg van onjuist gebruik of een defect van de tafelzaag. Het kan worden voorkomen met de hieronder beschreven voorzorgsmaatregelen.
- Ga nooit in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan de kant van het zaagblad staan waar de aanslagrail zich bevindt. Bij terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen worden geslingerd die in de lijn van het zaagblad staan.
- Kom nooit met uw handen boven of achter het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. Hierdoor kunt u het zaagblad ongewenst aanraken, of kan een terugslag ertoe leiden dat uw vingers in het zaagblad worden getrokken.
- Houd en druk het af te zagen werkstuk nooit tegen het draaiende zaagblad. Als u het af te zagen werkstuk tegen het zaagblad drukt, leidt dit tot vastslaan en terugslag.
- Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaagblad. Een niet-uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en zorgt voor een terugslag.
- LET OP! Het zagen van voegen, groeven of splitsen met omkering van het materiaal is niet toegestaan met de machinetafel!
-
Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen in niet zichtbare delen van gemonteerde werkstukken. Het instekende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.
-
Ondersteun grote platen om het risico op terugslag door een vastslaand zaagblad te verkleinen. Grote platen kunnen door hun eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar ze buiten het tafeloppervlak steken.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken die gedraaid, aan elkaar vastgemaakt of kromgetrokken zijn of geen rechte rand hebben waarlangs ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een kromgetrokken, samengesteld of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een verkeerde uitlijning van de snijlijn met het zaagblad, vastslaan en terugslag.
- Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan dan in één of meerdere delen grijpen en een terugslag veroorzaken.
- Als u een zaag waarvan het zaagblad in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad zo in de zaaggleuf dat de zaagtanden niet in het werkstuk haken. Als het zaagblad vastslaat, kan dit het werkstuk omhoog tillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon en scherp en zorg voor voldoende zetting. Gebruik nooit kromme zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe zaagbladen met voldoende zetting verminderen de kans op vastslaan, blokkeren en terugslag.
Veiligheidsvoorschriften voor de bediening van cirkelzaagbanken
- Schakel de cirkelzaagbank uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het tafelinzetstuk verwijdert, het zaagblad vervangt, instellingen aan het spouwmes of de zaagbladbeschermkap uitvoert, en als de machine zonder toezicht wordt achtergelaten. Deze voorzorgsmaatregelen zijn bedoeld om ongevallen te voorkomen.
- Laat de cirkelzaagbank nooit zonder toezicht draaien. Schakel het elektrisch gereedschap uit en verlaat het pas wanneer het volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een ongecontroleerd gevaar.
- Plaats de cirkelzaagbank op een plek die vlak en goed verlicht is en waar hij stevig staat en in evenwicht blijft. De plaats waar hij wordt geïnstalleerd moet voldoende ruimte bieden aan het formaat van uw werkstukken. Niet-opgeruimde, slecht verlichte werkplekken en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
- Verwijder regelmatig zaagspanen en zaagsel onder de zaagtafel en/of van de stofafzuiging. Opgehoopt zaagsel is brandbaar en kan uit zichzelf ontbranden.
- Zet de cirkelzaagbank vast. Een niet goed vastgezette cirkelzaagbank kan bewegen of omvallen.
- Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de cirkelzaagbank voordat u deze inschakelt. Verschuivingen en mogelijk vastslaan kunnen gevaarlijk zijn.
- Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grootte en met een geschikt bevestigingsgat (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen die niet in de opname van de zaag passen, lopen niet rond, waardoor u de controle over de zaag kunt verliezen.
- Gebruik nooit beschadigde of verkeerde bevestigingsmaterialen voor het zaagblad, zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Deze bevestigingsmaterialen voor het zaagblad zijn speciaal voor uw zaag gemaakt voor een veilig gebruik en optimale prestaties.
- Ga nooit op de cirkelzaagbank staan en gebruik de cirkelzaagbank niet als opstapje. Er kunnen ernstige verwondingen optreden als het elektrisch gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt.
- Controleer of het zaagblad in de juiste draairichting is gemonteerd. Gebruik geen schuurschijven of draadborstels in de cirkelzaagbank. Onjuiste montage van het zaagblad of het gebruik van niet-aanbevolen hulpstukken kan leiden tot ernstige verwondingen.
Productspecifieke veiligheidsvoorschriften
- Gebruik de cirkelzaagbank alleen met een correct bevestigde beschermkap.
- LET OP! Controleer of het cirkelzaagblad parallel aan de opening in de spleetinzetstuk is gemonteerd. Zo nodig moet de handcirkelzaag opnieuw worden uitgelijnd.
- Controleer of de parallelaanslag correct is gemonteerd en parallel is uitgelijnd.
- Er zijn alleen cirkelzaagbladen toegestaan, geen andere zaaggereedschappen.
- Gebruik het juiste zaagblad voor het te bewerken materiaal.
- Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die overeenkomt met de specificaties op de gebruikte handcirkelzaag.
- Gebruik alleen zaagbladen die zijn gemarkeerd met een snelheid die gelijk of hoger is dan die op het elektrisch gereedschap.
- Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen die, als ze bedoeld zijn voor het zagen van hout of soortgelijke materialen, voldoen aan EN 847-1.
- Houd er rekening mee dat gecompliceerde verborgen zaagsneden en het zagen van schuine kanten/wiggen niet zijn toegestaan.
- Gebruik het apparaat uitsluitend om hout of eenvoudig te verspanen kunststoffen te bewerken.
- Voorkom oververhitting van de zaagtanden bij het zagen van hout en kunststof. Verlaag de doorvoersnelheid om te voorkomen dat het kunststof smelt.
- Voer langssneden onder een hoek niet uit aan de zijde waarnaar wordt geheld.
- Draag geschikte persoonlijke beschermingsuitrusting: gehoorbescherming en een veiligheidsbril.
- Draag alleen veiligheidshandschoenen bij het hanteren van zaagbladen.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DECOUPEERZAGEN
- Houd u naast deze machinespecifieke veiligheidsvoorschriften altijd aan de veiligheidsvoorschriften van de gebruikte decoupeerzaag.
- Werk niet met een beschadigde decoupeerzaag.
• Voorkom overbelasting van de decoupeerzaag. - Let erop dat u het spleetinzetstuk voor decoupeerzagen correct plaatst.
- Zorg ervoor dat het decoupeerzaagblad tijdens het zagen altijd uit het materiaal steekt.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR KAP- EN VERSTEKZAGEN
- Houd u naast deze machinespecifieke veiligheidsvoorschriften altijd aan de veiligheidsvoorschriften van de gebruikte kap- en verstekzaag.
- Werk niet met een beschadigde kap- en verstekzaag en gebruik geen botte of beschadigde zaagbladen.
- Ondersteun lange werkstukken aan de afnamekant om gevaarlijke situaties door ongecontroleerd kantelen te voorkomen.
- Monteer de kap- en verstekzaag met het meegeleverde bevestigingsmateriaal volgens de instructies in deze handleiding.
LET OP! GEBRUIK ALS FREESTAFEL UITSLUITEND IN COMBINATIE
MET DE PARALLELLE FREESAANSLAG, ART.NR 6901000,
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR BOVENFREZEN
- Houd u naast deze machinespecifieke veiligheidsvoorschriften altijd aan de veiligheidsvoorschriften van de gebruikte bovenfrees.
- Wees er altijd op bedacht dat u bij het frezen onverwachts de controle over het werkstuk kunt verliezen en dat er een terugslag kan optreden.
- Gebruik de machinetafel niet voor boogfrezen!
- Voer freeswerkzaamheden daarom alleen uit met de als hulpstuk leverbare parallelle freesaanslag (art.-nr. 6901000) om terugslag en aanraking van de frees met de hand te voorkomen.
- Neem de originele handleiding van de parallelle freesaanslag (art.nr. 6901000) in acht voor een correcte montage.
- Gebruik geen bovenfrezen met meer dan 1800 W en meer dan 230 V.
- Gebruik geen frezen met een diameter van meer dan 27 mm!
- Het is van belang dat de aanvoerbeweging uitsluitend tegengesteld aan de draairichting van de frees mag plaatsvinden.
- Kies de meegeleverde afstandsringen, afgestemd op het formaat van het freesgereedschap. Om veilig te kunnen werken, moet een zo klein mogelijke afstandsring worden gebruikt.
- Gebruik uitsluitend scherp, goed onderhouden en volgens de voorschriften van de gereedschapsfabrikant ingesteld freesgereedschap.
- Schenk bij de gebruikte apparaten en het gereedschap aandacht aan de gegevens over min.-/max.- -toerental en draairichting die op het product, de verpakking of in de handleiding staan vermeld.
- Houd er rekening mee dat verkeerd gebruik van het freesgereedschap, het werkstuk en de voorzieningen voor de werkstukgeleiding tot een gevaarlijke situatie kan leiden.
- Houd uw handen uit de buurt van het freesgereedschap tijdens het frezen aan de aanslag.
- Gebruik indien mogelijk bij het frezen de tafelaandrukschoenen als extra steun bij de parallelle freesaanslag.
- Ondersteun lange werkstukken aan de afnamekant om gevaarlijke situaties door ongecontroleerd kantelen te voorkomen. De steun moet stabiel staan en dezelfde hoogte hebben als de machinetafel, bijv. de rolbok (art.nr. 6102300).
- Bewerk uitsluitend werkstukken die door hun formaat en gewicht door één persoon veilig vastgehouden en geleid kunnen worden.
- Kies het juiste toerental dat geschikt is voor het gereedschap en het werkstuk. In de handleiding van uw bovenfrees vindt u exacte gegevens met betrekking tot het toerental.
- Houd u aan de maximale werkstukafmetingen (zie de technische gegevens).