BEHRINGER RS-9 - Synthesizer

RS-9 - Synthesizer BEHRINGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RS-9 BEHRINGER in PDF-formaat.

📄 98 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BEHRINGER RS-9 - page 54
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over RS-9 BEHRINGER

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Synthesizer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RS-9 - BEHRINGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RS-9 van het merk BEHRINGER.

GEBRUIKSAANWIJZING RS-9 BEHRINGER

veiligheidsvoorschriften

  1. Lees alsjeblieft alle

instructies en volg deze op.

  1. Houd het apparaat uit de

buurt van water, behalve voor

producten die bedoeld zijn

voor buitengebruik.

  1. Reinig alleen met een

droge doek.

  1. Blokker geen

ventilatieopeningen. Installeer

volgens de instructies van

de fabrikant.

  1. Installeer niet in de buurt

van warmtebronnen zoals

radiatoren, warmte registers,

fornuizen of andere apparat

(inclusief versterkers) die

warmte produceren.

  1. Gebruik alleen accessoires

die door de fabrikant zijn

gespecifi ceerd.

BEHRINGER RS-9 - veiligheidsvoorschriften - 1

  1. Gebruik alleen

gespecifi ceerde

karren, standaards,

peugels of tafels.

Wees voorzichtig om kantelen te

voorkomen bij het verplaatsen

van de kar/apparaatcombinatie.

  1. Vermijd installatie in

afgesloten ruimtes zoals

boekenkasten.

  1. Plaats niet in de buurt

van naakte vlambronnen,

zoals brandende kaarsen.

  1. Bedrijfstemperatuurbereik

van 5" tot 45°C (41" tot 113°F).

WETTELIJKE ONTKENNING

Music Tribe aanvaardt geen

aansprakelijkheid voor enig

verlies dat kan worden geleden

door een persoon die geheel of

gedeeltelijk vertrouwt op enige

beschrijving, foto of verklaring

hierin. Technische specifi caties,

verschijningen en andere

informatie können zonder voerafzande kennisgaving

voorarguande kennisgeving worden gewijzigd. Alle

handelsmerken zijn eigendom

van hun respectievelijke

eigenaren. Midas, Klark Teknik,

Lab Gruppen, Lake, Tannoy,

Coolaudio zijn handelsmerken of

gedeponeerde handelsmerken

van Music Tribe Global Brands

Voor de toepasselijke

garantievoorwaarden en

aanvullende informatie met

betrekking tot de beperkte

garantie van Music Tribe, zie

6 7 Quick Start GuideRS-9

de volledige details online op community.musictribe.com/support.

SE Viktiga

  1. TRIGGER OUTS – elk van de tien sequencertracks heeft een eigen triggeruitgang op een 3,5 mm-mono jackaansluiting voor het triggeren van externe bronnen. Aan elke track worden ook MIDI-noten toegewezen (zie MAP hieronder).
  2. ACCENT OUT – bij elk van de tien sequencertracks kunnen accenten aan een tel worden toegevoegd, waardoor er een trigger wordt verzonden via deze 3,5 mmmono jackaansluitingen.
  3. TRACK SELECT BUTTONS – gebruik deze knoppen om de gewenste sequencertrack te selecteren.
  4. LEVEL – met deze regelaar wijzigt u het niveau van de CV-uitgang (39), het equivalent van het analoge filter van het RD-9.
  5. ACCENT – Gebruik deze knop om een accent op de huidige stap te programmeren.
  6. DISPLAY – het scherm geeft standaard het tempo weer, en in combinatie met de MODE-knop (16) ook andere informatie.
  7. DATA – gebruik deze regelaar om het tempo en de andere parameters in combinatie met de MODE-knop (16) te wijzigen.
  8. TAP – gebruik deze knop om het TAP-tempo in te stellen. Tik drie keer om het tempo nauwkeurig in te stellen.
  9. RECORD – gebruik deze knop om de RS-9 in opnamemodus te zetten.
  10. STOP – gebruik deze knop om het

afspelen of opnemen van RS-9 te stoppen en het huidige pattern of de huidige song naar de eerste stap te resetten.
11. PLAY/PAUSE – gebruik deze knop om de weergave van de RS-9 te starten, of om in combinatie met de RECORD-knop (9) de opname te starten. Als u nog een keer drukt, pauzeert de RS-9. Na de derde keer indrukken wordt het afspelen hervat vanaf de huidige stap.
12. SAVE – gebruik deze knop om het huidige pattern of de geprogrammeerde song op te slaan.
13. COPY – Gebruik deze knop om een kopie van het huidige pattern of de huidige song te maken, die op een andere locatie kan worden geplakt. Houd COPY vast om het huidige pattern te kopieren en selecteer vervolgens de patternlocatie waarnaar u wilt plakken.
14. ERASE – gebruik deze knop om patterns en songs te wissen, afhankelijk van of de RS-9 in pattern- of songmodus staat.
15. DUMP - gebruik deze knop om een SysEx-dump van het RS-9s-geheugen te starten.
16. MODE – gebruik deze knop om door de parameters te navigeren die met de Data-regelaar (7) kunnen worden aangepast. Naviger door: Tempo, Swing, Prob(ability) en Flam. De LEDs geven aan welke parameter er ingesteld kan worden en het scherm (6) geeft de huidige waarde weer.
17. SYNC IN – gebruik deze 3,5 mm stereo jackaansluiting om de RS-9

met een externe analoge klokbron te synchroniseren. Accepteert tevens analoge start-/stopinstructies. De klokinstellingen kunnen worden aangepast in het menu SETTINGS.
18. SYNC OUT – gebruik deze 3,5 mm stereo jackaansluiting om externe analoge apparatuur met de RS-9 te synchroniseren.
19. SYNC – gebruik deze knop om door de synchronisatieopties van de SYNC IN-aansluiting (17) van de RS-9 te navigeren: Int(ern), MIDI, USB of Trig(ger).
20. LENGTH-LEDs – deze LEDs geven aan welk blok van 16 stappen het huidige blok is, in combinatie met de knoppen 21 – 24.
21. AUTOSCROLL – in STEP-modus houdt AUTOSCROLL altijd de afspeelpositie in beeld als het huidige pattern langer is dan 16 stappen, door vooruit te bewegen door de blokken van 16 stappen, waarbij het huidige blok wordt aangegeven door de LENGTH LEDS (20).
22. << - in STEP-modus kunt u de afspeelpositie met de << -knop een blok terugschakelen als een pattern langer is dan 16 stappen. Dat wordt aangegeven door de LENGTH-LEDs (20). In PATTERN-modus navigeert de << -knop achteruit door de patterns die een song vormen.
23. LENGTH – gebruik deze knop om de patternlengte in te stellen in blokken van 16 stappen van 16, 32, 48 of 64 met behulp van de knoppen >> en << (22 & 24). Bedenk dat het laatste blok kan worden ingekort door een andere

laatste stap dan 16 in te stellen. Druk hiervoor op een STEP-knop (44 - 59).
24. >> - als een pattern in STEP-modus langer is dan 16 stappen, kunt u met de >> -knop de afspeelpositie een blok vooruit verplaatsen, wat wordt aangegeven door de LENGTH LEDS (20). In PATTERN-modus navigeert de >> -knop vooruit door de patterns die een song vormen.
25. – 28. REPEAT SELECTORS – gebruik deze knoppen samen met de knoppen 29 – 31 om het aantal noten of stappen (1, 2, 4 of 8) te selecteren dat herhaald wordt als er met knop 29 wordt getriggerd.
29. TRIG – gebruik deze knop om nootherhaling óf stapherhaling te triggeren in combinatie met knoppen 30 en 31.
30. STEP REPEAT – als STEP REPEAT is geselecteerd zal de TRIG knop (29) de huidige stap plus 1, 3 of 7 volgende stappen laten herhalen, afhankelijk van welke knop van 25 - 28 is geselecteerd, totdat TRIG wordt losgelaten. Het pattern gaat vervolgens verder vanaf de volgende stap.
31. NOTE REPEAT – Als NOTE REPEAT is geselecteerd, zal de knop TRIG (29) de noot of noten op de huidige stap één, twee, vier of acht keer herhalen in de stap, afhankelijk van de geselecteerde knop 25 - 28. Als TRIG wordt losgelaten, gaat het pattern verder vanaf de volgende stap.

  1. SONG – gebruik deze knop om de RS-9 in SONG-modus te zetten, zodat songs kunnen worden afgespeeld.
  2. PATTERN – gebruik deze knop om de RS-9 in PATTERN-modus te zetten, waarin afzonderlijke patterns in songs kunnen worden afgespeeld of patterns kunnen worden samengesteld tot songs.
  3. STEP – gebruik deze knop om de RS-9 in STEP-modus te zetten, zodat er een pattern kan worden gemaakt door beats aan aparte stappen toe te voegen.
  4. TRACK MUTE – houd deze knop vast en gebruik de TRACK SELECT-knoppen (3) om afzonderlijke tracks tijdelijk te dempen (muten). Gemute tracks sturen geen triggers, accenten of MIDI-noten.
  5. TRACK SOLO – houd deze knop ingedrukt en gebruik de TRACK SELECT-knappen (3) om tijdelijk één of meer tracks te solo-en (als enige weer te geven). Andere tracks sturen geen triggers, accenten of MIDI-noten weer, tot solo voor alle tracks weer is uitgeschakeld
  6. AUTOFILL – als de RS-9 in Pattern Playmodus staat en u op AUTOFILL drukt, wordt een tweede gekozen pattern één keer afgespeeld. Daarna gaat de RS-9 terug naar het oorspronkelijke pattern.
  7. SETTINGS – gebruik deze knop samen met de zestien knoppen 44 – 59 van het knoppenblok om instellingen van de RS-9 uit te voeren.
  8. CV OUT – de RD-9, waarop de RS-9 is gebaseerd, bevatte een krachtig filter

dat op zijn stemmen kon worden toegepast. Aangezien de RS-9 geen eigen stemmen heeft, wordt de CV OUT geleverd om externe verwerking te regelen die kan worden toegepast op elke spraakbron(nen) die de RS-9 bestuurt.

Om CV op te nemen, selecteert u een triggeruitgang met behulp van de trackselectieknoppen (3). Terwijl u in de stapopnamemodus bent terwijl het patroon wordt afgespeeld, draait u aan de niveauregeling en wordt de CV in het patroon opgenomen.

  1. RESET – als een trigger op deze 3,5 mm mono jackaansluiting wordt toepast, keert het huidige pattern terug naar de eerste stap in patternmodus.
  2. USB – gebruik deze USB C-aansluiting om de RS-9 firmware bij te werken indien nodig, en om MIDI over USB te gebruiken.
  3. MIDI IN – gebruik deze 5-pins DIN-aansluiting om de RS-9 met externe MIDI-apparatuur te synchroniseren. Toegewezen noten (zie 47 hieronder) zorgen er tevens voor dat triggers worden uitgevoerd via de betreffende uitgangen (1).
  4. MIDI OUT – gebruik deze 5-pins DIN-ingang om naast de analoge triggers ook MIDI-noten te verzenden en externe MIDI-apparatuur met de klok van de RS-9 te synchroniseren. Knoppen 44 – 59 hebben verschillende functies, afhankelijk van de modus waarin de RS-9 zich bevindt.

In STEP-modus worden ze gebruikt om een trigger/noot voor de geselecteerde track toe te voegen aan stap 1 - 16, 17 - 32, 33 - 48 of 49 - 64, afhankelijk van de lengte van het pattern. In PATTERN-modus selecteren ze patterns 1 - 16 in de huidige song. In SONG-modus worden ze gebruikt om songs 1 - 16 te selecteren.

In combinatie met de knop SETTINGS (38) bieden de knoppen toegang tot de instellingen van de RS-9. Als u nogmaals op SETTINGS drukt, wordt de INSTELMODUS afgesloten. De TAP-regelaar (8) wordt gebruikt om door de instellingen te navigeren; met de DATA-regelaar (7) navigeert u door de opties.

44. MIDI

• MIDI IN-KANAAL (0 – 16, All, Out) (volgt OFF MIDI OUT-instellingen)
• MIDI OUT-KANAAL (0-16, All, Off)
• DOORSTUREN NAAR USB (aan/uit)
- SOFT OUT THRU (wijzigt MIDI out-aansluiting in MIDI Out + Thru)
- DEVICE-ID (1 – 16, voor gebruik met SysEx als er meerdere eenheden in units zijn)

45. USB

  • USB MIDI IN-KANAAL (1 – 16, All, Out (volgt USB OFF MIDI OUT-instellingen))
    • USB MIDI OUT (1 – 16, All, Off)
    • DOORSTUREN NAAR MIDI (aan/uit)

46. CLOCK

  • Tempo-voorkeur (algemeen / song / pattern)
  • Swing-voorkeur (algemeen / song / pattern)
    • Waarschijnlijkheidsvoorkeur (algemeen / song / pattern)
  • Flam-voorkeur (algeneen / song / pattern)
    • Analoge klokinstellingen (1 PPS / 1 PPQN / 2 PPQN / 4 PPQN / 24 PPQN / 48 PPQN)
  • MIDI Clock Out (on/off)

  • MAP - deze knop wijst MIDI-noten toe aan de sequencertracks, voor gebruik met externe MIDI-apparatuur. Nadat u MAP heeft geselecteerd, gebruikt u de TRACK SELECT-knoppen (3) om de gewenste track te selecteren. Gebruik daarna de DATA-regelaar om door de noten 0 - 127 te navigeren.

48. PREFS

  • Trigger Time (1ms – 10ms/25% - 75% van de sequencer-staptijd)
  • De trigger tijd is een globale instelling. Standaard is het 10 ms. Onder 10 ms kunnen sommige drummachines synchronisatieproblemen hebben.
  • Accent Off Level (0% - 50%); Accent On niveau wordt aangepast met behulp van de niveauregeling (4) met de Accent knop (5)
  • Chain Songs Loop (song gaat terug naar het begin bij voltooiing) / Hold (laatste pattern van song blijft spelen

tot het wordt gestopt) / Stop (song stopt na laatste pattern))

• CV (algemeen / song / pattern)
• Polyvoorkeur (algemeen / song / pattern)
- Stepgrootte (algemeen / song / pattern)
- Automatisch verder gaan (algemeen / song)
• Automatisch scrollen (algemeen / pattern)
- Mute (algemeen / song / pattern)
- Solo (algemeen / song / pattern)

  1. CV - gebruik deze knop om het opgenomen CV te bewerken: selecteer de track met behulp van de knoppen (3) en ga vervolgens naar de CV-modus door op de SETTINGS-knop (38) en CV (49) te drukken. Gebruik de knoppen 44 – 59 in combinatie met de knoppen << en >> indien nodig om een volgordestap te selecteren; gebruik dan de gegevenscontrole (7) om het cv voor de geselecteerde stap aan te passen. Het CV-bereik is 0 (minimum) tot 255 (maximaal).

In de STEP-modus schakelt u CV-automatisering in of uit door de TAP-knop (8) ingedrukt te houden en vervolgens op de CV-knop (49) te drukken. Het display toont 'cvon' wanneer cv-automatisering is ingeschakeld; 'CVOF' als het uit staat.

  1. POLY – met de RS-9 kunt u non-destructive polymetrische

ritmes programmeren. Selecteer knop 50, schakel Poly in met de DATA-regelaar (7) en volg deze stappen om polymetrische tracks te maken:

  • Selecteer een track met de TRACK SELECT-knoppen (3)
  • De actieve stappen in het pattern lichten op
  • Gebruik de stepknoppen (44 - 59) met de knoppen << / >> (22 & 24) voor patterns met meer dan 16 stappen om de laatste stap te selecteren waarop de geselecteerde track moet worden getriggerd.
  • Stap-LEDs knipperen om stappen aan te geven die niet langer klinken.

  • RAND – met de RS-9 kunnen willekeurige triggers/noten op geselecteerde stappen plaatsvinden. Kies knop 51 om dit te selecteren en gebruik vervolgens de TRACK SELECT-knoppen (3) om de tracks te selecteren die u wilt randomizen. Gebruik vervolgens de stapknoppen (44 - 59) met zo nodig de knoppen << / > (22 & 24) om de stappen in het pattern te selecteren waarop een willekeurige trigger/noot kan plaatsvinden. Randomization is alleen beschikbaar op basis van patronen.

  • PROB – met PROBability (waarschijnlijkheid) kan de gebruiker de kans selecteren dat een geprogrammeerde trigger/noot op een specifieke stap klinkt, van 0% (wordt nooit getriggerd) tot 100% (wordt altijd getriggerd). Selecteer knop

52, gebruik de knoppen TRACK SELECT (3) om de gewenste track te selecteren, gebruik de stepknappen (44 - 59) en de knoppen << / >> (22 & 24) om de vereiste stappen te selecteren (er kan slechts één stap tegelijkertijd worden ingesteld) en gebruik vervolgens de DATA-regelaar (7) om het percentage in te stellen.
53. FLAM – het flam-effect (een drummer die een drum met twee stokken vlak na elkaar raakt) kan aan elke stap van een track worden toegevoegd. Selecteer knop 53, gebruik de TRACK SELECT-knappen (3) om de gewenste track te selecteren waaraan u een flam wilt toevoegen, gebruik de stapknappen (44 – 59) en de knoppen << / >> om de gewenste stap te selecteren. Gebruik vervolgens de DATA-regelaar (7) om de lengte van de flam in te stellen van 0 (standaard) tot 24.
54. RPT – een ratchet (noot herhalen) kan aan elke stap van een track worden toegevoegd. Selecteer knop 54, selecteer de gewenste track met de TRACK SELECT-knappen (3), gebruik de stepknappen (44 - 59) en << / >> om de gewenste stap te selecteren en gebruik de knappen 25 - 28 om het aantal herhalingen voor de stap te kiezen. Schakel de herhalingen in met de knop NOTE RPT (31) (note repeat).
55. 1/8 – gebruik deze knop om de stapgrootte van de RS-9 in te stellen op 1/8e noten

  1. 1/8T – gebruik deze knop om de stapgrootte van de RS-9 in te stellen op 1/8e noten
  2. 1/16 – Gebruik deze knop om de stapgrootte van de RS-9 in te stellen op 1/16e noten
  3. 1/16T – gebruik deze knop om de stapgrootte van de RS-9 in te stellen op 1/16e noten
  4. 1/32 – Gebruik deze knop om de stapgrootte van de RS-9 in te stellen op 1/32e noten

Als een parameter op Global is ingesteld, zijn de instellingen van toepassing op alle patterns in alle songs. Instellen op song maakt ze alleen van toepassing op de patterns in de huidige song. Instellen op pattern maakt ze alleen van toepassing op de het huidige pattern.

TRIGGER-UITGANGSNIVEAU

Om het uitgangsniveau van de trekker te wijzigen, verwijdert u de RS-9 uit uw rek. Boven en links van de temporegelaar bevindt zich een opbouwschakelaar. Zet de schakelaar omhoog om +5 V te selecteren of omlaag om +10 V te selecteren (standaard).

Programmazione

Een pattern maken (stepmodus)

Patterns kunnen maximaal 64 stappen bevatten, wat heel flexibel is. Zo neemt u een basispattern met 16 stappen op:

  1. Selecteer een SONG.
  2. Druk op PATTERN.
  3. Selecteer het gewenste patternnummer met de knoppen 1-16.
  4. Druk op STEP.
  5. Selecteer het gewenste tempo met de dataregelaar.
  6. Druk op RECORD.
  7. Selecteer de VOICE die u wilt gebruiken.
  8. Stappen kunnen worden geprogrammeerd terwijl de unit afspeelt (druk op PLAY) of in de stoppositie. De bewegende witte LED is de afspeelpositie die de huidige positie weergeeft. De TRIGGER-knop kan ook worden gebruikt om de stem af te spelen en op te nemen.
  9. Selecteer de verschillende stemmen die u aan het huidige pattern wilt toevoegen.
  10. Druk op Stop en Opnemen om de opnamestepmodus af te sluiten.

Automatisch opslaan

Met de functie Automatisch Opslaan kunt u bepaalde functies automatisch opslaan zoals geregistreerd.

Alle onderstaande wijzigingen worden nu automatisch opgeslagen als STEP RECORD

is ingeschakeld:

  1. Step aan/uit door op de STEP-knop te drukken.
  2. Drukken op TRIGGER om de stap in te stellen tijdens het afspelen
  3. Nootherhaling live opname
  4. Stappen aan/uit in instelmenu RAND
  5. Drukken op STEP in patternlengte-instelling
  6. Doorlopend wissen met vasthouden + VOICE-knop
  7. Alle stappen van de geselecteerde stem wissen met de knoppen ERASE + VOICE
  8. Kopiëren stap 1-16 tot 17-32, etc.

Ga om Automatisch Opslaan te activeren naar STEP-modus. Houd TAP/HOLD ingedrukt en druk vervolgens op RECORD om Automatisch Opslaan in of uit te schakelen.

Als STEP RECORD is ingeschakeld, geeft het scherm 1 seconde de melding "auto" of "manu" weer om de opslagmodus aan te geven.

Houd om een opgeslagen pattern op te roepen de TAP/HOLD + STEP-knop vast van het pattern dat moet worden opgeroepen. Dit werkt alleen in patternmodus en als manu (handmatige) opslagmodus is ingesteld.

Zo slaat u een pattern op:

  1. Zodra u het pattern heeft aangemaakt.
  2. Druk op SAVE.
  3. Druk nogmaals op PATTERN.

  4. Selecteer het stapnummer van het pattern dat u wilt opslaan. Het huidige pattern wordt wit weergegeven. Hierna knippert SAVE. Let op dat u alleen op de huidige pattermpositie kunt opslaan.

  5. Druk op de knipperende SAVE-knop om de actie uit te voeren.

Een pattern naar andere patternlocaties kopieren:

  1. Houd in PATTERN-modus COPY vast, terwijl u op de stepknop drukt waarnaar u wilt kopieren. Nootpatterns kunnen alleen worden gekopieerd binnen de huidige geselecteerde song.

Pagina's in stepmodus kopieren, pagina 1 (1-16), pagina 2 (17-32), pagina 3 (33-48) of pagina 4 (49-64) naar andere pagina's kopieren:

  1. Druk in STEP-modus op LENGTH om naar de lengte-instelling van het pattern te gaan.
  2. Selecteer met de pijlen een pagina en druk op COPY.
  3. Selecteer met de pijlen de pagina waarnaar u wilt kopieren en druk vervolgens op SAVE.

Live data versus opgeslagen data

In song- en patternmodus kunnen twee datavormen opgeslagen worden:

Live data: wijzigingen in songs of patterns die zijn aangebracht en niet zijn opgeslagen, worden opgeslagen in live geheugen

Opgeslagen data: als een song is opgeslagen. Een pattern wissen:

  1. Druk op ERASE.
  2. De SONG- en PATTERN- knoppen knipperen. Druk op PATTERN.
  3. Gebruik TAP/HOLD om de live of opgeslagen data te selecteren die moeten worden gewist.
  4. Selecteer het pattern dat u wilt verwijderen met één van de 16 stepknoppen.
  5. Druk op de nu knipperende ERASE-knop om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Dit is definitief en kan niet ongedaan worden gemaakt.

Een pattern dumpen:

De DUMP-regelaar werkt op dezelfde manier als de SAVE-regelaar. In plaats van opslaan, zoals bij SAVE, verzendt de DUMP-regelaar de selectie als een SysEx-bericht. Deze actie verstuurt het pattern/de songgegevens als SysEx. Deze informatie kan worden opgeslagen en geladen door een programma van derden of naar een andere RD-9 worden verzonden.

Opmerking: De lengte van het pattern, de stap aan/uit en het accent aan/uit worden automatisch opgeslagen als er in stepmodus wordt geprogrammeerd en RECORD is ingeschakeld.

Stem Erase:

Hou om alle geselecteerde stemmen in een pattern te wissen ERASE vast en selecteer de voiceselectieknop om alle stappen in een keer te verwijderen.

U kunt de sweepwisfunctie gebruiken tijdens het spelen in STEP PLAY- of RECORD-modus, door TAP/HOLD ingedrukt te houden en vervolgens op de voiceknop te drukken om de geselecteerde stemstappen tijdens het afspelen realtime uit het pattern te verwijderen. De stem wordt verwijderd voordat deze wordt deze afgespeeld. Bij RECORD is dit permanent. In PLAY-modus worden de noten hersteld als de afspeelpositie zich langs eerdere stappen verplaatst.

Automatische fill

De functie Auto Fill wordt gebruikt om opvulritmes in de live afspeelmodus van de RS-9 te plaatsen. De fills worden op dezelfde manier aangemaakt als het aanmaken en opslaan van een pattern. Het verschil tussen het afspelen van automatische fill en normale patterns is dat u na het afspelen van een automatische fill naar het eerder afspelende pattern terugkeert, tenzij u een ander pattern heeft geselecteerd terwijl de Automatisch fill actief was. Als er een ander pattern is geselecteerd, wordt het nieuwe pattern afgespeeld nadat de automatisch fill is beëindigd.

De SYNTHTRIBE-app is een eenvoudig hulpmiddel om song- en patterngegevens op te slaan. Patterns en songs kunnen snel worden geïmporteerd en geëxporteerd.

Automatische Fill gebruiken

Zodra u patterns heeft geprogrammeerd, gebruik deze dan door in patternmodus op de knop AUTO FILL te drukken en een willekeurige stepknop te selecteren.

Tip: wij adviseren om 4 of 8 stappen voor drumfills te gebruiken, maar u kunt maximaal 64 stappen gebruiken.

Patternlengte

De patternlengte kan worden gewijzigd van 1 tot 64 stappen en op patternbasis. Met deze instelbare lengte kunnen verschillende maatsoorten worden gemaakt. Als u bijvoorbeeld een patternlengte van 12 stappen met een stapgrootte van 1/16 selecteert, wordt er een 3/4 (walsstijl of 12/8) maatsoort aangemaakt.

Het aantal stappen in een pattern wijzigen:

  1. Druk op de knoppen STEP en RECORD.
  2. Druk op LENGTH.
  3. Gebruik de <>-knoppen aan beide kanten van de LENGTH-knop om het bereik van 16, 32, 48 of 64 te kiezen als uitgangspunt, wat door de rode LED wordt weergegeven.
  4. Druk op de stepknoppen om de gewenste patternlengte in te stellen. Als u bijvoorbeeld lengte 64 selecteert en stap 12 kiest, wordt het pattern 60 stappen lang. De lengte van het pattern wordt weergegeven in continu brandende witte LEDs.

Als u een pattern met meer dan 16 stappen opneemt, druk dan in Step Record-modus op de knop AUTO SCROLL om tussen blokken te schakelen. Als u bijvoorbeeld een 24-stappenpattern opneemt, schakelt u tussen blok één (LED boven 16 brandt) met 16 stappen en blok twee (LED boven 32 brandt) met 8 stappen.

Een song maken

(Pattern chaining-modus)

In patternmodus kan tijdens het afspelen één van de 16 patterns worden getriggerd. Patterns kunnen als volgt aan elkaar worden gekoppeld om een song te vormen:

  1. Selecteer een song met de 16 stepknoppen.
  2. Druk op PATTERN om naar de patternmodus te gaan.
  3. Druk in patternmodus op de RECORD-knop.
  4. Druk op de STEP-knop om het eerste pattern in de song te selecteren.
  5. Als u op de AUTO SCROLL-knop drukt, gaat de LENGTH-knop knipperen.
  6. Druk op de LENGTH-knop (brandt continu).
  7. Gebruik de DATA-regelaar om het aantal herhalingen te kiezen.
  8. Druk op een van de STEP-knoppen om het volgende steppattern aan de song toe te voegen.
  9. Herhaal stap 7–8 totdat u alle gewenste patronen heeft ingevoerd.
  10. Gebruik altijd de knoppen << />> met de knop AUTO SCROLL om door de song vooruit en achteruit te navigeren om de programmering te controleren. Als de LENGTH-knop brandt, geeft het scherm het aantal herhalingen weer; als de LENGTH-knop knippert, geeft het scherm het patternnummer van de betreffende stap weer.

  11. De song opslaan (met AUTO SCROLL aan).

Sla de zojuist gemaakte song als volgt op:

  1. Druk op SAVE.
  2. Druk op SONG.
  3. Selecteer de bestemming met een stepknop (huidige song gemarkeerd met een witte LED)
  4. Druk op SAVE om de actie uit te voeren.

Ga om een geselecteerd pattern in de keten te wissen naar het pattern dat u wilt verwijderen (met de knoppen << en >>) en druk op Erase.

Opmerking: Zorg ervoor dat de song met AUTO SCROLL wordt opgeslagen, anders wordt de song niet afgespeeld zoals geprogrammeerd.

Opmerking: Als er een pattern uit de keten wordt gewist, wordt het aantal herhalingen op de betreffende plek niet verwijderd/bijgewerkt. Als Pattern 3 dus 6 keer herhaald wordt en dit pattern uit de serie wordt verwijderd, gaat Pattern 4 naar de betreffende positie en wordt dat pattern 6 keer herhaald.

Live data versus opgeslagen data

In songmodus kunnen twee datavormen opgeslagen worden:

Live data: wijzigingen in songs of patterns die zijn aangebracht en niet zijn opgeslagen, worden opgeslagen in live geheugen Opgeslagen data: als een song is opgeslagen.

Gebruik de knop TAP/HOLD tijdens het bewerken van COPY/ERASE/DUMP om de live of opgeslagen data te selecteren.

Live of opgeslagen songgegevens wissen:

  1. Activeer SONG-modus.
  2. Druk op ERASE.
  3. Selecteer SONG.
  4. Gebruik TAP/HOLD om live of opgeslagen data te selecteren.
  5. Druk op ERASE om de actie te voltooien.

De huidige song tijdens afspelen wijzigen

De huidige song kan tijdens het afspelen worden gewijzigd. Op deze manier kunnen songs tijdens het afspelen worden gewijzigd, zonder dat het afspelen hoeft te worden gestopt.

  1. Activeer SONG-modus.
  2. Houd de knop TAP/HOLD-knop ingedrukt.
  3. Selecteer met de stepknop (1-16) de volgende song om naartoe te gaan, nadat het huidige pattern is voltooid.
  4. De geselecteerde songstepknop knippert wit terwijl de andere songstepknoppen rood knipperen. Selecteer nu het pattern uit de nieuwe song.
  5. Als er een pattern is geselecteerd, knippert de knop rood totdat de geselecteerde song en het geselecteerde pattern beginnen.

Opmerking: dit onderbreekt het afspelen van de songketen.

Een songketen maken (songmodus)

Songs zijn een verzameling van maximaal 16 patterns die kunnen worden afgespeeld en gebruikt in een live afspeelindeling. De patternopnamemodus wordt gebruikt om de patterns in de structuur van een song te arrangeren (beschreven in sectie 7). Songs moeten met AUTO SCROLL worden opgeslagen om songs aan elkaar te kunnen koppelen.

Er kunnen in totaal 16 songs met maximaal 16 patterns worden gemaakt. Dat maakt 256 mogelijke patterns tegelijk in de unit mogelijk.

Merk op dat een song tot het einde moet worden afgespeeld voordat deze naar de volgende song gaat. Zo ontstaat een naadloze afspeelweergave bij lange re performances. U kunt niet halverwege het afspelen van song wisselen. Dit kan alleen door het afspelen te stoppen en een andere song te kiezen.

Songs aan elkaar koppelen in een reeks:

  1. Druk op de knop SONG om naar de songmodus te gaan, controleer of RECORD is uitgeschakeld, kies met de STEP-knoppen 1-16 een song (witte LED aan).
  2. Druk op de RECORD-knop.
  3. U kunt nu de volgende song in de keten selecteren. Dit wordt weergegeven met een rode LED.

  4. Als er geen song wordt geselecteerd, keert de keten terug naar song 1.

  5. Song opslaan.

Voorbeeld:

Nadat u 3 songs heeft geprogrammeerd en opgeslagen als song 1, song 2 en song 3,

volgt u de bovenstaande instructies om song 1 aan song 2 te koppelen:

  1. Druk op de knop SONG om naar songmodus te gaan. Controleer of RECORD is uitgeschakeld. Druk op STEP 1 om nummer 1 te kiezen.
  2. Druk op de RECORD-knop.
  3. Druk op STEP 2 om song 2 aan song 1 te koppelen. De rode LED van STEP 2 gaat branden.
  4. Sla song 1 op

Nu het koppelen van song 2 aan song 3:

  1. Druk op de knop SONG om naar de songmodus te gaan. Controleer of RECORD is uitgeschakeld. Druk op STEP 2 om song 2 te kiezen.
  2. Druk op de RECORD-knop.
  3. Druk op STEP 3 om song 3 te koppelen aan song 2. De rode LED van STEP 3 gaat branden.
  4. Sla song 2 op

Omdat song 3 niet in een chain song is geselecteerd, heeft deze de standaard chain song: song 1.

Druk na het voltooien van de bovenstaande stappen op RECORD om het uit te schakelen, druk op STEP 1 om song 1 te selecteren, zorg ervoor dat zowel AUTO SCROLL in Song- en

Patternmodus aan staan, druk dan op play, de sequencer zal van song 1 naar song 2 gaan en dan naar song 3. Als de PREFS voor song chain is ingesteld op loop, dan zal na het afspelen van song 3 song 1 weer gaan afspelen.

Bedenk dat deze functie de functie voor chain songs bij Instellingen overschrijft. Als AUTO SCROLL wordt gedeselecteerd terwijl een song wordt afgespeeld, gelden de oorspronkelijke instelling voor chain congs weer.

NB: Als Auto Scroll actief is voor songs, dan zal dit invloed hebben op de weergave van patterns, dus schakel Auto Scroll uit voor normale patternweergave.

Tip: In de Synthtribe-app kunnen patterns en songs worden gemaakt die in de RS-9 kunnen worden gecreëerd en opgeslagen.

De"chain"-song automatisch opslaan:

Druk in SONG-modus met ingeschakelde opname op een willekeurige stepknop om de betreffende song als een chain song voor de huidige song te selecteren. De chain song wordt automatisch opgeslagen.

Een song wissen:

  1. Druk op ERASE.
  2. De SONG- en PATTERN-knoppen knipperen. Druk op SONG.
  3. Gebruik TAP/HOLD om de Live of opgeslagen data te selecteren die moeten worden gewist.
  4. Druk op ERASE om de huidige song te verwijderen.

Een pattern afspelen (patternmodus)

Druk op de knop PATTERN en selecteer het af te spelen pattern.

In patternmodus zijn alle patterns met opgeslagen patterngegevens wit. Het huidige actieve pattern is rood (u kunt dus zien welke patterns zijn geprogrammeerd).

Deze functie kan worden gebruikt voor het wijzigen van patterns in live performances. Als STEP REPEAT wordt getriggerd, worden de huidige stap of stappen (afhankelijk van de stepinstellingen) herhaald totdat de knop TRIGGER wordt losgelaten. Het aantal herhaalde stappen is 1, 2, 4 of 8. Dit is een bijzonder krachtige functie die bijvoorbeeld kan worden gebruikt om met het einde van een pattern een fill te maken.

Als volgt gebruiken:

  1. Druk op STEP REPEAT.
  2. Kies hoeveel herhalingen u nodig heeft (1, 2, 4 of 8)
  3. Houd tijdens het afspelen van een pattern de TRIGGER-knop ingedrukt om stappen te herhalen.
  4. Het stapnummer kan worden gewijzigd terwijl de knop TRIGGER blijft ingedrukt om verschillende loopvarianten te maken.
  5. Druk op STEP REPEAT om af te sluiten.

NB: Step repeat werkt niet als POLY-modus actief is voor een stem.

Note Repeat [NOTE RPT]

Deze functie kan worden gebruikt voor het transformeren van patterns tijdens live performances. Als Note Repeat wordt getriggerd, wordt de geselecteerde stem herhaald totdat de knop TRIGGER wordt losgelaten. Het aantal herhaalde noten is 1, 2, 4 of 8. Met deze creatieve functie kunnen tijdens het spelen drumroffels en effecten in ratchet-stijl worden gecreëerd door de huidige noot te herhalen terwijl het ritme blijft lopen. Dit kan in RECORD STEP-modus in een pattern worden opgenomen.

Gebruik en opnemen:

  1. Druk op NOTE REPEAT.

  2. Kies hoeveel herhalingen u nodig heeft (1, 2, 4 of 8).

  3. Druk in stepmodus op RECORD.
  4. Houd tijdens het afspelen van een pattern de TRIGGER-knop ingedrukt om noten te herhalen.
  5. Het nootnummer kan worden gewijzigd terwijl de knop TRIGGER blijft ingedrukt om verschillende fillvarianten te maken.
  6. Druk op NOTE REPEAT om af te sluiten.

NB: Nootherhalingen kunnen worden opgenomen in STEP RECORD-modus. Om een NOTE REPEAT uit een stap te verwijderen, verwijdert u de geprogrammeerde stap uit het pattern. De rode LEDs erboven geven aan of voor de geselecteerde stap een herhaling van 1, 2, 4 of 8 is geprogrammeerd.

Ook nootherhaling kan worden geprogrammeerd:

Stap 1: Nootherhaling inschakelen en een herhalingsnummer kiezen in STEP-modus.
Stap 2: kies de gewenste stem.
Stap 3: houd de STEP-nummerknop ingedrukt en druk vervolgens op TRIGGER.
Met deze methode kan Note repeat worden toegevoegd met of zonder step-opname.

Track Mute

Met deze functie kunnen één of meerdere stemmen in een pattern, song of globaal worden gedempt. Eén of meerdere stemmen dempen:

  1. Selecteer tijdens het afspelen van een pattern track MUTE.
  2. Kies de stem(men) die u wilt dempen.
  3. De gedempte stem(men) licht(en) rood op.
  4. Druk op track MUTE om af te sluiten.

NB: Alle dempingen kunnen worden verwijderd door HOLD/TAP ingedrukt te houden en op de MUTE-knop te drukken.

Solo-functies

Met deze functie kunt u één of meerdere stemmen in een pattern, song of globaal solo schakelen.

Eén of meerdere stemmen solo schakelen:

  1. Selecteer tijdens het afspelen van een pattern Track SOLO.
  2. Selecteer de stem(men) die u solo wil afspelen.

  3. De solostem of stemmen worden wit weergegeven.

  4. Druk op track SOLO om af te sluiten.
    NB: SOLO krijgt altijd prioriteit boven MUTE. Als een gedempte stem op solo wordt geschakeld gaat hij klinken.
    NB: Alle solo's kunnen worden verwijderd door HOLD/TAP ingedrukt te houden en op de SOLO-knop te drukken.

Direct patterns omschakelen

Met deze functie kunt u patterns op de exacte afspeelpositie naar een ander pattern omschakelen.
Schakel hiervoor eerst over naar PATTERN-modus. Houd vervolgens de knop PATTERN vast en selecteer het volgende pattern met een witte stepknop (opgeslagen pattern).

De RS-9 op andere modules aansluiten

De RS-9 is bedoeld als controller voor andere modules. Dit werkt voornamelijk door de triggeruitgangen (1) en accentuitgangen (2) op een module aan te sluiten die een +5 V-trigger accepteert en door de patternstappen te programmeren om waar nodig triggers te produceren.
Daarnaast kunnen de tien 'stemmen' aan MIDI-noten worden toegewezen met de MAP-functie (47), waarmee de RS-9 MIDI-synthesizers via DIN of USB kan aansturen.

De RS-9 fungeert ook als een MIDI to Trigger interface door triggers te versturen die gegenereerd worden door ontvangen MIDI op DIN (42) of USB (41) met de toegewezen noten (andere noten worden genegeerd). De CV-uitgang (39) kan worden gebruikt om externe modules aan te sturen, zoals een voltage controlled filter, dat een doorlopend variabele spanning van 0 V tot +5 V vereist en dat kan worden gebruikt om het geluid van één of meer getriggerde modules te bewerken.

Stroomaansluiting

BEHRINGER RS-9 - Stroomaansluiting - 1

De module wordt geleverd met de benodigde voedingskabel voor aansluiting op een standaard Eurorack-voedingssysteem. Volg deze stappen om de module van stroom te voorzien. Het is gemakkelijker om deze aansluitingen te maken voordat de module in een rekbehuizing is gemonteerd.

  1. Schakel de voeding of de rekbehuizing uit en koppel de voedingskabel los.
  2. Steek de 16-pins connector van de voedingskabel in de aansluiting op de voedingseenheid of rekbehuizing. De connector heeft een lipje dat wordt uitgelijnd met de opening in de socket, zodat deze niet verkeerd kan worden geplaatst. Als de voeding geen contactdoos met sleutel heeft, zorg er dan voor dat pen 1 (-12 V) met de rode streep op de kabel wordt georiënteerd.
  3. Steek de 10-pins connector in de aansluiting aan de achterkant van de module. De connector heeft een lipje dat uitgelijnd is met de aansluiting voor de juiste oriëntatie.
  4. Nadat beide uiteinden van de voedingskabel stevig zijn bevestigd, kunt u de module in een hoesje monteren en de voeding inschakelen.

Installatie

De benodigde schroeven worden bij de module geleverd voor montage in een Eurorack-koffer. Sluit de voedingskabel aan voor montage.

Afhankelijk van de rackbehuizing kan er een reeks vaste gaten zijn die 2 HP uit elkaar liggen over de lengte van de behuizing, of een rail waarmee afzonderlijke platen met schroefdraad langs de lengte van de behuizing kunnen schuiven. De vrij bewegende plaatjes met schroefdraad maken een nauwkeurige positionering van de module mogelijk, maar elke plaat moet ongeveer in verhouding tot de montagegaten in uw module worden geplaatst voordat u de schroeven bevestigt.

Houd de module tegen de Eurorack-rails zodat elk van de montagegaten is uitgelijnd met een rail met schroefdraad of een plaat met schroefdraad. Bevestig de schroeven halverwege om te beginnen, waardoor kleine aanpassingen aan de positionering mogelijk zijn terwijl u ze allemaal op één lijn krijgt. Nadat de definitieve positie is bepaald, draait u de schroeven vast.

SE Kontroller

Belangrijke informatie V

BEHRINGER RS-9 - SE Kontroller - 1

Registreer uw nieuwe Music Tribe-apparatuur direct nadat u deze hebt gekocht door naar musictribe com te gaan. Door uw aankoop te registreren via ons eenvoudige online formulier, kunnen wij uw reparatieclaims sneller en efficiënter verwerken. Lees ook de voorwaarden van onze garantie, indien van toepassing.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BEHRINGER

Model : RS-9

Categorie : Synthesizer